CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Vaststelling bestemmingsplan Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk (2021.0002693).pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 23 december 2021, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Vaststelling bestemmingsplan Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk (2021.0002693)51.990 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

gemeente Haarlemmermeer

raadsvoorstel

Onderwerp

Portefeuillehouder Steller Collegevergadering

Vaststelling bestemmingsplan Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker Jolanda Dam 23 november 2021

Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer

2021.0002693 1. Voorstel Collegebesluit(en)

Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. geen exploitatieplan vast te stellen voor het bestemmingsplan 'Burgerveen CO2 leiding A4' omdat geen sprake is van een aangewezen bouwplan; 2. het bestemmingsplan Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk met planidentificatie NUMR0.094.BPGburco2a4leimdk-C001, bestaande uit een verbeelding en bijbehorende regels met bijlagen, volgens de artikelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 van het Besluit ruimtelijke ordening in elektronische vorm vast te leggen en in die vorm vast te stellen, één en ander overeenkomstig de bij dit besluit gevoegde bescheiden en op grond van de overwegingen genoemd in het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; 3. het college van burgemeester en wethouders te machtigen het verder nodige te verrichten. 2. Samenvatting

Met dit raadsvoorstel stellen wij de raad voor het bestemmingsplan 'Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk' vast te stellen. Dit paraplubestemmingsplan bevat de juridisch-planologische regeling voor de aanleg van een CO2 - leiding ten noordoosten van het knooppunt Burgerveen tussen de A4 en de Ringvaart. Het tracé maakt onderdeel uit van het CO2-netwerk richting het glastuinbouwgebied De Kwakel in de gemeente Uithoorn. 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?

Wij willen de aanleg van een CO2 - leiding richting De Kwakel faciliteren. Het voorliggend paraplubestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kaders om deze aanleg op het grondgebied van Haarlemmermeer mogelijk te maken. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen?

Aanleiding In de glastuinbouwgebieden bestaat bij de tuinders behoefte aan de beschikbaarheid van duurzame en betaalbare CO2 als een voorwaarde voor de toekomstbestendigheid van het

Vaststelling bestemmingsplan Burgerveen C02 leiding A4 Leimuiderdijk

pagina 2

glastuinbouwgebied. Deze CO2 kan geleverd worden via een centraal leidingstelsel van OCAP (Organic Carbondioxide for Assimilation of Riants). Om deze levering mogelijk te maken wil OCAP het bestaande CO2 netwerk uitbreiden richting het glastuinbouwgebied De Kwakel (gemeente Uithoorn). Al in 2014 zijn over de CO2 levering afspraken gemaakt in de 'Green Deal C02 voorziening glastuinbouw in Noord-Holland', welke door veertien partijen, waaronder de gemeente Haarlemmermeer, is ondertekend. Ligging plangebied Het tracé van de nieuwe C02 -leiding doorsnijdt een viertal gemeenten: Haarlemmermeer, Aalsmeer, Kaag en Braassem en Uithoorn. In Haarlemmermeer sluit het nieuwe tracé aan op het bestaande netwerk. De nieuwe leiding ligt ten noordoosten van het knooppunt Burgerveen tussen de A4 en de Ringvaart.

Inhoud plan Binnen het plangebied is sprake van diverse geldende bestemmingsplannen: Buitengebied Midden, Rijsenhout en omgeving. Ringvaart, Parapluplan parkeerregels. De aanleg van de nieuwe leiding is niet in overeenstemming met de geldende bestemmingsplanregels. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de juiste juridischplanologische regeling om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Ter plaatse van de leidingen voorziet dit paraplubestemmingsplan in een aanvullende regeling op de bestaande bestemmingsplanregels met de dubbelbestemming 'Leiding-C02'. Milieu- en externe veilieheidseffecten Voor diverse (milieu)aspecten, onder andere bodem, lucht, licht, geur, de flora en fauna en geluid, stikstofdepositie en externe veiligheid is bezien of nader onderzoek nodig is. Beoordeeld

Vaststelling bestemmingsplan Burgerveen C02 leiding A4 Leimuiderdijk

pagina 3

is dat deze aspecten geen belemmeringen vormen om het plan met de voorgenomen inhoud vast te stellen. 3.3 Wat mag het kosten?

Artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur een aangewezen bouwplan is voorgenomen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de bouw van één of meer woningen, de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen of de uitbreiding of verbouwing van gebouwen. In de wet is aangegeven welke kosten verhaald kunnen worden. In dit geval is er is geen sprake van een aangewezen bouwplan, waardoor er geen exploitatieplan vastgesteld hoeft. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?

Op grond van de Wro stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast. De portefeuillehouder Ruimtelijke ordening is namens het college het eerste aanspreekpunt voor het opstellen van het bestemmingsplan. Door ons college te machtigen het verder noodzakelijke te verrichten, zijn wij bevoegd op te treden in een eventuele beroepsprocedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak cab de Raad van State (Afdeling). 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar?

Procedure Het ontwerpraadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan is op 27 augustus 2021 bekendgemaakt en heeft met de daarop betrekking hebbende stukken vanaf 28 augustus 2021 zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. Juridische aspecten Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad wordt het vastgestelde plan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Na die inzagetermijn is het plan van kracht, tenzij beroep wordt ingesteld en voorlopige voorziening wordt gevraagd bij de Afdeling. Als tegen het plan wel beroep wordt ingesteld maar niet binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening bij de Afdeling is gedaan, dan treedt het plan in werking direct na de beroepstermijn. Overeenkomst gebruik grond Met de particuliere grondeigenaren in Haarlemmermeer zijn, over het gehele tracé voor de aanleg van de nieuwe leiding, zakelijk recht overeenkomsten afgesloten. Deze overeenkomsten zien op de aanleg en in gebruik hebben van de nieuwe leiding. Bestemmingsplan Buitengebied CO2 leiding Bij besluit van 2 juli 2020 (2020.0001344) is het bestemmingsplan 'Buitengebied C02 leiding' vastgesteld. Dit bestemmingsplan omvat de aanleg en het gebruik van de COz-leiding ten zuiden van Nieuw-Vennep en het gebruik van de voormalige gasleiding ten oosten van de A4 in Rijsenhout (gele tracé afbeelding pagina 2).

