Bijlage W-2 UPD-sprinklerinstallatie
Tekst van het document
UITGANGSPUNTENDOCUMENT BRANDBEVEILIGING SPRINKLERSYSTEEM
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
SGS Floriaan
Meerstraat 2 5473 AA Heeswijk-Dinther Netherlands t +31 (0)88 214 54 00 www.sgsfloriaan.nl
Member of the SGS Group (SGS SA) Division of SGS Search Ingenieursbureau B.V. - Meerstraat 2 – P.O. Box 83 – 5473 ZH Heeswijk – The Netherlands - CoC: 16078863 Unless otherwise agreed, all orders are executed in accordance with our general conditions. Upon simple request the conditions will again be sent to you.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 Adres:
Gemeentehuis Haarlemmermeer Raadhuisplein 1 2132 TZ Hoofddorp
Betreft:
Uitgangspuntendocument Brandbeveiliging Sprinklersysteem
Opdrachtgever:
Halmos adviseurs Wassenaarseweg 30 2596 CJ Den Haag
Opgesteld door:
SGS Floriaan Meerstraat 2 5473 AA Heeswijk-Dinther
Telefoon:
088 - 214 54 00
E-mail:
nl.floriaan.info@sgs.com
Contactpersoon:
de heer O.M.N. van Loo, BA ocky.vanloo@sgs.com
Datum vrijgave 31 januari 2024
Beschrijving Uitgangspuntendocument, ter goedkeuring betrokken partijen.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Auteur OvL
Vrijgave JvD
Pagina 2 van 40
INHOUDSOPGAVE LEESWIJZER
5
1. ALGEMENE INFORMATIE 1.1. Inleiding 1.2. Doel brandbeveiligingssysteem 1.3. Informatie in dit Uitgangspuntendocument 1.4. Beoordelingsniveau inspectie 1.5. Betrokken partijen 1.6. Documenten en contactmomenten ten behoeve van het UPD 1.7. Gewijzigd document en documentbeheer
6 6 6 6 7 9 10 10
2. BESCHRIJVING BOUWWERK 2.1. Algemeen 2.2. Beschrijving van de omgeving 2.3. Inrichting en gebruik 2.4. Bouwkundige gegevens 2.5. Gegevens infrastructuur relevant voor het sprinklersysteem
12 12 12 12 14 15
3. RISICOVEILIGHEIDSANALYSE MET BETREKKING TOT BRAND 3.1. Algemeen 3.2. Risicoanalyse 3.3. Risico-identificatie 3.4. Risico-evaluatie 3.5. Restrisico
16 16 16 16 16 17
4. NORMATIEF KADER 4.1. Algemeen 4.2. Van toepassing zijnde wet- en regelgeving 4.3. Gelijkwaardigheden 4.4. Normatief kader sprinklersysteem 4.5. Relevante besluiten vanuit het deskundigenpanel (status december 2022, v. 2.1) 4.6. Interpretaties van het normatief kader 4.7. Vooraf vastgestelde afwijkingen op het normatief kader
18 18 18 18 19 20 20 20
5. INSTALLATIETECHNISCHE VOORZIENINGEN 5.1. Algemeen 5.2. Sprinklerinstallatie 5.3. Uitvoering watervoorziening en hydraulische berekeningen 5.4. Sprinklermeldinstallatie
21 21 21 26 26
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 3 van 40
6. BOUWKUNDIGE EN ORGANISATORISCHE VOORZIENINGEN 6.1. Algemeen 6.2. Omvang VBB-systeem volgens Technisch Bulletin 65A 6.3. Ongesprinklerde ruimten in gesprinklerd gebied 6.4. Deuren in brandwerende scheidingen 6.5. Doorvoeringen brandwerende scheidingen 6.6. Sprinklerpompkamer (NFPA 20, § 4.14) 6.7. Toegang tot het terrein en het gebouw door de brandweer 6.8. Vrije ruimte onder sprinklers 6.9. Goederenclassificatie, opslagconfiguraties en opslaghoogten 6.10. Opslagbepalingen buitenopslag 6.11. Opslagbepalingen onder de luifel 6.12. Onderhoud en beheer
28 28 28 28 28 28 29 29 29 29 31 31 31
7. TEKENLIJST
33
BIJLAGE 1 DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN BIJLAGE 2 VOORWAARDEN OM LOZE RUIMTEN ONGESPRINKLERD TE LATEN BIJLAGE 3 TEKENINGEN B3.1. Tekening nr. 4695-VBB-01 B3.2. Tekening nr. 4695-VBB-02 B3.3. Tekening nr. 4695-VBB-03A B3.4. Tekening nr. 4695-VBB-04
34 37 40 40 40 40 40
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 4 van 40
LEESWIJZER Dit Uitgangspuntendocument (UPD) is gebaseerd op de blauwdruk UPD van het CCVCertificatieschema Uitgangspuntendocument Brandbeveiliging. Met een UPD gebaseerd op deze blauwdruk is voor alle partijen die iets te maken hebben met de brandbeveiliging in en rond een bouwwerk de minimaal benodigde informatie beschikbaar. De methodiek uit de blauwdruk is aangevuld en aangepast met kennis en ervaring van SGS Floriaan met het opstellen van UPD's en leidt tot een praktische, herkenbare structuur en een overzichtelijke opbouw van het document. Aangezien het UPD maatwerk betreft, is de structuur en opbouw van dit document verder toegespitst op de specifieke situatie van Gemeente Haarlemmermeer te Hoofddorp. De gehanteerde terminologie in dit UPD is deels ontleend aan de CCV-Inspectieschema’s Brandbeveiliging, zie Bijlage 1 Definities en begripsomschrijvingen. Dit document dient als: ▪ Basisontwerp zoals omschreven in het CCV-Inspectieschema Brandbeveiliging op basis van afgeleide doelstellingen (CCV-Inspectieschema BB-AD); ▪ Uitgangspuntendocument zoals omschreven in: o het CCV-Certificatieschema; o Technische Bulletins van het CCV. De versies van alle documenten die deel uitmaken van het normatief kader, zijn in dit UPD op één plaats weergegeven in het overzicht van het normatief kader (zie § 4.4).
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 5 van 40
1. ALGEMENE INFORMATIE 1.1. Inleiding Dit Uitgangspuntendocument (UPD) brandbeveiliging beschrijft de uitgangspunten van het brandbeveiligingssysteem1 (sprinklersysteem) in het nieuwe Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp.
1.2. Doel brandbeveiligingssysteem Primaire doelstellingen in Europese en Nederlandse wet- en regelgeving op brandbeveiligingsgebied zijn: ▪ veilig vluchten; ▪ beperken van de omvang van de brand en brand- en rookschade. Om aan de tweede primaire doelstelling te kunnen voldoen, is met betrekking tot dit bouwwerk een brandbeveiligingssysteem noodzakelijk. Elk brandbeveiligingssysteem heeft een eigen specifieke functie. Deze functie is in de CCV-Inspectieschema's uitgedrukt in een zogenaamde afgeleide doelstelling. Voor dit bouwwerk is het volgende brandbeveiligingssysteem met onderstaande afgeleide doelstellingen van kracht: Sprinklersysteem ▪ Een beginnende brand in een vroeg stadium detecteren, signaleren en onder controle houden, zodat het bestrijden ervan door de interne en externe brandbestrijdingsorganisaties kan plaatsvinden waardoor schade wordt beperkt, binnen de context van het basisontwerp. ▪ Aanvullend: het sprinklersysteem geeft invulling aan functiebehoud zoals gesteld in de NPR 2576. Toelichting: In elke afgeleide doelstelling wordt gesproken over de 'context van het basisontwerp' (= UPD). Hiermee wordt bedoeld: het algemeen aanvaard niveau van beveiliging behorende bij de uitvoeringsnormen en normversies zoals genoemd in het UPD.
Noot: bovenstaande afgeleide doelstellingen inclusief de toelichting zijn (verplicht) letterlijk overgenomen uit het CCV-Inspectieschema Brandbeveiliging - Inspectie basisontwerp, versie: 9.0.
