CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Bijlagen bij toelichting

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 14 november 2024, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: GEANNULEERD: HOORZITTING – Heijezaal 19.00 – 19.30 uur: RV Vaststelling bestemmingsplan Zwanenburg Wilgenlaan 83 (11373236)19.774 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

6

Project 31671

achtergrondwaarden voor overige PFAS in de gemeente vastgesteld omdat deze over het algemeen niet op onverdachte locaties in de bodem worden aangetroffen. Voor zover bekend is op de locatie geen PFAS-houdend blusschuim gebruikt of is niet gewerkt met PFAS. Tevens is het niet aannemelijk dat de locatie door verspreiding van PFAS vanuit een bronlocatie belast is. Er mag daarom worden uitgegaan van de in bodemkwaliteitskaart vastgestelde kwaliteit. 3.6

Bodemopbouw en geohydrologie De gegevens met betrekking tot de bodemopbouw en geohydrologie (tabel 2.1) zijn afkomstig van de digitale Grondwaterkaart van Nederland (kaartdeel Provincie Noord-Holland, TNONITG, 2003). Tabel 3.1: Regionale bodemopbouw Diepte (m-mv)

samenstelling

Formatie

Geohydrologische eenheid

0-5

schelp- en kalkhoudende kleien, zeer fijne tot matig grove zanden, veen

Naaldwijk, Nieuwkoop

deklaag

5-15

Zand, zeer fijn tot matig grof, zwak tot sterk siltig, lokaal zwak tot sterk grindhoudend.

Boxtel

1e watervoerend pakket

15-145

Matig fijn tot uiterst grof zand, zwak tot sterk grindhoudend.

Kreftenheye, Urk, Sterksel

2e watervoerend pakket

145-180

Matig grof tot uiterst grof zand, plaatselijk grindhoudend.

Peize

3e watervoerend pakket

>180

Matig fijn tot matig grof schelphoudend zand, afgewisseld met zandige klei.

Maassluis

Geohydrologische basis

Grondwater De hoogte van het maaiveld in de omgeving van Zwanenburg bedraagt circa 5 m-NAP. De stijghoogte van het eerste watervoerend pakket bedraagt circa 4,5 m-NAP. Uit de isohypsenkaart wordt afgeleid dat de regionale grondwaterstroming van het eerste watervoerend pakket oostelijk is gericht. De kD waarde van het eerste watervoerend pakket bedraagt circa 1000 m2/dag. De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een grondwaterwingebied. Het freatisch grondwater bevindt zich globaal op 0,7-1,0 m-mv op de onderzoekslocatie.

7

4

Project 31671

CONCLUSIES Met betrekking tot de kadastrale percelen sectie A nummers 10471 en 10472, gelegen (naast) Wilgenlaan 83 te Zwanenburg, is een vooronderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is verricht in het kader van de voorgenomen herinrichting van de percelen. Op basis van het onderzoek uit 2017 is bekend dat het grondwater op een gedeelte van de locatie sterk verontreinigd is met PAK waarbij geen sprake is van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’ in kader van de Wet Bodembescherming en tevens geen onaanvaardbare risico’s worden verwacht. Verder zijn met voorgaande onderzoeken hooguit lichte verhogingen aangetoond. Op het perceel 10471 is met een voorgaand onderzoek een gering gehalte aan asbest aangetoond in de bovengrond (< 50 mg/kg ds). De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is afdoende bekend. Naar aanleiding van de beschikbare historische informatie, achten wij het op dit moment niet noodzakelijk een actualiserend bodemonderzoek uit te voeren. Aanbevelingen Ter plaatse van de matige verontreiniging met minerale olie/PAK in grond en sterke verontreiniging in grondwater (boring/peilbuis 105 uit 2017) is weliswaar geen sprake van een ‘ernstig geval van bodemverontreiniging’ in grond, echter is de verdachte bodemlaag niet toepasbaar voor hergebruik elders.

Bij eventuele graafwerkzaamheden is formeel geen milieukundige begeleiding noodzakelijk alsmede een gecertificeerde aannemer. Vrijkomende (overtollige) niet-toepasbare grond dient te worden afgevoerd naar een erkende verwerker. Aanbevolen wordt om overige grond die vrijkomt bij eventuele graafwerkzaamheden te hergebruiken binnen de percelen. Indien dit niet mogelijk is kan de grond op basis van dit rapport worden afgevoerd naar een grondbank of -depot. Als de grond wordt afgevoerd voor hergebruik elders, is (normaliter) eerst een partijkeuring nodig conform het Besluit Bodemkwaliteit. Met name bij grotere partijen grond is dit laatste voordeliger dan afvoeren naar een grondbank of -depot. In sommige gevallen is ook zonder aanvullend onderzoek hergebruik mogelijk op basis van een bodemkwaliteitskaart.

BIJLAGE I

BIJLAGE II

Foto’s locatiebezoek 21-06-2023

BIJLAGE III

91 89

118

27A

87

9 85A 85

49

35

47

19

11

25 116

45

43

39

41

51

27

33

37

13

15 23

21

17

Overzichtskaart Essenlaan

2D 6 6A

8

10

12

14

16

18

20

114

2E 22

22

106

108

110

112

2B

516

B

104

BOORPUNTENKAART Wilgenlaan

Legenda

0

5

10

15

Schaal: 1:500

20 m

Formaat: A3

C

83

100

102

- boorpunt - boorpunt met peilbuis - boorpunt voorgaand onderzoek - PAK > I-waarde in grondwater - onderzoekslocatie - perceelsgrens

Gemeente Haarlemmermeer 516

D

516

Opdrachtgever:

516 E

81

98

Project: Wilgenlaan naast nr. 83 te Zwanenburg Project nummer: 26629, B.V.

Datum : 19-04-2017

Getekend: B.V./BKr

Bestandsnaam: 26629tek.dwg

Kamerik (gem. Woerden)

Heerhugowaard

Steenwijk

Nijverheidsweg 7, 3471 GZ Tel: 0348-402103 Fax: 0348-402703

Galileistraat 69, 1704 SE Tel: 072-5729457 Fax: 072-5721744

Oevers 16, 8331 VC Tel: 0521-521924 Fax: 0521-521928

BIJLAGE IV

Toetsingskader bodem De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden uit de ‘Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013’ en Bijlage B van de ‘Regeling Bodemkwaliteit’. Hierin zijn de achtergrondwaarden (grond), streefwaarden (grondwater) en interventiewaarden (grond en grondwater) gedefinieerd. De tussenwaarde is het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond-/ streefwaarde en de interventiewaarde. Overschrijdingen van de normen kunnen worden geïnterpreteerd als een: lichte verhoging: gehalte > achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) matige verhoging: gehalte > T-waarde (tussenwaarde) sterke verhoging: gehalte > interventiewaarde De meetwaarden worden gecorrigeerd naar een standaard bodemtype met 25% lutum en 10% organische stof. Deze gestandaardiseerde meetwaarden worden berekend en getoetst via de landelijke toetsingsmodule BoToVa (Bodem Toets- en Validatieservice). De normen geldend voor grond voor barium zijn ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Alleen als verhoogde bariumgehalten het gevolg zijn van een antropogene bron (menselijk handelen), kan het bevoegd gezag dit gehalte beoordelen aan de voormalige normen. Het gehalte barium moet wel gemeten blijven worden.

