RV 2022.0000056 Visie Polderlinten en beeldkwaliteitsplan voor de erven.pdf
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
raadsvoorstel Onderwerp
Portefeuillehouder Steller Collegevergadering
Visie Polderlinten en beeldkwaliteitsplan voor de erven mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker, Marja Ruigrok Marieke Adrichem 25 januari 2022
Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer
2022.0000056 1. Voorstel Collegebesluit(en) Het college heeft besloten om: 1.
de visies 'Uweg, spiegel van de polder' (BO.057905) en de visie op de Hoofdvaart (BO.058108) in te trekken.
Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. in te stemmen met de beantwoording van de zienswijzen en voorgestelde aanpassingen volgens de bij dit raadsvoorstel gevoegde Nota van zienswijzen Polderlinten, trotse dragers van het landschap; 2. de 'Trotse dragers van het landschap, Visie polderlinten Haarlemmermeer en beeldkwaliteitsplan voor de erven' (visie) vast te stellen als kader en inspiratie om de polderlinten in Haarlemmermeer zichtbaar en beleefbaar te houden en waar mogelijk te versterken; 3. de ontwikkelprincipes in paragraaf 3.5 over de bebouwing op de erven toe te voegen als addendum aan de bijlage 'Nota uiterlijk van bouwwerken Haarlemmermeer 2020' van het raadsvoorstel 'Harmonisatie gemeentelijke voorschriften welstandsnota's Haarlemmermeer en Haarlemmerliede en Spaarnwoude' (2020.0002340). 2. Samenvatting De kwaliteit van de oorspronkelijke polderlinten en dijken in Haarlemmermeer komt met de voortgaande woningbouw, nieuwe bedrijfsgebouwen, aanleg van infrastructuur en toenemende mobiliteit steeds meer onder druk te staan. Daarmee gaat het verhaal van het ontstaan en de herkenbaarheid van de ruimtelijke structuur van Haarlemmermeer verloren. Daarom hebben wij een visie opgesteld om de polderlinten zichtbaar en beleefbaar te houden en waar mogelijk te versterken zonder nieuwe ontwikkelingen tegen te gaan.
De visie is gebaseerd op de gedachte dat de polderlinten als hulplijnen voor de opgaven van deze tijd kunnen dienen: door ze aan te vullen met water, beplanting, routes voor langzaam verkeer en innovatieve woonvormen behouden wij de kwaliteit van de polderlinten en daarmee een belangrijk onderdeel van de identiteit van Haarlemmermeer. De ontwikkelprincipes in deze visie geven een handreiking hoe we dit kunnen bereiken.
Visie Polderlinten en beeldkwaliteitsplan voor de erven
pagina 2
De conceptvisie is door ons vastgesteld op 12 oktober 2021 (2021.0002371) en heeft voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Er zijn zeventien zienswijzen ingediend. In de Nota van zienswijzen Polderlinten, trotse dragers van het landschap (verder: Nota van zienswijzen) zijn deze zienswijzen beantwoord. Enkele zienswijzen hebben aanleiding gegeven om de visie aan te passen. Deze wijzigingen zijn beschreven in de Nota van zienswijzen op pagina 21-22. De belangrijkste aanpassingen hebben betrekking op de rol van de visie als kader en inspiratie. De ontwikkelprincipes zijn geen verplichting, het zal altijd maatwerk zijn op welke manier de plannen van de initiatiefnemer kunnen bijdragen aan de versterking en het beleefbaar houden van de polderlinten. Daarnaast nuanceren we een aantal principes voor het verkeer, het watersysteem en de inrichting van erven. 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken? Wat is de aanleiding, context? De polderlinten in Haarlemmermeer vertellen het verhaal van de ontstaanswijze van de Haarlemmermeerpolder en de noordelijke polders. Onder een 'polderlint' verstaan wij het geheel van polderweg, de bomenrijen, de boerderijen en langsgelegen waterlopen in de Haarlemmermeerpolder en de dijken in de noordelijke veenpolders. Ze ontsloten de polders, gaven ruimte voor de bouw van boerderijen en waren de basis voor de verkaveling en het waterpatroon.
Tot op de dag van vandaag zijn zij bepalend voor de ruimtelijke structuur van onze gemeente. In totaal gaat het om 174 kilometer polderlint en 32 kilometer dijken. We onderscheiden de noord-zuid georiënteerde linten ofwel de langslinten en de oost-west georiënteerde linten ofwel de dwarslinten. De invloedszone van de polderlinten is 125 meter aan weerskanten van de langslinten en 50 meter aan weerskanten van de dwarslinten. De historische waarde wordt vooral bepaald door het smalle en doorlopende wegprofiel, de bomenrijen, de (monumentale) boerderijen met boerenerven en de doorzichten, zowel tussen de erven als op de erven zelf. De openheid van de polder is vanaf de polderlinten nog sterk te beleven. Deze kwaliteit komt steeds meer onder druk te staan door de voortgaande verstedelijking en toenemende verkeersdruk. Welk doel wordt nagestreefd? Wij willen de polderlinten versterken, zichtbaar en beleefbaar houden zonder de ruimtelijke ontwikkelingen tegen te houden. 3.2. Wat gaan we daarvoor doen? Om de polderlinten te versterken hebben wij een visie opgesteld: 'Trotse dragers van het landschap, visie polderlinten Haarlemmermeer en beeldkwaliteitsplan voor de erven'. Wat zijn de argumenten? Met deze visie bieden wij een kader en inspiratie voor mooiere en sterkere polderlinten.
Het kader bestaat uit onze visie dat we de polderlinten kunnen versterken door ze te beschouwen als 'hulplijnen1 voor de opgaven van deze tijd: meer biodiversiteit, klimaatadaptatie, verbeteren van het langzaam verkeersnetwerk en aantrekkelijke woon- en werkmilieus. Door de polderlinten als het ware 'op te dikken' met extra zones waterelementen, vegetatie, routes voor langzaam verkeer en/of innovatieve woonvormen zorgen we ervoor dat de polderlinten ruimtelijk meer in evenwicht zijn met de veranderende omgeving en daar nieuwe relaties mee aangaan. Ter inspiratie beschrijven we in de visie vele ontwikkelprincipes hoe de polderlinten versterkt kunnen worden. Welk ontwikkelprincipe waar toegepast kan worden, hangt af van de omgeving van het polderlint. Wij onderscheiden vijf verschillende omgevingen: een agrarisch gebied, veenweidegebied, woon-werkgebied, een energielandschap en een parklandschap. Binnen een
Visie Polderlinten en beeldkwaliteitsplan voor de erven
pagina 3
agrarisch gebied is bijvoorbeeld het ontwikkelprincipe 'ontwikkel bloemrijke akkerranden' van toepassing waardoor het polderlint kan bijdragen aan meer biodiversiteit. Binnen een parklandschap geldt bijvoorbeeld het ontwikkelprincipe 'ontwikkel langslinten als fietsstraat' waardoor het polderlint het langzaam verkeer netwerk versterkt. Veel ontwikkelprincipes in het beeldkwaliteitsplan voor de erven (paragraaf 3.5.) zijn in meerdere typen omgeving toepasbaar. Welk ontwikkelprincipe wordt toegepast is maatwerk en zijn bedoeld voor het gesprek met de initiatiefnemer. De ontwikkelprincipes zijn geen verplichting, het zal altijd maatwerk zijn op welke manier de plannen van de initiatiefnemer kunnen bijdragen aan de versterking en het beleefbaar houden van de polderlinten. De visie wordt vergezeld door twee bijlagen ter verdieping van de ontwikkelprincipes voor de boerderijen en de erven. De bijlage 'Boerderijtypes, Inspiratie voor de omgang met historische boerderijen' geeft voor vier veel voorkomende typen boerderijen in Haarlemmermeer inspiratie voor behoud van de karakteristieke kenmerken bij transformatie naar een andere functie. De bijlage 'Inspiratie voor de Ontwikkelingsrichting: versterk de erfbeplantingen met gebiedseigen beplantingen' adviseert welke karakteristieke erfbeplanting van rond 1900 teruggebracht, behouden of versterkt kan worden.
