bijlage a. Rapport Leven met de Voedselbank RKC Haarlemmermeer 2022.pdf
Tekst van het document
Tabel 4: enkele ervaringen met inkomensondersteuning door Gemeente Haarlemmermeer Positieve ervaringen
‘Bij de gemeente heb ik contact met mevrouw B. Zij is top. Samen kijken we naar wat ik op den duur weer zou kunnen. Zij heeft mij geholpen bij het vinden van vrijwilligerswerk en zij heeft ervoor gezorgd dat ik een eenmalige aanvullende uitkering kreeg.’ (respondent 4) ‘Ik had op gegeven moment te maken met identiteitsfraude. Ik werd gebruikt als geldezel. Er waren bedragen op mijn rekening gestort die ik niet kon thuisbrengen. Mijn uitkering werd opgeschort. Maar uiteindelijk heeft de gemeente mij goed geholpen.’ (respondent 2)
32
Het aantal mensen met een bijstandsuitkering dat wij spraken, laat het niet toe eenduidige conclusies te trekken over de betreffende dienstverlening van de gemeente. Of de bevindingen van het onderzoek uit 2014 nog steeds actueel zijn voor het onderdeel inkomensondersteuning, kunnen wij dus niet vaststellen. Wel lijkt de beleving af te hangen van twee zaken: • De mate waarin de gemeente perspectief ziet bij een inwoner: voor het merendeel van de mensen die wij spraken is dat perspectief beperkt. Zij lijken impliciet dan wel expliciet te zijn vrijgesteld van re-integratieverplichtingen. Deze mensen hebben over het algemeen geen uitgesproken mening over de gemeente, behalve dat ze vaak geen zicht hebben op welke voorzieningen zij recht hebben. Hier wordt in het vervolg van deze paragraaf nog op terug gekomen. Op het moment dat er wél verwachtingen zijn ten aanzien van iemands re-integratiemogelijkheden, kan de gemeente zich dwingender opstellen, waardoor 33
mensen zich onvoldoende begrepen en gehoord voelen. • De mate waarin het recht op een uitkering lastiger is vast te stellen. Uitkeringsafhankelijkheid (en afhankelijkheid van de voedselbank) gaat regelmatig samen met een ingewikkeld leven met buitengewoon intense levensgebeurtenissen die voor een buitenstaander niet altijd te begrijpen zijn. Het is aan de inkomensconsulent van de gemeente om daar op basis van wetgeving soms binaire scheidslijnen in te trekken. Wetgeving blijkt bij veel van de mensen met wie wij spraken lang niet altijd eenduidig toe te passen. In ieder geval is het voor mensen lang niet altijd duidelijk hoe zaken voor hun specifieke en grillige situatie moet worden uitgelegd. Een voorbeeld hiervan is de vrouw die voor langere tijd haar gehandicapte broer in huis had en nog steeds niet weet hoe dat nu precies zit met de kostendelersnorm (respondent 9). Een ander voorbeeld is de man die graag vanuit zijn uitkering een eigen bedrijfje was begonnen. Hij voelde zich voor het blok gezet en moest uiteindelijk kiezen tussen een eigen bedrijf of een bijstandsuitkering (respondent 12), omdat het anders te ingewikkeld werd. Kijkend naar de gehele groep van mensen met wie wij spraken - ongeacht de wettelijke regeling waar zij inkomen uit ontvangen – dan valt op dat meerdere mensen zich ongemakkelijk voelen in het contact met de uitvoeringsinstelling (gemeente of UWV).
Men voelt zich afhankelijk. En vanwege die afhankelijkheid voelt men zich de onderliggende partij die weinig kan uitrichten tegen regels en de manier waarop die op hen worden toegepast. Vaak wordt verwezen naar ‘bureaucratie’, regels die ‘hard’ zijn, organisaties die groot zijn, en consulenten die zich niet goed verplaatsen in persoonlijke omstandigheden. Meerdere mensen hebben het idee dat zij niet goed begrepen of gezien worden, dat een misverstand of fout snel ontstaat en dat een straf of sanctie op de loer licht. Overigens kunnen de geïnterviewden maar weinig voorbeelden noemen waarbij er aan hen ook daadwerkelijk een straf of sanctie is opgelegd. Voor zover er misverstanden zijn, lijken die over het algemeen met een extra gesprek of met bestaande procedures te worden opgelost, bijvoorbeeld met een bezwaarprocedure. Dat mensen zich onbegrepen en ongezien voelen, leidt ertoe dat er voor uitkeringstechnische zaken veelvuldig gebruik wordt gemaakt van hulpverleners. Vaak zijn dit budgetbeheerders of bewindvoerders. De meeste mensen (80%) met wie wij spraken hadden er één. Voor zover zij die budgetbeheerder zelf hebben geregeld en betaald, zijn mensen doorgaans heel positief over hoe die hen helpt. Men is daarentegen overwegend negatief over budgetbeheerders en bewindvoerders die hen via de gemeente zijn toegewezen als onderdeel van schuldhulpverlening.
Andere instanties waarvan de professionals door sommigen worden geconsulteerd zijn Vluchtelingenwerk, GGZ, MeerWaarde en de daklozenopvang. 34
peter, alleenwonende man (respondent 3) Peter is 58 jaar. Zijn leven ziet er op dit moment heel anders uit dan 30 jaar geleden. Hij woonde toen met een vrouw en een zoontje in een koophuis. Voor de deur stonden twee auto’s. Ze werkten allebei: Peter als monteur van industriële lasapparatuur, zijn vrouw als verpleegkundige. Alles veranderde toen zijn vrouw hem verliet. Het was een mentale dreun die hij eigenlijk nooit te boven is gekomen. Ook de financiële consequenties waren zwaar. Het huis moest verkocht, zonder dat hij wist waar hij heen moest. Uiteindelijk vindt hij onderdak bij zijn moeder. Het was bedoeld als tijdelijk oplossing maar hij zou er uiteindelijk 15 jaar wonen. Het lukt hem niet om plannen te maken, mede doordat hij teveel drinkt. Uiteindelijk verliest hij zijn baan. Nadat zijn moeder vanwege ernstige gezondheidsklachten in een verpleeghuis wordt opgenomen, dreigt hij op straat terecht te komen. Dat wordt nipt voorkomen door een medewerker van het Meer-team. Met een urgentieverklaring vindt deze een huis en helpt Peter ook met het aanvragen van een bijstandsuitkering bij de gemeente. Inkomsten, schulden en ondersteuning Met daklozenopvang heeft hij nog steeds contact. Zij hebben hem bijvoorbeeld ook geholpen aan de bewindvoerder die hem nu help met de financiën. Het lukt hem namelijk niet om de financiën op orde te houden.
Peter heeft schulden, hoeveel en bij wie weet hij niet. Daar heeft hij dus een bewindvoerder voor. Peter zit in een schuldtraject, wat voor traject dat precies is, weet hij niet. Het zou kunnen zijn dat dat bij PLANgroep is, maar dat weet hij niet zeker. Hij is erg blij met zijn bewindvoerder. Deze regelt alles voor hem. Als hij een brief krijgt van de gemeente of van de zorgverzekering, stuurt hij die direct door, of hij belt even. De bewindvoerder betaalt alles voor hem en stort elke week € 40 op Peters rekening om van te leven. Dat gaat op zich prima, veel heeft hij niet nodig. Van het pakket van de voedselbank kan hij goed eten. Hij hoeft er weinig bij te kopen. Met de gemeente heeft geen contact. Dat er voorzieningen zijn zoals Haarlemmermeer doet mee, wist hij niet, noch is hij bekend met de mogelijkheid om vrijstelling te krijgen van gemeentelijke belastingen of gebruik te maken van de collectieve zorgverzekering. ‘Het kan zijn dat ik er gebruik van maak, maar dat zou
35
je mijn bewindvoerder moeten vragen’. Wat Peter parten speelt, is zijn gezondheid. Hij heeft problemen met zijn lever en hart en heeft ook een longziekte (COPD). Hij kan geen trappen lopen en is buitenshuis afhankelijk van zijn scootmobiel. Daarnaast drinkt hij nog steeds teveel. Waar hij zich aan kan ergeren is zijn huis. Naast een keuken is er slechts één kamer. Dat er in het huis geen andere plek dan de keuken is om zijn bed neer te zetten, vindt hij niet kunnen. Zijn broer kreeg onlangs van de woningbouw een hele woning in Nieuw-Vennep toegewezen, terwijl die veel korter op de wachtlijst stond. Toekomstperspectief Met de toekomst is Peter niet bezig, hij heeft geen plannen. Dat kwam ook door Corona. ‘Ik heb me tijdens de Corona echt koest moeten houden vanwege mijn COPD.’ Hij zou nog wel een keer in een ander huis willen gaan wonen. Tot dan gaat zoals het gaat.
