CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Verklaring voor geen bedenkingen voor het realiseren van een loft schuurwoning met praktijkruimte aan Turfspoor 5 in Lisserbroek (2022.0001886).pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 27 oktober 2022, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Verklaring van geen Bedenkingen voor het realiseren van een loft schuurwoning met praktijkruimte aan Turfspoor 5 in Lisserbroek (2022.0001886)15.970 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

gemeente Haarlemmermeer

raadsvoorstel Onderwerp

Portefeuillehouder Steller Collegevergadering

Verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een loft/schuurwoning met praktijkruimte aan Turfspoor 5 in Lisserbroek drs. Jurgen Nobel Jan Beelen 27 september 2022

Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer

2022.0001886 1. Voorstel Collegebesluit(en)

Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. een verklaring van geen bedenkingen af te geven voor het realiseren van een loft/schuurwoning met praktijkruimte aan Turfspoor 5 in Lisserbroek. 2. Samenvatting

Wij willen een omgevingsvergunning verlenen voor het planologisch strijdig gebruik van de kavel Turfspoor 5 in Lisserbroek voor de realisatie van een loft/ schuurwoning met praktijk­ ruimte. Wij kunnen deze omgevingsvergunning alleen verlenen nadat uw raad heeft verklaard daartegen geen bedenkingen te hebben. Op 28 april 2022 heeft uw raad de ontwerpverklaring van geen bedenkingen afgegeven (2022.0000509). Deze heeft samen met de ontwerpomgevingsvergunning ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen binnengekomen. Daarom stellen wij uw raad voor de definitieve verklaring af te geven. 3. Uitwerking

3.1 Wat willen we bereiken? Wij willen een omgevingsvergunning verlenen voor het planologisch strijdig gebruik van de kavel Turfspoor 5 in Lisserbroek voor de realisatie van een loft/ schuurwoning met praktijkruimte. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen Aanvraag De aanvraag (OLO-6117327) betreft het planologisch strijdig gebruik van de kavel Turfspoor 5 in Lisserbroek. De initiatiefnemer wil op deze locatie een loft/ schuurwoning met praktijkruimte realiseren. Het is de bedoeling om ter plekke te gaan wonen, met maximaal twee kamers die voor Bed and Breakfast gebruikt kunnen worden. Daarnaast is het de bedoeling om een deel van de loft/ schuurwoning te gebruiken als advies-, coachings- en trainingspraktijk. Bestemmingsplantoets In het bestemmingsplan 'Lisserbroek' (NL.IMRO.0394.BPGIbrLisserbroek0-E001) heeft het perceel de bestemming Agrarisch en de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie. Er rust geen bouwvlak op dit perceel. Bovendien laat de bestemming de realisatie van een woon-/ werkgebouw niet toe.

Verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een loft/schuurwoning met praktijkruimte

pagina 2

aan Turfspoor 5 in üsserbroek

Binnen het bestemmingsplan is geen afwijkingsmogelijkheid. Er wordt gebruik gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid die artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) biedt. Wij kunnen de omgevingsvergunning pas verlenen nadat de raad heeft verklaard een verklaring van geen bedenkingen te geven voor dit plan. Het project kan namelijk niet worden geschaard onder één van de categorieën waarvoor geen verklaring vereist is volgens het raadsbesluit van 3 oktober 2019 (2019.0040560). Overweging Onderdeel van de aanvraag is een ruimtelijke onderbouwing, waarin is onderbouwd dat het plan past binnen rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. De ruimtelijke onderbouwing en het ruimtelijk advies zijn als bijlage bij dit raadsvoorstel gevoegd. Het ruimtelijk advies is positief. Stedenbouwkundig gezien past dit plan in de gebiedsvisie voor de ontwikkeling van üsserbroek. Er wordt voldaan aan de parkeernorm van tien parkeerplaatsen. Er is met een quickscan ecologie en een vervolgonderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van de rugstreeppad aangetoond dat er geen belemmeringen vanuit ecologie bestaan. De weg Turfspoor heeft een verkeersintensiteit van 500 voertuigen per etmaal. Er wordt voldaan aan de afstand van de woning tot de weg van minimaal twee meter in verband met luchtkwaliteit.

Met de ruimtelijke onderbouwing is aangetoond, dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Op 28 april 2022 heeft uw raad de ontwerpverklaring van geen bedenkingen afgegeven (2022.0000509). Deze heeft samen met de ontwerpomgevingsvergunning ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Procedure De ontwerpverklaring en de ontwerpomgevingsvergunning hebben vanaf 17 juli 2022 zes weken ter inzage gelegen. Een ieder kan daartegen zienswijzen indienen (artikel 3.11 Besluit ruimtelijke ordening). Als de raad de verklaring afgeeft, zal de omgevingsvergunning verleend worden. De besluiten worden bekend gemaakt in het Gemeenteblad (te vinden op officielebekendmakingen.nl). Er geldt een beroepstermijn van zes weken. 3.3 Wat mag het kosten? Aan de uitvoering van dit voorstel zijn, naast de beschikbare ambtelijke capaciteit, geen kosten verbonden. Wat zijn de financiële risico's? Onze gemeente loopt geen vermeldenswaardige financiële risico's bij de uitvoering van dit voorstel. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk? Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is de raad bevoegd te besluiten over een verklaring van geen bedenkingen. De bevoegdheid om te besluiten over een aanvraag omgevingsvergunning ligt bij ons college. Binnen het college is de portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening het eerste aanspreekpunt.

Verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een loft/schuurwoning met praktijkruimte aan Turfspoor 5 in Lisserbroek

3.5 Wanneer en hoe zal de raad over de voortgang worden geïnformeerd? De raad zal in kennis worden gesteld van een eventuele beroepsprocedure. 4. Ondertekening

pagina 3

Ruimtelijke onderbouwing Project Versie Projectnummer Datum Auteur Controleurs

Turfspoor 5 te Lisserbroek 1.1 20261 6 december 2021 L.Q. van der Geest LLB S. Elfrink MSc & mr. A. van Dam

Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628

COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 – 744 08 38 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Mees Ruimte & Milieu.

Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 2

INHOUDSOPGAVE Bijlagen 1 2

3

4

5

3 Inleiding Projectbeschrijving

4 5

Projectlocatie historie en bestaande situatie Toekomstige situatie Vigerend bestemmingsplan

5 6 6 9

Ruimtelijk beleid

11

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

11 13 17

Omgevingsaspecten

22

Landschappelijke inpassing Motivering behoefte (Ladder voor duurzame verstedelijking) Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Geluid Kabels en leidingen Luchthavenindelingsbesluit Schiphol (LIB) Luchtkwaliteit Natuur Verkeer en parkeren Water (Vormvrije) m.e.r-beoordeling

22 24 24 25 27 28 29 30 32 33 34 37 40 42

Beschrijving uitvoerbaarheid

43

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

43 43

Bijlagen

5 6 7 8

TecMap, onderzoek externe veiligheid (d.d. 20 oktober 2020) Floor van Vliet, ecologisch onderzoek naar soorten (d.d. september 2020) TerraScan, verkennend bodemonderzoek (d.d. oktober 2020) Mees Ruimte & Milieu, stikstofdepositieberekening (d.d. 9 april 2021) TecMap, akoetisch onderzoek wegverkeerslawaai (d.d. 22 november 2021) Floor van Vliet, onderzoek Rugstreeppad (d.d. 19 juni 2021) Mees Ruimte en Milieu, aanmeldnotitie m.e.r. (d.d. 27 mei 2021) Aanpassingen ruimtelijke onderbouwing versie 1.0 - 1.1 (d.d. 6 december 2021)

Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 3

1

INLEIDING In opdracht van WeVe Advies & Management (familie Verkerk) heeft Mees Ruimte & Milieu een ruimtelijke onderbouwing opgesteld voor de gewenste ontwikkeling van een loft/schuurwoning waar tevens gewerkt wordt ter plaatse van het perceel aan het Turfspoor 5 te Lisserbroek. Omdat de ontwikkeling niet mogelijk is op basis van het vigerende bestemmingsplan, dient een planologische procedure te worden doorlopen. De planologische procedure wordt doorlopen aan de hand van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘planologisch strijdig gebruik’. Onderdeel van deze omgevingsvergunning is de motivatie om af te wijken van het vigerende bestemmingsplan, de zogenoemde Goede Ruimtelijke Onderbouwing (GRO). Voorliggende rapportage betreft de GRO, waarin het project aan de hand van zowel ruimtelijke als milieutechnische aspecten wordt gemotiveerd.

Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 4

2

PROJECTBESCHRIJVING PROJECTLOCATIE De projectlocatie is gelegen aan het Turfspoor 5 te Lisserbroek. De locatie bevindt zich ten oosten van de Ringvaart en de dorpskern van Lisserbroek. Ten noorden, oosten en zuiden bevinden zich voornamelijk agrarische gronden. Kadastraal gezien staat het perceel bekend als AG1343 van de kadastrale gemeente Haarlemmermeer. Het perceel heeft een oppervlakte van circa 1.300 m². Figuur 1. Luchtfoto projectlocatie globaal (bron: maps.google.nl).

Figuur 2. Luchtfoto projectlocatie globaal (bron: maps.google.nl).

Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 5

HISTORIE EN BESTAANDE SITUATIE Het Turfspoor refereert aan het turfspoorlijntje dat liep om de turf vanaf het land door de Lisserbroekpolder naar de Lisserdijk te vervoeren. Aan de Lisserdijk stonden turfschuren waar de turf werd opgeslagen om vervolgens via de Ringvaart verder verscheept te worden naar Den Haag en Delft. Na de droogmaking werd de Haarlemmermeer zo regelmatig en recht mogelijk verkaveld. Ook de sloten werden zo recht mogelijk afgegraven. Zo werd het land in langwerpige en even grote rechthoeken verdeeld, op twee oude historische wegen na, waarvan het Turfspoor er één is. Turfspoor volgt de oude grens tussen de Lisserbroekpolder en het Haarlemmermeer. De landtong die het oostelijk deel van de polder vormde werd halverwege de negentiende eeuw weliswaar deel van de Haarlemmermeer, maar de afwijkende verkaveling en bodem zijn tot op heden goed waarneembaar. Aan de zijde van het oude land is een veel kleinschaliger landschap aanwezig. De omgeving van Turfspoor 5 bestaat uit percelen met woningen en siertuinen, boomgaardjes, bloembollenteelt en bloemen-/plantenteelt in kassen. Het perceel van circa 1.300 m² aan het Turfspoor 5 is momenteel braakliggend. In het verleden is een kwekerij gevestigd geweest op het perceel. Langs het Turfspoor loopt een vrij smalle sloot. Het perceel was recentelijk in gebruik als paardenweitje, maar ligt nu braak. Figuur 3.

Huidige situatie (bron: maps.google.nl).

TOEKOMSTIGE SITUATIE Het doel is om ter plaatse van de locatie een woning te realiseren. De beoogde woning wordt gerealiseerd als loft/schuurwoning en heeft een oppervlakte van circa 9 bij 20 m. Omdat de wens bestaat om te werken vanuit huis, zal in de woning tevens ruimte zijn om te werken. Het betreft dus een loft- of schuurwoning voor wonen én werken. De werkruimte wordt ingericht als zelfstandig adviespraktijk, voor het coaching en het trainen van groepen mensen en het voeren van overleggen. De maximale groepsgrootte is circa 8 personen. Daarnaast zijn twee kamers ingericht ten behoeve van een Bed and Breakfast (B&B).

Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 6

Toelichting maatschappelijke visie De overlegruimte zal naast advieswerk, tevens worden gebruikt voor trainingen op het gebied van het christelijke geloof (bijvoorbeeld als avondonderwijs). De visie voor Lisserbroek is om niet vanuit één bepaalde richting of denominatie een christelijke geloofsgemeenschap te vormen, maar los van specifieke achtergrond christenen en niet christenen te verbinden en samen te werken aan het goede voor het dorp en de mensen die er wonen. Daarbij heeft de familie Verkerk alle mensen op het oog: arm en rijk, laag- en hoogopgeleid, jong en oud, werkloos of werkend, los van culturele achtergrond, taal of ras, wel of niet anders geaard. Niet denkend vanuit macht of status, maar dienstbaar, opbouwend, elkaar bemoedigend, met oog voor de nood die er is bij mensen in de samenleving (eenzaamheid, ziekte, pijn, werkeloosheid). Vertrekpunt is Gods liefde voor mensen en de liefde voor mensen om ons heen. Vanuit deze visie wordt gezocht naar mensen die willen samenwerken en bouwen aan een gemeenschap van huiskringen waar mensen het leven vieren, hun geloof delen, met elkaar eten en het goede voor het dorp en haar inwoners zoeken en praktisch maken. Deze manier is kleinschalig en niet afhankelijk van financiële middelen of grote gebouwen. Er is geen dorp of stad in Nederland met ca. 10.000 tot 12.000 inwoners waar maar één gemeenschap van christenen is.