Vaststelling bestemmingsplan Burgerveen C02 leiding A4 Leimuiderdijk

pagina 4

3.6 Wanneer en hoe zal de raad over de voortgang worden geïnformeerd?

Met de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad is de procedure afgerond. Als tegen het plan beroep wordt ingesteld, zal de gemeenteraad op de hoogte worden gesteld van de uitspraak van de Afdeling hierover. 4. Ondertekening

Burgemeester e

//

de gemeente Haarlemmermeer, de burgermeester,

fyuurmans-Wijdeven

Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk Toelichting Bestemmingsplan – oktober 2021 NL.IMRO.0394.BPGburco2a4leimdk-C001 Plannaam

1

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING.............................................................................................................................. 4 1.1

Aanleiding .......................................................................................................................................... 4

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied ........................................................................................ 4

1.3

Doel en planvorm .............................................................................................................................. 5

1.4

Geldende bestemmings- en inpassingsplannen ................................................................................ 5

1.5

Planproces ......................................................................................................................................... 6

1.6

Leeswijzer .......................................................................................................................................... 6

BESTAANDE SITUATIE ............................................................................................................ 7 2.1

3

4

5

6

7

Bestaande ruimtelijke en functionele structuur ............................................................................... 7

NIEUWE SITUATIE .................................................................................................................. 9 3.1

CO₂-netwerk voor de Kwakel............................................................................................................. 9

3.2

Tracé en aanleg nieuwe CO₂-leiding ................................................................................................ 10

BELEIDSKADERS ................................................................................................................... 12 4.1

Rijksbeleid ........................................................................................................................................ 12

4.2

Provinciaal beleid ............................................................................................................................ 14

4.3

Gemeentelijk beleid ........................................................................................................................ 15

ONDERZOEKEN EN BEPERKINGEN........................................................................................ 17 5.1

Water ............................................................................................................................................... 17

5.2

Bodemkwaliteit................................................................................................................................ 19

5.3

Ecologie............................................................................................................................................ 20

5.4

Archeologie & Cultuurhistorie ......................................................................................................... 23

5.5

Geluid (Wet geluidhinder) ............................................................................................................... 24

5.6

Luchtkwaliteit .................................................................................................................................. 25

5.7

Externe veiligheid ............................................................................................................................ 25

5.8

Geur ................................................................................................................................................. 27

5.9

Milieuzonering ................................................................................................................................. 27

5.10

Kabels, leidingen en telecommunicatie installaties ........................................................................ 28

5.11

Explosieven ...................................................................................................................................... 28

5.12

Besluit milieueffectrapportage ........................................................................................................ 29

UITVOERBAARHEID ............................................................................................................. 31 6.1

Financiële uitvoerbaarheid .............................................................................................................. 31

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid.................................................................................................. 31

JURIDISCHE ASPECTEN......................................................................................................... 33 7.1

Inleiding ........................................................................................................................................... 33 Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk

2

7.2

Opzet van de regels en verbeelding ................................................................................................ 33

7.3

Inleidende regels ............................................................................................................................. 34

7.4

Bestemmingsregels ......................................................................................................................... 34

7.5

Algemene regels .............................................................................................................................. 34

7.6

Overgangs- en slotregels ................................................................................................................. 34

Bijlagen Bijlage 1

Historisch onderzoek

Bijlage 2

Stikstofonderzoek

Bijlage 3

Quickscan flora en fauna

Bijlage 4

Archeologisch bureauonderzoek

Bijlage 5

Archeologisch bureauonderzoek (Aanvullend)

Bijlage 6

QRA

Bijlage 7

QRA (Aanvullend)

Bijlage 8

Side letter QRA

Bijlage 9

CE onderzoek

Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk 3

1 INLEIDING 1.1 Aanleiding OCAP (Organic Carbondioxide for Assimilation of Plants) vangt CO₂ af bij industriële bronnen en levert deze aan tuinders in diverse glastuinbouwgebieden. Voor tuinders is CO₂ een belangrijke voedingsstof, die anders verkregen moet worden door aardgas te verstoken. Door het hergebruik van CO₂ wordt onnodige uitstoot en onnodig energiegebruik voorkomen. In verband met de verdere uitbouw van het netwerk is OCAP voornemens om het kernglastuinbouwgebied De Kwakel (gemeente Uithoorn) aan te sluiten op CO₂ (kooldioxide). Hiertoe zal een nieuwe CO₂-leiding (hogedruk) worden aangelegd tussen de bestaande CO₂leiding gelegen ten noordoosten van knooppunt Burgerveen tussen de A4 en Leimeiderdijk en het kernglastuinbouwgebied de Kwakel. Aan de Hoofdweg (op het kernglastuinbouwgebied de Kwakel) wordt een reduceerstation geplaatst. In het station wordt de CO₂ in lage druk verdeeld naar de afnemers. Het tracé van de nieuwe CO₂- leiding doorsnijdt een viertal gemeenten. Het leggen van hogedruk leidingen voor het transporteren van CO₂ is niet in overeenstemming met de huidige planologische kaders. De herziening van meerdere bestemmingsplannen is daarom noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kaders om het voornemen binnen het grondgebied van de gemeente Haarlemmermeer mogelijk te maken.

Hierbij zal worden aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’.

1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied Het plangebied is gelegen ten noordoosten van het knooppunt Burgerveen tussen de A4 en de Ringvaart en omvat de gronden ter plaatse van de nieuwe CO₂- leiding (inclusief belemmeringenstrook). In figuur 1 is met de rode en groene lijn de nieuw te leggen CO₂- leiding aangegeven. Het rode gedeelte is het deel van het leidingtracé dat binnen de gemeente Haarlemmermeer is gelegen. De bestaande CO₂-leiding waarop aangesloten zal worden is met de gele lijn weergegeven. Voor de concrete begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Figuur 1 Ligging van het tracé (Bron: Street Smart)

Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk 4

1.3 Doel en planvorm Het bestemmingsplan heeft een ontwikkelingsgericht karakter. Het bestemmingsplan biedt de juridische grondslag, op basis waarvan een nieuwe CO₂-leiding mag worden gelegd vanaf de bestaande CO₂-leiding (voormalige hogedruk gasleiding) gelegen ten zuidoosten van de A4 richting het glastuinbouwgebied de Kwakel, gemeente Uithoorn’. Dit plan is vormgegeven als paraplubestemmingsplan. Dit paraplubestemmingsplan komt als het ware over het geldende bestemmingsplan heen te liggen en heeft een aanvullende werking. Dit betekent dat behalve met dit bestemmingsplan, eveneens rekening moet worden gehouden met het onderliggende bestemmingsplan. Dat plan blijft rechtsgeldig. Onderhavig bestemmingsplan ´Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk´ is opgesteld conform de Praktijkrichtlijn bestemmingsplannen. Ten opzichte van de onderliggende, vigerende bestemmingsplannen wordt een dubbelbestemming (Leiding – CO₂) toegevoegd. Omdat de onderliggende, vigerende bestemmingsplanobjecten (enkelbestemmingen, gebiedsaanduidingen, maar ook de geldende dubbelbestemmingen etc.) niet wijzigen, worden deze niet opgenomen in onderhavig bestemmingsplan (d.w.z. verbeelding en bestemmingsregels). In een Algemeen artikel in de regels worden onderliggende bestemmingsplanobjecten van toepassing verklaard.

