Bijlage - Beleidsplan Wet gemeentelijke schuldhulpverlening gemeente Haarlemmermeer 2022- 2026
Tekst van het document
Beleidsplan Wet gemeentelijke schuldhulpverlening gemeente Haarlemmermeer 2022- 2026
1
Inhoudsopgave Pagina Inleiding Uitgangspunten beleidsplan schuldhulpverlening 2022 – 2026 Wijziging Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Waardoor komen inwoners in financiële problemen Uitvoering schuldhulpverlening hulp bij administratie Overzicht van aanmeldingen voor schuldhulpverlening Problematische schulden Vroegsignalering Uitvoering vroegsignalering Pilot vroegsignalering door wijziging Wgs Uitbreiding signalen Project ‘Eropaf Haarlemmermeer’ Terugdringen van het niet gebruik van inkomensondersteunende voorzieningen Dashboard minima gemeente Haarlemmermeer Jongeren en schulden Schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen Chronisch zieken en gehandicapten Ouderen Vluchtelingen Laaggeletterdheid, armoede en schulden Vroegsignalering en preventie door de teams Werk en Inkomen, Wijziging van uitkeringssituatie en noodzakelijke dienstverlening Energiearmoede Bijeenkomst ketenpartners Onafhankelijke cliëntondersteuning Communicatie Samen op maat Vereenvoudiging beslagvrije voet
3 3 4 4 5 6 7 7 8 9 10 10 11 12 14 14 15 15 16 16 16 17 17 18 18 19 19
Bijlage 1. Kwaliteitsborging en organisatie Bijlage 2. Meetbare doelen Bijlage 3. Huidige gemeentelijke beleidskaders
20 21 22
2
Inleiding Op 1 juli 2012 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) in werking getreden. Deze wet legt expliciet de zorgplicht van gemeenten met betrekking tot schuldhulpverlening vast. Op grond van de Wgs is het college verplicht om een beleidsplan op te stellen dat door de gemeenteraad eens in de vier jaar wordt vastgesteld. Het vorige beleidsplan bestreek de periode 2017 – 2021. In het beleidsplan zijn de beleidsuitgangspunten en eisen om in aanmerking te komen voor schuldhulpverlening binnen de gemeente Haarlemmermeer vastgelegd. Het beleidsplan is geactualiseerd en wordt nu vastgesteld voor de periode 2022 – 2026. Het beleidsplan is tot stand gekomen aan de hand van casuïstiek en vraaggesprekken die met een aantal medewerkers en vrijwilligers van de ketenpartners en de Participatieraad zijn gehouden. Uitgangspunten beleidsplan schuldhulpverlening 2022 – 2026 In september 2017 is het laatste beleidsplan schuldhulpverlening vastgesteld. De belangrijkste uitgangspunten voor het beleid met betrekking tot schuldhulpverlening zijn ook nu nog actueel en blijven van kracht. Het doel van de uitvoering van de Wgs is het voorkomen van problematische schulden door de toepassing van preventie en vroegsignalering. Wij ontvangen signalen betalingsachterstanden van onze inwoners van onder andere zorgverzekeraars en nutsbedrijven. Deze inwoners benaderen wij met een hulpaanbod.
Daarnaast willen wij huisuitzetting voorkomen met het project ‘Eropaf’. Gemeentelijke schuldhulpverlening is beschik- en bereikbaar voor alle inwoners van onze gemeente. De Wgs geeft echter in uitzonderlijke gevallen de mogelijkheid om de toegang tot schuldhulpverlening te ontzeggen. Hiervan is sprake wanneer: • er sprake is van verwijtbare recidive, een ontzegging voor een periode van vijf jaar; • de inwoner onvoldoende meewerkt aan het traject en/of tijdens traject nieuwe schulden maakt; en • de inwoner fraude heeft gepleegd en daar een bestuurlijke sanctie voor heeft gekregen, behalve als de fraude geen deel uitmaakt van schuldenproblematiek. Bij inwoners die aantoonbaar een verstandelijke of psychiatrische beperking hebben, wordt een herhaald schuldhulpverlening verzoek niet als verwijtbare recidive beschouwd. Zelfstandigen In het verleden was schuldhulpverlening voor zelfstandigen nog uitgesloten en werd deze groep inwoners gewezen op hulp op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). De per 1 januari 2021 gewijzigde Wgs schrijft expliciet voor dat gemeenten schuldhulpverlening moeten bieden aan inwoners met problematische schulden waar ze niet zelfstandig uitkomen. De gewijzigde Wgs benoemt (ex-)ondernemers als een specifieke doelgroep die op schuldhulp moet kunnen rekenen.
Wij hebben daarom een overeenkomst afgesloten met adviesbureau Menzing & Partners die schuldhulpverlening biedt aan deze specifieke doelgroep. Eigen verantwoordelijkheid van de inwoner Mensen kunnen slechts tot op zekere hoogte zelf verantwoordelijk worden gehouden voor hun financiële positie. De inrichting van ons systeem (subsidies, uitkeringen etc.) heeft namelijk grote invloed op de financiële positie van Nederlanders. Een meer integrale benadering vanuit de rijksoverheid kan voor gemeenten het verschil maken. Met name op landelijk niveau hapert het systeem van toeslagen en subsidies regelmatig en kan een breder perspectief op de financiële positie van inwoners veel bijdragen. Werk Werk kan de beste weg uit armoede en het voorkomen van schulden zijn. De gemeente blijft daarop inzetten. Maar niet voor iedereen is (meer) werken een optie. Bovendien is werk nog geen garantie dat je een substantieel hoger inkomen vergaart. Ook de armoedeval en de stress van verrekening van wisselende inkomsten op de bijstand vormen belemmeringen om te gaan werken. Bij bijstandsverlening houden we hiermee, zover dit is toegestaan binnen de kaders van de Participatiewet rekening. Hierbij wordt zoveel mogelijk maatwerk toegepast.
Wijziging Wet gemeentelijke schuldhulpverlening In het verleden lag het accent bij schuldhulpverlening op het financieel ondersteunen van mensen met schulden en het inzetten van instrumenten om schulden op te lossen en/of saneren. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van budgetbeheer, het afsluiten van een minnelijke regeling, schuldsanering etc. In de loop der jaren
3
is het accent echter gewijzigd en is er veel meer aandacht gekomen voor preventie en vroegsignalering. De Wgs is daarom per 1 januari 2021 gewijzigd. Waardoor komen inwoners in financiële problemen Schulden ontstaan zelden als gevolg van één gebeurtenis. Vaak is er sprake van een aaneenschakeling van gebeurtenissen waardoor inwoners in financiële problemen komen. Het gaat om een combinatie van gebeurtenissen zoals financieel gedrag en onverwachte gebeurtenissen bijvoorbeeld werkloosheid, scheiding, overlijden van een partner, ziekte of faillissement van een eigen bedrijf. Daarnaast hebben huishoudens vaker dan gemiddeld te maken met bijkomende problematiek zoals verslaving, psychische en lichamelijke problemen. Ook zijn er inzichten dat de zelfredzaamheid zelf negatief beïnvloed wordt door het voortdurend besef van de schuldenlast en de zorgen daarover. Het is daarom belangrijk dat deze problemen ook worden aangepakt, anders heeft het weinig zin om een oplossing te zoeken voor de schulden. Reden om niet meer te kunnen voldoen aan de betalingsverplichtingen Uit landelijk onderzoek in 2019 van het NIBUD (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) ‘”geldzaken in de praktijk 2018 – 2019” geeft 38% van de huishoudens aan moeilijk rond te kunnen komen. Dit is een daling ten opzichte van 2012 en 2015. Toen kwam 45% van de huishoudens moeilijk rond.
