Bijlage 5 - Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
29
Om relevante keuzes te kunnen maken die in lijn zijn met de andere beleidsdoelen die de gemeente zich stelt, zal een integrale afweging plaatsvinden. De volgende speerpunten zijn van belang bij cultuurhistorische en/of archeologische waarden: • het meewegen van het archeologische belang bij het opstellen van bestemmingsplannen; • de mogelijkheid om voorschriften te verbinden aan de omgevingsvergunning ter bescherming van archeologie; • de mogelijkheid van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) om bij (dreigende) schade aan archeologische monumenten na een toevalsvondst voorschriften te stellen aan de uitvoering de werkzaamheden of die stil te leggen; • de mogelijkheid van het bevoegd gezag of de minister van OCW om toegang tot een terrein af te dwingen om archeologisch onderzoek te kunnen doen. De gemeente is verplicht om verwachte en aanwezige archeologische waarden mee te wegen bij ruimtelijke beslissingen. De wetgever geeft de gemeente de vrijheid om naar eigen inzicht vorm te geven aan de archeologische monumentenzorg binnen de gemeentegrens. Deze beleidsnota geeft hier invulling aan.
5.3.2 Onderzoek Op basis van gemeentelijke beleidskaart dient ter plaatse een dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 6’ opgenomen te worden. Hierdoor geldt ter plaatse een archeologische onderzoeksplicht bij graafwerkzaamheden met een oppervlak van meer dan 10.000m 2 en dieper dan 0,4 m. De omvang van het plangebied is al kleiner dan genoemde 10.000 m2, zodat onderzoek hier niet aan de orde is en het aspect archeologie geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte woningbouw. De dubbelbestemming wordt in regels en verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen. Er bevinden zich geen cultuurhistorische waarden in het plangebied. Aanvullend onderzoek is niet nodig.
5.3.3 Conclusie Dit aspect vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
5.4 Explosieven In de Nederlandse bodem zitten nog veel conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Bij het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten (OO's) is de openbare orde en veiligheid het bepalende uitgangspunt. De burgemeester is op grond van artikel 172 van de Gemeentewet belast met de handhaving daarvan. De beslissing om in een concrete situatie al dan niet over te gaan tot het opsporen en ruimen van een OO is dus de bevoegdheid van de burgemeester. In een OO-verdacht gebied is grondroerende partij verplicht een explosieven onderzoek uit te voeren in het kader van 'veilige werkomgeving en veiligheid voor derden en de omgeving'. Er geldt geen verplichting om over te gaan tot opsporing en ruiming. Dit hangt af van het concrete geval en dat wordt vooral beoordeeld in relatie tot het huidige en toekomstige gebruik van het gebied. Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
30
5.4.1 Onderzoek Conform het gemeentebreed Historisch Onderzoek CE van de Gemeente Haarlemmermeer (m.u.v. Schiphol) met kenmerk GPR 5887 versie 10.0 definitief d.d. 13.12.2022 ligt het onderhavige plangebied niet in verdacht gebied (zie bijlage).
5.4.2 Conclusie Het gebied is onverdacht.
5.5 Externe veiligheid 5.5.1 Wet- en regelgeving Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid voor de omgeving van een inrichting met gevaarlijke stoffen en/of transport van gevaarlijke stoffen. Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wro getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en de oriëntatiewaarden voor het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is het risico (uitgedrukt in kans per jaar) dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof. Het groepsrisico is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) gedefinieerd als: "de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". In het Bevi en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen vastgelegd. Denk hierbij aan risico’s van onder andere tankstations met LPG, opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen en ammoniakkoelinstallaties. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is gebaseerd op de Wet milieubeheer (Wm) en de Wro.
Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Bevi. Het vervoer van gevaarlijke stoffen is geregeld via de “Wet Basisnet”, een stelsel van wetten en regels. Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Hierin wordt ingegaan op het plaatsgebonden risico, het groepsrisico en de verantwoordingsplicht. In de Regeling Basisnet staat waar risicoplafonds liggen langs de transportroutes, hoe hoog ze zijn en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkelingen. In de gemeente Haarlemmermeer zijn daarnaast routes voor het transport van gevaarlijke stoffen vastgesteld. In aanvulling op de landelijke wet- en regelgeving kent de gemeente Haarlemmermeer ook eigen externe veiligheidsbeleid. Specifiek gaat het om regels over de aanvaardbaarheid en
Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
31
verantwoording van het groepsrisico. Een belangrijk richtsnoer is onder andere dat objecten met niet- of met beperkt zelfredzame personen buiten het invloedsgebied van een risicobron worden geprojecteerd. Daarnaast biedt risicokaart.nl inzicht in risicosituaties in de leefomgeving. Dit instrument kan gebruikt worden als informatievoorziening om te helpen bij het voorkomen, bestrijden en beperken van de gevolgen van rampen en zware ongevallen.
5.5.2 Onderzoek Het plangebied bevindt zich niet binnen de invloedsfeer van risicovolle inrichtingen, transportroutes van gevaarlijke stoffen (weg/spoor) of hoogedruk aardgasleidingen (buisleidingen).
Afbeelding: uitsnede risicokaart externe veiligheid (plangebied groene cirkel) Onderzoek naar externe veiligheid is niet aan de orde.
5.5.3 Conclusie Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
5.6 Flora en fauna 5.6.1 Wet- en regelgeving Sinds 1 januari 2017 vervangt de Wet natuurbescherming de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Daarmee zijn gebiedsbescherming en soortbescherming bij elkaar gebracht in één Nederlandse wet. Deze wet beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren en hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen. Deze wet neemt de Europese regelgeving als uitgangspunt. Dat is niet alleen van Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
32
belang vanwege het feit dat Nederland is gehouden tot nakoming van zijn internationale verplichtingen, maar ook, omdat de Europese regelgeving een hoog beschermingsniveau van de natuur verzekert, hoger dan de bescherming die vóór de totstandbrenging van de Europese kaders werd geboden door de nationale wetgeving. De taken en verantwoordelijkheden worden in het wetsvoorstel zoveel mogelijk bij de provincies neergelegd, overeenkomstig het uitgangspunt 'decentraal tenzij'. Eén van de verantwoordelijkheden van de provincie is het Natuurnetwerk Nederland, een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Een belangrijk criterium in de wet is ‘gunstige staat van instandhouding van een soort’. Daarvan is sprake als: • uit populatiedynamische gegevens blijkt dat de betrokken soort nog steeds een levensvatbare component is van de natuurlijke habitat waarin hij voorkomt, en dat vermoedelijk op lange termijn zal blijven, en • het natuurlijke verspreidingsgebied van die soort niet kleiner wordt of binnen afzienbare tijd lijkt te zullen worden, en • er een voldoende grote habitat bestaat en waarschijnlijk zal blijven bestaan om de populaties van die soort op lange termijn in stand te houden.
