CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Bijlage Nota v ziensw en ambtsh overw_versie b&w gecorrigeerd

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 28 november 2024, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: Te vervangen bijlagen RV Vaststellen bestemmingsplan Hoofdorp woongebieden en Buitenkaag25.193 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota van zienswijzen en ambtshalve overwegingen bestemmingsplan ‘Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag’ behorend bij het raadsvoorstel tot vaststelling bestemmingsplan ‘Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag’

Inhoud A. Procedure B. Zienswijzen en beantwoording C. Ambtshalve overwegingen D. Wijzigingen lijst

1 1 29 38

A. Procedure Het ontwerpbestemmingsplan ‘Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag’ heeft van 14 december 2023 tot en met 24 januari 2024 zes weken ter inzage gelegen. In deze periode kon iedereen die dat wilde een zienswijze op het plan worden ingediend. Er zijn veertien zienswijzen binnengekomen.

B. Zienswijzen en beantwoording Van de ingediende zienswijzen zijn er twaalf tijdig en op de juiste wijze ingediend en daarmee ontvankelijk. Twee zienswijze zijn wel op de juiste wijze maar na einde van de termijn van terinzageligging ingediend, en daarmee juridisch niet ontvankelijk. Omdat de voorbereiding van dit raadsvoorstel op het moment van indiening nog gaande was, gaan wij ambtshalve wel op deze zienswijzen in. Wij per zienswijze kort aan wat de inhoud ervan is en wat onze beantwoording daarop is. Van de natuurlijke personen vermelden wij daarbij geen persoonsgegevens vanwege de wetgeving over privacy. De zienswijzen hebben betrekking op de volgende plandelen: Zienswijze 1 – Buitenkaag Zienswijze 2 – Buitenkaag (Dorpsraad Buitenkaag) Zienswijze 3 – Buitenkaag Zienswijze 4 – Bornholm Zienswijze 5 – Floriande Zuid Zienswijze 6 – Boseilanden Zienswijze 7 – Boseilanden Zienswijze 8 – Boseilanden Zienswijze 9 – Hoofddorp (Gasunie) Zienswijze 10 – Hoofddorp (Liander) Zienswijze 11 – Zwaanshoek (Recreatieschap) Zienswijze 12 – Hoofddorp (Waternet) Zienswijze 13 – Floriande Zuid Zienswijze 14 – Boseilanden Zienswijze 1 Reclamant wijst op het gebruik van een loswal bij het kruispunt Lisserdijk/Hoofdweg westzijde door de scheepswerf Royal van Lent Shipyard (Van Lent), dat is gevestigd op Kaag eiland. De loswal is eigendom van het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Deze heeft voor het gebruik uitsluitend toestemming verleend aan Van Lent. Reclamant geeft het volgende aan: a. overlast Het gebruik van de loswal door Van Lent houdt in dat meerdere keren per dag vrachtwagens van 15 ton of meer en grote afmetingen, met een pont worden overgezet. Het gebruik zorgt voor: * geluidsoverlast vanwege vrachtwagens, werklieden en de pont. * gevaarlijke verkeerssituaties door activiteiten op de openbare weg, waaronder plaatsen van lege trailers of

1

containers of materiaal. * milieuverontreiniging door uitlaatgassen van met draaiende motor wachtende vrachtwagens. * trillingen doordat de pont tegen de kade klapt en containers en zware materialen hard op de openbare weg worden geplaatst. Hierdoor ontstaat schade aan woningen. Bovendien wordt de loswal regelmatig gebruikt door ondernemers en particulieren uit de buurt. Verzocht wordt in dit plan het gebruik van de loswal voor hinder veroorzakende functies te vermelden en aan te geven hoe de overlast te voorkomen is en hoe hiertegen handhavend kan worden optreden. In de zienswijze zijn foto’s opgenomen van de situatie met vrachtwagens ter plaatse. b. Geluid – 50 dB(A) In tegenstelling tot wat het bestemmingsplan aangeeft, bereikt de 50dB(A) zone behorend bij Van Lent in de praktijk wel degelijk de woonbebouwing van Buitenkaag. Een akoestisch onderzoek zou moeten uitwijzen wat het geluidsniveau is, waarbij alle geluiden worden meegenomen van de activiteiten op en bij de loswal. Als dit te hoog is, dient hier op te worden gehandhaafd. c. Paragraaf 3.3.4 Visie Ringdijk en Ringvaart Het bestemmingsplan benoemt de uitgangspunten bij de Visie Ringdijk en Ringvaart, zoals versterken van identiteit, van veiligheid en leefbaarheid, van kansen voor toerisme en van samenwerking tussen overheden. Verzocht wordt hierbij aan te geven hoe deze doelen worden behaald. d.

Paragraaf 3.3.8 Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer (2018) Het bestemmingsplan benoemt dat vrachtverkeer zoveel mogelijk over de daartoe geschikte wegen dient te worden geleid, onder andere om uitstoot van schadelijke stoffen in bijvoorbeeld woongebieden te voorkomen. 1. Wat zijn de regels hiervoor? Is de Lisserdijk en/of Hoofdweg Westzijde als gebiedsontsluitingsweg 50 km/u wel geschikt voor het zware vrachtverkeer? 2. Hoe wordt de uitstoot van schadelijke stoffen van wachtende vrachtwagens gemeten en/of voorkomen? Verzocht wordt beide punten te onderzoeken en toe te voegen aan de mobiliteitsvisie en het bestemmingsplan. e. Paragraaf 5.7 Externe veiligheid – Wet -en regelgeving Het plan dient voldoende rekening te houden met het belang van een veilige leefomgeving. Nabij de loswal staat een rij oude huizen (de Leeghwaterhuisjes) die gemeentelijk monument zijn. Verzocht wordt in het bestemmingplan aan te geven hoe personen en gebouwen worden beschermd . Bij de loswal krijgen schepen brandstof vanuit een tankwagen vanaf de openbare weg. Ook worden (gas)flessen en overige tanks met vloeistoffen vanaf de A44 door Buitenkaag (via de loswal) naar Kaag eiland getransporteerd. Welke wet -en regelgeving geld hiervoor ? Reactie a.

Overlast - algemeen De activiteiten zoals in de zienswijzen wordt beschreven en zoals door Van Lent op ons verzoek per mail (zie bijlage bij deze Nota) is beschreven, zijn in hoofdzaak: 1. het met een pont vanaf de wal vervoeren van vrachtwagens, en daarbij wachten van vrachtwagens op de openbare weg. De reclamant geeft aan dat er veelvuldig gebruik is. Van Lent geeft aan dat het gemiddeld of twee keer per dag een vrachtwagen heen en terug gaat, op werkdagen tussen 7.30 uur en 15.30 uur. Omdat de productiecapaciteit van het bedrijf in 2023 op het maximum zat, zoals beschreven door Van Lent, zal het gebruik niet nog toenemen. 2. het plaatsen van materiaal aan de weg. De reclamant geeft aan dat er materiaal aan en op de weg wordt geplaatst. Van Lent geeft aan dat dit hulpmateriaal (hoogwerker, container) is dat door de verhuurder daarvan wordt opgehaald, maar dat geen voorraad (zand, grind, en dergelijke) door hem aan de weg worden geplaatst. Wij constateren dat het begrip loswal wordt gebruikt, echter dat - anders dan het woord doet vermoeden geen sprake is van een kade waaraan geladen en gelost wordt. Het betreft een aanlegplaats voor een pont direct langs de weg. De activiteiten die plaatsvinden betreffen verkeersgebruik en verder gebruik van de

2

openbare weg. Het gaat in hoofdzaak om vrachtvervoer naar Van Lent, zonder dat ter plaatse vrachtwagens worden geladen of gelost. De activiteiten zijn ook geen onderdeel van de bedrijfsvoering van het bedrijf. Dit gebruik is niet in strijd met de bestemming Verkeer die hier geldt in het geldende bestemmingsplan Buitenkaag (1998). Het is ook niet in strijd met de in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen bestemming Verkeer. Overigens is in het geldende bestemmingsplan in artikel 16 Verkeer, in lid 7, als ook in het ontwerpbestemmingsplan in artikel 19 Verkeer, in lid 3, opgenomen dat bedrijfsmatige opslag en/of handel is aangemerkt als strijdig gebruik van de bestemming Verkeer.