Wij zien dat meerdere bevolkingsgroepen niet rond kunnen komen van het besteedbaar inkomen. Dit probleem kan slechts voor een klein deel door de gemeente met inkomensondersteuning en armoedebestrijding worden opgelost. De belangrijkste oorzaken zijn: • stijgende vaste lasten en achterblijvende inkomens, het netto inkomen komt steeds meer onder druk te staan; • sterke flexibilisering van de arbeidsmarkt (0-uren contracten, gedwongen of schijnzelfstandigheid, opknippen van voltijdbanen in laagbetaalde deeltijdbanen en toegenomen marktwerking); • de groei van de cao-lonen bleef achter bij de inflatie, waardoor middeninkomens in de verdrukking komen, In 2012 was de belangrijkste reden voor betalingsachterstand nog nalatigheid. Het komt echter steeds vaker voor dat inwoners in problematisch schulden terecht komen, omdat zij de (stijgende) kosten van het normale levensonderhoud niet meer kunnen betalen. Net als in 2015 heeft een of de vijf huishoudens betalingsproblemen. Bij 11,5% gaat het om lichte betalingsproblemen en 8% heeft ernstige betalingsproblemen. Van de inwoners die lichte betalingsproblemen hebben ontvangt 72% geen hulp. Hetzelfde geldt voor 34% van de mensen met ernstige betalingsproblemen. 11 procent van de mensen met ernstige betalingsproblemen weet de hulpverlenende organisaties niet te vinden.
Het betalingsprobleem dat het meeste voorkomt is een rekening die te laat wordt betaald (32%). Dit is een toename ten opzichte van 2015. Toen ging het om 26%. De rekening van de zorgverzekering blijft vaak het langst liggen, gevolgd door die van het energiebedrijf en de huur of hypotheek. Blijkens een rapport van de nationale ombudsman hebben inwoners vaak te maken met terugvorderingen van de belastingdienst, de wanbetalerspremie voor het niet betalen van de zorgverzekering en schulden op het gebied van de vaste lasten, bijvoorbeeld betalingsachterstanden voor gas, licht en huur. Het grootste probleem wordt veroorzaakt door een complex stelsel van toeslagen en inkomensvoorzieningen, het incassogedrag van schuldeisers en meer en meer tijdelijke arbeidscontracten. Ook de Rijksoverheid en de gemeente heeft een groot aandeel in het ontstaan en voortbestaan van problemen. Uitvoering schuldhulpverlening, hulp bij administratie en aanmelding voor schuldhulp In Haarlemmermeer kunnen onder andere vrijwilligers van Humanitas of MeerWaarde helpen met geldzaken en het op orde brengen van de financiële administratie. Zij hebben kennis van en ervaring met financiële en administratieve zaken en zij kunnen doorverwijzen naar PLANgroep indien er sprake is van problematische schulden. Humanitas is ook verantwoordelijk voor de financiële cafés in Hoofdorp en Nieuw Vennep.
Op een aantal plaatsen binnen de gemeente heeft MeerWaarde PlusPunten. Daar kunnen inwoners terecht voor ‘hulp bij administratie’ of de ‘formulierenbrigade’. Bij de ‘formulierenbrigade’ kunnen inwoners hulp en ondersteuning krijgen van vrijwilligers bij het invullen van formulieren zoals het aanvragen van kwijtschelding gemeentelijke belastingen of het aanvragen van schuldhulpverlening en budgetbeheer. De gemeente Haarlemmermeer heeft de uitvoering van schuldhulpverlening volledig uitbesteed aan PLANgroep. Inwoners kunnen zich, zonder tussenkomst van de gemeente melden bij PLANgroep voor hulp.
4
Inwoners komen in beeld via onder meer Humanitas of Meerwaarde, maar ook steeds vaker door de signalen van betalingsachterstanden die de gemeente ontvangt van vaste lastenpartners, zoals zorgverzekeraars en nutsbedrijven. Inwoners die zich bij PLANgroep hebben gemeld worden eerst naar het aanmeldteam van MeerWaarde verwezen voor inventarisatie van alle schulden en op orde brengen van de administratie. Stagairs en vrijwilligers helpen de inwoners. Vervolgens gaan deze inwoners naar PLANgroep voor de start van het schuldhulptraject. Binnen vier weken nadat een inwoner zich meldt, voert PLANgroep een gesprek met de inwoner waarin de hulpvraag wordt vastgesteld. Deze termijn willen we terugbrengen naar twee weken. Indien er sprake is van een bedreigende situatie neemt PLANgroep binnen 24 uur contact op met de inwoner. Onder bedreigende situatie wordt verstaan gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit of water of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering. Overzicht van aanmeldingen voor schuldhulpverlening Hieronder een overzicht van het aantal aanmeldingen dat bij PLANgroep is ingediend vanaf 2018. Daarnaast zijn de landelijke cijfers vermeld. aanmeldingen schuldhulpverlening gemeente Haarlemmermeer
aanmeldingen schuldhulpverlening landelijk 90000
500 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0
88000 86000 84000 82000 80000 78000 76000 74000 72000 2018
2019
2020
2021
2018
2019
2020
2021
De landelijke cijfers over 2021 zijn (nog) niet beschikbaar
Gevolgen corona Door uitbreken van de coronacrisis was de verwachting dat we een toename van het aantal schuldhulpvragen zouden zien. Tot op heden is er nog een stijging te zien van het aantal aanvragen. Het aantal aanmeldingen is gestabiliseerd. Ook in 2021 waren er meermaals periodes waarin de coronacrisis voor sociale beperkingen zorgde. Dit komt overeen met het beeld dat naar voren komt uit de Monitor schuldhulpverlening gemeenten tijdens de coronacrisis (Divosa/NVVK). Toch wordt er een toename verwacht van hulpvragen in 2022. De Nederlands Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) houdt rekening met een toename van 30%. Een harde prognose is echter moeilijk te maken. Daarnaast is de populatie die door de coronacrisis in de problemen komt een andere dan die gewoonlijk een beroep doet op schuldhulpverlening. Er zijn veel ondernemers en werknemers die te maken hebben met een plotselinge daling van het gezinsinkomen. Het is een groep die grotendeels geen ervaring heeft met schuldhulpverlening. Mogelijk is deze groep wel zelfredzamer dan gemiddeld, en vindt ze snel de weg naar hulp. Lichtere vormen van hulp volstaan dan. We hebben daarnaast ook te maken met een groep mensen die al financiële problemen had. Zij hebben zich tijdens deze periode niet gemeld omdat de daarvoor beschikbare loketten dicht waren, of alleen telefonisch en digitaal te benaderen.
Veel van deze hulpvragers hebben hier moeite mee omdat ze niet digitaal vaardig zijn. Dat zien we terug in de daling van de instroom tijdens de crisis. Niet alle NVVK-leden zien dit effect, maar gemiddeld genomen is dit wel de trend. Ook voor hen geldt het stuwmeer-effect. Problematische schulden De uitvoering van schuldhulpverlening is gemandateerd aan een externe schuldhulpverleningsorganisatie. Per 1 juni 2016 is, na een aanbestedingsprocedure, PLANgroep gecontracteerd. De gemeente verzorgt de beleidsregie en sturing.
5
De aanbieder biedt onder andere de volgende producten aan in het kader van schuldhulpverlening: • schuldregeling middels een minnelijke schikking; • schuldregeling op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp); • aanbieden van een saneringskrediet; • vroegsignalering (‘vroeg eropaf’ en ‘eropaf Haarlemmermeer’); • moratorium; • crisisinterventie; • nazorg; • verschillende vormen van budgetbeheer. Schuldregeling middels een minnelijke schikking Schuldregeling is het belangrijkste onderdeel van de curatieve schuldhulpverlening. Hierbij worden de schulden opgelost. De schuldenaar spaart maandelijks geld voor de schuldeisers. Periodiek wordt het gespaarde geld overgemaakt naar de schuldeisers. Na achttien maanden wordt het restant van de schulden kwijtgescholden. Bij wisselende inkomsten is van tevoren niet duidelijk hoeveel schuldeisers uiteindelijk betaald krijgen. Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (Wsnp) Als een schuldregeling niet mogelijk blijkt, wordt verwezen naar de Wsnp. De rechter beoordeelt onder andere of de schuldenaar ‘te goeder trouw’ is geweest. De schulden worden gesaneerd, wat betekent dat de schuldeisers in één keer een gedeelte van hun vordering krijgen en de rest moeten kwijtschelden. Onder toezicht van een Wsnp-bewindvoerder betaalt de schuldenaar in achttien maanden de resterende schuld terug.