Om deze visie tot uitvoering te brengen, hebben vele partijen een rol. Inwoners, ondernemers, publieke en private organisaties kunnen hieraan bijdragen door de ontwikkelprincipes toe te passen als zij plannen hebben voor bijvoorbeeld het bouwen van een agrarische schuur of het ontwikkelen van woon-werkgebieden langs een polderlint. Wij hebben zelf ook een rol. Door de polderlinten planologisch-juridisch en beleidsmatig te borgen. Maar ook door de ontwikkelprincipes toe te passen bij bijvoorbeeld groot onderhoud aan de polderlinten of infrastructurele maatregelen aan de polderlinten. Wat zijn de kanttekeningen en risico's? Wij kunnen de initiatiefnemers niet verplichten tot het toepassen van de ontwikkelprincipes. Maar de visie en de ontwikkelprincipes helpen ons bij het gesprek met de initiatiefnemers. Omdat wij daarmee duidelijk aangeven wat wij willen bereiken en hoe dat zou kunnen. 3.3. Wat mag het kosten? Aan de uitvoering van dit voorstel zijn, naast de beschikbare ambtelijke capaciteit, geen kosten verbonden. Wat zijn de financiële risico's? De gemeente loopt bij de uitvoering van dit voorstel geen vermeldenswaardige financiële risico's. 3.4. Wie is daarvoor verantwoordelijk? De raad is verantwoordelijk voor het vaststellen van de visie op de polderlinten. Het college is verantwoordelijk voor het opstellen daarvan.
Binnen het college is de portefeuillehouder ruimtelijke ordening, grootschalig groen, recreatie en water het eerste aanspreekpunt. 3.5. Welke overige relevante informatie is beschikbaar? Verhouding tot ander beleid De visie 'Trotse dragers van het landschap' is een deeluitwerking van onze ontwerp Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 (2021.0003036) die zorg draagt voor een aantrekkelijke leefomgeving. Met betrekking tot de polderlinten zet de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040
Visie Polderlinten en beeldkwaliteitsplan voor de erven
pagina 4
in op het herkenbaar en beleefbaar houden van de polderlinten en waar mogelijk de versterking daarvan. Met deze visie werken wij uit hoe dat kan. Door het versterken van de polderlinten geven we ook concreet invulling aan de Erfgoedvisie gemeente Haarlemmermeer 2020-2030 'Erfgoed omarmen en beleven' (2020.0000051). Doelstelling van deze nota is ons erfgoed in stand te houden en waar nodig te beschermen, zodat het verhaal van Haarlemmermeer ook in de toekomst voor zoveel mogelijk mensen goed zichtbaar, beleefbaar en toegankelijk blijft. De erfgoedvisie geeft aan dat er voor het beoordelen van nieuwe planvorming langs de polderlinten behoefte is aan een ruimtelijk kader in de vorm van ontwikkelprincipes. Wij vragen de raad om paragraaf 3.5 toe te voegen aan de Nota uiterlijk van bouwwerken Haarlemmermeer 2020 (2020.0002340), zodat deze paragraaf direct geldig wordt als Welstandsbeleid. Momenteel is de Nota Omgevingskwaliteit (NOK) in ontwikkeling. Hoofdstuk 3.5 van de visie op de polderlinten: 'hulplijnen voor aantrekkelijke woon- en werkmilieus' geeft nadere invulling aan het gebiedsgerichte beleid uit de NOK. De polderlinten worden binnen de NOK beschouwd als 'ruimtelijk systeem'. Deze paragraaf wordt in het kader van de NOK gebruikt als een regie-instrument van de gemeente om de omgevingskwaliteit van de polderlinten te borgen.
Deze paragraaf zal met de vaststelling van de NOK overgaan met het welstandsbeleid en komen te vallen onder de NOK. Bij het opstellen van de visie op de polderlinten is rekening gehouden met de beleidsprincipes voor de polderlinten zoals destijds in de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 (2012.0033712) zijn opgenomen en de vigerende provinciale beleidsregels in de Leidraad Landschap & cultuurhistorie (2018), de concept Verdichtingsvisie (2021.0002214), de Natuurvisie (2021.0000462), het Beeldkwaliteitsplan Zonnecarré (2021.0000819) en de Beeldkwaliteit Polderlaag PARK21 (2014.0057605). Daarnaast is deze visie ook gebaseerd op de 'Analyse polderlinten 2020' en de 'Polderlintportretten, gesprekken over verleden, heden en toekomst', twee onderzoeken die voor het opstellen van de visie zijn uitgevoerd. Communicatie en participatie De visie is tot stand gekomen op basis van een onderzoek naar het ontstaan, de ontwikkeling en de resterende waarden van de polderlinten. Dit onderzoek is beschreven in het rapport 'Analyse Polderlinten, een onderzoek naar de kernwaarden van de polderlinten'.
Het concept analyserapport is voor een reactie toegestuurd naar de dorps- en wijkraden, hoogheemraadschap van Rijnland, provincie Noord-Holland, Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO) Noord, Parklandboeren, Fietsersbond, Vervoerregio Amsterdam, natuurverenigingen, historische verenigingen, landschap Noord-Holland, Mooi Noord-Holland en Podium voor Architectuur, en separaat aan de Welstandscommissie. Twaalf partijen en de Welstandscommissie hebben gereageerd. De voornaamste punten van aandacht waren: geef in de analyse een beter beeld van de voormalige gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude, de verkeersfunctie van de polderlinten, de kruisingen met de provinciale en rijkswegen, de ecologische betekenis van de polderlinten en de maatvoering van de erven. Deze opmerkingen hebben wij verwerkt in het analyserapport en vervolgens in de visie. Voor de analyse is door Podium voor Architectuur gesproken met mensen die aan de polderlinten wonen of werken. Deze gesprekken zijn uitgewerkt in het document 'Polderlintportretten, gesprekken over verleden, heden en toekomst'. Uit deze gesprekken is gebleken welke waarde men hecht aan de polderlinten in de Haarlemmermeerpolder en in de noordelijke polders. Half december 2020 hebben wij beide rapportages aan de raad verzonden (X.2020.06699).
Visie Polderlinten en beeldkwaliteitsplan voor de erven
pagina 5
Tijdens het opstellen van de visie hebben wij op 14 april 2021 een webinar gehouden waarin wij de visie en de ontwikkelprincipes hebben gepresenteerd. Wegens de coronacrisis was een fysieke bijeenkomst niet mogelijk. De deelnemers aan het webinar konden voor en tijdens het webinar vragen stellen of reageren op de visie en de principes. Er zijn toen met name verduidelijkende vragen gesteld zoals hoe we omgaan met de bermen, met beschermde monumenten, met beschermde dieren, met het vasthouden van water, met de ontwikkeling van de agrarische bedrijven en met de combinatie van polderlinten met de recreatiegebieden. Ook waren er vragen over de verhouding tot ander beleid zoals de Verdichtingsvisie, de regionale energiestrategie en de windmolenparken. Tot slot hebben wij van 2 november tot en met 13 december 2021 de conceptvisie 'Trotse dragers van het landschap' ter inzage gelegd. Naast de bekendmaking van de tervisielegging op Overheid.nl, de website Haarlemmermeer van Morgen, in de Informeer, op social media en een rechtstreekse mail aan de eerder betrokken personen en instanties hebben we een filmpje (https://www.voutube.com/watch?v=dLguBv3RuTg) gemaakt en gepubliceerd met een korte uitleg over de polderlinten. Zo hebben we iedereen in de gelegenheid gesteld om zienswijzen kenbaar te maken. Er zijn zeventien zienswijzen binnengekomen.
