rv Verklaring van geen bedenkingen voor het bouwen van 136 woningen op het perceel Westerdreef 9 te Nieuw-Vennep (2020.0003328)
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
raadsvoorstel
onderwerp
Portefeuillehouder Steller Collegevergadering
Verklaring van geen bedenkingen voor het bouwen van 136 woningen op het perceel Westerdreef 9 te Nieuw-Vennep mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker Peter Blom (+31235676061) 15 december 2020
Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer
2020.0003328 1. Voorstel Collegebesluit(en)
Het college besluit de raad voor te stellen: 1. de ingediende zienswijzen ontvankelijk te verklaren en hiermee niet in te stemmen; 2. de nota van zienswijzen deel te laten uitmaken van het besluit; 3. een verklaring van geen bedenkingen af te geven voor het bouwen van 136 woningen op het perceel Westerdreef 9 te Nieuw-Vennep. 2. Samenvatting
Wij willen een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van 136 woningen op het perceel Westerdreef 9 te Nieuw-Vennep. Wij kunnen deze omgevingsvergunning slechts verlenen nadat de raad heeft verklaard daartegen geen bedenkingen te hebben. De aanvraag valt niet onder een van de categorieën waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen (vvgb) nodig is volgens het raadsbesluit van 3 oktober 2019 (2019.0040560). Er is een tweetal ontvankelijke zienswijzen ontvangen, één van een omwonende en een gezamenlijke zienswijze, ingediend namens zeven omwonenden. Blijkens de stukken is sprake van een goede ruimtelijke ordening. De zienswijzen geven geen aanleiding tot het aanpassen van het plan. Wij stellen u daarom voor de vvgb af te geven. 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?
Wij willen een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van 136 woningen op het perceel Westerdreef 9 te Nieuw-Vennep. Wij kunnen deze omgevingsvergunning slechts verlenen nadat de raad heeft verklaard daartegen geen bedenkingen te hebben. Geen van de categorieën van het raadsbesluit 'Aanwijzen categorieën van gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen vereist is (artikel 6.5 lid 3 Besluit omgevingsrecht)', raadsbesluit van 3 oktober 2019 (2019.0040560), is van toepassing.
Verklaring van geen bedenkingen voor het bouwen van 136 woningen op het perceel Westerdreef 9
pagina 2
te Nieuw-Vennep
3.2 Wat gaan we daarvoor doen? Aanvraag en beoordeling
Voor de gronden van de aanvraag gelden de bestemmingsplannen 'Nieuw-Vennep' en 'Parapluplan Parkeerregels'. Volgens het bestemmingsplan Nieuw-Vennep hebben de gronden de bestemmingen 'Gemengd -1', waar de functies dienstverlening en kantoren zijn toegestaan, en 'Groen'. Tevens is een wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van de bouw van woningen van toepassing (wijzigingsgebied 4). Eerst is bezien of die laatste kan worden gebruikt, maar dat is niet het geval, want de bebouwing van met name het parkeerdek past niet binnen de bouwgrens. De bebouwing is hoger dan het maximum dat in de wijzigingsregels is toegelaten en is ook buiten het wijzigingsgebied geprojecteerd. Het op de hoek Westerdreef/Venneperweg gelegen Bouwblok A heeft een hoogteaccent waarmee de maximale hoogte van de wijzigingsbevoegdheid van 14 meter met maximaal zeven meter overschreden wordt. Bouwblokken B en C overschrijden de maximum toegestane bouwhoogte van 14 meter met maximaal vier meter. Buiten het wijzigingsgebied geldt de bestemming 'Groen', waarmee de woningbouw qua functie in strijd is. Er wordt voldaan aan de geldende parkeernormen. Ligging aanvraag 136 woningen op luchtfoto met rotonde Venneperweg-Westerdreef:
Verklaring van geen bedenkingen voor het bouwen van 136 woningen op het perceel Westerdreef 9
pagina 3
te Nieuw-Vennep
Impressie bouwplan 136 woningen:
Bij de aanvraag omgevingsvergunning heeft de aanvrager ons voorzien van een ruimtelijke onderbouwing. Daarin is ingegaan op het relevante rijks- en provinciaal beleid en op milieu- en omgevingsaspecten. De ruimtelijke onderbouwing van de aanvrager en ons standpunt (ruimtelijk advies) zijn bijgevoegd. M.e.r.-beoordelinesnotitie Ten behoeve van de ontwikkeling is een milieueffectrapportage (M.e.r.)-beoordelingsnotitie opgesteld. Blijkens de conclusie zijn er geen significante nadelige milieugevolgen vanwege dit woningbouwplan en de toekomstige woningbouwplannen op de bedrijventerreinen De Pionier en Bols, die een M.e.r.-procedure noodzakelijk maken. De M.e.r. beoordelingsnotitie is vastgesteld op 21 april 2020 (2020.0000940). Hogere waarde geluid Blijkens het onderdeel 'geluid(hinder)' uit de onderbouwing is een aantal hogere waarden geluid benodigd. Hiervoor wordt een aparte procedure gevolgd. Die loopt parallel aan die voor de aanvraag omgevingsvergunning. In dat kader heeft het ontwerpbesluit tot vaststelling van hogere waarden geleid tot een tijdig ingediende zienswijze. Wij zullen die zaak afhandelen voorafgaand aan ons besluit over de vergunningaanvraag. Nu aangetoond is dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening, stellen wij de raad voor te besluiten tot afgifte van de definitieve vvgb.
Procedure De ontwerp-vvgb (raadsbesluit 2020.0001363) heeft samen met het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en bijbehorende stukken na de bekendmaking op 26 augustus 2020 gedurende zes weken vanaf 27 augustus 2020 ter inzage gelegen. Zowel op de ontwerp-vvgb als op het ontwerpbesluit van de omgevingsvergunning konden in deze periode zienswijzen worden ingediend (artikel 3.11 Besluit omgevingsrecht). Er zijn twee zienswijzen ingediend op de ontwerpvergunning. Deze zijn beide ingediend tijdens de termijn en ontvankelijk. De zienswijzen hebben betrekking op diverse ruimtelijke aspecten zoals bouwhoogte, geluid, uitzicht en verkeersdrukte. De zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de separate nota van zienswijzen. Op basis van de zienswijzen is het plan afgewogen tegen het beleid en
Verklaring van geen bedenkingen voor het bouwen van 136 woningen op het perceel Westerdreef 9
pagina 4
te Nieuw-Vennep
algemeen belang. Hierbij is geconcludeerd dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en daarom geen aanpassing behoeft. 3.3 Wat mag het kosten?
