Bijlage W-2 UPD-sprinklerinstallatie
Tekst van het document
6.8. Vrije ruimte onder sprinklers Om de sprinklers goed te laten functioneren, moet onder de sprinklers een vrije ruimte worden aangehouden. Vrije ruimte Ten minste 0,45 meter Ten minste 0,9 meter
Gevarenklasse/voorschrift/situatie Control Mode Density Area-sprinklers (NPFA 13) FM in het atrium
Tabel 6.8-1
6.9. Goederenclassificatie, opslagconfiguraties en opslaghoogten In algemene zin is de sprinklerinstallatie niet ontworpen voor de beveiliging van opslagrisico’s. Beperkte opslag, naar aard van het gebouwgebruik is evenwel toegestaan volgens deze paragraaf. 6.9.1. Goederenclassificatie Voor de classificatie van de goederen in opslagruimten wordt verwezen naar NFPA 13. Globaal geldt hierbij het volgende: Categorie Class I Commodity Class II Commodity Class III Commodity
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Omschrijving Onbrandbare goederen, eventueel verpakt in papier, krimpfolie of enkellaags karton en al dan niet op een houten pallet. Onbrandbare goederen, verpakt in houten krat, houten kist, meerlaags golfkarton en al dan niet op een houten pallet. Goederen gemaakt van hout, papier, natuurlijke vezels of Group C plastics, al dan niet verpakt in karton, houten kist of krat en al dan niet op een houten pallet. Het geheel mag tot 5% gewicht of volume aan Group A of B plastics bevatten.
Pagina 29 van 40
Categorie Class IV Commodity
Cartoned nonexpanded plastic Exposed nonexpanded plastic Cartoned expanded plastic Exposed expanded plastic Group A plastic nonexpanded
Group A plastic expanded
Group B plastic
Omschrijving ▪ Goederen die geheel of gedeeltelijk uit Group B plastics bestaan en voor het overige uit minder brandbaar materiaal en al dan niet op een houten pallet. ▪ Goederen bestaande uit free flowing Group A plastics (granulaten, poeders) en al dan niet op een houten pallet. ▪ Goederen die voor 5 tot 15% gewicht of 5 tot 25% volume aan Group A plastics bestaan en voor het overige uit minder brandbaar materiaal en al dan niet op een houten pallet. ▪ PET flessen (PET= Polyethyleentereftalaat = een thermoplastische polyester). Group A plastic in karton verpakt, niet geëxpandeerd (ongeschuimd). Group A plastic niet in karton verpakt, niet geëxpandeerd (ongeschuimd). Group A plastic in karton verpakt, geëxpandeerd (schuimkunststof). Group A plastic niet in karton verpakt, geëxpandeerd (schuimkunststof). Voorbeeld: hard kunststof (polycarbonaat, polystyreen, polyethyleen). In geval lege verpakkingen: harde kunststof verpakkingen tot 1 liter, niet zijnde PET. Voorbeeld: schuimkunststof (polystyreen, polyethyleen). In geval lege verpakkingen: harde kunststof verpakkingen meer dan 1 liter, niet zijnde PET. Voorbeeld: Fluorplastics (ECTFE, ETFE, FEP), nylon, siliconenrubber. Voorbeeld: pvc.