Schuldhulpverlening Veruit de meeste mensen met wie wij spraken, hebben problematische schulden. Zestien mensen hebben schulden, drie hadden in het recente verleden schulden. Vrijwel allemaal ontvingen zij daarvoor enige vorm van hulp. Deze wordt echter niet altijd via de gemeente door PLANgroep gegeven (de partij waaraan de gemeente Haarlemmermeer haar schuldhulpverlening heeft uitbesteed). Meerdere mensen laten zich ondersteunen door budgetbeheerders dan wel bewindvoerders die zij zelf hebben aangezocht en die zij zelf ook betalen. Vaak zijn het dienstverleners die door familie of kennissen zijn aangeraden. Tevredenheid over de hulp bestaat met name bij deze groep. Mensen die worden geholpen door een budgetbeheerder, bewindvoerder of schuldhulpverlener in het kader van een schuldhulpverleningstraject bij PLANgroep zijn daar vaker ontevreden over, soms zelfs erg ontevreden.
regeling of een Wsnp-traject. Anderen wisten niet precies door wat voor soort professional/hulpverlener zij werden geholpen: een budgetbeheerder, een bewindvoerder, of een schuldhulpverlener die de afspraken maakt met schuldeisers. Ook konden veel mensen die wij interviewden, niet aangeven hoe groot de schuld precies is, hoe deze is samengesteld (welke schuldeisers er zijn) en welke eventuele afspraken er nu precies zijn gemaakt met schuldeisers, terwijl de schulden wel een grote rol speelden in hun leven en bepalend waren voor de afhankelijkheid van de voedselbank. Van vroegsignalering, zoals dat in het gemeentelijk beleid wordt voorgesteld, was bij de meeste mensen geen sprake. Hierbij moet worden opgemerkt dat de gemeente pas in 2018 met vroegsignaleren is gestart (en toen nog alleen op basis van signalen die zij van Ymere ontving). De meeste mensen met wie wij spraken, hebben schuldproblemen die vóór die tijd zijn ontstaan. Zij zijn in beeld gekomen op basis van eigen initiatief.
Schulden werden door de mensen met wie wij spraken (pas) aan de orde gesteld in een gesprek met de inkomensconsulent over (bijzondere) bijstand, na doorverwijzing door hulpverleners van welzijnsorganisaties, of nadat mensen zelf de gemeente direct met een gerichte vraag over schuldhulpverlening benaderden, nadat ze bijvoorbeeld van familie of kennissen hadden gehoord dat de gemeente daarin kan helpen. Enkele mensen gaven aan juist met hun schulden buiten het bereik van de gemeente te willen blijven. Zij zagen de gemeentelijke schuldhulpverlening niet zitten vanwege (spook)verhalen van anderen. Die verhalen hebben met name betrekking op bewindvoering waarbij mensen geen enkele zeggenschap meer hebben over hun inkomen en zijn aangewezen op een minimum aan leefgeld. ‘Nee, schuldhulpverlening wordt een drama. Ik heb niks, dus dan wordt je failliet verklaard. PLANgroep staat heel fijn in het Haarlems Dagblad. De gemeente was aan het pushen om de schuldhulpverlening in te gaan. Dat PLANgroep zo goed was. Ik heb er wel eens gebruik van gemaakt in het verleden, maar wil het nu niet meer’ (respondent 9). De cijfers die de gemeente zelf heeft over de geboden schuldhulpverlening roepen de vraag of vroegsignaleren inmiddels goed van de grond is gekomen . In 2020 werden 43 huisbezoeken afgelegd in het kader van vroegsignaleren (Vroeg erop af ).
Het betreft 13% van het totaal aantal mensen dat zich meldde voor hulp.
Hoe het precies zit met de kwaliteit van deze hulp kunnen wij op basis van de gesprekken niet goed vaststellen. Wij hoorden immers steeds slechts één kant van het verhaal en dat verhaal was niet altijd geheel duidelijk of volledig. Mensen konden niet altijd aangeven in wat voor soort regeling zij zaten: budgetbeheer, een minnelijke
Voor zover er sprake was van schuldhulpverlening die verder ging dan budgetbeheer, gold voor de meeste geïnterviewden dat er onduidelijkheid bestond over de stand van zaken. Regelmatig kon niet worden aangegeven of de schuldhulpverlener inmiddels afspraken had gemaakt met schuldeisers. Soms was ook onduidelijk of een schuldhulpverleningstraject nu al wel of nog niet was gestart. Een schrijnend voorbeeld was de man die in het gesprek meerdere malen aangaf dat er in principe een half jaar geleden een betalingsregeling was afgesproken met schuldeisers, maar daar toch geen
36
37
zekerheid over had. Hij leefde al ruime tijd op leefgeld en had geen enkel idee hoe lang hij dat nog moet volhouden. Het gegeven dat hij zo nu en dan nog schuldeisers (deurwaarders) aan de deur kreeg, is een teken dat het nog niet tot een minnelijke regeling was gekomen (respondent 6). Het beeld dat uit veel gesprekken naar voren komt, is dat de schuldregelingen zoals het minnelijk traject en Wsnp slechts in theorie een begrensde tijdshorizon hebben (na doorgaans drie jaar een schone lei). In de praktijk blijkt het heel lang te kunnen duren voordat een dergelijk traject überhaupt start. Het is een bevinding die de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving onlangs ook deed in haar publicatie ‘Van schuld naar schone lei’ (Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, 2022) en die ook al eerder werd gedaan door de Nationale Ombudsman in 2020 met een onderzoek naar de toegang tot de Wsnp (Van den Berg, e.a., 2020). Het is een bevinding die ook past in de registratie die PLANgroep over haar dienstverlening in Haarlemmermeer bijhoudt. Hieruit blijkt dat in 2020 tien Haarlemmermeerders werden toegelaten tot de Wsnp. Een klein aantal ten opzichte van het jaarlijks aantal aanmeldingen voor hulp (zie Bijlage 2). Verder valt op dat in de schuldhulpverlening een belangrijk onderdeel niet goed is belegd.
Het betreft hulp die vooraf moet gaan aan de hulpverlening die aan PLANgroep is uitbesteed. Doorgaans geldt dat PLANgroep pas met schuldeisers tot een regeling kan komen wanneer de financiële situatie van de schuldenaar stabiel is en er volledige duidelijkheid bestaat over de samenstelling en omvang van het schuldenpakket. In de handreikingen en literatuur over schuldhulpverlening wordt dit onderdeel ook wel aangeduid als de ‘stabilisatiefase’. Het is een fase waarin een hulpverlener met de schuldenaar om de tafel gaat om duidelijkheid te krijgen over de omvang en achtergronden van het financiële probleem. Het is een fase die door de mensen met wie wij spraken niet wordt benoemd of herkend. In het beleidsplan van de gemeente wordt deze fase ook onvoldoende uitgewerkt. Er is bijvoorbeeld geen proces beschreven met bijbehorende termijnen, noch wordt uit het beleidsplan duidelijk wie er precies verantwoordelijk voor is. Er wordt soms verwezen naar MeerWaarde, het blijft echter onduidelijk wat haar rol concreet moet zijn en of zij voldoende is toegerust met kennis en ervaring op het terrein van schuldhulpverlening. Ten slotte valt op dat de gemeente zelf in schuldhulpverleningstrajecten steeds onzichtbaar is, terwijl zij er uiteindelijk wel op moet toezien dat de geboden hulp voldoet aan de gemaakte afspraken.
Uit de gesprekken komt naar voren dat bij vragen of klachten over schuldhulpverlening direct en onverwijld wordt doorverwezen naar PLANgroep. De gemeente lijkt zich niet te bemoeien met hulptrajecten van individuele burgers. Ook wanneer deze burgers signalen afgeven dat het niet goed gaat.
