RV 92022.0000688) Vaststelling Notitie Reikwijdte en Detailniveau milieueffectrapport (MER) Gebiedsontwikkeling Lisserbroek.pdf
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
raadsvoorstel onderwerp
Vaststelling Notitie Reikwijdte en Detailniveau milieueffectrapport (MER) Gebiedsontwikkeling Lisserbroek
Portefeuillehouders mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker, drs. Jurgen Nobel Steller Jan Beelen Collegevergadering 5 april 2022 Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer 2022.0000688
1. Voorstel Collegebesluit(en) Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. de Nota van zienswijzen behorend bij de Notitie Reikwijdte en Detailniveau MER Gebiedsontwikkeling Lisserbroek vast te stellen; 2. de 'Notitie Reikwijdte en Detailniveau MER Gebiedsontwikkeling Lisserbroek' vast te stellen.
2. Samenvatting Om milieueffecten een volwaardige en formele rol te geven in ruimtelijke besluiten, wordt in de voorbereiding van gebiedsontwikkelingen getoetst of een procedure voor een milieueffectrapportage (m.e.r.-procedure) moet worden gevoerd. Deze toets is de eerste stap in het juridisch planologische proces om te komen tot een bestemmingsplan/omgevingsplan voor de gebiedsontwikkeling Lisserbroek. Voor de ontwikkeling van grootschalige woningbouw in Lisserbroek Noord en Binnenturfspoor blijkt uit die toets dat een m.e.r.-procedure nodig is. De eerste stap in de m.e.r.-procedure is het opstellen van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Hierin staat beschreven wat de aard en het doel is van het plan, welke alternatieven of varianten er worden bekeken, welke milieueffecten worden onderzocht en op welke manier. Het college heeft op 7 september 2021 (2021.0001998) besloten de concept-NRD vrij te geven voor inspraak. De concept-NRD heeft van 22 september 2021 tot en met 2 december 2021 ter inzage gelegen. In deze periode zijn tien zienswijzen binnengekomen. De concept-NRD is ook voor advies aan de onafhankelijke Commissie m.e.r. en aan de wettelijke adviseurs voorgelegd. De Commissie m.e.r. heeft advies uitgebracht. Wij bieden nu de voorgestelde beantwoording van de zienswijzen en de NRD aan ter besluitvorming aan de gemeenteraad.
De uit de zienswijzen voortvloeiende aanvullingen en het advies van de Commissie m.e.r. zijn als bijlagen bij de NRD gevoegd. De vastgestelde NRD vormt het uitgangspunt voor het te maken Milieueffectrapport (MER).
Va ststelling Notitie Rei kwijdte en detailniveau mil ieu effectrapport (MER) Gebiedsontwikkeling pagina 2 Lisserbroek
3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken? De Westflank van Haarlemmermeer is aangewezen als uitleglocatie (Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 (2021.0003036), Omgevingsvisie Noord-Holland 2050, 19 november 2018). Deze ontwikkeling omsluit het bestaande dorp Lisserbroek en speelt in op het concept van dubbeldorpen aan de Ringvaart. In het plan " Parels aan de Ringvaart" (2014.0010031) is dit concept verder uitgewerkt in een ontwikkelstrategie: met uitnodigingsplanologie wordt uitgegaan van een flexibel plan met afgebakende verantwoordelijkheden en randvoorwaarden voor de ontwikkeling. Op 6 september 2018 (2018.0031947) heeft de gemeenteraad de Gebiedskaart Lisserbroek 2040 vastgesteld. Daarin zijn in samenspraak met marktpartijen en dorpsvertegenwoordigers uit Lisserbroek kaders voor de gebiedsontwikkeling opgenomen. Het huidige gebruik van het noordelijk gebied (deelgebied Noord) is agrarisch gebied . Naar het zuiden toe (deelgebied Binnenturfspoor) is het een gemengd gebied met kassen, agrarisch gebied en overige bedrijvigheid. Toekomstig beoogd gebruik is woningbouw waarbij bestaande bedrijven kunnen blijven, echter met beperkte uitbreidingsmogelijkheden gelet op de milieuhinderzones. In Lisserbroek wordt ingezet op een centrum-dorps woonmilieu, wat past bij het huidige dorp.
Er komt een divers woningaanbod voor onder andere ouderen en joi:ige gezinnen met bijbehorende voorzieningen (supermarkt, sport en zorg) . In totaal gaat het om maximaal 4.000 woningen . In deze 4.000 woningen vallen de gronden van de initiatiefnemende ontwikkelaars en de ontwikkelmogelijkheden op overige gronden in het projectgebied (zie afbeelding 1). Naast woningbouw moet er ruimte zijn voor een goede infrastructuur (auto, fiets en voetganger) en voldoende groen .
Nieuw-Vennep
I
1
1
'
I
I
I
I
I
I I I I
_,,/ A44
' ~
......
------------ _,
,,..._ __ Zoekgebied ontsluiting
Afbeelding 1: plangebied locaties Binnenturfspoor en Lisserbroek Noord en de zoekgebieden voor de ontsluiting (groene omlijnd} en de voorzieningen (oranje omlijnd} van de gebiedsontwikkeling conform de Gebiedskaart 2040 Lisserbroek.
Vaststelling Notitie Reikwijdte en detailniveau milieueffectrapport (MER) Gebiedsontwikkeling pagina 3 Lisserbroek
3.2 Wat gaan we daarvoor doen? De eerste stap naar een MER voor Lisserbroek We starten een m.e.r.-procedure omdat uit de m.e.r.-beoordeling ten behoeve van het voorontwerpbestemmingsplan/omgevingsplan blijkt dat sprake is van een m.e.r.-plicht. De NRD is de eerste formele stap in de m.e.r.-procedure. Hierin staat beschreven wat de aard en het doel is van het plan, welke alternatieven of varianten er worden bekeken, welke milieueffecten worden onderzocht en op welke manier. De NRD beschrijft de onderzoekuitgangspunten naar de effecten van toekomstige woningbouw De vastgestelde NRD vormt het uitgangpunt voor het opstellen van het MER en de daarvoor benodigde onderzoeken. Voor dit plan worden de volgende situaties onderzocht: a. een referentiesituatie, namelijk de huidige situatie met daarbij een zekere autonome groei; b. twee planvarianten, een minimale variant (2.400 woningen in totaal) en een maximale variant (4.000 woningen in totaal) . Bij beide woningbouwvarianten zal nadrukkelijk aandacht geschonken worden aan de huidige dan wel benodigde ontsluiting. Daarnaast worden ook de gebruikelijke onderwerpen onderzocht (luchtkwaliteit, externe veiligheid, stikstof etcetera). Hierbij worden eventuele effecten op de omgeving ook meegenomen .
De alternatieven hebben bijvoorbeeld invloed op de verkeersstromen en de verkeer gerelateerde effecten (zoals lucht, geluid en stikstofdepositie) in de omgeving van gebiedsontwikkeling Lisserbroek. Beide varianten worden afgezet tegen de in kaart gebrachte referentiesituatie . Er zijn door advies en zienswijzen onderzoekaspecten toegevoegd voor het op te stellen MER De concept-NRD heeft van 22 september 2021 tot en met 2 december 2021 ter inzage gelegen. In deze periode zijn t ien zienswijzen binnengekomen, waarvan die van de gemeenten Lisse en Teylingen identiek zijn . De concept-NRD is ook voor advies aan de onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: Commissie m.e.r.) voorgelegd en aan de wettelijke overlegpartners toegestuurd . De Commissie m.e.r. heeft advies uitgebracht. Het college biedt nu de voorgestelde beantwoording van de zienswijzen en de NRD aan ter besluitvorming aan de gemeenteraad . Het advies van de Commissie m.e.r., de beantwoording van de zienswijzen en de daaruit voortvloeiende punten die ook meegenomen worden in het MER zijn als bijlagen bij de NRD gevoegd .
Veel van de punten die genoemd worden in de zienswijzen staan al in de NRD om mee te worden genomen in het MER. De volgende punten worden naar aanleiding van de zienswijzen ook nog meegenomen: a. regionale stukken over mobiliteit; b. doorsnij ding en bereikbaarheid landbouwgronden; c. sociaal/economische relatie Lisserbroek en Lisse en het effect daarvan op de (langzaam) verkeersbewegingen . Het overgrote deel van de adviespunten van de Commissie m.e.r. zijn voor het opstellen van een MER goed herkenbaar en worden meegenomen bij het opstellen van het MER. Samengevat luidt het advies : 'Vertaal ambities voor bereikbaarheid en mobiliteit, klimaatbestendigheid en leefbaarheid in concrete doelen in het milieueffectrapport voor de gebiedsontwikkeling Lisserbroek.' (uit het persbericht van de Commissie m.e.r. d.d. 21 december 2021)
Vaststelling Notitie Reikwijdte en detailniveau milieueffectrapport (MER) Gebiedsontwikkeling Lisserbroek
pagina 4
3.3 Wat mag het kosten? Aan de uitvoering van dit voorstel zijn naast de beschikbare ambtelijke capaciteit, geen kosten verbonden .