In deze toelichting zal de planologische haalbaarheid van de hiervoor genoemde ontwikkelingen worden onderbouwd.

1.4 Geldende bestemmings- en inpassingsplannen Binnen het plangebied is sprake van diverse geldende bestemmingsplannen. Het voert te ver om alle geldende plannen en de daarin opgenomen bestemmingen uitgebreid toe te lichten. Daarom wordt hierna middels een tabel uitsluitend aangegeven welke plannen op dit moment vigerend zijn: Plan Buitengebied Midden Rijsenhout en omgeving Ringvaart Parapluplan parkeerregels

Vaststellingsdatum 4 juli 2013 26 augustus 2015 26 januari 2017 4 oktober 2018

Het leggen van een nieuwe CO₂-leiding voor het transporteren van CO₂ is niet in overeenstemming met de geldende bestemmingsplannen. Dit plan voorziet in het juridisch planologisch kader op basis waarvan de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. De in de tabel genoemde plannen met de daarin opgenomen bestemmingen blijven overigens als gevolg van voorliggend plan overeenkomstig van toepassing. Ter plaatse van de leidingen voorziet dit paraplubestemmingsplan (hierna bestemmingsplan) uitsluitend in een aanvullende regeling op de bestaande planologische kaders.

Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk 5

1.5 Planproces Een bestemmingsplan doorloopt de procedure zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening. Het voorontwerp bestemmingsplan wordt op grond van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voor advies voorgelegd aan rijk en provincie voor zover beleid van deze overheden hierbij in het geding is, en aan het waterschap. Tijdens de ter visie legging van het ontwerp bestemmingsplan kan eenieder een zienswijze kenbaar maken. De ingediende zienswijzen worden afgewogen bij de vaststelling van het bestemmingsplan. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt nogmaals ter inzage gelegd. Gedurende deze terinzagelegging kan beroep worden ingesteld bij de Raad van State. Dit kan uitsluitend door belanghebbenden die ook een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan hebben ingediend, of door andere belanghebbenden voor zover het onderdelen betreft die door de gemeenteraad gewijzigd zijn vastgesteld. Tevens zijn alle ‘zakelijk recht’ overeenkomsten met eigenaren en gebruikers ter plaatse van de CO₂-leiding afgesloten vooruitlopend op het opstarten van deze bestemmingsplanprocedure en het aanvragen van de benodigde vergunningen.

1.6 Leeswijzer Het tweede hoofdstuk van deze toelichting geeft een beeld van de bestaande situatie in het plangebied. Er wordt een korte beschrijving gegeven van de ruimtelijke en functionele structuur van het gebied. In het derde hoofdstuk wordt ingegaan op de gewenste ruimtelijk-functionele structuur binnen het plangebied. Het vierde hoofdstuk gaat in op het relevante beleid en de regelgeving en de invloed hiervan op het bestemmingsplan. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de onderzoeksgegevens en beperkingen. In hoofdstuk zes komt de uitvoerbaarheid aan bod en in het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische aspecten van dit bestemmingsplan.

Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk 6

2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Bestaande ruimtelijke en functionele structuur Dit hoofdstuk beschrijft de huidige situatie van het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt naar de ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en zijn omgeving. Het plangebied is gelegen in het landelijk gebied nabij de kern Nieuw-Vennep. Bij het bepalen van de ligging van de nieuwe leiding en afsluiterschema is nadrukkelijk gekeken naar de meest wenselijke situatie vanuit beheer, veiligheid en bereikbaarheid. Het tracé start ten zuidoosten van de kern Nieuw-Vennep nabij knooppunt Burgerveen. Ter plaatse bevindt zich een bestaande CO₂- leiding van OCAP. De CO₂ wordt door OCAP bij Shell in Pernis en bij Alco in Rotterdam ingekocht. De CO₂ wordt met een compressor op druk gebracht. Voor transport wordt gebruikgemaakt van een bestaande transportleiding van 85 kilometer. Deze leiding loopt van het industriegebied van Rotterdam naar het havengebied van Amsterdam en komt hierbij langs een aantal belangrijke glastuinbouwgebieden (waaronder PrimA4a en De Kwakel).

Figuur 2 Geplande CO₂ bundel tussen Westland en MRA, met aantakking op het gebied Greenport Aalsmeer. (Bron: OCAP)

Vanaf de aftakking van de bestaande CO₂-leiding nabij knooppunt Burgerveen loopt de nieuwe leiding in zuidoostelijke richting tot aan de gemeentegrens nabij de Leimuiderdijk. De gronden ter plaatse van dit deel van het tracé zijn momenteel ingericht als agrarische cultuurgrond, infrastructuur (wegen) en ten behoeve van de waterhuishouding. In figuur 3 is met de rode lijn de nieuw te leggen CO₂- leiding aangegeven binnen de gemeente Haarlemmermeer. De blauwe lijn geeft het verloop van de leiding weer in de gemeente Aalsmeer. Voor de concrete begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk 7

Figuur 3 Luchtfoto ter plaatse van het plangebied (Bron: Street Smart)

Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk 8

3 NIEUWE SITUATIE 3.1 CO₂-netwerk voor de Kwakel In 2014 is de ‘Green Deal CO₂ voorziening glastuinbouw in Noord-Holland’ door veertien partijen ondertekend. De externe toevoer van CO₂ is een belangrijke randvoorwaarde voor energieverduurzaming in de glastuinbouwsector. In de glastuinbouw is het gebruik van CO₂ voor het groeiproces in de kas noodzakelijk. Veel tuinbouwbedrijven brengen daarom extra CO₂ in de kassen. Meestal wordt hiervoor rookgas uit de Warmte Kracht Koppeling (WKK) of de ketel gebruikt. Deze installaties draaien voornamelijk op fossiele brandstoffen. Zo ook glastuinbouwgebied de Kwakel (Kernglastuinbouwgebied Uithoorn) waar WKK-installaties fossiele brandstoffen verbranden om zodoende CO₂ te produceren. De afspraken zijn gemaakt naar aanleiding van een inventarisatie in 2013 waarin de behoefte aan CO₂ binnen de Greenport Aalsmeer is onderzocht. De uitkomst van deze inventarisatie onder tuinders is dat de beschikbaarheid van duurzame en betaalbare CO₂ als een voorwaarde gezien wordt voor de toekomstbestendigheid van het kernglastuinbouwgebied. Er bestaat dan ook onder de kwekers grote belangstelling voor afname van duurzame en betaalbare CO₂ via een centraal leidingstelsel. De toevoer van CO₂ aan glastuinbouw levert een grote bijdrage aan de energiedoelstellingen van Greenport Aalsmeer en het programma Haarlemmermeer Duurzaam.