38
Voorzieningen (bijzondere bijstand, Haarlemmermeer doet mee, vrijstellingen) Gemeente Haarlemmermeer biedt in het kader van het minimabeleid verschillende voorzieningen. In de gesprekken is achtereenvolgens nagegaan welke ervaringen mensen hebben met: Haarlemmermeer doet mee (zowel de regeling voor volwassenen als voor kinderen), bijzondere bijstand (o.a. de eenmalige uitkering voor mensen die langdurig in de bijstand zitten), regeling voor de aanschaf van een fiets, computerregeling, vrijstelling van gemeentelijke belasting en de collectieve ziektekostenverzekering. Voor deze voorzieningen in het algemeen geldt dat, kijkend naar het gebruik, grofweg twee groepen zijn te onderscheiden: • Mensen die geen idee hebben van voorzieningen: het betreffen de mensen die de regie over hun financiën geheel uit handen hebben gegeven aan een budgetbeheerder of bewindvoerder. Het zijn mensen die ervan uitgaan dat deze voor hen uitzoekt voor welke regelingen zij in aanmerking komen. Zij kennen de voorzieningen meestal niet en hebben vaak ook geen idee of ze er gebruik van maken. Zij zijn ook niet bekend met de gemeentelijke website ‘Bereken uw recht’. Meerdere keren werd op de vraag ‘maakt u gebruik van de collectieve ziektekostenverzekering of vrijstelling van gemeentelijke belasting’ geantwoord dat de bewindvoerder /budgetbeheerder dat allemaal voor hen uitzoekt.
Een enkeling voegt daaraan toe ‘daar betaal ik hem voor’. Uit de gesprekken werd verder vaak duidelijk dat deze mensen grote moeite hebben met het openen en lezen van brieven en het op internet opzoeken van informatie. Dat gold onder andere voor de alleenwonende man die op de vraag naar de vrijstelling van gemeentebelasting de ongeopende aanslag erbij pakte die hij een dag voor het interview had ontvangen. Hij gaf aan dergelijke brieven normaalgesproken direct door te sturen naar zijn bewindvoerder (respondent 3). Het zijn veelal ook de mensen die geen interesse hebben in de andere voorzieningen zoals ‘Haarlemmermeer doet mee’, vaak ook omdat zij geen thuiswonende kinderen hebben. • Mensen die de voorzieningen wél kennen en van sommige gebruik maken: het zijn met name de mensen met thuiswonende kinderen. Hoewel onder deze groep ook gebruik wordt gemaakt van budgetbeheerders of bewindvoerders, betreffen het mensen die meer de regie over hun financiële huishouding nemen en uitzoeken wat mogelijk is, bijvoorbeeld door ernaar te vragen bij hulpverleners. De meeste van hen kennen de website ‘Bereken uw recht’ en hebben er wel eens op gekeken. Met name de gesprekken met mensen uit de laatste groep leren dat voorzieningen weliswaar meerwaarde hebben, maar dat het belastend kan zijn er afhankelijk van te zijn.
Zij hebben het gevoel dat zij voortdurend met de billen bloot moeten, hun aanvraag moeten verantwoorden en moeten bewijzen dat ze het echt nodig hebben. 39
Zij voelen regelmatig wantrouwen wat hen ervan kan weerhouden een aanvraag te doen. Dit gold bijvoorbeeld voor de vrouw wiens zoon eigenlijk een nieuw matras nodig heeft. De aanvraag schuift zij naar eigen zeggen al enkele maanden voor zich uit omdat ze opziet tegen het aanvraagproces. Naast de administratieve belasting van het aanvragen, is het dus vooral ook een gevoelsmatige belasting. Het valt sommige mensen zwaar een aanvraag te moeten doen voor iets dat voor veel anderen een vanzelfsprekendheid is, zoals het betalen van contributie voor een sportclub of het kopen van een laptop voor een kind dat naar de middelbare school gaat. Een alleenstaande vrouw met twee thuiswonenden kinderen merkt hierover op: ‘wat ik met name zwaar vind, is dat ik overal een aanvraag voor moet indienen en dat ik steeds weer moet vragen’. ‘Ik zou het mijn kinderen gewoon willen geven’. Met betrekking tot de administratieve belasting is een paar keer verwezen naar een omslachtige procedure, waarbij de gemeente doorverwijst naar Stichting Leergeld of MeerWaarde maar dat de aanvraag vervolgens bij de gemeente moet worden ingediend6. Verder geldt specifiek voor Haarlemmermeer Doet Mee dat de sportieve, culturele en recreatieve voorzieningen waartoe het toegang geeft soms ver afstaan van de wereld van veel bezoekers van de voedselbank.
Het gaat met name om de mensen die ouder zijn, geen thuiswonende kinderen hebben en vanwege klachten beperkte mogelijkheden hebben. Het zijn met name de mensen die onderin het schema van Figuur 1 zitten. Een geïnterviewde merkt in dit kader op: ‘De voorzieningen staan los van mijn situatie en omstandigheden. Je kan een yogacursus krijgen maar ik kan er niet naar toe (vanwege lichamelijke beperkingen) (respondent 16).
wim, 49 jaar, alleenstaand (respondent 12) Wim (49) woont in Hoofddorp, is gescheiden en heeft een dochter van 18. Zijn dochter woont bij zijn ex-vrouw. Wim ziet zijn dochter een keer per week en dat is voor hem voldoende. Hij kan de zorg voor zijn dochter niet combineren met zijn drukke bestaan. Naast bezoeker is hij namelijk ook al jaren vrijwilliger bij verschillende voedselbanken. In het verleden heeft hij na zijn studie banket- en broodbakker aan de LTS vele banen gehad. En tegenwoordig doet hij van alles voor de voedselbank; hij is webmaster, doet hij allerlei klusjes en rijdt in een busje om goederen te halen en uit te laden. Daarnaast heeft hij een DVD-bank opgezet voor minima en mensen in de bijstand. Zij kunnen er gratis DVD’s krijgen. Wim maakt veel werkuren in een week. Hij beschouwt het als een morele verantwoordelijkheid om iets terug te doen voor de samenleving in ruil voor zijn uitkering en het eten dat hij ontvangt bij de voedselbank. Wim gaat elke week op bezoek bij zijn moeder. Zij zijn elkaars steun en toeverlaat. Bij de voedselbank praat hij met verschillende mensen, maar verder heeft hij weinig vriendschappen. Door corona heeft een aantal mensen ervoor gekozen afstand te houden. Wim geeft aan dat hij zich desondanks niet eenzaam voelt. Volgens hem komt dat door zijn autisme dat hij in dit verband een “Godszegen” noemt.
Naast autisme heeft Wim ADD, artrose in de heup en knieën en is hij chronisch verkouden. Inkomsten, schulden en ondersteuning Na jaren gewerkt te hebben, heeft Wim na zware werkzaamheden problemen met zijn hand gekregen. Als gevolg hiervan is hij de ziektewet ingegaan. Zijn inkomen bestaat op dit moment uit een bijstandsuitkering. Hij ontvangt huur- en zorgtoeslag. In het verleden heeft Wim schulden gehad maar deze heeft hij langzaamaan allemaal weggewerkt. Het geeft hem rust dat hij nu schuldenvrij is en niet meer in de schuldsanering zit. Financieel redt hij het redelijk. Door de DVD-bank maakt hij op het moment wel extra kosten. Wim betaalt in deze fase nog veel uit zijn eigen portemonnee. In het verleden heeft hij vervelende ervaringen gehad met het UWV. Hij kon ze wel achter het behang plakken. Wim vond het “mensonterend” dat hij nadat hij ziek uit dienst was “geknikkerd” ook zijn eigen
40
41
bedrijfje op basis van dwang en drang moest beëindigen. Anders zou hij geen bijstandsuitkering krijgen. Wim legt uit dat hij zichzelf goed kan verzorgen met een uitkering en een paar honderd euro extra via zijn bedrijfje. Dat was goed voor zijn eigenwaarde. En als het heel goed zou lopen, zou hij zijn uitkering kunnen stoppen. De situatie heeft hem veel stress bezorgd. Hij heeft toen een borderline therapie gevolgd. Dat heeft hem geholpen. Uit de therapie kwam naar voren dat hij geen borderline heeft, maar autisme. Toen zijn spaargeld opraakte en er financieel niet meer uitkwam, is hij een bezoeker geworden van de voedselbank. Hij vindt dat er veel “troep” in de pakketten zit (snoep, chips en dergelijke). Ook zijn ze heel ruim, eigenlijk overdreven ruim. Wim vindt dat er meer gedeeld moet worden met andere voedselbanken waar bezoekers maar twee keer per maand een pakket krijgen. Hij signaleert een tweedeling in Nederland bij de verschillende voedselbanken, omdat de pakketten regionaal sterk verschillen. Wim vindt het ook een minpunt dat de pakketten sinds de coronacrisis vooraf meer bepaald zijn. Hij mist de tijd van vroeger waarbij het mogelijk was om zelf te bepalen wat je meeneemt. Bij sommige voedselbanken hanteren ze een winkelconcept waarbij er een virtueel bedrag staat op een pasje. Dat spreekt Wim erg aan. Dat is beter voor de eigenwaarde en gemoedstoestand van mensen.