Conform de Wet bodembescherming (Wbb) is de ernst van de verontreiniging gerelateerd aan een omvangscriterium. Om van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’ te spreken, dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m³ grond of 100 m³ bodemvolume grondwater de interventiewaarde te worden overschreden. Ook moet de verontreiniging zijn ontstaan vóór 1987. Voor een geval van ernstige bodemverontreiniging geldt formeel een saneringsplicht. In de praktijk wordt een sanering alleen verplicht gesteld indien sprake is van actuele risico’s, of indien dat bij een functiewijziging (bijvoorbeeld bouw) noodzakelijk is. Bij ongewijzigd gebruik en de afwezigheid van risico’s wordt bij een historische verontreiniging (ontstaan voor 1987) geen termijn aan de saneringsverplichting opgelegd. Indien de verontreiniging geheel of grotendeels na 1 januari 1987 is ontstaan, is sprake van een ‘nieuw geval van bodemverontreiniging’. Vanuit de zorgplicht in de Wet bodembescherming dient een nieuw geval van bodemverontreiniging, ongeacht de mate en omvang van de verontreiniging, in beginsel terstond te worden verwijderd. Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de grond kunnen bij een verkennend onderzoek (indicatief) worden getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. Voor een definitief oordeel is echter een AP04 partijkeuring nodig.

In het generieke kader wordt onderscheid gemaakt in drie kwaliteitsklassen voor hergebruik: Altijd Toepasbaar, Wonen en Industrie. Bij hogere gehalten dan de maximale waarde Industrie, is er sprake van Niet Toepasbare grond. Er wordt voldaan aan de eisen voor ‘Altijd Toepasbaar’ indien de gehalten de Achtergrondwaarden niet overschrijden. Afhankelijk van het aantal geanalyseerde stoffen mag voor een aantal parameters de Achtergrondwaarde wel worden overschreden met maximaal een factor twee, mits de maximale waarde Wonen niet wordt overschreden (uitgezonderd nikkel). Bij analyse op het standaardpakket is deze overschrijding toegestaan voor maximaal twee parameters.

Zwanenburg Wilgenlaan 83

Bijlage 3 Quick scan Wet natuurbescherming

63

Quickscan Wet natuurbescherming Basisschool de Zwaan, Zwanenburg

9 april 2021

De zakelijke dienstverlening van Landschap Noord-Holland

Quickscan Wet natuurbescherming Basisschool de Zwaan, Zwanenburg Projectleider

C. van den Tempel

Auteur

C. van den Tempel

Kwaliteitscontrole

D. Hoogeboom

Opdrachtgever

Gemeente Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AH Hoofddorp

Contactpersoon opdrachtgever

I. Houtsma

Foto’s en afbeeldingen

C. van den Tempel

Projectnummer

M-21-50500.26

Wijze van citeren

Van den Tempel, C. (2021). Quickscan Wet natuurbescherming. Basisschool de Zwaan, Zwanenburg. M-21-50500.26. Natuurlijke Zaken, Heiloo.

© Natuurlijke Zaken De zakelijke dienstverlening van Landschap Noord-Holland Postbus 222 1850 AE, Heiloo 088-0064400 www.natuurlijkezaken.nl Deze QuickScan is een potentie-inschatting naar (beschermde) soorten die in een gebied kunnen voorkomen, in combinatie met een toetsing aan de Wet natuurbescherming. Het veldbezoek betreft een momentopname we beoordelen een locatie op de potentiele aanwezigheid van (beschermde) soorten en geschikt leefgebied voor (beschermde) soorten. Indien bij werkzaamheden in de toekomst toch soorten worden aangetroffen dient gehandeld te worden naar de wet- en regelgeving met betrekking tot de Wet natuurbescherming voor het onderdeel soortenbescherming. Mogelijk is het noodzakelijk om mitigerende maatregelen te treffen of aanvullend onderzoek uit te voeren.

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

2

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ................................................................................................................................................. 4 1.1 1.2

2

AANLEIDING ................................................................................................................................................ 4 DOEL ......................................................................................................................................................... 4

PLANGEBIED ............................................................................................................................................. 5 2.1 2.2

PLANGEBIED ................................................................................................................................................ 5 PLANVOORNEMEN EN WERKZAAMHEDEN .......................................................................................................... 5

3

WETTELIJK KADER ..................................................................................................................................... 8

4

METHODIEK EN VELDWERK .................................................................................................................... 11 4.1 4.2

5

LITERATUUR ONDERZOEK ............................................................................................................................. 11 VELDBEZOEK ............................................................................................................................................. 11

RESULTATEN ........................................................................................................................................... 12 5.1 BESCHERMDE NATUURGEBIEDEN ................................................................................................................... 12 5.1.1 Natura 2000 .................................................................................................................................. 12 5.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) ................................................................................................. 12 5.1.3 Weidevogelleefgebied ................................................................................................................... 13 5.2 BESCHERMDE SOORTEN ............................................................................................................................... 13 5.2.1 Vogels ............................................................................................................................................ 13 5.2.2 Vleermuizen ................................................................................................................................... 14 5.2.3 Overige soortengroepen ................................................................................................................ 14

6

SAMENVATTENDE CONCLUSIE ................................................................................................................ 16 6.1 CONCLUSIE VOOR DE GEBIEDEN ..................................................................................................................... 16 6.1.1 Natura 2000 .................................................................................................................................. 16 6.1.2 NNN ............................................................................................................................................... 16 6.1.3 Weidevogelleefgebied ................................................................................................................... 16 6.2 CONCLUSIE BESCHERMDE SOORTEN................................................................................................................ 16

LITERATUUR ................................................................................................................................................... 17 BIJLAGE I TABELLEN BESCHERMDE SOORTEN IN NOORD-HOLLAND ............................................................... 18

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

3

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

De scholen De Achtbaan en Aldoende zijn gefuseerd. De nieuwe school, De Zwaan, krijgt een nieuw schoolgebouw aan de Wilgenlaan. Het huidige schoolgebouw aan de Wilgenlaan zal na nieuwbouw gesloopt worden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen of werkzaamheden dienen volgens de Wet natuurbescherming, effecten op natuurwaarden te worden onderzocht. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten en/of beschermde gebieden (vanuit Wet natuurbescherming). Vanuit de ruimtelijke ordening dient onderzocht te worden of de ontwikkeling mogelijke effecten heeft op provinciaal vastgestelde beschermde gebieden zoals het Natuurnetwerk Nederland (hierna NNN) en/of weidevogelleefgebieden. In deze quickscan worden de effecten op beschermde soorten en gebieden in beeld gebracht. Geconcludeerd wordt of er nadere vervolgstappen nodig zijn en/of er sprake is van een ontheffings- en of vergunningsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming.

1.2

Doel

Door middel van een literatuurstudie en een veldbezoek zal deze quickscan de volgende vragen beantwoorden: 1. Zijn er (mogelijk) effecten op beschermde gebieden (Wet natuurbescherming)? 2. Is er gezien de effecten van de ingreep een (mogelijke) aantasting van wezenlijke kenmerken uit waarden uit Natuurnetwerk Nederland? 3. Welke beschermde (Wet natuurbescherming) soorten komen er (potentieel) voor in het plangebied? 4. Welke negatieve effecten kan de (potentieel) aanwezige flora en fauna ondervinden van de ingreep? 5. Is er, gezien de effecten van de ingreep, sprake van een (mogelijke) overtreding van Wet natuurbescherming?

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

4

2

Plangebied

2.1

Plangebied

Zwanenburg bestaat overwegend uit rechte straten met woonblokken waarbinnen vooral bedrijvigheid of grote tuinen te vinden zijn. De centrale straat is de Dennenlaan. Het plangebied ligt ten oosten van de Dennenlaan. Het huidige schoolgebouw van één bouwlaag met een spouwmuur en daklijsten. Daaromheen is speelruimte; een sportveld en gras met daarop een paar grote bomen. De hoek Essenlaan met Wilgenlaan is onbebouwd.

Figuur 2.1 Ligging van het plangebied.

2.2

Planvoornemen en werkzaamheden

Het planvoornemen is om een nieuw schoolgebouw te bouwen op het huidige onbebouwde deel, zie figuur 2.2. Als deze school af is, zal de huidige school gesloopt worden. De noodgebouwen worden wel al gesloopt voordat de huidige school af is. Deze worden verplaatst naar het aangrenzende grasveld.

