CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen Int. accommodatieplan.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 25 maart 2021, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen Integraal Accommodatieplan (2021.0000253)27.904 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Inleiding De gemeente Haarlemmermeer heeft Stipo gevraagd om in navolging van Stipo’s rapportage uit 2019 (Update Kengetallen voorzieningen Haarlemmermeer, 15 februari 2019) meer inzicht te bieden in de benodigde vierkante meters voor een aantal maatschappelijke voorzieningen. Stipo heeft Springco Urban Analytics gevraagd om hierin als onderzoeker te participeren. Bij veel gemeenten is de wens groot om meer inzicht te krijgen in de normen die worden gebruikt om het ruimtebeslag van maatschappelijke voorzieningen te berekenen en te beoordelen. Van normen die gemeenten al jarenlang gebruiken in hun stedelijke ontwikkeling is soms onduidelijk hoe deze ooit tot stand zijn gekomen. Ook bestaat de behoefte om het huidige niveau naast dat van vergelijkbare gemeenten te leggen. Dit rapport met bijbehorend advies voor referentienormen biedt een antwoord op bovengenoemde vragen en dient als objectieve onderbouwing voor de beoordeling van bestaande maatschappelijke voorzieningen en voor ruimtereserveringen van maatschappelijke voorzieningen bij gebiedsontwikkelingen. Per voorziening is al een indeling (wijkgebonden, bovendijks of gemeentelijk) gemaakt die de reikwijdte (afstand voor inwoners tot een voorziening) van een voorziening beschrijft. Deze komt terug in de Overzichtsmatrix aan het begin van dit rapport.

Zeker in de huidige context, waarin de gemeente Haarlemmermeer voor een grote stadsuitbreiding staat, is dit zeer relevante informatie. In de Nota Schaalsprong Wonen (2018.0061852) staat dat het huidige voorzieningenniveau in de gemeente Haarlemmermeer goed voldoet, en dat de huidige voorzieningen naar verhouding van de groei van de gemeente moeten meegroeien. Daarom is in dit onderzoek ook gekeken naar het huidige bezit aan maatschappelijke voorzieningen in Haarlemmermeer en is dit meegewogen om tot een advies referentienorm te komen. Omdat landelijke kengetallen of referentienormen niet of nauwelijks voorkomen is gekozen voor een onderzoeksintensieve aanpak met drie vergelijkbare steekproefgemeenten. Hierbij moet worden opgemerkt dat met deze aanpak een benadering van de werkelijkheid wordt gegeven. Toch heeft het resulterende getal veel waarde gehad, omdat het in combinatie met ambtelijke beleidskennis tot een betrouwbare definitieve referentienorm heeft geleid.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 5

Methode Stipo’s rapportage uit 2019 en deze gezamenlijke rapportage van Springco Urban Analytics en Stipo gebruiken verschillende methodieken. De eerste ging uit van een theoretische benadering, waarin cijfers van brancheverenigingen, een voorzieningenmodel uit Amsterdam en een kennisbank Van Mensen Naar Meters gecombineerd zijn met beleid van de gemeente Haarlemmermeer. Door de werkelijke locaties en vierkante meters van voorzieningen te achterhalen in zowel de gemeente Haarlemmermeer als drie steekproefgemeenten, en hieruit een reële referentienorm te berekenen (praktische benadering), vult dit onderzoek de cijfers uit 2019 aan. In deze rapportage zijn allereerst drie steekproefgemeenten (Almere, Zaanstad en Zoetermeer) onder de loep genomen. De keuze voor deze evenals Haarlemmermeer polycentrische steekproefgemeenten wordt verder toegelicht in Bijlage 1. De verschillende voorzieningen werden door middel van bureauonderzoek (bv. Google Maps, OpenStreetMaps), beleidsanalyse (bv. subsidieregisters) en ‘web scrapes’ a in kaart gebracht. Vervolgens zijn voor alle gevonden voorzieningen de hoeveelheid vierkante meters op verschillende manieren berekend. Per locatie is gekozen voor de methode waarmee een zo accuraat mogelijke benadering van de werkelijke oppervlakte kon worden verkregen. De volgende methoden werden gebruikt: -

-

-

Zo kon in het geval van een gebouw met ‘dedicated space’ het aantal vierkante meters van Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) worden gehaald. Deze methode is alleen mogelijk als het verblijfsobject uitsluitend voor genoemde functie wordt gebruikt (bv. een gebouw dat alleen dienstdoet als fysiotherapiepraktijk en niet ook als sportschool). Omdat de BAG gebruiksoppervlakte aangeeft in plaats van bruto vloeroppervlakte (hierna BVO) zijn deze vierkante meters omgerekend naar BVO (zie Bijlage 2). Als er bij een verblijfsobject geen sprake was van ‘dedicated space’ zijn de getallen op de volgende twee manieren tot stand gekomen: o Indien er sprake was van standaardgroottes die konden worden afgeleid uit de vakliteratuur, is de grootte van gevonden locaties op deze manier worden ingevuld o Als standaardgrootte niet bekend was is gebruik gemaakt van het gemiddelde van de locaties mét ‘dedicated space’. In het geval van een erf (scouting, kinderboerderij, avonturenspeeltuin) is de hoeveelheid vierkante meters berekend op basis van satellietbeelden.

Voor sommige voorzieningen was al een referentienorm bekend uit 2019. De gevonden vierkante meters in steekproefgemeenten en/of de gemeente Haarlemmermeer maakt een vergelijking mogelijk. Dit is per voorziening beschreven in de duiding. Zichtbare verschillen zijn vaak het gevolg van specifieke beleidskeuzes in de desbetreffende gemeente, wat ook te zien is in de verschillen tussen de drie steekproefgemeenten onderling. Als een steekproefgemeente in een bepaalde categorie overduidelijk afweek van het normale patroon, is deze als ‘outlier’ bestempeld en niet opgenomen in de uiteindelijke berekening. In de meeste gevallen zien we echter – op enkele uitschieters na - dat veel getallen grotendeels overeenkomen.

a

De metrage van avonturenspeeltuin Jeugdland Nieuw-Vennep werd op basis van satellietbeelden bepaald

Een ‘web scrape’ is een computertechniek waarbij software wordt gebruikt om informatie van webpagina's (bv. landelijke branchecijfers) te extraheren.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 6

De getallen zijn op verzoek van de gemeente berekend per woning. Mocht de wens bestaan dit te vertalen naar een getal per bewoner dan kan dat met de gemiddelde woningbezetting van het jaar waarin het kengetal werd opgesteld (2,39 in 2019 en 2,43 in 2020).

Toelichting referentienormen Ruimte voor Meedoen

Ontmoetingsruimte (dorps- en wijkcentrum) Referentienorm

0,18m2 BVO per woning

Toelichting

In de landelijke Taxatiewijzer voor overheidsgebouwen hanteert VNG (2019) voor een ‘Dorpshuis, 1980 en ouder, traditionele bouw’ een bruto BVO van 600m² en voor een ‘Standaard wijk- en buurtcentrum, 1980 en ouder, traditionele bouw’ een BVO van 1.000m². Voor alternatieve archetypes van wijk- en buurtcentra gelden in de Taxatiewijzer andere vloeroppervlaktes.b In een eerder onderzoek naar de wijkonderneming, die Wijkplaats (2012) in opdracht van Bouwstenen voor Sociaal en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uitvoerde, wordt een BVO van 600m2 gehanteerd. Omdat deze standaard grootte in twee verschillende onderzoeken naar voren komt, wordt bij wijkcentra zonder ‘dedicated space’ uitgegaan van 600m2. Dat is bij 10 van de 56 gevonden buurtcentra het geval.