Deze zijn gebundeld en van een antwoord voorzien in de 'Nota van zienswijzen Polderlinten, trotse dragers van het landschap'. Op pagina 21-22 is aangegeven op welke punten de zienswijzen aanleiding waren tot aanpassingen van de visie op de polderlinten. De belangrijkste wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen zijn: We geven aan dat de visie dient als kader en inspiratie. De ontwikkelprincipes zijn geen verplichting. Het zal altijd maatwerk zijn op welke manier de plannen van de initiatiefnemer kunnen bijdragen aan de versterking en het beleefbaar houden van de polderlinten. We nuanceren de principes voor verkeer op de polderlinten. Hierbij voegen we onder andere toe dat er ruimte is voor bestemmingsverkeer, dat niet overal ongelijkvloerse kruispunten dienen te komen en dat de inrichting afhankelijk is van het aantal voertuigen dat gebruik maakt van de linten. Communicatie na stemming raad Wij brengen de visie op meerdere vlakken breed onder de aandacht. Dit doen we met een persbericht, een artikel in de Informeer, een bericht op de gemeentelijke website en via de social media-kanalen van de gemeente. Met onze communicatie brengen we de essentie en het belang van de visie over. Hierbij zetten we ook het eerder opgenomen filmpje (https://www.voutube.com/watch?v=dLguBv3RuTg) over de visie Polderlinten nogmaals in. 3.6.
Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd? De uitvoering van de visie Trotse dragers van het landschap verloopt door aan te haken bij initiatieven van inwoners, ondernemers, publieke en private organisaties. Via deze initiatieven zal de raad zien welke ontwikkelprincipes ingezet worden om de visie op de polderlinten te realiseren.
pagina 6
Visie Polderlinten en beeldkwaliteitsplan voor de erven
3.7. Wat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)? Het Haarlemmermeerse iandschap is van bijzondere cultuurhistorische betekenis voor de Metropoolregio Amsterdam. Met deze visie borgen we deze betekenis. 4. Ondertekening Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemi; de loco-secretaris; Jdel
m
lichiel Ruis
ci<
/^l^ia^ne^chUurmans-Wijdeven
Bijlagen: • Trotse dragers van het Iandschap, visie polderlinten Haarlemmermeer en beeldkwaliteitsplan voor de erven • Nota van zienswijzen Polderlinten, trotse dragers van het Iandschap
Trotse dragers van het landschap visie polderlinten Haarlemmermeer en beeldkwaliteitsplan voor de erven
2
Samenvatting visie De polderlinten vormen verbindende stelsels in het landschap van de gemeente Haarlemmermeer. Dat geldt zowel voor de polderlinten van het man-made landschap van de Haarlemmermeerpolder als de noordelijke veenweidepolders langs het Oer-IJ. In de Haarlemmermeerpolder vormen de polderlinten een strak rasterpatroon, in de veenweidepolders een organisch stelsel dat samenhangt met de inpolderingsgeschiedenis. Onder de polderlinten verstaan we de hele zone van weg, bermen, begeleidende beplantingen, waterlopen en erven. De breedte varieert, maar is voor noord-zuidlinten grofweg 250 meter en voor oost-west linten 100 meter. De polderlinten dragen bij aan de ontsluiting en waterhuishouding. Ze geven maat en schaal aan het landschap, maken de seizoenswisselingen voelbaar en hebben een prachtige perspectiefwerking. De erven binnen de linten zorgen voor bedrijvigheid en van oudsher liggen er belangrijke ontmoetingsruimten, zoals bij de kerken, scholen en in de dorpscentra. Oorspronkelijk hingen de polderlinten sterk samen met de agrarische omgeving. De ontsluiting, waterhuishouding, verkaveling en de positie van de erven waren onlosmakelijk met elkaar verbonden. De verstedelijkingsprocessen in de Haarlemmermeerpolder hebben die samenhang deels doorbroken. Delen van de polderlinten zijn gefragmenteerd of ‘losgezongen’ van hun context.
In de noordelijke veenweidepolders staat het beeld van een samenhangend veenweidelandschap nog steeds overeind .Weliswaar is de stedelijke druk hier voelbaar en hebben veel boerderijen een andere functie gekregen maar polderlinten en omgeving vormen nog steeds een hecht ruimtelijk geheel. Wij zien de polderlinten in de Haarlemmermeerpolder als structurerende lijnen die houvast geven aan vier belangrijke opgaven van onze tijd: de ontwikkeling van een duurzaam watersysteem, meer biodiversiteit, een langzaam netwerk en een aantrekkelijke woon- en werkomgeving. We bevriezen de polderlinten niet maar er is ruimte voor doorontwikkeling. De polderlinten worden opgedikt met extra zones met waterelementen, vegetaties, routes voor langzaam verkeer en bijzondere bouwclusters. Dat zorgt voor polderlinten die ruimtelijk meer in evenwicht zijn met de veranderde omgeving en daar nieuwe relaties mee aangaan. Voorbeelden zijn de polderlinten als onderdeel van ommetjes voor de bewoners van aangrenzende woonwijken en polderlinten die met extra waterelementen bijdragen aan een duurzaam watersysteem. Bij de doorontwikking is altijd de karakteristieke lineaire opbouw uitgangspunt. Steeds werken we met parallelle zones van weg, beplantingen, vegetaties en waterelementen die een soort ruimtelijke streepjescodes in de Haarlemmermeerpolder vormen.
In de noordelijke veenweidepolders ligt het accent meer op landschapsbehoud. Leidend is hier het beeld van een samenhangend veenweidegebied. Belangrijke aandachtspunten zijn het behoud van de karakteristieke dijkprofielen en de uitstraling van de bebouwing en erfbeplantingen. De IJdijk krijgt aan de zijde van het voormalige IJ een begeleidende zone van water- en moerasvegetaties. De uitgezette koers voor de polderlinten pakt in de verschillende delen van de gemeente anders uit. Elk deelgebied vraagt om specifieke aanpak. In de stedelijke gebieden gaat het om de ontwikkeling van brede parkachtige zones, in agrarische gebieden om smallere zones die dienstbaar zijn aan het landbouwkundige gebruik. De polderlinten en de veranderde omgeving beïnvloeden elkaar wederzijds en gaan een symbiose aan. De polderlinten geven de herkomst van de polder aan en zijn trotse dragers van het landschap. Zo werken we aan mooiere en sterkere polderlinten, de trotse dragers van het landschap.
