RV Vaststelling bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 (2021.0002684).pdf
Tekst van het document
De sociale voorraad beter te benutten door doorstroming te stimuleren en te zorgen
blad 20 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 466614.100
voor meer flexibiliteit. Investeringen in duurzaamheid bevorderen. Zorgen voor een toegankelijke, rechtvaardige en transparante verdeling van sociale huurwoningen. Streven is woningzoekenden één etalage voor sociale huurwoningen te bieden. Samen met de corporaties en marktpartijen te werken aan oplossingen om de grote Huisvestingsopgave van vergunninghouders te realiseren. Dit moet niet leiden tot verdringing van 'reguliere' woningzoekenden. Om aan deze doelen te werken voeren de samenwerkende gemeenten de volgende activiteiten uit: Het in beeld brengen van de vraag door woningmarktonderzoek, ook in kwalitatieve zin. Het in beeld brengen van het aanbod. Met de jaarlijkse Monitor Plancapaciteit die de Stadsregio en Provincie Noord-Holland samen laten uitvoeren, wordt de geplande woningbouwlocaties en de voorgenomen programmering bijgehouden. Ook participeert de Stadsregio in de Monitor Woningproductie, die de nieuwbouwproductie voor de MRA en de gehele Noordvleugel monitort. Het agenderen van de versnellingsopgave. Zo effectief mogelijk gebruik van binnenstedelijke locaties, in het bijzonder transformatielocaties, heeft nadrukkelijk de aandacht de komende jaren. Het inzetten van marketing en communicatie over wonen en nieuwbouw. Het stimuleren van de realisatie van middeldure huur.
Het opstellen van een Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) 2016-2020 in opdracht van de provincie Noord-Holland. Met deze regionale samenwerkingsagenda legt de Stadsregio de basis voor het RAP. Vanuit een gezamenlijke strategie wordt gestreefd naar creëren van een woningaanbod dat past bij de kwaliteiten van regio en gemeenten en aansluit op de vraag. Het organiseren van de regionale afstemming over nut en noodzaak van woningbouwplannen in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking en gemeenten hierin ondersteunen ten behoeve van woningbouw buiten bestaand stedelijk gebied om aan de vereisten te voldoen vanuit de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2.5
Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 Eind 2016 heeft de voormalige Stadsregio Amsterdam het Regionaal Actieprogramma Stadsregio Amsterdam 2016-2020 (RAP, 2016) aangeboden aan de provincie Noord-Holland. Dit actieprogramma was geënt op het samenwerkingsprogramma van de gemeenten (Samenwerkingsagenda Regionale Woningmarkt 2016-2020) en gericht op nieuwbouw, betaalbare voorraad en woonruimteverdeling. In overeenstemming met de samenhang op de woningmarkt in deze regio is de volgende indeling in marktregio's gemaakt: Plannen voor de deelregio Zaanstreek-Waterland worden getoetst aan de behoefte in de marktregio Zaanstreek-Waterland inclusief Amsterdam. Voor plannen in Amstelland-Meerlanden is de marktregio het gebied Amstelland-Meerlanden inclusief Amsterdam. Voor plannen in Amsterdam is de gehele stadsregio te beschouwen als marktregio. In het RAP hebben de gemeenten hun gezamenlijke inzet beschreven voor de versnelling van de woningbouw en is een kwantitatieve en kwalitatieve prognose van de woningbehoefte opgenomen per marktgebied in drie scenario's. Dit ten behoeve van de beschrijving van de behoefte aan binnenstedelijke woningbouw.
Ten behoeve van buitenstedelijke plannen is een handleiding ontwikkeld met daarin nadere analyses en bouwstenen, waarin is aangegeven in welke milieus en marktsegmenten de behoefte niet volledig binnenstedelijk kan worden opgevangen en hoe daarvoor een goede onderbouwing kan worden gemaakt. De Provincie Noord-Holland heeft hierover aangegeven explicieter in beeld te willen hebben wat de buitenstedelijke plannen voor de komende periode zijn en nogmaals goed te kijken wat de binnenstedelijke potentie is voor woningbouw. De gevraagde aanvullingen zowel ten aanzien van het regionale woningbouwprogramma als beleidsmatige onderwerpen op het
blad 21 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 466614.100
gebied van wonen, zijn in de vorm van een oplegger bij de RAP 2016-2020 gevoegd. Betekenisvoor het plan De gemeente Haarlemmermeer behoort tot de deelregio Amstelland-Meerlanden. Binnen deze deelregio geldt een kwantitatieve woningbehoefte zoals weergeven in tabel 3.1.
Tabel 3.1: Woningbehoefte Amstelland-Meerlanden 2015-2025 Voor de regio Amstelland-Meerlanden is gemeten dat woningbehoefte hoger is dan de harde plancapaciteit, wat betekent dat er in de regio nog woningen bij kunnen/moeten worden gebouwd. Er is zowel behoefte aan een- als meergezinswoningen. Het voorliggende initiatief om 18 meergezinswoningen te realiseren voorziet in deze kwantitatieve woningbehoefte. De kwalitatieve woningbehoefte van de regio bestaat uit de vraag naar alle typen en prijsklasse woningen, om tegemoet te komen aan de vraag van verschillende groepen woningzoekenden (jonge gezinnen, samenwonende zonder kinderen, senioren, alleenstaande en starters). Het project voorziet in de nieuwbouw van tenminste 18 appartementen in het middeldure en dure segment en voorziet dus in een deel van die behoefte. Dit sluit aan bij de kwalitatieve behoefte van de regio en zorgt voor een groter aanbod aan woningen in deze segmenten.
3.2.6
Monitor Woningbouw 2017 Het monitoren van de in de RAP’s gemaakte afspraken over woningbouwproductie gebeurt in de jaarlijkse Monitor Woningbouw. Deze vormt input voor een jaarlijkse analyse van de match tussen vraag en aanbod. Het aanbod is opgetekend in de ‘monitor plancapaciteit’ die is opgenomen in de woningbouwmonitor. De meest recente is de Monitor Woningbouw 2017. In onderstaande tabel afkomstig uit de monitor is de woningbehoefte (prognose 2017) voor de periode 2017-2040 afgezet tegen de harde en zachte woningbouwplancapaciteit. Uit de Woningbouwmonitor 2017 komt naar voren dat op de korte termijn (tot 2020) in alle regio’s voldoende capaciteit aanwezig is. Op de lange termijn (tot 2040) zijn er regio’s waar een tekort aan plancapaciteit is. Dit is waarschijnlijk geen probleem omdat veel gemeenten een beperkte planningshorizon hebben en na 2030 nog geen plannen hebben ingevuld. In de regio Amstelland-Meerlanden-Amsterdam-Zaanstreek-Waterland (AM-Ams-ZW) is sprake van een woningbehoefte tot 2040 van 154.500 woningen en een netto capaciteit van harde en zachte plannen van 185.900 nieuwe woningen. Voor de korte termijn wordt vaak als vuistregel gehanteerd dat een regio minimaal voldoende capaciteit moet hebben om drie tot vijf jaar vooruit te kunnen. Dit is in alle regio’s het geval tot 2020, daarvoor is voldoende harde capaciteit.