Bron steekproef

Locatiespecifiek: Zoetermeerwijzer, Sociale Kaart Flevoland, Subsidieregeling buurthuizen Zaanstad Generiek: Google Maps, Sociale Kaart Nederland

Berekening

In Almere zijn 24 locaties, met totaal BVO van 14.683m2. In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 14.683/85.977=0,171m2 per woning. In Zaanstad zijn 18 locaties, met totaal BVO van 13.294m2. In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 13.294/68.947=0,193m2 per woning. In Zoetermeer zijn 14 locaties, met totaal BVO van 4.661m2. In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 4.661/56.458=0,083m2 per woning. In de drie steekproefgemeenten zijn dit dus 56 locaties, met een BVO van 32.638m2. In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 32.638/211.382=0,154m2 per woning. In Haarlemmermeer zijn 28 locaties, met totaal BVO 13.015m2. In totaal zijn er 64.195 woningen. Dit betekent 13.015/64.195=0,203m2 per woning.

b

Voor ‘Dorpshuis, 1980 en ouder, traditionele bouw’ geldt 600m², voor ‘Wijkbuurtcentrum, 1981 t/m 2000, multifunctionele accommodatie’ en ‘Wijkbuurtcentrum, 2001 en nieuwer, modern’ geldt beide ook 1000m², voor ‘Wijkbuurtcentrum, 1981 t/m 2000, standaard’ geldt 1500m², en voor ‘Wijkbuurtcentrum, 2001 en nieuwer, multifunctionele accommodatie’ geldt 2000m² (VNG, 2019).

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 7

In totaal zijn dit dus 84 locaties, met een BVO van 45.653m2. In totaal zijn er 275.577 woningen. Dit betekent 45.653/275.577=0,166m2 per woning. Omdat de gevonden hoeveelheid vierkante meters in de gemeente Zoetermeer significant afwijkt van de resterende gemeenten en deze gemeente een ander beleid aangaande buurthuizen lijkt te hanteren, adviseren Stipo en Springco deze gemeente niet op te nemen in de benchmark. In Almere, Zaanstad en Haarlemmermeer zijn in totaal 70 locaties, met een BVO van 40.992m2. In totaal zijn er 219.119 woningen. Dit betekent 40.992/219.119=0,187m2 per woning. Duiding en advies vervolgkeuze

• •

•

•

•

•

•

Dit cijfer is sterk afhankelijk van het lokaal beleid. In 2005 is er een landelijk kengetal opgezet door de VU van 0,1 buurtcentrum per 1.000 inwoners. Met de grootte van 600 m2 per ontmoetingsruimte en verrekend naar een getal per woning betekent dit voor Haarlemmermeer 0,146m2 per woning (600m2 per 10.000 inwoners en een woonbezetting van 2,43 inwoners per woning. 600/10.000=0,06m2 per inwoner. 0,06x2,43=0,1458 m2 per woning). De uitkomst van Stipo’s onderzoek in 2019 was 0,29m2 per woning, dat betekent bij een woningbezetting van 2,39 in 2019 dan 0,12m2 per inwoner (0,29/2,39). Bij de berekening is gekeken naar de meest overeenkomende huidige norm van de Haarlemmermeer ‘Sociaalcultureel werk (wijkcentra/dorpshuizen)’ waarbij 240m2 per 1000 inwoners wordt gehanteerd op niveau van kleine kern en 120m2 per 1000 inwoners op wijk/gemeente niveau. Dat staat gelijk aan: 240/1000*2,39 = 0,57m2 per woning en 120/1000*2,39 = 0,29m2 per woning. Uit de trends blijkt dat buurthuizen in functionaliteit een verrijking ondergaan (zorg, dagbesteding, activiteiten), waardoor het ons advies is om niet te besparen op deze voorziening. Door ruimte voor aanvullende functies vast te stellen in deze norm, kan dat effect hebben op bijvoorbeeld voorziening laagdrempelige dagbesteding.

Voor het cijfer van 0,29 m2 per woning uit 2019 is door Stipo de toen bestaande norm van de gemeente Haarlemmermeer als uitgangspunt genomen. Die norm stamt uit 2010. Sindsdien is er veel veranderd in de buurthuizen. Van de bandbreedte in die norm heeft Stipo daarom in 2019 het lage cijfer genomen vanwege de trend meer combinaties op te zoeken met andere maatschappelijke gebouwen. Dat lage cijfer is vertaald naar een cijfer per woning. In alle drie steekproefgemeenten in het huidige onderzoek ligt de gevonden oppervlakte lager dan de lage norm van de gemeente Haarlemmermeer zelf. Op basis van de steekproefgemeenten is ook een woonmilieu-specifieke berekening gemaakt (zie Bijlage 1b). Zoetermeer is van de drie steekproefgemeente zeer laag, en dat haalt het gemiddelde van 0,154 fors omlaag. Vandaar dat Stipo en Springco adviseren deze gemeente niet op te nemen in de benchmark. Gezien de lage oppervlakte van Zoetermeer het gevolg van gemeentelijk beleid lijkt en deze gemeente daarom niet wordt meegenomen in de benchmark, en na gesprekken met beleidsadviseurs en analyse van beleidsstukken in de Haarlemmermeer, adviseren Stipo en Springco een referentienorm van 0,18m2 per woning.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 8

Ruimte voor ontmoeten en welzijn

Jongerencentrum Referentienorm

0,02m2 BVO per woning

Toelichting

Voor het oppervlak per jongerencentrum zijn geen landelijke statistieken of referentienormen beschikbaar. In Stipo’s Kennisbank Voorzieningenscan (2012) is daarom indicatief uitgegaan van 600m² voor ‘jongerencentra/poppodia’. Op basis van de case study van jongerencentra in de Taxatiewijzer Overheidsgebouwen van VNG (2019) kan een standaardgrootte van BVO van 350 m2 worden afgeleid. In het licht van de daadwerkelijke vloeroppervlakte van gevonden jongerencentra in de drie steekproefgemeenten is die laatste standaardgrootte de meest logische keuze. Daarom wordt bij jongerencentra zonder ‘dedicated space’ uitgegaan van een BVO van 350m2. Dat is bij 3 van de 13 gevonden jongerencentra het geval.

Bron steekproef

Locatiespecifiek: Zoetermeerwijzer, Sociale Kaart Flevoland Generiek: Google Maps, Sociale Kaart Nederland

Berekening

In Almere zijn 6 locaties, met totaal BVO van 1.451m2. In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 1.451/85.977=0,017m2 per woning. In Zaanstad is 1 locatie, met totaal BVO van 232m2. In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 232/68.947=0,003m2 per woning. In Zoetermeer zijn 3 locaties, met totaal BVO van 666m2. In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 666/56.458=0,012m2 per woning. In de drie steekproefgemeenten zijn dit dus 10 locaties, met een BVO van 2.349m2. In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 2.349/211.382=0,011m2 per woning. In Haarlemmermeer zijn 6 locaties, met totaal BVO van 1.624m2. In 2020 had Haarlemmermeer 64.195 woningen. Dit betekent 1.624/64.195=0,025m2 per woning. In totaal zijn dit dus 16 locaties, met een BVO van 3.973m2. In totaal zijn er 275.577 woningen. Dit betekent 3.973/275.577=0,014m2 per woning. Omdat de gevonden hoeveelheid vierkante meters in de gemeente Zaanstad significant afwijkt van de resterende gemeenten en deze gemeente een ander beleid aangaande jongerencentra hanteert, adviseren Stipo en Springco deze gemeente niet op te nemen in de benchmark. In Almere, Zoetermeer en Haarlemmermeer zijn in totaal 15 locaties, met een BVO van 3.141m2. In totaal zijn er 206.630 woningen. Dit betekent 3.141/206.630=0,015m2 per woning.

Duiding en advies vervolgkeuze

• •

•

Dit cijfer is sterk afhankelijk van het lokaal beleid. Zaanstad is van de drie steekproefgemeente zeer laag, maar hanteert ook ander beleid. Dit haalt het gemiddelde van omlaag. Vandaar dat Stipo en Springco adviseren deze gemeente niet op te nemen in de benchmark. In 2005 is er een landelijk kengetal door de VU opgesteld van 0,1 jongerencentrum per 1.000 inwoners. Met de grootte van 350m 2 per

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 9

•

•

jongerencentrum en verrekend naar een getal per woning betekent dit 0,085m2 per woning (woonbezetting van 2,43 inwoners per woning in 2020 en 350/10.000 en 2,43x0,035=0,085). In 2009 was er een norm van 1 sociaal-culturele accommodatie specifiek voor jongeren wanneer er in een kern 3.500 12 t/m 23 jarigen woonden (deze norm bevatte geen metrage). In het voorzieningenkader uit 2010 stond 160m2 per 1.000 12-18 jarigen met een minimum van 40 m2. We adviseren op grond van het landelijk kengetal en de gemeentelijke beleidsdoelen van de gemeente Haarlemmermeer om de uitkomst uit de steekproefgemeenten naar boven op te schroeven. Stipo en Springco komen dan uit op 0,02m2 per woning als referentienorm.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 10

