CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage W-11 Brandveiligheidsrapport GHM2201R002 incl. bijlagen

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 28 maart 2024, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: 3. Concept Technisch ontwerp elektrotechnische installaties t.b.v. werktuigbouwkundige installaties87.188 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

project

Gemeentehuis Haarlemmermeer betreft

Brandveiligheidsconcept t.b.v. aanvraag omgevingsvergunning datum

documentcode

15-12-2023

GHM2201R003

opdrachtgever

Gemeente Haarlemmermeer

Balistraat 1, 2585 XK Den Haag

www.zri.nl

070 3615559 v1.00 W10

documentcode

pagina

GHM2201R003

2/19

datum

15-12-2023

Inhoud 1

Inleiding

3

2

Sterkte bij brand

4

2.1

Normstelling

4

2.2

Verwerking in het ontwerp

4

3

Beperking van het ontwikkelen van brand en rook

5

3.1

Normstelling

5

3.2

Verwerking in ontwerp

6

4

Beperking van uitbreiding van brand

7

4.1

Normstelling

7

4.2

Indeling in (sub)brandcompartimenten

8

4.3

Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag

9

5

Vluchtroutes

11

5.1

Normstelling

11

5.2

Vluchtroutes in het ontwerp

12

6

Brandveiligheidsinstallaties

14

6.1

Noodverlichting

14

6.2

Brandmeldinstallatie en doormelding

14

6.3

Ontruimingsalarminstallatie

14

6.4

Vluchtrouteaanduidingen

15

6.5

Brandslanghaspels

15

6.6

Droge blusleiding

15

6.7

Bluswatervoorziening

15

6.8

Brandweeringang

15

6.9

Verbindingsweg

16

6.10

Opstelplaats voor brandweervoertuigen

16

6.11

PV-installatie

16

7

Conclusie

19

Bijlage

v1.00

documentcode

pagina

GHM2201R003

3/19

datum

15-12-2023

1 Inleiding In opdracht van de gemeente Haarlemmermeer hebben wij brandveiligheidsadvies gegeven voor het ontwerp van de nieuwbouw van het gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp ten behoeve van de aanvraag van de omgevingsvergunning. Conform het Bouwbesluit gelden voor dit project de eisen voor ‘nieuwbouw’. Met de in dit rapport genoemde uitgangspunten wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012 voor brandveiligheid. De in dit rapport beschreven maatregelen zijn integraal in het ontwerp verwerkt. In het project zijn diverse gebruiksfuncties aanwezig, namelijk een kantoorfunctie, bijeenkomstfunctie, industriefunctie en overige gebruiksfuncties. Op de plattegronden in bijlage 1 zijn de gebruiksfuncties weergegeven. Het gemeentehuis heeft vijf bouwlagen, met een BVO van circa 16.000 m2 en een hoogte van circa 23 m (inclusief installatieruimte op het dak). Voor het opstellen van het brandveiligheidsconcept hebben wij gebruik gemaakt van de tekeningen van Cepezed Architecten d.d. 20 december 2023.

v1.00

documentcode

pagina

GHM2201R003

4/19

datum

15-12-2023

2 Sterkte bij brand 2.1

Normstelling

Conform het Bouwbesluit (afdeling 2.2) mag een vloer, trap of hellingbaan waarover of waaronder een vluchtroute voert niet bezwijken binnen 30 minuten bij brand in een subbrandcompartiment waarin de vluchtroute niet ligt. Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger of lager ligt dan 5 m boven of onder het meetniveau, bezwijkt een bouwconstructie bij brand in een brandcompartiment waarin die bouwconstructie niet ligt, niet binnen 90 minuten door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan dat brandcompartiment. De tijdsduur wordt met 30 minuten bekort, indien de - volgens NEN 6090 bepaalde - permanente vuurbelasting van het brandcompartiment niet groter is dan 500 MJ/m². 2.2

Verwerking in het ontwerp

De aanwezige vloeren, trappen en hellingbanen waarover een vluchtroute voert, bezwijken niet binnen 30 minuten bij brand in een subbrandcompartiment waarin de vluchtroute niet ligt. Het hoogstgelegen verblijfsgebied in het gemeentehuis ligt op circa 15,2 meter. Aangezien het gebouw een steenachtige en stalen constructie heeft is de permanente vuurbelasting van de brandcompartimenten niet groter dan 500 MJ/m 2. Hierdoor mag de reductie van 30 minuten toegepast. De bouwconstructie mag hierdoor niet bezwijken binnen 60 minuten. Hierop is de constructie berekend en dit wordt aangetoond in de documenten van de constructeur.

v1.00

documentcode

pagina

GHM2201R003

5/19

datum

15-12-2023

3 Beperking van het ontwikkelen van brand en rook 3.1

Normstelling

Conform het Bouwbesluit (afdeling 2.9) dient het materiaalgebruik in het gebouw zodanig te zijn dat brand en rook zich niet snel kunnen ontwikkelen. De afwerkmaterialen dienen derhalve te voldoen aan de onderstaande eisen. Binnenzijde gebouw Constructieonderdelen die zich aan de binnenzijde van een gebouw bevinden moeten voldoen aan de brand- en rookklassen, conform NEN-EN 13501-1, zoals weergegeven in tabel 1. tabel 1 | Brand- en rookklassen van constructieonderdelen aan de binnenzijde van een gebouw. Constructieonderdeel

Positie

Brandklasse

Rookklasse

Binnenoppervlak

Brandcompartiment

D

s2

Beschermde vluchtroute

B

s2

Extra beschermde vluchtroute

B

s2

Bovenzijde vloer, trap of hel-

Brandcompartiment

Dfl

s1fl

lingbaan

Beschermde vluchtroute

Cfl

s1fl

Extra beschermde vluchtroute

Cfl

s1fl

Brandcompartiment

Dca

s2(ca)

Beschermde vluchtroute

B2ca

s2(ca)

Extra beschermde vluchtroute

B2ca

s1(ca)

Brandcompartiment

Dl

s2(L)

Beschermde vluchtroute

Bl

s2(L)

Extra beschermde vluchtroute

Bl

s1(L)

Elektrische leidingen

Pijpisolatie

Schachten Conform het Bouwbesluit dienen de materialen die worden toegepast aan de binnenzijde van een schacht, koker of kanaal die grenzen aan meerdere (sub)brandcompartimenten met een inwendige doorsnede > 0,015 m2, te voldoen aan brandklasse A2 (conform NEN-EN 13501-1). Deze eisen zijn niet van toepassing op: -

een schacht die uitsluitend is bestemd voor een of meer boven elkaar gelegen toiletruimten of badruimten en die niet door andere ruimten voert;

-

ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van elke afzonderlijke ruimte, en

-

het materiaal van een constructie- of installatieonderdeel dat wordt omsloten door een schacht, koker of kanaal.

Buitenzijde gebouw Constructieonderdelen die zich aan de buitenzijde van een gebouw bevinden moeten voldoen aan de brand- en rookklassen, conform NEN-EN 13501-1, zoals weergegeven in tabel 2. tabel 2 | Brand- en rookklassen van constructieonderdelen aan de buitenzijde van een gebouw. Constructieonderdeel

Positie

Hoogte materialen

Brandklasse

Buitenoppervlak*

-

Hoogte < 2,5 of > 13 meter

B

Brandcompartiment

Hoogte tussen 2,5 – 13 meter

D

Beschermde vluchtroute

Hoogte tussen 2,5 – 13 meter

C

Extra beschermde vluchtroute

Hoogte tussen 2,5 – 13 meter

C

-

D

Ramen, deuren en kozijnen

-

v1.00

documentcode

pagina

GHM2201R003

6/19

datum

15-12-2023

Bovenzijde vloer, trap of hellingbaan

Elektrische leidingen

Pijpisolatie

Brandcompartiment

-

-

Beschermde vluchtroute

-

Cfl

Extra beschermde vluchtroute

-

Cfl

Brandcompartiment

-

Dca

Beschermde vluchtroute

-

Cca

Extra beschermde vluchtroute

-

B2ca

Brandcompartiment

-

Dl

Beschermde vluchtroute

-

Cl

Extra beschermde vluchtroute

-

Cl

* Conform NEN-EN 13501-1 moet de gevelconstructie als geheel tot een diepte van 200 mm vanaf de buitenzijde aan deze brandklasse voldoen. Aanvullend op de eisen uit tabel 3 moet voor situaties waarbij brandoverslag kan plaatsvinden (conform NEN 6068), de gehele opbouw van de gevelconstructie voor 95% voldoen aan brandklasse B om branduitbreiding via de gevel te voorkomen. Dit dient per branduitbreidingstraject van het gebouw te worden beschouwd. In sommige gevallen kan (op onderdelen) worden afgeweken van klasse B, mits de kans op en de gevolgen van branduitbreiding over de gevel voldoende beperkt is. Dat is onder meer afhankelijk van de omvang en functie van het gebouw, de afstand tussen gevelopeningen, opbouw van de gevel (spouw), enzovoort. De bovenzijde van het dak van een gebouw mag niet brandgevaarlijk zijn wanneer het gebouw een verdiepingsvloer heeft die hoger ligt dan 5 meter boven het meetniveau of wanneer de brandgevaarlijke delen van het dak binnen de 15 m vanaf de perceelsgrens liggen. 3.2

Verwerking in ontwerp

In tabel 3 is weergegeven wat de materialisatie is van de constructieonderdelen aan de binnenzijde van het gebouw. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde eisen conform het Bouwbesluit. tabel 3 | Materialisatie constructieonderdelen binnenzijde gebouw. Constructieonderdeel