De schuldenaar heeft daarna een ‘schone lei’. Saneringskrediet In het beleidsplan 2017 – 2021 was de mogelijkheid om een saneringskrediet te verstrekken nog niet opgenomen. Wij zijn daar in 2019 echter wel mee gestart. Met saneringskredieten worden alle schuldeisers in één keer aan het begin van het traject afgelost. Het incassotraject valt daarna definitief stil. Vergeleken met schuldbemiddeling heeft een saneringskrediet de volgende voordelen: • het biedt rust en overzicht voor mensen met schulden zodat ze weer kunnen meedoen in de maatschappij (bijvoorbeeld een opleiding volgen of werken); • voor schuldhulpverleners vermindert het de administratieve belasting; • het is aantrekkelijk voor schuldeisers omdat ze het dossier snel kunnen sluiten. Ze krijgen binnen enkele weken het afgesproken bedrag. Het voorkomt ook incassokosten en kosten van (loon)beslagen. Om de schulden te betalen sluiten inwoners via een kredietbank een krediet af dat in achttien maanden moet worden afgelost. De gemeente staat borg voor het door een kredietbank verstrekte krediet. In 2021 zijn er 54 saneringskredieten ingezet. Omdat het inzetten van een saneringskrediet veel voordelen biedt voor de inwoners, willen wij dit aantal verhogen naar 70 op jaarbasis. Waar nodig zal nazorg worden ingezet. Dit kan bijvoorbeeld budgetbeheer zijn.
Het risico voor de gemeente is in de praktijk verwaarloosbaar, 97% van de klanten lost het saneringskrediet volledig af. Inmiddels is er een landelijk waarborgfonds in het leven geroepen waarmee het financiële risico voor de gemeente volledig wordt afgedekt. Anders dan bij schuldbemiddeling hoeft de hulpvrager een eventuele inkomensverhoging niet te delen met de schuldeisers. Het biedt rust en overzicht voor mensen met schulden, zodat ze weer kunnen meedoen in de maatschappij (bijvoorbeeld een opleiding volgen of werken). Bovengenoemde producten vormen een onmisbaar onderdeel van schuldhulpverlening. Door vroegsignalering en preventie wordt het gebruik van deze producten naar verwachting sterk teruggedrongen.
Moratorium Het moratorium is een adempauze voor mensen die diep in de schulden zitten. De schuldeisers mogen zes maanden niet incasseren en de schuldhulpverlener kan gedurende deze periode de zaken van de schuldenaar op orde brengen. Een verzoek voor een moratorium moet worden ingediend bij de rechtbank. Crisisinterventie
6
Indien er sprake is van een bedreigende/crisis situatie neemt PLANgroep binnen 24 uur contact op met de inwoner. Onder bedreigende/crisis situatie wordt verstaan gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit of water of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering. Nazorg We willen niet dat er opnieuw schulden ontstaan als de financiële problemen zijn opgelost. Daarom houden we nadat de schuldhulpverlening is afgerond de vinger aan de pols. PLANgroep beoordeelt bij elke klant die uitstroomt of bijvoorbeeld een (schuld)hulpverlener of vrijwilliger de klant nog enige tijd moet ondersteunen. Daarnaast wordt met elke klant een jaar na uitstroom contact opgenomen. Nazorg is niet vrijblijvend en is onderdeel van ons traject schuldhulpverlening. Verschillende vormen van budgetbeheer Het inkomen gaat naar een speciale bankrekening die wordt beheerd door een budgetbeheerder. Veelal zal dit PLANgroep zijn. De budgetbeheerder ziet erop toe dat bijvoorbeeld de vaste lasten worden betaald en dat de schulden worden afgelost. Een andere vorm van budgetbeheer is de doorbetaling van de vaste lasten vanuit de bijstandsuitkering. Vroegsignalering De meeste beleidsmaatregelen in dit beleidsplan zijn voor onze inwoners direct merkbaar.
Maar echte, grote en structurele veranderingen vragen tijd en een meer omvattende aanpak waarbij aandacht is voor werk, een toereikend inkomen, onderwijs, opvoedondersteuning, gezondheid, leefbaarheid en meer. In de kadernota sociaal domein 2023-2026 willen we expliciet focus leggen op onze meest kwetsbare inwoners. Deze inwoners dienen te beschikken over minimale basisvoorwaarden om te kunnen deelnemen aan de samenleving (zoals inkomen, huisvesting, gezondheid en veiligheid). Vroegsignalering is een werkwijze die direct merkbaar is voor inwoners. Vroegsignalering is een gerichte actie om in contact te komen met burgers met (dreigende) problematische schulden en ze uit eigen beweging hulp aan te bieden. Bij vroegsignalering gaat het om personen die niet in beeld zijn bij de gemeente en die mogelijk ook niet weten dat ze hulp kunnen krijgen. Gemiddeld wachten mensen vijf jaar voordat ze hulp zoeken. In die periode is een kleine betalingsachterstand vaak uitgegroeid tot een grote schuld. Slechts een klein deel van de huishoudens met betalingsproblemen weet de weg naar hulpverlening te vinden. Daarom is vroegsignalering van groot belang, omdat we inwoners veel eerder in beeld hebben en problematische schulden kunnen voorkomen. De afgelopen jaren is in veel gemeenten ervaring opgedaan met vormen van vroegsignalering.
De gemeente Haarlemmermeer is in 2018 al gestart met vroegsignalering met het project “vroeg eropaf”. Bij de start van dit project kregen we signalen van betalingsachterstanden van woningcorporatie Ymere. In eerste instantie is Ymere zelf verantwoordelijk om een incassoprocedure te starten. Indien dit traject niet slaagt wordt de betrokken inwoner aangemeld voor “vroeg eropaf”. Met de wijziging van de Wgs is expliciet in de wet opgenomen dat het noodzakelijk is dat gemeenten vanaf 1 januari 2021 persoonsgegevens uitwisselen voor vroegsignalering. Hierdoor werken wij conform de Wgs en de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). De signalen dienen echter wel aan de volgende eisen te voldoen: • het gaat om signalen van (een vermoeden) van schulden die problematisch zijn of dreigen te worden. Dus niet een kleine betalingsachterstand; • de vaste lasten partner heeft al een sociale incasso ingezet, maar dat heeft niet tot betaling geleid; • het signaal is noodzakelijk (proportioneel) voor vroegsignalering. Dat is bijvoorbeeld niet zo als er een betalingsregeling getroffen is die nagekomen wordt. Zowel de gemeente als de vaste lasten partner moeten die noodzaak kunnen aantonen.
Uitvoering vroegsignalering Bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) zijn signalen opgenomen die voor het college aanleiding zijn om uit eigen beweging schuldhulpverlening aan te bieden. Het gaat om signalen: 1. waarmee redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of dat hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen; of
7
2. die een bedreigende situatie voorspellen, zoals woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering. Dit betreft de zogenaamde ‘vaste lastenpartners’. Het aanbieden van hulp door de gemeente is niet vrijblijvend. In de Wgs is opgenomen dat de gemeente verplicht is om een hulpaanbod te doen. De wijze waarop dit wordt gedaan is aan de gemeente. Er is niet geregeld dat de gemeente bij alle signalen een huisbezoek moet afleggen. Vaak is dit ook een te zwaar middel. Burgers vergeten gewoonweg wel eens een rekening te betalen. In een aantal gevallen zal kunnen worden volstaan met het sturen van een kaartje met daarin de mogelijkheid om hulp te krijgen. Bij een samenloop van signalen wordt telefonisch contact opgenomen met de burger. Bij hoge schulden en schulden bij een woningcorporatie wordt een huisbezoek afgelegd zoals dat nu ook de praktijk is bij ‘Vroeg eropaf’. Pilot vroegsignalering door wijziging Wgs Vanaf de start van ‘Vroeg eropaf’ in 2018 worden er maximaal 25 signalen op maandbasis (waar een huisbezoek plaatsvindt) in behandeling genomen. Dit betreft signalen van woningcorporatie Ymere. Bij een signaal van een betalingsachterstand gaat een medewerker van PLANgroep samen met een maatschappelijk werker van MeerWaarde op huisbezoek.