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

5

Figuur 2.2. Planvoornemen.

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

6

Figuur 2.3. Enkele foto’s van het plangebied.

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

7

3

Wettelijk kader

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming ingegaan. Deze wet vervangt de voormalige Boswet, Flora- en faunawet en natuurbeschermingswet 1998. De ‘nieuwe’ wetgeving volgt dezelfde onderverdeling in bescherming van bossen (hoofdstuk 4), bescherming van soorten (hoofdstuk 3) en bescherming van gebieden (hoofdstuk 2). Hieronder wordt een beknopte weergave van deze onderdelen weergegeven.

Bescherming van gebieden (hoofdstuk 2) Natura 2000-gebieden worden middels de Wet natuurbescherming beschermd. Binnen of buiten Natura 2000gebieden zijn er geen activiteiten toegestaan die een significant negatieve invloed kunnen hebben op de instandhoudingsdoelen van het betreffende gebied. Wanneer effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een passende beoordeling gemaakt te worden.

Bescherming van soorten (hoofdstuk 3) Er zijn in de Wet natuurbescherming 3 beschermingsregimes te onderscheiden. Deze regimes zijn grotendeels gebaseerd op Europese wetgeving (Vogel- en habitatrichtlijn).

Regime 1: Vogelrichtlijn (art 3.1) Alle in het wild levende vogels in Nederland zijn middels 5 verbodsartikelen (zie kader 1) beschermd. Met opzettelijk wordt voorwaardelijke opzet bedoeld: ‘Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of een plant.’ (memorie van toelichting op wet natuurbescherming) Verstoring van vogels is geen wettelijke overtreding indien het geen wezenlijke invloed heeft op de gunstige staat van instandhouding van de soort. Voor een ontheffing op de verboden dient een zware toets uitgevoerd te worden. Kader 1: Verbodsbepalingen soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5.

Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Regime 2: Soorten van de Habitatrichtlijn (art 3.5) Een aantal soorten kennen een strenge bescherming. Dit betreft de soorten van de Habitatrichtlijn, of bijlage II bij het Verdrag van Bern, of bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Ook hier is de voorwaardelijke opzet van toepassing. Voor soorten onder dit regime is verstoren te allen tijde verboden. Dit is een verschil met de bescherming van vogels, waar verstoring is toegestaan, mits dit geen effect heeft op de gunstige staat van instandhouding. Het is nog onbekend hoe omgegaan moet worden met vogels die in bijlage II van het Verdrag van Bern staan. Voor deze vogels zou in principe verstoring ook ten alle tijde verboden zijn. Voor een ontheffing op de verboden wordt een zware toets toegepast.

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

8

Kader 2: Verbodsbepalingen soorten van Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wet natuurbescherming) 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Regime 3: Nationaal beschermde soorten (art 3.10) Het derde beschermingsregime bestaat uit een aantal aanvullende soorten waarvoor de rijksoverheid bescherming noodzakelijk acht. Deze soorten worden genoemd in de bijlage bij de Wet natuurbescherming. Voor de soorten van dit beschermingsregime is het verboden ze opzettelijk te doden of te vangen en om voortplantingsplaatsen of vaste rustplaatsen te beschadigen of te vernietigen. Voor deze soorten geldt niet het verbod om te verstoren. De provincie heeft middels een verordening een aantal soorten uit deze bijlage weer vrijgesteld. Kader 3: Verbodsbepalingen Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wet natuurbescherming) 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Ontheffingsgronden soortbescherming Indien er verbodsbepalingen overtreden worden moet een ontheffing worden aangevraagd. Voor handelingen is geen ontheffing van de verbodsbepalingen nodig als: • Er maatregelen mogelijk zijn om het overtreden van de verbodsbepalingen te voorkomen; • Er een vrijstelling geldt op grond van een provinciale verordening, gedragscode, beheerplan Natura 2000, programmatische aanpak of een ministeriële regeling. Een ontheffing (of een vrijstelling) wordt uitsluitend verleend, als voldaan is aan elk van de volgende drie cumulatieve voorwaarden: a. Geen andere bevredigende oplossing; b. Sprake van een in de wet genoemd belang; c. Geen verslechtering/afbreuk aan de staat van instandhouding van de soort. Of er sprake is voor een bij wet genoemd belang is verschillend per beschermingsregime van de soort. De verschillende belangen zijn per regime aangegeven.

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

9

Bescherming van bossen (Hoofdstuk 4) Voor bosopstanden (groter dan 1000 m² of dat bestaat uit rijbeplanting van meer dan 20 bomen) buiten de bebouwde kom geldt een meldings- en herplantplicht. Door middel van de provinciale verordening geldt de meldings- en herplantplicht ook voor (evt. geknotte) populieren of wilgen in 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en 3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden. In de provinciale verordening staat verder beschreven hoe de melding en herplant gedaan moet worden.

Planologische bescherming: NNN Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS/Ecologische Hoofdstructuur) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. In de Omgevingsvisie NH2050 (2018) en de Omgevingsverordening (2020) is de bescherming van de natuurwaarden – de zogeheten wezenlijke kenmerken en waarden – van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en natuurverbindingen opgenomen. In artikel 6.43 van de Omgevingsverordening worden regels gesteld aan gemeentelijke ruimtelijke plannen ter bescherming van het NNN. De natuurwaarden van het NNN worden aangeduid met de term wezenlijke kenmerken en waarden. De bescherming houdt in dat er geen nieuwe activiteiten mogelijk zijn, die per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een vermindering van de oppervlakte van het Natuurnetwerk Nederland of de natuurverbindingen, of van de samenhang tussen die gebieden. De wezenlijke kenmerken en waarden zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie NH2050.

Weidevogelleefgebied Noord-Holland is één van de provincies met de hoogste weidevogeldichtheid in Europa en dat geeft een grote verantwoordelijkheid voor deze soorten. Deze zorg is vastgelegd in nationale wet- en regelgeving die voortkomt uit internationale verdragen en uit de Europese Vogelrichtlijn. Bescherming van weidevogelleefgebieden is opgenomen in de Omgevingsvisie NH2050 (2018). Deze gebieden vallen in de Omgevingsvisie onder het Bijzonder provinciaal landschap (BPL). Het doel in om het Bijzonder provinciaal landschap in Noord-Holland te beschermen en waar mogelijk te versterken en te ontwikkelen. In Artikel 6.46 van de Omgevingsverordening (2020) is opgenomen dat ruimtelijke plannen de kernkwaliteiten van het BPL niet mogen aantasten. De weidevogelkerngebieden die binnen NNN liggen, vallen onder het NNN ‘nee-tenzij’ beschermingsregime. Buiten het NNN gaan de weidevogelleefgebieden op in het BPL met de kernkwaliteit ‘habitat voor weidevogels’.

Zorgplicht Onder de Wet natuurbescherming valt ook de zorgplicht. Deze geldt voor alle in het wild levende planten en dieren. Dit houdt in dat men nadelige gevolgen voor planten en dieren, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

10

4

Methodiek en veldwerk

De aanwezige natuurwaarden zijn in beeld gebracht op basis van bestaande inventarisatiegegevens en een verkennend veldbezoek. In hoofdstuk 5 is op basis van de literatuurstudie en het veldbezoek per soortgroep een effectbepaling opgesteld.