5.6.2 Onderzoek In maart 2022 is door onderzoeksbureau Ecoresult een ecologische quickscan uitgevoerd (zie bijlage). Hieruit is gebleken dat negatieve effecten op volgende beschermde soorten en functies niet op voorhand zijn uit te sluiten: Beschermde soorten • Huismus: vaste rust- en verblijfsplaatsen en essentieel functioneel leefgebied; • Gierzwaluw: vaste rust- en verblijfsplaatsen; • Vleermuizen (gebouwgebonden) gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis: vaste rusten verblijfsplaatsen. Genoemde soorten komen mogelijk voor in de bestaande woning. Deze wordt niet gesloopt, waardoor deze soorten, als ze er zijn, niet worden aangetast. Aanvullend onderzoek is daarom niet noodzakelijk voor dit bestemmingsplan. Bij eventuele renovatie van gevels en daken is aanvullend onderzoek en mogelijk een ontheffing wel noodzakelijk alvorens de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. Beschermde gebieden De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling heeft geen negatief effect op beschermde gebieden, zoals Natura 2000 gebieden, Natuurnetwerk Nederland. Uit een Aeriusberekening van Soundforceone B.V. (zie bijlage) is gebleken dat de ontwikkeling ook geen negatief effect heeft op stikstofdepositie in Natura 2000 gebieden.
5.6.3 Conclusie Dit aspect vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
33
5.7 Geluid 5.7.1 Wet- en regelgeving Wegverkeer In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat het bevoegd gezag bij vaststelling van een bestemmingsplan de wettelijke grenswaarden in acht moet nemen. Toetsing aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van de Wgh vindt plaats per weg. Het geluidsniveau ten gevolge van het wegverkeer dient op de gevels van nieuwe (of te wijzigen) woningen in de geluidszone van een weg te voldoen aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. Deze bedraagt 48 dB. Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden kan de gemeente een hogere grenswaarde toestaan, de zogenaamde "Hogere waarde". De Hogere waarde mag enkel worden verleend indien uit akoestisch onderzoek is gebleken dat bron-, overdrachts- of gevelmaatregelen om het geluidsniveau terug of onder de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting te brengen niet mogelijk is. Aan de Hogere waarde is een maximum verbonden. Voor de nieuwbouw van woningen in binnenstedelijke situaties is dit 63 dB en in buitenstedelijke situaties is dit 53 dB. Deze niveaus zijn na aftrek van de correctie conform artikel 110g van de Wgh.1 Spoorweglawaai In artikel 105 van de Wgh staat dat landelijke spoorwegen een zone hebben. In artikel 106 en verder van de Wgh staan grenswaarden voor het geluid dat geluidgevoelige bebouwing mag ondervinden van railverkeerslawaai.
Voor woningen in nieuwe situaties is de voorkeursgrenswaarde Lden = 55 dB. Het gemotiveerd vaststellen van een hogere waarde is mogelijk. De maximaal hogere waarde is afhankelijk van de situatie. Zij is 68 dB voor spoorweglawaai bij nieuwe woningen in stedelijk gebied. Industrielawaai Op basis van artikel 40 van de Wgh kunnen (delen van) industrieterreinen worden aangewezen als gezoneerd industrieterrein met een zonegrens. Dit betreft industrieterreinen waarop zich gronden bevinden die zijn aangewezen voor mogelijke vestiging van zogenaamde "zware lawaaimakers" als genoemd in artikel 41 lid 3 van de Wgh en artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht. Buiten de zonegrens mag de geluidbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven gaan. De op 1 januari 2007 geldende ten hoogste toelaatbare geluidsbelastingen voor woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen – vastgelegd in eerder genomen besluiten – blijven gelden.
1
Conform artikel 110g Wgh mag een correctie worden toegepast op het berekende geluidsniveau ten gevolge van het wegverkeer.
Voor wegen waar 70 km/uur of harder gereden mag worden is de aftrek 2 dB en voor de overige wegen 5 dB. De wettelijk toegestane snelheid is hier van belang. Voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur geldt geen aftrek aangezien deze wegen geen zone hebben en hierdoor niet onder de werkingssfeer van de Wgh vallen. Enkel bij toetsing in het kader van het aspect "goede ruimtelijke ordening" wordt ten behoeve van een goede beoordeling de aftrek wel toegepast.
Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
34
Luchtverkeerslawaai Op grond van artikel 8.30a van de Wet luchtvaart stelt de minister elk vijfde kalenderjaar een geluidsbelastingkaart vast. Die heeft betrekking op de geluidsbelasting (hele dag (Lden) en ‘s nachts (Lnight) veroorzaakt door de luchthaven op woningen en bij Algemene Maatregel van Bestuur aan te wijzen categorieën van andere geluidgevoelige gebouwen.
5.7.2 Onderzoek In februari 2022 is door onderzoeksbureau Het Geluid Buro een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage). Op basis van de resultaten van het onderzoek kunnen de volgende conclusies getrokken worden: • De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de d’Yserinckweg ligt voor de gemodificeerde woning boven de voorkeursgrenswaarde. De hoogst bepaalde geluidbelasting is 51 dB inclusief aftrek op de westgevel van de woning; • De geluidbelasting vanwege de d'Yserinckweg op de gevels van het nieuwe appartementengebouw ligt onder de voorkeursgrenswaarde. De hoogst bepaalde geluidbelasting is 45 dB inclusief aftrek op de westgevel van het appartementengebouw; • De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Spieringweg ligt overal onder de voorkeursgrenswaarde. De hoogst bepaalde geluidbelasting is 40 dB inclusief aftrek op de uitbouw van het appartement op de begane grond in de gewijzigde woning; • De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Vijfhuizerweg ligt voor de gemodificeerde woning boven de voorkeursgrenswaarde. De hoogst bepaalde geluidbelasting is 50 dB inclusief aftrek op de zuidgevel van de aanbouw van de woning; • De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Vijfhuizerweg ligt voor het appartementengebouw boven de voorkeursgrenswaarde.
De hoogst bepaalde geluidbelasting is 52 dB inclusief aftrek op de zuidgevel van het gebouw; • Het blijkt dat de twee appartementen in de gewijzigde woning beiden geluidbelast zijn, maar beide appartementen hebben elk wel een geluidluwe gevel; • De 6 appartementen in het appartementengebouw zijn alle zes geluidbelast, maar elk appartement heeft wel een geluidluwe gevel. De geluidwering van de gevels van alle 8 appartementen dient te worden bepaald met als uitgangspunt de gecumuleerde geluidbelasting op de gevel. Deze waarden zijn opgenomen in bijlage C van het onderzoeksrapport. Bij de wegen gaat het om wegen met een 30 km/u regime. Het vaststellen van een hogere waarde is hier niet aan de orde. Er sprake van een aanvaardbare geluidssituatie.
5.7.3 Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
35
5.8 Geur Het algemene uitgangspunt van het Nederlandse geurbeleid is het voorkomen van nieuwe hinder. Als er geen hinder is, hoeven er geen maatregelen getroffen te worden. De mate van hinder die nog acceptabel is moet worden vastgesteld door het bevoegde bestuursorgaan op grond van de Wm.
