CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor transformatie van de bestaande stolpboerderij naar vier woningen en nieuwbouw van acht woningen (totaal twaalf woningen) aan de Hoofdweg 893 te Hoofddorp (2021.0002867)

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 20 januari 2022, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor transformatie van de bestaande stolpboerderij naar vier woningen en nieuwbouw van acht woningen (totaal twaalf woningen) aan de Hoofdweg 893 te Hoofddorp (2021.0002867)14.828 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

gemeente Haarlemmermeer

raadsvoorstel onderwerp

portefeuillehouder steiler collegevergadering

Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor transformatie van de bestaande stolpboerderij naar vier woningen en nieuwbouw van acht woningen (totaal twaalf woningen) aan de Hoofdweg 893 te Hoofddorp mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker Dominique Ong 7 december 2021

Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer

2021.0002867

1. Voorstel Collegebesluit(en) Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. een ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven voor transformatie van de bestaande stolpboerderij naar vier woningen en nieuwbouw van acht woningen (totaal twaalf woningen) aan de Hoofdweg 893 te Hoofddorp. 2. Samenvatting Wij willen een omgevingsvergunning verlenen voor de transformatie van de bestaande stolpboerderij naar vier woningen en nieuwbouw van acht woningen (totaal twaalf woningen) aan de Hoofdweg 893 te Hoofddorp. Wij kunnen deze omgevingsvergunning slechts verlenen nadat de raad heeft verklaard daartegen geen bedenkingen te hebben. 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?

Wij willen een omgevingsvergunning verlenen voor transformatie van de bestaande stolpboerderij naar vier woningen en nieuwbouw van acht woningen (totaal twaalf woningen) aan de Hoofdweg 893 te Hoofddorp. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen?

Aanvraag De aanvraag betreft transformatie van de bestaande stolpboerderij naar vier woningen en nieuwbouw van acht woningen (totaal twaalf woningen). De acht woningen worden gerealiseerd in een drietal gebouwen in de vorm van schuren, die ondergeschikt aan de stolpboerderij vorm geven aan het gemeenschappelijk erf. Eén schuur met vijf woningen is geprojecteerd achter de stolp, twee aaneengebouwde woningen aan de linkerzijde en een vrijstaande woning aan de rechterzijde van de stolp. Daarnaast wordt de uitrit aan de oostelijke zijde van de stolp verplaatst naar de westelijke zijde uitkomend op Hoofdweg Westzijde. Met de beoogde ontwikkeling wordt voorzien in het behoud van de monumentale stolpboerderij te midden van grootschalige woningbouwontwikkeling in Tudorpark en -gardens.

Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor transformatie van de bestaande stolpboerderij naar vier woningen en nieuwbouw van acht woningen (totaal twaalf woningen) aan de Hoofdweg 893 te

pagina 2

Hoofddorp

De kleinschaligheid sluit aan bij het landelijk agrarisch karakter van dit stukje Hoofdweg en met het karakter van het ontwerp wordt een uniek project en programma toegevoegd aan het wonen in Hoofddorp. Het geheel maakt een bijzondere woonkwaliteit mogelijk. Bestemmingsplantoets Het perceel is gesitueerd in het bestemmingsplan 'Tudorpark' en heeft de bestemmingen 'Wonen' en 'Tuin'. De aanvraag is strijdig met het bestemmingsplan omdat de bestemming 'Wonen' één woning toelaat. Daarnaast wordt buiten het bouwvlak gebouwd. De bestemming 'Tuin' laat geen woningen toe. Wetteliik kader Wij willen met toepassing van artikel 2.12, lid 1 onder a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een omgevingsvergunning verlenen. Dit is mogelijk indien het gevraagde niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Bovendien is in artikel 2.27, lid 1 van de Wabo geregeld dat de omgevingsvergunning slechts kan worden verleend nadat de gemeenteraad heeft verklaard geen bedenkingen tegen het project te hebben. Op grond van artikel 6.5 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) kan de raad categorieën gevallen aanwijzen waarin geen verklaring van geen bedenkingen (vvgb) vereist is. Geen van de categorieën is op deze aanvraag van toepassing.

Daarom is een vvgb - eerst een ontwerp-vvgb, waar het nu om gaat - van de raad nodig. De vvgb maakt onderdeel uit van de te verlenen omgevingsvergunning. De raad heeft eerder de aanvraag met bijbehorende stukken ontvangen. De raad wordt nu gevraagd een besluit te nemen tot afgifte van een ontwerp-vvgb. Procedure

De ontwerp-vvgb wordt samen met het ontwerpbesluit omgevingsvergunning ter inzage gelegd. Zowel tegen de ontwerp-vvgb als tegen het ontwerpbesluit omgevingsvergunning kan een ieder zienswijzen indienen (artikel 3.11 Bor). Voor zover (mede) gericht tegen de ontwerp-vvgb, worden deze aan de raad toegezonden. De raad besluit vervolgens tot afgifte van een vvgb onder afweging van de ingediende zienswijzen. 3.3 Wat mag het kosten?

Aan de uitvoering van dit voorstel zijn, naast de beschikbare ambtelijke capaciteit, geen kosten verbonden. Wat zijn de financiële risico's

Onze gemeente loopt geen vermeldenswaardige financiële risico's bij de uitvoering van dit voorstel. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?

Op grond van de Wabo is de raad bevoegd te besluiten omtrent een vvgb. De bevoegdheid te besluiten omtrent een aanvraag omgevingsvergunning ligt bij ons college. Binnen het college is de portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening het eerste aanspreekpunt.

Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor transformatie van de bestaande stolpboerderij naar vier woningen en nieuwbouw van acht woningen (totaal twaalf woningen) aan de Hoofdweg 893 te

pagina 3

Hoofddorp

3.5 Wanneer en hoe zal de raad over de voortgang worden geïnformeerd?

De raad ontvangt het raadsvoorstel met eventueel ingediende zienswijzen. De raad besluit na afweging daarvan over de vvgb. Deze maakt onderdeel uit van de omgevingsvergunning. 4. Ondertekening Burgemeester en^' dej

3t/te I ders van de gemeerfte Haarlemmermeer, de burgemeester.

Vv'^Mah anannb

Bijlage(n): • Ruimtelijk advies • Ruimtelijke Onderbouwing

..

huurmans-Wijdeven

FORMULIER BEOORDELING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING Naam steller cluster Dominique Ong Ruimte, Economie en Duurzaamheid (RED) Manager Robert Brussee Datum behandeling 15 november 2021 WRA Datum behandeling staf PRO Gegevens aanvraag Adres Cosa/Mozardnummer Uitgebreide of reguliere procedure? Inhoud aanvraag

Hoofdweg 893, 2131 MB Hoofddorp 10187705 - OLO-5682429 Uitgebreide procedure De aanvraag betreft transformatie van de bestaande stolpboerderij naar 4 woningen en nieuwbouw van 8 woningen (totaal 12 woningen). De 8 woningen worden gerealiseerd in een drietal gebouwen in de vorm van schuren, die ondergeschikt aan de stolpboerderij vorm geven aan het gemeenschappelijk erf. Eén schuur met 5 woningen is geprojecteerd achter de stolp, 2 aaneen gebouwde woningen aan de linkerzijde en een vrijstaande woning aan de rechterzijde van de stolp. Daarnaast wordt de uitrit aan de oostelijke zijde van de stolp verplaatst naar de westelijke zijde uitkomend op Hoofdweg Westzijde.