Het aantal van 25 is tot nu toe toereikend gebleken. Met PLANgroep zijn we in januari 2021 een pilot gestart om het aantal signalen in beeld te brengen. Bij de start van de pilot was nog helemaal niet bekend hoeveel signalen van betalingsachterstanden we als gevolg van de wijziging van de Wgs per 1 januari 2021 maandelijks zouden gaan ontvangen. In maart 2021 zijn er 228 signalen ontvangen en in mei was dit aantal opgelopen tot 451. Vanaf oktober 2021 ligt het aantal meldingen tussen de 400 en 500 per maand. Dit zullen mogelijk meer signalen gaan worden, omdat (nog) niet alle vaste lasten partners achterstanden melden bij de gemeente. Op dit moment melden 56 (stand per maart 2022) vaste lasten partners betalingsachterstanden bij de gemeente. In de toekomst zal dit aantal gaan toenemen en zullen ook meer plaatselijke leveranciers gaan aansluiten. Hoeveel partijen uiteindelijk achterstanden gaan melden is niet bekend. Landelijk beeld vroegsignalering Over 2021 heeft DIVOSA voor het eerst de monitor ‘vroegsignalering schulden’ opgesteld. Onze gemeente levert informatie voor het opstellen van deze monitor. Sinds 2021 zijn er 364.587 signalen van betalingsachterstanden van 121 gemeenten gemeld. Iets meer dan de helft (52%) van deze signalen komt van de zorgverzekeraars. Dit is een bekend beeld.
Mensen betalen als eerste de zorgverzekering niet meer omdat dit geen directe gevolgen heeft. In 2021 zien we dat het grootste deel (74%) van de signalen leidt tot een enkelvoudige melding. Dit betekent dat er één signaal van een betalingsachterstand is gekomen van één vaste lasten partner over één maand bij een huishouden. 4% van de meldingen bevatten signalen van meerdere vaste lasten partners over één maand. Over 2021 zien we gemiddeld per maand 3,1 signalen per 1000 inwoners. Opgeteld gaat het om 37 signalen per 1000 inwoners in 2021. In 2021 hebben gemeenten het vaakst geprobeerd om telefonisch een hulpaanbod te doen aan een inwoner (50% van de contactpogingen). 11% van de contactpogingen betrof een huisbezoek. Een groot deel van de gemeenten heeft in 2021 gedurende een bepaalde periode geen huisbezoeken uitgevoerd vanwege coronamaatregelen. Wel wordt door 95% van de ondervraagde gemeenten deze manier van contact zoeken ingezet. Van alle meldingen waarbij gemeenten een contactpoging hebben geregistreerd, is in 25% van de gevallen ook daadwerkelijk contact gelegd. Kijken we naar het totaal meldingen, dus ook meldingen zonder contactpoging, dan ligt het percentage iets lager met 17,2%. 'Contact gelegd' betekent dat een inwoner heeft gereageerd op een brief of e-mail, of bijvoorbeeld de deur heeft opengedaan als er werd aangebeld.
In bijna 60% van de gevallen waarbij hulp is geaccepteerd, ging dit om een quick fix. Dit betekent dat de gemeente snel met de inwoner een oplossing heeft kunnen vinden, zonder dat een verder hulptraject noodzakelijk is. In ongeveer 40% van de gevallen heeft een verwijzing plaatsgevonden. Het meest voorkomend is daarbij een verwijzing die niet financieel van aard is. Bijvoorbeeld een verwijzing naar maatschappelijk werk of lokale minimavoorzieningen. In 5% van de gevallen is verwezen naar schuldhulpverlening en in 6% van de gevallen naar andere financiële hulpverlening. Percentages rondom het type hulp kunnen per gemeente verschillen, afhankelijk van hoe het proces is ingericht. Om goed zicht te krijgen op de methodes die het meest succesvol zijn om contact te leggen en hoe zich dit verhoudt tot het type signalen, is verdiepend onderzoek belangrijk. Vanuit de Divosa Monitor Vroegsignalering
8
Schulden wordt dit jaar een eerste analyse gemaakt van de verzamelde data om hierover in december 2022 een publicatie naar buiten te brengen. Beeld binnen de gemeente Op grond van de pilot in onze gemeente en de landelijke monitor ‘vroegsignalering’ hebben we nu als gemeente een globaal beeld van het aantal signalen dat we maandelijks naar verwachting zullen ontvangen. Vooralsnog blijven we 25 huisbezoeken per maand uitvoeren. De huisbezoeken worden afgelegd door een medewerker van PLANgroep en een sociaal werker van stichting MeerWaarde. Zoals eerder aangegeven gaan we niet in alle gevallen op huisbezoek. Dit is vaak een te zwaar middel. Wij gaan echter wel de volgende acties ondernemen bij de ontvangst van signalen: • het versturen van een kaartje; • versturen van sms’je (naar jongeren); • telefonisch contact; • een huisbezoek. Het versturen van een kaartje en een sms’je zal plaatsvinden bij enkelvoudige signalen. Er zal telefonisch contact worden opgenomen met de inwoner als er meerdere signalen van betalingsachterstanden zijn. Wij gaan samen met de vrijwilligersorganisaties in onze gemeente die inwoners ondersteunen bij geldzaken bespreken of zij hierin een rol kunnen krijgen indien dit op grond van de AVG toegestaan en mogelijk is.
In december 2022 zullen wij aan de hand van de eerste analyse van de Divosa monitor ‘vroegsignalering’ beoordelen of we de werkwijze en acties moeten aanpassen om inwoners nog beter te ondersteunen en helpen om problematische schulden te voorkomen. Uitbreiding signalen Vooralsnog mogen gemeente geen gegevens gebruiken van andere partijen, zoals gegevens over lokale belastingschulden en hypotheekachterstanden. Deze schulden mogen gemeenten in een later stadium er wel bij betrekken, namelijk op het moment dat een burger het hulpaanbod van de gemeente heeft geaccepteerd. De gemeente mag dan alle schulden, waaronder lokale belastingschulden en hypotheekachterstanden, inventariseren om een plan van aanpak op te stellen. Met banken zullen nadere afspraken worden gemaakt over voorlichting aan inwoners met betalingsachterstanden. Belangrijk is dat de inwoner met een betalingsachterstand er zo vroeg mogelijk op gewezen wordt dat de gemeente hulp kan bieden. Vorderingen van de Belastingdienst, die misschien een betere indicatie voor schuldenproblematiek kunnen zijn dan de reeds genoemde betalingsachterstanden, zijn niet opgenomen voor vroegsignalering in de Wgs. De persoonsgegevens van burgers met Belasting- en/of toeslagschulden kunnen daarom niet zonder toestemming van de burger gedeeld worden met gemeenten.
De Wgs bevat een experimenteerbepaling op grond waarvan tijdelijk – gedurende maximaal vijf jaar - een signaal van een schuldeiser over betalingsachterstanden, kan worden gedeeld met gemeenten. Met een tiental gemeenten, waaronder de gemeente Haarlemmermeer worden de mogelijkheden van een experiment onderzocht. Het doel van het experiment is: vaststellen of bepaalde gegevens van de Belastingdienst een betere indicatie vormen voor problematische schulden dan de gegevens die vanaf 1 januari 2021 gedeeld mogen worden met gemeenten. Als de gegevens van de Belastingdienst leiden tot het in beeld krijgen van een nieuwe doelgroep, dan is er sprake van toegevoegde waarde van het delen van deze gegevens. De gegevensuitwisseling moet een bijdrage leveren aan het vroegsignaleren van schulden door gemeenten. Mogelijk kan in 2022 worden gestart met dit experiment. Ook met signalen van betalingsachterstanden van gemeentebelastingen kunnen naar verwachting meer inwoners met financiële problemen eerder worden bereikt, dan met de huidige vroegsignalering. Daarom is er met een tiental gemeenten gestart met een experiment. Tijdens het experiment gaan medewerkers, belast met de invordering van gemeentebelastingen, signalen over betalingsachterstanden doorgeven aan de aangesloten gemeenten.
