CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

RV vvgb voor de bouw van twee vrijstaande woningen aan de Vijfhuizerweg naast 805 in Vijfhuizen (2021.0002398).pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 25 november 2021, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Verklaring van geen bedenkingen voor de bouw van twee vrijstaande woningen aan de Vijfhuizerweg naast 805 in Vijfhuizen (2021.0002398)10.051 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

gemeente Haarlemmermeer

raad svoo rste 1 onderwerp

Verklaring van geen bedenkingen voor de bouw van twee vrijstaande woningen aan de Vijfhuizerweg naast 805 in Vijfhuizen

Portefeuillehouder mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker Steller Jolanda Dam Collegevergadering 26 oktober 2021 Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer 2021.0002398 1. Voorstel Collegebesluit(en) Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. een verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de realisatie van twee woningen aan de Vijfhuizerweg naast 805 in Vijfhuizen.

2. Samenvatting Wij willen een omgevingsvergunning verlenen voor de bouw van twee woningen aan de Vijfhuizerweg naast nummer 805 in Vijfhuizen . Wij kunnen deze omgevingsvergunning slechts verlenen nadat de raad heeft verklaard geen bedenkingen tegen het plan te hebben . 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken? Wij willen de bouw van twee woningen aan de Vijfhuizerweg naast 805 in Vijfhuizen mogelijk maken.

Vijfhuizerweg naast 805 Vijfhuizen

3.2 Wat gaan we daarvoor doen? Aanvraag Er is een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor de bouw van twee vrijstaande

Verklaring van geen beden kinge n voor de bou w van twee vrijstaand e woningen aan de Vijfh uizerweg naast 805 in Vijfhu izen

pagina 2

woningen met een goot- en bouwhoogte van 4 en 10 meter een inhoud van 1.000 m3. Bij de inpassing van de woningen is rekening gehouden met de aanleg van een ecologische zone door het Recreatieschap ten oosten van de woningen . Door de opzet van het plan ontstaat er een compact erf, dat refereert aan de agrarische uitstraling van de polderlinten .

Opzet erf inclusief ecologische zone

Bestemmingsplantoets In het bestemmingsplan 'Haarlemmermeer Noordwest Groengebieden 2010' heeft het perceel de bestemming 'Tuin' . De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen . Bebouwing is alleen toegestaan in de vorm van een erker bij een woning (hoofdgebouw). De aanvraag is in strijd met het bestemmingsplan omdat de bouw van twee woningen niet is toegestaan op de bestemming 'Tuin'. Goede ruimtelijke ordening In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning is een ruimtelijke onderbouwing overgelegd. In de onderbouwing is de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling getoetst aan milieu- en omgevingsaspecten . Wij hebben deze onderbouwing getoetst en constateren dat de aanvraag voldoet aan de vereisten van een goede ruimtelijke ordening. Wet geluidhinder Een woning wordt gezien als een 'gevoelige' functie. Vanwege de ligging binnen de wettelijke geluidszone van de Stelling, de Vijfhuizerweg en de N205 is akoestisch onderzoek gedaan . Het onderzoek is correct uitgevoerd. De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Vijfhuizerweg is niet relevant; deze weg is doodlopend . De geluidbelasting ten gevolge van de N205 bedraagt maximaal 50 dB en de geluidbelasting ten gevolge van de Stelling maximaal S0dB.

Er wordt naast de procedure voor de verklaring van geen bedenkingen (vvgb) een hogere waarde procedure doorlopen vanwege de twee genoemde overschrijdingen . Hiervoor wordt een separaat besluit (in mandaat) genomen .

Verkl aring van geen beden kingen voor de bouw van twee vrijstaande woningen aan de Vijfhu izerweg naast 805 in Vijfhuizen

pagina 3

Wettelijk kader Wij willen met toepassing van artikel 2.12 eerste lid onder a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een omgevingsvergunning verlenen . Dit is mogelijk als het gevraagde niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. In artikel 2.27, lid 1 van de Wabo is geregeld dat de omgevingsvergunning alleen kan worden verleend nadat de gemeenteraad heeft verklaard geen bedenkingen tegen het project te hebben . Op grond van artikel 6.5 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) heeft de raad categorieën van gevallen aangewezen waarvoor geen verklaring nodig is. Geen van de categorieën is op dit project van toepassing. Daarom is een verklaring van de raad nodig. De vvgb maakt onderdeel uit van de te verlenen omgevingsvergunning. Met dit raadsvoorstel wordt de vvgb vastgesteld . Procedure De ontwerp-vvgb heeft samen met het ontwerpbesluit omgevingsvergunning vanaf 3 augustus 2021 zes weken ter inzage gelegen. Tegen beide ontwerpbesluiten zijn geen zienswijzen ingediend. De raad besluit met dit besluit over de afgifte van een vvgb.

3.3 Wat mag het kosten?

In zijn algemeenheid geldt bij Wabo-vergunningen voor woningbouwplannen dat er wettelijk kostenverhaal plaatsvindt, via exploitatieplan of anterieure overeenkomst of gronduitgifte. Voor dit project hebben wij op 22 juni 2021 (2021.0000309) een besluit over deze overeenkomst genomen .

3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?

Op grond van de Wabo is de raad bevoegd te besluiten over een vvgb . De bevoegdheid te besluiten over een aanvraag omgevingsvergunning ligt bij het college. Binnen ons college is de portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening het eerste aanspreekpunt.

3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar?

In het gebied is een verbinding van het Natuurnetwerk Nederland geprojecteerd, die loopt aan de oostkant van Vijfhuizen (van Expoterrein naar Park Vijfhuizen) . In het ontwerp van Park Vijfhuizen is geen rekening gehouden met deze verbinding. De enige mogelijkheid deze alsnog aan te leggen is langs de entree van het park.

In overleg tussen onze gemeente, het Recreatieschap, het hoogheemraadschap van Rijnland en aanvrager is gekeken naar de mogelijkheid om alsnog een ecologische waterverbinding toe te voegen in het gebied, naast het perceel van aanvrager. Hierdoor worden er verschillende doelstellingen bereikt: de ecologische verbind ing wordt versterkt; de watercompensatie van een ander plan in Vijfhuizen (156 m2) kan hiermee ook worden gerealiseerd; er komt een aantrekkelijker entree van het Park Vijfhuizen (Nationaal monument MH17). Dit is een wens van het Recreatieschap. Aanvrager is bereid tot grondruil, waardoor met de inpassing van de woningen en de inrichting van de erven het alsnog mogelijk is de ecologische verbinding aan te leggen.

Verklaring van geen bedenkingen voor de bouw van twee vrijstaande woningen aan de Vijfhuizerweg naast 805 in Vijfhuizen

pagina 4

3.6 Wanneer en hoe zal de rood over de voortgang worden geïnformeerd? De raad zal in kennis worden gesteld van een eventuele beroepsprocedure.