Aan de uitvoering van dit voorstel zijn, naast de beschikbare ambtelijke capaciteit, geen kosten verbonden. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?
Op grond van de Wabo is de raad bevoegd te besluiten omtrent een vvgb. De bevoegdheid te besluiten omtrent een aanvraag omgevingsvergunning ligt bij ons college. Binnen ons college is de portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening het eerste aanspreekpunt. 3.5 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd?
Na het raadsbesluit tot afgifte van de vvgb neemt het college een besluit op de aanvraag omgevingsvergunning. De vvgb maakt onderdeel uit van de vergunning. De vergunning met bijbehorende stukken wordt ter inzage gelegd. Dat kan nog leiden tot beroep. Over het resultaat van een eventuele beroepsprocedure wordt de raad ingelicht. 3.6 Wat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)?
Het woningbouwplan past in regionaal beleid en is als zodanig positief beoordeeld vanuit de ladder voor duurzame verstedelijking. Het plan draagt 136 woningen bij aan invulling van de regionale woningbouwopgave. 4. Ondertekening
Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer,
Bijlage(n): • • •
nota van zienswijzen ruimtelijke onderbouwing van aanvrager ruimtelijk advies
Nota van zienswijzen behorend bij raadsvoorstel tot afgifte van verklaring van geen bedenkingen voor het bouwen van 136 woningen op het perceel Westerdreef 9 te Nieuw-Vennep A. Procedure B. Zienswijze beoordeling A. Procedure De ontwerpbeschikking omgevingsvergunning is op 26 augustus 2020 bekendgemaakt en heeft met daarop betrekking hebbende stukken vanaf 27 augustus 2020 gedurende zes weken ter visie gelegen. In deze periode konden zienswijzen op de ontwerpbeschikking worden ingediend. Er is een tweetal zienswijzen ontvangen, een van een omwonende en een gezamenlijke zienswijze, ingediend namens zeven omwonenden. De zienswijzen zijn alle binnen de termijn ingediend. Ze zijn daarom alle ontvankelijk. B. Zienswijzenbeoordeling Hierna hebben wij de zienswijzen samengevat en van onze reactie voorzien. De indieners van de zienswijzen worden verder in deze reactienota aangeduid als ‘indieners’ of ‘reclamanten’. Zienswijze 1 Deze zienswijze is namens de bewoners van acht adressen direct gelegen aan de overzijde van de Westerdreef, ingediend: 1. De verkeersintensiteit op de Westerdreef nu gedurende de spitsuren zodanig dat invoegen vanuit de Raiffeisenstraat bijzonder moeilijk is. Met de bouw van het Westerdreefkwartier, betekent dat, dat het voor bewoners van de Westerdreef gedurende de spitsuren vrijwel onmogelijk zal worden om in te voegen.
Daar komt nog bij dat in de ochtendspits grote aantallen scholieren op de fiets via de rotonde Westerdreef/Venneperweg op weg zijn naar het Herbert Vissers College aan de Beurtschipper. Er ontstaan in de ochtendspits nu al zeer regelmatig lange files rondom de rotonde. Idem dito in de middag, maar meer verspreid in de tijd en dan in de andere richting. Met de bouw van het Westerdreefkwartier zullen deze problemen alleen maar groter worden. 2. De verwachte toename van het geluid op de Westerdreef heeft ertoe geleid dat de gemeente al hogere grenswaarden heeft vastgesteld voor de nieuw te bouwen panden aan de Westerdreef voor wat betreft geluidsbelasting op de gevel. De indieners maken zich ongerust dat ook zij, door de verdere toename van het verkeer en de daarbij behorende extra geluidsoverlast, aanzienlijk meer geluidsoverlast zullen ondervinden. 3. Volgens indieners zal de belichting van hun huizen aan de Westerdreef aanzienlijk veranderen door de bouw van het Westerdreefkwartier. Met name in de herfst- en wintermaanden betekent de 4 à 5 [lagen] hoge bebouwing een inbreuk op het licht in de huizen aan de overzijde van de Westerdreef. Kortom vermindering van het woongenot, aldus indieners. 4.
De indieners geven aan dat de visuele hinder van de vier à vijf [lagen] hoge gebouwen van het Westerdreefkwartier is voor indieners, als bewoners aan de overzijde van de Westerdreef, onacceptabel. 5. Volgens indieners zal er sprake zijn van waardevermindering van hun woningen. Door de bouw van het Westerdreefkwartier is de verwachting van de indieners dat de verkoopmogelijkheden van hun woningen aanzienlijk minder zullen zijn en dat er op een lagere verkoopprijs moet worden gerekend.
6. Met de bouw van het Westerdreefkwartier zal er parkeerdruk ontstaan vanuit het Westerdreefkwartier richting het deel van de Westerdreef waar indieners wonen. Indieners hebben al eerder ervaren dat er gemakkelijk overloop van parkeerders vanuit de huidige locatie Westerdreef 9 ontstaat. 7. Indieners verwachten overlast bij/vanwege de bouw. Volgens indieners leiden trillingen door het heien ongetwijfeld tot scheuren in hun huizen. Daarnaast leidt parkeren van allerlei auto’s en andere voertuigen, betrokken bij de bouw, aan de overzijde van de Westerdreef tot parkeerproblemen voor bewoners. 8. De indieners zijn ongerust dat de bewoners van het Westerdreefkwartier zullen gaan eisen dat de begroeiing [langs de Westerdreef] tot een lager niveau wordt teruggebracht. Dat zou voor hen onacceptabel zijn. Juist de huidige invulling van het plantsoen beschermt het uitzicht van indieners en beperkt de geluidsoverlast door het verkeer t.z.t. nog enigszins. Een garantie van de gemeente Haarlemmermeer dat de invulling van het plantsoen met bomen en struiken niet aangetast zal worden, zou een belangrijk deel van de bezwaren van indieners tegen de bouw van het Westerdreefkwartier wegnemen. Reactie 1. Het project Westerdreefkwartier zal tot een verkeerstoename leiden, maar deze verkeerstoename is beperkt. In de huidige situatie ontstaan in de spits regelmatig wachtrijen.
