CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Vaststelling Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2021 (2021.0000178).pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 4 maart 2021, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: STEMMING: RV Vaststelling Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2021 en het hierbij behorende uitvoeringsbesluit (2021.0000178)10.222 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

gemeente Haarlemmermeer

raadsvoorstel

Onderwerp

Portefeuillehouder Steller Collegevergadering

Vaststelling Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2021 en het hierbij behorende uitvoeringsbesluit mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker Saskia de Wit/Addy Monster 2 februari 2021

Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer

2021.0000178 1. Voorstel Collegebesluit(en)

Het college heeft besloten om: 1. het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2021 vast te stellen; 2. mandaat te verlenen aan de gemeentesecretaris welke ondermandaat verleent aan de clustermanager van beheer en onderhoud voor het beslissen op aanvragen op basis van artikel 6 en 7 van het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2021 (maatwerk afvalstoffeninzameling bij percelen) en voor het ondertekenen van deze besluiten. Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. de Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2021 vast te stellen. 2. Samenvatting

Op 28 mei 2020 is de gemeenteraad akkoord gegaan met de aanpassing van de aanpak 'Van Afval Naar Grondstoffeninzameling' (Rv 2020.0000853). Vervolgens hebben we op verzoek van diverse raadsfracties maatwerk geformuleerd in de brief aan de raad van 25 september 2020 (X.2020.03984). Het is nodig om dit nieuwe grondstoffenbeleid vast te leggen in de Afvalstoffenverordening en in het hierbij behorende uitvoeringsbesluit. Op basis van artikel 10.26 van de Wet milieubeheer en de Inspraakverordening hebben wij de ontwerp Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2020 en het hierbij behorende ontwerp Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2020 vanaf 18 november 2020 gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Door inwoners en belanghebbenden zijn gedurende deze periode geen zienswijzen ingediend. Daarnaast is in verband met de gewijzigde ingangsdatum, het jaartal in de citeertitel van de verordening en het uitvoeringsbesluit van 2020 (jaartal ten tijde van inspraak) gewijzigd in 2021.

Vaststelling Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2021 en het hierbij behorende

pagina 2

uitvoeringsbesluit

3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?

We willen bereiken dat de hoeveelheid restafval wordt teruggebracht naar maximaal 30 kg per inwoner in 2025. Dit levert milieuwinst op en zorgt voor zo laag mogelijke kosten voor onze inwoners. Het realiseren van de milieuwinst en de kostenefficiëntie kan worden bereikt met een aangepaste inzamelsystematiek. De gemeenteraad heeft hiervoor het plan Aanpassing Aanpak van Afval- naar Grondstoffeninzameling (VANG) 2020 vastgesteld. Door dit nieuwe inzamelbeleid vast te leggen in de gemeentelijk Afvalstoffenverordening en het bijbehorende Uitvoeringsbesluit wordt dit beleid juridisch geborgd. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen?

Op basis van het vastgestelde plan VANG 2020 wordt de inzamelsystematiek van afval- en grondstoffen veranderd, waardoor milieuwinst en kostenefficiëntie kan worden bereikt. Dit nieuwe afvalstoffenbeleid leggen wij vast in de Afvalstoffenverordening en het hierbij behorende Uitvoeringsbesluit. In artikel 10.23 van de Wet milieubeheer is bepaald dat de gemeenteraad een dergelijke verordening vaststelt in het belang van de bescherming van het milieu. Hoofdlijnen inzamelbeleid

De nieuwe inzamelwijze is vastgelegd in de bijgevoegde Afvalstoffenverordening Haarlemmermeer 2021 en in het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2021. In hoofdlijnen komt de aanpassing van de inzameling van grondstoffen op het volgende neer. Laagbouwwiiken met rolcontainer inzameling In laagbouwwijken met rolcontainerinzameling vinden de volgende aanpassingen plaats: Fijn huishoudelijk restafval'. Standaard wordt een rolcontainer van 80 liter verstrekt. Het is mogelijk om tegen meerkosten voor een 140 liter rolcontainer te kiezen. De inzameling vindt 13 keer per kalenderjaar plaats. GFT+E (bioafval): een 80,140 of 240 liter rolcontainer wordt verstrekt, waarbij de inzameling 42 keer per jaar plaatsvindt. Plastic, blik en drinkpakken (PBD): Standaard wordt een rolcontainer van 140 liter verstrekt. Inwoners hebben de keus deze te vervangen door een 240 liter rolcontainer. Een 80 liter rolcontainer zal bij nader inzien niet worden verstrekt, omdat in de praktijk is gebleken dat het risico op omstoten bij de lediging groot is vanwege het geringe gewicht van PBD. De inzamelfrequentie is 26 keer per kalenderjaar. De inzameling van oud papier en karton (OPK) en glas blijft plaatsvinden via de verzamelcontainers op wijkniveau (brengparkjes).

In de laagbouwwijken met ondergrondse inzameling in Haarlemmermeer blijft de afvalstoffeninzameling in brengparkjes met ondergrondse containers ongewijzigd. Dit betreft een aantal wijken in Hoofddorp, een deel van Lisserbroek, Spaarndam, Spaarnwoude, Haarlemmerliede en Halfweg. Maatwerk laafibouwwiiken met rolcontainer inzameling Voor huishoudens in de wijken met rolemmer inzameling kan de nieuwe inzamelwijze in bepaalde leefsituaties gaan knellen. Om deze huishoudens tegemoet te komen hebben wij in het Uitvoeringsbesluit bij de Afvalstoffenverordening 2020 maatwerkregels opgenomen. Bij toepassing van maatwerk kan op verzoek van een huishouden tegen meerkosten een extra grote rolcontainer (240 liter) voor restafval of een afvalpas voor een ondergrondse container worden verstrekt. Huishoudens die voor maatwerk in aanmerking komen zijn bijvoorbeeld

Vaststelling Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2021 en het hierbij behorende

pagina 3

uitvoeringsbesluit

huishoudens met kinderen in de leeftijd van 0 t/m 3 jaar en huishoudens met 5 personen of meer. Tevens kunnen huishoudens op basis van een medische indicatie in aanmerking komen voor een maatwerktoepassing. Ook kan in verband met ruimtegebrek op eigen terrein (minder dan 12m2) de verstrekking van een PBD-rolcontainer achterwege blijven. Dit afval kan dan worden weggebracht bij de brengparkjes bij supermarkten of bij de verzamelcontainers bij hoogbouw. Hoogbouwwijken Voor huishoudens in hoogbouwwijken vinden de volgende veranderingen plaats: De verzamelcontainers voor fijn huishoudelijk restafval worden voor zover deze inpandig zijn geplaatst uit de hoogbouw verwijderd. In plaats hiervan komen er ondergrondse verzamelcontainers op maximaal 100 meter (richtlijn maximale loopafstand) van de entree. Hiermee wordt stankoverlast in het gebouw voorkomen. De GFT zal in hoogbouwwijken in semi ondergrondse containers op maximaal 50 meter (richtlijn maximale loopafstand) van de entree worden ingezameld. Op dit moment wordt de GFT hier meestal niet apart ingezameld. De inzameling van PBD zal ondergronds gaan plaatsvinden op maximaal 100 meter van de entree. Nu vindt de inzameling op 300 meter (richtlijn maximale loopafstand) van de entree plaats.