Stolpboerderij

Nieuwe situatie Toetsing aanvraag Strijdigheid bestemmingsplan

Omgevings verordening NH 2020 Strijdigheid LIB, zoja welke zone (beperkingen benoemen) Kwetsbare of geluidsgevoelige functie? Aangewezen monument? Beleidstoets en ruimtelijke aspecten (indien van toepassing) Structuurvisie Ruimte voor ruimte Ringvaart- en ringdijkbeleid Externe veiligheid

Parkeren

Het perceel is gesitueerd in het bestemmingsplan ‘Tudorpark’ en heeft de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’. De aanvraag is strijdig met het bestemmingsplan omdat de bestemming ‘Wonen’ één woning toelaat. Daarnaast wordt buiten het bouwvlak gebouwd. De bestemming ‘Tuin’ laat geen woningen toe. Op het plangebied zijn twee werkingsgebieden uit de verordening van toepassing: bodemsanering en peilbesluit. Voor dit plan hebben de werkingsgebieden geen consequenties. Het perceel ligt op gronden waarop het Luchthavenindelingbesluit van toepassing is maar het gevraagde is hiermee niet in strijd. Ja

Ja. De aanvraag is al bij de erfgoedcommissie geweest en zij waren positief. Om deze reden hoeft de aanvraag niet weer te worden voorgelegd.

Geen strijd n.v.t. n.v.t. Het plangebied ligt niet in de invloedssfeer van inrichtingen en/of een transportroute van gevaarlijke stoffen. Er is geen beperking voor de bouw van woningen vanwege externe veiligheid De parkeervraag voor dit project bedraag 27 parkeerplaatsen. Hier wordt aan voldaan.

Geluid Is akoestisch onderzoek nodig in het kader Wet geluidhinder en/of Activiteitenbesluit?

Water

Flora en Fauna

Procedures Vvgb van toepassing? Ontheffing Wet natuurbeheer nodig? Afwijkingsbesluit Externe Veiligheid nodig? Verantwoording Externe Veiligheid nodig? Ruimtelijk Advies

Vanwege de reconstructie van de kruising Hoofdweg is eerder een hogere waarde vastgesteld voor de boerderij aan de Hoofdweg 893. Het verkeersprognosemodel is inmiddels aangepast. Om die reden is aanvullend akoestisch onderzoek aangeleverd en beoordeeld. Uitgaande van de gevelopbouw zoals deze in het onderzoek is opgenomen wordt voldaan aan het van rechtens verkregen niveau volgens het Bouwbesluit 2012. Dit niveau is verkregen naar aanleiding van de reconstructie van het kruispunt 3 Bruggen Hoofdvaart en is iets hoger dan volgt uit de laatste berekeningen. Met de voorgestelde gevelopbouw wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012. Er is geen noodzaak om een nieuwe hogere waarde voor de Hoofdweg 893 vast te stellen. Er vindt een toename van het verhard oppervlak plaats met 566 m2. Hiervan dient 15%, te weten 85 m2, gecompenseerd te worden. Realisatie van nieuw oppervlaktewater binnen de kavel is om stedenbouwkundige redenen niet gewenst. In overleg met de gemeente is er voor gekozen om het te compenseren water af te boeken van de Waterbalans Zuidrand Hoofddorp Ten behoeve van het project is door Bureau Aandacht Natuur een natuurtoets uitgevoerd. Geconcludeerd is dat het onderdeel natuur geen belemmering vormt voor de ontwikkeling. De natuurtoets is beoordeeld en akkoord bevonden.

ja nee nee nee

Met de beoogde ontwikkeling wordt voorzien in het behoud van de monumentale stolpboerderij te midden van grootschalige woningbouwontwikkeling in Tudorpark en -gardens. De kleinschaligheid sluit aan bij het landelijk agrarisch karakter van dit stukje Hoofdweg en met het karakter van het ontwerp wordt een uniek project en programma toegevoegd aan het wonen in Hoofddorp. Het geheel maakt een bijzondere woonkwaliteit mogelijk. Gelet op bovenstaande wordt een positief ruimtelijk advies gegeven voor transformatie van de bestaande stolpboerderij naar 4 woningen en nieuwbouw van 8 woningen (totaal 12 woningen) aan de Hoofdweg 893 te Hoofddorp.

Hoofdweg 893, Hoofddorp Goede Ruimtelijke Onderbouwing

gemeente

Haarlemmermeer

opdrachtgever

ROW Vastgoed B.V.

versie datum

Concept 18 maart 2021

DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl

Inhoudsopgave

1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding ......................................................................................................................... 4 Aanleiding en doel ........................................................................................................ 4 Ligging plangebied ........................................................................................................ 4 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................... 5

2 2.1 2.2

Beschrijving huidige situatie.......................................................................................... 6 Ligging in breder verband ............................................................................................. 6 Ruimtelijke structuur ..................................................................................................... 6

3 3.1 3.2 3.2.1

3.4.7 3.4.8 3.4.9 3.4.10 3.5

Beleid ............................................................................................................................ 8 Inleiding ......................................................................................................................... 8 Rijksbeleid ..................................................................................................................... 8 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ........................................................................................................................ 8 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) .................................................................................. 8 Visie Erfgoed en Ruimte ............................................................................................... 9 Provinciaal en regionaal beleid ..................................................................................... 9 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 ........................................................................... 9 Omgevingsverordening NH2020................................................................................. 10 Provinciale woonvisie ‘Goed Wonen in Noord-Holland 2010-2020’ ........................... 10 Samenwerkingsagenda wonen 2016-2020 ................................................................

10 Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020.......................................................... 11 Monitor Woningbouw 2020 ......................................................................................... 11 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 12 Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 ........................................................................ 12 Deelstructuurvisie Hoofddorp 2030, Besl.nr.2013.0028472 ....................................... 13 Essentiekaart .............................................................................................................. 14 Kaders klimaatbeleid 2008-2020 ................................................................................ 15 Programma "Duurzaam 2015-2018, Haarlemmermeer naar een circulaire samenleving" Besl.nr. 2015.0008286 ......................................................................... 15 Kadernota Veiligheid, Toezicht en Handhaving Haarlemmermeer 2015-2018 Besl.nr. 2014.0027001 ............................................................................................................. 16 Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer (2018) ................................ 16 Woonvisie 2012-2015 (2012) ......................................................................................