Positie

Afwerking

Binnenoppervlak

Brandcompartiment

Wanden: stucwerk / tegels / hout Plafond: gipskarton / hout / beton

Extra beschermde vluchtroute

Wanden: stucwerk Plafond: gipskarton / beton

Bovenzijde vloer, trap of hellingbaan

Brandcompartiment

Marmoleum / tegels / hout

Extra beschermde vluchtroute

Marmoleum / tegels

In tabel 4 is de opbouw van de constructie van de gevel en het dak weergegeven. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde eisen conform het Bouwbesluit. tabel 4 | Materialisatie constructieonderdelen buitenzijde gebouw. Constructieonderdeel

Positie

Gevel

Binnenspouwblad

Afwerking HSB element met minerale wol waarbij een extra plaat van minerale wol aan de spouwzijde zit (brandklasse A)

Buitenspouwblad Dak

Constructie

Aluminium en keramische gevelplating (brandklasse A) Beton (brandklasse A)

Isolatiemateriaal

Minerale wol / PIR (brandklasse A)

Dakbedekking

EPDM

v1.00

documentcode

pagina

GHM2201R003

7/19

datum

15-12-2023

4 Beperking van uitbreiding van brand 4.1

Normstelling

Indeling in (sub)brandcompartimenten Conform het Bouwbesluit (afdeling 2.10) dient een besloten ruimte in een brandcompartiment te liggen. Dit geldt niet voor de volgende ruimten: -

toiletruimte;

-

badruimte;

-

liftschacht (indien constructieonderdelen aan de binnenzijde van de schacht voldoen aan brandklasse B en rookklasse s2);

-

technische ruimte ≤ 50 m2 en een verbrandingstoestel met een nominale belasting ≤ 130 kW.

De maximale omvang van een brandcompartiment is 1.000 m 2. Een extra beschermde vluchtroute ligt niet in een brandcompartiment. Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag Tussen twee brandcompartimenten dient een brandscheiding aanwezig te zijn met een WBDBO van minimaal 60 minuten. Tussen twee onafhankelijke extra beschermde vluchtroutes dient een brandscheiding met een WBDBO van minimaal 30 minuten aanwezig te zijn. De brandscheiding tussen twee op elkaar aangesloten besloten ruimten waardoor een (extra) beschermde vluchtroute voert dient tenminste 20 minuten te zijn (voor beoordelingscriterium vlamdichtheid). Om te bepalen of er een risico op brandoverslag is, is voor de kritische situaties een brandoverslagberekening - conform NEN 6068 - uitgevoerd. Indien een brand in een brandcompartiment een stralingsflux > 15 kW/m² op een gevelopening van een ander brandcompartiment veroorzaakt, is er risico op brandoverslag. Weerstand tegen rookdoorgang Conform het Bouwbesluit (afdeling 2.11 en 2.12) dient de weerstand tegen rookdoorgang tussen twee ruimten te voldoen aan de eis in tabel 5, bepaald conform NEN 6075. Dit wordt uitgedrukt in de waarden Ra voor rook van omgevingstemperatuur en R200 voor rook van 200°C waarbij R200 ook voldoet aan Ra. De rookweerstand van componenten (Sa of S200) dient te worden afgestemd op de eis aan de constructie als geheel (Ra of R200).

tabel 5 | Eisen aan weerstand tegen rookdoorgang. Van

Naar

Eis

Subbrandcompartiment

Subbrandcompartiment

Ra

Beschermde subbrandcompartiment

Een besloten ruimten waar een beschermde of extra

R200

beschermde vluchtroute doorheen voert Besloten ruimten waardoor een extra beschermde

Een in de vluchtrichting aansluitend besloten trappen-

vluchtroute voert

huis waardoor een extra beschermde vluchtroute voert

R200

Schachten Een schacht die langs meerdere brandcompartimenten voert, moet zodanig worden uitgevoerd dat deze tussen beide brandcompartimenten een WBDBO van 60 minuten realiseert. Indien de schacht toegankelijk is dan moet de schacht zelf ook als een brandcompartiment worden uitgevoerd en dient de scheidingsconstructie tussen de schacht en de naastgelegen brandcompartimenten te worden uitgevoerd met een WBDBO van 60 minuten. Een doorvoer van een kanaal, leiding of andere doorvoer door een brandscheiding moet dezelfde brandwerendheid als de brandscheiding hebben.

v1.00

documentcode

pagina

GHM2201R003

8/19

datum

15-12-2023

Om te voldoen aan de gestelde eisen aan de weerstand tegen rookdoorgang dienen brandkleppen in de luchtkanalen gekoppeld te worden aan een rookmelder, de brandmeldinstallatie of moet de brandklep voorzien zijn van een geïntegreerde rookmelder. Indien een luchtkanaal buiten het subbrandcompartiment geen aftakkingen heeft met toe- of afvoerpunten voldoet een brandklep met smeltlood. De aansluiting van het kanaal in de brandscheiding dient hierbij te voldoen aan de gestelde eisen, buiten het subbrandcompartiment dient het kanaal te voldoen aan S200 en het kanaal dient buiten het brandcompartimenten ook te voldoen aan de WBDBO-eis. 4.2

Indeling in (sub)brandcompartimenten

Het gebouw moet een open structuur hebben, dat past bij de open organisatiecultuur. Dit betekent dat het compartimenteren van het gebouw in verschillende brandcompartimenten niet past bij de visie voor het gebouw. Daarom wordt er niet voldaan aan de maximale omvang van een brandcompartiment van maximaal 1.000 m 2. Als gelijkwaardige oplossing voor de omvang van het brandcompartiment wordt een sprinklerinstallatie toegepast, waarmee een gelijkwaardig veiligheidsniveau wordt gerealiseerd als wordt beoogd met de compartimentering van het gebouw. Voor andere bouwbesluiteisen wordt geen beroep op de sprinkler gedaan. De gelijkwaardigheid voor het grotere brandcompartiment is gebaseerd op artikel 1.3 van het Bouwbesluit. Compartimentering In principe ligt het gehele gebouw binnen één brandcompartiment, waar een sprinklerinstallatie wordt aangebracht. De vluchtroutes, loopafstanden en opvang- en doorstroomcapaciteit voldoet hiermee onverminderd aan de gestelde eisen conform het Bouwbesluit (zie hoofdstuk 5). Hierop is één uitzondering, dit betreft de ruimten tussen as 6-9/BC op de tweede verdieping. Deze ruimten liggen in een afzonderlijk subbrandcompartiment, binnen het brandcompartiment, in verband met de loopafstanden vanuit de raadzaal. Deze ruimten worden ook gesprinklerd, en zijn voorzien van een brandscheiding met een WBDBO van 30 minuten.

Ruimten binnen sprinkler De volgende ruimten liggen buiten het gesprinklerde gebied en zijn afgescheiden met een brandscheiding met een WBDBO van 60 minuten: -

trappenhuizen;

-

voorportalen voor de trappenhuizen;

-

MER- en SER-ruimte in het voorhuis (2e verdieping) en in de kantoorvleugel (Hier worden CO2 blussers toegepast);

-

traforuimte, laagspanningsruimte en inkoopstation;

Dit betekent dat de volgende ruimten wel binnen het gesprinklerde gebied liggen: -

liftschachten;

-

techniekruimten;

-

schachten (E- en W-schachten);

-

E-kasten;

-

archiefruimte (ruimte D.37) (inclusief 60 minuten brandscheiding);

-

keuken (wel of geen frituur);

-

koel- en vriescel (droge sprinkler, aanvullende voorzieningen);

In bijlage 2 is de indeling in brandcompartimenten te vinden. Hierop is tevens aangegeven welke ruimten wel en niet worden gesprinklerd. Aanvullende installatietechnische voorzieningen zijn hierop ook aangegeven.

v1.00

documentcode

pagina

GHM2201R003

9/19

datum

15-12-2023

De voorzieningen voor de sprinklerinstallatie zijn tevens opgenomen in het UPD (uitgangspuntendocument) die opgesteld wordt door SGS-Floriaan (wordt verstrekt bij aanvraag omgevingsvergunning). Het UPD is opgesteld op basis van de volgende normen: -

sprinklerinstallatie: NFPA 13;

-

watervoorziening: NFPA 20;

-

sprinkler atrium: FM 3-26;

-

sprinklermeldcentrale: NEN-EN 12845+NEN1073.

4.3

Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag

Branddoorslag In bijlage 2 is de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) op de plattegrond(en) aangegeven. Er is maar een beperkt aantal scheidingen aanwezig, doordat het gebouw wordt gesprinklerd. De brandscheiding tussen gesprinklerd en niet-gesprinklerd gebied heeft een WBDBO van minimaal 60 minuten. Daarnaast worden de trappenhuizen en de opvangruimten voor de trappenhuizen uitgevoerd als extra beschermde vluchtroute (niet-gesprinklerd) en ligt hier ook een brandscheiding omheen met een WBDBO van 60 minuten. In het gebouw is één subbrandcompartiment aanwezig (i.v.m. te lange loopafstanden vanuit de raadzaal), deze zijn afgescheiden met een WBDBO van 30 minuten. De doorvoeren door brandscheidingen hebben een WBDBO die gelijk is aan de WBDBO van deze brandscheidingen. De brandklassering van de interne bouwdelen met een brandscheiding zijn weergegeven in bijlage 4. Brandoverslag Wij hebben het risico op brandoverslag voor alle kritische trajecten met het rekenprogramma Pintegraal (versie V7.6) berekend. In het programma zijn alle gevels en de gevelopeningen gemodelleerd die van belang zijn voor de verschillende brandoverslagtrajecten. De verdiepingshoogte is aangehouden conform de tekeningen. Voor alle bouwdelen is gerekend met een gereduceerde brand (hoogste verblijfsgebied is lager dan 20 m).

