ECE_Haarlemmermeer_Report_2023_R05-sept2023
Tekst van het document
Om dergelijke experimentele omgevingen via infrastructuur en beleidsmaatregelen te faciliteren, is het noodzakelijk om de huidige trends en kansen in innovatieecosystem goed in beeld te brengen en te begrijpen; dit onderzoek helpt daarbij. In de literatuur wordt deze vorm van faciliteren vaak ‘strategisch nichebeheer’ genoemd (Schot & Geels, 2007). Enkele overheersende technologische en maatschappelijke trends zijn digitalisering, duurzaamheid, en diversiteit en inclusie.
2.3 Vestigingsklimaten in tijden van transitie In dit deelhoofdstuk wordt ingegaan op de belangrijkste macro-ontwikkelingen die spelen in vrijwel alle sectoren. Er wordt ingezoomd op de thema’s 2.3.1. Digitalisering & automatisering; 2.3.2. Duurzaamheid; 2.3.3. Diversiteit en inclusie; Onze samenleving heeft op dit moment te kampen met een aantal grote uitdagingen die enkel gezamenlijk opgelost kunnen worden. Zoals in deelhoofdstuk 2.1 gesteld, heeft een goed functionerend vestigingsklimaatecosysteem onder andere een rol bij het stimuleren van het vinden van nieuwe oplossingen voor urgente sociaalmaatschappelijke problemen. De literatuur leert ons dat snelgroeiende bedrijven een belangrijke rol hierin spelen. Naast de gezamenlijke uitdagingen zijn er ook een aantal macro-trends die een grote, transformatieve impact hebben op het bedrijfsleven. Aangezien niemand de toekomst kent, is het het belangrijkst om allereerst te stellen dat grote voorzichtigheid in acht moet worden
10
11
Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). (2022). Circulaire Economie. https://themasites.pbl.nl/o/circulaireeconomie/#:~:text=Een%20circulaire%20economie%20is%20 gericht,toenemende%20welvaart%20in%20de%20were
Erasmus Centre for Entrepreneurship | Gemeente Haarlemmermeer
Erasmus Centre for Entrepreneurship heeft onlangs, in samenwerking met DRIFT, onderzoek gedaan naar het maritieme ondernemers- en innovatie-ecosysteem van de provincie ZuidHolland vanuit een transitieperspectief. Vind hier het rapport inclusief de regionale aanbevelingen voor off-shore wind, (groene) waterstof en circulariteit.
24
25
26
Theoretisch kader
2
2.3.1. Digitalisering Uitgaande van de technologische ontwikkelingen op gebied van digitalisering en automatisering, spelen de opkomende technologieën zoals het Internet of Things (IoT), blockchain en kunstmatige intelligentie, maar ook meer gevestigde en wijdverspreide technologieën zoals sociale media, mobile computing, advanced analytics en cloud computing (SMAC) een belangrijke rol in het bedrijfsleven en de samenleving (Fitzgerald et al., 2014; Gartner, 2017; Schoeman & Moore, 2019). Hoewel ‘digitisering’ de technische aspecten van digitale transformatie omvat, worden de processen en sociale fenomenen die gepaard gaan met het gebruik van digitale technologieën op individueel, organisatorisch en maatschappelijk niveau, meestal aangeduid als ‘digitalisering’ (Legner et al., 2017). In de afgelopen jaren hebben steeds meer bedrijven technologische vooruitgang in hun producten en processen opgenomen door op software gebaseerde elementen te adopteren. Terwijl digitalisering in het verleden alleen een zaak was van de IT-afdeling van een bedrijf breiden de gevolgen ervan zich nu uit naar alle takken van de industrie en de producten en diensten zelf. Slimme apparaten en mobiele toepassingen hebben de technologische ontwikkelingen versneld.
Digitale transformatie verwijst echter niet alleen naar de technische innovaties, maar ook naar de “ongekende snelheid van verandering en de mate van verbondenheid, die ook de dominante rol van de klanten en de convergentie van de fysieke en de digitale wereld vergemakkelijkt” (Urbach, 2021: p.3). Daarom is het belangrijk dat onderzoek het belang onderstreept van de relatieve technologische infrastructuren en beleidsmaatregelen die de “aantrekkelijkheid” van een locatie voor bedrijfsmigratie uitmaken. 2.3.2 Duurzaamheid Duurzaamheid kan worden gedefinieerd als de “evenwichtige integratie van economische prestaties,
2.3.3. Diversiteit en inclusie
sociale inclusiviteit en ecologische veerkracht, ten voordele van de huidige en toekomstige generaties” (Geissdoerfer et al., 2017, p.766). Duurzaamheid is steeds meer op de agenda komen te staan en overheden zijn actief bezig met regelgeving en het opstellen van wetten in de richting van duurzame ontwikkeling. Zowel door regelgevende krachten als uit eigen initiatief worden bedrijven zich geleidelijk meer bewust en proactief als het gaat om de milieugevolgen van hun praktijken door het aannemen van een milieuduurzaamheidsoriëntatie (Eng. environmental sustainability orientation (ESO)) (Quan, Wu, Li, & Ying, 2018). ESO weerspiegelt “de algemene proactieve strategische houding van bedrijven ten aanzien van de integratie van milieuoverwegingen en -praktijken in hun strategische, tactische en operationele activiteiten” (Roxas & Coetzer, 2012, p. 464; York, O’Neil, & Sarasvathy, 2016).
De brede emancipatoire ontwikkelingen in de maatschappij hebben ook hun uitwerking op de werkomgeving. Een van de belangrijkste vraagstukken van dit moment is kan weg diversiteit op de werkvloer. Tegenwoordig nemen individuen meer dan ooit hun persoonlijke identiteit (bijvoorbeeld gender, leeftijd, ethnische en culturele achtergrond, mentale en fysieke beperkingen) mee naar de werkplek (Robinson, Van Esch, & Bilimoria, 2017). Voor organisaties is het een uitdaging om het potentieel van een gediversifieerd personeelsbestand optimaal te benutten en zelfs verdergaande inclusieve praktijken toe te passen. Recent onderzoek wijst op de behoefte aan diversiteit en inclusie (D&I) programma’s die veel dieper gaan dan traditionele training (de Aquino et al., 2018).12 Onderzoek toont aan dat investeren in D&I zich ook uitbetaalt in de financiële bedrijfsresultaten (zie o.a. McKinsey, 2015).
Hoewel ESO tot voor kort nog niet zo veel voorkwam in het beleid, de verdienmodellen en de strategische plannen van bedrijven, is het onderzoek op dit gebied sterk toegenomen. Ook al ervaren bedrijven een grotere 'incentive’ (NLs. prikkel) om hun milieuduurzaamheidsbeleid aan te passen met het oog op het streven naar reputatie en een "groenere" positionering in de markt, waardoor de perceptie van de consument tegenover hun merken verbeterd wordt, blijft dit grotendeels losgekoppeld van de feitelijke markt (Neutzling et al., 2018). Daarnaast is geconstateerd dat bedrijven ook gemotiveerd zijn om te investeren in duurzaamheid-gerelateerde initiatieven om beschikbare subsidieregelingen en belastingvoordelen te verzilveren (Amankwah-Amoah et al., 2019). Met name in Nederland is er, volgens het Dialogic-rapport (2021), een uitstekende infrastructuur voor de ondersteuning en facilitering van groene initiatieven en een goede positionering in de markt. Echter, zoals in de arbeidseconomie in het algemeen wordt geconstateerd, heeft het tekort aan menselijk kapitaal een negatieve invloed op de vooruitzichten van dergelijke initiatieven.
Hoewel D&I op de werkvloer al een prominente plaats inneemt in de management- en bedrijfsliteratuur is er nog sprake van "gebrekkige integratie in de mainstream van organisatieparticipatie en leiderschap" (Combs et al., 2019: p.278). Er lijkt een kloof te bestaan tussen academisch onderzoek en de D&I-praktijken in het bedrijfsleven. Beleidsaanbevelingen en discussies over diversiteit en inclusie kunnen de betrokkenheid van organisaties met D&I-strategieën en overige lokale stakeholders verbeteren. D&I-gerichtheid en stellingname in de maatschappelijke discussie kan een middel zijn voor startups om hun merkpositie en hun positie op de markt te versterken.
12
Deze programma’s pakken onbewuste vooroordelen aan en ontmaskeren de dynamische en complexe aard van diversiteit, begrijpen de perspectieven van verschillende belanghebbenden en ontwikkelen geschikte processen voor elke organisatie (De Aquino et al., 2018).