locatie loswal, luchtfoto

ontwerpbestemmingsplan locatie van de wal en omgeving

Omwonenden ondervinden wel overlast van de activiteiten die plaatsvinden. Ingediende klachten hierover via meldingen openbare buitenruimte zijn ons bekend. Naar aanleiding daarvan is er contact geweest met het bedrijf en met bewoners (zowel in gesprek, mail als schriftelijk). Inmiddels zijn er afspraken gemaakt tussen het bedrijf en de vervoerders. Deze afspraken zien erop dat tijdig bekend is op welk moment de pont aan de wal moet staan, zodat de tijd dat de vrachtwagen bij de wal staat zo kort mogelijk is. Als er gewacht moet worden dienen de motor en de lichten te worden uitgezet en moeten de vrachtwagens zo min mogelijk in de weg (of letterlijk op de weg) staan. Wij zien dat bij de vaststelling van de Visie Buitenkaag 2040 door de raad in 2021 (2021.0001233), het gebruik van de wal ook onderwerp was van een ingediende zienswijze op het ontwerp van die visie. Bij de vaststelling is

3

vervolgens in de visie opgenomen, dat in gesprek met het Hoogheemraadschap van Rijnland als eigenaar van de wal en met Van Lent, zou worden gekeken naar een andere locatie nabij het kassengebied om het vervoer per pont te laten plaatsvinden. In het antwoord op die zienswijze is benoemd, dat hiervoor een kans ligt als de in de visie benoemde nieuwe ontsluitingsstructuur van het kassengebied kan worden gerealiseerd, zodat het vrachtverkeer dan niet over de dijk hoeft te rijden. Dat is op dit moment echter niet aan de orde. Zoals aangegeven constateren wij dat de activiteiten zien op verkeersgebruik en het gebruik van de openbare weg, en niet op bedrijfsactiviteiten. Het gebruik dat plaatsvindt laat zich in vorm en intensiteit niet regelen in een bestemmingsplan. Het wél opnemen van een regeling die meer toelaat dan verkeersgebruik, maakt dat er juist gebruik zou worden bestemd dat een meer bedrijfsmatig karakter heeft, zoals daadwerkelijk laden en lossen. De door de reclamant opgeworpen kwestie valt onder de openbare orde. Dat wordt geregeld in de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) en de Verordening Fysiek Domein (VFD). Daarin wordt een veilig gebruik van de weg en het plaatsen van materiaal op de openbare weg geregeld en waar mogelijk het beperken van overlast. Wij zijn in gesprek met Van Lent en de bewoners die de klachten hebben ingediend.

Wij onderzoeken daarbij bijvoorbeeld mogelijkheden voor een andere plaats om vrachtwagens te laten wachten in geval de pont er niet al is, en of hulpmateriaal op een andere manier kan worden geplaatst. Wij zullen nagaan of we met meer controle ter plaatse kunnen handhaven op veiligheid en openbare orde. Op het stilstaan van vrachtwagens op de fietsstrook of rijbaan kan een formeel handhavingsverzoek wordt gedaan. Wij zijn een aantal keer ter plaatse geweest, maar hebben daarbij geen overtredingen waargenomen. Inmiddels is bekend dat het Hoogheemraadschap de betreffende gronden aan Van Lent wil verkopen. Dit is een privaatrechtelijke handeling. Het maakt onze juridisch-planologische overwegingen over het bestemmen van de gronden niet anders. Naar aanleiding van de zienswijze hebben wij in de toelichting van het bestemmingsplan de situatie van de wal ter plaatse beschreven. Ten aanzien van het voorzien van brandstof van boten of schepen vanaf de openbare weg, wijzen wij erop dat ook dat valt onder veiligheid en openbare orde. Het is geen onderwerp dat in een bestemmingsplan wordt geregeld.

Het vervoer van (gas)flessen en overige tanks met vloeistoffen vanaf de A44 door Buitenkaag (via de wal en de pont) naar Kaag, valt niet onder vervoer van gevaarlijke stoffen waarvoor risico en veiligheid in een bestemmingsplan dienen te worden afgewogen (zoals wel het geval bij vervoer van bijvoorbeeld LPG). Dat is een andere brandstofklasse. Voor het vervoer dienen de chauffeurs wel aan te kunnen tonen dat ze bekwaam zijn voor het vervoer van de brandstoffen. Dat ziet op het veilig vervoeren van de stoffen. De handhaving daarvan valt onder de Inspectie Leefomgeving en Transport. b. Geluid – 50 dB(A) Wij wijzen erop dat de door reclamant genoemde 50 dB een waarde is die uitsluitend gaat over (de geluidzone voor) industrielawaai. Geluid dat afkomstig is van andere geluidsbronnen, zoals het wegverkeerslawaai van de openbare weg, speelt geen rol bij de geluidzone voor industrielawaai. Zoals eerder aangegeven (zie reactie onder a) zijn de activiteiten op en rond de wal geen onderdeel van de bedrijfsvoering van Van Lent. Daarom kan het geluid van deze activiteiten niet als industrielawaai worden aangemerkt. Daarnaast wordt er op gewezen dat in het ontwerpbestemmingsplan in juridisch-planologische zin geen sprake is van een nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op basis waarvan akoestisch onderzoek dient te worden uitgevoerd.

Dit zou anders zijn als bijvoorbeeld een nieuwe woning wordt gebouwd of een school. Om dezelfde reden is ook een besluit hogere waarde niet aan de orde. Onderstaand geven wij kort een nadere uitleg.

4

Industrielawaai Voor het industrielawaai is de bestaande zonering opgenomen, zoals geldt ten aanzien van het industrieterrein aan de overkant van de Ringvaart in de gemeente Kaag en Braassem en ook was opgenomen in het geldende bestemmingsplan Buitenkaag (1999). Zie onderstaande uitsnede van het ontwerpbestemmingsplan voor een weergave van het deel van de zonering dat binnen de gemeentegrenzen van Haarlemmermeer/het ontwerpbestemmingsplan ligt. Buiten de zonegrens mag de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB niet te boven gaan. Alle woningen in Buitenkaag bevinden zich buiten de geluidzone voor industrie. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan Kaag door de gemeente Kaag en Braassem in 2013 is akoestisch onderzoek verricht. In dat bestemmingsplan werd een uitbreiding van Van Lent mogelijk gemaakt. Uit het onderzoek bleek dat de geluidproductie vanwege Van Lent in de bedrijfsomvang zoals opgenomen in dat bestemmingsplan, de 50 dB grens bij Buitenkaag niet overschrijdt. De zonering heeft betrekking op de activiteiten van het bedrijf op het bedrijventerrein. Zoals eerder aangegeven maakt de wal in Buitenkaag daar geen onderdeel van uit. Wij wijzen er overigens op dat het nu voorliggende bestemmingsplan ‘Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag’ geen ontwikkelingen mogelijk maakt binnen of nabij de zonegrens op grond waarvan onderzoek nodig is.

Uitsnede geluidzone industrie ontwerpbestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag (ter hoogte van Huigsloterdijk 412 en 411))

Wegverkeerslawaai De situatie betreft een bestaande weg in relatie tot bestaande bebouwing. Wij wijzen erop dat er geen sprake is van een reconstructie van een weg of van nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, waarvoor een akoestisch onderzoek nodig zou zijn. Hogere waarde Het vaststellen van een hogere waarde vanwege wegverkeerlawaai of industrielawaai, ziet op een verruiming van de geluidwaarden op geluidgevoelige functies/objecten, zoals bijvoorbeeld een woning of een schoolgebouw, wanneer nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk wordt gemaakt. Dat is hier niet aan de orde. c. Paragraaf 3.3.4 Visie Ringdijk en Ringvaart In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan worden de algemene uitgangspunten van de Visie Ringdijk en Ringvaart benoemd. Het is gebruikelijk dat de toelichting van een bestemmingsplan een overzicht geeft van

5

het ter plaatse geldende beleid. Hoe het beleid uit die visie zich zou vertalen in nieuwe ruimtelijke initiatieven, is een verdere uitwerking van dat beleid. Die uitwerking vindt niet plaats in dit bestemmingsplan. Waar het beleid zich wel in vertaald in dit bestemmingsplan, is dat behoudend wordt omgegaan met bestaande bebouwing om het karakter in de zone naast de Ringdijk zoveel mogelijk te behouden. Dat is in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan benoemd. d. Paragraaf 3.3.8 Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer (2018) In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan worden de uitgangspunten van de Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer (2018) benoemd waaronder een aantal thema’s met bijbehorende doelstellingen. Het gaat om een beleidsmatig document dat richtinggevend is voor ruimtelijke ontwikkelingen. Per thema wordt in de toelichting van het bestemmingsplan aangegeven of het beleid nog concrete gevolgen heeft voor dit bestemmingsplan. Dat is voor dit bestemmingsplan niet het geval. Een van de thema’s is het goederen-/vrachtverkeer. De doelstelling daarbij is om het vrachtverkeer zoveel als mogelijk over de daartoe geschikte wegen te leiden. De vraag over toetsing van de geschiktheid van de weg voor zwaar vrachtverkeer is begrijpelijk, maar juridisch-planologisch niet relevant. De bestemming in het ontwerpbestemmingsplan is Verkeer.