De wachtrijen zijn niet continu aanwezig of kennen een vrij vlotte doorstroming. Van lange files is dan ook geen sprake. De betreffende wachtrijen zijn acceptabel. Een kruispunt zonder wachtrijen in de spits is een utopie (op de hoofdwegen in een kern als Nieuw-Vennep). Uit verkeersonderzoek voor de planontwikkeling Pionier-Bolsterrein blijkt dat voor de autonome situatie de verzadigingsgraad van de Westerdreef en Venneperweg ruim op orde is. De nieuwe woningen van het Westerdreefkwartier leiden tot een verkeerstoename van circa 33 auto’s per uur in de spits. Indien de huidige bedrijfsfunctie van de projectlocatie buiten beschouwing wordt gelaten dan is de verkeerstoename maximaal 70 auto’s per uur in de spits (op basis van maximaal 768 ritten per dag voor de 136 woningen). Een dergelijke verkeerstoename kan nog goed afgewikkeld worden op het huidige verkeersnetwerk. Over de Westerdreef rijden momenteel tussen de 7.000 en 9.000 motorvoertuigen per dag, wat voor het type weg (gebiedsontsluitingsweg) relatief rustig is. Uit onderzoek is niet gebleken dat de rotonde een knelpunt vormt. Los van de omgevingsvergunning wordt opgemerkt dat in het kader van de resterende ontwikkeling van het Pionier-Bolsterrein verkeerskundige aanpassingen naar verwachting nodig zullen zijn. 2.
Reclamant verwacht geluidhinder op de bestaande woningen ten gevolge van de verkeersgroei door de nieuwe ontwikkelingen. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat het besluit Hogere Grenswaarden niet strekt tot bescherming van de belangen van reclamant, maar alleen relevant is voor de toekomstige bewoners van de nieuwbouw. Voor het project Westerdreefkwartier geldt dat hogere grenswaarden voor een behoorlijk aantal van de betreffende nieuwbouwwoningen ten aanzien van de geluidsbelasting op de gevel worden vastgesteld. Vanwege de geluidsbelasting op de nieuwe woningen zijn hogere grenswaarden nodig, zowel met als zonder een toename van geluid op de Westerdreef. Eventuele geluidsoverlast voor de bewoners aan (de overzijde van) de Westerdreef, door een toename van geluid op de Westerdreef, is niet te herleiden tot de omgevingsvergunning voor het project Westerdreefkwartier. De geluidstoename ten gevolge van het verkeer als gevolg van het project Westerdreefkwartier is zeer gering. Het aandeel vrachtverkeer met haar specifieke geluidsbelasting neemt juist af. 3. Ten opzichte van de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan al biedt (en waarbij via de wijzigingsbevoegdheid ook wordt voorzien in hogere bebouwing) verslechtert de situatie niet door het bouwplan. Er is een bezonningsstudie uitgevoerd.
Hieruit blijkt dat de nieuwbouw van het Westerdreefkwartier niet leidt tot een wezenlijke verandering van de belichting van huizen aan de overzijde van de Westerdreef, omdat er geen of nauwelijks sprake zal zijn van schaduwwerking
ter plaatse van de (betreffende) huizen aan de Westerdreef. De bezonnings-/schaduwstudie maakt reeds onderdeel uit van de ingediende omgevingsvergunningstukken. Naar aanleiding van de zienswijze is ook specifiek de winterperiode onderzocht. Hieruit blijkt dat de schaduw op 23 september om 18.00 uur nabij de hoek van Westerdreef 50 valt. Dan is de zon al bijna onder. De aangrenzende woningen 52-62 worden door de schaduw niet bereikt. Op 22 december is de zon al onder voordat de schaduw op de Westerdreef zou vallen. 4. Ten opzichte van de bestaande situatie/bebouwing op de projectlocatie Westerdreef 9 is met de nieuwbouw van het Westerdreefkwartier sprake van een visuele verandering. Volgens het vigerende bestemmingsplan is het mogelijk om op dit perceel te bouwen met een maximale hoogte van twaalf meter. In de regels van het bestemmingsplan kan er voor maximaal tien procent van de hoogte worden afgeweken. Voor dit perceel geldt ook een wijzigingsbevoegdheid. Van die wijzigingsbevoegdheid kan geen gebruik gemaakt worden omdat het bouwplan op enkele punten, namelijk de bouwhoogten, de rooilijn en een deel van het woonsegment, niet in lijn met de wijzigingsregels is en de maximale bouwmogelijkheden van de wijzigingsbevoegdheid overschreden worden. Dit geldt ten aanzien van de woningen langs de Westerdreef.
De wijzigingsbevoegdheid schrijft een maximale hoogte van achttien meter voor, waarbij de maximale hoogte in de eerste 30 meter van de Westerdreef veertien meter mag zijn. Het gebouw, waarvoor nu een omgevingsvergunning is aangevraagd, kent een maximale nokhoogte van achttien meter, voor bouwblokken B en C (vier bouwlagen). Het brede profiel van de Westerdreef verdraagt een dergelijke bouwhoogte prima. De hoek aan de Venneperweg (bouwblok A) kent een bouwlaag extra (totaal vijf bouwlagen) en een maximale nokhoogte van 21 meter. Gelegen aan zowel de ruimtelijke ruggengraat van het dorp als het brede groene profiel van de Westerdreef, is hier een hoogteaccent passend. Op deze locatie zijn goot- en nokhoogte afgestemd op de ruimtelijke schaal van het dorp. Het Masterplan het Pionier-Bolsterrein voorziet de grote maatschappelijke behoefte van (betaalbare) woningen in Nieuw-Vennep. Om dat doel te kunnen bereiken wordt er in een hogere dichtheid gebouwd. Hier zetten we de stedelijke randen van het plan voor in. Het Westerdreefkwartier is gelegen aan dwarslint Venneperweg met een profiel van circa 50 meter breed en de Westerdreef waar bij het profiel 60 meter breed is van gevel tot gevel. Aan de Venneperweg wordt de dorpse korrel gewaarborgd met zes grondgebonden woningen.
Stedenbouwkundig is op de hoek een verbijzondering gewenst, het hoogteaccent van bouwblok A is daarmee een herkenningspunt van de nieuwe wijk die geprojecteerd is. De maximale bebouwingshoogte van 21 meter op de hoek en vervolgens achttien meter langs de Westerdreef past bij de schaalvergroting van de eventuele verandering van het Pionier-Bolsterrein. De profielbreedte van de randen van het Pionier-Bolsterrein waaronder de Westerdreef zijn van een dusdanige maat dat de verdichting daar goed ingepast kan worden. 5. De woningen van reclamanten liggen nabij een verouderd bedrijventerrein met aanzienlijke leegstand, met op de projectlocatie verouderde bedrijfsbebouwing. Door de functiewijziging naar wonen kan verwacht worden dat na de realisatie van het Westerdreefkwartier de verkoopmogelijkheden van bestaande woningen toenemen. Op locaties waar wordt geïnvesteerd in kwalitatieve woningbouw stijgt over het algemeen de waarde van omliggende bestaande bebouwing. Los hiervan staat het reclamanten vrij om een verzoek om een tegemoetkoming in planschade in te dienen bij de gemeente Haarlemmermeer. Dat is echter een aparte procedure die losstaat van deze procedure. Het verzoek om tegemoetkoming in planschade moet worden ingediend binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning.