Wat zijn de financiële risico's? Onze gemeente loopt geen vermeldenswaardige financiële risico's bij de uitvoering van dit voorstel.
3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk? De gemeenteraad stelt de NRD vast. Binnen ons college is de portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening het eerste aanspreekpunt. Het college zal na besluitvorming door de raad belast zijn met de voorbereidingen omtrent het MER en het bestemmingsplan/omgevingsplan .
3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar? Participatie en communicatie Conform het Uitvoeringsplan Haarlemmermeer-West 'Parels aan de Ringvaart' (2014.0010031) werken we de gebiedsontwikkeling Lisserbroek uit op basis van uitnodigingsplanologie. Wij geven globaal de kaders mee voor de gebiedsontwikkeling, de ontwikkelende partijen zijn daarna aan zet om binnen die globale kaders concreet invulling te geven aan de ontwikkeling van een nieuw stuk Lisserbroek. Bij het opstellen van die kaders hebben wij samengewerkt met een vertegenwoordiging van de (samenwerkende) marktpartijen en de dorpsvertegenwoordigers van Lisserbroek op basis van het principe van co-creatie: met verschillende rollen werken de drie partijen op gelijkwaardige basis samen aan de totstandkoming van de gebiedsenvelop. Hiervoor is het zogenaamde driehoeksoverleg opgericht. Het overleg vormt een samenwerkingsverband tussen vertegenwoordigers van de gemeente, een vertegenwoordiging van de ontwikkelende partijen/grondeigenaren en de dorpsvertegenwoordigers van Lisserbroek. Het driehoeksoverleg wordt sinds medio 2019 voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter.
De concept-NRD is toegezonden aan de partners van het driehoeksoverleg, de provincies Noord en Zuid-Holland, gemeenten Lisse en Hillegom, hoogheemraadschap van Rijnland, de dorpsraden van Lisserbroek, Nieuw-Vennep en Abbenes, de ondernemersverenigingen van Lisse en Lisserbroek, Staatsbosbeheer en de Vervoerregio Amsterdam . Daarnaast is er een bekendmaking in het Gemeenteblad gedaan en is het vermeld op de gemeentelijk website. Na besluitvorming zal het besluit in het Gemeenteblad worden gepubliceerd (te raadplegen via officiëlebekendmakingen.nl) . De indieners van zienswijzen worden per brief geïnformeerd. Formele zienswijzen mogelijkheden Het volgende formele moment waarop iedereen kan reageren, is tijdens de terinzagelegging van het eerste vast te stellen planologisch besluit (bijvoorbeeld bestemmingsplan), waar het MER bij hoort. Eenieder heeft dan de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen en daarna beroep in te stellen. De gemeente beantwoordt deze reacties en verwerkt deze indien noodzakelijk in de plannen . Juridische aspecten De vastgestelde NRD is de basis voor het opstellen van het MER en de daarvoor benodigde onderzoeken. Het MER is onderdeel van de onderbouwing van het eerste vast te stellen planologisch besluit en wordt hiermee tegelijkertijd ter inzage gelegd. In dit geval is dat een (aanpassing van het)
Vaststelling Notitie Reikwijdte en detailniveau milieueffectrapport (MER) Gebiedsontwikkeling pagina 5 Lisserbroek
bestemmingsplan/ omgevingsplan voor deze ontwikkeling. Daartegen (en dus ook het MER) kunnen zienswijzen op ingediend worden en er staat beroep tegen open.
3.6 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd? Het MER is gekoppeld aan het eerste ruimtelijke besluit over Lisserbroek Noord en Binnenturfspoor (bestemmingsplan/omgevingsplan). De gemeenteraad stelt dit ruimtelijke besluit vast.
3.7 Wat betekent dit voor de Metropoo/regio Amsterdam (MRA)? Het samenspel van investeringen door de overheid en ontwikkelingen vanuit de markt biedt kansen voor het vergroten van het aantal woningen, versterken van het voorzieningenaanbod en het verbeteren van de openbare ruimte en bereikbaarheid. De geplande woningbouw in Lisserbroek draagt met maximaal 4.000 woningen bij aan de grote woningbouwopgave in de regio. 4. Ondertekening Burgemeester en wethouders van de gemeent
d
"
Bijlage(n) : • Nota van zienswijzen behorende bij de N titie Rei Gebiedsontwikkeling Lisserbroek • Notitie Reikwijdte en Detailniveau MERG
te en Detailniveau MER keling Lisserbroek
Nota van zienswijzen behoort tot het raadsvoorstel tot vaststelling van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau MER Gebiedsontwikkeling Lisserbroek A. Procedure B. Beoordeling zienswijzen A. Procedure De concept Notitie reikwijdte en detailniveau MER Gebiedsontwikkeling Lisserbroek (hierna NRD) is op 21 september 2021 bekendgemaakt en heeft vanaf 22 september 2021 gedurende zes weken ter visie gelegen. Tevens zijn de volgende overlegpartners geïnformeerd: de partners van het driehoeksoverleg inwoners/ontwikkelaars/gemeente, de provincies Noord en Zuid-Holland, gemeenten Lisse en Hillegom, Hoogheemraadschap van Rijnland, de dorpsraden van Lisserbroek, Nieuw-Vennep en Abbenes, de ondernemersverenigingen van Lisse en Lisserbroek, Staatsbosbeheer en de vervoerregio Amsterdam. In deze periode kon iedereen zienswijzen op de concept-NRD indienen bij de gemeenteraad. Er zijn tien zienswijzen binnengekomen, waarvan die van gemeenten Lisse en Teylingen identiek zijn. De raadsleden is een overzicht verstrekt met de nodige gegevens van de zienswijze-indieners (hierna: reclamanten). In deze nota van zienswijzen zijn de reclamanten met een nummer aangeduid dat correspondeert met de nummering in dat overzicht. Van de natuurlijke personen zijn geen persoonsgegevens vermeld. Dat is gedaan om te voldoen aan de regelgeving over privacy.
Wij zullen individueel de reclamanten meedelen welke onderstaande tekstonderdelen over hun eigen zienswijze gaat. De zienswijzen zijn alle binnen de termijn ingediend. Ze zijn daarom alle ontvankelijk. De wijzigingen die naar aanleiding van de zienswijzen gemaakt worden, zijn onderdeel van het Milieu-effect rapport (hierna MER). Dit betekent dat de wijzigingen niet meer worden doorgevoerd in de NRD, maar direct in het MER. Voor de overzichtelijkheid zijn de aanvullingen in bijlage 1 van de NRD benoemd. B.
Beoordeling zienswijzen
Reclamant 1 Reclamant 1 vindt dat de lijst met overlegorganen incompleet is, omdat de inwoners van Lisserbroek ontbreken. Er is nooit overleg geweest met de inwoners, noch vanuit gemeente, noch vanuit dorpsraad. Voor de ingetekende weg en brug is geen nut of noodzaak aangetoond. Wel is aangetoond dat deze het woongenot aantast en overlast geven. De geluidsoverlast van weg- en vliegverkeer zal voor meer overlast zorgen dan is toegestaan. Ook wordt de flora en fauna in het gebied verstoord. Reactie Inwoners zijn geen overlegorgaan en staan daarom niet in de bedoelde lijst. Wel heeft iedereen de gelegenheid gekregen te reageren door de bekendmaking. De bedoelde brug is de ingetekende brug en ontsluiting ten zuiden van Lisserbroek over de ringvaart in figuren 1.1 en 5.1. Beide zijn afkomstig uit de in 2018 vastgestelde Gebiedskaart Lisserbroek 2040. De Gebiedskaart is in co-creatie gemaakt met bewoners, marktpartijen en gemeente.
