CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Actualisatie Masterplan PARK21 (2021.0002522).pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 27 januari 2022, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: 21.00 - 22.00 uur SESSIE: RV Actualisatie Masterplan PARK21 (2021.0002522) - Tweede termijn22.698 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

gemeente Haarlemmermeer

raadsvoorstel

Onderwerp

Portefeuillehouders Steller Collegevergadering

Actualisatie Masterplan PARK21 mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker, Fouad Sidali Aafke Kaspers 9 november 2021

Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer

2021.0002522

1. Voorstel Collegebesluit(en) Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. het Masterplan PARK21 te actualiseren door de volgende wijzigingen vast te stellen: a. de parklaag heeft een gemiddelde hoogte van 0,75 meter en maximaal 4 meter in plaats van de eerder vastgestelde hoogten van minimaal 1 meter, gemiddeld 2 meter en maximaal 4 meter; b. de parklaag op te bouwen uit grond met de kwaliteit 'Achtergrondwaarde' of 'Wonen' en niet meer met grond met de kwaliteit 'Industrie' met een afdeklaag; c. de verhouding van 40 procent parklaag, 40 procent polderlaag en 20 procent leisurelaag toe te passen in plaats van de eerdere evenredige verhouding tussen de lagen van 33,3 procent; d. PARK21 programmatisch van west naar oost in te delen in zes zones te weten de zones sport en ontspanning, watersport en recreatie, landbouw-innovatie-educatie, landbouw-ontspanning-educatie, landbouw-ontspanning-vermaak en landbouwprioritaire structuur, zoals weergegeven in figuur 5 in plaats van vijf zones zoals opgenomen in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (RV 2017.0031976); 2.

het Basisinrichtingsplan Gronddepot Meergrond aan te passen ten behoeve van een goede inpassing van de parklaag in combinatie met een evenemententerrein.

Actualisatie Masterplan PARK21

pagina 2

2. Samenvatting PARK21 wordt een grootschalig groen- en recreatiegebied in Haarlemmermeer van circa 1.000 hectare. Met PARK21 is het de ambitie om te voorzien in de lokale behoefte aan recreatiemogelijkheden, het samenbrengen van stad en platteland, het tot ontwikkeling brengen van recreatieve en toeristische functies, voor inwoners uit Haarlemmermeer, maar ook voor regionale en (inter)nationale bezoekers. De ambities van PARK21 komen zichtbaar terug in de verschillende drie lagen: de polderlaag (polderlandschap/landbouw), de parklaag (voor recreatieve groenstructuur) en de leisurelaag (voor vrijetijdsvoorzieningen). Het Masterplan (RV 2011.0011913), de Herijking uitvoeringsstrategie PARK21 (RV 2016.0034520) en de uitgewerkte doelstellingen (2021.0000357) hebben als basis gediend voor het onderzoek naar de brede milieueffecten en het planologische kader voor het op te stellen bestemmingsplan van PARK21. Op basis van de bevindingen en aanbevelingen van het concept milieueffectrapport (MER) onderzoek (2021.0001380) en de participatiereacties op het voorontwerp bestemmingsplan stellen wij de raad voor om op onderdelen tot een actualisatie van het Masterplan te komen: (1) de hoogte van de parklaag, (2) het gebruik van hergebruiksgrond met de kwaliteit Industrie, (3) de verhouding van parklaag, polderlaag en leisurelaag en (4) de programmatische zonering.

Tevens stellen we voor het vastgestelde inrichtingsplan voor het Gronddepot Meergrond (2012.0074057) aan te passen ten behoeve van een betere inpassing van het evenemententerrein. 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?

PARK21 wordt een grootschalig groen- en recreatiegebied in Haarlemmermeer van circa 1.000 hectare. PARK21 kan gezien worden als groene, recreatieve verbindende schakel tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en tussen oost (de Westeinderplassen en Rijsenhout) en west (Zwaanshoek en Beinsdorp en de binnenduinrand daarachter). Met PARK21 wordt samen met inwoners, ondernemers, agrariërs en initiatiefnemers een nieuw landschap gecreëerd. Het wordt de verbinding in de regionale groenstructuur waarbij er volop ruimte is voor de cultuurhistorie van Haarlemmermeer. PARK21 komt tot ontwikkeling door onze actieve inzet op de realisatie van de basisvariant (prioritaire structuur) en de begeleiding van initiatieven. De kaders, regels voor begeleiding en de doelstellingen voor dit project zijn in het Masterplan PARK21 door de gemeenteraad vastgesteld (RV 2011.0011913).

Figuur 1: Stip op de horizon voor 2040 voor PARK21

Actualisatie Masterplan PARK21

pagina 3

Figuur 2: van boven naar beneden: polderlaag, parklaag en leisurelaag

Met PARK21 is het de ambitie om te voorzien in: • de lokale behoefte aan recreatiemogelijkheden, kwantitatief, maar ook kwalitatief. Het verbindt de kernen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en zorgt voor een krachtige, groene en recreatieve oost-west verbinding door de polder; • het samenbrengen van stad en platteland, inwoners en boeren. Gebruikmakend van de ligging in een dichtbevolkt gebied en de recreatieve aantrekkingskracht van het park ontstaan zo nieuwe perspectieven voor de landbouw; • het tot ontwikkeling brengen van recreatieve en toeristische functies, voor inwoners uit Haarlemmermeer, maar ook voor regionale, nationale en wellicht internationale bezoekers; • een voorbeeldproject op gebied van duurzaamheid met onder andere als belangrijke inzet het streven naar verduurzaming van het watersysteem in het gebied.

De ambities van PARK21 komen zichtbaar terug in de verschillende lagen. PARK21 wordt namelijk opgebouwd uit drie lagen: de polderlaag, de parklaag en de leisurelaag. Deze lagen vullen elkaar aan, lopen in elkaar over, maar verschillen ook duidelijk: •

•

•

De parklaag is een openbaar toegankelijke recreatieve groenstructuur en zorgt voor samenhang en verbinding in PARK21. Hier ligt het recreatieve netwerk van wandel-, fiets-, skate- en ruiterpaden. De parklaag vormt ook de groen/blauwe verbinding die gelegd wordt tussen gebieden en draagt bij aan de biodiversiteit. De polderlaag houdt het bestaande open polderlandschap zichtbaar en herkenbaar, het verankert de cultuurhistorie in het park. Ook biedt het ruimte voor transformatie naar kringlooplandbouw en verbrede stadslandbouw in het polderland en de agrarische erven in het poiderlint. De leisurelaag biedt (commerciële en semi-publieke) duurzame educatieve en/of recreatieve voorzieningen. Deze vrijetijdsvoorzieningen worden landschappelijk ingepast in de groene omgeving en versterken, verbreden en vergroten de parklaag.

De verschillende lagen worden met elkaar verbonden door de te realiseren basisvariant. Deze vormt de ruggengraat van de parklaag en zorgt voor noodzakelijke verbindingen van de kernen binnen Haarlemmermeer naar het park. De basisvariant zorgt ervoor dat de algehele groene uitstraling van het park te allen tijde behouden wordt. En vormt tevens de basis voor de initiatieven die ontwikkeld worden in PARK21. Door eerst de basisvariant te realiseren, ontstaat een aaneengesloten structuur die uitnodigend voor verschillende initiatiefnemers is. Daarnaast wordt versnippering van deelontwikkelingen met beperkte samenhang voorkomen. De basisvariant in de groene omgeving verbindt niet alleen de verschillende kernen in Haarlemmermeer, maar eveneens de verschillende zones en (tijdelijke) functies in PARK21.

Actualisatie Masterplan PARK21

pagina 4

Figuur 3: Basisvariant PARK21 3.2 Wat gaan we daarvoor doen?

