Bijlage - Reglement van Orde Gemeenteraad 2024 en Protocol beeld- en geluidregistraties (10490407)
Tekst van het document
Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Haarlemmermeer 2024 De raad van de gemeente Haarlemmermeer, Gelezen het voorstel van het Seniorenconvent nr. 10490407, Gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Haarlemmermeer 2024
Inhoud: Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Paragraaf 1 Paragraaf 2 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 Hoofdstuk 9 Hoofdstuk 10
Algemene bepalingen Toelating van nieuwe leden, fracties, zelfstandige leden en groepen Vergaderen Tijdstip van vergaderen, voorbereiding, stukken Orde der vergadering, spreken, beraadslagingen Rechten van leden Begroting en rekening Lidmaatschap van andere organisaties Stemmingen Beslotenheid en geheimhouding Toehoorders en pers Slotbepalingen
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1
Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder: a.
voorzitter: de voorzitter van de raad of de waarnemend voorzitter;
b. waarnemend voorzitter: het lid van de raad dat bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester het voorzitterschap van de raad waarneemt, door de raad op grond van art 77, eerste lid, van de gemeentewet aangewezen; c.
lid: een lid van de gemeenteraad van Haarlemmermeer;
d. fractievoorzitter: lid van de raad dat tevens voorzitter is van een fractie.
Pagina 2 van 32
e. fractie: aanduiding voor het lid of de leden van de kandidatenlijst die door het centraal stembureau verkozen zijn verklaard, dan wel leden van meerdere kandidatenlijsten die door het centraal stembureau afzonderlijk verkozen zijn verklaard en gezamenlijk zijn gaan optreden. f.
zelfstandig lid: aanduiding van een lid van de raad die zich heeft afgesplitst van een fractie en zich niet heeft aangesloten bij een andere fractie.
g.
zelfstandige groep: aanduiding voor leden van de raad die zich hebben afgesplitst van één of meerdere fracties, zich verenigd hebben en niet zijn aangesloten bij een andere fractie.
h. seniorenconvent: het seniorenconvent van de gemeenteraad van Haarlemmermeer, conform artikel 4 van dit reglement; i.
presidium: het presidium zoals benoemd door de gemeenteraad van Haarlemmermeer, conform artikel 5 van dit reglement;
j.
amendement: voorstel, als bedoeld in artikel 147b, eerste lid, van de Gemeentewet, tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin terstond te worden opgenomen;
k.
subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om terstond te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft;
l.
motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;
m. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; n. initiatiefvoorstel: een voorstel, als bedoeld in artikel 147a, eerste lid, van de Gemeentewet, voor een verordening of een ander voorstel; o. wet: de Gemeentewet; p. raadscommissie: commissie zoals bij de Verordening op de raadscommissie ingesteld door de raad conform artikel 82 van de Gemeentewet; q. raadssessie: deelvergadering van de raadscommissie; r. Artikel 2
schriftelijk: schriftelijk of per e-mail. De voorzitter
De voorzitter is belast met: a.
het leiden van de vergadering;
b.
het handhaven van de orde en vergadercultuur;
c.
het doen naleven van het reglement van orde;
d.
hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt.
Artikel 3
De griffier
1. De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig. 2. Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aangewezen plaatsvervanger. 3. De taken en bevoegdheden van de griffier zijn geregeld in de 'Instructie griffier'.
Pagina 3 van 32
Artikel 4
Het seniorenconvent
1. De raad heeft een seniorenconvent, bestaande uit de fractievoorzitters, de voorzitter en de eerste- en tweede waarnemend voorzitter van de raad. 2. Het seniorenconvent overlegt in beslotenheid over de volgende onderwerpen: a. personele aangelegenheden. b. informatie van vertrouwelijke aard gericht op openbare besluitvorming. c.
vertrouwelijke mededelingen over openbare orde en veiligheid.
3. Het seniorenconvent komt op initiatief van de voorzitter of een van de fractievoorzitters bijeen. Een uitnodiging voor een bijeenkomst gaat vergezeld van een korte omschrijving van het te bespreken onderwerp. 4. Indien een bijeenkomst op verzoek van een fractievoorzitter wordt belegd, vindt deze binnen vijf werkdagen plaats. 5. De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het seniorenconvent aanwezig en draagt zorg voor het secretariaat. 6. Elke fractievoorzitter kan een lid van de raad uit zijn fractie aanwijzen, dat hem bij zijn afwezigheid in het seniorenconvent vervangt. 7. Elke fractievoorzitter heeft één stem in het seniorenconvent. 8. Een zelfstandig lid of voorzitter van een zelfstandige groep wordt –indien nodig voor zijn functioneren– over de besluiten van het seniorenoverleg geïnformeerd. 9. In de gevallen waarin dit artikel niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van dit artikel, beslist het seniorenconvent op voorstel van de voorzitter. Artikel 5
Het presidium
1. De raad heeft een presidium. a. De burgemeester, eerste- en tweede waarnemend voorzitter van de raad zijn lid van het presidium. De raad benoemt daarnaast nog minimaal drie en maximaal vier leden van het presidium. b. De raad wijst uit de benoemde raadsleden de derde waarnemend voorzitter van de raad aan. 2. De waarnemend voorzitter van de raad is voorzitter van het presidium. 3. Het raadslid dat lid is van het presidium is tevens waarnemend voorzitter van de raadscommissie en voorzitter van raadsessies. 4. Bij benoeming van leden als bedoeld in lid 1 onder a is uitgangspunt dat het presidium zoveel mogelijk een afspiegeling vormt van de verhoudingen in de raad. 5. Het presidium heeft tot taak: a. het besluiten over de wijze van behandeling van de stukken en de werkwijze van de raad en de raadssessies; b. het bepalen van de wijze van afhandeling van de ingekomen stukken; c.