4.1

Literatuur onderzoek

Een algemeen literatuur onderzoek van beschermde soorten in provincie Noord-Holland is opgenomen in bijlage 1 van deze rapportage. Deze bijlage geeft inzicht in de verspreiding en biotoopeisen van wettelijke beschermde soorten die voorkomen in de provincie Noord-Holland. Deze lijst is opgesteld door Natuurlijke Zaken op basis van diverse bronnen. Belangrijkste bron is de uitgebreide kennis en ervaring als terreinbeheerder van de Noord-Hollandse flora en fauna. Landschap Noord-Holland heeft voor de belangrijkste soortgroepen gebiedsdekkende atlassen (broedvogels, amfibieën en reptielen, zoogdieren, flora, dagvlinders en vissen) opgesteld, waarin de verspreiding van (beschermde) soorten is onderzocht. Daarnaast zijn aanvullende bronnen geraadpleegd, zoals de NDFF verspreidingsatlas, waarneming.nl, recente (soorten)atlassen (lokaal en landelijk), gebiedsinventarisaties en eigen experts.

4.2

Veldbezoek

Op 26 maart heeft Carola van den Tempel, deskundig ecoloog van Natuurlijke Zaken*, het plangebied bezocht. Het was droog en bewolkt. Tijdens het veldbezoek is gelet op habitat voor beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van een verrekijker en zaklamp.

* De ecologen van Natuurlijke Zaken hebben veel ervaring met de betreffende soortgroepen en voldoen aan de criteria van ‘ecologisch deskundige’ zoals omschreven door de Rijksdienst voor ondernemend Nederland. Met een ecologisch deskundige wordt bedoeld een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. Alle ecologen van Natuurlijke zaken hebben op HBO, dan wel universitair niveau een opleiding genoten met als zwaartepunt ecologie.

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

11

5

Resultaten

In paragraaf 5.1 wordt de ligging van het plangebied t.o.v. beschermde natuurgebieden onderzocht. Per natuurgebied wordt bepaald en getoetst of de beschermde waarden van deze beschermde natuurgebieden kunnen worden aangetast. Paragraaf 5.2 toetst de ontwikkeling aan het onderdeel soortenbescherming van de Wet natuurbescherming, per soortgroep wordt inzicht gegeven in de eventuele aanwezigheid op basis van de literatuurstudie, veldbezoek en effectenbepaling.

5.1

Beschermde natuurgebieden

5.1.1

Natura 2000

Binnen de gemeente Haarlemmermeer liggen geen Natura 2000 gebieden. Op ongeveer 7 kilometer afstand van de Haarlemmermeer, ligt het Natura 2000-gebied Polder Westzaan, zie figuur 5.1. Polder Westzaan is een van de belangrijkste veenweidegebieden voor brakke ruigten met echt lepelblad en echte heemst en brakke graslanden. Er zijn goed ontwikkelde jonge verlandingsstadia, bloemrijke veenmosrietlanden, veenmosrijke trilvenen en moerasheiden aanwezig. Het gebied is een kerngebied voor de noordse woelmuis. Effecten De werkzaamheden zijn kleinschalig en worden uitgevoerd op een klein oppervlak. Gezien aard en omvang van het werk en de locatie zijn effecten in de vorm van verstoring en verdroging van het voornemen op de omliggende Natura 2000-gebieden uit te sluiten. Effecten van stikstof zijn niet direct uit te sluiten. Over een langere periode zullen werktuigen worden ingezet en er zijn tijdens de werkzaamheden extra rijbewegingen. Het is daarom aan te raden een Aerius berekening uit te voeren voor de periode van de werkzaamheden. Het stikstofgevoelige habitattype H7140B, Veenmosrietland ligt op 7,5 km afstand. Conclusie Vanwege de geringe omvang van de ontwikkeling en de afstand tot het plangebied, liggen de Natura 2000gebieden zeker buiten het invloedgebied van het plan wat betreft vermesting en verzuring, verdroging of geluid- en lichtverstoring.

Negatieve effecten in de vorm van stikstofdepositie op het habitattype Veenmosrietland zijn niet direct uit te sluiten. Het is aan te raden een Aerius berekening uit te voeren.

5.1.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Het plangebied ligt niet in het NNN (zie figuur 5.1). Er is daarom zeker geen sprake van directe aantasting van het NNN. De dichtstbijzijnde gebieden die behoren tot het NNN zijn de recreatiegebieden van Spaarnwoude en de Groote Braak bij Halfweg. De werkzaamheden hebben geen effect op de directe omgeving van het plangebied. Negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN kunnen worden uitgesloten. Effecten Er zijn voor het NNN geen belemmeringen. Het NNN beleid staat de uitvoering van het plan niet in de weg. Conclusie Er is geen sprake van vermindering of aantasting van het NNN, nadere vervolgstappen zijn niet noodzakelijk.

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

12

Figuur 5.1 Begrenzing van beschermde gebieden rondom het plangebied.

5.1.3

Weidevogelleefgebied

Het plangebied ligt niet in Bijzonder Provinciaal Landschap. Er is daarom zeker geen sprake van directe aantasting van weidevogelleefgebied. De werkzaamheden hebben geen effect op de directe omgeving van het plangebied. Negatieve effecten op een weidevogelleefgebied kunnen worden uitgesloten. Effecten Gezien de locatie van het plangebied zijn effecten op een weidevogelleefgebied uit te sluiten. Conclusie Er zijn geen effecten op de provinciaal aangewezen weidevogelleefgebieden.

5.2

Beschermde soorten

5.2.1

Vogels

Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Een aantal soorten gebruikt jaarrond dezelfde nestlocatie. Dit zijn jaarrond beschermde nestplaatsen, dus ook buiten het broedseizoen. Dit betreft bijvoorbeeld de nestlocaties van huismus, gierzwaluw en diverse roofvogels en uilen, in bijlage 1 van deze rapportage is deze lijst opgenomen, plus een indicatie van de verspreiding in de provincie Noord-Holland. Voorkomen en functie Er zijn geen mogelijkheden voor nesten van jaarrond beschermde vogels aanwezig. In de bomen zijn geen grote nesten gezien en de bebouwing biedt geen broedmogelijkheden aan huismussen of gierzwaluwen. Wel kunnen er eventuele dakbroeders, als meeuwen of scholekster, op het dak broeden.

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

13

Effecten Er zijn geen nesten van vogels met jaarrond beschermde vogels binnen de plangrenzen. Ook zijn er geen broedmogelijkheden voor de jaarrond beschermde soorten huismussen of gierzwaluwen in de bebouwing aanwezig. Bij sloop in het broedseizoen (in de periode maart – juli) kunnen wel nesten van mogelijk aanwezige dakbroeders vernietigd worden. Conclusie Indien de werkzaamheden in het broedseizoen plaatsvinden, kan dit leiden tot vernietiging van nesten en dus tot een overtreding van een verbodsartikel van de Wet natuurbescherming. Indien buiten het broedseizoen wordt gewerkt leidt de sloop niet tot een overtreding van een verbodsartikel van de Wet natuurbescherming.

5.2.2

Vleermuizen

Alle vleermuissoorten zijn strikt beschermd en staan vermeld op bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn (artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming). De bescherming heeft zowel betrekking op de verblijfplaatsen, als vlieg- en trekroutes en foerageergebieden. Vleermuizen worden hier apart opgenomen omdat meer dan alleen de verblijfplaatsen beschermd zijn en een aantal soorten algemeen voorkomend zijn in de provincie NoordHolland. Voorkomen en functie In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen van gewone- en ruige dwergvleermuis en laatvlieger bekend. Het hoofdgebouw bevat een spouwmuur en toegang tot de spouw, middels kleine spouwgaten. Tevens zijn er bij de daklijsten ook kleine toegangsmogelijkheden gezien. Gewone- en ruige dwergvleermuizen zouden van deze kleine toegangsopnemingen gebruik kunnen maken om te spouw te bereiken. De spouwmuur kan als verblijfplaats dienen voor deze soorten. Voor laatvliegers zijn de toegangsopeningen te klein. In de noodgebouwen zijn geen verblijfmogelijkheden voor vleermuizen aanwezig. Effecten Mogelijk wordt het schoolgebouw door gewone- of ruige dwergvleermuis gebruikt als verblijfplaats. Door de sloop verdwijnen daardoor mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen. Dit is strijdig met de Wet natuurbescherming.