Ruimte voor cultuur

Bibliotheek Referentienorm

0,12m2 BVO per woning

Toelichting

Er wordt geen gebruik gemaakt van de standaardgrootte uit de Taxatiewijzer Cultuur van VNG (2019), omdat hierin slechts één getal (BVO van 1500 m2) wordt gehanteerd. Dit sluit niet aan bij het divergente karakter van hoofd- en nevenvestigingen. In een onderzoek van VNG (2011) naar het subsidiebeleid van openbare bibliotheken wordt expliciet verwezen naar een APE-onderzoek uit 2007 waarin de groottes van vestigingen zijn onderzocht. Hierin komt naar voren dat in gemeenten met tussen de 100.00 en 150.000 inwoners (Zoetermeer) een hoofdvestiging circa 3500m2 en een nevenvestiging circa 1500m2 beslaat. Voor gemeenten met meer dan 150.000 inwoners (Almere, Zaanstad) geldt dat een hoofdvestiging circa 4500m2 en een nevenvestiging circa 2250m2 beslaat. Hierbij moet worden opgemerkt dat deze oppervlakten slechts indicatief zijn. Van de 9 bibliotheken uit de steekproef zijn er 2 op deze manier worden ingevuld, bij de overige 7 was sprake van ‘dedicated space’. Binnen deze referentienorm zijn alleen openbare bibliotheken die voor iedereen toegankelijk zijn meegenomen, en dus geen bibliotheken die alleen voor een bepaalde doelgroep (bijvoorbeeld schoolkinderen) zijn bestemd.

Bron steekproef

Generiek: Google Maps, Vereniging van Openbare Bibliotheken

Berekening

In Almere zijn 4 bibliotheken, met totaal BVO van 13.664m2. In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 13.664/85.977=0,159m2 per woning. In Zaanstad zijn 2 bibliotheken, met totaal BVO van 3.987m2. In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 3.987/68.947=0,058m2 per woning. In Zoetermeer zijn 3 bibliotheken, met totaal BVO van 4.564m2. In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 4.564/56.458=0,081m2 per woning. In de drie steekproefgemeenten zijn dit dus 9 bibliotheken, met een BVO van 22.216m2. In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 22.216/211.382=0,105m2 per woning. In Haarlemmermeer zijn 6 bibliotheken, met totaal BVO van 9.272m2. In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Dit betekent 9.272/64.195=0,144m2 per woning. In totaal zijn dit dus 15 bibliotheken, met een BVO van 31.488m2. In totaal zijn er 275.577 woningen. Dit betekent 31.488/275.577=0,114m2 per woning. Omdat de gemeenten Zaanstad in haar beleid aangaande bibliotheken significant afwijkt van de resterende gemeenten, adviseren Stipo en Springco deze gemeente niet op te nemen in de benchmark. In Almere, Zoetermeer en Haarlemmermeer zijn in totaal 13 bibliotheken, met een BVO van 27.500m2. In totaal zijn er 206.630 woningen. Dit betekent 27.500/206.630=0,133m2 per woning.

Duiding en advies vervolgkeuze

• •

Er is geen zuiver landelijk getal voor bibliotheken. De steekproefgemeenten laten grote verschillen zien. Het gat tussen Zaanstad met een relatief laag getal en Almere met een relatief hoog getal

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 11

• •

•

•

is groot. Op basis van de drie steekproefgemeenten is ook een woonmilieuspecifieke berekening gemaakt, die ook grote verschillen toont (zie Bijlage 1b). Dit cijfer is sterk afhankelijk van het lokaal beleid. Stipo en Springco hebben uitgebreide data-analyse uitgevoerd om tot een advies voor bibliotheken te komen. Op basis van het huidige aantal huishoudens woonachtig in de gemeente Haarlemmermeer, en een reisafstand van 1,25-4km (geldt voor 80% van de Nederlanders) lijkt een aantal van drie tot acht (hoofd- of neven)vestigingen een passend gemeentelijk streven voor bibliotheken. Zaanstad heeft van de drie steekproefgemeenten een significant lagere oppervlakte, wat het gemiddelde fors omlaag haalt. Omdat de gemeente Zaanstad een wezenlijk ander beleid voert op het gebied van bibliotheken adviseren Stipo en Springco de gemeente niet op te nemen in de benchmark. We adviseren op basis van correspondentie met beleidsadviseurs om voor de referentienorm uit te gaan van 0,12m2 per woning, wat aansluit bij het gemiddelde van alle vier gemeenten.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 12

Ruimte voor cultuur

Atelier & Expositieruimte Referentienorm

0,033m2 BVO per woning

Toelichting standaardgrootte

Voor het oppervlak per atelier of expositieruimte zijn geen landelijke statistieken of referentienormen beschikbaar. Daarom worden de missende oppervlaktes in de drie steekproefgemeenten ingevuld door het gemiddelde van de locaties met ‘dedicated space’ te berekenen. Voor deze locaties geldt op basis van informatie uit de BAG (geconverteerd van GO naar BVO, zie Bijlage 2) een gemiddelde BVO van 500m2. Van de 12 locaties uit de steekproef moesten er 4 op deze manier worden ingevuld, en een bureauonderzoek op Google Maps kan bevestigen dat deze schatting voor de gevonden locaties accuraat is.

Bron steekproef

Locatiespecifiek: Cultuurplan Almere, Cultuurfonds Almere, Toekomstagenda Cultuur Zaanstad, Subsidiekader Zoetermeer, Cultuurfonds Zoetermeer Generiek: Subsidieregisters, Google Maps

Berekening

In Almere zijn 7 (deels) gesubsidieerde locaties met ateliers/expositieruimten, met totaal BVO van 2.141m2. In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 2.141/85.977=0,025m2 per woning. In Zaanstad zijn 4 (deels) gesubsidieerde locaties met ateliers/expositieruimten, met totaal BVO van 2.227m2. In 2020 had de stad 68.947 woningen. Dit betekent 2.227/68.947=0,032m2 per woning. In Zoetermeer zijn 2 (deels) gesubsidieerd locaties met ateliers/expositieruimten, met totaal BVO van 2.613m2. In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 2.613/56.458=0,046m2 per woning. In de drie steekproefgemeenten zijn dit dus 13 (deels) gesubsidieerde ateliers/expositieruimten, met een BVO van 6.982m2. In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 6.982/211.382=0,033m2 per woning. In Haarlemmermeer zijn 4 ateliers, met totaal BVO van 1.335m2. In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Dit betekent 1.335/64.195=0,021m2 per woning.c In totaal zijn dit dus 17 ateliers, met een BVO van 8.317m2. In totaal zijn er 275.577 woningen. Dit betekent 8.317/275.577=0,030m2 per woning.

Duiding en advies vervolgactie

• • • •

c

Er bestaat voor ateliers geen landelijke referentienorm. De gemiddelde oppervlakte bij de drie steekproefgemeenten ligt dicht bij elkaar. Dit cijfer is sterk afhankelijk van het lokaal beleid. We adviseren als referentienorm het gemiddelde van de drie steekproefgemeenten te nemen, wat neerkomt op 0,033m2 per woning.

De vierkante meters van ateliers in het Kunstfort Vijfhuizen en Fort Hoofddorp missen in deze berekening

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 13

Ruimte voor cultuur

Cultuureducatie Referentienorm

0,10m2 BVO per woning

Toelichting standaardgrootte

Voor het oppervlak per locatie voor cultuureducatie zijn geen landelijke statistieken of referentienormen beschikbaar. De brancheorganisatie LKCA geeft slechts een overzicht van de aangesloten organisaties, en hierin mist een groot deel van de gesubsidieerde instellingen voor cultuureducatie in de drie steekproefgemeenten. Daarom worden de missende oppervlaktes ingevuld door het gemiddelde van de locaties met ‘dedicated space’ te berekenen. Voor deze locaties geldt op basis van informatie uit de BAG een gemiddelde BVO van 2.050m2. Van de 8 locaties uit de steekproef moesten er 3 in Almere op deze manier worden ingevuld, en een bureauonderzoek op Google Maps kan bevestigen dat deze schatting van de drie Almeerse locaties accuraat is.

