CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen Int. accommodatieplan.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 25 maart 2021, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen Integraal Accommodatieplan (2021.0000253)27.904 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

gemeente Haarlemmermeer

raadsvoorstel

Onderwerp

Portefeuillehouder Steller Collegevergadering

Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen Integraal Accommodatieplan Marjolein Steffens-van de Water Frank Voigt 9 februari 2021

Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer

2021.0000253

1. Voorstel Collegebesluit(en)

Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. als invulling van het taakstellend toetsingskader in te stemmen met het Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen Integraal Accommodatieplan en hiermee de ruimtelijke, vastgoed en beleidsmatige richtlijnen vast te stellen; 2. dit Beoordelingskader te gebruiken als uitgangspunt bij de IAP wijkanalyses om de prestaties meetbaar te maken en kansen en knelpunten te analyseren; 3. in de programmabegroting een bestemmingsreserve Maatschappelijke voorzieningen in te richten en hierin jaarlijks 50% van het verkoopresultaat van gemeentelijk vastgoed te doteren. Het doel van deze reserve is het dekken van vervangingen of investeringen in bestaand gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. Het saldo van de reserve wordt gemaximeerd tot € 4 miljoen.

Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen Integraal Accommodatieplan

pagina 2

2. Samenvatting

Op 11 juni 2020 heeft de raad het Integraal Accommodatieplan 2020 (2019.0058287) (hierna: IAP) geamendeerd vastgesteld. Met dit raadsvoorstel geven wij uitvoering aan de volgende drie wijzigingen die afkomstig zijn uit het amendement: 1. het college komt, voordat er gestart wordt met de wijkanalyses in Q3 2020, met taakstellend toetsingskaders en legt deze ter goedkeuring voor aan de raad; 2. de verbouwing of vervanging van bestaand maatschappelijk vastgoed deels, maximaal 50%, te dekken uit de verkoopopbrengsten van vastgoed in enig jaar; 3. na 2 jaar volgt een evaluatie over de eerste uitkomsten van Integraal Accommodatieplan 2020 die ter bespreking en besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd. 1. Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen IAP De raad heeft gevraagd om een taakstellend toetsingskader. Wij hebben dit uitgewerkt in het Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen IAP (hierna: Beoordelingskader) dat als bijlage is bijgevoegd. Het Beoordelingskader bestaat uit drie onderdelen: 1. ruimtelijke richtlijn: hebben we voldoende m2 van een voorziening; 2. vastgoed richtlijnen: hoe functioneert het vastgoed in technische en financiële zin; 3. beleidsmatige richtlijnen: draagt de invulling van het vastgoed (programmering) bij aan onze beleidsdoelen.

Als eerste is er een ruimtelijke richtlijn voor maatschappelijke voorzieningen opgesteld waarbij we aan de hand van zogenoemde referentienormen1 (in aantal m2 bruto vloeroppervlak (BVO)) een kwantitatieve beoordeling maken van de maatschappelijke voorzieningen in een wijk of kern. Ten tweede onderscheiden we vastgoedrichtlijnen, waarbij we de prestaties van het vastgoed in technische en financiële zin beoordelen. Als derde hebben we beleidsmatige richtlijnen opgesteld waarmee we de prestaties (gebruik en tevredenheid) van de invulling van het gebouw (programmering) willen beoordelen. De richtlijnen in het Beoordelingskader zijn ontwikkeld als hulpmiddel bij de wijkanalyses van het IAP. Met deze richtlijnen zijn wij in staat om onze voorzieningen te beoordelen en te bekijken of deze doelmatig en doeltreffend worden ingezet. De uitkomsten van de beoordeling geven ons inzichten in waar nog verbeteringen mogelijk zijn. Deze uitkomsten nemen we mee in de actieplannen als resultaat van de uitkomsten van een wijkanalyse conform de aanpak als verwoord in het IAP. Indien er krediet benodigd is voor het actieplan leggen we dit ter besluitvorming aan de raad voor. Sinds het aannemen van het amendement is het meerjarenbeeld van de gemeente gewijzigd. Het vaststellen van dit Beoordelingskader heeft nu geen directe financiële consequenties.

De referentienormen zijn immers gebaseerd op een vertaling van ons vigerende beleid. Als de ambitie op een beleidsveld in de toekomst wijzigt, kan dit aanleiding zijn de referentienorm voor dit beleidsveld hierop aan te passen. Hiermee kan dit Beoordelingskader meebewegen met de koers van onze gemeente. Daarbij kan de raad ook in de hiernavolgende besluitvorming aangaande de consequenties van wijkanalyses keuzes maken naar de meeste actuele financiële stand van zaken. Er zijn geen beleidsvelden uitgesloten van de strategische heroriëntatie die momenteel gaande is.

1 Veelgebruikte term bij de overheid om ruimtebehoefte in m2 bruto vloeroppervlak (BVO) per woning of inwoner uit te drukken. Wij zien de referentienormen als een vertaling van de indicatieve ruimtebehoefte aan maatschappelijke voorziening uitgedrukt in m2.

Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen Integraal Accommodatieplan

pagina 3

Een bijvangst is, dat de richtlijnen (met name de referentienormen) ook als een uitgangspunt kunnen dienen bij de ruimtebepaling voor maatschappelijke voorzieningen bij de gebiedsontwikkelingen (schaalsprong Wonen). 2. Financiële dekking Met het amendement is vastgesteld, dat investeringen in bestaand maatschappelijk vastgoed voor maximaal 50% gedekt kunnen worden uit de verkoopopbrengsten van vastgoed in enig jaar. Ter verduidelijking geven wij aan dat het hier gaat om het jaarlijkse verkoopresultaat (verkoopopbrengst na aftrek van kosten) en dat dit voor 50% beschikbaar wordt gesteld voor investeringen en vervangingen in bestaand maatschappelijk vastgoed in eigendom van de gemeente. Hiervoor stellen we een bestemmingsreserve 'Maatschappelijke voorzieningen' in die opgebouwd wordt door de storting van maximaal 50% van het verkoopresultaat van gemeentelijk vastgoed per jaar. Onttrekkingen uit deze reserve zijn alleen bedoeld voor dekking van investeringen in bijvoorbeeld duurzaamheid en/of toegankelijkheid van gemeentelijk vastgoed met een maatschappelijk functie of voor dekking van vervangingsinvesteringen voor gemeentelijk vastgoed met een maatschappelijke functie. Conform de wet- en regelgeving van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is voor elke storting en onttrekking uit deze reserve een raadsbesluit nodig.

Het Beoordelingskader heeft verder geen financiële gevolgen. Dat betekent dat er voor het vaststellen van de richtlijnen en de referentienormen nu geen middelen benodigd zijn. Indien de actieplannen die volgen uit de wijkanalyses om een investering vragen en deze buiten het mandaat van het college vallen, leggen we dit ter besluitvorming voor aan de raad. De komende jaren brengen we alle actieplannen van de wijkanalyses samen in het nog uit te werken Meerjaren Perspectief Vastgoed. Hierdoor houdt de raad zicht op de ontwikkelingen binnen het vastgoed. De verwachting is dat het eerste Meerjaren Perspectief Vastgoed eind 2021 gereed is. 3. Evaluatie In het amendement heeft de raad expliciet aangegeven een rol te willen vervullen bij de evaluatie van het IAP. Bij de behandeling van het raadsvoorstel op 11 juni 2020 hebben wij al aangegeven dat wij de raad eind 2021 informeren over de voortgang en dat wij de raad eind 2022 betrekken bij de evaluatie van het IAP. Wij nemen in die evaluatie eind 2022 ook de praktijkervaringen van het Beoordelingskader mee. 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?