Voor de periode 2020-2030 is het van belang dat in alle regio’s, afgezien van de Kop van Noord-Holland,
blad 22 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 466614.100
(een gedeelte van de) zachte plannen, hard moeten worden. Op korte termijn is er op papier genoeg capaciteit beschikbaar. Om de productie daadwerkelijk te halen is het noodzakelijk planuitval te beperken en zachte plannen, indien ze aansluiten op de kwalitatieve en kwantitatieve vraag, hard te maken. Gezien de behoefte is in de Regio Amstelland-Meerlanden-Amsterdam-Zaanstreek-Waterland de woningproductie (tabel 3.2) te laag, waardoor de druk op de woningmarkt oploopt. Op papier is capaciteit beschikbaar. Om de productie ook daadwerkelijk te halen moet planuitval voorkomen worden, zachte plannen moeten harde plannen worden en bouwvergunningen moeten leiden tot opleveren van woningen.
Tabel 3.2: Woningbehoefte afgezet tegen netto plancapaciteit AM-Ams-ZW 2017-2040 Betekenisvoor het plan Gelet op de RAP 2016-2020 met Oplegger en de Woningbouwmonitor 2017 is aanvulling van de harde capaciteit nodig om te kunnen voorzien in de grote woningbehoefte in de regio. Hier draagt het plan aan bij. De locatie Dennenlaan 135 is opgenomen in de versie van de monitor woningbouwplannen 2021.
3.2.7
Beleidsregel wonen en vliegen De beleidsregel wonen en vliegen 20 Ke-contour Schiphol (2017) stelt dat de toelichting van een bestemmingsplan dat woningbouw binnen een 20 Ke-contour mogelijk maakt, de volgende onderdelen bevat: Een weergave en beschrijving van de exacte ligging van de woningbouwlocatie in het beperkingen gebied; Een beschrijving van de huidige geluidssituatie op die woningbouwlocatie; Een beschrijving van de verwachte toekomstige ontwikkelingen die kunnen zorgen voor een verandering van de huidige geluidssituatie op de woningbouwlocatie; Een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de belangen die met de beoogde woningbouw zijn gemoeid, waaronder de actuele behoefte waarin de woningbouw voorziet; Een slotconclusie over de bevindingen naar aanleiding van de onderwerpen bedoeld in de voorgaande punten. In aanvulling hierop kan bij de te maken afweging de gecumuleerde geluidsbelasting van vliegtuiglawaai worden betrokken. In aanvulling op de genoemde beschrijvingen, wordt als uitgangspunt gehanteerd dat in het geval maatregelen worden getroffen om geluidsbelasting dan wel geluidhinder te verminderen, de toelichting een beschrijving van die maatregelen en de afweging die daaraan te grondslag ligt, bevat. Op deze aspecten wordt ingegaan in paragraaf 5.6 en 5.11.
blad 23 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 466614.100
3.3
Gemeente
3.3.1
Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 In de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 (2012) worden de toekomstige ontwikkelingen van de gemeente beschreven. De Structuurvisie gaat over belangrijke structurerende zaken met ontwerpprincipes voor duurzaamheid, een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem, energie, netwerk- en ketenmobiliteit, de synergie met Schiphol, ruimte voor attracties, en de cultuurhistorie en diversiteit als drager van de ontwikkelingen. In de toekomst wil Haarlemmermeer de bestaande diversiteit aan woon- en werkmilieus – haar zogeheten atypische stedelijkheid - versterken. Haarlemmermeer wil een gemeente zijn die verbonden is en verbindt, een samenleving met samenhang. Dat betekent ook dat er samenhang moet zijn tussen alle ontwikkelingen die plaatsvinden, zowel de ruimtelijke als de sociale ontwikkelingen. Haarlemmermeer positioneert zich ook in de toekomst als een attractieve ontmoetings- en vestigingsplaats. Duurzaamheid en oog voor bestaande structuren zijn leidend bij de toekomstige ruimtelijke, economische en sociale ontwikkelingen. De ambities voor Haarlemmermeer in 2030 zijn als volgt benoemd: sterk gevarieerd en de atypische stedelijkheid benuttend; duurzaam en klimaatbestendig; fysiek en sociaal verbonden met elkaar en met de omgeving; blijvend gepositioneerd als aantrekkelijke ontmoetingsplaats.
De structuurvisie beschrijft daarnaast de grondslagen en ontwerpprincipes die als uitgangspunt worden gehanteerd bij de verdere ontwikkeling van Haarlemmermeer. Deze zijn samengevat in zes kernpunten: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem. Energie als speerpunt. Netwerk (keten)mobiliteit: de knopen benut. Synergie met Schiphol. Ontmoeten en verbinden: ruimte voor attracties. Cultuurhistorie en diversiteit als drager
In de Structuurvisie zijn deze kernpunten verder uitgewerkt in het hoofdstuk dat gaat over de programmatische uitwerking op hoofdlijnen van de visie. Hierin geeft het college op onderdelen aan welke toetsingscriteria op het gebied van sociale duurzaamheid en kwaliteit men wilt ontwikkelen ten behoeve van de verdere uitwerking in toekomstige plannen. Het plangebied is met een rode onderbroken cirkelvormige contour weergegeven in figuur 3.5.
blad 24 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 466614.100
Figuur 3.5: Uitsnede Structuurvisiekaart met daarop weergegeven het plangebied Betekenisvoor het plan In de structuurvisie Haarlemmermeer is de ambitie verwoord voor een aantrekkelijk woon-, werk- en leefklimaat. Middels het planvoornemen wordt een transformatie naar woningbouw toegestaan die bijdraagt aan de leefbaarheid in het hart van Zwanenburg. Hiermee past het voorgenomen project binnen de geformuleerde doelstellingen in de structuurvisie.
3.3.2
Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer (2018) Het aantal inwoners en ondernemers groeit zowel in Haarlemmermeer als in de regio. De druk op de verkeers- en vervoersnetwerken zal daardoor toenemen. Daarnaast zet de groei van de verkeersstromen van en naar de luchthaven de bereikbaarheid van de Multimodale Knoop Schiphol onder druk. Uitgangspunt voor de Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer 2018 is dat de reiziger zelf het beste bepalen met welke vervoersmiddel hij zijn reis kan maken. De visie zal worden gevolgd door een nieuwe meerjarige investeringsgeld waarbij overgebleven Deltaplan projecten (uit het voorgaande verkeersbeleid) en middelen worden meegenomen en heroverwogen. Ook worden investeringen beter afgestemd met beheer- en onderhoudsplannen en zullen bereikbaarheidseffecten gemonitord blijven worden. In de Mobiliteitsvisie zijn de volgende ambities opgenomen: a. b. c.
d. e. blad 25 van 74
Vrijheid van bewegen en vrijheid om een vervoermiddel te kiezen; Ruimte voor innovatie voor het 'nieuwe bewegen'; Een efficiënt en flexibel mobiliteitssysteem: klaar voor de toekomst; door een slimme fasering, wat nodig is wordt aangelegd, ruimte voor toekomstige uitbreiding wordt gereserveerd. Uitgangspunt is 'eerst bewegen, dan bouwen'; Bestaande knelpunten in het netwerk oplossen; Mobiliteit met oog voor de leefomgeving; overlast zoveel mogelijk beperken.
vastgesteld bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 466614.100
f. g. h.
Veilig bewegen; Evenwichtige ontwikkeling op de juiste plek, met de juiste functies; Mobiliteit in en door Haarlemmermeer: gedeeld belang van gemeente, regio, rijk en bedrijfsleven; i. Faciliteren van schone en stille mobiliteit; j. Monitoring en indicatoren. De mobiliteitsvisie benoemt vervolgens een aantal thema's waarvoor doelstellingen zijn benoemd. De relevante thema's zijn: auto, fiets, verkeersveiligheid en parkeren. Betekenisvoor het plan In hoofdstuk 5.14 wordt nader ingegaan op het aspect verkeer.