De oud papier en karton (OKP) inzameling zal ondergronds plaatsvinden op maximaal 100 meter (richtlijn maximale loopafstand) van de entree (nu op 300 meter afstand). Maatwerk hoogbouwwijken in hoog stedeliike woonmilieus Bij woonmilieus Stedelijk centrum en Stedelijk Plus uit het Woonbeleidsprogramma 2019-2025 (onder andere Hydepark) en bij appartementen met een beperkt aantal woningen passen wij maatwerk toe, waardoor de streefwaardes qua loopafstand kunnen afwijken. Wijziging citeertitel Afvastoffenverordening en -Uitvoeringsbesluit In verband met de gewijzigde ingangsdatum is het jaartal in de citeertitel van de verordening en het uitvoeringsbesluit van 2020 (jaartal ten tijde van inspraak) gewijzigd in 2021. Inspraak

Artikel 10.26 van de Wet milieubeheer schrijft voor dat de gemeenteraad ingezetenen en belanghebbenden betrekt bij de voorbereiding van de Afvalstoffenverordening indien de inzamelfrequentie wijzigt en afvalstoffen niet wekelijks meer worden ingezameld. De wijze waarop is bepaald in de Inspraakverordening gemeente Haarlemmermeer. Op basis van deze verordening hebben wij de ontwerp Afvalstoffenverordening en het bijbehorende Uitvoeringsbesluit vanaf 18 november 2020 gedurende een termijn van zes weken ter inzage hebben gelegd. Belanghebbenden hebben de mogelijkheid gehad om gedurende deze periode zienswijzen in te dienen over de gewijzigde inzamelmethoden en -frequenties. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Eerdere reacties inwoners

Naar aanleiding van uw besluit van 28 mei 2020 (2020.0000853) om VANG op enkele onderdelen aan te passen, zijn er direct daarna nog enkele reacties van inwoners binnengekomen. De inhoud van de reacties hebben we, waar mogelijk, meegenomen in communicatie-uitingen. Bijvoorbeeld door het aanpassen van de gemeentesite en via een artikel in InforMeer. Voor een oplossing van omschreven knellende situaties hebben we de maatwerkregels vastgesteld die zijn opgenomen in de artikelen 6 en 7 van het uitvoeringsbesluit. Verder

Vaststelling Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2021 en het hierbij behorende

pagina 4

uitvoeringsbesluit

leverden deze reacties geen nieuwe gezichtspunten op die niet al eerder zijn betrokken bij uw besluitvorming over VANG 2020. Planning

Wij verwachten in maart-april 2021 te kunnen starten met de gefaseerde uitrol van de nieuwe inzamelwijze. Medio 2022 zal de gehele gemeente overgegaan zijn op de nieuwe inzamelwijze. 3.3 M/ot mag het kosten?

Aan het vaststellen van de verordening en het uitvoeringsbesluit zijn, naast de beschikbare ambtelijke capaciteit, geen kosten verbonden. Over de geraamde kosten van de gefaseerde uitrol van de nieuwe inzamelwijze heeft u een besluit genomen met het raadsvoorstel van 21 april 2020 (2020.0000853). 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?

De raad is verantwoordelijk voor het vaststellen van de beleidsmatige kaders voor de inzameling van huishoudelijke grondstoffen. Het college van B&W is verantwoordelijk voor de voorbereiding en de uitvoering van het beleid. Binnen ons college is de portefeuillehouder Milieu het eerste aanspreekpunt. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar? Communicatie

Communicatie is een essentieel onderdeel van de uitrol van VANG 2020. De overkoepelende boodschap zal gericht zijn op minder afval en meer scheiden. De insteek is positief, maar ook realistisch. We maken het handelingsperspectief duidelijk, en proberen tegelijkertijd gedragsverandering van inwoners teweeg te brengen. De campagne en de communicatiemiddelen dragen bij aan het informeren en motiveren van inwoners om afval te scheiden en zo restafval te verminderen. Daarnaast is communicatie ook gericht op het creëren van schone stromen, zodat grondstoffen optimaal kunnen worden hergebruikt. In wijken waar VANG 2020 wordt uitgerold, worden inwoners daarnaast geholpen bij de uitvoering door wijkbrieven, webtools en klantencontact van Meerlanden en persoonlijk door grondstofcoaches. Ook delen we kennis via diverse kanalen. Voor de communicatie hebben we een strategie ontwikkeld die gebaseerd is op wetenschappelijk onderzoek en op gedragsveranderingsmethodieken. Juridische aspecten

Vanuit de Wet milieubeheer zijn we verplicht bepaalde huishoudelijke grondstoffen gescheiden in te zamelen. Voor het beslissen op aanvragen op basis van artikel 6 en 7 van het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2021 (maatwerk afvalstoffeninzameling bij percelen) en voor het ondertekenen van deze besluiten verlenen wij mandaat aan de gemeentesecretaris welke ondermandaat verleent aan de clustermanager van beheer en onderhoud. 3.6 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd?

De raad zal in het derde kwartaal 2021 worden geïnformeerd over de voortgang van de gefaseerde uitrol van de nieuwe inzamelwijze en de eerste ervaringen van inwoners.

Vaststelling Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2021 en het hierbij behorende uitvoeringsbesluit

4. Ondertekening

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer,

Bijlage(n): • Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2021 • Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2021

pagina 5

Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2021 De raad van de gemeente Haarlemmermeer; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op de artikelen 10.23, 10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26 van de Wet milieubeheer; rekening houdend met het beleidsplan Aanpak ‘Van afval- naar grondstofinzameling’ (VANG) d.d. 10 juli 2018, nummer 2018.0030093 en de wijziging hierop van 21 april 2020, nummer 2020.0000853; besluit vast te stellen de volgende verordening: Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2021. § 1. Algemeen Artikel 1. Begrippen Voor een definitie van de in deze verordening en de daarop berustende bepalingen en gebruikte begrippen wordt verwezen naar en aangesloten bij de definities zoals weergegeven in de Wet milieubeheer. Aanvullend worden de volgende begrippen gedefinieerd: - Andere inzamelaars: de krachtens artikel 4 aangewezen personen of instanties, belast met de afzonderlijke inzameling van categorieën huishoudelijke afvalstoffen. - Gebruiker van een perceel: degene die gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. - Hoogbouw of gestapelde bouw: gebouw dat bestaat uit een aantal op elkaar gestapelde woningen, alle niet grondgebonden woningen zoals bovenwoningen, portiekwoningen en flats.