Voor verdere details wijzen wij u op de website van de gemeente Haarlemmermeer www.haarlemmermeergemeente.nl onder het kopje Wonen en bouwen en vervolgens Planschade. 6. Voor de nieuwe woningen van het Westerdreefkwartier worden in het plangebied parkeerplaatsen gerealiseerd. Op basis van de parkeernormen dienen 151 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Deze worden gerealiseerd, waarvan 70 in een parkeergarage/-kelder en 81 op
maaiveld. Van deze 81 parkeerplaatsen zullen er tien door de gemeente worden gerealiseerd, in de nabije omgeving, buiten het projectgebied Westerdreefkwartier. Deze parkeerplaatsen gaan deel uitmaken van het masterplan en worden bij de verdere ontwikkeling van het PionierBolsterrein gerealiseerd. Binnen de totale ontwikkeling van het Pionier-Bolsterrein is voldoende ruimte om dat in de toekomst te realiseren. Ook is er zonder de transformatie voldoende ruimte om die tien auto’s te parkeren. Hierbij worden de loopafstanden uit het parkeerbeleid (Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer 2018) in acht genomen. Het totaal aantal parkeerplaatsen dat wordt gerealiseerd voldoet aan de parkeernormen van de gemeente. Daarmee zal er naar verwachting geen parkeren van het Westerdreefkwartier plaatsvinden aan de overzijde van de Westerdreef. 7. In het ontwerpbesluit van de omgevingsvergunning is onder de uitvoeringsvoorschriften de afdeling 8.1 Bouwbesluit benoemd. De afdeling regelt het voorkomen van onveilige situaties en het beperken van hinder tijdens het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Eventuele schade aan eigendommen ten gevolge van bouw is in beginsel voor rekening van de ontwikkelaar / bouwer. Voor het heien dient aan grenswaarden ten aanzien van trillingen te worden voldaan.
Er zal een funderingsadvies, met een plan van aanpak voor het heien, van de constructeur van de ontwikkelaar en aannemer, aan de gemeente worden voorgelegd, ter beoordeling en goedkeuring. Zonder goedkeuring van de gemeente kan niet worden begonnen met de werkzaamheden. De trillingen vanwege het heien worden gemonitord tijdens de heiwerkzaamheden met trillingsmeters, waarmee het heien indien nodig nog kan worden bijgestuurd. Voorafgaand aan de heiwerkzaamheden zal een vooropname worden uitgevoerd, waardoor eventuele schade aan opstallen goed in beeld kan worden gebracht. Op een achtergelegen perceel aan de Staringstraat nabij het bouwterrein wordt een terrein voor het parkeren van het bouwpersoneel gecreëerd. Er zal een deel van dit leegstaande perceel worden gehuurd voor het parkeren. De ontwikkelaar kan eventueel ook nog een eigen perceel gebruiken aan de Hugo de Vriesstraat. Er wordt door het bouwbedrijf een “BLVC-plan” (Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie) opgesteld waarin de verkeerssituatie tijdens de uitvoeringsperiode wordt uitgewerkt, dat aan de gemeente wordt voorgelegd. 8. De staat van het groen langs het Westerdreefkwartier valt buiten het bereik van de ontwerp omgevingsvergunning. Het bouwplan zou ook zonder de aanwezige naastgelegen groenstrook voldoen aan het beleid.
In het kader van het masterplan voor de gebiedsontwikkeling PionierBolsterrein wordt het groen echter nog kwalitatief verbeterd, daar zullen omwonenden nog bij betrokken worden. Overigens is de geluiddempende werking van beplanting uiterst gering. Ten opzichte van een verhard terrein heeft een onverhard terrein wel enig geluiddempend effect. Conclusie Wij stellen u voor niet in te stemmen met de zienswijze. Zienswijze 2 Deze zienswijze is ingediend door de bewoner van een woning direct gelegen aan de overzijde van de Westerdreef: 1. De geprojecteerde woongebouwen aan de Westerdreef zijn niet in lijn met de wijzigingsregels van het bestemmingsplan “Nieuw-Vennep”. De onderbouwing van deze bouwblokken [A, B en C], en met name de bouwhoogte daarvan, is niet duidelijk. Door de bouw van de woonlagen zal een enorme vermindering van zonlicht en uitzicht ontstaan gedurende het grootste deel van het jaar. De indiener meent dat een aanpassing van het bouwplan, van de hoogte van de gebouwen met minimaal één en liefst twee bouwlagen, voor de hand zou liggen om deze overlast te verminderen. 2. Het woningproject zal leiden tot een hogere geluidsbelasting, waardoor hogere grenswaarden nodig zijn ten behoeve van de verlening van de omgevingsvergunning. Indiener geeft aan dat de maximale ontheffingswaarde [geluidsbelasting] alleen door de correctie van vijf dB niet wordt
overschreden. Volgens indiener ligt het voor de hand dat met de nog op te starten woningbouw op de gehele Pionier-Bols er een verdere overschrijding [van grenswaarden] zal ontstaan. Er zal sprake zijn van een verslechtering van het woongenot door uitbreiding geluidsoverlast door toegenomen autoverkeer in combinatie met toegenomen vliegverkeer over de wijk. 3. Het plan Westerdreefkwartier maakt deel uit van een veel groter Masterplan Pionier-Bols met circa 2.000 woningen. Dit grotere plan wordt gezien als een toekomstige dorpswijk met een eigen mate van verstedelijking. In dit verband worden bij het project op en bij de locatie Westerdreef 9 behoudens de twee eigen toegangswegen geen nieuwe wegen aangelegd of significante wegaanpassingen gedaan. In de Ruimtelijke Onderbouwing wordt volgens indiener gesteld dat de bereikbaarheid van de Westerdreef op orde is en blijft. Volgens indiener is dit standpunt niet goed begrijpelijk en onvoldoende onderbouwd. Indiener merkt op dat in het rapport Verkeerseffecten herontwikkeling bedrijventerreinen [De Pionier en Bolsterrein] is aangegeven dat na volledige ontwikkeling de rotonde Westerdreef-Venneperweg het verkeer niet kan verwerken. Volgens indiener is dit ook niet vreemd omdat de Westerdreef grotendeels de verkeersbewegingen van dit grotere plan zal moeten opvangen.
