CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

RV (2022.0000850) Vaststelling bestemmingsplan 'Zwaanshoek Hanepoel tussen 174-196'.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 14 juli 2022, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: SESSIE 19.00- 20.30 uur Heijezaal: RV Vaststelling bestemmingsplan ‘Zwaanshoek Hanepoel tussen 174-196 (2022.0000850)26.903 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

gemeente Haarlemmermeer

raadsvoorstel

onderwerp

Portefeuillehouder Stell er Collegevergadering

Vaststelling bestemmingsplan 'Zwaanshoek Hanepoel tussen 174-196' mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker Judith Filippo 17 mei 2022

Raadsvergadering Raad svoorstelnummer

2022.0000850 1. Voorstel Collegebesluit(en) Het college besluit de raad voor te stellen om : 1. geen exploitatieplan vast te stellen voor het bestemmingsplan 'Zwaanshoek Hanepoel tussen 174-196' omdat het kostenverhaal anderszins verzekerd is; 2. de ingediende zienwijzen ontvankelijk te verklaren; 3. gedeeltelijk met de zienswijzen in te stemmen; 4. het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan te wijzigen overeenkomstig de 'Nota van zienswijzen bestemmingsplan Zwaanshoek Hanepoel tussen 174-196'; 5. het bestemmingsplan 'Zwaanshoek Hanepoel tussen 174-196' met planidentificatie ' NL.IMRO.0394.BPGzwhhanepoel174196-C001', bestaande uit een verbeelding en bijbehorende regels, conform de artikelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 Besluit ruimtelijke ordening in elektronische vorm vast te leggen en in die vorm gewijzigd vast te stellen, één en ander overeenkomstig de bij dit besluit gevoegde bescheiden en op grond van de overwegingen genoemd in het voorstel van burgemeester en wethouders; 6. het college van burgemeester en wethouders te machtigen het verder nodige te verrichten . 2. Samenvatting Het bestemmingsplan 'Zwaanshoek Hanepoel tussen 174-196' maakt de bouw van drie woningen mogelijk tussen de percelen Hanepoel 174 en 196 te Zwaanshoek. 3. Uitwerking

3.1 Wat willen we bereiken? Het bestemmingsplan 'Zwaanshoek Hanepoel tussen 174-196' maakt de bouw van drie grondgebonden woningen mogelijk. Vanuit het bestemmingsplan 'Zwaanshoek Noord en Boseilanden' geldt voor de locatie de bestemming 'woondoeleinden zonder gebouwen' . Het realiseren van woningen is niet mogelijk binnen het huidige bestemmingsplan . Het plangebied bestaat uit een strook grond die momenteel behoort bij de woning aan Hanepoel 196. Dit stuk grond is in gebruik als tuin bij de

Va st st elling best em m ingsplan 'Zwaanshoek Hanepoel tu ssen 174-196'

pagina 2

voornoemde woning. De doelstelling van het bestemmingsplan 'Zwaanshoek Hanepoel tussen 174 -196' is het planologisch juridisch mogelijk maken van woningen in het plangebied .

Ligging plangebied Het plangebied betreft de gronden tussen Hanepoel 174 en 196 in Zwaanshoek. Aan de noordzijde vindt dit gebied zijn begrenzing door de N201 (Kruisweg) en aan de zuidzijde door de Bennebroekerweg. In de loop van de tijd is het agrarische karakter verloren gegaan in het dorp Zwaanshoek. Bestaande woningen en gebouwen zijn aan het agrarische gebruik onttrokken en er zijn burgerwoningen gebouwd.

Ligging plangebied

Ploninhoud Vanuit het zuidoosten bezien is er tot aan het perceel Hanepoel 196 sprake van een duidelijke ritmiek van twee-onder-een-kap woningen, met overgang naar alleenstaande woningen . De realisatie van drie bouwkavels in het plangebied sluit aan bij de stedenbouwkundige structuur in de directe omgeving. De beoogde woningen worden geplaatst op ruime percelen van 750 m 2 met ruimte voor parkeren op eigen terrein .

Vast stelling best emmingspl an 'Zwaanshoek Hanepoel tu ssen 174- 196'

pagi na 3

Plangebied

e:::J . _ ,76-196 Enkelbestemmingen ~ Tuin

~ w~ Wonen Bouwvtakken

c::J Maatvoeringen

{';", maxm.m-e (m)

'17

maxm.m-(m)

Veri<laring

ffi:IJ _.rddleen-_..,.(29-10-2020)

Verkaveling van de woningen

3.2 Wat gaan we daarvoor doen? Bestemmingsplanprocedure Het ontwerpraadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan is op 19 oktober 2021 bekendgemaakt en heeft met de daarop betrekking hebbende stukken vanaf 20 oktober 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen .

Zienswijzen In deze periode zijn negen zienswijzen ingediend, waarvan zeven gelijkluidende brieven . De zienswij zen zijn samengevat weergegeven in de bij dit voorstel behorende 'Nota van zienswijzen bestemmingsplan Zwaanshoek Hanepoel tussen 174 en 196' en van een antwoord voorzien . Omwonenden hebben onder andere bezwaar tegen de drie vrijstaande woningen, omdat ze een toename van de verkeersdruk vrezen . In het kader van de ontwikkeling is gekeken naar de verkeersgeneratie en ontsluiting. De resultaten zijn opgenomen in paragraaf 5.12 van het ontwerp bestemmingsplan. De verkeersgeneratie is goed op te vangen binnen de bestaande capaciteit van de Hanepoel. Door het planvoornemen, zal de verkeersd ruk van de locatie niet noemenswaardig veranderen . Daarnaast vreest men dat realisatie van drie woningen de open verbinding met de ringvaartzone naar natuurgebied 'het Reigersbos en Ooievaarsbos' verstoort. Het huidige bestemmingsplan 'Zwaanshoek Noord en Boseilanden' beoogt een goede juridische basis te bieden voor de instandhouding van de kwaliteit van ecologisch waardevolle gebieden . De planopzet is een grootschalig groengebied met als functies recreatie, wandel- en fietspaden, natuur en wonen . In het plangebied is een gedeelte, volgens het huidige bestemmingsplan, aangemerkt als 'ecologisch gebied' .

In de beoogde ontwikkeling respecteren we het veiligstellen van de natuur- en landschapswaarden. Wij passen het ontwerpbestemmingsplan Zwaanhoek Hanepoel aan en nemen de gebiedsaanduiding 'overige zone - ecologische zone' op.

Vastst elling best emmingspl an 'Zwaa nshoek Hanepoel tu ssen 174-196'

pagin a 4

Naar aanleiding van de zienswijzen stellen wij de gemeenteraad voor om het bestemmingsplan als volgt gewijzigd vast te stellen : • opnemen van de gebiedsaanduiding 'overige zone - ecologische zone' ; • toevoegen aan de bijlage van het bestemmingsplan de bezonningsstudie Hanepoel tussen 174-196, Zwaanshoek.

