CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiebrief inzake de Polderlinten Haarlemmermeer_Deel1.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 11 februari 2021, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: Brieven van college aan raad (reeds verzonden)12.851 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

gemeente Haarlemmermeer

De leden van de gemeenteraad van Haarlemmermeer

Postbus250 2130 AG Hoofddorp

Bezoekadres: Raadhuisplein 1 Hoofddorp Telefoon 0900 1852 Faxnummer 023 563 95 50

Cluster Contactpersoon Doorkiesnummer

Ruimte, Economie en Duurzaamheid mevrouw Petra Kort - Hoogeboom +31235676727

Verzenddatum

1 6 DEC. 2820

Uw brief Ons kenmerk Bijlage(n)

Onderwerp

X.2020.06699 'Analyse Polderlinten, een onderzoek naar de kernwaarden van de polderlinten', december 2020. 'Polderlintportretten, gesprekken over verleden, heden en toekomst', Podium voor Architectuur, juni-september 2020. Informatie over Polderlinten Haarlemmermeer

Geachte heer, mevrouw. Graag informeren wij u over ons plan om een ruimtelijk document op te gaan stellen voor het zichtbaar en beleefbaar houden van de polderlinten. De karakteristieke polderwegen met de bomenrijen en boerderijen in de Haarlemmermeerpolder en de dijken in de noordelijke polders (hierna: de polderlinten) vertellen het verhaal van het ontstaan van Haarlemmermeer. Het zijn beeldbepalende structuurdragers die in grote mate bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van onze gemeente. Deze ruimtelijke kwaliteit komt steeds meer onder druk te staan door de voortgaande ontwikkeling van woningbouw, bedrijfsterreinen en bijbehorende (energie) infrastructuur. Wij willen de polderlinten zichtbaar en beleefbaar houden, maar nieuwe ontwikkelingen niet tegenhouden. Daarom willen we een ruimtelijk instrument gaan maken dat ruimte biedt en inspiratie geeft bij ontwikkelingen nabij de polderlinten. Daarvoor hebben wij nu eerst het ontstaan, de ontwikkeling en de resterende waarden van de polderlinten in beeld gebracht. Het resultaat treft u in bijgaand rapport 'Analyse Polderlinten, een onderzoek naar de kernwaarden van de polderlinten' aan. Uit deze analyse blijkt dat rond 1950 het polderlint-ensemble van het smalle wegprofiel, bomenrij (in Haarlemmermeerpolder), doorzichten en boerderijen optimaal was.

Deze herkomstwaarden zijn vandaag de dag nog het sterkst terug te vinden in de agrarische gebieden van de Haarlemmermeerpolder, langs de Hoofdvaart en in de noordelijke polders. In de woonkernen, de bedrijfsterreinen, de glastuinbouwgebieden en de recreatiegebieden in de

Ons kenmerk: X.2020.06699

Pagina 2

Haarlemmermeerpolder hebben de polderlinten aan authenticiteit verloren. Dit geldt met name voor de polderlinten die nu een stroomfunctie voor het verkeer hebben zoals de Kruisweg. Het concept analyserapport is voor een reactie toegestuurd naar de dorps- en wijkraden, Hoogheemraadschap van Rijnland, Provincie Noord-Holland, Land- en Tuinbouw Organisatie Noord, Parkland boeren, Fietsersbond, Vervoerregio Amsterdam, natuurverenigingen, historische verenigingen, landschap Noord-Holland, Mooi Noord-Holland en Podium voor Architectuur. En separaat aan de Welstandscommissie. Twaalf partijen en de Welstandscommissie hebben gereageerd. De voornaamste punten van aandacht waren: breng in de analyse de voormalige gemeente Haarlemmerliede Spaarnwoude, de verkeersfunctie van de polderlinten, de kruisingen met de provinciale en rijkswegen, de ecologische betekenis van de polderlinten en de maatvoering van de erven beter in beeld. Deze opmerkingen hebben wij verwerkt in het analyse rapport. Ten behoeve van de analyse is door het Podium voor Architectuur, in opdracht van de gemeente, gesproken met mensen die aan de polderlinten wonen of werken. Deze gesprekken zijn uitgewerkt in het document 'Polderlintportretten, gesprekken over verleden, heden en toekomst'. Bijgaand treft u de rapportage aan.

Uit deze gesprekken is gebleken welke waarde men hecht aan de polderlinten in de Haarlemmermeerpolder en in de noordelijke polders. De geïnterviewden geven aan dat polderlinten hen het verhaal vertellen van de polder, je ervaart er de contrasten in de polder en de overgangen in het landschap. De dijken in de noordelijke polders vertellen het verhaal van de bescherming tegen het water en je ervaart er de vergezichten en het slagenlandschap. De gesprekken geven ook weer dat er vanuit de gemeente een ontwikkelingsrichting moet worden neergezet. De analysefase is nu afgerond en heeft ons veel informatie opgeleverd voor het opstellen van een ruimtelijk instrument. Dit nieuwe instrument gaat een nadere invulling geven aan de omgevingsvisie en de Nota Omgevingskwaliteit die nog in de maak zijn. Ook willen we met dit instrument zoveel mogelijk van de (verouderde) visies en ruimtelijke instrumenten vervangen. In het instrument zullen concrete voorstellen staan ter inspiratie van particuliere initiatieven of initiatieven van de gemeente nabij de polderlinten. Het instrument zal ook als toetsingskader gebruikt gaan worden. Zonder dit ruimtelijk kader zullen in het aankomende Omgevingsplan alleen de bestaande ontwikkeimogelijkheden worden opgenomen die nu gelden in de bestemmingsplannen.

Het nieuwe ruimtelijk instrument zal naar verwachting eind 2021 aan u voorgelegd worden ter besluitvorming.

Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, de secretaris, de burgemeester,

2020.06699

Ons kenmerk: X.

Verzendlijst t.b.v. FM/DRM Steller Telefoon Geadresseerde Uw brief Bijlage(n) Onderwerp Kenmerk

Petra Kort - Hoogeboom +31235676727 De leden van de gemeenteraad van Flaarlemmermeer Geen Informatie over Polderlinten Flaarlemmermeer X.2020.06699

Afschriften aan: Archief FM/DRM raadsinformatie(5)haarlemmermeer.nl

Evt. opmerkingen m.b.t. verzending van brief en/of afschriften:

Pagina 3

Analyse polderlinten Een onderzoek naar de kernwaarden van de polderlinten

8 december 2020

gemeente Haarlemmermeer

Inhoudsopgave Samenvatting.............................................................................................................................. P.4 1. Aanleiding................................................................................................................................P.6 2. Doel van dit onderzoek.......................................................................................................... P.8 3. Wat is een polderlint.............................................................................................................. P.10 4. Waarom behoud van polderlinten...................................................................................... P.12 5. Ontwikkeling van de polderlinten....................................................................................... P.14 5.1 Periode voor 1800 5.2 Periode rond 1800 5.3 Periode 1853-1945 Agrarisch karakter 5.4 Periode 1945- ca 1960 Eerste grote uitbreiding Schiphol 5.5 Periode 1960-2000 Verdere uitbreidingSchiphol en groeikernenbeleid 5.6 Periode 2000-2020 5.7 Conclusie

P.14 P.17 P.18 P.22 P.24 P.26 P.27

6. Eigenschappen van de polderlinten................................................................................. P.28 6.1 Wegen 6.2 Bomenrijen 6.3 Boerderijen 6.4 Erven 6.5 Waterstructuur 6.6 Polderlint als onderdeel ecologisch raamwerk

P.28 P.40 P.44 P.56 P.58 P.60

7. Invloed van omgeving op polderlint................................................................................ 7.1 Agrarisch getransformeerde droogmakerij 7.2 Veenpolder 7.3 Bedrijventerreinen 7.4 Glastuinbouw 7.5 Historische kern 7.6 Uitbreidingswijken

ANALYSERAPPORT POLDERLINTEN

P.62 P.62 P.64 P.66 P.68 P.70 P.72

08 12-2020 -

2

P.74 P.76

7.7 Schiphol 7.8 Recreatiegebieden

8. Ontwikkelcriteria in bestaand beleid............................................................................... P-78 8.1 Haarlemmermeerpolder 8.2 Noordelijke polders 8.3 Archeologie en polderlinten

P-78 P-80 P.82

9. Polderlintportretten ........................................................................................................... P-84 10. Authenticiteit polderlinten.............................................................................................. P.88 10.1 Authenticiteit van de polder 10.2 Mate van authenticiteit