De familie Verkerk hoopt dit in Lisserbroek met anderen die achter de visie staan vorm te gaan geven. De woning aan het Turfspoor wordt de plek van waaruit de opbouw en start gaat plaatsvinden. De familie Verkerk gaat dus zelf wonen en werken in de woning. Bed and Breakfast De B&B kamers hebben een eigen badkamer en maken gebruik van een gezamenlijke keuken. De kamers hebben een oppervlak van ca. 16-20 m² inclusief badkamer. Duurzaamheid Het plan omvat naast de (duurzame) maatschappelijke visie, ook andere duurzaamheidsaspecten. De woning wordt volledig energieneutraal zonder gasaansluiting gerealiseerd. Energie wordt opgewerkt door ca. 32-40 zonnepanelen en verwarming vindt plaats door een luchtwarmtepomp. Op dit moment wordt nog onderzocht of een vorm van energieopslag kan worden gerealiseerd. Er wordt gebruik gemaakt van duurzame en natuurlijke materialen, zoals hout. Vrijkomende verhardingsmaterialen worden zo veel mogelijk hergebruikt. Het hemelwater wordt daarnaast geïnfiltreerd door toepassing van infiltratiebuizen. Om overbodig hekwerk te voorkomen worden bovendien hagen geplaatst. De sloot langs het Turfspoor zal worden onderhouden als natuurlijke oever. De parkeerplaatsen worden gerealiseerd op onverharde gronden en uit het zicht. Bij de woning worden twee laadpalen geplaatst voor het opladen van elektrische voertuigen.

Voor de gasten van de B&B kamers worden fietsen beschikbaar gesteld zodat de gasten per fiets een rondje door de Bollenstreek kunnen fietsen of bijvoorbeeld het Keukenhof kunnen bezoeken.

Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 7

Figuur 4. Schets toekomstige situatie (bron: ENZO architectuur & interieur, schetsontwerp, d.d. 2 december 2021).

Figuur 5. Schets toekomstige situatie (bron: ENZO architectuur & interieur, schetsontwerp, d.d. februari 2021).

Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 8

VIGEREND BESTEMMINGSPLAN Ter plaatse van het projectgebied is het bestemmingsplan ‘’Lisserbroek’’ vigerend. Dit plan is op 24 juli 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van Haarlemmermeer. De projectlocatie heeft de bestemming ‘Agrarisch’, met de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’. Er geldt geen bouwvlak. Figuur 6 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan. Vervolgens worden de relevante bepalingen uit de regels weergegeven, voor zover relevant voor de ontwikkeling en daarmee niet limitatief. Figuur 6. Uitsnede bestemmingsplankaart (www.ruimtelijkeplannen.nl geraadpleegd op 18 februari 2021).

Artikel 3: Agrarisch 3.1. Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische bedrijfsactiviteiten met een, in hoofdzaak, grondgebonden bedrijfsvoering, met uitzondering van glastuinbouw, intensieve veehouderij en stoeterij; b. een agrarische bedrijfswoning; met (de) daarbij behorende: c. verhardingen; d. paden; e. groen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met dien verstande dat: g. een atelier, museum en het houden van cursussen en workshops voor particulieren en bedrijven is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘cultuur en ontspanning’; h. glastuinbouwbedrijf is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘glastuinbouw’; i. hoveniersbedrijf is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘hovenier’; j. een houtbewerkingsbedrijf is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – houtbewerkingsbedrijf’; k. een vulpunt voor een bovengrondse propaantank van 3 m² of groter uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'vulpunt - propaan'. Artikel 20: Waarde – Cultuurhistorie 20.1 Bestemmingsomschrijving

Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 9

De voor ‘Waarde - Cultuurhistorie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en herstel van de ter plaatse voorkomende cultuurhistorische waarden, welke met name bestaan uit een verkaveling in smalle, wisselende percelen met bijbehorende kleine waterlopen.

Toets aan bestemmingsplan De ontwikkeling van de loft- of schuurwoning voor wonen en werken is op een aantal onderdelen in strijd met het vigerende bestemmingsplan. De strijdigheden zijn gelegen in: • De bestemming. Wonen is niet toegestaan binnen de agrarische bestemming; • De bebouwingsmogelijkheden. Ter plaatse van de locatie is geen bouwvlak opgenomen. Er gelden geen bebouwingsmogelijkheden. Om de genoemde strijdigheden weg te nemen en het project planologisch mogelijk te maken, wordt een procedure doorlopen aan de hand van een omgevingsvergunning ‘planologisch strijdig gebruik’. Bij het doorlopen van de planologische procedure dient tevens rekening te worden gehouden met het bepaalde ten aanzien van cultuurhistorie. Voor dit onderdeel wordt verwezen naar paragraaf 4.6 van voorliggende rapportage.

Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 10

3

RUIMTELIJK BELEID RIJKSBELEID Nationale Omgevingsvisie Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale omgevingsvisie nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. Figuur 7. Afwegen met de NOVI. Bron: Nationale Omgevingsvisie.

De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 11

Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen 3.1.1.1 Relatie tot ontwikkeling Op het projectgebied zijn geen nationale belangen van toepassing. Hiermee is de Nationale Omgevingsvisie niet relevant voor het projectgebied aan het Turfspoor 5 te Lisserbroek.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp (één onderwerp per titel) aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. 3.1.2.1 Relatie tot ontwikkeling Het Barro legt geen restricties op voor de locatie waar de ontwikkeling wordt voorzien. Op basis van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) bevindt het plangebied zich binnen twee radarverstoringsgebieden, namelijk: radarverstoringsgebied maximale hoogte 90 meter t.o.v. NAP en radarverstoringsgebied bouwwerken behorende bij radarstation Schiphol. Een bouwhoogte van max. 9 meter vormt geen verstoring voor deze radars.

Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Onderwerpen zoals Ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp, aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 4, waarin de ruimtelijke en milieutechnische aspecten worden behandeld. 3.1.3.1 Relatie tot ontwikkeling De relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 4, waarin de ruimtelijke en milieutechnische aspecten worden behandeld.

Luchthavenindelingsbesluit Schiphol (LIB) De ruimtelijke consequenties van het rijksbeleid voor Schiphol zijn geformuleerd in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB). In dit besluit is een beperkingengebied opgenomen waarbinnen beperkingen worden gesteld ten aanzien van het gebruik en de bestemming van de grond voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op veiligheid en geluidsbelasting. In hoofdstuk 4 wordt verder ingegaan op de gevolgen van de aanwezigheid van Schiphol en de beperkingen van het LIB voor deze ontwikkeling.

Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 12

De gemeente zorgt ervoor dat nieuwe inwoners in een zo vroegtijdig mogelijk stadium deugdelijk en objectief geïnformeerd worden over geluidsbelasting en mogelijke hinder door vliegtuiggeluid (of -uitstoot en kerosinegeur) door de aanwezigheid van de luchthaven Schiphol. De locatie ligt wel binnen het aangegeven beperkingsgebied op de maatgevende kaart toetshoogtes, vanwege radar. Gezien de hoogte van de beoogde woning, max. 9 meter, vormt dit geen risico voor de planvorming. De beperking betreffende vogel aantrekkende werking speelt niet. Wel is de beperking voor windturbines en lasers van kracht maar gezien het planvoornemen vormt dit geen probleem. Het Luchthavenindelingbesluit Schiphol vormt geen beperking voor het planvoornemen.

PROVINCIAAL BELEID Omgevingsvisie NH2050 De Omgevingsvisie NH2050 is vastgesteld door de Provinciale Staten van Noord-Holland op 19 november 2018. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. De Omgevingsvisie richt zich op lange termijn ambities en –doelen, met oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig wil koesteren en die proberen in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. De visie spreekt zich dus uit over het ‘waarom’ en ten dele over het ‘wat’. Onder de hoofdambitie, ‘balans tussen economische groei en leefbaarheid’, zijn samenhangende ambities geformuleerd. De ambities zijn uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. In die bewegingen worden meerdere ontwikkelprincipes gehanteerd. Alle ontwikkelprincipes hangen met elkaar samen. De omgevingsvisie laat in algemene zin zien wat de ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema's gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving.

Daarnaast schetst de provincie vijf samenhangende bewegingen, die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. Deze bewegingen zijn niet overkoepelend en zijn locatie- of onderwerp specifiek. Het gaat om de onderwerpen: Dynamisch Schiereiland, Metropool in ontwikkeling, Sterke kernen, sterke regio’s, Nieuwe energie en Natuurlijk en Vitaal landelijke omgeving. 3.2.1.1 Relatie tot ontwikkeling In de eerste fase van de omgevingsvisie, zijn verkenningen uitgevoerd. Deze verkenningen maken nu onderdeel uit van de omgevingsvisie. In de Verkenningen NH2050 zijn acht hoofdthema's van trends en ontwikkelingen, met hun kernopgaven, geformuleerd. Een van deze acht hoofdthema's is verstedelijking. Hierin wordt aangegeven dat de woningbehoefte voor Noord-Holland Noord en Noord-Holland Zuid in de toekomst nog steeds toeneemt. De prognoses laten ook in lage scenario's nog groei zien in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Ook in Noord-Holland Noord is er een groei vergelijkbaar met het Nederlands gemiddelde, waarbij een deel van Noord-Holland Noord langzamerhand meer in beeld komt bij woningzoekenden in het zuidelijk deel van de provincie. Tegelijkertijd is er steeds meer structureel leegstaand vastgoed en kunnen er leefbaarheidsproblemen in verouderde nieuwbouwwijken ontstaan.

De woningbehoefte op de korte termijn is groot, op de lange termijn neemt deze volgens de huidige inzichten af. De ambitie ten aanzien van woningbouw is dat vraag en aanbod van woon- en werklocatie, zowel kwantitatief als kwalitatief, beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. 3.2.1.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling, namelijk de realisatie van één woning waar tevens gewerkt wordt, is in lijn met de voornoemde ambitie van de provincie en draagt (minimaal) bij aan de woningbouwbehoefte.

Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 13

Omgevingsverordening Noord-Holland De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. We zoeken naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Op donderdag 22 oktober 2020 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020 en vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. 3.2.2.1 Relatie tot ontwikkeling Voor de voorgenomen ontwikkeling zijn de volgende artikelen uit de Omgevingsverordening van belang: Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen 1. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid.

Artikel 6.4 Kleinschalige ontwikkelingen Ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied kan een ruimtelijk plan uitsluitend voorzien in een kleinschalige ontwikkeling, niet zijnde een kleinschalige woningbouwontwikkeling indien: a. op de ontwikkeling plaatsvindt op een locatie waar een stedelijke functie is toegestaan; b. het toegestane bebouwd oppervlak niet wordt vergroot; en c. het aantal burgerwoningen niet toeneemt. Artikel 6.9 MRA landelijk gebied 1. Een ruimtelijk plan kan ter plaatse van het werkingsgebied MRA landelijk gebied niet voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling. (…) Artikel 6.59 Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied 1. Gedeputeerde Staten stellen de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie vast, die de provinciale belangen beschrijft ten aanzien van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 2. Bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied, wordt in het ruimtelijk plan, gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a. rekening gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren; b. bij de inpassing betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; en c.

bij de inpassing betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. 3. In aanvulling op het tweede lid, wordt bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in de Amstelscheg rekening gehouden met de karakteristieken en de ontwerpprincipes inzake de samenhang, de ruimtelijke kwaliteit en de identiteit van het landschap, zoals beschreven in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde rapport ‘Gebiedsperspectief en Beeldkwaliteit Amstelscheg’ (nr. 2011-66880). 4. De toelichting van een ruimtelijk plan bevat een motivering waaruit moet blijken dat voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid. 5. Gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van het betrokken waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente kunnen de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling om advies vragen, ook in een vroeg stadium, inzake de locatieafweging of de ruimtelijke inpassing.

De projectlocatie is gelegen in het landelijk gebied, en het MRA landelijk gebied. De voorgenomen ontwikkeling betreft de ontwikkeling van een woon-werk gebouw aan het Turfspoor. Het Turfspoor is in 2018 door de gemeenteraad reeds aangewezen als locatie voor het realiseren van nieuwe woningen. In het

Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 14

Raadsvoorstel 2018.0031947 van 5 juni 2018 staat het volgende beschreven: De druk op de woningmarkt is in onze regio hoog. Zoals verwoord in de nota over versnelling woningbouw willen we zorgen voor nieuwe harde plancapaciteit, ofwel bestemmingsplannen op basis waarvan woningen gebouwd kunnen worden. In het Uitvoeringsplan Haarlemmermeer-West was al prioriteit gegeven aan de uitwerking van de wijk Binnen Turfspoor (ten westen van Turfspoor). In de nota over de versnelling van de woningbouw hebben wij daarnaast ook prioriteit gegeven aan de uitwerking van Lisserbroek Noord (ten westen van de Uweg). Zowel ten westen van de Uweg als ten westen van Turfspoor zijn gronden aangewezen voor de ontwikkeling van woningbouw. Het gaat om de gebieden Lisserbroek Noord en Lisserbroek Binnen Turfspoor. Uiteindelijk zullen marktpartijen concrete woningbouwplannen voor deze gebieden uitwerken. Voor de uitwerking van deze plannen zijn kaders nodig. Gelet op de ambities uit het Uitvoeringsplan Haarlemmermeer-West vraagt de ontwikkeling van het toekomstige Lisserbroek om een visie op bereikbaarheid en voorzieningen, vooral in relatie tot de gemeente Lisse. De Gebiedskaart geeft daarom onze visie weer op de toekomstige infrastructuur en de ontwikkeling van voorzieningen. Figuur 8. Gebiedskaart Lisserbroek 2040, plangebied geel omcirkeld (Bron: Raadsvoorstel gebiedskaart).