Volgens indiener is een juiste afwikkeling van het verkeer op het bestaande netwerkonderdeel van een nog te houden verkeersstudie. Dit betekent dat er geen duidelijkheid is en daarmee onzekerheid bestaat aangaande de te verwachten verkeersdruk, aldus indiener. Volgens indiener is er onzekerheid met betrekking tot het aantal parkeerplaatsen die rond de Westerdreef worden geplaatst. Er bestaat reeds nu overlast van de auto’s van de bedrijven aan de overkant. Deze overlast zal worden versterkt als er nog eens meer dan 120 woningen zullen bijkomen, en nog meer na voltooiing van het gehele Masterplan. Indiener geeft aan dat er in de berekeningen geen rekening is gehouden met twee andere projecten die schuin aan de overkant van Westerdreefkwartier worden gerealiseerd. Het betreffen de projecten Kroonzicht en Thunnissen. Ook daar zal extra overlast ontstaan. 4. Of de herontwikkeling Pionier-Bolsterrein tot een toename van stikstofemissie zal leiden, is nog niet onderzocht en nog niet berekend. Indiener verwijst ook naar de conclusie van het rapport van Rho. Volgens indiener hangt dit samen met het feit dat het Westerdreef project onderdeel is van het Masterplan Pionier-Bolsterrein. Dit betekent bouwen op een mogelijk onzekere situatie. 5.
Indiener merkt een steeds verder slechter onderhouden groenvoorziening aan de Westerdreef [aan de overzijde van de projectlocatie Westerdreef 9] op. Als deze verslechtering zich voortzet dan zullen verkeershinder, bouwhinder en toekomstig zicht verder verslechteren. Het goed onderhouden van deze groenvoorziening is dan ook van essentieel belang. Reactie 1. Zie ook de beantwoording onder punt 4 van zienswijze 1. De wijzigingsregels van het bestemmingsplan “Nieuw-Vennep” zijn in 2013 vastgesteld, en inmiddels is er sprake van een nieuwe stedenbouwkundige visie voor de projectlocatie. Deze andere stedenbouwkundige invulling, met het project Westerdreefkwartier, leidt niet tot wezenlijke hinder voor de omgeving. Op de hoek van de Venneperweg-Westerdreef is (door de positie aan de noordzijde van de kruising) een meer prominent woongebouw met vier tot vijf bouwlagen mogelijk. De extra bouwhoogte van vier meter langs de Westerdreef ontstaat door de half-verdiepte parkeergarage en de toevoeging van een schuin dak-gedeelte. De bouwblokken leiden niet tot een vermindering van het uitzicht. Door het vervangen van een verouderd bedrijfspand door nieuwe woongebouwen, die overigens voldoen aan de gemeentelijke welstandscriteria, wordt het uitzicht zeker niet minder. Er bestaat geen wettelijk recht op vrij uitzicht.
In de huidige situatie is er ook geen sprake is van een vrij of open uitzicht, temeer omdat bij indiener het uitzicht reeds wordt geblokkeerd. Bovendien is er vrijwel geen sprake van een aantasting of verandering van het uitzicht. Naast het feit dat er sprake is van een afstand van circa 60 meter tussen de voorgevel van de woning en de voorgevel van het bouwplan Westerdreefkwartier staat er flink wat “belemmerend groen” in de zichtlijn. Er staat hoog groen (hagen en bomen) in de gemeentelijke
groenstrook van de Westerdreef. Door al het groen zal er na realisatie weinig te zien zijn van Westerdreefkwartier. Het huidige kantoortorentje van Argo heeft globaal dezelfde hoogte als het woningbouwplan. De nieuwbouw van het Westerdreefkwartier leidt niet tot een wezenlijke vermindering van zonlicht bij woning van indiener aan de overzijde van de Westerdreef, omdat er geen of nauwelijks sprake zal zijn van schaduwwerking ter plaatse van de woning van indiener. Dit blijkt uit de verrichte bezonnings-/ schaduwstudie, die reeds deel uitmaakt van de bij de omgevingsvergunning behorende stukken. 2. De hogere grenswaarden geluid voor het woningbouwproject Westerdreefkwartier zijn nodig met en zonder een toename van het verkeer en het geluid op de Westerdreef. Er is geen sprake van een correctie van de berekende geluidsbelasting. De betreffende aftrek met vijf dB moet in dergelijke situaties altijd worden toegepast op grond van de Wet geluidhinder. Er is in de geluidsberekeningen, en in het ontwerpbesluit hogere grenswaarden, voor het Westerdreefkwartier reeds rekening gehouden met extra verkeer als gevolg van nieuwe woningbouw op het Pionier-Bolsterrein (maximaal 2.437 woningen, inclusief 136 woningen Westerdreefkwartier).
Zoals reeds aangegeven zullen bij de ontwikkeling van de woningen op deze locatie hogere grenswaarden noodzakelijk zijn aangezien de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeer wordt overschreden. Dit is ook het geval indien men uitgaat van het huidige verkeersaanbod. De verkeerstoename ten gevolge van de ontwikkeling is dan ook niet de reden voor genoemde hogere grenswaarden. Ten aanzien van de geluidsbelasting als gevolg van het wegverkeer bevat de Wet geluidhinder een kader van voorkeursgrenswaarde en maximale hogere waarden waarbinnen de geluidsbelasting mag variëren. Gelet hierop is er geen overschrijding van grenswaarden aangezien er dan maatregelen nodig zijn om alsnog binnen genoemde kaders te blijven. Daarnaast hanteert de gemeente Haarlemmermeer per ontwikkeling akoestische randvoorwaarden die in sommige gevallen (zoals in deze situatie) een stringenter kader hanteren met aanvullende eisen ten einde een goed leefklimaat te bereiken. De omgevingsvergunning heeft enkel betrekking op het project Westerdreefkwartier. Het vliegverkeer(geluid) staat los van het geluid vanwege het wegverkeer. In de akoestische afweging voor deze ruimtelijke ontwikkeling wordt achtereenvolgens de voorwaarden van het LIB getoetst en daaropvolgend de eisen en voorwaarden van de Wet geluidhinder.
