Bijlage Rapport Denklijnen en maatregelen 2028
Tekst van het document
Denklijnen en maatregelen 2028 - Uitwerking maatregelen voor een sluitend meerjarenbeeld 2025-2028 Behoort bij raadsvoorstel 11753909
1. Inleiding: naar een evenwichtig pakket maatregelen Voor u ligt het concept-rapport met maatregelen om te komen tot een sluitend meerjarenbeeld. Een opgave die rechtstreeks voortvloeit uit de lagere rijksbijdrage vanaf 2026. Geprobeerd is een zo evenwichtig pakket aan maatregelen samen te stellen. Dat ‘evenwichtig’ is opgevat: naar de aard van de maatregelen en de breedte van de programma’s. Zo is gekeken naar zowel inkomsten als uitgaven en technische maatregelen én naar de breedte van de programma’s in de begroting. Het betreft een inventarisatie, er zijn keuzes te maken. Met het oog hierop zijn enkele onderscheidende denklijnen opgesteld die aansluiten bij een toekomstig Haarlemmermeer waar nog steeds veel kan, waar zorg is voor kwetsbare inwoners, waar groei mogelijk is, waar de lokale lasten onder het regionale gemiddelde liggen maar waarvoor ook enkele keuzes noodzakelijk zijn om de begroting weer in evenwicht te brengen. De denklijnen zijn te zien als de door de raad gevraagde scenario’s naar een sluitend meerjarenbeeld. Er zijn maatregelen uitgewerkt uitgaande van 8 denklijnen: Denklijn a. We ontzien kwetsbare inwoners b. Een ander niveau van dienstverlening c. Concentreer & combineer voorzieningen d. Realisme in de groei e. Scherper aan de wind varen (technische maatregelen) f. Meer inzet op profijtbeginsel g. Inkomsten in balans brengen h.
Geen Haagse knaken, geen Haagse taken Totaal
Uitgewerkte maatregelen 5 5 5 2 6 4 4 3 33
Bedrag 650.000 2.093.800 1.613.500 900.000 13.357.000 1.950.500 10.350.000 5.883.000 36.797.800
Op een paar plekken zijn de maatregelen veranderd ten opzichte van de versie die op 29 februari 2024 aan de raad is gepresenteerd. De verschillen zijn opgenomen in de bijlage. 2. Uitwerking denklijnen 2028 Vanuit de denklijnen is een breed pakket aan keuzes voorbereid met voorstellen die resulteren in inkomstenverhogingen, stoppen van taken, sluiten van voorzieningen en het doorbelasten van kosten. Het uitgangspunt is dat de maatregelen een ruim financieel voordeel hebben. De aanpak probeert de maatregelen zodanig uit te werken dat de uitvoering op voorhand duidelijk is. In de navolgende pagina’s treft u een uitwerking aan van de denklijnen met een omschrijving van de denklijn (introductie) en de bijbehorende nader uitgewerkte maatregelen. De maatregelen hebben elk een gelijke uitwerking: Omschrijving Toelichting Maatschappelijk effect Wettelijk niveau Financieel effect Relatie met lopende bezuinigingen
Denklijnen en maatregelen
Benaming van de maatregel Korte omschrijving van wat je wilt gaan doen om de ombuiging te realiseren. Leg uit wat het effect van je maatregel voor inwoners, instellingen of ondernemers of andere beleidsterreinen kan hebben Geef duiding aan of dit een wettelijke taak is en of je die taak op wettelijk of bovenwettelijk niveau uitvoert Geef het financieel effect aan van de besparing en de invoerkosten en licht deze toe Geef aan of er een directe of indirecte relatie is met lopende bezuinigingen
2
Effect op groei gemeente Haalbaarheid Risico’s Communicatie
Geef aan of de maatregel gevolgen heeft voor de groeiopgave van de gemeente Leg uit hoe de maatregel te realiseren is en welke randvoorwaarden er nodig zijn Leg uit wat de risico’s zijn dat de maatregel niet gehaald wordt. Beleidsmatige effecten moeten worden geduid bij maatschappelijk effect. Welke organisaties moeten worden geïnformeerd bij implementatie van de maatregel?
3. Motie gemeenteraad 21 december 2023 Het voorliggende rapport is te zien als ‘huiswerk’ gebaseerd op de begroting 2024 en sluit aan de bij de door de raad aangenomen motie om alvast te beginnen met inventariseren, maar nog geen druk te leggen op het inboeken.
Denklijnen en maatregelen
3
4. Taakstelling/resultaten De taakstelling van deze ombuiging was een ‘bewegend doel’. Het huidig tekort heeft zich in de afgelopen periode bewogen tussen de € 16 en € 24 miljoen negatief. Het tekort in de begroting bedraagt ten tijde van de begroting 2025 € 14,4 miljoen in 2028. Daarbij geldt dat enkele onderdelen in de begroting incidenteel gedekt zijn die mogelijk later tot structurele claims kunnen leiden. Ook zijn er nog onderdelen die in de voorjaarsrapportage niet (structureel) zijn gehonoreerd (bijlage 3 van de Voorjaarsrapportage). Omschrijving (bedragen x € 1.000) Incidenteel gedekt: Inburgering Asielopgave Totaal incidenteel gehonoreerd Niet gehonoreerd in VJR2024: Casusregisseur Jeugd Sociale veiligheidscasuïstiek Bijzondere bijstand behouden beleid Inkomensconsulenten levensonderhoud Huisvesting arbeidsmigranten Areaaluitbreiding openbaar groen Areaaluitbreiding fysieke leefomgeving Areaaluitbreiding straatreiniging Beheerplannen fysieke omgeving Inclusie en diversiteit Werving nieuwe medewerkers Totaal niet gehonoreerd Totaal-generaal mogelijke structurele claims
2025
-250 -144 -292
-44 -200 -930 -930
2026
2027
2028
-898 -535 -1.226
-1.120 -668 -1.788
-1.120 -668 -1.788
-250 -144
-110 -193 -250 -144
-110 -193 -250 -144
-326 -512 -380 -610
-326 -512 -380 -610
-200 -2.724 -4.512
-200 -2.724 -4.512
-326 -512 -380 -610 -22 -200 -2.443 -3.669
Daarnaast is de verwachting dat er ook vanuit het sociaal domein nog nadelige ontwikkelingen zijn. Daarom lijkt het aan de orde om rekening te houden met € 7 miljoen aan knelpunten. Het voorstel is daarom rekening te houden met een taakstelling van € 22 miljoen. Thans is er nog een pakket van afgerond € 36,8 miljoen. Het advies daarbij is om niet alle financieeltechnische maatregelen door te voeren omdat dit te risicovol is. Met name de inzet van de algemene dekkingsreserve zou beter niet onverkort toegepast kunnen worden omdat deze dan voor een te beperkte duur kan worden ingezet en deze inzet leidt tot schuldtoename. Dat is gelet op de forse investeringsagenda niet verstandig. Als we op de financieel-technische maatregelen een correctie van bijvoorbeeld € 5 miljoen doen, is er nog circa € 32 miljoen aan maatregelen om te kiezen.
Denklijnen en maatregelen
4
5. De breedte van de begroting De voorstellen in deze aanpak bevatten maatregelen over de breedte van de begroting en zijn vanuit denklijnen opgesteld. Er is daardoor ook een aantal grotere onderdelen van de begroting niet vertaald naar maatregelen. Dat is bewust. De reden hiertoe is in de onderstaande tabel opgenomen. Omdat een aantal van deze taken bijdragen aan verbonden partijen bevatten, is het bedrag exclusief verbonden partijen meegenomen. In de onderzochte maatregelen zit namelijk een korting op de verbonden partijen (vergelijkbaar aan de gemeentebegroting). Niet opgenomen als te onderzoeken beleidsterrein:
Bedrag excl. verbonden partij
Reden
Openbare orde en veiligheid
Ca. € 4.100.000
Meegenomen in de maatregelen ‘trap op-trap af verbonden partijen’ en ‘geen Haagse knaken, geen Haagse taken’
Economische zaken exclusief beheer gronden
Ca € 3.860.000
Niet betrokken omdat de taken grotendeels verbonden zijn aan vergunningverlening, verkoop bedrijventerreinen en Schiphol
Energietransitie en Duurzaamheid
€ 17.250.000
Niet betrokken omdat de taken grotendeels incidenteel bekostigd zijn uit specifieke uitkeringen.