Wim maakt zich niet zo druk om zijn besteedbaar inkomen. Hij is met weinig tevreden en gaat vooral oplossingsgericht te werk. Hij gaat eerst na wat er in het voedselpakket zit en gaat vervolgens na wat hij zelf nog kan uitgeven. Hij vindt het niet moeilijk. Het scheelt dat hij lage lasten heeft. Wim is zelfs tevreden over zijn huidige situatie en zou niet anders willen. Doordat hij niet in loondienst werkt, kan hij andere mensen helpen die het financieel moeilijk hebben. Hij vertelt dat hij ontzettend hard werkt, soms wel 80 uur per week en hij geniet daarvan.
Toekomstperspectief Wim heeft besloten in de bijstand te blijven, als dat mogelijk is. Hij is tevreden met zijn situatie. Het geeft hem de mogelijkheid om iets terug te doen voor de maatschappij en zijn situatie geeft hem weinig stress. Of hij de voedselbank nodig blijft hebben, is op voorhand niet te zeggen. Als Wim geen geld meer hoeft te steken in de DVD-bank en hij zijn dochter niet meer met de auto hoeft op te halen bij de universiteit verwacht hij de voedselbank niet meer nodig te hebben. Uiteindelijk wil hij de helft van het jaar in Portugal wonen en daar parkbeheerder worden. Het is een park waar invaliden mensen gratis een week op vakantie mogen. Hij zou er graag over 2 a 3 jaar mee beginnen. Aan de gemeente wil hij graag meegeven dat ze meer proactief op zoek moeten gaan naar nieuwe klanten voor de voedselbank. Soms is het ook nodig om met mensen in gesprek te gaan wat hen ervan weerhoudt om de voedselbank te bezoeken en hierop te anticiperen.
3.5 welke behoeften hebben mensen? Zoals in de vorige paragraaf beschreven, worden de mensen met wie wij spraken zonder uitzondering geholpen in het kader van één of meerdere regelingen uit het stelsel van de sociale zekerheid. Het antwoord op de vraag waar mensen (nog meer) behoefte aan hebben, bestond vaak uit twee delen. In de eerste plaats wilde men graag vertellen over ervaringen met, en behoeften ten aanzien van de voedselbank, vaak omdat dat de aanleiding was voor het gesprek. In de tweede plaats brachten mensen meestal ook behoeften naar voren die betrekking hadden op voorzieningen die onderdeel zijn van het stelsel van sociale zekerheid, waaronder het gemeentelijke minimabeleid.
Op sommige momenten krijgt hij een hoge bloeddruk. Daar neemt hij pilletjes voor in. Afleiding en ontspanning zoekt hij soms in films en fietsen op een elektrische fiets. Vroeger kon Wim nog wel eens piekeren, maar hij heeft gaandeweg geleerd om zijn zorgen te parkeren voor het slapen gaan. Dat doet hij door op zijn telefoon Youtube-filmpjes te kijken.
Met betrekking tot de ge-uitte behoeften richting het stelsel (voorzieningen met een wettelijke basis), onderscheiden de mensen die hoger in het schema van Figuur 1 zitten zich van de mensen die lager in het schema zitten. Mensen die hoger zitten en voor zichzelf een perspectief zien op een beter leven, hebben vooral behoeften aan hulp om de draad op te pakken. Zonder zelf expliciet te spreken over ‘regie’, was dat wel wat zij zouden willen hebben. Zij willen uiteindelijk een leven waarin zij zelf beslissingen en keuzes kunnen maken. In het gesprek reflecteerden zij vooral op wat
42
43
hen zou kunnen helpen als opstapje naar (beter) betaald werk of vrijwilligerswerk. Zaken die werden genoemd waren opleidingsmogelijkheden, hulp bij het vinden van een werkgever, betaalbaarheid van en toegang tot kinderopvang. Zij reflecteerden op hulp die hen zou kunnen helpen bij het onafhankelijk worden van hulp. Voor zover deze mensen een uitkering van de gemeente ontvangen, hebben zij het met hun consulent overigens al wel gesproken over re-integratie, maar is het er tot dusver niet van gekomen om daadwerkelijk stappen te zetten. De redenen daarvan bleven in het gesprek soms ongewis, soms werd verwezen naar de zorg voor minderjarige thuiswonende kinderen. Mensen die lager in het schema zitten en een lagere verwachting hebben op een beter perspectief, uitten vooral behoeften aan praktische hulpmiddelen en voorzieningen waarvan men afhankelijk zegt te zijn vanwege een chronische ziekte of handicap. Hun behoeften zijn vooral zorgbehoeften. Voorbeelden zijn de behoefte aan een woning zonder trappen, een scootmobiel, hulpmiddelen voor in de badkamer (bijvoorbeeld een douchestoel), openbaar vervoer of taxivervoer. De ge-uitte behoeften hebben mede betrekking op het aanvraagproces. Dat zou te omslachtig zijn met een hoog risico op afwijzing. Men heeft iets nodig maar kan dat niet zonder meer krijgen. Men moet het (nog eens) uitleggen en zich verantwoorden.
Men weet dat er mogelijkheden zijn om een bepaalde voorziening vergoed te krijgen maar het kost veel moeite om de aanvraag te doen. Verder zijn met betrekking tot hulp in de huishouding (in het kader van Wmo) behoeften geuit aan kwalitatief betere ondersteuning. Verzorgenden zouden niet altijd de uren maken die zijn afgesproken en hun werk niet altijd zorgvuldig doen. Verder werd duidelijk dat er een brede behoefte bestaat aan belangenbehartiging. Voor veel mensen geldt dat zij de beslissers en verstrekkers van voorzieningen (gemeente, Stichting Leergeld, UWV, PLANgroep) vooral zien als partijen die in figuurlijke zin tegenover hen staan in plaats van naast hen. Hoewel deze instanties er in beginsel zijn om te helpen, worden zij vaak ervaren als partijen voor wie men zich vooral moet verantwoorden. Veel mensen hebben het idee niet tegen de instanties op te kunnen en hebben behoefte aan iemand die hen bijstaat; die vanuit hun perspectief en belang meekijkt en meewerkt om de hulp/ ondersteuning/ voorzieningen te krijgen waar men recht op heeft en die men nodig heeft. Een aantal benoemt daarbij de wens dat er meer ruimte wordt geboden om de eigen creativiteit te kunnen ontplooien. Dat er meer wordt gekeken naar de individuele situatie. Enkelen spreken in dit kader van zwart-wit denken.
Zij vinden dat onvoldoende rekening wordt gehouden met de persoonlijke situatie en persoonlijke competenties. Zij voelen zich een nummer.
44
Ten aanzien van de voedselhulp tenslotte, wordt allereerst dankbaarheid uitgesproken. Men wil vooral niet klagen. Naast hun dankbaarheid blijkt echter snel dat het de meeste mensen zwaar valt om voor het dagelijkse eten afhankelijk te zijn van wat er of basis van giften in het pakket wordt gestopt. Het voelt zwaar omdat de afhankelijkheid van voedselhulp hen de regie ontneemt over wat zij op tafel kunnen zetten en het voelt zwaar omdat het pakket vaak niet biedt wat men nodig heeft. Het zijn met name twee groepen die moeite hebben: in de eerste plaats zijn er moslims die gebonden zijn aan halal voedingsvoorschriften. Zij treffen regelmatig producten met ingrediënten aan waar zij niets mee kunnen. ‘Het is zonde als er knakworst of ander varkensvlees in zit, daar kan ik niets mee’. In de tweede plaats is er de groep bezoekers (al dan niet moslim) met inwonende kinderen. Zij benadrukken steevast dat het hen zelf niet zoveel uitmaakt wat zij te eten hebben; zij maken zich vooral zorgen over dat zij hun kinderen vaak niet kunnen geven wat zij zouden willen geven. Het pakket zou zelden de juiste balans hebben tussen gezonde en minder gezonde producten. Omdat het pakket per week wordt verstrekt, zouden er weinig groenten en andere beperkt houdbare producten in zitten. Daarnaast is de inhoud afhankelijk van wat voedseldonateurs (zoals supermarkten) ter beschikking stellen.