Op 11 juni 2020 is het Integraal Accommodatieplan 2020 (2019.0058287) vastgesteld. Voorafgaand daaraan is ingestemd met een amendement waarmee de volgende wijzigingen in het besluit van het IAP zijn aangenomen: a. het college komt, voordat er gestart wordt met de wijkanalyses in Q3 2020, met taakstellend toetsingskaders en legt deze ter goedkeuring voor aan de raad; b. de verbouwing of vervanging van bestaand maatschappelijk vastgoed deels, maximaal 50%, te dekken uit de verkoopopbrengsten van vastgoed in enig jaar; c. na 2 jaar volgt een evaluatie over de eerste uitkomsten van Integraal Accommodatieplan 2020 die ter bespreking en besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd. Met dit raadsvoorstel geven wij invulling aan het gevraagde toetsingskader (a) en een toelichting op de overige aangenomen wijzigingen (b en c).

Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen Integraal Accommodatieplan

pagina 4

3.2 Wat gaan ive daarvoor doen?

Het amendement heeft de eerdere besluitpunten bij het IAP op drie punten gewijzigd. Hieronder lichten wij onze uitwerking daarvan toe. a. Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen IAP In het amendement wordt gesproken over een taakstellend toetsingskader. Bij de uitwerking hiervan is duidelijk geworden dat een stringent toetsingskader niet passend is bij de complexiteit van de wijkanalyses die we willen gaan uitvoeren. Die complexiteit zit voornamelijk in de diversiteit van de verschillende kernen en wijken in onze gemeente, de behoeften die daar specifiek aan de orde zijn en de verscheidenheid van de al aanwezige maatschappelijke voorzieningen. Om hier goed rekening mee te kunnen houden, hebben wij het Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen IAP uitgewerkt. Ruimtelijke richtlijn maatschappelijke voorzieningen Maatschappelijke voorzieningen zijn van belang voor de sociale duurzaamheid en een leefbare en aantrekkelijke woonomgeving. Wat de ruimtebehoefte voor bepaalde voorzieningen is, is lastig te in te schatten. Daarom hebben we in samenwerking met twee onderzoeksbureaus referentienormen opgesteld voor de ruimtebehoefte van maatschappelijke voorzieningen.

Hierbij hebben wij ons zo veel mogelijk gebaseerd op een ruimtelijke vertaling van bestaand beleid, landelijke normen en trends, de huidige vierkante meters aan maatschappelijke voorzieningen in Haarlemmermeer en het voorzieningenniveau van drie benchmarkgemeenten. Almere, Zaanstad en Zoetermeer zijn hiervoor geselecteerd, omdat deze gemeenten qua opbouw lijken op Haarlemmermeer. In de totstandkoming van de referentienormen is soms gebruik gemaakt van schattingen van de werkelijke hoeveelheid vierkante meters aan voorzieningen. Verder zijn de referentienormen soms op een verschillende wijze tot stand gekomen. In bijlage II van het Beoordelingskader is de volledige rapportage opgenomen waarin de onderbouwing van de verschillende referentie­ normen is toegelicht. Per categorie voorziening is een referentienorm weergegeven (in aantal m2 per woning) om te bepalen wat de omvang van een voorziening idealiter zou moeten zijn. In het Beoordelings­ kader is in tabel A de referentienorm per categorie weergegeven. De referentienormen hanteren wij als richtlijn bij de wijkanalyses van het IAP om te bepalen of een wijk of kern voldoende m2 aan maatschappelijke voorzieningen heeft. Het is één van de instrumenten om te bepalen of een voorziening voldoet. Verdere inkleuring per wijk of kern is altijd noodzakelijk.

De al aanwezige voorzieningen (of het tekort hieraan), zowel binnen de wijkgrenzen als aangrenzend, nemen we mee in het bepalen van de concrete opgave bij de wijkanalyses van het IAP. Wat betreft de status van deze referentienormen is het uitdrukkelijk niet zo dat als een wijk of kern een tekort heeft (in m2) van een bepaalde voorziening conform de norm, automatisch volgt dat de opgave is om bij te bouwen. Andersom betekent een overschot (aan mZ) van een bepaalde voorziening niet dat er automatisch voorzieningen moeten worden gesloten. Ook andere oplossingen zijn mogelijk, zoals meerdere voorzieningen in één gebouw organiseren of leegstaande ruimte in de omgeving beter benutten. Dit kan de exploitatie versterken en de subsidieafhankelijkheid verminderen.

Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen Integraal Accommodatieplan

pagina 5

De referentienormen zien we daarom als een startpunt voor het bepalen van de juiste omvang en het in beeld brengen van verbeteringen. Afwijkingen op de referentienormen lichten wij bij de IAP wijkanalyses in de actieplannen nader toe en plaatsen we in de juiste context. Bij het opstellen van de referentienormen hebben we voor een aantal voorzieningen (met name waarbij wij een huisvestings- of subsidierol hebben) gekeken in hoeverre de bestaande voorzieningen in Haarlemmermeer zich verhouden tot de opgestelde referentienormen. Met andere woorden: hoeveel vierkante meter is er nu van een bepaalde voorziening en komt dat in de buurt van de referentienorm? Hieruit is gebleken dat we bij de meeste categorieën in onze vastgoedportefeuille, waarvoor de gemeente een huisvestings- of subsidierol heeft, minimaal aan de referentienorm voldoen. Een voorbeeld zijn dorps- en wijkcentra: momenteel is er 0,203 m2 dorps- of wijkcentra per woning in Haarlemmermeer. De voorgestelde referentienorm is 0,18 m2 dorps- en wijkcentra per woning. Vastgoed richtlijnen maatschappelijke voorzieningen De referentienormen alleen geven niet voldoende informatie over de prestaties van onze maatschappelijke voorzieningen. Daarom is ook een aantal andere richtlijnen benoemd waar we naar willen kijken bij het uitvoeren van de wijkanalyses.

Voor de maatschappelijke voorzieningen waar wij eigenaar van zijn, gaan we aan de hand van vastgoed richtlijnen beoordelen of het gebouw financieel en technisch presteert zoals wij dat zouden willen. Hierbij maken wij gebruik van zogenoemde prestatie-indicatoren. Voor de financiële prestaties wordt gekeken naar het exploitatieresultaat van het vastgoed, de boekwaarde, de hoogte van de huursom en de kosten voor planmatig onderhoud. Voor de technische prestaties zijn dat de onderhoudsconditie, bouwjaar, energieprestatie en voorzieningen voor toegankelijkheid. Het betreffen voorlopige prestatie-indicatoren, zodat we in de wijkanalyses op basis hiervan alvast het vastgoed kunnen beoordelen. Later stellen we in het beleidskader Vastgoed de definitieve prestatie-indicatoren vast. Beleidsmatige richtlijnen maatschappelijke voorzieningen Het doel van het IAP is dat maatschappelijke voorzieningen doeltreffend en doelmatig worden ingezet voor onze beleidsdoelen. Door middel van prestatie-indicatoren gaan we meten of het gemeentelijk vastgoed optimaal wordt gebruikt. Hierbij kijken we vooralsnog naar het gebruik (bezetting in % en aantal bezoekers per week), maar ook naar de gebruikerstevredenheid. Deze prestatie-indicatoren moeten we samen met onze partners verder ontwikkelen: per type voorziening gaan we nog een passende methode en ambitie over gebruik en tevredenheid formuleren.

