RV Vaststellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep IJweg achter 1255 (2022.0001554)
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
raadsvoorstel Onderwerp
Portefeuillehouder Steller Collegevergadering
Vaststellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Uweg achter 1255 drs. Jurgen Nobel Clarissa Mornout-Guijt 12 juli 2022
Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer
2022.0001554
1. Voorstel Collegebesluit(en)
Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. geen exploitatieplan vast te stellen voor het bestemmingsplan Nieuw-Vennep Uweg achter 1255, omdat het kostenverhaal middels een anterieure overeenkomst is verzekerd; 2. het bestemmingsplan Nieuw-Vennep Uweg achter 1255 met planidentificatie NL.IMR0.0394.BPGnwvyweg8erl255-C001, bestaande uit een verbeelding en bijbehorende regels met bijlagen, volgens de artikelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 van het Besluit ruimtelijke ordening in elektronische vorm vast te leggen en in die vorm ongewijzigd vast te stellen, één en ander overeenkomstig de bij dit besluit gevoegde bescheiden en op grond van de overwegingen genoemd in het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; 3. het college van burgemeester en wethouders te machtigen het verder nodige te verrichten. 2. Samenvatting
Wij doen het voorstel om het bestemmingsplan Nieuw-Vennep Uweg achter 1255 ongewijzigd vast te stellen om op deze manier de voorgenomen woningbouwontwikkeling op de locatie achter Uweg 1255 in Nieuw-Vennep mogelijk te maken. Deze locatie is onderdeel van de grotere ontwikkeling van de zuidrand van Hoofddorp. De doelstelling van het bestemmingsplan is het planologisch-juridisch mogelijk maken van 30 grondgebonden woningen. 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?
De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is de wens om woningbouw te realiseren aan de Uweg achter 1255 in Nieuw-Vennep. Op dit moment wordt het perceel gebruikt ten behoeve van een gebruiksgerichte paardenhouderij. Hier bevindt zich de paardenweide behorend bij het paardencentrum. De locatie is onderdeel van de grotere ontwikkeling van de zuidrand van Hoofddorp. De ambitie voor de Zuidrand is om het gebied een eenduidige uitstraling te geven als stadsrand van Hoofddorp en om een brug te slaan tussen het bestaande woongebied van Hoofddorp en het toekomstig PARK21. Het plan omvat de realisatie van 30 grondgebonden vrije sector koopwoningen variërend in omvang.
Vaststellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Uweg achter 1255
pagina 2
Binnen het vigerende bestemmingsplan Hoofddorp Zuidrand Westkavel en Tegen Pleinen past deze ontwikkeling niet. In dit bestemmingsplan kent het plangebied de bestemming Agrarischpaardenhouderij' en heeft het de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied 2'. Deze wijzigingsbevoegdheid kan echter niet worden gebruikt. Een eis uit de wijzigingsbevoegdheid is dat er ter hoogte van de Nieuwe Bennebroekerweg een geluidscherm wordt toegevoegd. Tussen de vaststelling van het vigerende bestemmingsplan en het ontwikkelen van dit planinitiatief is er reeds een geluidswand gerealiseerd ter hoogte van het plangebied. Een nieuwe geluidswand is vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening en de wet Geluidshinder dan ook niet langer nodig en zou voor onnodige verstoring van het aangezicht zorgen. Daarnaast zou een nieuwe geluidswand geen groter effect hebben t.b.v. de geluidsreductie ten opzichte van de huidige situatie. Aangezien dit echter een harde eis is vanuit de wijzigingsbevoegdheid, wordt er een bestemmingsplan opgesteld in plaats van een wijzigingsplan. Aan de andere eisen opgenomen in de wijzigingsbevoegdheid wordt wel voldaan. De doelstelling van het bestemmingsplan is het planologisch-juridisch mogelijk maken van de 30 grondgebonden woningen. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen?
Om de voorgenomen woningbouw mogelijk te maken, is het nodig een nieuw planologischjuridisch kader vast te stellen. Met het bestemmingsplan Nieuw-Vennep Uweg achter 1255 wordt hierin voorzien. Binnen het onderstaand plangebied wordt het mogelijk gemaakt om dertig grondgebonden woningen te realiseren.
Ligging plangebied Milieu- en externe veiligheidseffecten Er is naar verschillende aspecten zoals geluid, flora en fauna, externe veiligheid het benodigde onderzoek gedaan. Ten oosten van de planlocatie is het bedrijf Van Wees gevestigd waar opslag en verkoop van vuurwerk plaatsvindt. Door de opslag van 41.313 kg consumentenvuurwerk dienen vanuit het Vuurwerkbesluit veiligheidsafstanden aangehouden te worden naar een beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object zoals een woning. Artikel 1.3 paragraaf B van de Bijlage 3 van het Vuurwerkbesluit dient te worden gevolgd. Er is onderzoek gedaan naar de vraag in hoeverre woningbouw is toegestaan in het bestemmingsplangebied. Uit het onderzoek is gebleken dat
Vaststellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Uweg achter 1255
pagina 3
wanneer op het betreffende perceel woningbouw wordt gerealiseerd rekening dient te worden gehouden met de veiligheidsafstanden in het vuurwerkbesluit. Vervolgens is er een aanvullende brandberekening uitgevoerd. De brandberekening toont aan dat een kleinere afstand dan uit het vuurwerkbesluit mogelijk zijn, zonder dat dit een negatief effect heeft op zowel de veiligheid als de bedrijfsvoering. De veiligheidscontouren zijn niet zo groot als uit het vuurwerkbesluit volgt en blijven binnen het perceel van het bedrijf Van Wees. Aanvullend op deze conclusie is een revisie omgevingsvergunning in het kader van het Vuurwerkbesluit verleend aan het bedrijf van Wees waarmee de veiligheidscontouren zijn bevestigd. Er is aangetoond dat er voor alle woningen binnen het plangebied sprake is van een veilige situatie. Voor wat betreft luchtkwaliteit wordt er voldaan aan de minimale afstandsmaat van 30 meter tot de Nieuwe Bennebroekerweg (15.000 - 20.000 Mvt/etmaal). Ook is aangetoond dat de dichtstbijzijnde hoofdweg waar meetpunten met concentraties van bekend zijn, de Nieuw Bennebroekerweg niet zorgt voor een overschrijding van de jaargemiddelde grenswaardes. Luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
Uit het geluidsonderzoek is gebleken dat voor vier van de vijf woonblokken de voorkeursgrens waarde wordt overschreden, maar de maximale ontheffingswaarde niet. Dit is de reden dat er een besluit hogere waarden is genomen (2022.0000830). Ter gelegenheid van het ontwerpbestemmingsplan namen wij op 10 mei 2022 (2022.0000835) tevens een besluit over de ingediende mer-aanmeldingsnotitie, namelijk dat de beoogde ontwikkeling geen belangrijke negatieve milieueffecten kan veroorzaken, die de opstelling van een milieueffectrapport (MER) noodzakelijk maken. Procedure Het ontwerpbestemmingsplan heeft samen met het ontwerpbesluit hogere waarden op grond van de Wet geluidhinder gedurende een periode van zes weken vanaf 18 mei 2022 ter inzage geleden. In die periode zijn er geen zienswijzen ingediend. Dit is de reden dat er wordt voorgesteld om het bestemmingsplan ongewijzigd vast te stellen. Participatie Tijdens het verplichte wettelijke vooroverleg met de provincie Noord-Holland, het hoogheemraadschap van Rijnland en de Veiligheidsregio Kennemerland is ook de wijkraad Hoofddorp Floriande en de dorpsraad Nieuw-Vennep gevraagd om te reageren. De ontwikkelaar heeft de omwonenden geïnformeerd over de plannen en heeft een projectwebsite gemaakt waarop informatie en contactgegevens staan. 3.3 Wat mag het kosten?