17 Woonbeleidsprogramma 2019-2025 Haarlemmermeer ............................................. 18 Welstandsnota Haarlemmermeer 2013 ...................................................................... 18 Conclusie beleidskaders ............................................................................................. 18

4 4.1 4.2 4.3

Nieuwe situatie ............................................................................................................ 19 Opbouw van het erf ..................................................................................................... 19 Programma ................................................................................................................. 20 Architectuur ................................................................................................................. 20

5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2

Onderzoeken en beperkingen..................................................................................... 22 Algemeen .................................................................................................................... 22 Water........................................................................................................................... 22 Wet- en regelgeving .................................................................................................... 22 Onderzoek................................................................................................................... 24

3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.3.5 3.3.6 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.4.5 3.4.6

DNS Planvorming BV

2/36

Inleiding

5.2.3 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.4 5.4.1 5.4.2 5.4.3 5.5 5.5.1 5.5.2 5.5.3 5.6 5.7 5.7.1 5.7.2 5.7.3 5.8 5.8.1 5.8.2 5.8.3 5.9 5.9.1 5.9.2 5.9.3 5.10 5.10.1 5.10.2 5.10.3 5.11 5.11.1 5.11.2 5.11.3 5.12 5.13

Conclusie .................................................................................................................... 25 Bodem ......................................................................................................................... 25 Wettelijk kader ............................................................................................................ 25 Onderzoek................................................................................................................... 25 Conclusie .................................................................................................................... 26 Cultuurhistorie en Archeologie .................................................................................... 26 Wettelijk kader ............................................................................................................ 26 Betekenis voor het project .......................................................................................... 26 Conclusie .................................................................................................................... 27 Flora en fauna ............................................................................................................. 27 Wet- en regelgeving ....................................................................................................

27 Onderzoek................................................................................................................... 28 Conclusie .................................................................................................................... 30 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 30 Geluid wegverkeer ...................................................................................................... 30 Wet- en regelgeving .................................................................................................... 30 Onderzoek................................................................................................................... 31 Conclusie .................................................................................................................... 31 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 32 Wet- en regelgeving .................................................................................................... 32 Betekenis voor het project .......................................................................................... 32 Conclusie ....................................................................................................................

32 Externe veiligheid ........................................................................................................ 32 Wet- en regelgeving .................................................................................................... 32 Betekenis voor het project .......................................................................................... 33 Conclusie .................................................................................................................... 33 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................ 33 Wet- en regelgeving .................................................................................................... 33 Betekenis voor het project .......................................................................................... 33 Conclusie .................................................................................................................... 34 Luchtvaartverkeer ....................................................................................................... 34 Wet- en regelgeving .................................................................................................... 34 Inventarisatie ...............................................................................................................

34 Conclusie .................................................................................................................... 35 Vormvrije m.e.r.-beoordeling....................................................................................... 35 Conclusie milieu- en omgevingsfactoren .................................................................... 35

6 6.1 6.2 6.3

Maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid ......................................................... 36 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 36 Financiële uitvoerbaarheid .......................................................................................... 36 Procedure.................................................................................................................... 36

DNS Planvorming BV

3/36

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

ROW Vastgoed heeft het voornemen 12 woningen te realiseren op het perceel Hoofdweg 893. Omdat deze ontwikkeling niet past binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan wordt middels een uitgebreide Wabo-procedure afgeweken van het bestemmingsplan. Ten behoeve van de Wabo-procedure dient een ruimtelijke onderbouwing opgesteld te worden zoals bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Voorliggend document vormt deze ruimtelijke onderbouwing.

1.2

Ligging plangebied

De locatie bevindt zich nabij de hoek Hoofdweg-Bennebroekerweg aan de zuidzijde van Hoofddorp, grenzend aan de in ontwikkeling zijnde nieuwbouwwijk Tudorgardens. Het initiatief betreft de kadastrale percelen AD4104 en 4105, met een totale oppervlakte van circa 4.300 m2. Het perceel is ontsloten vanaf de Hoofdweg Westzijde.

Afbeelding 1.1: luchtfoto met ligging plangebied (rood omlijnd)

DNS Planvorming BV

4/36

Inleiding

1.3

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van de projectlocatie geldt het bestemmingsplan ‘Hoofddorp Tudorpark en omgeving’, vastgesteld op 09-01-2014. In dit bestemmingsplan zijn de gronden van het projectgebied aangewezen met de bestemming ‘Wonen’ en ‘Tuin’ op basis waarvan één woning is toegestaan binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak. De toegestane goot- en bouwhoogte betreffen respectievelijk 3 en 9 meter. Op de overige gronden binnen de bestemming Wonen is ruimte voor bijbehorende bouwwerken. Binnen de bestemming Tuin mag, met uitzondering van een erker, niet worden gebouwd.

Afbeelding 1.2: uitsnede bestemmingsplan ‘Hoofddorp Tudorpark en omgeving’ (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl). Plangebied is rood omlijnd.

Het voorgenomen bouwplan past niet binnen de gebruiksregels (er is maximaal één woning toegestaan) en niet binnen de bouwregels (alleen bouwen binnen het bouwvlak).

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 van deze onderbouwing wordt een beschrijving van de huidige situatie van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het vigerende beleid, waarbij het beleid op verschillende bestuursniveaus aan bod komt. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de ontwikkeling. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten, waarna in hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid.

DNS Planvorming BV

5/36

Beschrijving huidige situatie

2

Beschrijving huidige situatie

2.1

Ligging in breder verband

Het plangebied ligt aan de zuidzijde van Hoofddorp in het gebied De Parken. De Parken bestaat uit vijf nieuwe woonwijken aan de zuidoostkant van Hoofddorp, waar in totaal zo’n 3.500 woningen komen. De gebieden Tudorpark en Nassaupark zijn al in aanbouw. Het plangebied grenst aan Tudorgardens en Tudergardens-Zuid.

2.2

Ruimtelijke structuur

Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 4.300 m2 en ligt aan de Hoofdweg 893. Het betreffende segment van de Hoofdweg maakt deel uit van de oorspronkelijk agrarische lintbebouwing tot aan de Bennebroekerweg. Midden op het perceel staat de voormalige boerderij ‘De Landman’, ook wel ‘de fruitboerderij’, een Noord-Hollandse stolp. Een bron geeft aan dat de stolp is gebouwd in 1875, een andere vermeldt 1871 als bouwjaar.

Afbeelding 2.1: Huidige situatie

De centrale ontsluiting op de Hoofdweg ligt rechts van de stolpboerderij, met daarnaast wat kleine bijgebouwen. De linkerzijde van het perceel is nog herkenbaar als tuin en erf, behorende bij de boerderij en is voorzien van veel groen: gras, grote bomen en andere erfbeplanting. De stolpboerderij zelf is een zeer karakteristiek historisch gebouw, zeker door z’n volume en uitstraling maar ook door de ligging op het ruime groene perceel. Het geheel bevindt zich echter in slechte staat. In de stolp zijn achterstallig onderhoud en verzakkingen van de fundering op staal duidelijk zichtbaar.