Het Masterplan (RV 2011.0011913), de Herijking uitvoeringsstrategie PARK21 (RV 2016.0034520) en de uitgewerkte doelstellingen (2021.0000357) hebben als basis gediend voor het onderzoek naar de brede milieueffecten en de vertaling naar het planologische kader voor PARK21. De bevindingen van dit onderzoek oftewel het concept milieueffectrapport (MER) zijn in juni 2021 middels de nota van B&W 'Vaststelling voorontwerpbestemmingsplan en conceptMER PARK21' (2021.0001380) gedeeld met en besproken in de raad. Inwoners, belanghebbenden en onze ketenpartners zijn in de gelegenheid gesteld om een reactie in te dienen. Op basis van de bevindingen en aanbevelingen van het concept MER onderzoek en de participatiereacties stellen wij de raad voor tot een actualisatie van het Masterplan te komen. Hiermee geven wij uitvoering aan het coalitieakkoord 2019-2022 waarin is vastgesteld dat op basis van de voortgang van PARK21 en de resultaten van het MER, het Masterplan geactualiseerd wordt. Die actualisatie ziet toe op de onderstaande punten: (1) de hoogte van de parklaag; (2) het gebruik van hergebruiksgrond met de kwaliteit Industrie; (3) de verhouding van parklaag, polderlaag en leisurelaag en de programmatische zonering.

Tevens stellen we voor het vastgestelde inrichtingsplan voor het Gronddepot Meergrond (2012.0074057) aan te passen ten behoeve van een betere inpassing van het evenemententerrein. (1) De hoogte van de parklaag De parklaag is met een golvend reliëf en vloeiende lijnen een tegenhanger van de rationele en geometrische inrichting van de polder. De parklaag wordt aangelegd en daarnaast esthetisch aantrekkelijk gemaakt voor bezoekers, inwoners en ondernemers in PARK21 (2016.0034520).

Actualisatie Masterplan PARK21

pagina 5

De parklaag speelt in op het watersysteem met peilfluctuatie, dit wordt het verbeterd droogmakerij systeem (VDS) genoemd. De reliëfrijke parklaag levert ook bij hogere polderpeilen een voldoende drooglegging en daarmee een goede basis voor duurzame beplanting met bomen. In het Masterplan is beschreven dat parklaag minimaal één meter, maximaal vier meter en gemiddeld twee meter hoger ligt dan de huidige agrarische polder (RV 2011.0011913). Om de parklaag te verhogen, is het essentieel om voldoende grond beschikbaar te hebben, tegen een zo laag mogelijk, of geen financieel beslag (RV 2016.0034520). Voor de ophoging van (met name) de parklaag zoals in het Masterplan PARK21 (RV 2011.0011913) is voorzien, is veel grond nodig. In het concept MER wordt geconcludeerd dat de uitvoering conform het Masterplan tot ongewenste gevolgen kan leiden en dat een heroverweging op zijn plaats is. De inrichting volgens het Masterplan leidt namelijk tot significant veel meer vrachtwagenkilometers met de bijbehorende emissies. Daarnaast kan de beoogde hoogte van de grondlichamen praktisch enkel bereikt worden door hergebruiksgrond tot en met Industrie kwaliteit toe te passen. Uit het concept MER onderzoek komt de aanbeveling naar voren om de volgende hoogten voor de parklaag aan te houden: minimaal 0 tot 1,5 meter, gemiddeld 0,75 meter en maximaal 3 a 4 meter over geheel PARK21.

De parklaag hoeft zodoende niet meer gemiddeld 2 meter te zijn, maar 0,75 meter. Wanneer in de parklaag gemiddeld 0,75 meter in hoogte wordt gerealiseerd, wordt de negatieve beoordeling op vrachtwagenkilometers verminderd. Het toepassen van hergebruiksgrond Industrie kwaliteit is niet langer noodzakelijk, zonder dat ingeleverd wordt op de landschappelijke kwaliteit en zonder dat de invoering van het duurzame VDS wordt beperkt. In de parklaag worden ook infrastructurele verbindingen gerealiseerd. De parklaag begeleidt de infrastructuur. Er moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de infrastructuur incidenteel om andere hoogtes vraagt, bijvoorbeeld in de buurt van bruggen. Dit is bijvoorbeeld bij de overgang over het spoor en de Nieuwe Bennebroekerweg het geval. De infrastructuur en begeleidende parklaag kan dan incidenteel hoger komen te liggen, dat punt wijzigt niet ten opzichte van het Masterplan. (2) het gebruik van hergebruiksgrond met de kwaliteit Industrie De grond in het gebied van het te realiseren PARK21 voldoet hoofdzakelijk aan de Achtergrondwaarde (schone grond). Op basis van het algemeen beleid in het Besluit bodemkwaliteit dient bij toe te passen grond het 'standstill principe' in acht te worden genomen. Dit betekent dat op de locatie alleen grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde mag worden toegepast.

Er zijn in het Besluit Bodemkwaliteit instrumenten beschikbaar om hiervan af te wijken, waarvan twee bruikbaar zijn voor PARK21. Het eerste instrument betreft de zogenaamde Grootschalige BodemToepassing (GBT). Het tweede instrument geeft gebiedsspecifieke mogelijkheden met gronden uit het eigen beheergebied. Uit het concept MER onderzoek komt naar voren dat voor de realisatie van PARK21 - conform het Masterplan (RV 2011.0011913) - er circa acht miljoen kubieke meter grond nodig is voor het realiseren van hoogteverschillen in het landschap (verhoogde parklaag). Het is uit financieel oogpunt niet haalbaar om deze grote hoeveelheden Achtergrondwaarde grond aan te kopen en aan te voeren ten tijde dat een deellocatie wordt ontwikkeld. Dan is er in korte tijd veel grond nodig. De aanleg van het park zou wel te realiseren zijn als er grond met mindere kwaliteit kan worden toegepast. Toepassen van grond met een slechtere kwaliteit dan de onderliggende bodem is alleen mogelijk binnen het gebiedsspecifieke kader en met gebiedseigen grond. Het gebiedsspecifiek beleid voor PARK21 is vastgesteld in de Nota bodembeheer (2018.0014079). Conform het gebiedsspecifiek beleid is het toegestaan om grond met de kwaliteit Industrie toe

Actualisatie Masterplan PARK21

pagina 6

te passen, mits deze wordt afgedekt met minimaal 0,5 meter grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde en mits grond met kwaliteit Industrie voldoet aan de emissie-eisen zoals die gelden voor het toepassen van grond in een GBT. Ook is het in het gebiedsspecifiek beleid toegestaan om, naast grond afkomstig uit de kwaliteit Industrie, ook grond uit de kwaliteit wonen toe te passen. Dit beleid wordt overigens pas van kracht bij onherroepelijk worden van voorliggend bestemmingsplan. Zoals eerder is aangegeven, leidt het concept MER onderzoek tot de aanbeveling om de parklaag gemiddeld met 0,75 meter te verhogen. Hierdoor is er niet 8 miljoen maar circa 2,8 miljoen kubieke meter grond nodig. Uit financieel oogpunt is het haalbaar om de parklaag op deze manier te realiseren met grond met de kwaliteit Achtergrondwaarde en Wonen. Voor de aanleg van het park is hergebruiksgrond met kwaliteit Industrie daarom niet langer noodzakelijk. Het gebiedsspecifieke beleid willen we daarop aanpassen. Binnen de GBT blijft toepassing van grond met industriekwaliteit wel mogelijk. (3) De verhouding van de parklaag, polderlaag en leisurelaag Het Masterplan (RV 2011.0011913) geeft aan dat het park bestaat uit drie sferen die van west naar oost verschillen.

In het westelijk deel overheerst de parksfeer rondom de plas en het parkhart; in het middendeel aan weerszijden van de Hoofdvaart bepaalt de (stads)landbouw het karakter en in het oostelijk deel zijn de vrijetijdsvoorzieningen of leisure het meest aanwezig. De sferen zijn voor het concept MER onderzoek nader verdiept tot zes zones. Deze zones worden in het concept MER onderzoek en uiteindelijk in het planologische kader gehanteerd om regie te houden op de inrichting van het park qua functies. In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (2017) werd PARK21 programmatisch in vijf deelgebieden ingedeeld.

Figuur 4: Deelgebieden in Notitie Reikwijdte en Detailniveau De focus bij deelgebied 1 en 2 lag op lokale en regionale recreatie met ondiep waterplas en het parkhart. De focus op deelgebied 3 en 5 lag op de transformatie van de agrarische sector naar stadslandbouw en agrarische recreatie. In het oostelijk deel van deelgebied 3 lag de focus op een grootschalig agrarisch leisurepark (vrijetijdsvoorziening). In deelgebied 4 lag de focus op (inter)nationale grootschalige leisure en festivalterrein. Wij stellen een verdere verduidelijking en leidraad voor de zonering voor. Met deze zonering kunnen we regie houden op de groei en ontwikkeling van PARK21 waarbij toekomstige functies een logische plaats krijgen in PARK21. De zonering is opgenomen in figuur 5.