Conclusie Door de geplande ingrepen kunnen mogelijk verblijfplaatsen van gewone- of ruige dwergvleermuis verstoord worden of verdwijnen. Dit is verboden volgens de Wet natuurbescherming. Het planvoornemen leidt dus mogelijk tot een overtreding van een verbodsartikel. Nader onderzoek in de actieve periode van vleermuizen zal moeten aantonen of de spouwmuren op deze locatie worden gebruikt door vleermuizen. Er is geen belemmering vanuit de Wet natuurbescherming voor de sloop van de noodgebouwen.

5.2.3

Amfibieën

Voorkomen en functie Op één kilometer ten zuidoosten van het plangebied zijn rugstreeppadden waargenomen. Deze zitten in het natuurgebied de Raesberg. Het plangebied is gescheiden van de Raesberg door de snelweg A5, de Ringvaart van de Haarlemmermeer en een deel van de bebouwde kom van Zwanenburg. In de huidige situatie is er geen leefgebied voor de rugstreeppad in de plangebied aanwezig. Mochten er tijdelijk plassen ontstaan gedurende grondwerkzaamheden, is het onwaarschijnlijk dat de rugstreeppadden deze barrières overbruggen. De dieren zitten al meer dan 10 jaar in de Raesberg, zonder zich uit te breiden naar de westkant van de Ringvaart.

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

14

Effecten Er is in de huidige situatie geen habitat voor rugstreeppad. Ook worden deze niet verwacht bij grondwerkzaamheden. Er zijn dus ook geen effecten op deze soort. Conclusie De ontwikkeling leidt niet tot een overtreding van een verbodsartikel van de Wet natuurbescherming.

5.2.4

Overige soortengroepen

De werkzaamheden vinden plaats binnen de bebouwde kom. Het betreft de sloop en nieuwbouw van een schoolgebouw en noodlokalen. Effecten op overige in de Wet natuurbescherming genoemde soortgroepen (flora, grondgebonden zoogdieren, reptielen, weekdieren, vissen, en insecten (vlinders, libellen, etc)) bij voorbaat uit te sluiten.

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

15

6

Samenvattende conclusie

In hoofdstuk 5 zijn de effecten van de sloop getoetst aan de verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming. Hieronder een samenvatting van de belangrijkste conclusies.

6.1

Conclusie voor de gebieden

6.1.1

Natura 2000

Uit de bureaustudie blijkt dat op ruim 7 kilometer afstand van de Haarlemmermeer het Natura 2000 gebied Polder Westzaan ligt. Gezien de geringe omvang van de ingreep en de ligging t.o.v. van het Natura 2000-gebied zijn effecten in de vorm van verstoring en verdroging op de omliggende Natura 2000-gebieden, uit te sluiten. Overgangs- en trilvenen aanwezig (H7140B). Eventuele stikstofeffecten als gevolg van de werkzaamheden op het Natura 2000-gebied Polder Westzaan dienen nader bepaald te worden. Negatieve effecten op het stikstof gevoelige habitattypen H7140B is niet op voorhand uit te sluiten. Een Aerius berekening geeft inzicht of er sprake is van een eventuele vergunningplicht. Indien er sprake is van een stikstofdepositie op Natura 2000, ten opzichte van de huidige situatie, kan bijvoorbeeld door intern salderen alsnog een vergunning worden aangevraagd (www.rudnh.nl).

6.1.2

NNN

Het plangebied ligt niet in een NNN gebied. Er is daarom geen sprake van directe aantasting van het NNN. Negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN kunnen worden uitgesloten. Het provinciaal NNN beleid staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

6.1.3

Weidevogelleefgebied

Het plangebied bevindt zich niet in een Bijzonder Provinciaal Landschap. Er is geen sprake van directe aantasting van, of verstoring op weidevogelleefgebied.

6.2

Conclusie beschermde soorten

6.2.1

Vogels

Er zijn geen effecten te verwachten op jaarrond beschermde vogels. Mogelijk kunnen er vogels op het platte dak broeden. Mits de werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd, zijn er geen effecten op beschermde soorten.

6.2.2

Vleermuizen

Het huidige hoofdgebouw is geschikt als verblijfplaats voor gewone- en ruige dwergvleermuizen. Het verstoren of vernietigen van verblijfplaatsen van vleermuizen is verboden volgens de Wet natuurbescherming. Nader onderzoek dient te bepalen of het gebouw functie heeft voor vleermuizen en dus of een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig is voor de sloop.

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

16

Literatuur Rapporten Herder, J., Hamers, J. & Dekker, K. (2010). Atlas van de Noord-Hollandse amfibieën en reptielen 1980-2010. Landschap Noord-Holland, Stichting RAVON. Herder, J.E., Kranenbarg, J., Hoogeboom, D.M., Hamers, J. & Dekker, K. (2012). Atlas van de Noord-Hollandse vissen. Landschap Noord-Holland, Heiloo & RAVON Nijmegen. Hoogeboom, D.M., Visbeen, F., Wondergem, J. & Ruitenbeek, W. (2014). Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Noordhollandse Zoogdierstudiegroep (NOZOS) Alkmaar. Kaag, K., Veling, K., Visbeen, F. & Scharringa, K. (2012). Vlinders van Duin tot Dijk. De dagvlinders van NoordHolland 2000-2009. Landschap Noord-Holland, Heiloo. Scharringa, C.J.G., Ruitenbeek, W. & Zomerdijk, P.J. (2010). Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 20052009. Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland (SVN), Landschap Noord-Holland, Heiloo. Van der Riet, B., van der Goes, H., Baas, T., van den Tempel, C., Menkveld, W. & Visbeen, F. (2014). Atlas van de Noord-Hollandse flora. Landschap Noord-Holland, Heiloo.

Websites maps.noord-holland.nl www.bij12.nl www.ndff.nl www.verspreidingsatlas.nl www.waarneming.nl

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

17

Bijlage I Tabellen beschermde soorten in NoordHolland Planten Vaatplanten Soort Bokkenorchis Dennenorchis

Artikel 3.10 3.10

Glad biggenkruid Groenknolorchis

3.10 3.5

Grote leeuwenklauw

3.10

Honingorchis Karthuizeranjer

3.10 3.10

Kleine ereprijs Kluwenklokje Kranskarwij Muurbloem Rood peperboompje Rozenkransje

3.10 3.10 3.10 3.10 3.10 3.10

Scherpkruid Schubvaren Stofzaad

3.10 3.10 3.10

Tengere distel

3.10

Tengere veldmuur

3.10

Wilde ridderspoor Zandwolfsmelk

3.10 3.10

Biotoop Kalkrijk duinzand/ kalkrijke kavel Beschaduwde plaatsen op vochtige vaak zure grond Akkers, zeeduinen, bermen, grasland Open duinvalleien, jaarlijks gemaaide verlandingsvegetaties Bermen, akkers, waterkanten, braakliggende grond Zeeduinen schrale- en kalkgraslanden, bermen en dijken, leisteenhellingen, zandsteenrotsen Zeeduinen, dijken en rivierduinen Bermen, grasland, rivierengebied Gasland, heide, waterkanten, moerassen Rotsachtige plaatsen, (oude) muren Bossen, struwelen Zeeduinen, heide, grasland, open plekken met veel korstmossen Zeeduinen, kalkrijke ruigten, erven, akkers Oude, verweerde, kalrijke muren Open duinbossen, open struwelen, dennenbossen en beukenbossen Kustgebonden: zonnig, open, droog en stikstofrijke grond Akkers, graslanden, steile kalkhellingen, oude muren Akkers Rivierdijken, rivierduinen, grasland