P.88 P-94

Literatuurlijst............................................................................................................................... P-96 Bijlagen......................................................................................................................................... P-97 1.De totale lengte van de polderwegen 2. Polderlintportretten (apart boekje)

P. 98

08 12-2020 -

3

Samenvatting polderlinten In het landschep van Haarlemmermeer zijn de oor­ spronkelijke polderwegen, polderdwarswegen, vaarten, tochten en dijken nog altijd goed zichtbaar. Deze beeld­ bepalende ruimtelijke structuren dragen in belangrijke mate bij aan de ruimtelijke kwaliteit en de identiteit van Haarlemmermeer. Zij vertellen het verhaal van het ontstaan van de Haarlemmermeerpolder en de noor­ delijk polders (de Houtrakpolder, Inlaagpolder, Hornen Uitendijkse polder, Zwetpolder, Vereenigde Binnenpolder, Inlaagpolder en Rottepolder). Met name in de Haarlemmermeerpolder komt deze ruimtelijke kwaliteit steeds meer onder druk te staan door de voortgaande ontwikkeling van woningbouw-, bedrijfsterreinen en bijbehorende (energie) infra­ structuur. Het is daarom hoog tijd om een ruimtelijk instrument op te stellen om de kwaliteiten van de polderlinten zoveel mogelijk te beschermen om zo de historie van Haarlemmermeer zichtbaar en beleefbaar te houden, zonder daarmee de voortgaande ontwik­ kelingen tegen te houden. Dit geldt niet alleen voor de linten in de Haarlemmermeerpolder, maar ook voor de wegen in de historische noordelijke polders. Deze rapportage legt de basis voor dit ruimtelijk in­ strument. Onder de polderlinten verstaan wij zowel de oorspronkelijke lengte- als dwarswegen (inclusief de Kromme Spieringweg en het Turfspoor) als de dijken en wegen in de noordelijke polders.

Onder een polderlint verstaan wij het ensemble van het wegprofiel, de nabij­ gelegen sloten, bermen, bomen, erven en boerderijen en de doorzichten over de landbouwkavels. Het ontstaan van de polderlinten heeft alles te maken met het gevecht tegen de waterwolf. In de noordelijke polders tegen het IJ, in de Haarlemmermeerpolder te­ gen de uitbreiding van de vier meren die aaneen groei­ de en zich naar het westen uitbreidde. Na het droogval­ len van de Haarlemmermeer heeft de ontwikkeling van de landbouw, glastuinbouw, Schiphol, de woningbouw, aanleg van recreatiegebieden en bedrijfsterreinen haar weerslag op de polderlinten in Haarlemmermeer. Behalve de invloed van de omgeving op de polder­ linten hebben ook de afzonderlijke onderdelen van de polderlinten een ontwikkeling doorgemaakt. Zo ontwikkelde het wegprofiel zich van karresporen naar grindpaden in combinatie met een paardenpad naar het huidige wegenbestand van verharde smalle erftoegangswegen, stroomwegen en zelfs gebiedsontsluitingswegen. De bomenrijen langs de polderlinten in de Haarlemmermeerpolder hebben door de tijd heen

verschillende veranderingen ondergaan in soorten en onderlinge afstand als gevolg van beleidswijzigingen, het kappen tijdens de Tweede Wereldoorlog en de iepenziekte. Tot op de dag van vandaag is de beplan­ ting langs veel linten verdwenen of geen continue lijn meer. De bomenrijen hebben echtereen belangrijke functie in het herkennen en beleven van de rechte lijnen van de polderlinten en de doorzichten over het polderlandschap. De bomen vormen als het ware de omlijsting van het landschap vanaf het polderlint. Langs de polderlinten vestigden zich vele boerderijen in de bouwstijl van de geboortestreek van de grondeigenaar of boer of combinaties van bouwstijlen waardoor er 34 bouwstijlen zijn te onderscheiden. In de loop der jaren zijn velen gesloopt, gerenoveerd of verbouwd. Met name de stolpboerderijen zijn verdwenen. Er zijn nu nog een kleine 300 boerderijen over waarvan een deel nog met een landbouwfunctie. Ook de boerenerven zijn aan veranderingen onderhevig geweest. Veel van de oorspronkelijke karakteristieke erfsloten, bruggen over het water naar het erf, erfbeplanting, siertuinen, moestuinen en fruitbomen zijn in de loop van de tijd verdwenen of vervaagd. Wat rest zijn nog een aantal karakteristieke oude solitaire bomen en hier en daar nog laanbomen die de boerderijen op bijzondere wijze verbinden met de weg.

In de noordelijke polders is het ontbreken van de bo­ men juist karakteristiek. De beleving van het open land­ schap, vanaf de vaak kronkelige dijk staat hier voorop. Van oudsher komen hier vooral de stolpboerderij en de kop-halsromp voor. Veel boerderijen dateren uit de periode rond 1930. Wij komen tot de conclusie dat rond 1950 het polderlint ensemble van het smalle wegprofiel, bomenrij (in Haarlemmermeerpolder), doorzichten en boerderijen optimaal was. Deze herkomstwaarden zijn vandaag de dag nog het sterkst terug te vinden in de agrarische gebieden van de Haarlemmermeerpolder, langs de Hoofdvaart en in de noordelijke polders. In de woon­ kernen, de bedrijfsterreinen, glastuinbouwgebieden en recreatiegebieden in de Haarlemmermeerpolder en vooral bij de polderlinten die nu een stroomfunctie hebben, hebben de polderlinten aan authenticiteit verloren. Uit gesprekken met bewoners of werknemers langs de polderlinten blijkt hoeveel waarde zij hechten aan de polderlinten in de Haarlemmermeerpolder en in de noordelijke polders. Zij geven aan dat polderlinten hen het verhaal verteld van de polder, je ervaart er

ANALYSERAPPORT POLDERLINTEN

08 12-2020 -

4

de contrasten in de polder en de overgangen in het landschap. De dijken in de noordelijke polders vertellen het verhaal van de bescherming tegen het water en je ervaart er de vergezichten en het slagenlandschap. De gesprekken geven ook weer dat er vanuit de gemeente een ontwikkelingsrichting moet worden neergezet. Een ontwikkeling met een kleinschalig karakter die mee kan gaan met de ontwikkelingen van de tijd.

gemeente nabij de polderlinten inspireert om mee te helpen aan het zichtbaar en beleefbaar houden van de polderlinten. Een instrument dat ook als toetsingskader gebruikt kan worden.

Dit is ook de rode draad in beleidsvisies die in de loop der jaren over verschillende polderlinten zijn versche­ nen. Deze rode draad voor de toekomst komt neer op het versterken van het poldergrid in de Haarlemmermeerpolder, het behoud van de historische uitstraling van de dijken in de noordelijke polders, het behoud van de beleving, de dóórontwikkeling van de recreatieve waarden, en het voorkomen dat de polderlinten en dijken in de noordelijke polders te zwaar belast worden door gemotoriseerd verkeer. Op basis van deze studie is de vervolgstap de ontwik­ keling van een ruimtelijk instrument die ervoor moet zorgen dat de polderlinten de historie van Haarlemmer­ meer zichtbaar en beleefbaar houden zonder daarmee de voortgang van de ontwikkelingen tegen te houden. Een instrument dat zoveel mogelijk de (verouderde) visies en ruimtelijke instrumenten kan vervangen en nader invulling geeft aan de Omgevingsvisie en Nota Omgevingskwaliteit. En vooral een instrument dat inspirerend is voor initiatieven van particulieren of de

Noordelijke polders (Loek van Vliet, 2020)

08 12-2020 -

5

1. Aanleiding In het landschep van Haarlemmermeer is de ontstaans­ geschiedenis van de droogmakerij Haarlemmermeer en de noordelijke polders nog altijd goed zichtbaar. Het landschappelijke historische raamwerk van de gemeen­ te bestaat uit: • De Ringvaart met dijk, de orthogonale oorspronke­ lijke wegenstructuur en Geniedijk in Haarlemmermeerpolder • De dijken van het voormalige IJ- en Oer-IJ gebied in de noordelijke polders. Met name in de Haarlemmermeerpolder komt de kwaliteit van de polderlinten steeds meer onder druk te staan door de voortgaande woningbouw- en be­ drijfsontwikkelingen, de daarbij behorende ontslui­ tingsstructuur en infrastructuur voor het opwekken van energie. In de noordelijke polders, het gebied van de voorma­ lige gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude, is de druk minder groot. De dijken en linten hebben hier echter hun eigen historische karakteristiek waar we op een zorgvuldige manier mee om willen gaan. Het is tijd om opnieuw stil te staan bij de kwaliteit van polderlinten om de historie van Haarlemmermeer zichtbaar en beleefbaar te houden, zonder daarmee de voortgaande ontwikkelingen tegen te houden.