Group C plastic Opmerkingen: ▪ In deze tabel is een omschrijving voor het soort goederen aangeven. De daadwerkelijke goederenclassificatie kan op onderdelen verschillen. Hiervoor moet de NFPA 13 worden geraadpleegd. Tabel 6.9-1
6.9.2. Toegestane gebruik van ruimten met gevarenklasse Ordinary Hazard Group 1 (OH1) In deze ruimten vindt in principe geen opslag plaats anders dan voor het gebruik van deze ruimten. 6.9.3. Toegestane opslag in ruimten met gevarenklasse Ordinary Hazard Group 2 (OH2) Deze clausule is van toepassing op alle opslagruimten en in de expeditie. Beperkte opslag is toegestaan binnen de definitie van de gevarenklasse OH2 (NFPA 13, § 4.3.3.2): Tevens moet altijd zijn voldaan aan de voorwaarden voor miscellaneous storage (NFPA 13 § 4.3.1.4 en § 4.3.1.7) zie Tabel 6.9-2.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 30 van 40
Naast het gestelde in § 6.8 mogen de hieronder vermelde opslaghoogten in ruimten met gevarenklasse OH2, aangegeven in meters, niet zijn overschreden. Genoemde waarden zijn theoretische uiterste waarden en moeten, aan de hand van de werkelijke dak-/plafondhoogte en de benodigde vrije ruimte onder sprinklers, worden gecorrigeerd. Bouwdeel
Opslagruimten en expeditie beveiligd met OH2
Gevarenklasse
Commodity classification
OH2 * miscellaneous storage
Class I t/m IV Commodity
Solid piled, palletized en Shelf storage 3,7 m
Cartoned (non)expanded plastic
1,5 m
Exposed (non)expanded plastic
1,5 m
Rack storage 3,0 m
*: bron: NFPA 13 Table 4.3.1.7.1.1. Noot: Er zijn beperkingen van toepassing op de blokgrootte van opslag (max. 93 m2) en de vrije ruimte tussen blokken (min. 7,6 m). Tabel 6.9-2
6.9.4. Toegestane opslag in het atrium De sprinklerbeveiliging in het atrium is gebaseerd op het non-storage sprinklervoorschrift FM 3-26. Beperkte opslag/vuurlast passend binnen de definitie van incidental storage volgens FM 3-26 § 2.3.2 is toegestaan. Tevens moet altijd zijn voldaan het gestelde in § 6.8.
6.10. Opslagbepalingen buitenopslag Eventuele buitenopslag moet zich op een afstand tot het bouwwerk bevinden van ten minste 10 meter. Vrachtauto’s moeten in principe als buitenopslag worden beschouwd. Geparkeerde personenauto’s in de nabijheid van een gevel worden in dit verband (zoals in de praktijk geaccepteerd bij inspectie) niet als opslag gezien.
6.11. Opslagbepalingen onder de luifel Hieronder mag geen enkele vorm van opslag plaatsvinden.
6.12. Onderhoud en beheer 6.12.1. Algemeen De gebruiker moet zijn geïnstrueerd met betrekking tot de werking van de aangelegde installaties, teneinde bij brandalarm en/of ontruiming een zo effectief mogelijk optreden mogelijk te maken. De gebruiker moet zorg dragen voor een actueel ontruimingsplan en adequate alarmorganisatie. Onderhoud en beheer dienen te worden uitgevoerd conform de voorschriften zoals genoemd in § 4.4. Om de installaties operationeel te houden en de beveiliging te waarborgen die men ervan verwacht, moet een beheerder worden aangesteld die op de hoogte is van de aspecten die daarbij een rol spelen en moet hij over een vooraf opgesteld plan beschikken om het beheer goed te regelen. Dit beheer houdt in het bewaken van: ▪ het uitvoeren van controles; ▪ het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden; ▪ het uitvoeren van storingsmelding opvolgingen;
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 31 van 40
▪ ▪ ▪ ▪ ▪
het administratief afhandelen van buitenbedrijfstellingen; het administratief afhandelen van storingsmeldingen; het administratief afhandelen van brandalarmen; het bijhouden van logboeken; het aandacht schenken aan organisatorische aspecten om ongewenste en onechte brandmeldingen te voorkomen.
Daarnaast moeten er voldoende geïnstrueerde personen zijn die het sprinklersysteem kunnen bedienen. Voor het overige dient de inspectie-instelling ten minste jaarlijks een vervolginspectie uit te voeren van het sprinklersysteem op basis van het CCV-Inspectieschema Brandbeveiliging - Inspectie brandbeveiligingssysteem op basis van afgeleide doelstellingen. 6.12.2. Buitenbedrijfstelling Het grote belang van de VBB-systemen brengt met zich mee dat het om welke reden dan ook niet beschikbaar zijn of worden van een (deel van de) brandbeveiligingsinstallaties moet worden gemeld aan het bevoegd gezag en overige betrokken partijen. Bij deze meldingen moet tevens worden gecommuniceerd welke maatregelen zijn genomen om de brandveiligheid te waarborgen. Dergelijke maatregelen kunnen zijn (maar zijn niet beperkt tot): ▪ inzet van (extra) brandwachten/toezicht; ▪ afsluiten van één of meerdere ruimten; ▪ opstellen van alternatieve brandbestrijdingsapparatuur. Deze werkwijze inclusief detailuitwerking van maatregelen (voor zover op voorhand mogelijk) moeten zijn opgenomen in de standaard werkprocedures/noodprocedures.