Diverse welzijnssubsidies: grote instellingen, mantelzorg-compliment, vluchtelingenwerk, Veiligheidshuis, logopedie
Ca. € 2.100.000
Schoolmaatschappelijk werk, schoolcoaches, schoolzwemmen, studiebieb
Ca. € 1.500.000
Re-integratie-Participatie
Deze zijn in de strategische heroriëntatie al betrokken.
Deze worden niet meegenomen aangezien er al een taakstelling voor jeugdzorg is ingeboekt Ca. € 500.000
Deze zijn niet betrokken vanwege het uitgangspunt om besparingen met gevolgen voor kwetsbare inwoners te beperken.
Bijzondere bijstand
Ca. € 2.000.000
Idem
Wmo
Ca. € 30.200.000
Niet betrokken gelet op de aankomende wetswijziging Wmo abonnementstarief. Hiervoor is reeds een bedrag ingerekend in de begroting.
Denklijnen en maatregelen
5
Denklijnen & Maatregelen
Denklijnen en maatregelen
6
We ontzien kwetsbare inwoners Introductie We richten ons op kwetsbare inwoners. Dat spreekt misschien voor zich, maar veel voorzieningen zijn gericht op alle Haarlemmermeerders waarvan een groot deel zich vaak ook zelf kan redden en/of zelf kosten kan betalen. Als we het principe van zelfredzaamheid consequenter doorvoeren, zal ondersteuning voor inwoners op een aantal terreinen er anders uit komen te zien. De meest kwetsbare inwoners worden ontzien, er wordt niet bezuinigd op minimaregelingen.
Wij onderzoeken: 1. 2. 3. 4. 5.
Hoger beroep op eigen kracht inwoners door versoberen cliëntondersteuning Hoger beroep op eigen kracht inwoners door versoberen doelgroepenvervoer Niet automatisch verlengen van collectieve aanvullende zorgverzekering voor lage inkomens Intensiveren controle zorgfraude Beperken van subsidies die niet gericht zijn op sociale basis Totaal
Denklijnen en maatregelen
€ 100.000 € 200.000 € 50.000 € 100.000 € 200.000 € 650.000
7
Maatregel 1.1-1.2 Omschrijving
Toelichting
Hoger beroep op eigen kracht inwoners door versoberen cliëntondersteuning en doelgroepenvervoer. Als uitwerking daarvan stellen we voor: - Het versoberen van cliëntondersteuning; - Het versoberen van doelgroepenvervoer; - Het verhogen van de grens van het leerlingenvervoer (grens is nu 6 km) In de toekomst is het nodig voor de gemeente een groter beroep te doen op eigen kracht van inwoners en met name mantelzorgers om onze voorzieningen overeind te houden. In deze denklijn geven we hier invulling aan door het versoberen van cliëntondersteuning en doelgroepenvervoer. We nemen een taakstelling op van € 100.000 voor cliëntondersteuning en van € 200.000 voor doelgroepenvervoer. Versoberen cliëntondersteuning (begroting € 585.000). Voor de versterking van cliëntondersteuning is in 2023 een Specifieke Uitkering aangevraagd om onderzoek te doen naar de behoefte aan cliëntondersteuning om van daaruit de onafhankelijke cliëntondersteuning verder vorm te geven. Uit het onderzoek blijkt dat de ondersteuningsbehoefte vooral zit in het vinden van de juiste weg, welke ondersteuning mogelijk is, om de hulpvraag helder te krijgen of een plan te maken of om te helpen met het invullen van formulieren. Onafhankelijke cliëntondersteuning is nu bij meerdere organisaties belegd, zowel als onderdeel van een bredere subsidie (bijv. Meerwaarde, Mantelzorg & Meer) als middels inkoop.
Cliëntondersteuning zoals opgenomen in de Programmabegroting (€ 585.000 programma 4 Zorg en werk) betreft alleen de ingekochte cliëntondersteuning bij MEE en Sterker samen eigen plan. We stellen voor om het maximum beschikbaar budget te verlagen met € 100.000 voor de ingekochte cliënten ondersteuning. Dat betekent dat we afstappen van een ‘open einde’ regeling en het budget maximaliseren. Dit leidt tot versobering van de ondersteuning en mogelijk wachtlijsten wanneer het budget bereikt is. Wmo vervoer (begroting € 2.742.700). Er zijn ongeveer 2.250 inwoners die gebruik maken van het Wmo vervoer, dat is ongeveer 1,5% van alle inwoners in Haarlemmermeer. Bezuiniging op kosten zou gerealiseerd kunnen worden door het: 1) beperken van instroom van inwoners in het Wmo vervoer 2) het beperken van het aantal kilometers dat daadwerkelijk gereisd wordt We willen onderzoeken of we dit kunnen doen door te gaan werken met vervoersprofielen. Voorbeeld van profielen is dat bijvoorbeeld een inwoner die 800 meter kan lopen, in staat is om 1 overstap te maken. Op basis van het vervoersprofiel en de gevraagde reis, kan het (bindend) advies gegeven worden om de reis met het OV te maken. Indien dit op basis van het vervoersprofiel niet mogelijk is, kan gebruik worden gemaakt van RegioRijder.
Het invoeren van vervoersprofielen brengt extra personeelskosten met zich mee om de vervoersprofielen op te stellen. Leerlingenvervoer (begroting € 1.829.100). In de diverse wetgeving rondom onderwijs is opgenomen dat de gemeente verantwoordelijk is voor leerlingenvervoer. Er is ruimte voor de gemeenten om regels vast te leggen in
Denklijnen en maatregelen
8
een Verordening. In de verordening leerlingenvervoer van Haarlemmermeer is voor alle schoolsoorten een afstand van 6 kilometer opgenomen, deze afstand wordt ook op deze wijze in de modelverordening van de VNG gehanteerd. Voor leerlingen met een beperking geldt de afstandsgrens van 6 kilometer niet, zowel voor basis als voortgezet onderwijs. In deze situaties kan ook leerlingenvervoer voor scholen dichterbij dan 6 km vervoer worden toegekend. De afstandsgrens kan in de Verordening gewijzigd worden vastgesteld. Basisonderwijs. In het basisonderwijs wordt onderscheid gemaakt in drie vormen: - basisschool: een school waar basisonderwijs wordt gegeven, niet zijnde een speciale school voor basisonderwijs; - school voor speciaal basisonderwijs: een school waar basisonderwijs wordt gegeven aan kinderen voor wie vaststaat dat overwegend een specifieke orthopedagogische en orthodidactische benadering aangewezen is; - school voor speciaal onderwijs: een school voor speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra. Voor alle drie de vormen wordt een afstandsgrens gehanteerd van 6 kilometer. Er wordt géén afstandsgrens gehanteerd als er sprake is van een beperking en de leerling niet in staat is om zelfstandig met de fiets of het OV te reizen. Middelbaar onderwijs.
Voor middelbaar onderwijs komen alleen leerlingen in aanmerking die als gevolg van een beperking niet zelfstandig naar school kunnen reizen. In de huidige verordening (2023) is het vervoer voor deze doelgroep reeds aangescherpt. Naast het leerlingenvervoer is er een aparte regeling voor het vervoer van Oekraïense vluchtelingen van en naar school. Hiervoor wordt niet de grens van 6 km gebruik. Wanneer dit vervoer voortgezet wordt, kan het een optie zijn om de afstandsgrens gelijk te trekken met het leerlingen vervoer.