3.3.3
Handboek parkeernormen (2018) Op 6 februari 2018 is in het college van Burgemeester en wethouders de nota 'Actualisatie beleidsregel Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer' vastgesteld. De beleidsregel is een uitwerking van de eerder door de raad vastgestelde kaders 'Strategisch parkeerbeleid' (d.d. 16 maart 2017, nummer 2017.0005871). Met het handboek en bijbehorende parkeernormentabel kan voor benoemde situaties de parkeernorm op eenduidige wijze worden vastgesteld. De norm is afhankelijk van de betreffende functie, stedelijkheid, centrumligging, afstand tot HOV-halte of NS-station. De gemeentelijke parkeernormen gelden voor nieuwe ontwikkelingen, nieuwe uitbreidingen of herinrichtingen. In bestaande situaties is uitgegaan van de normen die golden ten tijde van de realisering. Sindsdien is het autobezit en -gebruik echter toegenomen. In een aantal gevallen leidt dat tot knelpunten. De oplossing voor dit soort knelpunten wordt gezocht In maatwerk. Het is niet realistisch om die gevallen te vergelijken met huidige parkeernormen. In plaats daarvan moeten er oplossingen komen, die gebaseerd zijn op onderzoek van de bestaande situatie. Gemiddeld elke drie tot vier jaar wordt de set parkeerkencijfers door het CROW geüpdatet.
Wanneer de volgende update plaatsvindt, wordt dit handboek waar nodig herzien en de toepasbaarheid van de landelijke kencijfers in Haarlemmermeer getoetst. Er zullen in nieuwe (bestemmings)plannen geen parkeernormen meer separaat vastgelegd worden. In plaats daarvan wordt verwezen naar dit handboek. Betekenisvoor het plan In paragraaf 5.14 wordt nader op parkeren ingegaan. Dat het plan voldoet aan de gemeentelijke parkeernormen wordt geborgd in de planregels van dit bestemmingsplan.
3.3.4
Woonbeleidsprogramma 2019-2025 Met het Woonbeleidsprogramma 2019-2025 wil de gemeente Haarlemmermeer de accenten verleggen ten opzichte van eerdere beleidsvisie over wonen. Het is de bedoeling om de nieuwbouw fors op te voeren. Samen met ontwikkelaars, zorgpartijen en woningcorporaties wil de gemeente dat de groei van inwoners aansluit bij de veranderende woningbehoefte. De gemeente wil nog diverser worden met meer woningen in landelijke, centrum-dorpse en centrum-stedelijke woonmilieus, meer appartementen voor starters en ouderen en uitbreiding van het aantal woonzorginitiatieven. Daarvoor zijn vier beleidslijnen benoemd: 1. divers aanbod door middel van nieuwbouw; 2. vitale en kwalitatief goede woningvoorraad in wijken en kernen; 3. beschikbaarheid van betaalbare woningen; 4. goede huisvesting van aandachtsgroepen, Betekenisvoor het plan Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van ten minste 18 appartementen in het middeldure/dure (koop)segment met een woonoppervlak variërend van ongeveer 70 tot 120m². Het plan draagt hierbij bij aan een divers aanbod door middel van nieuwbouw en
blad 26 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 466614.100
een vitale en kwalitatief goede woningvoorraad in wijken en kernen.
3.3.5
Hart van Zwanenburg We willen met een kwaliteitsimpuls in het centrum van Zwanenburg de leefbaarheid van het gehele dorp verbeteren. het beleid daarvoor is opgenomen in het Ruimtelijk Programma Hart van Zwanenburg dat op 29 september 2011 in de raad is aangevuld. Het Convenant Omgevingskwaliteit Schiphol en daaraan gekoppelde subsidiemiddelen van de Stichting Leefomgeving Schiphol biedt de kans om de komende jaren te investeren in Zwanenburg. Het Ruimtelijke Programma Hart van Zwanenburg, één van de vijf projecten uit het Convenant, voorziet in een geïntegreerde en gefaseerde aanpak van projecten in de dorpskern. Het project Hart voor Zwanenburg, in casu het dorpshart van Zwanenburg, staat symbool voor de mogelijkheden die er zijn om de sociaal maatschappelijke structuur te versterken. De ontwikkeling van de woonkern Zwanenburg is door de ruimtelijke beperkingen van Schiphol volledig geblokkeerd. Door de afname van het inwonertal is het winkelbestand verschraald, het voorzieningenniveau gedaald, zijn ruimtelijke problemen ontstaan en dekt het woningenbestand de behoefte niet meer. Onder de naam Hart van Zwanenburg hebben wij één Ruimtelijk Programma vastgelegd, waarin ontwikkelingen in een aantal deelgebieden een samenhangend geheel vormen waarmee de centrumontwikkeling van Zwanenburg op een hoger plan komt.
De sociale cohesie is sterk in Zwanenburg, maar moet ook sterk blijven. Daartoe zal de juiste mix van levendigheid, vitaliteit, veiligheid en kwaliteit van beheer in het dorp aanwezig zijn. De ruimtelijke en maatschappelijke componenten van de kwaliteitsimpuls zijn: verbinden en ontmoeten; voorzieningen centraal in de woonomgeving plaatsen; functiemenging; identiteit stimuleren; ook door bescherming van cultuurhistorie; versterking kwaliteit van de publieke ruimte. Deze elementen vormen belangrijke dragers van het Ruimtelijke Programma. Met de uitvoering van het Ruimtelijk Programma levert de gemeente, dankzij een substantiële bijdrage via de subsidie van de SLS, een belangrijke kwaliteitsimpuls aan het dorp. Deze kwaliteitsimpuls wordt gecreëerd door het realiseren van een nieuw dorpshuis, waarbij veel functies onder één dak komen, en een nieuw dorpsplein, dat ook een grote verblijf- en ontmoetingsfunctie zal vervullen. Betekenisvoor het plan Voorliggend bestemmingsplan ligt direct ten zuiden van het nieuwe Dorpshuis met het nieuwe nieuw dorpsplein. Het nieuw dorpshuis heeft omvat sociaalmaatschappelijke functies en een nieuw dorpsplein, dat het dorpshuis, winkels en park met elkaar verbindt. Voorliggend plan sluit hier uitstekend op aan omdat de locatie de entree vormt van Wandelpark van Zwanenburg.
De tuin bij de appartementen wordt ruimtelijk en visueel onderdeel van het Wandelpark en de bijbehorende openbare ruimte. De tuin blijft privé, maar heeft een openbaar en toegankelijk karakter. Dat houdt in dat op bepaalde momenten van de dag de tuin toegankelijk is voor niet-bewoners van het woongebouw. Dit kan de sociale cohesie en spontane ontmoetingen stimuleren.
3.3.6
Kaders klimaatbeleid 2008-2020 In deze nota zijn de kaders voor toekomstig klimaatbeleid vastgelegd. Algemene doelstelling van het klimaatbeleid is een reductie van de CO2-uitstoot in 2020 van 30 procent ten opzichte van 1990 en de realisatie van 20 procent duurzame energie in 2020. Bij de ontwikkeling en uitvoering van het klimaatbeleid/ energiebeleid wordt de trias energetica aangehouden als leidend principe: 1.
blad 27 van 74
Beperking van de energievraag;
vastgesteld bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 466614.100
2. 3.
