CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 (deel 1 van 2) - Ontwerpbestemmingsplan Lincolnpark Tweede Fase 28-09-2021.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 23 december 2021, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Verdichting en herziening grondexploitatie, stedenbouwkundig plan, concept beeldkwaliteitsplan, mobiliteitsplan, ontwerpbestemmingsplan, hogere grenswaarde Wetgeluidhinder en Milieueffectrapportage beoordeling Lincolnpark Tweede Fase Hoofddorp (2021.0002508) - GEHEIME BIJLAGE28.802 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

LINCOLNPARK TWEEDE FASE 28 september 2021

1/2

DATUM KENMERK

28 september 2021 20201616_0003

PROJECT PROJECTLEIDER

Lincolnpark Tweede fase ir. R.J.M.M. Schram

OPDRACHTGEVER Gemeente Haarlemmermeer PROJECTNUMMER 20201616 AUTEUR STATUS

2/2

drs. E.A. Louwers en drs. Martijn Backx Ontwerp

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

9

1.1

Aanleiding

9

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

10

1.3

Doel en planvorm

11

1.4

Geldende bestemmingsplannen en regelingen

11

1.5

Planproces

12

1.6

Leeswijzer

12

Beschrijving huidige situatie

13

2.1

Ruimtelijke structuur

13

2.2

Functionele structuur

16

Hoofdstuk 3

Beleid en regelgeving

19

3.1

Rijksbeleid

19

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

24

3.3

Gemeentelijk beleid

41

Hoofdstuk 4

Nieuwe situatie

53

4.1

Visie op het plangebied

53

4.2

Visie op duurzaamheid

53

4.3

Ruimtelijke structuur

57

4.4

Functionele structuur

59

Onderzoek en beperkingen

65

5.1

Water

65

5.2

Bodem

74

5.3

Flora en fauna

76

5.4

Cultuurhistorie en archeologie

79

5.5

Geluid

80

5.6

Lucht

82

5.7

Externe veiligheid

85

5.8

Geur

87

5.9

Licht

88

5.10

Bedrijven en milieuhinder

88

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 5

2/183

5.11

Luchtvaartverkeer

90

5.12

Kabels, leidingen en telecommunicatie installaties

91

5.13

Explosieven

91

5.14

Milieueffectrapportage

92

5.15

Verkeer

93

Uitvoerbaarheid

97

6.1

Financiële uitvoerbaarheid

97

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

97

Juridische aspecten

103

7.1

Opzet regels en verbeelding

103

7.2

Inleidende regels

103

7.3

Bestemmingsregels

104

7.4

Algemene regels

105

7.5

Overgangs- en slotregels

105

7.6

Handhaafbaarheid

105

Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 7

3/183

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Mobiliteitsplan

Bijlage 2

Archeologisch bureauonderzoek

Bijlage 3

Verkeersonderzoek

Bijlage 4

Stedenbouwkundig plan op hoofdlijnen

Bijlage 5

Notitie watercompensatie

Bijlage 6

Waterboekhouding

Bijlage 7

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 8

Aerius memo

Bijlage 9

Verschilberekening gebruiksfase

Bijlage 10

Gebruiksfase stikstofberekening

Bijlage 11

Quickscan Wet natuurbescherming

Bijlage 12

Akoestisch onderzoek

Bijlage 13

Waterbalans

Bijlage 14

Natuuronderzoek

Bijlage 15

Beeldkwaliteitsplan

Bijlage 16

Motivering LIB 5

Bijlage 17

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bijlage 18

GeoTOP Verticale Doorsnede geologische eenheid 104334,479258

Bijlage 19

Besluit Hogere waarde

Bijlage 20

Beleidsnota Samen Gezond in Kennemerland

Bijlage 21

Marktanalyse commerciëel programma

4/183

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

153

Artikel 1

Begrippen

153

Artikel 2

Wijze van meten

159

Bestemmingsregels

161

Artikel 3

Gemengd

161

Artikel 4

Woongebied

164

Hoofdstuk 3

Algemene regels

169

Artikel 5

Anti-dubbeltelregel

169

Artikel 6

Luchtvaartverkeerzone - lib

170

Artikel 7

Algemene afwijkingsregels

171

Artikel 8

Algemene wijzigingsregels

172

Artikel 9

Parkeerregels

173

Overgangs- en slotregels

174

Artikel 10

Overgangsrecht

174

Artikel 11

Slotregel

175

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

Bijlagen bij de regels Bijlage 1

Staat van Horeca-activiteiten

Bijlage 2

SvB 'functiemenging'