3.7 Wat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)?

Tot 2040 zijn er ongeveer 250.000 woningen nodig in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Dit plan draagt, ook al is het op zeer beperkte schaal, bij aan de realisering van de woningbouwopgave in de MRA. 4. Ondertekening Burge d

houders van de gemee

uurmans-Wijdeven

Bijlage(n) : • ruimtelijk advies • ruimtelijke onderbouwing • inrichtingsschets

Naam steller cluster RED Manager Datum WRA Datum staf RO

FORMULIER BEOORDELING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING Jolanda Dam Robert Brussee diverse data waarvan de laatste: 17 augustus 2020 24 augustus 2020

Gegevens aanvraag Adres

Vijfhuizerweg naast 805 Vijfhuizen

Zaaknummer

2662785 Uitgebreid: artikel 2.12, eerste lid, a, onder 3o Wabo. Bouw van twee vrijstaande woningen met een goot- en bouwhoogte van 4 en 10 meter en een inhoud van 1000m3. Met de inpassing van de woningen is rekening gehouden met een ecologische zone die ten oosten van de woningen moet worden ingericht.

Procedure? Inhoud aanvraag

Voorgeschiedenis

Aanleg in-/uitritten? De aanvraag is ingediend op 30 maart 2018. Vanwege de ligging in de Bufferzone van de Provinciale Ruimtelijke Verordening en de noodzaak voor de reservering van ruimte voor een ecologische zone is nu in augustus 2020 duidelijk op welke basis meegewerkt kan worden aan een ruimtelijke procedure.

Toetsing aanvraag Bestemmingsplan

Strijdigheid Provinciale ruimtelijke verordening (PRV)

Van toepassing is het bestemmingsplan ‘Haarlemmermeer Noordwest Groengebieden 2010’ en heeft het perceel de bestemming ‘Tuin’. De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. Bebouwing is alleen toegestaan in de vorm van een erkertje bij een woning (hoofdgebouw). De aanvraag is in strijd met het bestemmingsplan omdat twee woningen niet zijn toegestaan op ‘Tuin’. Het bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden om hiervan af te wijken. In de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) is het gebied aangemerkt als gebied voor gecombineerde landbouw en als bufferzone. Op grond van artikel 24 zijn nieuwe woningen in de Bufferzone niet toegestaan.

Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag van burgemeester en wethouders op grond van artikel 34 PRV een ontheffing als bedoeld in artikel 4.1a van de wet verlenen van artikel 5 tot en met artikel 33 van deze verordening voor zover de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid wegens bijzondere omstandigheden onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot de met die regels te dienen provinciale belangen. In voorkomende gevallen worden provinciale staten vooraf geïnformeerd over het voornemen van gedeputeerde staten om ontheffing te verlenen. In de Provinciaal Ruimtelijke Verordening is een ecologische zone (natuurverbinding) opgenomen die loopt aan de oostkant van Vijfhuizen (van Expoterrein naar Park Vijfhuizen). In het ontwerp van Park Vijfhuizen is geen rekening gehouden met deze verbinding. De locatie langs de entree is de enige mogelijkheid om de verbinding te realiseren op niet-particuliere grond.

Aan de provincie is de vraag voorgelegd of dit deel behoort tot de bufferzone of dat dit gerekend kan worden tot bestaand stedelijk gebied. Op 15 juli heeft Ton Gerlings van de provincie onderstaande reactie gestuurd: In de ruimtelijke onderbouwing voor dit plan staat op blz. 9 (laatste zin van § 2.2): “Gezien deze stedenbouwkundig context is ter plaatse sprake van bestaand stedelijk gebied en is artikel 24 uit de PRV ten aanzien van de bufferzone verder niet van toepassing.” Met deze conclusie en de er boven staande redenering zijn we het eens. Vandaar dat ik er over gezwegen heb. Strijdigheid LIB, zoja welke zone (beperkingen benoemen) Kwetsbare of geluidsgevoelige functie? Aangewezen monument? In beschermd stads- of dorpsgezicht? Historisch gebruik locatie?

De woningen liggen in het beperkingengebied van het luchthavenindelingsbesluit. Er is een bouwhoogte toegestaan van 30 tot 35 meter. De woningen liggen niet binnen het beperkingengebied bebouwing. Er is geen strijdigheid met het Lib[BGvd1]. Een woning wordt aangemerkt als een geluidgevoelig en kwetsbaar object. nee nee -

Beleidstoets en ruimtelijke aspecten De structuurvisie doet geen uitspraken die van toepassing zijn op dit plan. Structuurvisie N.v.t. Ruimte voor ruimte Voor het perceel van aanvrager is een stedenbouwkundig kader meegegeven. Stedenbouw Aanvrager heeft een aangepast plan voorgelegd, dat hierop aansluit. Op deze wijze ontstaat er een compact erf, dat refereert aan de agrarische uitstraling van de polderlinten. Dit concept is stedenbouwkundig akkoord. Dit moet nog verder uitgewerkt worden, met daarbij een uitgewerkt inrichtingsplan van de tuinen. ecologische zone/entree park Vijfhuizen/Nationaal Monument MH17 Landschap De afgelopen maanden heeft er intensief contact plaatsgevonden tussen de gemeente (ecologie, landschap, stedenbouw en het Ingenieursbureau), het Recreatieschap, het Hoogheemraadschap en aanvrager. Er is daarbij gekeken naar de mogelijkheid om een ecologische waterverbinding toe te voegen naast dit perceel. Hierdoor worden er verschillende doelstellingen bereikt:

-

De ecologische verbinding wordt versterkt. De watercompensatie van een ander plan in Vijfhuizen wordt gerealiseerd (IB zoekt locatie om 156m2 van water te compenseren voor het ksw-project Woudweg/Groeneweg) Er komt een aantrekkelijker entree van het Park Vijfhuizen (Nationaal monument MH17). Dit is een wens van het recreatieschap. Met het verplaatsen van de 2 boompjes bij de parkeerplaats en het ruilen van 2,5 m. grond kan de ecologische zone helemaal op het perceel van het recreatieschap zou kunnen worden aangelegd (zie bijlage). Voor de watercompensatie uit het dorp is dit ook beter. (IB zoekt locatie om 156m2 van water te compenseren voor het ksw-project Woudweg/Groeneweg in Vijfhuizen) zou dit ook beter zijn. Er is dan één partij waarmee zaken kunnen worden gedaan. De inrichtingsschets voor de ecologische zone/entree wordt verder uitgewerkt door het ingenieursbureau. Het zou heel fijn zijn als het recreatieschap de ecologische zone zou willen aanleggen. De eigendomgrens blijft dan zoals hij nu is en kunnen we ook verder met het bouwplan van meneer Ferwerda. Gerdien heeft Alex gevraagd de inrichtingsschets voor te leggen aan het recreatieschap.