Vaststelling bestemmingsplan Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad wordt het vastgestelde plan gedurende zes weken ter inzage gelegd . Na die inzagetermijn is het plan van kracht, tenzij beroep wordt ingesteld en voorlopige voorziening wordt gevraagd bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling). Als tegen het plan wel beroep wordt ingesteld maar niet binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening bij de Afdeling is gedaan, dan treedt het plan in werking direct na de beroepstermijn.

3.3 Wat mag het kosten? Artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen . In vervolg op artikel 6.12 lid 1 wordt in artikel 6.12 lid 2 Wro bepaald dat de gemeenteraad geen exploitatieplan vaststelt als het kostenverhaal anderszins is verzekerd . Voor het bestemmingsplan geldt dat het kostenverhaal anderszins verzekerd is, dit wordt geregeld in een anterieure overeenkomst welke op 6 juli 2021 (2021.0001521) is vastgesteld .

Wat zijn de financiële risico's? Onze gemeente loopt geen vermeldenswaardige financiële risico's bij de uitvoering van dit voorstel.

3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk? Op grond van de Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast. De portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening is eerste aanspreekpunt binnen het college voor het opstellen van het bestemmingsplan. Door het college te machtigen het verder noodzakelijke te verrichten, zijn wij bevoegd op te treden in een eventuele beroepsprocedure bij de Raad van State.

3.5 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd? Met de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad is de procedure afgerond. Indien tegen het plan beroep wordt ingesteld, zal de gemeenteraad op de hoogte worden gesteld van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hierover.

3.6 Wat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)? Het plan draagt drie woningen bij aan invulling van de regionale woningbouwopgave.

Vaststelling bestemmingsplan 'Zwaanshoek Hanepoel tussen 174-196'

Bijlage(n): • Toelichting • Regels • Verbeelding • Bijlagen bij de toelichting • Nota van zienswijzen

pagina 5

Zwaanshoek Hanepoel tussen 174 - 196

bestemmingsplan Zwaanshoek Hanepoel tussen 174 - 196

Inhoudsopgave

Toelichting

2

3

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Zwaanshoek Hanepoel tussen 174 - 196

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

3

Zwaanshoek Hanepoel tussen 174 - 196 Zwaanshoek Hanepoel tussen 174-196 Toelichting, vast te stellen Zwaanshoek Hanepoel tussen 174-196

1

Inhoudsopgave 1

Inhoudsopgave ............................................................................................................................................... 2

2

Inleiding ........................................................................................................................................................... 4

3

4

5

6

7

8

2.1

Aanleiding .......................................................................................................................................................... 4

2.2

Ligging en begrenzing plangebied................................................................................................................. 4

2.3

Doel en planvorm ............................................................................................................................................. 5

2.4

Geldende bestemmingsplannen en regelingen ........................................................................................... 5

2.5

Planproces ........................................................................................................................................................ 5

2.6

Leeswijzer ......................................................................................................................................................... 5

Beschrijving huidige situatie ....................................................................................................................... 7 3.1

Ruimtelijke structuur ........................................................................................................................................ 7

3.2

Functionele structuur ....................................................................................................................................... 7

Beleid en regelgeving.................................................................................................................................... 9 4.1

Rijksbeleid ......................................................................................................................................................... 9

4.2

Provinciaal en regionaal beleid .................................................................................................................... 12

4.3

Gemeentelijk beleid ....................................................................................................................................... 15

Nieuwe situatie ..............................................................................................................................................18 5.1

Visie op het plangebied ................................................................................................................................. 18

5.2

Functionele structuur ..................................................................................................................................... 18

Onderzoek en beperkingen .........................................................................................................................19 6.1

Water................................................................................................................................................................ 19

6.2

Bodem .............................................................................................................................................................. 22

6.3

Flora en fauna ................................................................................................................................................. 23

6.4

Cultuurhistorie en archeologie ..................................................................................................................... 24

6.5

Geluid ............................................................................................................................................................... 25

6.6

Lucht ................................................................................................................................................................ 27

6.7

Externe veiligheid ........................................................................................................................................... 28

6.8

Geur ................................................................................................................................................................. 29

6.9

Licht .................................................................................................................................................................. 29

6.10

Bedrijven en milieuzonering ..................................................................................................................... 30

6.11

Luchtvaartverkeer ...................................................................................................................................... 30

6.12

Verkeer en parkeeraspecten .................................................................................................................... 31

6.13

Kabels, leidingen en telecommunicatie installaties ............................................................................... 31

6.14

Milieueffectrapportage ............................................................................................................................... 32

Uitvoerbaarheid .............................................................................................................................................34 7.1

Financiële uitvoerbaarheid ............................................................................................................................ 34

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................................... 34

Juridische aspecten .....................................................................................................................................35 8.1

Opzet regels en verbeelding......................................................................................................................... 35 Zwaanshoek Hanepoel tussen 174-196

2

8.2

Inleidende regels ............................................................................................................................................ 35

8.3

Bestemmingsregels ....................................................................................................................................... 35

8.4

Algemene regels ............................................................................................................................................ 36

8.5

Overgangs- en slotregels .............................................................................................................................. 36

8.6

Handhaafbaarheid.......................................................................................................................................... 36

Bijlagen Akoestisch onderzoek (BK bouw- en milieuadvies, 30 oktober 2020) Quickscan ecologie (ECO Logisch, 23 oktober 2020) Verkennend bodemonderzoek (BK ingenieurs, 14 september 2016) Stikstofdepositierapportage (M+P, 19 oktober 2020) Archeologisch onderzoek (IDDS, september 2016) Bezonningsstudie (Schaduwsimulator.nl, februari 2022) Nota van zienswijzen

Zwaanshoek Hanepoel 174-196 3

1

Inleiding

1.1 Aanleiding Vastgoed Nationaal is voornemens om op de locatie aan Hanepoel tussen 174 en 196 te Zwaanshoek een drietal bouwkavels te realiseren. 1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Haarlemmermeer, sectie AD, nummer 2334 (gedeeltelijk). Voor de locatie is het bestemmingsplan ‘Zwaanshoek Noord en Boseilanden’ van toepassing van Gemeente Haarlemmermeer.