1.3. Informatie in dit Uitgangspuntendocument De beschrijving in dit UPD geeft alle partijen die bij de totstandkoming en instandhouding van het brandbeveiligingssysteem is betrokken, inzicht in het sprinklersysteem. Hoofdstuk 1 bevat algemene informatie over doelstellingen, betrokken partijen, inspectie en certificatie en documentbeheer. In hoofdstuk 2 is de beschrijving van het bouwwerk opgenomen. Hoofdstuk 3 bevat de risicoveiligheidsanalyse bij de diverse brandscenario’s. Hoofdstuk 4 bevat het normatief kader. Hiertoe behoren naast alle regelgeving ook de van toepassing verklaarde interpretaties en gemotiveerde afwijkingen op de regelgeving. Hoofdstuk 5 bevat de relevante kwaliteitscriteria en prestatie-eisen met betrekking tot de installatietechnische voorzieningen. Hoofdstuk 6 bevat de relevante kwaliteitscriteria en prestatie-eisen met betrekking tot de bouwkundige en organisatorische voorzieningen. Hoofdstuk 7 bevat de tekenlijst. In CCV-Inspectieschema’s en PGS-publicaties wordt de term VBB-systeem benoemd (zie definities). In dit UPD wordt in plaats van deze term ook de term brandbeveiligingssysteem/-installatie gehanteerd. 1
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 6 van 40
Het is belangrijk dat Gemeente Haarlemmermeer controleert of vooral de beschrijving van het bouwwerk en de bouwkundige en organisatorische voorzieningen passen binnen de bedrijfsvoering.
1.4. Beoordelingsniveau inspectie In deze paragraaf wordt verstaan onder brandbeveiligingssysteem: het sprinklersysteem zoals omschreven in dit UPD. 1.4.1. Algemeen Inspectiecertificering moet voldoen aan de volgende inspectieschema's, die onder accreditatie worden uitgevoerd. Onderdeel Basisontwerp (UPD)
Detailontwerp
Brandbeveiligingssysteem
Inspectieschema CCV-Inspectieschema Brandbeveiliging op basis van afgeleide doelstellingen (CCV-Inspectieschema BB-AD) Inspectie basisontwerp brandbeveiligingssysteem (VBB-BMI-OAI-RBI), versie 9.0 CCV-Inspectieschema Brandbeveiliging op basis van afgeleide doelstellingen (CCV-Inspectieschema BB-AD) Inspectie detailontwerp brandbeveiligingssysteem (VBB-BMI-OAI-RBI), versie 9.0 CCV-Inspectieschema Brandbeveiliging op basis van afgeleide doelstellingen (CCV-Inspectieschema BB-AD) Inspectie brandbeveiligingssysteem (VBB-BMI-OAI-RBI), versie 12.0
Uitgave 01-02-2019
01-02-2019
01-01-2019
Tabel 1.4-1
Bij deze schema’s horen de volgende hulpdocumenten: Hulpdocumenten Inspectie Brandbeveiliging - Vakbekwaamheid en ervaring, versie 4.0 Inspectie Brandbeveiliging – Specifieke normen en verwijzingen, versie 10.0 Harmonisatieafspraken voor inspectie VBB-BMI-OAI-RBI op afgeleide doelstellingen, versie 2.0
Uitgave 01-07-2021 15-03-2023 01-10-2020
Tabel 1.4-2
Het CCV ontwikkelt en beheert deze inspectieschema’s (zie www.hetccv.nl). 1.4.2. Inspectieschema basisontwerp (Uitgangspuntendocument) Dit schema bevat eisen voor de uitvoering van de inspectie door de inspectie-instelling van het UPD. Doel van de inspectie is om vast te stellen of het UPD beantwoordt aan de afgeleide doelstelling (zie § 1.2). Toepassing van dit schema als afzonderlijke inspectie met een afzonderlijk inspectierapport is optioneel, maar wordt geadviseerd om problemen bij uitvoering van deze latere inspectie op locatie (zie § 1.4.4) tijdens de realisatiefase vóór te zijn.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 7 van 40
1.4.3. Inspectieschema detailontwerp Dit schema bevat eisen voor de uitvoering van de inspectie van het detailontwerp, waarbij het doel is om vast te stellen dat het detailontwerp voldoet aan de afgeleide doelstellingen (zie § 1.2). Toepassing van dit schema als afzonderlijke inspectie met een afzonderlijk inspectierapport is optioneel, maar de inspectie moet op enig moment worden uitgevoerd (zie § 1.4.4). Van belang is te beseffen dat het detailontwerp het volledige systeem betreft, dus de brandbeveiligingsinstallatie inclusief bouwkundige en organisatorische maatregelen (zie Bijlage 1). 1.4.4. Inspectieschema brandbeveiligingssysteem Dit schema bevat eisen voor de uitvoering van een (deel van) een initiële inspectie of vervolginspecties van een brandbeveiligingssysteem, waarbij het doel is om vast te stellen dat het brandbeveiligingssysteem voldoet aan de afgeleide doelstelling (zie § 1.2). De inspecties worden uitgevoerd op basis van het door de eisende partijen goedgekeurde UPD. Toepassing van dit schema is verplicht om in aanmerking te komen voor een inspectiecertificaat.
Indien bij initiële of vervolginspectie blijkt dat inspecties volgens inspectieschema basisontwerp, respectievelijk detailontwerp niet zijn uitgevoerd, zal de inspectie-instelling alsnog het basisontwerp en het detailontwerp inspecteren aan de hand van de inspectie-punten uit inspectieschema, respectievelijk basisontwerp en detailontwerp. De verslaglegging daarvan wordt opgenomen in het inspectierapport van de initiële of vervolginspectie. 1.4.5. Omvang inspectie Voor dit bouwwerk is het volgende bepaald (bron: bevoegd gezag/gebruiker/eigenaar): ▪ Het sprinklersysteem moet in aanmerking komen voor een inspectiecertificaat. 1.4.6. Inspectiefrequentie Gemeente Haarlemmermeer heeft aangegeven dat het sprinklersysteem met een inspectiefrequentie overeenkomstig het Bouwbesluit dient te worden geïnspecteerd. In de Regeling Bouwbesluit:2012, artikel 1.11, wordt aangegeven dat een inspectiecertificaat voor brandbeveiligingssystemen als is bedoeld in artikel 6.32, eerste lid van het Bouwbesluit:2012 een geldigheidsduur heeft van een jaar. Het sprinklersysteem dient jaarlijks te worden geïnspecteerd volgens het CCV-Inspectieschema Brandbeveiliging Inspectie brandbeveiligingssysteem op basis van afgeleide doelstellingen. Noot: Per 1 januari 2024 is het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) in werking getreden, de omgevingsvergunning is echter afgegeven op het Bouwbesluit:2012.
In basis wordt daarom in dit UPD het gebouw voorzien van een sprinklersysteem en geïnspecteerd met een inspectiefrequentie overeenkomstig het Bouwbesluit:2012. Conform het Bbl geldt tevens een inspectiefrequentie van een jaar. 1.4.7. Samenhang inspectiecertificaat en installatie-/onderhoudscertificaat Leveranciers (installateurs) van de brandbeveiligingsinstallaties dienen in principe hun producten onder certificatie te leveren en te onderhouden. De inspectie-instelling dient ervan uit te gaan, dat de installateur van de sprinklerinstallatie bij oplevering een certificaat van levering en jaarlijks bij onderhoud een certificaat van onderhoud aanlevert. Dit maakt de integratie van de installaties goed mogelijk en voorkomt een vergrote omvang en diepgang van de inspectie van het brandbeveiligingssysteem. Deze certificaten moeten zijn verstrekt onder een geaccrediteerde productcertificatie op grond van een CCV-certificatieschema of een daarmee door het CCV gelijkwaardig verklaard certificatieschema.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 8 van 40
1.4.8. Geïntegreerde of gekoppelde brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie De brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie zijn verplicht gesteld vanuit het Bouwbesluit en moet zijn voorzien van een inspectiecertificaat (zie TO-fasedocument bouwfysica, akoestiek en brandveiligheid d.d. 15 december 2023, opgesteld door ZRi). De brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie in het gemeentehuis stuurt geen blusinstallatie aan en maakt het geen deel uit van het sprinklersysteem in dit UPD. Echter een koppeling met de sprinklermeldinstallatie is wel toegestaan, zolang dit het inspectiecertificaat van het sprinklersysteem niet negatief beïnvloedt. De inspectie op negatieve invloed van deze installaties op de sprinklermeldinstallatie is gebaseerd op het document 'Harmonisatieafspraken voor inspectie VBB-BMI-OAI-RBI op afgeleide doelstellingen'.
De volgende inspectiecriteria vanuit de NEN 2535, § 7.4.4 zijn hierbij van toepassing: ▪ storings- en toestandsignaleringen van de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie mogen geen invloed hebben op de goede werking van de sprinklermeldinstallatie en mogen niet leiden tot een doormelding als brandalarm naar het ontvangststation voor brandmeldingen; ▪ op het brandweerpaneel dienen zowel de alarmmeldingen van de sprinklermeldinstallatie als van de brandmeldinstallatie te worden gesignaleerd; ▪ de brandmeldinstallatie dient jaarlijks te worden onderhouden conform de NEN 2654-1; ▪ de ontruimingsalarminstallatie dient jaarlijks te worden onderhouden conform de NEN 2654-2. Voor de uitgangspunten van de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie wordt verwezen naar PvE nr. 4695-BBI-01 laatste versie.
