Bijlage _ Rapport visitatiecommissie financiële beheersbaarheid sociaal domein
Tekst van het document
Beantwoord als gemeente vragen als: wat gebeurt er na de verwijzing? Worden doelen bereikt? Is er een MDO nodig? Wat had beter gedaan kunnen worden? Door verwijzers zicht te geven op het proces na verwijzing, en een ‘feedbackloop’ te ontwikkelen, blijven zij continu leren. Daarnaast moet de monitoring worden ingericht op basis van de informatiebehoeften van andere betrokken, onder andere van de raad.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
19
Bijlage I – Grip… Grip in het sociaal domein heeft steeds te maken met twee onderdelen: inzicht en handelingsperspectief. Om grip te kunnen hebben moet je weten welke ontwikkelingen zich voordoen en vervolgens moet je hier in meer of mindere mate sturing aan kunnen geven óf op kunnen anticiperen. Zonder dit laatste is er geen sprake van grip maar alleen van inzicht. Daarbij is het goed je te realiseren dat, zeker in het sociaal domein, er vrijwel nooit sprake kan zijn van volledige grip. Er is altijd sprake van (de kans op) externe beïnvloeding die buiten het handelings- en zicht vermogen ligt en waar maar in beperkte mate op geanticipeerd kan worden. Gelukkig betreft dit over het algemeen maar een beperkt deel van het domein. Het hebben van grip begint zoals gezegd met het hebben van inzicht. Echter ook inzicht komt niet vanzelf en vraagt een afbakening en een antwoord op de vraag: waar wil je inzicht in hebben? Zonder nu te verzanden in een eindeloze afpel exercitie tot de kern van de scope van je gewenste inzicht kunnen we voor het gemeentelijke sociaal domein stellen dat de visie het startpunt vormt van grip. In een visie verwoordt namelijk een ideaal toekomstbeeld voor (een deel van) de gemeente.
Hierin wordt geschetst hoe de lokale samenleving functioneert, welke maatschappelijke resultaten worden bereikt en wat de uitgangspunten vormen waarmee dat ideaalbeeld gerealiseerd kan worden. Het laat zien wat je als gemeente in de kern het allerbelangrijkste vindt, zowel t.a.v. het uiteindelijke doel als ook v.w.b. de af te leggen route. Een visie hoort richting te geven en wel op z’n wijze dat duidelijk is welke richting gekozen wordt en op welke manier deze richting bewandeld wordt. Met name die duidelijkheid blijft een lastig aspect van iedere visie, dit is ook inherent aan het concept visie. Een visie is namelijk een geabstraheerde beschrijving van een toekomstsituatie die in de praktijk altijd veel complexer is en gekenmerkt wordt door vele nuances. De taal die gebruikt wordt voor het beschrijven van een visie bestaat dan ook voornamelijk uit abstracte begrippen die goed zijn om een beeld te schetsen maar ontoereikend zijn om een precies beeld, met alle specificaties, te tekenen. Zo blijven veel visies dan ook hangen in ‘container’ begrippen zonder dat ze houvast geven aan de mensen die uitvoering moeten geven aan die visie. Om een visie te kunnen laten werken is het dan ook nodig om een vertaalslag te maken waarbij gemeenten de vraag: ‘wat wil ik concreet zien veranderen op straat/in de wijk/bij mensen thuis?’ steeds opnieuw zo concreet mogelijk beantwoorden.
Met een dergelijke vertaling wordt een visie namelijk pas hanteerbaar, en - voor het krijgen van grip niet onbelangrijk - ook meetbaar en vervolgens stuurbaar. Om een visie ook meetbaar te maken moet deze vertaling eerst nog geoperationaliseerd worden, wat betekent dat er indicatoren geformuleerd worden die meetbaar zijn en bij voorkeur niet al te veel administratieve lasten met zich meebrengen, maar dit is over het algemeen een relatieve makkelijke doorontwikkeling. De voornaamste moeilijkheid bestaat uit het concreet maken van een visie omdat dit gepaard gaat met het maken van keuzes en het trekken van duidelijke grenzen. Om te komen tot inzicht is er naast deze uitwerking nog één belangrijk aspect nodig en dat is een beleidstheorie (ofwel een effecttheorie). Dit betreft een uitwerking van de redeneerlijn die loopt van de inzet van middelen (input) en de uitvoering van activiteiten (throughput) naar de concrete resultaten (output) en de directe (outcome) en indirecte (impact) effecten. Deze redeneerlijn maakt in feite zichtbaar met welke concrete handelingen bepaalde resultaten effecten verwacht worden behaald te worden. Daarbij gaat het in eerste instantie niet om reeds op voorhand vastgestelde causale relaties. Het mag best zo zijn dat redeneerlijnen achteraf niet blijken te kloppen.