Figuur 1 Uitsnede kadastrale kaart

Zwaanshoek Hanepoel 174-196 4

Figuur 2 begrenzing plangebied, indicatief, (bron Google maps)

1.3 Doel en planvorm De doelstelling van het bestemmingsplan is het bieden van een actueel juridisch-planologisch kader voor het plangebied zoals beschreven in paragraaf 1.2. Gekozen is voor een gedetailleerd plan, gezien de schaalgrootte van de ontwikkeling. 1.4 Geldende bestemmingsplannen en regelingen Het bestemmingsplan (Hanepoel 174-196) vervangt gedeeltelijk het volgende bestemmingsplan: Plannaam Zwaanshoek Noord en Boseilanden

Vastgesteld 06-2006

Goedgekeurd 19-03-2010

1.5 Planproces Een bestemmingsplan doorloopt de procedure zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het voorontwerp bestemmingsplan wordt ex art. 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voor advies voorgelegd aan rijk, Provincie en Waterschap. Door Gemeente Haarlemmermeer wordt in dit stadium van planvorming ook de betreffende dorps- of wijkraad in de gelegenheid gesteld op het voorontwerp bestemmingsplan te reageren. Binnengekomen reacties uit het wettelijk vooroverleg worden verwerkt in het ontwerp bestemmingsplan. Tijdens de ter visie legging van het ontwerp bestemmingsplan kan een ieder schriftelijk of mondeling een zienswijze kenbaar maken. De ingediende zienswijzen worden verwerkt in het vast te stellen bestemmingsplan. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt nogmaals ter inzage gelegd. Gedurende deze terinzagelegging kan beroep worden ingesteld bij de Raad van State. Dit kan uitsluitend door belanghebbenden die ook een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan hebben ingediend, of door een ieder voor zover het onderdelen betreft die door de gemeenteraad gewijzigd zijn vastgesteld. 1.6 Leeswijzer Het tweede hoofdstuk van deze toelichting geeft een beeld van de bestaande situatie in het plangebied. Er wordt een beschrijving gegeven van de ruimtelijke en functionele structuur van het gebied. In het derde Zwaanshoek Hanepoel 174-196 5

hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleid en de regelgeving en de invloed hiervan op het bestemmingsplan. Het vierde hoofdstuk gaat in op de nieuwe situatie met de te verwachten ontwikkelingen en de gewenste ruimtelijk-functionele structuur. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de onderzoeksgegevens en beperkingen. In hoofdstuk zes komt de uitvoerbaarheid aan bod en in het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische aspecten van dit bestemmingsplan.

Zwaanshoek Hanepoel 174-196 6

2

Beschrijving huidige situatie

2.1

Ruimtelijke structuur

2.1.1 Algemeen Vanuit het bestemmingsplan ‘Zwaanshoek Noord en Boseilanden’ geldt voor de locatie de bestemming ‘woondoeleinden zonder gebouwen’. Het plaatsen van woningen is dan ook niet mogelijk binnen het huidige bestemmingsplan. Het plangebied bestaat uit een strook grond dat momenteel behoort bij de woning aan Hanepoel 196. Dit stuk grond is in gebruik als tuin bij de voornoemde woning. Onderstaande afbeelding geeft een overzicht van de locatie.

Figuur 3 foto augustus 2019 van huidige situatie (bron: BK Bouw & Milieuadvies)

Het bestemmingsplan ‘Zwaanshoek Noord en Boseilanden’ beschrijft een 154 hectare groot gebied dat onderdeel is van Strategisch Groenproject Haarlemmermeer. Het plangebied Zwaanshoek Noord en Boseilanden is opgedeeld in twee plandeelgebieden. Het deel Boseilanden (116 ha) betreft een langgerekte strook tussen aan de oostzijde de N205 (Drie Merenweg) en aan de westzijde de Spieringweg. Aan de noordzijde vindt dit gebied zijn begrenzing door de N201 (Kruisweg) en aan de zuidzijde door de Bennebroekerweg. 2.2 Functionele structuur In de loop der jaren is het agrarische karakter verloren gegaan van het dorp Zwaanshoek en zijn er burgerwoningen gebouwd en zijn bestaande woningen en gebouwen aan het agrarisch gebruik onttrokken. Het plangebied zelf bestaat uit een strook grond die dateert uit de tijd dat er tuinbouwbedrijven waren gevestigd maar inmiddels is daarvan geen sprake meer. Aan deze zijde van Zwaanshoek, iets ten zuiden van het plangebied, is veel kleinschalige industrie ontstaan. Het deel ten noorden, oosten en westen van het plangebied kenmerkt zich doordat vrijwel alle woningen nu door niet-agrariërs zijn bewoond. Ook heeft een transformatie plaatsgevonden waarbij open plekken zijn ingevuld met woningen.

Een ander deel van de gronden is onttrokken aan het agrarisch gebruik en zijn opgekocht door het Rijk voor het inmiddels gerealiseerde recreatiegebied park Zwaanshoek, onderdeel van Spaarnwoude.

Zwaanshoek Hanepoel 174-196 7

Vanuit het zuidoosten bezien is er ongeveer tot aan het perceel Hanepoel 196 sprake van een duidelijke ritmiek van twee-onder-een-kap woningen, met overgang naar alleenstaande woningen. Het realiseren van drie bouwkavels in het plangebied sluit goed aan bij de stedenbouwkundige structuur in de directe omgeving. Denk bijvoorbeeld aan de logische aansluiting bij de reeds aanwezige woningen langs de Bennebroekerdijk direct ten westen van het plangebied. Tevens sluiten de woningen goed aan bij de structuur van de Ringdijk. Er ontstaat met deze nieuwe kavels dubbele lintbebouwing wat vaak voorkomt langs de dijk.

Zwaanshoek Hanepoel 174-196 8

3

Beleid en regelgeving

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 2040 Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale omgevingsvisie nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. Figuur 3 Nationale Omgevingsvisie

De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt

Zwaanshoek Hanepoel 174-196 9

onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. 2. 3.

Combineren boven enkelvoudig Kenmerken & identiteit Afwentelen voorkomen

Op het projectgebied zijn geen nationale belangen van toepassing. Hiermee is de Nationale Omgevingsvisie niet relevant voor het projectgebied aan de Hanepoel 174-196. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), staat een aantal onderwerpen waarvoor het Rijk uit het oogpunt van de nationale belangen in de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte regels stelt. Voor gemeente Haarlemmermeer is hierin van belang:  toekomstige uitbreiding van het hoofdwegennet en hoofdspoorwegennet;  ruimte reservering voor de parallelle kaagbaan;  zones onder hoogspanningsverbindingen worden gevrijwaard;  aan de Provincies is opgedragen om herijkte EHS te beschermen;  primaire waterkeringen buiten het kustfundament krijgen ruimtelijke bescherming;  nationale landschappen zoals het erfgoed van de Stelling van Amsterdam, worden ruimtelijk beschermd;  kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking en voor de bufferzones. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, 2017) is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd.

De Ladder voor duurzame verstedelijking is geregeld in artikel 3.1.6 lid 2 en luidt: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.’ De begrippen “bestaand stedelijk gebied” en “nieuwe stedelijke ontwikkeling”, zijn opgenomen in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder h en i Bro. De 'behoefte' is de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar -looptijd van een bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De Ladder bepaalt niet voor welke regio de behoefte in beeld moet worden gebracht. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt. De afbakening van het onderzoeksgebied is dus afhankelijk van het beoogde programma in het bestemmingsplan.