Erasmus Centre for Entrepreneurship | Gemeente Haarlemmermeer
26
27
Erasmus Centre for Entrepreneurship | Gemeente Haarlemmermeer
Het vestigingsklimaatecosysteem voor de zes groeisectoren
28
28
3 | Het vestigingsklimaatecosysteem voor de zes groeisectoren In dit hoofdstuk wordt een eerste beeld geschetst van het vestigingsklimaatecosysteem in de gemeente Haarlemmermeer. Dit gebeurt aan de hand van een data-analyse in combinatie met analyses van de vestigingsklimaatenquête (3.1) en de survey omtrent het vestigingsklimaatecosysteem (3.2). In hoofdstuk 4 wordt verder ingegaan op het vestigingsklimaatecosysteem voor de verschillende focussectoren. De gemeente Haarlemmermeer kenmerkt zich door een uitzonderlijke economische positie met ongeveer een gelijk aantal banen (154.918 in 2022) als inwoners (162.352 in 2022) (BIR gemeente Haarlemmermeer, 2023). De laatste jaren groeit het aantal inwoners harder dan het aantal banen. In 2022 zijn er per 1.000 inwoners 954 banen; in het jaar daarvoor waren dat er nog 1.302, bijna het dubbele van het Nederlandse gemiddelde (686). De gemeente Haarlemmermeer telt 26.198 bedrijfsvestigingen per 1 januari 2023 (KvK Regiodata, 2023) - volgens eigen data (Gemeente Haarlemmermeer, BIR) ligt dit aantal iets lager met 18.255 actieve ondernemingen. De gemeente scoort met 1.643 bedrijfsvestigingen per 10.000 inwoners ruim boven het Nederlandse gemiddelde (1.374). Het relatieve aantal bedrijfsvestigingen is, ondanks COVID-19, flink doorgegroeid tussen januari 2020 en januari 2023.
Van deze bedrijven valt 16.116 te kwalificeren als ZZP-ers, met 1.010 ZZP-ers per 10.000 inwoners wederom boven het nationale gemiddelde (920). In 2022 zijn er in de gemeente 1.636 nieuwe bedrijven gestart (6,5%) en 1.322 bedrijven hebben hun bedrijfsactiviteiten gestaakt, waarvan 41 faillissementen – dit is ongeveer in lijn met het nationale gemiddelde. Kortom, de gemeente Haarlemmermeer heeft een grote, sterke en dynamische economie. De grootste sectoren qua bedrijfsvestigingen, absoluut gezien, zijn de Specialistische Zakelijke Diensten en de Handel (CBS, 2022). Op gepaste afstand volgen de Bouwnijverheid, Financiële Dienstverlening, Gezondheids- en Welzijnszorg en Verhuur en overige zakelijke dienstverlening. Informatie en
Communicatie en Vervoer en opslag volgen op plek 7 en 8. In vergelijking met Nederland in het algemeen scoort de gemeente Haarlemmermeer ver boven het gemiddelde voor Vervoer en Opslag, zowel qua banen als vestigingen, en de overige zakelijke dienstverlening. Op een derde en vierde plaats volgen de Groot- en detailhandel en de Energiesector.13 Anderzijds is de zorg, onderwijs en overige dienstverlening relatief minder vertegenwoordigd in de gemeente. Als gekeken wordt naar het aantal banen springen er drie sectoren uit: Vervoer en opslag, Verhuur en overige zakelijke dienstverlening en Handel (CBS, 2022). Deze drie sectoren bieden samen 58% van de totale banen (bijna 100 duizend banen). Specialistische zakelijke dienstverlening en industrie complementeren de top-5. Informatie en communicatie is een relatief kleine sector, met ongeveer zevenduizend banen (4% van het totaal). De sectoren Waterbedrijven en afvalbeheer en Energievoorziening creëren zelfs minder dan duizend banen. In vergelijking tot Nederland als geheel springt, qua werkgelegenheid, met name de sector Vervoer en opslag eruit (+20%). De sectoren Verhuur en overige zakelijke dienstverlening (+5%) en Informatie en communicatie (+1%) zijn ook relatief groter dan in de rest van Nederland. Opmerkelijk, de relatieve werkgelegenheid in de sector Gezondheidsen welzijnszorg is fors lager dan het nationale gemiddelde (-12%).
3.1 Het eerste beeld van het vestigingsklimaatecosysteem De algehele beoordeling van het vestigingsklimaat door het gevestigde bedrijfsleven, in de zogeheten bedrijfsenquête (N= 204) uitgezet door de gemeente Haarlemmermeer, is (ruim) voldoende.14 Meer dan een kwart van alle bedrijven beoordeelt het vestigingsklimaat als ‘goed’ (27,45%). Nog eens een kwart van de Haarlemmermeerse bedrijven geeft de gemeente een ruime voldoende (23%). Vier op de tien bedrijven (42,2%) geeft de gemeente een ‘voldoende’. Slechts vijftien ondernemers (7,35%) geven de gemeente
13 De zakelijke dienstverlening zit met 445,7 vestigingen per 10.000 inwoners ruim boven het nationale gemiddelde van 347,3. De groothandel zit met 120,4 het nationale gemiddelde van 67,9. ICT en Media 109,1 t.o.v. 75,9. 14
Bij interpretatie van deze enquête is het belangrijk om rekening te houden met een mogelijke ‘responsbias’, aangezien deze niet anoniem en onafhankelijk is opgezet. De ondernemers/bedrijven die deze enquête hebben ingevuld, wisten vooraf dat de gemeente direct inzicht zou krijgen in hun antwoorden.
29
30
Het vestigingsklimaatecosysteem in de gemeente Haarlemmermeer
3
Haarlemmermeer een negatieve beoordeling; van deze groep beoordelen tien ondernemers het vestigingsklimaat met een onvoldoende (4,9%) en vijf met een ‘slecht’ (2,45%). De overgrote meerderheid van het bedrijfsleven geeft bovendien aan dat COVID-19 geen invloed heeft gehad op deze beoordeling. Een gelijk percentage geeft bovendien aan dat COVID-19 geen invloed heeft gehad op de vestigingsbeslissing – dat wil zeggen, blijven of vertrekken. Ongeveer 15% van het bedrijfsleven noemt dat ze herhuisvesting overwegen. Toch is slechts een handjevol bedrijven concreet op zoek naar extra of nieuwe bedrijfsruimte; in lijn met de wetenschappelijke literatuur gaat het om zo’n drie procent van de bedrijven, waarvan de helft op zoek is buiten de gemeente. Voor het gevestigde bedrijfsleven is de belangrijkste factor bij het vestigingsklimaat de aanwezigheid van andere bedrijven (36,3%). Andere factoren die vaak worden genoemd zijn gunstige grond- en huurprijzen (33,8%), de aanwezigheid van voorzieningen (33,3%) en ruimte (32,4%). Opmerkelijk is dat, op basis van deze survey, de nabijheid van Schiphol voor slechts 16,2% van de ondernemers direct van belang is; vermoedelijk heeft dit te maken met het type ondernemers (relatief veel ZZP en micorMKB) en het verschil tussen direct (in logistieke keten) en indirect (locatie) belang, hierover later meer.
De beschikbaarheid van ruimte is een twistpunt onder ondernemers; 46% van de ondernemers beoordeelt dit als voldoende en ruim voldoende, terwijl anderzijds ook 46% dit als onvoldoende of zelfs slecht beschouwt. Het gevestigde bedrijfsleven in de gemeente Haarlemmermeer heeft een diverse oriëntatie als het gaat om de locatie van klanten. Zo’n één op de drie bedrijven bedient de nationale markt, iets meer dan een kwart hoofdzakelijke de lokale markt, een vijfde de regio Amsterdam en de regio Leiden en Bollenstreek. Een vijfde van het Haarlemmermeerse bedrijven bedient de internationale markt; waarvan de helft binnen Europa en de andere helft een mondiale speler is. Als ZZP’ers buiten beschouwing worden gelaten, blijven de verhoudingen grotendeels gelijk – gemeente (29%),
in welke gemeente u uw bedrijf zou vestigen: Hoe belangrijk zijn de volgende factoren voor uw besluit? D.w.z. hoe belangrijk acht u deze factoren voor het duurzame groeisucces van uw onderneming? Vervolgens wordt, per element, gevraagd hoe de ondernemer deze factor (op dit moment) beoordeelt in de gemeente Haarlemmermeer. Respondenten beoordelen deze factoren op een schaal van 1 tot 5, waar 5 staat voor zeer belangrijk/zeer goed en 1 voor zeer onbelangrijk/zeer matig. In dit sub-hoofdstuk wordt allereerst gekeken naar het algehele beeld van het vestigingsklimaatecosysteem, per element. Vervolgens worden, volgens lokale ondernemers, de belangrijkste sub-elementen besproken.
nationaal (36%) en Europa (7%). De grote verschuiving zit in de afname van het het aandeel regionale klanten (9% MRA; geen Leiden en Bollenstreek) ten faveure van een wereldwijde oriëntatie (20%) Regio Leiden en Bollenstreek
Europa
2% Wereldwijd
Nationaal
10% 10%
34%
Voor de ondernemers en C-levels zijn er drie elementen in het algemeen van groot belang als het gaat om vestigingsklimaatecosysteem voor hun onderneming: 1) De geografische en infrastructurele locatiefactoren; 2) De institutionele context; en 3) De toegang tot talent.