Naast het experiment gemeentebelastingen start per 1 januari 2022 ook een experiment met als doel het bereiken van huiseigenaren met financiële problemen door middel van hypotheekachterstanden. De NVVK verzorgt voor dit experiment de coördinatie. Project ‘Eropaf Haarlemmermeer’
9
Met vroegsignalering willen we zoveel mogelijk problematische schulden en huisuitzettingen voorkomen. Toch kan hiervan nog wel sprake zijn. Inwoners zijn immers niet verplicht om mee te werken aan vroegsignalering. Wij zijn daarom samen met stichting MeerWaarde en PLANgroep op 1 september 2021 het project ‘Eropaf Haarlemmermeer’ gestart. Dit project loopt tot 1 januari 2023. De ambitie van ‘Eropaf Haarlemmermeer’ is het voorkomen van huisuitzettingen bij crisis en het creëren van financiële stabiliteit. Het project ‘Eropaf Haarlemmermeer’ wil bij een vonnis tot uithuiszetting de inwoner de kans bieden om te werken aan herstel van zijn financiële situatie met als doel huiszetting voorkomen. De inwoner heeft voorafgaand aan dit vonnis op meerdere aanzeggingen van de verhuurder niet adequaat gereageerd of niet adequaat kunnen handelen. In dit project worden deze zeer kwetsbare inwoners (waarbij over het algemeen multi-problematiek speelt) en waarbij eerdere interventies niet hebben geleid tot een oplossing in de financiële situatie intensief en proactief benaderd om hen te behoeden voor uithuiszetting. In afstemming met PLANgroep wordt het eerste kennismakingsgesprek gepland en wordt het vertrouwen van de inwoner gewonnen. Om samen met de inwoner de financiële situatie onder controle te krijgen motiveert de sociaal werker de inwoner om deel te nemen aan het project.
De sociaal werker is hierbij ondersteunend en gaat uit van wat de inwoner op dat moment aan kan. De sociaal werker zal als casusregisseur het overzicht houden op alle zorg en ondersteuning die ingezet moet worden en daadwerkelijk ingezet wordt. De partners in het project ‘Eropaf Haarlemmermeer’ waarmee wordt samengewerkt na totstandkoming van contact met de inwoner in dit project zijn onder andere de GGD en stichting MEE. In de praktijk zijn er op uitvoeringsniveau nog vele partijen te bedenken die bij ‘Eropaf Haarlemmermeer’ betrokken worden, dit is echter maatwerk per inwoner en daarom is het niet mogelijk om in een volledig overzicht op te nemen. De pilot liep in eerste instantie tot 1 maart 2022. Inmiddels is gebleken dat deze werkwijze zeer succesvol is. Van de 44 aanzeggingen tot huisuitzetting welke wij tot juli 2022 hebben ontvangen zijn er 40 voorkomen. We gaan daarom door met de werkwijze van ‘Eropaf Haarlemmermeer’ tot 1 januari 2023. De verwachting is overigens dat het aantal huisuitzettingen zal dalen als gevolg van voegsignalering. Terugdringen van het niet gebruik van inkomensondersteunende voorzieningen Om schulden te voorkomen is het belangrijk dat inwoners gebruik maken van alle inkomensondersteunende voorzieningen van zowel de gemeente als de rijksoverheid.
Daarom gebruiken wij als gemeente sinds 1 maart 2020 bij het indienen van een aanvraag het programma ‘bereken uw recht’ (BUR). Het programma BUR is ontwikkeld om met één digitaal loket de minimaregelingen toegankelijker te maken en daarmee het gebruik van deze regelingen te vergroten. Tijdens het aanvraagproces worden inwoners gewezen op andere inkomensondersteunende voorzieningen waar mogelijk recht op bestaat. Met de evaluatie van BUR is inzicht verkregen in het gebruik van over de periode 1 maart 2020 tot 1 maart 2021, inclusief de ervaringen van gebruikers en het maatschappelijk middenveld. De uitkomsten van deze evaluatie laten zien dat BUR als digitaal loket voor minimaregelingen een waardevol instrument is dat in een behoefte voorziet. Wij continueren daarom het gebruik van BUR in 2022 en gaan op basis van de verkregen input BUR verder optimaliseren en versimpelen. Uit het rapport “niet-gebruik van de algemene bijstand” uit april 2021 van de inspectie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijkt dat 35% van de mensen die recht hebben op bijstand daar geen gebruik van maken. Een derde van de groep niet-gebruikende huishoudens heeft in het geheel geen of een zeer beperkt (geregistreerd) inkomen, tot maximaal 20% van de bijstandsnorm. Dit is een landelijk beeld.
Ook in onze gemeente maakt niet iedere inwoner die daar recht op heeft gebruik van alle inkomensondersteunende voorzieningen. Op dit moment maakt 23,7% van de inwoners gebruik van de bijzondere bijstand. Dit percentage willen wij verhogen naar 40% in 2026. Het gebruik van het ‘kindpakket’ willen wij verhogen van 39,5% in 2020 naar 60% in 2026. Het bereik tegemoetkoming schoolkosten willen wij ook laten stijgen naar 60%. Dit was in 2020 41%. Ook het gebruik van de overige inkomensondersteunende voorzieningen zoals ‘Haarlemmermeer doet mee’ voor volwassenen, individuele inkomenstoeslag en de computerregeling willen wij laten stijgen naar 50%. Het is zorgelijk dat veel huishoudens als gevolg van niet-gebruik van de bijstand onder het sociaal minimum uitkomen en vraagt om een proactieve aanpak van het terugdringen van het niet-gebruik. Wij gaan daarvoor de mogelijkheden van bestandskoppelingen onderzoeken en de voorlichting intensiveren. Dit gaan we samendoen met de ketenpartners en de gemandateerde professionals binnen het sociaal domein. Tot slot gaan wij inwoners aanschrijven dat zij recht hebben op bepaalde voorzieningen. Als voorbeeld noemen wij de individuele inkomenstoeslag. Wij wachten nu af tot een inwoner zich meldt voor een aanvraag. In plaats hiervan gaan we inwoners gericht benaderen.
10
Tot slot werken wij mee aan een project van Platform 31 dat in opdracht van de G40 een onderzoek verricht om werkende armen beter te kunnen bereiken. Dit is een doelgroep die veelal niet bij de gemeente bekend is. Hoe vind je deze mensen om – proactief – (financiële) problemen te voorkomen of ondersteuning en hulp aan te bieden? Bij dit project zal kennis met andere gemeenten worden gedeeld over de doelgroep om deze beter te bereiken. Dashboard minima gemeente Haarlemmermeer Jaarlijks wordt het ‘dashboard minima gemeente Haarlemmermeer’ door adviesbureau Kwiz opgesteld. Het dashboard beschrijft de doelgroepen welke recht hebben op het lokale armoedebeleid aan de hand van een aantal kenmerken. In het dashboard zijn de belangrijkste cijfers over het gebruik van minimaregelingen welke binnen de gemeente Haarlemmermeer gelden opgenomen. Hierdoor kunnen wij beter sturen op het terugdringen van het ‘niet gebruik’ van deze voorzieningen. Hieronder een overzicht van de belangrijkste inkomensondersteunende voorzieningen in de gemeente Haarlemmermeer. Opvallend is dat er veel gebruik wordt gemaakt van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Dit wordt veroorzaakt doordat kwijtschelding automatisch wordt toegekend. Inwoners hoeven hiervoor geen aanvraag in te dienen.