Bron steekproef

Locatiespecifiek: Cultuurplan Almere, Cultuurfonds Almere, Toekomstagenda Cultuur Zaanstad, Subsidiekader Zoetermeer, Cultuurfonds Zoetermeer Generiek: Google Maps, Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst

Berekening

In Almere zijn 4 locaties bestemd voor cultuureducatie, met totaal BVO van 7.387m2. In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 7.387/85.977=0,086m2 per woning. In Zaanstad zijn 3 locaties bestemd voor cultuureducatie, met totaal BVO van 3.093m2. In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 3.093/68.947=0,045m2 per woning. In Zoetermeer is 1 locatie bestemd voor cultuureducatie, met totaal BVO van 4.289m2. In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 4.289/56.458=0,076m2 per woning. In de drie steekproefgemeenten zijn dit dus 8 locaties bestemd voor cultuureducatie, met een BVO van 14.769m2. In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 14.769/211.382=0,070m2 per woning. In Haarlemmermeer zijn 2 locaties bestemd voor cultuureducatie met totaal BVO van 7.937m2. In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Dit betekent 7.937/64.195=0,124m2 per woning. In totaal zijn dit dus 10 locaties bestemd voor cultuureducatie, met een BVO van 22.706m2. In totaal zijn er 275.577 woningen. Dit betekent 22.706/275.577=0,082m2 per woning. Omdat de gemeente Zaanstad significant afwijkt van de resterende gemeenten wordt geadviseerd deze niet op te nemen in de benchmark. In Almere, Zoetermeer en Haarlemmermeer zijn in totaal 7 locaties bestemd voor cultuureducatie, met een BVO van 19.613m2. In totaal zijn er 206.630 woningen. Dit betekent 19.613/206.630=0,095m2 per woning.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 14

Duiding en advies vervolgactie

• •

•

• •

Er is voor cultuureducatie geen betrouwbare landelijke referentienorm voorhanden. Er zijn grote verschillen tussen de daadwerkelijk aangetroffen oppervlaktes in de drie steekproefgemeenten, met Zaanstad als gemeente met een laag cijfer en Zoetermeer met een hoog cijfer. Op basis van de drie steekproefgemeenten is ook een woonmilieuspecifieke berekening gemaakt, die ook grote verschillen toont (zie Bijlage 1b). Dit cijfer is sterk afhankelijk van het lokaal beleid. Daarom adviseren wij de gemeente Zaanstad niet op te nemen in de benchmark, wat betekent dat het gemiddelde van Almere, Zoetermeer en Haarlemmermeer een afgeronde referentienorm van 0,10m2 per woning oplevert.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 15

Ruimte voor cultuur

Podia Referentienorm

0,17m2 BVO per woning

Toelichting standaardgrootte

VNG (2019) maakt in de Taxatiewijzer Cultuur onderscheid tussen schouwburgen, concertzalen en theaters die gebouwd zijn vóór 1986 (BVO van 2500 m2) en daarna (BVO van 10.000 m2). Van de acht accommodaties uit de steekproef werd alleen het KAF in Almere ingevuld volgens een standaard metrage. Omdat het een multifunctioneel gebouw uit 2006 betreft is de laatste standaard grootte van 10.000 m2 overgenomen, wat na een bureauonderzoek een geschikte benadering voor dit specifieke gebouw lijkt. Bij de overige zeven schouwburgen en poppodia was sprake van ‘dedicated space’.

Bron steekproef

Locatiespecifiek: Nota Cultuurbeleid Almere, Cultuurfonds Almere, Toekomstagenda Cultuur Zaanstad, Subsidiekader Zoetermeer, Cultuurfonds Zoetermeer Generiek: Google Maps, Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties

Berekening

In Almere zijn 4 podia, met totaal BVO van 13.710m2. In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 13.710/85.977=0,159m2 per woning. In Zaanstad zijn 3 podia, met totaal BVO van 13.639m2. In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 13.639/68.947=0,198m2 per woning. In Zoetermeer zijn 2 podia, met totaal BVO van 8.283m2. In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 8.283/56.458=0,147m2 per woning. In totaal zijn dit dus 9 podia, met een BVO van 35.632m2. In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 35.632/211.382=0,169m2 per woning. In Haarlemmermeer zijn 5 podia totaal BVO van 10.173m2. In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Dit betekent 10.173/64.195=0,158m2 per woning. Dus als Haarlemmermeer hieraan wordt toegevoegd betekent dit een totaal van 14 ruimtes, met een BVO van 45.805m2 2. In totaal zijn er 275.577 woningen. Dit betekent 45.805/275.577=0,166m2 per woning.

Duiding en advies vervolgkeuze

• •

Voor podia is geen betrouwbare landelijke referentienorm per woning beschikbaar. De gemeten verschillen in oppervlaktes tussen de drie steekproefgemeenten en Haarlemmermeer vallen relatief mee, en daarom adviseren we om het gemiddelde van de vier gemeenten als referentienorm te kiezen, wat afgerond 0,17m2 BVO per woning zou betekenen.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 16

Ruimte voor recreatie, groen en ontspanning

Scoutings Referentienorm

0,28m2 perceel of 0,033m2 BVO scoutinggebouw per woning

Toelichting standaardgrootte

In haar richtlijnen gebruikt Scouting Nederland (2020) drie indicatieve scoutinggebouwen die verschillen van grootte.d Omdat het niet te achterhalen is hoeveel groepsruimten de scoutinggebouwen in de vier steekproefgemeenten hebben wordt de standaardgrootte van het middelgrote gebouw genomen als leidraad. Dit levert een BVO van 428m2 per scoutinggebouw op, die bij 5 van de 15 gevonden locaties op deze manier is ingevuld. Om de oppervlakte van het perceel te achterhalen zijn satellietbeelden van de 21 locaties nader bekeken, indien er sprake was van een omliggend perceel.

Bron steekproef

Scouting Nederland, Google Maps

Berekening

In Almere zijn 7 scoutings, met 2.889m2 BVO voor de gebouwen en 24.790m2 voor de percelen. In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent een BVO van 2.889/85.977=0,039m2 gebouw per woning en 0,288m2 perceel per woning. In Zaanstad zijn 4 scoutings, met 2.181m2 BVO voor de gebouwen en 9.115m2 voor de percelen. In 2020 had de gemeente 68.947 woningen Dit betekent een BVO van 2.181/68.947=0,032m2 gebouw per woning en 0,132m2 perceel per woning. In Zoetermeer zijn 4 scoutings, met 1.395m2 BVO voor de gebouwen en 14.119m2 voor de percelen. In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent een BVO van 1.395/56.458=0,025m2 gebouw per woning en 0,250m2 perceel per woning. In de drie steekproefgemeenten zijn 15 scoutings, met 6.465m2 BVO voor de gebouwen en 48.024m2 voor de percelen. In totaal zijn er in deze gemeenten 211.382 woningen. Dit betekent 6.465/211.382=0,031m2 gebouw per woning, en 48.024/211.382=0,227m2 perceel per woning. In Haarlemmermeer zijn 6 scoutings, met 2.282m2 BVO voor de gebouwen en 20.920m2 voor de percelen. In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Dit betekent een BVO van 2.282/64.195=0,036m2 gebouw per woning en 20.920/64.195=0,326m2 perceel per woning. In totaal zijn dit dus 21 scoutings, met 8.747m2 BVO voor de gebouwen en 68.944m2 voor de percelen. In totaal zijn er 275.577 woningen.

Dit betekent 8.747/275.577=0,032m2 gebouw per woning, en 68.944/275.577=0,250m2 perceel per woning.

Duiding en advies vervolgactie

• •

d

Er is voor scouting geen betrouwbare landelijke referentienorm per woning beschikbaar. Deze referentienorm is sterk afhankelijk van het lokaal beleid.

Een ‘gebouw met 3 groepsruimten die geschikt zijn voor 115 personen’ heeft een BVO van 344m2, een ‘gebouw met 4 groepsruimten die geschikt zijn voor 155 personen’ heeft een BVO van 428m2, een ‘gebouw met 5 groepsruimten die geschikt zijn voor 192 personen’ is heeft een BVO van 580m2 (Scouting Nederland, 2020).