Maatschappelijk effect
We willen voorstellen om voor alle vormen van leerlingenvervoer minimaal de grens van 6 km te hanteren (dus ook voor leerlingen waar sprake is van een beperking en de leerling niet in staat is om zelfstandig met de fiets of OV te reizen en voor Oekraïense vluchtelingen). En indien dit niet de benodigde besparing oplevert te onderzoeken of de grens van 6 kilometer verhoogd kan worden). Cliëntondersteuning. Landelijk is veel aandacht voor (de onbekendheid) van onafhankelijke cliëntondersteuning en de versteviging daarvan in gemeenten. Ook binnen Haarlemmermeer is hier (politieke) aandacht voor. Door budgetplafond in te stellen voor cliëntondersteuning kunnen wachtlijsten ontstaan. Het versoberen van het Wmo en leerlingenvervoer zal leiden tot minder zelfredzaamheid van inwoners en grotere belasting voor mantelzorgers en ouders. Landelijk staat het OV onder druk. Enerzijds door langdurige chauffeurstekorten, maar ook omdat in 2007 25% op het budget is gekort en
Denklijnen en maatregelen
9
Wettelijk niveau
tussen 2015 en 2022 het landelijk budget niet geïndexeerd is geweest. De Bikkergelden bieden tijdelijke verlichting, maar feit is dat het OV achterblijft en de verwachting is dat het achter zal blijven op de (maatschappelijke) vraag. Dat betekent dat de verschuiving naar het WMO voor de toenemende kwetsbaren (vergrijzing) naar verwachting zal toenemen. Daar bovenop komt het voornemen om de gelden van de Vervoerregio verder te korten met 10%. Dat zal mogelijk leiden tot verdere verschraling van het OV en verdere verschuiving richting het WMO. Verder worden de kleine(re) kernen in ons gebied nu bedient met MeerOV. Die maakt gebruik van de restcapaciteit in het WMO-vervoer. Als er minder WMO-ritten zijn, zal er ook minder restcapaciteit overblijven voor MeerOV om gebruik van te maken. Dit kán leiden tot verslechtering van de bereikbaarheid van de kleine(re) kernen. Cliëntondersteuning In de Wmo 2015 is opgenomen dat het college er in ieder geval zorg voor draagt dat voor ingezetenen cliëntondersteuning beschikbaar is. Het belang van de betrokkene is hierbij het uitgangspunt en er is geen eigen bijdrage voor verschuldigd. Het college wijst de cliënt en de mantelzorger voor het onderzoek op de mogelijkheid om gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning. Er wordt verder geen wettelijk niveau van ondersteuning benoemd. Doelgroepenvervoer Collectief aanvullend vervoer (Wmo).
Een inwoner komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter ondersteuning van zijn zelfredzaamheid en participatie, voor zover hij in verband met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk voldoende zelfredzaam is of in staat is tot participatie. Leerlingenvervoer. Leerlingenvervoer is bestemd voor leerlingen vanaf 4 jaar die naar een van de volgende scholen gaat: • basisonderwijs (openbaar en bijzonder) • speciale scholen voor basisonderwijs • Voortgezet onderwijs (openbaar en bijzonder) • Voortgezet speciaal onderwijs • Voortgezet onderwijs Leerlingen van een school voor voortgezet onderwijs kunnen alleen in aanmerking komen voor leerlingenvervoer als zij door een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap: • aangewezen zijn op ander vervoer dan openbaar vervoer, óf • niet zelfstandig met het openbaar kunnen reizen De gemeenteraad stelt daartoe een nadere regeling vast. De regeling kan bepalen dat geen aanspraak op vergoeding bestaat op grond van de afstand tussen de voor de leerling toegankelijke school en de woning van de leerling, gemeten langs de kortste, voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende soorten onderwijs.
Denklijnen en maatregelen
10
In de verordening van Haarlemmermeer is voor alle schoolsoorten een afstand van 6 kilometer opgenomen, deze afstand wordt ook op deze wijze in de modelverordening van de VNG gehanteerd. Deze afstand kan in de Verordening gewijzigd worden vastgesteld. Financieel effect 2025
2026
2027
2028
+45.000
+100.000
+100.000
Effect maatregel vervoer
+50.000
+100.000
+200.000
Effect saldo begroting
-265.000
+200.000
+300.000
Implementatiekosten
-360.000
Effect maatregel cliëntondersteuning
toelichting De implementatie van de maatregel met betrekking tot cliëntondersteuning kan worden meegenomen in het lopende onderzoek naar cliëntondersteuning en de geplande aanbesteding na afloop van de huidige overeenkomsten. Hier zijn geen extra implementatiekosten aan verbonden. Het budget voor onafhankelijke cliëntondersteuning kan naar beneden bijgesteld worden naar € 485.000.
Relatie lopende bezuinigingen Effect op groei gemeente Haalbaarheid
Risico’s
Communicatie
Indien vervoersprofielen ingesteld gaan worden voor het Wmo-vervoer, zitten hier implementatiekosten aan verbonden. In ieder geval personele kosten voor het opstellen van de vervoersprofielen (inschatting 2.250 cliënten * 2 uur * € 80 = € 360.000). Een andere optie is dit op te gaan starten voor nieuwe cliënten, zodat dit bij de reguliere indicatiestelling meegenomen gaat worden. Dit betekent een lagere besparing en lagere implementatiekosten. Het aanpassen van de verordening Leerlingenvervoer brengt geen implementatiekosten met zich mee. Een deel van de cliëntondersteuning is onderdeel van bredere (maatschappelijke) subsidies (zoals Meerwaarde en Mantelzorg & Meer). Geen effect op de groei van de gemeente. De besparing op cliëntondersteuning is een budgetmaatregel en dus haalbaar. Het doorvoeren van de maatregelen leerlingenvervoer en vervoersprofielen zijn door te voeren. Het financieel effect is een inschatting. - Cliëntondersteuning en doelgroepenvervoer zijn collectieve voorzieningen. Deze voorzieningen zijn vaak goedkoper dan individuele maatwerkvoorzieningen. Het versoberen van deze voorzieningen kan leiden tot een groter beroep op, en daarmee hogere kosten, voor maatwerkvoorzieningen.
- De ontwikkelingen in het OV richting Hoogwaardig Openbaar Vervoer leidt tot minder bushaltes (waar wel vaker een bus langskomt) wat het voor de doelgroep vanuit de Wmo lastiger maakt om het OV te bereiken en daarmee te kunnen gebruiken. Wijzigen in de OV concessie kan er toe leiden dat de beoogde bezuiniging niet gerealiseerd gaat worden. - Er is wel een risico dat er teveel druk bij ouders en mantelzorgers komt te liggen met gevaar van zorgmijding en vereenzaming. Bij invoeren van de maatregelen moet er richting de doelgroepen veel worden gecommuniceerd
Denklijnen en maatregelen
11
Maatregel 1.3 Omschrijving Toelichting
Maatschappelijk effect
Wettelijk niveau
Niet automatisch verlengen van aanvullende collectieve zorgverzekering voor lage inkomens De collectieve aanvullende zorgverzekering (gemeentepolis) is een vorm van bijzondere bijstand en bedoeld voor uitkeringsgerechtigden en inwoners met een laag inkomen (120% sociaal minimum). Tijdens een interne controle is geconstateerd dat oneigenlijk gebruik van deze regeling werd gemaakt door inwoners die niet behoren tot de doelgroep van minima. Vervolgens is voor 2023 de maatregel genomen om de polis niet meer automatisch te verlengen voor niet-uitkeringsgerechtigden. Dit betekende dat deze doelgroep een bewuste keuze moest maken. Tevens heeft een steekproefsgewijze controle plaatsgevonden op oneigenlijk gebruik. Het uiteindelijke effect was een afname van het aantal gebruikers van deze regeling waardoor de kosten van de gemeentelijke bijdrage aan de gemeentepolis zijn gedaald. Deze maatregel willen we structureel jaarlijks gaan uitvoeren. Inwoners met lage inkomens moeten in de toekomst elk jaar een bewuste keuze maken om wel of niet gebruik te maken van een aanvullende collectieve zorgverzekering. Tevens worden aanvragers steekproefsgewijs gecontroleerd om oneigenlijk gebruik te beperken. De regeling van het bijdragen aan een collectieve aanvullende zorgverzekering is gebruikelijk lokaal beleid maar geen wettelijke plicht.
Recent onderzoek van Geld.nl toont aan dat 90% van de gemeenten bijdraagt aan een collectieve aanvullende zorgverzekering. Het lokaal minimabeleid is bestaat uit het kindpakket en de regeling Haarlemmermeer doet mee (sport, cultuur en recreatie). Het kindpakket bestaat uit vier onderdelen: schoolkosten, laptopregeling, eventueel bijles en Jong Haarlemmermeer doet mee. Het totale budget voor ons minimabeleid is € 1,3 miljoen per jaar. Deze inkomensondersteuning is essentieel voor kwetsbare inwoners en met name voor kinderen om mee te kunnen doen.
Financieel effect 2025
2026
2027
2028
Effect maatregel
+50.000
+50.000
+50.000
+50.000
Effect saldo begroting
+50.000
+50.000
+50.000
+50.000
Implementatiekosten
Relatie lopende bezuinigingen Effect op groei gemeente Haalbaarheid Risico’s Communicatie
toelichting De maatregel is berekend op het effect van de controle 2023: € 300.000. Bij de Voorjaarsrapportage is € 250.000 hiervan benut voor het budget bijzondere bijstand waardoor nog € 50.000 resteert. Geen relatie Geen direct effect Deze maatregel is in 2023 voor het eerst uitgevoerd. Het is de bedoeling om dit jaarlijks te continueren. Geen Verzekerde inwoners ontvangen aan het einde van het jaar een brief met de mogelijkheid om opnieuw de gemeentepolis aan te vragen indien zij voldoen aan de voorwaarden van het minimabeleid.