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt verplicht dat de gemeenteraad tegelijk met de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan vaststelt voor kostenverhaal in het geval het bestemmingsplan nieuwe, bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) aangewezen bouwplannen mogelijk maakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de bouw van één of meer woningen, de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen of de uitbreiding of verbouwing van gebouwen. In de wet is aangegeven welke kosten verhaald kunnen worden. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is, bijvoorbeeld door gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. Er is inmiddels een anterieure
Vaststellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Uweg achter 1255
pagina 4
overeenkomst afgesloten met de ontwikkelaar van dit plan, waardoor het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Er hoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld. Wat zijn de financiële risico's?
Onze gemeente loopt geen vermeldenswaardige financiële risico's bij de uitvoering van dit voorstel. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?
Op grond van de Wro stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast. De portefeuillehouder Ruimtelijke ordening is binnen het college het eerste aanspreekpunt. Door ons college te machtigen het verder noodzakelijke te verrichten, zijn wij bevoegd op te treden in een eventuele beroepsprocedure bij de Raad van State. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar?
Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad is de gemeentelijke besluitvorming daarover afgerond. Dan volgen de bekendmaking en terinzagelegging van het vastgestelde plan. De inzagetermijn van zes weken is tevens beroepstermijn voor belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend. Na deze termijn is het plan van kracht, tenzij beroep wordt ingesteld. Als tegen het plan wel beroep wordt ingesteld, maar niet binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening bij de Raad van State is gedaan, dan treedt het plan direct na de beroepstermijn in werking. 3.6 Wanneer en hoe zal de raad over de voortgang worden geïnformeerd?
Wij stellen de raad in kennis van de uitspraak van de Raad van State in een eventuele beroepsprocedure. 3.7 Wat betekent dit voor de Metropooiregio Amsterdam (MRA)?
Het plan draagt 30 woningen bij aan invulling van de regionale woningbouwopgave.
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255 Bestemmingsplan – September 2022 Toelichting
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
Inleiding .............................................................................................................................. 4 1.1
Aanleiding ............................................................................................................................... 4
1.2
Ligging en begrenzing plangebied .......................................................................................... 5
1.3
Doel en planvorm ................................................................................................................... 6
1.4
Geldende bestemmingsplannen en regelingen...................................................................... 7
1.5
Planproces .............................................................................................................................. 8
1.6
Leeswijzer ............................................................................................................................... 8
Beschrijving huidige situatie ................................................................................................ 9 2.1
Ruimtelijke structuur .............................................................................................................. 9
2.2
Functionele structuur ........................................................................................................... 10
Beleid en regelgeving ........................................................................................................ 11 3.1
Rijksbeleid ............................................................................................................................. 11
3.2
Provinciaal en regionaal beleid............................................................................................. 16
3.3
Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 22
Nieuwe situatie ................................................................................................................. 31 4.1
Toekomstige ontwikkelingen in het plangebied .................................................................. 31
4.2
Ruimtelijke structuur ............................................................................................................ 32
4.3
Functionele structuur ........................................................................................................... 35
Onderzoek en beperkingen ................................................................................................ 36 5.1
Bodem ................................................................................................................................... 36
5.2
Cultuurhistorie en archeologie ............................................................................................. 38
5.3
Externe veiligheid ................................................................................................................. 40
5.4
Explosieven ........................................................................................................................... 43
5.5
Flora en fauna ....................................................................................................................... 44
5.6
Geluid .................................................................................................................................... 46
5.7
Geur ...................................................................................................................................... 49
5.8
Kabels, leidingen en telecommunicatie installaties ............................................................. 50
5.9
Licht....................................................................................................................................... 51
5.10 Lucht ..................................................................................................................................... 52 5.11 Luchtvaartverkeer................................................................................................................. 55 5.12 Milieueffectrapportage ........................................................................................................ 59 5.13 Milieuzoneringen .................................................................................................................. 60 5.14 Verkeer ................................................................................................................................. 62 Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
2
5.15 Water .................................................................................................................................... 66 6
7
Uitvoerbaarheid ................................................................................................................ 70 6.1
Financiële uitvoerbaarheid ................................................................................................... 70
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................... 70
Juridische aspecten ........................................................................................................... 72 7.1
Opzet regels en verbeelding ................................................................................................. 72
7.2
Inleidende regels .................................................................................................................. 72
7.3
Bestemmingsregels ............................................................................................................... 73
7.4
Algemene regels ................................................................................................................... 73
7.5
Overgangs- en slotregels ...................................................................................................... 74
7.6
Handhaafbaarheid ................................................................................................................ 74
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
3
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Het perceel achter de IJweg 1255 te Nieuw-Vennep wordt momenteel gebruikt ten behoeve van een gebruiksgerichte paardenhouderij. Hier bevindt zich de paardenweide behorend bij het paardencentrum. Projectontwikkelaar TN ontwikkeling (hierna: initiatiefnemer) is voornemens hier 30 grondgebonden woningen met bijbehorende bouwwerken op het perceel te realiseren onder de projectnaam ‘Zuiderhoeven Oost’. Het is de bedoeling om dertig koopwoningen te realiseren variërend in omvang en typologie. Onderhavig bestemmingsplan maakt de realisatie van deze ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk. De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is de wens om woningbouw te realiseren aan de IJweg achter 1255 in Nieuw-Vennep. Het plan omvat de realisatie van 30 grondgebonden woningen. In het bestemmingsplan ‘Hoofddorp Zuidrand Westkavel en Tegen Pleinen’ (hierna: vigerend bestemmingsplan), kent het plangebied de bestemming ‘Agrarischpaardenhouderij’ en heeft het de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied 2’. Deze wijzigingsbevoegdheid kan echter niet voor onderhavig planinitiatief worden gebruikt. Een eis uit de wijzigingsbevoegdheid is dat er ter hoogte van de Nieuwe Bennebroekerweg een geluidscherm wordt toegevoegd.