Toepassing richtlijnen De richtlijnen en de bijbehorende prestatie-indicatoren zijn bedoeld voor het meten van de prestaties bij de wijkanalyses van het IAP. Wij zien deze daarom als een startpunt voor de wijkanalyses. Daarnaast kunnen de richtlijnen (met name de referentienormen) ook als één van de uitgangspunten dienen bij het bepalen van de omvang en de ontwikkeling van nieuwe voorzieningen in de gebiedsontwikkelingen. Bij de wijkanalyses van het IAP richten wij ons voornamelijk op de maatschappelijke voorzieningen waar wij als gemeente een actieve huisvestings- of subsidierol hebben (zoals bij ontmoeting, cultuur, sport, et cetera). In de wijkanalyses kijken we zijdelings naar de maatschappelijke voorzieningen waarbij we deze actieve rol niet hebben.

Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen Integraal Accommodatieplan

pagina 6

b. Financiële dekking Het amendement geeft aan de verbouwing of vervanging van bestaand maatschappelijk vastgoed deels, maximaal 50%, te dekken uit de verkoopopbrengsten van vastgoed in enig jaar. Wij gaan ervan uit dat de raad daarmee bedoeld heeft dat het jaarlijkse verkoopresultaat van vastgoed voor maximaal 50% beschikbaar is voor de financiële dekking van het verbouwen of vervangen van bestaand maatschappelijk vastgoed in eigendom van de gemeente. De beslissing over vastgoedinvesteringen (vervanging of verbouwing) en de uitvoering daarvan vinden meestal niet in hetzelfde jaar plaats. De verkoopresultaten zijn bovendien niet per definitie gerealiseerd op het moment van besluitvorming over die investeringen. Daarom stellen wij voor om een bestemmingsreserve Maatschappelijke Voorzieningen in te richten die opgebouwd wordt door de verkoopresultaten van gemeentelijk vastgoed per jaar. Omdat de verwachting is dat het netto verkoopresultaat voor de komende tien jaar circa € 8 miljoen zal bedragen, maximeren we de reserve tot € 4 miljoen. Onttrekkingen uit deze reserve zijn alleen bedoeld voor investeringen ten behoeve van bijvoorbeeld duurzaamheid en/of toegankelijkheid of vervangingen van gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. Deze investeringen zijn direct van invloed op de integrale kostprijs en de daarmee in relatie staande subsidies aan de huurders.

De verwachting is, dat de investeringen maar deels gedekt kunnen worden door de verkoopresultaten. Totdat er een Meerjaren Perspectief Vastgoed is waarin vervanging, uitbreiding, verduurzaming, verkoopresultaat en de relatie met het Integraal Huisvestingsplan (IHP) uitgewerkt zijn, zoeken we per actieplan dat volgt uit een wijkanalyse naar dekking. Indien noodzakelijk leggen we deze aan u voor met een dekkingsvoorstel. c. Evaluatie Net als het IAP 2020, is het Beoordelingskader een document dat we moeten evalueren op basis van de toepassing in de praktijk. Van belang is te beoordelen in hoeverre de referentienormen en richtlijnen in de praktijk uitwerken. Een deel van de prestatie-indicatoren werken we bovendien nog verder uit. Het beoordelingskader is onderdeel van de evaluatie van het IAP. Bij de raadssessie eind 2021 informeren wij de raad over de voortgang en eind 2022 evalueren we het IAP. 3.3 Wat mag het kosten?

Aan de uitvoering van dit voorstel zijn, naast de beschikbare ambtelijke capaciteit, geen kosten verbonden. Wel is het zo dat de richtlijnen ertoe leiden dat er bij de wijkanalyses investeringsvraagstukken naar voren kunnen komen waar de raad een afweging in kan maken. In het IAP 2020 is al beschreven, dat investeringsbeslissingen middels de actieplannen (volgend uit de wijkanalyses) separaat worden voorgelegd voor besluitvorming. In het IAP 2020 is aangegeven hoe wij vervanging en verbetering (zoals verduurzaming) van onze maatschappelijke voorzieningen willen dekken. Wat daarin nog ontbrak, was verbetering van onze voorzieningen op het gebied van toegankelijkheid. Met het Beoordelingskader stellen we ook voor om de toegankelijkheid te meten en waar nodig te verbeteren. Om al onze ambities te realiseren, moeten we bij de beoordeling van de voorzieningen en de uitwerking van de actieplannen een balans vinden tussen onze ambities enerzijds en alle financiële consequenties en de subsidie aan onze maatschappelijk partners anderzijds.

Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen Integraal Accommodatieplan

pagina 7

3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?

De raad is verantwoordelijk voor het vaststellen van de kaders. Met het vaststellen van het IAP in juni 2020 en het Beoordelingskader hebben we kaders voor het uitvoeren van de wijkanalyses. Het college is verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van het IAP en de daaruit voortkomende wijkanalyses. Daarbij fungeert de portefeuillehouder Vastgoed als eerste aanspreekpunt binnen het college. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar?

De beleidsmatige richtlijnen zijn/worden op onderdelen afgestemd met maatschappelijke partners en deze werken wij met hen verder uit. Er is geen communicatieplan noodzakelijk behoudens de reguliere bekendmaking van het genomen besluit. 3.6 Wanneer en hoe zal de raad over de voortgang worden geïnformeerd?

In het IAP is opgenomen dat er na twee jaar een evaluatiemoment plaatsvindt om te toetsen of het IAP aangepast moet worden. Verder is tijdens de inhoudelijke behandeling van het IAP aangegeven dat de raad tussentijds geïnformeerd zal worden over de voortgang. Het Beoordelingskader is onderdeel van de evaluatie van het IAP. Bij de raadssessie eind 2021 informeren wij de raad over de voortgang en eind 2022 evalueren we het IAP. Daarnaast informeren we de raad jaarlijks over de voortgang van het IAP in het nog uit te werken Meerjaren Perspectief Vastgoed. Daarin staat een overzicht van de lopende actieplannen.

4. Ondertekening

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer,

Bijlage(n): • Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen IAP (inclusief bijlagen)

Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen IAP

1

Inhoud 1

Inleiding ........................................................................................................................................... 3

2

Ruimtelijke richtlijn voor maatschappelijke voorzieningen ............................................................ 4 2.1

Aanleiding ................................................................................................................................ 4

2.2

Referentienormen ruimtebehoefte maatschappelijke voorzieningen ................................... 4

2.3

Toepassing referentienormen ................................................................................................. 7

3

Vastgoed richtlijnen maatschappelijke voorzieningen ................................................................... 8 3.1

Financiële prestatie-indicatoren ............................................................................................. 8

3.2

Technische prestatie-indicatoren ............................................................................................ 8

4

Beleidsmatige richtlijnen maatschappelijke voorzieningen .......................................................... 10 4.1 Prestatie-indicatoren voor beleidsmatige richtlijnen ................................................................. 10 4.2 Uitwerking ................................................................................................................................... 10

5

Context .......................................................................................................................................... 12

6

Uitwerking en evaluatie ................................................................................................................ 12

Bijlagen I. II. III. IV.

Begrippenlijst Rapportage Stipo & Springco Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer Mulier Instituut Rapport Binnensport Mulier Instituut Rapport Buitensport

2

1 Inleiding Bij de behandeling van het Integraal Accommodatieplan 2020 (2019.0058287) op 11 juni 2020 (hierna IAP) heeft de raad de behoefte uitgesproken om een taakstellend toetsingskader op te stellen op basis waarvan kan worden bepaald hoe een maatschappelijke voorziening functioneert. Bij de besluitvorming over het IAP heeft de raad dit als volgt geformuleerd in het amendement: Het college komt, voordat er gestart wordt met de wijkanalyses in Q3 2020, met een taakstellend toetsingskader en legt deze ter goedkeuring voor aan de raad. Met dit Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen IAP (hierna: Beoordelingskader) geven wij invulling aan het taakstellende toetsingskader uit het amendement. Dit doen wij als volgt: Het IAP is een procesbeschrijving waarbij we kijken naar hoe de maatschappelijke voorzieningen in een wijk/kern functioneren. Om onze maatschappelijke voorzieningen objectief te beoordelen, stellen wij een beoordelingskader voor met de volgende richtlijnen : 1. 2. 3.