Wat de effecten van deze ontwikkeling zijn, gaat onderzocht worden in het MER. De NRD beschrijft welke aspecten onderzocht gaan worden. In de concept NRD zijn geluid en flora en fauna genoemd (paragraaf 6.3 en 6.10). De door reclamant aangedragen onderwerpen zijn dus al in beeld als te onderzoeken aspecten. Conclusies reclamant 1: De zienswijze leidt niet tot wijzigingen voor het MER. Reclamanten 2, Gemeente Lisse en gemeente Teylingen (identieke reactie) De gemeenten spreken uit de samenwerking een structureel karakter te willen geven om zo toekomstige omgevingsvisies en projectontwikkelingen te kunnen realiseren. Er wordt gerefereerd aan de voorwaarden waarmee de gemeenten de Woningbouwimpuls (WBI)-aanvraag heeft gesteund; 1. De gemeente Haarlemmermeer zet zich zichtbaar en aantoonbaar in om te komen tot structurele maatregelen die een oplossing bieden voor de gezamenlijke ontsluiting van de Noordelijke Bollenstreek, Zuid Kennemerland en Haarlemmermeer; 2. De gemeente Haarlemmermeer spreekt zich uit om de ontwikkeling van de dubbeldorpen (Lisse-Lisserbroek en Hillegom-Beinsdorp) gezamenlijk ter hand te nemen; 3. De gemeente Haarlemmermeer stemt het tempo van de woningbouwontwikkeling af op de realisatie van de noodzakelijke structurele mobiliteitsoplossingen in de regio. De gemeenten verwijzen ook naar de reactie die in 2018 verstuurd is op de Gebiedskaart Lisserbroek 2040.
Daarin werd gevraagd om een nadere onderbouwing van de basisprincipes ‘dubbeldorpen’ en ‘eerst bewegen, dan bouwen’. De NRD roept nu dezelfde vragen op. 2A, Bereikbaarheid en dubbeldorp De visie op bereikbaarheid uit 2018 is afgestemd met die van Lisse. Dat is niet het geval met de visie op bereikbaarheid in de ontwerp Omgevingsvisie Haarlemmermeer en in de kaderstellende stukken van de NRD. Gemeenten Lisse, Hillegom en Teylingen hebben voorwaarden gesteld aan de aanvraag woningbouwimpuls die specifiek gaan over het verbeteren van de ontsluiting. In de Gebiedskaart Lisserbroek 2040 waren drie langzaamverkeersverbindingen opgenomen, één bij de Lisserbrug, één bij de toekomstige HOV-brug en één aan de zuidzijde van Lisse-Lisserbroek. De verbinding bij de Lisserbrug wil gemeente Lisse benutten voor en door langzaam verkeer, door een extra verbinding over de Ringvaart aan te leggen voor gemotoriseerd verkeer, ten zuiden van Lisserbroek en Lisse. Deze kan, in lijn met de Gebiedskaart, ook toegankelijk gemaakt worden voor langzaam verkeer.
In uw Reactienota op de Gebiedskaart stond: “Behoud/aanleg van deze routes hebben wat ons betreft prioriteit daar waar het gaat om de bereikbaarheid van bovenwijkse voorzieningen in Lisse.” De verwijzingen naar de bovenwijkse voorzieningen en het principe van de dubbeldorpen komen niet terug in de ontwerp Omgevingsvisie Haarlemmermeer en worden ook niet herkend in de NRD Lisserbroek. Voorgesteld wordt om een parameter ‘economie en voorzieningen’ in het grensgebied op te nemen in de NRD. Reactie 2A Er worden circa 2.400 tot 4.000 woningen toegevoegd. Gelet op dit grote aantal, is onderdeel van het plan het toevoegen van een supermarkt en ruimte voor wat basisvoorzieningen (zoals bijvoorbeeld bakker, drogist, (afhaal)horeca, kinderdagverblijf, huisartsenpost), zoals gebruikelijk is bij het ontwikkelen van wijken met zo'n grootte. Dit zorgt ook voor een minder grote toename van verkeer naar Lisse. Het is niet de bedoeling een grootschalig winkelcentrum of veel voorzieningen te realiseren in Lisserbroek, dus Lisserbroek zal afhankelijk blijven van faciliteiten in Lisse. Er blijft zo sprake van een dubbeldorp. In het MER zal dit expliciet benoemd worden en zal worden ingegaan op het effect van enkele voorzieningen in Lisserbroek, de relatie met Lisse en het effect op de (langzaam)verkeersstromen.
2B, Ontsluiting A4-Bollenstreek De regionale bereikbaarheid staat al decennia onder druk. Dat gaat gepaard met substantiële negatieve effecten op leefbaarheid, verkeersveiligheid en de afwikkeling van verkeer in onze gemeenten. De gemeenten in de Duin- en Bollenstreek werken gezamenlijk met provincie Zuid-Holland en de regio Holland Rijnland aan de ontsluiting van de noordelijke Duin- en Bollenstreek, op basis van het plan Mobiliteitsoplossingen Noordelijke Duin- en Bollenstreek. De gemeenten hanteren deze beleidskaders om de regionale bereikbaarheid, de verkeersveiligheid en de leefbaarheid naar een hoger niveau te tillen. De gemeenten stellen voor om de Regionale Strategie Mobiliteit en het plan Mobiliteitsoplossingen Noordelijke Duin- en Bollenstreek mee te nemen in de NRD.
2
Reactie 2B De Regionale Strategie Mobiliteit en het plan Mobiliteitsoplossingen Noordelijke Duin- en Bollenstreek zullen betrokken worden in het MER bij de verkeerskundige onderzoeken. 2C, Woningbouwprogramma De gemeenten wijzen op het woningtekort voor diverse segmenten en doelgroepen. De gemeenten vragen om met marktpartijen ook voor de gebiedsontwikkeling Lisserbroek te streven naar een gevarieerd woningprogramma dat inspeelt op de grote vraag naar woningen in het sociale en betaalbare segment. Reactie 2C Er wordt gestreefd naar een gevarieerd woningaanbod met een substantieel aandeel in het sociale en betaalbare segment. 2D, Gezondheid In de NRD staat dat er aandacht gegeven wordt aan het bevorderen van gezond gedrag. In de gegeven voorbeelden ontbreekt wat ons betreft de aanwezigheid van sportvoorzieningen en de toegankelijkheid daarvan, het faciliteren van fietsen en wandelen om te werken, winkelen of recreëren. Ook ontbreken de faciliteiten die de sociale cohesie in een dorp bevorderen, laagdrempelige plekken waar men elkaar kan ontmoeten. Reactie 2D Gezondheid is een beoordelingsaspect. In het MER worden de effecten op gezondheid in beeld gebracht en wordt duidelijkheid gegeven of bevorderen van gezondheid een onderdeel is van de voorgenomen activiteit (Paragraaf 6.6 van de NRD).
2E, Dubbeldorpen en inwoners In de inleiding wordt geschreven over “de dorpen die gespiegeld aan de overzijde van de Ringvaart liggen”, maar die worden niet bij naam genoemd. Uit de passage lijkt het alsof het vooral gaat om de aansluitingen op de regionale infrastructuur en niet langer om de gedeelde geschiedenis, de overlappende sociale en familiale cirkels en de verbondenheid die de inwoners van de dorpen Lisse en Lisserbroek met elkaar voelen, terwijl deze nadrukkelijk aanwezig is. Het blijkt uit eerdere woningbouwprojecten in de Haarlemmermeer dat vooral inwoners uit de Bollenstreek zich hier graag vestigen, om dicht bij de omgeving te blijven. De dorpen in de Bollenstreek hebben als gevolg van de 20Ke zone en de gemaakte afspraken in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport minder gelegenheid om te bouwen dan de gemeente Haarlemmermeer en daar maken onze inwoners dankbaar gebruik van. De gemeenten hopen dat in de NRD / MER aandacht komt voor deze ‘zachtere’ kant van de gebiedsontwikkeling, die aansluit bij de integrale kijk die de Omgevingswet van gemeenten vraagt. Reactie 2E De zachtere, sociale kant van dubbeldorpen is op zichzelf geen onderwerp voor het MER. De gemeente kan immers niet selecteren wie er wel of geen huis mogen kopen of huren in de vrije sector. Alleen voor de sociale huurwoningen zijn daar regels voor te stellen.
Doordat er sprake is en blijft van gedeelde voorzieningen (winkels, sportclubs e.d.) is er een economische binding tussen de dorpen. Hier zal wel aandacht aan besteed worden in het MER. Zie ook 2A. 2F, Mobiliteit In de ontwerp Omgevingsvisie Haarlemmermeer stijgt het aantal te bouwen woningen in Lisserbroek ten opzichte van de Structuurvisie; van 2.150 naar 2.400. Dit leidt tot meer vervoersbewegingen en een verdere verslechtering van de doorstroming. In de OER van de ontwerp Omgevingsvisie zijn de meest recente verkeersonderzoeken meegenomen. Onlangs is er voor Lisserbroek een nieuwe rapportage verkeersonderzoek opgesteld die uitgaat van andere woningaantallen (2.800 woningen in 2030 en meer dan 3.500 woningen in 2040). In de OER (blz.26) wordt voor Lisserbroek de volgende conclusie getrokken: “Deze ontwikkeling ligt direct langs de N207. Hier is voldoende capaciteit beschikbaar. De uitbreiding van het aantal woningen vraagt op een gegeven moment wel om een extra aansluiting op de N207.”