De gemeente Haarlemmermeer heeft afstemming gehad met de provincie. Hiervan is verslag gelegd in documentnummer 21042708 d.d. 14 oktober 2021. Daaruit blijkt dat het provinciale beleid (MRA landelijk gebied) geen obstakel vormt voor onderhavige ontwikkeling, mits wordt voldaan aan de voorwaarde om maximaal 2 B&B kamers te realiseren. Derhalve maakt de beoogde ontwikkeling niet meer dan 2 B&B kamers mogelijk. Ook is de ontwikkeling passend binnen de gebiedsvisie Lisserbroek 2040. De realisatie van één loft/schuurwoning zorgt ervoor dat het gebied haar landelijke uitstraling blijft behouden, maar wel bijdraagt aan de realisatie van de woningbouwopgave. Het gebied aan het Turfspoor zal in de toekomst kunnen worden gezien als overgangsgebied tussen dorp (Lisserbroek) en polder. De loft/schuurwoning past in dit beeld, zonder dat de verkavelingsstructuur wordt gewijzigd. Omdat de ontwikkeling deel uitmaakt van een grotere herontwikkeling, namelijk het gebied Binnenturfspoor, is geen

Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 15

sprake van een kleinschalige woningbouwontwikkeling. Artikel 6.4 en art. 6.9 zijn daarom niet van toepassing. Op grond van artikel 6.3 kan uitsluitend worden voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Omdat het Binnenturfspoor zowel is aangewezen in de Structuurvisie Haarlemmermeer, als de Woonvisie en de Gebiedskaart Lisserbroek 2040, kan dit worden bevestigd. De provincie is van de Gebiedskaart op de hoogte en ook actief partner in de gebiedsontwikkeling. Onder andere door hun betrokkenheid bij het doortrekken van de HOV-lijn Noordwijk Schiphol. De ontwikkeling is daarom in lijn met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Wel dient art. 6.59 in acht genomen te worden vanwege de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. Op grond van lid 4 van dat artikel bevat de toelichting van een ruimtelijk plan een motivering waaruit moet blijken dat voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid. Deze motivering is opgenomen in paragraaf 4.1; landschappelijke inpassing. 3.2.2.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de Omgevingsverordening van Noord-Holland.

Leidraad Landschap en Cultuurhistorie De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. De Leidraad geeft gebiedsgerichte én ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. De provincie beoogt met deze Leidraad om samen met bijvoorbeeld gemeenten, ontwikkelaars en initiatiefnemers te werken aan het behouden en versterken van de kwaliteit van het landschap en de cultuurhistorie. Per 'ensemble' worden de structuren, context, ontstaansgeschiedenis, kernwaarden, dynamiek en ambities besproken. 3.2.3.1 Relatie tot ontwikkeling De Haarlemmermeerpolder is een grote droogmakerij met een rechtlijnige verkavelingsstructuur ten zuidwesten van Amsterdam. De polder is onderdeel van het woon- en werklandschap van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en biedt plaats aan de luchthaven Schiphol met al haar bijkomende dynamiek. Snelwegen (A4/A44/A5/A9), spoorwegen en start- en landingsbanen vormen een relatief nieuwe laag in de polder, die steeds meer het beeld van de polder bepaalt. De Ringvaart vormt de begrenzing van de droogmakerij en is onderdeel van de boezem.

De Stelling van Amsterdam met de Geniedijk loopt schuin door de polder. De belangrijkste aandachtspunten van dit ensemble zijn de kwaliteit van de leefomgeving en de relatie tussen de landschappelijke en cultuurhistorisch waardevolle structuren en de nieuwe ontwikkelingen in de polder. De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen: • bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek • bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers.

Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 16

Figuur 9. Overzichtskaart Haarlemmermeer, locatie met rood weergeven (bron: Leidraad Landschap en Cultuurhistorie)

Ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: • Houd bij de inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen rekening met de bestaande kenmerken van de polder: vaarten, tochten, linten en dwarswegen en het onderliggend verkavelingspatroon. Aanvullingen op deze structuur moeten kwaliteit toevoegen. • Houd de overgang tussen bovenlanden en poldergrid herkenbaar en beleefbaar (denk aan de verschillen in verkaveling, hoogteverschillen, gestuwde waterhuishouding en grondgebruik). • Neem de veenweideverkaveling als uitgangspunt bij ontwikkeling op de bovenlanden. • Situeer eventuele ruimtelijke ontwikkelingen aan de polderlinten en houd de dwarswegen juist vrij van bebouwing. De polderlinten worden gekenmerkt door boerenerven, eenzijdige laanbeplanting en sloten langs de weg. Een dwarsweg wordt gekenmerkt door een naastgelegen tocht, laanbeplanting tussen de tocht en de weg en heeft (op een paar uitzonderingen na) nauwelijks bebouwing. 3.2.3.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling behelst de realisatie van een loft- of schuurwoning voor wonen en werken op een perceel dat momenteel in gebruik was als paardenweide. De ontwikkeling brengt geen verandering aan de bestaande kenmerken van de polderstructuur, zoals vaarten, linten en dwarswegen. De huidige verkaveling blijft dan ook in stand. Het Turfspoor kan gezien worden als een polderlint en niet als een dwarsweg.

Aan het Turfspoor zijn namelijk diverse boerenerven (ingericht als bedrijfsperceel) gesitueerd. Langs het Turfspoor loopt een vrij smalle sloot. De ontwikkeling is daarmee in lijn met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie.