Ruimtelijke richtlijn: hebben we voldoende m2 van een voorziening (hoofdstuk 2) Vastgoed richtlijnen: functioneert het vastgoed in technische en financiële zin (hoofdstuk 3) Beleidsmatige richtlijnen: draagt de invulling van het vastgoed (programmering) bij aan onze beleidsdoelen (hoofdstuk 4)

De richtlijnen in het Beoordelingskader zijn ontwikkeld als hulpmiddel bij de wijkanalyses van het IAP. Met deze richtlijnen zijn wij in staat om onze voorzieningen te beoordelen en te bekijken of deze doelmatig en doeltreffend worden ingezet. De uitkomsten van de beoordeling geven ons inzichten in waar nog verbeteringen mogelijk zijn. Deze uitkomsten nemen we mee in de actieplannen als resultaat van de uitkomsten van een wijkanalyse conform de aanpak als verwoord in het IAP. Tijdens het opstellen van het Beoordelingskader is het meerjarenbeeld gewijzigd. Als het beleid of de koers van gemeente in de toekomst wijzigt, kan dit beoordelingskader meebewegen. In de volgende hoofdstukken lichten wij de invulling van de richtlijnen, de toepassing en de kanttekeningen verder toe. In bijlage I is een begrippenlijst opgenomen met definities van veelgebruikte begrippen die in dit Beoordelingskader aan bod komen.

3

2 Ruimtelijke richtlijn voor maatschappelijke voorzieningen 2.1

Aanleiding

Maatschappelijke voorzieningen zijn van belang voor de sociale duurzaamheid en een leefbare en aantrekkelijke woonomgeving. Wat de ruimtebehoefte voor bepaalde voorzieningen is, is lastig te in te schatten. Dit doen wij aan de hand van zogenoemde referentienormen. Een referentienorm is een vertaling van de indicatieve ruimtebehoefte aan maatschappelijke voorziening uitgedrukt in m2. Door referentienormen vast te stellen, kunnen we een kwantitatieve beoordeling maken van de voorzieningen in een wijk of kern. Hieronder zetten wij uiteen hoe wij de referentienormen hebben bepaald. Verder merken wij op dat de referentienorm slechts één van de richtlijnen is op basis waarvan we bepalen hoe de maatschappelijke voorzieningen in een kern functioneren. Te veel of te weinig m2 van een voorziening in een kern betekent niet automatisch dat een voorziening gesloten respectievelijk uitgebreid dient te worden.

2.2

Referentienormen ruimtebehoefte maatschappelijke voorzieningen

In samenwerking met onderzoeksbureaus STIPO en Springco Urban Analytics hebben wij referentienormen geformuleerd. Dit heeft geleid tot de rapportage in bijlage II (hierna: de rapportage). In de rapportage is per voorziening een referentienorm weergegeven, oftewel het gewenste aantal m2 van een voorziening per woning. Deze zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten: -

een ruimtelijke vertaling van bestaand beleid gemeente Haarlemmermeer; landelijke normen en trends; een vergelijking van de aanwezige maatschappelijke voorzieningen in een drietal vergelijkbare gemeenten; de vierkante meters aan maatschappelijke voorzieningen in Haarlemmermeer op dit moment.

Er is gekozen voor een referentienorm per woning, maar om recht te doen aan de verscheidenheid van de kernen van onze gemeente zal deze bij de wijkanalyse omgerekend worden naar een referentienorm per inwoner. De referentienorm delen wij door gemiddelde bezetting van een woning in Haarlemmermeer en vermenigvuldigen we met het aantal inwoners van een specifieke kern. De drie gemeenten die wij als benchmark hebben gebruikt zijn Zaanstad, Zoetermeer en Almere (hierna: benchmarkgemeentes). Deze zijn gekozen omdat ze qua opbouw lijken op Haarlemmermeer. In de collegenota Schaalsprong Wonen (2018.0061852), staat dat het voorzieningenniveau minimaal hetzelfde moet blijven om het aantrekkelijke woon- en vestigingsklimaat te behouden. Daarom hebben wij de actuele omvang van de maatschappelijke voorzieningen in Haarlemmermeer meegenomen in de totstandkoming van de referentienormen. Hierbij merken wij nog wel het volgende op. Het betreffen soms schattingen van de werkelijke hoeveelheid vierkante meters aan voorzieningen, omdat niet alle informatie via deskresearch eenduidig te reproduceren was. Verder zijn de referentienormen soms op een verschillende wijze tot stand gekomen, bijvoorbeeld wanneer een gemeente sterk afweek in het aantal vierkante meters.

Zo zitten sommige referentienormen qua getal tussen het gemiddelde van de drie benchmarkgemeenten en de huidige vierkante meters in Haarlemmermeer in. Andere referentienormen komen voort uit het gemiddelde van twee benchmarkgemeentes en de huidige vierkante meters in Haarlemmermeer of zijn juist gebaseerd op het gemiddelde van de drie benchmarkgemeentes inclusief de vierkante meters in Haarlemmermeer. Ook is een aantal referentienormen niet op basis van een benchmark, maar op basis van cijfers van brancheverenigingen tot stand gekomen. In tabel A is dit samengevat. Onder de tabel is een korte toelichting toegevoegd. Voor een uitgebreide toelichting op de totstandkoming per referentienorm verwijzen wij naar de rapportage.

4

Tabel A. Referentienormen Categorie

Subcategorie

Steekproef 3 gemeentes m2 per woning

Haarlemmermeer m2 per woning

Referentienorm (m2 per woning)

(W)ijkgebonden (B)ovenwijks (G)emeentelijk

Subsidie/ inkoop rol gemeente

Ontmoeten en welzijn

Dorps- en wijkcentra

0,154

0,203

0,18

W

Ja

Jongerencentra

0,011

0,025

0,02

B

Ja

Ontmoetingsgroepen (vrij toegankelijk)

Geen onderdeel steekproef

0,05

W

Ja

Maatschappelijke dienstverlening*

Geen onderdeel steekproef

0,012

0,013

W

Ja

Bibliotheken

0,105

0,144

0,12

B

Ja

Ateliers & Expositieruimtes

0,033

0,021****

0,033

B

Ja

Cultuureducatie

0,070

0,124

0,10

W

Ja

Podia

0,169

0,158

0,17

G

Ja

Scoutings

0,227 perceel 0,031 gebouw

0,326 perceel 0,036 gebouw

0,28 perceel 0,033 gebouw

B

Ja

Avonturenspeeltuinen en Speeltuinverenigingen

0,351

0,654

0,50

B

Ja

Kinderboerderijen (erf)

0,483

0,493

0,51

B

Ja

Natuureducatie (gebouw)

0,010

0,016

0,014

B

Ja

Binnensport (gymzalen, sportzalen en sporthallen)

Geen onderdeel steekproef

0,8

B

Ja

Buitensport (velden)**

Geen onderdeel steekproef

15,5

B

Ja

Recreatie, groen en ontspanning

Volkstuinen

4,365

2,347

2,69

B

Nee

Kinderopvang

Kinderdagopvang (0-4 jaar)

Geen onderdeel steekproef

0,131

0,263

W

Ja

Buitenschoolse opvang (4-12 jaar)

Geen onderdeel steekproef

0,161

0,24

W

Nee

Huisarts

Geen onderdeel steekproef

0,100

0,15

W

Nee

Fysiotherapeut

Geen onderdeel steekproef

0,111

0,04

W

Nee

Tandarts

Geen onderdeel steekproef

0,092

0,09

W

Nee

Cultuur

Recreatie, groen en ontspanning

Sport

Zorg – eerstelijns

5

Categorie

Subcategorie

Steekproef 3 gemeentes m2 per woning

Haarlemmermeer m2 per woning

Referentienorm (m2 per woning)