Door ze echter te expliciteren wordt het wel mogelijk om ze ook te toetsen en is het naderhand ook mogelijk om bij te sturen. Het sturingsaspect van grip is met het juiste inzicht vervolgens niet meer dan draaien aan de knoppen die gegeven zijn. Deze knoppen zitten verwerkt in de organisatie van het sociaal domein (bijv. de organisatie van de toegang), de gekozen bekostigingssystematiek en de contracten met zorgaanbieders. Uiteraard hangt de mate van sturing af van de mate waarin de sturingsmogelijkheden ook geborgd zijn in uitvoeringsrichtlijnen,
20
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
afspraken en opgenomen contractuele verplichtingen. Er is echter meer mogelijk door naast de formele sturingsmogelijkheden ook de informele sturingsmogelijkheden te benutten. Die zitten veeleer in het regelmatig, in onderling vertrouwen voeren van gesprekken en het creëren van een gezamenlijk eigenaarschap. Dit kost echter wel tijd en vaak ook het nodige geduld. Onderling begrip ontstaat namelijk niet zomaar. Desalniettemin heeft deze vorm van sturing te allen tijden wel de voorkeur boven de formele sturingsmogelijkheden. Het sociaal domein is namelijk een complex ecosysteem dat zich nooit helemaal laat vangen in afspraken, contracten of procedures en in een dergelijk ecosysteem heb je meer aan een partner dan aan een opdrachtnemer. In onderstaand figuur is de vertaling van de visie naar operationele indicatoren en de beleidstheorie schematische weergegeven. Beleid (gemeenten)
Throughput (zorg leveren)
ten Me
Sturen
Meten
Sturen
Meten
Sturen
Input (middelen, mankracht)
Output (aantal geholpen cliënten)
n
Indicatoren ure
Indicatoren
St
Indicatoren
ten
Doelen
Me
Randvoorwaarden
ren
Uitgangspunten
Outcome (directe effect)
Stu
Meten
Beleid (gemeenten)
Impact (indirecte effect)
Causale relatie
Uitvoering (zorgaanbieders)
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
21
Bijlage II Gegevensrapportage voorafgaand aan visitatie Haarlemmermeer Om een beeld te scheppen van hoe de gemeente Haarlemmermeer er uit ziet in cijfers, is op verzoek van de visitatiecommissie deze gegevensrapportage opgesteld. Het is een globaal en algemeen beeld van de gemeente en haar sociaal domein. Daarbij wordt aangetekend dat een beeld in cijfers nooit een volledig beeld geeft. Alle hierin gebruikte cijfers zijn verkregen uit openbare bronnen. De organisaties die deze openbare bronnen beheren (voornamelijk het Centraal Bureau voor de Statistiek, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en VNG Realisatie) doen hun best om te zorgen dat hun cijfers zo veel als mogelijk juist zijn. Hierbij zijn ze afhankelijk van de organisaties die hen informatie aanleveren (voornamelijk de gemeente zelf en diens verbonden partijen). Om die reden kunnen deze organisaties niet garanderen dat de informatie precies klopt. De VNG is zich daarvan bewust. Wij gebruiken daarom op basis van deze gegevensrapportage geen definitieve conclusies over de gemeente Haarlemmermeer of de mate van grip, tenzij de cijfers in deze rapportage worden gecorroboreerd en aangevuld op basis van andere informatie. De cijfers worden daarom ook niet gedurende het traject gewijzigd als blijkt dat ze niet kloppen.
De cijfers in dit stuk zijn ontleend aan CBS Statline, de gemeentelijke monitor sociaal domein en Informatie voor Derden (IV3), tenzij anders vermeld. Dit zijn de volgende cijfers: • Algemene kengetallen over Haarlemmermeer en haar sociaal domein (afhankelijk van eventuele opvallendheden in het algemene beeld bevat dit hoofdstuk meer of minder cijfers); • Gebruik jeugdhulp; • Jeugdhulpgebruik per verwijzer; • Wmo-gebruik per arrangement (ondersteuning thuis, hulp bij huishouden, verblijf en opvang, hulpmiddelen); • Gebruik voorzieningen participatiewet; • Uitgaven sociaal domein, inclusief opvallende afwijkingen ten opzichte van de begroting. Waar mogelijk is geprobeerd deze cijfers zoveel mogelijk door de tijd heen te presenteren en te vergelijken met gelijksoortige gemeenten, waarbij vaak gekozen is voor een vergelijking met gemeenten van vergelijkbare grootte (tussen de 100.000 en 300.000 inwoners), gemeenten met een vergelijkbare stedelijkheid (sterk stedelijk) en gemeenten in heel Nederland. Wanneer wordt gesproken van de controlegroepen, gaat het om (een combinatie van) deze groepen, tenzij anders aangegeven.