het opstellen en uitvoering geven aan de lange termijnagenda bij de vaststelling van;
d. de voorlopige agenda van raadsvergaderingen en raadsessies; e. het implementeren van vergaderafspraken in het vergaderstelsel van de raad;
Pagina 4 van 32
f.
het inplannen van initiatieven tot werkbezoeken;
g. het waarborgen van de kwaliteit van de raadsstukken overeenkomstig de door de raad vastgestelde ‘Aanwijzingen voor Optimale Raadsstukken’ en ‘Versterken informatiewaarde’ om een goed debat te kunnen voeren. 6. De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het presidium aanwezig en draagt zorg voor het secretariaat.
Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties, zelfstandige leden en groepen Artikel 6
Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging
1. Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en de processen-verbaal van de stembureaus. 2. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 3. De voorzitter roept een toegelaten lid op om in de eerste vergadering, waarin hij zijn functie volgens de Kieswet kan aanvaarden, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte, af te leggen. 4. Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen die de Gemeentewet stelt en een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) kan overleggen. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig het tweede lid. De benoeming is overeenkomstig het derde lid. 5. Bij de benoeming van een tijdelijk raadslid wordt overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld en de procedure overeenkomstig lid 2 en 3 gevolgd. In het geval van de benoeming van een raadscommissielid tot tijdelijk raadslid blijft het commissielidmaatschap onverminderd in stand. Artikel 7
Fractie
1. De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting, als bedoeld in artikel 18 Gemeentewet, als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad, als bedoeld in artikel 18 Gemeentewet, aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. 3. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Indien: a. twee of meer zelfstandige fracties als één fractie gaan optreden, of
Pagina 5 van 32
b. één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter, met vermelding van de gewenste fractienaam. 5. Met de onder lid 4 beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan. Artikel 7a
Zelfstandig lid of zelfstandige groep
1. Er wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter indien: a. één of meer leden van een fractie respectievelijk als zelfstandig lid of zelfstandige groep gaan optreden, b. twee of meer zelfstandige leden als één zelfstandige groep gaan optreden, c.
één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een zelfstandig lid of zelfstandige groep.
2. Een zelfstandig lid of zelfstandige groep bedoeld in het eerste lid, wordt aangeduid als: a. lid, gevolgd door van de achternaam van het betreffende lid, indien het één lid van de raad betreft. b. groep, gevolgd door achternamen van de betreffende leden van de raad, indien het meerdere leden betreft. 3. Indien voor aanvang van de eerste zitting van de raad, als bedoeld in artikel 18 Gemeentewet, een schriftelijke mededeling wordt gedaan aan de voorzitter, als bedoeld in lid 1, wordt dit zelfstandig lid of deze zelfstandige groep beschouwd als een fractie als bedoeld in artikel 7, lid 1 van dit reglement. 4. Met de onder lid 1 beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan.
Hoofdstuk 3 Vergaderen Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen, voorbereiding, stukken Artikel 8
Vergaderfrequentie en -tijden
1. De raad vergadert elke twee weken op een donderdag. Indien nodig kan ook op de tussenliggende donderdag worden vergaderd. 2. De vergaderingen van de raad vangen aan om 17.00 uur en worden in principe gehouden in het Raadhuis. De vergadering kan worden belegd buiten het Raadhuis. Het presidium doet hiertoe een gemotiveerd voorstel aan de raad, mogelijk op verzoek van een fractie. 3. De vergaderingen worden om 22:30 uur beëindigd. Na 22:30 uur kan ter beoordeling van de voorzitter het lopende agendapunt worden afgerond. 4. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. De voorzitter voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in het presidium.
Pagina 6 van 32
Artikel 9
Oproep
1. De (waarnemend) voorzitter zendt ten minste 10 werkdagen voor de raadsvergadering de leden van de raad een oproep bestaande uit een uitnodiging onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. 2. De voorlopige agenda maakt onderdeel uit van de uitnodiging. De bij de agenda’s behorende stukken worden zodra zij beschikbaar zijn en op een agenda zijn geplaatst via de website van de gemeenteraad beschikbaar gesteld. 3. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Artikel 10
Agenda
1. Voordat de oproep wordt verzonden, stelt het presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast. 2. Het presidium kan op de agenda tijdsblokken aangeven waarin onderwerpen van gelijke strekking of vanwege de samenhang worden geclusterd. 3. Voor voorstellen die geagendeerd zijn voor een raadsvergadering geeft het presidium aan volgens welke werkwijze en met welk doel behandeling plaats zal vinden. 4. Het presidium kan voorstellen of onderwerpen die nog niet op de voorlopige agenda van raadsvergadering of raadssessies geplaatst zijn, op de Strategische Agenda Raad (SAR) opnemen. Over deze voorgestelde SAR besluit de Raad bij, en in samenhang met, de Voorjaarsrapportage en bij de Begrotingsbehandeling. 5. De voorlopige agenda’s worden bij de eerstvolgende raadsvergadering na het presidium vastgesteld tijdens de stemmingen. 6. Wijzigingsvoorstellen op de agenda dienen schriftelijk ingediend te worden bij het presidium, via de griffie, uiterlijk woensdagmiddag 18.00 uur, voorafgaand aan de betreffende raadsvergadering. 7. De voorzitter van de vergadering bekijkt op donderdagmiddag de voorgestelde wijzigingen. De voorzitter kan op inhoudelijke gronden een wijzigingsvoorstel overnemen. Daarnaast kunnen wijzigingsvoorstellen tijdens de betreffende raadsvergadering bij het vaststellen van de agenda aan de raad worden voorgelegd.