Wat betreft het luchtvaartgeluid wordt dit afgewogen bij de acceptatie (wettelijke beoordeling) van het gecumuleerde geluidsniveau. In dit geval betreft dit het gezamenlijke geluidsniveau van wegverkeer en luchtvaartgeluid. Voor het luchtvaartgeluid wordt gebruik gemaakt van de contouren van de geluidsbelastingskaarten van 2016 opgesteld ten behoeve van het Aktieplan Geluid van Schiphol. In het hogere waarde besluit is aangegeven dat de gemeente het gecumuleerde geluidsniveau als acceptabel heeft aangemerkt. Hierbij wordt een maximale waarde van 65 dB gehanteerd. Hiervan is op deze locatie geen sprake. Het onderwerp vliegverkeer staat los van en is geen belemmering voor de omgevingsvergunning. Het college neemt een apart besluit tot vaststelling van de hogere waarden, waarin voorgaande afweging wordt opgenomen. 3. In de Ruimtelijke Onderbouwing (RO) is aangegeven dat de bereikbaarheid van de locatie Westerdreef 9 (het onderhavige projectgebied) op orde is en blijft. De bereikbaarheid blijft in elk geval op orde in de situatie met het project Westerdreefkwartier. Voor de omgevingsvergunning hoeft geen rekening te worden gehouden met de eventuele realisatie van het Masterplan PionierBols.
Het project Westerdreefkwartier op zichzelf leidt slechts tot een beperkte verkeerstoename en vermindering van de verkeersafwikkeling (zie ook de beantwoording onder punt 1 van zienswijze 1 en de RO voor de verkeerstoename). Een beperkte vermindering van de verkeersafwikkeling op de kruispunten, waarbij de verkeersafwikkeling binnen acceptabele waarden blijft, leidt niet tot een wezenlijke vermindering van de bereikbaarheid van de projectlocatie Westerdreef 9. Er zijn voldoende mogelijkheden om in de verdere toekomst in het geval van de (volledige) realisatie van de herontwikkeling Pionier-Bolsterrein de verkeersafwikkeling op (onder meer) de kruising Westerdreef-Venneperweg te verbeteren.
Allereerst kan er ten opzichte van de uitgangspunten van het verrichte verkeersonderzoek (d.d. 8 november 2019) worden overwogen om een kleiner woningbouwprogramma te realiseren. Verder verkeersonderzoek op netwerkniveau staat los van het project Westerdreefkwartier omdat de omgevingsvergunning enkel het bouwplan Westerdreefkwartier mogelijk maakt. Dit project/bouwplan leidt niet tot verkeersknelpunten en wordt eerder gerealiseerd dan de eventuele andere ontwikkelingen op het Pionier-Bolsterrein. De aangehaalde verkeersstudies op netwerkniveau zullen niet een hogere verkeersdruk laten zien, omdat in het reeds verrichte verkeersonderzoek (d.d. 8 november 2019) is gerekend met een maximaal programma voor de herontwikkeling Pionier-Bolsterrein (2.437 woningen, inclusief 136 woningen Westerdreefkwartier, plus nieuwe en bestaande bedrijvigheid). Duidelijk is wel dat het project Westerdreefkwartier op zichzelf niet tot verkeersdruk knelpunten zal leiden. Voor zover er sprake is van overlast van de auto’s van de bedrijven aan de overkant, staat deze overlast los van de omgevingsvergunning voor het project Westerdreefkwartier. Voor de nieuwe woningen van het Westerdreefkwartier worden in het plangebied de parkeerplaatsen gerealiseerd. Het aantal parkeerplaatsen dat wordt gerealiseerd voldoet aan de parkeernormen van de gemeente.
Daarmee zal er naar verwachting geen parkeren van het Westerdreefkwartier plaatsvinden aan de overzijde van de Westerdreef, en geen sprake zijn van aanvullende overlast van auto’s. Het parkeren met betrekking tot het Masterplan staat los van de omgevingsvergunning, maar het parkeren zal binnen het plangebied opgelost worden. Met de herontwikkelingen kan het parkeren van auto’s van de bedrijven aan de overkant juist afnemen. De projecten Kroonzicht en Thunnissen zijn onderdeel van de autonome ontwikkeling in het verkeersonderzoek. In de autonome situatie is er geen sprake van verkeersknelpunten. Het parkeren bij de projecten Kroonzicht en Thunnissen staat los van de omgevingsvergunning voor het project Westerdreefkwartier. 4. Anders dan reclamant stelt is er wel degelijk onderzoek gedaan naar de toename van stikstofemissie vanwege de herontwikkeling Pionier-Bolsterrein. Dit geldt voor zowel de gebruiksfase als de realisatiefase. Hiervoor wordt verwezen naar het onderzoek stikstofdepositie bij de aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling. Aangezien het hier een transformatie van een bedrijventerrein betreft, verdwijnen er ook bedrijven die stikstof uitstoten. Er kan dus intern gesaldeerd worden, waardoor de totale stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000gebieden niet zal toenemen. Voor de omgevingsvergunning voor het project Westerdreefkwartier vormt stikstof geen knelpunt. 5.
De staat en het onderhoud van de bestaande groenvoorziening staat los van de omgevingsvergunning voor het project Westerdreefkwartier. Wel kan opgemerkt worden dat er in het kader van de gebiedsontwikkeling Pionier-Bolsterrein nog aandacht zal zijn voor de groenvoorziening in het kader van een wenselijke kwaliteitsverbetering. Conclusie Wij stellen u voor niet in te stemmen met de zienswijze.
Ruimtelijke Onderbouwing bij het verzoek om
Omgevingsvergunning
ex artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3° Wabo
Project
Westerdreefkwartier herontwikkeling en woningbouw Westerdreef 9 Nieuw-Vennep
23 april 2020 versie 1.3 projectnummer 10520
Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling B.V. Bolderweg 2 1332 AT Almere T 036-5300211 www.metafoorro.nl Ruimtelijke Onderbouwing Westerdreefkwartier herontwikkeling en woningbouw Westerdreef 9, Nieuw-Vennep 23 april 2020 versie 1.3 projectnummer 10520 Auteur: N.J. (Nutte) Cuperus MSc Opdrachtgever: Van Wijnen Projectontwikkeling Midden B.V.
Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling i.o.v. Van Wijnen Projectontwikkeling Midden B.V.