3
Colofon Plantype: Polderlinten Haarlemmermeer (trotse dragers van het landschap) is:
• visie voor de polderlinten als geheel • beeldkwaliteitsplan voor de erven van de polderlinten (paragraaf 3.5)
Opdrachtgever: Gemeente Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG Hoofddorp Telefoon 0900 1852 E-mail info@haarlemmermeer.nl Internet www.haarlemmermeer.nl Januari 2022
Opdrachtnemer: Feddes/Olthof Landschapsarchitecten in samenwerking met stedenbouwkundige Teake Bouma Berdie Olthof - landschapsarchitect/projectleider Martijn Noordermeer - landschapsontwerper/ landschapshistoricus Isabella Hol -landschapsarchitect Teake Bouma - stedenbouwkundige
Gemeentelijke begeleidingsgroep: Marieke Adrichem – landschapsarchitect en projectleider Joop Slangen – polderarchitect Gerdien van de Beek – landschapsarchitect Petra Kort – Hoogeboom - strategisch adviseur Kathrin Vierveijzer – erfgoeddeskundige Adam Zuyderwijk – beleidsadviseur verkeer en vervoer Esther de Rijk – jr stedenbouwkundige Moniek van Leeuwen - polderecoloog Chris Mudde – Hoogheemraadschap Rijnland
architectuur/stedenbouw
Inhoudsopgave 1. Inleiding............................................................................................................................................................................ 6 1.1 Haarlemmermeerse polderlinten ..........................................................................................................................................................6 1.2 Waarom de polderlinten versterken? ................................................................................................................................................. 7
2. Analyse van de polderlinten .................................................................................................................................. 8 2.1 Inleiding ................................................................................................................................................................................................................8 2.2 Polderlinten als onderdeel van een agrarisch landschap......................................................................................................9 2.3 Polderlinten in verschillende (stedelijke) contexten. ................................................................................................................ 12 2.4 Polderlinten in de beleidscontext. ...................................................................................................................................................... 13
3. Visie - hulplijnen van de polder ........................................................................................................................... 16 3.1 Hulplijnen ........................................................................................................................................................................................................... 16 3.2 Hulplijnen voor een duurzaam watersysteem .............................................................................................................................17 3.3 Hulplijnen voor meer biodiversiteit ....................................................................................................................................................22 3.4 Hulplijnen voor een langzaam netwerk ......................................................................................................................................... 26 3.5 Hulplijnen voor aantrekkelijke woon- en werkmilieus ............................................................................................................ 30
4. Inspiratie voor gebieden ....................................................................................................................................... 40 4.1 Gebied specifieke uitwerkingen van de polderlinten .............................................................................................................40 4.2 Agrarische context - productie en pionieren .............................................................................................................................42 4.3 Park context - verbreden en verbinden ....................................................................................................................................... 48 4.4 Stedelijke context - bijzondere bouwclusters ........................................................................................................................... 54 4.5 Energie context - zonnecarre en lintzones ................................................................................................................................60 4.6 Veenweide context - dijken en drassig land.............................................................................................................................. 66
5 . Uitvoerbaarheid........................................................................................................................................................ 72
Bijlagen.........................................................74 Bijlage I: Boerderijtypes, inspiratie
voor de omgang met historische boerderijen...................................................................76
Bijlage II: Inspiratie voor de
Ontwikkelingsrichting “versterk de erfbeplantingen met gebiedseigen beplantingen”... .......................................................80
1 Inleiding 1.1 Haarlemmermeerse polderlinten
kavel binnen de invloedszone vallen hieronder. De invloedszone van de dijken is meer variabel. In
De polderlinten zijn de noord-zuidwegen
principe geldt dat de invloedszone tussen de beide
(langslinten) en oost-westwegen (dwarslinten) in
voetsloten ligt. Ook horen alle erven (soms op enige
de droogmakerij Haarlemmermeer en alle dijken in
afstand van de dijk) erbij, evenals de op-en afritten
de veenweidegebieden in de noordelijke polders.
naar de boerderijen en de langgerekte kavels die
Ook de wegen op het oude land dat binnen de
direct aan de dijk grenzen en de “braken”.
Ringvaart kwam te liggen na het droogleggen van het Haarlemmermeer behoren tot de polderlinten,
De totale lengte van de polderlinten bedraagt
zie kaart op deze pagina. De polderlinten
174 km en de dijken in de noordelijke polders 32
(bijvoorbeeld bij Schiphol) die nauwelijks meer
kilometer. Dat is vergelijkbaar met de afstand van
zichtbaar zijn, maken eveneens deel uit van het
Hoofddorp naar Groningen.
ruimtelijke raamwerk van polderlinten. De dijk en de weg langs de Ringvaart maken geen deel uit van de polderlinten. Hiervoor wordt verwezen naar het rapport ‘De verbindende ring, Beeldkwaliteitsplan ringvaart en ringdijk Haarlemmermeer’ (RV 2021.0000696). Elk polderlint bestaat uit het geheel van de polderweg, de bomenrijen, de boerderijen en langslopende waterlopen in de Haarlemmermeerpolder. De invloedszone bestaat daarom uit 125 meter aan weerszijde van de langslinten en 50 meter aan weerszijde van de weg van de dwarslinten. Ook kavels die net buiten deze zones liggen maar onderdeel zijn van de
kaart uit Analyse polderlinten (Gemeente Haarlemmermeer, 2020)
6
Haarlemmermeer ook in de toekomst voor zoveel
behoud van de kwaliteit. Voor ingrepen die weinig
mogelijk mensen goed zichtbaar, beleefbaar en
ruimtelijke impact hebben geldt een basisregie. Voor
toegankelijk blijft. De erfgoedvisie geeft aan dat er
ingrepen met beperkte tot grote ruimtelijke impact
De polderlinten zijn zeer kenmerkend voor
voor het beoordelen van nieuwe planvorming langs
geldt maatwerk regie. Daartoe stelt de NOK een
Haarlemmermeer. Het zijn van oudsher de
de polderlinten behoefte is aan een ruimtelijk kader
aantal basisregels. Deze Visie op de polderlinten is
ontsluitingswegen in de gemeente. Zij vertellen
in de vorm van ontwikkelprincipes.
daarop aanvullend.
1.2 Waarom de polderlinten versterken?
het verhaal van de ontstaanswijze van het gebied en zijn ook bepalend voor de ruimtelijke
In de concept Nota Omgevingskwaliteit
structuur van de gemeente Haarlemmermeer.
Haarlemmermeer (NOK) zijn de polderlinten
Maar voortgaande verstedelijkingsprocessen en
opgenomen als een ruimtelijk systeem en zijn de
langslinten (noord-zuid)
een hoge verkeersdruk zetten de kwaliteit van de
waarden en kwaliteitsdoelen van de polderlinten
dijken (veenpolderlandschap)
polderlinten steeds meer onder druk. Daarom zet de
beschreven. De NOK geeft vervolgens aan hoe
bijzondere plekken
Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 (opvolger
intensief de gemeente betrokken wil zijn bij ingrepen
van de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030) voor
binnen de invloedszones van de polderlinten ter
Polderlinten Hoofdweg
dwarslinten (oost-west)
invloedszone polderlinten
de polderlinten in op het herkenbaar en beleefbaar houden van de oorspronkelijke karakteristiek van het raamwerk als geheel en waar mogelijk de versterking daarvan. Deze Visie is een uitwerking van de omgevingsvisie. Met de polderlinten hebben wij goud in handen om te werken aan een samenhangend (stedelijk) landschap. Door het versterken van de polderlinten geven we ook concreet invulling aan de Erfgoedvisie gemeente Haarlemmermeer 2020-2030 - ‘Erfgoed omarmen en beleven’. Doelstelling van deze nota is ons erfgoed in stand te houden en waar nodig te beschermen zodat het verhaal van
7
kaart uit Nota Omgevingskwaliteit, invloedszone polderlinten (Gemeente Haarlemmermeer, 2020). De exacte begrenzing is te vinden in de Geoviewer van de gemeente Haarlemmermeer.
2 Analyse van de polderlinten 2.1 Inleiding
Enerzijds gaat het dan om de continuïteit van de
In de Analyse polderlinten (gemeente
linten begeleid door de vaarten, sloten, dijken,
Haarlemmermeer, 2020) zijn de kernkwaliteiten van
groene bermen en bomen. Anderzijds gaat het om
de polderlinten onderzocht.
de zichtlijnen over het landschap.
De polderlinten vertellen mede het verhaal van de
In het veenweidegebied noordelijk van de
ontstaanswijze van het gebied en zijn ook bepalend
droogmakerij is de samenhang tussen de
voor de ruimtelijke structuur van de gemeente
weidegebieden de dijken en de boerderijen met
Haarlemmermeer. De historische waarde wordt
erfbeplanting nog duidelijk aanwezig.
vooral bepaald door het van oudsher aanwezige relatief smalle en doorlopende wegprofiel,
Het gebruik van de wegen is in de loop van de tijd
bomenrijen, (monumentale) boerderijen met
veranderd. De wegen kunnen ingedeeld worden
boerenerven, de doorzichten, zowel tussen de
naar functie (stroomweg, gebiedsontsluiting en
erven als op de erven zelf en de tochten langs de
erftoegangswegen) die elk een eigen invloed
dwarslinten. De ruimtelijke beleving is van(af) een
hebben op het profiel van het lint. De functie van de
groot deel van de polderlinten nog sterk aanwezig.
wegen is sterk gerelateerd aan het gebruik van de
Impressie van het huidige profiel van de polderlinten in de Haarlemmermeerpolder met links de hoofdvaart en rechts de ringvaart
“ Wat moet je over de Hoofdvaart zeggen, het is gewoon een mooi ding.” Reinier Bronkhorst omgeving van het betreffende polderlint. Belangrijke kwaliteiten zijn het samenbindende karakter van de linten, de perspectiefwerking, de beleving van de seizoenen en het ondernemerschap. Ook de gehechtheid van bewoners en ondernemers is een belangrijke kwaliteit, zoals in de publicatie Polderlintportretten (podium van architectuur, 2020) naar voren komt.