De Ladder biedt de mogelijkheid om in geval van een globaal bestemmingsplan met uitwerkingplichten en/of wijzigingsbevoegdheden, in het moederplan te bepalen dat het Ladderonderzoek pas hoeft te worden verricht bij vaststelling van het uitwerkingsplan of het wijzigingsplan. De woningbouwontwikkeling is afgewogen in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De locatie voldoet hieraan. Zie hiervoor H5.1. 3.1.4 Luchthavenindelingbesluit Schiphol De ruimtelijke consequenties van het rijksbeleid voor Schiphol zijn geformuleerd in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB). In dit besluit is een beperkingengebied opgenomen waarbinnen beperkingen worden gesteld ten aanzien van het gebruik en de bestemming van de grond voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op veiligheid en geluidsbelasting. In hoofdstuk 5.1 wordt verder ingegaan op de gevolgen van de aanwezigheid van Schiphol en de beperkingen van het LIB voor dit bestemmingsplan.

Zwaanshoek Hanepoel 174-196 10

De gemeente zorgt ervoor dat nieuwe inwoners in een zo vroegtijdig mogelijk stadium deugdelijk en objectief geïnformeerd worden over geluidsbelasting en mogelijke hinder door vliegtuiggeluid (of -uitstoot en kerosinegeur) door de aanwezigheid van de luchthaven Schiphol. De locatie ligt wel binnen het aangegeven beperkingsgebied op de maatgevende kaart toetshoogtes, bijlage 4 luchthaven-indelingenbesluit Schiphol. Dit heeft als gevolg dat de maximale bouwhoogte in het plangebied 150 meter bedraagt. Gezien de hoogte van de woningen, max. 9 meter, vormt dit geen risico voor de planvorming. De beperking betreffende vogel aantrekkende werking speelt niet. Wel is de beperking voor windturbines en lasers van kracht maar gezien het planvoornemen vormt dit geen probleem. Het Luchthavenindelingbesluit Schiphol vormt geen beperking voor het planvoornemen. 3.1.5 Nationaal waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan (2015) geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen.

Het Nationaal Waterplan gaat in op het robuust en toekomstgericht inrichten van het Nederlands watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. De volgende onderdelen komen in het plan naar voren:  deltabeslissingen (waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimtelijke adaptatie);  beleidsnota Noordzee;  verankering van afspraken die betrekking hebben op water vanuit het Energieakkoord;  natuurvisie;  internationale Waterambitie;  geactualiseerde plannen en maatregelenprogramma’s om te voldoen aan de Europese eisen voor waterkwaliteit, overstromingsrisico's en het mariene milieu. Het plan omvat een integrale benadering, door natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie, cultureel erfgoed en economie (inclusief verdienvermogen) zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. De ambitie is dat overheden, bedrijven en burgers zich in 2021 meer bewust zijn van de kansen en bedreigingen van het water in hun omgeving. Gelet op het plan, de vergunde situatie ten aanzien van de waterhuishouding, met de realisatie van extra wateroppervlak, extra aandacht voor afkoppelen wordt invulling gegeven aan het Nationaal Waterplan.

3.1.6 Beleidsnota mainport en metropool Het Rijk heeft in samenwerking met de zogenaamde regiopartijen en de partijen uit de luchtvaartsector een beleidsnota (2016) opgesteld voor de Schipholregio. Deze beleidsnota is een uitwerking van het programma SMASH (Structuurvisie Mainport Amsterdam Schiphol Haarlemmermeer) en is erop gericht mainport Schiphol en haar regio te versterken en helderheid te bieden wat betreft de mogelijkheden voor de verdere ruimtelijke en infrastructurele ontwikkeling. De nota heeft de ambitie om de kracht en kwaliteiten van de regio verder uit te bouwen, de economische ontwikkeling van de regio en Schiphol te stimuleren en kansen en potenties in de regio beter te benutten. Daarnaast willen de partijen binnen de regio de verwachte woningbehoefte van 440.000 geschatte woningen accommoderen. De kracht en kwaliteit van de Schipholregio komt voort uit de compactheid ervan en haar diversiteit aan functies. De focus ligt hierbij op vier beleidsopgaven: 1. het versterken van de ruimtelijk-economische structuur; 2. het ruimte bieden voor verstedelijking, kwaliteit van leefomgeving en leefbaarheid; 3. het ruimte bieden voor verdere ontwikkeling van een veilige, concurrerende en duurzame luchtvaart in combinatie met een optimale netwerk- en mainportkwaliteit. 4. meer en betere samenwerking tussen Rijk, regio, marktpartijen en luchtvaartsector.

Binnen het plan wordt invulling gegeven aan de genoemde beleidsopgave. Dit door te voorzien in extra woningen binnen de stedelijke contouren. Daarnaast is de locatie goed bereikbaar en sluit aan op een optimaal netwerk.

Zwaanshoek Hanepoel 174-196 11

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 (2018) is het integrale provinciale beleidsplan voor de gehele provincie Noord-Holland. In deze visie staat beschreven hoe de Provincie de ambities wil realiseren voor de belangrijkste ontwikkelingen die op ons afkomen:  klimaatverandering;  overgang naar duurzame energie;  verdere verstedelijking;  bereikbaarheid;  gezonde leefomgeving;  economische transitie;  natuur en biodiversiteit. De hoofdambitie van de Provincie is het vinden van een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Met de sturingsfilosofie ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’ heeft de Provincie de regionale ruimtelijke consequenties van deze ontwikkelingen grotendeels juridisch verankerd in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). Inmiddels is de PRV in verschillende ronden gewijzigd en opnieuw vastgesteld (zie §3.2.2). 3.2.2 PRV Op 14 januari 2019 hebben Provinciale Staten een wijziging van de Provinciale Ruimtelijke Verordening vastgesteld. Deze geconsolideerde versie is na wijziging in werking getreden op 1 februari 2019. In hoofdstuk 2 van de PRV zijn regels opgenomen die gelden binnen het gehele grondgebied van de provincie Noord-Holland.

Voor voorliggende ontwikkeling zijn artikel 5c en artikel 5e relevant. In artikel 5c van die verordening is bepaald dat kleinschalige ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied, uitsluitend mogelijk is op een bestaand bouwblok. Gezien de locatie zich binnen bestaand stedelijk gebied bevindt, is dit artikel niet van toepassing. Artikel 5e heeft betrekking op de 20 Ke-contour in het kader van geluidshinder van Schiphol. Artikel 5e Woningen binnen de 20 Ke-contour 1. Voor de gronden binnen de 20 Ke-contour, zoals aangegeven op kaart 11 en de digitale verbeelding ervan, kan een bestemmingsplan voorzien in nieuwe woningen, uitsluitend binnen het bestaand stedelijk gebied. 2. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan buiten bestaand stedelijk gebied voorzien in nieuwe woningen op de gronden binnen de 20 Ke-contour, zoals aangegeven op kaart 11 en de digitale verbeelding ervan: a. die tot stand komen door toepassing van artikel 5c, artikel 13a, artikel 16, artikel 17 of artikel 26, eerste lid, onder c, of; b. waarvoor een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 8.9 van de Wet Luchtvaart in samenhang met artikel 2.2.1e, vijfde lid, van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol is verleend, of; c. die mogelijk worden gemaakt binnen de verstedelijkingslocaties als bedoeld in artikel 2.2.1e, derde lid, van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. 3.