1.5. Betrokken partijen De betrokken partijen zijn: Partij Eigenaar/gebruiker
Naam Gemeente Haarlemmermeer Gemeente Haarlemmermeer
Functie Eisend
Allianz
Belanghebbend
Adviseur brandveiligheid
SGS Floriaan
Adviserend
Inspectie-instelling
Onbekend
Toetsing aan afgeleide doelstellingen
Installateur/leverancier
Onbekend
Levering product
Bevoegd gezag
Verzekeraar
Eisend
Toelichting Vergunninghouder, dient te voldoen aan de vergunning(en). Betrokken bij dit UPD, toetsing aan wettelijke kaders, acceptatie van gelijkwaardige brandveiligheidsoplossingen. Niet betrokken bij dit UPD. Beoordeling schadebeperking door brandbeveiligingssysteem (acceptatie en premiestelling). Opstellen uitgangspunten brandbeveiligingssysteem. Inspectie UPD (basisontwerp). Inspectie detailontwerp Inspectie brandbeveiligingssysteem. Installatie en onderhoud brandbeveiligingsinstallatie(s) en toebehoren.
Tabel 1.5-1
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 9 van 40
1.6. Documenten en contactmomenten ten behoeve van het UPD Voor het opstellen van dit UPD is gebruik gemaakt van de volgende documenten, respectievelijk contactmomenten: Soort Vergunningen Tekeningen
Kenmerk ▪ Niet geraadpleegd ▪ 1226 L(--) 01 – situatie tekening, d.d. 1 december 2023 van Cepezed ▪ 1226 L(--) 02 - begane grond, d.d. 20 december 2023 van Cepezed ▪ 1226 L(--) 03 - eerste verdieping, d.d. 20 december 2023 van Cepezed ▪ 1226 L(--) 04 - tweede verdieping, d.d. 20 december 2023 van Cepezed ▪ 1226 L(--) 05 - derde verdieping, d.d. 20 december 2023 van Cepezed ▪ 1226 L(--) 06 - vierde verdieping, d.d. 20 december 2023 van Cepezed ▪ 1226 L(--) 07 – vijfde verdieping, d.d. 20 december 2023 van Cepezed ▪ 1226 L(--) 08 - dwarsdoorsnede kantoor, d.d. 20 december van Cepezed ▪ 1226 L(--) 09 - dwarsdoorsnede voorhuis, d.d. 20 december 2023 van Cepezed ▪ 1226 L(27) 01 - dak aanzicht, d.d. 20 december 2023 van Cepezed Documentatie/ ▪ TO-fasedocument bouwfysica, akoestiek en brandveiligheid, correspondentie d.d. 15 december 2023, opgesteld door ZRi ▪ Notitie nr. 4695-VBB-01, d.d. 16 januari 2023, opgesteld door SGS Floriaan ▪ Correspondentie met Halmos adviseurs, d.d. 10, 11, 13 en 16 januari 2023 ▪ Correspondentie met Halmos adviseurs, d.d. 30 januari 2023 ▪ Correspondentie met Halmos adviseurs, d.d. 20 februari 2023 Bespreking/opname ▪ Teams bespreking met Halmos adviseurs, d.d. 10 januari en 19 december ter plaatse 2023 Tabel 1.6-1
1.7. Gewijzigd document en documentbeheer 1.7.1. Gewijzigd document Dit document heeft de status definitief. De wijzigingen ten opzichte van de vorige versie zijn op “alinea-kop-niveau” gemarkeerd met een verticale streep in de kantlijn. 1.7.2. Documentbeheer Wanneer veranderingen optreden in het bouwwerk, kan dit aanleiding zijn tot een gedeeltelijke of gehele herziening van het UPD. Gemeente Haarlemmermeer is verantwoordelijk voor het actueel houden van dit UPD. Een concept UPD is een afgerond document waarin het concept voor het brandbeveiligingssysteem is uitgewerkt. Commentaar van betrokken partijen is nog niet in het document verwerkt. In het definitieve UPD is het commentaar van betrokken partijen verwerkt. Indien een definitief UPD wordt aangepast, wordt het kenmerk aangevuld met ‘A', respectievelijk 'B' etc.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 10 van 40
Revisieblad UPD nr. 4695-VBB-02 Versie Datum wijziging Concept 07-03-2023 Definitief
31-01-2023
Beschrijving wijziging Nieuw UPD
Redactionele wijzigingen. Opmerkingen Halmos adviseurs verwerkt. Update inspectieschema’s. Bijlage 3 aangepast. Toepassing van wandsprinklers in lichtstraten vervallen.
Naam verantwoordelijke opsteller De heer ing. W.P. Pelgrum De heer O.M.N. van Loo, BA
Tabel 1.7-1
Het definitieve UPD dient conform het CCV-Inspectieschema Brandbeveiliging ten behoeve van inspectiecertificering door de betrokken eisende partijen te worden voorzien van een getekende akkoordverklaring. Een door betrokken partijen op andere schriftelijke wijze kenbaar gemaakte akkoordverklaring wordt als gelijkwaardig beschouwd. SGS Floriaan heeft dit document per e-mail naar de volgende personen verzonden: Distributielijst UPD nr. 4695-VBB-02 Versie Naam Concept/ De heer U. van der Burg Definitief
Bedrijf Halmos adviseurs
E-mailadres UB@halmos.nl
Tabel 1.7-2
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 11 van 40
2. BESCHRIJVING BOUWWERK 2.1. Algemeen Het nieuw te bouwen gemeentehuis te Hoofddorp wordt gebouwd op de plek waar nu nog het bestaand Raadhuis staat aan de Raadhuisplein. De ligging van het bestaande Raadhuis is rood omkaderd in Figuur 2.1-1 aangegeven.
Figuur 2.1-1
2.2. Beschrijving van de omgeving Ten oosten van het gemeentehuis is op circa 30 meter afstand een parkeergarage aanwezig. Ten oosten van het gemeentehuis bevindt zich tevens op circa 17 meter afstand winkelcentrum Hoofddorp Winkelstad.. Ten westen van het gemeentehuis zijn diverse winkels aanwezig op circa 50 meter afstand. Ten westen en ten noorden van het gemeentehuis ligt de Raadhuisplein. Ten zuiden van het gemeentehuis ligt op circa 30 meter afstand de Burgemeester van der Willigenlaan.