(W)ijkgebonden (B)ovenwijks (G)emeentelijk

Subsidie/ inkoop rol gemeente

Zorg – eerstelijns

Apotheek

Geen onderdeel steekproef

0,057

0,088

B

Nee

Diëtist

0,003

0,003

B

Nee

Logopedist***

0,004

0,004

B

Nee

Verloskundige

0,008

0,008

B

Nee

Steunpunt Mantelzorg

0,002

0,002

B

Ja

Eerstelijns (Basis) GGZ***

0,009

0,009

B

Nee

Geïndiceerde Dagbesteding***

0,025

0,025

B

Ja

Hospice***

Geen onderdeel steekproef

0,010

B

Nee

Ziekenhuis

0,670

0,670

G

Nee

Verslaafdenzorg MGGZ***

0,053

0,053

B

Ja

Zorg

* ** *** ****

Maatschappelijk werk, sociale raadlieden en ouderenadvies. Sportgrond (exclusief wandelpaden, clubhuizen, tribunes, extra groen, parkeerterreinen). Advies van de onderzoeksbureaus is om in het gebruik van deze referentienorm een afweging te maken op basis de huidige m2 in Haarlemmermeer (in de weergegeven referentienorm is dat nog niet meegenomen). De vierkante meters van ateliers in het Kunstfort Vijfhuizen en Fort Hoofddorp ontbreken hierin: het daadwerkelijke aantal m2 in Haarlemmermeer is daardoor hoger.

Toelichting op Tabel A • De toevoeging van bovenwijks, wijkgebonden of gemeentelijk geeft aan waar je de voorziening idealiter wilt positioneren (afstand tot de woningen). Dit is van meerdere factoren afhankelijk. • In de tabel is ook aangegeven hoeveel m2 per woning van een bepaalde voorziening in Haarlemmermeer aanwezig is. Daar waar niets staat ingevuld (zoals bij ziekenhuis, logopedist, verloskundige, geïndiceerde dagbesteding, verslavingszorg e.d.), is dit niet onderzocht. Bij een toekomstige uitbreiding van deze voorzieningen adviseren wij bij gebruik van deze referentienorm de huidige m2 per woning te onderzoeken. • Om een goede vergelijking mogelijk te maken hebben wij ook het gemiddelde getal van de drie benchmarkgemeentes opgenomen. • Witte gearceerde voorzieningen zijn de voorzieningen waar wij bepaalde mate van invloed hebben in de zin van vastgoedeigenaar en/of subsidie of exploitatievergoeding verstrekker. • Wettelijk is de gemeente alleen verantwoordelijk voor de huisvesting van (bewegings)onderwijs. • De grijs gearceerde referentienormen kunnen ook worden gebruikt bij de wijkanalyses van het IAP, maar hierin heeft gemeente een beperktere rol en minder invloed op de totstandkoming van de voorziening, omdat wij geen eigenaar van het vastgoed worden en/of geen subsidie of exploitatievergoeding verstekken.

De gemeente heeft wel belang bij voldoende niveau van deze voorzieningen, zoals bijvoorbeeld huisartsen, eerstelijnszorg en de totstandkoming van integrale kindcentra (IKC). • Voor sport is in 2019 de huisvestingsopgave voor Haarlemmermeer door het Mulier Instituut onderzocht. Zij hebben beoordeeld hoeveel m2 per sport gewenst is gelet op de huidige aanwezige voorzieningen, landelijke normen en de ontwikkeling van de betreffende sport. In bijlage III en IV zijn de volledige rapportages van het Mulier Instituut opgenomen. Op basis van deze rapportages zijn de referentienormen voor binnen- en buitensport vertaald in de tabel. • Voor het bepalen van de ruimtebehoefte voor sport voor de wijkanalyses worden de uitkomsten van het Mulier Instituut als vertrekpunt gebruikt. • Voor een aantal categorieën is in de rapportage ook onderscheid gemaakt tussen de verschillende woonmilieus1 die Haarlemmermeer heeft. De verschillende normeringen per woonmilieu gebruiken wij alleen bij de afweging of we de referentienorm naar boven of beneden willen afronden. 1

Woonmilieu 1 stedelijk centrum Woonmilieu 2 centrum dorps Woonmilieu 3 landelijk

6

•

Ook staan in de rapportage bij sommige voorzieningen standaardgroottes genoemd. Deze gebruiken wij als indicatie van wat de minimale omvang van een voorziening zou moeten zijn.

Tot slot merken we nog op dat de volgende categorieën niet zijn meegenomen in Tabel A omdat voor: • • • •

2.3

onderwijshuisvesting de normen en de hieruit voortvloeiende opgave al in het Integraal Huisvestingsplan (IHP) zijn opgenomen; binnenwijks groen en speelruimte de normen zijn opgenomen in de Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR); bovenwijks groen de normen zijn opgenomen in de Actualisatie recreatie en landschap (in Q1 2021 behandeling in raad voorzien); wonen met zorg de huisvestingopgave door adviesbureau Companen is onderzocht. De uitkomsten hiervan zijn in Q4 2020 door middel van een informatiebrief met de raad gedeeld.

Toepassing referentienormen

De referentienormen moeten gezien worden als een eerste richtlijn bij de wijkanalyses van het IAP om te bepalen of een wijk of kern voldoende m2 aan maatschappelijke voorzieningen heeft. Verdere inkleuring per wijk of kern is altijd noodzakelijk. De al aanwezige voorzieningen (of het tekort hieraan), zowel binnen de wijkgrenzen als aangrenzend, worden meegenomen in het bepalen van de concrete opgave bij de wijkanalyses. Wat betreft de status van deze referentienormen is het uitdrukkelijk niet zo dat als een wijk of kern een tekort heeft (in m2) van een bepaalde voorziening conform de norm, automatisch volgt dat de opgave is om bij te bouwen. Andersom betekent een overschot (aan m2) van een bepaalde voorziening niet dat er automatisch voorzieningen moeten worden gesloten. Afwijkingen van meer dan 20% op de referentienormen lichten wij verder toe in het actieplan als resultaat van de IAP wijkanalyse. Ook andere factoren, zoals de mogelijkheid om meerdere voorzieningen in één gebouw te organiseren of leegstaande ruimte in de omgeving beter te benutten, spelen een belangrijke rol. Op deze wijze wordt het vastgoed optimaal benut, hetgeen ten goede kan komen aan de exploitatie en de subsidieafhankelijkheid kan verminderen.

De referentienormen worden daarom niet gezien als een hard gegeven, maar als een startpunt voor het bepalen van de juiste omvang en het in beeld brengen van verbeteringen. Bij het opstellen van de referentienormen hebben we voor een aantal voorzieningen gekeken in hoeverre de huidige aanwezigheid zich verhoudt tot de nu opgestelde normen. Hieruit is gebleken dat we bij de meeste categorieën in onze vastgoedportefeuille, waarvoor de gemeente een huisvestings- of subsidierol heeft, minimaal aan de referentienorm voldoen. Bij de wijkanalyses van het IAP richten wij ons voornamelijk op de maatschappelijke voorzieningen waar wij als gemeente een actieve huisvestings- of subsidierol hebben (zoals bij ontmoeting-, cultuur of sport, etc.). In de wijkanalyses kijken we zijdelings naar de maatschappelijke voorzieningen waarbij we deze actieve rol niet hebben. De referentienormen kunnen ook als één van de uitgangspunten bij de ruimtereserveringen voor maatschappelijke voorzieningen in een gebiedsontwikkeling worden gebruikt. Voor voorzieningen waar wij geen actieve rol hebben kan de referentienorm ook gebruikt worden om de benodigde ruimte te (laten) reserveren. In 2021 leggen wij verder een visie en uitvoeringsprogramma sociale infrastructuur ter bespreking aan de raad voor.