Voor zover een bestemmingsplan nieuwe woningen toestaat op de gronden binnen de 20 Kecontour, wordt in de toelichting van dat plan rekenschap gegeven van het feit dat op de betreffende locatie sprake is van geluid vanwege het luchtverkeer en worden de redenen vermeld die er toe hebben geleid om op de betreffende locatie nieuwe woningen te bestemmen, alsmede de uitkomsten van het onderzoek naar de maatschappelijke haalbaarheid hieromtrent.

Zwaanshoek Hanepoel 174-196 12

Relatie tot het project De voorgenomen ontwikkeling behelst het planologisch mogelijk maken van drie woningen. De beoogde woningen zijn echter niet gelegen binnen de 20 Ke-contour zoals te zien is op onderstaande afbeelding. Artikel 5e is daardoor verder niet van toepassing.

Figuur 4 Geluidskaarten Schiphol 20 Ke-contour (bron: maps.noord-holland.nl)

Het provinciaal beleid vormt geen belemmering voor het project. 3.2.3 Regionaal Actieprogramma (RAP) Wonen 2016 tot en met 2020 Stadsregio Amsterdam De voormalige Stadsregio Amsterdam heeft in 2016 het Regionaal Actieprogramma (RAP) Stadsregio Amsterdam 2016-2020 gepresenteerd aan Provincie Noord-Holland. Doel van het RAP is regionale afstemming van de woningbouwproductie, zodat vraag en aanbod goed op elkaar aansluiten. De kernthema’s benoemd in het RAP zijn woningbouwproductie, betaalbare voorraad en woonruimteverdeling. Het RAP is aangevuld met een zogenaamde oplegger. In deze oplegger staan aanvullingen ten aanzien van het RAP. Daarnaast gaat deze oplegger in op beleidsmatige onderwerpen op het gebied van wonen. Het plangebied ligt in de regio Amstelland-Meerlanden. Voor deze regio is er een tekort in nagenoeg alle marktsegmenten. Er is voornamelijk een behoefte aan betaalbare huurwoningen en koopwoningen in het middeldure en betaalbare segment. Het projectplan omvat de bouw van drie vrijstaande woning in het middeldure segment. Het projectplan sluit daarmee aan bij het RAP en de oplegger. 3.2.4 Motivatie stedelijke invulling, zoals verstrekt aan de provincie Noord Holland Het geldende bestemmingsplan is Zwaanshoek Noord en Boseilanden, vastgesteld in 2006.

Voornaamste doel van dat bestemmingsplan was de destijds overwegend agrarische functie van het plangebied wijzigen naar de functies recreatie, regionale ecologische verbinding en wonen in het kader van het Strategisch Groenproject Haarlemmermeer. Daarnaast voorzag het bestemmingsplan in de aanleg van een deel van de nieuwe begraafplaats Zwaanshoek. De gronden waar het plangebied betrekking op heeft, hebben in het bestemmingsplan de bestemming ‘Wonen (W2)’ met de aanduiding zonder gebouwen. De gronden van het verzoek vormen samen met de woning aan de Hanepoel 196 een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing in de vorm van een woning met de daarbij behorende tuin. In de tuin, de gronden van het plangebied waar het verzoek betrekking op heeft zijn bijvoorbeeld schuttingen en overkappingen toegestaan. Aan het plangebied is derhalve de bestemming ‘Wonen (W2)’ toegekend.

Zwaanshoek Hanepoel 174-196 13

Feitelijke situatie plangebied Het plangebied bestaat uit een strook grond dat momenteel behoort bij de woning aan Hanepoel 196. Dit stuk grond is in gebruik als tuin bij de voornoemde woning (situatie 2020). Aard van de omgeving Huidige situatie In de loop der jaren is het agrarische karakter verloren gegaan en zijn er burgerwoningen gebouwd en zijn bestaande woningen en gebouwen aan het agrarisch gebruik onttrokken. Het plangebied zelf bestaat uit een strook grond die dateert uit de tijd dat er tuinbouwbedrijfjes waren gevestigd maar inmiddels is daarvan geen sprake meer. Aan de kant van Zwaanshoek, iets ten zuiden van het plangebied, is veel kleinschalige industrie ontstaan, alsmede opslag en verwerking van oude auto’s en diverse andere kleinschalige bedrijfjes. Het deel ten noorden, oosten en westen van het plangebied kenmerkt zich doordat vrijwel alle woningen nu door niet-agrariërs zijn bewoond. Ook heeft een transformatie plaatsgevonden waarbij open plekken zijn ingevuld met woningen. Een ander deel van de gronden is onttrokken aan het agrarische gebruik en zijn opgekocht door het Rijk voor het inmiddels gerealiseerde recreatiegebied park Zwaanshoek, onderdeel van Spaarnwoude. Vanuit het zuidoosten bezien is er ongeveer tot aan het perceel Hanepoel 196 sprake van een duidelijke ritmiek van twee-onder-een-kap woningen, met overgang naar alleenstaande woningen.

Het realiseren van drie woningen in het plangebied sluit goed aan bij de stedenbouwkundige structuur in de directe omgeving. Denk bijvoorbeeld aan de logische aansluiting bij de reeds aanwezige woningen langs de Bennebroekerdijk direct ten westen van het plangebied. In de opzet voor het perceel Hanepoel 196 is dat alles als principe overgenomen. Daarnaast zijn er tal van andere invulplannen reeds eerder uitgevoerd in de nabije omgeving. Figuur 5: bouwplannen in voorbereiding, situatie medio 2020