5.8.1 Onderzoek Het bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe functies die voor geuroverlast in de omgeving kunnen zorgen. Ook bevinden zich geen functies in de omgeving die vanwege het geur een belemmering vormen voor woningbouw.
5.8.2 Conclusie Dit aspect vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
5.9 Gezondheid Voor bepaalde onderwerpen moet gezondheid als onderwerp meegewogen worden, zo blijkt uit jurisprudentie. Het gaat dan bijvoorbeeld om: - Spuitzones (bollen- en fruitteelt) - Zoonosen (veehouderijen) - Luchtkwaliteit (zie paragraaf 5.12) Het onderhavige project voorziet hoofdzakelijk in de realisatie van nieuwe woningen. Dit heeft geen nadelige gevolgen voor de gezondheid in en rond de locatie.
5.10 Kabels, leidingen en telecommunicatie installaties In een ruimtelijk plan dienen planologisch relevante leidingen te worden opgenomen. Deze kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik in de omgeving. Planologisch relevant zijn hoofdnutsvoorzieningen, zoals waterleidingen, aardgasleidingen, hoogspanningsleidingen, afvalwaterleidingen, en dergelijke. Indien dergelijke leidingen in het plangebied voorkomen zullen deze als zodanig bestemd moeten worden, inclusief de afstand die vrijgehouden moet worden van bebouwing ter bescherming van de leiding.
5.10.1 Onderzoek In het gebied bevinden zich geen kabels en leidingen in het plangebied, die planologisch relevant zijn. Nader onderzoek is niet nodig.
5.10.2 Conclusie Dit aspect vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
36
5.11 Licht Strikte normen voor kunstmatige verlichting in de vorm van afstandsbepalingen zijn er niet. De regelgeving richt zich vooral op de lichtbronnen, de veroorzakers van licht. Specifiek voor bestemmingsplannen is voor sommige activiteiten Hoofdstuk 7 Milieueffectrapportage van de Wm van toepassing. Bijvoorbeeld voor grote projecten waarbij lichthinder kan ontstaan, is kunstmatige verlichting een van de milieuaspecten waarop het een en ander moet worden afgewogen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan (auto)wegen, grote oppervlakten met kassen, grote woningbouw projecten, stadsontwikkelingsprojecten of industriegebieden. De kern van het rijksbeleid ten aanzien van licht is dat donkerte hoort tot een van de kernkwaliteiten van het landschap onder het kopje belevingskwaliteit. Het rijksbeleid is gericht op het in beeld brengen, realiseren en veiligstellen van de gewenste leefomgevingkwaliteit door het terugdringen van verstoring door activiteiten op het platteland (geluid, licht, stank). Ook worden het gebruik van energiezuinige (straat)verlichting bij gemeenten en provincies bevorderd met behoud van kwaliteit en (verkeers)veiligheid.
5.11.1 Onderzoek Dit bestemmingsplan voorziet niet in ontwikkeling, die voor lichthinder in de omgeving kunnen zorgen. Nader onderzoek is niet nodig.
5.11.2 Conclusie Dit aspect vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
5.12 Lucht Bij de beoordeling van een ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot luchtkwaliteit gaat het: 1. Aan de ene kant om het effect van de functie op de aanwezige luchtkwaliteit. Draagt het initiatief wel of niet in betekende mate (NIMB) bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit? 2. Aan de andere kant om het effect van de luchtkwaliteit op de aanwezige functie. Is er sprake van een gevoelige functie en hebben aanwezige bronvervuilers een negatief effect op de gezondheid van mensen?
5.12.1 Wet- en regelgeving De overheid heeft een zorgplicht voor een goede en gezonde fysieke leefomgeving. Dit blijkt onder andere uit Europese richtlijnen, de Grondwet (Gw), de nieuwe Omgevingswet (Ow) de Wet Milieubeheer (Wm) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Deze laatste twee wetten gaan op in de Omgevingswet. Wet milieubeheer (Wm) Het doel van titel 5.2 van de Wet Milieubeheer (Wm) is het beschermen van mensen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op de gezondheid. Hier staan de belangrijkste regels
Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
37
over luchtkwaliteit en zijn de luchtkwaliteitsnormen opgenomen, die verder zijn uitgewerkt in een aantal AMvB's en Ministeriële Regelingen. Artikel 5.16 lid 1 van de Wm geeft aan wanneer een (luchtvervuilend) project toelaatbaar is. Grote projecten worden getoetst aan een programma. De effecten van projecten die nauwelijks (niet in betekenende mate) van invloed zijn op de luchtkwaliteit worden op macroniveau verdisconteerd in het programma. Bij besluitvorming is het dus van belang om te bepalen of een initiatief "niet in betekenende mate" (NIBM) bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Het “Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteit)” bepaalt dat luchtkwaliteitsonderzoek moet worden uitgevoerd als bepaalde type gevoelige bestemmingen, zoals scholen, kinderdagverblijven en verzorgingstehuizen, gepland zijn binnen 50 meter van de rand van een provinciale weg en binnen 300 meter van de rand van een rijksweg. Hierbij mag het totaal aantal mensen in een gevoelige bestemming niet toenemen als de normen voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) overschreden (dreigen te) worden. Wet ruimtelijke ordening De Wet ruimtelijke ordening (Wro) spreekt over het beginsel van een goede ruimtelijke ordening. Het gaat om een belangenafweging en motiveringsplicht op alle relevante ‘ruimtelijke’ aspecten, zoals de luchtkwaliteit (in relatie tot gezondheid).
Het uiteindelijk doel is om tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te komen. Het Besluit gevoelige bestemmingen benadrukt het belang van een ‘goede ruimtelijke ordening', maar is geen volledige invulling daarvan voor het aspect luchtkwaliteit. Het Besluit dekt niet alle gevoelige situaties. Zo gaat het Besluit niet over bijvoorbeeld woningen en drukke binnenstedelijke wegen. Ook zegt het Besluit niets over gezondheidseffecten beneden de grenswaarden. Daarom moet nog steeds de blootstelling aan luchtverontreiniging een plek krijgen in de onderbouwing van een goede ruimtelijke ordening en een afweging worden gemaakt in relatie tot gezondheid. De jurisprudentie sluit hier op aan: het beginsel van een goede ruimtelijke ordening blijft onverkort van kracht, ook als het Besluit gevoelige bestemmingen niet van toepassing is.
5.12.2 Beleid Gevoelige functies Een gevoelige functie is een locatie waar mensen verblijven en die een significante verblijftijd kent. Gevoelige functies zijn: • woningen, andere voor wonen bestemde gebouwen, woonboten • tuinen bij woningen en bij andere voor wonen bestemde gebouwen • kinderopvang (Kinderdagverblijf, Buitenschoolse opvang, Peuterspeelzaal) • basisscholen en scholen voor middelbaar en hoger onderwijs • verpleeg-, verzorgings- en bejaardentehuizen • revalidatie-instellingen • gebouwen waar personen langdurig verblijven (met uitzondering van werkplekken of kantoorgebouwen). Denk bijvoorbeeld aan recreatiewoningen en asielzoekerscentra Omgevingsvisie Haarlemmermeer In de gemeentelijke door de Raad vastgestelde Omgevingsvisie is opgenomen dat het GGD-advies, om nieuwe gevoelige functies te realiseren op voldoende een afstand van een ‘drukke’ weg, uitgangspunt is.
Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
38
De GGD hanteert hierbij de richtlijn om minimaal 50 meter afstand te houden tot een weg vanaf 10.000 motorvoertuigen per etmaal (werkdaggemiddelde wegintensiteit). Vanuit het gezondheidsperspectief verdient dit ook de voorkeur, maar vanuit de integrale beleidsinvalshoek verdient dit nuancering. Deze nuancering is vertaald in de onderstaande tabel. Beleidskaders: minimale afstand van de weg i.r.t. aantal motorvoertuigbewegingen per etmaal Mvt/etmaal aantal meters 0-6.000 2 6.000-10.000 10 10.000-15.000 20 15.000-20.000 30 20.000-35.000 50 35.000-45.000 70 >45.000 100 Rijksweg
300
5.12.3 Afweging Vanuit gezondheidsbescherming prefereert afstand houden tot de weg boven toetsing aan concentraties (voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2)). Naarmate de afstand tussen een (vervuilende) bron en de blootgestelde(n) kleiner is, is de impact op de gezondheid groter. Zo nemen in de nabijheid van een drukke weg de gezondheidsrisico’s toe, ook op plekken waar ruimschoots aan de wettelijke grenswaarden wordt voldaan. Daarnaast heeft ultrafijnstof ook een aanvullend negatief effect op de gezondheid. In luchtkwaliteitsonderzoeken waarin wordt onderzocht of heersende concentraties aan de wettelijke grenswaarden voldoen, wordt ultrafijnstof niet meegenomen. Daarom wordt voor gevoelige bestemmingen (waaronder ook woningen) altijd aan de bovenvermelde afstandscriteria getoetst. In uitzonderlijke gevallen, om dringende redenen en in het belang van het vervullen van een maatschappelijke behoefte, kan worden afgeweken van de aangegeven afstanden. De noodzaak moet worden onderbouwd. Bij de afweging wordt altijd rekening gehouden met de WHOadvieswaarden 2021 en wordt onderzocht in hoeverre de luchtkwaliteit concentraties op de locatie van de advieswaarden afwijken. Bij de afweging wordt ook getoetst aan de op 26 oktober 2022 nieuwe voorgestelde grenswaarden voor luchtkwaliteit[2].
Er worden ook andere factoren in acht genomen, zoals windrichting, beschikbare ruimte en mogelijkheid tot “schuiven” binnen de ruimte. De aanvaardbaarheid van nieuwe ontwikkeling is altijd een integrale afweging op wenselijkheid van de bestemming. Intensief verkeer zorgt niet alleen voor luchtverontreiningen maar ook voor wegverkeerslawaai. Naast de beoordeling op luchtkwaliteit moet er dus ook op andere aspecten, zoals geluid en verkeersveiligheid worden getoetst. Een perceel kan dus door meerdere omgevingsaspecten worden beïnvloed. De integrale afweging is niet alleen alle aspecten afvinken. Het gaat ook om de samenhang tussen deze aspecten. Er wordt altijd integraal afgewogen in hoeverre op de betreffende locatie nog sprake is van een goed woon- en leefklimaat. 2 [1]
Op 26 oktober 2022 heeft de Europese Commissie een voorstel voor een herziening van de EU-richtlijn betreffende luchtkwaliteit gepresenteerd. Het betekent de aanscherping van de grenswaarden voor de meest luchtvervuilende stoffen. Zo moeten uiterlijk in 2030 de jaargemiddelde concentraties PM2,5 en PM10 gedaald zijn naar respectievelijk 10 en 20 μg/m3. Dit is nu 25 en 40 μg/m3. Voor NO2 wordt de nieuwe waarde 20 μg/m3. Dit is nu 40 μg/m3. Met de aanscherping van de grenswaarden worden de Europese luchtkwaliteitseisen meer in lijn gebracht met de advieswaarden van de WHO. Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
39
5.12.4 Onderzoek Het bestemmingsplan voorziet niet in gevoelige bestemmingen, wat luchtkwaliteit aangaat. Door het wegbestemmen van de huidige detailhandelsfunctie zal het verkeer meer dan halveren. Hierdoor zal het bestemmingsplan een positief effect hebben op de luchtkwaliteit in de omgeving. Een berekening of nader onderzoek is hier niet nodig.
5.12.5 Conclusie Dit aspect vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
5.13 Luchtvaartverkeer 5.13.1 Wet- en regelgeving Het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) bevat ruimtelijke maatregelen op rijksniveau die verband houden met de luchthaven Schiphol. Het Luchthavenverkeerbesluit is gericht op de beheersing van de belasting van het milieu door het luchthavenluchtverkeer. Samen vormen deze besluiten een uitwerking van hoofdstuk 8 van de Wet luchtvaart.
5.13.2 Onderzoek Het LIB legt het beperkingengebied en het luchthavengebied vast. Indien het plangebied gelegen is binnen het beperkingengebied gelden beperkingen met het oog op veiligheid en geluid. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten in overeenstemming zijn met het LIB. Het gaat hierbij om afwegingen die moeten worden gemaakt met betrekking tot externe veiligheid, hoogtebeperkingen, beperkingen bij het toelaten van functies (bestemmingen), het voorkomen van geluidhinder en het voorkomen van het aantrekken van vogels.
Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
40
Het plangebied bevindt zich in het beperkingengebied van het LIB. Relevant is hier alleen de beperking van de bouwhoogte. Ter plaatse geldt een bouwhoogtebeperking van 41 meter NAP (zie volgende afbeelding).
Afbeelding: hoogtebeperkingen LIB
De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte bouwhoogten zijn duidelijk geringer.
5.13.3 Conclusie Het LIB vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
5.14 Milieueffectrapportage Milieueffectrapportage is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wm en in het Besluit m.e.r. De Wm is een kaderwet waarin de uitgangspunten van het milieubeleid staan beschreven. In het Besluit m.e.r. staat wanneer een m.e.r. moet worden toegepast. Het besluit bevat bijlagen, waaronder de C- en D-lijst. Door middel van deze lijsten kan bij het opstellen van een ruimtelijk plan worden beoordeeld of het plan een ontwikkeling omvat die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kent. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit de C- en D-lijst geldt een m.e.r.-plicht respectievelijk m.e.r.-beoordelingsplicht. Als een voorgenomen ontwikkeling activiteiten bevat zoals opgenomen in de D-lijst van het besluit m.e.r. (kolom 1), maar beneden de drempelwaarden in deze lijst ligt (kolom 2), dan is er een vormvrije m.e.r.-beoordeling mogelijk. Er dient bij elke m.e.r.-vorm een aanmeldnotitie te worden opgesteld. In overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit wordt beoordeeld of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Overigens moet daarnaast worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
41
aanzienlijke milieueffecten kan hebben, waarbij naast de drempelwaarden ook de omstandigheden ter plaatse worden betrokken. Dit in verband met het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 15 oktober 2009 (C-225/08). Bij een m.e.r.-plicht dient een milieueffectrapportage gemaakt te worden en bij een m.e.r.beoordelingsplicht dient een afweging te worden gemaakt door het bevoegd gezag of een m.e.r. opgestart zal moeten worden.