Tussen de vaststelling van het vigerende bestemmingsplan en de voorlegging van onderhavig planinitiatief is er reeds een geluidswand gerealiseerd ter hoogte van onderhavig plangebied. Een nieuwe geluidswand is vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening en de wet Geluidshinder dan ook niet langer nodig en zou voor onnodige verstoring van het aangezicht zorgen. Daarnaast zou een nieuwe geluidswand geen groter effect hebben t.b.v. de geluidsreductie ten opzichte van de huidige situatie. Aangezien dit echter een harde eis is vanuit de wijzigingsbevoegdheid, wordt er een bestemmingsplan opgesteld in plaats van een wijzigingsplan. Middels dit bestemmingsplan kan de huidige bestemming worden gewijzigd naar grotendeels ‘Wonen’, om zo de nieuw te bouwen woningen te kunnen realiseren in het plangebied. Het initiatief is uitvoerig besproken met de gemeente Haarlemmermeer. Het huidige stedenbouwkundig ontwerp is dan ook een resultaat vanuit overleggen met de betrokken afdelingen zoals stedenbouw, architectuur en werkgroep Ruimtelijk Advies.
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
4
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied bevindt zich achter de IJweg 1255 te Nieuw-Vennep en betreft de percelen kadastraal bekend als gemeente Haarlemmermeer, Sectie AE, nummer 3522 en 2586. Het plangebied bevindt zich in het noordelijke deel van Nieuw-Vennep, tegen de rand van Hoofddorp. Het plangebied heeft betrekking op het gehele perceel nummer 3522 en een deel van het perceel 2586. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 9.950m². Het gebied ligt achter de IJweg 1255 en grenst met de noordzijde aan de Bennebroekerweg. Ten westen van het plangebied bevindt zich een kleinschalige woonwijk. Op afbeelding 1.1 en 1.2 is het plangebied weergegeven.
Afbeelding 1.1: Globale ligging van het plangebied
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
5
Afbeelding 1.2: Ligging van het plangebied
1.3 Doel en planvorm De doelstelling van het bestemmingsplan ‘Nieuw-Vennep IJweg achter 1255’ is het bieden van een actueel juridisch-planologisch kader voor het plangebied zoals beschreven in paragraaf 1.2. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt de realisatie van 30 grondgebonden woningen mogelijk gemaakt.
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
6
1.4
Geldende bestemmingsplannen en regelingen
Het bestemmingsplan ‘Nieuw-Vennep IJweg achter 1255’ vervangt voor een gedeelte het volgende bestemmingsplan: Plannaam Hoofddorp Zuidrand Westkavel en Tegen Pleinen
Vastgesteld 25-10-2016
Onherroepelijk 22-12-2016
Op afbeelding 1.3 is een uitsnede weergegeven van het vigerende bestemmingsplan waarin het plangebied met rood is aangegeven.
Afbeelding 1.3: Uitsnede van het vigerende bestemmingsplan ‘Hoofddorp Zuidrand Westkavel en tegen Pleinen’ Binnen het bestemmingsplan vigeren de volgende bestemming en aanduiding: 1. Enkelbestemming: Agrarisch – Paardenhouderij 2. Gebiedsaanduiding: wetgevingszone – wijzigingsgebied 2 De gronden die bestemd zijn met ‘Agrarisch – Paardenhouderij’ zijn bestemd voor een gebruiksgerichte paardenhouderij met de daarbijbehorende voorzieningen. Ook rust er op het perceel de gebiedsaanduiding ‘Wetgevingszone – wijzigingsgebied 2’. In de inleiding is reeds aangegeven dat er geen gebruik wordt gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid aangezien hier niet volledig aan kan worden voldaan. Voorliggend bestemmingsplan maakt de beoogde ontwikkeling wel mogelijk. In dit bestemmingsplan worden de gestelde regels van het wijzigingsgebied zoveel mogelijk overgenomen. De toelichting dient als ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat deze ontwikkeling passend is in de omgeving, lettend op onder andere milieuaspecten.
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
7
1.5 Planproces Een bestemmingsplan doorloopt de procedure zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het voorontwerpbestemmingsplan wordt ex art. 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voor advies voorgelegd aan Rijk, provincie en waterschap. Door de gemeente Haarlemmermeer wordt in dit stadium van planvorming ook de betreffende dorps- of wijkraad in de gelegenheid gesteld op het voorontwerpbestemmingsplan te reageren. Binnengekomen reacties uit het wettelijk vooroverleg worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Tijdens de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan kan eenieder schriftelijk of mondeling een zienswijze kenbaar maken. De ingediende zienswijzen worden afgewogen in het vast te stellen bestemmingsplan. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt ook ter inzage gelegd. Gedurende deze terinzagelegging kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspreek van de Raad van State.
1.6 Leeswijzer Het tweede hoofdstuk van deze toelichting geeft een beeld van de bestaande situatie in het plangebied. Er wordt een beschrijving gegeven van de ruimtelijke en functionele structuur van het gebied. In het derde hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleid en de regelgeving en de invloed hiervan op het bestemmingsplan. Het vierde hoofdstuk gaat in op de nieuwe situatie met de te verwachten ontwikkelingen en de gewenste ruimtelijk-functionele structuur. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de onderzoeksgegevens en beperkingen. In het hoofdstuk zes komt de uitvoerbaarheid aan bod en in het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische aspecten van dit bestemmingsplan.
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
8
2 Beschrijving huidige situatie 2.1 Ruimtelijke structuur 2.1.1 Ruimtelijke ontwikkelingen Nieuw-Vennep ligt in het zuiden van de gemeente Haarlemmermeer en telt circa 30.000 inwoners. Samen met Hoofddorp was het één van de twee plaatsen die officieel gesticht werden na de drooglegging van het Haarlemmermeer in 1852. Waar het dorp nog geen 3.000 inwoners kende in 1958, groeide het tot zo’n 14.000 inwoners in 1975, 23.000 in 2003 en 30.000 in 2006. De ligging in de Randstad en de uitbreiding van de bedrijvigheid hebben bijgedragen aan de groei. Het plangebied bevindt zich ten noorden van Nieuw-Vennep, tegen de rand van Hoofddorp. Het plangebied bevindt zich midden tussen nieuwbouwwijken die binnen de afgelopen 5 jaar zijn gerealiseerd.
2.1.2
Planspecifiek
In de huidige situatie wordt het plangebied gebruikt als paardenweide zonder bebouwing. Aan de zuidoostzijde van het gebied bevindt zich de paardenhouderij en aan de noordwestzijde de nieuwbouwwijk ‘Zuiderhoeven’. Aan de noordoostzijde en de zuidwestzijde loopt er een weg langs het plangebied. Aan de noordoostzijde wordt plangebied en weg gescheiden door een sloot; aan de zuidwestzijde wordt plangebied en weg gescheiden door een verhoogde berm. Onderstaande afbeelding 2.1 en 2.2 zijn afbeeldingen van het plangebied vanuit noordoostzijde bezien.
Afbeelding 2.1 Bestaande situatie van het plangebied vanuit het noordoosten bezien
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
9
Afbeelding 2.2 Bestaande situatie van het plangebied vanuit het noordoosten bezien
2.2 Functionele structuur 2.2.1 Algemeen Naast een toename in het aantal woningen kent Nieuw-Vennep door de gunstige ligging ook een goed vestigingsklimaat voor bedrijvigheid. Nieuw-Vennep is gunstig gelegen, nabij Hoofddorp, aan de A4 en in de nabijheid van Schiphol.