Onlangs heeft de provinciaal ruimtelijk adviseur (PARK) dit treffend verwoord in zijn advies aan Gedeputeerde Staten om de Haarlemmermeerpolder door te ontwik­ kelen tot een 'Beemster XXL': een trots erfgoed dat de ruimtelijke kwaliteit van de provincie Noord-Holland verrijkt en bijdraagt aan het plezier om in deze provin­ cie te wonen, te werken, te ontspannen en de biodiver­ siteit versterkt. (2020):

legging is ingericht en de groenstructuren die daarbij zijn aangelegd blijken te fragiel om de grote ontwikke­ lingen die nu plaatsvinden te kunnen accommoderen. Dit heeft geleid tot een aanzienlijke fragmentatie en verlies aan identiteit'. Reden genoeg om de polderlinten van de gemeente in beeld te brengen en na te denken over de toekomst daarvan, zowel in de Haarlemmermeerpolder als in de noordelijke polders. Deze rapportage brengt het ont­ staan, de ontwikkeling en de waarden van de polderlin­ ten in beeld. In dit onderzoek verstaan wij onder de polderlinten: In de droogmakerij Haarlemmermeer: • De lengtewegen • De dwarswegen • De Hoofdvaart met ernaast gelegen wegen • De Kromme Spieringweg in Vijfhuizen • Het Turfspoor in Lisserbroek • De Dokter Heijelaan in Abbenes In de noordelijke polders (de Houtrakpolder, Inlaagpolder, Horn-en Uitendijkse polder, Zwetpolder, Vereenigde Binnenpolder, de Grote IJpolder, Inlaagpolder, Rottepolder, en de Osdorper Bovenpolder): • de dijken en wegen in dit gebied De Ringvaart en Ringdijk van de Haarlemmermeerpol­ der maken geen deel uit van dit onderzoek. De totale lengte aan polderlinten en dijken Haarlem­ mermeer vandaag de dag is 174 kilometer, waarvan 142 kilometer in de Haarlemmermeerpolder en 32 kilometer in de noordelijke polders. Een groot deel van de Aalsmeerderweg en de Sloterweg is door de ont­ wikkeling van Schiphol verdwenen.

In bijlage 1 is een overzicht opgenomen.

'De Haarlemmermeerpolder is zowel de grootste als de meest dynamische polder van Noord-Holland. De polder vormt vanouds ruimtelijk een sterke entiteit. De 'boerenpolder' van weleer wordt in rap tempo dooront­ wikkeld tot logistiek knooppunt, woongebied en energieleverancier. In die dynamiek was de ruimtelijke kwaliteit in de diverse afwegingen vaak van onderge­ schikt belang. De Haarlemmermeerpolder is een polder in transitie. Wie vandaag de polder bezoekt ziet hoe snel deze transitie zich voltrekt en hoe hiermee haar oorspronkelijke kernkwaliteiten (ringvaart, orthogonale basisstructuur, weidsheid en verre zichten) onder druk staan of binnenkort onder druk komen te staan. Het ruimtelijk raamwerk waarmee de polder na de droog­ ANALYSERAPPORT POLDERLINTEN

08 12-2020 -

6

Ligging polderlinten

MSI 08 12-2020 -

7

2. Doel van dit onderzoek Het doel van deze analyse is om te ontdekken wat de waarden van de polderlinten zijn en welke delen nog waardevol zijn. Deze analyse legt daarmee de basis voor het opstellen van een ruimtelijk instrument, bijvoorbeeld een beeldkwaliteitsplan. Op die manier wordt de ambitie uit de 70% versie van de Omgevingsvisie ten aanzien van de polderlinten verder uitgewerkt. De ambitie uit de Omgevingsvisie (70%) ten aanzien van de polderlinten luidt:

de polderlinten. Hierbij zal aandacht zijn voor de vier schaalniveau's: het gehele raamwerk, de deellinten / deel gebieden met speciale aandacht Hoofdvaart, de polderlintprofielen en het niveau bebouwing en erfbeplanting.

tVe beschermen en ontwikkelen de ruimtelijke kwaliteit: • van het raamwerk van de Haariemmermeerpoider, te weten de polderlinten en de polderwegen; • van de dijken in de noordelijke polders als cultuur­ historische, recreatieve en toeristische trekker: • van enkele, bepaalde open gebieden/landschappen in de gemeente, in het besef dat dit voor inwoners en anderen belangrijk is (karakter van de polders, het gevoel van ruimte, uitzicht en panorama's). Het ruimtelijk instrument geeft mede uitvoering aan de Nota Omgevingskwaliteit. Opstellen ruimtelijk instrument Dit onderzoek doet verslag van het ontstaan en de ontwikkeling van de polderlinten in de loop der jaren. Duidelijk is geworden dat de polderlinten een belangrijke rol spelen in de ontstaansgeschiedenis van Haarlemmermeer en nog steeds beeldbepalend en waardevol zijn, maar door de vele ontwikkelingen bedreigd worden. Er is een ruimtelijk instrument nodig om de belangrijke waarden van de polderlinten in de toekomst te kunnen behouden of versterken.

Een instrument zoals een Beeldkwaliteitsplan dat zoveel mogelijke van de (verouderde) visies en ruimtelijke instrumenten kan vervangen en verder invulling geeft aan de Omgevingsvisie en Nota Omgevingskwaliteit en die particuliere initiatiefnemers of de gemeente met initiatieven nabij de polderlinten inspireert om mee te helpen aan het zichtbaar en beleefbaar houden van de polderlinten. Het instrument zal bij initiatieven van par­ ticulieren of gemeente ook als toetsingskader gebruikt gaan worden. Voor het opstellen van het ruimtelijk instrument borduren we voort op dit analyse rapport. De eerstvol­ gende stap is een ruimtelijk onderzoek naar een nieuw robuust en duurzaam raamwerk voor de polderlinten. Hierbij zal recht worden gedaan aan de historische waarde en zal het toekomstig gebruik gefaciliteerd worden. Vervolgens zal concreet ingegaan worden op de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van ANALYSERAPPORT POLDERLINTEN

08 12-2020 -

8

08-12-2020

9

3. Wat is een polderlint Volgens de 'Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018' van de Provincie Noord-Holland zijn polderlinten lineaire structuren die zijn ontstaan als organisch ge­ groeide, vaak historische routes en ontginningsassen. Ze hebben hun eigen karakterisbeke ontwikkelingsge­ schiedenis doorgemaakt, gebonden aan het landschapstype. Zo ziet een lint in het veenpolder­ landschap er anders uit dan een lint in het oude zeekleigebied of in het aandijkingenlandschap. Door het aaneengroeien van afzonderlijke linten ontstaan samengestelde linten. Elk lint heeft een 'structuurdrager' waaraan het lint is gegroeid, meestal een dijk, een

weg, een kanaal of een vaart. De woningen zijn op deze structuurdrager georiënteerd en het lint ontleent daar, samen met de opbouw van het landschap, zijn verschij­ ningsvorm en identiteit aan. Vaak staan er aan een lint boerderijen die de identiteit ervan versterken". In de droogmakerij zijn de linten veelal langgerekt van aard, in de noordelijke polders vormen de dijken de beeldbepalende structuur. Deze dijken beschouwen we voor de leesbaarheid van dit rapport eveneens als polderlinten.

Onder een polderlint verstaan wij het ensem­ ble van de volgende kenmerken: Lange lijn door het landschap Smal wegprofiel Waterlijnen (sloot langs weg, tussen kavels en achter kavels) Boerderijen Bomenrijen en erfbeplanting Doorzichten landbouwkavels Individuele bebouwing met dorps karakter Verbinding dorp met groen en blauw

Behoud doorzich­ ten vanaf de dijk

ANALYSERAPPORT POLDERLINTEN

08 12-2020 -

10

08 12-2020 -

11

4. Waarom behoud van polderlinten Het behoud van de polderlinten is in het belang van de ruimtelijke kwaliteit van Haarlemmermeer zoals in het Plan van aanpak voor het opstellen van de Nota Omgevingskwaliteit, en eerder ook in de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030, mooi is verwoord: "We willen de ruimtelijke identiteit niet alleen behou­ den maar ook versterken. De komende jaren staan we voor een omvangrijke ontwikkelopgave. We willen een blijvend aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat realiseren, gebaseerd op een herkenbare lokale iden­ titeit. Een identiteit die wortelt in het oer-Hollandse gevecht met de "wrede waterwolf" in veenpolders en droogmakerijen. De waardeontwikkeling die dit met zich meebrengt, maakt het aantrekkelijk om duurzaam in Haarlemmermeer te investeren.