3
Deze conclusie wijkt af van de conclusie in het eerder genoemde verkeersonderzoek, daaruit blijkt dat een extra ontsluiting noodzakelijk is voor de ontsluiting van Lisserbroek Noord en dat op kruispuntniveau aanvullende maatregelen nodig zijn om de doorstroming op de N207 te verbeteren. De gemeenten verwachten dat de beoogde ontwikkelingen in Lisserbroek leiden tot grote nieuwe knelpunten en dat hiervoor maatregelen nodig zijn, zoals uit recente onderzoeken is gebleken. Verzocht wordt dit in de NRD/Mer op te nemen. Reactie 2F Mobiliteit en infrastructuur is een belangrijk onderwerp in de NRD. Ten behoeve van het opstellen van het MER zullen alle onderzoeken bij elkaar worden gelegd en zo nodig worden geactualiseerd om te zien welke effecten de voorgenomen ontwikkeling heeft (paragraaf 6.2 van de NRD). Conclusie reclamanten 2: De zienswijze leidt tot de volgende aanvullingen voor het MER: In de verkeersonderzoeken worden de beleidskaders Regionale Strategie Mobiliteit en het plan Mobiliteitsoplossingen Noordelijke Duin- en Bollenstreek meegenomen; In het MER wordt ingegaan op de gedeelde voorzieningen van Lisse en Lisserbroek en de effecten daarvan op de (langzaam) verkeersstromen. Reclamant 3 La Gro Geelkerken advocaten namens zijn cliënt.
Cliënt maakt zich ernstig zorgen over het voornemen om minimaal 2.400 en maximaal 4.000 woningen in de gebiedsontwikkeling Lisserbroek (figuur 3.3 op blz. 12) te realiseren, en om nieuwe infrastructuur aan te leggen. 3A Milieucontour en beperking bedrijfsvoering Cliënt wijst erop dat zijn bedrijf een milieucontour heeft. Hiermee dient rekening gehouden te worden, om te voorkomen dat het bedrijf gehinderd of beperkt wordt in de bedrijfsvoering. Verzocht wordt en te bevestigen dat het bedrijf geen last zal ondervinden van de gebiedsontwikkeling. Reactie 3A Uitgangspunt van de ontwikkeling is dat bestaande bedrijven niet beperkt worden in hun bestaande milieurechten. In het MER zullen de bestaande bedrijven en hun milieuruimte in kaart gebracht worden en zullen de effecten van die bedrijven op de nieuwbouwontwikkeling en vice versa onderzocht worden (Paragraaf 6.3, 6.5 en 6.12 van de NRD). 3B Effecten zuidelijke ontsluiting op bedrijf Cliënt vreest dat een deel van zijn landbouwgronden door de zuidelijke ontsluiting verloren gaan. Dit beïnvloedt de levensvatbaarheid van het bedrijf. Reactie 3B Bij de onderzoeken over infrastructuur is bereikbaarheid van bestaande bedrijven een van de te beschrijven en onderzoeken punten (paragraaf 6.2 van de NRD) Hierbij zal een eventuele doorsnijding en andere bereikbaarheid van landbouwgronden ook als aandachtpunt worden meegenomen.
3C Effecten zuidelijke ontsluiting op landschap Een kaarsrechte doorstroomweg, parallel aan de Nieuwkerkertocht, dwars door het nu nog ongeschonden agrarische landschap, leidt tot aantasting van de karakteristiek van het open weidse landschap. Een doorstroomweg midden in het open landschap leidt tot een sterke achteruitgang van de belevingswaarde van het gebied, tot achteruitgang van de luchtkwaliteit en tot een sterke toename van de geluidhinder. Al deze aspecten/effecten van de aanleg van de nieuwe overwogen (zuidelijke) hoofdontsluiting dienen meegenomen en afgewogen te worden in het kader van de MER. Reactie 3C Deze aspecten/effecten van de aanleg van nieuwe ontsluitingen zullen worden meegenomen in het kader van het MER en zullen uiteindelijk afgewogen worden bij verdere besluitvorming (paragraaf 6.3, 6.4 en 6.7 van de NRD).
4
3D Kabels en leidingen Cliënt geeft aan dat in het gebied waar de nieuw overwogen (zuidelijke) hoofdontsluiting gepland is meerdere leidingen lopen. Het zijn een gasleiding, een CO2-leiding en een 6-tal kabels (in totaal 150kV) van TenneT. Dit kan praktische en financiële gevolgen hebben. Reactie 3D Het MER maakt de mogelijke effecten van belangrijke kabels en leidingen in het gebied zichtbaar. Dit zijn kabels en leidingen die mogelijk een gevaar vormen, zoals CO2-leidingen, gasleidingen of hoogspanningsleidingen (paragraaf 6.5). Alle andere leidingen worden bij de uitwerking van de woningbouwplannen in beeld gebracht en (technisch) opgelost. Over het algemeen hoeven kabels en leidingen op zichzelf geen belemmering te zijn voor de aanleg van een weg omdat er technische oplossingen mogelijk zijn. Conclusies reclamant 3: De zienswijze leidt tot de volgende aanvullingen voor in het MER: In het MER zal aandacht besteed worden aan de bereikbaarheid en de doorsnijding van landbouwgronden. Reclamant 4, La Gro Geelkerken advocaten namens zijn cliënt. Cliënt maakt zich ernstig zorgen over het voornemen om 2400 - 4.000 woningen in de gebiedsontwikkeling Lisserbroek (figuur 3.3 op blz. 12) te realiseren en om nieuwe infrastructuur aan te leggen. Kortheidshalve wordt verwezen naar de inspraakreactie d.d. 19 juli 2018 en de brief d.d. 05-09-2018 over de Gebiedskaart Lisserbroek 2040.
4A Milieucontour en beperking bedrijfsvoering Identiek aan 3A, zie aldaar Reactie 4A Zie 3A. 4B Afwaardering Turfspoor Turfspoor is van essentieel belang voor de bereikbaarheid van het agrarisch bedrijf. Als de nieuwe woningbouwlocatie wordt ontsloten door nieuwe ontsluitingen dan vreest cliënt voor verkeerskundige afwaardering van het Turfspoor. Cliënt verzoekt garantie dat het Turfspoor te allen tijde toegankelijk blijft voor agrarisch verkeer en vrachtverkeer. Reactie 4B Bij de onderzoeken over infrastructuur is bereikbaarheid van bestaande bedrijven een van de te beschrijven en te onderzoeken punten (paragraaf 6.2 van de NRD). In de gebiedskaart 2040 is opgenomen dat de bedrijven te allen tijde bereikbaar zullen zijn. 4C Doorsnijding van het landbouwbedrijf Door de zuidelijke ontsluiting wordt het landbouwbedrijf doorsneden. De gronden aan de andere zijde van de nieuwe ontsluitingsweg zijn alleen nog te bereiken via lange omrijdbewegingen, over wegen die daarvoor niet geschikt zijn. Als de infrastructuur toch wordt aangelegd, wordt verzocht om een rechtstreeks verbinding mogelijk te maken. Reactie 4C Zie 3B. 4D Landbouwgrond gaat verloren Door de aanleg van de zuidelijke ontsluiting gaat goede landbouwgrond verloren. Verzocht wordt deze te compenseren door aaneengesloten vervangende grond in de nabijheid van het huiskavel (bijvoorbeeld door ruilverkaveling).
Zonder voldoende compensatiegrond komt het opbrengend vermogen van het akkerbouwbedrijf in het geding.
5
Reactie 4D Compensatiemaatregelen zijn in dit stadium nog niet aan de orde. De NRD beschrijft slechts wat er onderzocht gaat worden. In het MER worden de onderzoeken, de gevolgen en effecten, de aandachtspunten en mogelijke oplossingen benoemd. 4E Effecten zuidelijke ontsluiting op landschap Identiek aan 3C, zie aldaar Reactie 4E Zie 3C. 4F Kabels en leidingen Identiek aan 3D. Zie aldaar. Reactie 4F Zie 3D. Conclusie reclamant 4: De zienswijze leidt tot de volgende aanvullingen voor in het MER: In het MER zal aandacht besteed worden aan de bereikbaarheid en de doorsnijding van landbouwgronden. Reclamant 5 5A Zuidelijke ontsluitingsweg Lisse-A44 Onderdeel van notitie, is een verbindingsweg tussen Lisse en de A44 op/-afrit Abbenes (hierna: Lisse - A44). Deze is vervallen in het project en visievorming van de Duinpolderweg, dus reclamant is verbaasd deze in het project te zien staan. Het is belangrijk om te weten wat de effecten zijn van deze ontsluitingsweg (Lisse A44). Een gedetailleerde milieueffectrapportage is van belang voordat een keuze hierin kan worden gemaakt. Deze dient dus expliciet te worden meegenomen in de besluitvorming. Reactie 5A De Duinpolderweg in zijn totaliteit is inderdaad vooralsnog door besluitvorming van provincie Noord Holland komen te vervallen. In de geldende Visie Verkeersstructuur Lisserbroek 2040 is deze nog wel opgenomen.