Wijzigingen die door een raadsmeerderheid worden gesteund, worden ingewilligd. Artikel 11
Openbare kennisgeving
1. De vergadering wordt tegelijkertijd met de oproep door aankondiging in de lokale en regionale pers, het gemeentelijke informatiecentrum in de hal van het Raadhuis en door plaatsing op de website van de gemeenteraad ter openbare kennis gebracht. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering; b. de agenda; c.
de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien;
d. de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 25 van dit reglement.
Pagina 7 van 32
Artikel 12
Ingekomen stukken en sessieverzoeken
1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die digitaal ter beschikking wordt gesteld. Het presidium doet een voorstel met betrekking tot de wijze van afhandeling van stukken ter kennisname aan de raad en brieven en andere ingekomen stukken aan de raad. De voorstellen van het presidium voor de wijze van afdoening van de stukken worden vermeld op de lijst. 2. Alle ingekomen stukken worden digitaal voor de raads- en commissieleden beschikbaar gesteld. Raadsvoorstellen, nota’s en brieven van college aan raad worden daarnaast openbaar gepubliceerd tenzij er geheimhouding op rust. Brieven van inwoners worden niet openbaar gepubliceerd, maar kunnen wel op worden gevraagd, rekening houdend met de geldende wet- en regelgeving op het gebied van privacybescherming (Algemene Verordening Gegevensbescherming). 3. Wijzigingsvoorstellen op de afhandelingsvoorstellen van de ingekomen stukken en brieven dienen schriftelijk ingediend te worden bij het presidium, via de griffie, uiterlijk woensdagmiddag 18.00 uur, voorafgaand aan de raadsvergadering waarin de wijze van afhandeling vast wordt gesteld. 4. De voorzitter van de vergadering bekijkt op donderdagmiddag de voorgestelde wijzigingen. Wijzigingen die worden gesteund door fracties, zelfstandige leden en groepen die gezamenlijk 13 of meer raadsleden vertegenwoordigen, worden ingewilligd.
Daarnaast kan de voorzitter op inhoudelijke gronden een wijzigingsvoorstel overnemen. a. Wijzigingsvoorstellen die zich richten op de behandeling van een onderwerp in een raadssessie of raadsdebat gaan vergezeld van een duidelijke doelstelling voor de behandeling. b. Verzoeken tot behandeling van een onderwerp dat niet afkomstig is van de lijst ingekomen stukken zijn ook mogelijk, mits vergezeld van een duidelijke doelstelling voor de behandeling. 5. De afhandelingsvoorstellen, inclusief eventuele wijzigingsvoorstellen, worden vastgesteld tijdens de plenaire vergadering bij het vaststellen van de lijsten ingekomen stukken. Stukken waarvan alsnog besloten is deze te bespreken, worden door het presidium ingepland voor een raadssessie. 6. Schrijvers van brieven die worden besproken, worden uitgenodigd voor de bijeenkomst waarin bespreking plaatsvindt. Artikel 13
Ter inzage leggen van stukken
1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep voor een ieder op het Raadhuis ter inzage gelegd in het gemeentelijk informatiecentrum en digitaal beschikbaar gesteld op de website van de gemeenteraad. De voorzitter maakt van de ter inzagelegging melding in de openbare kennisgeving bedoeld in artikel 11 van dit reglement. Indien na het verzenden van de oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het Raadhuis gebracht. 3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, wordt in afwijking van het eerste en tweede lid op het besloten deel van het vergadersysteem van de gemeenteraad gepubliceerd. In buitengewone gevallen wordt informatie alleen op het Raadhuis ter inzage gelegd.
Pagina 8 van 32
Artikel 14
Notulen
1. De ontwerpnotulen van een raadsvergadering worden zo snel mogelijk aan de leden van de raad en aan anderen die het woord gevoerd hebben, toegezonden. Digitaal beschikbare verslagen worden op de website van de gemeenteraad geplaatst. 2. Verslagen worden tijdens de raadsvergadering vastgesteld. Verslagen worden daarnaast geacht te zijn vastgesteld tenzij een raadslid of iemand anders die in de betreffende vergadering het woord heeft gevoerd, binnen 10 werkdagen na verzending per e-mail bij de griffier aangeeft wijzigingen te wensen, waarbij een tekstvoorstel wordt gedaan. De voorgestelde wijzigingen worden in dat geval toegevoegd aan de vergaderstukken, wijzigingen die door een raadsmeerderheid gesteund worden, worden ingewilligd. 3. De voorgestelde wijzigingen worden besproken in de eerstvolgende raadsvergadering na het aflopen van de termijn van 10 werkdagen. Na bespreking van de wijzigingsvoorstellen vindt vaststelling van het betreffende verslag plaats. 4. De notulen moeten tenminste inhouden: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de portefeuillehouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben. b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c.
een woordelijke weergave van het gesprokene met vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord voerden.
d. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden. e. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen. f.
bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 24 van dit reglement door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.