8
2.2 Polderlinten als onderdeel van een agrarisch landschap
oude foto’s laten zien. Met name op de kruisingen van de polderwegen waren van oudsher bijzondere
Oorspronkelijk vormden de polderlinten de
gebouwen aanwezig, zoals een kerk of horeca. Het
ontginningsassen voor de polders. Ze ontsloten
poldergrid heeft, zeker in verhouding tot oudere
de polders, gaven ruimte voor de bouw van
droogmakerijen als de Beemster, een karige opzet
boerderijen en waren de basis voor de verkaveling
met steile taluds en eenzijdige beplanting.
en het waterpatroon. De polderlinten waren onlosmakkelijk verbonden met het agrarische
De polderlinten in het noorden maken deel uit van
landschap. In de Haarlemmermeerpolder hebben
het IJ-dijken en oer-IJ gebied en zijn de dijken om
zij een regelmatig patroon van langslinten en
de veenpolders. Op de dijken bevinden zich de
dwarslinten, in de noordelijke veenpolders vormen
ontsluitingswegen. Tot op de dag van vandaag is het
zij een grillig patroon in en om de veenpolders. In
een heel open en waterrijk landschap, met alleen
de Haarlemmermeerpolder hebben de langslinten
opgaande beplanting bij de erven en bij de recente
(noord-zuid) en de dwarslinten (zuid-west) een
bossen in de jonge IJpolders.
andere opbouw. De dwarslinten vallen samen met de dwarstochten en hebben een relatief waterrijk beeld, terwijl bij de langslinten de tochten tussen de polderwegen liggen. De bomen bevinden zich aan de westzijde van de wegen om geen schaduw op het land te krijgen, maar op de weg. De boerderijen liggen voornamelijk aan de langslinten. Omdat de boeren uit verschillende windstreken komen en ‘hun eigen boerderij meebrachten’ is er een grote variatie aan boerderijen. Ook hebben de polderlinten een belangrijke betekenis als ontmoetingsruimte, zoals
9
Kruisweg b/d Aalsmeerderwerg (Noord Hollands Archief- NL-HlmNHA_162_2512_049)
Ontwerp Haarlemmermeer 1867 (Noord Hollands Archief, NL-HlmNHA_560_000127_K)
HOOFDVAART
LANGSLINT
10
DWARSLINT
11
POLDERDIJKEN
5
2.3 De polderlinten in verschillende (stedelijke) contexten Cruciaal voor de toekomst van de polderlinten is het ontstaan van verschillende ruimtelijke contexten. Naast agrarische gebieden, ontstaan er stedelijke
4
gebieden en bos- en parkgebieden. Delen van de polderlinten komen in een geheel andere ruimtelijke context te liggen. We onderscheiden vijf contexten: agrarisch gebied (1), parklandschap (2), woon-en werkgebieden (3), gepland energielandschap (4) en het veenweidegebied (5).
3
Door de veranderingen in de omgeving zijn delen van de polderlinten gefragmenteerd of ‘losgezongen’ van hun context.
2
1
Vijf landschappelijke contexten in de Haarlemmermeerpolder: 1. Agrarische context 2. Park context 3. Stedelijke context 4. Energielandschap 5. Veenweidegebied Transformatiegebieden* kunnen zowel komen te vallen onder park- als stedelijke context. Uitwerking vindt plaats op gebiedsniveau.
* deze kaart is een schematische afbeelding van de gebiedsindeling, de exacte begrenzing is te vinden in de Geoviewer van de gemeente Haarlemmermeer. Aan deze kaart zijn geen rechten te ontlenen.
12
2.4 Polderlinten in de beleidscontext Bij het opstellen van deze Visie Polderlinten is rekening gehouden met de beleidsprincipes voor de polderlinten zoals destijds in de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 (2012.0033712) waren opgenomen en de provinciale Leidraad Landschap & cultuurhistorie (2018), de concept Verdichtingsvisie (2021.0002214), de Natuurvisie (2021.0000462), het Beeldkwaliteitsplan Zonnecarre (2021.0000819) en de Beeldkwaliteit Polderlaag PARK21 (2014.0057605). Daarnaast is deze visie ook gebaseerd op de ‘Analyse polderlinten 2020’ en de ‘Polderlintportetten, gesprekken over verleden, heden en toekomst’. Twee onderzoeken die voor het opstellen van de visie zijn uitgevoerd.
13
Structuurvisie Haarlemmermeer
Leidraad Landschap & Cultuurhistorie
Verdichtingsvisie Haarlemmermeer
Natuurvisie Haarlemmermeer 2040,
2030, 2012
provincie Noord-Holland, 2018
2040, 2021
2021
Dit rapport geeft de ontwikkeling aan voor de toekomstbestendige Haarlemmermeer met ontwerpprincipes voor onder andere een duurzaam watersysteem, ruimte voor wonen, werken en recreëren. De cultuurhistorie bepaald mede de ontwikkelingen. De oorspronkelijke structuur van vaarten, polderwegen, en boombeplantingen is nog steeds zichtbaar en wordt gekoesterd. De cultuurhistorische linten worden verkeersluw en geschikt gemaakt voor langzaam verkeer door het lokale autoverkeer deels te verplaatsen naar nieuwe ontsluitingsroutes. Het programma van de erven richt zich op verbreding van de agrarische sector en ruimte voor ‘polderwonen’, kleinschalige projecten die passen in de sfeer van de polder.
Dit rapport is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap. De Leidraad geeft gebiedsgerichte en ontwikkelingsgerichte beschrijvingen hoe ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Uitgangspunten voor de linten zijn onder andere een goede herkenbaarheid van het lint als lijnvormige structuur in het landschap, het behouden van doorzichten vanaf de weg naar het achterliggende landschap en een zorgvuldige overgang van de erven naar het landschap.
De Verdichtingvisie heeft als doel om het open landschap te behouden, de beschikbare ruimte slimmer en efficiënter te ontwikkelen en daarmee de aantrekkelijkheid van het gemeentelijk woon- en vestigingsmilieu te versterken. De beleving, het gebruik en de waardering van de gebruiker staan centraal. De polderlinten zijn één van de acht benoemde typische voorbeeldlocaties in deze visie, er wordt uitgegaan van kleinschalig verdichten langs de polderlinten in de meest stedelijke woonen werkzones.
Met de Natuurvisie wil de gemeente bereiken dat biodiversiteit beter zichtbaar en beleefbaar is. Daar waar zich mogelijkheden voordoen moeten de kansen voor het vergroten van de biodiversiteit worden aangegrepen. Het behouden en realiseren van biotopen en verbindingen tussen leefgebieden is belangrijk, Het streefbeeld voor de linten is een lommerrijk geheel met grote bomen, hagen, heggen, struiken en kruiden. De groen ingerichte erven met boomgaarden en heggen zijn biodiversiteitshotspots.
Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 Juli 2012
14
15
Beeldkwaliteitsplan Zonnecarré,
Beeldkwaliteit polderlaag PARK21,
Analyse polderlinten,
Polderlintportretten,
2021
2014
2020
2020
Het Beeldkwaliteitsplan Zonnecarré wordt ingezet als aanvulling op de beleidsregels uit het Beleidskader Zonneakkers Haarlemmermeer. Het plan bevat regels voor de inpassing van zonneakkers, waaronder de omvang en oriëntatie, het vrijhouden van kavelsloten en tochten, ritme creëren in het landschap en behoud van de openheid. Langs de weg wordt een zone van minimaal 125 m vrijgehouden van zonnepanelen.