Actualisatie Masterplan PARK21

pagina 7

c^o

&

m&rs* ütmmmma

ftsMrascöRrii

mt

LAVD&ÖUV* JNNOVA'* 4 rDXATïf

iANtMOU*».

LAM&XWW.

m» wnoeouw

«ffswriumt JtOOCXTV

stauctuuR

Pf

*

ZONE 1

mi

L

m

ZONE2

K>HE3

zonet

ZONES

ZONES

Parklaag

ca. 50%

ca. 70%

ca. 40%

ca. 50%

ca. 35%

ca. 20%

Polderlaag

ca. 25%

ca. 20%

ca. 50%

ca. 25%

ca. 50%

ca. 75%

Leisurelaag

ca. 25%

ca. 10%

ca. 10%

ca. 25%

ca. 15%

<5%

Figuur 5: Actualisatie van de drie sferen naar zes zones in het kader van het concept MER onderzoek. Inclusief tabel van de indicatieve verdeling van PARK21, polderen leisurelaag per zone, waarbij over het totale park minimaal 40% polder- en parklaag ontstaat en maximaal 20% leisurelaag De verschillende zones zijn als volgt: Zone 1: Sport en ontspanning Zone 2: Watersport en recreatie Zone 3: Landbouw, innovatie en educatie Zone 4: Landbouw, ontspanning en educatie Zone 5: Landbouw, ontspanning en vermaak Zone 6: Landbouw en prioritaire structuur Naast de sferen en functies komen in iedere zone de drie lagen herkenbaar terug. De parklaag verbindt daarin de leisurelaag en de polderlaag tot één integraal parklandschap. Vanuit een robuuste groenstructuur en de verbindingen naar de omliggende stedelijke context is een verdeling nodig waarbij leisure de parklaag versterkt, zonder deze te domineren. In het concept MER onderzoek is uitgegaan van een gelijke verdeling van parklaag, polderlaag en leisurelaag. De onderzoeken in het kader van het concept MER geven aan dat een nadere bijstelling van deze verdeling wenselijk is om een voldoende robuust park te realiseren en aan de stikstofnormen te kunnen voldoen. De verspreiding van leisurefuncties kunnen de ontwikkeling van een robuust groen park met bosstructuren beperken.

De leisurefuncties kunnen, ondanks de beperkte schaal, gaan domineren en het gevoel van barrièrewerking richting de bestaande stedelijke context oproepen. Om die reden wordt voorgesteld de verdeling van de lagen te wijzigen, waarbij de leisurelaag maximaal 20 procent wordt en het groene karakter van PARK21 beter wordt gewaarborgd. Hierdoor ontstaat er meer ruimte voor de andere lagen: minimaal 40 procent parklaag en minimaal 40 procent polderlaag, bezien over het totale park. Overal blijven de polderlaag, parklaag en leisurelaag herkenbaar, maar de verhouding tussen de lagen kan anders zijn in de verschillende zones. (4) Inpassing van het evenemententerrein In het Masterplan en de herijking is rekening gehouden met een festival/evenemententerrein. Om het evenemententerrein volwaardig mee te nemen, zijn in de concept MER onderzoeken naar deze invulling verricht. Het betreft de locatie van het baggerdepot Meergrond, waar eerder een basisinrichtingsplan voor is vastgesteld (RV 2012.0074057). De onderzochte locatie is het gebied tussen de spoorbaan en de Rijnlandweg waar meerdaagse festivals, (kleine) concerten en evenementen plaats kunnen vinden. Vanuit de direct omwonenden en de dorpsraad Nieuw-Vennep is weerstand tegen de realisatie van een evenemententerrein op deze locatie (zie bijlage 1 Compilatie actualisatie Masterplan PARK21).

Actualisatie Masterplan PARK21

pagina 8

De evenementenlocatie vergt inpassing op met name de thema's akoestiek, verkeer en parkeren en veiligheid. In het concept MER onderzoek en in het voorontwerp bestemmingsplan is daarom uitgegaan van evenementen die qua aard en omvang onderverdeeld kunnen worden in: een 'groot evenement', 'middelgroot evenement', of 'overige (kleine) evenementen'. In het Masterplan (RV 2011.0011913) is vastgesteld dat aan de oostkant van het spoor de opgetilde parklaag overloopt in het groene amfitheater van het evenemententerrein. Verder is in het Masterplan vastgelegd dat dit terrein merendeels van het jaar openbaar terrein is en dat het bij evenementen wordt afgesloten. En dat er naast kleinere evenementen incidenteel (drie keer per jaar) zeer grote evenementen mogelijk zijn met maximaal 80.000 bezoekers (spreiding routes en parkeren lokaal/regio, aan te tonen met verkeersplan). Dit uitgangspunt wijzigt niet ten opzichte van het Masterplan. Wel willen we het basisinrichtingsplan (het ontwerp voor deze deellocatie) aanpassen, met als doel om dit beter in te passen. Bij het verlenen van evenementenvergunningen zal getoetst worden aan het bestemmingsplan en het Uitvoeringsbeleid evenementen Haarlemmermeer (2021.0000631). Het in 2012 vastgesteld basisinrichtingsplan houdt onvoldoende rekening met een gedegen inpassing van dit evenemententerrein.

Wij stellen daarom voor het basisinrichtingsplan aan te passen. Door het basisinrichtingsplan aan te passen, ontstaat een multifunctionele, openbare landschappelijke functie met een natuurlijk amfitheater, gekoppeld aan een landschapsbrug over het spoor. Dit vormt tegelijkertijd een geluidwal om de hinder van evenementen te reduceren. Kortom, er zijn, conform het Masterplan en de nadere uitwerking daarvan, mogelijkheden om hoofdinfrastructuur en het evenemententerrein te combineren tot een integraal landschap welke de hinder voor de omgeving qua geluidsoverlast reduceert. Hiervoor is het belangrijk dat het Basisinrichtingsplan Gronddepot Meergrond aangepast wordt ten behoeve van een goede inpassing van de parklaag in combinatie met een evenemententerrein. De onderzoeken in het kader van het concept MER onderzoek geven geen aanleiding tot verdere actualisatie van het Masterplan PARK21. Voor de uitvoering en planologische vertaling wordt verder vastgehouden aan het Masterplan (RV 2011.0011913), Regiedocument Deelgebied 2 (RV 2014.0049326) en de Herijking uitvoeringsstrategie PARK21 (RV 2016.0034520). 3.3 Wat mag het kosten?

In de Nota van B&W 'Vaststelling voorontwerpbestemmingsplan en concept-MER PARK21' (2021.0001380) is aangegeven dat de basisvariant met de beschikbare en gereserveerde gelden en verwachte opbrengsten kan worden gerealiseerd. De geraamde kosten en opbrengsten (subsidies, bijdrage ruimtelijke investeringen Haarlemmermeer en exploitatieopbrengsten) zijn bij dit voorontwerp bestemmingsplan met de geheime bijlage Financiële haalbaarheid Masterplan PARK21 gedetailleerd in beeld gebracht. De actualisatie van het Masterplan leidt niet tot een wijziging van deze totale financiële analyse. In deze berekening is al rekening gehouden met het gewijzigde ruimtegebruik van de verschillende lagen (parklaag, polderlaag en leisurelaag). Vooralsnog geldt nog steeds dat de beschikbare middelen niet toereikend zijn om PARK21 in zijn geheel aan te leggen. We gaan ervan uit dat bij concrete vervolgstappen in de loop van de tijd aanvullende middelen, zoals subsidies en bijdragen waaronder ook bijdragen uit de Algemene reserve Ruimtelijke Investeringen Haarlemmermeer (RIH), zullen volgen (conform de Herijkingsstrategie). Bij de Uitvoeringsstrategie Schaalsprong Wonen en de Verstedelijkingsstrategie MRA wordt nagegaan of dit kansen biedt voor nadere financiële bijdragen.