23-4-2020
Ruimtelijke Onderbouwing Project Westerdreefkwartier Westerdreef 9, Nieuw-Vennep
2
Inhoudsopgave
1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding .................................................................................................................................................................. 6 Aanleiding en achtergrond ............................................................................................................................................ 6 Projectgebied ....................................................................................................................................................................... 7 Vigerend bestemmingsplan .......................................................................................................................................... 9 Voorbereidingsbesluit .................................................................................................................................................. 10 Juridische procedures................................................................................................................................................... 10
1.5.1 1.5.2 1.5.3
Algemeen .................................................................................................................................................................................................. 10 Omgevingsvergunningsprocedure voor project Westerdreefkwartier (herontwikkeling en woningbouw locatie Westerdreef 9 Nieuw-Vennep) ....................................................................................................................................... 11 Hogere (grens)waarde procedure op grond van de Wet geluidhinder ...................................................................... 11
1.6
Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) ....................................................................................................... 12
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Huidige situatie, en omgeving ..................................................................................................................... 13 Algemeen ............................................................................................................................................................................ 13 Ruimtelijke- en stedenbouwkundige structuur ................................................................................................ 13 Bedrijventerreinfunctie ............................................................................................................................................... 14 Verkeer ................................................................................................................................................................................ 14 Groen, Water en Natuur (Ecologie) ........................................................................................................................ 15
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
Project, en toekomstige situatie ................................................................................................................. 16 Algemeen ............................................................................................................................................................................ 16 Ruimtelijke- en stedenbouwkundige structuur, en openbare ruimte ................................................... 17 Wonen.................................................................................................................................................................................. 18 Parkeren ............................................................................................................................................................................. 19 Kenmerken en aanzichten gebouwen ................................................................................................................... 21 Toetsing aan regels van bestemmingsplan, en afwijkingen van bestemmingsplan ......................... 24 Herontwikkeling Pionier-Bolsterrein.................................................................................................................... 26
4.1
Beleidskader ...................................................................................................................................................... 31 Rijksbeleid ......................................................................................................................................................................... 31
4.1.1 4.1.2 4.1.3
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ................................................................................................................... 31 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)....................................................................................................... 32 Ladder voor Duurzame Verstedelijking..................................................................................................................................... 32
4.2
Provinciaal beleid en regionaal beleid .................................................................................................................. 33
4.3
Gemeentelijk beleid ....................................................................................................................................................... 35
2.
3.
4.
4.2.1 4.2.2 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5 4.3.6 4.3.7 4.3.8 4.3.9
Omgevingsvisie NH2050 ................................................................................................................................................................... 33 Provinciale Ruimtelijke Verordening .......................................................................................................................................... 34 Algemeen .................................................................................................................................................................................................. 35 Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 ...................................................................................................................................... 35 Deltaplan Bereikbaarheid + Uitvoeringsprogramma .......................................................................................................... 35 Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer 2018 ..................................................................................... 36 Woonvisie 2012-2015, Woonagenda 2015, en Uitgangspunten nieuwbouw sociale huurwoningen (2017).........................................................................................................................................................................................................
36 Schaalsprong Wonen (2018)........................................................................................................................................................... 37 Welstandsnota 2013 ........................................................................................................................................................................... 37 GPR duurzaam bouwen (2018) ..................................................................................................................................................... 38 Leidraad DIOR 2015 ............................................................................................................................................................................ 38
Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling i.o.v. Van Wijnen Projectontwikkeling Midden B.V.
23-4-2020
Ruimtelijke Onderbouwing Project Westerdreefkwartier Westerdreef 9, Nieuw-Vennep
3
5. 5.1 5.2 5.3
Nut en noodzaak van het Project (onderbouwing behoefte woningen) ...................................... 39 Algemeen ............................................................................................................................................................................ 39 Ladder voor Duurzame Verstedelijking ............................................................................................................... 39 Woningbehoefte (ladder-toets woningen).......................................................................................................... 39
5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4
Algemeen .................................................................................................................................................................................................. 39 Regio ........................................................................................................................................................................................................... 40 Kwantitatieve woningbehoefte ...................................................................................................................................................... 40 Kwalitatieve woningbehoefte ......................................................................................................................................................... 41
5.4 5.5
Bouwen binnen bestaand stedelijk gebied ......................................................................................................... 41 Conclusie ............................................................................................................................................................................ 42
6.1
Omgevingsaspecten en Effecten ................................................................................................................. 43 Verkeer en Parkeren ..................................................................................................................................................... 43
6.1.1 6.1.2 6.1.3
Algemeen .................................................................................................................................................................................................. 43 Verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling ............................................................................................................................. 44 Parkeren .................................................................................................................................................................................................... 45
6.2
Geluid(hinder) ................................................................................................................................................................. 46
6.
6.2.1 6.2.2 6.2.3
Algemeen .................................................................................................................................................................................................. 46 Wet- en regelgeving ............................................................................................................................................................................. 46 Geluidsbelastingen / Resultaten akoestisch onderzoek .................................................................................................... 47
6.2.3.1 6.2.3.2 6.2.3.3 6.2.3.4
6.2.4
6.2.4.1 6.2.4.2 6.2.4.3
Uitgangspunten ..................................................................................................................................................................................... 47 Wegverkeer............................................................................................................................................................................................. 48 Cumulatieve geluidsbelasting .......................................................................................................................................................... 48 Geluidsbelastingen vanwege activiteiten Autobedrijf Marcel van Dijk............................................................................ 48
Maatregelen (overweging), en hogere waarden, wegverkeerslawaai ........................................................................ 48 Algemeen ................................................................................................................................................................................................. 48 Bron- en afschermende maatregelen ............................................................................................................................................ 49 Hogere (grens)waarden geluidsbelasting ................................................................................................................................... 49
6.2.5
Conclusie ................................................................................................................................................................................................... 50
6.3
Luchtkwaliteit .................................................................................................................................................................. 51
6.4
Bodemkwaliteit ............................................................................................................................................................... 52
6.5
Water(paragraaf)............................................................................................................................................................ 57
6.3.1 6.3.2 6.3.3 6.4.1 6.4.2 6.4.3 6.4.4 6.4.5 6.4.6 6.4.7 6.5.1 6.5.2
Wet- en regelgeving, en beleid ....................................................................................................................................................... 51 Luchtkwaliteitssituatie ...................................................................................................................................................................... 52 Conclusie ................................................................................................................................................................................................... 52 Algemeen, en wet- en regelgeving ................................................................................................................................................ 52 Verricht verkennend bodemonderzoek 2016 ........................................................................................................................ 53 Verricht verkennend bodemonderzoek asbest 2018 .......................................................................................................... 54 Verricht nader bodemonderzoek 2018/2019 ........................................................................................................................