5. De notulen worden opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de griffier. Paragraaf 2 Orde der vergadering; spreken; beraadslagingen Artikel 15
Presentielijst
Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad onmiddellijk de presentielijst. Bij binnenkomst na aanvang van de vergadering wordt de aanwezigheid van het raadslid tevens formeel kenbaar gemaakt aan de voorzitter. Bij vertrek voor de sluiting van de raadsvergadering meldt het raadslid zich formeel af bij de voorzitter. Artikel 16
Zitplaatsen
1. De voorzitter en de griffier hebben een vaste zitplaats. 2. De leden, portefeuillehouders en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd, nemen plaats op de zitplaats die hen door de voorzitter wordt toegewezen.
Pagina 9 van 32
Artikel 17
Opening vergadering; quorum
1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. 3. Bij de opening van de vergadering is er ruimte voor eventuele mededelingen, waaronder mededelingen van vertegenwoordigers van de raad of het college in verbonden partijen en gemeenschappelijke regelingen of andere gremia, conform artikel 38 van dit reglement. Artikel 18
Spreekregels
1. De leden van de raad en overige aanwezigen conform artikel 24 van dit reglement spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. In een raadsdebat wordt in de eerste termijn vanaf het spreekgestoelte gesproken. Voor interrupties wordt van de interruptiemicrofoons gebruik gemaakt. In de tweede termijn wordt het debat via de interruptiemicrofoons gevoerd. 2. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken. 3. Een interruptie is kort en bondig en vindt alleen plaats met toestemming van de voorzitter. Artikel 19
Volgorde sprekers
Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. Artikel 20
Aantal spreektermijnen
1. Tenzij het presidium anders besluit worden raadsdebatten opgedeeld in twee spreektermijnen. De eerste termijn heeft tot doel het politieke standpunt van de fractie, het zelfstandige lid of de zelfstandige groep uit te spreken. De tweede termijn heeft tot doel op elkaars standpunten te reageren en hierover met elkaar in debat te gaan. 2. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3. Een lid mag in de eerste termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op: a. de rapporteur van een commissie of werkgroep van de raad. b. het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel. 5. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel 21
Spreektijd
1. Het presidium bepaalt hoeveel spreektijd wordt toegekend aan deelnemers aan raadsdebatten. a. Elke fractie, zelfstandig lid en zelfstandige groep krijgt een gelijk aantal basisminuten. Het college krijgt, indien betrokken bij de beraadslagingen, 15% van de totale spreektijd. De
Pagina 10 van 32
resterende tijd wordt naar rato van het aantal raadsleden per fractie, zelfstandig lid en zelfstandige groep toegekend. b. Spreektijden zijn niet overdraagbaar tussen de fracties, zelfstandige leden en groepen onderling. c.
Spreektijden worden als ordeningsprincipe per zaal en per fractie, zelfstandig lid of zelfstandige groep, verdeeld over de gehele avond. Indien een fractie, zelfstandig lid of zelfstandige groep de eigen spreektijden wil wijzigen binnen deze ordening, wordt hier de woensdag voor de desbetreffende raads- of sessievergadering, voor 12.00 uur, melding van gedaan.
2. Het presidium bepaalt hoeveel spreektijd wordt toegekend aan de indiener(s) van een (initiatief)voorstel. 3. Voor zover niet door het presidium bepaald, kan de voorzitter een voorstel doen over de spreektijd van de aanwezigen. 4. Indien na de behandeling van een onderwerp in de tweede termijn nog tijd resteert is de behandeling beëindigd tenzij op grond van een ordevoorstel anders wordt besloten. 5. Op grond van het aantal aangemelde insprekers wordt de tijd voor inspreken opgeteld bij de duur van het debat of de sessie. Artikel 22
Handhaving orde; schorsing
1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren. b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp, het woord ontzeggen. 3. In geval van ordeverstoring waarbij bezoekers weigeren zich aan de orde van de voorzitter te houden schorst de voorzitter de bijeenkomst en vordert tenminste tweemaal de ordeverstoorders de zaal c.q. het Raadhuis te verlaten alvorens nadere maatregelen te nemen. 4. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. Artikel 23
Beraadslagingen
1. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen om over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. 3. Wanneer de vastgestelde eindtijd bereikt is of geen van de fracties, zelfstandige leden of groepen nog beschikt over spreektijd, schorst de voorzitter de beraadslagingen.
Pagina 11 van 32
4. Als de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is behandeld of geen der spreekgerechtigde leden het woord vraagt, stelt hij de raad voor de beraadslagingen te sluiten. 5. Nadat de beraadslagingen zijn gesloten, beslist de raad over verdere behandeling van het voorstel. Artikel 24
Deelname aan de beraadslaging door anderen
1. De griffier, of degene die hem vervangt, kan, indien hij daartoe door het presidium wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. 2. Het presidium kan het college verzoeken de gemeentesecretaris in de vergadering aanwezig te laten zijn en eventueel deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement. 3. Het presidium kan een of meer collegeleden uitnodigen om in de vergadering aanwezig te zijn waarbij wordt aangegeven welke rol van hen wordt verlangd. 4. Indien een collegelid wil deelnemen aan de beraadslagingen tijdens een raadsvergadering, doet hij hiertoe voor de vaststelling van de voorlopige agenda een verzoek aan het presidium, die daarover zo spoedig mogelijk beslist. 5. De raad kan ter vergadering bepalen dat anderen dan degenen die door het presidium zijn uitgenodigd, deelnemen aan de beraadslaging. 6. Een beslissing als bedoeld in lid 5 wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Artikel 25
Spreekrecht derden
1. Het inspreekrecht heeft tot doel inwoners, instellingen en andere belanghebbenden bij het gemeentelijk beleid en bestuur toegang tot de raad, in zijn vergadering, te geven. 2. Het inspreekrecht kan worden benut ten behoeve van onderwerpen die de raad rechtstreeks aangaan. 3. Raadsleden kunnen naar aanleiding van de informatie uit de inspraak direct vragen aan het college stellen. 4. Voor de inspreker(s) wordt zoveel als mogelijk direct duidelijkheid gegeven over het gevolg van hun inspraak. 5. Tijdens het Vragenuur (zie artikel 33 van dit reglement) kunnen anderen dan deelnemers aan de vergadering, zoals bedoeld in artikel 24 van dit reglement, inspreken over niet-geagendeerde onderwerpen en onderwerpen die rechtstreeks voor stemming zijn geagendeerd . Ingezonden brieven aan de raad vallen niet in de categorie geagendeerde onderwerpen. De verzender van een brief aan de raad kan tijdens het Vragenuur nadere toelichting geven door in te spreken. 6. Bij aanvang van raadsdebatten kunnen anderen dan deelnemers aan de vergadering, zoals bedoeld in artikel 24 van dit reglement, inspreken over in dat tijdsblok geagendeerde onderwerpen. Op de agenda is aangegeven hoeveel tijd hiervoor maximaal ter beschikking staat. 7. Degenen die willen inspreken dienen dit uiterlijk de woensdagmiddag 12.00 uur voor de vergadering aan te geven bij de griffier, onder vermelding van het onderwerp. 8.