In de tekening bij de nieuwe bouwaanvraag is de grondruil nog niet verwerkt. Ook het ontwerp voor de tuin is nog niet uitgewerkt. Bij de uitstraling van een agrarisch erf hoort een tuin die hieraan refereert met niet alleen een haag maar bijv. ook solitaire bomen aan de voorzijde. Ter inspiratie: Erven en landschappelijke beplanting in de Haarlemmermeer. Ook van belang is inrichting/uitstraling aan de oostkant. Dat moet wel in samenhang met ontwerp entree gebeuren. Bijv. groene/ecologische inrichting (geen schutting) Economie Ringvaart- en ringdijkbeleid Duurzaamheid (bijv zonnepanelen) Externe veiligheid Verkeer en ontsluiting Parkeren Luchtkwaliteit

Geluid

De parkeernorm bedraagt 2,3 pp per woning. In de Wet Luchtkwaliteit is de regeling NIBM (niet in betekenende mate) opgenomen, die inhoudt dat een project doorgang mag vinden als niet in betekende mate bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit. De wijziging van functie leidt niet ingrijpende verandering van het aantal verkeersbewegingen. Onderzoek naar de luchtkwaliteit is daarom niet vereist. Ja

Is akoestisch onderzoek nodig in het kader Wet geluidhinder en/of Activiteitenbesluit? Water

Verharding door bebouwing < 500m²

Flora en Fauna

18149 QS Vijhuizen Vijfhuizerweg, D1.pdf

Ten behoeve van de ontwikkeling is door het ecologische bureau Els & Linde onderzoek gedaan naar de effecten van de ontwikkelingen op aanwezige flora- en fauna en op Natura 2000 gebieden. Natura 2000 Uit het ecologisch onderzoek blijkt dat de ontwikkeling van twee woningen geen negatieve gevolgen heeft voor natura 2000 gebieden. Die gebieden liggen namelijk op te grote afstand. Strikt beschermde planten en dieren Op 23 november 2018 door een ecoloog van bureau Els & Linde een bezoek gebracht aan de planlocatie. Tijdens het veldbezoek is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocatie. Bovendien is bronnenonderzoek gedaan. Uit dit onderzoek is gebleken dat binnen de planlocatie geen beschermde soorten aanwezig zijn Binnen het plangebied zijn geen gebouwen en bomen aanwezig. Hierdoor kan de aanwezigheid van vleermuizen en vogels met een jaarrond beschermd nest op voorhand worden uitgesloten. Binnen de planlocatie zijn ook geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Beschermde plantensoorten zijn binnen de planlocatie verder ook niet te verwachten.

Archeologie Milieu (bedrijven- en milieuzonering Stikstof Overige (beleids)aspecten Afwegingen en conclusies van de beleidstoets

Procedures Vvgb van toepassing?

Conclusie Op basis van de uitgevoerde quikscan blijkt dat ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op beschermde gebieden of op populaties van beschermde planten of dieren. N.v.t. De te bouwen woningen liggen op meer dan 50 meter ten opzichte van de nabijgelegen autosloperij. Voldaan wordt aan de richtlijnafstand zoals opgenomen in de VNG-brochure. Nog geen berekening aanwezig

Vormvrije m.e.r. nodig? Akoestisch onderzoek nodig? Hogere waardebesluit nodig?

Het plan ligt binnen de komgrenzen van de kaart behorend bij het besluit tot aanwijzen categorieën van gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen vereist is (artikel 6.5 lid 3 Besluit omgevingsrecht). De bouw van nieuwe woningen op een perceel met de bestemming ‘Tuin’ is niet aangewezen als een categorie waarvoor geen vvgb is vereist. Aanmeldnotitie nodig? Ja Beoordelen aan de hand van het akoestisch onderzoek.

Ontheffing Wet natuurbeheer nodig? Afwijkingsbesluit Externe Veiligheid nodig?

Nee

Verantwoording Externe Veiligheid nodig?

Nee Op grond van de Wro betreft het hier een kostenverhaalplichtig bouwplan.

Overige afwegingen en conclusie

Ruimtelijk Advies (beschrijving van overwegingen en/of randvoorwaarden die leiden tot meewerken of niet meewerken aan een initiatief.)

Ruimtelijke onderbouwing Bouwen van 2 woningen aan de Vijfhuizerweg in Vijfhuizen

Datum: 26 oktober 2020 Opdrachtgever: Ferstaete BV

Ruimtelijke onderbouwing bouwen van 2 woningen aan de Vijfhuizerweg

Inhoud Inleiding ....................................................................................... 3 1.1

AANLEIDING .................................................................................................................. 3

1.2

PLANLOCATIE ................................................................................................................ 3

1.3

GELDENDE PLANNEN EN REGELINGEN .................................................................................. 3

1.4

HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED OMGEVING ........................................................................... 4

1.5

NIEUWE SITUATIE ........................................................................................................... 5

1.6

ONDERBOUWING ............................................................................................................ 5

2

Beleid en regelgeving ............................................................... 7

2.1

RIJKSBELEID .................................................................................................................. 7

2.2

PROVINCIAAL BELEID ....................................................................................................... 8

2.3

GEMEENTELIJK BELEID ..................................................................................................... 9

3. Onderzoek en beperkingen ....................................................... 11 3.1

WATER ........................................................................................................................ 11

3.2

BODEM........................................................................................................................ 13

3.3

FLORA EN FAUNA ........................................................................................................... 13

3.4

CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE .................................................................................. 15

3.5

GELUID........................................................................................................................16

3.6

LUCHTKWALITEIT ........................................................................................................... 17

3.7

EXTERNE VEILIGHEID ......................................................................................................18

3.8

BEDRIJVEN EN MILIEUZONERINGEN .................................................................................... 20

3.9

LUCHTHAVENINDELINGBESLUIT ........................................................................................ 20

3.10

KABELS, LEIDINGEN EN TELECOMMUNICATIE INSTALLATIES ..................................................... 21

3.11

MILIEUEFFECTRAPPORTAGE / M.E.R.-(BEOORDELINGS)PLICHT ................................................. 22

4

Uitvoerbaarheid..................................................................... 23

2

Ruimtelijke onderbouwing bouwen van 2 woningen aan de Vijfhuizerweg

Inleiding 1.1 Aanleiding Initiatiefnemer heeft het plan opgevat om op het perceel kadastraal bekend sectie AB, nr. 1348 te Vijfhuizen 2 woningen te bouwen. De woningen passen niet binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan, omdat in het bestemmingsplan de gronden de bestemming “Tuin” kennen en het bouwen van woningen niet is toegestaan. Het plan kan gerealiseerd worden met een projectafwijking zoals bepaald in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in artikel 2.12, eerste lid, a, onder 3o Wabo. Een dergelijke projectafwijking dient voorzien te zijn van een goede ruimtelijke onderbouwing. Dit document voorziet daarin.

1.2 Planlocatie De beoogde locatie betreft een perceel gelen aan de Vijfhuizerweg te Vijfhuizen. Ten noorden en ten oosten van het plangebied ligt Park Vijfhuizen. Ten zuiden ligt de Vijfhuizerweg en ten westen ligt het dorp Vijfhuizen.