2.3. Inrichting en gebruik Het gemeentehuis wordt conform het TO-fasedocument bouwfysica, akoestiek en brandveiligheid d.d. 15 december 2023 van ZRi voorzien van een sprinklersysteem met eigen bluswatervoorziening en een NEN 2535 brandmeldsysteem met een NEN 2575 ontruimingsalarmsysteem volgens Programma van Eisen (PvE) nr. 4695-BBI-01, laatste versie.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 12 van 40
Het gemeentehuis is globaal ingedeeld overeenkomstig onderstaande tabel: Bouwdeel Begane grond
1e verdieping
2e verdieping
3e verdieping
4e verdieping Dak (resp. 5e verdieping)
Nadere omschrijving Atrium, kantoorruimten, bijeenkomstruimten, archief, verkeersruimten, toiletten, liften, (open)trappenhuizen, kleedruimten, lockers, trafo’s, laagspanningsruimte, opslagruimten, expeditie, milieustraat, MER-ruimte, fietsenstalling (171 m2), gemeenschappelijke Warmteen Koude Opslag (WKO), sprinklerpompkamer Atrium, kantoorruimten, bijeenkomstruimten, verkeersruimten, toiletten, liften, (open)trappenhuizen, kleedruimte, opslagruimten, technische ruimten, patchkasten (SER-ruimten) Atrium, raadzaal, kantoorruimten, bijeenkomstruimten, keuken, verkeersruimten, toiletten, liften, (open)trappenhuizen, opslagruimten, technische ruimte Atrium, raadzaal, kantoorruimten, bijeenkomstruimten, verkeersruimten, toiletten, liften, (open)trappenhuizen, opslagruimten, patchkasten (SER-ruimten) Kantoorruimten, bijeenkomstruimten, verkeersruimten, toiletten, liften, (open)trappenhuizen, opslagruimte Technische ruimten (toegankelijk door middel van een luik in het trappenhuis op de 4e verdieping)
Inwendige Oppervlakte hoogte (m) (m²) 2,8 - 3,3 Ca. 4.190 Atrium 20 Raadzaal 6,4
Ca. 3.336
Ca. 3.932
Ca. 2.458
Ca. 2.084 Ca. 4,0
Tabel 2.3-1
Naar de aard van het gemeentehuis zal er beperkt opslag/vuurlast aanwezig zijn. De opslag die plaatsvindt, moet voldoen aan de sprinklerregelgeving, waarvan de opslagbeperkingen zijn weergegeven in § 6.9.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 13 van 40
2.4. Bouwkundige gegevens De bouwkundige prestatie-eisen zijn opgenomen in hoofdstuk 6 Bouwkundige en organisatorische voorzieningen. Onderdeel Hoofddraagconstructie Dak Gevels
Interne scheidingen*
(Verdiepings)vloeren Afwijkende ruimten Verlaagde plafonds
Kruipruimten Dakhelling Lichtstraten
Omschrijving Materiaal Brandwerendheid Uitvoering Materiaal dakisolatie Uitvoering
Beton Onbekend Beton met EPDM dakbedekking Minerale wol HSB wanden (Hout Skelet Bouw) met aluminium en keramische gevelplating Minerale wol 60 minuten WBDBO
Materiaal gevelisolatie Scheidingen tussen trappenhuizen en gesprinklerd gebied Scheiding tussen trafo ruimten, 60 minuten WBDBO laagspanningsruimte en gesprinklerd gebied Scheiding tussen MER-ruimte, 60 minuten WBDBO SER-ruimten en gesprinklerd gebied Beton Niet aanwezig De kantoorruimten hebben gedeeltelijk een verlaagd plafond met een hoger gelegen koof (ca. 0,55 m hoog * 0,47 m breed) aan de raam- en aan de gangzijde variërend in omvang van ca. 0,9 m3 tot ca. 7,0 m3 Gedeeltelijk aanwezig, toegankelijk middels kruipluiken in de begane grond. Niet aanwezig Aanwezig boven het atrium met een helling van ca. 4⁰ (ca. 1,96 m - 2,14 m hoog). De afmetingen en het volume van de lichtstraten bedraagt ca. 3,0 m breed * ca. 12,0 m lang = ca. 71 m3. En de lichtstraten worden niet bouwkundig aan de onderzijde dichtgelegd Aanwezig in de fietsenstalling Aanwezig op het dak
Vorstgevaar PV (Photo Voltaic)panelen *: Overige brandwerende scheidingen vallen buiten de omvang van de uitgangspunten van het sprinklersysteem volgens dit UPD. Tabel 2.4-1
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 14 van 40
2.5. Gegevens infrastructuur relevant voor het sprinklersysteem In onderstaande tabel wordt met betrekking tot het bouwwerk aangegeven in hoeverre installaties aanwezig zijn, die een relatie hebben met en van invloed kunnen zijn op de goede werking van het sprinklersysteem. Installatie(deel) Brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie Vastzetinrichtingen in brandwerende scheidingen Brandkleppen Klimaatbeheersingssysteem
Ventilatieluiken Kook- en frituurapparatuur Toegangscontrole-installatie Sleuteldepot ten behoeve van brandweer Personenzoekinstallatie (PZI) Noodstroomaggregaat Hydranten Droge blusleiding Brandslanghaspels Verwarming Liften PV-panelen
Uitvoering Aanwezig, uitgevoerd volgens PvE nr. 4695-BBI-01 , laatste versie. Aanwezig. Aan te sturen zoals omschreven in PvE nr. 4695-BBI-01, laatste versie. Aanwezig. Aangestuurd door de brandmeldinstallatie. Aanwezig. In principe niet aan te sturen. Mechanische luchttoevoer en luchtafvoer. Deze moet zodanig zijn ingeregeld dat de luchtsnelheid ter plaatse van een willekeurige sprinkler aan het dak/plafond de 1,5 m/s nooit mag overschrijden. Niet aanwezig. Aanwezig, kleinschalig. Aanwezig. Aan te sturen zoals omschreven in PvE nr. 4695-BBI-01, laatste versie. Niet aanwezig. Niet aanwezig. Aanwezig. Op het dak (resp. 5e verdieping) van het gemeentehuis. Niet aanwezig op eigen terrein. Aanwezig. Aanwezig, aangesloten op de drinkwaterleiding. Aanwezig in het gehele bouwwerk met uitzondering van de fietsenstalling. Er zijn elektrische liften aanwezig. Hydraulische liften worden niet toegepast. Aanwezig. Aan te sturen zoals omschreven in PvE nr. 4695-BBI-01, laatste versie.
Tabel 2.5-1
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 15 van 40
3. RISICOVEILIGHEIDSANALYSE MET BETREKKING TOT BRAND 3.1. Algemeen De gevolgen van brand worden in dit hoofdstuk geïdentificeerd en geëvalueerd. Het geeft een verklaring van het gekozen brandbeveiligingsconcept waarmee de gevolgen bij brand worden verkleind tot een acceptabel niveau. De beoordeling van deze vorm van risicoanalyse is aan de eisende partijen.
3.2. Risicoanalyse De risicoanalyse bestaat uit een beoordeling van de specifieke brandgevaren met betrekking tot het gemeentehuis. Het gemeentehuis is niet ingedeeld in brandcompartimenten, maar is op basis van het gelijkwaardigheidsbeginsel uit het Bouwbesluit 2012 volledig gesprinklerd (§ 4.3.1). Vanuit het Bouwbesluit 2012 geldt voor nieuwbouw met kantoor- en bijeenkomstfunctie dat er tenminste voorzien moet zijn in: ▪ brandmeldinstallatie, gedeeltelijke bewaking (artikel 6.20, lid 1); ▪ ontruimingsalarminstallatie (artikel 6.23, lid 1). Door middel van risico-identificatie en -evaluatie wordt in dit UPD aangegeven wat dit betekent voor het niveau van het totale brandveiligheidsconcept.
3.3. Risico-identificatie Dit UPD gaat uit van de volgende generieke brandscenario’s: ▪ brand op één willekeurige locatie binnen gesprinklerd gebied; ▪ brand op één willekeurige locatie buiten gesprinklerd gebied. Voor de bepaling van de risico’s die deze brandscenario’s met zich meebrengen, is uitgegaan van een kans van optreden van 100%. Dit maakt dat voor alle gevallen beoordeeld is wat het effect is van het betreffende brandscenario en welke maatregelen op grond van dit UPD zijn genomen om de effecten beheersbaar te houden. De oorzaak van de brand is hierbij niet in beschouwing genomen, noch het nemen van maatregelen om mogelijke oorzaken te elimineren. De brandveiligheid wordt dus conservatief benaderd vanuit de gedachte: “Ergens ontstaat brand”. De brandscenario’s leiden tot onderstaande risico-evaluatie.
3.4. Risico-evaluatie 3.4.1. Brand op één willekeurige locatie binnen gesprinklerd gebied Het gemeentehuis is een groter brandcompartiment dan toegestaan volgens het Bouwbesluit. Om ten opzichte van het Bouwbesluit een gelijkwaardig niveau van brandveiligheid te realiseren, is bepaald dat het gesprinklerd dient te zijn. Hiernaast zal het gemeentehuis voorzien worden van een brandmelden ontruimingsalarminstallatie op basis van Programma van Eisen (PvE) nr. 4695-BBI-01 laatste versie, opgesteld door SGS Floriaan. Om de doeltreffendheid van het sprinklersysteem te borgen, wordt het sprinklersysteem onder inspectiecertificaat volgens de CCV-Inspectieschema's gebracht en gehouden. Uitgaande van dit sprinklersysteem onder inspectiecertificaat is het risico van een onbeheersbare brand binnen het gesprinklerd gebied tot een acceptabel niveau beperkt. 3.4.2. Brand op één willekeurige locatie buiten gesprinklerd gebied 3.4.2.1. De buitenruimte Er zijn geen belendingen of brandbare opslag binnen de 10 meter afstand tot het gemeentehuis.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 16 van 40
3.4.2.2. Ongesprinklerde MER- en SER-ruimten, laagspanningsruimte en trafo’s Vanwege mogelijke waterschade is het gewenst de MER- en de SER-ruimten, de laagspanningsruimte en de trafo’s ongesprinklerd te houden. Deze ruimten worden ten minste 60 minuten brandwerend afgescheiden en voorzien van automatische branddetectie. 3.4.2.3. Ongesprinklerde entreeluifel In dit UPD wordt opgenomen dat onder de entreeluifel geen enkele vorm van opslag mag voorkomen, zodat daarmee (in combinatie met de onbrandbare bouwaard) het ongesprinklerd laten van de entreeluifel is geoorloofd. 3.4.2.4. PV-panelen op het dak De PV-panelen met hun omvormers vormen een extra restrisico op brandoverslag en branddoorslag van buiten naar binnen. De aanwezige sprinklerbeveiliging in het bouwwerk mitigeert dit risico niet. Dit extra restrisico kan worden verkleind door aan te tonen dat de aanleg en montage van de PVpanelen op een deugdelijke wijze heeft plaats gevonden. In kader van dit UPD dient dit te zijn aangetoond door een SCIOS Scope 12 keuring op de totale PV-installatie, die uitgevoerd dient te zijn door een SCIOS gecertificeerd bedrijf. Na aanleg van de PV-installatie zal eerst een Scope 12 Eerste Bijzondere Inspectie (EBI) plaatsvinden. Elke vijf jaar dient de Scope 12 Periodieke Inspectie (PI) te worden uitgevoerd.