Elke inspreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als de totaal beschikbare spreektijd daar aanleiding toe geeft. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. Naar oordeel van de voorzitter kan per onderwerp de spreektijd per persoon worden gelimiteerd.
Pagina 12 van 32
9. Het woord kan niet gevoerd worden: a. over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep op de rechter open staat of heeft opengestaan; b. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c.
over personen;
d. over een onderwerp waarover door dezelfde persoon, dezelfde organisatie óf vertegenwoordiger daarvan reeds ingesproken is en sindsdien geen gewijzigde omstandigheden zijn ontstaan; e. indien een klacht op grond van artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; f.
ter promotie van een dienst of product vanuit een commercieel belang en/of partijpolitiek belang.
10. De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker. 11. Als voor een tijdsblok meerdere onderwerpen geagendeerd zijn, kan de voorzitter besluiten de volgorde van behandeling te wijzigen om eerst die onderwerpen te behandelen waarover is ingesproken.
Hoofdstuk 4 Rechten van leden Artikel 26
Amendementen
1. Ieder lid van de raad kan tot de aanvang der stemmingen schriftelijke, ondertekende, amendementen bij de voorzitter indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 2. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen in de vorm van een subamendement. Ook subamendementen worden schriftelijk ingediend bij de voorzitter. 3. Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Artikel 27
Moties
1. Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen. Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. Ieder lid van de raad kan tot de aanvang der stemmingen schriftelijke, ondertekende moties, bij de voorzitter indienen. Mondeling mede-indienen staande de raadsvergadering is niet toegestaan. 2. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats.
Pagina 13 van 32
3. Moties over een niet op de agenda opgenomen onderwerp worden ingediend tijdens het agendapunt waar vaststelling van de agenda van de betreffende vergadering plaatsvindt. Behandeling vindt plaats tijdens het Vragenuur. Artikel 28
Voorstellen van orde
1. De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond. Artikel 29
Initiatiefvoorstel
1. Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij het presidium worden ingediend. 2. Het presidium besluit over de wijze van behandeling van het initiatiefvoorstel. 3. De initiatiefnemer of de woordvoerder van de initiatiefnemers spreekt tijdens de behandeling van het initiatiefvoorstel vanaf het spreekgestoelte naast de voorzitter. 4. Toelichting op het initiatiefvoorstel en de beantwoording van eventuele vragen wordt door de initiatiefnemer of de woordvoerder van de initiatiefnemers verzorgd. Artikel 30
Collegevoorstel
1. Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan, gehoord de raad of anderszins alleen met instemming van de raad worden ingetrokken. 2. Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, verzoekt de raad het presidium te besluiten over het tijdstip en de verdere wijze van afhandeling. Artikel 30a
Voorstel van de rekenkamer
Voorstellen met betrekking tot onderzoeken van de rekenkamer van de gemeente Haarlemmermeer worden onder verantwoordelijkheid van de voorzitter van de raad geschreven en ingediend. Behandeling kent in ieder geval een raadsdebat als onderdeel. Artikel 30b
Raadsverzoek rekenkamer
De gemeenteraad kan, bij reguliere meerderheid, besluiten de rekenkamer van de gemeente Haarlemmermeer een formeel onderzoeksverzoek te doen. De rekenkamer, die binnen haar wettelijke onafhankelijkheid tot besluitvorming komt, neemt vervolgens een beargumenteerd standpunt in omtrent het verzoek. De rekenkamer deelt haar besluit binnen een termijn van 6 weken na het raadsverzoek met de gemeenteraad. Artikel 31
Interpellatie
1. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, uiterlijk de woensdagmiddag 18.00 uur voor de vergadering
Pagina 14 van 32
schriftelijk, via de griffie, bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college. Tijdens het vaststellen van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad beslist of de interpellatie gehouden mag worden. De interpellatie wordt gehouden aan het begin van het Vragenuur (zie artikel 33 van dit reglement). 3. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel 32
Schriftelijke vragen
1. Schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester worden via de griffier bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht. 2. Schriftelijke beantwoording vindt plaats binnen vier weken na de datum van ontvangst. 3. De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het college aan de leden van de raad medegedeeld en in afschrift aan de griffier. 4. De vragensteller kan na schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering, tijdens het Vragenuur (zie artikel 33 van dit reglement), nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord. Artikel 33
Vragenuur
1. Een vast onderdeel van de raadsvergadering is het Vragenuur. Het betreft een plenair gedeelte waarin de volgende onderwerpen aan de orde kunnen komen: a. interpellaties (zie art. 31 van dit reglement). b. vragen aan college met betrekking tot actualiteiten en de voortgang in bepaalde zaken (zoals bedoeld in art. 169, lid 3, en 180, lid 3 van de wet). c.