5.14.1 Onderzoek De realisatie van 8 woningen ter vervanging van winkelruimte is zodanig beperkt van omvang, dat de ontwikkeling niet kwalificeert als een stedelijke ontwikkeling, zoals bedoeld in bijlage D van het Besluit m.e.r. Er worden geen nadelige gevolgen voor het milieu verwacht, zodat een het uitvoeren van een MER hier niet aan de orde is. Ook het opstellen van een aanmeldnotitie is niet nodig.
5.14.2 Conclusie Het uitvoeren van een MER is niet aan de orde. Dit aspect vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
5.15 Schaduwwerking 5.15.1 Onderzoek In november 2023 is door BuroBEB een bezonningsstudie uitgevoerd (zie bijlage). De bezonningsdiagrammen geven inzicht in de bezonning op gevels, tuinen en terrassen van de omgeving rond het bouwplan. Het diagram is een abstractie van de werkelijke situatie en beperkt tot de bebouwing. Bomen en schuttingen zijn buiten beschouwing gelaten. Methode Met behulp van een 3-dimensionaal model is de bestaande situatie vergeleken met de geplande toekomstige situatie. Hiervoor zijn de volgende relevante dagen van de 4 seizoenen maatgevend: 21 maart (begin van de lente), 21 juni (de zon staat het hoogst), 21 september (begin herfst), 21 december (de zon staat het laagst). De volgende tijdstippen worden in de bezonningsdiagrammen gehanteerd 9:00uur, 13:00 uur, 15:00 en 17:00. Op 21 december is 17:00 uur niet relevant omdat de zon al onder is. TNO-Norm Er wordt onderscheid gemaakt tussen bezonning en daglichttoetreding. Bezonning is het rechtstreeks opvallende zonlicht. Daglicht is het geheel van zonlicht, zowel rechtstreeks, diffuus als gereflecteerd. In relatie tot bezonning geldt geen wettelijke normstelling. Door de vijf grootste gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven) wordt echter regelmatig overlegd over dit onderwerp.
Er is een criterium opgesteld, welke als volgt luidt: ‘Ten minste twee mogelijke bezonningsuren per dag op een specifiek meetpunt, zoals op het midden van het kozijn van een woonkamer, in de periode van 19 februari tot 21 oktober’. Deze norm wordt ook wel de ‘lichte TNO-norm ‘genoemd. Voor dakramen is dit niet relevant. Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
42
Waarnemingen De zonnediagrammen laten logischerwijs zien dat als het gaat om schaduw de impact van de nieuwbouw op de omgeving het hoogst is in de periode tussen 21 september en 21 maart als de zon laag staat. In de periode tussen 21 maart en 21 september is de extra schaduwwerking ten gevolge van de nieuwbouw beperkt. Uit de schaduwstudie is gebleken, dat de nieuwbouw op een aantal momenten voor wat extra schaduw zal zorgen, vooral op de zijkant van het pand op het adres Vijfhuizerweg 921. Het betreft hier echter de zijgevel van de woning en een bij de woning horend bijgebouw, waarin zich geen ramen bevinden. Op 21 juni valt rond 17 uur wat meer schaduw op het voorerf van de woning Vijfhuizerweg 921 (zie volgende afbeeldingen).
Afbeeldingen: schaduw huidige (links) en toekomstige situatie (rechts)
Op 21 september rond 15 uur en op 21 december rond 13 uur is sprake van een kleine toename van schaduw in de achtertuin van de woning Vijfhuizerweg 921.
Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
43
Afbeeldingen: schaduw huidige (links) en toekomstige situatie (rechts)
Op 21 december rond 13 uur is er sprake van een kleine toename van schaduw in de achtertuin van het adres d’Yserinckweg 5b (zie volgende afbeeldingen).
Afbeeldingen: schaduw huidige (links) en toekomstige situatie (rechts)
Het effect van de schaduwwerking op objecten in de omgeving is zeer beperkt en aanvaardbaar.
5.15.2 Conclusie Schaduwwerking vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte woningbouw.
Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
44
5.16 Trillingen In Nederland bestaat geen wetgeving voor het voorkomen van hinder of schade door trillingen. Dit betekent niet dat bij het opstellen van ruimtelijke plannen het aspect trillingen geen aandachtspunt is. De beoordeling van het aspect trillingen vindt zijn grondslag in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening. Hierin is de zorg voor een goede ruimtelijke ordening voorgeschreven. Om aan te kunnen tonen of er voor een beoogd plan sprake is van een goede ruimtelijke ordening is het noodzakelijk om mogelijke trillingshinder inzichtelijk te maken. Er is een aantal richtlijnen en beleidsregels die hiervoor worden gebruikt, namelijk: • SBR-richtlijn; • Beleidsregel trillingshinder spoor; • Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen; • Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening. De gebruikelijke gehanteerde afstand waarbinnen trillingshinder door spoor wordt getoetst is een zone tot 100 meter van het spoor. Uit verschillende trillinghinderonderzoeken blijkt dat buiten deze afstand tot het spoor meestal geen trillingsniveaus optreden boven de streefwaarde van Vmax van 0,1. Binnen een afstand van 100 meter tot het spoor moet bij nieuwbouw rekening worden gehouden met spoortrillingen en het voorkomen van hinder hierdoor.
Dat binnen een zone van 100 meter tot het spoor rekening gehouden moet worden met trillingen betekent niet dat er binnen deze zone altijd maatregelen nodig zijn.
5.16.1 Onderzoek Er bevindt zich geen spoortraject in de omgeving van het plangebied, zodat trillingen hier niet relevant zijn.
5.16.2 Conclusie Het aspect trillingen vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan.
5.17 Verkeer en parkeren Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is verder gebruik gemaakt van CROW-publicatie 381. Voor berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van de op het CROW 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' gebaseerde 'Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer 2018' en bijbehorende parkeernormentabel. Concreet is uitgegaan van de parameters 'weinig stedelijk' en stedelijke zone 'rest bebouwde kom’. De afstand (hemelsbreed) tot een HOV-halte bedraagt circa 600 meter, waardoor de gemiddelde kencijfers/normen van toepassing zijn.