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2020
28,4 71,6
kwijtschelding
geen kwijtschelding
Bereik bijzondere bijstand inwoners met inkomen tot 120 wsm 2020 23,70%
76,30% gebruik bijzondere bijstand
niet gebruik bijzondere bijstand
11
gebruik collectieve zorgverzekering inwoners met een inkomen tot 120% wsm 2020
42,1 57,9
gebruik collectieve zorgverzekering
niet gebruik collectieve zorgverzekering
gebruik individuele inkomenstoeslag 2020
22,3 77,7
gebruik van individuele inkomenstoeslag niet gebruik van individuele inkomenstoeslag
Jongeren en schulden In het kader van preventie is het van groot belang om kinderen in de opvoeding en scholing financiële voorlichting te geven om armoede die van generatie op generatie gaat te doorbreken en om jongeren voor te bereiden op hun financiële toekomst. Kinderen moeten leren omgaan met geld. Primair is dit de verantwoordelijkheid van de ouders. Dit wil echter niet zeggen dat de gemeente hierbij niet kan ondersteunen. Sinds 2018 worden er op initiatief van de gemeente gastlessen verzorgd op middelbare scholen door Diversion. De gastlessen hebben in 2020 en 2021 deels stilgelegen door de uitbraak van corona. Het onderwijsprogramma MoneyWays, ontwikkeld door Diversion en het Nibud, maakt geldzaken en financiële problematiek bespreekbaar in schoolklassen door heel Nederland. In MoneyWays gaan jonge rolmodellen (tussen de 18-27 jaar), zogeheten peer educators, het gesprek over geld aan met de klas. Door over hun eigen ervaringen en financiële uitdagingen te vertellen kunnen ze op laagdrempelige wijze het gesprek aangaan met jongeren en gevoelige onderwerpen aansnijden. Onderwerpen als schulden, opgroeien in armoede, schaamte, verleidingen en groepsdruk worden hierdoor bespreekbaar gemaakt. Uit de evaluatie die is uitgevoerd door het Verwey-Jonker Instituut blijkt dat MoneyWays een succesvolle methode is.
Aangetoond is dat de peer education methode, zoals toegepast binnen MoneyWays, een sterke methode is om bij jongeren het financieel bewustzijn te versterken en financiële problemen bespreekbaar te maken. Hiermee kunnen in de toekomst financiële problemen worden voorkomen. Beleggen Beleggen is in opkomst onder jongvolwassenen, maar is een risicovollere vorm van vermogensopbouw dan sparen. Uit onderzoek van het NIBUD blijkt dat 42% van de jongvolwassenen tussen de 18 en 30 jaar belegt. Tijdens de gastlessen van MoneyWays wordt aandacht besteed aan het risico van beleggen, maar ook het bezit van cryptovaluta.
12
Geldezel Een ander punt van zorg is dat jongeren worden benaderd om “geldezel” te zijn. Hierbij stelt de jongere zijn of haar rekening beschikbaar om grote sommen frauduleus verkregen geld door te sluizen naar andere accounts. Jongeren overzien de consequenties van hun handelen vaak niet. Ze weten niet dat ze meewerken aan criminele activiteiten. Sterker nog, volgens de wet zijn ze strafbaar en medeplichtig aan witwassen. Om het gesprek hierover op gang te helpen, is binnen MoneyWays een vraag over “geldezels” toegevoegd aan het lesprogramma Bereik van jongeren en onderwijsinstellingen Vanaf 2018 werkt de gemeente Haarlemmermeer en Diversion samen om MoneyWays om de inzet op preventie van armoede en schulden in de gemeente Haarlemmermeer te vergroten. Tussen augustus 2019 en december 2020 zijn we nieuwe samenwerkingen aangegaan voor het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs: a. 25 klassen op het voortgezet onderwijs in schooljaar 2019 – 2020; b. 30 klassen op het mbo in schooljaar 2019 – 2020; c. Aanvullende 20 klassen op het mbo tussen juli en december 2020; d. 30 klassen in 2021 verspreid over 3 scholen. In totaal zijn er tussen augustus 2019 en december 2020 ruim 1.200 jongeren bereikt. Op zowel het voortgezet onderwijs als het middelbaar beroepsonderwijs is MoneyWays zeer positief ontvangen. Docenten geven de MoneyWays-lessen gemiddeld een 7,8.
Bij een aantal scholen en docenten is MoneyWays een vast onderdeel van het schooljaar, zoals op het Nova College, Praktijkschool de Linie, Haarlemmermeer Lyceum de Zuidrand, Herbert Visser College. Het Kaj Munk College heeft in het schooljaar 2020-2021 voor het eerst deelgenomen. In het jaar 2021 zijn 30 klassen uitgevoerd. Hiermee heeft Diversion ongeveer 600 jongeren financiële educatie kunnen geven. De docenten in gemeente Haarlemmermeer beoordeelden de lessen gemiddeld met een 8, de jongeren gemiddeld met een 7,5. Gelet op het vorenstaande en de resultaten uit het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut willen wij deze gastlessen ook blijven geven in 2022 en verder. Felicitatiekaart Jongeren die 18 jaar worden krijgen te maken met tal van wijzigingen. Wij feliciteren deze groep met hun verjaardag door middel van het sturen van een kaart waarop tevens is vermeld wat het gevolg is van het bereiken van deze leeftijdsgrens. Zo worden maandelijks circa 160 jongeren bereikt. Scholen hebben een belangrijke functie bij het signaleren van financiële problemen. De school heeft te maken met ouders die de bijdrage aan het boekenfonds niet of niet tijdig betalen of de ouderbijdrage niet voldoen. Dit kan het gevolg zijn van (problematische) schulden of een indicator voor het gaan ontstaan daarvan.
Bij zelfstandig wonende studenten kan een achterstand in de huurbetaling ook een vroegtijdig signaal opleveren. Wij krijgen melding van deze signalen en nemen contact op met de studenten om hulp aan te bieden. Theatervoorstellingen Kikid verzorgt theatervoorstellingen over geld en schulden. Dit is onderdeel van een breder aanbod. Er worden voorstellingen aangeboden over pesten, relaties, alcohol en dus geld. De scholen maken zelf de keuze over welk thema ze een voorstelling willen krijgen. Over het algemeen wordt gekozen voor de voorstelling ‘pesten’. Kikid ontvangt subsidie van de gemeente voor: • theaterprojecten voor het voortgezet onderwijs. Dit betreft 5 scholen x 4 educatieve theaterprojecten en 2 scholen x 2 educatieve theaterprojecten; • 20 educatieve theaterprojecten voor het primair onderwijs. Dit betreft 10 scholen x 2 educatieve theaterprojecten. Activiteiten halt HALT geeft in het kader van preventie (vooral criminaliteit) voorlichtingen. Op gebied van geld bestaan er twee interventies. • over geldezels (deze les is specifiek ontworpen voor het mbo); • over ondermijning: de kosten van snel geld verdienen. Scholen kunnen deze lessen op kosten van de gemeente aanvragen. HALT wordt gesubsidieerd voor het geven van 208 voorlichtingen per jaar.
13
Onderzoek vraagverlegenheid bij het bespreekbaar maken van geldstress bij jongeren Wij werken als gemeente mee aan een onderzoek naar vraagverlegenheid bij het bespreekbaar maken van geldstress bij jongeren in de gemeente Haarlemmermeer. Aanleiding voor dit onderzoek is het feit dat Jongeren te laat om hulp vragen bij beginnende betalingsachterstanden en schulden. De vraag is hoe professionals gezamenlijk kunnen omgaan met vraagverlegenheid bij het bespreekbaar maken van geldstress en schulden onder jongeren tussen de 16 en 27 jaar in Haarlemmermeer? Om deze vraag te beantwoorden is er een samenwerking tussen Nova College (STIP), Inholland (SSC), MeerWaarde (jongerenwerk), Plangroep (schuldhulpverlening) en de gemeente Haarlemmermeer gestart.