inspraak van inwoners over niet geagendeerde onderwerpen.
d. vragen aan andere raadsleden met betrekking tot actualiteiten. e. debat over moties vreemd aan de orde van de dag (zie art. 27 van dit reglement). f.
voorstel tot besteding van het onderzoeksbudget (zie art. 36 van dit reglement).
2. De inbreng van raadsleden tijdens de onderdelen b t/m f van het Vragenuur is gericht op het voeren van debat. Debat wordt gevoerd in de opstelling zoals in artikel 18 van dit reglement beschreven. 3. Elke fractie, zelfstandig lid of zelfstandige groep kan over actuele politieke en/of maatschappelijke ontwikkelingen en over de voortgang in bepaalde zaken in het kader van het Vragenuur vragen stellen aan het college, de burgemeester of andere Raadsleden, tenzij de desbetreffende aangelegenheid al op de raadsagenda is vermeld of is geagendeerd voor een raadssessie. 4. De wethouders, de burgemeester of de aangesproken raadsleden gaan terstond op de vragen in. 5. Inwoners die tijdens het Vragenuur in willen spreken dienen zich uiterlijk de woensdagmiddag 12.00 uur voor de vergadering aan te melden bij de griffie, onder vermelding van het onderwerp.
Pagina 15 van 32
6. Fracties, zelfstandige leden en groepen die gebruik willen maken van de mogelijkheid tot het stellen van vragen geven dit tijdig voor aanvang van de vergadering via de griffie aan bij de waarnemend voorzitter. Zij geven daarbij tenminste een omschrijving van het onderwerp waar de vragen betrekking op hebben. Artikel 34
Informatieve vragen
1. Informatieve vragen zijn een instrument voor raadsleden om over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, lid 3 en 180, lid 3 van de wet van het college te verkrijgen, in aanvulling op de in artikel 31, 32 en 33 van dit reglement genoemde mogelijkheden. Een verzoek daartoe wordt schriftelijk ingediend bij het college of de burgemeester. 2. Informatieve vragen zijn vragen over geagendeerde onderwerpen / voorstellen, die van technische (niet-politieke) aard zijn, waarbij vragen en antwoorden bekend worden gemaakt aan alle raads- en collegeleden. 3. Informatieve vragen worden door raadsleden schriftelijk bij de griffie ingediend. De griffie stuurt ze door aan het college met afschrift aan alle raadsleden. 4. De beantwoordingtermijn van informatieve vragen is 1 week. Antwoorden worden rechtstreeks aan de vraagsteller gezonden, met afschrift aan alle raadsleden en de griffie.
Hoofdstuk 5 Begroting en rekening Artikel 35
Procedure begroting
Onverminderd het bepaalde in de wet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die de raad heeft vastgesteld in de Financiële verordening. Artikel 36
Inhuur deskundigheid
1. De raad heeft een onderzoeksbudget tot zijn beschikking voor het inhuren van deskundigheid ter versterking van de sturende en controlerende rol van de raad. Dit onderzoeksbudget kan worden ingezet voor het inhuren van (externe) deskundigheid voor complexe dossiers of vraagstukken, voor het beoordelen van plannen of voor het uitvoeren van contra-expertise. 2. Een voorstel voor besteding van het onderzoeksbudget kan gedaan worden door een raadslid, een fractie, een zelfstandig lid, een zelfstandige groep, de voorzitter van de raad of het presidium. 3. Een voorstel voor besteding van het onderzoeksbudget omvat in elk geval de volgende elementen: a. het onderwerp waar het verzoek betrekking op heeft; b. eventuele stukken (raadsvoorstellen, nota’s) waar het verzoek betrekking op heeft; c.
een omschrijving van de (onderzoeks-)vraag;
d. gewenste planning; e. een indicatie van het te besteden bedrag; 4. Een voorstel voor besteding van het onderzoeksbudget wordt uiterlijk 24 uur voor aanvang van de raadsvergadering via de griffie schriftelijk bij de voorzitter ingediend. De voorzitter laat het voorstel zo spoedig mogelijk verspreiden onder de leden van raad en college.
Pagina 16 van 32
5. Behandeling van een voorstel voor besteding van het onderzoeksbudget vindt plaats in het Vragenuur van de daarop volgende raadsvergadering na indiening. De raad kan op voorstel van de indiener(s) of van de (waarnemend) voorzitter besluiten hiervan af te wijken. 6. Wanneer het voorstel wordt ingediend door ten minste een derde van het totale aantal raadsleden, wordt het voorstel ingewilligd zonder dat stemming terzake nog nodig is. 7. Voor de uitvoering van het voorstel voor besteding van het onderzoeksbudget wijst de raad uit zijn midden een begeleidingscommissie aan bestaande uit ten minste drie raadsleden. 8. De begeleidingscommissie heeft de volgende taken: a. uitwerken van de opdrachtformulering; b. beslissen of de benodigde deskundigheid extern of intern wordt ingehuurd; c.
aanbesteden van de opdracht bij externe inhuur;
d. voeren van overleg met het college over interne inhuur; e. begeleiding van de uitvoering van de opdracht; f. Artikel 37
rapporteren van de uitkomsten van een onderzoek aan de raad. Procedure jaarrekening
Onverminderd het bepaalde in de wet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad heeft vastgesteld in de Financiële verordening.