Het eventueel uitsluiten van bepaalde typen wegverkeer is een verkeersmaatregel en wordt niet in een bestemmingsplan geregeld. Met betrekking tot het zware vrachtverkeer constateren wij overigens dat er verkeerskundig geen andere aanrijroute is voor Van Lent dan via de beschreven wal en aanlegplaats voor de pont en dat de vrachtwagens daarbij een route gebruiken met maar een korte afstand over de dijk. Wat betreft de technische geschiktheid voor zwaar vrachtverkeer van de Lisserdijk en de Hoofdweg wordt tenslotte opgemerkt dat geen gewichtsbeperkingen gelden (dit betreft ook de gebruikte verharding). De uitstoot van het wegverkeer is in het kader van dit bestemmingsplan geen ruimtelijk relevant aspect. Wanneer sprake is van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling kan het onder omstandigheden zo zijn dat luchtkwaliteit een rol speelt, maar daarvan is hier geen sprake. Als eerder benoemd was in 2021 bij de vaststelling van de Visie Buitenkaag 2040 door de raad het gebruik van de wal ook onderwerp van een ingediende zienswijze op het ontwerp van die visie. Bij de vaststelling is aangegeven dat in de toekomst mogelijk een vervangende locatie om het vervoer per pont te laten plaatsvinden zou kunnen komen nabij het kassengebied. Daar ligt een kans wanneer de in de visie benoemde nieuwe ontsluitingsstructuur van het kassengebied kan worden gerealiseerd.

Dat is op dit moment echter niet aan de orde. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot wijziging van het ontwerpbestemmingsplan. e. Paragraaf 5.7 Externe veiligheid – Wet -en regelgeving In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan wordt beschreven wat de risico’s zijn voor het plangebied op het gebied van externe veiligheid. Bij externe veiligheid gaat het op basis van wetgeving om specifieke risicobronnen zoals bepaalde inrichtingen, basisnet-transportroutes (waaronder bepaalde snelwegen, waterwegen en spoorwegen) en buisleidingen voor bijvoorbeeld aardgas. Voor Buitenkaag is beoordeeld in hoeverre sprake is van deze risicobronnen en in hoeverre deze een relevant effect zouden kunnen hebben op het bestemmingsplan. Van een effect kan sprake zijn als het bestemmingsplan een ontwikkeling mogelijk maakt of als er een wijziging is bij de risicoborn. Van beide is met dit bestemmingsplan geen sprake. Geconcludeerd wordt dat zowel de spoorweg als de A44 qua externe veiligheid geen ruimtelijk relevante invloed hebben op het bestemmingsplan. Er is geen sprake van nabijgelegen buisleidingen. Het vervoer van (gas)flessen en overige tanks met vloeistoffen vanaf de A44 door Buitenkaag, en via de pont vanaf de Lisserdijk naar Kaag, valt niet onder vervoer van gevaarlijke stoffen waarvoor externe veiligheid in een bestemmingsplan dient te worden afgewogen.

Dit is bijvoorbeeld wel het geval bij vervoer van de brandstof LPG. Voor het vervoer dienen de chauffeurs wel aan te kunnen tonen dat ze bekwaam zijn voor het vervoer van de brandstoffen. Dat ziet op het veilig vervoeren van de stoffen. De handhaving daarvan valt onder de Inspectie Leefomgeving en Transport van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

6

Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de regels of de verbeelding van het bestemmingsplan. Wel zijn naar aanleiding van de zienswijze aanpassingen gedaan in de toelichting op het bestemmingsplan: - in 2.2.2 Functionele structuur per deelgebied (onder Buitenkaag / verkeer / specifiek: wal Lisserdijk) - in 4.3 Functionele structuur (onder Deelgebieden / Buitenkaag) - in 5.5 Geluid (onder 5.5.2 Onderzoek) Wij zijn in gesprek met betrokkenen bij het gebruik van de wal om te kijken naar mogelijkheden om hinder te beperken. Zienswijze 2 - Dorpsraad Buitenkaag a. Participatie De dorpsraad merkt op dat ze niet actief vanuit de gemeente is geïnformeerd over dit ontwerpbestemmingsplan. b. Loswal Lisserdijk/bedrijfsvoering Royal van Lent De scheepswerf Royal van Lent Shipyard, gevestigd op het eiland Kaag (gemeente Kaag en Braassem), maakt gebruik van een loswal op de Lisserdijk. Deze ligt bij de aansluiting met Hoofdweg-westzijde. Er vindt vervoer plaats met vrachtwagens middels een pont over de Ringvaart. De gehele T-splitsing bij de loswal wordt hiervoor gebruikt. Dat geeft overlast vanwege geluid, trillingen en uitlaatgassen en heeft gevaarlijke verkeerssituaties tot gevolg. De Inspectie Leefomgeving en Transport, het Hoogheemraadschap van Rijnland en afdelingen van de gemeente Haarlemmermeer zijn hierover benaderd. Maar zonder resultaat.

Een aantal jaren geleden heeft een bewoner uit Buitenkaag hier over ingesproken tijdens een gemeenteraadsvergadering. In de Visie Ringdijk en in de Visie Buitenkaag 2040 en nu ook in dit bestemmingsplan wordt dit onderwerp geheel niet genoemd. De dorpsraad verzoekt het gebruik van de loswal op te nemen in het bestemmingsplan. c. Informatie gerealiseerde woningbouw In paragraaf 2.1.1 staat onder het kopje Buitenkaag dat aan de westzijde later achter het lint kleinschalige woningbouw heeft plaatsgevonden. Dit moet zijn: oostzijde, achter de Huigsloterdijk. d. Snelweg A44 en de spoorlijn Amsterdam-Leiden De snelweg A44 en de spoorlijn Amsterdam-Leiden doorkruisen Buitenkaag aan de westzijde van het dorp. De geluidsoverlast hiervan voor omwonenden is in de toelichting van het bestemmingsplan niet benoemd. De dorpsraad vraagt hiervoor aandacht in het bestemmingsplan. Ook omdat bij de komende renovatie van de bruggen over de Ringvaart, dit dichter naar het dorp komt, wat zal leiden tot meer geluidshinder. e. Participatie voor een leefbare woonomgeving De dorpsraad verzoekt de gemeente om ten aanzien van bovengenoemde punten door regelgeving en participatie op een adequate wijze zorg te dragen voor een leefbare woonomgeving in Buitenkaag, en de dorpsraad daar bij te betrekken. Beantwoording a.