Bijlage 3

Besluit Hogere waarde

5/183

TOELICHTING

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Tussen Hoofdvaart, Spoorlaan, bedrijventerrein De President en de Bennebroekerweg ontstaat een bijzondere wijk: Lincolnpark. Deze wijk wordt een leefbare mix van wonen, werken, onderwijs en ontspanning. Lincolnpark wordt een toekomstbestendige wijk, innovatief en circulair en met betrokken en verantwoordelijke inwoners. Haarlemmermeer kampt met woningtekort. Met de vaststelling van het nieuwe woonbeleid (Woonbeleidsprogramma Haarlemmermeer 2019-2025: Het verschil maken) is bepaald dat het tempo van de nieuwbouw fors moet worden versneld, dat er meer woningen moeten worden gebouwd, en dat het type woningen beter moet aansluiten bij de vraag. Het plangebied is in eigendom van de gemeente en in 2007 bestemd als onderdeel van het bedrijventerrein De President. Dit deel van het bedrijventerrein is, mede als gevolg van de economische crisis, nog niet gerealiseerd en is in gebruik als landbouwgrond. Door de grote behoefte aan woningen is besloten om in plaats van een bedrijventerrein een nieuwe woonwijk te realiseren op deze locatie. Lincolnpark maakt onderdeel uit van de ontwikkeling van Hoofddorp Zuid-Oost en is als deelproject opgenomen op de Essentiekaart De Parken (zie paragraaf 2.1.1.1). De wijk, Lincolnpark, bestaat uit twee fases. De Eerste Fase bestaat uit 225 sociale huurwoningen. Dit deel is in 2020 opgeleverd.

Het merendeel van de woningen en de benodigde voorzieningen wordt gerealiseerd in de Tweede Fase. In dit deel worden maximaal 1.800 woningen gerealiseerd samen met scholen, winkels en kleine bedrijven. Duurzame en circulaire ambities staan centraal in Lincolnpark. De ambities verhouden zich niet alleen tot klimaattechnische duurzaamheid, maar ook sociale duurzaamheid. In het document Projectdoelstellingen Duurzame en Circulaire Wijk van de Toekomst, Lincolnpark Tweede Fase (april 2020) zijn deze doelstellingen verder uitgewerkt. Samenvattend zijn dit de doelen: 1. Lincolnpark is energieneutraal 2. Lincolnpark is sociaal duurzaam en inclusief 3. Lincolnpark biedt een gezonde leefomgeving 4. Lincolnpark is circulair 5. Lincolnpark is klimaatbestendig, biodivers, flexibel en adaptief Op verschillende manieren wordt invulling gegeven aan deze ambities. Zo wordt het gebied autoluw ingericht met een lage parkeernorm. Parkeren kan in de servicehub waar men ook gebruik kan maken van deelauto's. In het ontwerp van de wijk wordt rekening gehouden met wateropvang, door wadi's te creëren tussen de eilanden. De biodiversiteit wordt bevorderd door verschillende biotopen aan te leggen op elk eiland, met elk een ander karakter. Tevens wordt Lincolnpark verbonden met andere waardevolle groengebieden in de buurt, zoals PARK21 en de Toolenburgerplas.

9/183

De wijk zal bestaan uit verschillende eilanden met elk een ander karakter en typologie. Hierdoor kunnen verschillende soorten woningen gerealiseerd worden, welke diverse doelgroepen aanspreken, jong en oud, alleenstaand en gezin. In de structuur wordt rekening gehouden met veel ruimte voor langzaam verkeer, groen en ontmoetingsplekken. Dit heeft een positieve impact op de sociale structuur en leefbaarheid. De gemeente Haarlemmermeer heeft in het stedenbouwkundig plan de hoofdlijnen van Lincolnpark geschetst (bijlage 4). In het beeldkwaliteitsplan worden de eisen beschreven met betrekking tot de ruimtelijke kwaliteit (bijlage 15). Voor de uitwerking van de wijk wil de gemeente samenwerken met marktpartijen om zo hun innovatiekracht te benutten. De kaders van het stedenbouwkundig plan zijn in dit bestemmingsplan vertaald, waarin mogelijkheden en ontwikkeling gestimuleerd worden en de ambities en doelen van Lincolnpark gewaarborgd blijven. Na vaststelling vormt dit de planologische basis voor de verdere ontwikkeling.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt in het zuiden van Hoofddorp, tussen Hoofdvaart, Spoorlaan, bedrijventerrein De President (in ontwikkeling) en de Bennebroekerweg. Het plangebied maakt onderdeel uit van de ontwikkeling Lincolnpark en voorziet in de realisatie van de Tweede Fase van 1.800 woningen. Het gebied is ongeveer 30 hectare groot.