Denklijnen en maatregelen
12
Maatregel 1.4 Omschrijving Toelichting
Maatschappelijk effect
Wettelijk niveau
Intensiveren controle zorgfraude/rechtmatigheid (incl. PGB) Vanuit ondermijningsbeeld blijkt dat Haarlemmermeer veel minder zorgfraude heeft dan andere gemeenten. Wij wijken af van het landelijk beeld. Dat kan, maar het kan ook een blinde vlek zijn. Zeker waar grote bedragen rond gaan bij zorgcontracten is de kans aanwezig dat hier ook criminelen op af komen. Vorig jaar hebben wij in 1 dossier aangifte gedaan van valsheid in geschrifte en in 1 geval kon de zorgleverancier niet aangeven waar hij geld en middelen vandaan had. MOZ gaat vanaf 2024 2 toezichthouders inzetten op rechtmatigheid. Sommige leveranciers van zorg zijn in andere regio’s soms onderwerp van onderzoek in een RIEC casus. Met de tijdelijke toevoeging van 1 ondermijningsanalist bij OOV voor 1 jaar kunnen alle contracten en relaties worden doorgelicht en kunnen de 2 toezichthouders bij MOZ nader worden ondersteund. De besparing is een stelpost. Een drempel vormen voor malafide- en fraudegevoelige aanbieders en hierdoor mogelijk toekomstige fraudegevallen worden tegengegaan. Dit is ook ‘financieel gewin’.
Daarnaast levert dit ook op dat aanbieders meer aandacht hebben voor de gestelde eisen (kwaliteitsverbetering) Voorkomen van oneigenlijk gebruik van financiële middelen Geen verspilling van publiek geld Behoud van draagvlak in de samenleving De gemeente komt zijn verantwoordelijkheid na door het bieden van passend aanbod van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Het niet besteden van zorggelden waarvoor het bedoeld is, maakt dat inwoners mogelijk niet/onvoldoende de zorg krijgen waar ze recht op hebben. Als de inwoners niet de zorg krijgen die ze nodig hebben, is dat schadelijk voor deze inwoner. Het gaat ten koste van kwaliteit van leven en kan leiden tot meer zorgbehoefte in de toekomst. De gemeente heeft de taak om toezicht te houden op rechtmatigheid en kwaliteit van de ondersteuning (Wmo 2015 art. 6.1) In de Jeugdwet (art. 2.9 sub d) is opgenomen dat de gemeente in een verordening regels moeten stellen om misbruik en oneigenlijk gebruik te bestrijden.
Financieel effect 2025 Implementatiekosten
2026
2027
-25.000
-25.000
Effect maatregel Effect saldo begroting
Relatie lopende bezuinigingen Effect op groei
2028 +100.000
-25.000
-25.000
+100.000
toelichting Implementatiekosten zijn twee toezichthouders (deze zijn reeds opgenomen in de gemeentelijke begroting (Berenschot)) en kosten voor juridische procedures. Zorgfraude kwam ook uit de ondermijningsmonitor naar voren. Via RIEC wordt tijdelijk extra analysecapaciteit gevraagd. Kosten ingeschat op € 25.000 eenmalig verdeeld over 2026 en 2027. Het structurele voordeel wordt ingeschat op € 100.000 (stelpost). Geen Geen effect op de groei van de gemeente
Denklijnen en maatregelen
13
gemeente Haalbaarheid •
Risico’s
Communicatie
Lastig in te schatten. De toezichthouder is een nieuwe functie die pas vanaf 1 december 2023 is ingevuld. We hebben geen ervaring opgedaan. Het voorkomen van fraude dankzij onze toezichthouders is lastig financieel te kwantificeren. Onderzoek en besluitvorming kosten veel tijd en duren lang waardoor de baten lang op zich laten wachten Het bedrag is een streefbedrag, maar niet op voorhand ‘hard’ te maken. Zorgcontinuïteit voor cliënten omdat we contracten ontbinden met aanbieders en geen alternatieven zijn voor de zorg Juridische procedures omdat aanbieders niet eens zijn met onze besluiten Veel aanbieders werken regionaal, dus als wij stappen ondernemen kan dat van invloed zijn op regiogemeenten Juridische haalbaarheid van terugvorderingen (wegen de juridische kosten op tegen de baten) Januari en februari 2024 communicatie met aanbieders over start toezichthouders.
Denklijnen en maatregelen
14
Maatregel 1.5 Omschrijving Toelichting
Maatschappelijk effect
Beperken van subsidies die niet gericht zijn op sociale basis We willen de algemene voorzieningen om mee te kunnen doen in samenleving niet verder versoberen. De sociale basis heeft een belangrijke preventieve functie voor kwetsbare inwoners. Er zijn echter ook subsidies die niet gericht zijn op de sociale basis. Daar is een versobering te realiseren. Hierbij valt te denken aan: stedenband, cultuur, evenementen, natuur- en milieu educatie, etc. Voorlopig houden we rekening met een stelpost van € 200.000. Afhankelijk van de te maken keuzes. We hebben onderstaand voorstel opgenomen: Budget Stedenband NME Evenementen
82.000 240.000 139.000
Wijkbudgetten
60.000 150.000 671.000
Eenmalige culturele projecten
Keuze -82.000 -59.000 -59.000 -200.000
Evenementen en eenmalige culturele projecten worden elk jaar opnieuw bedacht en uitgegeven, dus daar zitten minder instellingen bij die jaarlijks geld ontvangen. En de stedenband heeft geen personeel in dienst waardoor de afbouw makkelijker is. Wel is het gevolg dat er minder laagdrempelige (wijk)evenementen voor inwoners mogelijk zijn. Dit heeft gevolgen voor een vastgesteld doel: het verminderen van eenzaamheid /het bevorderen van ontmoeten, sociale cohesie en positieve gezondheid (zie paragraaf Evenementen in Beleidsvisie TEP RV 2020.0000380).
Wettelijk niveau
Geen wettelijke grondslag
Financieel effect 2025
2026
2027
2028
Implementatiekosten
Relatie lopende bezuinigingen Effect op groei gemeente Haalbaarheid
Effect maatregel
+200.000
+200.000
Effect saldo begroting
+200.000
+200.000
toelichting Deze maatregelen kunnen bij tijdige aankondiging zonder implementatiekosten worden doorgevoerd. Op de wijkbudgetten en op NMCX (natuur en milieu educatie) zijn eerdere ombuigingen doorgevoerd. Niet van toepassing Artikel 4:51 Awb is de centrale bepaling voor het beëindigen (weigeren) en wijzigen (verlagen) van een subsidie voor een komend tijdvak. Het artikel eist
Denklijnen en maatregelen
15
dat een redelijke termijn in acht wordt genomen wanneer een subsidierelatie wordt beëindigd als het gaat om een subsidierelatie van 3 jaar of langer voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voortdurende activiteiten. Voor subsidierelaties die langer dan 3 jaar worden onderhouden, geldt dat de wetgever vindt dat de subsidieontvanger voldoende tijd moet krijgen om maatregelen te kunnen nemen om de gevolgen van de beëindiging of vermindering van de subsidie op een behoorlijke manier op te vangen. De beëindiging of vermindering moet dus op tijd worden aangekondigd. Dit betekent dat tussen de aankondiging en het daadwerkelijk weigeren van de nieuwe subsidieaanvraag een redelijke termijn moet zitten.
Risico’s
Communicatie
Over de stedenband heeft de raad op 20 juni 2024 (nummer 10908961) besloten tot voortzetting en de jaarlijkse subsidie t/m 2028 te handhaven op € 75.000. De ombuiging kan gerealiseerd worden vanaf 2029 of door heroverweging van dit besluit. Zie voorgaand. Een standaard redelijke termijn bestaat niet. Belangrijk is dat de subsidieontvanger de tijd krijgt om zijn noodzakelijke handelen hierop af te stemmen. De redelijke termijn begint te lopen direct na de aankondiging van de overheid dat een nieuwe subsidieaanvraag niet (in zijn geheel) zal worden gehonoreerd. Deze aankondiging is een besluit in de zin van de Awb, waartegen bezwaar en beroep openstaat. Zie risico’s en haalbaarheid. Voor de effectuering in 2028 is het nodig om ruim van te voren de beslissing te communiceren.