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

Regio Tussen Zandvoort en Wijk aan Zee De duinen bij Schoorl Duingebied, Texel Vechtplassen, Kennemerstrand (IJmuiden), Zwanenwater, Texel Duingebied Kennemermeer (IJmuiden) in de buurt van Amsterdam Binnenduinen bij Haarlem Sporadisch waargenomen Sporadisch waargenomen Zeldzaam in stedelijk gebied Aerdenhout Bergen aan zee, Texel Duingebied Amsterdam, Haarlem Duingebied Wieringen Sporadisch waargenomen Sporadisch waargenomen Enkele locatie in Amsterdam

18

Vogels, jaarrond beschermde nesten Soort

Artikel

Biotoop

Regio

Boomvalk

3.1

Gehele provincie

Buizerd

3.1

Open gebieden met houtopstanden (met kraaiennesten) Bosjes van enige omvang en grootte, duinen en oudere bossen Grote stedelijke agglomeraties, kleine dorpen, platteland (boerderijen) Bosrijke landschappen, Binnenduinrand, open gebieden (m.n. zuidelijk van Noordzeekanaal) Waar mensen wonen, dakpannen, nestkasten, klimop Open kleinschalig landschappen nabij erven en (oude) panden. Grote open graslanden, laagveen en gradiënten Open, licht beboste landschappen

Kolonies rond Amsterdam en Hoorn

Gierzwaluw

3.1

Havik

3.1

Huismus

3.1

Kerkuil

3.1

Ooievaar

3.1

Ransuil

3.1

Roek

3.1

Slechtvalk

3.1

Vrijstaande hoge bomen, cultuurland, grasland en bouwland Hoge gebouwen, industriële complexen

Sperwer

3.1

Bosrijke en agrarisch gebied

Steenuil

3.1

(half)open agrarische landschappen met veel grasland

Wespendief

3.1

Uitgestrekte bossen

Categorie 4

Gehele provincie 4 Gehele provincie in bebouwde omgeving 2 Gehele provincie m.u.v. grotere open agrarische gebieden 4 Gehele provincie 2 Gehele provincie, Wieringermeer, Hoorn, Zaanstreek, Amsterdam In en rond Amsterdam en Haarlem en in Het Gooi Gehele provincie

3 4 2

Noordzeekanaalgebied en kop van Noord-Holland Gehele provincie

3 4

Voornamelijk West-Friesland, Zaanstreek. Ook op Wieringen en het zuidelijk deel van de provincie Duingebied en in Het Gooi

Vogels

categorie 1

Jaarrond gebruikte nesten (steenuil)

Legenda categorieën jaarrond beschermde nesten

categorie 2

Zeer honkvaste koloniebroeders afhankelijk van bebouwing

categorie 3

Zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen kolonie)

categorie 4

Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest

categorie 5

Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

3

19

1 4

Vogels Jaarrond beschermde nesten als er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen Soort Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever

Artikel 3.1 3.1 3.1

Biotoop waterrijke poldergebieden in bomen Agrarisch gebied in schuren en stallen (Loof)bossen

Regio Gehele provincie Gehele provincie Het Gooi en sporadisch in duingebied

3.1

(oude) loofbossen met eiken en beuken

Boomkruiper

3.1

Bosuil

3.1

Eider Ekster Gekraagde roodstaart Glanskop

3.1 3.1 3.1

Grauwe vliegenvanger Groene specht

3.1

Bossen, laanbeplanting, hoog opgaande vegetatie Parkachtig landschap met oude bomen (>12 ha) Waddeneilanden Parkachtige landschappen, bebouwde kom Open loof- / dennenbossen, landgoedbossen, oude parken Structuurrijk loofbos, gemengd bos met eiken en beuken Open loofbos, kleinschalige agrarische landschappen Parkachtige half open landschappen.

Duingebied en in Het Gooi, parken Amsterdam en Haarlem Gehele provincie

Grote bonte specht Huiszwaluw

3.1

IJsvogel

3.1

Kleine bonte specht Koolmees

3.1

Oeverzwaluw Pimpelmees

3.1 3.1

Categorie 5 5 5

3.1

3.1

3.1

3.1

Raaf Spreeuw Tapuit Torenvalk

3.1 3.1 3.1 3.1

Zwarte kraai

3.1

Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht

3.1 3.1 3.1

Oude loof-/ naaldbossen; (oude-) parken, windsingels, bomenrijen Bewoonde gebieden: dakranden, balken en goten Waterrijke streken met meren, kanalen, rivieren, vaarten en sloten Gevarieerde loofbossen met oude hoge bomen, parken Bossen, parkachtige landschappen, platteland, tuinen Steile wanden van zand, leem of klei Bossen, parkachtige landschappen, platteland, tuinen Afhankelijk van kadavers Stedelijk- en landelijk gebied Kustduinen Graslanden, wegbermen, dijken Open en halfopen landschappen met hoge bomen Naaldbossen Holen gebouwen en steenhopen Grotere bosoppervlakten

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

5 5

Bosrijke delen provincie en stadsparken 5 5 5

Texel, Balgzand (Noordkop) Gehele provincie Duingebied en in Het Gooi

5 Duingebied en in Het Gooi 5 Bossen in de gehele provincie., 5 Gehele provincie m.u.v. grotere open gebieden met weinig bomen/bos Gehele provincie

5 5

Gehele provincie 5 Gehele provincie 5 Duingebied, Texel, Robbenoordbos en in Het Gooi Gehele provincie

5 5 5

Gehele provincie Gehele provincie Het Gooi, duingebied Gehele provincie Duingebied Gehele provincie, vooral agrarisch gebied maar ook natuurterreinen Gehele provincie

5 5 5 5 5 5 5 5 5

Duingebied en in Het Gooi Stedelijk gebied Het Gooi

20

Grondgebonden zoogdieren Soort Boommarter

Artikel 3.10

Biotoop Oude bossen en landgoederen

Bruinvis Bunzing

3.5 3.10

Damhert

3.10

Noordzee en Waddenzee Kleinschalig landschap met schuilmogelijkheden en water in oude holen van o.a. konijnen, holtes en opslag Open- en half open landschappen

Das

3.10

Eekhoorn

3.10

Gewone zeehond Grijze zeehond Hermelijn

3.10 3.10 3.10

Zoute wateren Zoute wateren Nagenoeg elke biotoop met voldoende kleine zoogdieren als prooi

Noordse woelmuis

3.5

Veenweide en natuurterreinen

Otter Steenmarter

3.5 3.10

Waterspitsmuis

3.10

Wezel

3.10

Moerasgebieden Bos, stedelijke- en agrarische gebieden met voldoende voedsel en schuilplaatsen Heldere wateren, moerassige gebieden, natte duinvalleien, rietkragen, verlandingszones Gevarieerde weidegebieden, akkergebieden, bossen, moerassen, weidegebieden. Voldoende kleine zoogdieren

Kleinschalig natuurlandschap, flink areaal en toegang tot bemeste weilanden Bos met voldoende zaaddragende bomen

Regio In oude bossen, voornamelijk duinbossen, Amsterdamse bos, Het Gooi en Robbenoordbos Noordzee en Waddenzee Gehele provincie m.u.v. Texel

Duinen van Zuid-Kennemerland, duinen tussen Egmond en Noordzeekanaal Het Gooi Het Gooi, bossen rond Amsterdam, Duingebied Waddenzee, Noordzee Waddenzee, Noordzee Gehele provincie. Voornamelijk Zaanstreek, Waterland en Vechtplassengebied. Gebied tussen Hoorn, Alkmaar, Haarlem en Amsterdam en op Texel. Naardermeer en Vechtplassen Sporadisch Zeldzaam aanwezig in gehele provincie Gehele provincie m.u.v. Texel