54 Saneringsplan ......................................................................................................................................................................................... 55 Verricht PFAS-bodemonderzoek................................................................................................................................................... 56 Conclusie ................................................................................................................................................................................................... 56
6.5.2.1 6.5.2.2 6.5.2.3 6.5.2.4 6.5.2.5 6.5.2.6
Wet- en regelgeving, en beleid ....................................................................................................................................................... 57 Watertoets................................................................................................................................................................................................ 59 Algemeen ................................................................................................................................................................................................. 59 Verhard oppervlak en waterberging ............................................................................................................................................. 59 Waterafvoer en riolering ................................................................................................................................................................... 60 Grondwater ............................................................................................................................................................................................. 60 Waterkwaliteit .......................................................................................................................................................................................
60 Watervergunningen en meldingen activiteiten ........................................................................................................................ 61
6.5.3
Conclusie ................................................................................................................................................................................................... 61
6.6
Ecologie (Natuur / Flora & Fauna) ......................................................................................................................... 61
6.6.1 6.6.2
Wet- en regelgeving, en beleid ....................................................................................................................................................... 61 Ecologie en het Projectgebied......................................................................................................................................................... 62
6.6.2.1 6.6.2.2 6.6.2.3
Gebiedsbescherming ........................................................................................................................................................................... 62 Soortenbescherming ........................................................................................................................................................................... 63 Zorgplicht en maatregelen ................................................................................................................................................................ 63
6.6.3
Conclusie ................................................................................................................................................................................................... 64
6.7
Externe Veiligheid .......................................................................................................................................................... 64
6.8
Bedrijven & Milieuzonering/-hinder ..................................................................................................................... 67
6.7.1 6.7.2 6.7.3
Wet- en regelgeving, en beleid ....................................................................................................................................................... 64 Risicobronnen ........................................................................................................................................................................................ 65 Conclusie ................................................................................................................................................................................................... 66
Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling i.o.v. Van Wijnen Projectontwikkeling Midden B.V.
23-4-2020
Ruimtelijke Onderbouwing Project Westerdreefkwartier Westerdreef 9, Nieuw-Vennep
4
6.9
Cultuurhistorie en Archeologie ................................................................................................................................ 67
6.10
Bezonning / Schaduw ................................................................................................................................................... 69
7.1 7.2 7.3
Milieueffectrapportage (m.e.r.) / m.e.r.-beoordeling ......................................................................... 70 Wet- en regelgeving ....................................................................................................................................................... 70 M.e.r.-beoordeling .......................................................................................................................................................... 70 Conclusie ............................................................................................................................................................................ 70
8.1 8.2 8.3 8.4
Uitvoerbaarheid................................................................................................................................................ 71 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................................................... 71 Economische uitvoerbaarheid .................................................................................................................................. 71 Grondexploitatie ............................................................................................................................................................. 71 Crisis- en herstelwet (Chw) ....................................................................................................................................... 71
6.9.1 6.9.2 6.9.3
7.
8.
Wet- en regelgeving, en beleid ....................................................................................................................................................... 67 Situatie project(gebied) ..................................................................................................................................................................... 68 Conclusie ................................................................................................................................................................................................... 68
Bijlagen ................................................................................................................................................................................ 72
Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling i.o.v. Van Wijnen Projectontwikkeling Midden B.V.
23-4-2020
Ruimtelijke Onderbouwing Project Westerdreefkwartier Westerdreef 9, Nieuw-Vennep
5
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding en achtergrond
Op de locatie Westerdreef 9 te Nieuw-Vennep, gelegen in de gemeente Haarlemmermeer, staat momenteel een grotendeels leegstaand bedrijfspand, waar voorheen de drukkerij Argo gevestigd was. De locatie Westerdreef 9 Nieuw-Vennep bevindt zich op het bedrijventerrein ‘De Pionier’. Van Wijnen Projectontwikkeling Midden B.V. beoogt de bedrijfslocatie Westerdreef 9, ook wel het Argo-terrein genoemd, te herontwikkelen tot een woonlocatie. Voor de beoogde woningbouw is het onderhavige project ‘Westerdreefkwartier’ ontwikkeld. Het project omvat 136 woningen. In de toekomst is de gemeente Haarlemmermeer voornemens om het bedrijventerrein De Pionier en het Bolsterrein te transformeren naar een gemengd gebied voor woningen en bedrijven. Het onderhavige project ‘Westerdreefkwartier’ loopt voor op de herontwikkeling van het ‘Pionier-Bolsterrein’. Het project is te beschouwen als een onderdeel en het eerste initiatief van de herontwikkeling Pionier-Bolsterrein. De ligging van het onderhavige project(gebied) Westerdreefkwartier in Nieuw-Vennep is weergegeven op de afbeelding 1.1A en 1.1B. De ligging en begrenzing van het herontwikkelingsgebied Pionier-Bolsterrein in Nieuw-Vennep is weergegeven op afbeelding 1.2B. Het onderhavige project Westerdreefkwartier, oftewel de voorgenomen woningbouw op de locatie Westerdreef 9 Nieuw-Vennep, past niet binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan.
Daarom is een aanpassing van het planologische kader benodigd, in dit geval met een omgevingsvergunning. De onderhavige aanvraag omgevingsvergunning heeft betrekking op het afwijken van het bestemmingsplan en het bouwen van bouwwerken. Ten behoeve van het project Westerdreefkwartier voor de herontwikkeling en woningbouw op de locatie Westerdreef 9 Nieuw-Vennep, en in het kader van de (aanvraag) omgevingsvergunning, is de onderhavige Ruimtelijke Onderbouwing opgesteld. Het onderhavige projectgebied is weergegeven op de afbeeldingen 1.2A, 1.2B en 1.2C. Een impressie van de voorgenomen bebouwing en gebiedsinrichting met het project Westerdreefkwartier is weergegeven op afbeelding 1.2C. De begrenzing van het gebied van de afwijkingsprocedure, ofwel van het onderhavige projectgebied, met betrekking tot de woningbouw Westerdreefkwartier is weergegeven en beschreven in paragraaf 1.2. De herontwikkeling Pionier-Bolsterrein staat beschreven in de “Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling woningbouwproject Westerdreefkwartier Nieuw-Vennep – in de context van de ‘Herontwikkeling PionierBolsterrein’”. Voor de milieueffectenbeoordeling van het onderhavige project Westerdreefkwartier in samenhang met de herontwikkeling Pionier-Bolsterrein wordt verwezen naar de voorgenoemde notitie. Afbeelding 1.1A