Door de levering van CO₂ kunnen de kwekers de ‘zomerstook’ (Warmtekrachtkoppeling of ketel) vermijden. Op deze wijze wordt een energiebesparing gerealiseerd en de uitstoot van CO₂ gereduceerd. Daarnaast is externe CO₂-levering een belangrijke randvoorwaarde voor de inzet van duurzame warmte (restwarmte, geothermie, warmte/koude opslag, etc.). De besparing in aardgasverbruik en CO₂–emissie kan daarmee nog aanzienlijk verder oplopen. Aldus is het beoogde resultaat van het project een duurzame en betaalbare voorziening van CO₂ voor de Kwakel om de duurzame ontwikkeling van het gebied te versnellen en de weg voor duurzame warmte vrij te maken en de concurrentiepositie te versterken door levering van CO₂ uit de industrie aan de glastuinbouwbedrijven. In eerste instantie betreft dit rest- CO₂ van de raffinaderij van Shell en de bio-ethanol fabriek van Alco, beide in Rotterdam. Voor groei van de CO₂-afname wordt de aansluiting van nieuwe CO₂–bronnen onderzocht. In navolgende de afbeelding is de projectvisie voor het gehele gebied weergegeven. Opgemerkt wordt dat dit bestemmingsplan uitsluitend voorziet in een gedeelte van de aansluiting van glastuinbouwgebied de Kwakel.

Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk 9

Figuur 4 Overzichtstekening aansluiting glastuinbouwgebieden op het bestaande CO₂-netwerk

3.2 Tracé en aanleg nieuwe CO₂-leiding Bij het bepalen van de ligging van het tracé en reduceerstation is nadrukkelijk gekeken naar de meest wenselijke situatie vanuit beheer, veiligheid en bereikbaarheid. Het beginpunt van de CO₂-tracé bevindt zich ten zuidoosten van de kern Nieuw-Vennep nabij knooppunt Burgerveen. Ter plaatse bevindt zich een bestaande CO₂-leiding van OCAP. Vanaf deze leiding wordt een aftakking ten behoeve van de aansluiting van glastuinbouwgebied de Kwakel gerealiseerd. De nieuwe CO₂-leiding wordt gelegd vanaf de bestaande leiding aan de zuidzijde van de A4 nabij het knooppunt Burgerveen en loopt vervolgens in zuidoostelijke richting Venneperweg en kruist de Venneperweg, de Leimuiderdijk en de Ringvaart Haarlemmermeerpolder. Vervolgens loopt de CO₂-leiding onder het zuidelijk deel van de Westeinderplassen door richting Uithoorn. Het passeert de Herenweg en loopt vervolgens door het weidegebied ten noorden van Vriezenveen. Nabij Uithoorn buigt het tracé eerst in zuidelijke richting af om hier de gemeentegrens te passeren en vervolgens aan de zuidzijde van de Hoofdweg in oostelijke richting om te buigen. Langs de Hoofdweg nabij huisnummer 181 bevindt zich het einde van het hogedruk tracé. Op deze locatie wordt het reduceerstation gerealiseerd. In het reduceerstation wordt de hogedruk omgezet in lage druk en vanuit hier verder gedistribueerd naar de afnemers.

De leidingen, onderdeel uitmakend van het nieuwe hoofdtracé, hebben een diameter van 50 centimeter, een werkdruk van 8 Bar(g) en ontwerpdruk van 44 Bar(g) en worden gelegd op een diepte van circa 1,50 tot 2,5 meter onder het maaiveld. Het nieuwe tracé zal een lengte hebben van circa 5,8 kilometer. De lengte van het tracé op grondgebied van de gemeente Haarlemmermeer bedraagt ca. 1,4 kilometer. De nieuwe leiding wordt voor het grootste gedeelte aangelegd middels een horizontale gestuurde boringen (HDD). De horizontaal gestuurde boring betreft een techniek waarbij er een ondergrondse boring

Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk 10

plaatsvindt en er geen sleuven hoeven te worden gegraven. In het laatste gedeelte van het tracé (binnen de gemeenten Aalsmeer en Uithoorn) wordt de leiding in open sleuf aangelegd. Nadat de leiding is gelegd, worden de gronden ter plaatse weer in oorspronkelijke staat hersteld (cultuurtechnische afwerking). De bovengrondse ruimtelijke structuur van het plangebied en zijn omgeving wijzigt feitelijk niet. Er zal, met uitzondering van het reduceerstation, geen bebouwing worden opgericht. In figuur 5 is aangegeven waar de leiding wordt aangelegd in een open sleuf (rode lijn) en waar de leiding wordt aangelegd middels een horizontale gestuurde boringen (blauwe lijn). De gele cirkel geeft de locatie weer van het reduceerstation.

Figuur 5 Aanlegwijze CO₂-leiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft uitsluitend betrekking op het gedeelte van het tracé dat binnen de gemeente Haarlemmermeer is gelegen. Binnen de gemeentegrenzen van Haarlemmermeer is sprake van de aanleg van een CO₂-leiding middels horizontaal gestuurde boringen.

Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk 11

4 BELEIDSKADERS Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Algemeen Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en heeft de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits Aanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving vervangen. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie Rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; • Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie Rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd.

Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. In de geformuleerde opgaven van nationaal belang zoals opgenomen in de SVIR wordt niets gezegd over deze vorm van verduurzamingsmaatregel. Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid De in dit bestemmingsplan voorziene ontwikkeling raakt, gelet op de kleinschaligheid van de aanpassing, geen rijksbelangen en er is geen sprake van enige vorm van belemmeringen met betrekking tot de doelen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Met het plan wordt bijgedragen aan de energieverduurzaming in de glastuinbouwsector en de toekomstbestendigheid van deze sector. Tot slot wordt opgemerkt dat de Ladder voor duurzame verstedelijking, gelet op de aard van de ontwikkeling, niet van toepassing is.

Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk 12

4.1.2 Klimaatakkoord Algemeen In het Klimaatakkoord van Parijs is in 2015 afgesproken dat de opwarming van de aarde wordt beperkt tot minder dan twee graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Het streven is om de opwarming beperkt te houden tot anderhalve graad. Het kabinet heeft met het nationale Klimaatakkoord (juni 2019) een centraal doel: het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met 49 % ten opzichte van 1990. Dit Klimaatakkoord betreft een pakket aan maatregelen met een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak, dat de actieve steun heeft van zoveel mogelijk bijdragende partijen en waarmee het politieke reductiedoel van 49% in 2030 wordt gerealiseerd. Doelen klimaatakkoord Het Klimaatakkoord bevat de afspraken die aan vijf sectortafels zijn gemaakt, waaronder Landbouw en landgebruik. Voor de glastuinbouw is ten aanzien van de CO₂-voorziening in het klimaatakkoord o.a. opgenomen dat wordt ingezet op voldoende maatregelen om de benodigde CO₂-voorziening voor de glastuinbouwsector mogelijk te maken. Uiterlijk in 2030 is de ontwikkeling naar een CO₂- voorziening met een omvang van circa 2,0 Mton op jaarbasis zeker gesteld.