1 Opvallendheden in deze rapportage Hieronder worden kort de belangrijkste bevindingen in deze rapportage weergegeven. • Lage uitgaven en een bijpassend laag voorzieningenniveau, zeker voor een grote en stedelijke gemeente. • Wel een zeer scherpe stijging van kosten voor jeugdzorg, met name in de maatwerkvoorzieningen 18-. • Veel gegevens niet beschikbaar of incompleet; cijfers die we hebben moeten worden getoetst of ze kloppen.
22
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Kengetallen sociaal domein • Inwoners: op 1 augustus 2020 heeft Haarlemmermeer 156.002 inwoners. • Geografisch en kernen: Haarlemmermeer heeft een oppervlakte van 206,31 km². De gemeente vermeldt op de gemeentewebsite twintig verschillende kernen, waaronder Schiphol. De grootste plaatsen zijn Hoofddorp en Nieuw-Vennep. • Stedelijkheid: de omgevingsadressendichtheid in 2020 van Haarlemmermeer is 1523. Het Nederlands gemiddelde is 2010. • Leeftijdsopbouw: zie gestapelde staafdiagram hieronder. Haarlemmermeer heeft vooral relatief veel minderjarige inwoners, en veel inwoners tussen 27 en 68, en juist minder inwoners tussen de 18 en 27 en ouder dan 75.
• • •
• •
Ontgroening en vergrijzing: er is van 2017 tot en met 2020 sprake van ontgroening en vergrijzing. Jongeren tot 18 jaar: op 1 januari 2020 telt de gemeente 32.935 minderjarigen. Werkloze beroepsbevolking: op 1 januari 2019 heeft de gemeente een werkloosheidspercentage van 2,9 procent. Dat is lager dan de gemiddelde van heel Nederland (3,4 procent) en van de controlegroep van gemeenten met 100.000 tot 300.000 inwoners (3,8 procent). Kinderen in bijstandsgezinnen: in Haarlemmermeer groeit 4 procent van de kinderen op in een gezin met een inkomen op bijstandsniveau. Dat is iets lager dan of gelijk aan het landelijke gemiddelde van 6 procent. Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen: op 1 januari 2018 had de gemeente Haarlemmermeer een GGI van 33.300 euro per jaar. Dat is meer dan het Nederlands gemiddelde van 30.200 euro per jaar.
2
Jeugdhulp
•
Jeugdhulptrajecten zonder verblijf: Haarlemmermeer heeft iets lager ambulant jeugdhulpgebruik dan het landelijke gemiddelde en vertoont een vergelijkbare ontwikkeling. De cijfers uit 2016-2018 roepen de vraag op of de administratie van het aantal trajecten door de tijd heen gelijk is gebleven.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
23
•
•
•
•
24
Overige vormen van jeugdhulp: voor verblijfszorg, jeugdbescherming en jeugdreclassering ontbreken de gegevenssets voor Haarlemmermeer grotendeels, waardoor het lastig is een vergelijking te maken qua ontwikkeling. Wat er wel geregistreerd is, laat zien dat er minder voorzieningen zijn dan het landelijke gemiddelde. Jeugdhulptrajecten per verwijzer: zie de onderstaande drie taartdiagrammen; naast of in de taartpunten staan de percentages van het aantal jeugdhulptrajecten dat door de corresponderende verwijzer is gestart. De verwijspercentages vanuit de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist zijn hoger dan de vergelijkingsgroepen. Duur jeugdhulptrajecten: Het aantal beëindigde jeugdhulptrajecten dat langer duurde dan een jaar is in de gemeente Haarlemmermeer gestegen van 23,2 in 2016 tot 32,9 procent in 2019. In de provincie Noord Holland stijgt het aantal trajecten dat langer dan een jaar duurt van 23,9 in 2016 naar 35,4 procent in 2019. Landelijk is in de periode 2016 tot 2019 een stijging te zien van 23 naar 32 procent. Herhaald beroep: 25,7 procent van de gestarte trajecten was in 2019 in Haarlemmermeer een herhaald beroep. Dat was voor alle gemeenten in de Noord-Holland 26,7 procent en de 27 procent landelijk.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
25
3
Wmo
•
Gebruik Wmo-voorzieningen: Haarlemmermeer heeft een extreem laag gebruik van Wmo-voorzieningen. Ook ontbreken er veel gegevens uit de jaren 2015-2018 en zijn er sterke fluctuaties in de getallen. Dit roept de vraag op of deze cijfers betrouwbaar zijn.
•
Ontwikkelingen gebruik Wmo: door het ontbreken van een gedeelte van de data zijn er geen ontwikkelingen te duiden. Mantelzorg: geen cijfers beschikbaar.