2.2.2 Planspecifiek In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich voornamelijk nieuwbouwwoningen, maar ook een paardencentrum, tuin- en dierspeciaalzaken en een klein agrarisch bedrijf. Een klein stukje verderop is de recreatieplas Toolenburg gelegen. Aan de andere kant van het plangebied is een school, een buitenschoolse opvang en een sportcomplex te vinden. Het plangebied zelf is een braakliggend stuk land, dat kans biedt getransformeerd te worden naar een andere (kansrijke) invulling.
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
10
3 Beleid en regelgeving 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale omgevingsvisie De nationale omgevingsvisie (NOVI) ‘Duurzaam perspectief voor onze samenleving’ komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt. Uitgangspunt is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo worden in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes gemaakt. Vier prioriteiten hierin zijn: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen deze prioriteiten worden drie afwegingsprincipes gehanteerd, die helpen om beleidskeuzes te maken. Dit zijn: 1. Combinaties van functies hebben voorrang op enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Tot het moment dat de Omgevingswet in werking treedt (naar verwachting op 1 juli 2022) geldt de omgevingsvisie als structuurvisie en zijn ruimtelijke belangen geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, zie §3.1.2). In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het Rijksbelang opgenomen dat verstedelijking op duurzame wijze plaatsvindt. Wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt moet er getoetst worden aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’.
Planspecifiek De met dit bestemmingsplan gepaarde gaande nieuwbouw heeft wel raakvlakken met de NOVI, met name waar het gaat om het waarborgen van de kwaliteit va de leefomgeving. Het abstractieniveau van de NOVI is echter dusdanig hoog, dat er geen directe opgaven voor het bestemmingsplan gelden.
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
11
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) staat een aantal onderwerpen waarvoor het Rijk uit het oogpunt van de nationale belangen in de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte regels stelt. Voor gemeente Haarlemmermeer is hierin van belang: • Toekomstige uitbreiding van het hoofdwegennet en hoofdspoorwegennet; • De ruimte reservering voor de parallelle Kaagbaan; • Zones onder hoogspanningsverbindingen worden gevrijwaard; • Aan de provincies is opgedragen om Natuurnetwerk Nederland (NNN) te beschermen; • Primaire waterkeringen buiten het kustfundament krijgen ruimtelijke bescherming; • Nationale landschappen, zoals het erfgoed van de Stelling van Amsterdam, worden ruimtelijk beschermd; • Kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking en voor de bufferzones.
Planspecifiek Voorliggend bestemmingsplan houdt rekening met het besluit algemene regels ruimtelijke ordening, met bovengenoemde titels van het Rijk die relevant zijn voor de gemeente Haarlemmermeer in het specifiek.
3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, 2017) is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. De Ladder voor duurzame verstedelijking is geregeld in artikel 3.1.6 lid 2 en luidt: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.’ De begrippen “bestaand stedelijk gebied” en “nieuwe stedelijke ontwikkeling” zijn opgenomen in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder h en i Bro. De 'behoefte' is de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar looptijd van een bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De Ladder bepaalt niet voor welke regio de behoefte in beeld moet worden gebracht. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt.
De afbakening van het onderzoeksgebied is dus afhankelijk van het beoogde programma in het bestemmingsplan. De Ladder biedt de mogelijkheid om in geval van een globaal bestemmingsplan met uitwerkingplichten en/of wijzigingsbevoegdheden, in het moederplan te bepalen dat het Ladderonderzoek pas hoeft te worden verricht bij vaststelling van het uitwerkingsplan of het bestemmingsplan.
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
12
Planspecifiek Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van 30 grondgebonden woningen. Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 Bro wordt hieronder de behoefte aan de ontwikkeling beschreven. De gemeente Haarlemmermeer valt onder de regio Amsterdam-Meerlanden. Voor deze regio is de kwantitatieve woningbehoefte hoger dan de harde plancapaciteit. Dit betekent dat er vraag is naar nieuwe woningen. De bouw van 30 woningen sluit aan bij deze vraag (zie ook paragraaf 3.2.4).
3.1.4 Luchthavenindelingbesluit Schiphol De ruimtelijke consequenties van het rijksbeleid voor Schiphol zijn geformuleerd in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB). In dit besluit is een beperkingengebied opgenomen waarbinnen beperkingen worden gesteld ten aanzien van het gebruik en de bestemming van de grond voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op veiligheid en geluidsbelasting. De gemeente zorgt ervoor dat nieuwe inwoners in een zo vroegtijdig mogelijk stadium deugdelijk en objectief geïnformeerd worden over geluidsbelasting en mogelijke hinder door vliegtuiggeluid (of –uitstoot en kerosinegeur) door de aanwezigheid van de luchthaven Schiphol.
Planspecifiek Het plangebied ligt binnen diverse beperkingszones van het LIB. Het gaat om de navolgende beperkingszones: Beperking maximale bouwhoogte Rondom Schiphol geldende de maximale bouwhoogten zoals vastgelegd in het LIB. De maximale bouwhoogtes variëren, algemeen geldt dat hoe verder van Schiphol gebouwd wordt hoe hoger de maximaal toegestane bouwhoogte in het LIB. In paragraaf 5.11 wordt hier nader op ingegaan. Beperking bebouwing – LIB 5 Op de gronden die met nummer 5 zijn aangewezen, zijn buiten bestaand stedelijk gebied geen nieuwe woningbouwlocaties toegestaan. Gemeenten motiveren in de toelichting op het bestemmingsplan of in de onderbouwing van de omgevingsvergunning de wijze waarop rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen. In paragraaf 5.11 wordt hier nader op ingegaan. Beperking aantrekken vogels In dit gebied is een grondgebruik of een bestemming binnen de volgende categorieën niet toegestaan: 1. Industrie in de voedingssector met extramurale opslag of overslag; 2. Viskwekerijen met extramurale bassins; 3. Opslag of verwerking van afvalstoffen met extramurale opslag of verwerking; 4. Natuurreservaten en vogelreservaten; 5. Moerasgebieden en oppervlaktewateren groter dan 3 hectare. Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
13
Beperking voor windturbines en lasers Beperkingen voor windturbines en vaste laserinstallaties. Het LIB vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkelingen van de dertig woningen. Wel dient in het akoestisch onderzoek het LIB meegenomen te worden, dat zal in paragraaf 5.6 nader toegelicht worden.
3.1.5 Nationaal waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan (2015) geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Het Nationaal Waterplan gaat in op het robuust en toekomstgericht inrichten van het Nederlands watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. De volgende onderdelen komen in het plan naar voren: • De Deltabeslissingen (waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimtelijke adaptatie); • De Beleidsnota Noordzee; • De verankering van afspraken die betrekking hebben op water vanuit het Energieakkoord; • De Natuurvisie; • De Internationale Waterambitie; • De geactualiseerde plannen en maatregelenprogramma’s om te voldoen aan de Europese eisen voor waterkwaliteit, overstromingsrisico's en het mariene milieu. Het plan omvat een integrale benadering door natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie, cultureel erfgoed en economie (inclusief verdienvermogen) zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen.