De inzet en aanpak is gericht op kosteneffectieve afvang, transport en levering van CO₂, realisatie van onafhankelijk CO₂-transport, integratie en optimalisatie van CO₂-opslag (CCS), maximale ontsluiting van CO₂ uit biogene bronnen en innovatie en ontwikkeling van CO₂-winning uit de buitenlucht. Toetsing van het initiatief aan het klimaatakkoord De in dit bestemmingsplan voorziene ontwikkeling levert een bijdrage aan de klimaatdoestelling voor de glastuinbouw ten aanzien van de CO₂-voorziening. De CO₂ leiding is namelijk belangrijk voor transport en levering van CO₂ naar het glastuinbouwgebied De Kwakel. De aanleg van de CO₂-leiding is in overeenstemming met de doelstelling uit het klimaatakkoord.

Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk 13

4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Algemeen De Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is het integrale provinciale beleidsplan voor de gehele provincie Noord-Holland. De Omgevingsvisie is op 19 november 2018 vastgesteld door Provinciale Staten. Met de Omgevingsvisie richt de provincie zich op lange termijn ambities en –doelen, met oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig willen koesteren en die probeert in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. In het Visiedeel zijn de ambities uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. Relevant voor voorliggende ontwikkeling is met name de beweging ‘Nieuwe energie’. In deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. De provincie wil de beweging richting circulaire economie versnellen. Doel is het verminderen van het verlies van (primaire) grondstoffen die geschikt zijn voor hergebruik. Bij circulaire economie zijn het terugwinnen van grondstoffen, het inzetten van reststromen en verwaarding belangrijk. Dat vereist ruimte voor opslag en verwerking van materialen en reststromen, waaronder CO₂.

Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Met de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling, welke voorziet in de aansluiting van kernglastuinbouwgebied de Kwakel op het bestaande CO₂-netwerk, wordt het verlies van (primaire) grondstoffen die geschikt zijn voor hergebruik verminderd. Door hergebruik van CO₂ wordt bijgedragen aan de energieverduurzaming in de glastuinbouwsector. Gesteld kan worden dat het initiatief daarmee in lijn is met het gestelde in de omgevingsvisie.

4.2.2 Omgevingsverordening NH2020 Algemeen De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie zijn verankerd in de Omgevingsverordening NoordHolland. Deze vervangt alle eerdere verordeningen die betrekking hadden op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. Voor de provinciale regelgeving op de wettelijke taken en bevoegdheden is gekozen deze beleidsneutraal om te zetten in de omgevingsverordening. De belangrijkste wijzigingen in de Omgevingsverordening NH2020 ten opzichte van de regels in de vorige provinciale verordeningen betreffen: - meer ruimte voor kleinschalige woningbouw in Noord-Holland Noord - overige kleinschalige stedelijke ontwikkelingen alleen op bestaande bouwvlakken - Beschrijven en vastleggen kernkwaliteiten Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) - meer ruimte voor windturbines in de MRA, vooruitlopend op de RES - industrieterreinen in het NZKG - aandacht voor risico’s klimaatadaptatie - ruimte voor activiteiten met meerwaarde/waardevolle experimenten De overige regels zijn voor het grootste deel beleidsneutraal omgezet naar de omgevingsverordening.

Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk 14

Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening NH2020 Ten aanzien van de Omgevingsverordening NH2020 zijn er geen beperkingen voor de voorgenomen ontwikkeling voor de aanleg van een CO₂- leiding. Er dient gesteld te worden dat het plan in overeenstemming is met het provinciale ruimtelijke beleid.

4.2.3 Green Deal CO₂ voorziening glastuinbouw in Noord-Holland In 2014 is de ‘Green Deal CO₂ voorziening glastuinbouw in Noord-Holland’ door veertien partijen, waaronder provincie Noord-Holland, ondertekend. In dit document zijn afspraken gemaakt over de verduurzaming van de glastuinbouwsector door externe toevoer van CO₂. Met de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling, welke voorziet in de aansluiting van kernglastuinbouwgebied de Kwakel op het bestaande CO₂-netwerk, wordt invulling gegeven aan de gemaakte afspraken.

4.2.4 Ruimtelijke Visie Greenport Aalsmeer 2015-2025 De samenwerkende tuinbouworganisaties, bedrijfsleven, gemeenten en provincies in Greenport Aalsmeer hebben de Ruimtelijke Visie Greenport Aalsmeer 2015-2025 ontwikkeld. In de visie wordt ingezet op een moderne en duurzame glastuinbouw, met ruimte voor zowel grootschalige bedrijven als ondernemers met niches. Een van de kernpunten van de Ruimtelijke Visie Greenport Aalsmeer 2015-2025 betreft het inzetten op duurzaamheid waarbij specifiek wordt ingezet op het gebruik van CO₂ en restwarmte in kansrijke gebieden. De Greenport Aalsmeer kiest voor een visie waarin regionaal wordt gestuurd op het benutten van kansen in toekomst vaste glastuinbouwgebieden. Daarbij zet zij in op de kansen die duurzame versterkingen als het gebruik van restwarmte, aanvoer van CO₂ per pijpleiding en geothermie bieden, als drager voor toekomstige ontwikkelingen. De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling, welke voorziet in de aansluiting van kernglastuinbouwgebied de Kwakel op het bestaande CO₂-netwerk, wordt invulling gegeven aan een van de kernpunten uit de Ruimtelijke Visie Greenport Aalsmeer 2015-2025.