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 17

•

•

•

Het gemiddelde van de drie steekproefgemeenten, en ook de hoogste oppervlakte per woning van die drie valt lager uit dan de huidige oppervlakte in de Haarlemmermeer. We adviseren op basis van het beleid van Haarlemmermeer qua referentienorm tussen de huidige aanwezige meters in Haarlemmermeer en de situatie in de drie steekproefgemeenten te gaan zitten. De referentienorm komt dan uit op 0,28m2 perceel per woning en 0,033m2 gebouw. Hierbij moet worden opgemerkt dat de berekende percelen niet altijd gebaseerd zijn op het formele eigendom van de scoutingvereniging, maar soms ook op een natuurlijke grens van het perceel die is opgemerkt op basis van satellietbeelden. Dit is een enigszins arbitraire grens, en daarom wordt een ruime afwijking van deze norm door Stipo en Springco acceptabel geacht.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 18

Ruimte voor recreatie, groen en ontspanning

Avonturenspeeltuinen en Speeltuinverenigingen Referentienorm

0,50m2 per woning

Toelichting standaardgrootte

De avonturenspeeltuin(vereniging)en met betaalde entree zijn gevonden door een uitgebreid bureauonderzoek. Omdat een kenmerk van een avonturenspeeltuin is dat het kind opgaat in de natuur, is de scheidslijn tussen bos en speeltuin vaak onzichtbaar. Dat maakte het bepalen van de oppervlakte op basis van satellietbeelden soms lastig. De gemiddelde oppervlakte van een avonturenspeeltuin(vereniging) is 6.440m2.

Bron steekproef

Locatiespecifiek: Speelruimtebeleidsplan Gemeente Zaanstad, Zoetermeer Actief, Kidsproof Flevoland Generiek: Google Maps, OpenStreetMap, Measure Map Online

Berekening

In Almere zijn 3 avonturenspeeltuin(vereniging)en, met een BVO van 33.647m2. In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 33.647/85.977=0,391m2 per woning. In Zaanstad zijn 6 avonturenspeeltuin(vereniging)en, met een BVO van 28.577m2. In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 28.577/68.947=0,414m2 per woning. In Zoetermeer zijn 3 avonturenspeeltuin(vereniging)en, met een BVO van 12.016m2. In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 12.016/56.458=0,213m2 per woning. In de drie steekproefgemeenten zijn 12 avonturenspeeltuin(vereniging)en, met een BVO van 74.240m2. In totaal zijn er in deze gemeenten 211.382 woningen. Dit betekent 74.240/211.382=0,351m2 per woning. In Haarlemmermeer zijn 4 avonturenspeeltuin(vereniging)en, met een BVO van 41.973m2. In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Dit betekent een BVO van 41.973/64.195=0,654m2 per woning. In totaal zijn dit dus 16 avonturenspeeltuin(vereniging)en, met een BVO van 116.213m2. In totaal zijn er 275.577 woningen. Dit betekent 116.213/275.577=0,422m2 per woning.

Duiding en advies vervolgstap

•

• • •

Er is voor avonturenspeeltuinen en speeltuinverenigingen geen betrouwbare landelijke referentienorm per woning beschikbaar. De NUSO voorziet niet in een norm voor deze specifieke categorie. De referentienorm is sterk afhankelijk van het lokaal beleid. De verschillen tussen de drie steekproefgemeenten zijn groot, maar de gevonden oppervlakte in de Haarlemmermeer is nog veel groter. We adviseren op basis van het beleid van Haarlemmermeer qua referentienorm tussen de huidige aanwezige meters in Haarlemmermeer en de situatie in de drie steekproefgemeenten te gaan zitten. De referentienorm komt uit op 0,50m2 per woning.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 19

Ruimte voor recreatie, groen en ontspanning

Kinderboerderijen Referentienorm

0,51m2 erf per woning

Toelichting standaardgrootte

De kinderboerderijen zijn gevonden door middel van een ‘web scrape’ van OpenStreetMap (2020). Sommige locaties staan in deze database slechts vermeld met de coördinaten in plaats van als polygoon, en daarom kon de erfoppervlakte niet automatisch worden gedetecteerd. Deze missende getallen zijn ingevuld op basis van de satellietbeelden in 12 van de 15 gevallen. Het gemiddelde erf heeft een oppervlakte van 8.920m2. Het VNG (2019) hanteert in de Taxatiewijzer voor kinderboerderijen verschillende BVO-kengetallen voor de gebouwen op het erf (stallen, nachtverblijven, volières, etc.), maar omdat de oppervlakte van het erf relevanter is voor de gemeente zijn deze niet gebruikt.

Bron steekproef

Generiek: Google Maps, OpenStreetMap

Berekening

In Almere zijn 3 kinderboerderijen, waarvan de erven optellen tot een oppervlakte van 15.796m2. In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 15.796/85.977=0,184m2 per woning. In Zaanstad zijn 5 kinderboerderijen, waarvan de erven optellen tot een oppervlakte van 36.464m2. In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 36.464/68.947=0,529m2 per woning. In Zoetermeer zijn 3 kinderboerderijen, waarvan de erven optellen tot een oppervlakte van 49.870m2. In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 49.870/56.458=0,883m2 per woning. In de drie steekproefgemeenten zijn 11 kinderboerderijen, waarvan de erven optellen tot een oppervlakte van 102.130m2. In totaal zijn er in deze gemeenten 211.382 woningen. Dit betekent 102.130/211.382=0,483m2 per woning. In Haarlemmermeer zijn 4 kinderboerderijen, waarvan de erven optellen tot een oppervlakte van 31.669m2. In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Dit betekent een BVO van 31.669/64.195=0,493m2 per woning. In totaal zijn dit dus 15 kinderboerderijen, waarvan de erven optellen tot een oppervlakte van 133.799m2. In totaal zijn er 275.577 woningen. Dit betekent 133.799/275.577=0,486m2 per woning. Omdat de gemeente Almere significant afwijkt naar beneden en de gemeente Zoetermeer naar boven in vergelijking met de resterende gemeenten wordt geadviseerd beide niet op te nemen in de benchmark.

In Zaanstad en Haarlemmermeer zijn in totaal 9 kinderboerderijen, waarvan de erven optellen tot een oppervlakte van 68.133m2. In totaal zijn hier 133.142 woningen. Dit betekent 68.133m2/133.142=0,512m2 per woning.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 20

Duiding en advies vervolgstap

• • • • •

Er is voor kinderboerderijen geen betrouwbare landelijke referentienorm per woning beschikbaar. De SKN voorziet hier niet in. De referentienorm is sterk afhankelijk van het lokaal beleid. De verschillen tussen de drie steekproefgemeenten zijn zeer groot. De gemeentes Almere en Zoetermeer wijken significant af. Amsterdam hanteert een norm van 0,175m2 erf per woning, maar is een veel dichter bebouwde gemeente met veel minder open ruimte. Omdat de oppervlakte van kinderboerderijen in Almere en Zoetermeer dusdanig verschilt van de resterende gemeenten, kan worden uitgegaan van een wezenlijk ander beleid in deze twee gemeenten. Daarom worden zij niet opgenomen in de benchmark, en komt de referentienorm afgerond uit op 0,51m2 per woning.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 21

Ruimte voor recreatie, groen en ontspanning

Volkstuinen Referentienorm

2,68m2 BVO per woning (Landelijk: 3,19m2 BVO per woninge)

Toelichting standaardgrootte

De volkstuinen zijn gevonden door middel van een ‘web scrape’ van OpenStreetMap (2020). Hierin zijn geen natuurtuinen en private tuinen opgenomen, maar alleen de door de gemeente gefaciliteerde volkstuin voor recreatief gebruik. Omdat bij alle 49 gevonden volkstuinen de oppervlakte gedetecteerd is hoeft er voor deze norm geen standaardgrootte worden gebruikt. De gemiddelde volkstuin in de vier steekproefgemeenten heeft een BVO van 17.597m2, wat hoger ligt dan het landelijk gemiddelde (BVO van circa 12.000m2). Dat wordt mede veroorzaakt door de aanwezigheid van de Waterlandse Tuinen in Almere, met 296.099m2 één van de grootste volkstuincomplexen van Nederland. Voor een overzicht van de volkstuinen in heel Nederland (die zichtbaar zijn in OpenStreetMap) is een extra tabblad toegevoegd aan de spreadsheet. Omdat alle oppervlakten bekend zijn is bij 0 van de 60 volkstuinen een standaard grootte ingevuld.