Denklijnen en maatregelen
16
Ander niveau van dienstverlening Introductie: Bij een ombuigingsoperatie is het belangrijk te kijken waar het minder kan om bezuinigingen op andere terreinen te voorkomen. Dat is uitgewerkt in vier versoberingsmaatregelen bij de gemeente Haarlemmermeer. We vragen van instellingen en inwoners een bijdrage aan de ombuigingen in keuzes in voorzieningen en hogere bijdragen. Daar waar de gemeente zich qua dienstverlening moet aanpassen, is het niet meer dan logisch dat ook de met ons verbonden partijen moeten bijdragen aan de oplossing van de negatieve meerjarenbegroting. Aan deze maatregelen zitten personele consequenties. Dit raakt de organisatie als gevolg van keuzes. Er zijn daarnaast geen ‘generieke’ besparingen op de organisatie meegenomen omdat uit de benchmark ‘Vensters voor bedrijfsvoering’ van Berenschot duidelijk is geworden dat de organisatie een laag percentage apparaatskosten heeft in vergelijking met gemeenten met 100.000+ inwoners.
Wij onderzoeken: 1. 2. 3. 4. 5.
Versoberen verkiezingen Besparen promotie/economische zaken Kostenbesparing door sluiting servicepunten (CJG in Hoofddorp en Servicecentrum Nieuw Vennep) Verlagen onderhoudsniveau openbare ruimte en verminderen te beheren assets Trap-op trap af verbonden partijen Totaal
Denklijnen en maatregelen
€€ 187.500 € 241.300 €€ 1.665.000 € 2.093.800
17
Maatregel 2.1 Omschrijving Toelichting
Maatschappelijk effect
Wettelijk niveau Financieel effect
Versoberen verkiezingen Minder stembureaus (halveren) leidt tot lagere huurkosten, minder vergoedingen voor stembureaumedewerkers. Minder verkiezingsposters en -borden. Er is een kleiner beroep op de opslaglocatie aan de Horstermeerstraat. Minder stembureaus zal leiden tot grotere wachttijden met het risico dat kiezers afhaken. Meer stemgerechtigden per bureau betekent een verzwaring voor stembureauleden en tellers. Afzien van Decentraal tellen bespaart kosten huur hal, inzet tellers, catering etc. op de tweede dag, maar het proces zal voor stembureauleden zwaarder worden terwijl de zorgvuldigheid omlaag gaat. Een mogelijk risico is dat de verkiezingsuitslag niet met de vereiste kwaliteit beschikbaar is binnen de norm die de kieswet Kieswet Afzien van verkiezingsborden levert een besparing op, maar vanwege het lopende contract pas in 2028. Tot de grootste kostenposten behoren porti en drukwerk (stembiljetten, enveloppen). Deze kosten zijn gerelateerd aan het aantal kiesgerechtigden en niet beïnvloedbaar. Besparen op Opslagruimte heeft in deze context geen substantieel effect: volstaan kan worden met een ruimte van ca. 50 m2. Onderstaand wordt een extreem model (halvering bureaus) en een minder extreem model (minder bureaus, maar wel evenveel medewerkers/tellers) financieel grof uitgewerkt. Betreft:
Besparing extreem
Besparing minder
model:
extreem model:
Huur
50.000
50.000
Vergoeding leden, tellers
150.000
-
Halvering/geen advertenties
27.000
54.000
Geen verkiezingsborden
13.000
13.000
Totaal
240.000
117.000
Gematigd model:
Implementatiekosten Effect maatregel Effect saldo begroting
Relatie lopende bezuinigingen Effect op groei gemeente Haalbaarheid
2025
2026
2027
2028
Nihil
Nihil
Nihil
Nihil
Niet haalbaar
Niet haalbaar
Niet haalbaar
Niet haalbaar
0
0
0
0
toelichting: Zie haalbaarheid Geen Geen Vanuit politiek perspectief, maar zeker ook maatschappelijk oogpunt wordt deze opgave als moeilijk haalbaar in geschat. Tenzij landelijk tot invoering van stemmachines gekomen kan worden. Maar voor 2030 wordt geen beweging in
Denklijnen en maatregelen
18
Risico’s
Communicatie
die richting verwacht. Om die reden wordt de maatregel als niet haalbaar beschouwd. 1. Streven naar hoge opkomst komt zwaar onder druk te staan 2. lange wachtrijen 3. te hoge werkbelasting bij telproces 4. deadline Kieswet wordt niet gehaald. 5. Democratisch proces onder druk Damage control, uitleg reden en gevolgen voor de kiezer. Stemgerechtigden bewegen te gaan stemmen ondanks grotere wachttijden/rijen.
Denklijnen en maatregelen
19
Maatregel 2.2 Omschrijving Toelichting
Maatschappelijk effect
Besparen promotie/economische zaken Basisvoorstel is 50% minder in te zetten op externe promotie. Dit betreft € 87.500 materieel budget en € 100.000 personele inzet (ongeveer 1 fte). Vervolgens wordt in de begroting van economische zaken gekeken naar verdere mogelijke besparingen om zo het budget voor promotie te sparen. Verminderen van de promotie kan een negatief effect hebben op het bezoek aan museum, commerciële voorzieningen en op het aantal overnachtingen in hotels (toeristenbelasting). De promotie is voor een groot deel gericht op de huidige bewoners om meer bekend te worden met de recreatief, toeristische mogelijkheden in de directe woonomgeving. Minder promotie betekent dat er bewoners en bezoekers minder bekend raken met de directe omgeving en de toeristische recreatieve mogelijkheden in Haarlemmermeer. De Raad heeft zich destijds sterk gemaakt voor externe promotie.
Wettelijk niveau
Dit is geen wettelijke taak
Financieel effect 2025
2026
2027
2028
Nihil
Nihil
Nihil
Effect maatregel
+187.500
+187.500
+187.500
Effect saldo begroting
+187.500
+187.500
+187.500
Implementatiekosten
toelichting Er zijn geen implementatiekosten maar het verminderen van het materieel budget zal ook een effect hebben op de personele inzet aangezien er met minder middelen minder werk is voor de personen die zich hiervoor inzetten. Relatie lopende bezuinigingen Effect op groei gemeente Haalbaarheid
Nee
Risico’s
Het verminderen van het materieel budget zal leiden tot minder personele inzet en mogelijk (tijdelijke) boventalligheid. Afronden van activiteiten wordt gecommuniceerd via de bestaande promotiekanalen.
Communicatie
Lastig te kwantificeren In principe eenvoudig te implementeren
Denklijnen en maatregelen
20
Maatregel 2.3 Omschrijving Toelichting
Kostenbesparing door sluiting servicepunten (CJG-gebouw en Meerteams gebouw in Hoofddorp en Servicecentrum Nieuw Vennep) Voor diverse dienstverlening (Burgerzaken, Sociaal Domein) zitten we in een aantal panden buiten de grote panden Beukenhorst en Polderlanden. De maatregel om onze dienstverlening niet meer vanuit deze panden te doen, maar vanuit een centrale positie aan te bieden, versobert de dienstverlening en zorgt voor minder kosten vanwege huur, onderhoud, bewaking, enzovoort. Voor drie panden rekenen we dit door: a. Servicepunt Nieuw-Vennep. Het SC N-V is een pand dat we huren en wordt gebruikt als servicecentrum. Naast Burgerzaken (5 balies) wordt de locatie ook gebruikt door Beheer & Onderhoud, Gebieds- en Relatiemanagement (samen 16 werkplekken en overlegruimte) en de handhavers van cluster Veiligheid (7 werkplekken, overlegruimte, douches, opslag). Op dit moment is de huur van het pand, inclusief beheer, onderhoud en bewaking € 230.000. De huurovereenkomst loopt tot begin 2026, maatregelen kunnen na die tijd in werking reden. Voorstel a: pand helemaal verlaten, huur opzeggen. Dit levert een kosten besparing op van € 215.000. Echter, de dienstverlening van Burgerzaken die vanuit Nieuw-Vennep gaat moet opgevangen worden op Beukenhorst.