Opwekking noodzakelijke energie door gebruikmaking van duurzame energiebronnen Indien nodig dient de opwekking van de resterende noodzakelijke energie door middel van gebruikmaking van fossiele brandstoffen, zo efficiënt en zo schoon mogelijk te geschieden. Het klimaatbeleid is uitgewerkt in tien thema's. Per thema is aangegeven wat de beoogde CO2-reductie of beoogde realisatie van duurzame energie binnen dat thema is. Het klimaatbeleid is uitgewerkt in tien thema's. Per thema is aangegeven wat de beoogde CO2-reductie of beoogde realisatie van duurzame energie binnen dat thema is. De thema's zijn: Gemeentelijke gebouwen, bestaand en nieuwbouw; Bestaande woningen; Nieuwbouw woningen; Bestaande bedrijven; Agrarische bedrijven/ Glastuinbouw; Nieuwe bedrijven; Verkeer en vervoer; Windenergie; Overige duurzame energie; Interne milieuzorg. Daarnaast zijn twee randvoorwaarden benoemd voor het realiseren van de doelstellingen binnen de thema's. Zo zal de cultuur en de kennis binnen de gemeentelijke organisatie moeten zorg dragen voor voldoende draagvlak. Verder zal het Natuur- en milieucentrum Haarlemmermeer als expertisecentrum fungeren en bijdragen aan klimaatbewustwording en actiebereidheid tot energiezuinig en op duurzaamheid gericht gedrag bij zowel burgers als bedrijven.
De uitwerking van thema's en randvoorwaarden zal resulteren in een nog te schrijven gemeentelijk plan van aanpak. Betekenisvoor het plan In paragraaf 5.16 wordt beschreven hoe wordt omgegaan met de aspecten klimaat, energie en duurzaamheid.
blad 28 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 466614.100
Hoofdstuk 4 4.1
Nieuwe situatie Toekomstige ontwikkelingen in het plangebied Ambitie Gelegen aan de Dennenlaan in Zwanenburg ligt een pareltje, verstopt in het groen en gelegen aan het water. Deze locatie vormt de oostelijke entree van het Wandelpark Zwanenburg. Na de sluiting van de MAVO kon de flora op deze locatie 'vrijelijk haar gang gaan' waardoor een groene oase is ontstaan. Het toekomstig bouwplan houdt zo maximaal mogelijk rekening met waardevolle bomen en struiken. Hierdoor ontstaat ruimte voor een gebouw dat centraal gelegen is op de kavel. De locatie toont zich echter ook aan de buitenwereld. Aan de zijden van de Nolenslaan en de Dennenlaan wordt het groen wat uitgedund. Dit maakt het gebouw zichtbaar en zo vormt het de ruimtelijke poort van het centrum van Zwanenburg. Het gebouw heeft maximaal vier bouwlagen voor appartementen waarbij de vierde bouwlaag terugliggend wordt uitgevoerd. Het parkeren wordt achter het gebouw opgelost, grotendeels uit het zicht vanaf de straatzijden. Op deze wijze blijft het gebouw ondergeschikt aan de waardevolle bomen. Omdat de locatie ook de aanzet vormt van Wandelpark van Zwanenburg wordt de tuin ruimtelijk en visueel onderdeel van het Wandelpark en bijbehorende openbare ruimte. De tuin blijft privé, maar heeft een openbaar en toegankelijk karakter.
Dat houdt in dat op bepaalde momenten van de dag de tuin toegankelijk is voor niet-bewoners van het woongebouw. Dit kan de sociale cohesie en spontane ontmoetingen stimuleren. De appartementen hebben een balkon of voortuin. Er is een heldere en beheersbare erfafscheiding die past binnen het gedachtegoed van een semi-openbare ruimte. Bewoners en niet-bewoners kunnen over de paden in de tuin een ommetje maken. De paden in de tuin sluiten aan op de omliggende paden. Wat betreft de uitstraling van het gebouw wordt ook ingespeeld op de groene waarde van de plek. Hout en andere natuurlijke materialen spelen hierin een belangrijke rol. De balkons steken niet ver uit de gevel en op het dak komt groen. Het gebouw biedt ruimte aan 18 appartementen met een woonoppervlak variërend van ongeveer 70 tot 115 -120 m². Naast voorliggend plan is een reconstructie van de Dennenlaan voorzien. Ten noordoosten van het dorpshuis wordt een plein gemaakt. De supermarkt die daar een plek had verhuist naar de Olmenlaan, de oude plek van het dorpshuis. Klimaat, energie, duurzaamheid Omdat er relatief weinig verharding komt en veel bomen behouden blijven, speelt het plan in op een klimaatadaptieve leefomgeving. Door het opgaand groen is er veel schaduw. Tevens is er koeling van het in de buurt gelegen water. In tijden van wateroverlast kan het water snel afgevoerd worden naar de vijver van het Wandelpark.
Het gebouw krijgt een groen dak (zowel op de vierde als derde bouwlaag). Dit draagt bij aan wateropvang en zorgt tevens voor koeling en isolatie van de woningen. Omdat de tuin semiopenbaar wordt, draagt dit positief bij aan de sociale cohesie. Het ontwerp van de tuin is er op gericht om ontmoeting te stimuleren voor diverse leeftijden. Het groene dak biedt ruimte voor extensief opgestelde zonnepanelen mocht dit zon-technisch interessant zijn. Civiele techniek (ondergrondse infrastructuur, water) Het afvalwater wordt apart aangeleverd aan het gemeentelijk rioolstelsel. Het grijswater wordt niet aangeboden op het gemeentelijk stelsel. Gestimuleerd wordt om grijswater op te vangen in regentuinen en groene daken. Dit water kan dan langzamer worden afgevoerd of worden vastgehouden. Zo heeft het langere tijd om in de bodem te infiltreren. Het langer vasthouden van water draagt bij aan het voorkomen van hittestress en kan de capaciteit
blad 29 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 466614.100
van waterberging vergroten. Mocht het opvangen van grijswater niet mogelijk zijn, dan wordt het aangeboden aan oppervlaktewater. Bijvoorbeeld in de vijver ten westen van het plangebied. Hierdoor wordt bij hevige buien het riool minder belast. Circulariteit, slopen (=oogsten)/bouwen Betonpuin van het bestaande gebouw wordt afgevoerd naar een erkende, gecertificeerde verwerkingsinrichting. Dan komt het granulaat namelijk hoogwaardig terug in de keten in plaats van laagwaardig in een wegfundering. De nieuwe betonmaterialen die toegepast worden, moeten een percentage van minimaal 15% hergebruik te bevatten. Geïntegreerde vleermuiskasten Geïntegreerd in de nieuwbouw worden permanente vleermuiskasten opgenomen
4.2
Ruimtelijke structuur
4.2.1
Bebouwingsstructuur Het plangebied vormt samen met het Medisch Centrum Zwanenburg (aan de overzijde van de Dennenlaan t.o.v. het kavel) ruimtelijk gezien de poort van de centrumzone van Zwanenburg. In de kern is vooral bebouwing te vinden van twee bouwlagen met een kap. Langs de Dennenlaan staat een aantal hogere gebouwen tot maximaal vier bouwlagen. Ook is de kavel gelegen aan de belangrijke groenstructuur die Zwanenburg doorkruist en uitkomt in het Wandelpark. Deze groenstructuur is gerelateerd aan de historische verkaveling van de Haarlemmermeerpolder. Het heeft een prominente positie in Zwanenburg. De kavel en de directe omgeving worden gedomineerd door bestaande bomen en struiken. Daardoor is de bestaande bebouwing nauwelijks zichtbaar. Onderzocht zijn de waardevolle groenelementen op en nabij de kavel. Het behoud daarvan geeft de toekomstige ontwikkeling een waardevolle groene uitstraling. Door afstand te houden met de toekomstige bebouwing tot deze bomen en struiken ontstaat er een maximaal bouwvlak. Het uitdunnen van de struiken maakt de toekomstige bebouwing zichtbaar. Aan de noordzijde is een vluchtroute gelegen voor het Dorpshuis. De vluchtroute dient vrij te worden gemaakt van groen. Bebouwing is hier niet mogelijk om een vrije doorgang te garanderen.