Figuur 1.1: Luchtfoto van het plangebied, blauw omlijnd (bron: Luchtfoto, 2020)

10/183

1.3

Doel en planvorm

De doelstelling van het bestemmingsplan Hoofddorp Lincolnpark Tweede Fase is het bieden van een actueel juridisch-planologisch kader voor het plangebied zoals beschreven in paragraaf 1.2. Het bestemmingsplan biedt de kaders voor de nieuwe woonwijk. Hierbij wordt een globale aanpak gehanteerd met directe bouwtitels. Dit biedt de mogelijkheid om de wijk de komende jaren gefaseerd te ontwikkelen, waarbij enerzijds genoeg flexibiliteit in het plan zit om in te kunnen spelen om maatschappelijke en economische veranderingen en anderzijds de rechtszekerheid in het plan is gewaarborgd. Het plan bestaat uit twee bestemmingen die elk het karakter en de mogelijkheden van het deel van het gebied weergeven. De hoofdverkeerswegen worden geregeld middels een aanduiding en maatvoeringen geven de maximale hoogten aan. Het maximum aantal woningen is voor het gehele plangebied vastgelegd op 1.800 wooneenheden.

1.4

Geldende bestemmingsplannen en regelingen

Het bestemmingsplan Hoofddorp Lincolnpark Tweede Fase vervangt – geheel of voor een gedeelte – de volgende bestemmingsplannen: Plannaam

Vastgesteld

Onherroepelijk

Hoofddorp De President

16-11-2006

13-04-2007

Ter plaatse van het plangebied gelden verschillende bestemmingen. De voornaamste bestemming is 'Bedrijven'. De voor 'Bedrijven' aangewezen gronden zijn o.a. bestemd voor: a. bedrijfsactiviteiten, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen; b. ondersteunende bedrijven gericht op de dienstverlening aan bedrijven; c. bedrijfsverzamelgebouwen; d. een ambulancedienst; e. een fitnesscentrum; f. ter plaatse van de aanduiding (R) mede voor een restaurant; g. één hotel; h. nutsvoorzieningen; i. wegen, voet- en fietspaden, parkeerplaatsen; j. groenvoorzieningen en water. Binnen het plangebied liggen gronden met de bestemming 'Verkeersdoeleinden', 'Groen' en 'Water'. Deze zijn bestemd voor de afwikkeling van verkeersstromen, groenvoorzieningen en waterlopen en waterpartijen ten behoeve van de waterhuishouding. In het zuiden is een klein deel van de grond bestemd als 'Woonboerderij'. Hierdoor kan tijdelijk worden afgeweken van het gebruik t.b.v. de kerkgenootschap. Deze bestemming maakt hiermee wonen mogelijk.

11/183

Ter plaatse van het projectgebied geldt tevens een tweetal paraplu bestemmingsplannen 'Parapluplan parkeerregels' en 'Parapluplan Datacenters' en het voorbereidingsbesluit 'Voorbereidingsbesluit biomassacentrales 2021'. Plannaam

Vastgesteld

Parapluplan parkeerregels

04-10-2018

Parapluplan datacenters

22-10-2020

Voorbereidingsbesluit biomassacentrales 2021

05-11-2020

Verder heeft het Parapluplan wonen als ontwerp in 2020 ter inzage gelegen. Dit plan regelt dat woningen maar door één huishouden bewoond mogen worden om zo de leefbaarheid te behouden (met uitzondering van niet bedrijfsmatige verhuur van maximaal twee kamers). Het gebruik van woningen voor logiesfuncties en bed & breakfast worden met dit plan niet meer mogelijk, hiervoor moet voortaan een vergunning voor worden aangevraagd. De begripsbepalingen en/of de bestemmingen die de functie wonen, woningen, woongebouwen dan wel andere benamingen die zien op de functie wonen toelaten worden gewijzigd. De regels uit het Parapluplan parkeerregels en het Parapluplan wonen zijn verwerkt in dit bestemmingsplan. Voor de functie wonen zijn voor het plangebied specifieke parkeernormen uitgewerkt in het Mobiliteitsplan (zie paragraaf 4.4.2 en bijlage 1).