In de directe omgeving van het plangebied zijn diverse bouwplannen voorzien voor het realiseren van woningen die momenteel in voorbereiding zijn. Op de kaart hieronder zijn de bouwplannen aangegeven (met stippen begrenzing) waarvan de ontwikkeling in voorbereiding is. Het gaat om bouwplannen van respectievelijk 20 (blauw), 15 (zwart) en nog eens 20 (rood) woningen. Conclusie stedelijke invulling Gelet op het bovenstaande is vanwege de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving het plangebied onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Conclusie provinciaal beleid Voornoemd projectgebied valt binnen het Bestaand Stedelijk Gebied en is daarmee niet in strijd met de structuurvisie en de ruimtelijke verordening van Provincie Noord-Holland. Daarnaast conflicteert de provinciale Zwaanshoek Hanepoel 174-196 14

woonvisie en het regionale actieprogramma niet met het voornemen. Het planvoornemen sluit aan bij de diverse visies, nota’s en plannen van de Provincie. Gezien de ligging en de ontwikkelingsplannen (ruimtelijke opzet van de bouwplannen en energie neutrale woningen) voldoet het plan aan het provinciaal beleid. Het geldende bestemmingsplan is Zwaanshoek Noord en Boseilanden, vastgesteld in 2006. Voornaamste doel van dat bestemmingsplan was de destijds overwegend agrarische functie van het plangebied wijzigen naar de functies recreatie, regionale ecologische verbinding en wonen in het kader van het Strategisch Groenproject Haarlemmermeer. Daarnaast voorzag het bestemmingsplan in de aanleg van een deel van de nieuwe begraafplaats Zwaanshoek. De gronden waar het plangebied betrekking op heeft, hebben in het bestemmingsplan de bestemming ‘Wonen (W2)’ met de aanduiding zonder gebouwen. De gronden van het verzoek vormen samen met de woning aan de Hanepoel 196 een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing in de vorm van een woning met de daarbij behorende tuin. In de tuin, de gronden van het plangebied waar het verzoek betrekking op heeft zijn bijvoorbeeld schuttingen en overkappingen toegestaan. Aan het plangebied is derhalve de bestemming ‘Wonen (W2)’ toegekend. 3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 (2012) In de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 (vastgesteld in oktober 2012) worden de toekomstige ontwikkelingen van de gemeente beschreven. De Structuurvisie gaat over belangrijke structurerende zaken met ontwerpprincipes voor duurzaamheid, een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem, energie, netwerk- en ketenmobiliteit, de synergie met Schiphol, ruimte voor attracties, en de cultuurhistorie en diversiteit als drager van de ontwikkelingen. In de toekomst wil Haarlemmermeer de bestaande diversiteit aan woon- en werkmilieus - haar zogeheten atypische stedelijkheid - versterken. Haarlemmermeer wil een gemeente zijn die verbonden is en verbindt, een samenleving met samenhang. Dat betekent ook dat er samenhang moet zijn tussen alle ontwikkelingen die plaats vinden, zowel de ruimtelijke als de sociale ontwikkelingen. Haarlemmermeer positioneert zich ook in de toekomst als een attractieve ontmoetings- en vestigingsplaats. Duurzaamheid en oog voor bestaande structuren zijn leidend bij de toekomstige ruimtelijke, economische en sociale ontwikkelingen. De ambities voor Haarlemmermeer in 2030 zijn als volgt benoemd:  sterk gevarieerd en de atypische stedelijkheid benuttend;  duurzaam en klimaatbestendig;  fysiek en sociaal verbonden met elkaar en met de omgeving;  blijvend gepositioneerd als aantrekkelijke ontmoetingsplaats.

De structuurvisie beschrijft daarnaast de grondslagen en ontwerpprincipes die als uitgangspunt worden gehanteerd bij de verdere ontwikkeling van Haarlemmermeer. Deze zijn samengevat in zes kernpunten: 1. Een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem. 2. Energie als speerpunt. 3. Netwerk (keten)mobiliteit: de knopen benut. 4. Synergie met Schiphol. 5. Ontmoeten en verbinden: ruimte voor attracties. 6. Cultuurhistorie en diversiteit als drager.

Zwaanshoek Hanepoel 174-196 15

Zwaanshoek Hanepoel 174-196 16

Conclusie gemeentelijk beleid Het projectplan sluit aan bij het gemeentelijk woonprogramma. Mede door de kleinschaligheid van het project, het project bestaat uit drie bouwkavels binnen de bebouwde kom. Het project legt de focus op kwaliteit van de woningen in plaats van kwantiteit. De woningen worden energieneutraal gebouwd waardoor het projectplan aansluit bij de duurzaamheidsvisie en ambities. Tevens wordt ingespeeld op de vraag door het aanbieden van een aantrekkelijk woonproduct.

Zwaanshoek Hanepoel 174-196 17

4

Nieuwe situatie

4.1 Visie op het plangebied Het initiatief omvat drie bouwkavels van ca. 750 m2 per woning. De goothoogte bedraagt maximaal vier meter en de nokhoogte is negen meter. De drie bouwkavels zijn een logische opvolging van de bestaande lintbebouwing en passen binnen de ritmiek. De rooilijnen van de bouwvlakken zijn passend bij de heersende rooilijn. Tevens sluiten zij goed aan bij de structuur van de Ringdijk. Er ontstaat met deze nieuwe kavels dubbele lintbebouwing wat vaak voorkomt langs de dijk. 4.1.1 Duurzaamheid Er zijn kansen voor duurzaamheid die benut worden. De woningen worden gasloos gebouwd middels een warmtepomp met een gesloten bron in de bodem. De daken worden voorzien van zonnepanelen. Daarnaast wordt extra water gerealiseerd (watercompensatie), wat wateroverlast bij extreme buien voorkomt en tevens hitte stress tegen werkt. Er worden drie nieuwe elektra aansluitingen gemaakt welke voldoende capaciteit hebben om elektrische auto’s op te laden. 4.2 Functionele structuur De woningen worden geplaatst op ruime percelen van 750 m2 met ruimte voor parkeren op eigen terrein. In afbeelding 6 is de verkaveling van de woningen weergegeven. Figuur 6 verkaveling van de woningen

Zwaanshoek Hanepoel 174-196 18

5

Onderzoek en beperkingen

5.1

Water

5.1.1 Wet- en regelgeving Europese Kaderrichtlijn Water De kaderrichtlijn Water richt zich op de bescherming van water in alle wateren. Hiermee wordt beoogd vervuiling te voorkomen en te beperken, duurzaam gebruik van water te bevorderen, het aquatische milieu te beschermen en te verbeteren en de effecten van overstromingen en droogte in te perken. De algemene doelstelling is om een goede milieutoestand te bereiken voor alle wateren. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Ook is via de Invoeringswet Waterwet de saneringsregeling voor waterbodems van de Wet bodembescherming overgebracht naar de Waterwet. Naast de Waterwet blijft de Waterschapswet als organieke wet voor de waterschappen bestaan. Met de Waterwet zijn Rijk, Waterschappen, Gemeenten en Provincies beter uitgerust om wateroverlast, waterschaarste en waterverontreiniging tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Afhankelijk van de functie worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het watersysteem.