In het MER zal onderzocht worden welke infrastructurele voorzieningen noodzakelijk zullen zijn en wat de effecten daarvan zijn. Daaruit zal blijken in hoeverre deze specifieke ontsluiting nog nodig of wenselijk is voor de beoogde woningbouwontwikkeling in Lisserbroek. 5B Nut en noodzaak zuidelijke ontsluiting De onderbouwing voor het onderdeel Lisse - A44 ontbreekt vrijwel. Dit projectonderdeel wordt slechts summier beschreven. Nut en noodzaak om deze verbindingsweg te creëren, is onduidelijk, zeker gelet op het bestaand netwerk van wegen. Het is niet duidelijk hoe dit belang is afgewogen tegenover het algemeen belang en de belangen van de eigenaren van het gebied waar de geplande weg doorheen loopt. Reactie 5B De NRD en het MER zijn geen belangenafweging over de ontwikkeling. Die hebben op hoger schaalniveau reeds plaatsgevonden in de visies en zullen op concreet schaalniveau nog plaatsvinden bij de te nemen besluiten over het bestemmingsplan (of omgevingsplan). Het MER biedt de informatie om deze afweging te maken. 5C Effecten zuidelijke ontsluiting op landschap Reclamant maakt zich zorgen over de gevolgen van deze alternatieven voor het landelijke uitzicht, de luchtkwaliteit, de geluidshinder en de verkeershinder. Wanneer de verbindingsweg Lisse - A44 er komt, wordt het karakteristieke uitzicht voor een derde deel afgenomen.
En deze natuurlijke omgeving is niet alleen van belang voor het uitzicht/karakter van dit gebied, maar ook voor de dieren die er leven. Reactie 5C De genoemde aspecten worden onderzocht (paragraaf 6.3, 6.4, 6.7 en 6.10 van de NRD).
6
5D Gezondheidseffecten Het perceel van reclamant heeft een werk- én een woonbestemming. Dit betekent dat aanwezigen zich geen zorgen zouden hoeven te maken over hun gezondheid, wat betreft luchtkwaliteit en geluid. Uit een milieueffectrapportage moet blijken wat de gemiddelde levensduur-vermindering is van de zuidelijke ontsluiting. Reactie 5D Levensduurverwachting is geen onderdeel van het MER, maar gezondheid wel. Levensduur is daar een afgeleide van. De aspecten geluid, luchtkwaliteit en het effect van de veranderingen hiervan op de gezondheid zullen onderdeel zijn van de milieueffectrapportage (paragraaf 6.3, 6.4 en 6.6 van de NRD). 5E Verkeersveiligheid De voorgenomen verbindingsweg Lisse - A44 zorgt voor meer verkeer over de Hoofdweg vanuit Abbenes naar Lisse. Dit levert hinder op in verband met grote voertuigen die van en naar bedrijven moeten. Ook kan dit voor gevaarlijke situaties zorgen, omdat 'van de weg af raken' meteen dodelijk kan zijn (vanwege de Hoofdvaart). Reactie 5E Verkeersveiligheid is een onderdeel van het MER en de effecten van de voorgenomen infrastructuur, ook op bestaande bedrijven, zullen daarin worden beschreven (paragraaf 6.2 van de NRD). 5F Waardeverlies en voortbestaan bedrijf De verbindingsweg Lisse-A44 komt dicht in de buurt van Reclamants eigendom, wat economische schade zal hebben in de vorm van waardeverlies.
Als de weg nóg dichterbij komt vreest reclamant ook voor het voortbestaan van zijn bedrijf. Reactie 5F De effecten op bestaande woningen en bedrijven worden onderzocht en beschreven in het MER. Indien sprake is van zodanig grote effecten dat woningen of bedrijven niet meer kunnen functioneren, zal dat daaruit blijken. Conclusie reclamant 5: De zienswijze leidt niet tot aanvullingen in het MER. Reclamant 6, Dorpsraad Abbenes 6A Onafhankelijkheid De opdrachtgevers van de NRD zijn geen onafhankelijke partijen maar zakelijk betrokken bij het uitbreidingsplan Lisserbroek waarbij voor hen grote financiële belangen op het spel staan. De onafhankelijke Commissie MER zal om advies worden gevraagd, maar wat is de vraagstelling en in welke mate wordt het advies opgevolgd? Het college van B&W van Haarlemmermeer zou de onafhankelijkheid van de MERprocedure moeten bewaken en waarborgen. Reactie 6A Dat een NRD of het MER wordt uitgevoerd door de ontwikkelaars is niet ongebruikelijk. Dat wil niet zeggen dat de NRD of het MER niet goed zouden zijn. Het bevoegd gezag ziet toe op de kwaliteit van de stukken. Dat is ook noodzakelijk omdat het bevoegd gezag verantwoordelijk is voor het vaststellen ervan. Bovendien kan het MER en het proces daarnaartoe door de rechter getoetst worden. Dit waarborgt de kwaliteit van de NRD en het MER. De commissie m.e.r.
is gevraagd advies te geven over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen MER. Het advies is openbaar, zodat eenieder dit kan raadplegen (https://www.commissiemer.nl). In het MER wordt beschreven op welke manier aan het advies invulling is gegeven. 6B Meer gebruik bestaande infrastructuur In 1.1 staat dat dubbeldorp Lisserbroek als een van de eersten in aanmerking komt voor de woningbouwopgaaf omdat goed aangesloten kan worden op de regionale infrastructuur. Lisserbroek heeft nu al een verkeersprobleem met dubbeldorp Lisse; de brug. Dat komt omdat veel Lissenaren in de spits de krappe brug tussen Lisse en Lisserbroek als route kiezen, omdat het verkeer op de N207 niet doorstroomt. Waarom wordt er niet meer gebruik gemaakt van de bestaande infrastructuur door de capaciteit van bestaande regionale wegen, de Lisserweg richting A44 en de N207 richting Lisse, uit te breiden in plaats van een nieuwe uitvalsweg ten zuiden van Lisserbroek langs de Nieuwkerkertocht in te plannen?
7
Reactie 6B Infrastructuur is een belangrijk aandachtspunt in het MER. De gemeenteraad hanteert niet voor niets het motto “eerst bewegen, dan bouwen”. Het MER zal zeker ingaan op welke infrastructuur noodzakelijk, dan wel wenselijk is. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan effecten op omliggende infrastructuur, welke eventueel te maken krijgen met meer of minder hinder door de ingreep (paragraaf 6.2, 6.3 en 6.4 van de NRD). 6C Zuidelijke ontsluiting en aansluiting N207 Van de verbinding met Lisse middels de Poelweg en van de doortrekking naar de N207 gaan Lisserbroek-Noord en de geplande woningbouw bij Getsewoud van ca. 6000 woningen gebruik maken. Het zou dan gaan om een gebiedsontsluitingsweg type I met 4 rijstroken van minimaal 25 meter breed. Bij deze twee wegen is er een streep op de kaart gezet waar de weg eigenlijk helemaal niet kán komen. In het zuiden wordt momenteel de Piekberging gerealiseerd waardoor de nieuwe weg richting Lisse, Noordwijkerhout, Sassenheim en langs de Nieuwkerkertocht niet aangesloten kan worden op de bestaande op- en afritten van de A44 (figuur 1.1 in de NRD). Daardoor zal de zuidelijke ontsluiting naar het noorden moeten opschuiven, richting Abbenes. Dat zal een zware belasting voor het dorp worden qua geluid en luchtverontreiniging. Bovendien kan deze weg niet zonder dure ingrijpende aanpassingen aan de ontsluiting op de A44 worden uitgevoerd.