Participatie Wij hebben zowel de Dorpsraad Buitenkaag als de Dorpsraad Kaag-Buitenkaag bij email van 13 december 2024 aan de ons bekende mailadressen van de dorpsraden geïnformeerd over de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan (vanaf 14 december 2023). In latere mails van de Dorpsraad Buitenkaag met vragen over het ontwerpbestemmingsplan zien wij ook het ons bekende mailadres (in c.c.). Op het ontwerpbestemmingsplan heeft geen voorafgaande participatie plaatsgevonden. Wij hebben er niet voor gekozen dat te doen, omdat dit bestemmingsplan geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen bevat. In het plan worden in hoofdzaak alleen bestaande rechten vastgelegd ter actualisering van een aantal bestaande bestemmingsplannen van tien jaar of ouder en het daarbij op uniforme wijze inrichten van de regelgeving. Daarbij wordt aangesloten bij de laatste redactionele, technische en digitale systematiek voor

7

bestemmingsplannen. Hiermee kan later de omslag naar het Omgevingsplan gemeente Haarlemmermeer, waarbij sprake is van één omgevingsplan voor de hele gemeente, zo goed mogelijk gemaakt worden. Dit is toegelicht in genoemde email aan de dorpsraad. b. Loswal Lisserdijk/bedrijfsvoering Van Lent Voor onze reactie verwijzen wij naar onze reactie op zienswijze 1. Over dit onderwerp. Die zienswijze heeft met betrekking tot het gebruik van de wal dezelfde strekking als deze zienswijze. c. Informatie gerealiseerde woningbouw Wij hebben in paragraaf 2.1.1 westzijde nu vervangen door oostzijde. d. Snelweg A44 en de spoorlijn Amsterdam-Leiden Het plangebied van het bestemmingsplan Buitenkaag ligt naast de spoorweg en de A44. In die zin maakt het geen onderdeel uit van het bestemmingsplan. Zoals de dorpsraad aangeeft, ondervindt Buitenkaag wel geluidbelasting vanwege deze infrastructuur. Wij zullen dit in de toelichting benoemen. De renovatie en daarbij verbreding van het viaduct is een aparte procedure. Onderzoek naar mogelijke toename van geluidhinder en eventuele noodzakelijke maatregelen daartegen zal binnen die procedure plaatsvinden. e. Participatie voor een leefbare woonomgeving Wij hebben regelmatig overleg met de dorpsraad. Mocht er tussendoor aanleiding toe zijn vanuit lopende ontwikkelingen, dan zullen wij de dorpsraad specifiek bij het betreffende onderwerp betrekken.

Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de regels of de verbeelding van het bestemmingsplan. Wel zijn naar aanleiding van de zienswijze aanpassingen gedaan in de toelichting op het bestemmingsplan: - in 2.1 Ruimtelijke structuur (onder 2.1.1 Algemeen / Buitenkaag) - in 5.5 Geluid (onder 5.5.1 Wetgeving en 5.5.2 Onderzoek) Wij zijn in gesprek met betrokkenen rond het gebruik van de wal om te kijken naar mogelijkheden om hinder te beperken. Zienswijze 3 1) Reclamant merkt op dat het bouwvlak op het perceel Huigsloterdijk 379 en 380, het hoofdgebouw en het bijbehorend bouwwerk aan de achterzijde omvat. Uit het bouwdossier van Huigsloterdijk 379 en 380 blijkt dat de aanbouw past binnen het vergunningvrij bouwen. Dat het nu in het bouwvlak opgenomen is, maakt dat de woning kan worden uitgebreid boven op de aanbouw. Dat kan leiden tot aantasting van het woonmilieu op het buurperceel door extra schaduwwerking. Dergelijke aanbouwen van de andere woningen in het blok en in het dorp zijn niet opgenomen in het bouwvlak. In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dat het niet de bedoeling van het bestemmingsplan is dat nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt en dat bij woningen aan de Ringdijk die van elkaar verschillen wordt uitgegaan van de bestaande voorste rooilijn en de bestaande goot- en bouwhoogten.

2) Anders dan voor steiger, is voor vlonder geen begripsbepaling opgenomen. Artikel 21.2.2 bevat een regeling voor steigers en vlonders tot een maximum oppervlak van 75 m2. Verzocht wordt in een begripsbepaling aan te geven dat een vlonder een voorziening is aan de waterkant. Hiermee kan voorkomen worden dat er in tuinen verhoogde vlonderconstructies gerealiseerd kunnen worden, zoals vlondertrappen of verhoogde vlonderterassen die uitkijken op naburige percelen en daarmee inbreuk pleegt op de privacy. Reactie Ad 1) In artikel 21 Wonen van het ontwerpbestemmingsplan is geregeld dat binnen de bestemming Wonen de hoofdgebouwen binnen het bouwvlak gebouwd moeten worden. De aanbouw is een bijbehorend bouwwerk, dat we in het bestemmingsplan toestaan binnen en ook buiten het bouwvlak, en dat overigens ongeacht de bestemmingsplanregels ook vergunningsvrij op achtererfgebied is toegestaan.

8

In het ontwerpbestemmingsplan omvat het bouwvlak op de percelen Huigsloterdijk 379-380 de bestaande woonbebouwing inclusief de aanbouw. Anders dan bij de naburige woonpercelen is hier in het ontwerpbestemmingsplan ten opzichte van het geldende bestemmingsplan ‘Buitenkaag’ (1998) een dieper bouwvlak opgenomen. Op de plek van de aanbouw zijn daarmee de maximaal toegelaten hoogten voor het hoofdgebouw van toepassing. Daarom leidt in deze situatie het ontwerpbestemmingsplan tot ongelijke bouwrechten met buurpercelen in vergelijkbare situaties.

uitsnede geldende bestemmingsplan ‘Buitenkaag’ (1998)

uitsnede ontwerpbestemmingsplan

Wij overwegen dat dit ruimtelijk nadelige gevolgen hebben voor de naburige woonpercelen. Ook overwegen wij dat het mogelijkheid geven tot een dergelijke uitbreiding van woningen op dit deel van de Ringdijk, niet past in het beleid voor de Ringdijk. In de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan hebben wij aangegeven dat wij vanwege het Ringdijkbeleid zoals opgenomen in de Visie Ringdijk en Ringvaart, aan de Ringdijk niet zondermeer ruimere bouwmogelijkheden willen geven. Wij willen aan de Ringdijk het karakter van bebouwing behouden. Wij stemmen op dit punt in met de zienswijze en passen de achterste bouwgrens op de percelen Huigsloterdijk 379-380 aan door deze op de achterzijde van het hoofdgebouw te leggen. Ad 2) Een vlonder is eenvoudige houten constructie, die als vloer of ondergrond kan dienen om direct contact met de (oorspronkelijke) ondergrond te voorkomen. Dat is een algemeen gangbare omschrijving. Het is niet een constructie die per sé is voorbehouden om aan de waterkant te liggen. Er zijn percelen, zoals in Boseilanden, waar de bestemming Wonen grenst aan de bestemming Water, maar de betreffende watergang ook binnen het particulier eigendom met bestemming Wonen ligt. De door reclamant aangehaalde regeling in de bestemming Wonen is bedoeld vanuit landschappelijk oogpunt, om in die situaties te voorkomen dat te veel oppervlakte van het water wordt overdekt.

De mogelijkheid een vlonder te leggen te beperken tot alleen de oever vinden wij een onevenredige inperking van de mogelijkheden om een tuin in te richten. Het voorkomt ook niet dat een (deel van) een tuin wordt verhoogt om als terras te gebruiken. Wij stemmen op dit punt niet in met de zienswijze. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan de verbeelding te wijzigen door het bouwvlak van de percelen Huigsloterdijk 379 en 380 te verkleinen door de achterste bouwgrens op de achterzijde van het hoofdgebouw te leggen. Zienswijze 4 Reclamant vraagt de bestemming Tuin naast de woning Bredholm 23 te wijzigen in Wonen. De grond voor de voorgevel is overal bestemd als Tuin. Er zijn daarnaast vele voorbeelden van zijtuinen in deze buurt waarbij ook de grond naast de woning de bestemming Wonen heeft.