17% Regio Amsterdam
27%
Voor ondernemers en C-levels spelen de 7) De toegang tot kapitaal; 6) De aanwezigheid van gerelateerde en ondersteunende industrieën; en 5) De toegang tot markt een kleinere rol. De geografische en infrastructurele locatiefactoren worden gezien als het sterkste punt van het vestigingsklimaatecosysteem in de gemeente Haarlemmermeer. Op afstand volgen de toegang tot gerelateerde en ondersteunende industrieën en de toegang tot talent. Het vestigingsklimaat scoort onvoldoendes als het gaat om de toegang tot kapitaal en de institutionele context. De gemiddelde score van de elementen ligt voor zowel het belang als de beoordeling op een 3,08. Wat duidelijk uit deze survey naar voren komt, is dat de locatiefactoren verreweg het zwaarst wegen – zowel als het gaat om het belang als de beoordeling. Het vestigingsklimaat in de gemeente Haarlemmermeer
Tabel 3.2.1 - Beoordeling vestigingsklimaatecosysteemelementen Gemeente Haarlemmermeer
3.2 De strategische waarde vestigingsklimaatecosysteem
van
het
Om het eerder geïntroduceerde strategische waardevraagstuk, tussen het bedrijfsleven en het vestigingsklimaatecosysteem, verder in kaart te brengen, hebben zo’n dertig ondernemers en C-level managers (N=29) een additionele vestigingsklimaatecosysteemsurvey volledig ingevuld – deze survey is digitaal afgenomen in aanvulling op de hierboven genoemde enquête uitgezet door de gemeente Haarlemmermeer. In deze survey wordt, in lijn met het strategische waardevraagstuk, onderscheid gemaakt tussen het belang van een bepaald element voor de bedrijfsvestiging en de beoordeling van dat specifieke element in de gemeente Haarlemmermeer. Aan de respondenten is, in de eerste plaats, gevraagd: Stel dat u (opnieuw) een keuze zou moeten maken
Vestigingsklimaatecosysteemelement*
Belang Beoordeling Verschil (gemiddelde) (gemiddelde)
Belang (ranking)
Beoordeling (ranking)
Geografische locatiefactoren
3,63
3,64
0,01
1
1
Institutionele context
3,62
2,97
-0,66
2
6
Toegang tot talent
3,50
3,07
-0,43
3
3
Culturele context
2,97
3,00
0,03
4
5
Toegang tot markt
2,86
3,07
0,20
5
4
Toegang tot ondersteunende & gerelateerde industrieën
2,69
3,13
0,44
6
2
Toegang tot kapitaal
2,28
2,71
0,42
7
7
*Aan de respondenten is gevraagd om voor in totaal 24 vestigingsklimaatecosysteemfactoren een score van 1 tot 5 geven voor het belang en de waardering van dat element in de Haarlemmermeer. Deze factoren vallen terug te leiden tot de 7 vestigingsklimaatecosysteemelementen. De weergeven scores zijn tot stand gekomen door een gemiddelde score te bereken.Bron: Erasmus Centre for Entrepreneurship, (2023). Vestigingsklimaatecosysteemsurvey."
Erasmus Centre for Entrepreneurship | Gemeente Haarlemmermeer
30
31
32
Tabel 3.2.2 - Overzicht getoetste ecosysteemfactoren per ecosysteemelement
Het vestigingsklimaatecosysteem in de gemeente Haarlemmermeer
3
scoort ondermaats als het gaat om instituties, de rol van de overheid, en talent. Het vestigingsklimaat doet het beter als het gaat om ondersteunende en gerelateerde industrieën, kapitaal en markt. De situatie is in balans als het gaat om ondernemerscultuur en locatiefactoren.
Ecosysteemelement - Toegang tot:
Vestigingsklimaatecosysteemfactor
Talent
Opleidingsniveau & skills van beroepsbevolking
Talent ondernemerschap. Talent
Beschikbaarheid van personeel De nabijheid van onderwijsinstellingen (middelbaar en hoger onderwijs)
Talent
Het woon-werkklimaat (voorzieningen, groen, sociaal-culturele leven, luchtkwaliteit, mate van geluidsoverlast)
Markt
De aanwezigheid van lokale concurrentie
Sub-factoren van het vestigingsklimaatecosysteem
Markt
Nabijheid van lokale en nationale klanten
Markt
Nabijheid van internationale klanten
De belangrijkste factoren als het gaat om het vestigingsklimaatecosysteem zijn:
Markt
Nabijheid van stakeholders in uw waarde-/productieketen
Markt
De aanwezigheid van 'leader firms'
Kapitaal
Nabijheid van investeerders en financiële markten
Kapitaal
Verschillende soorten investeerders (early seeds, venture capital, private equity, etc.)
Kapitaal
De lokale 'grants' en subsidies voor (innovatief) ondernemerschap
Kapitaal
De nabijheid van aandeelhouders
Ondersteunende en gerelateerde industrieën
De nabijheid van gespecialiseerde zakelijke dienstverleners en opleiders voor het MKB en grootbedrijf; Incubators, acceleratos en managementdiensten voor startups
Ondersteunende en gerelateerde industrieën
De nabijheid van gespecialiseerde ICT-dienstverleners
Ondersteunende en gerelateerde industrieën
De nabijheid van gespecialiseerde logistieke bedrijven
Ondersteunende en gerelateerde industrieën
De mate van verbondenheid van het (lokale) bedrijfsleven in netwerkorganisaties
Cultuur
Een sterke (lokale) ondernemerscultuur
Locatiefactoren
Beschikbaarheid van geschikte bedrijfsruimte (voor groei)
Locatiefactoren
De nabijheid van Schiphol
Locatiefactoren
De bereikbaarheid via het spoornetwerk
Locatiefactoren
De bereikbaarheid via het weg- en waternetwerk
Locatiefactoren
Digitale infrastructuur en connectiviteit (informatie en communicatietechnieken: internet, telefonie, etc.)