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen een plaats krijgen, mits ze bijdragen aan de herkenbaarheid en het thuisgevoel van de mensen die er al wonen en de mensen die zich vestigen. We houden in een vroeg stadium rekening met de belangen van inwoners, het is hun leef- en werkgebied. Zij geven er betekenis aan. Zij brengen waardevolle aspecten aan die we niet over het hoofd willen zien. Hoe vroeger in het proces dit plaats­ vindt, hoe makkelijker de kwaliteit nog verbeterd kan worden".

Periode 1853-1945

Periode 2000-heden

Onderstaande afbeeldingen geven in één oogopslag weer hoe de oorspronkelijke polderlinten deels zijn verdwenen of opgenomen in de veranderde omgeving.

ANALYSERAPPORT POLDERLINTEN

08 12-2020 -

12

Overzicht van de ontwikkelingsplannen in Haarlemmermeer

08 12-2020 -

13

5. Ontwikkeling van de polderlinten Om te begrijpen hoe de polderlinten zijn ontstaan en welke historie zij met zich meebrengen, gaat dit hoofdstuk in op de ontstaansgeschiedenis van de polderlinten en de ontwikkeling van onder meer de landbouw en woningbouw. In Haarlem­ mermeer kan er onderscheid worden gemaakt tussen de noordelijke polders en de Haarlemmermeerpolder. Dit onderscheid heeft te maken met de ontstaansgeschiedenis, welke nog steeds duidelijk in het landschap zichtbaar is.

5.1 Periode voor 1800: aanleg dijken noor­ delijke polders Noordelijke polders De noordelijke polders maken deel uit van het IJ-dijken en Oer-Y gebied. Van oudsher ligt het gebied van Spaarnwoude, wat van oorsprong bos bij rivier Spaarne betekent, op een circa 7000 jaar oude strandwal, de eerste en meest oostelij­ ke in Kennemerland. Het Oer-IJ mondde ter hoogte van Castricum uit in de Noordzee. Nadat deze monding dichtslibde ontstond er achter de kust een groot binnenmeer als uitloper van de Zuiderzee. Het hele gebied werd hierdoor vochbg. Het moerasbos van wilgen, elzen en berken heeft men

Periode voor 1800 Legenda

Polderlint Agrarische gronden of weilanden

Ringweg

Kernen-woongebieden

Spoomdcmmerdijk

Water

Houtrokkerweg

Roosdorperweg Kromme Spieringweg

i, 4km

, Kockoeksloon

Turfspoor

Dr. Heijepod

ANALYSERAPPORT POLDERLINTEN

08 12-2020 -

14

in de 10e en 11e eeuw gerooid om landbouwgrond te krijgen. Vanaf de 11e eeuw is er begonnen met de ontginning van het veen, wat nu nog terug te zien is in de verkave­ ling. Door de ontginningen begon het maaiveld te da­ len en werd het land steeds drassiger. De akkerlanden hebben daarom plaats gemaakt voor veeteelt. Door de bodemdalingen won de zee steeds meer terrein door overstromingen. In de 12e eeuw is tussen Spaarndam en Amsterdam een dijk aangelegd omdat de landerijen en weidegronden door de maaivelddaling het risico liepen te overstromen. Het water van het Wijkermeer en het IJ stond namelijk via de Zuiderzee in

2800 - 250 v. Chr

250 v. Chr - 900 n Oir

Open verbinding mei zee

Verzanding van de kust

open verbinding met de Noordzee. Deze dijk is in 1421 tijdens de Sint Elisabethsvloed onherstelbaar bescha­ digd, waardoor men besloot om verder landinwaarts een nieuwe, zwaardere dijk op te werpen, de huidige Spaarndammerdijk. De voormalige Spaarndammerdijk (nu Inlaagsedijk) werd vanaf dat moment op zomerhoogte gehouden zodat het gebied tussen de oude en de nieuwe dijk 's winters vaak onder water staat. In de Middeleeuwen waren er regelmatig doorbraken van de Hoge Spaarndammerdijk, welke tot 'walen' of 'braken' leidden. Pas in 1587 neemt het Hoogheemraadschap Rijnland het onderhoud van de dijk van de verarmde inwoners van de dorpen over.

Ontwikkeling van het oer Y gebied

De dijken in het noordelijke deel van Haarlemmermeer als onderdeel van het IJ-dijken en Oer-Y gebied (Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018).

08 12-2020 -

15

Het Haarlemmermeer Ten zuiden van Spaarnwoude lag het Haarlemmer­ meer. In het begin van de Middeleeuwen waren er vier kleinere meren, namelijk het Leidse Meer, het Oude Haarlemmermeer, het Oude Meer en het Spieringmeer. Deze groeiden aan elkaar en breidden zich voorname­ lijk naar het westen uit. Het steeds groter wordende meer verzwolg tijdens stormen zelfs hele dorpen. Tussen 1591 en 1611 trof het Vijfhuizen, Nieuwerkerk en Rijk, en het grondgebied van Aalsmeer werd gehal­ veerd. De dorpen Boesingheliede en Haarlemmerwoude werden daarvoor al opgeheven. Het Haarlemmermeer was echter de belangrijkste waterverbinding tussen de Hollandse steden Haarlem, Amsterdam en Leiden. Het leverde tol op, had rijke visgronden, was nodig voor de afwatersystemen van de steden en had een militaire functie in de verdediging van Amsterdam. Het Haarlemmermeer bleef lange tijd een meer.

ANALYSERAPPORT POLDERLINTEN

08 12-2020 -

16

5.2 Periode rond 1800: inpoldering Haarlemmermeer Ontstaan Haarlemmermeerpolder Rond 1800 was het Haarlemmermeer nog niet droog­ gelegd. Ook het Noordzeekanaal was nog niet aange­ legd waardoor het IJ nog aan de Spaarndammerdijk en de Inlaagsedijk, in de noordelijke polders, grensde. Deze dijken hebben dan ook eeuwenlang gediend als bescherming tegen het IJ. Sinds de drooglegging van dit gedeelte van het IJ, grenzen de Spaarndammerdijk en de Inlaagsedijk aan twee soorten polders. Lange tijd kon de zogenoemde waterwolf huishouden, zowel dorpen als ook grote stukken vruchtbaar land werden verzwolgen. Pas na een aantal hevige stormen in 1836 waarbij het vloedwater tot aan de poorten van Amsterdam rijkte kwam er beweging in het project om het Haarlemmermeer droog te maken. Mede door de centralisering van de waterstaat en de toenemende modernisering en industrialisering van Holland kon Wil­ lem I in augustus 1837 een staatscommissie uitroepen die binnen twee maanden een plan maakte voor het droogleggen van het Haarlemmermeer. In maart 1839 keurde de Tweede Kamer het plan goed. Naast de vei­ ligheid voor de omliggende steden speelden vooral de belangen van de landbouw en de armoedebestrijding door het scheppen van werkgelegenheid een rol.

In 1840 werd bij Hillegom met het graven van de Ringvaart begonnen. Duizenden arbeidskrachten, de Polderjongens, werkten vijfjaar lang slechts met schop en spade aan de totstandkoming van de ruim 60 km lange Ringvaart en Ringdijk. Om te grote kron­ kelingen in het verloop van de dijk en de vaart voor de scheepvaart te voorkomen werd op enkele plekken het oeverland afgesneden. Om die reden kwam land bij de buurten Nieuwe Meer, Lisserbroek, Lijnden, en Vijfhui­ zen binnen de Ringvaart te liggen. Deze landtongen, die in de huidige situatie als oud land te herkennen zijn in de polder, kenmerken het verloop van het voormalige Haarlemmermeer. Een van de huidige polderlinten, de Kromme Spieringweg, lag er al voor de inpoldering en liep langs een landtong bij Haarlem aan de oever van het Haarlemmermeer.

Periode rond 1800

leftmia

Ten opzichte van de vorige tijdsperiode (tot 1800) hebben er geen grote veranderingen plaats gevonden

Het Haarlemmermeer is drooggelegd. Het Wijkermeer is er nog, rond 1850

08 12-2020 -

17

5.3 Periode 1853-1945 Agrarisch karakter Haarlemmermeerpolder Na het sluiten van de Ringdijk bij Aalsmeer en pas na toezegging van een extra gemaal bij Halfweg begon het moderne Engels stoomgemaal Leeghwater bij de Kaag als eerste met het leegmalen van het meer. In 1849 volgden de gemalen de Cruquius langs het Spaarne bij Heemstede en de Lynden tegenover het Lutkemeer. In 1852 was het meer droog. Wat achterbleef was een grote zompige vlakte, ongeschikt voor bewoning. Voor de Polderjongens was het werk nog niet voorbij. Vele speelden een grote rol bij het graven van de vele vaarten en sloten die de nieuwe polder doorkruisen. Sommige van hen bleven in de nieuwe polder en von­ den werk als landarbeiders.