Een goedkeuring van de totale PV-installatie op grond van een SCIOS Scope 12 inspectie brengt in combinatie met de toegepaste dakisolatie (minerale wol) het risico van een brand vanaf de PVinstallatie op het dak, die zich uitbreidt naar binnen tot een aanvaardbaar niveau terug.
3.5. Restrisico 3.5.1. Restrisico bij correcte werking van de sprinklerinstallatie Bij brand op een willekeurige locatie in gesprinklerd gebied bestaan de restrisico’s uit: ▪ verlies aan een deel van de inventaris van een ruimte in gesprinklerd gebied, als gevolg van brand-, rook- en/of waterschade; ▪ tijdelijk niet kunnen gebruiken van (delen) van het gemeentehuis. 3.5.2. Restrisico bij niet correcte werking van de sprinklerinstallatie Bij brand op een willekeurige locatie in gesprinklerd gebied bestaan de restrisico’s, afhankelijk van de aard en omvang van het defect aan een aangebrachte brandbeveiligingsvoorziening, uit: ▪ alle restrisico’s zoals opgetekend in § 3.5.1; ▪ een total loss van een ruimte welke met een sprinklerinstallatie is beveiligd; ▪ tijdelijk niet kunnen gebruiken van meerdere ruimten in gesprinklerd gebied; ▪ total loss van het gemeentehuis. Noot: opgemerkt wordt dat door jaarlijkse inspectie onder accreditatie van de brandbeveiligingsvoorzieningen en onderhoud onder certificatie er een maximale inspanning wordt gedaan om een defect aan de aangebrachte meest kritische brandbeveiligingsvoorzieningen te voorkomen. Bovenstaande restrisico’s mogen dus als zeer klein worden beschouwd.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 17 van 40
4. NORMATIEF KADER 4.1. Algemeen In dit hoofdstuk wordt het normatief kader beschreven waaraan het sprinklersysteem moet voldoen om in aanmerking te komen voor een inspectiecertificaat.
4.2. Van toepassing zijnde wet- en regelgeving De Woningwet is op het gemeentehuis en de gebruiksactiviteiten van toepassing. Het Bouwbesluit 2012, inclusief alle van toepassing zijnde wijzigingen, wordt vanuit de Woningwet als regelgeving aangestuurd.
4.3. Gelijkwaardigheden 4.3.1. Gelijkwaardigheid grote brandcompartimenten In de prestatie-eisen voor nieuwbouw uit het Bouwbesluit 2012 wordt voor een kantoor- en bijeenkomst functie de gebruiksoppervlakte van een brandcompartiment begrensd tot ten hoogste 1.000 m2. Om te voorkomen dat een brand zich kan uitbreiden tot buiten het brandcompartiment, wordt een prestatie-eis gesteld van 60 minuten aan de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) van een brandcompartiment naar een andere ruimte. Omdat er voor onderhavig bouwwerk een grote behoefte bestaat aan brandcompartimenten die groter zijn dan de prestatie-eisen uit het Bouwbesluit 2012 toelaten, is in artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012 de mogelijkheid gegeven om van de prestatie-eisen af te wijken. Voorwaarde hierbij is dat het uitbreiden van brand wordt beperkt op een wijze die leidt tot een mate van brandveiligheid als is beoogd in het Bouwbesluit 2012. In overleg met het bevoegd gezag is bepaald dat een sprinklerbeveiliging onder inspectiecertificaat tot een gelijke mate van brandveiligheid leidt (zie rapport TO-fasedocument bouwfysica, akoestiek en brandveiligheid d.d. 15 december 2023, opgesteld door ZRi) 4.3.2.
Sprinklersysteem als gelijkwaardigheid voor functiebehoud transmissieweg Een transmissieweg, die door een sprinklersysteem wordt beschermd, voldoet conform de NPR 2576 aan functiebehoud, indien wordt voldaan aan alle hiernavolgende voorwaarden: ▪ de aanspreektemperatuur van de sprinklers ligt niet hoger dan 93 - 100 °C; ▪ het sprinklersysteem is gecertificeerd; ▪ de volledige transmissieweg wordt beveiligd met sprinklers; ▪ het sprinklersysteem moet volledig automatisch werkend zijn; ▪ de verbindingen moeten zijn beschermd tegen water, minimaal volgens IP44; ▪ de functionaliteit van de sprinklerinstallatie moet in het UPD zijn vastgelegd. 4.3.3. Overige gelijkwaardigheden De overige gelijkwaardigheden hebben een relatie met het niet kunnen voldoen aan het normatieve kader. Deze zijn alle opgenomen in § 4.7.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 18 van 40
4.4. Normatief kader sprinklersysteem Voor het sprinklersysteem geldt onderstaand normatief kader. Onderdeel Omvang VBB-systemen Atria Sprinklersysteem exclusief sprinklermeldinstallatie, leidingnetmaterialen en ophanging (algemeen)
Sprinklersysteem exclusief sprinklermeldinstallatie, leidingnetmaterialen en ophanging (atrium) Sprinklermeldinstallatie, leidingnet materialen en ophanging Electrische voeding sprinklerpompset Invulling sprinklerbeveiliging in liftschachten Invulling sprinklerbeveiliging in machinekamers van liften Onderhoud en beheer sprinklerinstallatie Onderhoud waterreservoir
Normatief kader Technisch Bulletin 65A "Omvang VBB-systemen" Technisch Bulletin 73 "Atria" NFPA 13 "Standard for the installation of Sprinkler Systems" NFPA 20 "Standard for the Installation of Stationary Pumps for Fire Protection" NFPA 22 "Standard for Water Tanks for Private Fire Protection" FM 3-26 "Fire Protection Water for Nonstorage Occupancies”
Uitgave April 2021 1 januari 2012 2022
NEN-EN 12845 + NEN 1073 "Vaste brandblusinstallaties - Automatische sprinklerinstallaties - Ontwerp, installatie en onderhoud" Technisch Bulletin 77B “Pompsets voor VBB-systemen” LiftAdvies LA02 van SBCL (Stichting Beheer Certificatie Liften) Bindend Advies BA12-0092
Februari 2018
2022 2023 October 2021
December 2020 Maart 2018 Februari 2012
Technisch Bulletin 80 “Beheer en onderhoud van *Juni 2021 watervoerende blussystemen” Technisch Bulletin 67B “Controle- en *Juli 2016/ onderhoudsregime voor waterreservoirs” + A1 Februari 2018 Functiebehoud NPR 2576 "Functiebehoud bij brand - Richtlijn voor Mei 2018 transmissiewegen bekabeling, ophanging en montage van transmissiewegen" Componenten Interpretatiebesluit 2023-01 van het Februari 2023 Deskundigenpanel VBB-systemen Minimale watervoorraad Interpretatiebesluit 2022-02 van het April 2022 Deskundigenpanel VBB-systemen Besluiten en interpretaties Zie interpretatiebesluiten en besluitenlijst Laatste versie Deskundigenpanel VBB-systemen op www.hetccv.nl en § 4.5 *: of de rechtmatige opvolger van deze norm(versie), voor zover dit het onderhoud betreft Tabel 4.4-1
2
Het Bindend Advies is (nog) niet herzien op basis van de laatste versie van de in het Advies toegepaste NEN-EN normen.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 19 van 40
4.5. Relevante besluiten vanuit het deskundigenpanel (status december 2022, v. 2.1) Uitgaande van de huidige besluitenlijst is onderstaande besluit in het kader van dit UPD relevant. 4.5.1. Besluit nr. 2.8: NFPA pompen Conform NFPA moeten “Listed pump” worden gebruikt. In het verleden blijken niet alle inspectieinstellengen hierop te hebben gecontroleerd of andere pompen hebben geaccepteerd. Afgesproken is dat als watervoorziening moet voldoen aan NFPA, het volgende geldt: ▪ De pomp moet listed zijn (voorkomend op een lijst van een goedgekeurd laboratorium); ▪ De aandrijving mag non-listed zijn maar moet wel aan NFPA 20 voldoen; ▪ De schakelkast mag non-listed zijn, maar moet wel voldoen aan de eisen in TB 74B en NEN 1010. Onder “listed” wordt verstaan “voldoend aan de eisen die worden gesteld aan het besluit goedgekeurde componenten”. Relevantie van dit besluit: het besluit is volledig van toepassing.