Instituties
Een gunstig lokaal ondernemersklimaat m.b.t. lokale wet- en regelgeving en belastingen
1) Digitale infrastructuur en connectiviteit; 2) De bereikbaarheid via het weg- en waternetwerk; 3) De beschikbaarheid van personeel; 4) Beschikbaarheid van geschikte bedrijfsruimte; en 5) Een gunstig lokaal ondernemersklimaat. Het vestigingsklimaatecosysteem in de gemeente Haarlemmermeer wordt het best beoordeeld op: 1) De nabijheid van Schiphol; 2) Digitale infrastructuur en connectiviteit; 3) De bereikbaarheid via het weg- en waternetwerk; 4) De bereikbaarheid via het spoornetwerk; 5) Het opleidingsniveau & skills van de beroepsbevolking. Het vestigingsklimaatecosysteem in Haarlemmermeer scoort bovengemiddeld op: 1) De nabijheid van Schiphol; 2) De nabijheid van aandeelhouders; 3) De nabijheid van gespecialiseerde logistieke bedrijven; 4) De nabijheid van investeerders en financiële markten; 5) De aanwezigheid van lokale concurrentie. De grootste uitdagingen zijn te vinden op de volgende gebieden: 1) Beschikbaarheid van personeel; 2) Het woon-werkklimaat; 3) Een gunstig lokaal ondernemersklimaat; 4) Beschikbaarheid van geschikte bedrijfsruimte; 5) De lokale 'grants' en subsidies voor (innovatief)
Erasmus Centre for Entrepreneurship | Gemeente Haarlemmermeer
32
33
Het estigingsklimaatecosysteem voor de zes focussectoren
34
Erasmus Centre for Entrepreneurship | Gemeente Haarlemmermeer
34
4 | Het vestigingsklimaatecosysteem voor de zes focussectoren In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vestigingsklimaatecosysteem voor de zes focussectoren, zoals gezien door het gevestigde bedrijfsleven. De theoretische factoren en uitkomsten van de surveys zijn getoetst in de afgenomen interviews. Het beeld van de focussectoren is gebaseerd op een analyse van de afgenomen interviews, de beschikbaar gestelde data, de bedrijfsenquête en de vestigingsklimaatsurvey. In dit hoofdstuk wordt ingezoomd op het vestigingsklimaat voor de zes focussectoren. In de eerste plaats wordt een algemeen karakter van de sector gegeven aan de hand van data-onderzoek. De gebruikte bronnen betreffen de gemeentelijke databases van het Centraal Bureau voor Statistiek, het BIR-bedrijvenregister van de gemeente Haarlemmermeer, en bedrijfsdatabases Dealroom en Orbis. In de tweede plaats wordt het vestigingsklimaat geanalyseerd op basis van de bedrijfsenquête van de gemeente Haarlemmermeer, en de afgenomen interviews met ondernemers en C-level managers. Tot slot wordt op basis van het bovenstaande een korte reflectie gegeven op het vestigingsklimaat.
4.1. Het vestigingsklimaatecosysteem voor de Informatie- en Communicatietechniek Bij software gaan kosten voor de baten uit. Bootstrappen is daarom niet te doen. Als IT-bedrijf heb je nul onderpand dus word je uitgelachen door de bank.
Hoewel de ICT-sector erg divers is, zijn er drie sub-sectoren die er uitspringen in de gemeente Haarlemmermeer: 1) Het ontwikkelen, produceren en uitgeven van software; 2) Advisering op het gebied van informatietechnologie; 3) Overige dienstverlenende activiteiten op het gebied van informatietechnologie. Deze drie sub-sectoren hebben een aandeel van ruim driekwart als het gaat om het aantal bedrijfsvestingen en zelfs 80% als het gaat om het aantal FTE’s. Deze bedrijven ontwikkelen softwaretoepassingen voor
en geven advies aan business-to-business (B2B) en business-to-government (B2G) klanten. De ICT-sector is in sterke mate geconcentreerd. Bijna de helft van alle ICT-ondernemingen is gevestigd in Hoofddorp (47%), gevolgd op afstand door Nieuw-Vennep (18%) en Badhoevedorp (8%). Schiphol en Schiphol-Rijk huisvesten samen ook zo’n 8% van alle ICT-bedrijven. Wat opvalt, als gekeken wordt naar het vestigingsjaar van de nog actieve ondernemingen, is dat het merendeel van de ondernemingen al relatief lang gevestigd is in de gemeente Haarlemmermeer. Het langst-gevestigde bedrijf in deze sector is Uitgeverij ‘Het Weekblad’ in Lijnden, dat al sinds 1952 actief is in de regio. In lijn met de wereldwijde ontwikkeling van de ICT blijkt dat de twee leidende sub-sectoren, het ontwikkelen van software en advisering of het gebied van informatietechnologie, het afgelopen decennium sterk zijn opgekomen en nog steeds groeiende zijn.
4.1.1. Het woord aan het bedrijfsleven: het ICT-vestigingsklimaatecosysteem De ICT-bedrijven actief in de gemeente zijn overwegend tevreden over het vestigingsklimaat en zijn niet van plan om hun activiteiten te verplaatsen. De bedrijven die op zoek zijn naar uitbreidingsmogelijkheden doen dat bij voorkeur binnen de gemeentegrenzen. Uit de vestigingsklimaatenquête van de gemeente Haarlemmermeer (N=14) blijkt dat meer dan de helft van de ICT-ondernemers het vestigingsklimaat als ‘voldoende’ bestempelt. Zo’n 30% procent van de ondernemers beschouwt het als ruim voldoende en 7% als goed. Slechts één van de veertien respondenten geeft aan dat het vestigingsklimaat onvoldoende is. Deze negatieve beoordeling heeft betrekking op het contact met de gemeente; deze ondernemer miste een verwelkoming na vestiging. In de survey geven de ondernemers verder aan dat met name digitale connectiviteit (64%) en de aanwezigheid van andere bedrijven (43%) van belang zijn. Andere belangrijke factoren zijn een relatief gunstige grondprijs, de aanwezigheid van voorzieningen, en een groene omgeving (allen 35%). Voor het merendeel van de bedrijven zijn de meeste klanten binnen
35
36
Het vestigingsklimaatecosysteem voor de zes focussectoren
4
nationale grenzen, en niet per se in de gemeente Haarlemmermeer of in de nabije regio Amsterdam. Als het gaat om de geografische locatiefactoren valt onderscheid te maken tussen het MKB en de snelgroeiende bedrijven en het (internationale) grootbedrijf. Ook in de ICT vestigen MKBondernemers hun bedrijf vooral in de thuisregio; zij beginnen vaak eerst vanuit huis en maken in een later stadium de stap naar een bedrijfspand. Voor scaleups en (internationale) grootbedrijven zijn de overwegingen anders: deze bedrijven kijken vooral naar de beschikbaarheid van representatieve bedrijfsruimte. Een ICT-groeiondernemer deelde dat vestiging in de omgeving Schiphol vooral interessant is om investeerders aan te trekken vanwege ‘het internationale karakter’. Voor een select groepje ICTbedrijven is de aanwezigheid van AMS-IX van belang; deze bedrijven concentreren zich op Schiphol, waar ‘kabel boven de grond komt’. Het gaat dan hoofdzakelijk om internetbedrijven en databeheerders. Anderzijds, voor het merendeel blijkt de ‘normale Nederlandse internetsnelheid’ ruim voldoende. Andere factoren die meespelen zijn de gemiddelde reisafstand van het personeel; voor personeel met klantcontact is het vervoer per auto van belang, voor personeel zonder klantcontact speelt met name het openbaar vervoer een centrale rol.
Alle geïnterviewde bedrijven zijn bovendien groeiende en hebben een ruimtevraag, zowel voor kantoor als datacenters. Voor ICT-ondernemers is de toegang tot talent de belangrijkste competitieve factor; bedrijven onderscheiden zich op basis van de innovatiekracht en flexibiliteit van het personeel en zien dit als de kern van hun groeisucces. Het personeelsbestand kenmerkt zich door de internationale oriëntatie: veel bedrijven hebben werknemers met verschillende nationaliteiten, ook omdat er ‘weinig handjes in Nederland beschikbaar zijn’. Hoewel IT en ICT ook ‘on the job’ kunnen worden geleerd, hebben de meeste werknemers een theoretisch opleidingsniveau (met name WO en, in mindere mate, HBO). Slechts een klein gedeelte van het
producenten zijn en dat de klanten overal in Nederland gevestigd zijn. De gemeente Haarlemmermeer vormt, door de ligging, een goede uitvalsbasis naar de rest van Nederland, maar ondernemers hebben slechts een beperkt aantal directe klanten in de gemeente. Veel van de gesproken ondernemers hebben wel Schiphol als klant. Ondanks de sterke mate van digitalisering is juist in deze sector persoonlijk contact erg belangrijk, zowel in de interne keten als met klanten. Volgens ondernemers is de competitiviteit van bedrijven in de gemeente de afgelopen jaren sterk gestegen, vooral op Schiphol.
personeel woont in de gemeente Haarlemmermeer; de bereikbaarheid van de gemeente Haarlemmermeer voor personeel uit de wijde omgeving (MRA, Almere, Utrecht, Rotterdam) is een belangrijke factor voor de vestiging in Haarlemmermeer. De gesproken ICTbedrijven profileren zich allemaal als innovatief en competitief, en trekken daarmee ambitieus personeel aan. Bedrijven concurreren met elkaar als het gaat om secundaire arbeidsvoorwaarden; het gaat primair om de productiviteit. Wat niet helpt, is dat het bedrijfsleven een afstand tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt ervaart. Zij proberen dit op te lossen door actief betrokken te zijn, middels gastcolleges en stagiairs, maar hier ligt nog ruimte voor verbetering.