GEMEENTELIJK BELEID Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 In de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 (vastgesteld in oktober 2012) worden de toekomstige ontwikkelingen van de gemeente beschreven. De Structuurvisie gaat over belangrijke structurerende zaken met ontwerpprincipes voor duurzaamheid, een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem, energie, netwerk- en ketenmobiliteit, de synergie met Schiphol,

Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 17

ruimte voor attracties, en de cultuurhistorie en diversiteit als drager van de ontwikkelingen. In de toekomst wil Haarlemmermeer de bestaande diversiteit aan woon- en werkmilieus – haar zogeheten atypische stedelijkheid - versterken. Haarlemmermeer wil een gemeente zijn die verbonden is en verbindt, een samenleving met samenhang. Dat betekent ook dat er samenhang moet zijn tussen alle ontwikkelingen die plaats vinden, zowel de ruimtelijke als de sociale ontwikkelingen. Haarlemmermeer positioneert zich ook in de toekomst als een attractieve ontmoetings- en vestigingsplaats. Duurzaamheid en oog voor bestaande structuren zijn leidend bij de toekomstige ruimtelijke, economische en sociale ontwikkelingen. De ambities voor Haarlemmermeer in 2030 zijn als volgt benoemd: • sterk gevarieerd en de atypische stedelijkheid benuttend; • duurzaam en klimaatbestendig; • fysiek en sociaal verbonden met elkaar en met de omgeving; • blijvend gepositioneerd als aantrekkelijke ontmoetingsplaats. De structuurvisie beschrijft daarnaast de grondslagen en ontwerpprincipes die als uitgangspunt worden gehanteerd bij de verdere ontwikkeling van Haarlemmermeer. Deze zijn samengevat in zes kernpunten: 1. Een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem. 2. Energie als speerpunt. 3. Netwerk (keten)mobiliteit: de knopen benut. 4. Synergie met Schiphol. 5. Ontmoeten en verbinden: ruimte voor attracties. 6.

Cultuurhistorie en diversiteit als drager. Figuur 10. Overzichtskaart Structuurvisie, locatie met rood weergeven (bron: Structuurvisie Haarlemmermeer 2030).

In het westen van de polder moeten in hoge ruimtelijke kwaliteit groen, water en woningen gecombineerd worden. Het is hierbij van belang om de voor de polder zo kenmerkende atypische stedelijkheid te bewaken en vast te houden aan de bestaande kernenstructuur. In het geval van zogenaamde dubbeldorpen moet ook de relatie met de dorpen aan de overkant worden meegenomen en versterkt. Het zoekgebied voor wonen, water en groen strekt zich uit over de bedrijfsbebouwing van Cruquius. Voor de zware bedrijfsbebouwing bij Cruquius gaat de gemeente Haarlemmermeer vooralsnog uit van een bedrijfsbestemming. Op langere termijn is de gemeente voorstander voor een omzetting van dit gebied naar een woonfunctie. Dit gebied kan een schakelfunctie bekleden in zowel de lokale als de regionale bereikbaarheid, door verknoping van het infrastructuurnetwerk van het zuidwestelijke deel van de Metropoolregio Amsterdam met dat van de

Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 18

Bollenstreek. Figuur 11. Integrale gebiedsopgave met woningbouw (bron: Structuurvisie Haarlemmermeer 2030)

3.3.1.1 Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie is gelegen in een zoekgebied voor een mix van woningbouw, water en groen. Het is hierbij van belang om de voor de polder zo kenmerkende atypische stedelijkheid te bewaken en vast te houden aan de bestaande verkavelingsstructuur. Tegelijkertijd is de locatie wel aangewezen als gebied voor woningbouw. De realisatie van één loft/schuurwoning zorgt ervoor dat het gebied haar landelijke uitstraling blijft behouden, maar wel bijdraagt aan de realisatie van de woningbouwopgave. Het gebied aan het Turfspoor zal in de toekomst kunnen worden gezien als overgangsgebied tussen dorp (Lisserbroek) en polder. De loft/schuurwoning past in dit beeld, zonder dat de verkavelingsstructuur wordt gewijzigd. 3.3.1.2 Conclusie Het voorgenomen project is in lijn met de Structuurvisie van Haarlemmermeer.

Woonbeleidsprogramma 2019-2025 Haarlemmermeer De ambities voor het woonbeleid van de gemeente Haarlemmermeer van de komende vijf jaar komen voort uit de regionale bouwtaak, lokale omstandigheden en vraag-aanbodverhoudingen op de woningmarkt. Na de kredietcrisis van 2007-2012 leek er aanvankelijk geen grote nieuwe bouwproductie nodig. Inmiddels is de economische situatie verbeterd. Er is nu sprake van schaarste in alle prijs- en eigendomssegmenten. In juli 2019 heeft de Metropoolregio Amsterdam (MRA) de ‘Woondeal’ met het Rijk ondertekend. Hierin is afgesproken dat de regio aan de lat staat om voor het jaar 2040 230.000 nieuwe woningen in alle prijssegmenten bij te bouwen. Op basis van de plancapaciteit kunnen in Haarlemmermeer tussen tot 2040 circa 20.000 woningen worden toegevoegd aan de voorraad. Om dit te bereiken is een versnellingsoperatie gestart. Naast de realisatie van 20.000 woningen binnen twintig jaar, streeft de gemeente Haarlemmermeer in haar visie naar: • grote en diverse bouwstroom realiseren; • diversiteit in woonmilieus; Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 19

• • • •

diversiteit in prijs- en eigendomssegmenten; vitale en kwalitatief goede woningvoorraad in wijken en kernen; beschikbaarheid van betaalbare woningen; goede huisvesting van aandachtsgroepen.

3.3.2.1 Relatie tot het project Conform het Woonbeleidsprogramma is Lisserbroek aangewezen als een contrastdorp. Een contrastdorp betreft een oud-dorp met ruimtelijk gescheiden aangroei van nieuwbouw. Het bestaat uit twee sterk van elkaar verschillende componenten: enerzijds oude dorpsgedeelten, ontstaan langs doorgaande polderwegen en langs de Ringdijk, anderzijds moderne wijken met meer compacte bebouwing. Daarnaast is het Turfspoor ook aangewezen als een locatie waar in de periodes 2023-2026, 2029-2032 en 2030-2033 sprake zal zijn van drie grote gebiedsontwikkelingen met respectievelijk 380, 375 en 380 woningen. Echter is er een indicatief aantal van 1.200 woningen opgenomen voor het Turfspoor. In deze omgeving is dus woningbouw beoogd. Het toevoegen van één woning binnen het plangebied sluit aan bij de woningbouwopgave voor het Turfspoor, maar ook bij de woningbouwopgave voor de gemeente Haarlemmermeer: 20.000 nieuwe woningen tot 2040. In het Woonbeleidsprogramma is het Turfspoor niet aangemerkt als landelijk gebied, maar juist als centrum dorps. 3.3.2.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met het Woonbeleidsprogramma 2019-2025 Haarlemmermeer.