Ligging plangebied (bij benadering)

1.3 Geldende plannen en regelingen In het bestemmingsplan “Haarlemmermeer Noordwest Groengebieden 2010” zijn de betreffende gronden voorzien van de bestemming Tuin. Binnen de bestemming Tuin is gebruik als tuinen en erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen toegestaan.

3

Ruimtelijke onderbouwing bouwen van 2 woningen aan de Vijfhuizerweg

Strijdigheid bestemmingsplan Binnen de bestemmingen “Tuin” is het bouwen van woningen niet toegestaan. Het plan is dus in strijd met deze bestemming.

Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan (planlocatie in blauw omkaderd).

1.4 Huidige situatie plangebied omgeving In de bestaande situatie wordt het plangebied niet gebruikt en ligt het terrein braak. Het plangebied bevindt zich aan het begin van het dorp Vijfhuizen. Schuin tegenover het plangebied zijn op een deel van het voormalige Floriade-terrein nog niet zo kort geleden woningen gebouwd.

Zicht op nieuwe woningbouw vanaf Vijfhuizerweg ter hoogte van plangebied

De aan het plangebied aangrenzende Vijfhuizerweg vormt ter hoogte van het plangebied een ventweg van de Stelling, de verbindingsweg tussen de doorgaande N205 en het dorp. Aan het deel van de Vijfhuizerweg tussen het dorp en de N205 zijn, naast het plangebied, nog enkele andere braakliggende percelen, een woonperceel en enkele bedrijfspercelen aanwezig.

4

Ruimtelijke onderbouwing bouwen van 2 woningen aan de Vijfhuizerweg

Dit deel van de Vijfhuizerweg presenteert zich nog als agrarisch lint met doorzichten naar het achtergelegen gebied. Het ooit achter de locatie aanwezige agrarische gebied wordt echter omgevormd tot park Vijfhuizen met daarin het nationaal monument voor de slachtoffers van de MH17-ramp.

1.5 Nieuwe situatie Het plan betreft de bouw van 2 woningen. Hieronder is een situatieschets en een schets van de te bouwen woningen opgenomen.

Situatieschets

3d visualisatie woningen

1.6 Onderbouwing Met de aanleg van Park Vijfhuizen en de komst van woningen tegenover het plangebied, komt de locatie als het ware in het dorp te liggen. Deze nieuwe context noopt initiatiefnemer ook tot het geven van een nieuwe ruimtelijk invulling aan het plangebied. Daarbij verliest initiatiefnemer

5

Ruimtelijke onderbouwing bouwen van 2 woningen aan de Vijfhuizerweg

de landschappelijk inpassing ook niet uit het oog. Het is de bedoeling om de strook grond aangrenzend aan de toegang tot park Vijfhuizen te laten aansluiten op de ecologisch zone die hier ook komt te lopen. Het is dan ook niet de bedoeling om hier schutting te realiseren, maar om met struweel en waterpartijen een natuurlijk overgang te creëren. Ook is het de bedoeling om op de voorzijde van het erf solitaire bomen aan te planten. Bij aanleg van de tuinen bij de woningen zal gebruik gemaakt worden van de uitgangspunten uit de studie ‘Erven en landschappelijke beplanting in de Haarlemmermeer Landschap NoordHolland (2013)’.

6

Ruimtelijke onderbouwing bouwen van 2 woningen aan de Vijfhuizerweg

2

Beleid en regelgeving

2.1 Rijksbeleid 2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities tot 2040 en de ruimtelijke doelen, belangen en opgaven tot 2028. De SVIR heeft als ondertitel 'Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig en vervangt de Nota Mobiliteit, de Nota Ruimte, de Mobiliteitsaanpak en Randstad 2040. De hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor de middellange termijn (2020/2028) zijn: • • •

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Bij de uitwerking van de doelstellingen worden “nationale belangen” onderscheidden (13 in totaal). Voor de verwezenlijking c.q. behartiging van deze belangen worden rijksinstrumenten ingezet, onder meer de AMvB ruimte en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) waarop hieronder wordt ingegaan.

2.1.2 AMvB Ruimte De nationale belangen uit de SVIR worden in de AMvB Ruimte juridisch geborgd. Deze AMvB Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als: Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch moeten doorwerken tot in ruimtelijke besluiten, zoals bestemmingsplannen. Onderwerpen waarvoor het rijk ruimte vraagt zijn onder meer, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. Deze onderwerpen zijn in verband met de kleinschaligheid van de plannen niet aan de orde.

2.1.3 Bro - Ladder van duurzame verstedelijking Als uitwerking van het nationaal belang zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen is in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de zogenaamde ladder van duurzame verstedelijking opgenomen. Op grond van artikel 3.1.6, lid 2 Bro is voorgeschreven dat indien bij een ruimtelijk besluit 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de onderbouwing bij het besluit een verantwoording van de behoefte aan de ontwikkeling moet plaatsvinden. Uit jurisprudentie van de Afdeling1 blijkt dat bij kleine woningbouwprojecten, waarbij het gaat om een gering aantal woningen (minder dan 11 woningen) geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling in de zin van het artikel en toetsing aan de ladder niet hoeft plaats te vinden. In het plan gaat het om 2 woningen. Er is daarmee dus geen sprake van een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder.

1

7

ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921)

Ruimtelijke onderbouwing bouwen van 2 woningen aan de Vijfhuizerweg

2.2 Provinciaal beleid 2.2.1 Provinciale structuurvisie Noord-Holland 2040 Op 21 juni 2010 heeft provinciale staten de Provinciale Structuurvisie Noord-Holland 2040 vastgesteld. In de Structuurvisie heeft de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vastgelegd en aangegeven hoe zij deze visie denkt te realiseren. Uitgangspunt is dat Noord-Holland aantrekkelijk moet blijven in wat het is: een diverse, internationaal concurrerende regio, in contact met het water en uitgaande van de kracht van het landschap. De provincie kiest daarbij voor hoogstedelijke milieus en beperkte uitleg van bedrijventerreinen en houdt het landelijk gebied open en dichtbij. Verder worden de waterkeringen versterkt en calamiteitenbergingen aangelegd om wateroverlast te voorkomen. Door het landelijk gebied te ontwikkelen vanuit de kenmerken van Noord- Hollandse landschappen en de bodemfysieke kwaliteiten blijft de provincie bijzonder en aantrekkelijk om in te wonen, te werken en om te bezoeken. In de structuurvisie worden drie hoofdbelangen benoemd: 1. Klimaatbestendigheid: voldoende bescherming tegen overstroming en wateroverlast, voldoende en schoon drink-, grond- en oppervlaktewater en voldoende ruimte voor het opwekken van duurzame energie; 2. Ruimtelijke kwaliteit: behoudt en ontwikkeling van Noord-Hollandse cultuurlandschappen, natuurlandschappen en groen om de stad; 3.