Ook voor de ICT geldt dat lokale ondernemers vaak wel zijn aangesloten bij de netwerkorganisaties, maar dat in mindere mate of zelfs geheel niet voor het (internationale) grootbedrijf en snelgroeiende bedrijven het geval is. Een ondernemer geeft aan dat iedereen vooral zijn eigen ding doet. Nieuwe klanten komen vooral voort uit mond-op-mond reclame en niet uit de netwerken. De toegang tot gerelateerde en ondersteunende industrieën is dan ook beperkt ontwikkeld maar uit eigen keus. Er zijn wel uitzonderingen van relatief grote ondernemingen die toch betrokken zijn bij de ondernemersverenigingen.
Voor de ICT-sector blijkt de toegang tot kapitaal een problematische factor. Ondanks dat bedrijven openstaan voor externe financiering, zowel privaat als publiek, moeten ondernemers noodgedwongen ‘bootstrappen’ - zelf-financiering op basis van omzet. Hoewel er diverse vormen van publieke financiering beschikbaar zijn voor de ICT geven ondernemers aan dat er ‘te veel regeltjes zijn waardoor je er altijd net niet binnenvalt’. Ondernemers geven aan dat ook Nederlandse grootbanken niet snel investeren in ICT, vanwege relatief beperkt onderpand. Binnen de ICTsector gaan ‘de kosten voor de baten uit’, dus remt het ook de mate van innovatie binnen de sector. Voor het (internationale) grootbedrijf spelen deze problemen minder; zij hebben hun eigen financiering.
Betreffende institutionele en culturele context geven ICT-ondernemers aan dat ze geen contact hebben met de gemeente Haarlemmermeer. Een uitdaging die ondernemers wakker houdt, is de capaciteit van het stroomnetwerk: de stroomvoorziening is cruciaal voor deze sector. Verder verwachten ondernemers vooral dat de gemeente de kwaliteit van de infrastructuur, in brede zin, blijft bewaken.
Ondanks dat er relatief veel ICT-bedrijven gevestigd zijn in de gemeente Haarlemmermeer is er geen sprake van een actieve samenwerking of co-creatie. De gemeente Haarlemmermeer vormt, qua toegang tot markt, een spil tussen internationale hardwareontwikkelaars en -producenten (Verenigde Staten en Azië) en een toepassing voor nationale klanten. Voor het (internationale) grootbedrijf is Schiphol van belang voor de toegankelijkheid voor internationale klanten. Voor de overige bedrijven geldt dat de leveranciers in de waardeketen voornamelijk Amerikaanse hardware-
Erasmus Centre for Entrepreneurship | Gemeente Haarlemmermeer
4.1.2. Transities in de ICT Voor de hand liggend, vormen ontwikkelingen op het gebied van digitalisering, automatisering en AI de kern van deze sector. De gesproken ondernemers in de gemeente Haarlemmermeer zijn met hun bedrijven leidend en hebben grote (inter-) nationale
36
publieke en private opdrachtgevers. Naast het ontwikkelen van nieuwe hard- en software, helpt ook een groot gedeelte van de ICT-ondernemers de rest van het (Nederlandse) bedrijfsleven met toepassing en implementatie van deze producten. Een uitdaging voor de sector ligt op het gebied van duurzaamheid: met name als het gaat om de energievraag van datacenters en, in mindere mate, de overige hardware. Een geïnterviewde ondernemer is bezig met het verduurzamen van deze datacenters, door geavanceerde energiebesparende koelinstallaties. De klimaatbelasting van deze sector zit vooral in de productie van de benodigde energie voor de systemen; er ligt een collectieve uitdaging om dit verder te verduurzamen. Bedrijven zijn zich wel bewust van hun voetafdruk en proberen die waar mogelijk te verkleinen door toepassing van zonnepanelen, warmtepompen, elektrische leaseauto’s en dergelijke.
4.2 Het vestigingsklimaatecosysteem voor de Life Sciences & Health Net als andere internationale bedrijven, hechten wij veel waarde aan de nabijheid van Schiphol omdat ons MT de hele wereld overvliegt voor meetings. Dit moet zo efficiënt mogelijk gebeuren.
In het eerdere onderzoek door Decisio (2021) is de verzorgende economie aangeduid als een factor van belang, met een werkgelegenheid van bijna 32.000 personen die bovendien sterk aan het groeien is. In dit onderzoek wordt, op verzoek van de gemeente, ingezoomd op de Life Science(s) & Health-bedrijven. Het onderscheid is als volgt: waar LS&H-ondernemingen gericht zijn op het ontwikkelen van nieuwe producten en diensten, is de verzorgende economie gericht op de voering, waarin deze producten gebruikt worden.
37
38
Het vestigingsklimaatecosysteem voor de zes focussectoren
4
De verzorgende economie is met 1700 bedrijven fors sterker ontwikkeld dan de LS&H. De LS&H-sector in de gemeente Haarlemmermeer kenmerkt zich als een zeer diverse sector, met vertegenwoordigers uit de verschillende subsectoren. Echter, er zijn twee sub-sectoren die er duidelijk uitspringen, namelijk de Groothandel in medische en tandheelkundige instrumenten, verpleegen orthopedische artikelen en laboratoriumbenodigdheden en de Groothandel in farmaceutische producten. Deze sub-sectoren hebben een aanzienlijk aandeel van ruim 59% als het gaat om het aantal bedrijfsvestigingen. Betreffende het aantal arbeidsplaatsen is de sub-sector Groothandel in farmaceutische producten (39%) leidend, gevolgd door de Vervaardiging van farmaceutische producten (26%) en Groothandel in medische en tandheelkundige instrumenten (24%). LS&H-bedrijven concentreren zich hoofdzakelijk in Hoofddorp (40%). Daarnaast zijn ook Nieuw-Vennep (15%), Schiphol-Rijk (13%) en Badhoevedorp (9% aantrekkelijke vestigingslocaties voor bedrijven in deze sector(en). De meeste van deze bedrijven zijn hier ook al geruime tijd gevestigd. Ruim één op de drie LS&H bedrijven is al meer dan twintig jaar actief binnen de gemeente, voor nog eens 15% geldt dat ze al ruim tien jaar hier gevestigd zijn, en voor 11% is dit al meer dan vijf jaar.
Toch zijn er de afgelopen jaren bijna twintig nieuwe LS&H-bedrijven gevestigd in de gemeente Haarlemmermeer. 4.2.1 Het woord aan het bedrijfsleven: het vestigingsklimaatecosysteem voor de LS&H Hoewel er in de gemeente Haarlemmermeer, op basis van data-analyse, een relatief fors aantal innovatieve bedrijven in de BioTech en Pharma gevestigd zijn, blijkt dat de geïnterviewde bedrijven zich vooral richten op de zakelijke ondersteuning van de Nederlandse markt en niet op productontwikkeling of logistiek.
De R&D van met name farmaceutische producten vindt op de hoofdlocatie van het grootbedrijf plaats, terwijl distributie elders in Europa is gevestigd. Als het gaat om de geografische locatiefactoren geven de meeste van deze bedrijven aan vooral vanwege het internationale karakter en de nabijheid van Schiphol in de gemeente Haarlemmermeer gevestigd te zijn. Veel van deze bedrijven hebben hun hoofdkantoor in de Verenigde Staten en Japan, waardoor zowel regionaal als algemeen management regelmatig gebruik maakt van de luchthaven. Een probleem dat opspeelt bij het in kaart brengen van deze sector, aangevuld door het beeld van de interviews, is dat er mogelijk ook veel holdingconstructies van toepassing zijn. Er kan daarom niet met zekerheid worden vastgesteld hoeveel werkgelegenheid deze sector daadwerkelijk in de regio creëert.
Voor de LS&H sector is de toegang tot kapitaal geen belangrijke vestigingsklimaatfactor. De LS&Hbedrijven geven aan dat er in het algemeen ‘echt meer dan voldoende geld’ beschikbaar is. Bovendien zijn veel van de innovatieve bedrijven in deze sector sterk internationaal georiënteerd en hebben een moederbedrijf in het buitenland, dat verantwoordelijk is voor financiering. Ook de geïnterviewde familiebedrijven in deze sector hebben tot nu toe geen gebrek gehad aan kapitaal. Deze bedrijven zijn opgericht vanuit eigen vermogen en hebben alle winsten terug geïnvesteerd in het bedrijf. Toch wordt er verwacht dat dit in de toekomst kan veranderen. De steeds strengere eisen voor geneesmiddelen hebben geleid tot een hoog percentage afgekeurde producten, wat de kosten van het ontwikkelen van een medicijn vier keer zo hoog heeft gemaakt vergeleken met tien jaar geleden.