De onderzoeksvragen zijn: (1) hoe herkennen en erkennen jongeren hun eigen vraagverlegenheid en die van hun peers als het gaat om geldstress en schulden?; (2) wat helpt jongeren om een hulpvraag te stellen met betrekking tot het ervaren van geldstress en schulden?; (3) wat is er nodig om jongeren te helpen tijdig ondersteuning in te schakelen bij hun (beginnende) schulden? Doel van dit onderzoek is: • er is zicht op hoe jongeren hun eigen vraagverlegenheid erkennen en herkennen met betrekking tot geldstress en schulden; • er is kennis over wat jongeren helpt om een hulpvraag te stellen met betrekking tot hun geldstress en schulden; • er is inzicht over wat jongeren nodig hebben om tijdig (preventief) ondersteuning in te schakelen bij hun (beginnende) schulden; • aanbevelingen over verbeterde preventieve werkwijzen en methodieken die professionals ondersteunen bij het tijdig bespreekbaar maken van geldstress en schulden bij jongeren. Naar verwachting zal eind 2022 dit onderzoek worden afgerond. Schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen Een aanzienlijk aantal gezinnen met kinderen leeft in armoede en in die situatie kunnen snel schulden ontstaan. Kinderen groeien dan op in een schuldensituatie en het risico bestaat dat zij daardoor zelf ook eerder schulden gaan maken. Deze specifieke groep verdient daarom extra aandacht.
Bij deze doelgroep gaan we zeer terughoudend om met het opleggen van maatregelen zoals de bestuurlijke boete en verlaging van de uitkering als gevolg van het niet nakomen van de inlichtingenverplichting. Indien wel wordt besloten tot het opleggen van een maatregel, worden gezinnen met inwonende minderjarige kinderen wel ondersteund bij het betalen van vaste lasten, om te voorkomen dat kinderen geen stabiele woonsituatie hebben en niet verzekerd zijn voor ziektekosten. Er is altijd sprake van maatwerk. Kinderen hebben recht op specifieke regelingen zoals “het kindpakket”, zodat zij kunnen blijven deelnemen aan sociaal-, culturele- en sportactiviteiten. Daarnaast hebben we voor minderjarige kinderen de computerregeling, een tegemoetkoming voor schoolkosten en bijles. Wij zijn als gemeente aangesloten bij de Alliantie Kinderarmoede. In dit netwerk worden organisaties uit alle hoeken van de samenleving bij elkaar gebracht om samen nieuwe, creatieve en slimme ideeën en oplossingen te bedenken voor de aanpak van kinderarmoede. Op landelijk en lokaal niveau. De doelstelling is om er in 2030 voor te zorgen dat geen enkel kind meer de dupe is van armoede. In september 2022 organiseren we samen met stichting Leergeld de bijeenkomst ‘samen voor minima’. Tijdens deze bijeenkomst zal de bestrijding van armoede onder kinderen centraal staan.
Het doel van deze bijeenkomst is om de samenwerking met de ketenpartners te versterken en zo een positief effect te bereiken op het terugdringen en/of voorkomen van schulden en armoede bij inwoners. Veel verschillende organisaties zijn dagelijks bezig met schuldenproblematiek van mensen. Iedereen heeft zijn eigen expertise. De bijeenkomsten zijn mede bedoeld om onderling kennis te maken, gezamenlijke kennis te delen en effectiever te kunnen schakelen tussen personen binnen de verschillende organisaties. Chronisch zieken en gehandicapten De groep chronisch zieken en gehandicapten is er de afgelopen jaren door tal van maatregelen, zoals afschaffen Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg), Compensatie eigen risico (CER) en afschaffing aftrek buitengewone lasten, in netto-inkomen op achteruitgegaan (8 tot 10%). Deels is dit gecompenseerd door het aanbieden van een gemeentelijke collectieve zorgverzekering, maar dat heeft niet tot
14
volledige compensatie van dit inkomensverlies geleid. Deze collectieve zorgverzekering biedt de mogelijkheid om het ‘eigen risico’ van € 385 mee te verzekeren. Deze groep is vaak niet in staat dit eigen risico te betalen, waardoor schulden ontstaan. We kunnen het ontstaan van deze schulden (deels) voorkomen door mensen te wijzen op het feit dat er mogelijk recht bestaat op bijzondere bijstand. Middels de bijzondere bijstand kunnen we maatwerk leveren en de extra kosten als gevolg een chronische ziekte en/of handicap vergoeden. Wij blijven ons inspannen om meer bekendheid te geven aan de mogelijkheid om bijzondere bijstand aan te vragen, middels de website van de gemeenten en de lokale en sociale media. Zie verder onder het kopje ‘communicatie’. Ouderen De afgelopen jaren is het aantal ouderen met problematische schulden toegenomen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek komt dit deels door de vergrijzing, maar ook door een toename van het aantal echtscheidingen, een terugval van de inkomsten doordat pensioenen niet of beperkt geïndexeerd zijn of soms zelfs worden gekort en hoge zorgkosten. Daarnaast hebben ouderen te maken met een toegenomen complexiteit van financiële diensten, de oprukkende digitalisering van dienstverlening en het ontbreken van voldoende computervaardigheden.
Ouderen raken het overzicht kwijt door stopzetting van het sturen van brieven en rekeningoverzichten door banken. In veel gevallen maken ouderen geen gebruik van voorzieningen waar ze recht op hebben. Zo vragen ouderen bijvoorbeeld geen zorgtoeslag aan omdat ze niet weten dat ze daar recht op hebben. En als ze het wel weten, dan weten ze niet hoe ze dat kunnen aanvragen. Tot slot hebben ouderen er moeite mee om geld te vragen. In de praktijk doen weinig ouderen een beroep op schuldhulpverlening. Juist onder oudere inwoners is vraagverlegenheid sterker aanwezig dan bij anderen. Gevoelens van schuld en schaamte staan soms het zoeken naar een oplossing in de weg. Door vroegsignalering hebben we ook deze groep eerder in beeld en kunnen wij tijdig contact opnemen om problematische schulden te voorkomen. Vluchtelingen Gemeenten krijgen met de komst van nieuwe inburgeringswet de opdracht om vluchtelingen die in hun gemeente komen wonen enige tijd financieel te ontzorgen, om te voorkomen dat zij in financiële problemen raken. Vluchtelingen lopen met name in de eerste maanden na huisvesting een vergroot risico om in armoede of schulden terecht te komen. Dit kan komen door bijvoorbeeld taalproblemen en onbekendheid met financiële zaken in Nederland. Deze financiële ontzorging betekent extra administratieve taken voor gemeenten.
In de eerste zes maanden na huisvesting betalen gemeenten vanuit de uitkering van vluchteling huur, premie voor de zorgverzekering en energielasten. Om te kunnen ‘ontzorgen’ wijzigt de Participatiewet. Na de eerste zes maanden kan op basis van een individuele afweging het ontzorgen worden voortgezet. Deze afspraken worden vastgelegd in het Plan Inburgering en Participatie (PIP). Met deze ontzorging kunnen (problematische) schulden worden voorkomen. Zelfstandigen In het verleden was er weinig aandacht voor schuldhulpverlening voor zelfstandigen. Deze groep inwoners was aangewezen op hulp op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). De per 1 januari 2021 gewijzigde Wgs schrijft voor dat gemeenten schuldhulpverlening moeten bieden aan inwoners met problematische schulden waar ze niet zelfstandig uitkomen. Deze verplichting is een aanvulling op het Bbz. Bij de wetswijziging hebben gemeenten ook de wettelijke taak gekregen om schulden vroeg te signaleren bij hun inwoners die financiële problemen hebben. Onder inwoners vallen dus ook de zelfstandigen. De coronacrisis maakt de onzekere positie van zelfstandigen extra zichtbaar. Veel zelfstandigen hebben een zware tijd waarin ze aanzienlijk ingeteerd hebben op hun buffers. Ze hebben schulden gemaakt of geld geleend van familie, vrienden en informele netwerken.