DNS Planvorming BV

6/36

Beschrijving huidige situatie

De aangrenzende bebouwing aan de Hoofdvaart heeft een gemengde functie van woningen op een groot perceel, veelal gecombineerd met kleinschalige bedrijvigheid. De achterliggende wijk Tudorgardens bestaat volledig uit woningen.

DNS Planvorming BV

7/36

Beleid

3

Beleid

3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vormt het ruimtelijk beleid op rijksniveau. Hierin geeft het kabinet aan waar het naar streeft: Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Om dat te bereiken laat het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies (‘decentraal, tenzij…’). Het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op nationale belangen. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De juridische borging van de nationale belangen vindt plaats in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Barro zijn onder andere regelingen met betrekking tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de Waddenzee en militaire terreinen opgenomen. Een aantal regelingen is ‘getrapt’ vastgelegd. Dit wil zeggen dat de provincies en gemeenten verplicht zijn dit beleid nader uit te werken. Betekenis voor het project De nationale belangen die in het Barro zijn vertaald, zijn niet van betekenis voor dit plangebied. Het relevante beleidskader wordt gevormd door het beleid van de provincie, regio en gemeente.

3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden. Per 1 juli 2017 is het Bro op enkele onderdelen gewijzigd. Artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Betekenis voor het project Met de voorgenomen ontwikkeling worden maximaal 12 woningen mogelijk gemaakt. In de bestaande stolp zijn al twee woningen aanwezig. Volgens jurisprudentie is er bij 11 woningen geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en bij 12 woningen wel. In deze ruimtelijke onderbouwing is aangetoond dat de ontwikkeling invulling geeft aan de aanwezige kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. Bij de beschrijving van het provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid is dit nader toegelicht.

De ladder schrijft voor dat bekeken moet worden of in de behoefte kan worden voorzien binnen bestaand stedelijk gebied (BSG). In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving

DNS Planvorming BV

8/36

Beleid

van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. In de Nota van Toelichting wordt opgemerkt dat de kwalificatie bestaand stedelijk gebied afhangt van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. In de jurisprudentie is het begrip nader ingevuld. Rust op gronden een niet-agrarische bestemming dan is er sprake van bestaand stedelijk gebied ook al is de locatie nog onbebouwd, mits de locatie onderdeel is van het bestaand stedelijk samenstel van bebouwing. Op grond van de huidige bestemming en bebouwing in het plangebied wordt de locatie aan gemerkt als bestaand stedelijk gebied. Het woningbouwplan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en is daarmee gebaseerd op zorgvuldig ruimtegebruik.

3.2.3 Visie Erfgoed en Ruimte De Visie Erfgoed en Ruimte ‘Kiezen voor Karakter’ is de vervanging voor de in 2009 verlopen ‘Nota Belverdere’, waarin een visie is gegeven op de wijze waarop met de cultuurhistorische kwaliteiten van gebieden en objecten in de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling in Nederland kan worden omgegaan. De Visie Erfgoed en Ruimte (VER) ‘Kiezen voor Karakter’, is gericht op het verbinden van de zorg voor het cultureel erfgoed met andere ruimtelijke ontwikkelingsopgaven op het gebied van onder meer economie, veiligheid en duurzaamheid. De visie zet overheden, initiatiefnemers, eigenaren, ontwikkelaars en ruimtelijk ontwerpers er toe aan om de waarde van het cultureel erfgoed in te zetten bij de ontwikkeling van gebieden. De Visie Erfgoed en Ruimte ‘Kiezen voor Karakter’ is aanvullend aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, waarin het kabinet de unieke cultuurhistorische waarde van nationaal belang planologisch borgt. Daarnaast is in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangegeven dat in het bestemmingsplan een beschrijving moet worden opgenomen van de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden. Betekenis voor het project In paragraaf 5.4 wordt nader ingegaan op de archeologische en cultuurhistorische waarden in het plangebied

3.3

Provinciaal en regionaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kúnnen investeren in een prettige leefomgeving. Omdat het leefbaar houden van de provincie Noord-Holland ook vraagt om grote investeringen in bijvoorbeeld het landschap, natuurontwikkeling en de transitie naar een duurzame energiehuishouding. 5 bewegingen In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving. 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio’s, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie.

DNS Planvorming BV

9/36

Beleid

5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. De eerste stap in de uitwerking van de Omgevingsvisie wordt gezet in het opstellen van een Omgevingsverordening. Ook werkt de provincie Noord-Holland aan de borging van de Omgevingsvisie in programma’s voor de kortere termijn. 3.3.2 Omgevingsverordening NH2020 De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Op het plangebied zijn twee werkingsgebieden uit de verordening van toepassing: Bodemsanering en Peilbesluit. Bodemsanering Afdeling 4.3 van de Omgevingsverordening heeft betrekking op bodemsanering. Ingevolge artikel 4.44 maakt degene die bodemsanering feitelijk uitvoert melding van de voorgenomen sanering bij Gedeputeerde Staten. Voor voorliggend plan heeft dit geen consequenties. Peilbesluit Artikel 6.82 regelt dat waterschapsbesturen peilbesluiten moeten vaststellen voor de oppervlaktewaterlichamen in de gebieden binnen het werkingsgebied peilbesluit. Voor voorliggend plan heeft dit geen consequenties. 3.3.3 Provinciale woonvisie ‘Goed Wonen in Noord-Holland 2010-2020’ In de provinciale woonvisie is het woonbeleid van de provincie neergelegd. De speerpunten van dit beleid zijn: 1.

Verbeteren van de afstemming tussen vraag en aanbod voor alle consumenten, en specifiek voor doelgroepen die minder kansen hebben op het vinden van een geschikte woning. 2. Verbeteren van de mate waarin voorzieningen in de woonomgeving aansluiten bij de vraag van bewoners. 3. Verbeteren van de duurzaamheid van het woningaanbod en de woonomgeving. Samen met de regio’s zijn vier Regionale afstemmingsprogramma’s (RAP’s) ontwikkeld met duidelijke afspraken over de regionale woningbouwprogramma’s. 3.3.4 Samenwerkingsagenda wonen 2016-2020 De portefeuillehouders Wonen van de 15 gemeenten die tot en met 2016 de Stadsregio Amsterdam vormden, hebben opdracht gekregen een regionale woonvisie op te stellen. Daarbij zijn 10 opgaven voor regionale samenwerking geformuleerd:  Bevorderen van de woningbouwproductie om tegemoet te komen aan de snelgroeiende Woningbehoefte en om de prijzen niet te snel te laten stijgen. Doel is om 20.000 woningen naar voren te halen in de periode 2016-2020.  Zo veel mogelijk locaties versnellen, naar voren halen en te zorgen voor meer harde plancapaciteit.  Aanvullend op de huidige locaties nieuwe plekken voor woningbouw zoeken, vooral in binnenstedelijk gebied. Transformatie en benutten van leegstand spelen hierin een belangrijke rol.  Bevorderen van het aanbod middensegment huur.