Daar zitten relatief weinig verse, gezonde producten bij. Het is een bevinding die aansluit bij de bevinding van het onderzoek van Neter (Neter, Dijkstra, Nicolau, Visser, & Brouwer, 2019). Meerdere malen is de behoefte geuit aan een systeem waarbij men zelf de producten kan uitkiezen. Een systeem waarbij men op basis van een toegekend aantal punten zelf bij een uitgiftelocatie een boodschappentas of krat kan vullen. Verder is door meerdere bezoekers naar de toets verwezen die de gemeente voor de voedselbank uitvoert, om te bepalen of iemand onder de leefgeldnorm zit. Hoewel de gemeente zelf spreekt van een ‘lichte toets’ omdat er geen bewijsstukken hoeven te worden overlegd, ervaren bezoekers het niet als ‘licht’. Daarnaast zou het lang duren voordat er uitsluitsel is.
45
4 CONCLUSIES In 2006 opende in Haarlemmermeer een eerste vestiging van de voedselbank. Inmiddels zijn er zes vestigingen (uitgiftepunten) en is het aantal huishoudens dat er gebruik van maakt, gestegen tot 369. Die stijging was vooral de laatste jaren sterk. Een verklaring voor de stijging is drieledig. In de eerste plaats lijken meer mensen uit de doelgroep hun weg naar de voedselbank te vinden. De bekendheid van de voedselbank is toegenomen en er wordt ook steeds vaker naar doorverwezen. Een tweede verklaring is dat mensen er langer klant blijven. Ongeveer een derde van de Haarlemmermeerders die de voedselbank bezoeken, doet dat inmiddels al langer dan drie jaar. Voor hen is de hulp al lang niet meer een noodhulpvoorziening die de voedselbank bij de oprichting beoogde te zijn. Een derde – actuele - verklaring is de afgenomen koopkracht door de groeiende inflatie. Hoewel het aantal huishoudens met een laag inkomen in Haarlemmermeer al jaren stabiel is, is de koopkracht dat niet. Met deze ontwikkeling heeft de voedselbank een definitieve plek heeft gekregen op de sociale kaart van Haarlemmermeer. Het neemt echter niet weg dat het idee van voedselhulp blijft wringen met het uitgangspunt van ons sociale zekerheidsstelsel dat iedereen in Nederland moet kunnen rekenen op een inkomen dat tenminste nodig is voor een menswaardig bestaan.
De rekenkamer ervaart deze ontwikkeling daarom vooral als een pijnlijke en vraagt zich af wie de mensen zijn die structureel (langer dan drie jaar) afhankelijk zijn van voedselhulp. Het was aanleiding voor voorliggend onderzoek, waarin drie vragen centraal hebben gestaan: • Wie zijn er in Gemeente Haarlemmermeer langdurig afhankelijk van de voedselbank? • Welke ondersteuning biedt de gemeente aan deze mensen en hoe wordt die onder steuning uitgevoerd? • Welke mogelijkheden hebben het college en de gemeenteraad om het perspectief voor deze inwoners te verbeteren? Wie zijn er langdurig afhankelijk van de voedselbank? De 21 gesprekken die wij met mensen voerden die al langer dan drie jaar de voedselbank bezoeken, leren in de eerste plaats dat veruit de meeste mensen problematische schulden hebben. Hun inkomen wordt maandelijks afgeroomd vanwege een schuldregeling waardoor zij onder de leefgeldnorm van de voedselbank terecht zijn gekomen. De bedragen die zij te besteden hebben voor dagelijkse uitgaven variëren – afhankelijk van de samenstelling van het huishouden – van € 20 tot € 80 per week. 46
47
Met de meeste mensen met wie wij spraken ging het daarnaast ook op andere vlakken niet goed. De meesten hebben gezondheidsklachten. Het betreffen regelmatig combinaties van fysieke en psychische klachten, vaak structureel van aard. Vaak hebben mensen (daarnaast) te maken gehad met heftige en ontregelende levensgebeurtenissen en hebben als gevolg daarvan vaak last van mentale overbelasting. Hoewel de bezoekers van de voedselbank met elkaar gemeen hebben dat ze moeten rondkomen van een zeer laag bedrag per week, bestaan er duidelijke verschillen in de manier waarop zij dat ervaren. Verschillen bestaan in de eerste plaats in de mate waarin men lijdt onder de omstandigheden. Wij spraken met mensen die dagelijks geconfronteerd worden met het gegeven dat er vrijwel nergens geld voor is, die keer op keer constateren dat het zo niet langer kan, maar dat ondertussen al wel jaren doen. Het leven in structurele armoede valt met name zwaar voor hen die de zorg over thuiswonende kinderen hebben. Aan de andere kant staan mensen die zich mentaal naar hun situatie en de beperkte omstandigheden hebben gevoegd. Zij berusten in hun situatie, accepteren de situatie zoals die is.
Mensen verschillen in de tweede plaats van elkaar in de mate waarin zij perspectieven zien om hun besteedbare inkomen te vergroten, bijvoorbeeld door te re-integreren of weer onafhankelijk te worden van een budgetbeheerder of bewindvoerder. Kijkend naar dit perspectief dan ziet ruim de helft van de mensen met wie wij spraken dat perspectief niet, vaak vanwege structurele gezondheidsklachten. Hun afhankelijkheid van de voedselbank is structureel, zij kunnen zich geen leven voorstellen waarbij zij volledig zelfstandig over voldoende geld beschikken om al hun boodschappen en andere noodzakelijke aankopen zelf te doen.
de Participatiewet. In de derde plaats hebben de mensen met wie wij spraken al langere tijd een uitkering. Het proces van aanvragen van een uitkering – dat doorgaans erg belastend is – ligt voor hen al weer enige tijd achter hen. Voor zover de mensen met wie wij spraken een bijstandsuitkering hebben en in dat kader contact hebben met de gemeente, zijn de ervaringen wisselend. Wij spraken mensen die zowel positief / neutraal waren, als mensen die (zeer) negatief waren. Kritiek is vooral te horen als het recht op uitkering moeilijker is vast te stellen, bijvoorbeeld als het huishouden ook nog andere inwonende volwassen heeft waardoor men te maken kreeg met de kostendelersnorm; als onduidelijkheid bestaat over de mate van arbeidsongeschiktheid en onduidelijk is wat verwacht kan worden van iemands re-integratieinspanningen; of als onduidelijkheid bestaat over de mate waarin rekening gehouden moet worden met de verantwoordelijkheid van de cliënt voor anderen, bijvoorbeeld de zorg voor kinderen. Mensen die met dergelijke omstandigheden te maken hadden, voelden zich regelmatig niet gezien en begrepen. De gemeente lijkt, buiten de taken die betrekking hebben op inkomensondersteuning en re-integratie in het kader van de Participatiewet, vooral een administratieve backoffice functie te vervullen. Een organisatie die de aanvragen verwerkt.
Om tot zo’n aanvraag te komen wenden mensen zich vaak tot: MeerWaarde, als het gaat om welzijnsvoorzieningen; Stichting Leergeld, voor voorzieningen voor gezinnen met kinderen; en PLANgroep, voor hulp bij problematische schulden. De geïnterviewden uiten kanttekeningen en regelmatig klachten over deze voorzieningen. Klachten gaan vaak over de schuldhulpverlening.