Als het gaat om de toegang tot talent in de LS&H sector hebben veel werknemers een HBO- of WO-opleiding afgerond. Op de locatie in Haarlemmermeer worden geen onderzoeken uitgevoerd, maar concentreren de werkzaamheden zich voornamelijk op bedrijfskundige taken zoals management, marketing, sales en finance. Op dit moment is er daarom slechts beperkt contact met de universitaire medische centra in Amsterdam en Leiden. Naast het opleidingsniveau wordt er ook gekeken naar bepaalde persoonlijkheidskenmerken bij innovatieve LS&H bedrijven: "Je moet passen bij het bedrijf: een werknemer moet ondernemend zijn en een passie hebben voor de sector." De samenwerking met onderwijsinstellingen, zoals het geven van gastcolleges en het aanbieden van stageplekken, beperkt zich niet tot de regio, maar wordt voornamelijk op landelijk of zelfs internationaal niveau aangepakt. Het merendeel van de werknemers komt niet direct uit de omgeving, dus voor de LS&H bedrijven is infrastructuur en connectiviteit van groot belang. Bij bedrijfsverplaatsing binnen Nederland geven meerdere geïnterviewde bedrijven aan dat gemiddelde reisafstand voor personeel een belangrijke factor is; Haarlemmermeer heeft hier een belangrijk voordeel vanwege de centrale ligging.
De kantoren van LS&H-bedrijven in de gemeente Haarlemmermeer zijn qua toegang tot markt vooral gericht op het ‘accountmanagement’ van de Nederlandse markt. De eerdergenoemde ‘verzorgende economie’ is de eindklant voor veel van deze medische producten en apparatuur; farmaceutische producten eindigen uiteindelijk bij consumenten (in dit geval patiënten) thuis. Omdat de distributiecentra en bijbehorende logistiek buiten Nederland gevestigd zijn, speelt de aanwezigheid van lokale klanten geen grote rol bij de vestigingsbeslissing. De nabijheid van stakeholders, zoals zorgverzekeraars, universiteiten en ziekenhuizen, is ‘mooi meegenomen’, maar is niet van cruciaal belang bij de vestiging – de nabije vestiging van het European Medicines Agency (EMA) in Amsterdam wordt bijvoorbeeld niet genoemd. Omdat ontwikkeling en distributie buiten Nederland plaatsvindt, is ook de aanwezigheid van leveranciers niet van belang. In de gemeente Haarlemmermeer is er momenteel weinig sprake van actieve samenwerking of co-creatie tussen de innovatieve Life Sciences & Health bedrijven. Hoewel sommige bedrijven wel samenwerkingen hebben op landelijke of internationale schaal, blijft de samenwerking binnen de regio beperkt. Deze ontwikkeling kan worden
Erasmus Centre for Entrepreneurship | Gemeente Haarlemmermeer
38
toegeschreven aan de aanwezigheid van netwerkclubs, waarbij bedrijven in de LS&H-sector voornamelijk landelijke of internationale organisaties opzoeken in plaats van regionale organisaties. Samenwerkingen worden tot stand gebracht door het beantwoorden van vragen zoals "Wat hebben we nodig, wie kan ons helpen en waar zijn deze partijen gevestigd?" Voor de Toegang tot gerelateerde en ondersteunende industrieën hechten LS&H-bedrijven niet per se waarde aan de regio. Sommige bedrijven zijn wel geïnteresseerd en zien hierin de nabijheid van Schiphol ook zeker als een voordeel voor het aangaan van samenwerkingen, maar geven vervolgens aan dat het er “nog niet van is gekomen om onderdeel te worden van netwerkclubs”. Ook de toegang tot klanten is niet specifiek gericht op de lokale regio, maar eerder op een landelijk niveau. De bedrijven geven aan dat hun klanten voornamelijk Nederlandse ziekenhuizen en privéklinieken zijn, maar niet specifiek in de regio Haarlemmermeer. Bij het kiezen van een vestigingslocatie geven veel farmaceutische bedrijven echter wel de voorkeur aan een plek dichtbij Schiphol, vanwege de aanwezigheid van andere farmaceutische bedrijven en de handige toegang tot het vliegveld. Bedrijven die zich op de internationale markt richten, erkennen het belang van netwerken, maar geven aan dat het vaak niet hoog op hun prioriteitenlijst staat.
Als er contact is, is dit met internationale bedrijven onderling en niet met lokale ondernemers. Voor de participerende partijen moeten er tastbare zakelijke voordelen verbonden zijn met het deelnemen aan netwerkactiviteiten, omdat tijd schaars en kostbaar is. Vaak wordt het lokale netwerk hierdoor overgeslagen: verscheidene bedrijven denken dat er voor hen weinig te halen valt, omdat zij in een andere industrie actief zijn. Binnen de institutionele en culturele context geven LS&H-ondernemers aan dat ze weinig tot geen contact hebben met de gemeente Haarlemmermeer, terwijl ze in voorgaande vestigingslocaties in andere gemeenten
39
40
Het vestigingsklimaatecosysteem voor de zes focussectoren
4
wel in contact stonden met de gemeente. Veel bedrijven geven aan dat ze het contact weliswaar op prijs zouden hebben gesteld, maar dat ze het niet echt missen, zolang de infrastructuur maar goed is geregeld. Er werd ook overwogen dat dit meer van belang zou zijn geweest als ze een productiefaciliteit hadden gehad. Bedrijven met een internationale focus geven aan dat het voor hen een prioriteit is dat de gemeente zorgt voor een betere doorstroom op Schiphol.
4.3 Het vestigingsklimaatecosysteem voor groothandels.
De geografische distributie van de groothandels is minder geconcentreerd dan bijvoorbeeld de ICT. Zo’n 35% van alle groothandels is gevestigd in Hoofddorp, gevolgd door Nieuw-Vennep (20%) en Lijnden (7%). Op Schiphol (6%) en Schiphol-Rijk (5%) zijn zo’n 35 groothandels gevestigd.
Niet iedereen met een gezond stel hersens rondt een opleiding af, daarom letten wij op meer dan alleen een papiertje.
Wat opvalt is dat de meeste groothandels al geruime tijd gevestigd zijn in de gemeente Haarlemmermeer. De helft van alle bedrijven heeft hier al meer dan twintig jaar een vestiging, een kwart al meer dan tien jaar. Van slechts één op de twintig groothandels is de bedrijfsvestiging relatief recent, in de laatste paar jaar. Er zijn twee bedrijven die er op dit vlak echt uitspringen: Wegman (1797) en Handelsmaatschappij M. de Jong Mzn’s (1879).
4.2.2 Transities in Life Sciences & Health Uit de interviews met LS&H bedrijven blijkt dat duurzaamheid en digitalisering belangrijke thema’s zijn binnen deze sector. Bedrijven zijn zich steeds meer bewust van de noodzaak om duurzaam te ondernemen en zijn bezig met het verminderen van hun carbon footprint. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het duurzaam inrichten van nieuwe productiefaciliteiten en het zoeken naar manieren om energie te besparen in bestaande gebouwen. Het is echter ook duidelijk geworden dat duurzaamheid een uitdaging blijft, vooral als het gaat om het controleren van de productieprocessen van toeleveranciers. Digitalisering speelt daarnaast ook een cruciale rol binnen LS&H-bedrijven. De bedrijven moeten zich aanpassen aan de veranderingen die nieuwe technologieën met zich meebrengen om marktleider te blijven. Er wordt geïnvesteerd in AI en automatisering om bedreigingen in de toekomst aan te kunnen, en om producten te ontwikkelen die aan de verwachtingen van de klanten voldoen. Daarnaast is er veel aandacht voor data-analyse en het voorspellen van de toekomstige vraag naar producten. Bedrijven in de LS&H-sector zetten digitalisering ook in om contact te onderhouden met hun stakeholders en merken dat patiënten door de stijging in online R&D meer gaan doen aan zelfdiagnose.