Gebiedskaart Lisserboek 2040 Om vormt te geven aan de woningbouwlokatie Lisserbroek is gebruik gemaakt van een driehoeksoverleg. Aan dit overleg namen drie partijen deel: marktpartijen, dorpsvertegenwoordigers uit Lisserbroek en de gemeente Haarlemmermeer. Dit samenwerkingsverband was gebaseerd op cocreatie: met ongelijke rollen hebben de drie partijen op gelijkwaardige basis samen gewerkt aan de totstandkoming van de producten. Zo is eerst een plan van aanpak opgesteld met daarin de werkwijze, producten en verantwoordelijkheden van elke partij. En vervolgens het ‘Ambitiedocument Lisserbroek’. In juni 2016 heeft de gemeenteraad dit document vastgesteld als eerste deel van het globale kader voor de ontwikkeling van Lisserbroek. Het tweede deel, eveneens in co-creatie opgesteld, betreft de ‘Gebiedskaart Lisserbroek 2040’ met de gezamenlijk geformuleerde ambities voor de ontwikkeling van Lisserbroek als ‘Parel aan de Ringvaart‘. De woningbouwbehoefte in de regio is onverminderd groot. In de Structuurvisie Haarlemmermeer 2040 zijn woningbouwlocaties aangegeven waaronder bij Lisserbroek. Dit dorp aan de Ringvaart zal in de komende jaren uitgebreid worden met twee woonwijken: de wijk Binnen Turfspoor, gelegen tussen de Lisserdijk en het Turfspoor, en de wijk Noord, gelegen ten noorden van de Lisserweg tussen de Ringvaart en de IJweg.

Deze woningbouwlocaties maken onderdeel uit van het Uitvoeringsplan Haarlemmermeer West ‘Parels aan de Ringvaart’, net zoals Beinsdorp, Zwaanshoek en Cruquius. De inzet is het creëren van dubbeldorpen met de gemeenten aan de overzijde van de Ringvaart. Voor Lisserbroek betekent dit dat de sociale en fysieke relatie met Lisse, met name op het gebied van voorzieningen, verder ontwikkeld wordt maar met behoud van het eigen karakter van Lisserbroek. In Binnenturfspoor is het van belang dat de oriëntatie van de agrarische kavels, de fijnmazigheid en de aanwezigheid van het water en de aanwezigheid van water als landschappelijk element niet verloren gaat. Datzelfde geldt voor de korrelige bebouwingsstructuur en de daarbij behorende doorzichten van Turfspoor, Gansoord en de ringdijk. 3.3.3.1 Relatie tot het project Het gebied Binnenturfspoor wordt de komende jaren ontwikkeld tot een woongebied. De projectlocatie bevindt zich in het overgangsgebied tussen het nieuwe woongebied en de oostzijde van het Turfspoor, welke

Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 20

in gebruik blijft als agrarische gronden. Het lint maakt volgens de gebiedskaart onderdeel uit van het bestaande bebouwingslint. Van belang is dat de oriëntatie van de kavel en de aanwezigheid van water als landschappelijk element niet verloren gaat. Dit is het geval; de beoogde bebouwing sluit mooi aan bij de stedenbouwkundige structuur en het karakter van Turfspoor. Dit blijkt ook uit de motivering van de landschappelijke inpassing, welke plaatsvindt in paragraaf 4.1 van voorliggende ruimtelijke onderbouwing. 3.3.3.2 Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de Gebiedskaart Lisserbroek 2040.

Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 21

4

OMGEVINGSASPECTEN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING Historie Turfspoor Het gebied waartoe nu Lisserbroek en omgeving gerekend wordt, stond in vroegere tijden bekend als Abdissenbroec. Dit was een ambacht, behorende aan het vrouwenklooster van Rijnsburg. In het midden van de vorige eeuw behoorde een groot deel van dit gebied tot de vervening of turfmakerij, de Lisserbroekerpolder. Vóór de drooglegging van Haarlemmermeer vormde deze ongeveer 200 ha grote polder een ver vooruitstekend stuk oeverland. Bodemkundig behoorde het tot de zogenoemde restveengronden. Hiermee zijn de vooral aan de rand van Haarlemmermeer voorkomende overblijfselen van het dikke veenpakket bedoeld dat dit gebied eens grotendeels heeft bedekt. Stukken van dit oude, reeds bestaande land werden bij de drooglegging van Haarlemmermeer mede ingedijkt om te voorkomen dat ringdijk en ringvaart een te gekronkeld beloop zouden krijgen. De polderpioniers uit de 19e eeuw vestigden zich voornamelijk aan de hoofdontsluitingswegen van het gebied; de Ringdijk en de Lisserweg. Na de inpoldering vestigden zich ook al snel nieuwe bewoners aan het Turfspoor, een grens tussen het oude land en de nieuwe polder. De naam Turfspoor verwijst letterlijk naar wat hier vóór 1850 gebeurde: via een klein spoorlijntje werden de turven afgevoerd die in dit gebied gewonnen werden.

Incidenteel vestigde men zich midden in het gebied, aan het eind van ontsluitingspaden vanaf de Lisserdijk. Figuur 12. Zichtlijnen vanaf Turfspoor (bron: ENZO architectuur & interieur, schetsontwerp, d.d. februari 2021).

Het gebied ten zuiden en ten oosten van de dorpskern van Lisserbroek tot aan het Turfspoor is op de Cultuurhistorische Waardenkaart aangeduid als een historisch-geografisch vlak van hoge waarde. De verkaveling van het oude land is gehandhaafd te midden van de rationele verkaveling uit de 19e eeuw. Dat is Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 22

ook de reden dat de gronden op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Lisserbroek’ de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ hebben gekregen. Deze voor ‘Waarde - Cultuurhistorie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en herstel van de ter plaatse voorkomende cultuurhistorische waarden, welke met name bestaan uit een verkaveling in smalle, wisselende percelen met bijbehorende kleine waterlopen. Het perceel ligt aan het Turfspoor, aan het eind van een smal perceel met aan beide zijden kleine waterlopen. Het Turfspoor met zijn afwisselende bebouwing met vrijstaande woningen met op het erf grote en kleine boerenschuren en kassen, allemaal in dezelfde richting liggend t.o.v. de rationele polderverkaveling. De smalle percelen zijn ook de basis geweest voor het ontwerp op dit perceel. Een grote slanke schuurwoning die in dezelfde richting gedraaid staat als de rest van de bouwblokken. Een woning met meerdere functies: “werken en wonen met meerdere personen, kleine gezinnen onder één dak”. Zoals dit ook ten tijde van de turfstekerij het geval zal zijn geweest. Figuur 13. Schets toekomstige situatie (bron: ENZO architectuur & interieur, schetsontwerp, d.d. februari 2021).