Hierin wordt de ruimtebehoefte aan maatschappelijke voorzieningen geformuleerd op basis van deze referentienormen en overige uitgangspunten. Ook wordt omschreven welke maatschappelijke voorzieningen waar en wanneer benodigd zijn, met een beschrijving van de planning, kostenopgave en organisatie rondom de schaalsprong. In de nota Verkennend onderzoek voor een uitvoeringsstrategie schaalsprong wonen (2020.0001424) is al een eerste inzicht gegeven in de benodigde investeringen ten behoeve van de schaalsprong op het gebied van fysieke infrastructuur, groen en recreatie en maatschappelijke voorzieningen.

7

3 Vastgoed richtlijnen maatschappelijke voorzieningen De ruimtelijke richtlijn vormt het startpunt van het beoordelingskader. In hoofdstuk 2 hebben we deze en de toepassing daarvan verder toegelicht. Voor de maatschappelijke voorzieningen waar wij eigenaar van zijn, gaan we aan de hand van vastgoed richtlijnen beoordelen of het gebouw financieel en technisch presteert zoals wij dat zouden willen. Hierbij maken wij gebruik van zogenoemde prestatie-indicatoren. Het betreffen voorlopige prestatie-indicatoren, zodat in de wijkanalyses op basis hiervan het vastgoed alvast beoordeeld kan worden.

3.1 Financiële prestatie-indicatoren Met de financiële prestatie-indicatoren krijgen we objectief in beeld hoe ons vastgoed financieel presteert. We kijken naar welke financiële ruimte er beschikbaar is voor investeringen en/of welke verbeteringen in de exploitatie (zoals het aanpassen van de huur en/of de kosten) nodig zijn. Deze prestatie-indicatoren vormen belangrijke input in de afweging of en welke maatregelen uitgevoerd kunnen worden. Tabel B. Financiële prestatie-indicatoren

Financiële prestatie-indicatoren Indicator

Toelichting

Ambitie

Exploitatieresultaat

Het verschil tussen de begrote kosten (onderhoudskosten uit het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP)), belastingen, verzekering en kapitaallasten) en begrote baten (huurprijs) van een gebouw. De geplande meerjarige onderhoudskosten per m2 (over periode van 10 jaar) worden vergeleken met een genormeerde bandbreedte voor onderhoud, zodat inzichtelijk wordt of het onderhoud van een object realistisch is. De werkelijke huurprijs per m2 wordt vergeleken met de gemiddelde huurprijs van soortgelijke voorzieningen binnen onze eigen portefeuille. Bij grote afwijkingen kan dit aanleiding zijn voor aanpassingen. De boekwaarde wordt vergeleken met de WOZ-waarde3. Is de boekwaarde hoger, dan kan afboeking een optie zijn.

Exploitatieresultaat is groter dan of gelijk aan 0

Onderhoudskosten

Huurprijs

Boekwaarde

11 – 17 €/m2 bvo2 (bruto vloeroppervlakte)

huurprijs binnen een bandbreedte van 10% van de gemiddelde huur boekwaarde kleiner of gelijk aan de WOZ-waarde

Het kan zijn dat afwijkende resultaten een logische verklaring hebben en niet noodzakelijk leiden tot aanpassingen. In die gevallen zal bij de wijkanalyse hierover een extra toelichting worden gegeven.

3.2

Technische prestatie-indicatoren

Met de technische prestatie-indicatoren kunnen we bepalen of een gebouw eenvoudig is aan te passen (flexibele indeling, in- en uitbreiding goed mogelijk) of dat sloop en nieuwbouw een betere optie is. Daarbij kijken we naar de onderhoudsconditie en de leeftijd van het gebouw. Dit geeft een indicatie of vervanging technisch noodzakelijk kan zijn. De uitkomsten van deze gegevens moeten in de afweging in samenhang gezien worden met de financiële prestaties van een gebouw.

2

Afgeleid van Benchmark gemeentelijk vastgoed 2019, TIAS School for Business en Republiq.

3 Voor de WOZ-waarde wordt voor maatschappelijk vastgoed gebruik gemaakt van de gecorrigeerde vervangingswaarde.

8

Daarnaast zal op basis van het Klimaatakkoord van ons verwacht worden, dat onze vastgoedportefeuille presteert conform de afspraken van dit akkoord. En als gemeente willen wij optimaal bijdragen aan een inclusieve maatschappij. Dit houdt in dat ons vastgoed ook toegankelijk moet zijn voor mensen met een beperking. In onderstaande tabel zijn de prestatie-indicatoren nader toegelicht en is een eerste aanzet gegeven van onze ambities. Tabel C. Technische prestatie-indicatoren

Technische prestatie-indicatoren Indicator

Toelichting

Ambitie

Gebouwconditie

Voor ons onderhoud maken we gebruik van een meerjaren onderhoudsplan op basis van de NEN27674. Wij onderhouden ons vastgoed sober en doelmatig. Het bouwjaar geeft aan hoe oud een gebouw is en zegt iets over de mogelijk resterende boekwaarde en of er investeringsruimte is.

Minimaal conditieniveau 3 (NEN2767)

Leeftijd

Duurzaamheid

Toegankelijkheid

Op basis van het Klimaatakkoord moet al het vastgoed in 2050 energieneutraal zijn. Hiervoor wordt een Routekaart Maatschappelijk Vastgoed Haarlemmermeer uitgewerkt. Vooruitlopend op deze Routekaart wordt nu alvast een prestatiedoel benoemd. Voor de toegankelijkheid van gebouwen is nog geen landelijk of gemeentelijk beleid geformuleerd. Momenteel is er ook nog geen vastomlijnde landelijke NEN-methodiek vastgesteld. Bij de introductie van de Omgevingsvisie wordt het landelijk Bouwbesluit wel (beperkt) aangepast voor (ver-)bouw van woningen en openbare gebouwen. Vooruitlopend op duidelijke centrale richtlijnen voor toegankelijkheid benoemen we hier wel alvast ons ambitieniveau. De verdere uitwerking van toegankelijkheid van onze voorzieningen wordt meegenomen in het beleidskader Vastgoed. Hierin zal beschreven worden wat de minimale eisen zijn wat betreft bereikbaarheid, bewegingsvrijheid en verblijfscomfort6.

Een gebouw ouder dan 20 jaar komt eerder in aanmerking voor renovatie, sloop of nieuwbouw Ten minste Energielabel C5.

- Onze voorzieningen zijn zonder belemmering voor iedereen toegankelijk - Bezoekers moeten zonder belemmering kunnen bewegen in onze voorzieningen - Bezoekers kunnen zonder belemmering verblijven in onze voorzieningen

4 Conditiemeting van gebouwen, terreinen en installaties is in Nederland de meting van de staat van onderhoud conform de NEN 2767

standaard. Dit gebeurt door middel van een vastgelegde meet- en registreermethode. Bij de inspectie van ieder materiaal, elk element en iedere detaillering wordt gecontroleerd op eventuele gebreken, de omvang daarvan en de intensiteit. De score loopt van 1 tot 6, daarbij is 1 zeer goed en 6 zeer slecht. Een conditiescore van 3 is naar de maatstaf van de meeste vastgoedportefeuillehouders of gebruikers voldoende. 5 In het Klimaatakkoord is aangegeven dat alle kantoorpanden in 2023 label C moeten hebben. Deze ambitie geldt (nog) niet voor maatschappelijke voorzieningen en is sterk afhankelijk van hoe rendabel duurzaamheidsinvesteringen zijn. 6 Bij het ontbreken van een eenduidige NEN-normering maken wij gebruik van het Handboek voor Toegankelijkheid. Het handboek is doorontwikkeld in samenwerking met cliënten- en patiëntenorganisaties. Het Keurmerk Nationale Toegankelijkheid, ontwikkeld en getoetst door de organisatie van Ongehinderd, maakt hier ook gebruik van, net als de toekomstige NEN-normering.