9

Kadastraal gezien bestaat de woning en omliggende tuin bij Bredholm 23 (al meer dan 25 jaar) uit twee percelen. Dit zou echter geen rol moeten spelen aangezien er in de wijk meerdere situaties zijn waarbij een aangrenzend perceel wel de bestemming Wonen heeft. De enige uitzondering hierop is Bredholm 23. Reactie De grond naast de woning is voormalig openbaar groen (154 m2, uitgifte vanaf 1982 toen met groene kaart, verkoop door gemeente in 1997). In het geldende bestemmingsplan ‘Hoofddorp Bornholm en Vrijschot’ (2011) is het als Tuin bestemd, en dit is ook zo in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. De bestemming Tuin heeft met de daarbinnen geldende beperkte bouwmogelijkheden een stedenbouwkundig beschermende rol bij het openhouden van de voorerven. Deze bestemming laat zeer beperkt bebouwing toe, in de vorm van een ondiepe aanbouw. Deze bestemming is opgenomen op voortuinen, en soms op zijtuinen wanneer het onwenselijk is om daar significante bebouwing toe te staan. De bestemming Wonen geeft ruimere mogelijkheden voor bijbehorende bebouwing bij de woning. Die regeling geldt op achtertuinen, en veel ook op zijtuinen als bijbehorende bebouwing daar niet bezwaarlijk is.

uitsnede ontwerpbestemmingsplan, met rood omlijnd het oorspronkelijk perceel Bredholm 23

Wij zien dat, in samenhang met regels over vergunningsvrij bouwen, een wijziging van de bestemming Tuin naar Wonen ter plaatse weinig extra bouwrechten geeft. Op achtererfgebied zijn namelijk ook regels uit het ‘Omgevingsplan gemeente Haarlemmermeer’ van toepassing voor vergunningsvrij bouwen, die gelden ongeacht de bestemming. Wij zien dat hier grotendeel sprake is van achtererfgebied als bedoeld in die regels voor vergunningsvrij bouwen. Tegelijkertijd zien wij dat in deze situatie het verwarring kan geven als er een bestemming Tuin ligt, die zegt dat de bouwmogelijkheden veel beperkter zijn. Ook zien wij dat in het ontwerpbestemmingsplan in de omringende buurt bij andere woningen die een zijtuin hebben de bestemming Wonen is opgenomen. Dit overigens zowel in situaties dat dit achtererfgebied is als in situaties dat dit voorerfgebied is. Wij willen in dit bestemmingsplan dezelfde soort situaties op dezelfde wijze willen bestemmen. Wij willen daarom in deze situatie de bestemming van de zijtuin aanpassen van Tuin naar Wonen. In onderstaande geven wij een nadere uitleg. Niet alleen een bestemmingsplan geeft regels over bouwen. Voor 1 januari 2024 waren regels over vergunningvrij bouwen opgenomen in het landelijke Besluit Omgevingsrecht. Dit is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vanaf 1 januari 2024, overgaan in het (tijdelijke) Omgevingsplan gemeente Haarlemmermeer.

Artikel 22.36 van het omgevingsplan geeft regels voor vergunningsvrij bouwen, dat is toegestaan ongeacht de bestemming. Het gaat uit van de feitelijke situatie: als sprake is van achtererfgebied, is het bij achtererven toegestaan in bepaalde mate vergunningvrij te bebouwen met bijvoorbeeld een grote aanbouw en een berging. Grond naast een woning vanaf 1 meter achter de voorgevel, wordt alleen gezien als achtererfgebied, als die grond grenst aan niet openbaar toegankelijk gebied.

10

In de situatie van de bedoelde woning grenst de zijtuin voornamelijk aan openbaar groen, dat dichtbegroeid is en daarmee niet openbaar toegankelijk gebied betreft. Een klein stukje zijtuin grenst aan parkeerplaatsen, dat openbaar toegankelijk gebied is. Omdat een stukje grenst aan openbaar toegankelijk gebied, kan niet de hele zijtuin als achtererfgebied gezien worden. Zie ook onderstaande figuur. Het opnemen van de bestemming Tuin met beperkte bouwmogelijkheden, betekent hier in de praktijk dat alleen het deel van de zijtuin nabij het openbaar parkeren niet vergunningvrij bebouwd mag worden, omdat dat geen achtererfgebied is. De bestemming Tuin lijkt dus te zeggen dat er nauwelijks kan worden gebouwd, maar in de praktijk geldt op het grootse deel van de zijtuin de regels voor vergunningvrij bouwen.

zijtuin Bredholm 23 aangrenzend openbaar parkeren, naast niet toegankelijk openbaar groen

In het geldende bestemmingsplan hebben de zijtuinen in de omringende buurt veelal de bestemming Wonen met een regeling over het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, ook wanneer de zijtuin naast toegankelijk openbaar gebied ligt. Ofwel, op gronden naast de woning die geen achtererfgebied zijn en waar regels voor vergunningsvrij bouwen dus niet gelden, staat het bestemmingsplan het bouwen van bijbehorende gebouwen toe (waar dan vergunning voor moet worden gevraagd). In het ontwerpbestemmingsplan hebben in de omringende buurt alle zijtuinen de bestemming Wonen, behalve die van reclamant. Wij overwegen dat een van de achterliggende doelen bij het actualiseren van een bestemmingsplan is, om waar mogelijk uniforme regelgeving te gebruiken. Omdat de bestemming Tuin ter plaatse verwarring kan geven bij het raadplegen van regelgeving en omdat wij dezelfde soort situaties op dezelfde wijze willen bestemmen, vinden wij het passend de bestemming Tuin naast de woning Bredholm 23 te wijzigen naar de bestemming Wonen. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan de verbeelding te wijzigen door binnen het kadastraal perceel genummerd 4285, gelegen naast de woning Bredholm 23, de bestemming Tuin vanaf 1 meter achter de voorste bouwgrens te wijzigen in de bestemming Wonen.

Zienswijze 5 In het ontwerpbestemmingsplan is het niet (duidelijk) welk gedeelte wordt aangezien als praktijk of beroep aan huis en hoe deze gebruikt mag worden. Verzocht wordt het gebruik geheel als woonbestemming zoals bij aankoop van de kavel door de gemeente in het koopcontract is vastgelegd. Het nu geldende bestemmingsplan geeft de gehele aanbouw aan de woning IJweg 1187 van de reclamant aan als praktijk of beroep aan huis. In eerder contact met de gemeente over de praktijkruimte die na de bouw van de woning is gerealiseerd, is verschillend uitleg gegeven aan de bestemmingsplanregels. Reactie Wat reclamant vraagt is voor het gehele woonperceel aan de IJweg 1187 de woonfunctie toe te staan. In het verleden (brief van augustus 2023) is in reactie op een aanvraag om de woning en aanbouw als woning te gebruiken, aangegeven dat op grond van het geldende bestemmingsplan ‘Hoofddorp Floriande Zuid 2007’ de praktijkruimte niet voor wonen mocht worden gebruikt. Dit omdat de praktijkruimte in bijbehorende gebouwen buiten het bouwvlak is gerealiseerd en er meer oppervlakte aan bijbehorende gebouwen buiten het bouwvlak

11

staat dan de bouwregels van het bestemmingsplan toestaan. Later is echter geconstateerd dat het geldende bestemmingsplan de mogelijkheid geeft om onder bepaalde voorwaarden in een deel van de woning en bijbehorende gebouwen een beroep aan huis uit te oefenen, maar geen verplichting geeft om dat te doen en ook de woonfunctie niet uitsluit. De woning en aan- en uitbouwen mag dus geheel voor wonen worden gebruikt. Daar is vervolgens ook telefonisch contact over geweest. Uiteindelijk is per mail in december 23 toch aan betrokkene gecommuniceerd dat de praktijkruimte niet als wonen mag worden gebruikt: “Voor woningen met praktijkruimte is een grote behoefte binnen de gemeente, met name voor huisartsen. Tevens heeft de bestaande woning al een behoorlijk groot oppervlakte en is het niet aannemelijk dat deze grootte aan ruimte extra nodig is voor medisch-gerelateerde aanpassing.” Wij constateren echter dat de regels van de bestemming Wonen een aanvulling mogelijk maken op de toegelaten woonfunctie. Het verplicht niet tot het gebruik van een deel als praktijkruimte en geeft geen verbod op de woonfunctie. Afsluitend is het antwoord op de vraag die in de zienswijze voorligt, of in het geldende bestemmingsplan in de bestemming Wonen het geheel van de woning en aan- en uitbouwen als wonen mag worden gebruikt, dus: ja.