Disclaimer Behoudens andersluidende overeenkomst worden alle opdrachten en documenten uitgevoerd en uitgegeven op basis van onze algemene voorwaarden. De aandacht wordt gevestigd op de beperking van aansprakelijkheid, de vergoedings-en bevoegdheidskwesties bepaald door deze voorwaarden. Elke houder van dit document dient te weten dat de informatie vervat in dit document enkel de bevindingen van SGS op het ogenblik van haar tussenkomst en binnen de grenzen van de eventuele instructies van de opdrachtgever, bevat. SGS is enkel aansprakelijk ten aanzien van haar opdrachtgever en dit document stelt de bij een handelstransactie betrokken partijen niet vrij van hun plicht al hun rechten en verplichtingen uit te oefenen voortkomend uit de handelsdocumenten. Vermenigvuldiging of publicatie van dit document mag alleen in zijn geheel en na schriftelijke goedkeuring van SGS gebeuren. Het aanbrengen van aanpassingen en/of toevoegingen aan dit document is exclusief voorbehouden aan SGS. Elke niet door SGS toegestane wijziging evenals de namaak of vervalsing van de inhoud of het uitzicht van dit document is onwettig en overtreders zullen vervolgd worden. Ondanks de zorgvuldigheid die betracht wordt, is SGS niet aansprakelijk voor schade, welke dan ook, als gevolg van onjuistheden in of problemen veroorzaakt door, (elektronische) communicatie. Dit document bevat vertrouwelijke informatie.
Indien u als niet geadresseerde dit rapport ontvangt, wordt u verzocht de afzender hier direct omtrent te informeren en het document te vernietigen.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 32 van 40
7. TEKENLIJST Het UPD is een document van Gemeente Haarlemmermeer en daarom is het haar verantwoordelijkheid om de tekenlijst in te (laten) vullen. Partij Bevoegd gezag ☒ Eisende partij ☐ Belanghebbende Eventuele opmerking: Eigenaar/Gebruiker ☒ Eisende partij ☐ Belanghebbende
UPD-opsteller
Gegevens Organisatie Adres
Datum/Handtekening Datum: Handtekening:
Contactpersoon Organisatie Adres
Datum: Handtekening:
Contactpersoon
Organisatie Adres
SGS Floriaan Meerstraat 2 5473 AA Heeswijk-Dinther
Contactpersoon
de heer O.M.N. van Loo, BA
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Datum: 31 januari 2024 Handtekening:
Pagina 33 van 40
BIJLAGE 1 DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN De volgende definities en begripsomschrijving zijn mede ontleend aan de CCV-Inspectieschema's. Basisontwerp
Doel, uitgangspunten, ontwerpkeuzes en functionele eisen die onder verantwoordelijkheid van de gebruiker/eigenaar zijn opgesteld. Deze zijn gebaseerd op wetgeving en/of private afspraken ten aanzien van brandbeveiliging (bijvoorbeeld verzekeraar). Deze zijn vastgelegd in een document (of verzameling van documenten) (bijvoorbeeld MPB, UPD, PvE of bestek, dat tevens de relevante geaccepteerde normen/standaards bevat). Het basisontwerp bevat de van toepassing zijnde afgeleide doelstelling(en). Bbl Besluit Bouwwerken Leefomgeving BMI Brandmeldinstallatie. Brandbeveiliging Samenhangend geheel van bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen in een object, waarmee de gevolgen van brand tot een aanvaardbare omvang wordt teruggebracht. BrandbeveiligingsEen installatie inclusief gestuurde brandbeveiligingsvoorzieningen, die qua installatie functie in combinatie met elkaar voorwaarde zijn voor het realiseren van de doelstellingen. BrandbeveiligingsEen brandbeveiligingsinstallatie inclusief de daar direct aan verbonden systeem essentiële bouwkundige en organisatorische voorzieningen, die qua functie in combinatie met elkaar voorwaarde zijn voor het realiseren van de doelstellingen.