Actualisatie Masterplan PARK21

pagina 9

We spannen ons in voor het verkrijgen van subsidies van de rijksoverheid, en zoeken ook naar Europese subsidiemogelijkheden. Aangezien een groot deel van de gronden door particulieren zal worden ontwikkeld, hebben wij de plicht om kostenverhaal - het verrekenen van de kosten zoals van de aanleg van openbare nutsvoorzieningen - toe te passen (hiervoor beschikken we over de experimentstatus op grond van artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet). In het voorontwerp bestemmingsplan is het kostenverhaal nog niet opgenomen. Dit wordt nader uitgewerkt en in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?

De gemeenteraad heeft de kaders voor een ontwikkeling van PARK21 vastgesteld vanuit haar kaderstellende rol. Het college is verantwoordelijk voor de realisatie van het project. In het coalitieakkoord 2019-2022 is eerder aangegeven dat het Masterplan bijgesteld wordt en/of dat de ingezette ontwikkelstrategie gewijzigd kan worden op basis van de voortgang van de ontwikkeling van PARK21. De projectwethouders zijn binnen het college het eerste aanspreekpunt voor de ontwikkeling van PARK21. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar?

Participatie en communicatie Participatie is van essentieel belang voor het welslagen van het project. Het initiatief ligt bij ondernemers, wij stimuleren, faciliteren en begeleiden. Ontwikkelingen vinden plaats op basis van onderkenning van gedeelde belangen en ambities. De input van inwoners en gebruikers is daarbij essentieel. Voor het project PARK21 is er een gebruikersgroep, die bestaat uit een vertegenwoordiging van inwoners, ondernemers en agrariërs die zowel uit het gebied van PARK21 als van daarbuiten afkomstig zijn. In juni 2021 is het voorontwerpbestemmingsplan en het concept MER vastgesteld (2021.0001380) en vrijgegeven voor reacties van inwoners, (mogelijke) initiatiefnemers, ketenpartners en andere belanghebbenden. De participatiereacties zijn samengevat en weergegeven in bijlage 1 Compilatie actualisatie Masterplan PARK21. 3.6 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd?

De raad wordt onder andere via de voortgangsrapportages PARK21 en (tussentijds) Meerjaren Perspectief Grondzaken ((t)MPG) en het ontwerp bestemmingsplan PARK21 geïnformeerd. De raad ontvangt naar verwachting begin 2022 een voortgangsrapportage en wordt naar verwachting medio 2022 gevraagd het definitieve bestemmingsplan vast te stellen. 3.7 Wat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)?

De MRA bestaat uit een combinatie van kust, duinen, moerasgebieden, droogmakerijen en grootschalige nationale landschappen. Het typisch Hollandse landschap dat PARK21 vertegenwoordigt en waarin de beleving van de polder centraal staat, is van grote waarde voor de dynamiek van de metropoolregio. Landschappelijke kwaliteit en een groot aanbod aan recreatiemogelijkheden en amusementsvoorzieningen zijn essentiële voorwaarden voor blijvende economische en duurzame groei in het dichtbevolkte gebied van de MRA. De ontwikkeling van PARK21 is daarom een logisch antwoord op de huidige en toekomstige verstedelijking in deze regio.

Actualisatie Masterplan PARK21

pagina 10

PARK21 wordt in de Verstedelijkingstrategie MRA, die wordt opgesteld, in een aantal kaders genoemd. In het kader van de nationale Bossenstrategie, waarbij er kansen liggen om in PARK21 hiervoor ruimte te bieden en in het kader van het beter verbinden van recreatieve gebieden in de MRA. Het verbinden van Nationaal Park Zuid-Kennemerland met Spaarnwoude en PARK21, en verlichten van recreatieve druk, is in lijn met het programma Nationale Parken Nieuwe Stijl. Ten slotte wordt geconstateerd dat er in het bijzonder behoefte is aan een ecologische verbinding tussen de duinen en het Groene Hart (via PARK21 in Haarlemmermeer en de Westeinderplassen en Amstelscheg) en een recreatieve verbinding die daar grotendeels mee overlapt: vanaf de Amsterdamse waterleidingduinen via PARK21, over de Ringvaart naar de Westeinderscheg, Amsterdamse Bos en Amstelscheg. Hier liggen ook kansen voor versterking van het watersysteem, bijvoorbeeld waterberging. De voorliggende actualisatie van het Masterplan sluit goed aan op de regionale ambities.

4. Ondertekening Burgemeester^en-yethouders van de gemeente Haarlemm^rip^er co-secretaris, y //de' $ r? / Ine Schuurmans-Wijdeven

ivHcmei ZO'

Bijlage(n): • Compilatie actualisatie Masterplan PARK21

Compilatie Actualisatie Masterplan PARK21

Inleiding PARK21 is een grootschalig groen- en recreatiegebied in Haarlemmermeer van 1000 hectare. PARK21 wordt de verbindende recreatieve schakel tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en tussen oost (de Westeinderplassen en Rijsenhout) en west (Zwaanshoek en Beinsdorp en de binnenduinrand daarachter). De kaders, regels voor begeleiding en de doelstellingen voor dit project zijn in het Masterplan PARK21 door de gemeenteraad vastgesteld (RV 2011.0011913).

Figuur 1: Stip op de horizon voor 2040 voor PARK21 De Herijking uitvoeringstrategie PARK21 (2016.0034520) benoemt de hoofdontsluiting (langzaam verkeer, auto) als ruggengraat van de Parklaag. De ruggengraat is belangrijk voor de verbindingen oost – west en tussen de stad en het platteland. Ook is de ruggengraat belangrijk voor het tot stand komen van initiatieven. Er is in de herijking op aangedrongen het park gezicht te geven door in een kleiner gebied een sterk concept met een krachtig programma te ontwikkelen, met voldoende kwaliteit als gebied om te verblijven en met voldoende variatie: de prioritaire structuur. De transformatie naar PARK21 krijgt middels deze prioritaire structuur daadwerkelijk vorm en creëert een stroom van gebruikers. De prioritaire structuur maakt dat functies kunnen aanhaken en het park kunnen versterken. Essentieel in een proces als dit is van meet af aan beweging creëren, door introductie, met de mensen in en om het gebied, van activiteiten, evenementen en (tijdelijke) functies.

Pagina 2 van 52

Figuur 3: Prioritaire structuur PARK21 In maart 2021 is bij de voortgangsrapportage (RV 2021.0000357) een nader kader voor het concept MER en voorontwerp bestemmingsplan vastgesteld in bijlage 1 PARK21 Doelstellingen en Ambities. Vastgelegd is dat met PARK21 het de ambitie is om te voorzien in: • de lokale behoefte aan recreatiemogelijkheden, kwantitatief, maar ook kwalitatief. Het verbindt de kernen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en zorgt voor een krachtige, groene en recreatieve oost-west verbinding door de polder; • het samenbrengen van stad en platteland, burgers en boeren. Gebruikmakend van de ligging in een dichtbevolkt gebied en de recreatieve aantrekkingskracht van het park ontstaan zo nieuwe perspectieven voor de landbouw; • het tot ontwikkeling brengen van recreatieve en toeristische functies, voor inwoners uit Haarlemmermeer, maar ook voor regionale, nationale en wellicht internationale bezoekers; • een voorbeeld project op gebied van duurzaamheid met o.a. als belangrijke inzet het streven naar verduurzaming van het watersysteem in het gebied. Het Masterplan, de herijking en de kaders en doelstellingen dienen verenigd te worden in het (concept) MER en voorontwerpbestemmingsplan.

Aanleiding Met het Masterplan, de herijking en de kaders en doelstellingen is het vertrekpunt voor het onderzoek naar de milieueffecten in het kader van de (concept) milieueffectrapportage (MER) benoemd. Het (concept) MER vormt de basis voor het voorontwerpbestemmingsplan (VOBP) (2021.0001380). Het concept MER heeft milieueffecten, positief en negatief van PARK21 zoals beschreven in het Masterplan 2011 (RV 2011.0011913) en de herijking uit 2016 (RV 2016.0034520) onderzocht. In deel C doet het MER een aantal suggesties om milieueffecten te verkleinen en doet het daarmee tevens aanbevelingen om het Masterplan te actualiseren. Het concept MER en voorontwerpbestemmingsplan zijn in juni en augustus gepubliceerd voor participatie met bewoners, ketenpartners en andere geïnteresseerden. De participatie is erop gericht om te verkennen of er (hoofd)thema’s zijn waarop we de plannen moeten actualiseren of verdiepen in het ontwerp MER en ontwerpbestemmingsplan.