Hoe gaat dit onderzocht worden in de MER, hoe worden deze milieueffecten in beeld gebracht? Reactie 6C Het MER zal ingaan op welke infrastructuur noodzakelijk, dan wel wenselijk is voor de beoogde woningbouwontwikkeling in Lisserbroek. Ook zullen de effecten op de infrastructuur en de effecten van die infrastructuur in beeld worden gebracht. Dat geldt voor de verandering in verkeersintensiteiten en doorstroming op bestaande en nieuwe wegen. Op basis daarvan wordt bepaald wat het effect is op de geluidbelasting en de luchtkwaliteit ter plaatse van bestaande en nieuwe woningen (paragraaf 6.2, 6.3, en 6.4 van de NRD) 6D Kabels en leidingen Ook is er in de concept NRD, fig. 5.1 een streep langs de Nieuwkerkertocht gezet voor een ontsluiting in het zuiden van Lisserbroek en een extra brug over de Ringvaart. Maar langs deze Nieuwkerkertocht loopt zowel ten westen als ten oosten een ondergronds leidingnetwerk waar de weg niet kan komen. Dus zal ook hier weer sprake zijn van opschuiving van de weg richting Abbenes. Reactie 6D Zie 3D. 6E Te onderzoeken onderwerpen voor Abbenes Worden de milieueffecten van de zuidelijke ontsluiting op correcte wijze onderzocht, d.w.z. waar de weg daadwerkelijk te realiseren is en niet waar de streep is gezet? Alle onderwerpen uit tabel 6.1 zijn voor Abbenes van toepassing.
En wordt het milieubelang van Abbenes volwaardig in de plan- en besluitvorming betrokken (zoals staat in paragraaf 1.3)? Reactie 6E De milieueffecten worden bepaald op basis waarvan de weg werkelijk komt te liggen, daaruit zal blijken welke effecten er voor Abbenes optreden. De belangenafweging vindt pas daarna plaats, bij het besluiten over het bestemmingsplan (of omgevingsplan). Hierbij worden alle milieuaspecten betrokken en wordt het milieubelang volwaardig meegewogen. 6F Te onderzoeken alternatieven In hoofdstuk 5.2 (blz 26) van de NRD staat: “In een m.e.r. is het verplicht alle ‘redelijkerwijs te beschouwen alternatieven’ te beschouwen.” Onder andere verschillende locatie en/of ander programma. Verzocht wordt in deze Mer ook de alternatieven die in het kader van de Duinpolderweg zijn aangevoerd, te onderzoeken. Dat zijn: - vergroting capaciteit Lisserweg richting A44 - HOV-brug ook geschikt maken voor autoverkeer - N207 laatste deel bij Lisse verbreden met extra rijstroken - ontsluiting Lisse ri N207 verbeteren - omleidingsroute bij Sassenheim 8
Reactie 6F Deze NRD en het MER onderzoeken niet de alternatieven voor vervanging van de Duinpolderweg. De NRD en het MER beperken zich tot de woningbouw in Lisserbroek. In dat kader zal het MER ingaan op welke infrastructuur noodzakelijk, dan wel wenselijk is. Ook zullen de effecten op de infrastructuur en de effecten van die infrastructuur in beeld worden gebracht. Dat geldt voor veranderingen in verkeersintensiteiten en doorstroming op bestaande en nieuwe wegen en op basis daarvan wordt bepaald wat het effect is op de geluidbelasting en de luchtkwaliteit ter plaatse van bestaande en nieuwe woningen (paragraaf 6.2, 6.3 en 6.4 van de NRD). Projecten die losstaan van de woningbouw in Lisserbroek, maar wel invloed kunnen hebben, behoren tot de zogeheten autonome ontwikkeling of zijn raakvlakprojecten (paragraaf 3.4.2 en 3.4.3 van de NRD). Deze worden als zodanig meegenomen in het MER. Dit betekent dat het effect van deze ontwikkelingen wel wordt meegewogen in de onderzoeken voor de woningbouw in Lisserbroek. 6G Behoud landschap In de laatste twee visies van de gemeente, zowel in de Omgevingsvisie als in de Verdichtingsvisie, staat dat er zuinig moet worden omgegaan met het laatste resterende agrarische landschap van Haarlemmermeer. Dat oorspronkelijke landschap is er rondom Abbenes en heeft in die zin historische waarde.
Middels een enquête voor de omgevingsvisie Abbenes hebben bewoners van Abbenes heel duidelijk aangegeven dat dat landschap behouden moet blijven. Reactie 6G In de genoemde visies staat ook de woningbouw rondom Lisserbroek, welke al langere tijd in voorbereiding is. Dat leidt automatisch tot een vermindering van de hoeveelheid landbouwareaal en een verandering van het landschap. Die keuze is geen onderdeel van de NRD of het MER. Er zal onderzocht worden wat het effect van de voorgenomen plannen zijn op de omgeving (waaronder Abbenes) en het landschap (paragraaf 6.7 van de NRD). Conclusie reclamant 6: Deze zienswijze leidt niet tot wijzigingen voor in het MER. Reclamant 7, Platform Poelweg. 7A Ter inzage onbekend Platform Poelweg werd pas bij toeval op 31 oktober 2021 on kennis gesteld over het ter inzage liggende document. Het Platform is teleurgesteld dat ze niet eerder werden geïnformeerd gelet op de oproep van de gemeenteraad op 5 november 2020 om Platform Poelweg als belanghebbende partij actief mee te nemen in alle ontwikkelingen. Platform is niet meegenomen in de bestuurlijke overleggen (paragraaf 2.3). Reactie 7A Platform Poeldijk is per abuis niet rechtstreeks geïnformeerd. Afgezien daarvan is de ter inzagelegging, zoals gebruikelijk, bekendgemaakt in het digitale Gemeenteblad. Het betreft nr.
323882 van 21 september 2021.Dit wordt gedaan zodat iedereen ook kan reageren die dat wil. 7B Ontsluiting via N207 Uit het voornemen in paragraaf 3.2 blijkt dat voor de gebiedsontwikkeling Lisserbroek, zowel Binnenturfspoor als Lisserbroek-Noord, gekozen wordt voor ontsluiting via de N207. Platform Poeldijk pleit voor twee aansluitingen, één ter hoogte van de N205/Driemerenweg en één ter hoogte van de Getsewoudseweg. Wel moet dan de N207 naar het westen (Bollenstreek en Kust) worden verdubbeld en doorgetrokken naar de N206. Reactie 7B Zie 6C. 7C Zuidelijke ontsluiting en wijkontsluiting Een zuidelijke ontsluiting heeft geen toegevoegde waarde en leidt niet tot oplossing van enig verkeerskundig probleem, zoals blijkt uit meerdere rapporten. De NRD gaat niet in op de wijkontsluiting door een wijkring die via de Gansoord en het Turfspoor loopt naar een wijkontsluiting in noordelijke richting, zoals genoemd in het Manifest Bereikbaarheid van Platform Poelweg, dat medio 2021 aan alle fracties in de gemeenteraad is aangeboden. 9
Reactie 7C Zie 5A. 7D Nut en Noodzaak Poelweg ontbreken Voor de bereikbaarheid in Haarlemmermeer-Zuidwest en Bollenstreek-Noord zijn innovatieve oplossingen nodig. In aanvulling op paragraaf 3.4.3. merken wij op dat al langer over die oplossingen wordt nagedacht. Provincie Noord-Holland heeft volledig terecht in het voorjaar van 2020 de Poelweg als project geschrapt. Nut en noodzaak ontbreken, evenals draagvlak, maar vooral is op de destijds geplande locatie in de Bollenstreek geen sprake van enig verkeerskundig probleem. Reactie 7D Zie 5A. 7E Verbinding met A44 Een verbinding van de A4/A44 bij Nieuw-Vennep naar de kust bij Noordwijkerhout, vormt de ontbrekende schakel in de ruit van de Bollenstreek. De innovatieve oplossing hiervoor is gelegen in de Carolus Clusiusverbinding, die de N207 vanaf de kruising met de N205 verbreed naar 2x2 rijstroken (inclusief verdubbeling van de Elsbroekerbrug) en doortrekt tot de N206 bij De Zilk. Dit kan in een verdiepte ligging of middels een tunnel, met een separate aftakking naar de Keukenhof. Reactie 7E Zie 5A en 6C. 7F Inzetten op fietsverkeer De inzet op fietsverkeer voor woon-werk tussen Lisse, Hillegom en Lisserbroek, Beinsdorp en Nieuw-Vennep, juichen wij van harte toe. Daar behoort de volledige focus op te liggen.