Haaks op de lengtetochten liggen zes dwarstochten die de polder in rechthoekige blokken van gemiddeld 2000 x 3000 meter delen. Langs de Ringdijk zijn deze kavelblokken onregelmatig en grillig van vorm. De Hoofd­ vaart ligt centraal in de polder en fungeert als binnenboezem. De hoofdwegen zijn aangelegd halverwege tussen de lengtetochten, alleen langs de Hoofdvaart lig­ gen de wegen aan weerszijden. De eerste weg die werd gepland en gebouwd is de Spaarnwouderdwarsweg, nu bekend als Spaarnwouderweg en Schipholweg, die de forten 'De Liede' en 'Schiphol' met elkaar verbond. Alle andere wegen oriënteerden zich aan deze weg. In de jaren die volgden vestigden zich aan de verkavelingsstructuur vooral boerderijen. Blijkbaar voldeed het

Periode 1853-1945

08 12-2020 -

18

oorspronkelijke verkavelingspatroon al snel niet aan de behoefte van de boeren. De kavels waren té krap bemeten, de sloten hadden te weinig waterberging om het land droog te houden en de grond zakte in de jaren na de drooglegging nog steeds. Tot 1900 werden veel sloten tussen de oorspronkelijke kavelsloten gegraven. De originele kavel van 200 meter breed en 1000 meter diep was in 1900 zeldzaam geworden. Soms werd een 200 meter brede kavel slechts in tweeën gedeeld, maar veel vaker waren er meerdere sloten gegraven en was de kavel in kleinere delen gesplitst. Daarnaast zijn ook langs meerdere dwarswegen tussensloten gegraven. Deze watergangen zijn (deels) gedempt, versmald of verlegd en zijn nu niet overal meer zichtbaar.

UrootRfondbwitter

• W tc • H H vin Dam • * m C vanocrfcine^Co • , f k waofeaonCrarvmH* • M CXt • CM Xcmixr. Btnjerv« c

CfcjMart ■ D tammeri

• 1 N»w#»i«r.Cu M t c vu*'! fcftts zv v<x*t wM ; C A wan iVt Kun

»4 vaak

a Rza Vimtffl-ahrw

• ut * • -** R

IH 30

Niet alleen het onvoldoende waterbeheer leidde tot de aanleg van meer sloten, ook het grondbezit verander­ de. De meeste originele kopers van poldergrond koch­ ten één kavel, maar er waren ook een aantal mensen die de grond zagen als een interessante investering. De polder kreeg destijds meerdere grootgrondbezitters. Tussen 1881 en 1923 steeg het aantal grondeigenaren van 743 tot 1759. Daardoor raakte de polder veel van zijn oorspronkelijke kavelpatroon kwijt. Uiteindelijk werd een groot deel van het oorspronkelijke poldergrid hersteld en hebben veel kavels weer een gemiddelde breedte van 200 meter of de helft ervan.

40

wr<Lviin Rcuwre-J|

•« i tr VX'C

S0

tt

In 1852 werden in totaal 883 kavels uitgegeven aan 270 per­ sonen. De meeste mensen kochten één kavel, maar voor een aantal mensen was de grond in de nieuwe polder ook een interessante investering. Sommigen van deze grondeigena­ ren hadden plannen om de agrarische sector te vernieuwen, zoals J. P. A. van Wickevoort Crommelin enJ. P. Amersfoordt. Anderen, zoals de Haarlemse textielfabrikanten J. W. Wilson en T. Prévinaire wilden het nieuwe land gebruiken om grond­ stoffen voor de textielbranche te verbouwen. Maar voor de meesten was het een manier om hun rijkdom te beleggen, en zij hadden ook geen interesse om in de polder te gaan wonen.

08 12-2020 -

19

In de Haarlemmermeerpolder waren twee dorpen ge­ pland, namelijk Kruisdorp (het huidige Hoofddorp) en Venneperdorp (het huidige Nieuw-Vennep). De dorpen werden aangelegd in kruisvorm, met een hoofdweg in oost-westelijke richting en een hoofdweg in noord-zuidelijke richting. Langs deze oorspronkelijke wegen werden woonhuizen, kerken, horecagelegenheden en boerderijen gebouwd. Door de geïsoleerde ligging mid­ den in de polder groeiden Hoofddorp en Nieuw-Ven­ nep heel langzaam. Voor de meeste mensen was het wonen aan de Ringdijk aantrekkelijker door de voorzie­ ningen in de dorpen aan de overkant. Tussen de twee wereldoorlogen stagneerde de groei van bedrijvigheid, waardoor het agrarische karakter behouden bleef.

Noordelijke polders Tegelijkertijd met de aanleg van het Noordzeekanaal (1865-1876) werden het Wijkermeer en delen van het IJ ingepolderd. Hier maakt de huidige Houtrakpolder deel van uit. In de Houtrakpolder ontstonden op diver­ se plekken gehuchten op de kruising van wegen, soms met een bakkerij en school. Een deel van de IJdijken verloor hierbij zijn functie als primaire waterkering. De dijken zijn na die tijd vaak verlegd, vervangen of ver­ dwenen als gevolg van stedelijke groei of havenuitbrei­ dingen. De Inlaagsedijk heeft hierdoor aan twee zijden verschillende typen landschappen. Met de aanleg van het Westelijk Havengebied van Amsterdam verdween een deel van de Zuidelijke IJdijk.

In 1864 maakt burgemeester J. P. Amersfoordt een ontwerp voor spoorlijnen door de Haarlemmermeer­ polder. Dit was met name bedoeld om de agrarische producten naar de markten in de steden te vervoeren en de plattelandsgemeente uit haar isolement te halen Het plan kreeg echter geen toestemming van de rijks­ overheid. De enige spoorlijn die werd gerealiseerd, was de verbinding naar Haarlem in 1912, die in 1936 alweer werden opgegeven omdat zij niet genoeg rendement opleverde. De restanten zijn nog wel in de polder te vinden.

Rondom Amsterdam ligt de Stelling van Amsterdam, een verdedigingsring van 46 forten, batterijen en veel dijken en sluizen. De Geniedijk, aangelegd tussen 1888 en 1903 met een lengte van 12 kilometer maakt deel uit van deze stelling. Ook fort Penningsveer en het fort aan de Liedeweg zijn onderdeel van de Stelling van Am­ sterdam, die sinds 1996 op de lijst staat van UNESCO werelderfgoed. In 1916 werd het militaire vliegveld Schiphol gebouwd. Vier jaar later wordt het voor de burgerluchtvaart geo­ pend. De luchthaven groeide van een nauwelijks

Het Wijkermeer, ten noorden van Spaarndam, voor de drooglegging ANALYSERAPPORT POLDERLiNTEN

08 12-2020 -

20

verharde landingsbaan die bij piloten berucht was, uit tot een van de grootste luchthavens van Europa. Sinds de inpoldering van het Haarlemmermeer en het IJ hebben de polders tot het einde van de Tweede We­ reldoorlog een agrarisch karakter gehad. De dorpen die er wel waren bestonden voornamelijk uit lintbebou­ wing. Verder waren er vele boerderijen in de polders, meestal op afstand van elkaar en met lange opritten. (Wies, J. 1975)

Stelling van Amsterdam * ( Mif-. miiwlirttar

De stelling van Amsterdam met bijbehorende forten en batterijen

08 12-2020 -

21

5.4 Periode 1945 - ca 1960 Eerste grote uitbreiding Schiphol Haarlemmermeerpolder Na de tweede wereldoorlog begint de wederopbouw. De economie begint te draaien en veel bedrijven uit de Randstad vestigen zich door de gunstige expansie mo­ gelijkheden in Haarlemmermeer. Door de verdergaan­ de mechanisatie is in de landbouw grote werkloosheid ontstaan, deze kon opgevangen worden door de grote vraag naar arbeidskrachten in de industrie. Er werden ook plannen gemaakt om Schiphol uit te breiden. In 1949 is de nieuwe vliegtuigfabriek van Fokker gereed bij het vliegveld Schiphol. Tot 1950 is Haarlemmermeer een uitgesproken land­ bouwgebied gebleven, 60% van de beroepsbevolking werkt in de agrarische of semi-agrarische sector. Rond