4.6. Interpretaties van het normatief kader Er zijn bij het opstellen van dit UPD geen interpretaties van het normatief kader van toepassing, anders dan vanuit de interpretaties en besluiten gepubliceerd door het Deskundigenpanel van het CCV.
4.7. Vooraf vastgestelde afwijkingen op het normatief kader Bij het opstellen van dit UPD is onderstaande vooraf gestelde afwijking op het normatief kader van toepassing. 4.7.1. Bouwkundige randvoorwaarden: Bouwbesluit versus NFPA Dit UPD gaat ervan uit dat invulling wordt gegeven aan alle bouwkundige randvoorwaarden die het Bouwbesluit stelt, ook als dit resulteert in een lagere fire resistance volgens de NFPA-normen. Motivering: Er is geen reden te veronderstellen dat toepassing van de NFPA-normen per se noodzakelijk is voor het verkrijgen van het juiste brandveiligheidsniveau respectievelijk voor de juiste werking van de sprinklerinstallatie. Bovendien is een fire resistance rating van een materiaal lastig te vergelijken met het begrip brandwerendheid uit het Bouwbesluit, omdat de testmethodieken verschillen. Daarom ligt het in de rede aan te sluiten bij de bouwkundige vereisten, die in Nederland aan bouwwerken worden gesteld.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 20 van 40
5. INSTALLATIETECHNISCHE VOORZIENINGEN 5.1. Algemeen In dit hoofdstuk wordt beschreven welke installatietechnische voorzieningen moeten zijn gerealiseerd.
5.2. Sprinklerinstallatie 5.2.1. Omvang van de sprinklerbeveiliging Het gemeentehuis dient volledig te zijn gesprinklerd, met uitzondering van het archief, de kluis en de trappenhuizen. Deze ruimten zijn ten minste 60 minuten brandwerend gescheiden van de gesprinklerde omgeving. Vanuit het sprinklervoorschrift alsmede de geaccepteerde interpretaties daarop mogen onder bouwkundige en organisatorische voorwaarden de volgende ruimten in gesprinklerd gebied ongesprinklerd zijn gelaten: ▪ luifel; ▪ verborgen ruimten boven het verlaagd plafond; ▪ ruimte uitsluitend bestemd voor elektronische of elektrische schakel- en regelapparatuur. Dit zijn de MER- en SER ruimten, de laagspanningsruimte en de trafo’s. Deze voorwaarden zijn opgenomen in § 6.3. 5.2.2. Prestatie-eisen sprinklerinstallatie verborgen ruimten boven verlaagde plafonds (indien gesprinklerd) Onderwerp Gevarenklasse Type installatie Minimum sproeidichtheid en maximum sproeivlak Minimum sproeitijd Type sprinkler
Type dak/plafond Projectie sprinklers
Invulling Ligt Hazard (LH) Nat 4,1 mm/min over 140 m²
30 minuten Standard spray sprinkler, K ≥ 5.6 (80), ordinary temperature rating, pendent/upright, quick response Unobstructed construction Maximum sproeivlak sprinkler: 20 m² Min./max. onderlinge afstand: 1,8/4,6 meter
Bron NFPA 13, § 4.3.2, § 9.3.17.1.1 NFPA 13, § A.8.2 NFPA 13, table 19.2.3.1.1 en § 19.2.3.2 NFPA 13 § 19.2.3.1.2 NFPA 13, § 9.4
NFPA 13 § 3.3.43.2 NFPA 13, § 9.5, § 10.2
Tabel 5.2-1
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 21 van 40
5.2.3. Prestatie-eisen sprinklerinstallatie algemene ruimten (zoals kantoorruimten, bijeenkomstruimten, verkeersruimten, sanitaire ruimten, kleedruimten), fietsenstalling, technische ruimten en sprinklerpompkamer (aangezien een elektromotor gedreven sprinklerpomp wordt toegepast) Onderwerp Gevarenklasse
Invulling Ordinary Hazard 1 (OH1)
Type installatie Minimum sproeidichtheid en maximum sproeivlak Minimum sproeitijd Type sprinkler
Nat 6,1 mm/min over 140 m²
Bron NFPA 13, § 4.3.3.1, § A.4.3.3.1 (1) NFPA 20 § 4.14.1.4 NFPA 13, § A.8.2 NFPA 13, table 19.2.3.1.1 en § 19.2.3.2
60 minuten NFPA 13, § 19.2.3.1.2 Standard spray sprinkler, K ≥ 5.6 (80)*, NFPA 13, § 9.4 ordinary temperature rating, pendent/upright, quick response Type dak/plafond Unobstructed construction NFPA 13 § 3.3.43.2 Projectie standaard Maximum sproeivlak sprinkler: 12,1 m² NFPA 13, § 9.5, § 10.2 sprinklers Min./max. onderlinge afstand: 1,8/4,6 meter Projectie sidewall Maximum sproeivlak sprinkler: 9,3 m² NFPA 13, § 9.5, § 10.3 sprinklers Min./max. onderlinge afstand: 1,8/3,0 meter *: in de naast gelegen koven aan de raamzijde van de kantoren dienen tevens sprinklers te worden geplaatst. Dit mogen zowel standard spray sprinklers als sidewall sprinklers zijn. Tabel 5.2-2
5.2.4. Prestatie-eisen sprinklerinstallatie opslagruimten (bergingen, lockers, milieustraat, kluis en archief) en expeditie Onderwerp Gevarenklasse Type installatie Minimum sproeidichtheid en maximum sproeivlak Minimum sproeitijd Type sprinkler
Type dak/plafond Projectie sprinklers
Invulling Ordinary Hazard 2 (OH2) Nat 8,1 mm/min over 140 m²
Bron NFPA 13, table 4.3.1.7.1.1 NFPA 13, § A.8.2 NFPA 13, table 19.2.3.1.1 en § 19.2.3.2
90 minuten Standard spray sprinkler, K ≥ 5.6 (80), ordinary temperature rating, pendent/upright, quick response Unobstructed construction Maximum sproeivlak sprinkler: 12,1 m² Min./max. onderlinge afstand: 1,8/4,6 meter
NFPA 13, table 4.3.1.7.1.1 NFPA 13, § 9.4
NFPA 13 § 3.3.43.2 NFPA 13, § 9.5, § 10.2
Tabel 5.2-3
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 22 van 40
5.2.5. Prestatie-eisen sprinklerinstallatie atrium (≥ 18,3m) Onderwerp Gevarenklasse Type installatie
Waarde Hazard Category HC-1 Nat
Minimum sproeidichtheid en maximum sproeivlak Minimale druk op sprinkler Minimale sproeitijd Type sprinkler tussen en in de lichtstraten
24 mm/min over 110 m²
Bron FM 3-26, table 2.2.2 FM 3-26, § 2.3.1.5 FM 2-0, § 2.2.2 FM 3-26, table 2.3.1.10
Overeenkomstig de goedkeur van de sprinkler
FM 3-26, § 2.3.1.11
60 minuten FM 3-26, § 2.3.1.13 Standard spray sprinkler, K ≥ 14.0 (200)* FM 2-0, table 2.5.2.3.1.1(a) upright of pendent, ordinary temperature rating, FM 3-26, § 2.3.1.5 standard coverage, quick response Type dak/plafond Unobstructed construction FM 2-0, § 2.5.2.2 Projectie sprinklers Min./max. sproeivlak sprinkler: 6,0/11,1 m² FM 2-0, table 2.5.2.3.1.1(a) K ≥ 14.0 (200) Min./max. onderlinge afstand: 2,4/3,7 meter *: alternatieve K-factor sprinklers zijn niet toepasbaar, omdat niet aan de min. onderlinge afstand van FM 2-0, table 2.5.2.3.1.1(a) wordt voldaan. Tabel 5.2-4
Bijzondere situaties betreffende de sprinklerinstallatie zijn in de volgende paragrafen weergegeven. 5.2.6. Sprinklerbeveiliging langs vides (NFPA 13 § 9.3.5.4) De sprinklerbeveiliging langs vides behoeven niet te worden verdicht en een draf curtain is niet nodig langs de vide rand vanwege de afmetingen van de vide openingen (> 6,1 meter tegen overliggende zijdes en > 93 m2 oppervlak). 5.2.7. Toepassen van concealed sprinklers Het toepassen van concealed sprinklers is toegestaan onder de volgende voorwaarden: ▪ De concealed sprinkler moet zijn goedgekeurd voor de betreffende gevarenklasse én moet de juiste specificatie voor de betreffende toepassing bezitten (zoals quick response). ▪ De concealed sprinkler moet zijn goedgekeurd voor de gewenste montagewijze en moet daarbij de juiste specificatie voor de betreffende toepassing behouden. Dit is vooral van belang bij het instorten in beton. ▪ Het plafond dient tevens te voldoen aan de beschrijving van unobstructed construction volgens NFPA 13 § 3.3.43.2. 5.2.8. Sprinklers in schachten In elke schacht, die gesprinklerd moet zijn (zie § 5.2.1), waarin per bouwlaag een (rooster)vloer is aangebracht, moet op elke bouwlaag een sprinkler zijn aangebracht. Sprinklers onder roostervloeren moeten zijn voorzien van schermplaten (NFPA 13, § 9.3.3).