PARK21 is opgebouwd uit drie sferen of lagen: de polderlaag, de parklaag en de leisurelaag. Het BKP Polderlaag geeft richtlijnen voor de verdere uitwerking van de polderlinten. Voorstellen zijn onder andere het zoveel mogelijk streven naar dubbelzijdige laanbeplantingen, de linten benutten als de entrees van het park, bij ontwikkelingen rekening houden met de historische kernwaarden van het boerenerf, het streven naar een robuuster watersysteem en het bieden van ruimere mogelijkheden voor verbreding van agrarische bedrijven om de erven een kwaliteitsimpuls te geven.
Dit rapport is een onderzoek naar de kernwaarden van de polderlinten in de gemeenteHaarlemmermeer. De polderlinten zijn de beeldbepalende structuurdragers die in grote mate bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van onze gemeente. De gemeente wil de polderlinten zichtbaar en beleefbaar houden, maar nieuwe ontwikkelingen niet tegenhouden. Alvorens een ontwikkelingsplan te maken zijn in dit rapport het ontstaan, de ontwikkeling en de waarden van de polderlinten in beeld gebracht. het Analyserapport bevat veel waardevolle informatie.
Ten behoeve van het analyserapport is gesproken met mensen die aan de polderlinten wonen of werken. De geïnterviewden geven aan dat polderlinten hen het verhaal vertellen van de polder, je ervaart er de contrasten in de polder en de overgangen in het landschap. De dijken in de noordelijke polders vertellen het verhaal van de bescherming tegen het water en je ervaart er de vergezichten en het slagenlandschap. (Podium van Architectuur, in opdracht van de gemeente Haarlemmermeer)
3 Visie - hulplijnen van de polder Om sturing te kunnen geven aan de ontwikkelingen
Richtinggevend is de lineaire structuur. Het
die in en om de linten spelen, hebben wij behoefte
streefbeeld is dat de polderlinten worden versterkt
aan een visie en ontwikkelprincipes die ervoor zorgt
met extra zones met waterelementen, vegetaties,
dat de polderlinten als geheel herkenbaar blijven
routes voor langzaam verkeer en diversiteit aan
en zich verder kunnen ontwikkelen in de tijd. In dit
woonvormen. Dat zorgt voor polderlinten die
hoofdstuk werken we de visie uit en geven we met
ruimtelijk meer in evenwicht zijn met de veranderde
ontwikkelprincipes ter inspiratie aan hoe we die visie
context en daar nieuwe relaties mee aangaan.
kunnen bereiken.
3.1 Hulplijnen In deze Visie worden de polderlinten in de
In de noordelijke veenweidepolders kiezen we voor behoudende principes. Hier is het beeld van het historische veenweidelandschap leidend.
Haarlemmermeerpolder gezien als structurende lijnen die houvast geven voor de opgaven van onze tijd. Zoals de linten vroeger een publiek raamwerk waren voor de ontsluiting, waterhuishouding, beplanting en ruimte voor boerderijen in een agrarisch landschap, zijn zij in onze tijd de ‘hulplijnen’ voor de ontwikkeling van een duurzaam watersysteem, meer biodiversiteit, langzaam netwerk en aantrekkelijke stedelijke milieus. De hoofdprincipes voor het stelsel van de polderlinten als geheel worden in dit hoofdstuk aan de hand van ambities en ontwikkelprincipes aangegeven. Per gebiedscontext is in hoofdstuk 4 een nadere uitwerking gegeven. In de Haarlemmermeerpolder bevriezen we de polderlinten niet maar is er ruimte voor initiatieven.
De vier hoofdopgaven voor de polderlinten
16
Visie op het raamwerk
Hoofdidee van de Visie; de polderlinten ontwikkelen zich tot robuuste polderlinten die zijn toegerust op de opgaven van onze tijd.
17
Voor de polderlinten in de Haarlemmermeerpolder geldt altijd de lineaire opbouw als uitgangspunt. Middels initiatieven worden de bestaande linten opgedikt met zones met extra water, gevarieerde vegetaties en langzaam verkeersroutes. In de polderlinten in het noordelijke veenweidegebied gaat het om het behoud van het historische landschapsbeeld en de karakteristieke openheid.
Duurzaam watersysteem
De positie van de polderlinten in een duurzaam watersysteem *bron: Water in de structuurvisie 2030 (vPxdG)
18
3.2 Hulplijnen voor een duurzaam watersysteem Gemeentelijke ambitie In het huidige watersysteem wordt water doorgespoeld om de verzilting van de bodem en het grondwater tegen te gaan. Dit systeem kost veel water en is niet erg duurzaam. In de Structuurvisie voor de Haarlemmermeerpolder is de ambitie opgenomen om het doorspoelsysteem om te vormen naar een duurzaam watersysteem. Onderdeel daarvan is het langer vasthouden van regenwater, waardoor het watersysteem van de polder beter is opgewassen tegen periodes van droogte of hevige buien. Naast vasthouden van regenwater is de verbetering van de waterkwaliteit een belangrijk onderdeel voor een duurzaam watersysteem. Maatregelen daarvoor zijn de beperking van zoute of voedselrijke kwel en de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Een groot risico bij aanpassingen van het watersysteem van de Haarlemmermeerpolder is de opbarsting van de bodem. Het afgraven van grond vermindert de tegendruk tegen zoute kwel waardoor de grond kan openbarsten en nauwelijks meer te dichten is. De volgende ontwikkelprincipes voor de polderlinten kunnen bijdragen aan een duurzaam watersysteem.
19
Water in de structuurvisie Haarlemmermeer 2030 (Van Paridon x de Groot landschapsarchtiecten, 2012)
Ontwikkelprincipes voor een duurzaam watersysteem
W1
W2
W3
Voeg extra water toe in de delen van de dwarslinten waar geen opbarstingsrisico is. Dit principe bouwt voort op de van oudsher belangrijke betekenis van de dwarslinten in het watersysteem.
Herstel in de langslinten het oorspronkelijke waterpatroon langs de weg en het erf. Dit bevordert de doorstroming en de waterkwaliteit. Aanpassingen van waterpeilen dienen altijd in afstemming met Rijnland plaats te vinden.
Houd de zoete kwel langs de westelijke Ringdijk vast. Samen met het vasthouden van regenwater vormt dat een bron van schoon water, bijvoorbeeld voor gebiedsontwikkeling.
zone met hoog opbarstrisico
20
Ontwikkelprincipes voor een duurzaam watersysteem
21
W4
W5
W6
Voorkom versmallingen in de Hoofdvaart en de tochten in verband met de afvoer van brak water. Werk aan de waterkwaliteit en biodiversiteit door natuurvriendelijke oevers (paragraaf 3.3).
Noordelijke polderdijken: ontwikkel een natte voet (waterrijke zones) aan de zijde van het IJ.
Ontwerp de civieltechnische kunstwerken van het watersysteem (zoals gemaaltjes, in- en uitlaten) met oog voor ruimtelijke kwaliteit en niet alleen puur technisch.
Vergroten biodiversiteit
Meer biodiversiteit langs de polderlinten
22
3.3 Hulplijnen voor meer biodiversiteit Gemeentelijke ambitie Wij hebben de ambitie voor een samenhangende ecologische structuur, die onder andere is vastgelegd in de Natuurvisie 2040. De polderlinten kunnen daarbij een rol vervullen voor de ecologische dooradering en als verbindingen tussen natuurterreinen. Dat vraagt om een beplantingsconcept met variatie in soorten. Dit concept zien we als een volgende stap in
zijn van een lineaire opzet en heldere trajecten die aansluiten op de grootschalige opbouw van de Haarlemmermeerpolder. Zowel in de Haarlemmermeerpolder als de noordelijke veenpolders kunnen de erfbeplantingen hotspots zijn voor biodiversiteit. De ambitie voor meer biodiversiteit werken we uit in de volgende ontwikkelprincipes voor de polderlinten.
de reeks van beplantingsconcepten van de Haarlemmermeerpolder. Op dit moment staan er in het buitengebied populieren en in de bebouwde kom essen. Dat is niet altijd zo geweest. Zo waren tot begin vorige eeuw de beplantingen in eigendom van particulieren die experimenteerden met verschillende boomsoorten en plantafstanden. Rijen van iepen, populieren, wilgen, eiken en essen wisselden elkaar af. Daarna was er een periode waarin veel iepen langs de dwarslinten en langslinten zijn geplant. Passend bij het tijdsbeeld van de 21ste eeuw kunnen de polderlinten aanjagers zijn voor biodiversiteit. Daarin doen ook natuurvriendelijke oevers langs erfsloten en tochten mee. De beplanting kan verschillen per lint, maar steeds zal er sprake moeten
23
Natuurvisie Haarlemmermeer 2040 (gemeente Haarlemmermeer, 2021)
Ontwikkelprincipes voor meer biodiversiteit
B1
B2
B3
Versterk de laanbeplanting door toevoeging van extra bomenrijen/vegetatie en meer variatie in soorten. Zorg voor lange rijen, passend bij de maat en schaal van de polder. Stem soortenkeuze af op smalle bermen, steile taluds en veel windvang. Hou rekening met de betekenis van bomenrijen voor de oriëntatie van vleermuizen.