Voorzover meer bebouwing zou staan dan rechtens volgens het bestemmingsplan en regels over vergunningsvrij bouwen en of verleende vergunning is toegestaan, valt dat onder handhaving van bouwregels. Het ontwerpbestemmingsplan heeft eenzelfde wijze van bestemmen als het geldende bestemmingsplan: een bestemming Wonen, die de woonfunctie toestaat in de gehele woning en de aan- en uitbouwen en waarbij onder voorwaarden beroep-aan-huis is toegestaan in de woning, aan- en uitbouwen en bijgebouwen. In onderstaande geven wij nadere uitleg over de bestemmingsplanregeling voor dit woonperceel in het geldende bestemmingsplan en in het ontwerpbestemmingsplan.

bestemmingsplan Hoofddorp Floriande Zuid 2007

bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag

In het nu geldende bestemmingsplan ‘Hoofddorp Floriande zuid 2007’ geldt voor het voorste deel van het perceel en voor een strook van de zijtuin de bestemming Tuin. Voor het overige geldt voor het perceel de bestemming Wonen, met functieaanduiding ‘pa’ voor praktijkruimte. Zie de figuur onder aan deze tekst. In artikel 14 Wonen van dat bestemmingsplan, is onder andere opgenomen dat woningen zijn toegestaan, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep; en vervolgens dat ter plaatse van de aanduiding "praktijkruimte" het oppervlak aan praktijkruimte, inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen, niet meer mag bedragen dan 150 m². Daaruit blijkt geen uitsluiting van het gebruik voor wonen in dat deel van de woning en/of aan- en uitbouwen dat als praktijkruimte is gebruikt of gerealiseerd. Wat is geregeld is dat áls het als praktijkruimte wordt gebruikt, het aan een maximum oppervlakte van 150 m2 is gebonden. Op het Omgevingsloket is op ‘Regels op de kaart’ te zien, dat in het ontwerpbestemmingsplan het betreffende perceel op het voorstel gedeelte de bestemming Tuin heeft en voor het overige de bestemming Wonen. Op het

12

gedeelte met Wonen is ook de functieaanduiding ‘beroep aan huis’ opgenomen (dit is te zien door in het renvooi de cursor boven ‘beroep aan huis’ te houden, waardoor de begrenzing van beroep aan huis oplicht). In artikel 21 Wonen is onder andere opgenomen dat woningen zijn toegestaan en aan huis verbonden beroepsen/of bedrijfsuitoefening; en vervolgens dat ter plaatse van de aanduidingen ‘bedrijf aan huis’ en ‘beroep aan huis’ van de woning en bijbehorende bouwwerken een oppervlak van 100 m2 als bedrijf respectievelijk beroep aan huis is toegestaan. Voor de volledigheid merken wij op dat de begripsomschrijving van aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsuitoefening, aangeeft dat dit gaat om (vrije) beroepen en/of bedrijfsmatige activiteiten in een woning en daarbij behorende gebouwen. En algemeen wordt onder beroep of vrije beroepen, verstaan: beroepen die iedereen met de juiste kennis en opleiding zelfstandig kan doen, bijvoorbeeld een advocaat, notaris of huisarts; of iemand met een uniek talent of bijzondere kwaliteit (zoals een kunstenaar of artiest). Wat voorheen als praktijkruimte werd aangeduid, valt hier dus onder beroep aan huis. Uit het bestemmingsplan blijkt dus dat de woning en aan- en uitbouwen als wonen mag worden gebruikt, en dat áls het als beroep aan huis wordt gebruikt het aan een oppervlakte van maximaal 100 m2 is gebonden.

Overigens constateren wij ambtshalve, dat in het ontwerpbestemmingsplan minder oppervlakte is toegestaan voor beroep aan huis dan in het geldende bestemmingsplan. Om dezelfde rechten te behouwen, dient het maximum voor beroep aan huis op dit perceel aangepast te worden van 100 m2 naar 150 m2. Conclusie Het ontwerpbestemmingsplan geeft eenduidig aan hoe het gebruik als wonen en beroep aan huis is toegestaan. De zienswijze geeft in die zin geen aanleiding tot wijziging aan het ontwerpbestemmingsplan. Ambtshalve wijzigen wij de verbeelding ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan door: - op het perceel IJweg 1187 de functieaanduiding ‘beroep aan huis’ te wijzigen in ‘specifieke vorm van dienstverlening - beroep aan huis 150 m2’. In artikel 21 Wonen wijzigen wij de redactie van lid 21.4.1 door een onderverdeling in subleden en voegen daarin een nieuw sublid c toe, die luidt: c. in afwijking van het bepaalde in artikel 21.4.1 sub a is ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van dienstverlening - beroep aan huis 150 m2’ een oppervlakte van maximaal 150 m2 toegestaan ten dienste van beroep aan huis. Zienswijze 6 en 7 De zienswijzen zijn ingediend namens de ontwikkelaar (nr. 6) en de grondeigenaar (nr. 7) van de gronden aan de Spieringweg 1070. Sinds 2019 zijn partijen in gesprek met de gemeente over de bouw daar van 52 tot 57 woningen.

De gronden zijn nu deels in gebruik voor landbouw en deels als agrarisch handels- en hulpbedrijf. Het perceel betreffende perceel van ca. 3 ha was onderdeel van een groot agrarisch bedrijf, dat vanwege de ontwikkeling van de Drie Merenweg, de wijk Toolenburg en Boseilanden, destjids is uitgekocht door de gemeente en verplaatst naar de Noord-Oostpolder. Met het initiatief voor woningbouw nu, kan het bedrijf in de Noordoostpolder worden uitgebreid. Aangevoerd wordt dat de uitwerking past binnen de beleidsnota Polderlinten en dat de woningbouwverdeling is afgestemd met de gemeente. Reclamant geeft aan dat de dorpsraad Zwaanshoek positief is over dit plan. Na verloop van tijd werd door de gemeente echter alsnog negatief geoordeeld, met name vanwege de toename van verkeer. Ten onrechte had de gemeente er echter geen rekening gehouden dat de bestaande bestemming Agrarische handels -en hulpbedrijven, ook al verkeersbewegingen veroorzaakt. Hiervoor heeft het college schriftelijk excuses gemaakt. Het bevreemd de zienswijze indieners dat er gronden met de geldende de bestemming Wonen zg, nu voor Recreatie zouden worden bestemd. Dit is in alle overleggen met de gemeente nooit genoemd.

Intussen wordt in de gemeentelijke toets over de haalbaarheid gesproken over een nieuwe gebiedsuitwerking door H+N+S, hetgeen niet bij zienswijze indiener bekend is en ook nergens op de gemeentelijk sites te vinden is. Het laatste dat bekend is, is dat is medegedeeld dat de wethouder voor ruimtelijke ordening, heeft besloten te onderzoeken wat wel mogelijk is. Verzocht wordt ter plaatse de bestemming ‘Woningbouw en Recreatie’ op te nemen.

13

Als de ontwikkeling voor wonen geen doorgang kan vinden, dan zal duidelijk zijn dat zowel de eigenaren van de grond als de adviseurs en ontwikkelaars in deze grote schade lijden. Gedurende de jarenlange besprekingen zijn immers verwachtingen gewekt door de gemeente.

Locatie Spieringweg

Reactie De zienswijzen 6 en 7 zijn nagenoeg gelijkluidend en worden daarom hier tezamen beantwoord. De zienswijzen zijn ingediend binnen de termijn. Op verzoek hebben wij een termijn gesteld waarbinnen de zienswijzen konden worden aangevuld. Dat is binnen de gestelde einddatum van 28 februari 2024 gedaan. De zienswijzen zijn daarmee ontvankelijk. Wij wijzen erop dat om een ontwikkeling in een bestemmingsplan op te nemen, de haalbaarheid dient te zijn aangetoond met een ruimtelijke onderbouwing waaruit duidelijk blijkt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening en waaruit blijkt dat het wettelijk kostenverhaal verzekerd is. Daar is op dit moment geen sprake van. Het in deze fase van de bestemmingsplanprocedure opnemen van een ontwikkeling van ongeveer 50 woningen is daarnaast in strijd met een goede voorbereiding van de bestemmingsplanprocedure. Het wijzigen van het ontwerpbestemmingsplan ten behoeve van woningbouw is dan ook niet aan de orde. In onderstaande gaan wij hier nader op in. Op het initiatief voor de woningbouw is ambtelijk een toets op de globale haalbaarheid gedaan. Bij brief van 19 april 2022 aan de ontwikkelaar (zienswijze indiener nr.