Het nieuwe woongebouw staat midden op de kavel en wordt aan drie zijden omringd door een groene tuin (zie figuur 4.1). Het bouwvlak houdt aan de zijde van het nieuwe Dorpshuis (noordelijke richting) rekening met een vluchtroute en met de ruimtelijke impact die de gebouwen (Dorpshuis en nieuwbouw) op elkaar hebben. Het bouwvlak is zo gekozen dat het rekening houdt met de lichtinval in de appartementen. Dit in verband met de nabijheid van de grote bomen. De bergingen zijn opgelost in het gebouw op de begane grond. In de achtertuin wordt een fietsenberging gerealiseerd. Het maximaal aantal bouwlagen van het woongebouw is vier, waarbij de bovenste laag terugliggend is uitgevoerd. Voor het lagere deel van het bouwwerk geldt de minimale goothoogte van 11 meter met een maximale bouwhoogte van eveneens 11 meter. Voor het hogere deel geldt een minimum goothoogte van 14 meter met een maximale bouwhoogte van 14 meter. Het stallen van de fietsen vindt plaats in de tuin. Op deze manier wordt dit ook een ontmoetingsplek voor de bewoners. Per wooneenheid worden twee stallingsplaatsen in de schuur gereserveerd, 36 fietsparkeerplekken in totaal. De exacte positie van de schuur is nader te bepalen en afhankelijk van het tuinontwerp. Vast staat, dat de stalling ten westen van het hoofdgebouw moet komen. Voor bezoekers komen er stallingsrekken nabij de hoofdentree aan de oostzijde.
Het tuinontwerp zal uitsluitsel geven waar deze het beste gepositioneerd kan worden. De stallingsrekken komen bij voorkeur op een plek uit het zicht.
blad 30 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 466614.100
Figuur 4.1: Ligging gebouw in groenstructuren (gemeente Haarlemmermeer, 2021)
4.2.2
Groen- en waterstructuur Het gebouw staat in een ruime en groene gezamenlijke tuin. De tuin is privé, maar heeft een openbaar karakter. Dat houdt in dat de tuin op bepaalde momenten van de dag ook voor niet-bewoners van het appartementencomplex toegankelijk is. De tuin vormt ook de groene schakel met het Wandelpark Zwanenburg aan de westzijde van het perceel en het groen van de Elzenkade (een historisch groene verbinding) gelegen aan de oostzijde. Voor de tuin is een landschapsontwerp benodigd, waarbij de waardevolle bomen in de openbare ruimte buiten het kavel behouden moeten blijven. Aan de zuid- en westzijde grenst het plangebied aan water. In het plangebied zelf wordt geen nieuw oppervlaktewater aangelegd.
4.2.3
Ontsluitingsstructuur De kavel bevindt zich ten westen van de Dennenlaan en ten noorden van de Nolenslaan in Zwanenburg. De Dennenlaan is een belangrijke doorgaande verbinding van Zwanenburg naar Halfweg en Boesingheliede. Aan de Dennenlaan ligt het centrale plein van het dorp met voorzieningen. Het plangebied wordt direct ontsloten op de Dennenlaan via een inrit aan de noordkant van het plangebied. Het parkeren vindt grotendeels plaats op het achterterrein. De meest recente vastgestelde gemeentelijke parkeernormen zijn leidend. De gemeente Haarlemmermeer stimuleert duurzame deelmobiliteit. Bij toepassing van deelauto's, is het mogelijk om een correctie toe te passen op de autonome parkeervraag voor de woningen binnen de planontwikkeling. Dit dient te worden onderbouwd. In de directe omgeving liggen vier parkeerplaatsen aan de Dennenlaan. Deze kunnen mogelijk benut worden voor de ontwikkeling. De hoofdentree van het gebouw ligt aan de zijde van de Dennenlaan. Deze entree wordt via een pad door de tuin verbonden met het trottoir aan de Dennenlaan. Aan de westzijde van
blad 31 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 466614.100
het gebouw in de buurt van de fietsenstalling is een tweede ondergeschikte entree voor bewoners. Bij het bouwplan moet de toegankelijkheid voor mindervaliden uiteraard gegarandeerd worden.
4.2.4
Beeldkwaliteit Vanwege de ligging tussen het waardevolle groen wordt het gebouw uitgevoerd in een combinatie van (lichtbruine of bruine) bakstenen, lichtkleurig beton, hout en andere natuurlijke materialen. Op deze manier blijft de uitstraling van het gebouw ondergeschikt aan de omgeving en vindt aansluiting plaats bij het nieuwe Dorpshuis. Een bewuste ontwerpkeuze is om het gebouw een eenvoudige en kubistische volumeopbouw te geven. Hierdoor is de verschijningsvorm duidelijk ondergeschikt aan het opvallende dorpshuis. Voor de opbouw van de gevels (zogenaamde gevelplastiek) gaat het gebouw de relatie aan met andere gebouwen in de straat uit de wederopbouwperiode. Dit houdt in dat de gevels horizontaliteit uitstralen. Door met houten te verplaatsen "lamellen" te werken, kan het eenvoudige volume een speelse gevel krijgen. De kop van het gebouw aan de zuidzijde vormt de "poort" naar het centrum van Zwanenburg. De gevels van deze kop moeten expressief worden vormgegeven. Dat betekent dat deze gevels anders zijn uitgewerkt dan andere gevel, maar betreft kleurenpalet en opbouw wel "familie" van elkaar. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van glas en metaal, naast houten materialen. Balkons worden zo maximaal mogelijk inpandig gerealiseerd. Dit versterkt de gewenste eenvoudige opbouw van het volume. Deze balkons mogen maximaal 1 meter uit de gevel steken.
Ook de schuur in de tuin (fietsenstalling) wordt met natuurlijke materialen uitgevoerd en heeft een eenvoudige uitstraling. Het heeft een opbouw van maximaal 1 bouwlaag met kap waarbij twee fietsen boven elkaar gestald kunnen worden. Met betrekking tot de uitstraling is de schuur "familie" van het hoofdgebouw. Het dak van het gebouw is groen begroeid met dakplanten met enkele zonnepanelen. Gestimuleerd wordt om in de gevels groen op te nemen. Daarmee wordt de biodiversiteit vergroot en natuurinclusief gebouwd. Referentiebeelden behorende bij de beeldkwaliteit zijn opgenomen in het kavelpaspoort dat in bijlage 1 is opgenomen.