1.5

Planproces

Een bestemmingsplan doorloopt de procedure zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het voorontwerpbestemmingsplan wordt ex art. 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voor advies voorgelegd aan Rijk, provincie, waterschap en andere overlegpartners. Binnengekomen reacties uit het wettelijk vooroverleg worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Tijdens de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan kan eenieder schriftelijk of mondeling een zienswijze kenbaar maken. De ingediende zienswijzen worden afgewogen in het vast te stellen bestemmingsplan. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt ter inzage gelegd. Gedurende deze terinzagelegging kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

1.6

Leeswijzer

Het tweede hoofdstuk van deze toelichting geeft een beeld van de bestaande situatie in het plangebied. Er wordt een beschrijving gegeven van de ruimtelijke en functionele structuur van het gebied. In het derde hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleid en de regelgeving en de invloed hiervan op het bestemmingsplan. Het vierde hoofdstuk gaat in op de nieuwe situatie met de te verwachten ontwikkelingen en de gewenste ruimtelijk-functionele structuur. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de onderzoeksgegevens en beperkingen. In het hoofdstuk zes komt de uitvoerbaarheid aan bod en in het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische aspecten van dit bestemmingsplan.

12/183

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving huidige situatie

Ruimtelijke structuur

2.1.1 Ruimtelijke ontwikkelingen Het plangebied is in 2007 bestemd als bedrijventerrein. Het geplande bedrijventerrein 'De President' is mede als gevolg van de economische crisis nooit ontwikkeld. Het plangebied bestaat daarom feitelijk nog altijd uit agrarische grond. In de structuurvisie Hoofddorp 2030 is de mogelijkheid besproken om op het westelijk deel van 'De President' woningbouw te realiseren. Aangezien het huidige bestemmingplan is toegesneden op de ontwikkeling van een bedrijventerrein, is voor de ontwikkeling van Lincolnpark een nieuw bestemmingsplan nodig. 2.1.1.1 De Parken De ontwikkeling Lincolnpark is onderdeel van een grote gebiedsontwikkeling, genaamd De Parken. Hiertoe behoren Tudorpark, Victoriapark, Lincolnpark, Nassaupark, Rooseveltpark en De President 1.2 en 2.0. De ruimtelijke visie gaat in op de opgaven op het gebied van woningbouw, voorzieningen, infrastructuur, duurzame gebiedsontwikkeling, water en groen. De Parken is bedoeld om de samenhang en relatie tussen de gebieden weer te geven om meerwaarde te creëren voor de ontwikkeling van het totale gebied. Op deze manier wordt de samenhang en de kwaliteit van het gehele gebied gewaarborgd.

Figuur 2.1: Overzicht van De Parken (bron: De Parken Essentiekaart Hoofddorp zuid oost, 2017)

13/183

2.1.2 Bebouwingsstructuur Het plangebied bestaat uit agrarische grond en is onbebouwd. In het gebied is de polderverkaveling zichtbaar. 2.1.3 Ontsluitingsstructuur In het plangebied zelf is geen ontsluitingsstructuur aanwezig. Het gebied wordt omringd door verschillende wegen, namelijk de Hoofdweg Oostzijde, Bennebroekerweg, Johan Enschedélaan en Spoorlaan. De Hoofdweg Oostzijde ligt langs de Hoofdvaart en is een lange lijn in de polder met bebouwing, die zich kenmerkt door een losse korrel met diverse bebouwingsvolumes. Oorspronkelijk werd deze bebouwing rondom een erf gesitueerd. De Johan Enschedélaan vormt de ontsluitingsroute voor Lincolnpark Eerste Fase.

Figuur 2.2: Ligging plangebied (bron: Ruimtelijke uitgangspunten Lincolnpark Tweede Fase, 2020) 2.1.4

14/183

Water- en groenstructuur

Het plangebied bestaat uit agrarische gronden die gekenmerkt worden door een verkavelingsstructuur met polderlinten die van noord naar zuid lopen en dwarslinten die van oost naar west lopen. De watergangen creëren verschillende vlakken. Zie figuur 2.3 voor een plattegrond van de bestaande watergangen.