Hoofdstuk 6 Lidmaatschap van andere organisaties Artikel 38
Verslag; verantwoording
1. Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht tijdens een vergadering verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Als hierover geen besluit is genomen door het presidium, bepaalt de voorzitter op welk moment van de vergadering dit plaatsvindt. Als de raad bespreking van dit verslag wenst, kan de voorzitter het presidium verzoeken dit voor een raadssessie te agenderen. 2. Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 32 van dit reglement, zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 34 van dit reglement, zijn van overeenkomstige toepassing. 4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin het gemeentebestuur één van zijn leden heeft benoemd.
Pagina 17 van 32
Hoofdstuk 7 Stemmingen Artikel 39
Beslissing
1. Nadat de beraadslaging over alle onderwerpen - met uitzondering van de onderwerpen die worden aangehouden tot een volgende bijeenkomst - is gesloten, vindt de eerstvolgende raadsvergadering stemming plaats. Op voorstel van het Presidium, een fractie, een zelfstandig lid, een zelfstandige groep of van de raadsvoorzitter kan de raad beslissen diezelfde avond te stemmen. 2. Voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren. 3. De voorgestelde besluiten zijn opgenomen op een voor aanvang van de stemmingen verspreide stemmingenlijst. 4. De stemming over een onderwerp is een ondeelbaar moment. Na aanvang van de stemming over een onderwerp bestaat er, behoudens stemverklaringen, geen andere inbreng van de leden dan het uitbrengen van hun stem. Artikel 40
Algemene bepalingen over stemming
1. De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 2. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden. 3. Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 4. Een stemming geschiedt bij handopsteking of digitaal, tenzij een of meer leden om hoofdelijke stemming verzoeken. 5. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 41 van dit reglement is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. 6. Zowel bij hoofdelijke stemming, als bij stemming door handopsteking of digitale stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. 7. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. 8. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft.
Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 9. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.
Pagina 18 van 32
Artikel 41
Hoofdelijke stemming
Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de voorzitter mede, bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen, bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. Artikel 42
Stemming over amendementen en moties
1. Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. 2. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3. Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 4. Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. Artikel 43
Stemming over personen
1. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau. 2. De voorzitter kan de raad voorstellen een persoon bij acclamatie te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. Indien een of meer leden hier niet mee instemmen, vindt schriftelijke stemming plaats. 3. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de wet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 4. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 5. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 6. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de wet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. een blanco ingevuld stembriefje; b.
een ondertekend stembriefje; c.
een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;
d. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; e. een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.
Pagina 19 van 32
7. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. 8. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel 44
Herstemming over personen
1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. Deze stemming vindt plaats tussen de twee personen, die bij de eerste stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de eerste stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de tweede stemming zal plaatshebben. 2. Indien bij tussenstemming of bij de tweede stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel 45
Beslissing door het lot
1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.
Hoofdstuk 8 Besloten vergadering Artikel 46
Algemeen
1. Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. 2. Geheime stukken worden tegelijkertijd met de oproep, of zoveel eerder dat ze beschikbaar zijn, via de digitale vergaderomgeving beschikbaar gesteld voor raadsleden en raadscommissieleden, tenzij wettelijk of anderszins formeel uitgesloten. 3. De raad besluit of anderen dan leden, de voorzitter en de griffier bij een besloten vergadering aanwezig mogen zijn als toehoorder of als deelnemer op grond van artikel 24 van dit reglement. 4. Van de besloten vergaderingen wordt een lijst opgemaakt van degenen die op grond van het vorige lid aanwezig zijn. Artikel 47
Notulen
1. De ontwerpnotulen van een besloten raadsvergadering worden zo snel mogelijk voor de leden van de raad en aan anderen die het woord gevoerd hebben, via de digitale vergaderomgeving beschikbaar gesteld. a. De ontwerpnotulen worden tevens en tegelijkertijd door de raad beschikbaar gesteld aan de leden van de raadscommissie.
Pagina 20 van 32
b. Het Presidium kan in buitengewone gevallen besluiten dat de ontwerpnotulen van een besloten raadsvergadering alleen op het Raadhuis ter inzage worden gelegd. 2. Verslagen worden geacht te zijn vastgesteld tenzij een raadslid of iemand anders die in de betreffende vergadering het woord heeft gevoerd, binnen 10 werkdagen na verzending bij de griffier aangeeft wijzigingen te wensen, waarbij een tekstvoorstel wordt gedaan. 3. De voorgestelde wijzigingen worden besproken in een besloten deel van de eerstvolgende raadsvergadering na het aflopen van de termijn van 10 werkdagen. Na bespreking van de wijzigingsvoorstellen vindt vaststelling van het betreffende verslag plaats. Artikel 48
Geheimhouding
1. Op grond van artikel 87, van de wet, kan geheimhouding op informatie worden opgelegd door de raad, het college, de burgemeester en een commissie. 2. De opgelegde geheimhouding met betrekking tot aan de raad verstrekte informatie vervalt, indien de raad de verplichting tot geheimhouding opheft (artikel 89, vierde lid, van de wet). 3. Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. 4. Op grond van artikel 23 van de wet is de informatie die in een besloten vergadering van de raad ter kennis van de aanwezigen komt geheim, tenzij de raad anders beslist.