Bron steekproef

Generiek: Google Maps, OpenStreetMap

Berekening

In Almere zijn 22 tuincomplexen, met een BVO van 564.676m2. In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 564.676/85.977=6,568m2 per woning. In Zaanstad zijn 17 tuincomplexen, met een BVO van 257.705m 2. In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 257.705/68.947=3,738m2 per woning. In Zoetermeer zijn 10 tuincomplexen, met een BVO van 100.379m 2. In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 100.379/56.458=1,778m2 per woning. In de drie steekproefgemeenten zijn 49 tuincomplexen, met een BVO van 922.760m2. In totaal zijn er in deze gemeenten 211.382 woningen. Dit betekent 922.760/211.382=4,365m2 per woning. In Haarlemmermeer zijn 11 tuincomplexen, met een BVO van 150.663m2. In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Dit betekent een BVO van 150.663/64.195=2,347m2 per woning. In totaal zijn dit dus 60 tuincomplexen, met een BVO van 1.073.423m2. In totaal zijn er 275.577 woningen. Dit betekent 1.073.423/275.577=3,895m2 per woning. Omdat de gemeente Almere, zoals aangegeven in de toelichting, met de Waterlandse Tuinen het gemiddelde zwaar omhoog trekt, adviseren wij deze gemeente niet op te nemen in de benchmark. In Zaanstad, Zoetermeer en Haarlemmermeer zijn in totaal 38 tuincomplexen, met een BVO 508.747m2. In totaal zijn er 189.600 woningen. Dit betekent 508.747/189.600=2,683m2 per woning.

e

Op basis van het gemiddelde van alle gemeenten mét volkstuinen. Zie het tabblad ‘Volkstuinen landelijk’ in de spreadsheet.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 22

Duiding en advies vervolgstap

• • •

•

Er is voor volkstuinen geen betrouwbare landelijke referentienorm per woning beschikbaar. De referentienorm is sterk afhankelijk van het lokaal beleid. De verschillen tussen de drie steekproefgemeenten zijn groot, met Almere als uitschieter vanwege de aanwezigheid van een uitzonderlijk groot volkstuinencomplex. We adviseren daarom de gemeente Almere niet op te nemen in de benchmark, en als referentienorm het gemiddelde van Zaanstad, Zoetermeer en Haarlemmermeer (2,69m2 per woning) te nemen.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 23

Ruimte voor recreatie, groen en ontspanning

Natuureducatie (gebouw) Referentienorm

0,012m2 BVO per woning

Toelichting standaardgrootte

Voor de oppervlakte per gebouw bestemd voor natuureducatie zijn geen landelijke statistieken of referentienormen beschikbaar. De brancheorganisatie (IVN) geeft slechts een overzicht van de aangesloten organisaties. De gesubsidieerde organisaties die natuureducatie verzorgen in de vier steekproefgemeenten worden vaak vanuit huis geleid door vrijwilligers. In die gevallen is het moeilijk een standaard grootte toe te wijzen. In het geval van een ‘belevingstuin’ is gekozen alleen de BVO van bijbehorende gebouwen op te nemen, omdat de grote metrages van deze tuinen anders een vertekenend beeld zouden geven. Toch zijn er zeven locaties gevonden die zich specifiek richten op natuureducatie, waarvan er één geen ‘dedicated space’ heeft. Omdat voor de resterende vier locaties op basis van informatie uit de BAG een gemiddelde BVO van 454m2 geldt is de ontbrekende oppervlakte met dat getal ingevuld.

Bron steekproef

Locatiespecifiek: Stad & Natuur Almere Generiek: Google Maps, OpenStreetMap, NME Gids, IVN

Berekening

In Almere zijn 3 locaties bestemd voor natuureducatie, met een BVO van 1.248m 2. In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 1.248/85.977=0,015m2 per woning. In Zaanstad is 1 locatie bestemd voor natuureducatie, met een BVO van 478m 2. In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 478/68.947=0,007m2 per woning. In Zoetermeer is 1 locatie bestemd voor natuureducatie, met een BVO van 454m2. In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 454/56.458=0,008m2 per woning. In de drie steekproefgemeenten zijn 5 locaties bestemd voor natuureducatie, met een BVO van 2.180m2. In totaal zijn er in deze gemeenten 211.382 woningen. Dit betekent 2.180/211.382=0,010m2 per woning. In Haarlemmermeer zijn 2 locaties bestemd voor natuureducatie, met een BVO van 996m2. In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Dit betekent een BVO van 996/64.195=0,016m2 per woning. In totaal zijn dit dus 7 locaties bestemd voor natuureducatie, met een BVO van 3.176m2. In totaal zijn er 275.577 woningen. Dit betekent 3.176/275.577=0,012m2 per woning.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 24

Duiding en advies vervolgstap

• • •

•

Er is voor natuureducatie geen betrouwbare landelijke referentienorm per woning beschikbaar. De referentienorm is sterk afhankelijk van het lokaal beleid. De verschillen tussen de vier gemeenten zijn groot: Zaanstad en Zoetermeer hebben de helft van de oppervlakte van Almere en Haarlemmermeer. We adviseren daarom om op basis van het eigen beleid een keuze te maken voor een definitieve referentienorm, waarin wij het gemiddelde van 0,012 m2 van de vier gemeenten adviseren.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 25

Ruimte voor zorg en gezondheid | Eerstelijnszorg

Eerstelijns (basis) GGZ Referentienorm

0,009m2 per woning, waarbij gebruik is gemaakt van een standaardgrootte

Standaardgrootte

26m2 BVO per FTE

Bron standaardgrootte

Capaciteitsorgaan (2018). Capaciteitsplan 2020-2024 Beroepen Geestelijke Gezondheid. Nederlandse Zorgautoriteit (2019). Verantwoording tarieven ggz en fz 2020. Nivel (2018). Zorglandschap en zorggebruik in een veranderende eerste lijn.

Toelichting standaardgrootte

Bij deze referentienorm wordt uitgegaan van de generalistische basis GGZ die door basispsychologen en GZ-psychologen wordt verleend, en niet de gespecialiseerde GGZ (Nivel 2018). Tijdens de ‘web scrape’ van Zorgkaart Nederland werden klinisch psychologen, psychotherapeuten en psychiaters dus uitgesloten. Dit leverde in Almere behoorlijk veel meer werkzame eerstelijns GGZ-verleners op. Gemiddeld werkt een GZ- psycholoog 0,84 FTE (Capaciteitsorgaan 2018). In haar verantwoording van de kosten voor generalistische basis-ggz geeft de Nederlandse Zorgautoriteit (2019) aan dat voor deze zorg een gemiddelde BVO van 31m2 geldt. Hier zitten alle faciliteiten (behandelkamer, wachtkamer, sanitair) bij inbegrepen. Een vermenigvuldiging (0,84*31) levert een BVO van 26m2 per werkzame eerstelijns GGZ zorgverlener op. De oppervlakte is bij alle gevonden GGZ-verleners op deze manier ingevuld, omdat gebruik van ‘dedicated spaces’ vertekenend zou zijn in de gekozen methode.

Bron steekproef

Generiek: Google Maps, Zorgkaart Nederland

Berekening

In Almere zijn 48 (en dus 40,3 FTE) werkzame eerstelijns GGZ-verleners, met een totale geschatte BVO van 1.248m2. In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 1.248/85.977=0,015m2 per woning. In Zaanstad zijn 14 (en dus 11,8 FTE) werkzame eerstelijns GGZ-verleners, met een totale geschatte BVO van 364m2. In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 364/68.947=0,005m2 per woning. In Zoetermeer zijn 14 (en dus 11,8 FTE) werkzame eerstelijns GGZ-verleners, met een totale geschatte BVO van 566m2. In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 566/56.458=0,006m2 per woning. In totaal zijn dit dus 76 (63,9 FTE) werkzame eerstelijns GGZ-verleners, met een totale geschatte BVO van 1.976m2. In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 1.976/211.382=0,009m2 per woning.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 26

Duiding en advies vervolgstap

• • •

•

Er is voor Eerstelijns GGZ geen betrouwbare landelijke referentienorm per woning beschikbaar. De verschillen tussen de drie steekproefgemeenten zijn groot. Zaanstad en Zoetermeer hebben 1/3 van de geschatte BVO in Almere. Er is voor dit cijfer geen berekening gemaakt voor de huidige daadwerkelijke oppervlakte in de gemeente Haarlemmermeer. Dat zou nog een goede stap zijn om de huidige situatie, waarover de raad tevreden is, te vergelijken met deze referentienorm. We adviseren de gemiddelde hoeveelheid vierkante meters in de drie steekproefgemeenten te gebruiken als referentienorm. Hier is de huidige hoeveelheid meters in Haarlemmermeer niet meegenomen. We adviseren daarom op basis van het eigen beleid en het inzicht in de eigen oppervlakte een afweging te maken in het gebruik van deze referentienorm.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 27

Ruimte voor zorg en gezondheid | Eerstelijnszorg

Diëtist Referentienorm

0,003m2 BVO per woning, waarbij gebruik is gemaakt van een standaardgrootte

Standaardgrootte

13m2 BVO per FTE

Bron standaardgrootte

Nederlandse Vereniging van Diëtisten (2020). Branche-informatie.