Figuur 2.3: Bestaande watergangen (bron: Stedenbouwkundig plan op hoofdlijnen, juni 2021) Lincolnpark Tweede Fase wordt omringd door waardevolle groengebieden. In het nieuwe ontwerp wordt de biodiversiteit vergroot en verbinding gemaakt met de omliggende gebieden (zie figuur 2.4).

15/183

Figuur 2.4: Lincolnpark als schakel naar andere ecologisch waardevolle gebieden (bron: Stedenbouwkundig plan op hoofdlijnen, juni 2021)

2.2

Functionele structuur

Het plangebied is bestemd als bedrijventerrein, maar maakt hier functioneel gezien geen onderdeel van uit. In het noordelijk gebied zijn bedrijven gevestigd. Het zuidelijk deel, waar Lincolnpark Tweede Fase wordt gerealiseerd, bestaat uit agrarische gronden. Aan de Bennebroekerweg staat een historische boerderij, de Hillegondshoeve, uit 1857. Dit is een van de eerste boerderijen die is gebouwd in de Haarlemmermeerpolder en is van groot sociaal-historisch belang. De boerderij maakt geen onderdeel uit van het plangebied. Lincolnpark Tweede Fase ligt op de overgang van de stedelijke bebouwing van Hoofddorp. Dit open gebied wordt gekenmerkt door een typische rechthoekige polderverkaveling, waarbij de waterlopen en de infrastructuur in lange rechtstanden het landschap doorsnijden.

16/183

Direct ten zuiden van het plangebied wordt PARK21 ontwikkeld. Een park met ruimte voor sport en ontspanning, landbouw, innovatie, educatie en veel groen. Het park ligt tussen Hoofddorp en Nieuw Vennep en wordt 1.000 hectare groot. Zo is er genoeg ruimte voor iedereen om hier te ontspannen en te ontmoeten. Door de ligging tussen de twee plaatsen vormt het park een groene verbinding. Verschillende wandel- en fietspaden zorgen voor een goede en veilige verbindingen naar het park. Het eerste deelgebied is al aangelegd.

17/183

18/183

Hoofdstuk 3 3.1

Beleid en regelgeving

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze samenleving' komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt. Uitgangspunt is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo worden in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes gemaakt. Vier prioriteiten staan hierin centraal: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen deze prioriteiten worden drie afwegingsprincipes gehanteerd, die helpen om beleidskeuzes te maken. Dit zijn:  Combinaties van functies hebben voorrang op enkelvoudige functies;  Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;  Afwentelen wordt voorkomen. Tot het moment dat de Omgevingswet ingaat (verwacht 1 juli 2022) geldt de omgevingsvisie als structuurvisie en zijn ruimtelijke belangen geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, zie paragraaf 3.1.2). In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het Rijksbelang opgenomen dat verstedelijking op duurzame wijze plaatsvindt. Wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt moet er getoetst worden aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' (zie paragraaf 3.1.3).

Toetsing Duurzaamheid speelt een belangrijke rol in Lincolnpark Tweede Fase. De ontwikkeling is gebaseerd op vijf doelstellingen die bijdragen aan klimaatadaptatie, circulariteit, energietransitie en een gezonde leefomgeving. De wijk wordt ontwikkeld voor verschillende doelgroepen, zoals jongeren, ouderen, alleenstaanden en gezinnen. Werken en wonen worden afgewisseld, wat zorgt voor een leefbare dynamiek. De stedenbouwkundige structuur is adaptief, waardoor rekening kan worden gehouden met veranderende omstandigheden en (toekomstige) behoeften van bewoners en gebruikers. De ontwikkeling draagt hiermee bij aan de prioriteiten van de NOVI.

19/183

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) staat een aantal onderwerpen waarvoor het Rijk uit het oogpunt van de nationale belangen in de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte regels stelt. Voor gemeente Haarlemmermeer is hierin van belang:  Toekomstige uitbreiding van het hoofdwegennet en hoofdspoorwegennet;  De ruimte reservering voor de parallelle Kaagbaan;  Zones onder hoogspanningsverbindingen worden gevrijwaard;  Aan de provincies is opgedragen om Natuurnetwerk Nederland (NNN) te beschermen;  Primaire waterkeringen buiten het kustfundament krijgen ruimtelijke bescherming;  Nationale landschappen, zoals het erfgoed van de Stelling van Amsterdam, worden ruimtelijk beschermd;  Kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking en voor de bufferzones. Toetsing De regels uit het Barro hebben geen invloed op de beoogde ontwikkeling (zie figuur 3.1)