6) hebben wij over eerder advies vanuit de gemeente op dat initiatief, het volgende aangegeven: “Hierin zien wij onvolkomenheden en wij willen u daarvoor onze verontschuldigen aanbieden.” Daarbij is ook aangegeven dat het plan nog eens bekeken ging worden. In het vervolg daarop zijn er aandachtspunten meegegeven aan de initiatiefnemer. In de berichtgeving van de gemeente van 4 april 2024 is hierover aangegeven dat het beoordelingsproces van 7 juli 2022 definitief is afgerond en dat het aan de initiatiefnemer is om met verwerking van de aanbevelingen een nieuw initiatief in te dienen. Dat nieuwe initiatief is in juni 2024 ambtelijk beoordeeld, waarbij is opgemerkt dat het niet voldoet. Dat uit de besprekingen van het initiatief een positieve grondslag blijkt, maakt niet dat het nu in het nieuwe bestemmingsplan kan worden opgenomen. Wij wijzen er op, dat ook een daadwerkelijk positief oordeel op het initiatief nog niet de basis geeft om een juridisch-planologische/ruimtelijke procedure te starten, zoals een omgevingsvergunningprocedure of een bestemmingsplanprocedure (omgevingsplanprocedure onder de Omgevingswet). Om voor een dergelijke ontwikkeling een formele procedure te starten dient een ruimtelijke onderbouwing te

14

zijn opgesteld door initiatiefnemer. De ruimtelijke onderbouwing is een document, waaruit de haalbaarheid blijkt op basis van concrete onderzoeken over milieuaspecten zoals bijvoorbeeld bodem, geluid, luchtkwaliteit, natuur, verkeer en parkeren e.a.. De onderbouwing moet ook een toets bevatten aan de geldende beleidskaders. Onder deze beleidskaders vallen, onder andere, het gemeentelijk kader Polderlinten, waarover de initiatiefnemer ook spreekt, en ook de Omgevingsverordening van de Provincie Noord-Holland (Omgevingsverordening NH2022). Op dit moment is geen sprake van een ruimtelijke onderbouwing in voorgaande zin en ook nog niet van een positief oordeel. Met betrekking tot het wettelijk kostenverhaal om de economische uitvoerbaarheid van de ontwikkeling vooraf te borgen, bepaalt artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.12 lid 2 Wro wordt vervolgens bepaald dat de gemeenteraad geen exploitatieplan vaststelt als het verhaal van kosten anderszins is verzekerd. Daarbij moet worden gedacht aan een anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer. Er is op dit moment geen sprake van een (ontwerp)exploitatieplan of een anterieure overeenkomst.

Omdat wij tot op dit moment nog niet volledig kunnen instemmen met het woningbouwplan is die stap in het proces nog niet aan de orde. Het wettelijk kostenverhaal is op dit moment dus niet verzekerd. Overigens achten wij het onzorgvuldig om een ontwikkeling van ongeveer 50 woningen bij de vaststelling van een bestemmingsplan op te nemen, zonder dat deze ontwikkeling in het ontwerpbestemmingsplan was opgenomen waarvoor de gelegenheid was geweest om zienswijzen hierop in te dienen. Wanneer wel is voorzien in een afdoende ruimtelijke onderbouwing inclusief het wettelijk kostenverhaal, kan initiatiefnemer een aanvraag indienen om af te wijken van het omgevingsplan, of een aanvraag indienen voor wijziging van het omgevingsplan. Overigens constateren wij, als in de zienswijze is aangegeven, dat in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming Recreatie is opgenomen. In het geldende bestemmingsplan Zwaanshoek Noord en Boseilanden (2007) hebben de gronden de bestemming Wonen zg. Dat wil zeggen dat de gronden in de bestemming Wonen liggen zonder dat gebouwen zijn toegestaan.

uitsnede geldende bestemmingsplan Zwaanshoek Noord en Boseilanden, met groot vlak Wonen zg

uitsnede ontwerpbestemmingsplan, met bestemming Recreatie

Andere gronden aan de Spieringweg die onderdeel zijn van een heel breed perceel en die in het geldende bestemmingsplan als Wonen zg zijn opgenomen, hebben in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming Wonen, zonder een bouwvlak. Naar aanleiding van de zienswijze wijzigen wij de in het

15

ontwerpbestemmingsplan opgenomen bestemming Recreatie ter plaatse van de bedoelde gronden, naar de bestemming Wonen, zonder een bouwvlak. Net als bij andere percelen aan de Spieringweg nemen wij daarbij de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - landschap’ op, waarmee bijbehorende gebouwen bij een woning alleen achter die woning geplaatst mogen worden (zie ook C. Ambtshalve overwegingen onder 1-c). Conclusie De zienswijzen zijn ongegrond voor zover deze gaat over het opnemen van ongeveer 50 woningen in het ontwerpbestemmingsplan. De zienswijze geeft voorzover deze gaat over de bestemming Recreatie, aanleiding tot wijziging van de verbeelding ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan door op de gronden naast Spieringweg 1070 de bestemming Recreatie te wijzigen in Tuin, voorzover liggend aan de Spieringweg als bij het naastgelegen perceel, en voor het overige te wijzigen in de bestemming Wonen, zonder daarbij een bouwvlak op te nemen, en daarbij de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - landschap’ op te nemen. Zienswijze 8 1) Reclamant vindt dat het ontwerpbestemmingsplan niet voorziet in een goede ruimtelijke ordening en in strijd is met beginselen van behoorlijk bestuur. Reclamant vindt de bestemming Wonen op zijn woning Elzenhaege 1 en bijbehorende zij- en achtertuin en de bestemming Tuin op de voortuin, te strikt.

Daarmee doet het bestemmingsplan volgens reclamant afbreuk aan een goed woon- en leefklimaat. Verzocht wordt net als op diverse andere percelen in het gebied Boseilanden, de bestemming Wonen verder voor de voorgevel van de woning te leggen (geel op onderstaande afbeelding). Aangevoerd wordt dat het perceel geheel los staat van overige bebouwing, waarmee het vergroten van het deel met de bestemming Wonen, geen enkele afbreuk doet aan de stedenbouwkundige opzet en/of goede ruimtelijke ordening in het plangebied en geen andere belangen schaadt. 2) Reclamant merkt op dat de bestemming ‘verkeer’ niet van toepassing zou moeten zijn op een deel van het eigen perceel (rood op onderstaande afbeelding).

3) Reclamant maakt zich ernstige zorgen over het gebruik van gronden met de bestemming Recreatie in de omgeving van zijn woning. Al jarenlang wordt ernstige overlast ervaren van hangjeugd op het skatepark en omliggende bebossing/struikgewas dat nabij de woning ligt. Hierover is veelvuldig en intensief contact geweest met de gemeente (en andere betrokken en verantwoordelijke partijen). Van adequate handhaving en beëindiging van de overlast is echter geen sprake. Verzocht wordt binnen de bestemming ‘Recreatie’ geen vergroting van het bestaande skatepark, de aanleg van een nieuw skatepark en/of de aanleg van een JOP toe te staan. Zoals in het geldende bestemmingsplan ook niet mogelijk is. Reactie Ad 1) Meer bebouwing aan voorzijde van de bestaande woning vinden wij hier ongewenst vanwege de inpassing in de omgeving. De woning ligt in het recreatiegebied dat zich kenmerkt door veel ruimte en groen. In de opzet van het recreatiegebied is de woning ‘te gast’. Dat er ruimte om het perceel is, vinden wij geen reden op zich om hier meer bebouwing toe te staan. Het vergelijk dat reclamant maakt met andere woonpercelen die wel voor de woning een gedeelte met bestemming Wonen hebben, vinden wij onterecht.

16

In onderstaande gaan wij hier nader op in. De opzet van een aantal naast elkaar gelegen woonpercelen in Boseilanden is het bieden van een grote mate van keuzevrijheid voor de situering van de woning op een heel groot perceel. Die woonpercelen hebben in het geldende bestemmingsplan ‘Zwaanshoek Noord en Boseilanden, 1e herziening’ (2009) een heel groot bouwvlak in de bestemming Wonen, waarbinnen een beperkt deel (15%) mag worden bebouwd voor het hoofdgebouw. Op de gronden die liggen vóór de voorste bouwgrens en tevens voorste grens van de bestemming Wonen, ligt de bestemming Tuin. In de bestemming Tuin mag slechts in zeer beperkte mate aan de woning mag worden aangebouwd. Onderstaande uitsneden uit het geldende bestemmingsplan geeft een voorbeeld daarvan. Het komt voor dat de betreffende eigenaar ervoor gekozen heeft de woning enkele meters áchter de voorste bouwgrens te bouwen. Als nog niet de gehele mogelijk te bebouwen oppervlakte is benut, is die ruimte nog beschikbaar. Dat is in het ontwerpbestemmingsplan ook met die ruimte opgenomen. Daarmee kan er dus inderdaad sprake van zijn dat een deel van de bestemming Wonen en van het bouwvlak vóór de voorgevel van de woning ligt.