Daarnaast zal er een nieuw onderkomen gevonden moeten worden voor de handhaving/politie (kracht van samenwerking en in de wijk) en voor functie B&O en G&R die profiteren van de aanwezigheid in de omgeving. Enerzijds gaat dit dus ten koste van de publieksfunctie en dienstverlening, daarnaast zijn er kosten mee gemoeid om op andere plaatsen de dienstverlening door te laten gaan. Kosten hiervoor zijn lastig in te schatten (€ 100.000?). Saldo: € 115.000. Voorstel b: deel pand verlaten (Burgerzaken). We stoppen met de huur van de benedenverdieping, op de eerste verdieping blijven B&O, Veiligheid en G&R zitten. Dit scheelt een deel van de huur (ongeveer 2/5e deel en een bewaker). Het netto voordeel wordt geschat op € 120.300. b. Het Meerteams gebouw. Het Meerteams gebouw verlaten we al medio 2024. Het team gaat naar de locatie Polderlanden. De huur is inmiddels opgezegd. Van de besparing op de huurkosten ad € 121.000 wordt t/m 2027 ongeveer € 25.000 ingezet ter dekking van de kapitaallasten van de verbouwing locatie Polderlanden. Verbouwing is nodig zodat de medewerkers Meerteams daar hun werk kunnen doen. Vanaf 2028 vallen de huurkosten volledig vrij. c. Het CJG-gebouw (Graan voor Visch, Hoofddorp). Het CJG gebouw is in bezit van de gemeente. Het opzeggen van de huur (medio 2025) levert cluster FM € 229.000 op.
Echter, deze kosten komen vervolgens voor rekening van Grond en Vastgoedzaken (als eigenaar pand). Ook alle medewerkers die nu vanuit het CJG gebouw werken, komen samen met de Meerteams medewerkers in het kantoor Polderlanden te werken. Pas als er een nieuwe (externe) huurder in komt, worden de kosten verrekend, pas dan is er daadwerkelijk een besparing. Vanwege het gedeelde gebruik van het totale pand is verkoop lastig. Er zijn gesprekken gaande met nieuwe huurders (commerciële huur), bijvoorbeeld aan een huisarts.
Denklijnen en maatregelen
21
De besparing op de huur van CJG voor de eigen huisvesting komt uit op € 229.000 op jaarbasis. Zoals gezegd loopt er al een traject voor het beëindigen van de huur op deze locatie, zie memo verhuizing CJG en Meerteam dd. juni 2023. Maatschappelijk effect
Wettelijk niveau
1. Met het sluiten van het Servicecentrum Nieuw-Vennep verdwijnt er een publieksfunctie uit een belangrijke kern van gemeente Haarlemmermeer. Bewoners zullen naar de centrale locatie moeten voor diensten. Dat heeft impact. Gebiedsbeheer zal meer vanaf afstand plaatsvinden met minder zicht op de directe omgeving. Handhaving en Politie zitten nu op 1 locatie. Met het vertrek van Handhaving uit Nieuw-Vennep zitten zij mogelijk daarna niet meer samen met de Politie op 1 locatie en dat heeft mogelijk impact op de samenwerking. 2 en 3. Veel samenwerkingspartners van het CJG zitten nu al niet meer op dezelfde locatie. CJG en Meerteam worden samengevoegd en gaan naar locatie Polderlanden. Dat is qua bereikbaarheid nabij de huidige locatie en zal maatschappelijk gezien naar verwachting weinig impact hebben. N.v.t.
Financieel effect
2025
2026
2027
2028
Implementatiekosten Effect maatregel 1.
+120.300
Effect maatregel 2.
+121.000
Effect maatregel 3.
p.m.
Effect saldo begroting
+241.300
toelichting 1a. SC N-V hele pand opzeggen Huur, beheer, exploitatie Bewaking Alternatief B&O, VH, G&R, KCC Kosten oplevering pand (oorspronkelijke staat) incidenteel Saldo structureel
+€ 145.000 +€ 70.000 -€ 100.000 (- €15.000) +€ 115.000
1b. SC N-V Benedenverdieping opzeggen Huur, beheer, exploitatie Bewaking Opvang KCC Kosten oplevering pand (oorspronkelijke staat) incidenteel Saldo structureel
+€ 75.300 +€ 70.000 -€ 25.000 (-€15.000) +€ 120.300
2. Meerteams opzeggen Huur, beheer, exploitatie Saldo
+€ 121.000 +€ 121.000
Denklijnen en maatregelen
22
3. CJG gebouw Huur, beheer, exploitatie Eigenaar pand Indien verhuurd ander Saldo
+€ 229.000 -€ 229.000 €0
+€ 229.000 +€ 229.000
Voorzichtigheidshalve is voor het CJG gebouw geen besparing ingerekend. Relatie lopende Relatie met sluiting Meerteam en samenvoegen CJG en Meerteam in locatie bezuinigingen Polderlanden. Effect op groei Meer inwoners naar centrale locatie. Druk op centrale locatie neemt toe. gemeente Haalbaarheid Huurcontract voor Nieuw-Vennep begane grond loopt nog door tot 31-10-2025 en de 1e etage tot 31-3-2025. Vroegtijdige opzegging zal kosten met zich meebrengen (afkoop huur). Risico’s Er zal nader onderzocht moeten worden in hoeverre de medewerkers van locatie Nieuw-Vennep zijn in te passen in de overige huisvestingslocaties. Tevens zal nader onderzocht moeten worden in hoeverre de centrale locatie in Beukenhorst de druk van de toenemende stroom van bezoekers voor de publieksdiensten aan kan. Communicatie Het vraagt communicatie op meerdere aspecten met meerdere groepen. Vwb sluiten (deel) servicepunt N-V a. Het sluiten van het servicecentrum (geheel of alleen deel Burgerzaken) vraagt uitgebreide aandacht en een variatie aan communicatiemiddelen met omwonenden waarin toegelicht wordt waarom de keuze is gemaakt en wat er als alternatief wordt aangeboden.
Nieuw-Vennepers kunnen aanslaan op het missen van dienstverlening in de buurt (moeten verder reizen), het missen van veiligheid in de buurt (aanwezigheid politie, handhaving, toezicht op meer afstand) en het kennen van de buurt (gebieds- en relatiemanagement, beheer en onderhoud op grotere afstand). b. De kracht van de samenwerking van handhaving/toezicht met de politie in het pand en op die locatie zorgt ervoor dat als de keuze wordt gemaakt om het gehele pand te verlaten (scenario 1a) er toegelicht moet worden waarom die keus is gemaakt en dan opnieuw met de politie (samenwerkende organisaties) overlegd moet worden over een alternatief. Het doet wat met de relatie als wij voor het alternatief van deze keuze kijken naar de politie voor een oplossing. c. Met de medewerkers van de betrokken clusters moeten ook nieuwe afspraken gemaakt worden, nieuwe werkprocessen ingericht worden, afspraken gemaakt worden over hoe de drukte centraal opgevangen gaat worden, enz. (vwb sluiten CJG gebouw en Meerteamsgebouw). d. Het (maatschappelijke of organisatorische) effect van het sluiten van het CJG gebouw en Meerteamsgebouw zal minder zijn. Daar volstaat generieke communicatie over verandering van locatie aan bewoners. e. Wel wordt de opzet van het CJG gebouw, dat is stevig samenwerken met partners op één locatie, hiermee opgeheven.
Het vraagt overleg met die partners om tot een nieuwe samenwerking te komen. Overigens waren er al alternatieve routes ontstaan omdat het samenwerkingsconcept op een locatie de laatste jaren al minder grondig doorleefd werd. f. Wel betekent het wat voor de interne organisatie dat medewerkers van beide te sluiten locaties centraal naar het pand Polderlanden gaan. Het vraagt
Denklijnen en maatregelen
23
overleg met die medewerkers, het vraag enkele aanpassingen van spreekkamers in de locatie Polderlanden, het zorgt voor meer ‘drukte’ op de werkvloer. Dat vraagt toelichting naar de medewerkers van de betreffende clusters. Dit moet geadresseerd worden.
Denklijnen en maatregelen
24
Maatregel 2.4 Omschrijving Toelichting
Verlagen onderhoudsniveau openbare ruimte en verminderen te beheren assets In de technische ombuigingen zitten maatregelen die invloed hebben op investeringen in openbare ruimte (verlengen afschrijvingstermijn en afslag kapitaallasten). Gezien de bestuurlijk gestelde vraag is aanvullend gekeken naar het verlagen onderhoudsniveau van de openbare ruimte en het verminderen te beheren assets. Bij het beheren van de openbare ruimte zijn er vijf belangrijke factoren: de leeftijd van assets (wegen, kunstwerken, VRI’s, speeltuinen e.a.), het gebruik van de assets, de huidige kwaliteit van de assets, het aantal en het nagestreefde onderhoudsniveau. De laatste twee zijn door ons beïnvloedbaar. Omdat de beheerplannen net zijn gemaakt, is er een goed beeld van de huidige staat en de benodigde financiën.