BrandbeveiligingsInstallaties en voorzieningen die vanuit een centrale eenheid worden voorzieningen aangestuurd (zoals liften, brandweerliften, brandkleppen, brandweeringang, deuren, luchtbehandelingen ventilatie-installaties, roltrappen, rolluiken, voorzieningen in brand- en rookwerende scheidingen, etc.). CCV Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (www.hetccv.nl). CCV-Inspectieschema CCV-Inspectieschema Brandbeveiliging op basis van afgeleide doelstellingen. BB-AD CvB College van Belanghebbenden Brandbeveiliging van het CCV. Het hoogste beslisorgaan bij het CCV betreffende brandbeveiliging. Detailontwerp De onder verantwoordelijkheid van de leverancier opgestelde, en op het basisontwerp gebaseerde ontwerp (volledige engineering: blokschema’s, installatieplattegronden, berekeningen, etc.). Toelichting: de hoofdlijnen voor het detailontwerp (zoals de relevante geaccepteerde normen/voorschriften) kunnen al in het MPB, UPD, PvE of bestek zijn opgenomen. Doelstellingen, te Primaire doelstellingen: de essentiële eisen voor brandveiligheid, die vanuit onderscheiden zijn: Europese en Nederlandse wet- en regelgeving alsmede private afspraken ten aanzien van brandbeveiliging worden gesteld. Toelichting; de primaire doelstellingen zijn veilig vluchten en het beperken van de omvang van de brand, en brand- en rookschade.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 34 van 40
DP
Gebruiker/eigenaar Geaccepteerde normen
Goed- en afkeurcriteria Initiële inspectie
Inspectiecertificaat
Inspectieplan
Inspectiepunten Inspectierapport
Inspectieschema Installatie
Installatiecertificaat Leverancier
Afgeleide doelstellingen: de uit de primaire doelstellingen afgeleide doelstellingen voor een brandbeveiligingssysteem. Voor de inspectie worden deze ‘vertaald’ naar inspectiepunten. Toelichting; een brandbeveiligingssysteem wordt altijd geïnspecteerd op de afgeleide doelstelling. Bij een inspectie van alleen de brandmeldinstallatie kan de doelstelling “veilig vluchten” dus niet worden bevestigd. Wel kan de afgeleide doelstelling “de brand tijdig detecteren en alarmeren, en de brandveiligheidsvoorzieningen tijdig activeren” worden bevestigd. Deskundigenpanel (voorheen CvD Commissie van Deskundigen). Bewaakt namens CvB de uitvoering en ontwikkelingen rondom certificatie- en inspectieschema’s. Verantwoordelijke voor de brandveiligheid in een object. Normen (of voorschriften) waarvan het CvB heeft vastgesteld deze als basis mogen dienen voor een detailontwerp van een brandbeveiliging die kan worden gecertificeerd volgens dit inspectieschema. De geaccepteerde normen zijn gepubliceerd opgenomen in het document: Inspectie Brandbeveiliging – Specifieke normen en verwijzingen. Dit document is gepubliceerd op de website van het CCV. Criteria om te bepalen of aan een inspectiepunt wordt voldaan. Op basis van het normatief kader wordt bepaald wanneer een wel of niet wordt voldaan aan de criteria.