Welke ondersteuning biedt de gemeente aan deze mensen en hoe wordt die ondersteuning uitgevoerd? In 2014 constateerde de gemeente Haarlemmermeer in een onderzoek dat er verbeteringen nodig zijn in de uitvoering van het minimabeleid. Het onderzoek is vooral kritisch over hoe de doelgroep door de gemeente wordt bejegend. De bejegening zou teveel gebaseerd zijn op wantrouwen. Het zou de toegang tot voorzieningen ook in de weg staan. Tijdens de gesprekken die voor dit onderzoek zijn gevoerd, komt de bejegening door de gemeente minder nadrukkelijk naar voren. De verklaring hiervoor is drieledig. In de eerste plaats is de helft van de mensen met wie wij spraken voor wat betreft hun inkomen (uitkering) niet afhankelijk van de gemeente maar van UWV. In de tweede plaats lijken de inwoners die wél een uitkering van de gemeente ontvangen op een enkeling na expliciet dan wel impliciet te zijn ontheven van re-integratieverplichtingen. Zij hebben weinig contact met de gemeente in het kader van
Schuldhulpverlening: ten aanzien van de schuldhulpverlening valt op dat een belangrijk onderdeel niet goed is uitgewerkt en belegd. Het betreft de hulp die doorgaans vooraf moet gaan aan een schuldregeling of schuldsanering. Het is hulp die een schuldenaar moet helpen zijn financiële situatie stabiel te krijgen en die hem helpt volledig inzicht te krijgen in de samenstelling en omvang van het schuldenpakket. Deze hulp wordt door de mensen met wie wij spraken niet benoemd of herkend. Schuldhulpverlening is hiermee in Haarlemmermeer eng gedefinieerd en teveel beperkt tot de diensten die aan PLANgroep zijn uitbesteed. Uit de gesprekken maken wij op dat die hulp daarmee vooral op afstand plaatsvindt (telefonisch, per mail of per post). Bij veel mensen roept het de vraag op of dat goed werkt. Bij veel mensen bestaat in ieder geval onduidelijkheid. Zij kunnen regelmatig niet goed aangeven in welk traject zij zitten of waar zij precies in het traject zitten en op welke termijn zij weer schuldenvrij verwachten te zijn. Het ontbreekt hen daarmee aan het perspectief van de ‘schone lei’ en daarmee ook aan een perspectief waarbij men niet meer afhan-
48
49
kelijk is van de voedselbank. Verder zijn mensen geregeld ontevreden over de dienstverlening, met name over de accuratesse: afspraken zouden regelmatig niet worden nagekomen; op terugbelverzoeken wordt regelmatig niet gereageerd. Voorzieningen: in beginsel behoorden alle mensen met wie wij spraken tot de doelgroep van het Haarlemmermeerse armoedebeleid. Op enkelen na hebben de meeste mensen met wie wij spraken echter het idee geen volledig beeld te hebben van de voorzieningen waar zij eventueel gebruik van kunnen maken. Op de vraag waar zij te rade zouden gaan om dat beeld wél te krijgen noemt men: de gemeente, de budgetbeheerder of bewindvoerder, het Meer-team, Vluchtelingenwerk en soms internet. Een kleine minderheid verwijst naar ‘Bereken uw recht’. Ten aanzien van voorzieningen wordt verder aangegeven dat het belastend is om er een beroep op te doen. Deze belasting is zowel feitelijk als gevoelsmatig. Het valt sommige mensen zwaar een beroep te moeten doen op instanties voor uitgaven die noodzakelijk zijn. Men heeft het idee steeds met de billen bloot te moeten en zich steeds te moeten verantwoorden. Een aantal benoemd daarbij de wens dat er meer ruimte wordt geboden om de eigen creativiteit te kunnen ontplooien. Dat er meer wordt gekeken naar de individuele situatie. Enkelen spreken in dit kader van zwart-wit denken.
Zij vinden dat onvoldoende rekening wordt gehouden met de persoonlijke situatie en persoonlijke competenties. Zij voelen zich een nummer.
Schuldhulpverlening: De gemeente werkt op dit moment aan een nieuw beleidsplan voor schuldhulpverlening. Zij verwacht dat nog dit jaar (2022) door het nieuwe college en de gemeenteraad te kunnen laten vaststellen. Op basis van de gesprekken die wij voerden, zou bij de vaststelling van het nieuwe beleid extra gelet moeten worden op:
Welke mogelijkheden (die aansluiten bij het perspectief van inwoners) hebben het college en de gemeenteraad om het perspectief voor deze inwoners te verbeteren? Vanuit het perspectief van de mensen met wie in dit onderzoek is gesproken tekenen zich een aantal mogelijkheden af om (de uitvoering van) het minimabeleid te verbeteren.
• Doorlooptijd: de meeste mensen met wie wij spraken zitten al lange tijd met problematische schulden, en worden daarvoor ook al lange tijd ondersteund. Voor de meesten geldt ook dat zij niet kunnen aangeven wanneer zij waarschijnlijk weer schuldenvrij zij. De doorlooptijd van het traject lijkt regelmatig eindeloos. De gemeentelijke schuldhulpverlening zou strakker moeten voorzien in termijnen. • Stabilisatie: de hulp die doorgaans vooraf moet gaan aan een schuldregeling of schuldsanering moet beter worden uitgewerkt en belegd. Het is de hulp die een schuldenaar moet helpen zijn financiële situatie stabiel te krijgen en die hem helpt volledig inzicht te krijgen in de samenstelling en omvang van het schuldenpakket. • Nabijheid: uit de gesprekken maken wij op dat schuldhulpverlening op afstand plaatsvindt. Veel gesprekken die wij voerden, roepen de vraag op of dat wel goed werkt. Mogelijk zijn zij gebaat bij een persoonlijker benadering door een hulpverlener die hun situatie beter kent. Humanitas en Schuldhulpmaatje pleitten recent in dit kader voor de inzet van gecertificeerde vrijwilligers (Humanitas Haarlemmermeer, 2022). De wenselijkheid van de inzet van vrijwilligers zal nader moeten worden bezien, het is ook denkbaar dat professionele welzijnsinstellingen een nadrukkelijker rol krijgen toebedeeld.
• Ontvankelijkheid voor klachten: een aantal mensen die schuldhulpverlening ontvangt heeft daar klachten over. De klachten gaan vooral over de onduidelijkheid (men weet niet waar men staat) en adequaatheid waarmee wordt gehandeld naar aanleiding van vragen. Opvallend is dat de gemeente bij klachten buiten beeld blijft. Uit de gesprekken komt naar voren dat bij vragen of klachten over schuldhulpverlening direct en onverwijld wordt doorverwezen naar PLANgroep. De gemeente moet – als opdrachtgever van PLANgroep - ontvankelijker worden voor inwoners die signalen afgeven dat het niet goed gaat en zal daarover vaker het gesprek aan moeten gaan met de schuldhulpverleners. • Vroegsignaleren: het huidige gemeentelijke beleid voorziet in vroegsignalering. Het afgelopen jaar werden er in dit kader 43 huisbezoeken afgelegd. Het is echter onduidelijk of het vroegsignaleren en de hulp die erop volgt effectief zijn. Bij geen van de mensen met schulden die wij spraken was sprake van vroegsignaleren, terwijl zij er wel baat bij zouden hebben gehad. Bij enkele respondenten liepen de schulden dermate uit de hand dat het andere problemen in hand werkte en bestendigde.
50
51
Op de vraag waar men behoefte aan heeft wordt vaak verwezen naar deze bejegening. De meesten zouden naar eigen zeggen geholpen zijn wanneer de toegang tot voorzieningen wat gemakkelijker was. Kijkend naar de inhoudelijke behoefte (welke voorzieningen zouden u verder kunnen helpen) kan er een onderscheid worden gemaakt tussen mensen die vooral een zorgbehoefte uiten en mensen die graag geholpen willen worden om (weer) onafhankelijk van hulp te worden. De eerste groep noemt vooral voorzieningen die in het kader van de Wmo (kunnen) worden verstrekt, zoals hulpmiddelen en meer/betere huishoudelijke ondersteuning. De tweede groep noemt (daarnaast) voorzieningen (al dan niet bestaand) ten behoeve van re-integratie, zoals opleiding, ondersteuning bij het vinden van een werkgever en toegang tot en financiële ondersteuning voor kinderopvang.