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 23 van 40
5.2.9. Sprinklers in liftschachten De liftschachten moeten zijn gesprinklerd waarbij de regelgeving uit LiftAdvies LA02 van SBCL (Stichting Beheer Certificatie Liften) toegepast moet zijn, die als volgt luidt: ▪ Sprinklers moeten een aanspreektemperatuur hebben van meer dan 80 ºC. ▪ Sprinklers moeten zo nodig van een beschermkorf zijn voorzien. ▪ De hoofdschakelaars van de lift en de verlichting moeten als automatische schakelaar bijvoorbeeld conform NEN-EN 81-20, § 5.10.5.2 zijn uitgevoerd. ▪ De hoofdschakelaars moeten automatisch worden uitgeschakeld wanneer de sprinklerinstallatie in de liftschacht geactiveerd wordt, nadat de kooi met geopende deuren voor een verdieping tot stilstand gekomen is. Dit kan worden gerealiseerd met een rook- of branddetectievoorziening die waarborgt dat de lift naar een stopplaats wordt gestuurd en met geopende deuren buiten dienst wordt gesteld, voordat de aanspreektemperatuur van de sprinkler is bereikt. 5.2.10.
Sprinklers in liftmachinekamers De liftmachinekamers moeten zijn gesprinklerd, waarbij de regelgeving uit Bindend Advies BA12-0093 van SBCL (Stichting Beheer Certificatie Liften) moet zijn toegepast, die als volgt luidt: ▪ De sprinklerkop: o moet zijn aangebracht op een eindstuk in de waterleiding, waarbij de leiding in de machinekamer geen vertakkingen mag hebben naar andere ruimten; o mag niet worden aangebracht boven elektrische apparatuur. ▪ De sprinklerkop moet naar behoren met een beschermkorf zijn afgeschermd tegen toevallig aanstoten. ▪ De sprinkler moet werken op een hoge bedrijfstemperatuur (minimaal 93 ºC) en gedurende lange tijd bedrijfszeker zijn. ▪ In de directe nabijheid van het sprinklercontact moet een temperatuurschakelaar worden aangebracht, die de lift buiten werking stelt op de wijze zoals beschreven in NEN-EN 81-73:2005, artikelen 5.3.1 t/m 5.3.5 en 5.4, waarbij de lift naar een (van de) daarvoor bestemde verdieping(en) wordt gestuurd. Dit moet gebeuren bij een temperatuur die ten minste 20 ºC lager ligt dan de bedrijfstemperatuur van de sprinkler. ▪ Om te voorkomen dat de instelling kan worden gewijzigd, moet de bovengenoemde temperatuurschakelaar zijn geblokkeerd. ▪ De hoofdschakelaar van de lift moet als automatische schakelaar overeenkomstig NEN-EN 811/2:1998, artikel 13.4.2 zijn uitgevoerd.
▪ De hoofdschakelaar moet automatisch worden uitgeschakeld door een sprinklercontact (of ander signaal vanuit de sprinklerinstallatie) nadat de kooi met geopende deuren voor een verdieping tot stilstand is gekomen. Om dit laatste te waarborgen, dient een ‘deur-open’-contact in de schakeling te worden opgenomen. ▪ In analogie met de NEN-EN81-72 (brandweerliften) artikelen 5.3.1 en 5.11.2 moeten alle onderdelen van de elektrische installatie zijn beschermd tegen druipend en opspattend water of zijn voorzien van een omhulsel dat geclassificeerd is als IPX3 volgens de EN60529:1991. ▪ In de gebruikershandleiding moet zijn aangegeven dat inspectiewerkzaamheden aan de sprinklerinstallatie alleen mogen worden uitgevoerd in het bijzijn van een liftdeskundige, zoals een onderhoudsmonteur werkzaam bij de organisatie die belast is met het onderhoud van de liftinstallatie(s). Gewezen moet worden op de volgende risico’s: o opsluiting; o wegzakken liftkooi; o bewegende delen; 3
Het Bindend Advies is (nog) niet herzien op basis van de laatste versie van de in het Advies toegepaste NEN-EN normen.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 24 van 40
▪
▪
o elektrocutie; o uitglijden; o overstromen van het oliereservoir. Op de machinekamerdeur moet een opschrift zijn aangebracht waarop wordt aangegeven dat inspectiewerkzaamheden aan de sprinklerinstallatie alleen mogen worden uitgevoerd in het bijzijn van een liftdeskundige, zoals een onderhoudsmonteur werkzaam bij de organisatie die belast is met het onderhoud van de liftinstallatie(s). Gewezen moet worden op het feit dat onderhoud zowel gevaar oplevert voor de monteur als voor de liftpassagier. Op de besturingskast moet een opschrift zijn aangebracht waarop wordt gewaarschuwd om bij mogelijke aanwezigheid van vocht eerst de hoofdschakelaar uit te schakelen in verband met gevaar van elektrocutie.
5.2.11. Obstructiesprinklers Ter plaatse van obstructies dienen extra obstructiesprinklers te worden aangebracht op basis van: ▪ met betrekking tot standard spray sprinklers: NFPA 13, § 9.5.5 en § 10.2.7; ▪ met betrekking tot de non-storage sprinklers in het atrium: FM 2-0, § 2.5.2.5. Obstructies waarbij het evident is dat eronder geen activiteiten kunnen worden ontplooid, noch opslag kan en zal worden gepleegd, vereisen geen obstructiesprinklers. 5.2.12. Sprinklers onder obstructies en roostervloeren (NFPA 13, § 9.5.5, § 10.2.7) Extra sprinklers moeten worden aangebracht onder vaste obstructies die breder zijn dan 1,2 meter. Ook roosters met deze afmeting gelden als obstructie. Sprinklers onder roosters moeten zijn voorzien van een schermplaat (rain-shield). 5.2.13. Verborgen ruimten boven het verlaagd plafond In principe dienen verborgen ruimten boven verlaagde plafonds ook van sprinklers te zijn voorzien. Deze sprinklerbeveiliging kan achterwege blijven indien aan één van de clausules uit NFPA 13, § 9.2.1 wordt voldaan. Deze voorwaarden zijn opgenomen in Bijlage 2. 5.2.14. Sectie-indeling Het oppervlak van het gesprinklerde gebied bestrijkt circa 4.000 m² waardoor er op basis van NFPA 13 § 4.4.1 ten minste een alarmklep moeten worden opgesteld (verzorgingsgebied maximaal 4.830 m²).
Ten minste elke verdieping dient als afzonderlijke sprinklerzone te worden gesignaleerd door middel van een stromingsschakelaar achter een keerklep en een continue bewaakte sectieafsluiter. Achter elke stromingsschakelaar moet een aftap en beproevingsvoorziening zijn aangebracht. De beproevingsvoorziening moet het in werking treden van één sprinkler nabootsen. Elke sprinklerzone moet zijn voorzien van voldoende doorspoelafsluiters om adequaat doorspoelen goed mogelijk te maken. Vanwege de beperkte omvang de fietsenstalling kan het sprinklersysteem worden uitgevoerd als nat systeem met droge sprinklers of een glycol gevuld systeem. Indien wordt gekozen voor een met glycol gevuld systeem dan moet aan NFPA 13, § 8.2.6.8 worden voldaan. 5.2.15. Afgelegen beproevingsafsluiter Aanvullend op de beproevingsvoorzieningen ten behoeve van de alarmen, is er op basis van de NFPA 13 § 16.14.1 ten minste één ITC (Inspector's Test Connection) vereist op de hydraulisch meest ongunstig gelegen plaats op een verdeelleiding.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 25 van 40
5.3. Uitvoering watervoorziening en hydraulische berekeningen 5.3.1. Watervoorziening Onderdeel Algemeen
Uitvoering Watervoorziening met een sprinklerpompset op één ondergrondse waterreservoir. Specificatie pomp 1x elektromotor aangedreven sprinklerpomp (Vertical shaft). Ter plaatse te meten capaciteit Circa 4.000 dm³/min (gebaseerd op hydraulisch onbalans van 50%, volledige hydraulische ontwerpberekeningen zijn bepalend). Watervoorraad Circa 240 m³ (volledige hydraulische ontwerpberekeningen zijn bepalend) in betonnen waterkelder onder de sprinklerpompkamer. Tabel 5.3-1
De betonnen waterkelder moet zijn voorzien van een verdiepte zuigput om de gehele watervoorraad van de waterkelder als netto beschikbaar te kunnen aanmerken. Deze verdiepte zuigput moet van voldoende afmeting zijn, om te voorkomen dat de pomp lucht gaan aanzuigen en/of gaan caviteren (NFPA 20, § 4.16.10). De pompleverancier dient dit op te geven, waarbij op basis van NFPA 20, § 7.2.2.2 maatgevend is dat de snelheid maximaal circa 0,3 m/sec mag bedragen indien de sprinklerpomp 150% rated capacity levert. 5.3.2. Testvoorziening Om de capaciteit van de pomp te kunnen vaststellen, moet in de sprinklerpompkamer een testvoorziening aanwezig zijn met een vaste flowmeter zoals aangegeven onder “Water Flow Test Devices” in NFPA 20 § 4.22. 5.3.3. Hydraulische berekeningen Alle leidingnetten moeten volledig hydraulisch zijn berekend volgens het voorschrift waaraan de prestatie-eisen zijn ontleend. Dit houdt in dat in het algemeen bij NFPA 13, § 28.2 moet worden toegepast, en dat voor het atrium FM 3-0, § 2.0 van toepassing is. Binnen NFPA 13 geldt, dat, indien extra sprinklers onder obstructies zijn aangebracht, zij niet in de hydraulische berekeningen extra behoeven te worden meegerekend (zie NFPA 13, § 28.2.4.6).