Hoofdstuk 9 Toehoorders en pers Artikel 49
Toehoorders en pers
1. De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. Artikel 50
Geluid- en beeldregistraties
Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. In de vergaderzalen van de raad gelden voorschriften die zijn vastgelegd in 'Het protocol beeld- en geluidregistraties tijdens raadsvergaderingen en raadsessies Haarlemmermeer'.
Pagina 21 van 32
Hoofdstuk 10 Slotbepalingen Artikel 51
Uitleg reglement
1. In de gevallen gedurende een vergadering waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. 2. In de gevallen buiten een vergadering waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van dit reglement, beslist het presidium. Artikel 52
In werking treden
1. Dit reglement kan worden aangehaald als het Reglement van Orde van de raad van de gemeente Haarlemmermeer 2024 2. Dit reglement treedt in werking op 25 oktober 2024 3. Op dat tijdstip wordt het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Haarlemmermeer, vastgesteld bij raadsbesluit van 2 januari 2019 ingetrokken.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 24 oktober 2024, De griffier,
de voorzitter,
J. van der Rhee, Bha
M.H.F. Schuurmans-Wijdeven
Pagina 22 van 32
Toelichting op reglement van orde voor de vergadering van de gemeenteraad van Haarlemmermeer Artikel 1
Begripsomschrijving
De Kieswet en de Gemeentewet kennen het begrip fractie niet en worden hier zodoende gedefinieerd. In de Gemeentewet in artikel 33, tweede lid, wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen. Bij de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. AIs onder een lijstnummer slechts één lid verkozen is, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. In de begripsomschrijving voor fractie wordt hierbij aangesloten. Indien één of meerdere leden van de raad zich afsplitsten van een fractie, wordt deze, in lijn met artikel 33 van de Gemeentewet, niet beschouwd als een fractie, maar als een zelfstandig lid (indien één lid van de raad zich afsplitst) of een zelfstandige groep (indien meerdere leden van de raad zich afsplitsen en zich vervolgens verenigen). Artikel 2
De voorzitter
De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van de Grondwet en artikel 9 van de wet schrijven dit dwingend voor. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering. Vervanging van de voorzitter is geregeld in artikel 77 van de Gemeentewet. Artikel 3
De griffier
Op basis van Gemeentewet artikel 107 b en d. Artikel 4
Het seniorenconvent
Een zelfstandig lid of voorzitter van een zelfstandige groep krijgt de informatie uit het Seniorenconvent die voor zijn functioneren als raadslid benodigd is. Artikel 5
Het presidium
De wijze van benoemen is vastgelegd in het raadsbesluit Herziening vergaderstelsel gemeenteraad (04/209). Artikel 6
Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging
Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming. Bij deze brief moeten enkele in de Kieswet vereiste stukken worden gevoegd, waaruit blijkt, dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te kunnen worden. Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. In het geval dat een commissielid tot tijdelijk raadslid wordt benoemt, vervalt het lidmaatschap
Pagina 23 van 32
van de raadscommissie niet. Dit betekent dat het betreffende lid automatisch weer raadscommissielid is op het moment dat het tijdelijk raadslidmaatschap eindigt. De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet vastgelegd. Artikel 7
Fractie
De Gemeentewet kent het begrip “fractie” niet maar gaat onder andere in artikel 33, tweede lid, wel uit van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen. Bij de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan voorkomen dat in de loop van een zittingsperiode leden een fractie voor een andere fractie verlaten. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede. Bij samenvoeging van twee fracties, wordt hiervan afgeweken en wordt een combinatienaam geadviseerd die recht doet aan de aanduidingen die boven de kandidatenlijsten hebben gestaan. Artikel 7a
Zelfstandig lid of zelfstandige groep
Het kan voorkomen dat in de loop van een zittingsperiode leden een fractie verlaten en verder gaan als zelfstandig lid of (zich aansluiten bij) een zelfstandig lid of zelfstandige groep. Bij de vorming van een zelfstandig lid of een zelfstandige groep is er voor de burger geen sprake meer van een relatie tussen de naamgeving van de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst. Om de herkenbaarheid van een afsplitsing te verhelderen, vindt de naamgeving van een zelfstandig lid of een zelfstandige groep op uniforme wijze plaats. Artikel 8
Vergaderfrequentie
Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. Lid 2: In beginsel worden de vergaderingen gehouden in het Raadhuis, maar in bijzondere gevallen kan er voor gekozen worden om de vergadering buiten het Raadhuis te beleggen. Zoals bijvoorbeeld het geval is bij de bijzondere vergaderingen op locatie waarbij steeds een ander gebied binnen de gemeente wordt bezocht. Lid 3: In beginsel worden de onderwerpen die op een avond niet meer behandeld kunnen worden, doorgeschoven naar de eerst volgende vergadering. De raad kan hiervan afwijken en besluiten om de beraadslaging op een te bepalen andere moment te laten plaatsvinden. Daarnaast kan de voorzitter besluiten het lopende agendapunt af te ronden. Artikel 9
Oproep
Lid 1: De (waarnemend) voorzitter zendt de oproep, zoals bedoeld in artikel 19 lid 1 van de Gemeentewet en de digitale varianten daarop. Het presidium vergadert op de donderdagen van de raadsvergaderingen en verzendt nog dezelfde ochtend de voorlopige agenda’s van de raadsvergadering van 2 weken later en (eventueel) de agenda van de sessieavond van 3 weken later. De voorlopige agenda’s worden nog dezelfde