Voorzieningen: Ten aanzien van het minimabeleid dat is vastgesteld met het raadsbesluit minimabeleid uit 2014 (Wijziging minimabeleid als gevolg van inwerkingtreding Participatiewet), stellen wij vast dat het beleid verder af is komen te staan van de specifieke groep Haarlemmermeerders die langdurig afhankelijk zijn van voedselhulp. Het besluit houdt onder andere in dat er kritischer wordt gekeken naar de verstrekking van individuele bijzondere bijstand. Het gaat hier onder meer om tegemoetkoming voor medische kosten, woonkostentoeslagen en kosten van woninginrichting. Het kan verklaren dat in meerdere interviews is aangegeven dat de aanvraag van voorzieningen belastend is en dat mensen daarom ook afzien van een aanvraag.
ken die werken met een winkel waarin mensen aan de hand van een puntensysteem, pasje of tegoedbon zelf hun levensmiddelen kunnen uitzoeken. Hoeveelheid: de omvang van de voedselpakketten wisselt per week. Een aantal bezoekers heeft het idee dat in de afgelopen tijd de pakketten er kleiner op zijn geworden.
Verder zien wij bij veel mensen dat de bekendheid van diverse ondersteunende voorzieningen beperkt is. De meeste mensen die wij spraken, hebben het idee dat er meer voorzieningen zijn waar zij iets aan zouden hebben dan waar zij gebruik van maken. De meesten kennen de weg naar ‘Bereken uw recht’ niet, noch wordt in het contact met welzijnsinstellingen of gemeente standaard nagegaan waar zij eventueel voor in aanmerking zouden kunnen komen. Gemeente en de welzijnspartijen zouden een proactievere, uitnodigende benadering kunnen kiezen. Voorzieningen waarmee mensen direct geholpen zouden zijn (en die nu nog vaak onbenut blijven, of waar mensen vaak niet van weten of ze er gebruik van maken) zijn: de collectieve zorgverzekering, vrijstelling van gemeentelijke belasting, tegemoetkoming van kosten die voortkomen uit een chronische ziekte of handicap. Voedselhulp: met betrekking tot de voedselhulp is duidelijk geworden dat veel mensen, met name onderin het schema van Figuur 1 (blz 29), het niet ervaren als een tijdelijke noodhulpvoorziening maar dat het onderdeel is geworden van hun leven. Het voedselpakket is voor hen een structurele noodzakelijke aanvulling. Vanwege deze afhankelijkheid is het voor betrokkenen belangrijk dat de hulp goed is.
Naast de waardering die er is voor de voedselbank en de vrijwilligers die er werken, zijn drie aandachtspunten die regelmatig terugkwamen in de gesprekken: Balans tussen gezonde en ongezonde producten: in de pakketten zitten volgens betrokkenen relatief veel ongezonde producten (zoetwaren en lang houdbare producten) en te weinig versproducten zoals groente en fruit. Verder geldt voor mensen die leven volgens specifieke voedingsvoorschriften, dat het pakket daar niet op is afgestemd waardoor zij producten in hun pakket hebben waar zij niets mee kunnen. Mogelijkheid om (tot op zekere hoogte) zelf te kunnen bepalen wat je meeneemt: meerdere keren is aangegeven dat mensen het liefst zelf hun pakket samenstellen op basis van wat er beschikbaar is. In dit kader is wel verwezen naar andere voedselban52
53
bijlage 1: begrippenlijst Bewindvoerder
Een bewindvoerder wordt door een rechter benoemd om voor iemand geldzaken te regelen. Een bewindvoerder bepaalt o.a. het bedrag waarmee dagelijkse uitgaven kunnen worden gedaan en moet toestemming geven voor grote aan- of verkopen.
Wajong
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. Inkomensvoorziening voor mensen die op relatief jonge leeftijd arbeidsongeschikt zijn geworden. Sinds 2010 wordt de Wajong uitgevoerd door UWV.
Budgetbeheer
Vrijwillige vorm van inkomensbeheer. Mensen die het lastig vinden zelf hun inkomen te beheren en uitgaven te doen, kunnen daarvoor een budgetbeheerder in de arm nemen.
Wgs
Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Een kaderwet die het gemeenten verplicht een plan op te stellen t.b.v. schuldhulpverlening.
Leefgeldnorm voedselbank
Grensbedrag dat de voedselbank aanhoudt om te bepalen of een huishouden in aanmerking komt voor hulp.
Wia
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Voorziet in een uitkering voor mensen die gedeeltelijk of geheel arbeidsongeschikt zijn. De uitvoering van deze wet is neergelegd bij UWV.
Meer-team
Het Meer-team is een team binnen het sociaal domein van de gemeente. Het Meer-team neemt geen uitvoeringstaken over van professionals, maar voert op verzoek van professionals de procesregie en doet wat nodig is om hulp op gang te krijgen en waar nodig regie te beleggen.
Wsnp
Minnelijk traject
Van een minnelijk traject is sprake wanneer een hulpverleners voor een schuldenaar een betalingsregeling heeft getroffen met alle schuldeisers. Een minnelijk traject betekent dat de schuldeisers vrijwillig meewerken aan een schuldregeling.
Wet sanering natuurlijke personen. Deze schuldsaneringsregeling is bedoeld voor degenen die buiten hun schuld (“te goeder trouw”) in een problematische schuldsituatie terecht zijn gekomen. De rechter bepaalt of iemand tot de regeling kan worden toegelaten. De regeling duurt in beginsel drie jaar. Indien de rechtbank na verloop van die drie jaar oordeelt dat de schuldenaar zich aan zijn uit de regeling voortvloeiende verplichtingen heeft gehouden, wordt hem de zogenaamde schone lei gegeven.
NVVK
Vereniging voor financiële hulpverleners zoals kredietbanken, gemeenten en particuliere organisaties voor schuldhulpverlening en/of voor bewindvoering.
PLANgroep
Gemeente Haarlemmermeer heeft de hulpverlening aan inwoners met (dreigende) problematische schulden uitbesteed aan PLANgroep. PLANgroep is een financieel zorgverlener die verschillende vormen van hulp kan bieden zoals vroegsignaleren, schuldpreventie, budgetbeheer, budgetcoaching en het treffen van schuldregelingen, voorlichting en beleidsondersteuning.
54
55
bijlage 2: overzicht geïnterviewde bezoekers voedselbank Korte schets
huishouden
1 Gevlucht uit Syrië. Is ondanks betaalde baan toch afhankelijk van voedselbank. Hoopt meer te kunnen gaan werken tegen een hoger salaris. 2 Probeert na een relatie met huiselijk geweld leven weer op de rails te krijgen. Er is veel emotie en frustratie over verlies van regie over eigen leven. Wil haar kinderen meer bieden 3 Was dakloos, heeft drankprobleem, is contact met ex-partner en kind helemaal kwijt. Heeft zwakke gezondheid. Maakt er het beste van. 4 Krabbelt op uit een verleden met drank, drugs en jeugdtrauma’s. Hoopt op een stabiel leven en een beter contact met zijn kinderen. Is zeer positief over GGZ-hulpverlening. Doet vrijwilligerswerk (taalmaatje). 5 Zorg voor kinderen en gezondheidsklachten staan re-integratie in de weg. Problemen met schulddienstverlening maakt het gezin al langere tijd afhankelijk van voedselbank. 6 Was ondernemer (bouw), raakte met het bedrijf in de schulden. Kwam met gezin in daklozenopvang terecht. Met schuldhulpverlening is veel misgegaan. 7 Na relatie met huiselijk geweld opgevangen in een blijf van mijn lijf huis. Woont nu weer zelfstandig. Schuld sanering loopt niet goed.
56
Samenwonend met vier thuiswonende kinderen. Alleenstaand met twee thuiswonende kinderen. Alleenwonend
Alleenwonend
Alleenstaand met drie thuiswonende kinderen Samenwonend met drie thuiswonende kinderen Alleenstaand met een thuiswonend kind
Korte schets
huishouden
8 Was ondernemer in de horeca, ging failliet. Heeft kanker met slechte vooruitzichten. Heeft slechte ervaringen met schuldhulpverlening. 9 Is voor meer dan 80% arbeidsongeschikt, heeft schulden maar ziet op tegen een schuldsaneringstraject vanwege verhalen over laag leefgeld. Had problemen met kostendelersnorm. 10 Afgekeurd vanwege hernia. Heeft grote moeite om rond te komen met gezin. Zat in schuldsanering maar wil dat nu niet meer. Doet vrijwilligerswerk (taalmaatje) 11 Alleenwonend heeft van kindsbeen af last van psychosociale problemen (borderline en hoog sensitiviteit). Belemmerde het functioneren op school en werk. 12 Heeft een verleden met zeer veel verschillende banen. Ging van baan naar baan. Kon uiteindelijk niet verder werken vanwege uiteenlopende psychische en fysieke klachten. Is vrijwilliger bij de voedselbank. 13 Acht jaar geleden vanuit Syrië naar Nederland gevlucht. Beheerst de Nederlandse taal zeer beperkt. 14 Leeft van een AOW-uitkering en woont samen met zijn volwassen zoon. Hij noemt zichzelf redelijk goed. Mede vanwege zijn gepensioneerde leeftijd ziet hij geen mogelijkheden om zijn financiële positie te verbeteren. Hij probeert positief te blijven ondanks de omstandigheden.