De ambitie is dat overheden, bedrijven en burgers zich in 2021 meer bewust zijn van de kansen en bedreigingen van het water in hun omgeving.
Planspecifiek In paragraaf 5.15 wordt het aspect nader beschouwd voor onderhavig planinitiatief.
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
14
3.1.6 Beleidsnota mainport en metropool Het Rijk heeft in samenwerking met de zogenaamde regiopartijen en de partijen uit de luchtvaartsector een beleidsnota (2016) opgesteld voor de Schipholregio. Deze beleidsnota is een uitwerking van het programma SMASH (Structuurvisie Mainport Amsterdam Schiphol Haarlemmermeer) en is erop gericht de mainport Schiphol en haar regio te versterken en helderheid te bieden wat betreft de mogelijkheden voor de verdere ruimtelijke en infrastructurele ontwikkeling. De nota heeft de ambitie om de kracht en kwaliteiten van de regio verder uit te bouwen, de economische ontwikkeling van de regio en Schiphol te stimuleren en kansen en potenties in de regio beter te benutten. Daarnaast willen de partijen binnen de regio de verwachte woningbehoefte van 440.000 geschatte woningen accommoderen. De kracht en kwaliteit van de Schipholregio komt voort uit de compactheid ervan en haar diversiteit aan functies. De focus ligt hierbij op vier beleidsopgaven: 1. Het versterken van de ruimtelijk-economische structuur 2. Het ruimte bieden voor verstedelijking, kwaliteit van leefomgeving en leefbaarheid 3. Het ruimte bieden voor verdere ontwikkeling van een veilige, concurrerende en duurzame luchtvaart in combinatie met een optimale netwerk- en mainportkwaliteit 4. Meer en betere samenwerking tussen Rijk, regio, marktpartijen en luchtvaartsector
Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling draagt met de realisatie van 30 woningen in Nieuw-Vennep bij aan de beleidsopgave ‘Het ruimte bieden voor verstedelijking, kwaliteit van leefomgeving en leefbaarheid’. Het planinitiatief draagt bij aan het voorzien in de woningbehoefte in deze regio en draagt daarmee bij aan de uitvoering van de beleidsnota mainport en metropool.
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
15
3.2 Provinciaal en regionaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 (2018) is het integrale provinciale beleidsplan voor de gehele provincie Noord-Holland. In deze visie staat beschreven hoe de provincie de ambities wil realiseren voor de belangrijkste ontwikkelingen die op ons afkomen: • Klimaatverandering • Overgang naar duurzame energie • Verdere verstedelijking • Bereikbaarheid • Gezonde leefomgeving • Economische transitie • Natuur en biodiversiteit De hoofdambitie van de provincie is het vinden van een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Met de sturingsfilosofie ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’ heeft de provincie de regionale ruimtelijke consequenties van deze ontwikkelingen grotendeels juridisch verankerd in de omgevingsverordening.
Planspecifiek Het plangebied valt binnen de beweging ‘Metropool in ontwikkeling’. De metropool in ontwikkeling kenmerkt zich door een grote verscheidenheid aan steden, dorpen en deelregio’s, met specifieke identiteiten en kwaliteiten. De vraag naar woningen houdt aan, evenals de ruimtevraag voor recreatie en andere functies. Tegelijkertijd wil de provincie de landschappen in de metropool sparen. De bebouwingsopgave moet dan ook zo veel mogelijk binnen de bestaande kernen plaatsvinden. Wonen en werken worden binnenstedelijk geconcentreerd (transformeren, bundelen, verdichten). Hierbij houden we oog voor behoud en versterking van de leefbaarheid in bestaande en nieuwe gebieden. De voorgenomen ontwikkeling draagt met de realisatie van 30 grondgebonden woningen in Nieuw-Vennep bij aan de ontwikkeling ‘verdere verstedelijking’. Namelijk, de voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de ambitie van de provincie om woningbouw vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden in te plannen, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied en er wordt voorzien in zowel een kwalitatieve als kwantitatieve behoefte. Dit blijkt ook uit de toets aan de beleidsstukken in de volgende paragrafen.
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
16
Afbeelding 3.1: uitsnede kaart omgevingsvisie met bestemmingsplangebied in blauw
3.2.2 Omgevingsverordening De Omgevingsverordening Noord-Holland vervangt de bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid is daarbij van belang. De ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening NH 2020.
Planspecifiek Middels voorliggend bestemmingsplan wordt een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt, binnen bestaand stedelijk gebied, in de nabijheid van Schiphol. Op afbeelding 3.2 is te zien dat het plangebied buiten het landelijk gebied valt, waardoor alleen moet worden aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakt afspraken. Dit wordt nader beschouwd in paragraaf 3.2.3. Een verdere toetsing aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking is niet nodig.
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
17
Afbeelding 3.2 Uitsnede omgevingsverordening Daarnaast bevindt het plangebied zich in de nabijheid van Schiphol. Kijkend naar afbeelding 3.3 is gebleken dat het gebied binnen de LIB-5 zone valt van Schiphol. In paragraaf 3.1.4, 5.6 en 5.11 is en wordt beargumenteerd dat dit geen belemmeringen oplevert voor onderhavig planinitiatief.
Afbeelding 3.3 Uitsnede omgevingsverordening
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
18
3.2.3 Provinciale Woonagenda 2020-2025 Eén van de belangrijkste speerpunten uit de provinciale Woonagenda is het aanjagen van de woningbouwproductie. Daarbij wordt ingezet op woningbouw op die plekken waar het ruimtelijk goed past en waar de voorzieningen goed geregeld zijn. Daarnaast moet worden gezorgd voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Actiepunten zijn: • Maatwerkafspraken in regionale woonakkoorden • Bieden van kennis, meedenkkracht en hulp • Versnellen woningbouwproductie • Samenwerking stimuleren • Verduurzaming wonen • Meer flexibiliteit in de woningmarkt • Stimuleren circulair bouwen • Leveren van informatie en monitoring Via ’woonakkoorden’ worden afspraken met regio’s en gemeenten gemaakt over woningbouw, programmering en fasering van woningbouwplannen. Uitgangspunt is de juiste balans tussen vraag en aanbod, zowel kwantitatief als kwalitatief. De woonakkoorden vervangen daarmee de Regionale Actieprogramma’s Wonen (RAP’s). De woonakkoorden dienen in overeenstemming te zijn met de provinciale Omgevingsvisie en de uitgangspunten, speerpunten, richtinggevende principes van de Woonagenda. Zoals opgenomen in de Omgevingsverordening is opname in de regionale programmering voorwaardelijk voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied.