- Inrichting: elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht . - Inzameldienst: de krachtens artikel 3 aangewezen dienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. - Inzamelmiddelen: middelen die dienen voor het ter inzameling aanbieden door een huishouden, zoals een rolcontainer, afvalemmer, plastic zak. - Inzamelvoorzieningen: voorzieningen die dienen voor het collectief ter inzameling aanbieden door meerdere huishoudens, zoals een verzamelcontainer of een wijkcontainer. - Laagbouw: woningen met een beperkt aantal verdiepingen en die beschikking hebben over een buitenruimte op de begane grond. Onder laagbouw vallen o.a. rijtjeswoningen en vrijstaande huizen. Ook op de begane grond gelegen appartementen die beschikking hebben over een buitenruimte vallen onder laagbouw. - Perceel: huis- en of verblijfplek waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. - Ter inzameling aanbieden: wijze van overdragen van afvalstoffen aan een aangewezen inzamelaar, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe aangewezen inzamelmiddelen of -voorzieningen, of op een daartoe aangewezen plaats.

- Uitsluitend recht: het op grond van deze verordening aan een daartoe aangewezen aanbestedende dienst verleende exclusieve recht als bedoeld in artikel 2.24 sub a Aanbestedingswet 2012 tot het verrichten van activiteiten binnen de gemeente Haarlemmermeer in het kader van afvalbeheertaken die op grond van de Wet milieubeheer aan de gemeente zijn opgedragen. - Wet: Wet milieubeheer. - Zwerfafval: huishoudelijk afval van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom, plastic bekertjes, blikjes, verpakkingsmateriaal en etenswaren, dat door mensen bewust of onbewust is weggegooid of achtergelaten op plaatsen die daar niet bestemd voor zijn, of door indirect toedoen of nalatigheid van mensen op die plaatsen is terechtgekomen. 1

Artikel 2. Doelstelling De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen. § 2. Huishoudelijke afvalstoffen Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst 1. Meerlanden Holding N.V. is als inzameldienst belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. 2. Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen word en gesteld. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdige beslissing) is niet van toepassing. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars 1. Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar: a. daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders; b. bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of c. verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer. 2. Burgemeester en wethouders kunnen aan een aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, onder a, voorschriften verbinden en beperkingen stellen. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissing) is niet van toepassing.

Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats 1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van g rof huishoudelijk afval, achter te laten. Artikel 6. Algemene verboden Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen: a. ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; b. over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of c. achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5. Artikel 7. Afvalscheiding 1. Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, o ver de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel. 2.

In ieder geval de volgende bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen worden afzonderlijk ingezameld: - groente-, fruit-, tuinafval en etensresten; - (grof) huishoudelijk restafval; - plastic verpakkingen, blik en drinkpakken; - papier en karton; - verpakkingsglas; - textiel; - klein chemisch afval en andere gevaarlijke stoffen; - elektrische en elektronische apparaten; - bouwafval, sloopafval, gips, puin; - grof tuinafval; - hout (A, B en C); - asbest en asbesthoudend afval; - banden; 2

- dakafval; - geëxpandeerd polystyreenschuim; - harde kunststoffen; - metalen; - matrassen; - vlakglas; - grond; - brandblussers en drukhouders; - frituurvet en bakolie. 3. In het belang van een doelmatig afvalstoffenbeheer kunnen burgemeester en wethouders de aanwijzing van afzonderlijk in te zamelen bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in het tweede lid, of fracties daarvan, achterwege laten. Artikel 8. Gescheiden aanbieding 1. Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, anders dan afzonderlijk: a. ter inzameling aan te bieden; b. achter te laten op een inzamelplaats, bedoeld in artikel 5. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid. Artikel 9. Tijdstip van aanbieding Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door burgemeester en wethouders daartoe bepaalde dag en tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden vastgesteld. Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over het gebruik van: a.

inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel; b. inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel en op wijkniveau. 2. Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden . § 3. Bedrijfsafvalstoffen Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst Burgemeester en wethouders kunnen bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen krachtens artikel 3. Artikel 12. Aanbieden ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 11 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden, aan de inzameldienst over te dragen of bij de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5, achter te laten. Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen 1. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen. 2.

Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het aanbieden of overdragen van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, inhouden.

3

§ 4. Zwerfafval en overige Artikel 14. Dumpingsverbod 1. Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders, buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening; b. het (thuis) composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan; c. het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994; d. handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit. 3. Indien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehan deld in strijd met dit artikel. Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte 1.

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen. 2. Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde. 3. Het is voor anderen dan toezichthouders als bedoeld in artik el 21 van deze verordening verboden ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te vernielen, te beschadigen, omver te werpen of te schoppen of door deze anderszins te behandelen. 4. Het verbod als bedoeld in het derde lid is niet van toepassing op: a. medewerkers van de gemeente die zijn aangewezen dan wel bevoegd het aangeboden afval te doorzoeken of te controleren op samenstelling; b. medewerkers van de inzameldienst die zijn aangewezen dan wel bevoegd het afva l namens de gemeente te doorzoeken of te controleren op samenstelling. Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen 1.

Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd draagt zorg voor de aanwezigheid in of in de directe nabijheid van de inrichting, van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval. 2. Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen , afval of andere materialen die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting. 3. De vorige leden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer. Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg 1. Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten. 2. Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt of diens opdrachtgever zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of d e bescherming van het wegdek te verzekeren.

4

Artikel 18. Geen opslag van afval in de open lucht Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met deze veror dening aanbieden of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen. Artikel 19. Ontdoen van autowrakken Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken. § 5. Handhaving en toezicht Artikel 20. Strafbare feiten Overtreding van artikel 4, artikel 6 of van artikel 8 tot en met artikel 10 en artikel 12 tot en met artikel 19, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten. Artikel 21. Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. § 6. Slotbepalingen Artikel 22. Intrekking oude verordening De Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2006 wordt ingetrokken op de achtste dag na de bekendmaking van de Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 202 1. Artikel 23. Overgangsrecht 1.