Er is behoefte aan minimaal 5.000 woningen in het middensegment huur tot prijsgrens €900.  Werken aan een gezonde woningmarkt. Doel is een 'complete metropool', met aanbod in de verschillende woonmilieus, prijssegmenten en type woningen.  Op basis van inzicht in de positie van de verschillende doelgroepen te sturen op de ontwikkelingen in het aanbod en de voorraad van 'betaalbare' woningen. Een belangrijk toetspunt hierbij is de spreiding van de sociale voorraad en de beschikbaarheid over de regio, naar deelregio.

DNS Planvorming BV

10/36

Beleid

   

De sociale voorraad beter te benutten door doorstroming te stimuleren en te zorgen voor meer flexibiliteit. Investeringen in duurzaamheid bevorderen. Zorgen voor een toegankelijke, rechtvaardige en transparante verdeling van sociale huurwoningen. Streven is woningzoekenden één etalage voor sociale huurwoningen te bieden. Samen met de corporaties en marktpartijen te werken aan oplossingen om de grote Huisvestingsopgave van vergunninghouders te realiseren. Dit moet niet leiden tot verdringing van 'reguliere' woningzoekenden.

Om aan deze doelen te werken voeren de samenwerkende gemeenten de volgende activiteiten uit:  Het in beeld brengen van de vraag door woningmarktonderzoek, ook in kwalitatieve zin.  Het in beeld brengen van het aanbod. Met de jaarlijkse Monitor Plancapaciteit die de Stadsregio en Provincie Noord-Holland samen laten uitvoeren, wordt de geplande woningbouwlocaties en de voorgenomen programmering bijgehouden. Ook participeert de Stadsregio in de Monitor Woningproductie, die de nieuwbouwproductie voor de MRA en de gehele Noordvleugel monitort.  Het agenderen van de versnellingsopgave. Zo effectief mogelijk gebruik van binnenstedelijke locaties, in het bijzonder transformatielocaties, heeft nadrukkelijk de aandacht de komende jaren.  Het inzetten van marketing en communicatie over wonen en nieuwbouw.  Het stimuleren van de realisatie van middeldure huur.  Het opstellen van een Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) 2016-2020 in opdracht van de provincie Noord-Holland. Met deze regionale samenwerkingsagenda legt de Stadsregio de basis voor het RAP. Vanuit een gezamenlijke strategie wordt gestreefd naar creëren van een woningaanbod dat past bij de kwaliteiten van regio en gemeenten en aansluit op de vraag.

 Het organiseren van de regionale afstemming over nut en noodzaak van woningbouwplannen in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking en gemeenten hierin ondersteunen ten behoeve van woningbouw buiten bestaand stedelijk gebied om aan de vereisten te voldoen vanuit de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.3.5 Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 Eind 2016 heeft de voormalige Stadsregio Amsterdam het Regionaal Actieprogramma Stadsregio Amsterdam 2016-2020 (RAP, 2016) aangeboden aan de provincie Noord-Holland. Dit actieprogramma was geënt op het samenwerkingsprogramma van de gemeenten (Samenwerkingsagenda Regionale Woningmarkt 2016-2020) en gericht op nieuwbouw, betaalbare voorraad en woonruimteverdeling. In overeenstemming met de samenhang op de woningmarkt in deze regio is de volgende indeling in marktregio’s gemaakt:  Plannen voor de deelregio Zaanstreek-Waterland worden getoetst aan de behoefte in de marktregio Zaanstreek-Waterland inclusief Amsterdam.  Voor plannen in Amstelland-Meerlanden is de marktregio het gebied Amstelland-Meerlanden inclusief Amsterdam.  Voor plannen in Amsterdam is de gehele stadsregio te beschouwen als marktregio. In het RAP hebben de gemeenten hun gezamenlijke inzet beschreven voor de versnelling van de woningbouw en is een kwantitatieve en kwalitatieve prognose van de woningbehoefte opgenomen per marktgebied in drie scenario’s.

Dit ten behoeve van de beschrijving van de behoefte aan binnenstedelijke woningbouw. De gevraagde aanvullingen zowel ten aanzien van het regionale woningbouwprogramma als beleidsmatige onderwerpen op het gebied van wonen, zijn in de vorm van een oplegger bij de RAP 2016-2020 gevoegd. 3.3.6 Monitor Woningbouw 2020 Het monitoren van de in de RAP’s gemaakte afspraken over woningbouwproductie gebeurt in de jaarlijkse Monitor Woningbouw. Deze vormt input voor een jaarlijkse analyse van de match tussen vraag en aanbod. Het aanbod is opgetekend in de ‘monitor plancapaciteit’ die is opgenomen in de woningbouwmonitor. De meest recente is de Monitor Woningbouw 2020.

DNS Planvorming BV

11/36

Beleid

Het aantal verleende bouwvergunningen tot en met het tweede kwartaal van 2020 vertoont per saldo voor Noord-Holland een dalende lijn vanaf eind 2018. Hierbij is het beeld per regio wel verschillend. In 2019 zijn er in totaal circa 7.800 vergunningen verleend. Dat is een afname ten opzichte van 2018, waarin circa 9.300 vergunningen werden verleend. Naar verwachting zal de nieuwbouwproductie de komende 2 jaar dan ook gaan dalen. Voor de periode 2025-2030 is voor het merendeel van de regio’s van belang dat (een gedeelte van de) zachte plannen hard worden. Dit geldt niet voor de Kop van Noord-Holland, Regio Alkmaar en Amsterdam. Verder is het nodig dat de harde plancapaciteit op korte termijn daadwerkelijk naar stenen wordt omgezet, zodat de inhaalvraag met name in regio’s met een woningtekort wordt ingelopen. Om de productie te halen is het noodzakelijk planuitval te beperken en zachte plannen, indien ze aansluiten op de kwalitatieve en kwantitatieve vraag, hard te maken.

Tabel 3.1: Woningbehoefte versus plancapaciteit In de regio Amstelland-Meerlanden is er voldoende plancapaciteit om in de woningbehoefte te voorzien tot 2040. Het is echter van belang dat op korte termijn een aanzienlijk deel van de zachte plancapaciteit wordt omgezet in harde plannen, zodat voorzien kan worden in de behoefte tot 2025/2030. Het aantal verleende bouwvergunningen is in 2019 bijna gehalveerd ten opzichte van 2018. Dit is gezien de woningbehoefte geen gewenste ontwikkeling. De onderhavige ontwikkeling is klein van schaal maar sluit aan bij de behoefte aan harde plannen in de regio Amstelland-Meerlanden. De 12 woningen zijn nog niet opgenomen in de monitoringstool op www.plancapaciteit.nl

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 De Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 is vastgesteld in 2012. Hierin wordt ingegaan op structurerende zaken met ontwerpprincipes voor duurzaamheid, een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem, energie, netwerk- en ketenmobiliteit, de synergie met Schiphol, ruimte voor attracties, en de cultuurhistorie en diversiteit als drager van de ontwikkelingen. Ook over de wijze waarop wordt ontwikkeld en het centraal stellen van de mens in dit ontwikkelproces worden belangrijke uitspraken gedaan. Het accent ligt hierbij op Sociale Duurzaamheid en Ruimtelijke Kwaliteit. De Structuurvisie is een ruimtelijk instrument. De keuze is gemaakt om het denken in structuren veel meer dan tot nu toe te laten leiden door de behoeften van mensen. Voor de bewoners van nu maar ook voor de inwoners van de toekomst. Duurzaamheid is hierbij eerder een wijze van denken en een ontwerpprincipe voor ontwikkelingen dan een programmatisch thema. Het doel van de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 is het bieden van een kader, waarmee Haarlemmermeer:  de ruimtelijk bestaande situatie, de huidige ontwikkelingen en de gewenste toekomstige ontwikkelingen in hun onderlinge samenhang (voor de periode tot 2030) borgt;  het toetsingskader voor het ruimtelijk beleid voor de periode 2010-2020 geeft;

DNS Planvorming BV

12/36

Beleid

de kaders voor het maken van financiële afspraken met overheden en marktpartijen voor bovenplanse verevening biedt.