Eventuele grootschalige buitenstedelijke plannen van de regio worden wel onderdeel van de woonakkoorden. Dit deel van het woonakkoord wordt jaarlijks, of zoveel vaker als wenselijk, geactualiseerd. In de omgevings-verordening wordt het onder voorwaarden mogelijk gemaakt om in Noord-Holland Noord ook kleinschalige, buitenstedelijke woningbouwplannen in het woonakkoord op te nemen
Planspecifiek De geplande nieuwbouwwoningen zullen allen aardgasvrij gebouwd worden en duurzaam uitgevoerd worden conform de geldende normen. De woningbouwplannen van de gemeente Haarlemmermeer dienen afgestemd te zijn met de regio Amstelland-Meerlanden, wat in paragraaf 3.2.4 nader toegelicht zal worden. Het plangebied ligt in bestaand stedelijk gebied en dient in de huidige situatie als paardenweide. Met de realisatie van 30 gewenste woningen is er sprake van duurzaam ruimte gebruik.
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
19
3.2.4 Regionale Woonakkoord Amstelland-Meerlanden 2021-2025 Het Woonakkoord Amstelland-Meerlanden 2021-2025 (28 mei 2021) is een bestuurlijk akkoord tussen de provincie Noord-Holland en de zes gemeenten in de regio Amstelland-Meerlanden (hierna: AM): gemeente Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Haarlemmermeer, Ouder-Amstel en Uithoorn. De ambities uit het woonakkoord passen binnen het gemeentelijk beleid zoals vastgelegd in het Woonbeleidsprogramma 2019-2025 (paragraaf 3.3.2), en binnen het provinciale woonbeleid zoals vastgelegd in de Woonagenda 2020-2025 en de Omgevingsregeling NH2020. De provincie en AM-gemeenten stellen in het Woonakkoord de volgende prioriteiten: • We verbinden ons aan versnelling van de woningbouwrealisatie met een betaalbaar, aantrekkelijk en duurzaam woonaanbod voor verschillende doelgroepen; • We willen de bestaande betaalbare woningvoorraad beter benutten; • Als er knelpunten zijn in de samenwerking, dan maken we die zoveel mogelijk bespreekbaar – en werken we samen aan een oplossing; • Samen sterk in de regionale samenwerking: waar mogelijk trekken we als partners op – binnen AM en de MRA en naar het Rijk. Ieder vanuit eigen rol en verantwoordelijkheid. De behoefte aan extra woningen doet zich voor in alle prijsklassen, zowel huur als koop. Maar betaalbare woningen zijn een belangrijk aandachtspunt.
Voor Haarlemmermeer is afgesproken de woningbouw te versnellen. Woningbehoefte De geraamde extra woningbehoefte in de periode 2020 tot 2030 is voor de regio AM 18.580 woningen. Het huidige tekort is hierin niet meegerekend. Dit is dus te zien als de minimale behoefte. De plannen van de gemeenten in deze regio voorzien op dit moment in ongeveer 38.000 woningen tussen 2020 en 2030. Dit zijn zowel plannen waarvan de planologische procedure is afgerond (harde plancapaciteit), als plannen die nog in voorbereiding zijn of genomen moeten worden (zachte plancapaciteit). Het aandeel van Haarlemmermeer is hierin ongeveer 14.500 woningen. Ook als een deel van de plannen afvalt of wordt uitgesteld, lijken er voldoende plannen te zijn om in de extra woningbehoefte te voorzien en wellicht nog wat extra te bouwen om de druk te verlichten. De opgave ligt dan ook vooral op het ‘hard’ maken van de zachte plannen en uiteindelijk het daadwerkelijk realiseren van de voorgenomen plannen. Doel is het versnellen van de woningbouwrealisatie met een betaalbaar, aantrekkelijk en duurzaam woonaanbod voor verschillende doelgroepen. Onder ‘betaalbare woningen’ verstaan we sociale huurwoningen en middeldure woningen.
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
20
Planspecifiek Om de regionale doelstelling te kunnen behalen is het belangrijk dat de gemeente Haarlemmermeer de zachte plancapaciteit omzet in harde plancapaciteit. Het bouwplan dat met voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is opgenomen in de monitor plancapaciteit als ontwikkellocatie voor woningbouw. Met de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan worden 30 grondgebonden woningen toegevoegd aan de harde plancapaciteit.
3.2.4 Beleidsregel wonen en vliegen De beleidsregel wonen en vliegen 20 Ke-contour Schiphol (2017) stelt dat de toelichting van een bestemmingsplan dat woningbouw binnen een 20 Ke-contour mogelijk maakt, de volgende onderdelen bevat: • Een weergave en beschrijving van de exacte ligging van de woningbouwlocatie in het beperkingen gebied; • Een beschrijving van de huidige geluidssituatie op die woningbouwlocatie; • Een beschrijving van de verwachte toekomstige ontwikkelingen die kunnen zorgen voor een verandering van de huidige geluidssituatie op de woningbouwlocatie; • Een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de belangen die met de beoogde woningbouw zijn gemoeid, waaronder de actuele behoefte waarin de woningbouw voorziet; • Een slotconclusie over de bevindingen naar aanleiding van de onderwerpen bedoeld in de voorgaande punten. In aanvulling op het eerste lid, kan bij de te maken afweging de gecumuleerde geluidsbelasting van vliegtuiglawaai worden betrokken. In aanvulling op de in het eerste en tweede lid genoemde beschrijvingen, wordt als uitgangspunt gehanteerd dat in het geval maatregelen worden getroffen om geluidsbelasting dan wel geluidhinder te verminderen, de toelichting een beschrijving van die maatregelen en de afweging die daaraan te grondslag ligt, bevat. Voor de inhoudelijke afweging wordt verwezen naar paragraaf 5.6
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
21
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 (2012) In de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 (2012) worden de toekomstige ontwikkelingen van de gemeente beschreven. De Structuurvisie gaat over belangrijke structurerende zaken met ontwerpprincipes voor duurzaamheid, een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem, energie, netwerk- en ketenmobiliteit, de synergie met Schiphol, ruimte voor attracties, en de cultuurhistorie en diversiteit als drager van de ontwikkelingen. In de toekomst wil Haarlemmermeer de bestaande diversiteit aan woon- en werkmilieus – haar zogeheten atypische stedelijkheid - versterken. Haarlemmermeer wil een gemeente zijn die verbonden is en verbindt, een samenleving met samenhang. Dat betekent ook dat er samenhang moet zijn tussen alle ontwikkelingen die plaatsvinden, zowel de ruimtelijke als de sociale ontwikkelingen. Haarlemmermeer positioneert zich ook in de toekomst als een attractieve ontmoetings- en vestigingsplaats. Duurzaamheid en oog voor bestaande structuren zijn leidend bij de toekomstige ruimtelijke, economische en sociale ontwikkelingen. De ambities voor Haarlemmermeer in 2030 zijn als volgt benoemd: • sterk gevarieerd en de atypische stedelijkheid benuttend; • duurzaam en klimaatbestendig; • fysiek en sociaal verbonden met elkaar en met de omgeving; • blijvend gepositioneerd als aantrekkelijke ontmoetingsplaats.