Vergunningen en ontheffingen -hoe ook genaamd- verleend krachtens de Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2006, vastgesteld bij eerdere raadsbesluiten, blijven -indien en voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekk ing heeft, ook vervat is in deze verordening -van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. 2. Vergunningen en ontheffingen, bedoeld in het eerste lid, worden geacht vergunningen en ontheffingen in de zin van deze verordening te zijn. 3. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van de verordening bedoeld in het eerste lid, is ingediend en vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvrage n is beslist, wordt daarop niettemin de verordening bedoeld in het eerste lid toegepast, tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft dat daarop de bepalingen van deze verordening worden toegepast. 4. Op een aanhangig bezwaar- of beroepschrift, betreffende een vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste lid, dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 2 5, is ingekomen binnen de voordien geldende bezwaar- en beroeps- termijn, wordt beslist met toepassing van de verordening bedoeld in het eerste lid. 5.

De vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste lid blijft, ongeacht het gestelde in het eerste lid, van kracht totdat onherroepelijk is beslist op een bezwaar - of beroepschrift, bedoeld in het vierde lid. 6. De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 2 2 heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken. Artikel 24. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2021.

5

Artikel 25. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking de achtste dag na bekendmaking (publicatie). Vastgesteld in de vergadering van ……………… De griffier,

6

De voorzitter,

TOELICHTING ALGEMEEN DEEL 1. Inleiding Deze verordening dient het belang van de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig afvalstoffenbeheer. Het belang daarvan neemt toe omdat tegenwoordig anders naar afval wordt gekeken dan in het verleden. Afval wordt steeds meer b enaderd als grondstof. In een meer circulaire economie is afval van waarde. Dat betekent duurzaam omgaan met natuurlijke hulpbronnen, zuiniger zijn op grondstoffen, voorwerpen langer en opnieuw gebruiken en optimalere reststromen. Afvalscheiding en inzameling is daarbij van wezenlijk belang. Gemeenten werken mee in het Programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) om te komen tot een vermindering van het restafval per persoon per jaar en om een verbetering te bereiken van de kwaliteit van afvalscheiding en inzameling. Deze verordening moderniseert de regels van de gemeente op dit terrein. 2. Hoofdlijnen van de verordening Scheiden van afvalstromen begint bij huishoudens (huishoudelijke afvalstoffen) en bedrijven (kantoren, winkels, dienstverleners) waar die afvalstoffen ontstaan – of waar die in de openbare ruimte terechtkomen. De verordening bevat regels over huishoudelijk afval, bedrijfsafval en afval in de openbare ruimte.

Huishoudelijke afvalstoffen Wat betreft huishoudelijke afvalstoffen heeft het gemeentebestuur de wettelijke taak om te zorgen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen door middel van de inzameldienst die daartoe in deze verordening is aangewezen. Bij de uitvoering van deze taak wordt de gemeente in de pra ktijk in toenemende mate ondersteund door het initiatief van andere inzamelaars zoals scholen, ideële instellingen of anderen die bijvoorbeeld papier, glas of andere bestanddelen van het huishoudelijk afval verzamelen voor inzameling. Deze verordening rege lt de aanwijzing van de inzameldienst en van andere inzamelaars en bepaalt welke bestanddelen gescheiden moeten worden aangeboden en dus ook gescheiden moeten worden ingezameld. Bedrijfsafvalstoffen Wat betreft bedrijfsafvalstoffen is de afvalscheiding d oor kantoren, winkels en diensten (hierna: KWD) binnen de gemeente van belang. De inzameling van dergelijk bedrijfsafval kan plaatsvinden door de inzameldienst maar ook door anderen. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen is in belangrijke mate op Rijksniveau geregeld door de Wet milieubeheer (hierna: Wm) en daarop gebaseerde centrale regelgeving. Deze verordening bevat enkele aanvullende regels die van belang zijn indien de inzameling van de inzameldienst aan de orde is of die de wijze van aanbieding van bedrijfsafvalstoffen in de openbare ruimte betreffen.

Afval in de openbare ruimte Wat betreft het afval in de openbare ruimte is het belang van het voorkomen van zwerfafval van belang. Zwerfafval ontstaat niet alleen door illegale dumping maar kan ook ontsta an uit huishoudelijk afval, bijvoorbeeld als dat verkeerd is aangeboden of als ter inzameling gereedstaand huishoudelijk afval is doorzocht of omgeschopt. Zwerfafval komt ook in de openbare ruimte terecht via het publiek rondom winkels, eet- en drinkgelegenheden, evenementen of reclame- en promotiecampagnes. De verordening bevat regels voor het bestrijden van zwerfafval. Grondslag De verordening geeft uitvoering aan de verplichting van artikel 10.23 van de Wm, waarin de gemeenteraad wordt opgedragen om in het belang van de bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening vast te stellen. De regels over het zwerfafval houden ve rband met de regels van de APV voor de openbare ruimte maar zijn vanwege de samenhang met het onderwerp van de Afvalstoffenverordening opgenomen in deze verordening.

7

Het gemeentelijke Afvalstoffenbeleidsplan Op 10 juli 2018 (raadsvoorstelnummer 2018.0030093) heeft de gemeenteraad het plan “Aanpak van afval- naar grondstofinzameling (VANG)” vastgesteld. Dit plan is op 21 april 2020 (raadsvoorstel nummer 2020.0000853) aangepast. Het plan gaat uit van een nieuwe inzamelwijze waa rmee de gemeente milieuwinst wil bereiken door hergebruik van grondstoffen en een vermindering van de hoeveelheid restafval. Het bovenliggende doel is om op landel ijk niveau in 2050 een circulaire samenleving te hebben. 3. Wettelijke begrippen In het belang van de eenvoud maakt deze verordening slechts in beperkte mate gebruik van begripsbepalingen. Ten eerste zijn geen definities van begrippen gegeven als deze begrippen al op grond van artikel 1.1 van de Wm zijn gedefinieerd. Deze begrippen gelden al onverkort voor de toepassing van deze verordening. Er zijn daarom niet opnieuw definities voor in de verordening opgenomen. Voorbeelden van in de wet gedefinieerde begrippen die ook in deze verordening worden gebruikt zijn afvalstoffen, huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen. Ter bevordering van de leesbaarheid zijn in deze verordening echter wel enkele begripsbepalingen opgenomen, waaronder ‘ter inzameling aanbieden’, ‘zwerfafval’ en ‘inzamelmiddel’. In aanvulling op het begrip ‘inzamelen’ geldt de onderstaande aanvulling.