Toelichting standaardgrootte

Bij deze referentienorm wordt van dezelfde standaardgrootte (BVO 31m2 voor behandelkamer, wachtruimte en sanitaire voorzieningen) uitgegaan als bij de eerstelijns GGZ, omdat dit qua zorghuisvesting gelijkende normen zijn. Tijdens de ‘web scrape’ van Zorgkaart Nederland werd op het beroep ‘diëtist’ gezocht, en de resultaten zijn meer in verhouding dan bij de eerstelijns GGZ. Ook hier moet de gemiddelde FTE worden berekend. De richtlijn vanuit zorgverzekeraar Achmea is 1 FTE diëtist per 800 diabetespatiënten. In totaal zijn er 1.186.400 mensen met diabetes in Nederland (VWS), dus dat betekent dat er 1483 FTE diëtisten nodig zijn. In het Kwaliteitsregister Paramedici staan 3488 diëtisten die voldoen aan de kwaliteitscriteria (Nederlandse Vereniging van Diëtisten). Gemiddeld is per gecertificeerde diëtist vraag naar 0,43 FTE. Een vermenigvuldiging (0,43*31) levert een BVO van ca 13m2 per werkzame diëtist op. De oppervlakte is bij alle gevonden diëtisten op deze manier ingevuld, omdat gebruik van ‘dedicated spaces’ vertekenend zou zijn in de gekozen methode.

Bron steekproef

Generiek: Zorgkaart Nederland, Google Maps

Berekening

In Almere zijn 19 (en dus 8,2 FTE) werkzame diëtisten, met een totale geschatte BVO van 253m2. In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 253/85.977=0,003m2 behandelruimte per woning. In Zaanstad zijn 16 (en dus 6,9 FTE) werkzame diëtisten, met een totale geschatte BVO van 213m2. In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 213/68.947=0,003m2 behandelruimte per woning. In Zoetermeer zijn 14 (en dus 6,0 FTE) werkzame diëtisten, met een totale geschatte BVO van 187m2. In 2020 had de gemeente 56.458 woningen. Dit betekent 187/56.458=0,003m2 behandelruimte per woning. In totaal zijn dit dus 39 (21,1 FTE) werkzame diëtisten, met een totale geschatte BVO van 653m2. In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 653/211.382=0,003m2 behandelruimte per woning.

Duiding en advies vervolgactie

•

•

De daadwerkelijke oppervlakte zijn dermate gelijk in de drie steekproefgemeenten dat we adviseren de 0,003 m2 als referentienorm te hanteren. Er is voor dit cijfer geen berekening gemaakt voor de huidige daadwerkelijke oppervlakte in de gemeente Haarlemmermeer. Dat zou nog een goede stap zijn om de huidige situatie, waarover de raad tevreden is, te vergelijken met deze referentienorm.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 28

Ruimte voor zorg en gezondheid | Eerstelijnszorg

Logopedist Referentienorm

0,004m2 behandelruimte per woning, waarbij gebruik is gemaakt van een standaardgrootte

Standaardgrootte

15,5m2 BVO per FTE

Bron standaardgrootte

Nivel (2003). Logopedie in de extramurale gezondheidszorg: stand van zaken in 2002.

Toelichting standaardgrootte

Bij deze referentienorm wordt van dezelfde standaardgrootte (BVO 31m2 voor behandelkamer, wachtruimte en sanitaire voorzieningen) uitgegaan als bij de eerstelijns GGZ, omdat dit qua zorghuisvesting gelijkende normen zijn. Tijdens de ‘web scrape’ van Zorgkaart Nederland werd op het beroep ‘logopedist’ gezocht, en net als bij de eerstelijns GGZ werden er behoorlijk veel meer van deze zorgverleners in Almere gevonden dan in de andere twee steekproef-gemeenten. Ook hier is de gemiddelde FTE nodig om tot een finale standaardgrootte te komen. Een onderzoek van Nivel (2003) onder werkzame logopedisten kwam uit op een gemiddelde FTE van 0,5. Omdat dit een oud onderzoek betreft moet deze referentienorm worden vernieuwd, maar nu wordt hiervan uitgegaan. Een vermenigvuldiging (0,5*31) levert een BVO van 15,5m2 per werkzame logopedist op. De oppervlakte is bij alle gevonden logopedisten op deze manier ingevuld, omdat gebruik van ‘dedicated spaces’ vertekenend zou zijn in de gekozen methode.

Bron steekproef

Zorgkaart Nederland (2020)

Berekening

In Almere zijn 35 (en dus 17,5 FTE) werkzame logopedisten, met een totale geschatte BVO van 543m2. In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 543/85.977=0,006m2 behandelruimte per woning. In Zaanstad zijn 10 (en dus 5,0 FTE) werkzame logopedisten, met een totale geschatte BVO van 155m2. In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 155/68.947=0,002m2 behandelruimte per woning. In Zoetermeer zijn 10 (en dus 5,0 FTE) werkzame logopedisten, met een totale geschatte BVO van 155m2. In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 155/56.458=0,003m2 behandelruimte per woning. In totaal zijn dit dus 55 (27,5 FTE) werkzame logopedisten, met een totale geschatte BVO van 449m2. In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 449/211.382=0,004m2 behandelruimte per woning.

Duiding en advies vervolgactie

• •

•

Er is voor logopedisten geen actuele landelijke referentienorm per woning beschikbaar. De verschillen tussen de drie steekproefgemeenten zijn groot. Zaanstad en Zoetermeer hebben 1/3 respectievelijk 1/2 van de totale geschatte BVO in Almere. Er is voor dit cijfer geen berekening gemaakt voor de huidige daadwerkelijke oppervlakte in de gemeente Haarlemmermeer. Dat zou een

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 29

•

nodige stap zijn om de huidige situatie, waarover de raad tevreden is, te vergelijken met deze referentienorm. We adviseren de gemiddelde hoeveelheid vierkante meters in de drie steekproefgemeenten te gebruiken als referentienorm. Hier is de huidige hoeveelheid meters in Haarlemmermeer niet meegenomen. Daarom adviseren daarom op basis van het eigen beleid en het inzicht in de eigen oppervlakte (en ruimtevraag) een afweging te maken in het gebruik van deze referentienorm.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 30

Ruimte voor zorg en gezondheid | Eerstelijnszorg

Steunpunt Mantelzorg Referentienorm

0,002m2 per woning, waarbij gebruik is gemaakt van een standaardgrootte

Standaardgrootte

35m2 BVO per FTE

Bron standaardgrootte

Basisregistraties Adressen en Gebouwen (2020) VMCA (2020). Jaarverslag 2019.

Toelichting standaardgrootte

Voor de standaardgrootte van een steunpunt voor mantelzorgers zijn geen landelijke statistieken of referentienormen beschikbaar. De brancheorganisatie Mantelzorg NL geeft slechts een overzicht van de aangesloten organisaties. Toch biedt de ‘dedicated space’ van de Vrijwilligers en Mantelzorg Centrale Almere een manier om tot een standaardgrootte te komen. Uit het meest recente jaarverslag van VMCA (2020) blijkt dat de acht consulenten gemiddeld 0,75 FTE invullen, dus in totaal 6 FTE. VMCA’s uit de BAG getraceerde BVO van circa 209m2 betekent dus een BVO van 35m2 per FTE mantelzorgondersteuner (209/35). De oppervlakte is bij de 5 locaties zonder ‘dedicated space’ op deze manier ingevuld. Hierbij is gekeken naar de mantelzorgondersteuners die werkzaam zijn in de steekproefgemeenten. Dat gebeurt niet alleen op locaties die uitsluitend bedoeld zijn als steunpunt mantelzorg, maar kan ook bijvoorbeeld ook vanuit gebouwen die bestemd zijn voor algemene maatschappelijke dienstverlening.