1960 was de eerste grotere baan, de Kaagbaan, vol­ tooid. Hiervoor moest het dorp Rijk in 1959 wijken. Het was benoemd naar een eerder dorp Rijk dat in de 17e eeuw door het Haarlemmermeer werd verzwolgen. Ook een deel van de polderlinten, zoals de Sloterweg, heeft plaats moeten maken voor de uitbreiding van Schiphol, en de Vijfhuizerweg werd doorsneden. Aan de oostzijde bij de Ringdijk rest nog een stukje Ten Pol geheten. Schiphol heeft voor de gezinnen die moesten wijken voor Schiphol, de zogenoemde Schipholurgenten, nieuwe boerderijen verder van de luchthaven gebouwd. Dit ging om maar liefst 215 huishoudens die moesten verplaatsen. De nieuwste boerderijen werden met de modernste technieken en architectuur ontworpen en als modelboerderijen opgezet. Na de

Periode 1945-1960 Legenda

Polderiint Geniedijk en forten Agrarische gronden of weilanden Kernen-woongebieden Recreatie Water Schiphol Bedrijventerrein

ANALYSERAPPORT POLDERLINTEN

08 12-2020 -

22

uitbreiding van Schiphol heet het zuidelijke deel van de Sloterweg Rijnlanderweg. De nieuwe nationale Lucht­ haven wordt in 1967 geopend. De kernen Hoofddorp en Nieuw-Vennep hebben in deze tijd langzaam enkele uitbreidingen gekregen. De grootste kernen in deze tijd zijn echter Zwanenburg en Badhoevedorp. Dit is niet enkel het gevolg van de groei van Schiphol maar komt ook door de nabijheid van Amsterdam en de industrie in Halfweg. Ondanks dat de luchthaven in deze periode begint te groeien heeft de polder, en de polderlinten, nog steeds een grotendeels agrarisch karakter.

De aanleg van het nieuwe Schiphol-centrum met een deel van het nieuwe banenstelsel en de verkeerstoren (Bron: Noord-Hollands Archief, 1964)

08 12-2020 -

23

5.5 Periode 1960-2000 Verdere uitbreiding van Schiphol en groeikernen beleid Haarlemmermeerpolder Tussen 1960 en 2000 groeide Schiphol hard met de uitbreiding en aanleg van meerdere landingsbanen. Dit heeft zijn weerslag gehad op de gemeente en op de polderlinten. De Uitwijkboerderijen die eerder door Schiphol werden gebouwd kwamen helaas bij deze latere uitbreidingen van Schiphol weer onder de sloop­ hamer. Het Luchthavenindelingsbesluit (LIB), dat regelt welke gebieden deel van de luchthaven zijn en welke gebieden eromheen beperkingen hebben ten behoeve van veiligheid en geluidsbelastingen, heeft grote delen van de polderlinten eveneens beïnvloed. Veel boerde­ rijen en woningen werden onbewoonbaar verklaard en in de loop der tijd raakten veel boerderijen hun woonen agrarische functie kwijt.

De rijkswegen A4 (Amsterdam - Den Haag), A44 (van A4 naar Den Haag) en A9 (Amsterdam - Alkmaar) wor­ den gerealiseerd en deze ontwikkelen zich tot belang­ rijke doorgaande wegen als onderdeel van het Rijkswe­ gennet. Ook het bestemmingsverkeer maakt gebruik van deze wegen. De bereikbaarheid van de kernen in Haarlemmermeer is altijd een belangrijke ontwikke­ lingsfactor geweest. De linten in de Haarlemmermeer­ polder zijn niet meer de belangrijkste verkeersverbin­ dingen voor "gewoon" verkeer. Voor het agrarische verkeer blijven ze volop in gebruik. Hoofddorp werd in deze tijd aangewezen als groeikern waardoor de kernen een grote groei kenden. Ten slotte heeft de groei van de luchthaven ervoor gezorgd dat er zich steeds meer moderne nationale en internationale

Periode 1960-2000 Legenda

Polderlint ' Geniedijk en forten Agrarische gronden of weilanden Kernen-woongebieden | Kernen-centrum Recreatie Water Schiphol Bedrijventerrein

ANALYSERAPPORT POLDERLINTEN

08 12-2020 -

24

bedrijvigheid in de polder, en langs de polderlinten, vestigde. Noordelijke polders De toename van het inwoneraantal leidde er ook toe dat er recreatiegebieden werden aangelegd. Noord-Holland kreeg in de jaren zestig twee grote recreatiegebieden, namelijk Het Twiske en Recreatie­ gebied Spaarnwoude. Recreatiegebied Spaarnwoude ligt ingeklemd tussen het Noordzeekanaal, Amsterdam, Haarlem en Umuiden. Er werd gestreefd naar een open parklandschap met water, bos en open weiden. Het re­ creatiegebied wordt doorsneden door de Rijksweg A9 (Amstelveen - Alkmaar). Het gebied van Spaarnwoude is 2730 hectare groot.

5.6 Periode 2000 tot 2020 Haarlemmermeerpolder In de periode 2000 tot het heden zijn de kernen en Schiphol hard doorgegroeid. De nabijheid van de luchthaven en grote steden als Amsterdam zorgt ervoor dat de gemeente een aantrekkelijke plek is om te wonen, waardoor er een grote vraag naar woningen is. Dit heeft geresulteerd in nog meer uitbreidingen van woonwijken, bedrijventerreinen en recreatieve gebieden in Haarlemmermeerpolder. In Hoofddorp en Nieuw-Vennep bleven de linten behouden. Ook in de toekomst staan er weer meerdere ontwikkelingen gepland. In deze periode verdween het gehele buurtschap Vinkebrug en Groeneweg, bestaande uit 15 boerderijen

en woningen. Het is afgebroken omdat het onder de Polderbaan kwam te liggen. Ook werd gestart met de aanleg van vrijliggende fiets­ paden langs de polderlinten. Bij de noord-zuid polderlinten betekende dat de aankoop van voortuinen en/of het dempen van voetsloten langs de linten. De grote groei van de metropoolregio heeft ook zijn weerslag op de gemeente, en ook de omlegging van de A9 om Badhoevedorp heen, de realisatie van de Driemerenweg, de verbredingen aan de rijksweg A4, etc. Naast het verbeteren van de doorstroming van door­ gaand verkeer hebben deze infrastructurele elementen ook een functie voor de inwoners van Haarlemmer­ meer. De oorspronkelijke primaire ontsluitingsfunctie van de polderlinten voorheen is hiermee veranderd.

Periode 2000-heden

ANALYSERAPPORT POLDERLINTEN

08 12-2020 -

26

5.7 Conclusie Noordelijke polders In de noordelijke polders wordt de recreatieve functie uitgebreid, door de weilanden worden fietspaden gere­ aliseerd. De nieuwbouwwijk Spaarne Buiten wordt aan de haven gerealiseerd. Recreatiegebied Spaarnwoude wordt ontwikkeld tot Spaarnwoudepark. De havenac­ tiviteiten zijn uitgebreid, waardoor de noordelijke pol­ ders steeds meer een groene enclave worden temidden van stedelijke invloedsferen rijkswegen, havengebied, hoogspanningsmasten en dergelijke.

In zowel de noordelijke polders als de Haarlemmermeerpolder vertellen de polderlinten veel over de ontstaanswijze van de gemeente, maar ook hebben ontwikkelingen in de omgeving hun weerslag op de linten. De verkavelingspatronen in de oude veenpol­ ders, die vooral in de noordelijke polders te vinden zijn, maar ook bij Lisserbroek en Vijfhuizen, vertellen het verhaal van de ontgingen voor de landbouw en later voor de veeteelt. De verkaveling laat zien naar welke rivier, meer of zeearm werd afgewaterd. De lange linten in de droogmakerij Haarlemmermeer verwijzen naarde manier waarop het land voor agrarisch gebruik geschikt werd gemaakt.

08 12-2020 -

27

6. Eigenschappen van de polderlinten De polderlinten hebben verschillende eigen­ schappen die samen de karakteristiek van het polderlint vormen: de weg, wegbeplanting, boer­ derijen, erfbeplanting en doorzichten. De historie en de huidige situatie van deze elementen wor­ den nader toegelicht in dit hoofdstuk.

Type 1: Grindpad in combinatie met paardenpad Rond 1918 bestond het merendeel van de polderlinten uit een grindpad, of een grindpad in combinatie met een paardenpad. Voorbeelden zijn de Uweg en de Spieringweg. In enkele gevallen is er een ventweg langs het polderlint te vinden. Deze veranderd echter niks aan de opbouw van het lint maar ligt er los naast.