Wat betreft de huishoudelijke afvalstoffen regelt deze verordening, enerzijds, dat de inzameling slechts kan geschieden door aangewezen inzameldiensten en, anderzijds, dat door gebruikers van de percelen waar huishoudelijke afvalstoffen ontstaan, deze afvalstoffen slechts mogen worden overgedragen of aangeboden ter inzameling aan deze inzameldienst of overdragen aan inzamelaars, of achterlaten op een daartoe ter beschikking gestelde plek. Inzameling of het aanbieden ter inzameling door of aan anderen dan deze personen is verboden. De verordening regelt eveneens op welke wijze dat plaats dient te vinden. Er zijn regels over gescheiden inzameling van afzonderlijke bestanddelen van afval zoals groente-, fruit- en tuinafval (hierna: GFT-afval) of papier en karton en over de middelen waarmee dat dient te gebeuren. In schema is de terminologie van art ikel 10.24 van de Wm en artikel 1.1 van de Wm dus als volgt gebruikt t.a.v. de huishoudelijke afvalstoffen:

De gebruiker van een perceel Overdragen (aan een inzamelaar) Ter inzameling aanbieden (al dan niet via inzamelmiddelen of inzamelvoorzieningen) Achterlaten op een ter beschikking gestelde plaats

De inzameldienst of inzamelaar Innemen (door een inzamelaar) Inzameling (via de betreffende middelen of voorzieningen) door de inzameldienst Inzamelplaats

Uitvoeringsbesluit van burgemeester en wethouders De verordening delegeert de bevoegdheid tot het stellen van regels aan burgemeester en wethouders over de volgende onderwerpen: • Nadere regels over het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen art ikel 3, derde lid; • Nadere regels over vrijstelling voor categorieën personen en organisaties als inzamelaars (artikel 4, eerste lid); • Regels over afzonderlijke bestanddelen (geclausuleerd), frequentie en locatie van inzameling ; • Nadere regels inclusief vrijstelling voor gescheiden aanbieden ter inzameling van huishoudelijke afvalstoffen (artikel 8, tweede lid), zoals het nader omschrijven van de bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen, of over fracties waarvan vermenging is toegestaan ; • Regels over het gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzi eningen (artikel 10); • Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen (artikel 13). Daarnaast is sprake van nadere besluitvorming door burgemeester en wethouders die strikt genomen geen algemeen verbindende voorschriften inhouden maar die samen met de hi ervoor genoemde regels opgenomen kunnen worden in het Uitvoeringsbesluit van burgemeester en wethouders. Deze besluitvorming gaat over: • De dagen en tijden waarop de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen plaatsvindt (artikel 9); • De aanwijzing van toezichthoudende ambtenaren (artikel 21). 8

ARTIKELSGEWIJS Artikel 1. Begrippen Het begrip perceel is omwille van de leesbaarheid opgenomen met een vaste toevoe ging die bij het gebruik van dit begrip in de verordening telkens moet worden meegelezen. Het gaat immers telkens om percelen waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan . Deze toevoeging is opgenomen in verband met artikelen 10.21 en 10.22 van de Wm, waarin sprake is van de zorg van de gemeente voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen “bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan”. Wat onder perceel moet worden verstaan kan niet goed op het niveau van deze verordening worden vastgesteld. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 18 september 1991, nr. 27597, BNB 1991/333, is een perceel een plaats waar huishoudelijke afvalstoffen geregeld binnen een particuliere huishouding kunnen ontstaan . Slechts dan is geen sprake van een perceel, indien het gaat om een gedeelte van een onroerende (of roerende) zaak dat blijkens indeling en inrichting niet is bestemd voor het voeren van een particuliere huishouding waarin geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Dit zal telkens naar de feiten en het spraakgebruik bepaald moeten worden.

Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1773) kon ook een woonruimte in een zorgcentrum een particuliere huishouding zijn waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan (zie voor de feiten Gerechtshof Den Haag 19 augustus 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2862). Artikel 2. Doelstelling In dit artikel is het met de verordening te dienen doel vermeld. Deze volgt uit de wettelijke grondslag van de verordening. De toepassing van bevoegdheden op basis van deze verordening zullen derhalve telkens in dat kader moeten plaatsvinden. Doelmatig afv alstoffenbeheer is onderdeel van de bescherming van het milieu. Het begrip afvalstoffenbeheer is gedefinieerd in de Kaderrichtlijn afvalstoffen als volgt: inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaat sen na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars. Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst In het eerste lid wordt Meerlanden Holding NV aangewezen als inzameldienst die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. De zorg voor deze inzameling berust ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wm op de gemeenteraad en burgemeesters en wethouders. De aangewezen inzameldienst zal aan die zorg praktische uitvoering geven.

In het tweede lid wordt een grondslag gegeven om nadere regels te stellen over het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. Redenen van algemeen belang van milieu en gezondheid die met de aanwijzing van inzameldiensten zijn gemoeid dwingen ertoe geen regeling op te nemen voor het van rechtswege nemen van aanwijzingsbesluiten in gevallen waarin niet tijdig op een aanvraag zou worden beslist. De regeling van paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is daarom niet van toepassing. Zo nodig kunnen bij het aanwijzingsbesluit beperkingen of voorschriften worden verbonden aan de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Het ligt in de rede dat dit alleen aan de orde is wanneer er ten aanzien van de aan te wijzen instantie bijzondere voorschriften of beperkingen moeten gelden. Nadere regels over de inzameling kunnen, indien noodzakelijk, door burgemeester en wethouders op grond van het derde lid worden gesteld. Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars Dit artikel regelt de mate waarin het voor anderen dan de inzameldienst mogelijk is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. In beginsel is dit verboden. Er zijn echter drie categorieën van andere inzamelaars dan de inzameldienst, die bepaalde bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen mogen inzamelen. Ten eerste als een inzamelaar is aangewezen.