Waterbeheerplan 5 2016-2021 In het “Waterbeheerplan 5 2016 – 2021” staat samen werken aan water centraal, zodat nu en in de toekomst in dit deel van Nederland waar onder zeeniveau gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. Het waterschap Rijnland wil samen met zijn omgeving werken aan duurzaam en efficiënt waterbeheer tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Die toekomst wordt mede bepaald door trends in klimaat en maatschappij en de noodzaak om op duurzame wijze met onze omgeving om te gaan. De verwachte toename van neerslag en droogte, bodemdaling, verzilting zeespiegelrijzing en de verdergaande verstedelijking, leggen een steeds grotere druk op het watersysteem. De hoofdambitie is schoon water en droge voeten. Dit wordt bereikt door:  Beschermen tegen overstromingen vanuit zee, de rivieren en het regionale watersysteem door een aanpak in drie lagen (meerlaagsveiligheid): preventie, adviseren over het beperken van de gevolgen van overstromingen (gevolgbeperking), en voorbereiden op een calamiteit.  Zorgen voor schoon en gezond water dat past bij de verschillende functies in een gebied.  Optimaliseren van de verwerking van het afvalwater en hergebruiken van de grondstoffen uit afvalwater.  Zorgen voor voldoende water: niet te veel en niet te weinig, passend bij het gebruik.

Riolering en afkoppelen Voor zover het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is het van belang dat er met Rijnland afstemming plaatsvindt over het omgaan met afvalwater en hemelwater. Overeenkomstig het rijksbeleid gaat Rijnland uit van een voorkeursvolgorde voor de omgang met deze waterstromen. Deze houdt in dat allereerst geprobeerd moet worden het ontstaan van (verontreinigd) afvalwater te voorkomen, bijvoorbeeld door het toepassen van niet uitlogende bouwmaterialen en het vermijden van vervuilende activiteiten op straat zoals auto’s wassen en chemische onkruidbestrijding. Vervolgens is het streven vuil water te scheiden van schoon water, bijvoorbeeld door het afkoppelen van hemelwaterafvoeren van gemengde rioolstelsels. De laatste stap in de voorkeursvolgorde is het zuiveren van het afvalwater. De doelmatigheid daarvan wordt vergroot door het scheiden van de schone en de vuile stromen. De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP), waarin de uiteindelijke afweging wordt gemaakt en waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal staat.

Zwaanshoek Hanepoel 174-196 19

Keur Rijnland 2015 De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels voor waterkeringen, watergangen en andere waterstaatwerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen) en voor kwelgevoelige gebieden. Maar ook voor onttrekken en lozen van grondwater en het aanbrengen van verhard oppervlak. Het uitgangspunt van deze Keur is ‘ja, tenzij’: in beginsel zijn handelingen en/of werken in het watersysteem toegestaan, tenzij expliciet in deze Keur anders is bepaald. De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunningplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. Wie bijvoorbeeld op een waterkering wil bouwen, moet een watervergunning aanvragen bij Rijnland (én een omgevingsvergunning bij de Gemeente). In de Uitvoeringsregels die bij de Keur horen, is dit nader uitgewerkt. Waterplan Haarlemmermeer 2015-2030 De Strategische Samenwerkingsagenda Haarlemmermeer-Rijnland (verder Waterplan) is een samenwerkingsdocument tussen de Gemeente en het Hoogheemraadschap. Het geeft de situatie en problemen weer van het hele watersysteem (oppervlaktewater, hemelwater, grondwater en afvalwater) in Haarlemmermeer. Het stelt doelen met betrekking tot de riolering, het oplossen van infrastructurele knelpunten en nemen van maatregelen.

Het Waterplan heeft onder andere als ambitie:  het scheiden van vuil afvalwater en schoon regenwater;  het tijdelijk bergen van water om extreme neerslag op te vangen;  afvalwater als bron te gebruiken waaruit afvalstoffen en energie gewonnen kunnen worden. Haarlemmermeer past bijvoorbeeld innovatieve ontwikkelingen toe bij het inzamelen van afvalwater zoals riothermie, het winnen van warmte uit afvalwater. In het Waterplan worden ook grondwatermaatregelen beschreven, omdat deze een belangrijke link hebben met de rest van het watersysteem, zoals oppervlaktewater en de ruimtelijke inrichting. Daarnaast is er in het verleden onvoldoende aandacht besteed aan grondwater, waardoor een inhaalslag nodig is om aan de zorgplicht te voldoen. De maatregelen die genomen moeten worden om de doelstellingen voor het watersysteem te bereiken zijn verzameld in het uitvoeringsprogramma van het Waterplan. De financiering van deze maatregelen komt uit verschillende bronnen, waaronder het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 De gemeente is op grond van de Wet milieubeheer verplicht periodiek een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vast te stellen om invulling te geven aan haar zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater.

Het GRP bevat rioleringsbeleid en een overzicht van alle aanwezige rioleringsvoorzieningen, inclusief de actuele toestand ervan en de te verwachten vervangingsperioden. Ook geeft het plan inzicht in de wijze waarop de riolering wordt beheerd, welke effecten er zijn voor het milieu en hoe het beheer wordt gefinancierd. De gedachten vanuit de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030, Proeftuin klimaatbestendige stad en het integraal Waterplan Haarlemmermeer 2015-2030 zijn ook van toepassing op het gemeentelijke riolerings- en grondwaterbeleid. De rode draad in het beleid is dat de gemeente streeft naar een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem. Het GRP geeft basis de planning van nieuwe aanleg, plannen om vuiluitworp te reduceren en plannen voor beheer en onderhoud voor de komende vijfjaar, met een doorkijk naar de verdere toekomst. Bij nieuwbouw en verbouw is het gescheiden aanbieden van het afvalwater en het hemelwater het uitgangspunt. Voor nieuwbouwwijken en grotere reconstructiegebieden wordt uitgegaan van een zwaardere ontwerpnorm voor het rioolstelsel, waardoor zwaardere regenbuien minder snel overlast veroorzaken. Om overlast door grondwater te voorkomen voorziet het GRP in de aanleg van drainage in vijf wijken: Rijsenhout-Zuid, Pax, Graan voor Visch (Hoofddorp), Linquenda, Welgelegen (Nieuw-Vennep), en het uitvoeren van grondwatermaatregelen in Zwanenburg.

Vanuit het Bestuursakkoord Water heeft de gemeente verdere invulling gegeven aan een verbetering van de samenwerking met omliggende gemeenten en met het Hoogheemraadschap van Rijnland. Zwaanshoek Hanepoel 174-196 20

5.1.2 Onderzoek Het plangebied is circa 2.253 m². Omdat het bouwperceel in drie percelen wordt verkaveld van gemiddeld 750 m², blijft na realisatie van de nieuwbouw op eigen terrein voldoende ruimte beschikbaar voor het noodzakelijke aantal parkeerplaatsen. Elk van de percelen zal via eigen in-/uitritten op de Hanepoel worden ontsloten. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is de digitale watertoets doorlopen. Bebouwing en verharding nemen door de realisatie van de woningen en de uitritten met meer dan 500 m2 toe, zodat op grond van de watertoets watercompensatie wordt geëist. In de huidige situatie is het plangebied volledig onverhard, waarvan 2.215 m² tuin en circa 38 m² water. In de toekomstige situatie is de verhouding verhard/onverhard oppervlak als volgt. Oppervlakte verharding

450 m²

Oppervlakte water Oppervlakte tuin onverhard Oppervlakte tuin verhard

185 m² 1.133 m²

Totaal

Totaal oppervlakte plangebied: 2.253 m²

485 m² Totaal (toename) verhard oppervlak: 935

Aangezien meer dan 500 m² aanvullend verhard wordt, dient conform beleidsregel 4 ‘compensatie verhard oppervlak’ van het Hoogheemraadschap van Rijnland extra oppervlaktewater gecreëerd te worden. Volgens artikel 3 dient 15% gecompenseerd te worden. 15% van 935 m² is 140 m². Aan de voorzijde van de woningen wordt in totaal 147 m² extra water gerealiseerd, waardoor voldaan wordt aan de 15%-regel. Het Hoogheemraadschap heeft op 23 maart 2022 ingestemd met deze watercompensatiemaatregel.