De gemeentelijke schuldhulpverlening kan de komende jaren een grote toestroom van zelfstandigen met geldproblemen en problematische schulden verwachten. Hoe groot de problemen uiteindelijk zullen zijn en hoeveel zelfstandigen zich op welk moment daadwerkelijk gaan melden, blijft lastig te voorspellen. Na het aflopen van de steunmaatregelen van onder andere de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) op 1 oktober 2021 merkten de private schuldhulpverleners een toename van schuldhulpaanvragen. Vanaf 1 juli 2022 dient het verstrekte krediet op grond van de Tozo te worden terugbetaald en met ingang van 1 oktober 2022 moeten kleine zelfstandigen hun schuld aan de Belastingdienst terugbetalen. Dat is ook het moment waarop schuldhulpverleners verwachten dat de schulden verder zullen oplopen en er een beroep zal worden gedaan op schuldhulpverlening. Om de toekomstige toestroom van zelfstandigen met (grote) financiële problemen te helpen hebben wij een
15
overeenkomst afgesloten met adviesbureau Menzing & Partners die schuldhulpverlening biedt aan deze specifieke doelgroep. Laaggeletterdheid, armoede en schulden Rondkomen van een minimuminkomen en/of het hebben van schulden hangt samen met scholing en taalvaardigheid. Mensen die grote moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen zijn veel vaker langdurig arm dan niet-laaggeletterden. Vaak hebben zij ook moeite met het omgaan met de computer. Laaggeletterdheid komt voor onder alle lagen van de bevolking. In Haarlemmermeer is 12% laaggeletterd. Vaak is laaggeletterdheid een belemmering om zelfredzaam te zijn en andersom vergoot armoede de kans op laaggeletterdheid. Voor veel ketenpartners en vrijwilligers is dit een bekend beeld. Voor laaggeletterden is het een extra grote uitdaging om rekeningen te begrijpen, toeslagen aan te vragen en de administratie bij te houden. Voldoende kunnen lezen, schrijven en rekenen zijn essentiële basisvaardigheden om een stabiele financiële situatie te creëren en te houden. Een integrale aanpak van laaggeletterdheid bij mensen met financiële problemen is nodig. Dit betekent dat zowel schuldeisers als schuldhulpverleners, maar ook bijvoorbeeld de Meerteams en de vrijwilligers van de Formulierenbrigade en Thuisadministratie, aandacht hebben voor taal- en rekenvaardigheden van hun cliënten.
Dit kan bereikt worden middels trainingen in het herkennen van en omgaan met laaggeletterdheid. Het is van belang om zo vroeg mogelijk in een (schuldhulpverlenings-)traject laaggeletterdheid te herkennen. Wanneer blijkt dat iemand moeite heeft met lezen, schrijven en/of rekenen, wordt diegene doorverwezen naar het Taalhuis in de bibliotheek. Het Taalhuis is een plek waar volwassenen beter leren lezen, schrijven, rekenen en omgaan met de computer. Inwoners kunnen er cursussen volgen en/of worden doorverwezen naar andere instellingen. Het Taalhuis is een netwerkorganisatie waarbij verschillende lokale Haarlemmermeerse organisaties en twee professionele taalscholen zijn aangesloten: • VluchtelingenWerk; • stichting MeerWaarde; • stichting LiSalaam; • TopTaal; • Sipi; • het Spaarne Gasthuis; • stichting lezen en schrijven; • de gemeente; en • de bibliotheek Haarlemmermeer. Wij brengen de mogelijkheden van het Taalhuis in onze nieuwsbrief onder de aandacht van al onze ketenpartners. Laaggeletterdheid kan ook een reden zijn om budgetbeheer in te zetten. De bankrekening wordt dan beheerd door een instantie die vervolgens de rekeningen en vaste lasten betaalt. Het overgebleven geld wordt aan de inwoner uitgekeerd voor bijvoorbeeld boodschappen, vervoerskosten en andere levenskosten. Door de inzet van budgetbeheer kunnen problematische schulden worden voorkomen.
Vroegsignalering en preventie door de teams Werk en Inkomen, Zorg en Ondersteuning en Leerplicht De casemanagers Werk en Inkomen, Zorg en Ondersteuning en Leerplicht hebben in hun werk veel contact met, doorgaans kwetsbare, inwoners in de gemeente Haarlemmermeer. Zij spreken de mensen zowel in het raadhuis, maar komen ook ‘achter de voordeur’. Ook veel professionals en vrijwilligers van ketenpartners in het gehele sociale domein doen dit. Schuldenproblematiek of het risico hierop wordt hierdoor snel opgemerkt. In dergelijke gevallen wordt direct doorverwezen naar de medewerkers van PLANgroep. Andersom verwijzen de medewerkers van PLANgroep naar het team Werk en Inkomen voor aanvragen bijzondere bijstand, informatie over inkomensaanvullende regelingen en hulp op re-integratiegebied. Om onnodig door- en terugverwijzen naar de gemeente te voorkomen is een mandaat opgesteld waardoor PLANgroep niet langer afhankelijk is van doorverwijzing van de gemeente. Inwoners kunnen zich direct voor hulp melden bij PLANgroep. Wijziging van uitkeringssituatie en noodzakelijke dienstverlening In de praktijk blijkt dat betalingsproblemen kunnen ontstaan bij wijziging van de uitkeringssituatie. Het kan gaan om het bereiken van de 18-jarige leeftijd van één van de kinderen of het beëindigingen van de uitkering als gevolg van werkervaring.
Veel inwoners realiseren zich niet dat deze wijziging gevolgen heeft voor de uitkering en geven dit niet door aan de gemeenten en/of ander uitkeringsinstanties zoals de belastingdienst.
16
Dit heeft vaak tot gevolg dat toeslagen bij de belastingdienst ten onrechte doorlopen en uitkeringsnormen niet of te laat worden aangepast. Hierdoor ontstaan verschillende schulden waarvoor betalingsregelingen moeten worden getroffen waar vaak geen ruimte voor is in het inkomen. Bij beëindiging van de uitkering zullen mensen geïnformeerd worden over het feit dat zij de belastingdienst moeten informeren over deze gewijzigde situatie. Ook zien we nog andere punten waarop de dienstverlening kan verbeteren. Het gaat daarbij om het verbeteren van de dienstverlening bij de intake, waarbij nog meer oog en aandacht is voor de financiële omstandigheden van onze inwoners, zoals: • het tijdig verstrekken van voorschotten en (overbruggings-)uitkeringen; • het wijzen op de mogelijkheid om gebruik te maken van bijzondere bijstand; • het informeren van andere mogelijkheden van (landelijke) financiële ondersteuning; en • het zo snel mogelijk doorverwijzen naar andere partners zoals PLANgroep. Dat past bij de integrale en brede uitvraag bij een aanvraag die voor het gehele sociaal domein wordt doorgevoerd. Daarnaast blijven wij ons inzetten op verdere intensivering van de aanpak van ons arbeidsmarktbeleid en het versterken van de positie van onze inwoners op de arbeidsmarkt. Het verminderen en voorkomen van problematische schulden maakt daar onderdeel van uit.
Daarvoor onderzoeken we de mogelijkheden om door middel van zo min mogelijk voorschriften, opvragen van bewijsstukken en regelgeving een stimulerend en uitvoerbaar beleid te voeren. Afsluitend voor dit onderdeel benadrukken we nog dat bij de uitvoering van onze dienstverlening maatwerk en individualisering de leidende principes zijn. Energiearmoede Men spreekt van energiearmoede indien een huishouden 10% of meer van het besteedbaar inkomen aan energie uitgeeft. Deze huishoudens hebben een laag inkomen en hoge energiekosten en/of wonen in een huis met een lage energetische kwaliteit en kunnen daardoor hun energierekening niet of nauwelijks betalen. In Nederland leven 550.000 huishoudens (7%) in energie-armoede. In Haarlemmermeer leven 2.330 huishoudens (3,5%) in energiearmoede1. Deze cijfers zijn van 2019. De energiearmoede zal door de hoge stijging van energieprijzen inmiddels veel groter geworden zijn. Vanuit het Rijk zijn er inmiddels een aantal maatregelen getroffen om energie voor mensen met een laag inkomen betaalbaar te houden. De onderstaande 3 maatregelen afgekondigd die van belang zijn voor inwoners met een laag inkomen: • huishoudens met een laag inkomen krijgen eenmalig ongeveer € 800 aan categoriale bijzondere bijstand als tegemoetkoming voor de stijgende energieprijzen. Het besluit vereist een wetswijziging. Die zal zo snel mogelijk worden ingediend.