Afbeelding 3.1: Uitsnede plankaart structuurvisie Haarlemmermeer 2030. Plangebied is met geel aangeduid

Betekenis voor het plan De structuurvisie geeft als woningbouwopgave een programma van 15.000 woningen, waarvan minimaal 5.000 in de bestaande bebouwde omgeving. Het plangebied is in de structuurvisie aangewezen als gebied voor ‘mogelijke ontwikkeling na 2020’, gelegen tussen de bestaande bebouwing van Hoofddorp, de te ontwikkelen Zuidrand van Hoofddorp en het te ontwikkelen stedelijk gebied aan de oostzijde van de Hoofdvaart. 3.4.2 Deelstructuurvisie Hoofddorp 2030, Besl.nr.2013.0028472 Het doel van de Deelstructuurvisie Hoofddorp 2030 is het bieden van een actueel juridisch en planologisch kader voor de ruimtelijk bestaande situatie, de huidige ontwikkelingen en de gewenste toekomstige ontwikkelingen in hun onderlinge samenhang (voor de periode tot 2030).

Afbeelding 3.2: Uitsnede Deelstructuurvisie Hoofddorp 2030, plangebied is met geel aangeduid Hoofddorp is de grootste kern van de gemeente Haarlemmermeer. Er gebeurt en verandert veel. Met het opstellen van een Ontwerp Deelstructuurvisie geeft de gemeente aan wat ze van belang acht voor de toekomstige ontwikkeling van Hoofddorp. Deze deelstructuurvisie gaat over de inrichting van de ruimte in Hoofddorp. Daarbij staat de mens centraal. Een goede ruimtelijke

DNS Planvorming BV

13/36

Beleid

inrichting draagt immers bij aan de sfeer, de bereikbaarheid en de mogelijkheden voor onderling contact, en daarmee aan het welbevinden van mensen en het versterken van de economie. De deelstructuurvisie is, na vaststelling, het toetsingskader voor alle ruimtelijke plannen in Hoofddorp. Aan de hand van dit document geeft de gemeente de komende jaren – samen met inwoners, bedrijven, maatschappelijke groeperingen en andere overheden – invulling aan de ruimtelijke inrichting van Hoofddorp, op een manier die past bij de veranderingen die zich in de samenleving voltrekken.

Afbeelding 3.3: Huidige situatie Uitsnede Structuurvisie Haarlemmermeer 2030, plangebied is

met geel aangeduid De visie op de toekomst van Hoofddorp kan nooit helemaal vast worden gelegd. Elke dag gebeuren er overal in de wereld dingen die niemand heeft kunnen voorspellen. Kijk naar de effecten van economische crisis. De visie moet daarom ook ruimte bieden voor onvoorspelbare ontwikkelingen. Om geen speelbal te worden van die ontwikkelingen, is het wel zaak om als gemeente duidelijk de richting aan te geven die we voor ogen hebben. Betekenis voor het plan In de deelvisie is het plangebied aangewezen als gebied voor mogelijke ontwikkelingen na 2020. Het bouwplan is dus in overeenstemming met de deelstructuurvisie. 3.4.3 Essentiekaart Het doel van de essentiekaart is een ruimtelijk kader bieden voor de diverse projecten in Hoofddorp Zuidoost dat meerwaarde creëert voor de ontwikkeling van het totale gebied. Het ruimtelijk kader biedt in navolging van de structuurvisie een onderlegger voor de verdere planontwikkeling van de opgenomen gebieden. Door integraal en project overstijgend de samenhang en verbindingen tussen de verschillende deelgebieden in kaart te brengen, wordt voorkomen dat er ‘postzegels’ worden ontwikkeld en wordt een goede samenhang en kwaliteit in het gebied geborgd.

Afbeelding 3.4: Uitsnede essentiekaart. Plangebied is met geel aangeduid

DNS Planvorming BV

14/36

Beleid

Het plangebied ligt centraal in de nieuwe woongebieden die ontwikkeld worden. Aansluitend aan de projectlocatie zijn Tudorgardens en Tudergardens-Zuid al in aanbouw. Tudorpark, het gebied ten westen is ook al in ontwikkeling gebracht. Betekenis voor het plan In verband met de monumentaliteit van de stolp wordt er voor gekozen de verkaveling en architectuur vorm te geven als erf en daarmee aan te sluiten op de oorspronkelijke lintbebouwing langs de Hoofdvaart. 3.4.4 Kaders klimaatbeleid 2008-2020 In deze nota zijn de kaders voor toekomstig klimaatbeleid vastgelegd. Algemene doelstelling van het klimaatbeleid is: (1) een reductie van de CO2-uitstoot in 2020 van 30 procent ten opzichte van 1990 en (2) de realisatie van 20 procent duurzame energie in 2020. Bij de ontwikkeling en uitvoering van het klimaatbeleid/ energiebeleid wordt de trias energetica aangehouden als leidend principe: 1. Beperking van de energievraag; 2. Opwekking noodzakelijke energie door gebruikmaking van duurzame energiebronnen; 3. Indien nodig dient de opwekking van de resterende noodzakelijke energie door middel van gebruikmaking van fossiele brandstoffen, zo efficiënt en zo schoon mogelijk te geschieden. Het klimaatbeleid is uitgewerkt in tien thema's. Per thema is aangegeven wat de beoogde CO2reductie of beoogde realisatie van duurzame energie binnen dat thema is.