Bron steekproef

Locatiespecifiek: VMCA, SMD, Palet Welzijn Generiek: Mantelzorg NL, Google Maps

Berekening

In Almere is 1 steunpunt voor (6FTE) begeleiders van mantelzorgers, met een totale geschatte BVO van 209m2. In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 209/85.977=0,002m2 per woning. In Zaanstad zijn 2 steunpunten voor (4FTE) begeleiders van mantelzorgers, met een totale geschatte BVO van 139m2. In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 139/68.947=0,002m2 per woning. In Zoetermeer zijn 3 steunpunten voor (4FTE) begeleiders van mantelzorgers, met een totale geschatte BVO van 139m2. In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 139/56.458=0,002m2 per woning. In totaal zijn dit dus 6 steunpunten voor (14 FTE) begeleiders van mantelzorgers, met een totale geschatte BVO van 488m2. In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 488/211.382=0,002m2 per woning.

Duiding en advies vervolgactie

•

•

De daadwerkelijke oppervlakte zijn dermate gelijk in de drie steekproefgemeenten dat we adviseren de 0,002 m2 als referentienorm te hanteren. Er is voor dit cijfer geen berekening gemaakt voor de huidige daadwerkelijke oppervlakte in de gemeente Haarlemmermeer. Dat zou nog

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 31

een goede stap zijn om de huidige situatie, waarover de raad tevreden is, te vergelijken met deze referentienorm.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 32

Ruimte voor zorg en gezondheid | Eerstelijnszorg

Verloskundige Referentienorm

0,008m2 BVO behandelruimte per woning, waarbij gebruik is gemaakt van een standaardgrootte

Standaardgrootte

40m2 BVO per FTE

Bron standaardgrootte

Nivel (2017). Cijfers uit de registratie van verloskundigen. Stipo (2012). Kennisbank Voorzieningenscan.

Toelichting standaardgrootte

De gemiddelde verloskundige werkt gemiddeld 0,83 fte (Nivel 2017). De KNOV, de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen, gaat uit van 40m2 BVO praktijkruimte per FTE (Stipo 2012). Na een vermenigvuldiging (0,83*44) is duidelijk dat per gevonden verloskundige op Zorgkaart Nederland zonder ‘dedicated space’, uitgegaan kan worden van een BVO van 33,2m2. Tijdens de ‘web scrape’ van Zorgkaart Nederland werd op het beroep ‘verloskundige’ gezocht, en ook bij deze zoekterm werden relatief veel zorgverleners in Almere gevonden. Omdat hier ook naar verhouding meer vrouwen (15-45 jaar) wonen is dit gerechtvaardigd. De oppervlakte is bij alle gevonden verloskundigen op deze manier ingevuld, omdat gebruik van ‘dedicated spaces’ vertekenend zou zijn in de gekozen methode.

Bron steekproef

Generiek: Google Maps, Zorgkaart Nederland

Berekening

In Almere zijn 26 (en dus 21,6 FTE) werkzame verloskundigen, met een totale geschatte BVO van 863m2. In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 863/85.977=0,010m2 behandelruimte per woning. In Zaanstad zijn 15 (en dus 12,5 FTE) werkzame verloskundigen, met een totale geschatte BVO van 498m2. In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 498/68.947=0,007m2 behandelruimte per woning. In Zoetermeer zijn 12 (en dus 10,0 FTE) werkzame verloskundigen, met een totale geschatte BVO van 398m2. In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 398/56.458=0,007m2 behandelruimte per woning. In totaal zijn dit dus 53 (44,0 FTE) werkzame verloskundigen, met een totale geschatte BVO van 1760m2. In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 1760/211.382=0,008m2 behandelruimte per woning.

Duiding en advies vervolgactie

• • • •

Er is voor verloskundige geen actuele landelijke referentienorm per woning beschikbaar. De verschillen tussen de drie gemeenten zijn niet heel groot, met Almere aan de hoge kant. We adviseren op grond hiervan om voor de referentienorm het gemiddelde van 0,008 m2 per woning te hanteren. Er is voor dit cijfer geen berekening gemaakt voor de huidige daadwerkelijke oppervlakte in de gemeente Haarlemmermeer. Dat zou nog

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 33

een goede stap zijn om de huidige situatie, waarover de raad tevreden is, te vergelijken met deze referentienorm.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 34

Ruimte voor zorg en gezondheid | Tweedelijnszorg

Ziekenhuis (incl. buitenpoliklinieken) Referentienorm

0,67m2 per woning

Toelichting

In de drie steekproefgemeenten kon worden uitgegaan van de BVO van de drie ziekenhuislocaties en de drie bijbehorende buitenpoliklinieken in de BAG, omdat de accommodaties ‘dedicated spaces’ zijn.

Bron steekproef

Generiek: Google Maps, Zorgkaart Nederland

Berekening

In Almere is 1 ziekenhuis met 1 buitenpolikliniek, met een BVO van 66.732m2. In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 66.732/85.977=0,776m2 per woning. In Zaanstad is 1 ziekenhuis met 1 buitenpolikliniek, met een BVO van 42.160m2. In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 42.160/68.947=0,611m2 per woning. In Zoetermeer is 1 ziekenhuis met 1 buitenpolikliniek, met een BVO van 32.637m2. In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 32.637/56.458=0,578m2 per woning. In totaal zijn dit dus 3 ziekenhuizen met 3 buitenpoliklinieken, met een totaal BVO van 141.529m2. In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 141.529/211.382=0,670m2 per woning.

Duiding en advies vervolgactie

• • • •

Er is voor ziekenhuizen geen betrouwbare landelijke referentienorm per woning beschikbaar. De verschillen tussen de drie gemeenten zijn niet heel groot, met Almere aan de hoge kant en Zoetermeer aan de lage kant. We adviseren op grond hiervan om voor de referentienorm het gemiddelde van 0,67 m2 per woning te hanteren. Er is voor dit cijfer geen berekening gemaakt voor de huidige daadwerkelijke oppervlakte in de gemeente Haarlemmermeer. Dat zou nog een goede stap zijn om de huidige situatie, waarover de raad tevreden is, te vergelijken met deze referentienorm.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 35

Ruimte voor zorg en gezondheid | Tweedelijnszorg

Geïndiceerde dagbesteding (18-64 jaar) Referentienorm

0,025m2 per woning, waarbij gebruik is gemaakt van een standaardgrootte

Standaardgrootte

150m² BVO

Bron standaardgrootte

Adviescentrum voor Zorghuisvesting (2017). Handreiking Kengetallen Benchmark Zorgvastgoed. Nederlandse Zorgautoriteit (2019). Prestatiebeschrijvingen en tarieven dagbesteding en vervoer AWBZ. VNG (2019). Taxatiewijzer en kengetallen: Verzorging.

Toelichting standaardgrootte

In de landelijke Taxatiewijzer Verzorging hanteert VNG (2019) voor ‘Dagverblijf voor bezigheidstherapie en lichte werkzaamheden’ een BVO van 1500m2. De berekening van deze standaardgrootte sluit echter niet aan bij het gebruik in dit onderzoek, omdat duidelijk blijkt dat het hier om grote complexen gaat die uitsluitend voor dagbesteding worden gebruikt. De standaardgrootte wordt in dit onderzoek juist gebruikt voor accommodaties die niet in ‘dedicated spaces’ zijn geherbergd. Het Adviescentrum voor Zorghuisvesting (2017) hanteert voor ‘dagbesteding in geestelijke gezondheidszorg’ een BVO van 13,5-24m² per deelnemer. Het gemiddelde hiervan is per deelnemer een BVO van 18,75m². Als er bekend is hoeveel deelnemers in de locatie worden ontvangen wordt dit getal vermenigvuldigd met deze oppervlakte. Mocht dit niet zo zijn, is er nog een andere manier. De Nederlandse Zorgautoriteit (2019) schat in dat de groepsgrootte van een geïndiceerde dagactiviteit “groter of gelijk aan 8” deelnemers is. Volgens de conservatieve inschatting dus 8*18,75m²=150m² BVO per geïndiceerde dagbesteding. Dit sluit aan bij de gebruikte standaardgrootte van de Gemeente Amsterdam. De oppervlakte is bij 4 van de 12 gevonden locaties op deze manier ingevuld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=edb4949e-cd40-4693-a3e5-cc7562e81f21