De dichte delen van de gevel zijn brandtechnisch als gesloten aangemerkt (een brandwerendheid van binnen naar buiten van tenminste 30 minuten conform NEN 6068). Onder open geveldelen worden in de berekeningen alle (niet brandwerende) raamopeningen verstaan. Op de vierde verdieping tussen as 6-7 ter hoogte van de verkeersruimte (extra beschermde vluchtroute) is brandwerend glas nodig om brandoverslag vanuit het gesprinklerde brandcompartiment naar de verkeersruimte te voorkomen. Gevelopeningen zijn aangemerkt als semi-openingen indien deze voldoet aan de volgende voorwaarden: -

(half) gehard glas;

-

gelaagd glas bestaande uit drie of meer lagen glas (met tussenlagen van hard of pvb-folie)

-

meervoudig glas waarbij meer dan één van de glasvlakken is uitgevoerd als gelaagd glas;

-

meervoudig glas met een of meer glasvlakken die zijn uitgevoerd als gelaagd glas dat bestaat uit meer dan twee lagen glas (met tussenlagen van hars of pvb-folie).

Voor de berekening zijn er geen gevelopeningen aangemerkt als semi-openingen. In het gebouw worden aluminium kozijnen toegepast. Deze kozijnen zijn als openingen beschouwd. Conform het Bouwbesluit is in de brandoverslagberekening uitgegaan van spiegelsymmetrie ten opzichte van het aangrenzende perceel. De kleinste spiegelsymmetrische afstand bedraagt 14,0 m. Aangezien het gebouw wordt gesprinklerd, wordt een brand in gebouw beheerst en zal deze zich niet volledig kunnen ontwikkelen. Het is daarom niet realistisch om in de brandoverslagberekening aan te houden dat de volledige vuurlast van het gebouw in brand staat. Om deze reden hebben

v1.00

documentcode

pagina

GHM2201R003

10/19

datum

15-12-2023

wij in de brandoverslagberekening een WBDBO van 30 minuten aangehouden, wat neerkomt om een vuurlast van 30 kg vurenhout/m2 in plaats van 60 kg vurenhout/m2. In Pintegraal kunnen maximaal drie brandcompartimenten aan elkaar gekoppeld worden. Echter, wij hebben vijf onafhankelijke brandcompartimenten gemodelleerd, overeenkomstig met het aantal verdiepingen in het gebouw. Door deze beperking van het programma kan het gehele gebouw niet als één brandcompartiment worden beschouwd. Hierdoor zijn maximaal twee of drie brandcompartimenten gekoppeld. Aanvullend hebben daarom ook de situatie per verdieping berekend. Het is namelijk aannemelijk dat er op één positie in het gebouw brand uitbreekt en zich pas na 60 minuten verspreidt door het gebouw, door de aanwezigheid van de sprinklerinstallatie. Uit de berekeningen blijkt dat er geen brandoverslag optreedt op de berekende trajecten. De maximaal optredende stralingsintensiteit op de trajecten is 12,2 kW/m². Dit is lager dan 15 kW/m², waarmee wordt voldaan aan de gestelde eis. In bijlage 5 zijn de uitgebreide invoer en resultaten van de gemaakte berekeningen te vinden. Rookdoorgang De eisen met betrekking tot rookdoorgang conform NEN 6075 zijn weergegeven op bijlage 3.

v1.00

documentcode

pagina

GHM2201R003

11/19

datum

15-12-2023

5 Vluchtroutes 5.1

Normstelling

Eén vluchtroute Uit afdeling 2.12 uit het Bouwbesluit volgt dat als er sprake is van één vluchtroute die de in tabel 7 aangeven status dient te hebben, afhankelijk van het aantal personen dat op deze vluchtroute is aangewezen. tabel 7 | Status vluchtroutes. Aantal personen aangewezen op vluchtroute

Status vluchtroute

< 38 personen

Beschermde vluchtroute

38 – 150 personen

Extra beschermde vluchtroute

> 150 personen

Veiligheidsvluchtroute

Een beschermde vluchtroute heeft vanaf de uitgang van een subbrandcompartiment tot de volgende uitgang op de vluchtroute een loopafstand ≤ 30 m. Dit geldt niet als de vluchtroute door een trappenhuis voert. Een extra beschermde vluchtroute heeft een loopafstand ≤ 30 m vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint tot het punt waar een tweede vluchtroute of een veiligheidsvluchtroute begint, of tot het aansluitende terrein. Meerdere vluchtroutes Als op de vluchtroute een tweede vluchtroute begint, dan zijn de bovenstaande eisen met betrekking tot één vluchtroute niet meer van toepassing vanaf het punt dat de twee vluchtroutes door verschillende ruimten voeren (waartussen een WBDBOscheiding ligt van minimaal 30 minuten). Een vluchtroute in een trappenhuis waarin een hoogteverschil van meer dan 8 m wordt overbrugd, is een extra beschermde vluchtroute. Loopafstand Vanaf elk punt op een voor personen bestemd vloergedeelte dient een vluchtroute te beginnen die leidt naar de openbare weg. De (gecorrigeerde) loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en ten minste een uitgang van dat subbrandcompartiment is maximaal 30 m. Daarnaast is het maximale hoogteverschil dat langs de vluchtroute door het subbrandcompartiment mag worden overbrugt 4 m.

Deuren in vluchtroutes Een subbrandcompartiment of een daar in gelegen ruimte die bestemd is voor meer dan 150 personen heeft tenminste twee uitgangen met een afstand van minimaal 5 m tot elkaar. Daarnaast dient volgens het Bouwbesluit (afdeling 6.6) een deur waarop bij het vluchten meer dan 100 personen zijn aangewezen voorzien te zijn van een panieksluiting - conform NEN-EN 1125 - of met een lichte druk tegen de deur te openen zijn. Een deur op een vluchtroute moet met de vluchtrichting meedraaien als meer dan 37 personen op de deur zijn aangewezen. Een beweegbaar constructieonderdeel in een brandscheiding moet dezelfde WBDBO bezitten als de brandscheiding én zelfsluitend worden uitgevoerd. Daarnaast is een deur op een vluchtroute bij aanwezigheid van personen in het bouwwerk alleen gesloten als die deur tijdens het vluchten zonder gebruik te moeten maken van een sleutel onmiddellijk kan worden geopend.

v1.00

documentcode

pagina

GHM2201R003

12/19

datum

15-12-2023

Opvang- en doorstroomcapaciteit Conform het Bouwbesluit en regeling Bouwbesluit (paragraaf 2.1) dienen alle aanwezige personen in het gebouw in het geval van een calamiteit binnen een bepaalde tijdsduur het pand veilig te kunnen verlaten. Deze tijdsduur is onderverdeeld in de tijd dat een bepaald gebied verlaten moet kunnen zijn: -

een bedreigd subbrandcompartiment dient binnen 1 minuut verlaten te kunnen worden;

-

de verdieping dient binnen 6 minuten verlaten te kunnen worden (met uitzondering van trappenhuizen);

-

alle aanwezige personen dienen binnen 15 minuten het gebouw verlaten te kunnen hebben bij het gebruik van andere vluchtroutes.

Uit de Regeling Bouwbesluit 2012 volgen de uitgangspunten dat brand nooit op meerdere plaatsen tegelijk ontstaat, in ieder (sub)brandcompartiment brand kan ontstaan en de opvang- en doorstroomcapaciteit van de vluchtroutes die door het bedreigde (sub)brandcompartiment voeren blijven buiten beschouwing. De doorstroomcapaciteit van een deel van een vluchtroute is minimaal het aantal personen wat op dat deel is aangewezen. Bij de bepaling van de doorstroomcapaciteit wordt uitgegaan van: -

45 personen per meter breedte van een trap bij een trap hoger dan 1 m en 90 personen per meter breedte van een trap bij een trap van ten hoogste 1 m;

-

90 personen per meter vrije breedte van een ruimte;

-

90 personen per meter vrije breedte van een dubbele deur met een openingshoek < 135°;

-

110 personen per meter vrije breedte van een enkele deur met een openingshoek< 135°;

-

135 personen per meter vrije breedte van een andere doorgang.

Conform het Bouwbesluit dient een trap een minimale breedte te hebben van 0,8 m. Een vluchtroute dient een vrije doorgang te hebben van minimaal 0,85 m breed en 2,3 m hoog. 5.2

Vluchtroutes in het ontwerp

Alle trappenhuizen worden uitgevoerd als extra beschermde vluchtroute (EBV), omdat er meer dan 8 meter hoogte wordt overbrugd. Een aantal trappenhuizen zijn voorzien van een opvangruimten, om ervoor te zorgen dat een tijdige ontvluchting van het brandcompartiment wordt gewaarborgd. Deze opvangruimten worden ook uitgevoerd als extra beschermde vluchtroute. De status van de vluchtroutes is te vinden in bijlage 2. Vanuit elk brandcompartiment kan er in twee of meer richtingen worden gevlucht. Hiermee wordt voldaan aan de eisen conform het Bouwbesluit. Vanuit elk punt in een gebruiksgebied is de werkelijke loopafstand naar de uitgang van dat subbrandcompartiment ≤ 30 m. Hier wordt gebruik van gemaakt, omdat het gebouw volledig is ingedeeld. Tevens is rekening gehouden met een maximale overbrugging van 4 meter van een enkele vluchtroute binnen een subbrandcompartiment. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde eisen. Alle subbrandcompartimenten die bestemd zijn voor meer dan 150 personen hebben tenminste twee uitgangen met een afstand van minimaal 5 m tot elkaar. In bijlage 2 zijn de deuren aangegeven waar meer dan 100 personen op zijn aangewezen en voorzien zijn van een panieksluiting over de volle breedte van de deur ca. 1 m boven de vloer die voldoet aan NENENE 1125. De entreedeuren zijn uitgevoerd als schuifdeuren.