De thema's zijn:  Gemeentelijke gebouwen, bestaand en nieuwbouw;  Bestaande woningen;  Nieuwbouw woningen;  Bestaande bedrijven;  Agrarische bedrijven/ Glastuinbouw;  Nieuwe bedrijven;  Verkeer en vervoer;  Windenergie;  Overige duurzame energie;  Interne milieuzorg. Daarnaast zijn twee randvoorwaarden benoemd voor het realiseren van de doelstellingen binnen de thema's. Zo zal de cultuur en de kennis binnen de gemeentelijke organisatie moeten zorgdragen voor voldoende draagvlak. Verder zal het Natuur- en milieucentrum Haarlemmermeer als expertisecentrum fungeren en bijdragen aan klimaatbewustwording en actiebereidheid tot energiezuinig en op duurzaamheid gericht gedrag bij zowel burgers als bedrijven. De uitwerking van thema’s en randvoorwaarden zal resulteren in een nog te schrijven gemeentelijk plan van aanpak. 3.4.5

Programma "Duurzaam 2015-2018, Haarlemmermeer naar een circulaire samenleving" Besl.nr. 2015.0008286

Dit programma is verder uitgewerkt in:  Uitvoeringsprogramma 2016-2017  Samenwerkingsagenda Energie 2016-2018  Huishoudelijk Grondstoffenplan Haarlemmermeer 2016-2021  Strategische Samenwerkingsagenda Haarlemmermeer Rijnland 2015-2030  Monitor Duurzaamheid 2015 De economie is nu nog in hoge mate gebaseerd op een lineaire productie- en consumptiewijze. We kopen, gebruiken en gooien weer weg. Deze manier van handelen is schadelijk voor onze planeet, vooral bij een groeiende wereldbevolking die een aandeel wil hebben in welvaart en welzijn. Gevolgen zijn uitputting van grondstoffen, grootschalige milieuvervuiling, verschraling van biodiversiteit en klimaatverandering. Hierdoor worden de fundamenten van onze welvaart en ons welzijn bedreigd.

DNS Planvorming BV

15/36

Beleid

We willen het bewustzijn hiervan vergroten. En het potentieel van onze omgeving benutten voor (economische) groei met behoud van natuurlijke hulpbronnen voor de toekomstige generaties. Een gezonde samenleving is een samenleving die deze bronnen niet uitput maar opnieuw gebruikt. Daarom is het belangrijk circulair te gaan denken en bestaande (ontwerp)principes te durven loslaten. In een circulaire samenleving wordt waarde vernietiging niet geaccepteerd. Centraal staan het zo krachtig mogelijk maken van de economie én het goed doen voor de aarde en mensen. Circulaire economie richt zich ook op nieuwe verdienmodellen en waardecreatie. Nieuwe ketens en samenwerkingsverbanden, zoals productservicesystemen (van bezit naar gebruik), bieden innovaties, werkgelegenheid en nieuwe kansen voor ondernemers. Met het programma Haarlemmermeer Duurzaam 2015-2018 zetten wij de lijn van het programma Ruimte voor Duurzaamheid (kenmerk 2010.0055103) voort. Wij werken samen met lokale, regionale en (inter)nationale partners om de weg naar een circulaire samenleving te realiseren. Op basis van de uitkomsten en de ervaringen uit het programma Ruimte voor Duurzaamheid weten wij welke activiteiten en projecten we kunnen voortzetten, waar we deze moeten uitbouwen of versterken en waar meer focus nodig is. Zo hebben wij ervaren dat de kracht van onderaf zeer belangrijk Is.

Juist het lokale karakter is belangrijk voor dit Programma Duurzaamheid. Door op andere manieren inwoners, ondernemers en organisaties te stimuleren en te betrekken, verwachten we meer effect te bereiken. De gemeente brengt focus aan op inspanningen die voor en vooral met inwoners, ondernemers, en organisaties tot stand komen. Hiervoor gelden 4 domeinen: wonen, werken, leren en leven. Binnen deze domeinen werkt de gemeente aan ambities voor de thema's water, energie en grondstoffen. 3.4.6

Kadernota Veiligheid, Toezicht en Handhaving Haarlemmermeer 2015-2018 Besl.nr. 2014.0027001

Deze kadernota is verder uitgewerkt in:  Uitvoeringsprogramma veiligheid, vergunningen, toezicht en handhaving 2017  Beleidsregels afwijking bestemmingsplannen 2015, 1e wijziging  Beleidsregels bestuurlijke sancties gemeente Haarlemmermeer 2016 Deze kadernota geeft de lijnen aan waarbinnen de veiligheid binnen Haarlemmermeer verder vorm wordt gegeven. De visie in deze kadernota geeft aan hoe we met onze partners het gemeentelijk veiligheidsbeleid vorm willen geven de komende jaren. In de kadernota worden een aantal prioriteiten benoemd waar we de komende jaren extra op wil investeren en waar doelstellingen aan zijn gekoppeld. De kadernota is daarmee een strategisch document en wordt door de raad vastgesteld. Het college stelt jaarlijks een uitvoeringsprogramma veiligheid, toezicht en handhaving vast met daarin de stand van zaken van de uitvoering van de prioriteiten en een overzicht van wat het komend jaar concreet wordt gedaan op het gebied van veiligheid (prioriteiten en activiteiten).

Op basis van het profiel van onze gemeente hanteren we de volgende visie in ons veiligheidsbeleid: 1 Integraal samen werken 2 Burgerparticipatie 3 Eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid 4 Integrale ketenaanpak 5 Dorps- en wijkgerichte aanpak 3.4.7 Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer (2018) Op 6 februari 2018 is in het college van Burgemeester en wethouders de nota ‘Actualisatie beleidsregel Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer’ vastgesteld. De beleidsregel

DNS Planvorming BV

16/36

Beleid

is een uitwerking van de eerder door de raad vastgestelde kaders 'Strategisch parkeerbeleid' (d.d. 16 maart 2017, nummer 2017.0005871). Met het handboek en bijbehorende berekeningsblad kan voor benoemde situaties de parkeernorm op eenduidige wijze worden vastgesteld. Door combinaties van de zes in te voeren variabelen functie, centrumligging, stedelijkheid, afstand tot HOV-halte of station, recht op OV-vergoeding en doelgroep met traditioneel lager autobezit, wordt de parkeernorm gericht uitgerekend. In de actualisatie van de parkeernormen zijn zeer kleine woningen (tot 40 m2 woonoppervlak) en goedkopere sociale huurwoningen als aparte categorieën toegevoegd in de parkeernormentabel. De gemeentelijke parkeernormen gelden voor nieuwe ontwikkelingen, nieuwe uitbreidingen of herinrichtingen. In bestaande situaties is uitgegaan van de normen die golden ten tijde van de realisering. Sindsdien is het autobezit en -gebruik echter toegenomen. In een aantal gevallen leidt dat tot knelpunten. De oplossing voor dit soort knelpunten wordt gezocht In maatwerk. Het is niet realistisch om die gevallen te vergelijken met huidige parkeernormen. In plaats daarvan moeten er oplossingen komen, die gebaseerd zijn op onderzoek van de bestaande situatie. Gemiddeld elke drie tot vier jaar wordt de set parkeerkencijfers door het CROW geüpdatet.