Duurzaam ruimtegebruik: milieukwaliteiten, behoud en ontwikkeling van verkeers- en vervoersnetwerken, voldoende en op de behoefte aansluitende huisvesting, voldoende en gedifferentieerde ruimte voor landbouw en visserij, economische activiteiten en voor recreatieve en toeristische voorzieningen. Binnen de structuurvisie is het plangebied aangewezen als bufferzone en als cultuurlandschap: droogmakerijlandschap. Het beleid van de provincie is erop gericht deze gebieden te ontwikkelen tot relatief grootschalige groene gebieden. De Provincie Noord-Holland behoudt de landschappelijke kwaliteit en identiteit van deze voormalige Rijksbufferzones en vergroot de mogelijkheden voor ontspanning en dagrecreatie in deze gebieden. De specifieke kwaliteiten van de verschillende landschappen, in onderhavig geval het droogmakerijlandschap, zijn bij deze verdere ontwikkeling het uitgangspunt. Nieuwe plannen dienen daarbij de ontwikkelingsgeschiedenis, de ordeningsprincipes en bebouwingskarakteristiek van het landschap en de inpassing in de wijdere omgeving als uitgangspunt te hanteren. Met de aanleg van het park Vijfhuizen is de doelstelling van de Provincie om het gebied een groen karakter met mogelijkheden voor ontspanning en recreatie te geven verwezenlijkt.

Het beleid om bij de planvorming aansluiting te zoeken bij het droogmakerijlandschap ligt vanwege de gewijzigde context niet meer in de rede.

2.2.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening In deze verordening (PRV, 1 maart 2017) heeft de provincie Noord-Holland algemene regels vastgesteld omtrent de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen over onderwerpen in zowel het landelijke als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland, waar een provinciaal belang mee gemoeid is. In de Provinciaal Ruimtelijke Verordening is het gebied aangemerkt als gebied voor gecombineerde landbouw. Door ontwikkelingen in het gebied is de agrarische functie van het gebied niet meer aanwezig. Een invulling voor gecombineerde landbouw is daarmee niet meer mogelijk.

8

Ruimtelijke onderbouwing bouwen van 2 woningen aan de Vijfhuizerweg

De planlocatie kent bovendien op grond van de PRV de aanduiding bufferzone. In principe is het binnen de bufferzone niet toegestaan om nieuwe woningen te bouwen. Er wordt echter op gewezen dat In de toelichting bij artikel 24 PRV staat dat bestaand stedelijk gebied geen onderdeel uitmaakt van de bufferzone. Op grond van artikel 2 onder k van de PRV wordt onder bestaand stedelijk gebied als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid onder h, van het Besluit ruimtelijke ordening verstaan. Artikel 1.1.1 eerste lid onder h definieert bestaan stedelijk gebied als volgt: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. De planlocatie maakt deel uit van een lint en kent de bestemming tuin in het geldende bestemmingsplan. Gebruik ten behoeve van wonen, een stedelijke functie, is daarmee mogelijk. Aan weerzijde van de locatie is daarbij bebouwing aanwezig in de vorm van burgerwoningen, bedrijfswoningen en bedrijfsgebouwen. Deze lintbebouwing ligt ingeklemd tussen enerzijds stedelijk groen in de vorm van het park Vijfhuizen met daarin het nationale herdenkingsmonument voor de slachtoffers van de vliegtuigramp MH17 en anderzijds infrastructuur in de vorm van de Vijfhuizerweg, de Stelling en de N205.

Gezien deze stedenbouwkundig context is ter plaatse sprake van bestaand stedelijk gebied dat niet behoort tot de bufferzone. Verzoek is dan ook aan de provincie om de begrenzing van de bufferzone op dit punt aan te passen.

2.3 Gemeentelijk beleid 2.3.1 Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 In 2012 is door de gemeenteraad de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 vastgesteld. De visie gaat in op onderwerpen als duurzaamheid, een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem, energie, netwerk- en ketenmobiliteit, de synergie met Schiphol, ruimte voor attracties, en de cultuurhistorie en diversiteit als drager van de ontwikkelingen. En gaat in op de wijze waarop ontwikkeling worden vormgegeven en hoe het centraal stellen van de mens in dit ontwikkelproces een plek krijgt. Het doel van de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 is het bieden van een kader, waarmee Haarlemmermeer: 1 2 3

De ruimtelijk bestaande situatie, de huidige ontwikkelingen en de gewenste toekomstige ontwikkelingen in hun onderlinge samenhang (voor de periode tot 2030) borgt; Het toetsingskader voor het ruimtelijk beleid voor de periode 2010-2020 geeft; De kaders voor het maken van financiële afspraken met overheden en marktpartijen voor bovenplanse verevening biedt.

Haarlemmermeer positioneert zich ook in de toekomst als een attractieve ontmoetings- en vestigingsplaats. Duurzaamheid en oog voor bestaande structuren zijn leidend bij de toekomstige ruimtelijke, economische en sociale ontwikkelingen. De ambities voor Haarlemmermeer in 2030 zijn daarmee: a. sterk gevarieerd en gebruikmakend van de atypische stedelijkheid; b. duurzaam en klimaatbestendig; c. fysiek en sociaal verbonden met elkaar en met de omgeving, en d. blijvend gepositioneerd als attractieve ontmoetingsplaats.

9

Ruimtelijke onderbouwing bouwen van 2 woningen aan de Vijfhuizerweg

Vijfhuizen In de visie wordt aangegeven dat het dorp Vijfhuizen een zogeheten contrastdorp is. In deze dorpen zijn de twee ‘uitersten’ van Haarlemmermeer, de traditionele dorpsheid en een sterke groei van nieuwe stedelijkheid, allebei te vinden. Bij nieuwbouw in dergelijke dorpen blijken volgens de visie een aantal factoren de eenheid binnen de dorpsgemeenschap te bevorderen. Zo is het raadzaam nieuwbouw te doseren en gespreid in de tijd te realiseren. Ook is de mate van sociale gelijkheid tussen het oude en het nieuwe van belang en is het goed als de stedenbouwkundige concepten van de delen niet al te veel contrasteren. Met de voorgenomen plannen worden zowel woningen die passen binnen de context van het lint, alsmede woningen die voor jongeren of starters of de woningmarkt interessant zijn. Binnen de plannen is daarmee oog voor de traditionele dorpsheid en ook oog voor de nieuwe stedelijkheid. Hiernaast is het streven van initiatiefnemers om energieneutrale woningen te bouwen, d.m.v. het gebruik maken van onder meer zonnepanelen en eigen warmtewinning. Dit sluit aan bij de ambities die de gemeente heeft om 2030 duurzaam en klimaatbestendig te zijn. Het plan past binnen de doelstellingen van de structuurvisie.

10

Ruimtelijke onderbouwing bouwen van 2 woningen aan de Vijfhuizerweg

3. Onderzoek en beperkingen Voor het plangebied zijn er diverse onderzoeken gedaan om de haalbaarheid van de plannen te toetsen. Daarnaast geven deze onderzoeken de randvoorwaarden waar de planontwikkeling in het plangebied aan moet voldoen.