Het eerste (volledig afgeronde) onderzoek om vast te stellen dat (een deel van) het brandbeveiligingssysteem voldoet aan de brandbeveiligingsdoelstelling(en). Geharmoniseerd document dat wordt afgegeven zodra in een inspectierapport over de brandbeveiliging een positieve conclusie wordt getrokken over het voldoen aan de brandbeveiligingsdoelstelling(en). Intern document waarin beschreven is hoe de inspectie wordt uitgevoerd. Bevat o.a. de demarcatie van de inspectieopdracht, de (verwijzing naar de) uitgangspunten, inspectiepunten, normatief kader en het inspectieproces (definiëren van bepaalde specifieke inspectiemomenten). Te inspecteren essentiële onderdelen van het brandbeveiligingssysteem, die een relatie hebben met de brandbeveiligingsdoelstelling(en). Geharmoniseerd rapport, dat verslag doet van de inspectie en waarin over de brandbeveiliging een conclusie wordt getrokken over het voldoen aan de brandbeveiligingsdoelstelling(en). De in het CvB gemaakte afspraken over het onderwerp van inspectie. Brandbeveiligingssysteem, sproei-installatie, watermistinstallatie, blusschuiminstallatie, blusgasinstallatie, brandmeldinstallatie, ontruimingsalarminstallatie, rookbeheersingsinstallatie. Een verklaring van de leverancier dat de installatie conform de norm is gerealiseerd. Verantwoordelijke voor de levering van een (deel van het) brandbeveiligingssysteem.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 35 van 40
Normatief kader
OAI Object
PV-panelen PvE RBI SMC UPD v. VBB-systeem Vervolginspectie
Relevante gedocumenteerde informatie zoals componentendata (data sheets, approvals, manuals etc.), nationale of internationale normen, voorschriften, standaards, branchedocumenten (zoals de standaard documenten van kader stellende partijen zoals NVBR) besluitenlijsten (van NEN, de Commissie van Deskundige Blus en het CCV harmonisatieoverleg) en beproevings- en testenresultaten (van ‘full scale tests’, functionele beproevingen en proefbranden), die de inspecteur in samenhang gebruikt om vast te stellen of de bepaalde brandbeveiligingsdoelstelling(en) gehaald zijn. De te hanteren normen volgen uit de uitgangspunten (UPD, Programma van Eisen e.d.). Ontruimingsalarminstallatie. Een inrichting, bijvoorbeeld een complex, gebouw, ruimte, voertuig, vaartuig of technische voorziening (bijvoorbeeld een machine of generator) waar één of meerdere brandbeveiligingssystemen in aanwezig zijn om te komen tot de beoogde brandbeveiligingsdoelstelling(en). Photo Voltaic-panelen. Programma van Eisen. Rookbeheersingsinstallatie. Sprinklermeldcentrale. Uitgangspuntendocument. Versie. Vastopgestelde brandblus- en beheerssysteem (sprinkler-, sproei-, watermist-, blusgas- en schuimsystemen). Het periodieke opvolgingsonderzoek, om vast te stellen dat het brandbeveiligingssysteem in het gebruik voldoet aan de brandbeveiligingsdoelstelling(en).
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 36 van 40
BIJLAGE 2 VOORWAARDEN OM LOZE RUIMTEN ONGESPRINKLERD TE LATEN De sprinklerbeveiliging in verborgen plafondruimten kan uitsluitend achterwege blijven indien aan één van de clausules uit NFPA 13, § 9.2.1 wordt voldaan. Deze zijn onderstaand onverkort overgenomen uit NFPA 13 editie 2022, echter exclusief eventuele toelichting die in de NFPA 13, annex A wordt weergegeven. 9.2.1 Concealed Spaces Not Requiring Sprinkler Protection 9.2.1.1 Concealed spaces of noncombustible and limited-combustible construction with minimal combustible loading having no access shall not require sprinkler protection. 9.2.1.1.1 The space shall be considered a concealed space even with small openings such as those used as return air for a plenum. 9.2.1.1.2 Small openings with both of the following limits shall be permitted: (1) A combined total area of not more than 20 percent of the ceiling, construction feature, or plane shall be used to determine the boundaries of the concealed space. (2) Gaps greater than 4 ft (1,2 m) long shall not be more than 8 in. (200 mm) wide. 9.2.1.2 Concealed spaces of noncombustible and limited-combustible construction with limited access and not permitting occupancy or storage of combustibles shall not require sprinkler protection. 9.2.1.2.1 The space shall be considered a concealed space even with small openings such as those used as return air for a plenum.
9.2.1.2.2 The space shall be considered a concealed space even with non-fuel-fired equipment and access panels. 9.2.1.3 Concealed spaces formed by studs or joists with less than 6 in. (152 mm) between the inside or near edges of the studs or joists shall not require sprinkler protection (see figure 10.2.6.1.5.1).