De structuurvisie beschrijft daarnaast de grondslagen en ontwerpprincipes die als uitgangspunt worden gehanteerd bij de verdere ontwikkeling van Haarlemmermeer. Deze zijn samengevat in zes kernpunten: 1. Een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem. 2. Energie als speerpunt. 3. Netwerk (keten)mobiliteit: de knopen benut. 4. Synergie met Schiphol. 5. Ontmoeten en verbinden: ruimte voor attracties. 6. Cultuurhistorie en diversiteit als drager.
Planspecifiek Zoals in paragraaf 3.2.1 beschreven speelt het planinitiatief in op verschillende provinciale beleidslijnen die in de structuurvisie van de gemeente Haarlemmermeer worden onderschreven. Ook in de gemeentelijke structuurvisie wordt namelijk aangegeven dat er voor alle soorten woningzoekenden, namelijk starters, nieuwkomers en doorstromers een woning beschikbaar moet zijn. De dertig woningen die kunnen worden gerealiseerd op het perceel leveren een bijdrage aan deze ambitie. De doorstroommogelijkheid in en rondom Hoofddorp wordt verder vergroot aangezien doorstromers een mogelijkheid wordt geboden te gaan wonen in een andere (grotere) woning.
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
22
Daarbij komt dat de in de nabijheid van het bestemmingsplangebied gelegen verkeers- en vervoersnetwerken optimaal benut kunnen worden en de inkomende pendel van werknemers gereduceerd kan worden. Programmatisch en typologisch sluit het voorliggend planinitiatief aan op de kaders van de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030. In de structuurvisie Haarlemmermeer 2030 is het plangebied binnen Hoofddorp en Nieuw-Vennep aangemerkt als Mozaïekkern (zie afbeelding 3.4). Wijken binnen een mozaïekkern hebben soms onverwachtse dorpse kenmerken ondanks de centrale ligging, centrumfunctie en grootschaligheid. De gemeente Haarlemmermeer ziet deze wijken als gebieden die gekoesterd moeten worden als deel van de geschiedenis van de gemeente, maar ook om bij te dragen aan de levendigheid en leefbaarheid van de woonomgeving. De opzet van onderliggend planinitiatief van 30 grondgebonden woningen met veel ruimte voor groene openbare ruimtes is hiermee passend binnen het deel van Hoofddorp en Nieuw-Vennep dat wordt gekenmerkt als mozaïekkern.
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
23
Afbeelding 3.4 Uitsnede Structuurvisie Haarlemmermeer 2030
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
24
3.3.2 Woonbeleidsprogramma 2019-2025 De ambities voor het woonbeleid van de komende vijf jaar komen voort uit de regionale bouwtaak, lokale omstandigheden en vraagaanbodverhoudingen op de woningmarkt. Ons woonbeleid gaat uit van eigenheid, verscheidenheid en doorstroming. Variatie in het woningaanbod zorgt voor gemengde dorpen en wijken, is toekomstbestendig en vergroot de mogelijkheden voor een wooncarrière binnen Haarlemmermeer. Wonen houdt in onze visie verband met een visie op groen, bereikbaarheid, werk en voorzieningen. Om die reden maken we verschil tussen de grote (centraal gelegen) dorpen Hoofddorp, Nieuw-Vennep en Badhoevedorp enerzijds en de kleinere kernen langs de Ringvaart anderzijds. Daarom willen we in Haarlemmermeer inzetten op de ontwikkeling van vier woonmilieus: • landelijk tot circa 20 woningen per hectare; • centrum dorps tot circa 25 woningen per hectare; • stedelijk centrum tot circa 50 woningen per hectare; • stedelijk plus tot circa 80 woningen per hectare. Daarbij is het belangrijk dat in alle woonmilieus de helft van de nieuwe woningen betaalbaar (prijssegmenten laag en midden) wordt en blijft. Voor ontwikkelingen met meer dan 30 woningen geldt daarom: 50% betaalbare woningen, waarvan een significant deel sociale huur.
Planspecifiek Een van de pijlers uit het Woonbeleidsprogramma Haarlemmermeer 2019-2025 is: divers aanbod door middel van nieuwbouw. Tevens speelt het project ook in vitale en kwalitatief goede woningvoorraad in wijken en kernen. De nieuwbouwwoningen aan de IJweg achter 1255 spelen in op de behoefte die er bestaat vanuit de markt, door woningen te realiseren voor verschillende doelgroepen. Daarnaast geldt voor ontwikkelingen met meer dan 30 woningen dat minstens 50% van de woningen betaalbaar moet zijn waarvan een significant deel sociale huur. Aangezien er in onderhavig planinitiatief 30 woningen worden gerealiseerd geldt deze eis niet. Voorliggend plan past daarmee binnen het Woonbeleidsprogramma Haarlemmermeer 2019-2025.
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
25
3.3.3 Nota uiterlijke bouwwerken Haarlemmermeer In de welstandsnota van de gemeente Haarlemmermeer is de visie van de gemeente op de ruimtelijke kwaliteit opgenomen. De welstandsnota baseert zich op het ruimtelijk raamwerk van de Haarlemmermeer. De welstandsnota werkt aanvullend op het bestemmingsplan, waarmee de gemeente op een hoger detailniveau redelijke eisen van welstand kan stellen aan het uiterlijk van bouwwerken. Het gaat hierbij om eisen op het gebied van materiaalgebruik, kleurgebruik, vormgeving en ontwerpdetails. Binnen de gemeente zijn verschillende welstandsregimes bepaald. Toetsing van het bouwplan aan de uitgangspunten zoals opgenomen in de Welstandsnota vindt plaats in het kader van de omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw.
Planspecifiek Het plangebied kent een regulier welstandsregime. Hierbij wordt het gebouw niet alleen in haar omgeving maar ook als zelfstandig object getoetst, de architectonische benadering. Op dit niveau doet ook een beeldkwaliteitsplan uitspraken over de uitstraling en verschijningsvorm van de bebouwing, zonder de architectuur geheel vast te leggen. Een regulier welstandsregime neemt ook de volgende aspecten mee: • de geleding van het bouwvolume: verschillende bouwhoogten, accenten zoals torens of grote openingen; • de vormgeving van de gevel: verticale, horizontale, neutrale of onregelmatige geleding; • de keuze van de dakvorm: plat, hellend vlak of kap, zoals lessenaars-, zadel-, schilddak of mansardekap; • het gebruik van compositorische middelen: erkers, luifels, balkons, loggia’s; • het gebruik van decoratieve middelen: (uitkragende) daklijsten, raamlijsten, gevelbanden. Onderhavig planinitiatief is voorgelegd aan de werkgroep Ruimtelijk Advies van de gemeente Haarlemmermeer. Er is vanuit de gemeente aangegeven dat er een positieve grondhouding t.o.v. het initiatief is voor de aspecten stedenbouw, architectuur en inpassing van openbare ruimte.