4.3
Functionele structuur
4.3.1
Wonen In totaal worden er ten minste 18 appartementen in het middeldure en dure woonsegment gerealiseerd. Deze worden aangelegd verspreid over vier bouwlagen: 1e bouwlaag: entree, liften, trappen, bergingen, ongeveer twee appartementen van elk ongeveer 70m² en twee appartementen van ongeveer 80m2 ; 2e bouwlaag: vier appartementen van elke ongeveer 70m² en twee appartementen van ongeveer 80m2 ; 3e bouwlaag: vier appartementen van elke ongeveer 70m² en twee appartementen van ongeveer 80m2 ; 4e bouwlaag: twee penthouses van elke ongeveer 115-120m².
blad 32 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 466614.100
Hoofdstuk 5
Sectorale aspecten
5.1
Bodem
5.1.1
Wet- en regelgeving Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient in geval van ruimtelijke ontwikkelingen te worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Of de bodem een planontwikkeling in de weg staat, wordt middels een historisch onderzoek, eventueel aangevuld met een bodemonderzoek, bepaald. De resultaten van het historisch onderzoek, het bodemonderzoek en de conclusie met eventuele saneringsadviezen worden in het bestemmingsplan vermeld. Wet bodembescherming In de Wet bodembescherming zijn bepalingen opgenomen ter behoud en verbetering van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Bij bestemmingswijzigingen, verbouwingen of graafwerkzaamheden zal in veel gevallen een bodemonderzoek uitgevoerd moeten worden. De gemeente beoordeelt dat per geval. Met het bodemonderzoek kan bepaald worden of de bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor de beoogde functie. Besluit bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) geeft de lokale bevoegde gezagen de mogelijkheid om de bodemkwaliteit binnen hun gebied actief te gaan beheren binnen de gegeven kaders. Dit geeft onder andere ruimte voor nieuwe projecten op het gebied van natuur, wonen en industrie. Daarnaast worden de kwaliteit en de integriteit van belangrijke intermediairs bij bodemactiviteiten beter geborgd.
In het Bbk staan ook regels met betrekking tot het toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie. Uitgangspunt in de bijbehorende normstelling is de directe relatie tussen de chemische bodemkwaliteit en het gebruik van de bodem, gebaseerd op een risicobenadering. In situaties met een gering risico gelden daarom beperkte regels en minder strenge normen dan in situaties met meer risico's. Gemeentelijke Nota Bodembeheer Haarlemmermeer probeert zoveel mogelijk een afweging te maken op basis van feitelijke risico's. De Nota Bodembeheer (2020) biedt een praktische richtlijn aan de gemeentemedewerkers, adviesbureaus, aannemers en andere bodemintermediairs hoe in Haarlemmermeer het beste met vrijkomende grond en baggerspecie kan worden omgesprongen, waarbij aan zaken als gezond verstand, kostenbesparing, milieuwinst en voldoen aan geldende wet- en regelgeving veel aandacht is besteed. Een instrument dat inzicht geeft in de bodem is de bodemkwaliteitskaart, waarin honderden bodemonderzoeken uit de periode 2014-2019 zijn ingevoerd, afkomstig van onverdachte locaties (niet-brongerelateerde verontreinigingen) en is een berekening uitgevoerd van de bodemkwaliteit in de diverse bodemkwaliteitszones.
Ondanks toegenomen bedrijvigheid in de polder voldoet de diffuse bodemkwaliteit in het grootste deel van het gebied wat betreft de stoffen uit het standaard stoffenpakket nog altijd aan de Achtergrondwaarde (schoon). Deze grond is in principe geschikt om - onder voorwaarden - overal zonder onderzoek te hergebruiken (zone 1). Een klein gedeelte van het gebied heeft een bodemkwaliteit die voldoet aan de kwaliteitsklasse wonen of industrie. In deze zones geldt in principe het generieke beleidskader. In enkele deelgebieden voldoet het generieke kader niet en is gebiedsspecifiek beleid vastgesteld; dit zijn Schiphol Trade Park en Park21.
5.1.2
Onderzoek Voor de het plangebied zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd:
blad 33 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 466614.100
1.
Verkennend bodemonderzoek Dennenlaan 135-137 te Zwanenburg, Grondslag Bodemkwaliteitsbureau, project 28622, d.d. 15 december 2020 (definitief, versie 2) (zie bijlage 2); 2. Aanvullend verkennend asbest- en bodemonderzoek Dennenlaan 135-137 te Zwanenburg, Grondslag Bodemkwaliteitsbureau, project 28622, d.d. 15 december 2020 (definitief) (zie bijlage 3); 3. Tankonderzoek Dennenlaan 135-137 te Zwanenburg, Grondslag (zie bijlage 4) Bodemkwaliteitsbureau, project 28622, d.d. 6 maart 2019 (definitief); 4. Evaluatie vrijwillige sanering ter plaatse van de tanklocatie aan de Dennenlaan 135-137 te Zwanenburg, IDDS B.V., project 2001N311/BNO/rap 1, d.d. 23 juli 2020 (zie bijlage 5). Hieronder worden de bevindingen per onderzoek beknopt toegelicht. Ad 1: Verkennend bodemonderzoek Grondslag (d.d. 15 december 2020 (definitief, versie 2) Uit het bodemrapport komt naar voren dat op de locatie enkel in één boring een sterke verontreiniging met PAK is aangetoond. In de overige onderzochte monsters van de bovengrond zijn hoogstens lichte verontreinigingen met PCB, minerale olie en kwik aangetoond, de ondergrond is niet verontreinigd. Het grondwater is plaatselijk slechts licht verontreinigd met arseen, barium en xylenen. Ter plaatse van de onderzochte puinverharding is visueel en analytisch geen asbest aangetoond. Ad 2: Aanvullend verkennend asbest- en bodemonderzoek Grondslag (d.d.
15 december 2020, definitief) In december 2020 is hierop volgend een aanvullend verkennend asbest- en bodemonderzoek uitgevoerd door Grondslag (kenmerk 28622, d.d. 15 december 2020). Tijdens dit onderzoek is de verdachte bovenlaag welke betonresten bevat onderzocht op de aanwezigheid van asbest. Daarnaast is de sterke verontreiniging met PAK in boring 23 aanvullend onderzocht. In de asbestverdachte bovenlaag is visueel en analytisch geen asbest aangetoond. Het rapport concludeert daarnaast dat ter plaatse van boring 23 in zowel de boven- als ondergrond geen (sterke) verontreinigingen met PAK aanwezig zijn. Ad 3: Tankonderzoek Grondslag (d.d. 6 maart 2019 (definitief) In maart 2019 is een klein gedeelte van het terrein nogmaals onderzocht. Dit betreft een tankonderzoek (kenmerk 28622, d.d. 6 maart 2019). Op het noordwestelijk gelegen terreindeel is een ondergrondse brandstoftank aangetroffen. Rondom de tank zijn sterke verontreinigingen aan olie en xylenen en een lichte verontreiniging aan ethylbenzeen in de ondergrond aangetroffen. Het grondwater is ook sterk verontreinigd met minerale olie en xylenen, matig verontreinigd met benzeen en licht verontreinigd met ethylbenzeen en naftaleen. Ad 4: Evaluatie vrijwillige bodemsanering tanklocatie IDDS B.V. (d.d. 23 juli 2020) Naar aanleiding van de gegevens uit het tankonderzoek uit 2019 heeft IDDS B.V.
in juli 2020 een tanksanering uitgevoerd (kenmerk 2001N331/BNO/rap1, d.d. 23 juli 2020). In de controle monsters van de grond zijn geen verontreinigingen aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. In het grondwater zijn na de sanering licht verhoogde concentraties aan xylenen en naftaleen aangetoond. Het rapport concludeert dat alle concentraties lager zijn dan de terugsaneerwaarden. Een aanvullende grondwatersanering is niet noodzakelijk.