4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1 Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 Algemeen In de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 (vastgesteld in oktober 2012) worden de toekomstige ontwikkelingen van de gemeente beschreven. De Structuurvisie gaat over belangrijke structurerende zaken met ontwerpprincipes voor duurzaamheid, een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem, energie, netwerk- en ketenmobiliteit, de synergie met Schiphol, ruimte voor attracties, en de cultuurhistorie en diversiteit als drager van de ontwikkelingen. In de toekomst wil Haarlemmermeer de bestaande diversiteit aan woon- en werkmilieus - haar zogeheten atypische stedelijkheid - versterken. Haarlemmermeer wil een gemeente zijn die verbonden is en verbindt, een samenleving met samenhang. Dat betekent ook dat er samenhang moet zijn tussen alle ontwikkelingen die plaats vinden, zowel de ruimtelijke als de sociale ontwikkelingen. Haarlemmermeer positioneert zich ook in de toekomst als een attractieve ontmoetings- en vestigingsplaats. Duurzaamheid en oog voor bestaande structuren zijn leidend bij de toekomstige ruimtelijke, economische en sociale ontwikkelingen. Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk 15

De ambities voor Haarlemmermeer in 2030 zijn als volgt benoemd: • sterk gevarieerd en de atypische stedelijkheid benuttend; • duurzaam en klimaatbestendig; • fysiek en sociaal verbonden met elkaar en met de omgeving; • blijvend gepositioneerd als aantrekkelijke ontmoetingsplaats. De structuurvisie beschrijft daarnaast de grondslagen en ontwerpprincipes die als uitgangspunt worden gehanteerd bij de verdere ontwikkeling van Haarlemmermeer. Deze zijn samengevat in zes kernpunten: 1. Een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem. 2. Energie als speerpunt. 3. Netwerk (keten)mobiliteit: de knopen benut. 4. Synergie met Schiphol. 5. Ontmoeten en verbinden: ruimte voor attracties. 6. Cultuurhistorie en diversiteit als drager. In de Structuurvisie zijn de kernpunten verder uitgewerkt. Ten aanzien van het aspect CO₂ is het volgende opgenomen: “ Glastuinbouw aan de oostkant van Haarlemmermeer heeft CO₂ nodig en produceert dat nu door in WKKinstallaties fossiele brandstoffen te verbranden. Er ligt echter een goede kans om voor CO₂ aan te takken op de CO₂-pijpleiding die via Haarlemmermeer van de Hoogovens naar het Westland loopt (OCAP-leiding).

Nieuwe afvalwaterzuiveringsinstallaties produceren ook CO₂ en kunnen ook aan deze leiding leveren.” Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 Dit bestemmingsplan voorziet in de aansluiting van glastuinbouwgebied de Kwakel op het bestaande CO₂netwerk. Deze ontwikkeling wordt expliciet genoemd in de gemeentelijke structuurvisie. Met voorliggend plan wordt bijgedragen aan hergebruik van CO₂ in de glastuinbouwsector en hiermee een verdere energieverduurzaming. Met het plan wordt ook invulling gegeven aan de door de gemeente Haarlemmermeer ondertekende ‘Green Deal CO₂ voorziening glastuinbouw’. Voorgenomen ontwikkeling is volledig in overeenstemming met de gemeentelijke structuurvisie en draagt bij aan het realiseren van beleidsambities.

Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk 16

5 ONDERZOEKEN EN BEPERKINGEN Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieu- en omgevingsaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema’s water, bodem, flora & fauna, cultuurhistorie en archeologie, geluid, lucht, externe veiligheid, geur, milieuzoneringen, kabels, leidingen en telecommunicatie installaties, explosieven en milieueffectrapportage.

5.1 Water 5.1.1 Beleid Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema’s als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). Provinciaal beleid De Provinciale Watervisie is van kracht sinds 23 december 2015 en geldt tot 2021. Het plan geeft duidelijkheid over de strategische waterdoelen tot 2040 en de acties tot 2021. De volgende doelen worden nagestreefd: • waarborgen van voldoende bescherming van mens, natuur en bedrijvigheid tegen overstromingsrisico’s; • zorgen voor schoon en voldoende drinkwater; • kader stellen voor regionale waterkeringen; • beoordelen versterkingsplannen primaire waterkeringen en bevorderen ruimtelijke kwaliteit; • waterrobuust inrichten bevorderen; • bijdragen aan schoon en voldoende oppervlaktewater; • Zorgen voor schoon en voldoende grondwater.

Een belangrijk middel voor het realiseren van deze waterdoelen is het via integrale gebiedsontwikkeling proactief zoeken naar kansrijke combinaties met veiligheid, economie, recreatie, landbouw, milieu, landschap, cultuur en natuur. Het Waterplan heeft voor de ruimtelijke aspecten de status van een structuurvisie op basis van de Wro. Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk 17

Beleid Hoogheemraadschap van Rijnland Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in zeven deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-West wordt beheerd door de waterschappen Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard, Waterschap Hollandse Delta, Hoogheemraadschap van Delfland, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Waterschap Rivierenlanden, Hoogheemraadschap van Rijnland, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en Hoogheemraadschap Amstel-, Gooi- en Vecht. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen de afgelopen jaren intensief samengewerkt met elkaar en met andere partners. Het algemeen bestuur van Rijnland heeft op 9 maart 2016 het nieuwe Waterbeheerplan (WBP5) vastgesteld. In het WBP5 staat samenwerken met de omgeving aan water centraal. Rijnland wil samen met zijn omgeving werken aan duurzaam en efficiënt waterbeheer tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.

In het waterbeheerplan worden de volgende vier speerpunten met bijbehorende doelen benoemd: • Waterveiligheid o Wij beschermen tegen overstromingen (preventie) o Wij adviseren over het beperken van overstromingen (gevolgbeperking) o Wij bereiden ons goed voor op een calamiteit • Voldoende Water o Wij zorgen ervoor dat de waterpeilen kloppen o Wij zorgen voor de instandhouding van het watersysteem o Wij beperken de gevolgen van wateroverlast o Wij zorgen voor voldoende zoetwater • Schoon en gezond water o We verminderen de watervervuiling o We beheren en onderhouden ons watersysteem ecologisch o Wij realiseren schone meren, plassen en natuurgebieden • Zwemwaterlocaties maken we schoon en veilig o Waterketen o We verwerken afvalwater op doelmatige wijze o We verduurzamen de verwerking van afvalwater en hergebruiken het afvalwater optimaal Keur en beleidsregels Om deze doelen te kunnen realiseren beschikt het waterschap over een eigen verordening, die van oudsher de Keur heet, met de daarbij behorende beleidsregels. In deze regels is het beleid van het waterschap nader uitgewerkt. De keur en de beleidsregels maken het mogelijk dat het waterschap haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren.

De Keur bevat wettelijke regels (gebod- en verbodsbepalingen) van toepassing op allerlei activiteiten zoals: • Waterkeringen (onder andere uitvoeren van bodemonderzoek, ophogen, aanleg van wegen, of gebouwen en heien); • Wateren (onder andere wijzigen van bestaande wateren, aanleggen van nieuwe wateren, duikers, dammen, bruggen en dempen); • Zowel voor waterkeringen als voor wateren (het aanleggen van kabels en leidingen); • Overig (onttrekken en/of infiltreren, aanleggen van verhard oppervlak).

Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk 18

De Keur bevat verbodsbepalingen voor werken en werkzaamheden in of nabij de bovengenoemde waterstaatswerken. Er kan een ontheffing worden aangevraagd om een bepaalde activiteit wel te mogen uitvoeren. Als het waterschap daarin toestemt, dan wordt dat geregeld in de Watervergunning op grond van de Keur. De Keur is daarmee een belangrijk middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen.