Vleermuizen Soort Franjestaart

Artikel 3.5

Biotoop Naaldbossen, andere bostypen, bosranden, kapvlakten, weilanden, drassig terrein

(Gewone) Baardvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Kleine dwergvleermuis

3.5

Parkachtige landschappen met stromend water en oevervegetatie Van agrarisch gebied en bos tot dichtbevolkte steden. Voornamelijk kiervormige ruimten Loofbos, gemengd bos, holle bomen en gebouwen

Laatvlieger

3.5

Meervleermuis

3.5

Rosse vleermuis

3.5

Ruige dwergvleermuis Tweekleurige vleermuis

3.5 3.5

3.5 3.5 3.5

Waterrijke gebieden: oeverbossen, laagland en wateren. Gebouwbewoner Gebouwen: huizen in dorpen en steden, boerderijen. Open landschap Spouwmuren van huizen rond sloten, kanalen, meren en plassen Oude holle bomen: beuken en eiken in landgoederen en in andere bossen Gemengde loofbossen en parken Open gebieden of in waterrijke nieuwbouw- en villawijken op voormalige agrarische grond

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

Regio Bunkers Amsterdamse Waterleidingduinen en ZuidKennemerland. Rond Hilversum Met name Duingebied, Gooi. Sporadisch in hele provincie Gehele provincie Met name Duingebied, Gooi. Sporadisch in hele provincie Enkele sporadische waarnemingen Gehele provincie Gehele provincie Gehele provincie Gehele provincie Enkele sporadische waarnemingen

21

Watervleermuis

3.5

Oude loofbomen in de buurt van waterpartijen. Landgoederen en buitenplaatsen

Gehele provincie

Soort Alpenwatersalamander

Artikel 3.10

Biotoop Allerlei typen water, visarm, niet snelstromend

Boomkikker

3.5

Heikikker

3.5

Kamsalamander

3.5

Poelkikker

3.5

Visvrije, zonnige gelegen en matig voedselrijke wateren met oever- en watervegetatie Vochtige dichte vegetaties: heide, veen, moeras, graslanden, duinen Kleinschalig landschap met afwisseling tussen bos, struweel, houtwallen, rietkragen, graslanden Hogere zandgronden, heide, hoogveen

Regio Ten zuiden van Hilversum, sporadisch rond Amsterdam/Haarlem Amsterdamse waterleidingduinen

Rugstreeppad

3.5

Open, droge en warme terreinen in een pionierstadium

Soort Hazelworm

Artikel 3.10

Biotoop Dichtbegroeide, enigszins vochtige gebieden

Levendbarende hagedis

3.10

Vochtige terreindelen, hoogveen, natte heide

Ringslang

3.10

Waterrijk, overgang hogere zandgronden naar veenen kleigronden

Zandhagedis

3.5

Hogere zandgronden en duinen, droge heide

Amfibieën

Het Gooi, Texel Het Gooi Texel, Duingebied rond Castricum en Het Gooi Gehele provincie m.u.v. intensief agrarisch gebied

Reptielen Regio Gooi- en Vechtstreek, ZuidKennemerland, Schoorl Het Gooi Randen van Het Gooi, Vechtstreek (zuidoosten), rond Amsterdam, IJsselmeer tussen Hoorn en Amsterdam. Zaanstreek (o.a. Wormeren Jisperveld). Vooral vastelandsduinen en Het Gooi

Insecten, Libellen Soort Gevlekte witsnuitlibel

Artikel 3.5

Biotoop Laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen en duinplassen Laagveenmoerassen met krabbenscheer

Regio Duingebied, Het Gooi

Groene glazenmaker

3.5

Sierlijke witsnuitlibel

3.5

Schone, vegetatierijke vennen, plassen en dode rivierarmen

Duingebied, Het Gooi

Soort Aardbeivlinder

Artikel 3.10

Biotoop Duingebied

Bruine eikenpage

3.10

Duingebied

Regio Duingebied ten zuiden van het Noordzeekanaal Duingebied

Duinparelmoervlinder

3.10

Open duin

Duingebied

Grote parelmoervlinder

3.10

Duinen (duinviooltje)

Grote vos

3.10

Tijdelijke vestingen, langs de kust

Texel, duinen bij Den Helder, Kennemerduinen Niet meer als standvlinder in ons land

Iepenpage

3.10

Stedelijk gebied

Enkele waarnemingen in Amsterdam

Kommavlinder

3.10

Duinen, schrale grasvegetaties

Duingebied, Texel

Sleedoornpage

3.10

Groensingels in stedelijk gebied

Het Gooi

Vechtstreek

Insecten, Vlinders

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

22

Insecten, Kevers Soort Gestreepte waterroofkever

Artikel 3.5

Biotoop Diepe meren, goede waterkwaliteit en dichte oevervegetatie

Regio Weidemeren

Soort Grote modderkruiper

Artikel 3.10

Regio Vechtplassen

Houting

3.5

Biotoop Stilstaand tot zeer langzaam stromend ondiep water, dikke modderlaag Zee, riviermondingen, rivieren (zandbodem)

Kwabaal

3.10

Rivieren, beken, meren

Vechtplassen

Artikel 3.5

Biotoop Stilstaand water. Voorkeur voor veenbodems.

Regio Vechtstreek. Verspreid rond binnenduinrand en veenweidegebied.

Vissen

Vechtplassen

Weekdieren Soort Platte schijfhoren

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

23

Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

24

Landschap Noord-Holland Postbus 222 1850 AE Heiloo Tel. 088 - 006 44 00 www.landschapnoordholland.nl de zakelijke dienstverlening van Landschap

info@landschapnoordholland.nl

Noord-Holland Quickscan Wet natuurbescherming. 9 april 2021. C. van den Tempel

25

Zwanenburg Wilgenlaan 83

Bijlage 4 Nader onderzoek vleermuizen

89

Nader onderzoek vleermuizen OBS de Zwaan, Zwanenburg

20 augustus 2024, definitieve versie

De zakelijke dienstverlening van Landschap Noord-Holland

Nader onderzoek beschermde vleermuizen. OBS De Zwaan, Zwanenburg. 2023-2024.

2

Nader onderzoek vleermuizen OBS de Zwaan, Zwanenburg

Projectleider

K.N. Raatjes

Auteur

K.N. Raatjes

Kwaliteitscontrole

M. Korthorst

Opdrachtgever

Gemeente Haarlemmermeer Van Riezen & Partners OBS de Zwaan

Contactpersoon opdrachtgever

Mark van Otterlo (Van Riezen & Partners) Rachid Maachou (Gemeente Haarlemmermeer)

Foto’s en afbeeldingen

C. van den Tempel

Projectnummer

M-23-50528

Wijze van citeren

Raatjes, K.N. & M. Korthorst (2024). Nader onderzoek Vleermuizen. OBS De Zwaan, Zwanenburg. M-23-50528. Natuurlijke Zaken, Heiloo.

© Natuurlijke Zaken De zakelijke dienstverlening van Landschap Noord-Holland Postbus 222 1850 AE, Heiloo 088-0064400 www.natuurlijkezaken.nl

Nader onderzoek beschermde vleermuizen. OBS De Zwaan, Zwanenburg. 2023-2024.

3

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ................................................................................................................................................. 5 1.1 1.2 1.3

2

METHODE ................................................................................................................................................. 8 2.1

3

AANLEIDING ................................................................................................................................................ 5 PLANGEBIED ................................................................................................................................................ 6 DOEL ......................................................................................................................................................... 7

VLEERMUIZEN.............................................................................................................................................. 8

RESULTATEN ONDERZOEK ...................................................................................................................... 10 3.1 VLEERMUIZEN............................................................................................................................................ 10 3.1.1 Resultaten ..................................................................................................................................... 10 3.1.2 Effecten ......................................................................................................................................... 11

4

CONCLUSIES............................................................................................................................................ 12 4.1 4.2

5

CONCLUSIE ............................................................................................................................................... 12 VERVOLGTRAJECT ....................................................................................................................................... 12

LITERATUUR ........................................................................................................................................... 13

Nader onderzoek beschermde vleermuizen. OBS De Zwaan, Zwanenburg. 2023-2024.