Maatschappelijk effect
Wettelijk niveau
Wij denken op grond daarvan dat we door een combinatie van een aantal maatregelen kunnen komen tot een realistische aanvullende ombuiging. In de eerste plaats door ten opzichte van de in B&W vastgestelde beheerplannen het onderhoudsniveau te verlagen voor kunstwerken en verhardingen en het onderhoud van de recreatiegebieden Haarlemmermeerse Bos en Toolenburgerplas te verlagen. Daarnaast stellen we in tweede plaats voor om het aantal assets te verminderen of niet te vervangen (denken daarbij specifiek aan watertappunten en het aantal speeltoestellen) en de vervanging van de parkeerautomaten te temporiseren. Dat betreffen investeringen en dit verlaagt zo de gevraagde jaarlijkse kapitaallasten. Het onderhoudsniveau van de recreatiegebieden zal zichtbaar minder zijn, echter geen bedreiging voor de functionaliteit van de gebieden. De afgelopen jaren ingelopen achterstalligheid bij verhardingen zal weer terugkomen, maar op korte termijn geen bedreiging voor de functionaliteit. Voor kunstwerken zou het op termijn kunnen leiden tot (tijdelijke) afsluiting, maar is de inschatting dat er op korte termijn (1-2 jaar) geen bedreiging is voor de functionaliteit. Het niet vervangen en verwijderen van speeltoestellen zou kunnen leiden tot minder buitenspelen, wat ongunstig is voor onze doelen rond gezond leven.
Verwijderen van tappunten heeft gezien brede beschikbaarheid en toegankelijkheid van drinkwater naar verwachting geen maatschappelijk effect. Het later vervangen van parkeerautomaten kan leiden tot meer storingen en daarmee het niet functioneren van sommige automaten op sommige momenten. Gemeente heeft een zorgplicht wat betreft veiligheid inzake haar eigen kapitaalgoederen. Als veiligheid in het geding is kan het sluiten van wegen of kunstwerken nodig zijn. Dit hebben we in het verleden ook weleens gedaan.
Financieel effect 2025
Denklijnen en maatregelen
2027
2028
Effect maatregel
2026
-
-
Effect saldo begroting
-
-
25
toelichting In de beheerplannen zitten er voor de komende jaren aanzienlijke vervangingsinvesteringen voor speeltoestellen gepland en ook is er een investering opgenomen voor vervanging parkeerautomaten en watertappunten (kleinigheid). Verder zit er een toename in voor verhardingen en kunstwerken in exploitatie. Dat kan worden gematigd. Verder kan er wat worden gedaan aan het onderhoudsniveau in de recreatiegebieden. Een besparing van € 350.000 zou op die manier haalbaar moeten zijn.
Relatie lopende bezuinigingen Effect op groei gemeente Haalbaarheid Risico’s
Communicatie
Omdat in de Voorjaarsrapportage 2024 extra middelen voor de beheerplannen niet zijn gehonoreerd wordt deze besparing niet meer als realistisch beschouwd. De lopende bezuiniging van € 978.000 per jaar door verlaging van het onderhoudsniveau en versobering dienstverlening is verwerkt en gerealiseerd. Groei van de gemeente betekent meer kosten voor onderhoud. Dat is echter voorzien in de areaalsystematiek. Wij denken dat het genoemde bedrag haalbaar is uitgaande van de ramingen in de beheerplannen voor de komende jaren die in B&W zijn geweest. De accountant kan bij oplopende achterstalligheid in het onderhoud van onze kapitaalgoederen uiteindelijk voorschrijven om een voorziening te treffen. Besluitvorming over de beheerplannen hangt nog omdat de jaarschijven 2025 en verder niet zijn toegekend. De gezochten ombuigingen zijn wel gebaseerd beheermaatregelen uit die beheerplannen. Met name de maatregelen aangaande de recreatiegebieden en afbouw speelvoorzieningen vragen in de uitvoering goede uitleg.
Denklijnen en maatregelen
26
Maatregel 2.5 Omschrijving Toelichting
Maatschappelijk effect Wettelijk niveau
Trap-op trap af verbonden partijen Besparingen op gemeenschappelijke regelingen zijn altijd lastig in te boeken aangezien er overeenstemming moet zijn tussen de in de regeling participerende partijen. Het zou echter niet logisch zijn indien het financiële tekort waar elke gemeente mee te maken heeft, geen effect heeft op gemeenschappelijke regelingen. De begrote lasten voor 2027 zijn € 538 miljoen. Een bedrag van € 20 miljoen is derhalve een taakstelling van 3,7%. De Verbonden partijen hebben in 2027 een bijdrage van € 75 miljoen. De besparing is derhalve in te rekenen op € 2.775.000. Dit is inclusief bijdragen aan privaatrechtelijke verbonden partijen zoals Meerlanden en Waterwolf. Omdat gemeenschappelijke regelingen nagenoeg geen mogelijkheden hebben om de inkomsten te verhogen is in totaliteit een besparing van 60% ingerekend. Het effect van de besparing is dat de verbonden partijen ook keuzes moeten maken die gevolgen kunnen hebben voor de dienstverlening aan gemeenten en inwoners. De gemeenschappelijke regelingen voeren meestal wettelijke taken van gemeenten uit. De ingerekende besparing is niet zodanig dat de uitvoering van wettelijke taken in het gedrang hoeven te komen, maar het heeft wel effect op de begrotingen van deze organisatie. Dit zal per verbonden partij moeten worden uitgewerkt.
Financieel effect Implementatiekosten
2025
2026
-25.000
-25.000
Effect maatregel Effect saldo begroting
-25.000
-25.000
2027
2028
+1.665.000
+1.665.000
+1.665.000
+1.665.000
toelichting Voor de implementatie is 0,25 FTE ambtelijke capaciteit per jaar nodig in 2026 en 2027. Dit is voor de coördinatie van de ombuigingen en het overleg met de gemeenschappelijke regelingen. Gerekend is met een besparing van 60% van de bijdrage aan de publiekrechtelijke verbonden partijen omdat verbonden partijen minder goed de inkomsten kunnen verhogen. Bij de verbonden partijen horen ook private partijen. Die worden ook in de aanpak meegenomen. Relatie lopende bezuinigingen
Effect op groei gemeente Haalbaarheid
In de strategische heroriëntatie zijn er ook besparingen op de bijdragen van de Veiligheidsregio en de Omgevingsdienst doorgevoerd, te weten € 189.000. Gesteld wordt dat die gerealiseerd is binnen de begroting van de betreffende GR’en, maar onze bijdragen zijn niet verlaagd, alleen maar gestegen. De besparing is derhalve gebruikt om in de gemeentelijke begroting de bijdrage minder hard te laten stijgen dan anders nodig was geweest.. N.v.t. Deze besparing is enkel haalbaar als alle gemeenten de gemeenschappelijke regelingen vragen om de begroting 2028 met een besparing op de bijdrage aan te bieden. Hiervoor is coördinatie nodig, zowel ambtelijk als bestuurlijk. Dit kan door de komende jaren met regiogemeenten om de tafel om de
Denklijnen en maatregelen
27
Risico’s
Communicatie
taakstellingen op de gemeenschappelijke regelingen in gezamenlijkheid af te spreken en de gemeenschappelijke regelingen de tijd te geven de korting op de bijdrage te laten invullen. Om die reden is implementatiebudget voor 2026 en 2027 opgenomen. Dit vraagt ambtelijke inzet. Het risico bestaat dat andere gemeenten niet mee willen besparen op de verbonden partijen of bijvoorbeeld op een bepaalde verbonden partij niet. Aangezien de huidige financiële problematiek van de gemeenten een collectief gemeentelijk probleem is, is de verwachting dat ook andere gemeenten hun blik zullen richten op de bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen. In de regio Zaanstreek-Waterland is bijvoorbeeld in juli 2024 een brief naar alle gemeenschappelijke regelingen verstuurd waarin gevraagd wordt om ombuigingen te inventariseren. In het hoofdlijnenakkoord is een korting van 10% op alle SPUK’s en BDuR aangekondigd (laatstgenoemde, de brede doeluitkering voor verkeer en vervoer, gaat niet door: dit blijft een specifieke uitkering en wordt niet met 10% korting overgeheveld naar het gemeente- en/of provinciefonds). Er bestaat hierdoor de kans dat er meer geld naar de VRK moet. Om de besparing aan te kondigen, kan in de zienswijzen op de begrotingen de komende jaren het standpunt van Haarlemmermeer worden aangekondigd aan de gemeenschappelijke regelingen.