Pagina 3 van 52

De participatie heeft geleid tot 20 reacties van omwonenden en geïnteresseerden en tot 9 reacties van ketenpartners. Op hoofdpunten, te definiëren als veel gelezen aandachtspunten, kan de volgende samenvatting worden gegeven:

Voor een volledig beeld van de samenvatting van de reacties, de participatieverslagen en de vragen en antwoorden rondom de uitzending, verwijzen wij naar bijlage 1 van deze memo. De concept milieueffectrapportage en voorontwerpbestemmingsplan, het raadsdebat hierover en de participatie op de stukken geven aanleiding om op thema’s een actualisatievoorstel te doen op het Masterplan. De actualisatievoorstellen zullen in het navolgende hoofdstuk per thema besproken worden.

Actualisatie voorstel per thema De hoogte van de Parklaag De vastgelegde uitgangspunten: De parklaag is de verbindende structuur binnen PARK21. Het vormt met zijn golvend reliëf en vloeiende lijnen een tegenhanger van de rationele en geometrische inrichting van de polder. In het Masterplan (RV 2011.0011913) is beschreven dat de Parklaag minimaal één meter, maximaal vier meter en gemiddeld twee meter hoger ligt dan de huidige agrarische polder. De parklaag wordt nadrukkelijk ‘gelandscaped’ en vormt daarmee een helder, onderscheidend netwerk in PARK21. De parklaag speelt nadrukkelijk in op het watersysteem met peilfluctuatie dat het Hoogheemraadschap van Rijnland voorstaat. De reliëfrijke parklaag levert ook bij hogere polderpeilen een voldoende drooglegging en daarmee een goede basis voor duurzame beplanting met bomen (Masterplan (RV 2011.0011913)). Het verhogen van de Parklaag is daarnaast, en niet in de laatste plaats, ook van belang om al bij aanvang een gebied met allure te creëren (herijking uitvoeringsstrategie (2016.0034520)). Om deze kwaliteit te realiseren in de parklaag door deze te verhogen, is het essentieel op het goede moment voldoende grond beschikbaar te hebben, tegen een zo laag mogelijk, of geen financieel beslag (herijking uitvoeringsstrategie (2016.0034520)).

Pagina 4 van 52

Bevindingen nader onderzoek: Voor de ophoging van (met name) de parklaag zoals in het Masterplan PARK21 is voorzien, is veel grond nodig van buiten het plangebied. In het MER wordt geconcludeerd dat de uitvoering conform het Masterplan tot ongewenste gevolgen kan leiden en dat een heroverweging op zijn plaats is. De beschreven parklaag in het Masterplan uit 2011 heeft een negatieve beoordeling op milieuaspecten. Deze negatieve beoordeling op milieuaspecten is doorslaggevend om deze inrichtingsvariant met een parklaag van gemiddeld 2 meter hoog af te laten vallen: De inrichting volgens het Masterplan leidt tot significant veel meer vrachtwagenkilometers met de bijbehorende emissies; De beoogde hoogte van de grondlichamen kan enkel bereikt worden door hergebruiksgrond tot en met industrieklasse toe te passen; De grondlichamen zijn minder geschikt om de gewenste groeiplaatsomstandigheden te creëren.

Wanneer in de parklaag gemiddeld 0,75 meter hoog wordt gerealiseerd: Kan er schonere grond (geen hergebruiksgrond met kwaliteit industrie) worden toegepast en wordt de negatieve beoordeling op bodemkwaliteit verminderd; Leidt de inrichtingsvariant tot een reductie van vrachtwagenkilometers aan de ene kant doordat minder grond nodig is en aan de andere kant doordat vrijkomende grond uit nabijgelegen ontwikkelingen niet over grote afstanden hoeft te worden afgevoerd; Wordt de landschappelijke kwaliteit gerealiseerd die met het Masterplan wordt beoogd. Met een platte parklaag is dit niet het geval; Wordt de invoering van het watersysteem (VDS) in de parklaag mogelijk met ruimte voor goede groeiomstandigheden binnen de parklaag. Met een platte parklaag is dit niet het geval. In het MER wordt gekomen tot de volgende aanbeveling: Er wordt een voorkeur uitgesproken voor een parklaag variërend van 0 tot 1,5 meter, met een gemiddelde hoogte van 0,75 meter en met hoogte-accenten tot 3 à 4 meter. Visie van buiten het project: In het participatietraject hebben we van diverse insprekers een reactie gehad op dit thema. De strekking van de meeste reacties was meer geënt op het gebruik van hergebruiksgrond met industrieklasse en minder op het thema hoogte in zijn algemeenheid.

Vanuit het aspect over schone grond/voorkomen van het gebruik van industriegrond is er breed draagvlak voor het verlagen van de parklaag, zelfs tot een platte parklaag. Conclusie: Het verhogen van de Parklaag draagt bij om bij aanvang een gebied met allure te creëren. De parklaag wordt op deze wijze het gewenste onderscheidende netwerk met organische vloeiende vormen binnen PARK21. De inrichting kan binnen deze hoogtevariaties worden afgestemd met het verbeterde droogmakerij systeem (VDS). Dit uitgangspunt wordt voorwaardelijk verbonden aan de uiteindelijke hoogte in de deelgebieden binnen PARK21, zodat naast de introductie van het VDS ook een voldoende drooglegging ontstaat voor de groene parkinrichting. Bovenstaande aspecten kunnen niet (volledig) gerealiseerd worden bij een ‘platte’ parklaag, wel bij een parklaag die gem. 0,75 meter of gem. 2 meter hoger ligt dan het bestaande maaiveld. Er wordt een aanbeveling gedaan voor een parklaag variërend van 0 tot 1,5 meter, met een gemiddelde hoogte van 0,75 meter en met hoogte-accenten tot 3 à 4 meter.

Pagina 5 van 52

Toepassing van hergebruikgrond De vastgelegde uitgangspunten: De parklaag is de verbindende structuur binnen PARK21 waarbij in het vorige thema is uitgelegd waarom het noodzakelijk en wenselijk is deze structuur verhoogd aan te leggen. Het verhoogd aanleggen kan met verschillende (hergebruik) grondstromen van verschillende klassen. De grond ter plaatse van het te realiseren PARK21 voldoet in de huidige situatie hoofdzakelijk aan de achtergrondwaarde. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit dient bij toe te passen grond het ‘standstill principe’ in acht te worden genomen. Dit betekent dat op de locatie alleen grond die voldoet aan de achtergrondwaarde mag worden toegepast. Het Masterplan (RV 2011.0011913) geeft aan dat ook voor het vormen van de parklaag hergebruiksgrond kan worden ingezet. In de herijking van de uitvoeringsstrategie (2016.0034520) wordt dit thema verder verdiept. Hier is vastgelegd dat voor het verhogen van de Parklaag het essentieel is op het goede moment voldoende grond beschikbaar te hebben, tegen een zo laag mogelijk, of geen financieel beslag. In de berekeningen is aangenomen dat een deel, de kern, kan bestaan uit industriegrond. Daarbovenop komt schone grond. In het eerste deelgebied van het park, gerealiseerd in 2014, is deze methodiek al toegepast.

De gemeente Haarlemmermeer heeft gebiedspecifiek beleid voor PARK21 vastgesteld in de Nota bodembeheer (2018.0014079). Conform het gebiedspecifiek beleid is het toegestaan om grond met kwaliteitsklasse Wonen of Industrie toe te passen, het toepassen van industrieklasse kan mits deze wordt afgedekt met minimaal 0,5 meter grond die voldoet aan de achtergrondwaarde en mits grond voldoet aan de emissie-eisen zoals die gelden voor het toepassen van grond in een Grootschalige Bodem Toepassing (GBT). In deze nota bodembeheer (RV 2018.0014079) wordt tevens aangegeven dat voor de realisatie van het Masterplan veel grond nodig is voor de verhoogde parklaag conform het Masterplan (gemiddeld 2 meter hoger dan huidige maaiveld). In de nota is verwoord dat het uit financieel oogpunt niet haalbaar is om deze grote hoeveelheden schone (AW)grond aan te kopen. De aanleg van de verhoogde parklaag van gemiddeld 2 meter hoogte is wel te realiseren als er grond met slechtere kwaliteit zou kunnen worden toegepast. Dit gebiedspecifiek beleid wordt overigens pas van kracht bij het onherroepelijk worden van voorliggend bestemmingsplan. Bevindingen nader onderzoek: Het toepassen van grond van de kwaliteitsklasse wonen en/of industrie in PARK21 heeft, zoals beoordeeld in het concept MER (2021.0001380), een negatieve impact, omdat de bestaande bodemkwaliteit in het plangebied beter is.