Samen met de retail vormt groothandel de CBS-sector ‘Handel’, één van de grootste sectoren in de gemeente Haarlemmermeer; gezamenlijk zorgen de bijna 4.000 bedrijven in deze CBS-sector voor meer dan 26.000 banen (2021). Het exacte aantal bedrijven dat actief is binnen de groothandel en het onderliggende aantal werknemers valt niet te geven. De bedrijfsdatabases (Orbis en Dealroom) rekenen namelijk ook grote, internationale bedrijven als Mitsubishi, Yamaha en Scotch & Soda tot deze categorie; dit betreft dus niet zo zeer de ‘traditionele’ groothandel. Een voorzichtige schatting op basis van BIR-data is dat het om rond de 320 bedrijven gaat met in totaal zo’n 12.000 werknemers. Dat wil zeggen dat ‘groothandels’ relatief veel werknemers hebben (gemiddelde 37) in vergelijking tot de retail. Op afstand het grootste bedrijf dat gerekend wordt als groothandel is Microsoft, gevestigd op Schiphol, met meer dan 1.100 geregistreerde werknemers. De Top3 wordt gecompleteerd door Samsung (Schiphol) en L’Oreal (Hoofddorp).
4.3.1. Het woord aan het bedrijfsleven: vestigingsklimaatecoysteem voor groothandels
De groothandels die de bedrijvenenquête hebben ingevuld geven het vestigingsklimaat allen een voldoende (N=10); de helft geeft het een ruimte voldoende, 40% een voldoende, en 10% een goed. Voor de helft van de bedrijven is de beschikbaarheid van ruimte de belangrijkste factor bij een vestigingsklimaat, gevolgd door een duurzame werklocatie (40%), gunstige huur/grondprijzen en aanwezigheid voorzieningen (beide 30%). Schiphol is voor de overgrote meerderheid van de bedrijven niet direct van belang; slechts bij 20% speelt Schiphol een rol bij vrachtvervoer. Voor de helft van de bedrijven zijn de klanten nationaal en voor 40% regionaal; slechts één bedrijf heeft primair internationale klanten. Belangrijk om in ogenschouw te nemen is dat de respondenten in dit geval wel conventionele groothandels betreft.
De sector groothandel is erg verdeeld qua specialisatie en varieert van groothandels in hoogtechnologische producten tot veevoer. Qua aantal bedrijfsvestigingen onderscheiden zich twee sectoren: 1) Groothandels in computers,randapparatuurensoftware;en2)Groothandel in elektronische en telecommunicatieapparatuur en bijbehorende onderdelen. Dit zijn, aangevuld met groothandels in farmaceutische producten, ook de grootste sub-sectoren als het gaat om werkgelegenheid – gezamenlijk 38%.
Erasmus Centre for Entrepreneurship | Gemeente Haarlemmermeer
het
Voor groothandels zijn de geografische locatiefactoren de belangrijkste reden om zich te vestigen in de gemeente Haarlemmermeer. Het internationale grootbedrijf dat geclassificeerd wordt als groothandel vertoont grote overeenkomsten met de cargo/logistiek
40
als de vestiging ook een rol speelt in de distributie van goederen, en ook met de specialistische zakelijke dienstverlening wanneer het enkel een kantoorfunctie betreft. Dit blijkt omdat groothandels de levering van fysieke producten als verdienmodel hebben, zonder dat productie binnen de gemeente is. Voor deze internationale bedrijven is de nabijheid van Schiphol van belang, vanwege de verbinding met het hoofdkantoor, de bereikbaarheid voor internationale klanten en de internationale uitstraling. Voor de traditionele, Nederlandse groothandels speelt Schiphol geen rol; voor deze ondernemers gaat het om de centrale ligging en de beschikbaarheid van ruimte. De gemeente Haarlemmermeer is bovendien beter bereikbaar en heeft minder filelast dan bijvoorbeeld Amsterdam. In lijn met de grote verschillen is de toegang tot talent voor deze sector ook niet eenduidig. Bij algemene groothandels speelt de ontwikkeling van het dozenschuiven naar specialistische kennis en het ontzorgen van de klant mee. Bij zowel de traditionele groothandels als internationaal grootbedrijf wordt de uitvoering van de distributieve kant hoofdzakelijk gedaan door mensen met een praktische achtergrond; deze mensen wonen enerzijds in de directe omgeving, maar anderzijds spelen arbeidsmigranten hier ook een rol.
De traditionele groothandels, die vaak familiebedrijven zijn, worden hoofdzakelijk geleid door mensen met praktische ervaring in de sector, aangevuld met individuen met een theoretische businessopleiding (HBO of WO). Het internationale grootbedrijf wordt ook geleid door de laatste categorie. Het personeelsbestand van deze bedrijven bestaat ook voor een gedeelte uit ‘expats’, met een merendeel uit het moederland. In het algemeen is de verwachting dat het belang van specialistische vakkennis en de automatisering en digitalisering verder gaat toenemen; dit betekent enerzijds dat het aandeel van personeel met een theoretische achtergrond zal toenemen en anderzijds dat ondernemers in moeten zetten op het scholen van hun bestaande personeel, in samenwerking met onderwijsinstellingen.
41
42
Het vestigingsklimaatecosysteem voor de zes focussectoren
4
De toegang tot markt is voor beide categorieën groothandels gericht op de Nederlandse markt. De gemeente Haarlemmermeer is een strategische locatie vanwege de nabijheid van klanten (B2B) in de driehoek Amsterdam-Utrecht-Rotterdam, waar verreweg de meeste B2B-klanten in de Nederlandse markt gevestigd zijn. Zoals gezegd, is het vanwege de centrale ligging en betere bereikbaarheid strategischer om in de gemeente Haarlemmermeer gevestigd te zijn dan in één van de grote steden. De leveranciers van de groothandels zijn vooral buitenlandse bedrijven, waar groothandels de spil vormen tussen de (internationale) producent en de Nederlandse klant. Schiphol speelt bij de leverantie van goederen slechts een marginale rol; producten komen hoofdzakelijk binnen via internationaal wegtransport of per zeecontainer. Het verdienmodel van groothandels, veel volumes op veel vierkante meters, komt onder druk te staan door stijgende grond-/huurprijzen en overige kosten. De toegang tot kapitaal speelt, op dit moment, een marginale rol voor groothandels. Het internationale grootbedrijf is qua financiering gericht op kapitaalstromen gecoördineerd vanuit het internationale hoofdkantoor. Het traditionele grootbedrijf past in het narratief van familiebedrijven en prefereert zelffinanciering over vormen van externe financiering.
Uitzondering wordt gevormd door groothandels die voorlopen in de marktadaptatie en al grotendeels specialistische zakelijke dienstverleners zijn, met veel product- en toepassingskennis. Deze ambitieuze bedrijven staan open voor acquisitie door een holding en/of kapitaalinjecties vanuit Venture Capital of Private Equity. De geïnterviewde specialistische groothandels die al opgenomen is in een nationale holding is sindsdien hard gegroeid.
4.4 Het vestigingsklimaatecosysteem voor circulaire economie
Hoofddorp geven aan daar wel baat bij te hebben en dat het management elkaar ook spreekt. De lokale groothandels zijn meer betrokken, bijvoorbeeld bij de diverse netwerkorganisaties, maar slechts in beperkte mate aangezien hun doelgroep niet is aangesloten en dus het directe rendement beperkt is.
Digitalisering is een belangrijk onderwerp waar veel aan gedaan wordt omdat klanten steeds meer details willen, bijvoorbeeld hoeveel kilo afval ze afvoeren. Er is vanaf de klantzijde meer behoefte aan informatie en transparantie.
Groothandels zijn qua institutionele en culturele context tevreden over de gemeente Haarlemmermeer. Het internationale grootbedrijf waardeert de eerdere inspanningen van de gemeente bij het maken van connecties tussen de gevestigde multinationals zeer; zij zouden dit initiatief graag nieuw leven ingeblazen zien. Als concrete verbeterpunten worden ook hier de netcongestie en infrastructuur genoemd.
Zoals in Hoofdstuk 2 toegelicht is er geen duidelijke afkadering van circulaire economie. De gemeente Haarlemmermeer benadert circulaire economie vanuit de hoek ‘energie en grondstoffen'; dit rapport richt zich vooral op het tweede aspect, vanwege het (nu nog) kleine aandeel van het eerste qua aandeel in het totale bedrijfsbestand - nationaal gezien scoort Haarlemmermeer al goed op dit vlak. In totaal zijn er zo’n 70 bedrijven actief in deze uiterst diverse tak; deze bedrijven creëren een kleine 1000 banen. Deze cijfers omvatten nadrukkelijk niet de creatieve maakindustrie, die probeert om reststromen op een zo hoog mogelijk waardeniveau terug in de keten te krijgen, en adviesbureaus op het gebied van duurzaamheid. Het onderscheid tussen de ‘traditionele’ en ‘nieuwe’ kant van de circulaire economie is echter niet zo scherp; afvalverwerkingsbedrijven zijn en hebben vaak specialisten als het gaat om het managen van reststromen en geven daar ook (internationaal) advies in.