Figuur 7 invulling watercompensatie toekomstige situatie

Zwaanshoek Hanepoel 174-196 21

5.1.3 Conclusie Gezien de beperkte toename van het verhard oppervlak en de geplande uitbreiding van de waterpartijen levert het planvoornemen een positieve bijdrage aan de waterkwantiteit. 5.2

Bodem

5.2.1 Juridisch kader Algemeen Met het oog op een goede ruimtelijke ordening, dient in geval van ruimtelijke ontwikkelingen te worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Of de bodem een planontwikkeling in de weg staat, wordt middels een historisch onderzoek, eventueel aangevuld met een bodemonderzoek, bepaald. De resultaten van het historisch onderzoek, het bodemonderzoek en de conclusie met eventuele saneringsadviezen worden in het bestemmingsplan vermeld. Wet bodembescherming In de Wet bodembescherming zijn bepalingen opgenomen ter behoud en verbetering van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Bij bestemmingswijzigingen, verbouwingen of graafwerkzaamheden zal in veel gevallen een bodemonderzoek uitgevoerd moeten worden. De gemeente beoordeelt dat per geval. Met het bodemonderzoek kan bepaald worden of de bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor de beoogde functie. Besluit bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) geeft de lokale bevoegde gezagen de mogelijkheid om de bodemkwaliteit binnen hun gebied actief te gaan beheren binnen de gegeven kaders. Dit geeft onder andere ruimte voor nieuwe projecten op het gebied van natuur, wonen en industrie. Daarnaast worden de kwaliteit en de integriteit van belangrijk intermediairs bij bodemactiviteiten beter geborgd.

In het Bbk staan ook regels met betrekking tot het toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie. Uitgangspunt in de bijbehorende normstelling is de directe relatie tussen de chemische bodemkwaliteit en het gebruik van de bodem, gebaseerd op een risicobenadering. In situaties met een gering risico gelden daarom beperkte regels en minder strenge normen dan in situaties met meer risico's. Gemeentelijke Nota Bodembeheer Haarlemmermeer probeert zoveel mogelijk een afweging te maken op basis van feitelijke risico's. De Nota Bodembeheer (2020) biedt een praktische richtlijn aan de gemeentemedewerkers, adviesbureaus, aannemers en andere bodemintermediairs hoe in Haarlemmermeer het beste met vrijkomende grond en baggerspecie kan worden omgesprongen, waarbij aan zaken als gezond verstand, kostenbesparing, milieuwinst en voldoen aan geldende wet- en regelgeving veel aandacht is besteed. Een instrument dat inzicht geeft in de bodem is de bodemkwaliteitskaart, waarin honderden bodemonderzoeken uit de periode 2014-2019 zijn ingevoerd, afkomstig van onverdachte locaties (nietbrongerelateerde verontreinigingen) en is berekening uitgevoerd van de bodemkwaliteit in de diverse bodemkwaliteitszones.

Ondanks toegenomen bedrijvigheid in de polder voldoet de diffuse bodemkwaliteit in het grootste deel van het gebied wat betreft de stoffen uit het standaard stoffenpakket nog altijd aan de Achtergrondwaarde (schoon). Deze grond is in principe geschikt om - onder voorwaarden - overal zonder onderzoek te hergebruiken (zone 1). Een klein gedeelte van het gebied heeft een bodemkwaliteit die voldoet aan de kwaliteitsklasse wonen of industrie. In deze zones geldt in principe het generieke beleidskader. In enkele deelgebieden voldoet het generieke kader niet en is gebiedsspecifiek beleid vastgesteld; dit zijn Schiphol Trade Park en Park21. 5.2.2 Onderzoek In augustus en september 2016 heeft BK ingenieurs een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie.

Zwaanshoek Hanepoel 174-196 22

De hypothese ‘onverdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging’ is onjuist gebleken. In de bovengrond is sprake van licht verhoogde gehaltes aan PAK en zware metalen. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehaltes ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetoond. In het grondwater zijn geen verhogingen ten opzichte van de streefwaarde vastgesteld. Vanwege het aantreffen van uitsluitend licht verhoogde gehaltes is het uitvoeren van een nader bodemonderzoek niet noodzakelijk. Op grond van de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem bestaat er geen belemmering voor de voorgenomen locatieontwikkeling (wonen met tuin). Het volledige rapport van het bodemonderzoek is toegevoegd als bijlage. 5.2.3 Conclusie Op grond van de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem bestaat geen belemmering voor de voorgenomen locatieontwikkeling (wonen met tuin). 5.3

Flora en fauna

5.3.1 Wet- en regelgeving Vogel- en Habitatrichtlijn De natuurbescherming is onderverdeeld in gebiedsbescherming en soortbescherming. De gebiedsbescherming vindt plaats via de Vogel- en Habitatrichtlijn, richtlijnen voor Natura 2000. Deze richtlijnen zijn uitgewerkt in nationale wetgeving en dus niet rechtstreeks van toepassing. Wet natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 vervangt de Wet natuurbescherming de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Het nieuwe stelsel neemt de Europese regelgeving als uitgangspunt. Dat is niet alleen van belang vanwege het feit dat Nederland is gehouden tot nakoming van zijn internationale verplichtingen, maar ook, omdat de Europese regelgeving een hoog beschermingsniveau van de natuur verzekert, hoger dan de bescherming die vóór de totstandbrenging van de Europese kaders werd geboden door de nationale wetgeving. Met het oog op een goede doorwerking van de Europese beschermingskaders en maximale duidelijkheid voor burgers, ondernemers en overheden is ervoor gekozen de kern en reikwijdte van de Europese voorschriften op herkenbare wijze op formeel wetsniveau te regelen. Waar dat noodzakelijk is voor een adequate bescherming van natuurwaarden waarvoor geen specifieke bescherming is voorzien in Europese regelgeving worden op formeel wetsniveau aanvullende, als zodanig kenbare 'nationale' beschermingsvoorschriften verankerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=484daf27-666d-4bd6-b5ba-0d1383494f46