Ook leidt de grondbehoefte bij een gemiddeld 2 meter hoge parklaag tot een groot aantal benodigde vrachtwagenbewegingen en mogelijk tot praktische en financiële drempels in de uitvoering. Op basis van deze afweging, wordt een voorkeur uitgesproken voor een parklaag variërend van 0 tot 1,5 meter, met een gemiddelde hoogte van 0,75 meter en met hoogte-accenten tot 3 à 4 meter. Daarmee wordt de hoeveelheid benodigde grond gereduceerd en kan het toestaan van bijvoorbeeld hergebruiksgrond met industrieklasse heroverwogen worden. Het MER-onderzoek heeft een indicatieve verdieping gemaakt of het gebruik van hergebruiksgrond noodzakelijk is als gekozen wordt voor een parklaag van gemiddeld 0,75m hoogte (zie besluitpunt eerste thema). Gebleken is dat het aannemelijk is dat de parklaag, met uitzondering van de hoogte-accenten, uit te voeren is met schone grond. Bij het ontwerp van hoogte-accenten en het programmeren van functies kan eenvoudig een zonering worden aangebracht om praktische belemmeringen te voorkomen ten aanzien van het gebruik van hergebruiksgrond.

Pagina 6 van 52

Vanuit het concept MER (2021.0001380) leidt dit tot een aanbeveling om, als de hoogte van de parklaag gereduceerd wordt tot gemiddeld 0,75meter, negatieve milieueffecten te mitigeren door onder andere de volgende spelregels voor te schrijven (zonder uitputtend te zijn): • Waar mogelijk schone grond toe te passen; • Het gebruik van hergebruiksgrond ruimtelijk te concentreren rond de hoogte-accenten om zo het oppervlak van het plangebied waar de bodemkwaliteit verslechtert zoveel mogelijk te beperken. Visie van buiten het project: In het participatietraject hebben we van diverse insprekers een reactie gehad op dit thema. De strekking van de meeste reacties was geënt op het voorkomen van gebruik van hergebruiksgrond met industrieklasse. Ook vanuit LTO zijn de zorgen omtrent het gebruik van hergebruiksgrond met industrieklasse diverse keren geuit, alsmede was dit de afgelopen jaren veelvuldig een punt van aandacht in het raadsdebat binnen de gemeente. Conclusie: De negatieve effecten van het toepassen van hergebruiksgrond zijn beschreven: Daar waar hergebruiksgrond wordt toegepast treedt een verslechtering van de bodemkwaliteit op. Het is als gekozen wordt voor voorgestelde beperktere ophoging mogelijk om de parklaag uit te voeren met schone grond. Uitzonderingen hierop zijn de hoogte-accenten in het park.

Bij het ontwerp van hoogte-accenten en het programmeren van functies kan eenvoudig een zonering worden aangebracht om praktische belemmeringen te voorkomen bij het toepassen van hergebruiksgrond van wonen of industrieklasse. In het participatietraject en het publieke debat is de wenselijkheid van hergebruiksgrond met industrieklasse veelvuldig onderwerp van gesprek geweest. Conclusie was dat terughoudendheid met het gebruik van hergebruiksgrond met industrieklasse zeer gewenst is. Vanuit het project wordt geadviseerd om de volgende grondstrategie toe te passen: Waar mogelijk schone grond toepassen; Waar schone grond niet tijdig voorhanden of economisch niet te rechtvaardigen is, kan hergebruiksgronden met de klasse wonen worden toegepast. Het gebruik van hergebruiksgrond van de klasse wonen, ruimtelijk te concentreren rond de hoogte-accenten om zo het oppervlak van het plangebied waar de bodemkwaliteit verslechtert zoveel mogelijk te beperken. Uitzonderingen op bovenstaande punten vormen mogelijkheden van hergebruiksgronden die wettelijk mogelijk zijn gemaakt binnen het besluit bodemkwaliteit bij de grootschalige bodemtoepassingen (GBT). Deze wettelijke mogelijkheden bieden bijvoorbeeld mogelijkheden bij de realisatie van de spoorovergang binnen PARK21 op en nabij het (voormalige) baggerdepot.

Verhouding Polder, Park, Leisure De vastgelegde uitgangspunten: Het Masterplan (RV 2011.0011913) geeft aan dat het park bestaat uit drie sferen die van west naar oost verschillen. In het westelijk deel overheerst de parksfeer rondom de plas en het parkhart; in het middendeel aan weerszijden van de Hoofdvaart bepaalt de (stads)landbouw het karakter en in het oostelijk deel zijn de vrijetijdsvoorzieningen of leisure het meest aanwezig.

Pagina 7 van 52

Tegelijkertijd zijn overal polderlaag, parklaag en leisurelaag herkenbaar, maar de verhouding tussen de lagen is steeds anders. Voor de onderzoeken naar het concept MER hebben we bij de raad ambities en doelstellingen vastgesteld [PARK21, ambitie en doelstellingen, bijlage 2 bij RV 2021.0000357]. Daarin is een bovenstaande verdeling tussen polder-, park-, en leisurelaag verder verdiept als uitgangspunt voor het MER. Destijds is als streefbeeld de verhouding 1/3, 1/3 en 1/3 tussen de polderlaag, parklaag en leisurelaag vastgelegd. Bevindingen nader onderzoek: Het Masterplan PARK21 is gebaseerd op de realisatie van een elkaar versterkende polderlaag, parklaag en leisurelaag. Deze elementen komen in het toekomstbeeld in gelijke verhoudingen voor: 1/3, 1/3 en 1/3. Er wordt een globaal beeld nagestreefd van de ruimtelijke verdeling, waarbij een gezonde verhouding tussen de verschillende lagen in het park moet worden bereikt. PARK21 realiseert een openbaar recreatiegebied. Een parklandschap waarbij de lagen elkaar versterken. Vanuit een robuuste groenstructuur en de verbindingen naar de omliggende stedelijke context is een verdeling nodig waarbij leisure de parklaag versterkt, zonder deze te domineren.

Een één-op-één relatie tussen de parklaag en de leisurelaag, lijkt na het veranderende perspectief aan de oostzijde van PARK21 met zijn zeer grootschalige leisure thema, niet langer gefundeerd zo is geconcludeerd in het concept MER (2021.0001380). Door het wegvallen van het zeer grootschalige cluster aan leisure aan de oostzijde van PARK21 en het gelijkblijven vanuit uitgangspunt 1/3 parklaag en 1/3 leisurelaag is een programma verspreid door het park en meer themagebonden geclusterd (zie thema functie zonering in deze actualisatiememo als verdieping op de in het Masterplan genoemde drie sferen) een logisch gevolg. De verspreiding van leisurefuncties kunnen de ontwikkeling van een robuust groen park met bosstructuren beperken. De leisurefuncties kunnen, ondanks de beperkte schaal, gaan domineren en het gevoel van barrièrewerking richting de bestaande stedelijke context oproepen. Het concept MER (2021.0001380) concludeert dat een toekomstige verhouding van 40% park, 40% polder en 20% leisure een uitgangspunt is dat recht doet aan het groene karakter, zonder afbreuk te doen aan voldoende recreatief aanbod. Met 20% leisure als maximum ontstaat een bruto oppervlakte van 220 hectare aan parkkamers waarin 145 hectare aan functies en ondersteunende functies wordt geboden. Hiermee ondersteunt de leisure een sterke, verbindende parklaag en worden de doelstellingen overeind gehouden.