5.4. Sprinklermeldinstallatie De sprinklerinstallatie moet zijn voorzien een elektrische bewaking volgens NEN-EN 12845 + NEN 1073, bijlage H van: ▪ De stand van alle afsluiters die, indien gesloten, de juiste toevoer van water naar de sprinklers kunnen afsluiten. ▪ Het laag waterniveau in het waterreservoir. ▪ Lage druk in het hoofdleidingnet. ▪ De elektrische voeding van de sprinklerpompset en de jockeypomp. ▪ Te lage temperatuur in de sprinklerpompkamer. 5.4.1. Sprinklermeldcentrale (SMC) De SMC moet in de sprinklerpompruimte zijn opgesteld. Op de SMC moeten alle sprinklermeldingen (brand, storing, supervisie) door middel van aparte indicatoren gelijktijdig kunnen worden gesignaleerd (NEN-EN 12845 + NEN 1073, hoofdstuk 16).
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 26 van 40
5.4.2. Sturingen en interactie met brandmeldinstallatie Vanwege de integratie met de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie zijn de volgende onderdelen van de sprinklermeldinstallatie opgenomen in het PvE nr. 4695-BBI-01, laatste versie: ▪ sturingen die moeten worden uitgevoerd op basis van een sprinklerbrandalarm; ▪ eisen aan brandweerpanelen, brandweeringang, nevenbrandweeringangen (locaties, uitvoering); ▪ eisen aan nevenpanelen (locaties, uitvoering); ▪ uitvoering doormelding sprinklerbrandalarm naar RAC; ▪ uitvoering doormelding storingen/supervisiemeldingen naar PAC; ▪ uitvoering sleuteldepot. 5.4.3. Brandweerpaneel en brandweeringang Voor de uitvoering van het brandweerpaneel zie PvE nr. 4695-BBI-01, laatste versie. 5.4.4. Doormelding brandalarmen en storingsmeldingen De sprinklerbrandalarmen moeten automatisch via een op storingen bewaakte verbinding worden doorgemeld naar de regionale alarmcentrale (RAC) regio Kennemerland. De transmissie moet voldoen aan de eisen (type 1 of 2 volgens NEN-EN 54-21) die het OMS (Openbaar Meld Systeem) daaraan stelt. De storingsmeldingen moeten automatisch via een op storingen bewaakte verbinding worden doorgemeld naar een particuliere alarmcentrale (PAC) die is toegelaten door het ministerie van Justitie. De transmissie moet voldoen aan ten minste (type 2 volgens NEN-EN 54-21). 5.4.5.
Functiebehoud transmissiewegen (zie § 4.3.2) Functiebehoud voor transmissiewegen van de sprinklerinstallatie is van toepassing conform de NEN 2535, die verwijst naar de NPR 2576. Door te voldoen aan de NPR 2576, wordt voldaan aan functiebehoud. In alle gevallen moet naast de eisen voor functiebehoud eveneens worden voldaan aan de eisen voor aanleg van een kabel volgens de NEN 2535 en de NEN 1010.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 27 van 40
6. BOUWKUNDIGE EN ORGANISATORISCHE VOORZIENINGEN 6.1. Algemeen Bouwkundige en organisatorische voorzieningen, noodzakelijk voor het goed functioneren van het in dit UPD omschreven brandbeveiligingssysteem, worden in dit hoofdstuk beschreven. Uitgangspunt voor dit hoofdstuk is dat voldaan wordt aan de beschrijving zoals opgenomen in hoofdstuk 2. Beide hoofdstukken zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden.
6.2. Omvang VBB-systeem volgens Technisch Bulletin 65A Op tekening in Bijlage 3 is de omvang van de beveiliging weergegeven volgens de vereisten in Technisch Bulletin 65A. In § 2.4 is meer gedetailleerde bouwkundige informatie opgenomen.
6.3. Ongesprinklerde ruimten in gesprinklerd gebied 6.3.1. Verborgen ruimten boven een verlaagd plafond of onder een verhoogde vloer (NFPA 13, § 9.2.1) In principe dienen verborgen ruimten boven verlaagde plafonds en onder verhoogde vloeren ook van sprinklers te zijn voorzien. Deze sprinklerbeveiliging kan achterwege blijven indien aan één van de clausules uit NFPA 13, § 9.2.1 wordt voldaan. Deze zijn opgenomen in Bijlage 2. 6.3.2. Ruimten voor elektronische of elektrische schakel- en regelapparatuur (NFPA 13, § 9.2.6) Dit zijn de MER- en SER-ruimten, de laagspanningsruimte en de trafo’s. Elke ongesprinklerde ruimte voor elektronische of elektrische schakel- en regelapparatuur moet aan de volgende voorwaarden voldoen: ▪ De ruimte moet een brandwerendheid en een weerstand tegen bezwijken bezitten van ten minste 60 minuten vanuit de ruimte naar de gesprinklerde omgeving (zie § 4.7.1). ▪ De ruimte moet volledig vrij zijn van opslag. ▪ De ruimte is uitsluitend bestemd voor elektronische of elektrische schakel- en regelapparatuur. ▪ Uitsluitend apparatuur van het droge type (geen oliekoeling) mag in de ruimte zijn geplaatst.
6.4. Deuren in brandwerende scheidingen Dergelijke deuren moeten brandwerend en zelfsluitend zijn en mogen de brandwerendheid van de scheiding niet negatief beïnvloeden. De brandwerendheid van de scheidingen tussen gesprinklerd en ongesprinklerd gebied dienen te voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012.
6.5. Doorvoeringen brandwerende scheidingen Doorvoeringen in brandwerende scheidingen van leidingen, kabels of kanalen moeten zodanig zijn afgewerkt of worden voorzien van brandkleppen, dat de brandwerendheid van de scheiding niet wordt aangetast. Indien ter plaatse niet kan worden bepaald of de afwerkingsmaterialen of brandkleppen de vereiste brandwerendheid bezitten, moeten hiervan keuringsbewijzen (bijvoorbeeld testrapporten) worden overlegd aan de inspectie-instelling waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de vereiste brandwerendheidseis conform de NEN 6069.
Uitgangspuntendocument nr. 4695-VBB-02 31 januari 2024 Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 28 van 40
6.6. Sprinklerpompkamer (NFPA 20, § 4.14) Aan deze ruimte zijn de volgende voorwaarden gesteld: ▪ De ruimte is zodanig gesitueerd dat deze gemakkelijk bereikbaar is, waarbij de bereikbaarheid met de brandweer moet zijn afgestemd. ▪ De ruimte moet naar de omliggende ruimten een brandwerendheid en een weerstand tegen bezwijken bezitten van ten minste 60 minuten vanuit de ruimte naar de gesprinklerde omgeving (zie § 4.7.1). ▪ Temperatuur wordt op een minimum niveau gehouden, voorgeschreven door de leverancier van de elektromotor gedreven sprinklerpompset (doorgaans ten minste 4 °C). ▪ De ruimte is gesprinklerd.
6.7. Toegang tot het terrein en het gebouw door de brandweer Bij brand moet de brandweer ongehinderd toegang kunnen verkrijgen tot het terrein en de brandweeringang. De benodigde voorzieningen moeten in overleg met de brandweer worden vastgesteld.