57
Alleenwonend
Weduwe met een thuiswonende volwassen dochter. Samenwonend met vijf thuiswonende kinderen Alleenstaand, dochter woont in een pleeggezin Alleenwonend, zoon `woont bij ex-partner
Samenwonend met vijf thuiswonende kinderen Samenwonend met inwonende volwassen zoon
Korte schets
huishouden
8 Was ondernemer in de horeca, ging failliet. Heeft kanker met slechte vooruitzichten. Heeft slechte ervaringen met schuldhulpverlening. 9 Is voor meer dan 80% arbeidsongeschikt, heeft schulden maar ziet op tegen een schuldsaneringstraject vanwege verhalen over laag leefgeld. Had problemen met kostendelersnorm. 10 Afgekeurd vanwege hernia. Heeft grote moeite om rond te komen met gezin. Zat in schuldsanering maar wil dat nu niet meer. Doet vrijwilligerswerk (taalmaatje) 11 Alleenwonend heeft van kindsbeen af last van psychosociale problemen (borderline en hoog sensitiviteit). Belemmerde het functioneren op school en werk. 12 Heeft een verleden met zeer veel verschillende banen. Ging van baan naar baan. Kon uiteindelijk niet verder werken vanwege uiteenlopende psychische en fysieke klachten. Is vrijwilliger bij de voedselbank. 13 Acht jaar geleden vanuit Syrië naar Nederland gevlucht. Beheerst de Nederlandse taal zeer beperkt. 14 Leeft van een AOW-uitkering en woont samen met zijn volwassen zoon. Hij noemt zichzelf redelijk goed. Mede vanwege zijn gepensioneerde leeftijd ziet hij geen mogelijkheden om zijn financiële positie te verbeteren. Hij probeert positief te blijven ondanks de omstandigheden.
58
Alleenwonend
Weduwe met een thuiswonende volwassen dochter. Samenwonend met vijf thuiswonende kinderen Alleenstaand, dochter woont in een pleeggezin Alleenwonend, zoon `woont bij ex-partner
Samenwonend met vijf thuiswonende kinderen Samenwonend met inwonende volwassen zoon
Korte schets
huishouden
15 Heeft last van psychosociale problemen. Is afhankelijk van medicijnen en therapie. Heeft wel periodes gewerkt. Ziet zichzelf ook werken. 16 Kwam vijf jaar geleden uit Syrië. Werkte daar als docent Engels en tandartsassistent. Heeft zorg over vier kinderen, is gescheiden, heeft psychische problemen als gevolg van de oorlog, wil graag parttime aan het werk. Wil vrijwilligerswerk om werkervaring op te doen maar mag dat niet van de gemeente. 17 Heeft in jeugd veel nare dingen meegemaakt. Heeft psychische problemen en psychiatrische klachten, waaronder depressies en een conversiestoornis, is heel erg boos op de gemeente. Heeft veel stress. Krijgt GGZ-hulp en hulp van MeerWaarde. 18 Is sinds 10 jaar ziek en arbeidsongeschikt, is afhankelijk van een scootmobiel. Inwonende dochter heeft ook een bewindvoerder. 19 Heeft een werkend leven achter de rug. Raakte in 2011 haar baan kwijt. Heeft ontheffing van sollicitatieplicht vanwege lichamelijke klachten. 20 Is sinds 1985 arbeidsongeschikt. Heeft hartklachten en is slecht ter been, afhankelijk van scootmobiel. Gaat wel eens langs bij MeerWaarde en het Leger des Heils. 21 Na auto-ongeluk kon ze niet door met eigen bedrijf. Ernstige gezondheidsklachten. Wil op termijn weer aan het werk (na operatie). Doet vrijwilligerswerk. 59
Alleenwonend, kinderen wonen elders Alleenwonend met vier thuiswonende kinderen
Alleenwonend, heeft drie volwassen kinderen, wordt geholpen door ex-partner Alleenstaand (weduwe) met inwonende dochter en nog 2 uitwonende kinderen
Alleenstaand met inwonende volwassen zoon Alleenwonend
Alleenstaand, twee inwonende kinderen en 1 inwonend kleinkind
geraadpleegde literatuur en beleidsstukken Centraal Bureau voor de Statistiek. (2021). Armoede en Sociale Uitsluiting 2021. Den Haag/ Heerlen.
Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. (2022). Van schuld naar schone lei. Den Haag: Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. Sociaal Economische Raad. (2021). Werken zonder armoede. Den Haag: SER.
Coumans, M., & Schmeets, H. (2020). Sociale uitsluiting in Nederland: wie staat er aan de kant? Den Haag/Heerlen: Centraal Bureau voor de Statistiek.
Storytelling Gilde. (2020). Hoe vonden anderen het? 52 portretten van (ex) bezoekers van de voedselbank. Voedselbanken Nederland.
Ellens, M., & Van der Wijk, J. (2021). Duidingsrapportage dashboard minima Gemeente Haarlemmermeer. Groningen: KWIZ.
Van den Berg, W., El Aziz, F., Grot-Pieters, D., van der Leij, K., & Mulder, M. (2020). Hindernisbaan zonder finish, Een onderzoek naar de knelpunten in de toegang tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen. Den Haag: Nationale Ombudsman.
Gemeente Haarlemmermeer. (2014). Raadsvoorstel m.b.t. Wijziging minimabeleid als gevolg van inwerkingtreding Paticipatiewet (inclusief een overzicht van minimaregelingen in de Gemeente Haarlemmermeer 2015). Gemeente Haarlemmermeer. (2017). Beleidsplan Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Haarlemmermeer 2017-2021.
Voedselbank Haarlemmermeer. (2021). Jaarverslag 2020. Vrooman, C., Josten, E., Hoff, S., Putman, L., & Wildeboer Schut, J. (2018). Als werk weinig opbrengt, werkende armen in vijf Europese landen en twintig Nederlandse gemeenten. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
Gemeente Haarlemmermeer, Team Onderzoek. (2014). Uit de schaduw, onderzoek naar armoede in Haarlemmermeer. Gemeente Haarlemmermeer. Goudsmit, R., & Keukenkamp, S. (21 december 2020). Oprichters voedselbank zien het ‘succes’ met lede ogen aan: ‘Het is volledig uit de hand gelopen’. Trouw. Humanitas Haarlemmermeer. (2022). SchuldHulpMaatje Haarlemmermeer en Humanitas Haarlemmermeer adviseren de nieuwe gemeenteraad om de gemeentelijke schuldhulp verder te verbeteren. Haarlemmermeer. Kromhout, M., Omlo, J., Dikkers, J., & Robbers, S. (2021). Kwetsbaarheid én veerkracht bij aanvragers van een TOZO-uitkering, de impact van de coronacrisis op Utrechtse zzpérs en kleine ondernemers en hun ondersteuningsbehoeften. in opdracht van Gemeente Utrecht en ZonMw. Mullainathan, S., & Shafir, E. (2013). Schaarste, hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen. Amsterdam: Maven Publishing. Neter, J., Dijkstra, C., Nicolau, M., Visser, M., & Brouwer, I. (2019). The role of foodparcel use on dietary intake: perception of Dutch food bank recipients - a focus group study. Public Health Nutrition, 1647-1656. Omlo, J., Talma, J., Grubben, L., & de Ruig, L. (2021). Kansrijk armoedebeleid voor kinderen, porttretten van kinderen en knelpunten en kansen voor een integraal beleid. Leiden: deBeleidsonderzoekers.
60
61