3.1 Water 3.1.1 Wet- en regelgeving en beleid Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water richt zich op de bescherming van water in alle wateren en stelt zich ten doel dat alle Europese wateren in 2015 een 'goede toestand' hebben en dat heel Europa duurzaam omgaat met water. Waterwet De Waterwet (2009) regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet helpt Rijk, waterschappen, gemeenten en provincies om wateroverlast, waterschaarste en waterverontreiniging tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Het Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan geldt voor de planperiode 2009-2015 en heeft voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Provinciaal Waterplan Noord-Holland 2010-2015, “Beschermen, Benutten, Beleven en Beheren” In het provinciaal waterplan staan de strategische waterdoelen tot 2040 en de concrete acties tot 2015.

Waterbeheerplan 2010-2015 Hoogheemraadschap van Rijnland (HHvR) In het Waterbeheerplan geeft het HHvR aan wat de ambities voor de komende planperiode zijn en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. De drie hoofddoelen zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water en gezond water. De keur In de keur van het HHvR staan regels ter bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken (zoals stuwen en gemalen). In de keur is bijvoorbeeld geregeld welke handelingen en activiteiten in en nabij watergangen, waterkeringen en waterbergingsgebieden niet zijn toegestaan zonder vergunning. De keur is een middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen. Waterplan Haarlemmermeer Het Waterplan Haarlemmermeer (2008) is het dynamische contract tussen het HHvR en de gemeente Haarlemmermeer. In het waterplan zijn beleidsmatige en operationele afspraken vastgelegd over het watersysteem van Haarlemmermeer. Onder het watersysteem valt het oppervlaktewater (zowel kwalitatief als kwantitatief), het afvalwater en het grondwater. Het doel van

11

Ruimtelijke onderbouwing bouwen van 2 woningen aan de Vijfhuizerweg

het waterplan is om een duurzaam watersysteem te hebben en te houden, rekening houdend met de ruimtelijke ontwikkelingen. Het waterplan bevat een strategisch en een operationeel deel (deels voor het oplossen van 'achterstallig onderhoud') en een uitvoeringsprogramma. Ook heeft de gemeente een Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2009-2013. Waterstructuurvisie Haarlemmermeerpolder In de Waterstructuurvisie Haarlemmermeerpolder (HHvRijnland, 2010) heeft het hoogheemraadschap het waterbeleid (een klimaatbestendig en robuust watersysteem) verder geconcretiseerd. Het watersysteem wordt vormgegeven volgens principes: flexibele peilen, hogere peilen, lijn/vlakvormig ontwerp en optimalisatie van de inrichting. Hierbij worden de belangen van de bestaande en nieuwe gebruiksfuncties zoveel mogelijk ondersteund. De eerste drie principes zijn vooral van toepassing bij gewijzigd gebruik.

3.1.2 Watertoets Peilgebied Het plangebied ligt in de Haarlemmermeerpolder. Het gebied kent een zomerpeil van NAP - 6,0 meter en een winterpeil van NAP -6,3 meter.

Oppervlaktewater Vooraan het plangebied bevindt zich de Vijfhuizertocht (primaire watergang) en achter het plangebied bevindt zich een watergang met de categorie ‘overig, een vrij brede watergang van ruim 4,5 meter. Om deze watergang te onderhouden ‘wordt een 5 meter breed onderhoudspad hier vrij gehouden. Waterkeringen Het plangebied ligt niet in de kern- en beschermingszone van een waterkering. Waterketen Om wateroverlast, kwantitatief en kwalitatief, te voorkomen wordt het regenwater niet direct naar de riolering afgevoerd maar volgens de trits ‘vasthouden-bergen-afvoeren’ behandeld. Het hemelwater (hwa) van de daken van de woningen wordt dan ook zoveel mogelijk afgekoppeld. Bij de bouw en de aanleg wordt gebruikgemaakt van duurzame bouwmaterialen (dus geen zink, koper, lood en PAK’s-houdende materialen) die niet uitlogen, of worden de bouwmaterialen voorzien van een coating om uitloging tegen te gaan. Op deze manier wordt diffuse verontreiniging van water (en bodem) voorkomen. Waterberging Door de ontwikkeling neemt het verhard oppervlakte met circa 200 m2 toe. Dit oppervlakte blijft onder het oppervlakte waarbij het Hoogheemraadschap watercompensatie verplicht stelt. Die watercompensatie ontstaat pas bij een verharding van circa 500 m2 of meer. Hierdoor hoeven er geen aanvullende maatregelen te worden genomen op het gebied van waterberging.

3.1.3 Conclusie water De ontwikkeling zal geen nadelige gevolgen hebben voor de waterhuishouding in het plangebied en in de nabijheid van het plangebied.

12

Ruimtelijke onderbouwing bouwen van 2 woningen aan de Vijfhuizerweg

3.2 Bodem 3.2.1 Wet- en regelgeving en beleid Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming (1996) is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen moeten bij voorkeur op schone grond worden gerealiseerd. Voor ruimtelijke plannen moet ten minste een historisch onderzoek worden verricht (conform NEN 5725). Als uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging, moet een verkennend bodemonderzoek worden verricht (conform NEN 5740).

3.2.2 Bodemonderzoek In augustus 2020 heeft APS-Milieu een verkennend bodemonderzoek en asbest in grond onderzoek uitgevoerd op de planlocatie. Uit het onderzoek blijkt dat de locatie maximaal licht verontreinigd is. Ook is geen asbest in de grond aanwezig en geen asbestverdacht materiaal op of in de grond aangetroffen.

3.2.3 Conclusie bodemonderzoek Er is geen noodzaak tot verder onderzoek. De aangetroffen lichte bodemverontreiniging vormt geen belemmering voor het gewenste woongebruik.

3.3 Flora en fauna 3.3.1 Wet- en regelgeving en beleid Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Soorten Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt bovendien het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te

13

Ruimtelijke onderbouwing bouwen van 2 woningen aan de Vijfhuizerweg

vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. 1. Het beschermingsregime Vogelrichtlijn (Vrl), dat van toepassing is op van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vrl. Met betrekking tot deze vogelsoorten geldt dat het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden is vogels opzettelijk te storen, behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en dwingende redenen van groot openbaar belang zijn geen reden om ontheffing te verlenen. Ontheffing is uitsluitend toegestaan op basis van de ontheffingsgronden die in de Vrl zijn genoemd. Overigens is het, indien geen ontheffing nodig is, volgens de huidige interpretatie van de wet wel verplicht rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Voor sommige vogelsoorten met vaste verblijfplaatsen geldt dat deze vaste verblijfplaatsen en het essentiële leefgebied jaarrond beschermd zijn. 2.