Conform het Bouwbesluit (Afdeling 6.6) mag een schuifdeur als nooddeur worden toegepast als de schuifdeur regulier wordt gebruikt, zoals bij de toegang van een gebouw. Dit is het geval bij dit project, dus hiermee zijn er voldoende waarborgen dat het schuifmechanisme gangbaar blijft. De schuifdeuren

v1.00

documentcode

pagina

GHM2201R003

13/19

datum

15-12-2023

worden gekoppeld aan de BMI, zodat de deuren bij brand en bij stroomuitval automatisch open worden gestuurd. De deuren voldoen aan de eisen met betrekking tot draairichting, WBDBO-eisen en zelfsluitendheid. De trappen hebben een minimum breedte van 1,6 m en voldoen aan de wettelijke eis. Op basis van de indeling in brandcompartimenten en aanwezige vluchtroutes zijn met het programma ontruiMR (versie X3.4e) berekeningen gemaakt van de tijd die benodigd is voor het verlaten van deze zones. Dit is getoetst aan de eisen uit het Bouwbesluit (artikel 2.108) en de Regeling Bouwbesluit (artikel 2.1). De berekeningen zijn gemaakt met de ruimtelijke bezetting zoals weergegeven op de plattegronden in bijlage 2. Elk subbrandcompartiment kan binnen 1 minuut verlaten worden, elke verdieping kan binnen 6 minuten verlaten worden en het gebouw kan binnen 15 minuten verlaten worden. De bijbehorende berekening van de opvang- en doorstroomcapaciteit is weergegeven in bijlage 6.

v1.00

documentcode

pagina

GHM2201R003

14/19

datum

15-12-2023

6 Brandveiligheidsinstallaties 6.1

Noodverlichting

Conform het Bouwbesluit (afdeling 6.1) dient een bouwwerk een zodanige verlichtingsinstallatie te hebben dat het bouwwerk veilig kan worden gebruikt en verlaten. Een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute of beschermde route voert heeft noodverlichting. Een verblijfsruimte voor meer dan 75 personen en een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert uit die verblijfsruimte, hebben noodverlichting. Deze noodverlichting geeft, binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit, gedurende ten minste 60 minuten een op de ondergrond (vloer, tredevlak of hellingbaan) gemeten verlichtingssterkte van ten minste 1 lux. Alle verkeersruimtes (uitgevoerd als extra beschermde vluchtroutes) en verblijfsruimten waar meer dan 75 personen verblijven en daarop aangewezen verkeersruimten worden voorzien van noodverlichting. Dit is weergegeven op de plattegronden van de installatie-adviseur. 6.2

Brandmeldinstallatie en doormelding

Het gebouw bestaat uit vier gebruiksfuncties, namelijk een industrie, kantoor- en bijeenkomst- en overige gebruiksfunctie, waarbij de verblijfsvloer van de bijeenkomstfunctie hoger is dan 5 m en de omvang > 1.000 m2. Conform het Bouwbesluit moet het gebouw minimaal worden voorzien van gedeeltelijke bewaking met doormelding (type 2 conform NENEN2535+C1) en met een inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Brandmeldinstallaties. Er wordt een sprinklerinstallatie toegepast in het gebouw, omdat de brandcompartimenten groter zijn dan 1.000 m 2. De sprinklerinstallatie is een gelijkwaardige oplossing voor het overschrijden van de maximale omvang van een brandcompartiment conform het Bouwbesluit. De BMI dient minimaal de volgende sturingen te hebben: -

kleefmagneten of vrijloopdrangers;

-

lift;

-

brandkleppen (indien toegepast in een scheiding met een eis aan rookwerendheid);

-

luchtbehandelingsinstallatie;

-

uitschakelen PV-installatie;

-

het openen van de toegangsdeur van vergaderzaal 00.10-D.01 om toegang te krijgen tot de vluchtdeur naar buiten;

-

het ontgrendelen van de buitendeur van de fietsenstalling.

Kleefmagneten of vrijloopdrangers moeten zijn voorzien van detectie/bewaking, vanwege het uitgangspunt van gedeeltelijke bewaking wordt hieraan voldaan. De brandmeldcentrale wordt aangebracht in de laagspanningsruimte. Er wordt een brandweerpaneel opgenomen bij de hoofdentree. Dit is tevens de brandweeringang. Er worden geen nevenpanelen toegepast. Het programma van eisen van de installatie wordt ter goedkeuring aan het bevoegd gezag overlegd. 6.3

Ontruimingsalarminstallatie

Conform het Bouwbesluit (afdeling 6.6) dient een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als genoemd in paragraaf 6.2 van dit rapport, een ontruimingsalarminstallatie (OAI) te hebben conform NEN 2575. Dit dient een ontruimingsalarminstallatie type A (gesproken woord) te zijn aangebracht, omdat de gebruiksoppervlakte groter is dan 10.000 m2. De OAI wordt voorzien van een inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Ontruimingsalarminstallaties. Het beheer en de controle van de OAI moet voldoen aan NEN 2654-2.

v1.00

documentcode

pagina

GHM2201R003

15/19

datum

15-12-2023

Het programma van eisen van de installatie wordt ter goedkeuring aan het bevoegd gezag overlegd. 6.4

Vluchtrouteaanduidingen

Een ruimte waardoor een verkeersroute voert en een ruimte voor meer dan 50 personen hebben een vluchtrouteaanduiding die voldoet aan NEN 3011, en aan de zichtbaarheidseisen uit NEN-EN 1838. Dit is weergegeven op de plattegronden van de installatie-adviseur. 6.5

Brandslanghaspels

Conform het Bouwbesluit (afdeling 6.7) zijn in het gebouw brandslanghaspels verplicht. Deze dienen een lengte te hebben, zodanig dat het gehele vloeroppervlak kan worden bereikt. Daarbij mag de maximale lengte van een brandslanghaspel niet langer dan 30 m zijn. Met de huidige, op de tekeningen van de installatie-adviseur aangegeven, posities van de brandslanghaspels wordt hieraan voldaan. Met deze brandslanghaspels, zijn voldoende blusvoorzieningen aanwezig om een beginnende brand te bestrijden. Draagbare blustoestellen zijn daarom conform het Bouwbesluit niet vereist. De MER, SER. Laagspanning en Patchkast ruimten worden voorzien van een CO 2 blusser. De archiefruimten worden gesprinklered en hebben een brandscheiding van 60 minuten. De milieustraat en de keuken worden aanvullend op de spinklerinstallatie ook voorzien van een handblusser. Voor de milieustraat is een schuimblusser met brandklasse AFFF en voor de keuken is een schuimblusser met brandklasse A+F opgenomen 6.6

Droge blusleiding

Een gebruiksfunctie met een vloer van een verblijfsgebied hoger gelegen dan 20 m boven het meetniveau óf met een inzetdiepte van meer dan 60 m vanaf de opstelplaats van het brandweervoertuig (conform Handreiking Bluswater en Bereikbaarheid Brandweer Nederland 2019), moet een droge blusleiding hebben. De loopafstand tussen een brandslangaansluiting van een droge blusleiding en een punt in een op die aansluiting aangewezen gebruiksgebied is niet groter dan 60 m. Een te installeren droge blusleiding voldoet aan NEN 1594. Het gebouw dient te worden voorzien van een droge blusleiding, omdat de inzetdiepte groter is dan 60 m. Het aansluitpunt wordt geplaatst bij de uitgang van vier extra beschermde vluchtroute trappenhuizen waar ook een afnamepunt aanwezig is aan de Raadhuisplein. De afnamepunten van de droge blusleiding worden aangebracht buiten de vier zoals weergegeven in bijlage 2. De loopafstand vanaf dit punt tot een punt in het gebruiksgebied is kleiner dan 60 m. 6.7

Bluswatervoorziening

Een bouwwerk heeft een toereikende bluswatervoorziening. De afstand tussen deze voorziening en de brandweeringang is maximaal 40 m. In overleg met de gemeente moet worden bepaald waar de huidige bluswatervoorzieningen zitten en of er aanvullende bluswatervoorzieningen toegevoegd moeten worden. Daarnaast beschikt de brandweer over waterwagens met 17 m3 water als primaire bluswatervoorziening. 6.8

Brandweeringang

Conform het Bouwbesluit (afdeling 6.8) heeft het gebouw een brandweeringang. De hoofdingang van het gebouw is tevens de brandweeringang. De trappenhuizen waar ook een aansluitpunt zit van een droge blusleiding zijn tevens ook de neveningang. De brandweeringangen liggen aan een openbare weg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer. Om toegang te krijgen tot de (neven)brandweeringangen wordt er gebruikt gemaakt van een ‘SOS toegang’ in plaats van een sleutelbuis. Hiermee worden de ingangen elektronisch ontgrendeld indien de desbetreffende brandweervoertuig arriveert bij de (neven)brandweeringang.

v1.00

documentcode

pagina

GHM2201R003

16/19

datum

15-12-2023

6.9

Verbindingsweg

Tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een bouwwerk voor het verblijven van personen ligt een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten. Er kan rondom het gebouw gereden worden met en brandweervoertuig. Een verbindingsweg heeft: -

een breedte van ten minste 4,5 m;

-

een verharding van ten minste 3,25 m breed, die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kg;

-

een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 m; en

-

een doeltreffende afwatering.

6.10

Opstelplaats voor brandweervoertuigen

Bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zijn zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd. De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang is ten hoogste 40 m conform het Bouwbesluit art. 6.38 lid 3. Conform Handreiking bluswater en bereikbaarheid Brandweer Nederland 2019 is de maximale afstand 10 m voor bouwwerken behalve woningen. De afstand tussen de bluswatervoorziening en het brandweervoertuig is maximaal 15 m. Een opstelplaats voor brandweervoertuigen voldoet aan de eisen zoals weergegeven in figuur 1 met een vrije hoogte van 4,2 meter. Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met de brandweer is bepaald. De opstelplaats voor de brandweervoertuigen is aangegeven in bijlage 7.

figuur 1 | Specifieke kenmerken van de opstelplaats tankautospuit (bron: Handreiking bluswater en bereikbaarheid Brandweer Nederland 2019).

v1.00

documentcode

pagina

GHM2201R003

17/19

datum

15-12-2023

7 PV-installatie Om het risico op brand en branduitbreiding door oververhitting bij de PV-installatie te verkleinen, adviseren wij om de panelen zo te plaatsen dat er een luchtstroom (ter koeling) onder de panelen mogelijk is. De aansluiting van de panelen dient zodanig uitgevoerd te worden dat bij oververhitting de spanning van de panelen uitgeschakeld kan worden. De totale PV-installatie moet conform NEN 1010 worden aangelegd. Hierbij dient extra aandacht geschonken te worden aan de bekabeling en de connectoren: -

de bekabeling dient vrij van mechanische belastingen te worden gemonteerd;

-

de bekabeling dient vastgezet te worden, zodat de wind er geen vat op heeft;

-

bij het onderling doorverbinden van panelen en het aansluiten van de bekabeling dient hetzelfde type connectoren te worden gebruikt.

In geval van calamiteiten moet duidelijk zijn dat er een PV-installatie aanwezig is. In de meterkast moet de schakelaar voor de PV-installatie voor de herkenbaarheid worden voorzien van een sticker conform de NEN 1010. Aanvullend op de bovenstaande punten wordt vanuit de verzekeraar Allianz aanvullende punten benoemd voor een acceptabele PV-installatie: -

Er dient een akkoordverklaring van de constructeur aanwezig zijn waar verklaard wordt dat de constructie geschikt is om het extra gewicht van de installatie te kunnen dragen met eventuele aanpassingen die noodzakelijk zijn.

-

Er wordt geadviseerd bij daken die niet worden voorzien van kunststof isolatiemateriaal om een vlamboogdetectie te installeren. Indien het dak wel bestaat uit kunststof isolatiemateriaal moet de PV-installatie voorzien worden van een vlamboogdetectie. Deze eis geldt niet indien: -

De opbouw FM-approved PIR is

-

Als tussen de kunststof isolatie en de panelen een onbrandbare tussenlaag in de vorm van 40 mm grind, 65 mm steenwol of een volledig dichtgelegde laag betontegels is aangebracht.

-

Omvormers dienen op een niet-brandbare ondergrond worden aangebracht. Indien het inpandig geplaatst wordt, mag er geen brandbaar materiaal geplaatst binnen 2 meter van de omvormer. De inpandige ruimte mag niet stoffig zijn, moet voldoende geventileerd worden en moet voldoen aan de voorschriften van de leverancier van de omvormer. Daarnaast wordt er dringend advies gegeven om rookdetectie met doormelding aan te brengen.

-

Na aanleg van de installatie moet deze worden gekeurd conform SCIOS Scope 12 en eventuele gebreken moeten binnen 4 maanden hersteld zijn. + en – bekabeling moeten gescheiden gelegd worden.

-

Brandscheidingen moeten intact blijven en mogen niet negatief beïnvloed worden door de PV-installatie. Hierbij worden de volgende voorwaarden gesteld: -

Hou tussen de brandscheidingen en de zonnepanelen minimaal 2,5 m afstand.

-

Bekabeling mag alleen over- en door brandscheidingen voeren als daarbij de oorspronkelijke brandwerendheid van de scheiding niet negatief beïnvloed wordt. Maak hierbij gebruik van brandwerende doorvoeren.

Door de verbond van verzekeraars is een preventiebrochure voor PV-installaties opgesteld wat door de meeste verzekeraars als richtlijn wordt aangehouden. Hierin zijn de volgende aandachtspunten opgenomen: -

Bij de dakzonering dient er rekening gehouden te worden met windgebieden met NEN 7250 als leidraad.

-

Doorvoeren door een brandscheiding moeten afgewerkt worden met een brandmanchet.

-

Kabels die over brandscheidingen gelegd worden, moet brandverspreiding voorkomen worden.

-

Branduitbreiding kan beperkt worden door het toepassen van onbrandbare isolatie en bouwmaterialen met brandklasse A conform NEN-EN 13501-1. Een voorbeeld hiervan is drukvaste steenwol in combinatie met PVD/EPDM.

v1.00

documentcode

pagina

GHM2201R003

18/19

datum

15-12-2023

-

Brandoverslag kan voorkomen worden door het naleven van afstand criteria met betrekking tot de installatievrije zone rond de brandscheidingen. Hierbij wordt rekening gehouden met compartimenteringswanden. Hierbij wordt een vuistregel van 5 m installatievrije zone aan te houden vanaf de compartimenteringswanden. Als er dak doorvoeren in het pand aanwezig zijn, moet er voorkomen worden dat het risico op brandende buizen zoals kunststof buizen in het pand inzakken en branduitbreiding kan ontstaan.

-

De spouw achter de PV-paneel dient minimaal 10 cm breed te zijn en moet voldoende ventileren om de warmte van de PV-paneel te kunnen afvoeren. Indien een indaksysteem wordt toegepast moet een 60 minuten brandwerende plaat of onbrandbare isolatie toegepast worden. Er mag geen warmte overgedragen kunnen worden naar de onderlaag.

-

De ventilatie dient gewaarborgd te worden door middel van het regelmatig onderhouden en schoonmaken van de installaties en de omgeving eromheen zoals dakgoten.

-

De constructeur moet bevestigen dat het gewicht van de PV-installatie gedragen kan worden door de constructie.

-

Bij de oplevering dient er rekening gehouden te worden met de NEN 1010;2015 en SCIOS Scope 12.

In het ontwerp: De dakisolatie bestaat uit geheel uit onbrandbaar materiaal (minerale wol) en de dakbedekking bestaat uit EPDM. De PVinstallaties worden op stellingen geplaatst waardoor de PV-panelen sterk geventileerd zijn. Bij het installeren en opleveren van de PV-installatie dient voldaan te worden aan NEN 1010;2015 en SCIOS Scope 12. Hiermee wordt er voldaan aan de adviezen van de verzekeraar. In het ontwerp zijn er wel PV-panelen op en binnen 5 m vanaf de brandscheidingen geplaatst. Vanuit de verzekeraar wordt dit alleen geadviseerd voor geschakelde woningen aangezien geen brandmeldinstallaties aanwezig zijn en dat hier geslapen worden. Dit is niet het geval voor het gemeentehuis. Daarnaast wordt op het dak minerale wol isolatie (onbrandbaar en voldoet aan brandklasse A) en EPDM dakbedekking toegepast. Hierdoor wordt brandverspreiding over de gebouwschil geminimaliseerd. Er worden brandmanchetten toegepast bij dak doorvoeren binnen 5 m vanaf de PV-paneel om vliegvuur en andere risico op branduitbreiding te reduceren.

v1.00

documentcode

pagina

GHM2201R003

19/19

datum

15-12-2023

8 Conclusie In opdracht van de gemeente Haarlemmermeer hebben wij brandveiligheidsadvies gegeven voor het ontwerp van het nieuwe gemeentehuis van de Haarlemmermeer te Hoofddorp. Het advies is uitgevoerd op basis van de Nederlandse bouwregelgeving zoals beschreven in het Bouwbesluit 2012. Bij dit project is conform het Bouwbesluit sprake van het nieuwbouwniveau. We hebben bij dit project advies uitgebracht over: -

sterkte bij brand;

-

beperking van het ontwikkelen van brand en rook;

-

beperking van uitbreiding van brand;

-

vluchtroutes;

-

brandveiligheidsvoorzieningen.

Uit de berekeningen en resultaten die wij in dit rapport hebben beschreven, blijkt dat voldaan wordt aan de wettelijke eisen conform het Bouwbesluit 2012.