6.1 De wegen

Afmetingen • Weg: circa 4 meter • Talud aan weerszijden: circa 4 meter • Water: circa 2 tot 5 meter

Ontwikkeling van de wegen Na de drooglegging werd de Haarlemmermeerpolder opgedeeld in vier afdelingen: Vijfhuizen, Rijk, Beinsdorp en Burgerveen. Deze afdelingen werden allemaal ver­ kaveld in een strikt patroon van hoofdwegen, zijwegen, vaarten en tochten. Omdat er na de drooglegging van het Haarlemmermeer een grote zompige vlakte achter bleef, waren de wegen langs de boerderijen niet meer dan karresporen, vaak blubberig en slecht begaanbaar. De enige verharde wegen waren in de eerste jaren de Hoofdweg en de Kruisweg. Landbouwproducten werden met boten via de vaarten naar de rand van de uitgestrekte polder gebracht. De overige wegen zijn later verhard. In tekeningen van de polderlinten uit de periode 19181922 is enige variatie te zien in de opbouw van het wegprofiel en de materialisering. We kunnen daarbij twee typen onderscheiden:

Type 2: Polderlint in centrum Daar waar het polderlint door het oude centrum van Hoofddorp en Nieuw-Vennep loopt lijkt deze meer op een plein. Het lint wordt vaak begrenst door een plein of heeft zelf een pleinfunctie waar bijvoorbeeld mark­ ten worden gehouden. Voorbeelden zijn de Kruisweg in Hoofddorp en de Venneperweg in Nieuw-Vennep. Het polderlint zelf was een grindpad en had ook een paardenpad. Afmetingen: • Het lint heeft hier geen vaste maat.

in;;

Grindweg in combinatie met paardenpad

r

I ««Ml. < i ««Ml •MMMMHI » am lUHtikkl Ir I Bij de kruising Hoofdvaart en Kruisweg in Hoofddorp is sprake van pleintjes. ANALYSERAPPORT POLDERLINTEN

08 12-2020 -

28

De polderlinten in de noordelijke polders liggen er al veel langer. De Spaarndammerdijk, nu de Inlaagsedijk, werd al voor 1600 genoemd. Dit zijn naar verwachting lange tijd onverharde, smalle linten geweest. Huidige situatie van de wegen De huidige polderlinten kennen verschillende wegcategorieën die elk een andere weerslag hebben op het profiel van het lint. De stroomfunctie, de drukste categorie, komt maar op enkele plekken voor. De ge­

bied ontsluitingsfunctie komt relatief veel voor in het noorden en zuiden van de Haarlemmermeerpolder. In Nieuw-Vennep hebben enkele linten een gebied ont­ sluitende functie binnen de bebouwde kom. Ten slotte zijn de meeste linten een erftoegangsweg wat bete­ kend dat zij vooral dienen om de erven te ontsluiten. In de noordelijke polders zijn de meeste linten een erftoegangsweg. Zijkanaal C Weg heeft een gebiedsontsluitende functie.

Wegcategorieën polderlinten

08 12-2020 -

29

Erftoegangsweg Het merendeel van de polderlinten in de Haarlemmermeerpolder is een erftoegangsweg. Buiten de bebouw­ de kom betekent dit dat er een smalle weg is van circa 5 a 6 meter inclusief fietsstroken aan weerszijden waar 60 kilometer per uur gereden wordt. Erftoegangswegen binnen de bebouwde kom, ook wel woonstraten genoemd, hebben in beginsel geen aparte fietsvoorzieningen, tenzij de de drempelwaarde ten aanzien van verkeersintensiteit wordt overschreden. De snelheid binnen de bebouwde kom is 30 kilometer per uur. De erftoegangsweg is bedoeld om de erven te ontsluiten. Het profiel van dit weg type heeft het meeste weg van het oude, oorspronkelijke profiel van de polderlinten. Ook in de noordelijke polders is het merendeel erf­ toegangsweg, het minimumprofiel van 4.80 meter is vaak smaller en ligt op een dijk. De erftoegangswegen hebben een vrij lage verkeersintensiteit. In de noorde­ lijke polders is dit circa 300-3600 voertuigen en in de Haarlemmermeerpolder circa 400-5600 voertuigen. De hogere aantallen komen vooral voor rond en tussen de kernen Hoofddorpen Nieuw Vennep.

Gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom Veel polderlinten in de Haarlemmermeerpolder en de Zijkanaal C weg in de noordelijke polders hebben een gebiedsontsluitende functie wat zijn weerslag heeft op het profiel. Het betreft een tweebaansweg met een losliggend fietspad. De afstand tussen de weg en het fietspad varieert. Het oorspronkelijke karakter van het lint is hier nog zichtbaar. Zijkanaal C weg is de enige gebiedsontsluitende weg van de noordelijke polders. De verkeersintensiteit is circa 10.000 voertuigen. In de Haarlemmermeerpolder zijn er meer gebiedsontslui­ tende wegen te vinden. De intensiteit ligt tussen circa 6.000 en 20.000 voertuigen. Eisen DIOR Haarlemmermeer Minimaal profiel per rijstrook: Ideaal profiel per rijstrook:

2,90 meter 3,25 - 3,5 meter.

Eisen DIOR Haarlemmermeer tweerichbngsverkeer Minimaal profiel: 4,8 meter Ideaal profiel: 5,8 meter

J 10

7tri

2LSm

Sm

lm

4rïi

Profiel van de Kerkweg

€ I7m

J

&n

im

lm

j

4,Sm

18m

4,Sm

1

5,5*0

7.£m

lm

Profiel Hoofdvaart

7m

4, Sm

6m

Profiel oost-west georiënteerde polderlinten

7.Sm

fm

SbSm

Profiel noord-zuid georiënteerde polderlinten ANALYSERAPPORT POLDERLINTEN

08 12-2020 -

30

In de erftoegangswegen is het oorspronkelijke polderlint nog het best herkenbaar (Bron: Theo Baart)

Gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom In Nieuw-Vennep heeft de Venneperweg ter hoogte van het centrum een gebiedsontsluitende functie. Omdat deze door het centrum loopt mag men hier 30 kilometer per uur rijden en is de inrichting van het lint hierop aangepast. Het oorspronkelijke polderlint profiel is gewijzigd. De weg is uiteen getrokken waarna in het midden een openbare functie is gerealiseerd. Het oor­ spronkelijke profiel is nauwelijks te herkennen.

L Stroomweg Een groot gedeelte van de Kruisweg (nu de N196 en N201 aan de westzijde) is een polderlint in Haarlem­ mermeer dat een stroomfunctie heeft en waar het his­ torische wegprofiel niet meer terug te zien is. De N196 bestaat uit vijf tot zes rijstroken en over het algemeen mag hier 80 kilometer per uur gereden worden. Alleen in de Haarlemmermeerpolder zijn stroomwegen te vinden, namelijk een groot deel van de Kruisweg en de Schipholweg. De N196, oftewel de Kruisweg, heeft een verkeersintensiteit van circa 28.000 en 46.000 voertui­ gen.

Het oorspronkelijke polderlint is in de Kruisweg niet meer terug te zien

Eisen • De rijbanen voor beide richtingen worden ge­ scheiden. De rijbanen bestaan vaak uit meerdere rijstroken.

L

08 12-2020 -

31

Gebruiksfunctie ontsluiting voor agrarisch verkeer Het merendeel van de wegen heeft een betekenis voor het agrarisch verkeer. Het uitgangspunt van de mobiliteitsvisie (2018) voor het landbouwverkeer is dat het oude netwerk aan polderwegen zoveel mogelijk ge­ schikt blijft voor landbouwverkeer. Dat betekent dat we ook bij de inrichting van deze wegen rekening houden met de aanwezigheid van landbouwverkeer, bijvoor­ beeld bij de keuze van het toepassen van snelheidsrem­ mers. Landbouwverkeer maakt zo veel mogelijk gebruik van wegen buiten de kernen die geen stroomfunctie hebben.

Voor de agrarische sector is het van belang dat er bij veranderingen in de ruimtelijke structuur geen nieu­ we knelpunten voor landbouwverkeer ontstaan. De noord-zuid verbindingen zijn van belang voor het in stand houden van de relatie tussen het noordelijk en het zuidelijk agrarisch kerngebied van Haarlemmer­ meer. De Rijnlanderweg speelt hierbij een hoofdrol als hoofdverbindingsweg tussen de twee agrarische kern­ gebieden. De oost-west verbindingen zijn van belang voor de onderlinge relaties en voor het bereiken van gelieerde bedrijven aan de rand van (of buiten) Haar­ lemmermeer.