Wanneer de volgende update plaatsvindt, wordt dit handboek waar nodig herzien en de toepasbaarheid van de landelijke kencijfers in Haarlemmermeer getoetst. Er zullen in nieuwe (bestemmings)plannen geen parkeernormen meer separaat vastgelegd worden. In plaats daarvan wordt verwezen naar dit handboek. 3.4.8 Woonvisie 2012-2015 (2012) In 2012 heeft de gemeenteraad de nota ‘Woonvisie 2012-2015’ vastgesteld. De Woonvisie is het kader voor het woonbeleid van Haarlemmermeer. Voorspelbaarheid en maakbaarheid zijn op de achtergrond gedrongen door de hoge dynamiek in de samenleving en op de woningmarkt. Dit in combinatie met een veranderende rol van de gemeente, vraagt om een Woonvisie die slim inspeelt op marktomstandigheden in plaats van een Woonvisie die pretendeert de marktomstandigheden te bepalen. De Woonvisie heeft als centrale doelstelling: ‘Haarlemmermeer zet zich in voor duurzame en betaalbare woningen in leefbare dorpen in wijken en aangenaam wonen in diverse woonmilieus: stedelijk, suburbaan, dorps en landelijk’ Drie belangrijke pijlers daarin zijn: 1. Woongenot in dorpen en wijken. Maatwerk in regelgeving op lokaal niveau, aandacht voor woonwijken met stadse en suburbane woonmilieus (Hoofddorp, Nieuw‐Vennep) en versterken van uniek karakter in de kernen en het buitengebied. 2. Inspelen op de woningmarkt. De woningmarkt, vraag en aanbod, is het uitgangspunt.

Dit heeft zijn weerslag in het woningbouwprogramma en de toewijzing aan woningzoekenden. Nieuwbouwaanbod is minder dan voorheen een ‘draaiknop’ omdat de vraagzijde de markt regeert. 3. Wonen en zorg / bijzondere doelgroepen. De vergrijzing zorgt voor een veranderende woonvraag en het huisvesten van bijzondere doelgroepen heeft onze extra aandacht. Mede door het scheiden van wonen en zorg en de decentralisatie van taken naar de gemeente, spelen partners die gespecialiseerd zijn in wonen, zorg en welzijn hierbij een sleutelrol. Daarnaast is er facetbeleid: duurzaamheid, inbraakpreventie en toegankelijkheid. Aangezien Haarlemmermeer een integraal duurzaamheidbeleid heeft (programma Ruimte voor Duurzaamheid), volgt de Woonvisie de uitgangspunten van dat duurzaamheidbeleid. De richtlijn voor het gemeentelijk nieuwbouwprogramma omvat 3 categorieën, te weten het sociale segment (30%), het segment voor middeninkomens (10%) en het marktsegment (60%). Het aandeel van 30% voor sociale huur wordt gemeentebreed gerealiseerd, echter niet meer in elk individueel woningbouwplan, maar vanuit het oogpunt van een gedifferentieerde bevolkingsopbouw en voornamelijk in plannen van enige omvang. Particulier opdrachtgeverschap wordt een volwaardig onderdeel van de woningbouw in Haarlemmermeer.

Dit is naast onze ambities met betrekking tot duurzaamheid en de Ruimtelijke Investeringen Haarlemmermeer (RIH)-bijdrage bij nieuwbouw- en transformatieprojecten het uitgangspunt voor de woningbouwprogramma's. Dit uitgangspunt met betrekking tot de sociale huur heeft voor de plannen in de uitleggebieden geen consequenties, omdat daar al voor alle plannen 30% sociale huur het uitgangpunt is. Dat ligt anders bij de projecten in binnenstedelijke woongebieden, zoals onderhavig project. Daar

DNS Planvorming BV

17/36

Beleid

gold tot nu toe een programmatische vrijheid en die zal niet meer gelden bij projecten van minder dan 30 woningen. Wanneer bij die projecten al bestuurlijke afspraken gemaakt zijn, zullen die gerespecteerd worden. Wanneer dat niet het geval is, zal er per plan bezien worden of er alsnog 30% sociale huur in het project moet worden opgenomen. Omdat dit plan minder 30 woningen beslaat is afgesproken dat de regel met betrekking tot 30% sociale huur hier niet opgaat. Meer dan voorheen zullen ontwikkelaars bij hun binnenstedelijke nieuwbouw- en transformatieprojecten te maken krijgen met 30% sociale huur als uitgangspunt. Verwacht kan worden dat het niet altijd makkelijk en soms zelfs onmogelijk zal zijn om aan dat uitgangspunt en/of aan de andere uitgangspunten met betrekking tot duurzaamheid en de Ruimtelijke Investeringen Haarlemmermeer (RIH)-bijdrage te voldoen. Voor de 30% geldt hetzelfde als met betrekking tot de RIH-bijdrage en de duurzaamheidscores die op grond van de Gemeentelijke Prestatie Richtlijn (GPR+ ) behaald moet worden. Per project zullen wij bezien of wij wel of niet onverkort vasthouden aan de 30%-eis en/of de RIH-bijdrage en/of de GPR-scores. Deze drie ambities zullen gelijkwaardig ten opzichte van elkaar gewogen worden, als het stellen van deze eisen tot een verliesgevend resultaat bij een project zou leiden.

Het al of niet kunnen doorgaan van het betreffende project zal een belangrijk element zijn bij die afweging, die bestuurlijk zal worden gemaakt. Betekenis voor het plan Het plan draagt bij aan het oplossen van het woningtekort in de Haarlemmermeer en in de regio. Vanwege de beperkte omvang van de ontwikkeling zijn de afspraken met betrekking tot de verhouding vrijesector en sociale huur niet van toepassing. 3.4.9 Woonbeleidsprogramma 2019-2025 Haarlemmermeer Op 16 januari 2020 heeft de gemeenteraad het 'Woonbeleidsprogramma 2019-2025 Haarlemmermeer: Het verschil maken' vastgesteld met daarin de volgende speerpunten:  divers aanbod door middel van nieuwbouw;  vitale en kwalitatief goede woningvoorraad in wijken en kernen;  beschikbaarheid van voldoende betaalbare woningen;  goede huisvesting van doelgroepen. Het wordt als beleidskader gehanteerd onder meer bij het maken van afspraken met initiatiefnemers voor woningbouwprojecten. Het project past binnen de uitgangspunten van het programma. 3.4.10 Welstandsnota Haarlemmermeer 2013 In de welstandsnota van de gemeente Haarlemmermeer is de visie van de gemeente op de ruimtelijke kwaliteit opgenomen. De welstandsnota baseert zich op het ruimtelijk raamwerk van de Haarlemmermeer.

De welstandsnota werkt aanvullend op het bestemmingsplan, waarmee de gemeente op een hoger detailniveau redelijke eisen van welstand kan stellen aan het uiterlijk van bouwwerken. Het gaat hierbij om eisen op het gebied van materiaalgebruik, kleurgebruik, vormgeving en ontwerpdetails. Binnen de gemeente zijn verschillende welstandsregimes bepaald. Toetsing van het bouwplan aan de uitgangspunten zoals opgenomen in de Welstandsnota vindt plaats in het kader van de omgevingsvergunning.

3.5

Conclusie beleidskaders

Op basis van voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de beleidskaders op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau.

DNS Planvorming BV

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=b03deae5-c70e-4835-8d68-c1bf6917b502