9

4 Beleidsmatige richtlijnen maatschappelijke voorzieningen 4.1 Prestatie-indicatoren voor beleidsmatige richtlijnen Als de maatschappelijke voorzieningen aan de hand van de ruimtelijke richtlijn en de vastgoedrichtlijnen zijn beoordeeld, gaan we tijdens de IAP wijkanalyse aan de hand van beleidsmatige richtlijnen beoordelen of de invulling van het gebouw (programmering) presteert zoals wij dat zouden willen. Het doel is immers dat de programmering bijdraagt aan onze beleidsdoelen (maatschappelijke meerwaarde oplevert). Het meten van een maatschappelijke meerwaarde is een lastige opgave, omdat het niet eenvoudig objectief meetbaar is. Om deze prestatie toch te beoordelen, stellen wij voor om het gebruik en de tevredenheid van de gebruiker van de maatschappelijke voorziening te meten aan de hand van de volgende prestatie-indicatoren: Voor gebruik: • Het werkelijke gebruik van een ruimte, waar mogelijk in % afgezet tegen het maximaal mogelijke gebruik (bezettingsgraad) per type accommodatie. • Het totaal aantal bezoekers gemiddeld per week. Voor tevredenheid: • Tevredenheid gebruikers uit tevredenheidsonderzoeken.

4.2 Uitwerking We gaan per type voorziening nog een passende methode en ambitie over gebruik en tevredenheid formuleren. Het gebruik van een bibliotheek is immers anders te meten dan van een sporthal, dat vraagt om maatwerk. Ook zijn wij hiervoor afhankelijk van de informatie die onze maatschappelijke partners (stichting Maatvast, stichting Het Cultuurgebouw en Sportfondsen NV) kunnen aanleveren. Samen met hen stellen wij een passende methode en ambitie vast. Dit gaan we in de komende tijd verder uitwerken. Hierbij wordt ook gekeken naar het onderscheid tussen grote en kleine kernen. Maatschappelijke meerwaarde is vanzelfsprekend meer dan alleen het resultaat van bezetting, aantal bezoekers en de tevredenheid. Maar door deze prestaties meetbaar te maken krijgen we wel inzicht in de mogelijkheden om het gebruik van de maatschappelijke voorzieningen te optimaliseren. Bij de vraag of de ruimte meer gebruikt zou kunnen worden, speelt ook de afweging welke extra kosten het uitbreiden van programmering of extra uren beheer met zich meebrengt. Hieronder is een eerste uitwerking van de prestatieindicatoren gebruik en tevredenheid weergegeven. Tabel D. Prestatie-indicatoren bij beleidsmatige richtlijn

Categorie Ontmoeten en welzijn

Cultuur

Subcategorie

Gebruik van het vastgoed

Tevredenheid gebruiker

Bezettingsgraad % op jaarbasis*

Bezoekers per week

Dorps- en wijkcentra

Aantal uren verhuur 5.096 uur per jaar als 100% bezetting

Aantal bezoekers

-Klant tevredenheidsonderzoek door Maatvast (1x per 2 jaar) -Cijfers minimaal 7

Jongerencentra

Aantal uren verhuur 5.096 uur per jaar als 100% bezetting

Aantal bezoekers

-Klant tevredenheidsonderzoek door Maatvast (1x per 2 jaar) -Cijfers minimaal 7

Bibliotheken

5.096 uur per jaar als 100% bezetting. De openingsuren zijn bekend. Verdere afstemming benodigd over ambitieniveau.

Bezoekersaantallen met onderscheid tussen bibliotheken van groter en kleiner dan 750 m2 Verdere afstemming benodigd over ambitieniveau.

Nader af te stemmen. Wellicht een terugkerend tevredenheidsonderzoek door het Cultuurgebouw

10

Categorie Cultuur

Sport

Subcategorie

Gebruik van het vastgoed

Tevredenheid gebruiker

Bezettingsgraad % op jaarbasis*

Bezoekers per week

Ateliers & expositieruimtes

5.096 uur per jaar als 100% bezetting. Verdere afstemming benodigd over berekening bezettingsgraad en ambitieniveau.

Bezoekersaantallen per locatie. Verdere afstemming benodigd over ambitieniveau voor alle locaties.

Nader af te stemmen. Wellicht een terugkerend tevredenheidsonderzoek door het Cultuurgebouw

Cultuureducatie

5.096 uur per jaar als 100% bezetting. Verdere afstemming benodigd over berekening bezettingsgraad en ambitieniveau.

Bezoekersaantallen per locatie. Verdere afstemming benodigd over ambitieniveau voor alle locaties.

Nader af te stemmen. Wellicht een terugkerend tevredenheidsonderzoek door het Cultuurgebouw

Podia

5.096 uur per jaar als 100% bezetting. Verdere afstemming benodigd over berekening bezettingsgraad en ambitieniveau.

Bezoekersaantallen per locatie. Verdere afstemming benodigd over ambitieniveau voor alle locaties.

Nader af te stemmen. Wellicht een terugkerend tevredenheidsonderzoek door het Cultuurgebouw

Sporthal

1.< 35% = optimaliseren of verklaren 2.> 35% = voldoende

1000

-Onderzoek Mulier (en later wellicht Sportfondsen) -beoordeling gemiddeld minimaal voldoende

Sportzaal

1.< 50% = optimaliseren of verklaren 2.> 50% = voldoende

400

-Onderzoek Mulier (en later wellicht Sportfondsen) -beoordeling gemiddeld minimaal voldoende

Gymzaal

1.< 25% = optimaliseren of verklaren 2.> 25% = voldoende

400

-Onderzoek Mulier (en later wellicht Sportfondsen) -beoordeling gemiddeld minimaal voldoende

* Maximale bezetting is van 9:00-23:00 uur. Dit is 14 uur per dag en daarmee 14 uur x 365 dagen is 5.096 uur op jaarbasis = 100%.

11

5 Context In juni 2020 is het IAP geamendeerd vastgesteld. Tijdens het opstellen van het Beoordelingskader is meerjarenbeeld gewijzigd. Het vaststellen van dit beoordelingskader heeft nu echter verder geen financiële consequenties. Dit beoordelingskader is de invulling van het amendement en van toepassing bij de wijkanalyses van het IAP. Uit de wijkanalyses van het IAP komen per kern actieplannen, deze actieplannen worden ter informatie of besluitvorming, afhankelijk van een eventuele investeringsvraag, aan de raad voorgelegd en meegenomen in Meerjaren Perspectief vastgoed (MPV). Het eerste MPV zal eind 2021 gereed zijn. Binnenkort zal ook visie en uitvoeringsprogramma sociale infrastructuur ter bespreking aan de raad worden aangeboden. Hierin wordt de ruimtebehoefte aan maatschappelijke voorzieningen geformuleerd met een beschrijving van de planning, kostenopgave en organisatie die past bij de gewenste schaalsprong van ongeveer 20.000 extra woningen. De samenhang tussen de diverse stukken kan als volgt worden weergegeven:

6 Uitwerking en evaluatie Net als het IAP 2020, is het Beoordelingskader Maatschappelijk Voorzieningen IAP een document dat we moeten evalueren op basis van de toepassing in de praktijk. Van belang is te beoordelen hoe de referentienormen en de richtlijnen in de praktijk uitwerken. Tegelijkertijd willen we ook de eerste wijkanalyses gebruiken om te toetsen of de richtlijnen die we hier hebben opgenomen realistisch en eenvoudig toepasbaar zijn en dienen de volgende prestatie-indicatoren nog verder te worden uitgewerkt: -

Duurzaamheid Toegankelijkheid Gebruik Tevredenheid

Duurzaamheid en toegankelijkheid nemen we mee in het Beleidskader Vastgoed en gebruik en tevredenheid worden meegenomen in de prestatieafspraken bij de subsidieverlening/overeenkomsten met onze maatschappelijke partners. Het beoordelingskader is onderdeel van de evaluatie van het IAP. Bij de raadssessie eind 2021 informeren wij de raad over de voortgang en eind 2022 evalueren we het IAP.