4.3.2 Transities in de groothandel Circulaire economie speelt bij de groothandels vooral een rol als het gaat om de verduurzaming van de bedrijfslocaties en het wagenpark, maar nog niet bij de operaties. Opmerkelijk is dat in de interviews ontwikkelingen zoals ‘consuminderen’ en het recyclen van geleverde goederen (nog) niet worden genoemd. In lijn met het beeld in de wetenschappelijke literatuur heeft toepassing van digitalisering en automatisering de waardeketens en daarmee het traditionele verdienmodel ingrijpend veranderd. Diversiteit en inclusie speelt wel bij het internationale grootbedrijf, maar niet bij lokale MKB.
Ongeveer de helft van deze bedrijven is direct betrokken bij inzameling en verwerking van afvalstromen. De drie grootste sub-sectoren als het gaat om recycling zijn: 1) Inzameling van onschadelijk afval; 2) Gesorteerd materiaal voorbereiden tot recycling; en 3) Sanering en overig afvalbeheer. Als het gaat om werkgelegenheid hebben deze sectoren een nog veel groter aandeel. Deze drie sub-sectoren nemen 85% van de totale werkgelegenheid voor zich, waarvan 56% enkel al in de inzameling. De productie van elektriciteit uit duurzame
De toegang tot ondersteunende en gerelateerde industrieën vertoont veel overeenkomsten met de aanverwante sectoren. Het internationale grootbedrijf heeft niet of nauwelijks affiniteit met de regio. De grote bedrijven die bij elkaar gevestigd zijn in
Erasmus Centre for Entrepreneurship | Gemeente Haarlemmermeer
42
energiebronnen is vooralsnog beperkt tot zo’n achttal bedrijven, gezamenlijk goed voor 2% van de totale werkgelegenheid in deze sector. Vermoedelijk vanwege de relatief forse vierkantemeterbehoefte van afvalinzamelen verwerkingsbedrijven, ook vanwege de benodigde vergunningen, zijn deze bedrijven verspreid over de gemeente. 23% van de bedrijven is gevestigd in Hoofddorp, 16% in zowel Rijsenhout als Vijfhuizen, en zo’n 10% in Nieuw-Vennep. Als er specifiek ingezoomd wordt op de afvalinzamel- en verwerkingsbedrijven blijkt dat deze hoofdzakelijk in Rijsenhout en Vijfhuizen gevestigd zijn (beide 8). Deze in totaal 36 bedrijven bieden werkgelegenheid aan ruim 800 personen. Opmerkelijk is dat bedrijven die actief zijn in deze tak van de circulaire economie relatief oud zijn. Meer dan een derde van alle bedrijven is zelfs al meer dan 20 jaar actief in de gemeente. Het oudste bedrijf in deze sector is Nijssen Recycling, actief in de gemeente sinds 1938. Anderzijds zijn er de laatste jaren wel veel bedrijven gestart die zich bezig houden met andere facetten van de duurzaamheidstransitie, zoals de aanleg van zonnepanelen, adviesbureaus en dergelijke. 4.4.1.
Het woord aan het bedrijfsleven: het vestigingsklimaatecosysteem voor de circulaire economie De belangrijkste geografische locatiefactoren voor afvalverwerkingsbedrijven zijn beschikbare ruimte (relatief veel vierkante meters), nabijheid van klanten, een goede infrastructuur/bereikbaarheid en de beschikbaarheid van personeel. Bij de creatieve, circulaire maakindustrie gaat het vooral om beschikbare ruimte voor een werkplaats en showroom. De adviesbureaus over duurzaamheid zijn sterk gerelateerd aan specialistische zakelijke dienstverlening. Schiphol speelt voor de meeste bedrijven in alle facetten van de circulaire economie geen belangrijke rol, afgezien dat de afvalverwerkingsbedrijven Schiphol als klant hebben.
43
44
Het vestigingsklimaatecosysteem voor de zes focussectoren
4
De toegang tot talent voor afvalverwerkingsbedrijven richt zich vooral op praktisch-geschoold personeel; nieuw personeel kan de belangrijkste vaardigheden ‘on the job’ en met professionele cursussen leren. Hetzelfde geldt voor de circulaire maakeconomie, al komen werknemers hier uit de creatieve opleidingen. Bij de adviesbureaus over duurzaamheid gaat het over theoretisch geschoolden, hoofdzakelijk WO; bij de uitvoering van het advies - de aanleg van bijvoorbeeld zonnepanelen en warmtepompen – is technisch-geschoold personeel noodzakelijk. Voor afvalverwerkingsbedrijven wordt de toegang tot talent gezien als ‘de allerbelangrijkste factor’ en tegelijkertijd de grootste uitdaging. Het personeel in de verwerking bestaat vooral uit arbeidsmigranten in combinatie met ervaren personeel. De geïnterviewde afvalverwerkingsbedrijven werken nauw samen met diverse hogescholen, zowel in de regio als daarbuiten; dit gaat zowel over stagiairs als gastcolleges en projecten. Ook de Amsterdamse universiteiten (UvA en VU) sluiten regelmatig aan bij de projecten; in deze gevallen gaat het hoofdzakelijk om de zakelijke opleidingen. Voor bedrijven actief in de afvalverwerking kenmerkt de toegang tot markt zich door een oriëntatie op lokale leveranciers (producenten van afval) en internationale klanten (gebruikers van gerecyclede grondstoffen en/of verdere verwerkers).
De industrie valt te karakteriseren als ‘grote volumes, kleine marges.’ De adviesbureaus en circulaire maakindustrie heeft vooral klanten in de (nabije) regio. Een belangrijke transitie in de waardeketen van de afvalverwerkers is dat bij producenten van afval (‘klanten’) de bewustwording is gegroeid en dat zij onderdeel zijn geworden van de oplossing – vaak als onderdeel van ESG- en SDG-beleid. Voorheen draaide de sector vooral om kostenreductie terwijl nu hergebruik op een zo hoog mogelijk niveau in de waardeketen een prioriteit is. Automatisering, met steeds geavanceerdere technieken, heeft hier een belangrijke rol in, al blijven mensen bij het herkennen en sorteren van afval cruciaal. Daarnaast wordt er veel aandacht besteed aan digitalisering omdat producenten van afval het steeds belangrijker vinden om inzicht te krijgen in processen. De verwachting is wel dat de
De institutionele en culturele context is voor afvalverwerkingsbedrijven van groot belang vanwege de benodigde vergunningen. Voor een aantal telefonisch gesproken ondernemers, die niet deel wilden nemen aan het onderzoek, is dit een heikel punt. De geïnterviewde creatieve ondernemer was erg tevreden over het ZAAI-traject van de gemeente Haarlemmermeer; om een vervolgstap te zetten geeft zij aan dat een nieuwe creatieve makershub ‘een wereld van verschil zou maken’. De gemeente heeft al soortgelijke locatie met Broedplaats Bogota, maar deze zit vol.
afvalverwerking verder gaat veranderen, juist vanwege de bewustwording van consumenten om anders om te gaan met afval en minder te gaan produceren. De adviesbureaus op het gebied van duurzaamheid en de creatieve maakindustrie hebben hun afzetmarkt (B2B) vooral in de wijde regio, maar niet zo zeer binnen Haarlemmermeer. De toegang tot kapitaal is voor bedrijven in de afvalverwerking minder van belang; dit betreft vooral grote en/of familiebedrijven die een interne kapitaalstroom hebben. De familiebedrijven willen geen zaken doen met externe investeerders (bijvoorbeeld private equity en venture capital) omdat ze geen de controle willen verliezen over hun onderneming. De afvalverwerking is een relatief stabiele bedrijfstak, aangezien de afvalproductie relatief constant is, maar met sterk fluctuerende prijzen; de winst is echter stabieler dan de omzet. De Nederlandse grootbanken moesten hier aanvankelijk aan wennen maar inmiddels is er een goede relatie met de sector, vooral met de Rabobank. Ondanks dat de ROM InWest de creatieve industrie als kernthema heeft, geven startende ondernemers in de duurzame maakindustrie aan dat financiering een grote uitdaging is.