Het beschermingsregime Habitatrichtlijn (Hrl), dat van toepassing is op soorten van bijlage IV bij de Hrl, bijlage I en II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Met betrekking tot deze soorten is het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden dieren opzettelijk te verstoren. Ontheffing wordt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling alleen verleend indien: • de bescherming van wilde flora en fauna of natuurlijke habitats, of • de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. 3. Het beschermingsregime Andere Soorten, dat van toepassing is op soorten van de bijlage behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. Ontheffing is alleen mogelijk indien: • er geen andere bevredigende oplossing is, en • indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden.

De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.

3.3.2 Onderzoek flora en fauna Ten behoeve van de ontwikkeling is door het ecologische bureau Els & Linde onderzoek gedaan naar de effecten van de ontwikkelingen op aanwezige flora- en fauna en op Natura 200o gebieden. Deze ecologische quickscan is als bijlage 2 bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Natura 2000 Uit het ecologisch onderzoek blijkt dat de ontwikkeling van twee woningen geen negatieve gevolgen heeft voor natura 2000 gebieden. Die gebieden liggen namelijk op te grote afstand.

14

Ruimtelijke onderbouwing bouwen van 2 woningen aan de Vijfhuizerweg

Strikt beschermde planten en dieren Op 23 november 2018 door een ecoloog van bureau Els & Linde een bezoek gebracht aan de planlocatie. Tijdens het veldbezoek is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocatie. Bovendien is bronnenonderzoek gedaan. Uit dit onderzoek is gebleken dat binnen de planlocatie geen beschermde soorten aanwezig zijn Binnen het plangebied zijn geen gebouwen en bomen aanwezig. Hierdoor kan de aanwezigheid van vleermuizen en vogels met een jaarrond beschermd nest op voorhand worden uitgesloten. Binnen de planlocatie zijn ook geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Beschermde plantensoorten zijn binnen de planlocatie verder ook niet te verwachten.

3.3.3 Conclusie Op basis van de uitgevoerde quikscan blijkt dat ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op beschermde gebieden of op populaties van beschermde planten of dieren.

3.4 Cultuurhistorie en archeologie 3.4.1 Wet- en regelgeving en beleid Wet op de archeologische monumentenzorg De Wet op de archeologische monumentenzorg (2007) regelt de bescherming van het culturele erfgoed (en vooral het archeologische erfgoed). Onder archeologisch erfgoed wordt verstaan: alle fysieke overblijfselen, zowel in als boven de grond, die bijdragen aan het verkrijgen van inzicht in menselijke samenlevingen uit het verleden. De uitgangspunten van de wet zijn: archeologische waarden worden zoveel mogelijk in de bodem bewaard en alleen opgraven als behoud in de bodem niet mogelijk is, vroeg in de ruimtelijke ordening al rekening houden met archeologie en bodemverstoorders betalen archeologisch onderzoek en mogelijke opgravingen (principe verstoorder betaalt). De kosten voor noodzakelijke archeologische werkzaamheden komen ten laste van de initiatiefnemer tot de bodemverstorende activiteit. Erfgoed op de kaart De beleidsnota Erfgoed op de kaart (2010) maakt duidelijk welk belang de gemeente Haarlemmermeer hecht aan behoud van het cultureel erfgoed en hoe zij het culturele erfgoed wil behouden. In de nota staat hoe de gemeente omgaat met de archeologische zorgplicht (bescherming van het bodemarchief) en cultuurhistorie in ruimtelijke plannen.

3.4.2 Onderzoek cultuurhistorie De locatie heeft geen bijzondere cultuurhistorische of architectonische waarde. Ook maakt deze geen deel uit van een beschermde stads- en dorpsgezicht.

3.4.3 Onderzoek archeologie In het gebied is geen archeologische verwachtingswaarde aanwezig en voor dit aspect wordt dan ook geen vervolgonderzoek overwogen.

3.4.4 Conclusie cultuurhistorie en archeologie

15

Ruimtelijke onderbouwing bouwen van 2 woningen aan de Vijfhuizerweg

Uit archeologisch onderzoek in het plangebied blijkt dat de kans dat archeologische resten worden aangetroffen laag is en geen verder onderzoek noodzakelijk is. Zowel cultuurhistorie en archeologie leveren geen belemmeringen op voor de ontwikkeling.

3.5 Geluid 3.5.1 Wet- en regelgeving en beleid Wegverkeer

De Wet geluidhinder bepaalt dat het bevoegd gezag bij vaststelling van omgevingsvergunning de wettelijke grenswaarden in acht moet nemen. Toetsing aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van de Wet geluidhinder vindt plaats per weg. Uitzondering hierop betreft de toetsing bij rijkswegen. Als meerdere rijkswegen in de directe nabijheid van een plan zijn gelegen dient het gecumuleerde geluidsniveau van deze wegen te worden gehanteerd bij de toetsing aan de Wet geluidhinder (SWUNG1). Het geluidsniveau ten gevolge van het wegverkeer moet op de gevels van nieuwe (of te wijzigen) woningen in de geluidszone van een weg voldoen aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (voorheen: voorkeursgrenswaarde). Deze bedraagt 48 dB. Als dit geluidsniveau wordt overschreden kan de gemeente een hoger geluidsniveau toestaan de zogenaamde ‘Hogere waarde’. De Hogere waarde mag alleen worden verleend als uit akoestisch onderzoek blijkt dat bron-, overdrachts- of gevelmaatregelen om het geluidsniveau terug of onder de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting brengen niet mogelijk is. Aan de ‘Hogere waarde’ is een maximum verbonden. Voor de nieuwbouw van woningen in binnenstedelijke situaties is dit 63 dB en in buitenstedelijke situaties is dit 53 dB. Deze niveaus zijn na aftrek van de correctie conform artikel 110g van de Wet geluidhinder.

Voor de aanleg van een weg geldt een maximale geluidsbelasting van resp. 53 en 58 dB op bestaande woningen in buitenstedelijk respectievelijk stedelijk gebied. Voor de nieuwbouw van agrarische woningen geldt een maximale geluidsbelasting van 58 dB.

3.5.2 Onderzoek geluid Door M+P is geluidsonderzoek gedaan naar de geluidsbelasting van de twee woningen. De woningen liggen daarbij in de geluidszone van De Stelling en de N205. Uit onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder en hogere waarden noodzakelijk zijn. De vast te stellen hogere waarde vanwege De Stelling bedraagt 49 dB voor de schuurwoning en 50 dB voor woning gelegen naast de entree tot het park. De vast te stellen hogere waarde vanwege de N205 bedraagt 50 dB voor woning gelegen naast het park. In het onderzoek is beschouwd of de geluidsbelasting met maatregelen terug gebracht kan worden tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Uit het onderzoek blijkt echter dat maatregelen in de vorm van stil asfalt of geluidschermen niet doelmatig zijn.

3.5.3 Conclusie geluid Uit geluidsonderzoek blijkt dat er geen beletselen zijn bij realisatie van de woningen, mits hogere waarden op grond van de Wgh worden afgegeven.