Figure 10.2.6.1.5.1 9.2.1.4 Concealed spaces formed by bar joists with less than 6 in. (150 mm) between the roof or floor deck and ceiling shall not require sprinkler protection.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 37 van 40
9.2.1.5 Concealed spaces formed by ceilings attached directly to or within 6 in. (150 mm) of wood joist or similar solid member construction shall not require sprinkler protection. 9.2.1.6 Concealed spaces formed by ceilings attached to composite wood joist construction either directly or onto metal channels not exceeding 1 in. (25 mm) in depth, provided the joist channels as measured from the top of the batt insulation are separated into volumes each not exceeding 160 ft³ (4.5 m³) using materials equivalent to the web construction and at least 3 ½ in. (90 mm) of batt insulation is installed at the bottom of the joist channels when the ceiling is attached utilizing metal channels, shall not require sprinkler protection. 9.2.1.7 Concealed spaces filled with noncombustible insulation shall not require sprinkler protection. 9.2.1.7.1 A maximum 2 in. (50 mm) air gap at the top of the space shall be permitted. 9.2.1.8 Concealed spaces within wood joist construction having noncombustible insulation filling the space from the ceiling up to the bottom edge of the joist of the roof or floor deck shall not require sprinkler protection.
9.2.1.9 Concealed spaces within composite wood joist construction having noncombustible insulation filling the space from the ceiling up to the bottom edge of the composite wood joist of the roof or floor deck and with the joist channels separated into volumes each not exceeding 160 ft³ (4,5 m³) to the full depth of the composite wood joist, with material equivalent to the web construction, shall not require sprinkler protection. 9.2.1.10 Concealed spaces over isolated small compartments not exceeding 55 ft2 (5,1 m2) in area shall not require sprinkler protection. 9.2.1.11 Concealed spaces created by soffits of combustible construction below noncombustible or limited combustible ceilings separated into volumes each not exceeding 160 ft³ (4,5 m³) by noncombustible or limited combustible materials shall not require sprinkler protection. 9.2.1.12.
Concealed spaces where rigid materials are used and the exposed surfaces, in the form in which they are installed, comply with one of the following shall not require sprinkler protection: (1) The surface materials have a flame spread index of 25 or less, and the materials have been demonstrated not to propagate fire more than 10.5 ft (3,2 m) when tested in accordance with ASTM E84, Standard Test Method for Surface Burning Characteristics of Building Materials, or UL 723, Standard for Test for Surface Burning Characteristics of Building Materials, extended for an additional 20 minutes. (2) The surface materials comply with the requirements of ASTM E2768, Standard Test Method for Extended Duration Surface Burning Characteristics of Building Materials (30 min Tunnel Test). 9.2.1.13 Concealed spaces in which the exposed materials are constructed entirely of fire retardant– treated wood as defined by NFPA 703 shall not require sprinkler protection. 9.2.1.14 Noncombustible concealed spaces having exposed combustible insulation where the heat content of the facing and substrate of the insulation material does not exceed 1.000 Btu/ft2 (11.400 kJ/m2) shall not require sprinkler protection.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 38 van 40
9.2.1.15 Concealed spaces below insulation that is laid directly on top of or within wood joists or composite wood joists used as ceiling joists in an otherwise sprinklered concealed space, with the ceiling attached directly to the bottom of the joists, shall not require sprinkler protection. 9.2.1.16 Sprinklers shall not be required in vertical pipe chases under 10 ft² (0,9 m²). 9.2.1.16.1 Pipe chases in accordance with 9.2.1.15 shall contain no sources of ignition. 9.2.1.16.2 In buildings having more than a single story, pipe penetrations at each floor shall be firestopped using materials equivalent to the floor construction. 9.2.1.17 Exterior columns under 10 ft2 (0,9 m2) in area, formed by studs or wood joist supporting exterior canopies that are fully protected with a sprinkler system, shall not require sprinkler protection. 9.2.1.18 Concealed spaces formed by noncombustible or limited-combustible ceilings suspended from the bottom of wood joists, composite wood joists, wood bar joists, or wood trusses that have insulation filling all of the gaps between the bottom of the trusses or joists, and where sprinklers are present in the space above the insulation within the trusses or joists, shall not require sprinkler protection. 9.2.1.18.1 The heat content of the facing, substrate, and support of the insulation material shall not exceed 1.000 Btu/ft2 (11.400 kJ/m2).