uitsnede geldende bestemmingsplan ‘Zwaanshoek Noord en Boseilanden, 1e herziening’

uitsnede ontwerpbestemmingsplan

De stedenbouwkundige opzet van het vrij gelegen perceel van reclamant is anders. Dit is een losstaand element in een ruime, groene omgeving. In het hier geldende bestemmingsplan ‘Zwaanshoek Noord en Boseilanden 2e herziening’ (2016) is op dit perceel een volledig te bebouwen bouwvlak opgenomen. Direct grenzend aan de voorkant daarvan ligt de bestemming Tuin, waar in beperkte mate een vooraanbouw aan de woning mag worden gebouwd. Zie onderstaande uitsnede. Wij hebben de grens van de bestemming Wonen met de bestemming Tuin op dit perceel opgenomen als in het geldende bestemmingsplan. Meer bebouwing op gronden die liggen vóór de woning vinden wij hier ongewenst. Dit gaat ten koste van de landschappelijke inpassing in dit gebied waar de woning ‘te gast’ is. Het argument dat er nog veel ruimte om het perceel is, vinden wij juist geen reden om hier meer bebouwing toe te staan. Wel constateren wij, dat in het ontwerpbestemmingsplan het bouwvlak minder breed is dan in het geldende bestemmingsplan. Het ligt precies om de bestaande woning, die echter niet de gehele breedte van het bouwvlak van het geldende bestemmingsplan benut. Om de bestaande rechten te behouden, passen wij de verbeelding aan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, door het bouwvlak op te nemen overeenkomstig het geldende bestemmingsplan.

17

uitsnede geldende bestemmingsplan ‘Zwaanshoek Noord en Boseilanden, 2e herziening’

uitsnede ontwerpbestemmingsplan

Ad 2) De door reclamant met rood aangeduide strook grond, is onderdeel van het woonperceel en ten onrechte als Verkeer bestemd. De grond maakt deel uit van een stuk grond dat enkele jaren geleden door reclamant is aangekocht. In bovenstaande uitsnede van het ontwerpbestemmingsplan is te zien dat de bestemming Verkeer (grijs) ligt op een deel van het eigendom van reclamant. Wij wijzigen dit naar de bestemming Tuin. Ad 3) De door reclamant bedoelde skateplaats ligt op ongeveer 130 meter afstand van de woning. In het geldende bestemmingsplan ‘Zwaanshoek Noord en Boseilanden’ (2006) is in artikel 9 Recreatieve doeleinden, hierover in lid 3 ‘Beschrijving in hoofdlijnen’ het volgende opgenomen: “Uitsluitend in het deelgebied de Boseilanden is de inrichting van twee als zodanig op de plankaart aangegeven grotere speelplaatsen toegestaan.” Hierover wordt in lid 5 vervolgens bepaald: “voor alle speelplaatsen tezamen geldt in het plandeelgebied Boseilanden een maximale oppervlakte van 1.500 m2; in het plandeelgebied Zwaanshoek Noord is de maximale oppervlakte hiervoor 500 m2.” De locaties van enkele grotere speelplaatsen zijn op de plankaart van het geldende bestemmingsplan aangeduid, hoewel niet opgenomen in het renvooi van de kaart. De oppervlakte van de in de zienswijze bedoelde locatie is bijna 600 m2.

uitsnede geldend bestemmingsplan Zwaanshoek Noord en Boseilanden (2007)

luchtfoto speelplaats

De andere in het geldende bestemmingsplan benoemde locaties voor speelplaatsen zijn niet als zodanig ingericht. Ondertussen maken twee locaties maken (inmiddels) deel uit van een mountainbikeroute. In het ontwerpbestemmingsplan zijn de beperkingen van de oppervlakte voor speelvoorzieningen niet overgenomen. Bij nadere overweging achten wij het ter bescherming van het extensieve karakter van het recreatiegebied, passend om alsnog voor speelvoorzieningen een oppervlaktebeperking op te nemen. Hiertoe geven wij op de verbeelding de locatie van de in deze zienswijze bedoelde plaats met speelvoorzieningen aan, waarbij in de regels een oppervlakte van maximaal 600 m2 is opgenomen. Ten aanzien van de overig in het geldende bestemmingsplan aangeduide speelvoorzieningen, overwegen wij dat in ruim 15 jaar tijd deze niet zijn gerealiseerd. Er is op eerder gedachte locaties op andere wijze in nieuwe recreatieve voorzieningen, zoals

18

de mountainbikeroute, voorzien. Wij zien dan ook geen aanleiding om meer dan de genoemde 600 m2 als plaats voor speelvoorzieningen op te nemen. Dit te meer omdat de mogelijkheid voor andere plaatsen voor speelvoorzieningen onzekerheid kan geven over de locatie waar die voorzieningen zouden kunnen komen, binnen een overwegend rustig recreatiegebied met natuurverbindingen. Als in de toekomst vanuit de omgeving, bijvoorbeeld vanwege nieuwe woongebieden, aanleiding of behoefte ontstaat voor nieuwe plaatsen met intensieve recreatie, dan zal op dat moment bekeken worden hoe dat geregeld kan worden. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot wijziging van de verbeelding ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan door: - het bouwvlak van het perceel Elzenhaege 1 te vergroten overeenkomstig de afmetingen en situering in het geldende bestemmingsplan ‘Zwaanshoek Noord en Boseilanden, 2e herziening; - op het strookje grond behorend bij het voorerf van het perceel Elzenhaege 1 de bestemming Verkeer te wijzigen in de bestemming Tuin; - ter plaatse van de huidige plaats voor sport- en spel (skatebaan) in Boseilanden de functieaanduiding ‘ ‘speelvoorzieningen plaats’ op te nemen. In artikel 16 Recreatie nemen wij in lid 16.1 een nieuw lid c op dat luidt: c.

tevens intensieve recreatie in de vorm van een plaats met meerdere voorzieningen voor sport- en spel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘speelvoorzieningen plaats’. Wij nemen een nieuw lid 16.3 op, dat luidt: Specifieke gebruiksregels Ter plaatse van de aanduiding ‘speelvoorzieningen plaats’ bedraagt de oppervlakte van gronden voor intensieve recreatie in de vorm van sport en spel niet meer dan 600 m2. Zienswijze 9 – Gasunie Een deel van de aardgastransportgasleiding W-532-01 die ligt in de Geniedijk, is niet opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Vanwege de veiligheid met betrekking tot gasleidingen wordt verzocht in de regels van ‘Leiding-Gas’ een bepaling op te nemen dat deze voorrang hebben boven regels van eventueel samenvallende dubbelbestemmingen. Er wordt een tekstvoorstel gegeven voor aanpassing van de regels. De berekening van het groepsrisico is uit 2018. Gevraagd wordt om een actuele berekening van het groepsrisico. Reactie Het in de zienswijze bedoelde deel van gasleiding Deze nemen wij alsnog op met een dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’. Het in de zienswijze bedoelde ontbrekende deel van gasleiding ligt tussen IJweg en Weg om de Noord. Wij nemen deze alsnog op de verbeelding op met een dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’.

Wij constateren dat in uitspraken van de Raad van State een voorrangsregeling ten opzichte van andere dubbelbestemmingen passend is, omdat aan een gasleiding het grootste belang kan worden toegekend vanuit oogpunt van veiligheid. Gelet hierop wordt in de dubbelbestemming Leiding-Gas een voorrangsbepaling en een strijdig gebruik bepaling opgenomen. Voor het groepsrisico vanwege de gasleiding hebben wij een nieuwe rapportage laten opstellen door de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (rapportage ‘Kwantitatieve Risicoanalyse Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag’, d.d. 28 maart 2024). Deze rapportage voegen wij als bijlage toe aan het bestemmingsplan ter vervanging van de rapportage uit 2018. Het groepsrisico gaat over de kans op overlijden als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met in dit geval een gasleiding. Het groepsrisico is geen norm. Wel geldt er een verantwoordingsplicht, zoals benoemd in het Besluit externe veiligheid (Bevi). In die verantwoording moet een vergelijking worden gemaakt met de oriëntatiewaarde. Net als in de rapportage uit 2018, geeft ook deze rapportage aan dat de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=8a7b59c9-20b2-465e-bcd3-77eeaf17e0d4