Ontwikkel water- en moerasvegetaties langs de tochten, rekening houdend met het opbarstingsrisico.
Vorm de bosranden langs de polderlinten om naar gevarieerde bosranden of zones met voedselbossen. Zorg ervoor dat het polderlint als continue lijn zichtbaar blijft.
24
Ontwikkelprincipes voor meer biodiversiteit
25
B4
B5
B6
Versterk de erfbeplantingen met gebiedseigen beplantingen. Zie bijlage II voor inspiratie over gebiedseigen erfbeplanting.
Ontwikkel kruidenrijke zones in de linten.
Noordelijke dijken: ontwikkel gradiënten in de vegetaties op en langs de dijktaluds, van hoog naar laag en van droog naar nat.
Langzaam netwerk
De polderlinten als langzaam netwerk
26
3.4 Hulplijnen voor een langzaam netwerk Gemeentelijke ambitie De polderlinten vallen in diverse wegcategorieën.
Ook de polderlinten in de noordelijke
De meeste linten zijn een erftoegangsweg, wat
veenweidepolders spelen een belangrijke rol in
betekent dat zij vooral de erven ontsluiten. Verder
het (recreatieve) fietsverkeer. De verkeerskundige
is een groot deel gebiedsontsluitingsweg (zowel in
inrichting vraagt hier om maatwerk. Zo kan bij dijken
als buiten de bebouwde kom). Een klein deel is een
een in de verharding afwijkende middenstrook
stroomweg, de drukste categorie.
het slingerende verloop accentueren en kan
Als gemeente hebben we de ambitie om de
op de plattelandswegen een afwijkende tint
polderlinten zo veel mogelijk af te waarderen en hier
van de middenrijloper zorgen voor een visuele
meer ruimte te geven voor (recreatief) fietsverkeer.
versmalling. De ambitie voor de ontwikkeling van
Daarbij is er een verschil tussen de langslinten
een langzaam netwerk werken we uit in de volgende
en de dwarslinten. Uit de verkeersprognose
ontwikkelprincipes voor de polderlinten.
(2021) blijkt dat de langslinten kansrijk zijn om af te waarderen voor autoverkeer (als de verkeersafwikkeling geborgd is), maar dat dit voor de dwarslinten lastiger is. In de ontwikkelprincipes onderscheiden we twee hoofdtype voor de Haarlemmermeerpolder: de ‘fietsstraat’ voor de langslinten en vrijliggende fietspaden langs de dwarslinten. Beide zijn zij belangrijke bouwstenen voor de ontwikkeling van een langzaam netwerk in de Haarlemmermeerpolder. De Hoofdvaart heeft aan twee zijden een weg, een rustige oostzijde en een drukkere westzijde, die geen deel uitmaakt van het recreatieve langzame netwerk.
27
Ontwikkelprincipes voor een langzaam netwerk
N1
N2
N3
Hoofdvaart; de herkenbaarheid van de Hoofdvaart als autonoom element behouden en vergroten, de Hoofdvaart niet versmallen. Wegen rechtdoor laten lopen, continue oevers, bermen, fietsstroken en bomenrijen. Bomen zoveel mogelijke door laten lopen tot aan bruggen en/of viaducten. De westzijde is de rustige zijde die deel uitmaakt van het langzame netwerk. De inrichting van het lint is altijd afhankelijk van het aantal voertuigen dat er gebruik van maakt.
Langslinten; ontwikkelen als fietsstraat, met medegebruik van bestemmingsverkeer. De inrichting van het lint is altijd afhankelijk van het aantal voertuigen dat er gebruik van maakt.
Dwarslinten; ontwikkelen als doorgaande wegen voor auto- en agrarisch verkeer met vrijliggende fietspaden en een haag of bomenrij tussen rijweg en vrijliggend fietspad.
28
Ontwikkelprincipes voor een langzaam netwerk
N4
N5
N6
Polderdijken; rijweg met aanliggende fietsstroken met rode tint op de dijk. De inrichting van het lint is altijd afhankelijk van het aantal voertuigen dat er gebruik van maakt.
Bij nieuwe ongelijkvloerse kruisingen blijven de polderlinten op maaiveld en gaan zij in hun geheel onder de kruisingen door. Sterke versmallingen moeten hierbij voorkomen worden.Het gaat niet alleen om de weg, maar ook om de waterlopen, de begeleidende beplantingen en langzaam verkeersroutes. De lange lijn van het oudsher aanwezige lint moet zichtbaar blijven. Nieuwe kruisende lijnen worden niet met bomen geaccentueerd en leuningen en stijlen van viaducten (en bruggen bij de Hoofdvaart) zijn ondergeschikt aan het lint en transparant in uitstraling. Wanneer de verkeersafwikkeling op maaiveld kan worden geregeld heeft dit de voorkeur.
Een erf mag alleen op een erfontsluitingsweg worden aangesloten. Elk erf heeft maar één toegang en de hoeveelheid verharding wordt zo veel mogelijk beperkt. Daar waar van oudsher twee toegangen zijn, kunnen dit er twee blijven.
N7 Belangrijke ontmoetingsruimtes kunnen aanleiding zijn voor een verbijzondering van de verharding en beplanting.
29
Aantrekkelijke woon- en werkmilieus
*
De polderlinten als drager van aantrekkelijke woon- en werkmilieus. De exacte begrenzing van de gebiedscontexten is te vinden in de Geoviewer van de gemeente Haarlemmermeer.
*Bestaande gebiedscontexten: bij transformatie kan de gebiedscontext wijzigen. Zie hiervoor de kaart op pagina 12.
30
3.5 Hulplijnen voor aantrekkelijke woon- en werkmilieus
betekent dat er voldoende lucht moet blijven in de
Deze algemene punten werken we in dit hoofdstuk
polderlinten. Net als een muziekpartituur met noten
uit in principes voor de verschillende typen erven. We
Gemeentelijke ambitie
en stilten gaat het om een ritmische afwisseling van
onderscheiden:
In de polderlinten komen verschillende typen
bebouwde erven en open kavels. Daarvoor geven
• traditioneel erf,
bebouwing voor. In de eerste plaats zijn er de
we de volgende algemene uitgangspunten mee.
• agrarisch productie-erf,
prachtige cultuurhistorische erven, waaraan in de
• In de toekomst staat de transformatie en
• erf met verbreding agrarische functies,
ontwikkeling van erven centraal en willen we
andere bebouwing zijn toegevoegd.
geen nieuwe rijtjeswoningen in de polderlinten.
zonder behoud van de bestaande boerderij), in
Rond de bebouwing in de polderlinten spelen vele
Open ruimtes tussen de erven moeten zorgen
stedelijke context,
ontwikkelingen en initiatieven, waar wij richting
voor doorzichten naar het achterland. Ook in de
aan wil geven. Bijlage 1; boerderijtypes, inspiratie
kernen zijn deze karakteristieke ‘groene spaties’
voor de omgang met historische boerderijen,
van belang.
• innovatief erf met nieuwe bebouwingscluster, in stedelijke context,
• erf veenweidegebied.
geeft houvast voor de omgang met verschillende
• De waterstructuur wordt hersteld of versterkt.