5.1.2 Waterparagraaf Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Watertoetsproces In het kader van voorliggend bestemmingsplan wordt geen nieuwe bebouwing gerealiseerd. Van een toename van verharding is geen sprake. Na de werkzaamheden wordt alles weer conform de huidige situatie ingericht. Van blijvende invloeden van de ontwikkeling op de waterhuishouding is dan ook geen sprake. Het plan is voorbesproken met het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Voordat de werkzaamheden worden opgestart worden alle benodigde vergunningen (bijv. bij werkzaamheden in of nabij watergangen van het hoogheemraadschap, lozing en onttrekking) aangevraagd.

5.1.3 Conclusie Het aspect waterhuishouding vormt, mits alle meldingen worden ingediend en vergunningen worden verkregen, geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

5.2 Bodemkwaliteit Algemeen Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Op basis van de Woningwet, de Wabo en bijbehorende regelgeving gelden de volgende uitzonderingen voor de bodemonderzoekplicht: 1. als het gaat om bouwwerken die de grond niet raken of het bestaande, niet wederrechtelijke gebruik wordt gehandhaafd;

Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk 19

2. als het gaat om het bouwen van bouwwerken waarin niet (nagenoeg) voortdurend mensen zullen verblijven (Woningwet, artikel 8, derde lid). Hierbij wordt een verblijftijd van minder dan 2 uur gehanteerd; 3. als B&W vrijstelling verlenen omdat er al voldoende gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit bekend zijn, bijvoorbeeld op basis van een reeds eerder uitgevoerd bodemonderzoek (maximaal 5 jaar oud en waarbij het gebruik sindsdien niet is gewijzigd). Beoordeling Gelet op het feit dat geen sprake is van menselijk verblijf, afgezien van gedurende de werkzaamheden, is het uitvoeren van een bodemonderzoek in het kader van dit bestemmingsplan niet noodzakelijk. Voor de aanleg van de leidingen is door Geonius een historisch verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 1. Er zijn meerdere deelgebieden binnen de planlocatie met een hypothese ‘prospectief verdacht’. Dit houdt in dat, in het kader van de aanlegwerkzaamheden, er op meerdere locaties binnen het plangebied bodemonderzoek wordt aanbevolen van de nulsituatie en van de eindsituatie. Conclusie Met in achtneming en uitvoering van de aanbevolen milieu hygiënische bodemonderzoeken rondom de realisatiefase vormt het aspect bodem geen belemmering in het kader van dit bestemmingsplan.

5.3 Ecologie Algemeen Vanaf 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming inwerking getreden. Deze wet vervangt drie wetten, te weten de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Beoordeling - Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ is op een afstand van circa 8,2 kilometer van het plangebied gelegen. Het gebied ‘Kennemerland- Zuid’ ligt op een afstand van ca 10,9 kilometer van het plangebied. Het gebied ‘Botshol’ is gelegen op 12,9 kilometer. De aanpassing heeft slechts een tijdelijk, beperkt en lokaal effect. Om na te gaan of de aanleg van de CO₂-leiding een stikstofdepositie toename veroorzaakt in stikstofgevoelige habitattypen in omliggende Natura 2000-gebieden groter dan 0,00 mol/ha/jr., is door Geonius een stikstofdepositieonderzoek (inclusief AERIUS-berekeningen) uitgevoerd. Het rapport van dit onderzoek is opgenomen in bijlage 2. Uit de resultaten van de AERIUS-berekening blijkt dat er sprake is van stikstofdepositie toename op de Natura 2000-gebieden ‘Kennemerland-Zuid’ en ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’. Deze bedraagt maximaal 0,01 mol/ha/jr. voor beide natuurgebieden. Op andere Natura 2000-gebieden in de omgeving is geen sprake van een stikstofdepositie toename.

Ondanks de stikstofdepositie toename van het project worden negatieve effecten op de Natura 2000gebieden niet verwacht, aangezien het een eenmalige en erg lage toename betreft. De rijksoverheid heeft samen met de provincies recent een interne beleidslijn afgesproken, waarbij projecten met tijdelijke

Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk 20

stikstofdepositietoenames van transport en mobiele werktuigen in de aanlegfase kleiner of gelijk aan 0,05 mol/ha/jr. gedurende maximaal 2 jaar niet meer vergunningplichtig zijn voor de Wet natuurbescherming. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat de maximale hoeveelheid stikstofdepositie 0,01 mol/ha/jaar bedraagt. De depositie is enkel afkomstig van mobiele werktuigen. Mobiele werktuigen worden, verspreid over Nederland, telkens opnieuw ingezet voor verschillende projecten. Het gaat hier om bronnen die ook al voor de aanwijzing van de Natura 2000-gebieden aan de achtergronddepositie van stikstof bijdroegen. In verhouding tot de totale achtergronddepositie, die gemiddeld in Nederland rond de 1700 mol N/ha/jaar ligt, gaat het om een relatief geringe bijdrage met een constante ruimtelijke spreiding. De emissie van materieel is door technische innovatie en strengere milieueisen bovendien steeds lager geworden. Bij de inzet van mobiele werktuigen gaat het om het telkens verschuiven van bestaande bronnen naar andere locaties. Het inzetten van materieel kan op zichzelf tot een minieme lokale en tijdelijke depositieverhoging leiden. maar kan echter nooit van invloed zijn op de omvang en ruimtelijke verdeling van depositiedeken als gevolg van de jaarlijkse inzet van al het zich in Nederland bevindende materieel.

Een beperkte depositie als gevolg van het gebruik van deze mobiele werktuigen in een specifiek project kan daarmee beschouwd worden als een reeds bestaande bijdrage aan de depositie van stikstof. Er is geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming vereist.Hierbij mag niet worden afgeweken van de uitgangspunten van dit rapport, wat in de uitvoering betekent dat bij de boringen en boor-rig stageklasse IIIb of nieuwer wordt ingezet, een minigraver met stageklasse IIIa of jonger en ten aanzien van het overige materieel gewerkt dient te worden met machines van 2014 of jonger. Het beleid omtrent stikstof veranderd per 1 juli 2021. Het Wetsvoorstel stikstofreductie en natuurverbetering treedt dan naar alle waarschijnlijkheid in werking. Voor de bouwsector houdt dit in dat er een vrijstelling van de natuurvergunningsplicht komt voor bouwactiviteiten in de bouwfase, sloopfase en aanlegwerkzaamheden met een tijdelijke en beperkte emissie. Voorliggend project zal dan, gezien de aard en omvang, worden vrijgesteld van de vergunningsplicht.