Visie van buiten het project: In het participatietraject is gereageerd op de verdeling waarbij aandacht gevraagd is voor een robuustere parklaag door aan te sluiten bij de aanbevelingen en conclusies uit het MER (2021.0001380). Conclusie: Het is aan te bevelen een toekomstige verhouding van 40% park, 40% polder en 20% leisure als uitgangspunt te hanteren. Hiermee wordt recht gedaan aan het groene karakter, zonder afbreuk te doen aan voldoende recreatief aanbod. Met 20% leisure als maximum ontstaat een bruto oppervlakte van 220 hectare aan parkkamers waarin 145 hectare aan functies en ondersteunende functies wordt geboden. Zo ondersteunt de leisure een sterke, verbindende parklaag en worden de doelstellingen overeind gehouden. De aanbeveling heeft ook een uitwerking op diverse belangrijke thema-onderzoeken naar omgevingsaspecten zoals verkeer en stikstof. Minder leisurefuncties binnen PARK21 betekent minder verkeer en beiden betekenen een beter uitgangspunt in de complexe berekening van de stikstofdepositie. Een andere uitwerking, in minder positieve zin, is dat ontwikkelruimte voor initiatiefnemers verkleind wordt. Daar tegenover staat dat de kwaliteit van het park versterkt wordt, wat weer

Pagina 8 van 52

een positieve uitwerking kan hebben op de bereidheid te investeren in het gebied. Al met al complex samenspel dat vooral impact zal hebben op de organische doorgroei van PARK21 na de verbreding Nieuwe Bennebroekerweg waarvan nu aangenomen wordt dat deze in 2030 is gerealiseerd. Op de realisatie van de prioritaire structuur (basisvariant) zal de aanpassing van de verhoudingen een zeer beperkte impact hebben, juist deze basisvariant wordt vooral gedekt uit subsidiestromen. Functie zonering: De vastgelegde uitgangspunten: Het Masterplan (RV 2011.0011913) beschrijft PARK21 als stip op de horizon voor 2040. De parkstructuren binnen PARK21 ‘verkleuren’ door in het park: In het zuidoostelijk deel zijn de parkstructuren robuuster en omvatten grotere parkkamers; Naar het noordwesten worden de parkstructuren en parkkamers fijnmaziger. Dit hangt ook samen met de zonering van functies in het plan van grootschalige leisure, naar een fijnmazigere structuur voor de inpassing van breedtesport en kleinschalige voorzieningen.

Niet alleen de verschijningsvorm is in het Masterplan (RV 2011.0011913) beschreven voor de verschillende deelgebieden, dat geldt ook voor de doelgroepen en functies: De beoogde leisure in het oostelijk deel van het park is internationaal en nationaal georiënteerd (koppeling Schiphol, toeristische sector Amsterdam, zakelijk: werkgebieden regio), regionaal en lokaal (arrangementen voor families, jongeren, senioren, schoolreisjes, educatieve excursies). Het parkhart is bedoeld voor lokale bezoekers en de directe regio van Haarlemmermeer (recreatief ontmoetingscentrum voor de polder, bewoner als bezoeker) en gericht op een breed publiek: sporters, studenten en scholieren, gezinnen, actieve senioren, kenniswerkers, zakenlui, cultuurliefhebbers en natuurliefhebbers. In de notitie Reikwijdte en detailniveau voor het MER (RV 2017.0031976) beschrijft een 5-tal zones. PARK21 is programmatisch opgebouwd uit vijf deelgebieden (zie hieronder figuur 2.3), ieder met een eigen programmatische focus: De combinatie van deelgebieden 1 en 2. In deze deelgebieden ligt de focus op de lokale en regionale recreatie met als kern de ondiepe waterplas en het parkhart met diverse gebouwde leisurefuncties; In deelgebied 3 ligt de focus op de transformatie van de agrarische sector naar stadslandbouw en agrarische recreatie waarbij het agrarische bedrijf nog wel de motor blijft.

In het oostelijk deel van deelgebied 3 (tegen deelgebied 4 aan) is ruimte voor grootschaliger agrarische leisure, zoals een agrarisch leisurepark; In deelgebied 4 ligt de focus op de (inter)nationale grootschalige leisure en een festivalterrein; In deelgebied 5 ligt de focus op de transformatie van de agrarische sector naar stadslandbouw en agrarische recreatie waarbij het agrarische bedrijf nog wel de motor blijft.

Pagina 9 van 52

Indeling in 5 zones zoals benoemd in de NRD. Bevindingen nader onderzoek: Voor het MER hebben we gekozen voor een duidelijker en herkenbaardere zone-indeling van in het NRD (2017.0031976), die zowel recht doet aan de indeling van het NRD als het masterplan, maar duidelijker en eenvoudiger is voor initiatiefnemers en andere lezers. In PARK21 zijn verschillende sferen te onderscheiden. Het gaat globaal om drie sferen die van oost naar west verschillen zoals omschreven in het masterplan en NRD. In het westelijk deel overheerst de parksfeer rondom de recreatieplas en het parkhart (zones 1 en 2); in het middendeel rondom de Hoofdvaart bepaalt de stadslandbouw de sfeer (zones 3 en 4) en in het oostelijk deel zijn de vrijetijdsvoorzieningen (de leisure) en landbouw prominent aanwezig (zones 5 en 6). Het MER verdiept de globaal omschreven indeling van het PARK naar functie-indeling per zone zoals hieronder in het figuur weergegeven.

Functie-indeling conform MER.

Visie van buiten het project: Gedurende het participatietraject zijn er op de hoofdindeling geen reacties ontvangen. Individuele functies waren soms onderdeel van een reactie, maar de indeling op hoofdlijnen niet. Conclusie: De verdieping op de globale functie-indeling in het Masterplan is noodzakelijk gebleken voor het onderzoek naar de milieueffecten. Voor het voeren van de regie vanuit de gemeente op de ontwikkeling van PARK21 is het zeer wenselijk om deze functie-indeling te kunnen hanteren als

Pagina 10 van 52

sturingsmechanisme bij initiatieven. Daarom wordt vanuit het projectteam geadviseerd om deze functiezonering mee planologisch te verankeren in het bestemmingsplan. Samen met het thema ‘verhouding polder-, park- en leisurelaag’ ontstaat op deze wijze een kader waarop gemeente regie kan voeren in de komende 20 jaar bij de ontwikkeling en indeling van PARK21. Daarnaast geven de zonering en de verhoudingen de juiste richting in de onderzoeken naar milieueffecten voor de omgeving, zoals bijvoorbeeld de berekening van de stikstofdepositie vanuit PARK21 alsmede de verkeersafwikkeling. Evenemententerrein De vastgelegde uitgangspunten: Het Masterplan (RV 2011.0011913) welke in brede participatie is ontstaan en vastgesteld is in 2011 geeft aan dat aan de oostkant van het spoor de opgetilde parklaag overloopt in het groene amfitheater van het evenemententerrein. Op dit evenemententerrein houden we rekening met nationale evenementen. In het Masterplan wordt verder aangegeven dat dit terrein grote delen van het jaar openbaar terrein is en dat dit terrein bij evenementen wordt afgesloten. Zo ontstaat een multifunctionele, openbare landschappelijke functie met een natuurlijk amfitheater en een uitkijkheuvel, gekoppeld aan een landschapsbrug over het spoor.

Incidenteel zijn zeer grote evenementen mogelijk met maximaal 80.000 bezoekers per evenement (spreiding routes en parkeren lokaal/regio, aan te tonen met verkeersplan) aldus het Masterplan. In 2012 heeft de gemeenteraad besluiten genomen omtrent het baggerdepot Meergrond (RV 2012.0074057). Het baggerdepot van MeerGrond v.o.f. aan de Rijnlanderweg was een bedrijf waarvan de bedrijfsactiviteiten door de omwonenden als overlast gevend werden ervaren. Het ging hier om een historisch gegroeide problematiek, met veel klachten van omwonenden, op een locatie in het gebied waar PARK21 geprojecteerd is. Besloten is om in te zetten op de beëindiging van het baggerdepot op de huidige locatie en de gerijpte grond uit het depot van MeerGrond aan de Rijnlanderweg (kwaliteit industriegrond of schoner) te gebruiken voor grootschalige toepassing in gemeentelijke projecten in casu toekomstig PARK21 conform het 'Basisinrichtingsplan Gronddepot MeerGrond';