Het gaat dan om een beschikking, waaraan op grond van het tweede lid voorschriften en beperkingen kunnen worden verbonden. Een aanwijzing wordt niet van rechtswege verleend als sprake zou zijn van niet tijdig beslissen. Ten tweede kunnen burgemeester en wethouders bepaalde personen of organisaties vrijstellen bij nadere regels. In het eerste lid, onder b, is mogelijk gemaakt dat er met generieke vrijstellingen kan worden gewerkt voor bijvoorbeeld scholen die papier inzamelen of voor andere organisaties of personen die bestanddelen 9

huishoudelijke afvalstoffen inzamelen als inzamelaar. Ten derde zijn er producenten van bijvoorbeeld witgoed voor wie op grond van de Wm in algemene maatregelen van bestuur verplichtingen bestaan tot inname van afgedankte producten. Het gaat dan om de producentenverantwoordelijkheid. Vanzelfsprekend kan daarvoor geen verbod gelden. De aanwijzing van inzamelaars verschilt qua karakter van de aanwijzing van de inzameldienst. Het gaat bij de inzamelaars om personen of organisaties die om verschillende redenen behulpzaam willen zijn bij de taak om huishoudelijk afval in te zamelen. Deze aanwijzing heeft – anders dan de aanwijzing van de inzameldienst – het karakter van een vergunning en gaat niet gepaard met een uitvoeringsplicht. Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats Op deze plaats wordt afzonderlijk geregeld dat op ten mins te een plaats ook buiten kantooruren of in het weekend (in voldoende mate dus) gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten. Hiertoe is het gemeentebestuur verplicht in verband met de in artikel 7 geboden mogelijkheid om niet telkens per week en bij elk perceel in te zamelen. Ingevolge artik el 10.26, tweede lid, van de Wm is dit verplicht. Het gaat hier om een daartoe ter beschikking gestelde plaats, waar alle bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen kunnen worden achtergelaten.

Het onderscheidt zich dus als locatie waar huishoudelijke afvalstoffen in een inzamelmiddel, zoals een vuilniszak, een minicontainer of een afvalemmer naar toe worden gebracht, van een inzamelvoorziening, zoals een boven- of een ondergrondse container, waarin collectief huishoudelijke afvalstoffen kunnen worden achtergelaten met het oog op de inzameling daarvan. Artikel 6. Algemene verboden Dit artikel regelt dat het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen niet anders mag geschieden via de kanalen die daarvoor in de artikelen 3, 4 en 5 zijn aangewezen. Dit tot de gebruikers van percelen waar huishoudelijke afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan gerichte verbod is de keerzijde van de in die artikelen tot de inzameldienst en andere inzamelaars gerichte verbod. Artikel 7. Afvalscheiding Dit artikel regelt welke bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk moeten worden ingezameld, met welke frequentie en op welke locatie. Deze locatie kan zijn bij elk perceel, nabij elk perceel of een van deze met uitzondering van bepaalde gebieden van de gemeente.

Artikel 10.21 van de Wm schrijft voor dat het gemeentebestuur, al dan niet samen met het gemeentebestuur van andere gemeenten, ervoor zorgt dat ten minste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. Grove huishoudelijke afvalstoffen zijn daarvan uitgezonderd. GFT-afval moet volgens dit artikel verplicht afzonderlijk wordt ingez ameld. De gemeenteraad kan volgens artikel 10.21, derde lid, van de Wm besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen. Deze vrijheid is ingeperkt door artikel 3 van de Regeling afgedankte elektrische en ele ktronische apparatuur. Dat verplicht gemeenten ertoe om afgedankte elektrische en elektronische apparatuur van particuliere huishoudens gescheiden in te zamelen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden met betrekking tot afvalstoffen dient het gemeentebes tuur bovendien rekening te houden met het Landelijk afvalbeheersplan (hierna: LAP). In het LAP zijn bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen benoemd, die door de consument gescheiden dienen te worden. In het Landelijke afvalbeheerplan 3 (hierna: LAP-3). De in artikel 7 lid 2 genoemde bestanddelen van huishoudelijk afval worden genoemd in het LAP-3.

Op grond van artikel 10.26 van de Wm kan de gemeenteraad in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen bij de Afvalstoffenverordening afwijken: a. van de inzameling bij elk perceel (bepaald mag worden nabij elk perceel); b. van de frequentie van eenmaal per week (bepaald mag worden met welke regelmaat bij de verordening); c. van de inzameling in het gehele grondgebied (bepaald mag worden dat in een gedeelte van het grondgebied geen huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld);

10

d. van de afzonderlijke inzameling van GFT-afval (bepaald mag worden dat bestanddelen GFTafval afzonderlijk worden ingezameld); e. en bepaald mag worden dat GFT-afval met andere daarbij aangewezen bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk van het overige huishoudelijke afval wordt ingezameld.

Een Afvalstoffenverordening die één van deze mogelijkheden benut dient te worden voorbereid met toepassing van de inspraakverordening die op grond van artikel 150 van de Gemeentewet is vastgesteld (artikel 10.26 van de Wm). Indien toepassing wordt gegeven aan de onderdelen b of c, dan moet de gemeente zorgen voor een daartoe ter beschikking gestelde plaats voor het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen. Dat laatste is geregeld in ar tikel 5 van deze verordening. De frequentie waarmee deze gescheiden inzameling plaats vindt is voor de afzonderlijke afvalstoffen minder dan eenmaal per week. Indien de frequentie lager is dan eenmaal per week, is de gemeentelijke inspraakverordening van toepassing en is artikel 5 van de verordening verplicht. Dit vloeit voort uit artikel 10.26, tweede lid, en artikel 10.27 van de Wm. De beleidswijzigingen zijn voorgelegd aan belanghebbenden. De ontwerp Afvalstoffenverordening en het Uitvoeringsbesluit zijn vanaf 18 november 2020 gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegd. Belanghebbenden hebben de mogelijkheid gehad om gedurende deze periode zienswijzen in te dienen over de gewijzigde inzamelmethoden en frequenties. Er zijn gedurende deze periode geen zienswijzen ingediend. Het regelen van de frequentie en locatie inzameling wordt in beginsel overgelaten aan burgemeester en wethouders.

De raad bepaalt wel welke bestanddelen in ieder geval afzonderlijk ingezameld dienen te worden. Tenzij het college in het belang van een doelmatig afvalstoffenbeheer, zoals bijvoorbeeld een operationele nascheiding, bepaalde bestanddelen achterwege wenst te laten. Dit is onder meer van belang omdat artikel 8 aan burgers het verbod oplegt om die bestanddelen ongescheiden ter inzameling aan te bieden. Artikel 8. Gescheiden aanbieding Dit artikel regelt de keerzijde van artikel 7. Wat gescheiden moet worden ingezameld, moet ook gescheiden worden aangeboden. Concrete omschrijvingen van de bestanddelen kunnen door burgemeester en wethouders in de nadere regels op grond van artikel 8 worden gegeven om discussies te slechten en om in het kader van de handhaving houvast te bieden (welles/nietes -lijst). Ook kan van de vrijstellingsmogelijkheid gebruik worden gemaakt om te regelen dat bepaalde hoeveelheden (fracties) van de bestanddelen mogen voorkomen bij de inzameling van andere bestanddelen. Zo zal niet verboden hoeven te zijn als er eens een papiertje tussen he t GFT-afval voorkomt. Artikel 9. Tijdstip van aanbieding De tijdstippen voor de inzameling worden door burgemeester en wethouders bepaald. Het gaat hier om een besluit van algemene strekking. Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding Er is een onderscheid tussen inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen.