10,9 km 12,9 km

8,2 km

Figuur 7 Ligging leidingtracé t.o.v. Natura 2000-gebieden

Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk 21

Natuur Netwerk Nederland (NNN) Voor wat betreft het NNN is alleen bij directe aantasting sprake van vervolgstappen, waaronder compensatie. De Westeinderplassen maken onderdeel uit van het NNN. Overige gebieden zijn op enige afstand van het plangebied gelegen. De aanpassing (aanleg van horizontaal gestuurde boring onder Westeinderplassen) heeft slechts een tijdelijk, beperkt en lokaal effect. Er vindt geen verlies van areaal plaats. Een toetsing aan het NNN is niet benodigd. Beoordeling - Soortenbescherming Geonius heeft een Quickscan Flora en Fauna uitgevoerd om na te gaan welke natuurwaarden in de directe omgeving van het projectgebied aanwezig zijn en welke vervolgstappen eventueel nodig zijn in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het rapport van deze Quickscan is opgenomen in bijlage 3. Uit de Quickscan blijkt dat er sprake is van van een tijdelijke verstoring van beschermde zoogdiersoorten, maar het gaat alleen om algemeen voorkomende soorten, met name muizen, waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ingrepen. Er zijn geen negatieve gevolgen voor strenger beschermde soorten als de bunzing, die in deze omgeving weliswaar voorkomt, maar waarvoor binnen het projectgebied geen geschikte vaste rusten verblijfplaatsen aanwezig zijn.

Er kan binnen het broedseizoen wel sprake zijn van verstoring van wateren weidevogels, soorten als meerkoet, wilde eend, grutto, kievit en scholekster. Voor wat betreft amfibieën en reptielen kunnen streng beschermde soorten als de rugstreeppad en de ringslang voorkomen, maar voor deze soorten zijn geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig. Wel kunnen door een onzorgvuldige werkwijze geschikte voortplantingsplaatsen van de rugstreeppad ontstaan, waardoor ook negatieve gevolgen voor deze soort aan de orde kunnen zijn. Mogelijke negatieve gevolgen voor streng beschermde soorten kunnen evenwel eenvoudig worden voorkomen dan wel gemitigeerd. Algemene, licht beschermde soorten (landzoogdieren, amfibieën en vissen) Voor algemene, maar wel beschermde soorten, te weten soorten die op de Vrijstellingslijst van de provincies (Noord- en Zuid-Holland) staan, geldt een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor alle soorten, inclusief de bedoelde algemene soorten, geldt evenwel altijd de zorgplicht ex art. 1.11 van de Wet natuurbescherming. Dit artikel is van toepassing op zowel beschermde als onbeschermde dier- en plantensoorten, ongeacht vrijstelling of ontheffing. De zorgplicht houdt in dat, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, schade aan plant- en diersoorten voorkomen wordt.

In het onderhavige geval betekent dit dat bij graafwerkzaamheden in de bodem voorzichtig te werk moet worden gegaan en in een richting moet worden gewerkt, zodat in de bodem aanwezige dieren (muizen) tijdig kunnen ontsnappen. Verder dienen vegetaties met grassen of ruigte voorafgaande aan de graafwerkzaamheden kort gemaaid te worden, zodat de kans op voorkomen van in de vegetatie schuilende dieren verkleind wordt. Er mag bij graafwerkzaamheden geen grond in oeverzones van sloten of moeraszones worden gedumpt om negatieve gevolgen voor amfibieën te voorkomen, dit geldt met name voor de kwetsbare periode voor amfibieën wat betreft voortplantingsplaatsen, namelijk tussen 15 maart en 1 september. In het geval er op het tracé amfibieën worden aangetroffen, dienen deze te worden verplaatst. Daar waar delen van sloten worden gedempt, dienen deze eerst te worden afgedamd, waarna nog eventueel aanwezige amfibieën en vissen worden weggevangen. Vogels Indien werkzaamheden plaatsvinden in het broedseizoen (15 maart tot 15 juli), dient rekening te worden gehouden met broedende vogels binnen en in de directe omgeving van het projectgebied, waaronder ook weidevogels. De bomen langs werkwegen, met name ter plaatse van de Venneperweg, dienen in deze periode te worden gecontroleerd op de aanwezigheid van nesten en broedgevallen.

Dit geldt ook voor het tracé en de werkterreinen door de graslandpercelen, waar weidevogels en moerasvogels (in oeverzones van sloten) voor kunnen komen. Een ter zake deskundige ecoloog dient een storingsvrije zone te bepalen,

Burgerveen CO2 leiding A4 Leimuiderdijk 22

waarbinnen geen verstorende werkzaamheden mogen plaatsvinden. In het uiterste geval moeten werkzaamheden tot na het broeden worden opgeschort, dit is ter beoordeling van de ecoloog. Amfibieën Indien er zich rugstreeppadden in het werkgebied vestigen, kunnen deze alleen na het verkrijgen van een ontheffing worden verplaatst. Daarom dient het ontstaan van geschikte voortplantingsplaatsen voor de rugstreeppad te worden voorkomen door er op toe te zien dat er geen diepe wielsporen in de bodem ontstaan bij het rijden met zwaar materieel. Dergelijke sporen moeten zo snel mogelijk weer worden uitgewist, indien graafwerkzaamheden in de periode tussen 15 maart en 15 juni plaatsvinden. Noodzaak ontheffingsaanvraag Indien de voornoemde maatregelen in acht worden genomen, is er geen strijdigheid met de Wet natuurbescherming en kan de ingreep zonder ontheffing plaatsvinden. N.B. Voor verstoring van broedvogels kan in het onderhavige geval geen ontheffing verkregen worden, aangezien de werkzaamheden niet behoren tot een van de belangen die daarvoor in de wet zijn opgenomen. Conclusie Met in achtneming van de maatregelen zoals opgenomen in de Quickscan flora en fauna ten tijde van de aanleg vormt het aspect ecologie in het kader van dit bestemmingsplan geen belemmering.

5.4 Archeologie & Cultuurhistorie 5.4.1 Archeologie Algemeen Op grond van de Monumentenwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Monumentenwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Beoordeling RAAP heeft in mei 2016 een archeologisch bureauonderzoek (BO) uitgevoerd in het plangebied. Hierna zijn de conclusies opgenomen, voor het volledige onderzoeksrapport wordt verwezen naar bijlage 3 bij deze toelichting. Aangezien deze studie niet het volledige plangebied beschrijft, is er in februari 2020 een archeologisch vervolg bureauonderzoek gedaan naar het volledige plangebied. Deze rapportage is opgenomen in bijlage 4.

Conclusie Op basis van de resultaten van de bureauonderzoeken is voor het gehele plangebied een lage archeologische verwachting vastgesteld. Op basis hiervan en omdat de toekomstige inrichting nergens de ondergrenzen van de vrijstellingswaarden overschrijdt, wordt geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te voeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=4e32dbc3-f598-488b-9dd1-165897d90b3d