Dit rapport is opgesteld door: ir. A. (Angela) Smit Dit rapport is gecontroleerd door: ir. A.J.C. (Anika) Haak

Bijlage 1 | Indeling gebouw in gebruiksfuncties, gevelaanzichten en doorsneden (6 pagina’s) Bijlage 2 | Indeling brandcompartimenten en aanduiding extra beschermde vluchtroutes (6 pagina’s) Bijlage 3 | Rookwerendheid eisen van de brandscheidingen (6 pagina’s) Bijlage 4 | Brandklassering van de interne bouwdelen (6 pagina’s) Bijlage 5 | Invoer en resultaten brandoverslag berekening (59 / 72 pagina’s) Bijlage 6 | Invoer en resultaten Opvang- en doorstroomcapaciteit (34 pagina’s) Bijlage 7 | Opstelplaats brandweervoertuigen (1 pagina)

v1.00

O(GF) gebruiksfunctie

O(GF) 02 - begane grond

niveau

oppervlakte

volume

bijeenkomstfunctie bijeenkomstfunctie bijeenkomstfunctie bijeenkomstfunctie bijeenkomstfunctie bijeenkomstfunctie

00 begane grond 01 eerste verdieping 02 tweede verdieping 03 derde verdieping 04 vierde verdieping

621 m² 393 m² 926 m² 238 m² 205 m² 2383 m²

1513.23 m³ 958.82 m³ 3293.48 m³ 579.17 m³ 500.69 m³ 6845.39 m³

kantoorfunctie kantoorfunctie kantoorfunctie kantoorfunctie kantoorfunctie kantoorfunctie

00 begane grond 01 eerste verdieping 02 tweede verdieping 03 derde verdieping 04 vierde verdieping

711 m² 1225 m² 785 m² 1190 m² 1045 m² 4956 m²

1733.93 m³ 2986.67 m³ 1913.59 m³ 2902.73 m³ 2547.87 m³ 12084.79 m³

overige gebruiksfunctie overige gebruiksfunctie overige gebruiksfunctie overige gebruiksfunctie overige gebruiksfunctie overige gebruiksfunctie overige gebruiksfunctie totaal

00 begane grond 01 eerste verdieping 02 tweede verdieping 03 derde verdieping 04 vierde verdieping 05 vijfde verdieping

2700 m² 1199 m² 1440 m² 967 m² 678 m² 42 m² 7025 m² 14364 m²

6876.70 m³ 3377.43 m³ 3491.45 m³ 2386.99 m³ 1654.92 m³ 102.25 m³ 17889.73 m³ 36819.91 m³

O(GF) 03 - eerste verdieping

legenda gebruiksfunctie

architectenbureau cepezed b.v.

bijeenkomstfunctie

ezelsveldlaan 61 2611 rv delft nl t +31 15 215 0000

kantoorfunctie

post@cepezed.nl www.cepezed.nl

overige gebruiksfunctie

O(GF) 04 - tweede verdieping

opdrachtgever gemeente Haarlemmermeer werk gemeentehuis Haarlemmermeer fase wabo datum 20/12/23 schaal 1:500 formaat A1 getekend smo gecontroleerd sbl gewijzigd

O(GF) 05 - derde verdieping

tekening gebruiksfunctie

O(GF) 06 - vierde verdieping

O(GF) 07 - vijfde verdieping

cepezed

1226 O(GF)

legenda -Alle maten in het werk te controleren. Terreinmaten zijn indicatief -Alle maten in mm -Arcering volgens NEN 47 -Tekening volgens documentenlijst 1226 S02 -Materiaalcodes vlgs bijbehorende materiaalstaat 1226 S05 of bestekboek -Materiaalcodes gelden voor het gehele vlak, tenzij anders aangegeven. -P=0 = bovenkant afgewerkte begane grondvloer = 3900 mm. - NAP (cf. aanname RHDHV) -Grondwaterstand XXX- NAP, bron: XXX, d.d.DDMMJJJJ. -Eventueel getekende losse inrichting valt buiten het bouwkundig bestek, tenzij anders aangegeven. -Vloeroppervlaktes volgens NEN 2580 -Integrale toegankelijkheid en toegankelijkheid van ruimten, vrije doorgang en drempelhoogten voldoen aan de eisen zoals vermeld in onderstaande artikelen: Projecten vergund volgens Bouwbesluit 2012: art. 4.21, 4.22 en 4.27 Projecten vergund volgens BBL: Bestaande bouw: art. 3.59 en 3.98 - Nieuwbouw: art 4.73, 4.78, 4.180 t/m 4.182 en 6.22 -maatvoering vloerpakketten ter plaatse van opleggingen -te openen ramen en deuren in interne brand- en rookscheidingen zijn zelfsluitend

rook WRD (cf NEN 6075)

XX

XX

WRD

WRD

scheiding 30 minuten WBDBO

30

30

scheiding 60 minuten WBDBO

60

60

ruimte scheiding

XX XX

maximaal toelaatbare totale tolerantie constructie in aangegeven richting materialen uitlijnen (voorkant = voorkant, flush)

XX.XX.YY L(--) 12

L(--) 11

materiaalcode: XX.XX.YY (XX.XX=NL-SfB code, YY=volgnummer) kozijnmerk: X.YYY.ZZZ (X=soort, YYY=type, ZZZ=volgnummer)

L(--) 10

stramien

d

vegetatiedak e

totaalmaat

- Noodverlichting wordt aangebracht conform de NEN 1010 en de NEN-EN 1838. - De brandmeldinstallatie wordt aangebracht conform de NEN 2535. - De ontruimingsinstallatie wordt aangebracht conform de NEN 2575.

d

e (L)

loopdeur indicatie

L(21) 02 31.20.04

A(31) 05

00.07-D.01 B.19.2 trouwen klein 40 m² 35 m² PVE-eis

P=0

opstelplaats scootmobiel

21.10.02

P

HB P

P=0 vluchtroute vrijhouden van objecten

90.10.02

HB P

60

60

60

60

P=0

32.30.03 dm:900

22.10.04

32.30.03 dm:900

32.30.03 dm:900

32.30.08 dm:900

32.30.08 dm:900

32.30.08 dm:900

22.10.04

32.30.03 dm:900 32.30.03 dm:900 32.30.03 dm:900

32.30.03 dm:900

22.10.04

22.10.10

22.10.10

32.30.03 dm:843

22.10.10 22.10.10

22.10.10

miva douche

a 00.16-D.01 D.23 sanitaire ruimte 7 m² unisex

(L)

22.10.10

32.30.03 dm:900

L(74) 01

D

22.10.01

32.30.06 dm:900

32.30.04 dm:1670

P=0 (L)

(L)

32.30.06 dm:900

60

32.30.03 dm:860

32.30.08 dm:900

73.02-a

dm:900

32.30.03 dm:900

32.30.04 dm:1670

22.10.04

32.30.08 dm:900

22.10.04

22.10.10

22.10.10

42.10.10

32.30.08 dm:900

22.10.10

00.18-C.01 D.05 kolfkamer 9 m² 8 m² PVE-eis

00.20-C.02 D.31 Integriteitsruimte 20 m² 18 m² PVE-eis

22.10.10 22.10.10

00.19-C.04 D.21 bedrijfsarts 14 m² 10 m² PVE-eis wachtruimte

22.10.10 73.02-b

22.10.01

22.10.10

22.10.04

22.10.04

22.10.10

00.19-C.01 D.07 stilteruimte 14 m² 12 m² PVE-eis

00.19-C.02 D.36 opslag evenementen 14 m² 15 m² PVE-eis

22.10.10

00.20-C.01 D.21 bedrijfsarts 24 m² 15 m² PVE-eis werkruimte

32.30.03 dm:900

22.10.10

32.30.08 dm:900

22.10.04

22.10.04

32.30.08 dm:900

22.10.10

22.10.10

22.10.10

22.10.10

00.17-C.02 D.27 centrale schoonmaakruimte 28 m² 30 m² PVE-eis

22.10.10

60

32.30.03 dm:860

22.10.10

00.16-C.01 D.04 postkamer 19 m² 18 m² PVE-eis

60

A(24) 11

00.17-C.01 D.33 gevonden voorwerpen grote voorwerpen 11 m² 11 m² PVE-eis

C 32.30.03

00.13-C.03 C.05 sociaal 19 m²

L(--) 08

22.10.10 b 32.30.03 dm:900

22.10.10

22.10.10

00.19-C.03 C.05 sociaal 19 m²

K

K

00.04-C.01 A.01 ontvangsthal (incl, wachtruimte + ruimte voor kunst 537 m² 200 m² PVE-eis

00.18-C.03 D.06 rustruimte 9 m² 8 m² PVE-eis

22.10.10

(L)

00.12-C.01 C.05 sociaal 19 m²

32.30.03 02.14-D.42 D.42 dm:900 opslag koffie 10 m²

42.10.10

00.18-C.02 D.05 kolfkamer 9 m² 8 m² PVE-eis

42.10.10 22.10.04

32.30.04 dm:1670

00.16-C.02 D.34 relatiegeschenken CEB 15 m² 15 m² PVE-eis

00.16-C.03 D.37 archiefruimte FM 21 m² 20 m² PVE-eis

22.10.10

60

32.30.03 dm:860 32.30.03 dm:860

60 60

32.30.03 dm:860

60

A(24) 10

60

22.10.04

32.30.04 dm:1670

b

(L)

00.09-C.03 C.05 sociaal 120 m²

22.10.10

32.30.04 dm:1670

32.30.03 dm:900

00.15-C.01 D.13 MER serverruimte 15 m² 8 m² PVE-eis

22.10.10 60

P +1448

P=0

60

32.30.13

31.30.08

16100

12600

P=0

dm:650

P -20

00.13-C.01 D.35 kleine kunst opslag 16 m² 15 m² PVE-eis

22.10.10

60

00.15-C.02 D.32 kleedruimte bodes 7 m² 10 m² PVE-eis

22.10.10

HB CO2

dm:650

00.14-C.03 C.05 sociaal 16 m²

22.10.10

A(24) 01

L(--) 08

32.30.03 dm:900 22.10.10

00.14-C.02 D.29 lockers 4 m² 8 m² PVE-eis

60

22.10.04

A(24) 13 00.12-C.02 C.05 sociaal 11 m²

22.10.10

60

00.09-C.02 A.06 spreekkamer klein 6 m² 6 m² PVE-eis

00.02-B.15 O.00 verkeersruimte 30 m²

32.30.04 dm:1670

00.10-C.01 A.06 spreekkamer klein 7 m² 6 m² PVE-eis

22.10.10

A(24) 02

00.13-C.02 D.17 opslagruimte voor voorraad / ergonomische hulpmiddelen 20 m² 20 m² PVE-eis