Inzame lmiddelen dienen het ter inzameling aanbieden door een huishouden, zoals een minicontainer, afvalemmer, plastic afvalzak. Inzamelvoorzieningen dienen het collectief ter inzameling aanbieden door meerdere huishoudens, zoals een verzamelcontainer of een wijk container, voor het inzamelen daarvan. Op grond van dit artikel kunnen inzamelmiddelen worden voorgeschreven. Ook kunnen hier regels worden gesteld over het gebruik van inzamelvoorzieningen. Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst De inzameldienst kan ook bedrijfsafvalstoffen (of bepaalde bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen) inzamelen. Anders dan bij huishoudelijke afvalstoffen geldt voor bedrijfsafvalstoffen echter geen zorgplicht voor de gemeente. Inzameling van bedrijfsafvalsto ffen door de inzameldienst is daarom een daarvan te onderscheiden activiteit waarbij de inzameldienst tegen vergoeding afval inzamelt bij

11

bedrijven. In de praktijk gaat het daarbij veelal om afval uit de KWD-sector of bouw- en sloopafval (voor zover dit niet wordt gerekend tot het huishoudelijk afval). Artikel 12. Aanbieden ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Alleen die bedrijven die betalen voor de gemeentelijke inzamelvoorzieningen mogen hun bedrijfsafvalstoffen aanbieden aan de inzameldienst. Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het college kan, net als bij huishoudelijke afvalstoffen, regels stellen over de wijze waarop de afvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden. De basis voor het stellen van regels over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen kan worden gevonden in artikel 10.23, derde lid, van de Wm. De memorie van toelichting zegt hierover: “Ten aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen mogen ook in het belang van de besc herming van het milieuregels worden gesteld. Blijkens het derde lid mogen deze regels geen vergunningstelsel inhouden. Dit is krachtens artikel 10.48 Wm voorbehouden aan de minister. Vanzelfsprekend mogen de gemeenten hun bevoegdheid evenmin benutten ter bevoordeling van de eigen inzameldienst en ten nadele van andere aanbieders op de markt.” Het is dus mogelijk om in het belang van het milieu bepaalde dagen te kunnen aanwijzen waarop bedrijfsafvalstoffen mogen worden ingezameld.

Bijvoorbeeld ter beperking of voorkoming van geluidhinder of aanzuigende werking of om ritten zoveel mogelijk te combineren. Dit artikel kan met name van belang zijn voor de inzameling van bedrijfsafvalstoffen in een (historisch) centrum. Uiteraard kunnen deze regels voor alle betrokken inzamelaars die bedrijfsafvalstoffen ophalen. Artikel 14. Dumpingsverbod Dit artikel heeft primair een milieubeschermende functie en beoogt de gemeenten een instrument te geven om illegale dumpingen, voor zover er geen hogere wet - of regelgeving van toepassing is, of het ontstaan van zwerfafval tegen te gaan. Uiteraard zal in een aantal gevallen het brengen van stoffen op of in de bodem zodanig kunnen gebeuren dat een hogere wet, zoals de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit van toepassing is. In het eerste lid worden bewust de termen stof en voorwerp gebruikt en niet alleen de term afvalstof, omdat niet altijd duidelijk is of de desbetreffende stoffen of voorwerpen afvalstoffen zijn. In artikel 10.25, onder a, van de Wm is de mogelijkheid voor het opnemen van een dergelijk artikel in de Afvalstoffenverordening. Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte Op grond van artikel 10.25, onder a en b, van de Wm kunnen gemeenten in hun Afvalstoffenverordening de zwerfafvalproblematiek regelen. Er is sprake van facultatief medebewind.

Gemeenten hebben hiertoe de bevoegdheid, maar geen wettelijke plicht. Eerste lid Dit lid gaat over straatafval. Dat is afval dat onderweg ontstaat, buiten een perceel, dat niet als zwerfafval op straat of in het plantsoen terecht dient te komen en waarvoor afvalbakken of voorzieningen zijn om zich daarvan ter plekke te ontdoen (voor zover van zeer beperkte omvang en gewicht). Klein chemisch afval is uitdrukkelijk uitgesloten van de omschrijving. Dit afval dient in alle gevallen via de daartoe opgezette inzamelstructuur te worden verwijderd. Het gaat hier per definitie om afvalstoffen die "buiten een perceel ontstaan". Een huishoudelijke afvalstof, ontstaan op of binnen het perceel, moet worden aangeboden volgens de bepalingen uit paragraaf 2. Derde lid Het begrip zwerfafval zelf behoeft geen verdere definitie nu de redactie blijkt dat van zwerfafval sprake is wanneer ter inzameling gereedstaand afval wordt verspreid, omgestoten of omgeschopt, etc. De redactie brengt ook mee dat doorzoeken op een manier die geen zwerfafval ve roorzaakt, bijvoorbeeld door morgensterren, niet onder het verbod valt. Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen Dit sluit aan bij artikel 2.13 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, maar is meer toegespitst op de problematiek van zwerfafval en wijkt daarom op een aantal punten van dat artikel af.

Het dient ter aanvulling van het Activiteitenbesluit milieubeheer.

12

Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg Het gaat in dit artikel over laden en lossen en het biedt de mogelijkheid om door middel va n bestuursdwang tot opruiming te dwingen. Artikel 18. Opslag van afval in de open lucht Voorkomen moet worden dat afval in de openbare ruimte wordt opgeslagen , anders dan het voor korte duur plaatsen van inzamelmiddelen waarin afvalstoffen te r inzameling worden aangeboden aan de inzameldienst. Artikel 19. Ontdoen van autowrakken Hierin is de afgifte van autowrakken door huishoudens geregeld. Op grond van artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken (hierna: BBA) moeten gemeenten in hun Afvalstoffenverordening bepalen dat een autowrak, zijnde een huishoudelijk afvalstof, slechts mag worden afgegeven aan autodemontage bedrijven, garages en autoschadeherstelbedrijven of aan een persoon die in een ander land dan Nederland is gevestigd (onder strikte voorwaarden). Op grond van artikel 7 van het BBA worden autowrakken, afkomstig van huishoudens uitdrukkelijk uitgezonderd van de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval. Artikel 20. Strafbare feiten Spreekt voor zich. Artikel 21. Toezichthouders Deze systematiek volgt uit artikel 18.1a van de Wm en artikel 5.10, derde lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

13

gemeente Haarlemmermeer

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer; Gelet op de artikelen 4, 5, 7, 9,10, 13 lid 2.van de Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2021;

Besluiten: Vast te stellen de volgende nadere regels voor het zich ontdoen van huishoudelijke afvalstoffen (Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2021).