5.17.1 Onderzoek verkeer Het bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van maximaal 8 woningen mogelijk. In de huidige situatie is er reeds één woning aanwezig in het te behouden deel van de bebouwing (met Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
45
bestemming Wonen in het bestemmingsplan Vijfhuizen 2010, zie afbeelding paragraaf 2.2.5). Deze zal worden gesplitst zodat ter plaatse 2 woningen ontstaan. De 6 nieuwbouwappartementen vervangen de huidige aangebouwde winkelruimte op de begane grond van het pand (met de bestemming Detailhandel in het bestemmingsplan Vijfhuizen 2010, zie afbeelding paragraaf 2.2.5). In de huidige situatie bevinden zich op de locatie één woonhuis en een winkelruimte. Een woonhuis genereert 8,2 motorvoertuigbewegingen (mvt) per etmaal en een winkelruimte 63 mvt per 100 m2 bvo per etmaal. Dat resulteert in de huidige situatie met een grondgebonden woning en een winkelruimte met een omvang van 213 m2 in 142,39 mvt per etmaal. In de toekomstige situatie met 8 woningen (2 woningen bestaand woongebouw en 6 nieuwbouwappartementen) is dat 50 mvt’s per etmaal (8,2 per woonhuis en 6 per koop etagewoning/midden). Door de functiewijziging zal het verkeer op basis van de kencijfers duidelijk afnemen. Aanvullend verkeersonderzoek is niet nodig.
5.17.2 Conclusie Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit project.
5.17.3 Onderzoek parkeren Voor de 8 woningen geldt een parkeernorm van 1,9 parkeerplaats per woning (inclusief bezoekersparkeren). In totaal zijn er, rekening houden met dubbelgebruik, 14 parkeerplaatsen voor deze ontwikkeling nodig. Dat is een toename van de parkeerbehoefte ten opzichte van de huidige situatie met 3 parkeerplaatsen (2,3 voor het woonhuis en 8 voor de winkelruimte). Er is gekozen om 8 parkeerplaatsen op eigen terrein aan te leggen om zoveel mogelijk het beeld van groene voortuinen omsloten door een haag te kunnen creëren. De overige 6 parkeerplaatsen dienen in de openbare ruimte gevonden te worden (binnen een afstand van 200 meter van de locatie). Tabel: Parkeerbalans toekomstige situatie, inclusief dubbelgebruik bezoekersparkeren (zie ook in bijlage)
In maart 2024 is door bureau Trajan een parkeerdrukonderzoek uitgevoerd (zie bijlage). Hieruit is gebleken, dat er voldoende parkeerplaatsen in de openbare ruimte beschikbaar zijn. Met een maximale parkeerdruk van 78,8 procent over 244 plekken en een restcapaciteit van 15 plekken tijdens het piekmoment wordt voldaan aan de eis m.b.t. restcapaciteit in de openbare ruimte. In het geval van een volledige bezetting van deze 6 parkeerplekken zou de theoretische toekomstige parkeerdruk neerkomen op 81,2 procent. Dat blijft onder de door de gemeente gestelde grens van 85 procent.
Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
46
5.17.4 Conclusie Verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
5.18 Water en klimaat 5.18.1 Wet- en regelgeving Europese Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water richt zich op de bescherming van water in alle wateren. Hiermee wordt beoogd vervuiling te voorkomen en te beperken, duurzaam gebruik van water te bevorderen, het aquatische milieu te beschermen en te verbeteren en de effecten van overstromingen en droogte in te perken. De algemene doelstelling is om een goede milieutoestand te bereiken voor alle wateren. Waterwet (Ww) De Ww regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Ook is via de Invoeringswet Ww de saneringsregeling voor waterbodems van de Wet bodembescherming overgebracht naar de Waterwet. Naast de Ww blijft de Waterschapswet als organieke wet voor de waterschappen bestaan. Met de Ww zijn Rijk, waterschappen, gemeenten en provincies beter uitgerust om wateroverlast, waterschaarste en waterverontreiniging tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Afhankelijk van de functie worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het watersysteem.
Waterbeheerprogramma 6 ‘water wijst de weg’ In het Waterbeheerprogramma 6 opgesteld door het Hoogheemraadschap van Rijnland (hierna: Rijnland) is water het leidende principe. Er komen grote (maatschappelijke) uitdagingen zoals klimaatverandering, hoge stikstofuitstoot, afnemende biodiversiteit en de omslag naar een circulaire economie op ons af. Goed waterbeheer speelt bij al deze uitdagingen een belangrijke rol. Water krijgt een meer sturende rol in de ruimtelijke inrichting. Hiermee streeft Rijnland naar een klimaatbestendige leefomgeving, waarin we ook over twintig, vijftig of honderd jaar nog veilig en gezond kunnen wonen, werken en genieten. Hiervoor heeft Rijnland vijf belangrijke kerntaken geformuleerd: 1. Waterveiligheid 2. Voldoende water 3. Schoon water 4. Efficiente en duurzame waterketen 5. Duurzaam en circulair werken De opgaven worden opgepakt in samenwerking met onder andere overheden, inwoners, bedrijven en natuurorganisaties. Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
47
Riolering en afkoppelen Voor zover het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is het van belang dat er met Rijnland afstemming plaatsvindt over het omgaan met afval- en hemelwater. Overeenkomstig het rijksbeleid gaat Rijnland uit van een voorkeursvolgorde voor de omgang met deze waterstromen. Deze houdt in dat allereerst geprobeerd moet worden het ontstaan van (verontreinigd) afvalwater te voorkomen, bijvoorbeeld door het toepassen van niet uitlogende bouwmaterialen en het vermijden van vervuilende activiteiten op straat zoals auto’s wassen en chemische onkruidbestrijding. Vervolgens is het streven vuil water te scheiden van schoon water, bijvoorbeeld door het afkoppelen van hemelwaterafvoeren van gemengde rioolstelsels. De laatste stap in de voorkeursvolgorde is het zuiveren van het afvalwater. De doelmatigheid daarvan wordt vergroot door het scheiden van de schone en de vuile stromen. De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP), waarin de uiteindelijke afweging wordt gemaakt en waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal staat. Keur Rijnland 2020 De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels voor waterkeringen, watergangen en andere waterstaatwerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen) en voor kwelgevoelige gebieden.
Maar ook voor onttrekken en lozen van grondwater en het aanbrengen van verhard oppervlak. Het uitgangspunt van de Keur Rijnland 2020 is ‘ja, tenzij’: in beginsel zijn handelingen en/of werken in het watersysteem toegestaan, tenzij expliciet in deze Keur anders is bepaald. De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunningplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. Wie bijvoorbeeld op een waterkering wil bouwen, moet een watervergunning aanvragen bij Rijnland (én een omgevingsvergunning bij de gemeente). In de Uitvoeringsregels die bij de Keur horen, is dit nader uitgewerkt. Strategische Samenwerkingsagenda Haarlemmermeer-Rijnland 2020-2035 (SSA) In de SSA komen de gezamenlijke doelen en ambities van de gemeente en Rijnland naar voren. Zo willen we een robuust, duurzaam en klimaatbestendig watersysteem realiseren. Deze ambitie is uitgewerkt in twee doelen: 1. Het vergroten van klimaatadaptiviteit 2. Het verbeteren van de waterkwaliteit Door middel van deze twee doelen en acht samenwerkthema’s (uiteenlopend van beperken hittestress tot verhogen ecologische waarde) kunnen we gezamenlijk ons watersysteem voorbereiden op weersextremen door klimaatverandering en inzetten op een duurzaam en schoon watersysteem ten behoeve van verschillende functies.
Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
48
Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2023 De gemeente is op grond van de Wm verplicht periodiek een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vast te stellen om invulling te geven aan haar zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Het GRP bevat rioleringsbeleid en een overzicht van alle aanwezige rioleringsvoorzieningen, inclusief de actuele toestand ervan en de te verwachten vervangingsperioden. Ook geeft het plan inzicht in de wijze waarop de riolering wordt beheerd, welke effecten er zijn voor het milieu en hoe het beheer wordt gefinancierd. Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer 2050 Om goed voorbereid te zijn op de gevolgen van klimaatverandering hebben we het klimaatadaptatiebeleid opgesteld. Vanuit het Rijk hebben we de verplichting om de leefomgeving in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust in te richten, want door klimaatverandering krijgen we te maken met warmere zomers, hevigere buien en langere periodes van droogte. Deze gevolgen hebben we in kaart gebracht en we lopen risico op hittestress in stedelijke kernen, op verzilting door droogte in het landelijk gebied en wateroverlast door hevige regen. Dit laatste zien we vooral in de oudere dorpskernen. We geven in het beleid minimale normen mee voor nieuwe ontwikkelingen en stellen ook kaders aan ons eigen onderhoud. Deze normen noemen we basisveiligheidsniveaus.
Het zijn de minimale eisen om klimaatbestendig te zijn (zie afbeelding). De basisveiligheidsniveaus moeten onderbouwd opgenomen worden in aanvragen en gemeentelijke plannen (zie hiervoor de beslisboom in het beleid). Nieuwe gebieden richten we zo gelijk klimaatbestendig in en de gebouwde omgeving pakken we stap voor stap aan via onze onderhoudsplanning. We werken samen aan klimaatadaptatie met andere betrokkenen, zoals het Hoogheemraadschap van Rijnland en de Provincie Noord-Holland.
Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
49
5.18.2 Onderzoek De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte realisering van 6 woningen ter vervanging van de nu aanwezige winkelruimte heeft geen nadelig effect op de waterhuishouding. Er wordt niet voorzien in ondergrondse bouwlagen en de verharding van de locatie neemt af.
5.18.3 Conclusie Op 26 september heeft het Hoogheemraadschap van Rijnland positief geadviseerd over dit voornemen. De waterhuishoudkundige belangen zijn niet in het geding. Voor de werkzaamheden is geen watervergunning nodig.
Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
50
5.19 Windhinder Er is geen formele, landelijke vastgestelde eis voor windhinder en windgevaar. Wel wordt voor de beoordeling veelal gebruik gemaakt van de NEN 8100. De NEN 8100 (norm voor windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving) geeft aan wanneer er aanleiding is om onderzoek te doen naar windhinder. Onderzoek naar windhinder is noodzakelijk bij een bouwhoogte van meer dan 30 meter.
5.19.1 Onderzoek Aangezien met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van de realisatie van bebouwing met een grotere hoogte dan 30 meter is het aspect windhinder hier niet relevant.
5.19.2 Conclusie Dit aspect vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
51
6 Uitvoerbaarheid 6.1 Financiële uitvoerbaarheid De Wro stelt verplicht dat de gemeenteraad tegelijk met de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan vaststelt voor kostenverhaal in het geval het bestemmingsplan nieuwe, bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) aangewezen bouwplannen mogelijk maakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de bouw van één of meer woningen, de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen of de uitbreiding of verbouwing van gebouwen. In de wet is aangegeven welke kosten verhaald kunnen worden. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is, bijvoorbeeld door gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. In dit geval is er een anterieure overeenkomst afgesloten waarin kosten en planschade geregeld zijn. Er is daarom geen exploitatieplan nodig.
6.1.1 Aangewezen bouwplannen in plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in een op grond van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen bouwplan, zodat in beginsel een exploitatieplan opgesteld moet worden. Met de ontwikkelaar is een anterieure overeenkomst gesloten, zodat het gemeentelijk kostenverhaal anderszins verzekerd is. Daarom hoeft voor dit bestemmingsplan geen exploitatieplan vastgesteld te worden.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan wordt getoetst aan het vooroverleg met de reguliere overlegpartners en een zienswijzenperiode voor reacties van bewoners en andere belanghebbenden. Het gemeentebestuur hecht veel waarde aan een breed gedragen en haalbaar bestemmingsplan. De reacties uit zowel het vooroverleg als de zienswijzenperiode worden voorzien van een beantwoording en afgewogen in het bestemmingsplan.
6.2.1 Participatie Op 19 december 2023 heeft een informatieavond in het buurthuis van Vijfhuizen plaatsgevonden. Tijdens deze inloopavond is het bestemmingsplan en de hiermee beoogde ontwikkeling gepresenteerd aan belanghebbenden. Er was de mogelijkheid om vragen te stellen en om ook 1 op 1 gesprekken te voeren. Tijdens deze avond is aangegeven dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage lag en dat de mogelijkheid bestond om een zienswijze in te dienen. De meeste bezoekers waren positief te spreken over het plan. Een aantal bezoekers waren tegen het plan en hebben laten weten zeker een zienswijze in te gaan dienen.
Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
52
6.2.2 Resultaten watertoets In het kader van het wettelijk vooroverleg (zie onder 6.2.3) heeft het Hoogheemraadschap van Rijnland aangegeven dat de waterhuishoudkundige belangen niet in het geding zijn. Voor de werkzaamheden is geen watervergunning nodig.
6.2.3 Resultaten wettelijk vooroverleg Een voorontwerpbestemmingsplan wordt in het kader van het wettelijk verplichte vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening voorgelegd aan de rijksoverheid, de provincie en het waterschap. Niet in alle gevallen is het echter nodig een voorontwerpbestemmingsplan voor te leggen aan provincie en rijk. Alleen als er rijks- of provinciale belangen in het geding zijn is vooroverleg nodig. Concreet zijn de volgende instanties verzocht om op het plan te reageren: 1. Provincie Noord Holland 2. Brandweer Kennemerland, Sector Risicobeheersing 3. Hoogheemraadschap van Rijnland Alle instanties hebbe gereageerd en aangegeven geen bezwaar te hebben tegen dit bestemmingsplan en de hierin mogelijk gemaakte ontwikkeling.
6.2.4 Ontwerp bestemmingsplan Het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan is op 29 november 2023 bekendgemaakt. De bekendmaking vond plaats in het Gemeenteblad (www.officielebekendmakingen.nl) en op de gemeentelijke website (www.haarlemmermeergemeente.nl). Het ontwerpbesluit en het ontwerpbestemmingsplan hebben vanaf 30 november 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode konden zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan worden ingediend. Er zijn 3 zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan ingediend. Deze zijn in de Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen samengevoegd en behandeld (zie bijlage). De zienswijzen hebben tot een aantal wijzigingen en aanvullingen in teksten van het bestemmingsplan geleid. Deze zijn ondergeschikt van aard en hebben geen gevolgen voor de in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling.
Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
53
7 Juridische aspecten 7.1 Opzet regels en verbeelding De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. De toelichting is niet juridisch bindend, maar kan wel gebruikt worden als nadere uitleg bij de regels. Op de verbeelding zijn alle noodzakelijke gegevens ingetekend. Er wordt onderscheid gemaakt in (dubbel)bestemmingen en aanduidingen. De bestemmingen zijn de belangrijkste elementen. De op de verbeelding opgenomen bestemmingen zijn in overeenstemming met de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). Door deze standaarden wordt de kleur en de codering van de bestemmingen bepaald. De bestemmingen zijn op het renvooi weergegeven in alfabetische volgorde. Elke op de verbeelding weergegeven bestemming is gekoppeld aan een bestemmingsregel in de regels. De regels laten vervolgens bij elke bestemming zien op welke wijze de gronden binnen de desbetreffende bestemming gebruikt en bebouwd mogen worden. Daarbij wordt onder meer verwezen naar aanduidingen op de verbeelding. Aanduidingen in samenhang met de regels, geven duidelijkheid over datgene wat binnen een bestemmingsvlak al dan niet is toegestaan.
De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: • De 'Inleidende regels', bestaande uit een begrippenlijst en regels met betrekking tot de 'wijze van meten'; • De 'Bestemmingsregels', die in dit bestemmingsplan te onderscheiden zijn in regels voor 'gewone', rechtstreekse bestemmingen en dubbelbestemmingen; • De 'Algemene regels' die in principe betrekking hebben op alle bestemmingen die in het plangebied voorkomen; • De 'Overgangs- en slotregels' die bestaan uit het overgangsrecht (voor bestaande bouwwerken en bestaand gebruik dat van het bestemmingsplan afwijkt) en de naam waaronder het bestemmingsplan moet worden aangehaald.
7.2 Inleidende regels Het eerste hoofdstuk bevat inleidende regels. In artikel 1 is een aantal in de regels gehanteerde begrippen gedefinieerd. In artikel 2 is de wijze van meten vastgelegd met betrekking tot de verschillende hoogte en oppervlakte van gebouwen.
Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
54
7.3 Bestemmingsregels 7.3.1 Bestemmingen Wonen In de bestemming wonen zijn zowel gestapelde als grondgebonden woningen toegestaan. Hoofdgebouwen dienen binnen de bouwvlakken gebouwd te worden met een maximum goot- en bouwhoogte van 7 en 10 meter respectievelijk 8 en 11 meter. Het gebruik van een woning en/of bijbehorende bouwwerken ten dienste van aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsuitoefening is toegestaan tot niet meer dan 40% van het gezamenlijke vloeroppervlak van de woning en bijbehorende bouwwerken, tot een maximum van 50 m². Het gebruik van de woning voor de uitoefening van een bed & breakfast, logiesfunctie of voor vakantieverhuur valt onder strijdig gebruik.
7.3.2 Dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie-6 Deze dubbelbestemming omvat het gehele plangebied. Hier geldt een onderzoeksplicht bij grafwerkzaamheden met een oppervlak groter dan 10.000m2 en dieper dan 0,4 meter. Het onderhavige plangebied is al kleiner dan het genoemde oppervlak zo dat dit hier niet aan de orde zal zijn.
7.4 Algemene regels In dit hoofdstuk zijn de regels opgenomen die betrekking hebben op het gehele plangebied en alle andere regels in het bestemmingsplan. Ook de parkeerregels zijn opgenomen in dit hoofdstuk. In deze regel wordt dynamisch verwezen naar het geldende parkeerbeleid van de gemeente Haarlemmermeer. Dit heeft tot gevolg dat, indien in het kader van het bestemmingsplan gebouwd kan worden en/of het gebruik van gronden of bouwwerken verandert, op basis van het bestemmingsplan altijd het op dat moment actuele geldende parkeerbeleid van de gemeente Haarlemmermeer gehanteerd moet worden bij het verlenen van de benodigde omgevingsvergunning.
7.5 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Het overgangsrecht heeft tot doel de rechtszekerheid te verzekeren ten aanzien van bouwwerken die op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan gebouwd zijn of op grond van een reeds verleende of een nog te moeten afgeven omgevingsvergunning, gebouwd mogen worden en afwijken van de bebouwingsregels in dit plan. Zij mogen blijven staan of, als een bouwvergunning is verleend, worden gebouwd zolang de afwijking maar niet wordt vergroot en het bouwwerk niet (grotendeels) wordt vernieuwd of veranderd. Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
55
Ook het gebruik van gronden en de daarop staande opstallen dat – op het tijdstip dat het bestemmingsplan rechtsgeldig wordt – afwijkt van de gegeven bestemming, is in het overgangsrecht geregeld. Het afwijkende gebruik mag worden voortgezet of gewijzigd in een ander gebruik, zolang de afwijking van het bestemmingsplan niet wordt vergroot. Slotregel In de slotregel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
7.6 Handhaafbaarheid Het bestemmingsplan is het juridische instrument om te bepalen welke ruimte voor welke bouwen gebruiksactiviteiten aangewend mag worden. In dit bestemmingsplan zijn voorschriften opgesteld waarbij het bestaande gebruik van gebouwen en bouwwerken in principe het uitgangspunt vormt. Dit betekent dat de huidige situatie in regels is vastgelegd. Het handhavingsbeleid is erop gericht dat deze regels ook worden nageleefd. Het bestemmingsplan bindt zowel burgers als de gemeente en is dan ook de basis voor handhaving en handhavingsbeleid. Handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen 'vasthouden'. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle grondeigenaren en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde manier aan het plan gehouden te worden. Met deze oogmerken is in het bestemmingsplan allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van de regels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter de mogelijkheden om in de praktijk toe te zien op de naleving van het bestemmingsplan. Onder handhaving wordt niet alleen het repressief optreden verstaan, maar ook preventie en voorlichting.
Repressief optreden bestaat uit toezicht en opsporing en in het verlengde daarvan – na afweging van belangen waaronder de effectiviteit van optreden – correctie, bestaande uit sancties en maatregelen. De sancties en maatregelen kunnen bestaan uit het stilleggen van activiteiten, aanschrijvingen, bestuursdwang, strafrechtelijk optreden en de dwangsom. Preventief handelen bestaat uit voorlichting en vooroverleg voor het indienen van een aanvraag om een vergunning en voorts het weigeren van de vergunning en eventuele afwijkingen.
Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
56
8 Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9
Historisch bodemonderzoek, Grondslag (2 april 2024) Advies bodembelasting explosieven, CQ UXO & BAT consultancy (17 januari 2024) Quickscan ecologie, Ecoresult (4 maart 2022) Onderzoek stikstofdepositie, Soundforceone B.V. (26 februari 2024) Akoestisch onderzoek, het Geluid Buro (3 februari 2022) Bezonningstudie, BuroBEB (12 oktober 2023) Parkeerbalans (28 februari 2024) Parkeerdrukonderzoek, Trajan (15 maart 2024) Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen (versie 25 maart 2024)
Bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1
57