5.1.3
Conclusie Op basis van de verkregen informatie is de bodem ter plaatse van de voorgenomen werkzaamheden in voldoende mate onderzocht en hoogstens licht verontreinigd. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden en het beoogde gebruik worden geen belemmeringen voorzien. Er is vanuit bodem geen belemmering voor de ontwikkeling van de woningbouw in het plangebied.
blad 34 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 466614.100
5.2
Cultuurhistorie en archeologie
5.2.1
Wet- en regelgeving Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt zes wetten op het gebied van cultureel erfgoed en sorteert hiermee voor op de komende Omgevingswet. Door de wetten te bundelen en een aantal regels te vernieuwen is de wetgeving minder versnipperd. In de Erfgoedwet staat onder andere wat cultureel erfgoed is, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe Nederland daar toezicht op houdt. De Erfgoedwet gaat over de bescherming van het cultureel erfgoed. Er is ook erfgoed in ruimtelijke ordening (de leefruimte om ons heen). Hoe Nederland daarmee omgaat staat in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De erfgoedvisie 'Erfgoed Omarmen en Beleven' met uitvoeringsprogramma van de Gemeente Haarlemmermeer voor de periode 2020 - 2030 stelt vast dat erfgoed bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving, de aantrekkelijkheid van de gemeente als bezoeklocatie en aan een aangenaam vestigingsklimaat. De basis van de visie is erfgoed als inspiratie en motor voor nieuwe ontwikkelingen. Het archeologiebeleid gemeente Haarlemmermeer 2020-2030 heeft tot doel een verantwoorde balans te vinden tussen goede omgang met het archeologische erfgoed en andere maatschappelijke belangen die bij planontwikkelingen moeten worden gewogen.
In dit beleid is doormiddel van een Verwachtingskaart en een beleidskaart terug te vinden waar en hoe er archeologisch onderzoek plaats moet vinden voordat men met de ontwikkeling begint. Om relevante keuzes te kunnen maken die in lijn zijn met de andere beleidsdoelen die de gemeente zich stelt, zal een integrale afweging plaatsvinden. Dit betekent dat naast de inhoudelijke waarde van de archeologie en erfgoed, ook de andere waarden door de gemeente in ogenschouw worden genomen, in navolging van de Omgevingswet. Op deze wijze wordt het waarderingsproces van cultuurhistorie maatschappelijk relevant. De volgende speerpunten zijn van belang bij cultuurhistorische en/of archeologische waarden: het meewegen van het archeologische belang bij het opstellen van bestemmingsplannen; de mogelijkheid om voorschriften te verbinden aan de omgevingsvergunning ter bescherming van archeologie; de mogelijkheid van de Minister van OCW om bij (dreigende) schade aan archeologische monumenten na een toevalsvondst voorschriften te stellen aan de uitvoering de werkzaamheden of die stil te leggen; de mogelijkheid van het bevoegd gezag of de Minister van OCW om toegang tot een terrein af te dwingen om archeologisch onderzoek te kunnen doen. De gemeente is verplicht om verwachte en aanwezige archeologische waarden mee te wegen bij ruimtelijke beslissingen.
De wetgever geeft de gemeente de vrijheid om naar eigen inzicht vorm geven aan de archeologische monumentenzorg binnen de gemeentegrens. Deze beleidsnota geeft hier invulling aan.
5.2.2
Onderzoek Voor de toetsing zijn de volgende kaarten geraadpleegd: 1. 2. 3. 4.
blad 35 van 74
Indicatieve kaart archeologische waarden (IKAW) Archeologische monumentenkaart (AMK) Informatiekaart landschap en cultuurhistorie (CHW) Cultuurhistorische waardenkaart provincie Noord-Holland
vastgesteld bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 466614.100
5.
Archeologische beleidskaart Haarlemmermeer
IKAW en AMK Op grond van de IKAW en de AMK zijn er geen waardevolle archeologische of cultuurhistorische aspecten te verwachten binnen het plangebied (figuur 5.1).
Figuur 5.1: Uitsnede IKAW en AMK voor plangebied (rood omlijnd) CHW en Cultuurhistorische waardenkaart provincie Noord-Holland Uit de Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie en Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Holland volgt dat er in het plangebied geen cultuurhistorische waarden zijn (figuur 5.2).
Figuur 5.2: Uitsnede CHW en Cultuurhistorische waardenkaart provincie Noord-Holland voor plangebied (rood omlijnd) Ad 5: Archeologische beleidskaart Haarlemmermeer Op grond van de archeologische beleidskaart van de gemeente Haarlemmermeer, ligt het plangebied binnen het gebied met het laagst geldende archeologische regime. Dit houdt in dat er uitsluitend een archeologisch onderzoek vereist is, indien het plangebied groter is dan 10.000 m². Voorliggend plangebied heeft een oppervlakte van circa 3.000 m² en is dus kleiner dan de grenswaarde (figuur 5.3).
blad 36 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 466614.100
Figuur 5.3: Locatie plangebied binnen Archeologische beleidskaart Haarlemmermeer
5.2.3
Conclusie In het plangebied liggen geen belangrijke cultuurhistorische waarden. In het plangebied zijn geen archeologische monumenten en waarden te verwachten. Er is vanuit cultuurhistorie en archeologie geen belemmering voor de ontwikkeling van de woningbouw in het plangebied. Zorplicht Indien tijdens bouw- of andere werkzaamheden toch op archeologische resten wordt gestuit, dan moet dit volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 zo spoedig mogelijk gemeld worden bij de gemeente of bij het meldpunt archeologische bodemvondsten van de provincie Noord-Holland.
5.3
Externe veiligheid
5.3.1
Wet- en regelgeving Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid voor de omgeving van een inrichting met gevaarlijke stoffen en/of transport van gevaarlijke stoffen. Bij externe veiligheid horen ook situaties met vliegtuigen nabij luchthavens. Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wet ruimtelijke ordening getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en de oriëntatiewaarden voor het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is het risico (uitgedrukt in kans per jaar) dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof. Het groepsrisico is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen gedefinieerd als: "de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe
blad 37 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 466614.100
veiligheid inrichtingen zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen vastgelegd. Denk hierbij aan risico's van onder andere tankstations met LPG, gevaarlijke stoffen -opslagplaatsen en ammoniakkoelinstallaties. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is gebaseerd op de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het vervoer van gevaarlijke stoffen is geregeld via de “Wet Basisnet”, een stelsel van wetten en regels. Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Hierin wordt ingegaan op het plaatsgebonden risico, het groepsrisico en de verantwoordingsplicht. In de Regeling Basisnet staat waar risicoplafonds liggen langs de transportroutes, hoe hoog ze zijn en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkelingen. In de gemeente Haarlemmermeer zijn daarnaast routes voor het transport van gevaarlijke stoffen vastgesteld. In aanvulling op de landelijke wet- en regelgeving kent de gemeente Haarlemmermeer ook eigen externe veiligheidsbeleid. Specifiek gaat het om regels over de aanvaardbaarheid en verantwoording van het groepsrisico.
Een belangrijke richtsnoer is onder andere dat objecten met niet- of met beperkt zelfredzame personen buiten het invloedsgebied van een risicobron worden geprojecteerd. Daarnaast biedt risicokaart.nl inzicht in risicosituaties in de leefomgeving. Dit instrument kan gebruikt worden als informatievoorziening om te helpen bij het voorkomen, bestrijden en beperken van de gevolgen van rampen en zware ongevallen.
5.3.2
Onderzoek Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een denkbeeldige persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De norm (één op één miljoen per jaar) geldt voor kwetsbare objecten als grenswaarde en voor beperkt kwetsbare objecten als richtwaarde. Dit betekent dat er als gevolg van een ongeval in theorie - per jaar slechts één persoon op een miljoen mensen mag overlijden. Het groepsrisico (GR) is de kans op een ongeval met veel dodelijke slachtoffers. Hierbij wordt gekeken naar de werkelijk aanwezige bevolking en de verspreiding van die bevolking rond een risicobron. Bepaald wordt hoe groot de kans is op tien, honderd of meer slachtoffers tegelijk onder die bevolking. Groepsrisicoberekeningen beogen maatschappelijke ontwrichting inzichtelijk te maken. Het groepsrisico is afhankelijk van de omvang van het ongeval. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet het groepsrisico worden verantwoord (VGR). Vanzelfsprekend speelt de hoogte van het groepsrisico een rol, maar ook de mogelijkheden voor zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid maken onderdeel uit van de verantwoordingsplicht. De risicomaten zijn vastgelegd in diverse besluiten en beleidsnotities en -nota's
blad 38 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 466614.100
Figuur 5.4: Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarden voor transport Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals hieronder weergegeven.