Polderlinten met agrarisch verkeer Bron: Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer, 2018

Legenda r Onderzoek mogelijkheden nieuwe agrarische route Verbindingsweg agrarisch verkeer Agrarisch gebied Stedelijk gebied

▲

4km

ANALYSERAPPORT POLDERLINTEN

08 12-2020 -

32

Gebruiksfunctie ontsluiting voor recreatief ver­ keer Als onderdeel van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) is de gemeente Haarlemmermeer ook een logi­ sche bestemming voor regionale recreanten en toeris­ tische gasten. Omgekeerd zal een deel van de Haarlemmermeerse bevolking haar vertier zo nu en dan buiten onze gemeente, in de regio zoeken. We zorgen er daarom samen met onze MRA-partners voor dat het aanbod van Haarlemmermeer en van het omringende gebied goed op elkaar is afgestemd en goed met elkaar is verbonden. Dit doen we onder andere door aan te sluiten bij de vernieuwde en verlengde scheggen van

Amsterdam. In het noorden de Brettenzone waar de ver­ bindingen met Spaarndam en Haarlemmermeer-noord versterkt worden en aan de oostzijde met de Westeinderscheg. Dit is een regionale uitbreiding van de Am­ sterdamse bos scheg via de Bovenlanden Aalsmeer en onze Ringdijk en Ringvaart naar de Westeinder. Aan de westzijde van onze gemeente zijn verbindingen met de bollenstreek en de binnenduinrand belangrijk. Verbin­ dingen, zowel recreatief als landschappelijk, met deze regionale structuren zijn van grote meerwaarde voor de beleving en toegankelijkheid van de gemeente Haarlem-

Relatie polderlinten en groengebieden Legenda Polderlint Openbaar groengebied Semi-openbaar groengebied Niet openbaar groengebied

A

4km

I—■—I—i—I——4

08 12-2020 -

33

mermeer en onze omgeving (Nota Naar Buiten - Landschap en Recreatie 2020, concept). Aan de basis van een uitdagende vrijetijdsomgeving staat een goede ontsluiting, toegankelijkheid en recreatieve dooradering vanaf de voor- of achterdeur de wijk in, door de woonplaatsen, de bedrijventerrei­ nen, het agrarisch buitengebied in en vervolgens naar omringende gemeenten. Dat alles in een afwisselend en daarmee aantrekkelijk landschap van akkers, tiny forests, grotere groengebieden en de paden, linten, de Ringvaart, de polder en het veenweidegebied.

Recreatief fietsnetwerk omgeving polderlinten Legenda Vrijliggend fietspad Fietsstrook langs een rijbaan Gepland fietspad Polderlint

▲

4km

ANALYSERAPPORT POLDERLINTEN

08 12-2020 -

34

Daar is een goed fietsnetwerk voor nodig waar ook de polderlinten een belangrijk onderdeel vanuit (kunnen gaan) maken. In de kaarten worden duidelijk hoe de polderlinten in het fietsnetwerk liggen. In de daarop volgende kaart is aangegeven welke polderlinten reeds van een vrijliggende fietspad of fietsstrook zijn voor­ zien.

Recreatief fietsnetwerk langs de polderlinten Legenda Vrijliggend fietspad Fietsstrook langs een rijbaan Gepland fietspad

'

)

Polderlint zonder fietsbestemming

▲ 4km

08 12-2020 -

35

Op de drukst bereden routes willen wij snelfietsroutes realiseren (mobiliteitsvisie, 2018). Vaak zijn dit rou­ tes die de grote woon- en werkgebieden met elkaar verbinden, maar ook binnenstedelijk zijn er verbindin­ gen waar grote aantallen fietsers gebruik van maken bijvoorbeeld op de routes naar (middelbare) scholen. Ook op deze routes willen wij snelfietsroutes realise­ ren. Tussen de kernen zijn snelfietsroutes ruim opgezet zodat er comfortabel, veilig en snel gefietst kan wor­ den. In de Haarlemmermeerpolder komen deze routes o.a. langs de Kruisweg en de Schipholweg.

Snelfietsroutes Legenda

Snelfietsroute Polderlint

A

4km

i—i—•—i—i—i

ANALYSERAPPORT POLDERLINTEN

08 12-2020 -

36

Kruisingen met polderlinten De polderlinten maken deel uit van een groter netwerk aan lineaire lijnen in het landschap van de Haarlemmermeerpolder. Van oudsher kruisen de linten elkaar en sluiten aan op de Ringdijk. In de noordelijke polders zijn de polderlinten de dijken die voorheen bescher­ ming boden tegen het omringende water. Ook deze polderlinten zorgen voor een netwerk van, veelal gebo­ gen, lijnen die op elkaar aansluiten. In deze paragraaf wordt aangegeven welk type aansluitingen / kruisingen er zijn en wat de invloeden op de linten zijn.

Kruisingen polderlinten Legenda O

Kruising Ringdijk

O

Kruising Stelling van Amsterdam

O

Kruising Hoofdvaart

o

Kruising rijksweg

o

Kruising provinciale weg

o

Kruising overig wegtype Polderlint Ringdijk Stelling van Amsterdam Hoofdvaart

08 12-2020 -

37

Kruisingen met de Hoofdvaart De dwarswegen kruisen allen de Hoofdvaart, deze plek­ ken zijn veelal met bijzondere aandacht vormgegeven. Aangezien aan beide zijden van de Hoofdvaart een weg aanwezig is, zijn dit alle dubbele kruisingen. De krui­ singen met de Hoofdvaart van de lokale wegen vinden plaats op maaiveldniveau. De meeste kruisingen met de Hoofdvaart liggen in Hoofddorp en Nieuw-Vennep.

Kruisingen met Stelling van Amsterdam Rondom Amsterdam ligt de Stelling van Amsterdam, een verdedigingsring van 46 forten, batterijen en veel dijken en sluizen. De Geniedijk, aangelegd tussen 1888 en 1903 met een lengte van 12 kilometer maakt deel uit van deze stelling. Ook fort Penningsveer en het fort aan de Liedeweg zijn onderdeel van de Stelling van Amsterdam, die sinds 1996 op de lijst staat van UNES­ CO werelderfgoed. Aangezien de Stelling dwars door de Haarlemmermeerpolder loopt van oost naar west, kruisen alle lengtewegen de Geniedijk. Vanaf de plek waar het polderlint de Stelling raakt, zowel in de Haar­ lemmermeerpolder als nabij Penningsveer is de Stelling ervaarbaar als een dijklichaam met op sommige loca­ ties (zoals bij Penningveer, Hoofddorp en Vijfhuizen) zicht op het fort.

ANALYSERAPPORT POLDERLINTEN

08 12-2020 -

38

Aansluiting op de Ringdijk Langs de Ringvaart en Ringdijk vestigden zich de eerste bewoners, vooral bij de overgangen naar het oude land. Veel beroepen en bedrijven langs de dijk hebben van oudsher ook een sterke band met het water. Deze band is door de opkomst van het wegverkeer veran­ derd, maar is nog steeds aanwezig. De band met het water wordt ook sterker door de groeiende recreatieve betekenis van water, waterwegen en waterrecreatie. De Ringdijk maakt deel uit van het recreatieve raam­ werk van de gemeente en vormt de verbinding tussen de Haarlemmermeerpolder en de gebieden buiten de droogmakerij. Het maaiveld van de polder bevindt zich op zo'n 3 tot 5,5 meter onder NAP, dit betekent dat vanaf de polderlinten dit hoogteverschil moet worden overbrugd. De aansluitingen van het lint naar de dijk zijn vormgegeven met een flauwe bocht om de helling te kunnen nemen.

% Eüig*?»

^ Le)mul*3«rt-mg

.Yetefingt/iug

Kruisingen met hoofdinfrastructuur De Rijksweg A4 heeft dezelfde richting als de lengtewegen in de Haarlemmermeerpolder. Alle dwarswegen kruisen de rijksweg A4 boven maaiveldniveau. Rijdende op de dwarsweg rijdt je over de A4 heen. De taluds van de rijksweg bij de viaducten zijn voorzien van beplantingen. De kruisingen met de Driemerenweg zijn uitgevoerd als gelijkvloerse kruisingen met stoplich­ ten. Bij de kruisingen met de A9 liggen de polderlinten op maaiveldniveau, de weg gaat eroverheen. Bij het Rottepolderplein wordt de Uweg door het verkeersknoppunt geleid. In het beeld is de hoofdinfrastructuur overheersend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=6daf8e15-6d5d-48f5-963d-2950644e5747