4

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

In opdracht van de gemeente Haarlemmermeer is een bestemmingsplan opgesteld voor de herontwikkeling van OBS De Zwaan. Momenteel is OBS De Zwaan opgesplitst op twee locaties. Op de locatie de Wilgenlaan moet in de toekomst één schoolgebouw komen te staan. Het oude schoolgebouw dat op deze locatie staat moet na bouw van de nieuwbouw gesloopt (zie Figuur 1-1) worden. Vanwege de beperkingen vanuit het Luchthavenindelingsbesluit is het nodig om de huidige bestemming ter plaatse van het slopen gebouw om te zetten naar een nieuwe bestemming. De exacte begrenzing is ten tijde van het uitvoeren van onderliggend onderzoek nog niet precies duidelijk. Wel is het duidelijk dat het gaat om het gebied, inclusief grasveld/(moes)tuin die nu al behoren bij het schoolgebouw. Het onderzoek op/ naar dit terrein met betrekking tot vleermuizen is binnen deze rapportage uitgewerkt. Binnen het plangebied wordt een nieuw schoolgebouw gerealiseerd. Het eerste schetsontwerp is weergegeven in Figuur 1-1.

Figuur 1-1. Bouwcontour nieuw schoolgebouw en beoogde inrichting onbebouwde gronden (Gemeente Haarlemmermeer, 2023).

In 2021 is voor het planvoornemen (sloop, nieuwbouw en aanbouw tijdelijke gebouwen) een Quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd door Natuurlijke Zaken (van den Tempel, 2021). Binnen deze Quickscan is onderzoek gedaan naar beschermde natuurwaarde binnen het plangebied. Uit de scan is naar voren gekomen dat in het bestaande pand mogelijkheden zijn voor verblijfplaatsen van vleermuizen (gewone- of ruige dwergvleermuis), bijvoorbeeld in de spouwmuur of onder de boeiborden langs het gebouw. Het hoofdgebouw bevat een spouwmuur en toegang tot de spouw, middels kleine spouwgaten. Tevens zijn er bij de daklijsten ook kleine toegangsmogelijkheden gezien. Door de sloop van de gebouwen gaan de potentiële verblijfplaatsen verloren, deze verblijfplaatsen zijn beschermd onder de Omgevingswet. Om inzicht te krijgen in de aanwezigheid van vleermuizen en eventuele verblijfplaatsen is een nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd.

Nader onderzoek beschermde vleermuizen. OBS De Zwaan, Zwanenburg. 2023-2024.

5

1.2

Plangebied

Zwanenburg bestaat overwegend uit rechte straten met woonblokken waarbinnen vooral bedrijvigheid of grote tuinen te vinden zijn. De centrale straat is de Dennenlaan. Het plangebied ligt ten oosten van de Dennenlaan. Het huidige schoolgebouw bevat één bouwlaag. Het gebouw bevat een spouwmuur en de dakranden worden omzoomt door daklijsten. Omheen het gebouw heen is speelruimte; een sportveld en gras met daarop een paar grote bomen en een moestuin waarin de scholieren zelf kunnen tuinieren. Aan de achterzijde van het schoolgebouw is een jeugdhonk/hangplek aanwezig inclusief speeltoestellen.

Figuur 1-2 Ligging van het plangebied OBS De Zwaan (bron kaartmateriaal: Esri).

Nader onderzoek beschermde vleermuizen. OBS De Zwaan, Zwanenburg. 2023-2024.

6

Figuur 1-3. Aangezicht van het plangebied.

1.3

Doel

Het doel van onderliggende rapportage is het verkrijgen van gegevens over het voorkomen van vleermuizen in het schoolgebouw die daarvoor geschikt zijn bevonden en de directe omgeving van het plangebied. Daarbij zijn de volgende vragen gesteld: • Welke beschermde soorten komen in het plangebied voor? • Welke functies heeft het plangebied voor de aanwezige beschermde soorten? • Leidt de ingreep (mogelijk) tot overtreding van de verbodsbepalingen vanuit de Omgevingswet?

Nader onderzoek beschermde vleermuizen. OBS De Zwaan, Zwanenburg. 2023-2024.

7

2

Methode

In onderstaande hoofdstuk wordt de methodiek beschreven van de verschillende soorten welke onderzocht zijn tijdens het nader onderzoek.

2.1

Vleermuizen

Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd volgens het geldende vleermuisprotocol van de Gegevens Autoriteit Natuur (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus; Zoogdiervereniging, 2021). Om te weten/ inzicht te verkrijgen naar aanwezige functies binnen en buiten het plangebied, is voorafgaand aan het veldbezoek een ronde gelopen om waar te nemen waar de potentiële verblijfplaatsen kunnen zitten en welke het meest geschikt zijn om bij deze locaties het onderzoek te kunnen starten. Voor het uitvoeren van het onderzoek is rekening gehouden met het voorkomen van verblijfplaatsen/ vliegroutes/ foerageergebieden van een twee verschillende vleermuizen welke (mogelijk) in bomen hun verblijfplaats kunnen hebben, te weten gewone- en ruige dwergvleermuis. Daarnaast is tevens laatvlieger als soort meegenomen, aangezien dit ook een soort is welke in gebouwen kan voorkomen. Andere soorten vleermuizen zijn op voorhand (binnen de Quickscan) uitgesloten. Bij het aantreffen van deze of een eventuele andere soort vleermuis binnen het plangebied of haar omgeving wordt wel direct onderzoeksinspanning opgeschaald om ook te voldoen aan de inspanning voor deze soort. Tijdens de veldbezoeken is op basis van geluid en zicht geïnventariseerd. Alle veldbezoeken zijn uitgevoerd door deskundigen op het gebied van vleermuizen.

Met behulp van een heterodyne batdetector met opname en- vertragingsfunctie (Pettersson D240x, de Echometer Pro of de Batlogger M) is de echolocatie die vleermuizen uitzenden, hoorbaar gemaakt. Aan de hand van deze echolocatie zijn veel vleermuizen direct op soort te brengen. Daarnaast zijn zichtwaarnemingen verzameld door gebruikt te maken van de Guide Infrared Guide IR TK611 19mm Warmtebeeldcamera. Op basis van deze gegevens en veldkennis welke aanwezig is bij de onderzoeker, is bepaald welke functies het plangebied voor welke soort heeft. Om te kunnen voldoen aan de 75% zichtwaarneming is beoordeeld dat het plangebied bezocht moest worden door één persoon. Desalniettemin, tijdens iedere ronde is het plangebied onderzocht door twee onderzoekers. Hierbij heeft iedere onderzoeker zich gericht op één van de hoeken van het gebouw die tegenoverstaand was van waar de andere onderzoeker aanwezig was. Na het uitvliegmoment (circa 60 min tot 90 min na zonsondergang) is het plangebied en haar omgeving afgelopen, zodat ook gecontroleerd kon worden of vleermuizen in de directe omgeving aanwezig waren/ aan het foerageren waren. Er is onderscheid gemaakt tussen foerageergebied, vliegroutes en verblijfplaatsen. In de voorjaar/ zomerperiode (mei - juli) zijn drie veldbezoeken uitgevoerd om te zoeken naar vliegroutes/ foerageergebied/ zomer-/kraamverblijfplaats.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=38e0d8d9-3110-49ed-aeb1-def8cb02f1af