Figuur 5.5: Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico Voor de beoordeling van het aspect externe veiligheid is een onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 6. De resultaten zijn hieronder gepresenteerd. In de omgeving van het plangebied bevinden zich verschillende risicobronnen: Hogedruk aardgastransportleidingen van Gasunie; Rijksweg N200; Rijksweg A9; Schiphol; Rijksweg A5. Hogedruk aardgastransportleidingen Ten zuiden van het plangebied bevinden zich drie hogedruk aardgastransportleidingen van Gasunie. Enkele kenmerken van deze leidingen zijn weergegeven in onderstaande tabel.
blad 39 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 466614.100
Het invloedsgebied van deze drie hogedruk aardgastransportleidingen reikt niet tot de locatie Dennenlaan. De hogedruk aardgastransportleidingen zijn daarmee geen relevante risicobronnen in relatie tot het plangebied. Een nadere beschouwing is niet nodig Rijksweg N200 De Rijksweg N200 bevindt zich circa 850 meter ten noorden van het plangebied. Over deze weg vindt, conform de Regeling basisnet, transport van gevaarlijke stoffen plaats. Het invloedsgebied van deze weg bedraagt 355 meter (stofcategorie GF3) en reikt niet tot het plangebied. De N200 is daarmee geen relevante risicobron in relatie tot het plangebied. Rijksweg A9 De Rijksweg A9 bevindt zich circa 1.800 meter ten zuidwesten van het plangebied. Over deze weg vindt, conform de Regeling basisnet, transport van gevaarlijke stoffen plaats. Het invloedsgebied van deze weg bedraagt 880 meter (stofcategorie LT2) en reikt niet tot het plangebied. De A9 is daarmee geen relevante risicobron in relatie tot het plangebied. Schiphol Het plangebied bevindt zich circa 2.500 meter ten noordoosten van luchthaven Schiphol. Op grond van het Luchthavenindelingsbesluit (LIB) Schiphol geldt een beperkingengebied in de omgeving van Schiphol. Het gaat hierbij om zogenaamde LIB-zones 1 tot en met 5. Het plangebied bevindt zich in LIB-zone 5. LIB-zone 5 is een afwegingsgebied geluid en externe veiligheid.
Binnen dit gebied dient de gemeente Haarlemmermeer in het kader van de ruimtelijke procedure te motiveren hoe rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente Haarlemmermeer heeft in 2018 de beleidsregel wonen en vliegen vastgesteld en daarin het beleid beschreven ten aanzien van ontwikkelingen binnen LIB-zone 5. Bij plannen voor nieuwe woningen binnen de LIB-zone 5 dient de afweging naast de ruimtelijke aanvaardbaarheid expliciet gericht te zijn op het aspect geluid. Voor externe veiligheid zijn geen specifieke overwegingen benoemd. In paragraaf 5.11 wordt ingegaan op het aspect ruimtelijke aanvaardbaarheid. In paragraaf 5.6 wordt ingegaan op het aspect geluid vanwege Schiphol. Hiermee is voldaan aan de motiveringsverplichting vanuit het LIB Schiphol. Rijksweg A5 De Rijksweg A5 bevindt zich circa 2.000 meter (gemeten tot knooppunt Raasdorp) ten zuiden van het plangebied. Over deze weg vindt, conform de Regeling basisnet, transport van gevaarlijke stoffen plaats. Het invloedsgebied van deze weg bedraagt 880 meter (stofcategorie LT2) en reikt niet tot het plangebied. De A5 is daarmee geen relevante risicobron in relatie tot het plangebied.
5.3.3
Conclusie Voor externe veiligheid is geen nadere beschouwing van één of meerdere risicobronnen vereist in het kader van de ruimtelijke procedure. Verantwoording van het groepsrisico is eveneens niet van toepassing. Er is vanuit externe veiligheid geen belemmering voor de ontwikkeling van de woningbouw in het plangebied.
blad 40 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 466614.100
5.4
Explosieven In de Nederlandse bodem zitten nog veel conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Bij het opsporen en ruimen van conventionele explosieven (CE's) is de openbare orde en veiligheid het bepalende uitgangspunt. De burgemeester is op grond van artikel 172 van de Gemeentewet belast met de handhaving daarvan. De beslissing om in een concrete situatie al dan niet over te gaan tot het opsporen en ruimen van een CE is dus de bevoegdheid van de burgemeester. In een CE-verdacht gebied is grondroerende partij verplicht een explosieven onderzoek uit te voeren in het kader van 'veilige werkomgeving en veiligheid voor derden en de omgeving'. Er geldt geen verplichting om over te gaan tot opsporing en ruiming. Dit hangt af van het concrete geval en dat wordt vooral beoordeeld in relatie tot het huidige en toekomstige gebruik van het gebied.
5.4.1
Onderzoek In het gemeentelijk beleidsplan Conventionele Explosieven, is het plangebied op de CE-bodembelastingkaart groen gearceerd, hetgeen tekent dat het als onverdacht is aangeduid, zie figuur 5.6.
Figuur 5.6: Uitsnede CE-bodembelastingkaart (plangebied weergegeven met rode contour)
5.4.2
Conclusie Er is vanuit explosieven geen belemmering voor de ontwikkeling van de woningbouw in het plangebied.
blad 41 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Zwanenburg Dennenlaan 135 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 466614.100
5.5
Flora en fauna
5.5.1
Wet- en regelgeving Sinds 1 januari 2017 vervangt de Wet natuurbescherming de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Daarmee zijn gebiedsbescherming en soortbescherming bij elkaar gebracht in één Nederlandse wet. Deze wet beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren en hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen. Deze wet neemt de Europese regelgeving als uitgangspunt. Dat is niet alleen van belang vanwege het feit dat Nederland is gehouden tot nakoming van zijn internationale verplichtingen, maar ook, omdat de Europese regelgeving een hoog beschermingsniveau van de natuur verzekert, hoger dan de bescherming die vóór de totstandbrenging van de Europese kaders werd geboden door de nationale wetgeving. De taken en verantwoordelijkheden worden in het wetsvoorstel zoveel mogelijk bij de provincies neergelegd, overeenkomstig het uitgangspunt 'decentraal tenzij'. Eén van de verantwoordelijkheden van de provincie is de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland, een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Een belangrijk criterium in de wet is 'gunstige staat van instandhouding van een soort'.
Daarvan is sprake als: uit populatie dynamische gegevens blijkt dat de betrokken soort nog steeds een levensvatbare component is van de natuurlijke habitat waarin hij voorkomt, en dat vermoedelijk op lange termijn zal blijven, en het natuurlijke verspreidingsgebied van die soort niet kleiner wordt of binnen afzienbare tijd lijkt te zullen worden, en er een voldoende grote habitat bestaat en waarschijnlijk zal blijven bestaan om de populaties van die soort op lange termijn in stand te houden.
5.5.2
Onderzoek Soortbescherming In de Wet natuurbescherming is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. 2.
soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. 'andere soorten' (onderdeel A 'fauna' en onderdeel B 'flora'). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 5) aanwezig zijn in het plangebied. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (artikel 3.1). Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.1 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode.