Bijlage Ruimtelijke onderbouwing Uniformplatform
Tekst van het document
RAPPORT Ruimtelijke onderbouwing t.b.v. afwijking bestemmingsplan ‘Schiphol’ Uniform platform fase 3 Klant:
Schiphol B.V.
Referentie: BJ1012-RHD-RDI-RP01 Status:
Definitief/revisie 2
Datum:
6 december 2024
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Jonkerbosplein 52 6534 AB Nijmegen Netherlands Mobility & Infrastructure +31 88 348 70 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Ruimtelijke onderbouwing t.b.v. afwijking bestemmingsplan ‘Schiphol’ Sub titel: Uniform platform fase 3 Referentie: BJ1012-RHD-RDI-RP01 Uw kenmerk 100-5025794 Status: Definitief/revisie 2 Datum: 6 december 2024 Projectnaam: Ruimtelijke onderbouwing Schiphol Projectnummer: BJ1012 Auteur(s): S.H. / J.B. Opgesteld door: S.H. / J.B. Gecontroleerd door: S.G. Datum: 08-12-2023 Goedgekeurd door: J.B. Datum: 06-12-2024
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 6 december 2024
CLICK TO ENTER "DOCTITLE2"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
ii
Projectgerelateerd
6 december 2024
CLICK TO ENTER "DOCTITLE2"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
iii
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding en doel
1
1.2
Locatie en beschrijving plangebied
1
1.3
Planologisch kader
3
1.4
Afwijken van het bestemmingsplan
4
1.5
Leeswijzer
4
2
Gebieds- en projectbeschrijving
5
2.1
Huidige situatie plangebied
5
2.2
Beoogde ontwikkeling
5
2.3
Activiteiten op het nieuwe Uniform-3 platform
7
2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5
Parkeren vliegtuigen Uitvoeren klein lijnonderhoud Aanpikken vliegtuigen Gladheidsbestrijding platform Intern schoonmaken
7 7 7 8 8
3
Beleidskader
9
3.1
Rijksbeleid
9
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
13
3.3
Gemeentelijk beleid
18
3.4
Conclusie beleidskader
19
4
Omgevingsaspecten
20
4.1
Bodem
20
4.2
Water
20
4.3
Verkeer
21
4.4
Geluid
22
4.5
Luchtkwaliteit
23
4.6
Ecologie
23
4.7
Stikstof
25
4.8
Externe veiligheid
28
4.9
Bedrijven en milieuzonering
28
4.10
Archeologie en cultuurhistorie
29
4.11
Ontplofbare oorlogsresten
29
4.12
Kabels en leidingen
30
4.13
m.e.r.-beoordeling
30
6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
iv
Projectgerelateerd
5
Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid
31
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
31
5.2
Economische uitvoerbaarheid
31
6
Conclusie
31
6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
v
Projectgerelateerd
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
Het Uniform platform is een bufferlocatie voor narrow body (hierna NABO) vliegtuigen (vliegtuigen met één gangpad) en wide body (hierna WIBO) vliegtuigen (grotere vliegtuigen met twee of meer gangpaden). Als een vliegtuig langere tijd op Schiphol verblijft, moet deze vanaf de gate bij het terminal gebied worden weggesleept naar een platform om daar tijdelijk geparkeerd te worden. Dit voorkomt dat het vliegtuig onnodig een gate bezet houdt en daarmee de (efficiëntie van de) grondoperatie verstoort. De verwachting is dat in de toekomst meer grotere (WIBO) vliegtuigen naar Schiphol komen. Enerzijds, doordat de trend is dat luchtvaartmaatschappijen steeds vaker grote vliegtuigen inzetten in verband met de beperkte beschikbaarheid van het aantal luchthavenslots en als gevolg van vlootvernieuwing waarbij het over het algemeen ook stillere en zuinigere toestellen betreft. Anderzijds omdat al geruime tijd gesproken wordt over een vermindering van het aantal vluchten dat van en naar Schiphol mag vliegen. Om eenzelfde aantal passagiers te vervoeren met minder vluchten zijn per vliegtuig meer stoelen nodig. De bestaande ruimte op Schiphol is niet ontworpen op deze toename van grotere vliegtuigen. Daarom is aan Schiphol de taak om deze ruimte te accommoderen opdat de luchthavenoperatie zo efficiënt mogelijk verloopt.
Dit vraagt om meer parkeergelegenheid voor grotere toestellen op het Uniform platform. Om meer bufferruimte voor WIBO-vliegtuigen te realiseren, wordt het Uniform platform in fases uitgebreid. In de eerste fase (ingebruikname november 2018) werd de toekomstige rijbaan tijdelijk als bufferlocatie gebruikt en groeide het aantal opstelplaatsen van vijf naar zeven. In de tweede fase (ingebruikname maart 2020) is verder uitgebreid naar tien opstelplaatsen voor WIBO-vliegtuigen. Ook is in deze fase de watergang langs het Uniform platform verder oostwaarts verlegd om ruimte te creëren voor de daaropvolgende fasen en om voldoende watercompensatie te realiseren vooruitlopend op het aanbrengen van verhard oppervlak. De werkzaamheden en het gebruik in het kader van fase 1 en 2 van het Uniform platform pasten binnen de enkelbestemming Verkeer – Luchtverkeer 2 van het bestemmingsplan ‘Schiphol’. Dit project ziet toe op de uitbreiding van Uniform platform fase 3, waarna de totale capaciteit 14 WIBObufferposities bedraagt. De uitbreiding van WIBO-bufferposities gaat ten koste van NABO-bufferposities. Per saldo zorgt deze ontwikkeling ervoor dat het aantal bufferposities afneemt. Het doel van de uitbreiding van het Uniform platform is het bevorderen van de doorstroming en daarmee tegengaan van luchtvaartcongestie op de luchthaven.
Dit zorgt niet alleen voor een betere on-time performance door efficiëntere benutting van de beschikbare capaciteit aan rijbanen, gates en vliegtuigopstelplaatsen, maar daarmee ook voor een vermindering van de hoeveelheid emissies. Nadrukkelijk gaat het niet om het accommoderen van een toenemend aantal vluchten. Ook is op het gehele Uniform platform geen ruimte voor passagiersafhandeling. Het gaat hier om een verbetering van (de efficiëntie van) de luchthavenoperatie binnen het luchtzijdige deel van Schiphol.
1.2
Locatie en beschrijving plangebied
Het Uniform platform ligt in het noordwestelijk deel van Schiphol binnen het luchthavengebied. Het platform bevindt zich ten noorden van het terminalgebied, ten oosten van de Zwanenburgbaan (18C/36C) en ten noorden van het uiteinde van de Buitenveldertbaan (09/27) voor landend vliegverkeer vanuit oostelijke richting. In onderstaande figuren is in geel het plangebied van “Uniform-3” weergegeven.
6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
1
Projectgerelateerd
Figuur 1: Globale ligging plangebied ten opzichte van luchthaven Schiphol en de directe omgeving
Figuur 2: Ligging plangebied in directe omgeving binnen luchthavengebied Schiphol Noordwest
6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
2
Projectgerelateerd
1.3
Planologisch kader
Ter plaatse van de projectlocatie (zie onderstaande figuur) geldt de bestemming Bedrijventerrein – Luchthaven 3 in het vigerende bestemmingsplan Schiphol (onherroepelijk sinds 27 februari 2013).
Figuur 3: Projectlocatie (blauw) naast bestaande Uniform platform binnen bestemmingsplan Schiphol – ruimtelijkeplannen.nl
Binnen deze bestemming zijn de aangewezen gronden bestemd voor (artikel 8.1): a. Aannemersactiviteiten in relatie tot bouwactiviteiten op de luchthaven; b. Grondopslag in relatie tot bouwactiviteiten op de luchthaven; c. Proefinstallaties ten behoeve van (zonne)energievoorziening van de luchthaven en één vergistingsinstallatie; met uit zondering van: • risicovolle inrichtingen (waarop het Besluit externe veiligheid inrichtingen van toepassing is); • geluidzoneringsplichtige inrichtingen, met dien verstande dat de Wgh-inrichting Schiphol is toegestaan; • inrichtingen waar ontplofbare stoffen van de klasse 1 van het ADR aanwezig zijn (zoals gekwalificeerd en gekwantificeerd in Bijlage I, onderdeel C, categorie 3 onder 3.6 van het Besluit omgevingsrecht); d. wegen; e. voorzieningen voor openbaar vervoer; f. voorzieningen ten dienste van de luchtvaart en de luchtverkeersveiligheid; g. nutsvoorzieningen; h. groen; i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met daarbij behorend(e): j. parkeervoorzieningen voor (motor)voertuigen; k. verhardingen.
6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
3
Projectgerelateerd
Het bestaande Uniform platform heeft in het vigerende bestemmingsplan Schiphol (onherroepelijk sinds 27-02-2013) de enkelbestemming Verkeer – Luchtverkeer 2. Dit sluit aan bij de algemene systematiek die ten aanzien van aan luchtverkeer gerelateerde bestemmingen wordt gehanteerd op Schiphol, te weten: • De bestemming Verkeer – Luchtverkeer 1 geldt voor de start- en landingsbanen (artikel 20). Hier zijn alle functies en voorzieningen toegestaan die te maken hebben met het starten en landen van vliegtuigen en met de luchtverkeersveiligheid. Ook is in deze bestemming ruimte gereserveerd voor de geplande openbaar vervoerslijn vanuit Schiphol-Oost en zijn algenbassins toegestaan; • De bestemming Verkeer – Luchtverkeer 2 geldt ter plaatse van de platformen naast de start- en landingsbanen (artikel 21); • De bestemming Verkeer – Luchtverkeer 3 is toegekend aan het gebied waarin zich de pieren, gates en lounges bevinden (artikel 22). Binnen de enkelbestemming Verkeer – Luchtverkeer 2 zijn platforms, opstelplaatsen en buffers voor vliegtuigen en andere voorzieningen ten behoeve van de luchtvaart en de luchtverkeersveiligheid toegestaan.
Daarnaast ondergeschikte voorzieningen ten behoeve van groen, water(huishouding), nutsvoorzieningen en voorzieningen ter bevordering van de milieukwaliteit zoals geluidsschermen en luchtkwaliteitsschermen, met daarbij behorende verhardingen, paden en bermen.
1.4
Afwijken van het bestemmingsplan
Hoewel de doeleindenomschrijving ‘voorzieningen ten dienste van de luchtvaart en de luchtverkeersveiligheid’ zowel in de enkelbestemming Verkeer – Luchtverkeer 2 als in de enkelbestemming Bedrijventerrein – Luchthaven 3 voorkomt, zijn in laatstgenoemde bestemming opstelplaatsen voor vliegtuigen niet expliciet opgenomen. Om die reden dient voor het in gebruik nemen van de uitbreiding van het Uniform platform voor opstelplaatsen en bufferposities voor vliegtuigen afgeweken te worden van het bestemmingsplan. De aanleg van een verhardingsvlak is mogelijk binnen de bestemming Bedrijventerrein – Luchthaven 3 onder f. ‘voorzieningen ten dienste van de luchtvaart en de luchtverkeersveiligheid’ en onder k. ‘(met daarbij behorende) verhardingen’. Ook de werkzaamheden ten behoeve van de aanleg zijn mogelijk op grond van leden a en b zoals hierboven in paragraaf 1.3 weergegeven. Om het project mogelijk te maken wordt dus een omgevingsvergunning aangevraagd voor de activiteit: het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Tevens wordt de activiteit milieuneutrale verandering van een inrichting (artikel 2.1, eerste lid, onder e en artikel 3.10 derde lid, van de Wabo) aangevraagd, waarbij geldt dat deze vergunningaanvraag tevens dient als melding ingevolge het Activiteitenbesluit.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk twee geeft de beschrijving van het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling weer. Het derde hoofdstuk gaat in op het van toepassing zijnde beleidskader. Hoofdstuk vier behandelt de omgevingsaspecten en de resultaten van beschouwingen en onderzoeken uitgevoerd aangaande deze omgevingsaspecten. Hoofdstuk vijf gaat in op de procedurele aspecten en de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk zes is de conclusie opgenomen.
6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
4
Projectgerelateerd
2
Gebieds- en projectbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie van het plangebied weergegeven en wordt de voorgenomen ontwikkeling beschreven.
2.1
Huidige situatie plangebied
In de huidige situatie bestaat het Uniform platform uit drie onderdelen: 1. Uniform-1 met 3 multiple aircraft ramp systems, 4 WIBO-opstelplaatsen en 1 NABO-opstelplaats 2. Uniform-2 met 3 multiple aircraft ramp systems 3. De tijdelijk op de toekomstige rijbaan gerealiseerde 7 NABO-opstelplaatsen Een multiple aircraft ramp system (hierna MARS) is een bufferpositie waar één WIBO-vliegtuig of twee NABO-vliegtuigen kunnen worden geparkeerd. Door de multifunctionele inzetbaarheid van de 6 MARS biedt het Uniform platform in de huidige situatie plaats aan maximaal 10 WIBO-vliegtuigen of maximaal 20 NABO-vliegtuigen. Tabel 1: Huidig aantal bufferposities Uniform platform Type bufferpositie
Aantal
WIBO-vliegtuig
4
MARS
6
NABO-vliegtuig
8
Totaal
18
Voorts is de veiligheidszone – AFS Schiphol (air fuel supply) van toepassing op het bestaande Uniform platform, wat mogelijk maakt dat vliegtuigen hier getankt kunnen worden met behulp van een hydrantdispenser.
2.2
Beoogde ontwikkeling
Schiphol vraagt een omgevingsvergunning aan voor de uitbreiding van het Uniform platform. In lijn met de eerder beschreven trendverschuiving van NABO- naar WIBO-vliegtuigen, is het de bedoeling om op het Uniform platform meer bufferlocaties voor WIBO-vliegtuigen te realiseren: Uniform-3. Het Uniform platform leent zich goed voor het uitbreiden van dit type bufferlocaties, omdat zich hier geen baankruisingen voordoen en omdat de locatie voldoende dicht bij het pierenstelsel is. In de voorgenomen situatie wordt het aantal bufferlocaties voor WIBO-vliegtuigen uitgebreid ten koste van bufferposities voor NABOvliegtuigen. In onderstaande tabel is de voorgenomen situatie qua bufferposities op het Uniform platform weergegeven. Tabel 2: Beoogd aantal bufferposities Uniform platform Type bufferpositie
Aantal
WIBO-vliegtuig
8
MARS
6
NABO-vliegtuig
1
Totaal
15
6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
5
Projectgerelateerd
In de voorgenomen situatie kunnen maximaal 14 WIBO-vliegtuigen of 13 NABO-vliegtuigen worden geparkeerd. Per saldo zorgt deze voorgenomen verandering ervoor dat het totale aantal bufferposities voor vliegtuigen afneemt. Er vindt een verschuiving plaats naar meer bufferposities voor WIBOvliegtuigen. In Figuur 4 is de gewenste ontwikkeling weergegeven en zijn de bufferposities inzichtelijk gemaakt.
Figuur 4: Voorgenomen situatie Uniform Platform
6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
6
Projectgerelateerd
2.3
Activiteiten op het nieuwe Uniform-3 platform
Het Uniform platform is een bufferlocatie voor vliegtuigen, waar vliegtuigen tijdelijk geparkeerd worden op bufferposities. Met de voorgenomen verandering c.q. uitbreiding Uniform platform verandert het gebruik van het platform niet. Deze activiteiten zijn reeds vergund en worden nu aangevraagd als uitbreiding op de vigerende vergunning. N.B. Er bevinden zich geen passagiers in de vliegtuigen of elders op het Uniform platform dat in het luchtzijdige (airside) deel van Schiphol ligt. Er vindt ook geen afhandeling zoals bevoorrading van water, legen van toiletten, uitwendig wassen, bagageafhandeling en/of tanken van vliegtuigen plaats. Op het Uniform platform worden de onderstaande activiteiten uitgevoerd.
2.3.1
Parkeren vliegtuigen
De bufferposities zijn bedoeld voor het tijdelijk parkeren om te voorkomen dat vliegtuigen onnodig een gate bezet houden. Vliegtuigen worden gesleept vanaf de gates bij het terminalgebouw naar het Uniform platform (en weer terug) met behulp van sleeptrekkers. De vliegtuigmotoren gaan dus in principe niet aan, tenzij er een vermoeden is van een storing, zie het punt hieronder. Wel vindt gebruik van de auxiliary power unit (AUP) plaats, oftewel de hulpmotor die energie levert voor andere functies dan aandrijving van het vliegtuig. Eén van de voorschriften (#18) van de Wnb-vergunning 1 (zie verder onder § 4.7 Stikstof) ziet toe op het APU-gebruik: dit dient te worden beperkt tot 5 minuten voorafgaand aan het vertrek van de vliegtuigen om een reductie in de (stikstof)emissies als gevolg van de grondoperatie te bewerkstelligen.
2.3.2
Uitvoeren klein lijnonderhoud
Het kan voorkomen dat op het Uniform platform klein lijnonderhoud wordt uitgevoerd aan operationele vliegtuigen. Als de piloot van het vliegtuig een storingsmelding krijgt, dan wordt dit doorgegeven aan de serviceafdeling voor klein lijnonderhoud. Naar aanleiding van deze storingsmelding wordt een inspectie uitgevoerd of worden eenvoudige storingen verholpen. Er worden dan kleine onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd zoals het controleren van het oliepeil of het verwisselen van kleine onderdelen. In geval van complexere storingen wordt het vliegtuig versleept naar een hangar waar grote onderhoudswerkzaamheden plaatsvinden.
2.3.3
Aanpikken vliegtuigen
Nadat kleine onderhoudswerkzaamheden aan een vliegtuig zijn afgehandeld, kan het ‘aanpikken’ van vliegtuigen worden uitgevoerd. Aanpikken is het testdraaien van vliegtuigmotoren om te controleren of een storing is verholpen. Het aanpikken vindt plaats op het laagste vermogen voor een korte tijd. Dat is onderdeel van het onderhoudsproces en veiligheidsprotocol van vliegtuigen en voorgeschreven door vliegtuigfabrikanten. Aanpikken duurt doorgaans maximaal tien minuten: een vliegtuigmotor wordt gestart, waarna er allerlei controles worden uitgevoerd, zoals aflezen van instrumenten en inspectie op lekken. Zo nodig wordt de procedure direct na het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden herhaald om te controleren of er geen storingen meer zijn en een vlucht veilig kan worden uitgevoerd. N.B. Aanpikken is niet hetzelfde als proefdraaien. Voor proefdraaien gelden strengere regels en zijn speciale locaties op de luchthaven aangewezen in verband met de geluidsproductie.
1
Voluit: het besluit vergunning Wet natuurbescherming project Exploitatie Luchthaven Schiphol d.d. 26 september 2023 met kenmerk DGNV / 20307623
6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
7
Projectgerelateerd
2.3.4
Gladheidsbestrijding platform
Op het Uniofrm platform kan gladheidsbestrijding plaatsvinden. Dit betekent dat het platform wordt vrijgehouden van sneeuw- en ijsvorming. Dit wordt ook wel runway de-icing genoemd en hiervoor wordt kaliumformiaat gebruikt, een milieuvriendelijker product dan kaliumacetaat. Het project Uniform gaat bovendien run-off faciliteren wat inhoudt dat de eerste mm aan oppervlaktewater afgevangen wordt en niet in de bodem infiltreert. N.B. Runway de-icing is niet hetzelfde als aircraft de-icing, waarbij een vliegtuig ijsvrij wordt gemaakt. Laatstgenoemde activiteit wordt niet uitgevoerd op het Uniform platform.
2.3.5
Intern schoonmaken
Het kan incidenteel voorkomen dat de vliegtuigen aan de binnenzijde worden schoongemaakt. In dat geval komt een schoonmaakploeg langs. Naast de bouw van deze opstelplaatsen voor vliegtuigen door middel van een asfalt(rijbaan)constructie, wordt het bestaande Uniform platform heringericht door het aanbrengen van nieuwe belijning. Ook wordt de rijrichting aangepast naar ‘met de klok mee’ in plaats van het huidige ‘tegen de klok in’, op verzoek van de luchtverkeersleiding. Deze aanpassing bevordert de veiligheid. Geen behoefte aan huidige bestemming plangebied Deze vergunningaanvraag ziet erop toe in afwijking van het bestemmingsplan vliegtuigopstelplaatsen mogelijk te maken in het plangebied. Hoewel de onderliggende bestemming daarmee niet komt te vervallen, zorgt het nieuwe gebruik ervoor dat deze gronden met bedrijfsbestemming niet gebruikt kunnen worden voor bedrijfsdoeleinden. Van belang daarbij is het om te realiseren dat de planlocatie in het luchtzijdige (airside) deel van Schiphol ligt en onderdeel uitmaakt van een langdurig gefaseerd plan voor uitbreiding van het Uniform platform. De verlegging van de watergang is jaren geleden al gerealiseerd en sindsdien is er geen behoefte aan de bestaande bestemming. Bedrijfsmatig gebruik van de gronden door derden is met andere woorden al niet mogelijk op deze locatie.
In die zin wordt er regionaal gezien geen bedrijfsbestemming onttrokken aan de beschikbare locaties voor bedrijven om zich te vestigen en doet het planvoornemen geen afbreuk aan de regionale behoefte aan bedrijfslocaties. Het planvoornemen heeft ook geen (nadelige) invloed op de ontwikkeling van bedrijfslocatie Lijndenhof in Badhoevedorp-Zuid, zie daarvoor ook de bespreking van de resultaten van de milieuonderzoeken in Hoofdstuk 4.
6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
8
Projectgerelateerd
3
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt het relevante Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven dat betrekking heeft op het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling. De uitbreiding van het Uniform platform wordt getoetst aan dit beschreven beleid.
3.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI komt als structuurvisie uit onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (WRO). Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als een omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI biedt een kort, middellang en langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving.
De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Nationale belangen Met de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen. De eerste drie nationale belangen zijn van een ander, meer overkoepelend karakter, dan de overige. Deze nationale belangen zijn: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. Beperken van klimaatverandering; 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13.
Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
9
Projectgerelateerd
14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. De voorgenomen ontwikkeling raakt niet direct aan de nationale belangen en is tevens niet in strijd met de nationale belangen uit het NOVI. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De borging van de uitspraken uit de SVIR heeft in juridische zin plaatsgevonden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De uitwerking ervan in het Barro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt van kracht zodra de Omgevingswet in werking treedt. Het BKL wordt dus uitwerking in regelgeving van het beleid dat in de NOVI staat.
In het Barro zijn de verschillende nationale belangen vastgelegd die doorwerking moeten krijgen bij lagere overheden. Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, project Mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, Natuurnetwerk Nederland, erfgoederen van universele waarden, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeer-gebied. Het planvoornemen is niet in strijd met de nationale belangen vastgelegd in het Barro. Luchthavenindelingsbesluit In het Luchthavenindelingsbesluit (LIB) Schiphol staan veiligheid- en gezondheidsregels over de bestemming en het gebruik van de gronden, zowel binnen het ‘luchthavengebied’ als binnen het ‘beperkingengebied’ rondom Schiphol. Per zone gelden andere beperkingen. Deze beperkingen hebben te maken met geluidhinder, externe veiligheid of vliegveiligheid (vanwege de hoogte of vogel aantrekkende werking). De beperkingen gelden voor gebouwen, en ook voor bouwwerken zoals windturbines en vaste laserinstallaties.
In paragraaf 2.1 – Regels binnen het luchtvaartgebied van het LIB, is in artikel 2.2.1 de volgende bepaling opgenomen over het luchthavengebied: “de gronden die bestemd zijn voor het banenstelsel van de luchthaven zijn als zodanig aangewezen op de kaart in bijlage 1 bij dit besluit”. De kaart waarnaar wordt verwezen is uitgesneden afgebeeld in onderstaande Figuur 5.
6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
10
Projectgerelateerd
Figuur 5: Uitsnede van Bijlage 1 behorende bij het LIB Schiphol. Plangebied Uniform Platform in gele ovaal weergegeven
6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
11
Projectgerelateerd
Zoals indicatief weergeven op de kaart, valt het plangebied van Uniform-3 binnen het Luchthavengebied (LHB) waar het LIB niet van toepassing is. Voor wat betreft het Luchthavengebied van Schiphol en het veilig gebruik hiervan heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat (thans Minister van Infrastructuur en Milieu) op grond van artikel 8a.1 van de Wet luchtvaart nadere regels gegeven in de ‘Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen’. Ten aanzien van het oprichten van bouwwerken op de luchthaven wordt in artikel 12 van deze regeling bepaald dat er op de luchthaven geen bouwwerk wordt opgericht die de goede werking van de ten behoeve van de luchthaven aanwezige cns-apparatuur verstoort, die zog-turbulenties of wervelstraten veroorzaakt die de veiligheid van het vliegverkeer verstoren of het zicht van de luchtverkeersleiding vanuit de verkeerstoren op de banen belemmert. Op basis van dit artikel vraagt de luchthavenexploitant bij voorgenomen (bouw)plannenwerktuigen Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) advies over de correcte Projectgerelateerd 6 oktober 2023 BJ1012-RHD-RDI-RP01 17 werking van cns-apparatuur en de operationele consequenties zoals zichtlijnen vanuit de verkeerstorens en opgestelde camera's. De LVNL is ingesteld bij de Wet luchtvaart ressorterend als zelfstandig bestuursorgaan onder het Ministerie van Infrastructuur en Water (I&W).
LVNL is ingevolge de Wet luchtvaart aangewezen als één van de luchtverkeersdienstverleningsorganisaties in Nederland. Luchtverkeersdienstverlening wordt gegeven in het belang van de algemene luchtverkeersveiligheid en een veilig, ordelijk en vlot verloop van het luchtverkeer. De taken van LVNL zijn o.a. het verlenen van luchtverkeersdiensten en communicatie-, navigatie- en plaatsbepalingdiensten (artikel 5.23 van de Wet luchtvaart). De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de luchtvaart is (mede) op basis van het Verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart (ook wel het Verdrag van Chicago of het ICAO-verdrag genoemd) een aangelegenheid van de Nederlandse Staat. Op basis van het Verdrag van Chicago is de International Civil Aviation Organisation (ICAO) opgericht. In het kader van het scheppen van uniformiteit in de diverse regels vaardigt ICAO internationale bepalingen uit. De Nederlandse Staat is partij bij het Verdrag van Chicago en dient de ICAO-bepalingen dan ook te implementeren in de nationale wet- en regelgeving. Tevens dient de Nederlandse Staat ervoor te zorgen dat de luchtvaartsector aan deze bepalingen voldoet. LVNL voert die taken uit.
Het advies van LVNL bestaat uit een toetsing van voorgenomen (bouw)plannen aan de correcte werking van communicatie-, surveillance- en navigatieapparatuur (cns-apparatuur) alsmede de operationele consequenties. De toetsingen van LVNL worden uitgevoerd o.a. aan de hand van internationale criteria (zoals ICAO, maar in Europa ook het EASA: European Union Aviation Safety Agency). De beperkingen t.a.v. bebouwing is onder andere geregeld in het Verdrag van Chicago. Dit verdrag geeft aan dat de maximale bouwhoogte op luchthavens 45 meter is. Schiphol doet zelf de toets op de EASA compliance, zichtlijnen en andere aspecten en legt dit voor aan de LVNL. Dit is ook van toepassing op de werkzaamheden zoals het aanbrengen en verwijderen van werktuigen zoals kranen. Conclusie Rijksbeleid De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het Rijksbeleid, zoals opgenomen in het NOVI, het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Het plangebied ligt binnen het Luchthavengebied (LHG) en daarmee is een toets aan het LIB niet aan de orde. Schiphol heeft een interne procedure waar indien nodig bouwplannen en activiteiten ter toetsing worden voorgelegd aan de Luchtverkeersbeveiliging LVNL. Het ontwerp zal indien nodig worden getoetst door de Luchtverkeersbeveiliging (LVNL) op radarverstoring en bouwhoogtebeperking ten gevolge van het luchtverkeer.
6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
12
Projectgerelateerd
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid (Structuurvisie, vastgesteld op 19-11-2018) Aan de Omgevingsvisie NH2050 ligt het document ‘Verkenningen NH2050’ ten grondslag, waarin ter referentie acht hoofdthema’s van trends en ontwikkelingen, elk met kernwaarden, zijn geformuleerd: 1. Klimaatverandering bedreigt onze leefomgeving; 2. Bodem, water en luchtkwaliteit; 3. Biodiversiteit; 4. Economische transitie; 5. Energietransitie; 6. Mobiliteit; 7. Verstedelijking; 8. Landschap. Vervolgens is het document ‘Koers NH2050’ opgesteld, waarin een hoofdambitie, sturingsfilosofie en ambities zijn geformuleerd. Die ambities zijn uiteengezet in drie thema’s: 1. Leefomgeving •
Klimaatverandering
•
Gezondheid en veiligheid
•
Biodiversiteit en natuur
2. Gebruik van de leefomgeving •
Economische transitie
•
Wonen en Werken
•
Mobiliteit
•
Landschap
3. Energietransitie In de Omgevingsvisie NH2050 wordt de balans gezocht tussen economische groei en leefbaarheid. Om het welvaarts- en welzijnsniveau in Noord-Holland op een hoog niveau te houden, wordt er een basiskwaliteit van de leefomgeving gegarandeerd die samenhangt met economische ontwikkeling. In de visie zijn vijf samenhangende bewegingen opgesteld die richting geven aan het faciliteren van opgaven die op de provincie afkomen. Middels ontwikkelprincipes en randvoorwaarden wordt een beweging naar de toekomst mogelijk gemaakt. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: 1. Dynamisch schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd.
6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
13
Projectgerelateerd
2. Metropool in ontwikkeling – hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem vergroten we de agglomeratiekracht. 3. Sterke kernen, sterke regio’s – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. 4. Nieuwe energie – in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving – deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. Onder het thema ‘Metropool in ontwikkeling’ wordt het plangebied aangeduid als ‘Strategische reserves Schiphol’. De provincie is voorstander van de mogelijkheid van binnenstedelijke woningbouw binnen de contouren van Schiphol, daar waar er herstructurerings/transformatie-opgaven liggen. Daarnaast moeten nieuwe werklocaties binnen de Schipholcontouren mogelijk zijn. Daarbij kan het gaan om milieuhinderlijke bedrijvigheid dan wel om functies die passen bij de hubfunctie van Schiphol (kantoor- en vergaderlocaties en logistieke functies).
Ook projecten rondom energietransitie en circulaire economie behoren tot de mogelijkheden. Met landschapsontwikkeling rondom de luchthaven wordt ruimtelijke kwaliteit aan het gebied toegevoegd. De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de Omgevingsvisie NH2050. Relatie Omgevingsvisie – Omgevingsverordening De ontwikkelprincipes uit de Omgevingsvisie geven richting aan ontwikkelingen in de leefomgeving in Noord-Holland. Uitgangspunt is dat de ontwikkelprincipes ruimte bieden voor initiatieven en flexibel zijn. ‘Samen’ is hierbij het uitgangspunt, waardoor er ruimte is voor meer vertrouwen. Daarnaast wordt er nagedacht over de vraag hoe de regels kunnen worden geformuleerd dat ze bijdragen aan het bereiken van de opgaven én ruimte bieden voor initiatieven. Als opgaven niet gehaald worden, wordt de inzet verstevigd of verandert de rol en de instrumenten. De inzet en rol van de provincie varieert, de ontwikkelprincipes blijven hetzelfde. Zo kan de provincie zelf initiatieven starten als er een groot belang wordt behartigd. Of worden ontwikkelprincipes die vragen om beperkingen van andermans handelen vertaald in de Omgevingsverordening. Voor de Omgevingsverordening zijn alle huidige regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving geanalyseerd.
Middels deze analyse zijn de regels in lijn gebracht met de ambities en ontwikkelprincipes en met de sturingsfilosofie van de Omgevingsvisie NH2050. Omgevingsverordening NH2020 (Provinciale verordening, geconsolideerd op 01-01-2023) In de Omgevingsverordening zijn een aantal thema’s opgenomen die op de bijbehorende kaarten over het plangebied van Uniform platform vallen. Hieronder zullen achtereenvolgens de regels betreffende deze thema’s worden geanalyseerd: ‘Bodemsanering’, ‘LIB5 zone Schiphol’, en ‘Peilbesluit’. Bodemsanering (Figuur 6) De regels in de Omgevingsverordening gaan over het saneren van de bodem als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming voor het werkingsgebied Bodemsanering, dit betreft het hele grondgebied van Noord-Holland met uitzondering van het grondgebied van de gemeenten Amsterdam, Zaanstad, Haarlem en Alkmaar, omdat zij zelfstandig bevoegd gezag Wet bodembescherming zijn, zoals bedoeld in artikel 88 van de Wet bodembescherming. 6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
14
Projectgerelateerd
De voorgenomen ontwikkeling betreft geen bodemsanering en de bodemkwaliteit ter plaatse geeft geen aanleiding tot het uitvoeren van een sanering (zie ook § 4.1 Bodem). De regels vormen daarmee geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.
Figuur 6: Bodemsanering (OV NH2020)
LIB5 zone Schiphol (Figuur 7) Artikel 6.24 Wonen binnen de LIB 5 zone Dit artikel moet worden gelezen in samenhang met het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB), dat de ruimtelijke regels op rijksniveau bevat in verband met de aanwezigheid en het gebruik van luchthaven Schiphol. Met de wijziging van de regels voor externe veiligheid en geluid in het LIB per 1 januari 2018 is het beleid uit de voormalige Nota Ruimte voor het gebied binnen de zogenaamde 20 Ke-contour in het LIB verankerd. Het gebied binnen de 20 Ke-contour is daartoe als een nieuwe zone, te weten het afweginggebied (zone 5) aan het beperkingengebied toegevoegd. LIB 5 is een omhullende contour. De regels van LIB 5 gelden daarmee ook voor de zones 1, 2, 3 en 4 van het beperkingengebied. Artikel 2.2.1d, eerste lid, van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol bepaalt dat “Op de gronden die op de kaart in bijlage 3 bij dat besluit met nummer 5 zijn aangewezen (zoals Uniform platform), buiten bestaand stedelijk gebied geen nieuwe woningbouwlocaties zijn toegestaan”. Deze regel is erop gericht om enerzijds in dit gebied voldoende ruimte te bieden voor de ontwikkeling van Schiphol door het ontstaan van nieuwe woonwijken buiten de reeds bestaande verstedelijkte gebieden te voorkomen en anderzijds voldoende ruimte te laten om aan de woningbouwopgave te voldoen door binnenstedelijk daaraan geen beperkingen op te leggen.
Dit sluit aan bij het gehanteerde principe om zo min mogelijk over dichtbebouwd stedelijk gebied te vliegen.
6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
15
Projectgerelateerd
De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in woningbouw. Daarmee vormen deze regels geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Figuur 7: LIB5 Zone Schiphol (OV NH2020)
Peilbesluit (Figuur 8) Artikel 6.82 Peilbesluit 1. Het waterschapsbestuur stelt een of meer peilbesluiten vast voor de oppervlaktewaterlichamen in de gebieden binnen het werkingsgebied peilbesluit. Op grond van artikel 5.2 van de Waterwet moeten bij of krachtens provinciale verordening de oppervlaktewaterlichamen worden aangewezen waarvoor de beheerder peilbesluiten dient vast te stellen. In dit artikel is daarin voorzien. In het peilbesluit worden op een voor de beheerder bindende wijze waterstanden opgenomen of bandbreedten waarbinnen de waterstanden onder reguliere omstandigheden kunnen variëren. Bij het nemen van een peilbesluit is de functie van de betrokken oppervlaktewateren van groot belang. In het licht van die functie moet een afweging plaatsvinden van alle bij de waterhuishouding betrokken belangen. 2. Peilbesluiten moeten actueel zijn en in ieder geval rekening houden met veranderingen in de omstandigheden ter plaatse en met de aanwezige functies en belangen. In het verleden hadden waterschappen de verplichting om iedere 10 jaar hun peilbesluiten te herzien. De provincie Noord-Holland heeft onlangs besloten vooral op doelen te willen sturen (het “wat”) en minder op werkwijzen (het “hoe”). Volgens deze sturingsfilosofie is het aan het waterschap om te zorgen voor een ‘actueel’ peilbesluit. De beheerder toetst periodiek (ambtelijk) of het peilbesluit nog actueel is.
In het gebied is een peilbesluit aanwezig met een bepaald peil. Als de tijdelijke grondopslag op TTOP4 geen veranderd waterpeil nodig heeft, dan is het waterpeil een gegeven en hoeft bij de voorgenomen
6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
16
Projectgerelateerd
ontwikkeling alleen rekening te worden gehouden dat er een bepaald waterpeil aanwezig is. Het gevoerde waterpeil wordt als gegeven meegenomen in het plan.
Figuur 8: Peilbesluit (OV NH2020)
Conclusie provinciaal en regionaal beleid Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de werkgebieden en onderhavige regels uit de Omgevingsverordening geen belemmeringen vormen voor de voorgenomen ontwikkeling van het Uniform platform.
6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
17
Projectgerelateerd
3.3
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 (vastgesteld op 3 maart 2022) Het plangebied van het Uniform platform wordt in de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 (deels) aangemerkt als zoekgebied ter reservering voor een tweede terminal van Schiphol (zie Figuur 9). De ontwikkelplannen voor een tweede terminal zijn op de lange baan geschoven en vinden in ieder geval niet binnenkort plaats. Naast deze concrete aanwijzing wordt in de Omgevingsvisie meer algemeen beschreven dat de gemeente voorstander is van een ‘compact Schiphol’, omdat grond steeds schaarser wordt. Het doel van de uitbreiding van het Uniform platform is te zorgen voor een betere doorstroming van vliegtuigen aan de gates door een bufferlocatie te ontwikkelen voor wide body vliegtuigen.
Figuur 9: Uitsnede OV Haarlemmermeer 2040. Plangebied rood gearceerd weergegeven
Ten aanzien van de inpassing van Schiphol stelt de omgevingsvisie: “Ruimtelijke inpassing van de luchthaven op een schaal die past bij de polder levert vele baten op. De luchthaven streeft een groen imago na. De gemeente versterkt haar identiteit van een stoer en ruim polderlandschap met een aantrekkelijk vestigingsklimaat en aangename woonmilieus. Leefbaarheid en groei van de luchthaven kunnen zo beter in balans komen. Het Groene Carré rond de startbanen in de open polder wordt afgemaakt, de noordzijde wordt toegevoegd en versterkt daarmee het oorspronkelijke landschap van de polder. In dit gebied ligt ook onze opgave voor opwek van energie door zon op land.” En: “We willen een toekomstbestendige luchthaven die in samenhang met de omgeving wordt ontwikkeld. We moeten de balans behouden tussen leefbaarheid voor inwoners en het behoud van het internationale netwerk op Schiphol. Dat houdt in een gemeente waar onze inwoners goed en gezond kunnen wonen, leven en werken en een economisch sterke en bereikbare luchthaven die in samenhang met de omgeving en met behulp van innovatie kan worden ontwikkeld.” Ten aanzien van de dynamiek in het gebied: 6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
18
Projectgerelateerd
“Haarlemmermeer kent een hoge verstedelijkingsdruk, mede vanwege Schiphol en de ligging in de MRA. Een terugkerende opgave is hoe nieuwe ontwikkelingen vorm te geven in relatie tot de oude agrarische polderopbouw en het creëren van de wens een prettige leefomgeving te realiseren.” Conclusie gemeentelijk beleid De ontwikkeling van het Uniform platform vormt geen belemmeringen voor de visie van de gemeente Haarlemmermeer. Het doel van de voorgenomen ontwikkeling is om te functioneren als bufferlocatie voor wide body vliegtuigen om zo een betere doorstroom van vliegtuigen te bevorderen aan de gates. Hiermee draagt dit initiatief bij aan de primaire operatie van luchthaven Schiphol. Ook draagt het bij aan vermindering van uitstoot doordat aankomende vliegentuigen niet langer in het veld hoeven te wachten met negatieve impact op de on time performance en onnodige congestie tot gevolg.
3.4
Conclusie beleidskader
De voorgenomen ontwikkeling van Uniform platform fase 3 is niet in strijd met de visies, verordeningen en overig beleid van de verschillende beleidsniveaus.
6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
19
Projectgerelateerd
4
Omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk worden de milieuhygiënische en planologische aspecten verantwoord die samenhangen met de voorgenomen ontwikkeling. Voor elk omgevingsaspect is een korte omschrijving opgenomen, waarbij (indien van toepassing) is verwezen naar uitgevoerde onderzoeken. Indien er onderzoeken zijn uitgevoerd zijn deze als bijlage toegevoegd aan deze ruimtelijke onderbouwing.
4.1
Bodem
Wettelijk kader De Wet Bodembescherming (Wbb) stelt regels om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en haar fysieke eigenschappen te beschermen. Enerzijds heeft de wet een preventief doel en worden regels beschreven om te voorkomen dat een nieuwe verontreiniging van de bodem ontstaat. Anderzijds heeft de Wbb een curatief doel door voorwaarden te geven voor het opruimen, saneren, van reeds bestaande bodemverontreinigingen. De wet maakt onderscheid in historische en nieuwe bodemverontreiniging. Indien een verontreiniging veroorzaakt is na 31 december 1986, wordt dit gezien als nieuwe verontreiniging en geldt hiervoor de zorgplicht (Wbb, art. 13, Zorgplicht). Indien een verontreiniging veroorzaakt is voor 1 januari 1987, wordt dit gezien als historische verontreiniging. Een historische verontreiniging is saneringsplichtig indien in een Wbb-beschikking de aard, mate en omvang ("ernst") en risico’s ("spoed") zijn vastgelegd. Binnen het plangebied zijn mogelijk historische verontreinigingen aanwezig. Volgens de Wbb moeten deze verontreinigingen gesaneerd worden indien er een onaanvaardbaar risico is voor mens of milieu of indien er een verspreidingsrisico is. Als dit niet het geval is, moeten verontreinigingen gesaneerd worden op een natuurlijk moment.
Vanaf 1 januari 2006 is de norm dat de sanering van historische bodemverontreinigingen functiegericht en kosteneffectief moet worden uitgevoerd. Beschouwing In het kader van de aanleg is een Bodemkundige Verklaring afgegeven en hier is bijbehorend onderzoek voor uitgevoerd. Zie Bijlage 1. Uit de bodemkwaliteitsgegevens van de locatie blijken geen verontreinigingen waarvoor saneringsprocedures in het kader van de Wbb noodzakelijk zijn. De werkzaamheden behorende tot het afvoeren van de licht verontreinigde grond en aanvoer van grond moeten tijdig worden aangegeven conform Wbb en Besluit bodemkwaliteit (Bbk) – en onder Omgevingswet conform het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Conclusie De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is in voldoende mate vastgesteld en geschikt voor het beoogde gebruik. Afvoer en toepassing van grondstromen dient conform geldende wet- en regelgeving te gebeuren. Dit aspect vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen.
4.2
Water
Schiphol heeft afspraken met betrekking tot waterberging met Hoogheemraadschap Rijnland vastgelegd in een Bergingsrekening Courant Schiphol (BRC SPL). De luchthaven zorgt voor een positief saldo en kan daar toename van verharding op afboeken. Keur en Uitvoeringsregels HH Rijnland In de Keur van HH Rijnland staan de regels met betrekking tot het water, de oevers en de dijken in beheer bij het waterschap. Hoofdzakelijk richten deze zich op schoon en voldoende water in oppervlaktewaterlichamen als sloten, grachten en meren, sterke dijken tegen overstromingen en gezonde waterplanten en 6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
20
Projectgerelateerd
waterdieren. Bij de Keur horen de Uitvoeringsregels. Hierin staan de voorwaarden voor allerlei werkzaamheden die bewoners en bedrijven willen uitvoeren bij water en dijken. Rijnland kent de volgende algemene regel (artikel 2, lid a, onder 11.3): “Het aanbrengen van de verharding moet worden gecompenseerd door het graven van compenserende wateroppervlak ter grootte van 15% van het oppervlak van de toename aan verharding…”). Onder lid b, onder 2, staat genoemd dat dit door middel van een afschrijving van een Berging Rekening Courant kan geschieden. Als toelichting op de beleidsregels met betrekking tot Hoofdstuk 11 Aanbrengen van verharding vermelden de Uitvoeringsregels Keur juni 2022 van Rijnland (p. 73): “Hemelwater dat terechtkomt op verharding, wordt meestal via hemelwaterafvoeren afgevoerd naar het oppervlaktewater. In principe moet voor elke nieuw aangelegde verharding compenserend oppervlaktewater worden gegraven. Dit moet minimaal 15% van de toename aan verharding zijn. In plaats van water graven, mag ook gebruik worden gemaakt van een positief saldo op een BRC (met goedvinden van de eigenaar hiervan). Ook mag gebruik gemaakt worden van water dat eerder gegraven is (maximaal vijf jaar voorafgaand aan de melding/vergunningaanvraag). Dit water mag dan uiteraard nog niet ingezet zijn als compensatie voor een ander plan of zijn opgenomen op een BRC.
Ook kan gebruik worden gemaakt van een (gedeeltelijke) alternatieve waterberging.” Beschouwing De uitbreiding van het Uniform platform bestaat vrijwel geheel uit aanleg van extra verhard oppervlak. De toename aan verharding bedraagt 22.905 m². Op grond van de watercompensatie-eis van 18,5% die HH Rijnland hier hanteert, is er 4.237,43 m² watercompensatie nodig. Zoals in § 1.1 Aanleiding en doel aangegeven is tijdens Uniform fase 2 de watergang oostwaarts verlegd en extra open water gegraven om te voorzien in de watercompensatie-opgave voor de daaropvolgende fasen. Dat is toegevoegd aan het saldo op de Berging Rekening Courant Schiphol, waar nu 16.374 m² beschikbaar is. Na aftrekking van de benodigde watercompensatie voor dit project (4.238 m²), blijft er nog een positief saldo van 12.496 m² over op de BRC SPL. Conclusie In fase 2 is al voldoende wateroppervlak voor berging gerealiseerd en rondom een groenstructuur aangelegd, in de kenmerkende polderstructuur met afwisseling van ontwikkelingsgebieden met minimale bebouwing en stroken van groen en water. Dit is verrekend met het saldo op de Berging Rekening Courant Schiphol. De benodigde watercompensatie voor Uniform fase 3 van 4.238 m² wordt met de BRC gesaldeerd, waarna er nog een positief saldo van 12.496 m² op de BRC SPL resteert. Dit aspect vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen.
4.3
Verkeer
De uitbreiding van het Uniform platform dient ervoor om meer ruimte te bieden aan WIBO-vliegtuigen. Het doel van de uitbreiding van het Uniform platform is het bevorderen van de doorstroming en daarmee tegengaan van luchtvaartcongestie op de luchthaven. Dit zorgt niet alleen voor een betere on-time performance door efficiëntere benutting van de beschikbare capaciteit aan rijbanen, gates en vliegtuigopstelplaatsen, maar daarmee ook voor een vermindering van de hoeveelheid emissies. Het faciliteren van een beperkt aantal extra vliegtuigopstelplaatsen heeft geen significante gevolgen voor de verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling van wegen in/nabij het gebied. In het kader van de verleende Wnb-vergunning (Voluit: het besluit vergunning Wet natuurbescherming project Exploitatie Luchthaven Schiphol d.d. 26 september 2023 met kenmerk DGNV / 20307623 – zie verder onder paragraaf 4.7 Stikstof) is de aantrekkende werking op het wegverkeer, inclusief het verkeer op het luchthaventerrein als een direct gevolg van de exploitatie van Schiphol betrokken in de passende
6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
21
Projectgerelateerd
beoordeling en de stikstofberekening. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat de effecten op de verkeersaantrekkende werking als gevolg van de realisatie van Uniform platform 3 niet significant zijn. Conclusie De aanleg van Uniform-3 heeft geen gevolgen voor de verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling van wegen in/nabij het gebied. Doel van het project is het bevorderen van de doorstroming en het tegengaan van luchtvaartcongestie op de luchthaven.
4.4
Geluid
Wettelijk kader De juridische haalbaarheid wordt getoetst op basis van de vigerende normen per geluidbronsoort. Ontwikkelingen en activiteiten moeten binnen de in de Wet geluidhinder en het Activiteitenbesluit gestelde geluidsnormen blijven. Bij overschrijding van de normen zijn mitigerende maatregelen noodzakelijk. Beschouwing Zoals eerder vermeld is op het gehele Uniformplatform alleen aanpikken van vliegtuigen toegestaan. Aanpikken is het testdraaien van de vliegtuigmotoren op het laagste vermogen voor een korte tijd. Dit is onderdeel van het onderhoudsproces en een veiligheidsprotocol van vliegtuigen, en is voorgeschreven door vliegtuigfabrikanten. Aanpikken wordt alleen uitgevoerd als er een mankement of storing is aan een vliegtuigmotor, of als daar vermoeden van is. Bij het aanpikken is er nadrukkelijk geen hoge motorbelasting; het is daarmee niet hetzelfde als proefdraaien. Voor proefdraaien gelden strenge regels en zijn speciale locaties aangewezen waar afgeschermd proefdraaien plaatsvindt. Ter plaatse van het Uniform platform kunnen in de huidige vergunde situatie maximaal 3 vliegtuigen per dag aanpikken; dit gebeurt alleen in de dagperiode (7.00 – 19.00). Per vliegtuig zal per dag ten hoogste 15 minuten kunnen worden aangepikt. Conform de huidige vergunning mag er dus in de dagperiode 45 minuten worden aangepikt.