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
26
3.3.4 Kaders klimaatbeleid 2008-2020 In deze nota zijn de kaders voor toekomstig klimaatbeleid vastgelegd. Algemene doelstelling van het klimaatbeleid is (1) een reductie van de CO2-uitstoot in 2020 van 30 procent ten opzichte van 1990 en (2) de realisatie van 20 procent duurzame energie in 2020. Bij de ontwikkeling en uitvoering van het klimaatbeleid/ energiebeleid wordt de trias energetica aangehouden als leidend principe: 1. Beperking van de energievraag; 2. Opwekking noodzakelijke energie door gebruikmaking van duurzame energiebronnen; 3. Indien nodig dient de opwekking van de resterende noodzakelijke energie door middel van gebruikmaking van fossiele brandstoffen, zo efficiënt en zo schoon mogelijk te geschieden. Het klimaatbeleid is uitgewerkt in tien thema's. Per thema is aangegeven wat de beoogde CO2reductie of beoogde realisatie van duurzame energie binnen dat thema is. De thema's zijn: • Gemeentelijke gebouwen, bestaand en nieuwbouw; • Bestaande woningen; • Nieuwbouw woningen; • Bestaande bedrijven; • Agrarische bedrijven/ Glastuinbouw; • Nieuwe bedrijven; • Verkeer en vervoer; • Windenergie; • Overige duurzame energie; • Interne milieuzorg.
Planspecifiek In de voorgenomen ontwikkeling wordt rekening gehouden met de doelstelling om een CO2reductie te behalen door de woningen gasloos te bouwen.
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
27
3.3.5 Uitvoeringsagenda klimaatadaptatie De uitvoeringsagenda klimaatadaptatie laat zien welke stappen er op het gebied van klimaatadaptatie al zijn genomen (zoals stresstesten, risicodialogen) en welke stappen er nog gezet moeten worden om tot klimaatadaptatiebeleid te komen (onder andere onderzoeken naar prioriteit en financiële dekking). Als onderdeel van de uitvoeringsagenda zijn drie klimaatambities vastgesteld: 1. Koele woon- en werkomgeving 2. Droogtegevoeligheid verminderen 3. Waterrobuuste leefomgeving Om tot deze ambities te komen, en daarmee een klimaatbestendig Haarlemmermeer, zijn er basisveiligheidsniveaus geformuleerd. Basisveiligheidsniveaus zijn de minimale normen waaraan ontwikkelingen moeten voldoen om klimaatbestendig te worden.
Planspecifiek Bij voorgenomen ontwikkeling worden er maatregelen getroffen om de milieudruk te verminderen, doordat er wordt voldaan aan de huidige eisen van duurzaamheid, gebruik wordt gemaakt van niet uitlogende bouwmaterialen die de grond kunnen verontreinigen en de woningen gasloos worden gebouwd. Daarnaast worden de woningen aangesloten op een WKO-systeem.
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
28
3.3.6 Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer Het aantal inwoners en ondernemers groeit zowel in Haarlemmermeer als in de regio. De druk op de verkeers- en vervoersnetwerken zal daardoor toenemen. Daarnaast zet de groei van de verkeersstromen van en naar de luchthaven de bereikbaarheid van de Multimodale Knoop Schiphol onder druk. Er zijn voor de visie de volgende ambities opgesteld: • vrijheid van bewegen en vrijheid om een vervoermiddel te kiezen; • ruimte voor innovatie voor het 'nieuwe bewegen'; • een efficiënt en flexibel mobiliteitssysteem: klaar voor de toekomst; door een slimme fasering, wat nodig is wordt aangelegd, ruimte voor toekomstige uitbreiding wordt gereserveerd. Uitgangspunt is ‘eerst bewegen, dan bouwen’; • bestaande knelpunten in het netwerk oplossen; • mobiliteit met oog voor de leefomgeving; overlast zoveel mogelijk beperken. • veilig bewegen; • evenwichtige ontwikkeling op de juiste plek, met de juiste functies; • mobiliteit in en door Haarlemmermeer: gedeeld belang van gemeente, regio, rijk en bedrijfsleven; • faciliteren van schone en stille mobiliteit; • monitoring en indicatoren. De mobiliteitsvisie benoemt vervolgens een aantal thema’s waarvoor doelstellingen zijn benoemd. De thema’s zijn: • Netwerken verknopen • Auto • Goederenvervoer • Openbaar vervoer • Fiets • Voetgangers • Verkeersveiligheid • Parkeren
Planspecifiek Het plangebied grenst aan de Laan van Zuiderhoeven, welke op twee punten doorgetrokken zal worden tot in het plangebied. De mobiliteitsdruk op deze weg, die door de naastgelegen nieuwbouwwijk loopt, zal hierdoor iets toenemen. Gezien het planinitiatief ruimte biedt voor 30 woningen zal deze toename beperkt blijven. De ontsluiting vindt plaats via de bestaande brug ‘Zuiderhoeven’. Auto’s kunnen geparkeerd worden achter de nieuw te bouwen woningen. Doordat deze niet aan de weg geparkeerd hoeven te worden, zal de doorstroom van het verkeer niet gehinderd worden. In paragraaf 5.14 wordt hier nader op ingegaan.
Nieuw-Vennep IJweg achter 1255
29
3.3.7 Handboek Parkeernormen Het handboek en bijbehorende berekeningsblad zijn een instrument om voor benoemde situaties de parkeernorm op eenduidige wijze vast te stellen. De norm is afhankelijk van de betreffende functie, stedelijkheid, centrumligging, afstand tot HOV-halte of NS-station. Een parkeerbalans vergelijkt de verwachte parkeervraag van een ontwikkeling met het parkeeraanbod. Daarmee wordt beoordeeld of bij een ontwikkeling voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd. Bij het opstellen van een parkeerbalans wordt rekening gehouden met: • Bezoekersaandeel: minimaal het aantal parkeerplaatsen voor bezoekers moet voor bezoekers toegankelijk zijn. • Deelauto’s: bij een deelautoverplichting kan er een correctie worden toegepast op de autonome parkeervraag voor bewoners. • Dubbelgebruik van parkeerplaatsen: dit wordt berekend op basis van aanwezigheidspercentages op verschillende dagdelen, niet alle functies pieken op hetzelfde moment in hun parkeervraag. • Correctie voor parkeren op eigen erf: niet alle parkeergelegenheid op eigen erf wordt altijd door de eigenaar gebruikt. Als niet in voldoende parkeren kan worden voorzien, kan worden afgeweken van het benodigd aantal parkeerplaatsen wanneer parkeeronderzoek uitwijst dat in de directe omgeving voldoende parkeerruimte beschikbaar is voor de parkeerders van de ontwikkeling.
In sommige gevallen kan een overeenkomst gesloten worden om de parkeerplekken op openbaar gebied buiten de plangrenzen te realiseren. De grondprijzennota bepaalt dat dit alleen kan tegen vergoeding van de daarmee gemoeide kosten. De gemeentelijke parkeernormen gelden voor nieuwe ontwikkelingen, nieuwe uitbreidingen of herinrichtingen. In bestaande situaties is uitgegaan van de normen die golden ten tijde van de realisering. Als er vanuit de bestaande situatie knelpunten liggen moeten er oplossingen komen, die gebaseerd zijn op onderzoek van de bestaande situatie.