Of een extra fietsbrug ter hoogte van het Turfspoor naar Lisse noodzakelijk is, moet uit onafhankelijke doorrekening en onderbouwing blijken. Reactie 7F Ook de langzaamverkeersverbindingen behoren tot de verkeerskundige onderzoeken (paragraaf 6.2 van de NRD). Dit heeft bovendien een relatie met gezondheidsbevordering (paragraaf 6.6 van de NRD) en de binding tussen Lisse en Lisserbroek gelet op de voorzieningen. 7G gebiedskaart Lisserbroek 2040 Hoofdstuk 5 gaat in op de ambities van Lisserbroek. Daarbij wordt veelvuldig verwezen naar de ‘gebiedskaart Lisserbroek 2040’. Deze gebiedskaart ontbeert draagvlak buiten de bebouwde kom van het dorp Lisserbroek. De totstandkoming ervan is op zijn minst niet via volledige participatie van het buitengebied gerealiseerd. Platform Poelweg wijst deze gebiedskaart in haar huidige vorm van de hand. Dat geldt nadrukkelijk voor een weg tussen de N208 en A44. Dat plan is in 2020 afgewezen. Wij roepen gemeenteraad en college op om de gebiedskaart te amenderen en daarin wijkontsluiting op te nemen zoals in ons eerder gememoreerde manifest. Dat wil zeggen, verkeer naar de N207 als robuuste ontsluiting in alle richtingen. Daarmee voldoet u bovendien ook aan het bestemmingsplan Haarlemmermeer Buitengebied- Zuid en de omgevingsvisie die het gebied als landelijk open natuurgebied benoemt. Daar past geen provinciale weg in.
Reactie 7G Aangezien de Gebiedskaart Lisserbroek 2040 is vastgesteld door de gemeenteraad in 2018 en na de fusie herbevestigd is door de gemeenteraad in 2019, vormt dit het kader voor de NRD en het MER. De Gebiedskaart staat dus nu niet ter discussie. Het geldende bestemmingsplan is voor een dergelijke grootschalige ontwikkeling geen kader, aangezien de MER wordt opgesteld in het kader van een procedure om het bestemmingsplan te herzien. 7H Voorzieningen Groei van Lisserbroek vereist ander beleid en voorzieningen in Lisserbroek zelf. Enige afhankelijkheid van Lisse past niet bij een dorp van 15.000 inwoners. In paragraaf 5.2 staat dat nieuwe voorzieningen in de
10
uitleggebieden komen. Dat is wat ons betreft een noodzakelijkheid, als het gaat om scholen, winkels, zorg (huis- en tandarts) en overige primaire behoeften. Reactie 7H Zie 2A. Omdat Lisse en Lisserbroek een dubbeldorp vormen, waarbij Lisserbroek van oudsher afhankelijk is van Lisse, zal deze afhankelijkheid ook blijven. Het ligt niet voor de hand dat Lisserbroek een volwaardig centrum zal krijgen, zoals Lisse dat heeft. Wel wordt de noodzaak voor bepaalde basisvoorzieningen onderkent, zoals school, zorg en maatschappelijke voorzieningen bij de beoogde woningbouwopgave. Deze relatie tussen Lisse en Lisserbroek en de effecten daarvan op (langzaam)verkeersstromen wordt meegenomen in het MER. Conclusie reclamant 7: De zienswijze leidt tot de volgende aanvullingen op het MER: In het MER wordt ingegaan op de gedeelde voorzieningen van Lisse en Lisserbroek en de effecten daarvan op de (langzaam) verkeersstromen. Reclamant 8, Teekens Karstens advocaten namens cliënt. 8A Zienswijze op voorgenomen bestemmingsplan Cliënt dient een zienswijze in over het voorgenomen bestemmingsplan en de concept-NRD. Reactie 8A Het is op dit moment niet mogelijk een zienswijze over het bestemmingsplan in te dienen, omdat er nog geen bestemmingsplan in procedure is.
Wanneer het bestemmingsplan in procedure gebracht wordt, wordt dit op de gebruikelijk wijze bekend gemaakt in het Gemeenteblad, te vinden op www.officielebekendmakingen.nl. 8B bereikbaarheid Er is onvoldoende rekening gehouden met de bereikbaarheid van het bedrijf van cliënt en de andere bedrijven op Kruisbaak. Reactie 8B In het MER zullen de effecten van de woningbouw op de infrastructuur en de effecten van die infrastructuur in beeld worden gebracht. Onderdeel hiervan is de bereikbaarheid van de bestaande bedrijven (paragraaf 6.2 van de NRD). 8C Milieucontouren Er wordt geen rekening gehouden met de milieugebruiksruimte (geluid) van het bestaande bedrijf. Reactie 8C Zie 3A. 8D Uitbreidingsplannen Client heeft uitbreidingsplannen op Gansoord. Hiermee moet rekening gehouden worden. Reactie 8D Uitgangspunt van de ontwikkeling is dat bestaande bedrijven niet gehinderd worden. Uitbreidingsmogelijkheden die passen binnen het geldende bestemmingsplan zullen gerespecteerd worden. Uitbreidingen die niet in het geldende bestemmingsplan passen, zullen op hun merites beoordeeld worden, waarbij het vastgestelde beleid (de beoogde woningbouw) het kader vormt van die beoordeling. 8E Bouwenvelop In paragraaf 1.2 staat dat spelregels en randvoorwaarden voor de planontwikkeling uitgewerkt worden in een bouwenvelop. Tot op heden zijn bedrijven of ondernemersvereniging hier niet bij betrokken.
Reactie 8E De gebiedsenvelop is nog in ontwikkeling. Het is het voornemen dat hierop door belanghebbenden gereageerd kan worden. Dit zal zoals gebruikelijk bekendgemaakt worden via het Gemeenteblad (te vinden op officielebekendmakingen.nl). Sommige stakeholders zijn reeds betrokken, zoals de dorpsvertegenwoordiging
11
via het Driehoeksoverleg, Staatsbosbeheer, de ondernemersvereniging, de Vervoerregio Amsterdam en provincie Noord-Holland. 8F Locatiekeuze niet onderbouwd De locatie voor woningbouw is onvoldoende onderbouwd. Reactie 8F De beoogde woningbouwlocaties staan niet ter discussie. Hierover is al besloten bij het vaststellen van de Gebiedskaart Lisserbroek 2040. In de Omgevingsvisie is dit nogmaals bevestigd. Op dit moment ligt de concept-NRD voor, waarin de te onderzoeken onderwerpen en alternatieven voor het MER beschreven staan. 8G Uitgangspunten nieuwe infrastructuur onduidelijk De nieuwe infrastructuur is onvoldoende duidelijk om een NRD op te kunnen enten. Op blz. 13 staat “Het voornemen is om in ieder geval een ontsluiting naar het noorden te realiseren, richting de N207. Als aanvulling is een zuidelijke ontsluiting richting de A44 mogelijk om de verdeling van het verkeer te optimaliseren.” Dit is echter anders dan hetgeen de gebiedskaart laat zien, waarin sprake is van een ringstructuur. Hetzelfde geldt voor de opwaardering van de Elsbroekerbrug (N208), de kruising N208/N207 en de verbinding tussen N208 en A44. Onduidelijk is wat het niet doorgaan van de Duinpolderweg betekent. Op blz. 11 van de gebiedskaart staat dat voor Binnenturfspoor wordt voorzien in een nieuwe infrastructuur naar de Lisserweg, zodat de Lisserbroekweg niet wordt belast.
Lisserbroek Noord wordt direct ontsloten op de N207. Onduidelijk is of deze als randvoorwaarde meegenomen zijn voor de NRD. Reactie 8G De NRD is de basis voor de onderzoeken voor het MER. De verkeersstructuur is een van de te onderzoeken onderwerpen (paragraaf 6.2 van de NRD). Zie 7B. 8H Uitbreidingsruimte Kruisbaak Op blz. 26 van de Gebiedskaart staat dat behoud van bedrijventerrein Kruisbaak het uitgangspunt is en dat functieverruiming niet is uitgesloten. Een goede verkeersafwikkeling van het bedrijf van cliënt inclusief toekomstige uitbreidingen, moet gegarandeerd worden. Reactie 8H Functieverruiming wordt niet uitgesloten, maar dit betekent niet dat elke functieverruiming mogelijk is. Zie 8D. 8I Onduidelijk tekstdeel Op blz. 23 staat: “De exacte locatie van de wegen is binnen het zoekgebied naar mogelijke ontsluitingen nader te bepalen, maar voor de gewenste ontsluitingsstructuur zijn niet langer afwijkende alternatieven in beeld zoals die zijn bepaald in de visie.” Het is onduidelijk wat daarmee bedoeld wordt. Reactie 8I Hiermee wordt bedoeld dat er geen nieuwe alternatieven in beeld zijn gekomen na vaststelling van de Gebiedskaart Lisserbroek 2040. 8J Verkeersknelpunten in dubbeldorp Er wordt in de concept-NRD onvoldoende aandacht gegeven aan de verkeersknelpunten binnen het dorp en tussen de dorpen, waarbij met name de brug aandacht verdient.