12

Begrippenlijst Maatschappelijke activiteiten:

Dit zijn bezigheden die voortkomen uit de maatschappelijke behoeften van mensen of een groep mensen.

Maatschappelijke voorzieningen:

Een combinatie van functies, activiteiten en accommodaties die zijn gericht op het bewerkstelligen van specifieke behoeften en doelstellingen van doelgroepen.

Maatschappelijke accommodaties:

Vastgoedobjecten met een maatschappelijke bestemming, die worden ingezet voor de beleidsdoelstellingen van onderwijs, welzijn, zorg, sport en cultuur. De bestemming van de accommodatie (het object) is bepalend, niet het eigendom van het object.

Bovenwijkse maatschappelijke voorziening:

Een maatschappelijke voorziening waarvan het nut zich uitstrekt over een groter gebied dan de wijk of kern waar de maatschappelijke voorziening is gevestigd.

Referentienormen:

Ruimtebehoefte in m2 per woning of inwoner voor een bepaalde maatschappelijke voorziening. Wij zien de referentienormen als een vertaling van de indicatieve ruimtebehoefte aan maatschappelijke voorziening uitgedrukt in m2. Het begrip referentienorm wordt door meerdere gemeenten gehanteerd.

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer Springco Urban Analytics & Stipo, 19 januari 2021

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 2

Overzichtsmatrix (m2 per woning)

Ontmoetingsruimte Jongerencentrum Bibliotheek Atelier (gesubsidieerd) Cultuureducatie Podia Scoutings (perceel) Scoutings (gebouw) (Avonturen)speeltuinen en speeltuinverenigingen Kinderboerderijen Volkstuinen Natuureducatie (gebouw) Eerstelijns (Basis) GGZ Diëtist Logopedist Steunpunt Mantelzorg Verloskundige (behandelruimte) Ziekenhuis Geïndiceerde dagbesteding Verslavingszorg MGGZ Huisarts Fysiotherapeut Tandarts Apotheek Maatschappelijke dienstverlening Wijkzorg Kinderdagopvang Buitenschoolse opvang Hospice Ontmoetingsgroepen (vrij toegankelijk)

Advies Stipo 2019

Steekproef 2020

Maatsch. vastgoed Hlmr 2020

Normering 2020

Reikwijdte voorziening

0,29

0,154

0,203

0,18

Wijkgebonden

0,011

0,025

0,02

Bovenwijks

0,105

0,144

0,12

Bovenwijks

0,033

0,021

0,033

Bovenwijks

0,070

0,124

0,10

Wijkgebonden

0,169

0,158

0,17

Gemeentelijk

0,227

0,326

0,28

Bovenwijks

0,031

0,036

0,033

Bovenwijks

0,351

0,654

0,50

Bovenwijks

0,483

0,493

0,51

Bovenwijks

4,365

2,347

2,69

Bovenwijks

0,010

0,016

0,012

Bovenwijks

0,009

0,009

Bovenwijks

0,003

0,003

Bovenwijks

0,004

0,004

Bovenwijks

0,002

0,002

Bovenwijks

0,008

0,008

Bovenwijks

0,670

0,67

Gemeentelijk

0,025

0,025

Bovenwijks

0,053

0,05

Bovenwijks

0,15

0,100

0,15

Wijkgebonden

0,04

0,111

0,04

Wijkgebonden

0,09

0,092

0,09

Wijkgebonden

0,088

0,057

0,088

Bovenwijks

0,012

0,013

Wijkgebonden Wijkgebonden

0,016 0,263 *

0,131

0,263

Wijkgebonden

0,240

0,161

0,240

Wijkgebonden

0,010

0,010

Bovenwijks

0,05

0,05

Bovenwijks

* Stipo’s kengetallen voor kinderdagopvang en peuterspeelzalen uit 2019 bij elkaar opgeteld (nieuwe wetgeving)

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 3

Inhoudsopgave Inleiding .........................................................................................................................................................................4 Methode ........................................................................................................................................................................5 Toelichting referentienormen .......................................................................................................................................6 Ruimte voor Meedoen ..............................................................................................................................................6 Ontmoetingsruimte (dorps- en wijkcentrum).......................................................................................................6 Jongerencentrum ..................................................................................................................................................8 Ruimte voor cultuur ................................................................................................................................................10 Bibliotheek ..........................................................................................................................................................10 Atelier &

Expositieruimte....................................................................................................................................12 Cultuureducatie ..................................................................................................................................................13 Podia ...................................................................................................................................................................15 Ruimte voor recreatie, groen en ontspanning ........................................................................................................16 Scoutings .............................................................................................................................................................16 Avonturenspeeltuinen en Speeltuinverenigingen ..............................................................................................18 Kinderboerderijen ...............................................................................................................................................19 Volkstuinen .........................................................................................................................................................21 Natuureducatie (gebouw)

...................................................................................................................................23 Ruimte voor zorg en gezondheid | Eerstelijnszorg .................................................................................................25 Eerstelijns (basis) GGZ.........................................................................................................................................25 Diëtist ..................................................................................................................................................................27 Logopedist...........................................................................................................................................................28 Steunpunt Mantelzorg ........................................................................................................................................30 Verloskundige .....................................................................................................................................................32 Ruimte voor zorg en gezondheid | Tweedelijnszorg ...............................................................................................34 Ziekenhuis (incl.

buitenpoliklinieken) .................................................................................................................34 Geïndiceerde dagbesteding (18-64 jaar) ............................................................................................................35 Verslavingszorg MGGZ ........................................................................................................................................37 Extra Haarlemmermeer ...............................................................................................................................................39 Huisarts ...............................................................................................................................................................39 Fysiotherapeut ....................................................................................................................................................40 Tandarts ..............................................................................................................................................................41 Apotheek .............................................................................................................................................................42 Maatschappelijke dienstverlening

......................................................................................................................42

Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer | 4

Wijkzorg ..............................................................................................................................................................43 Kinderdagopvang ................................................................................................................................................44 Buitenschoolse Opvang (BSO) .............................................................................................................................45 Stipo 2019 ....................................................................................................................................................................46 Hospice ...............................................................................................................................................................46 Ontmoetingsgroepen (vrij toegankelijk) .............................................................................................................47 Bijlage 1. Steekproefgemeenten en woonmilieus .......................................................................................................48 Bijlage 1a. Toelichting van methodiek ....................................................................................................................48 Bijlage 1b.

Woonmilieu-specifieke inventarisatie gevonden m2 .............................................................................49 Bijlage 2. Bruto-vloeroppervlakte (BVO) .....................................................................................................................50 Bijlage 3. Landelijke standaardgrootte bibliotheken ...................................................................................................51 Bijlage 4. Verzorgingsgebieden (Voronoi) ...................................................................................................................52 Bijlage 3a. Voronoi-cellen bibliotheken ..................................................................................................................52 Bijlage 3b. Voronoi-cellen cultuureducatie .............................................................................................................55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=edb4949e-cd40-4693-a3e5-cc7562e81f21