9.2.1.19 Concealed spaces formed by noncombustible or limited-combustible ceilings suspended from the bottom of wood joists and composite wood joists with a maximum nominal chord width of 2 in. (50 mm), where joist spaces are full of noncombustible batt insulation with a maximum 2 in. (50 mm) air space between the decking material and the top of the batt insulation shall not require sprinklers. 9.2.1.19.1 Facing that meets the requirements for noncombustible or limited-combustible material covering the surface of the bottom chord of each joist and secured in place per the manufacturer's recommendations shall not require sprinklers. 9.2.1.20 Exterior Soffits, Eaves, Overhangs, and Decorative Frame Elements. 9.2.1.20.1 Sprinklers shall be permitted to be omitted from within combustible soffits, eaves, overhangs, and decorative frame elements that are constructed in accordance with 9.2.1.20.2 through 9.2.1.20.5. 9.2.1.20.2 Combustible soffits, eaves, overhangs, and decorative frame elements shall not exceed 4 ft 0 in. (1,2 m) in width. 9.2.1.20.3 Combustible soffits, eaves, overhangs, and decorative frame elements shall be draftstopped, with a material equivalent to that of the soffit, into volumes not exceeding 160 ft3 (4,5 m3).
9.2.1.20.4 Combustible soffits, eaves, overhangs, and decorative frame elements shall be separated from the interior of the building by walls or roofs of noncombustible or limited-combustible construction. 9.2.1.20.5 Combustible soffits, eaves, overhangs, and decorative frame elements shall have no openings or unprotected penetrations directly into the building.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 39 van 40
BIJLAGE 3 TEKENINGEN B3.1. Tekening nr. 4695-VBB-01 B3.2. Tekening nr. 4695-VBB-02 B3.3. Tekening nr. 4695-VBB-03A B3.4. Tekening nr. 4695-VBB-04
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 40 van 40
11
Sprinklerpompkamer + ondergrondse waterreservoir
12
Fietsenstalling
08
08
MER ruimte
Laagspanningsruimte en trafo’s Begane grond
SER ruimten
Legenda
1e verdieping
Gesprinklerd gebied – nat systeem Gesprinklerd gebied – droge sprinklers
11
12
60 minuten WBDBO Deze tekening is in kleuren vervaardigd. Bij zwart kopiëren kunnen mogelijk delen wegvallen.
N
Meerstraat 2 5473 AA Heeswijk-Dinther
Project:
Gemeentehuis Haarlemmermeer
Form: A3
Adres:
Raadhuisplein 1
Schaal: 1:----
Plaats:
Hoofddorp
Datum: 15 januari 2024
Omschrijving: Situatie gesprinklerd gebied
Get: OvL
Tek.nr. 4695-VBB-01
11
12
08
08
2e verdieping
SER ruimten
08
08
3e verdieping Legenda
Gesprinklerd gebied – nat systeem
12
11
Project:
Gemeentehuis Haarlemmermeer
Form: A3
Adres:
Raadhuisplein 1
Schaal: 1:----
Plaats:
Hoofddorp
Datum: 15 januari 2024
60 minuten WBDBO Deze tekening is in kleuren vervaardigd. Bij zwart kopiëren kunnen mogelijk delen wegvallen.
N
Meerstraat 2 5473 AA Heeswijk-Dinther
Omschrijving: Situatie gesprinklerd gebied
Get: OvL
Tek.nr. 4695-VBB-02
11
12
08
08
4e verdieping
08
08
5e verdieping Legenda
11
12
Gesprinklerd gebied – nat systeem Deze tekening is in kleuren vervaardigd. Bij zwart kopiëren kunnen mogelijk delen wegvallen.
N
Meerstraat 2 5473 AA Heeswijk-Dinther
Project:
Gemeentehuis Haarlemmermeer
Form: A3
Adres:
Raadhuisplein 1
Schaal: 1:----
Plaats:
Hoofddorp
Datum: 15 januari 2024
Omschrijving: Situatie gesprinklerd gebied
Get: OvL
Tek.nr. 4695-VBB-03A
Doorsnede 08-08
Doorsnede 11-11
Doorsnede 12-12
Legenda Gesprinklerd gebied – nat systeem Deze tekening is in kleuren vervaardigd. Bij zwart kopiëren kunnen mogelijk delen wegvallen.
Meerstraat 2 5473 AA Heeswijk-Dinther
Project:
Gemeentehuis Haarlemmermeer
Form: A3
Adres:
Raadhuisplein 1
Schaal: 1:----
Plaats:
Hoofddorp
Datum: 15 januari 2024
Omschrijving: Situatie gesprinklerd gebied
Get: OvL
Tek.nr. 4695-VBB-04