Dit perceel ligt op een markant punt aan het Turfspoor. De weg buigt ter plaatse af naar het zuiden zodat wanneer deze wordt ingereden vanaf de Lisserweg als het ware tegen het perceel “wordt aangereden”. Het ontwerp, de positie en de indeling van de schuurwoning op het perceel biedt daarom een enorme kans om iets bijzonders te realiseren. Gekozen is om de hoofdentree in het verlengde van het Turfspoor te plaatsen. Deze entree zal daarom ook een markant ontwerp krijgen. Aan de Turfspoorzijde vindt het wonen plaats, met uitzicht op de oorspronkelijke polder en in de rest van de schuurwoning werken en tijdelijk wonen. De kap krijgt een a-symmetrische vorm. De bebouwing sluit daarom mooi aan bij de stedenbouwkundige structuur en het karakter van Turfspoor. De goothoogte zal circa 4 meter worden en de nok circa 9 meter zoals dat gebruikelijk is bij de diverse schuren langs het Turfspoor. Het parkeren zal zoveel mogelijk uit het zicht achter op het terrein plaatsvinden in een woonerfachtige setting, waarbij geen strakke parkeerindeling wordt gehanteerd. De verharding zal bestaan uit grint/basalt in combinatie met industrieplaten. De parkeerplaatsen zullen omzoomd worden door hagen.

Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 23

MOTIVERING BEHOEFTE (LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING) Algemeen De Ladder voor duurzame verstedelijking is voor het eerst geïntroduceerd in de SVIR en is als motiveringseis verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Wettelijk kader De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1. definieert relevante begrippen: • •

Bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

Artikel 3.1.6 van het Bro: •

Lid 2: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Toelichting op gebruik De Ladder is in de Nota van Toelichting (Stb. 2017, 182) gemotiveerd: “Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting.

Relatie tot ontwikkeling De ontwikkeling omvat een loft- of schuurwoning voor wonen en werken en kan daarmee, gelet op de aard en omvang van de planologische wijziging, niet worden getypeerd als nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. In het kader van de Ladder van duurzame verstedelijking, hoeft de behoefte aan de ontwikkeling niet te worden aangetoond. Daarnaast blijft de nut en noodzaak met het oog op een goede ruimtelijke ordening van belang. Het nut en de noodzaak is gebleken uit de voorgaande beleidsparagrafen, in samenhang met paragraaf 2.3 omtrent de toekomstige situatie.

Conclusie De nut en noodzaak van de voorgenomen ontwikkeling is voldoende aangetoond. De ladder voor duurzame verstedelijking vormt dan ook geen belemmering.

ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE Algemeen Erfgoedwet

Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 24

De Erfgoedwet bevat de geldende wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De wet regelt tevens de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. De uitvoering van de Erfgoedwet en de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening is primair een gemeentelijke opgave. De gemeente is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Dit volgt uit een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening en maakt onderdeel uit van de modernisering van de monumentenzorg. De Erfgoedwet is een voorloper op de Omgevingswet, welke naar verwachting in 2021 in werking treedt. Nota Belvedère (1999) Vanuit een ontwikkelingsgerichte visie op de omgang met cultuurhistorie worden in de Nota Belvedère beleidsmaatregelen voorgesteld die tot een kwaliteitsimpuls bij de toekomstige inrichting van Nederland zouden moeten leiden. Doelstelling van de nota is om de alom aanwezige cultuurhistorische waarden sterker richtinggevend te laten zijn bij de inrichting van Nederland. Dit met als doel het aanzien van Nederland aan kwaliteit te laten winnen en tegelijkertijd de onderlinge samenhang van cultuurhistorische waarden op het terrein van de archeologie, gebouwde monumenten en historische cultuurlandschap te versterken.

Relatie tot ontwikkeling Archeologie Ter plaatse van het projectgebied bevinden zich geen door het Rijk, provincie of gemeente beschermde archeologische monumenten. De gronden kennen op basis van het vigerende bestemmingsplan geen dubbelbestemming ten behoeve van archeologie. Cultuurhistorie Het gebied ten zuiden en ten oosten van de dorpskern van Lisserbroek tot aan het Turfspoor is op de Cultuurhistorische Waardenkaart aangeduid als een historisch-geografisch vlak van hoge waarde. De verkaveling van het oude land is gehandhaafd te midden van de rationele verkaveling uit de 19e eeuw. Dat is ook de reden dat de gronden op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Lisserbroek’ de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ hebben gekregen. De voor ‘Waarde - Cultuurhistorie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en herstel van de ter plaatse voorkomende cultuurhistorische waarden, welke met name bestaan uit een verkaveling in smalle, wisselende percelen met bijbehorende kleine waterlopen. Voor het bouwen van bouwwerken ter plaatse van deze gronden, dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. In principe mag niet gebouwd worden ter plaatse van de gronden wanneer als gevolg van de bouwwerkzaamheden onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarden van de gronden.

De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een loft- of schuurwoning voor wonen en werken, waarbij de huidige verkaveling in stand blijft. Bij het ontwerp van de woning en de landschappelijke inpassing zijn de cultuurhistorische waarden als uitgangspunt gebruikt. Doel is om deze waarden juist te versterken (zie tevens paragraaf 4.1). De sloot aan het Turfspoor blijft tevens behouden. Vanwege de dubbelbestemming ‘Waarde – cultuurhistorie’ wordt een omgevingsvergunning aangevraagd.

Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.

BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING Algemeen Milieuzonering is een instrument dat helpt bij het afwegen en verantwoorden van keuzes aangaande nieuwe woningbouw- en bedrijvenlocaties en beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie. Het gaat Mees Ruimte & Milieu | 20261.02.RO

Pagina | 25

hierbij om de milieuaspecten: geluid, geur, stof en gevaar, waarbij de belasting afneemt naarmate de afstand tot de bron toeneemt. Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen, is de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgesteld. Door toepassing te geven aan deze handreiking wordt zoveel mogelijk voorkomen dat woningen hinder en gevaar ondervinden van bedrijven en dat die bedrijven in hun milieugebruiksruimte worden beperkt. In de handreiking zijn richtafstanden opgenomen voor een scala aan milieubelastende activiteiten, opslagen en installaties. De richtafstand geldt vanaf de grens van de inrichting tot de bestemmingsgrens van omliggende woningen en betreft nadrukkelijk een leidraad en geen norm. Indien goed gemotiveerd en onderbouwd door middel van relevant milieutechnisch onderzoek, kan ervoor worden gekozen van de richtafstand af te wijken. Tabel 1 Richtafstanden bedrijven en milieuzonering Milieucategorie Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 1 10 m 2 30 m 3.1 50 m 3.2 100 m 4.1 200 m 4.2 300 m 5.1 500 m 5.2 700 m 5.3 1.000 m 6 1.500 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

De richtafstanden zijn afgestemd op het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied. Zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat kan de richtafstand met één stap worden verlaagd indien sprake is van een omgevingstype gemengd gebied. In gemengd gebied komen direct naast woningen bijvoorbeeld winkels, horeca en kleine bedrijven voor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=cbe36da9-cb35-493e-98d2-500e256e6444