22.10.10

00.09-C.01 A.06 spreekkamer klein 7 m² 6 m² PVE-eis

22.10.10

60

00.11-C.01 A.06 spreekkamer klein 6 m² 6 m² PVE-eis

00.14-C.01 C.06 support 13 m²

(L)

00.07-C.01 A.06 spreekkamer klein 7 m² 6 m² PVE-eis

42.10.10

22.10.10

vluchtroute vrijhouden van objecten

(L)

22.10.10

42.10.08

22.10.10

30 m

22.10.10 32.30.03 22.10.10 32.30.03 dm:900 dm:900

42.10.08

60

22.10.10

32.30.03 dm:843

42.10.06

0

22.10.04

miva

22.10.04

22.10.10

P=0

32.30.01 dm:900

HBB

miva douche

00.15-D.02 D.12 douches 7 m² 8 m² PVE-eis

32.30.03 dm:900

42.10.06

22.10.10

32.30.03 dm:900

22.10.10

32.30.03 dm:900

32.30.03 dm:843

00.15-D.01 D.11 kleedruimte 22 m² 30 m² PVE-eis heren

00.14-D.01 D.29 lockers 7 m² 8 m² PVE-eis

50

100

32.30.03 dm:843

00.13-D.01 D.11 kleedruimte 22 m² 30 m² PVE-eis dames

ø1

32.30.13

60

32.30.03 dm:843

00.09-D.03 A.05 openbare toiletten (incl. miva) 7 m² 00.09-D.01 A.05 openbare toiletten (incl. miva) 7 m² unisex heren

00.08-D.02 A.05 openbare toiletten (incl. miva) 7 m²

22.10.01 32.30.01 dm:900

22.10.10 32.30.03 dm:843

32.30.03 dm:843

00.08-D.01 A.05 openbare toiletten (incl. miva) 4 m² dames

60

32.30.04 dm:1046

60

00.13-D.02 D.12 douches 7 m² 8 m² PVE-eis

00.12-D.01 C.03 samenwerken/overlegplekken 15 m²

32.30.03 dm:900

22.10.01

00.11-D.01 C.03 samenwerken/overlegplekken 31 m²

22.10.10 60

dm:843

22.10.10

60

50 0

00.08-D.03 A.05 openbare toiletten (incl. miva) 2 m² schoonmaakkast 32.30.03

22.10.04

22.10.10

32.30.11

22.10.10

60

60

(L)

41.10.05

ø1

tochtsluis

32.30.04 dm:1046

21.10.02

22.10.10

P=0

00.17-C.03 C.05 sociaal 70 m²

00.07-B.01 A.07 spreekkamer groot 9 m² 16 m² PVE-eis

00.08-B.01 A.12 kluisruimte backoffice 18 m² 18 m² PVE-eis

00.07-B.02 A.08 spreekkamer MIVA 13 m² 16 m² PVE-eis

32.30.08 dm:900

22.10.04

00.09-B.02 A.06 spreekkamer klein 9 m² 6 m² PVE-eis

33.20.01

32.30.08 dm:900

32.30.08 dm:900

22.10.04

00.09-B.01 A.06 spreekkamer klein 9 m² 6 m² PVE-eis

00.10-B.01 A.08 spreekkamer MIVA 13 m² 16 m² PVE-eis

32.30.08 dm:900

32.30.08 dm:900

00.10-B.02 A.06 spreekkamer klein 9 m² 6 m² PVE-eis

32.30.08 22.10.04 dm:900

00.11-B.01 C.03 samenwerken/overlegplekken 9 m²

32.30.08 dm:900

00.12-B.02 C.03 samenwerken/overlegplekken 13 m²

22.10.04

00.12-B.01 C.03 samenwerken/overlegplekken 13 m²

32.30.08 dm:900

32.30.08 dm:900

00.13-B.02 C.03 samenwerken/overlegplekken 19 m²

72.01

22.10.10

22.10.10

22.10.10

22.10.10

22.10.10

22.10.10

22.10.10

22.10.10

22.10.10

22.10.10

22.10.10

22.10.10

22.10.10 22.10.10

22.10.10

32.30.03 dm:843

73.01

00.18-B.01 D.09 werkkasten schoonmaak 5 m² 8 m² PVE-eis

00.17-B.02 D.25 expeditie 22.10.01 44 m² 80 m² PVE-eis

32.30.03 dm:843

22.10.10

22.10.10 22.10.04

22.10.04

22.10.04

22.10.04

22.10.04

22.10.04

22.10.04

22.10.04

00.20-D.01 C.02 focus werkplekken 91 m²

22.10.01 HBB

hoogwerker 100 x 100

unisex 00.16-B.01 D.23 sanitaire ruimte 7 m²

22.10.10

32.30.03 dm:900

22.10.01

22.10.10

22.10.10

P=0

vluchtroute vrijhouden van objecten

00.19-B.02 C.03 samenwerken/overlegplekken 19 m²

30 m

22.10.10

22.10.10

32.30.03 dm:900

21.10.10

00.03-B.01 A.04 centrale balie & burgerzaken/vergunningen + opslag incl. 12 balies 147 m²

L(--) 09

33.20.01

P

A(21) 02

31.30.02 dm:870

22.10.10

21.10.09

00.17-B.01 D.15 milieustraat 19 m² 30 m² PVE-eis

00.15-B.02 E.03 trafo 10 m² 9 m² PVE-eis

21.10.09

21.10.09

31.30.02 dm:870

31.30.07 dm:1670

31.30.07 dm:1670

PMD 200 x 130

lampenbak 120 x 80

21.10.10

21.10.04

31.30.07 dm:1670

02.14-D.11 D.15 milieustraat 37 m² 30 m² PVE-eis

31.30.07 dm:1670

537 m² 16 m² 30 m² 147 m² 31 m² 61 m² 9 m² 25 m² 48 m² 20 m² 196 m² 18 m² 120 m² 15 m² 1273 m² 58 m² 40 m² 98 m² 68 m² 91 m² 158 m² 483 m² 42 m² 841 m² 19 m² 18 m² 9 m² 14 m² 29 m² 5 m² 44 m² 14 m² 15 m² 56 m² 20 m² 38 m² 13 m² 44 m² 30 m² 28 m² 38 m² 11 m² 37 m² 20 m² 7 m² 11 m² 15 m² 16 m² 14 m² 21 m² 10 m² 596 m² 176 m² 96 m² 21 m² 15 m² 15 m² 8 m² 332 m²

pallets 120 x 100

c

emballagecontainer 120 x 80

42.10.08 hygiëne papier 120 x 100

A. Publieke zone | service & ontmoeting A.01 ontvangsthal (incl, wachtruimte + ruimte voor kunst A.02 entree+servicezuil A.03 koffiebar A.04 centrale balie & burgerzaken/vergunningen + opslag incl. 12 balies A.05 openbare toiletten (incl. miva) A.06 spreekkamer klein A.07 spreekkamer groot A.08 spreekkamer MIVA A.09 aanlandplekken/ informeel overleg A.10 BHV + beveiligersloge A.11 werkplekken baliemedewerkers (backoffice) A.12 kluisruimte backoffice A.14 callcenter backoffice A.15 facilitycorner KCC A. Publieke zone | service & ontmoeting B. Semipublieke zone | dialoog & bijeenkomsten B.13 instructieruimte/ computerruimte B.19.2 trouwen klein B. Semipublieke zone | dialoog & bijeenkomsten C. Niet publieke zone | De werkomgeving C.01 primaire werkplekken C.02 focus werkplekken C.03 samenwerken/overlegplekken C.05 sociaal C.06 support C. Niet publieke zone | De werkomgeving D. Speciale / decentrale / facilitaire voorzieningen D.04 postkamer D.05 kolfkamer D.06 rustruimte D.07 stilteruimte D.08 servicedesk ambtenaren/frontoffice/ Faciltair meldpunt D.09 werkkasten schoonmaak D.11 kleedruimte D.12 douches D.13 MER serverruimte D.15 milieustraat D.17 opslagruimte voor voorraad / ergonomische hulpmiddelen D.21 bedrijfsarts D.23 sanitaire ruimte D.25 expeditie D.26 backofficeruimte FMFO/Info+ D.27 centrale schoonmaakruimte D.28 ICT compentence center incl.

testruimte D.29 lockers D.30 magazijn FM D.31 Integriteitsruimte D.32 kleedruimte bodes D.33 gevonden voorwerpen grote voorwerpen D.34 relatiegeschenken CEB D.35 kleine kunst opslag D.36 opslag evenementen D.37 archiefruimte FM D.42 opslag koffie D. Speciale / decentrale / facilitaire voorzieningen E. Extra E.01 fietsenstalling E.02 gemeenschappelijke WKO E.03 trafo E.04 sprinkler E.05 laagspanning E.06 inkoopstation E. Extra

287 m² 287 m²

P

toners & cartridges 120 x 100

L(--) 09

P=0

geperste dozen 120 x 100

P 31.30.02 dm:870

31.30.07 dm:1670

40

22.10.10

00.15-B.01 E.06 inkoopstation 8 m² 9 m² PVE-eis

vluchtroute vrijhouden van objecten

P=0 130

21.10.09

21.10.10

32.30.01 dm:900

00.19-B.01 D.28 ICT compentence center incl. testruimte 38 m² 38 m² PVE-eis

oud ijzer container 120 x 100

HB P

c

6x 550x480

koffiebekers 120 x 80

00.14-B.01 E.03 trafo 12 m² 9 m² PVE-eis

P +350

B

21.10.04

C

SWILL containers

22.10.10

m

32.30.04 dm:1670

22.10.10

00.15-B.04 E.05 laagspanning 15 m² 15 m² PVE-eis

22.10.01 30

32.30.04 dm:1046

21.10.04 perscontainer karton 200 x 130

22.10.10

32.30.03 dm:900

22.10.10

(L)