• woonbuurt langs het lint
typen boerderijen. Ook werken wij aan een
• De voorkanten van de erven hebben een
• centrum knoop
Verdichtingsvisie voor de Haarlemmermeerpolder
representatieve uitstraling en het parkeren wordt
Het onderscheid van acht typen erven en de
waarin de polderlinten worden aangemerkt als XS-
zoveel mogelijk geclusterd en een plek gegeven
daarbij horende principes onderschrijft dat de
stedelijk milieu. Dat betekent dat op de erven in een
achter de bebouwing.
transformatie of ontwikkeling van ieder erf een
stedelijke context (blz.30) in bescheiden mate ruimte
specifieke ontwerpopgave is. Bovendien kunnen
is voor verdichting.
de principes in de verschillende delen van de
Deze ontwikkelprincipes zijn te beschouwen als
polderlinten anders uitpakken, wat we in hoofdstuk 4
het beeldkwaliteitsplan voor de erven aan de
uitwerken.
polderlinten. Versterking van de opbouw van het bebouwingslint Randvoorwaarde voor de transformatie- en verdichtingsopgave is dat de opbouw van het polderlint wordt behouden of versterkt. Dat
31
• erf met nieuwe woon- en werkfuncties (met of
loop van de tijd (agrarische) productie-erven en
Polder Music. De transformatie- en verdichtingsopgave van de polderlinten is als een muziekcompositie. Net als een muziekpartituur met noten en stilten, gaat het om een ritmische afwisseling van bebouwde erven en open kavels.
32
Ontwikkelprincipes voor aantrekkelijke woon- en werkmilieus
Traditioneel erf De traditionele erven komen verspreid in de polderlinten voor. Ter inspiratie wordt ook verwezen
achter het hoofdgebouw (wanneer dit niet
naar Bijlage 1; boerderijtypes, inspiratie voor de
mogelijk is, beperk dan met beplanting het zicht
omgang met historische boerderijen. We geven de
op de auto’s).
volgende principes voor de omgang van deze erven.
• Doe geen afbreuk aan het karakter van waardevolle boerderijen.
• Zorg voor hiërarchie in de bebouwing; één hoofdgebouw met bijgebouwen die ondergeschikt zijn en een ingetogen vormgeving hebben.
• Zorg dat nieuwe functies van de bebouwing passen bij het landelijke karakter van het traditionele erf.
• Pas zonnepanelen bij voorkeur toe op daken van de bijgebouwen en niet op de daken van de authentieke boerderijen.
• Behoud of herstel (indien mogelijk) het oorspronkelijke waterpatroon met een watergang tussen het erf en de weg.
• Geef het erf aan de voorzijde een representatieve, groene uitstraling.
• Pas in de inrichting van het erf inheemse beplanting toe en houd daarbij het zicht op de historische boerderij vrij (zie Bijlage 2; Inspiratie voor de Ontwikkelingsrichting “versterk de erfbeplantingen met gebiedseigen beplantingen”)
33
• Plaats parkeergelegenheden zoveel mogelijk
• Plant langs de randen van het erf opgaande beplantingen zoals singels en bomenrijen.
• Realiseer een zichtlijn over het erf naar achteren. • Behoud en terugbrengen van watergangen wordt nagestreefd.
Ontwikkelprincipes voor aantrekkelijke woon- en werkmilieus
Agrarisch productie-erf Dit erftype komt met name in de agrarische context voor (blz. 30). We geven de volgende principes voor de omgang met deze erven.
• Maak 1 oprit naar het erf en minimaliseer de verharding.
• Behoud en versterk in het polderlint de continuïteit van de begeleidende beplanting en het water langs de weg.
• Zorg voor een representatieve uitstraling van het erf aan de voorkant, met aan de achterkant ruimte voor productieprocessen.
• Zorg voor erfinrichting met inheemse beplanting die bijdraagt aan biodiversiteit en een stapsteen is in de ecologische structuur.
• Plaatsing van windmolen (ashoogte niet hoger dan 15 m) aan de achterkant van het erf.
• Ruimte voor zonnepanelen op de daken. • Behoud en terugbrengen van watergangen wordt nagestreefd.
34
Ontwikkelprincipes voor aantrekkelijke woon- en werkmilieus
Erf met verbreding agrarische functies Dit erftype komt voor in de parkcontext, energiecontext en veenweidecontext (blz.30). De verbreding van de agrarische functie kan het recreatieve karakter van het polderlint versterken. We geven de volgende principes voor de omgang met deze erven.
• De nieuwe bouwvolumes voegen zich in de opbouw van het erf.
• Zorg voor hiërarchie in de bebouwing; één hoofdgebouw met ondergeschikte bijgebouwen.
• Nieuwe functies in de bestaande en nieuwe gebouwen (woning, kantoor, horeca, e.d.) doen geen afbreuk aan het landelijke karakter en hebben geen verkeersaantrekkende werking.
• Plaats parkeergelegenheden zoveel mogelijk achter het hoofdgebouw (wanneer dit niet mogelijk is, beperk dan met beplanting het zicht op de auto’s).
• Erven zijn een schakel in het fiets- en wandelnetwerk, door een aansluiting vanaf de polderweg over het erf (veldpad) of route op de kavelgrens (onderhoudspad).
• Erfbeplanting is inheems en heeft betekenis als stapsteen in de ecologische structuur.
• Behoud en terugbrengen van watergangen wordt nagestreefd.
35
Ontwikkelprincipes voor aantrekkelijke woon- en werkmilieus
Erf met nieuwe woon- en werkfuncties Dit erftype is relevant voor de stedelijke context
openbaar in. Het percentage privé buitenruimte
(blz.30). Ter inspiratie wordt verwezen naar Bijlage
is laag, waardoor het open karakter van het erf
1; boerderijtypes, inspiratie voor de omgang
geborgd blijft.
met historische boerderijen. We geven naast de
• Geef het terrein een landschappelijke inrichting
algemene principes zoals aangegeven op pagina
door karakteristieke erfbeplanting, windsingels
31 de volgende principes voor de omgang met deze
en sloten.
erven.
• Hou de randen van het plan zo veel mogelijk
• Zie Bijlage 1;
openbaar, bijvoorbeeld door het toepassen van
• Refereer aan de karakteristieke indeling van een
een windsingel.
erf met een hiërarchie tussen het hoofdgebouw en de bijgebouwen.
• Behoud en terugbrengen van watergangen wordt nagestreefd.
• Plaats het hoofdgebouw aan de voorzijde en maak de bijgebouwen ondergeschikt in maat, kleur en materiaal.
• De breedte van de erven varieert tussen de 50 en 200 meter. Tussen de erven bevinden zich open ruimtes (‘groene spaties).
• Het erf heeft een vrije voorzone van minimaal 20 meter.
• Laat in nieuwbouw of herbouw het landelijke karakter terugkomen in de architectuur.
• Geef de voorgevel van het hoofdgebouw een representatieve uitstraling.
• Plaats parkeergelegenheden zoveel mogelijk achter het hoofdgebouw (wanneer dit niet mogelijk is, beperk dan met beplanting het zicht op de auto’s).
• Richt het onbebouwde gebied collectief of 36
Ontwikkelprincipes voor aantrekkelijke woon- en werkmilieus
Erf met collectieve woonclusters in stedelijke context Dit erftype is relevant voor de stedelijke context waar van oudsher geen boerderijen aanwezig waren (blz.30). In dit type is er ruimte voor een eigentijdse vertaling van een klassiek erf in de polderlinten. We geven de volgende principes voor de omgang met deze erven.
• Geef een eigentijdse vertaling van een klassiek erf in de polderlinten.
• Zorg voor een eigentijdse architectuur van het bouwcluster.
• Besteed veel aandacht aan een groene inrichting van het erf en de samenhang tussen architectuur en groen.
• Geef het erf een representatieve uitstraling naar het polderlint toe en plaats de parkeerplekken uit het zicht.