Hoofdstuk 1 Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen Artikel 1 Doelstelling besluit De doelstelling van dit besluit is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afval- en grondstoffen. Artikel 2 Begripsomschrijvingen In dit besluit wordt verstaan onder "verordening": de Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2021. Artikel 3 Regulering andere inzamelaars 1.

Als inzamelaar op grond van artikel 4 lid 1 sub a. van de verordening worden aangewezen: •

Maatschappelijke organisaties zoals scholen, sportverenigingen, en welzijnsorganisaties voor de inzameling van papier.

Artikel 4 Aanwijzing inzamelplaats 1.

De volgende plaatsen worden aangewezen op basis van artikel 5 lid 1 van de verordening: a.

Inzamelplaats (milieustraat) op het Meerlandenterrein aan de Aarbergerweg 41A te Rijsenhout;

b.

Inzamelplaats (milieustraat) op het Meerlandenterrein aan de Cruquiusweg 47 te Heemstede;

c.

Inzamelplaats (milieuplein Haarlem-Spaarnelanden NV) aan de Ingenieur Lelyweg 51 te Haarlem voor de inwoners van de kernen Spaarndam-Oost, Halfweg, Haarlemmerliede, Penningsveer, Spaarnwoude.

Artikel 5 Inzamelmiddelen- en voorzieningen 1.

Op basis van artikel 7 van de verordening worden de in onderstaande tabel 1 opgenomen frequenties van de inzameling van de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen vastgesteld die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld bij of nabij elk perceel;

2.

Op basis van artikel 10 van de verordening worden de in onderstaande tabel 1 opgenomen regels voor het gebruik van inzamelmiddelen voor het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen bij en nabij een perceel en op wijkniveau aangewezen;

3.

Bij toepassing van maatwerk zoals aangegeven in artikel 6 en 7 van dit besluit kan worden afgeweken van het gestelde in tabel 1;

4.

Voor de verzamelcontainers wordt per wijk een locatieplan opgesteld.

Tabel 1 Huishoudelijke afvalstof

Inzamelmiddel laagbouw

Groente-, fruit-, tuinafval en etensresten (GFT+E)

Bij het perceel: Rolcontainer van 80/140/240 liter

Oud Papier en karton (OPK)

Nabij het perceel: Brengparkje op wijkniveau met (ondergrondse) verzamelcontainer op maximale afstand van 300 meter (streefwaarde) van het perceel Nabij het perceel: Brengparkje op wijkniveau met (ondergrondse) verzamelcontainer op maximale afstand van 300 meter(streefwaard e) van het perceel Nabij het perceel: Containers op wijkniveau

Verpakkingsglas

Textiel

Plastic, blik en drinkpakken (PBD)

Bij het perceel: plastic zakken Bij het perceel: Rolcontainer van 140/240 liter

Frequentie inzameling laagbouw Inname inzamelaar: 42 keer per jaar

Inname inzamelaar: Al naar gelang de vulgraad dit vereist

Inname inzamelaar: Al naar gelang de vulgraad dit vereist

Inname inzamelaar: Al naargelang de vulgraad dit vereist 4 keer per jaar Inname inzamelaar: 26 keer per jaar

Elektrische- en elektronische apparatuur

n.v.t.

-aanbieden op de inzamelplaats (milieustraat) -Op afspraak bij het perceel

Grof tuinafval

n.v.t.

-aanbieden op de inzamelplaats (milieustraat)

Inzamelmiddel hoogbouw Nabij het perceel: Verzamelcontainer semi ondergronds op maximaal 50 meter (streefwaarde) van de entree Nabij het perceel: (Ondergrondse) verzamelcontainer op maximaal 100 meter (streefwaarde) van de entree

Frequentie inzameling hoogbouw Inname inzamelaar: Al naar gelang de vulgraad dit vereist.

Inname inzamelaar: Al naar gelang de vulgraad dit vereist.

Nabij het perceel: Brengparkje op wijkniveau met (ondergrondse) verzamelcontainer op maximale afstand van 300 meter (streefwaarde) van het perceel Nabij het perceel: Containers op wijkniveau

Inname inzamelaar: Al naar gelang de vulgraad dit vereist

Bij het perceel: plastic zakken Nabij het perceel: (Ondergrondse) verzamelcontainer op maximaal 100 meter (streefwaarde) van de entree n.v.t.

4 keer per jaar

n.v.t.

-aanbieden op de inzamelplaats (milieustraat)

Inname inzamelaar: Al naar gelang de vulgraad dit vereist

Inname inzamelaar: Al naar gelang de vulgraad dit vereist

-aanbieden op de inzamelplaats (milieustraat) -Op afspraak bij het perceel

Fijn huishoudelijk restafval

Klein Chemisch Afval (KCA)

Grof huishoudelijk afval

Bij het perceel: Rolcontainer van 80 (standaard) of 140 liter

n.v.t.

n.v.t.

Bij het perceel: 2 keer per jaar takkenronde 1 keer per jaar kerstboomronde Inname inzamelaar: 13 keer per jaar

Aanbieden op de inzamelplaats (milieustraat) Aanbieden aan de KCA-wagen inzamelgegevens op de Afvalstoffen kalender Aanbieden op de inzamelplaats Op afspraak bij het perceel

Nabij het perceel: (Ondergrondse) verzamelcontainer op maximaal 100 meter streefwaarde) van de entree n.v.t.

Bij het perceel: 2 keer per jaar takkenronde 1 keer per jaar kerstboomronde Inname inzamelaar: Al naar gelang de vulgraad dit vereist Inwoner krijgt de beschikking over een afvalpas Aanbieden op de inzamelplaats (milieustraat) Aanbieden aan de KCA-wagen (inzamel gegevens op de Afvalstoffenkalende r)

n.v.t.

Aanbieden op de inzamelplaats (milieustraat) Op afspraak bij het perceel

Grof huishoudelijk afval dat apart wordt ingezameld op de verzamelplaats (milieustraat): fijn huishoudelijk restafval gips, puin, verbouwingsafval, oud papier en karton, textiel, vlakglas, harde kunststoffen, metalen, klein chemisch afval (b.v. olie, verf etc.), frituurvet en bakolie, elektronische apparatuur, matrassen, A-, Ben C-hout, dakafval, asbesthoudend afval, schone grond, autobanden, geëxpandeerd polystyreenschuim, gasflessen en drukhouders.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=4c44dc13-45b5-4bab-ad37-af24b9cfbafe