Pagina 11 van 52

Uitsneden uit het basis inrichtingsplan uit 2012. Kern van de overeengekomen aanpak is dat MeerGrond een hoeveelheid gerijpte grond (met de kwaliteit industrie of schoner) mag verwerken in een grondlichaam dat voldoet aan de milieutechnische en wettelijke eisen van een zogenaamde Grootschalige Bodem Toepassing (GBT). Bevindingen nader onderzoek: Het Masterplan (RV 2011.0011913) en het besluit omtrent beëindiging baggerdepot Meergrond (RV 2012.0074057) zijn afgelopen jaren doorontwikkeld tot een inrichtingsplan voor het baggerdepot waarbij de het terrein wordt ingericht als een natuurlijk amfitheater. Het amfitheater vormt het grondlichaam voor de hoofdroute door PARK21 en gelijktijdig doet het dienst als theater, waarbij het amfitheater gelijktijdig een geluidwal vormt om de hinder van evenementen te reduceren. Dit doorontwikkelde inrichtingsplan is uitgangspunt geweest voor de MER-onderzoeken. De gemeente Haarlemmermeer wil flexibel omgaan met het toestaan van verschillende soorten evenementen op het terrein. In het concept MER (2021.0001380) is daarom uitgegaan van evenementen die qua aard en omvang kunnen worden onderverdeeld in een ‘groot evenement’, ‘middelgroot evenement’, of ‘overige (kleine) evenementen’. Door de gemeente is aangegeven dat het aantal bezoekers per dag ten hoogste 80.000 per evenement zal zijn.

Het concept MER (2021.0001380) gaat in het op evenemententerrein in PARK21. Het gebied tussen de spoorbaan en de Rijnlandweg is de onderzochte locatie voor een evenemententerrein waar meerdaagse festivals, maar ook kleine concerten en evenementen plaats kunnen vinden. De evenementenlocatie vergt inpassing op met name de thema’s akoestiek, verkeer en parkeren en veiligheid. De effecten van de evenementenlocatie in PARK21 worden aanvaardbaar geacht. Bij het verlenen van evenementenvergunningen zal getoetst moeten worden aan de kaders uit dit hoofdstuk en het Uitvoeringsbeleid evenementen Haarlemmermeer.

Pagina 12 van 52

Visie van buiten het project: In het participatietraject zijn diverse en uiteenlopende reacties binnen gekomen. Een breder gehoorde reactie van direct omwonenden is dat dit een niet wenselijke functie is. Een natuurorganisatie en een bedrijf uit de evenementensector geven juist aan blij te zijn met het evenemententerrein. De eerste geeft aan dat daardoor meer spreiding van evenementen mogelijk is over meerdere locaties waardoor andere recreatieterreinen ontlast worden. Zowel de voorstanders als de tegenstanders hebben zich uitgesproken in de participatie, waarbij de tegenstanders numeriek in de meerderheid waren. Conclusie: Het evenemententerrein is reeds opgenomen op aan de oostzijde van het spoor en de westzijde van de Rijnlanderweg in het Masterplan (RV 2011.0011913) zoals door de gemeenteraad vastgesteld is in 2011. In het Masterplan wordt verder aangegeven dat dit terrein grote delen van het jaar openbaar terrein is en dat dit terrein bij evenementen wordt afgesloten. Zo ontstaat een multifunctionele, openbare landschappelijke functie met een natuurlijk amfitheater en een uitkijkheuvel, gekoppeld aan een landschapsbrug over het spoor. De uitgangspunten van destijds zijn, gecombineerd met de het raadsvoorstel om het baggerdepot aan de Rijnlanderweg te beëindigen (RV 2012.0074057), nader onderzocht op haalbaarheid in het MER en het evenemententerrein is inpasbaar gebleken.

Om de inpassing van het evenementterrein verder vorm te geven waarbij we middels de inrichting de geluidshinder verder willen reduceren, willen we de raad adviseren om het inrichtingsplan zoals vastgesteld in RV 2012.0074057 inzake het beëindigen van het baggerdepot aan de Rijnlanderweg, niet langer als hard uitgangspunt te hanteren. Zo ontstaat ruimte voor een integraal landschap waarbij middels GBT toepassingen van de industriegrond de hoofdinfrastructuur en geluidsreducerende functies gecombineerd worden in de Parklaag, passend binnen de kaders van het Masterplan (RV 2011.0011913), het MER en bestemmingsplan die in voorbereiding zijn (2021.0001380) en de wetgeving inzake de Grootschalige Bodem Toepassingen.

Pagina 13 van 52

Bijlage 1: Overzicht in het participatietraject: Bijlage 1a: Samenvatting van de participatiereacties inwoners, geïnteresseerden en ketenpartners (concept samengevat op hoofdlijnen gericht op de planologisch relevante vragen). Bijlage 1b: de verslagen van de participatiebijeenkomsten o Rijnlanderweg o IJweg o Hoofdweg o Wijkraden Bijlage 1c: Vraag en antwoord behorende bij de integrale uitzending.

Pagina 14 van 52

1a: Samenvatting van de participatiereacties inwoners, geïnteresseerden en ketenpartners. Inspraakreactie 1. Vogelwerkgroep Zuid Kennermerland. Reclamant houdt een pleidooi voor een snellere realisering van een samenhangende parklaag in PARK21 mét natuurwaarden. Reclamant vraagt meer aandacht voor natuuraspecten in het bestemmingsplan. Met name het Achtergrondrapport Groenblauw, maar ook het hoofdrapport van het MER gaan wel in op de mogelijkheden van natuurontwikkeling in PARK21 en de ecologische verbindingszone. Reclamant vraagt aandacht voor de volgende thema’s: a. Het versneld aanleggen van de gehele parklaag als volwaardige natuurverbindingszone met daarin ruimte voor natuurinclusieve recreatie. b. De parklaag dient robuuster te worden. Een wijziging in de gehanteerde verhouding 1/3 parklaag, 1/3 leisurelaag en 1/3 polderlaag dient, zoals ook in hoofdstuk 17 van het MER geadviseerd, heroverwogen te worden door minder parkkamers in de parklaag te reserveren voor commerciële activiteiten. c. De commerciële activiteiten d.m.v. particulier initiatief in de parkkamers binnen de parklaag dienen natuurinclusief, kleinschalig en gericht op de lokale bevolking te zijn. In het bestemmingsplan dienen minimale randvoorwaarden voor landschappelijke inpassing te worden opgenomen. d.

Een uitgebreide infrastructuur om deze voorzieningen bereikbaar te maken dient hierbij vermeden te worden. Ontsluiting d.m.v. fietspaden en een specifieke OV voorziening verdienen verreweg de voorkeur. e. De polderlaag dient een extra dimensie te geven aan biodiversiteit, het verhogen van de natuurwaarde en natuurinclusieve recreatie. De akkers dienen (gereguleerd) ontsloten te worden om de natuurinclusieve recreatie(polder)beleving te bevorderen. f. De plannen voor een nieuw aan te leggen recreatieplas dienen heroverwogen te worden waarbij het realiseren van een natuurplas met moeraszone een mogelijk alternatief is. g. Het nieuw te creëren evenemententerrein voor (inter)nationale festiviteiten dient de huidige evenementenlocaties in de recreatiegebieden binnen de gemeente Haarlemmermeer te ontlasten. h. Verder dient er rekening gehouden te worden met het belang van een robuuste West/Oost natuurverbinding met voldoende natuurwaarden en een grotere biodiversiteit. Inspraakreactie 2. MOJO concerts Reclamant heeft de “mogelijkheid" van evenementen op PARK21 beschouwd en de volgende aandachtspunten benoemd: a. De duur van een dag in een meerdaags evenement is in principe 24 uur. Met betrekking tot geluidsproductie moet bepaald worden wat in de nachtelijke uren toegestaan wordt. b. De duur van een meerdaags evenement zou bij voorkeur 5 dagen moeten worden.

De twee toegevoegde dagen zijn respectievelijk een aankomst- en een vertrekdag. c. Het opbouwen van een meerdaags evenement is niet altijd mogelijk binnen een tijdsbestek van 4 dagen. Het verdient de voorkeur rekening te houden worden met periodes van minimaal 3 weken opbouw voorafgaand aan het evenement en 1,5 week afbouw na het evenement. d. De bezoekersaantallen voor eendaagse evenementen zouden bij voorkeur verhoogd moeten worden tot minimaal 65.000 bezoekers om rendabel te kunnen zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=6c4ff860-6e65-4db5-9a14-3add1a736f97