Om als gemeenten samen op te trekken, moeten we per gemeenschappelijke regeling met partnergemeenten in gesprek om de ombuigingen te coördineren.
Denklijnen en maatregelen
28
Concentreer en combineer Introductie Veel van onze activiteiten vinden plaats in publieke gebouwen met hoge kosten en een evenredige spreiding over de dorpen en kernen van onze gemeente. Maar in de echte ontmoeting spelen de panden niet altijd een doorslaggevende rol. Door zaken op een slimme manier met elkaar te combineren en te kijken naar een goede spreiding kunnen we mogelijk kosten besparen. Met de ombuigingen uit 2021 nog vers in het geheugen hebben we een les geleerd over onze sociale basis en de daarbij behorende maatschappelijke gemeentelijke accommodaties. Daar waar we de vorige ronde op alles een bepaald percentage hebben bezuinigd, kijken we nu of er mogelijkheden zijn om bijvoorbeeld accommodaties te sluiten of anders in te richten. Het generiek reduceren van budgetten per locatie heeft als risico dat accommodaties on-exploitabel worden. Daarmee komt de uitvoering van ons beleidskader ‘Meedoen mogelijk maken in Haarlemmermeer’ en de opgave in het kader van het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) ook in de knel. In eerste instantie richten we onze focus op accommodaties die relatief weinig worden gebruikt en waar de verwachting is dat dit gebruik in de toekomst niet (significant) zal toenemen, bijvoorbeeld op basis van de schaalsprong wonen.
Bij de beoordeling houden we ook rekening met landelijke eisen voor een gezonde gemeente (IZA-GALA). De leeftijd, technische staat en duurzaamheid spelen daarnaast ook een rol bij de selectie, net zoals de huidige boekwaarde en courantheid bij verhuur en/of verkoop. Als gemeente hebben we te maken met de verplichting tot het faciliteren van bepaalde voorzieningen, al dan niet vergezeld van afstandscriteria (zoals bij gymzalen). De afgeronde IAP-analyse binnensport en de voorlopige resultaten van de analyse van de ontmoetingsaccommodaties zijn ook in de beoordeling meegenomen. Uitgangspunt zijn structurele ombuigingen. Er kan ook sprake zijn van incidentele baten door verkoop of ontwikkeling van vastgoed. Vanwege de onzekerheden hieromtrent zijn deze niet uitgewerkt. Zie voor verdere uitwerking gedetailleerd memo. Er moet wel aandacht zijn voor de groei in de toekomst. Het sluiten van voorzieningen nu, die over een aantal jaar weer nodig zijn in verband met de groei van een wijk of kern, is niet wenselijk. Voor zover we nu een concreet risico kennen, benoemen we deze maar bij het maken van keuzes nu is niet altijd te voorkomen dat we in de toekomst een tekort zullen zien.
We onderzoeken: 1.
2. 3. 4. 5.
Sluiting en afstoting van een aantal sportaccommodaties waaronder gymzalen Abbenes en Buitenkaag en Sporthoeve Badhoevedorp (incl. zwembad). Heronderhandeling exploitatiecontract binnensportaccommodaties Sluiting bibliotheek Floriande Herhuisvesten bibliotheek Nieuw-Vennep in C. (i.p.v. Marktgebouw) Stopzetten aantal ontmoetingsruimten waaronder t Rietland in Badhoevedorp, Jongerencentrum de Basis, Dorpshuis Lijnden, Heimanshof Hoofddorp Totaal
Denklijnen en maatregelen
€ 550.000
€ 350.000 € 450.000 Niet haalbaar
€ 263.563
€ 1.613.563
29
Maatregel 3.1 Omschrijving Toelichting
Maatschappelijk effect
Wettelijk niveau
Sluiting en afstoting van een aantal sportaccommodaties - Kans voor herontwikkeling, verkoop - Gymzaal Sparresholm - Gymzalen Langerak Abbenes, of gymzaal Hoofdweg, Buitenkaag - De Sporthoeve, Badhoevedorp - Gymzaal Sparresholm is zeer matig bezet met bewegingsonderwijs vanuit het primair onderwijs en er is een dubbele gymzaal (Bornholm 1+2) op 850 meter afstand die dit zou kunnen opvangen. Ook het MBO onderwijs maakt 2 dagen gebruik van gymzaal Sparresholm, maar voor het MBO hebben wij geen huisvestingsverplichting. Bornholm 1 en 2 lijken goed bezet door drie scholen primair onderwijs. Hoewel het lastig lijkt, kan nader onderzocht worden of er ruimte is (nu en in de toekomst) om ook de behoefte aan bewegingsonderwijs dat nu plaatsvindt in de Sparreholm (de 4e school) op te vangen. - De gymzalen Langerak Abbenes en Hoofdweg Buitenkaag worden relatief weinig gebruikt en vrijwel enkel door het onderwijs. Alhoewel het afstandscriterium het niet toelaat om een van de gymzalen buiten gebruik te stellen, zou onderzocht kunnen worden of een van de gymzalen afgestoten kan worden. Mogelijk zijn er extra kosten voor het vervoer van leerlingen. Dichtst bij gelegen alternatieve gymzalen zijn er in Lisserbroek en Nieuw-Vennep. Op de korte termijn bieden deze gymzalen ruimte. Dit betekent wel relatief veel reistijd (ca 30 minuten heen en terug).
- Sporthoeve Badhoevedorp betreft het sluiten van een zwembad + sporthal die inmiddels volledig is afgeschreven. We hebben een wettelijke verplichting voor huisvesting bewegingsonderwijs. Met het alternatief voor Sparresholm voldoen we hieraan. Met het alternatief Gymzalen Langerak Abbenes, of gymzaal Hoofdweg, Buitenkaag voldoen we hier niet aan. Met vervoer kan worden gekeken om hier op een andere wijze invulling aan te geven. De Sporthoeve: door sluiting ontstaat een tekort wat opnieuw ingevuld zal moeten worden.
Financieel effect 2025
2026
2027
2028
Effect maatregel Sparresholm
+42.000
+42.000
Effect maatregel
+43.000
+43.000
Effect maatregel De Sporthoeve
+465.000
+465.000
Effect saldo begroting
+550.000
+550.000
Implementatiekosten
Langerak/Hoofdweg
toelichting - Gymzaal Sparresholm, Bornholm, Hoofddorp: besparing subsidie gemeente aan Sportfondsen voor huur + exploitatie (€ 42.000). - Gymzalen Langerak Abbenes, of gymzaal Hoofdweg, Buitenkaag: besparing exploitatievergoeding gemeente aan Sportfondsen voor huur + exploitatie (€43.000). - Besparing exploitatievergoeding gemeente aan Sportfondsen voor huur + exploitatie (€ 550.000). Kosten twee zaaldelen nog te bepalen. Ingeschat pp € 85.000. Denklijnen en maatregelen
30
Relatie lopende bezuinigingen Effect op groei gemeente Haalbaarheid
Risico’s
Communicatie
Geen Relatie lopende bezuinigingen Zie risico’s De haalbaarheid van sluiting van de Sporthoeve is complex. Zeker gelet op de toekomstige groei van de gemeente en Badhoevedorp is dit een maatregel die we mogelijk (deels) moeten terugdraaien. • Te weinig ruimte in de gymzalen Bornholm 1 en 2 in de nabije toekomst. • Gymzalen Langerak Abbenes, of gymzaal Hoofdweg, Buitenkaag: De reistijd voor leerlingen gaat ten koste van de lestijd voor bewegingsonderwijs. Wellicht kunnen we het bewegingsonderwijs van de twee scholen samen voegen in één van de twee gymzalen en de andere gymzaal af stoten. Scholen zullen niet blij zijn met opheffen van (1 van de) gymzalen. • Sluiting van de Sporthoeve betekent wel een tekort aan 2 zaaldelen voor het bewegingsonderwijs. Ook zal er een tekort aan zwemwater ontstaan. Bovendien is voor de Schaalsprong Wonen, uitgaande van het bestaande aanbod aan zwemaccommodaties dus inclusief de Sporthoeve, berekend dat na de bouw van 33.000 woningen juist behoefte ontstaat aan een extra zwembad. • Bij sluiting en/of afstoting van sportaccommodaties zal het contract met SFH opengebroken moeten worden. Communicatie is nodig met SFH, de scholen en de gebruikers van de sportaccommodaties