Reactie 8J De verbinding tussen de dorpen is zeker een aandachtpunt dat meegenomen wordt in het MER bij de verkeerskundige onderzoeken. Zie 2A. 8K Infrastructuur onvoldoende duidelijk voor Mer Op blz. 24 van de concept-NRD staat dat de effectbepaling en -beoordeling gedaan worden op basis van de uitgangspunten zoals die bekend zijn op het moment van beoordeling. Ten aanzien van de infrastructuur is op dit moment onvoldoende bekend over de uitgangspunten. Het is niet mogelijke een goede MER te maken als de uitgangspunten voor de infrastructuur niet duidelijk zijn, zeker nu tevens sprake is van een projectMER.
12
Reactie 8K Het MER maakt inzichtelijk wat de effecten zijn van de beoogde woningbouw. De uitgangspunten voor die woningbouw zijn duidelijk: 4000 woningen verspreid over twee locaties (Noord en Binnen Turfspoor). In het MER wordt onderzocht wat het effect daarvan is op de ontsluiting. Het MER zal ingaan op welke infrastructuur noodzakelijk, dan wel wenselijk is. Daarnaast geldt dat het MER een projectMER is voor de concrete ontwikkeling tot ca. 2400 woningen, maar een planMERvoor het geheel tot 4.000 woningen. 8L Flexibiliteit en fasering nog onduidelijk Op blz. 6 van de concept-NRD staat dat de flexibiliteit in het bestemmingsplan wordt overgenomen voor de gronden die niet in handen zijn van de ontwikkelaars. Er is niet duidelijk voor welke flexibiliteit gekozen wordt. Reactie 8L Voor het doen van de onderzoeken in het kader van het MER is die duidelijkheid ook nog niet nodig. Het MER onderzoekt immers de milieueffecten, en bepaalt niet de juridische regeling in het bestemmingsplan. 8M Dichtheden en afstand tot bedrijf onduidelijk Op blz. 13 van de concept-NRD staat dat er in Binnenturfspoor ca. 1.300 woningen gerealiseerd. Er is echter niet duidelijk in welke dichtheden en wat de afstand is tot het bedrijf van cliënt. Reactie 8M De dichtheden zijn op zichzelf niet relevant in dit stadium, tenzij dit gevolgen zou hebben voor de verkeersafwikkeling.
Uitgangspunt van de ontwikkeling is dat bestaande bedrijven niet beperkt worden in hun bestaande milieurechten. Zie 3A. 8N Raakvlakprojecten en referentiesituatie In paragraaf 3.4.2 worden de autonome ontwikkelingen beschreven. Daarna worden ‘raakvlakprojecten’ beschreven. Het lijkt erop dat ze niet meegenomen worden in de referentiesituatie, maar wel betrokken worden bij de mogelijke cumulatie. Er kan ook gewerkt worden met meerdere referentiesituaties. Verwacht wordt dat in ieder geval de HOV-lijn Noordwijk-Schiphol voldoende zeker is. Hetzelfde geldt voor de woningbouw in Nieuw-Vennep West en de ontwikkeling van Landgoed Olmenhorst. Reactie 8N Het onderscheid tussen referentiesituatie en raakvlakprojecten is gemaakt om alle mogelijkheden, waarschijnlijkheden en vaststaande plannen enigszins te structureren. Het is ondoenlijk en niet in lijn met jurisprudentie om alle onzekere voornemens als referentiesituatie te beschouwen. Tegelijkertijd wordt onderkend dat deze ontwikkelingen kunnen leiden tot een ongewenst cumulatief effect. Daarom worden ze als raakvlakproject beschouwd in het MER. Gelet op de voortgang van het project valt de HOV NoordwijkSchiphol inmiddels binnen de referentiesituatie. Deze zal als zodanig worden meegenomen in het MER. 8O Referentiejaar niet onderbouwd In de concept-NRD wordt uitgegaan van het referentiejaar 2032. Dit is echter niet onderbouwd.
Reactie 8O Het referentiejaar is op basis van de woningbouwplanning van de marktpartijen voor de eerste 2400 woningen. Die zou in 2032 afgerond moeten zijn. Daarna volgen misschien de overige gronden. 8P Economische ambitie ontbreekt Op blz. 21. worden de ambities in Lisserbroek benoemd. Hier ontbreekt het economisch belang. In de Gebiedskaart is daar wel een paragraaf aan gewijd. De bestaande bedrijven dienen gerespecteerd te worden, inclusief uitbreidingen, zolang deze niet leiden tot een verkleining van afstanden of vergroting van milieuhindercirkels. Reactie 8P Op blz. 21 worden de voor woningbouw relevante ambities genoemd. Afgezien van enkele voorzieningen ondersteunend aan een nieuwe wijk, kent het beoogde plan geen economisch belang. Het economisch belang van de bestaande bedrijven is geen ambitie voor de woningbouwlocatie. De planologische rechten, de milieuhindercirkels en richtafstanden worden meegenomen in het MER. Zie ook 8D. 13
8Q Plan- of ProjectMer, alternatief De uitgangspunten voor flexibiliteit en fasering zijn onduidelijk. Hierop zou de vraag of het een plan- of projectmer is, op aangepast moeten worden. Indien rechten van bestaande bedrijven niet als uitgangspunt worden meegenomen wordt verzocht hier een alternatief van te maken. Reactie 8Q Het MER is een gecombineerde plan- en projectMER. De eerste fase is zodanig concreet, dat er sprake is van een projectMER, maar voor de 2e fase (tot 4.000 woningen) is het een planMER. Wat betreft rechten van bestaande bedrijven, zie 8D. Conclusie reclamant 8: leidt niet tot wijziging voor in het MER. Reclamant 9, Reclamant heeft een alternatief voor de zuidelijke ontsluitingsweg naar de A44: een weg langs het fietspad (tussen Turfspoor en Abbenes) richting de Hoofdvaart. Reactie 9 Zie 7B. Conclusie reclamant 9: leidt niet tot wijziging voor in het MER.
14
Notitie Reikwijdte en Detailniveau MER gebiedsontwikkeling Lisserbroek
projectnummer 0418207.100 definitief 4 augustus 2021
Notitie Reikwijdte en Detailniveau MER gebiedsontwikkeling Lisserbroek
projectnummer 0418207.100 definitief 4 augustus 2021
Auteurs mr. M.I. Schouten J.J. Verhoeven, MSc R.J. Last, MSc
Opdrachtgever GEM Lisserbroek i.o.v. grondeigenaren Binnenturfspoor voor Binnenturfspoor & BPD voor Lisserbroek Noord
datum vrijgave 04-08-2021
beschrijving revisie definitief
gecontroleerd C. Stolzenbach
vrijgave A. Hatzman
Inhoudsopgave
Blz.
Veelgebruikte woorden en afkortingen
1
1
Inleiding
2
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding Planontwikkelingstraject Waarom een m.e.r.? Doel notitie reikwijdte en detailniveau Leeswijzer
2 4 5 6 6
2
M.e.r.-procedure
7
2.1 2.2 2.3 2.4
M.e.r.-procedure op hoofdlijnen Stappen in de m.e.r.-procedure Rolverdeling Wilt u een reactie indienen op de NRD?
7 7 9 10
3
Context gebiedsontwikkeling Lisserbroek
11
3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3
Plangebied Voornemen Historie en huidig gebruik Historie Huidig gebruik Referentiesituatie, autonome ontwikkelingen en raakvlakprojecten Wat is de referentiesituatie? Autonome ontwikkelingen Raakvlakprojecten
11 13 13 13 15 16 16 16 17
4
Behoefte en ambities Lisserbroek
20
4.1 4.2
Woningbouwbehoefte Ambities Lisserbroek
20 21
5
Aanpak MER gebiedsontwikkeling Lisserbroek
22
5.1 5.2 5.3
Gecombineerd plan- en projectMER Alternatieven Wijze van effectbepaling
22 22 24
6
Onderzoeksmethodiek
25
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Beoordelingskader Verkeer en vervoer Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid
25 25 25 26 26
6.6 6.7 6.8 6.9 6.10 6.11 6.12 6.13
Gezondheid Archeologie, cultuurhistorie en landschap Bodem Water Ecologie Duurzaamheid en klimaatadaptatie Lichthinder Hinder tijdens realisatiefase
27 27 28 28 28 29 29 29
Notitie Reikwijdte en Detailniveau MER gebiedsontwikkeling Lisserbroek projectnummer 0418207.100 4 augustus 2021 GEM Lisserbroek i.o.v. grondeigenaren Binnenturfspoor
Veelgebruikte woorden en afkortingen In deze notitie worden enkele woorden en afkortingen veelvuldig gebruikt. In het onderstaande overzicht zijn deze veelgebruikte woorden en afkortingen kort toegelicht. Afkortingen en begrippen MER