42.10.08

31.30.06 dm:1670

00.13-B.03 C.06 support 17 m²

HB CO2

00.13-B.01 D.26 backofficeruimte FMFO/Info+ 30 m² 30 m² PVE-eis

00.10-B.03 C.01 primaire werkplekken 30 m²

22.10.10

32.30.08 dm:900

22.10.10

32.30.04 dm:1546

22.10.04

watermeter

32.30.08 dm:900

(L)

32.30.08 dm:900

22.10.04

32.30.04 dm:1546

32.30.08 dm:900

(L)

32.30.08 dm:900

perscontainer restafval 200 x 135

22.10.04

32.30.03 dm:900

32.30.08 dm:900

32.30.06 dm:900

HBB

00.08-B.02 A.15 facilitycorner KCC 15 m² 25 m² PVE-eis

60

7150

32.30.08 dm:900

22.10.04

K

00.07-B.03 A.11 werkplekken baliemedewerkers (backoffice) 196 m² 144 m² PVE-eis

30 m

60

12600

32.30.01 dm:900

32.30.08 dm:900

32.30.08 dm:900

60

32.30.03 dm:900

60

22.10.10

60

32.30.08 dm:900

60

22.10.04

60

22.10.04 32.30.08 dm:900

60

22.10.10

(L)

32.30.06 dm:900

100

P +360

00.06-B.01 A.10 BHV + beveiligersloge 20 m² 20 m² PVE-eis

32.30.03 dm:900

22.10.10

00.15-B.03 D.30 magazijn FM 37 m² 40 m² PVE-eis

00.14-B.02 D.08 servicedesk ambtenaren/frontoffice/ Faciltair meldpunt 29 m² 30 m² PVE-eis

72.03

30 m

30 m

22.10.10

(L)

22.10.04

31.30.04 dm:1590

32.30.08 dm:900

HBB

22.10.04

HBB

opstelplaats scootmobiel

00.01-B.01 A.09 aanlandplekken/ informeel overleg 48 m² 40 m² PVE-eis

32.30.08 dm:900

vorkheftruck 350 x 100

100

22.10.04

3500

43560

00.04-C.02 A.02 entree+servicezuil 8 m² 6 m² PVE-eis

60

00.02-C.01 A.02 entree+servicezuil 8 m² 6 m² PVE-eis

60

opstelplaats scootmobiel

00.07-C.02 C.06 support 12 m²

C

oppervlakte

22.10.10

31.30.04 dm:1670

22.10.03

22.10.10

33.20.01

32.30.01 dm:900

60

32.30.06 dm:900

32.30.03 dm:900

22.10.01 04.08-B.15 O.00 verkeersruimte 18 m²

30 m

22.10.04

schoonmaakkast

22.10.10

32.30.08 dm:900

31.30.08

HBB

00.03-D.01 A.03 koffiebar 30 m² 50 m² PVE-eis

00.06-B.15 O.00 verkeersruimte 35 m²

ruimte omschrijving

L(21) 03

31.30.04 dm:1590

90.10.04 L(24) 28

30 m

31.30.02 P dm:870 P=0

baby

10750 12600

31.30.01 dm:1590

a

afdeling nummer

00.20-B.01 A.14 callcenter backoffice 120 m² 60 m² PVE-eis

33.20.02

60

00.03-C.01 C.05 sociaal 148 m²

P=0

<varies>

00.13-D.03 E.01 fietsenstalling 176 m²

A(21) 06 31.30.01 dm:1590

00.17-D.01 E.02 gemeenschappelijke WKO 96 m² 98 m² PVE-eis

41.10.05

L(24) 22

(L)

22.10.10

21.10.02

41.10.05

32.30.03 dm:900

(L)

90.10.05

P -20

opstelplaats scootmobiel

00.16-D.02 E.04 sprinkler 15 m² 20 m² PVE-eis

vrijhouden van objecten

22.10.10

L(21) 01

00.10-D.01 B.13 instructieruimte/ computerruimte 58 m² 55 m² PVE-eis

00.09-D.02 C.03 samenwerken/overlegplekken 38 m²

31.30.02 dm:870 vluchtroute

ruimtestaat begane grond

31.30.02 dm:870P

31.30.02

Pdm:870

130

E

vluchtroute vrijhouden van objecten

L(21) 08

P=0

A(24) 31

architectenbureau cepezed b.v.

e

ezelsveldlaan 61 2611 rv delft nl t +31 15 215 0000

10800

00.05-A.01 C.01 primaire werkplekken 38 m²

L(--) 12

post@cepezed.nl www.cepezed.nl

L(--) 10

A(16) 01

BC ## ## m2 ## personen

00.02-A.01 C.05 sociaal 62 m² wachtruimte

L(24) 36

A ## m

A(21) 01 L(21) 04 d

P

16560

200

1750

100

3300

100

6300

100

5300

110

1960

120

1900

1420

1900

120

1900

110 1260 100

5300

100

7100

100

3500

110

1580

110

5340

100

1820

100

5340

110

1580

120

1900

10515

175

3500

100

10950

a

5710

b

100

50610 26680

35

4565

13685

200

3400

14250

100

100

5073

164

14070

4888 205 150

162 3700

2750 150

2700

100 150

5300 3135

100 150 205

8000 3995

100

280

6960

3565

35

200

3400

1700

100

5300

100

5350

200

200

5250

100

5350

200

c

5400

5400

5400

5400

5400

6300

5400

5400

5400

5400

5400

5400

5400

5400

5400

5400

5400

5400

5400

5400

stramien totaalmaat

01

02

03

04

L(--) 11

05

06

07

08

09

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

opdrachtgever gemeente Haarlemmermeer werk gemeentehuis Haarlemmermeer fase wabo datum 20/12/23 schaal 1:100 formaat A0XL1 getekend smo gecontroleerd sbl gewijzigd

21

C

P

tekening begane grond

cepezed

1226 L(--) 02

legenda -Alle maten in het werk te controleren. Terreinmaten zijn indicatief -Alle maten in mm -Arcering volgens NEN 47 -Tekening volgens documentenlijst 1226 S02 -Materiaalcodes vlgs bijbehorende materiaalstaat 1226 S05 of bestekboek -Materiaalcodes gelden voor het gehele vlak, tenzij anders aangegeven. -P=0 = bovenkant afgewerkte begane grondvloer = 3900 mm. - NAP (cf. aanname RHDHV) -Grondwaterstand XXX- NAP, bron: XXX, d.d.DDMMJJJJ. -Eventueel getekende losse inrichting valt buiten het bouwkundig bestek, tenzij anders aangegeven. -Vloeroppervlaktes volgens NEN 2580 -Integrale toegankelijkheid en toegankelijkheid van ruimten, vrije doorgang en drempelhoogten voldoen aan de eisen zoals vermeld in onderstaande artikelen: Projecten vergund volgens Bouwbesluit 2012: art. 4.21, 4.22 en 4.27 Projecten vergund volgens BBL: Bestaande bouw: art. 3.59 en 3.98 - Nieuwbouw: art 4.73, 4.78, 4.180 t/m 4.182 en 6.22 -maatvoering vloerpakketten ter plaatse van opleggingen -te openen ramen en deuren in interne brand- en rookscheidingen zijn zelfsluitend

rook WRD (cf NEN 6075)

XX

XX

WRD

WRD

scheiding 30 minuten WBDBO

30

30

scheiding 60 minuten WBDBO

60

60

ruimte scheiding

XX XX

maximaal toelaatbare totale tolerantie constructie in aangegeven richting materialen uitlijnen (voorkant = voorkant, flush) materiaalcode: XX.XX.YY (XX.XX=NL-SfB code, YY=volgnummer)

XX.XX.YY L(--) 11

L(--) 12

stramien

e

01.09-D.04 D.40 newsroom 29 m² 24 m² PVE-eis

5403

01.14-D.03 C.03 samenwerken/overlegplekken 29 m²

01.10-D.02 D.01 ontwerpomgeving 29 m² 24 m² PVE-eis

01.11-D.03 C.01 primaire werkplekken 78 m²

22.10.10

22.10.10

22.10.10

32.30.03 dm:843

60

01.10-D.04 C.03 samenwerken/overlegplekken 13 m²

32.30.03 dm:843

04.06-B.55 C.02 focus werkplekken 3 m²

P +3800

01.08-D.02 D.23 sanitaire ruimte 5 m² miva

30 m

110

22.10.03

1959

60

32.30.08 dm:900

32.30.06 dm:900

60

A(22) 22

60

22.10.10

60

22.10.04

60

22.10.10

32.30.04 dm:1046

32.30.01 dm:900

22.10.10 22.10.10

L(24) 23

60

32.30.03 dm:900

04.06-B.56 C.02 focus werkplekken 3 m²

22.10.10

22.10.10

22.10.03

32.30.03 dm:900

32.30.03 dm:860

22.10.10

01.08-D.03 D.23 sanitaire ruimte 7 m² unisex

22.10.10

32.30.06 dm:900

32.30.08 dm:900

02.14-D.69 D.14 patchkast 8 m² 8 m² PVE-eis

01.11-D.02 C.02 focus werkplekken 13 m²

HB CO2

22.10.10

32.30.06 dm:900

22.10.10

22.10.04 02.14-D.44 C.02 focus werkplekken 3 m²

01.12-D.02 C.01 primaire werkplekken 20 m²

02.14-D.45 C.03 samenwerken/overlegplekken 19 m²

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=d3e0fe6d-7961-4a49-8b8f-c6f754a80726