De bedrijfsvoering ten aanzien van het aanpikken wijzigt niet als gevolg van deze aanvraag. Het aanpikken van vliegtuigmotoren op het Uniform platform is onderdeel van de veranderingsvergunning met kenmerk 99226400, d.d. 15 maart 2021. Ten behoeve van die aanvraag heeft Peutz onderzoek uitgevoerd naar het geluid vanwege aanpikken op het Uniform platform (Peutz rapport ML 465-74-RA d.d. 27 oktober 2020). In dit onderzoek is rekening gehouden met de geluidemissie vanwege het aanpikken van een WIBO-vliegtuig voor wat betreft bronsterkte van een vliegtuigmotor. In het kader van deze vergunningsaanvraag heeft Peutz onderzoek uitgevoerd naar de geluidsuitstraling naar de omgeving. Het rapport van dit onderzoek is als Bijlage 2 bijgevoegd. In het akoestisch onderzoek wordt geconcludeerd dat de verandering van het aantal bufferposities op het Uniform platform weinig tot geen invloed heeft op het geluid naar de omgeving. Overig geluid De voorgenomen activiteiten op het Uniform platform – parkeren vliegtuigen, uitvoeren klein lijnonderhoud, gladheidsbestrijding platform en intern schoonmaken – vallen onder het grondgebonden geluid en maken onderdeel uit van de vigerende revisievergunning met kenmerk 2003-28217, d.d. 1 juni 2004.
Conclusie De voorgenomen verandering van het Uniform platform resulteert in een vermindering van het totale aantal bufferposities voor het tijdelijk parkeren van vliegtuigen. In de praktijk zal het aantal activiteiten op het Uniform platform gelijk blijven of zelfs afnemen. De geluidsbelasting in de omgeving zal niet significant wijzigen als gevolg van voorgenomen verandering. De voorgenomen verandering heeft geen invloed op het omgevingsaspect geluid. 6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
22
Projectgerelateerd
4.5
Luchtkwaliteit
Wettelijk kader De Wet milieubeheer (Wm) biedt de volgende grondslagen voor de onderbouwing dat een plan voldoet aan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit: • het project leidt niet tot overschrijding van grenswaarden (art. 5.16 lid 1 sub a); • het plan draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 5.16 lid 1 sub c); • er worden grenswaarden overschreden, maar ten gevolge van het project is er per saldo sprake van een verbetering van de concentratie van de betreffende stof of blijft de concentratie gelijk (art. 5.16 lid 1 sub b onder 1); • er worden grenswaarden overschreden, maar ten gevolge van een door het project optredend effect of een met het plan samenhangende maatregel is er per saldo sprake van een verbetering van de concentratie van de betreffende stof of blijft de concentratie gelijk (art. 5.16 lid 1 sub b onder 2); • het project is genoemd of beschreven in, dan wel past binnen of is in elk geval niet strijdig met het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (art. 5.16 lid 1 sub d). Wanneer een plan voldoet aan één van bovenstaande grondslagen, kan het wat luchtkwaliteit betreft doorgang vinden. Als aan de wettelijke grenswaarden wordt voldaan, is er nog steeds kans op gezondheidsschade door luchtverontreiniging.
De WHO hanteert daarom advieswaarden voor fijn stof (PM10 en PM2,5) die lager zijn dan de wettelijke grenswaarden. De WHO-advieswaarden zijn 20 μg/m³ voor PM10 en 10 μg/m³ voor PM2,5. Beschouwing Met de uitbreiding van het Uniform platform neemt per saldo het aantal bufferposities af: er vindt een verschuiving plaats van NABO- naar WIBO-vliegtuigopstelplaatsen. Wel is aannemelijk dat voor het trekken van WIBO-vliegtuigen meer trekkracht nodig is dan voor het trekken van een NABO-vliegtuig met bijbehorende extra uitstoot en meer luchtverontreiniging. In artikel 5.6, lid 2 van de Wet milieubeheer is echter bepaald dat op de arbeidsplaats niet getoetst hoeft te worden aan de grenswaarden voor luchtverontreinigende stoffen uit de Wet milieubeheer. Daar is hier sprake van, mede omdat duidelijk is dat passagiers geen toegang hebben tot het platform. De voorgenomen verandering resulteert in een vermindering van het totale aantal bufferposities voor het tijdelijk parkeren van vliegtuigen. In de praktijk zal het aantal activiteiten op het Uniform platform gelijk blijven of zelfs afnemen. De luchtkwaliteit in de omgeving zal niet significant wijzigen als gevolg van voorgenomen verandering. De voorgenomen verandering heeft geen invloed op het omgevingsaspect luchtkwaliteit.
Conclusie In het Luchthavenverkeerbesluit (LVB) luchthaven Schiphol zijn de normen en grenswaarden vastgelegd voor geluidbelasting, emissies en externe veiligheid en daar heeft SNBV als totale inrichting aan te voldoen. In het kader van de gehele operatie van Schiphol draagt deze ontwikkeling niet significant bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.
4.6
Ecologie
Wettelijk kader De bescherming van natuur in Nederland is vastgelegd in Europese en nationale wet- en regelgeving, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Voorheen 6 december 2024
CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"
BJ1012-RHD-RDI-RP01
23
Projectgerelateerd
was de soortenbescherming in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet en de gebiedsbescherming in de Natuurbeschermingswet 1998. Sinds 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en de Boswet opgegaan in één nieuwe wet: de Wet natuurbescherming (Wnb). Gebiedsbescherming wordt ook gewaarborgd onder het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De Wnb heeft tot doel in het wild voorkomende planten- en diersoorten in stand te houden en te beschermen. De wet kent daardoor zowel verbodsbepalingen, gebiedsbescherming als een algemene zorgplicht. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het 'nee, tenzij'-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kan worden afgeweken van de verbodsbepalingen middels ontheffingen. Door middel van gebiedsbescherming wordt een beschermingskader geboden voor de flora en fauna binnen aangewezen beschermde gebieden. Hieronder vallen de speciale beschermingszones volgens de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn (Natura 2000-gebieden), gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voormalige EHS), beschermde natuurmonumenten en staatsnatuurmonumenten.
Beschouwing Ten behoeve van de uitbreiding van het Uniform platform is er een ecologische quickscan uitgevoerd voor soorten- en gebiedsbescherming. Zie Bijlage 3 voor de uitgebreide flora en fauna rapportage. Tevens is voor kleine marterachtigen nader onderzoek uitgevoerd, zie daarvoor Bijlage 4. De resultaten van beide onderzoeken worden hieronder integraal behandeld. Soortenbescherming Voor soortenbescherming is er onderzocht welke (beschermde) flora en fauna potentieel aanwezig zijn binnen het plangebied. Hier zijn de volgende resultaten uit voortgekomen: • • •
•
•
Planten: er is geen beschermde flora waargenomen en dit wordt ook niet verwacht aangezien het plangebied ontbreekt aan een geschikt biotoop voor beschermde flora; Vissen: er zijn geen beschermde vissoorten aangetroffen in en rondom het plangebied en verder ontbreekt het aan een geschikt biotoop voor deze soorten; Amfibieën: in het plangebied is geen geschikt voortplantingswater aanwezig voor amfibieën, maar er is wel een geschikt landbiotoop aanwezig dat benut kan worden door algemene soorten amfibieën. Echter wordt er door de geïsoleerde ligging van het plangebied door dichte bebouwing, drukke wegen en brede watergangen, niet verwacht dat amfibieën aanwezig zijn. Vogels: er zijn geen vogels met een jaarrond beschermd nest waargenomen in het plangebied. Ook is er weinig potentie voor deze soorten om zich te vestigen in het plangebied aangezien het ontbreekt aan een geschikt leefgebied. Er zijn wel een aantal broedvogels zonder jaarrond beschermd nest aangetroffen in het plangebied. Er is in de opgeslagen zandheuvels een Oeverzwaluw nest-indicerend waargenomen. Verder is het mogelijk dat er in het water en oevers langs het plangebied water- en moerasvogels broeden, als ook rietvogels in de rietkragen.