•
26
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
•
Beschermd wonen: Haarlemmermeer behoort tot de beschermd wonen-regio Haarlem. In deze regio maken 1,1 inwoners per 1000 inwoners gebruik van een beschermd wonen-voorziening. Dat is lager dan het landelijk gemiddelde van 2,0 inwoners per 1000.
4 Participatie • Ontwikkeling hoeveelheid inwoners met bijstand: is te zien in de onderstaande grafiek. In de eerste helft van 2020 is duidelijk het effect van de coronacrisis te zien.
•
Gebruik re-integratievoorzieningen: het aantal re-integratievoorzieningen schommelt tussen de 6,5 en de 10,5 per 1000 inwoners van 15 tot 74 jaar voor Haarlemmermeer. Dat is een stuk lager dan het gemiddelde in de controlegroepen, waar het schommelt tussen de 15 en de 22 voorzieningen per 1000 inwoners in die leeftijdscategorie. Wel ziet Haarlemmermeer in het begin van 2020 het aantal re-integratievoorzieningen omhoog springen naar 14,3, in tegenstelling tot de controlegroepen (die geen stijging zien). Dit zou een snelle reactie op de coronacrisis kunnen zijn.
5 Begroting & realisatie sociaal domein 2019 Zie volgende tabel voor de realisatie van Haarlemmermeer in 2019 op basis van IV3-cijfers. Afwijkende realisatie ten opzichte van de controlegroepen: • Ten opzichte van alle gemeenten in Nederland geeft Haarlemmermeer alleen meer uit aan Samenkracht en burgerparticipatie en Maatwerkvoorzieningen Wmo. • Alle andere uitgavencategorieën geeft Haarlemmermeer minder aan uit. • Bij de uitgavencategorieën Wijkteams, Inkomensregelingen, Begeleide participatie, Maatwerkdienstverlening 18+ en Geëscaleerde zorg 18+ geeft Haarlemmermeer zelfs de helft of minder dan de helft uit van de beide controlegroepen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
27
Afwijkende ontwikkeling 2017-2019 ten opzichte van de controlegroepen: • Haarlemmermeer laat een scherpe daling zien van de uitgaven aan Inkomensregelingen: 8,6 procent, tegenover 3 procent landelijk. • Haarlemmermeer laat een zeer sterke stijging zien van de uitgaven aan maatwerkdienstverlening 18-: 64,5 procent, tegenover 22,8 procent landelijk. • De opgetelde categorieën wijkteams, maatwerkdienstverlening 18- en geëscaleerde zorg 18- laten een stijging zien van 37,8 procent, tegenover een stijging van 18,7 procent landelijk en 13,1 procent in de gemeenten van een vergelijkbaar inwonersaantal. Lasten per inwoner per taakveld 2019 - Haarlemmermeer
28
Haarlemmermeer
Nederland
150 - 250 000 inwoners
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
124
119
139
6.2 Wijkteams
12
59
75
6.3 Inkomensregelingen
244
459
565
6.4 Begeleide participatie
59
138
151
6.5 Arbeidsparticipatie
23
53
66
6.6 Maatwerkvoorziening (WMO)
41
40
47
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+
68
189
186
6.72 Maatwerkdienstverlening 18-
227
254
327
6.81 Geescaleerde zorg 18+
8
138
305
6.82 Geescaleerde zorg 18-
27
42
48
Totaal
833
1491
1909
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Bijlage III – Gesprekspartners gemeente Haarlemmermeer Gemeente Haarlemmermeer Jurgen Nobel, wethouder financiën Johan Rip, wethouder werk en inkomen Fouad Sidali, wethouder Wmo en jeugdzorg Marjolein Steffens-van de Water, wethouder (preventief) jeugdbeleid en onderwijs Terry van der Steen, directeur sociaal domein Astrid Bruin, clustermanager maatschappelijke ondersteuning en zorg Ruud Beaumont, clustermanager sociale dienstverlening Hans Blok, strategisch adviseur Ray David, categoriemanager toegang Bente Bonefaas, categoriemanager jeugdzorg Femke van Meeteren, categoriemanager Wmo Alice van Oss, financieel adviseur Cor Jansen, bedrijfskundig adviseur Lara Holst, manager Meer-team Samenstelling visitatiecommissie gemeente Haarlemmermeer Marjanne Sint, voorzitter commissie Marco Pastors, lid commissie Dave Ensberg, lid commissie Adviseurs van de commissie / overige betrokkenen Evelien Fokkink, inhoudelijk/gemeentelijk expert Meike Troost, consultant KPMG Hanneke Mateman, Movisie Yannick Methorst, projectleider a.i. Visitatiecommissie Natalie Maasse, toehoorder BZK
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
29
Bijlage IV - Bestuurlijke reactie
30
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
31
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag +31 70 373 83 93 info@vng.nl Oktober 2021
vng.nl