16

Ruimtelijke onderbouwing bouwen van 2 woningen aan de Vijfhuizerweg

3.6 Luchtkwaliteit 3.6.1 Wet- en regelgeving en beleid In de Wet milieubeheer (Wm) zijn kwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. Titel 5.2 Wm 'Luchtkwaliteitseisen' wordt kortweg aangeduid als de Wet luchtkwaliteit. Het doel van de wet is om mens en milieu bescherming te bieden tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Voor de gezondheid van de mens is een goede luchtkwaliteit van groot belang. Daarom zijn in de Wet milieubeheer grenswaarden opgenomen voor een aantal stoffen die als verontreiniging in de lucht voorkomen. In de praktijk richt de aandacht zich vooral op de stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijnstof. Van deze stoffen komen in Nederland concentraties voor die in de buurt van de grenswaarden liggen. Voor de overige stoffen genoemd in de Wet milieubeheer komen de concentraties niet in de buurt van de grenswaarden. Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) De 'Wet luchtkwaliteit' vormt de Nederlandse uitwerking van de Europese normen voor de luchtkwaliteit. Op grond van de Europese regelgeving moet vanaf 2005 overal in Europa worden voldaan aan de grenswaarde voor fijnstof. Voor stikstofdioxide geldt de grenswaarde vanaf 2010. In ons land is het niet gelukt om overal aan de grenswaarden te voldoen. Daarom heeft Nederland om uitstel verzocht. Op 7 april 2009 heeft de Europese Commissie het gevraagde uitstel gegeven.

De jaargemiddelde norm voor fijn stof moet uiterlijk in juni 2011 gehaald zijn en de daggemiddelde en jaargemiddelde norm voor stikstofdioxide uiterlijk 1 januari 2015. Om deze normen te halen is een maatregelenpakket opgesteld, dat in een samenwerkingsprogramma van de rijksoverheid en de lagere overheden wordt uitgevoerd. Dit pakket wordt het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) genoemd. Het NSL is op 1 augustus 2009 van kracht geworden en vormt de kern van de Wet luchtkwaliteit. Het NSL is een bundeling van alle ruimtelijke ontwikkelingen die de luchtkwaliteit 'in betekenende mate' verslechteren en alle maatregelen die de luchtkwaliteit verbeteren. Het Rijk coördineert het programma. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in besluiten (algemene maatregelen van bestuur) en ministeriële regelingen. Besluit en regeling 'niet in betekenende mate' De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate, ofwel niet in betekenende mate (NIBM), leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Grotere projecten die in betekenende mate bijdrage kunnen worden opgenomen in het NSL, als is aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door de maatregelen van het NSL.

Met projecten die 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de luchtverontreiniging is rekening gehouden in de autonome ontwikkeling van de luchtkwaliteit. Het Besluit en de Regeling 'niet in betekenende mate' bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een project wel of niet als 'in betekenende mate' moet worden beschouwd. NIBM projecten kunnen - juridisch gezien - zonder toetsing aan de grenswaarden voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening moet wel worden bekeken of het realiseren van het plan met betrekking tot de luchtkwaliteit op die locatie gewenst is. Daarbij speelt de mate van blootstelling aan de luchtverontreiniging een rol. Ook de gevoeligheid van bepaalde groepen mensen voor luchtverontreiniging kan

17

Ruimtelijke onderbouwing bouwen van 2 woningen aan de Vijfhuizerweg

daarbij worden afgewogen. Hierbij gaat het niet alleen om de toekomstige gebruikers van de locatie maar ook om de personen in de omgeving daarvan, bijvoorbeeld om de bewoners en/of kinderen in een school/kinderdagverblijf aan de gebiedsontsluitende wegen.

3.6.2 Onderzoek luchtkwaliteit De ontwikkeling betreft in totaal 2 woningen en voldoet daarmee aan de getalsmatige grenzen voor woningen die zijn opgenomen in de Regeling niet in betekende mate bijdragen. Verder onderzoek naar de mogelijke verslechtering van de luchtkwaliteit is vanwege voorgaande niet noodzakelijk. Naast bovenstaande is ook gekeken naar of in de huidige situatie de luchtkwaliteit voldoende is. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool. Onderstaande tabel geeft de hoeveelheid van de verschillende stoffen in de lucht ter plaatse van het meetpunt ter hoogte van het plangebied in 2015 weer.

Uit deze tabel valt af te leiden dat de concentraties stikstofdioxide, fijn stof en zeer fijn stof zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarden zitten. Ook aan de daggemiddelde grenswaarde voor fijnstof van 50 microgram per m3 van kracht, die per jaar 35 keer mag worden overschreden wordt voldaan.

3.6.3 Conclusie luchtkwaliteit Vanuit luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor deze ontwikkeling.

3.7 Externe veiligheid 3.7.1 Wet- en regelgeving en beleid Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt, transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd en ondergrondse buisleidingen. De aan deze activiteiten verbonden risico's moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (REVI). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is het wettelijke kader de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de daarbij behorende besluit. Voor ondergrondse buisleidingen is het wettelijk kader vastgelegd in het Besluit Externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij de beoordeling van de externe veiligheidssituatie zijn twee begrippen van belang, namelijk het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).

18

Ruimtelijke onderbouwing bouwen van 2 woningen aan de Vijfhuizerweg

Het plaatsgebonden risico: het risico op een plaats buiten de inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar, dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, verblijft overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting of bij de transport-as, waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico: De cumulatieve kansen dat per jaar dat een groep van 10, 100 of 1000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg hun aanwezigheid in het invloedsgebied in het invloedsgebied van een inrichting of een transport-as en een ongewoon voorval binnen die inrichting of bij een transport-as, waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het plaatsgebonden risico (PR) richt zich als maat voor het risico vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen vooral op de basisveiligheid voor personen in de omgeving van die activiteiten. Aan het PR is een wettelijke grenswaarde verbonden die niet mag worden overschreden. Het PR wordt "vertaald" als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijv. woningen) mogen liggen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbare aantal slachtoffers, de z.g.

oriënterende waarde (OW). Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd, kan afwijken. Deze verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR, ook als de OW niet wordt overschreden. Op grond van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving dient bij ruimtelijke besluiten beoordeeld te worden of de wettelijk grenswaarde met betrekking tot het plaatsgebonden risico niet wordt overschreden en of de oriënterende waarde van het groepsrisico niet wordt overschreden.

3.7.2 Onderzoek externe veiligheid Voor het bouwplan is onderzoek gedaan naar externe veiligheid. Hiervoor is gebruik gemaakt van de risicokaart.nl. De mogelijke risicobronnen rond het plangebied zijn hierbij in kaart gebracht. Risicovolle inrichtingen In de nabijheid van de planlocatie liggen geen risicovolle inrichtingen. Vervoer gevaarlijke stoffen Nabij het plangebied liggen geen transportroutes voor gevaarlijke stoffen. Vervoer gevaarlijke stoffen door leidingen In nabijheid van het plangebied liggen geen leidingen die vallen onder het Bevb.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=39ec9da9-3ab0-42fe-8d9f-f75f98756934