Figuur 3.1: Uitsnede Barro (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

20/183

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, 2017) is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. De Ladder voor duurzame verstedelijking is geregeld in artikel 3.1.6 lid 2 en luidt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' De begrippen “bestaand stedelijk gebied” en “nieuwe stedelijke ontwikkeling” zijn opgenomen in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder h en i Bro. De 'behoefte' is de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar - looptijd van een bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De Ladder bepaalt niet voor welke regio de behoefte in beeld moet worden gebracht. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt.

De afbakening van het onderzoeksgebied is dus afhankelijk van het beoogde programma in het bestemmingsplan. De Ladder biedt de mogelijkheid om in geval van een globaal bestemmingsplan met uitwerkingplichten en/of wijzigingsbevoegdheden, in het moederplan te bepalen dat het Ladderonderzoek pas hoeft te worden verricht bij vaststelling van het uitwerkingsplan of het wijzigingsplan. Conclusie Dit bestemmingsplan voldoet aan de uitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De toetsing hiervan is opgenomen in paragraaf 3.2.18. 3.1.4 Luchthavenindelingbesluit Schiphol De ruimtelijke consequenties van het rijksbeleid voor Schiphol zijn geformuleerd in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB). In dit besluit is een beperkingengebied opgenomen waarbinnen beperkingen worden gesteld ten aanzien van het gebruik en de bestemming van de grond voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op veiligheid en geluidsbelasting. De gemeente zorgt ervoor dat nieuwe inwoners in een zo vroegtijdig mogelijk stadium deugdelijk en objectief geïnformeerd worden over geluidsbelasting en mogelijke hinder door vliegtuiggeluid (of –uitstoot en kerosinegeur) door de aanwezigheid van de luchthaven Schiphol. Toetsing In paragraaf 5.11 wordt verder ingegaan op de gevolgen van de aanwezigheid van Schiphol en de beperkingen van het LIB voor dit bestemmingsplan.

21/183

3.1.5 Nationaal waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan (2015) geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Het Nationaal Waterplan gaat in op het robuust en toekomstgericht inrichten van het Nederlands watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. De volgende onderdelen komen in het plan naar voren:  De Deltabeslissingen (waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimtelijke adaptatie);  De Beleidsnota Noordzee;  De verankering van afspraken die betrekking hebben op water vanuit het Energieakkoord;  De Natuurvisie;  De Internationale Waterambitie;  De geactualiseerde plannen en maatregelenprogramma's om te voldoen aan de Europese eisen voor waterkwaliteit, overstromingsrisico's en het mariene milieu. Het plan omvat een integrale benadering door natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie, cultureel erfgoed en economie (inclusief verdienvermogen) zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen.

De ambitie is dat overheden, bedrijven en burgers zich in 2021 meer bewust zijn van de kansen en bedreigingen van het water in hun omgeving. Toetsing Het Nationale Waterplan is niet van invloed op de ontwikkeling (zie figuur 3.2). Het plan houdt rekening met de waterhuishouding. In paragraaf 4.2.2 en 5.1 wordt hier verder op ingegaan.

Figuur 3.2: Uitsnede van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

22/183

3.1.6 Samen bouwen aan bereikbaarheid Het Rijk werkt samen met de regionale partijen uit de MRA aan een programma “Samen bouwen aan bereikbaarheid”. Het hoofddoel van het programma is: het versterken van de economie in de Metropoolregio Amsterdam door aanpak van urgente bereikbaarheidsopgaven,  met focus op deur-tot-deur bereikbaarheid van personen en goederen;  met prioriteit voor de economische toplocaties;  en in samenhang met de verstedelijkingsopgave. Een van de programmalijnen heeft betrekking op het gebied tussen Amsterdam-Zuid en Hoofddorp. Dit gebied heeft alle potentie om uit te groeien tot dé internationale entree van Nederland. Het is nationaal en internationaal goed verbonden door een uitstekend ov-netwerk en via de luchthaven. Duurzame ontwikkeling van dit gebied - met een goede balans tussen wonen en werken, bereikbaarheid, voorzieningen, groen en internationale oriëntatie - is hierbij van belang. De programmalijn Zuidwest Amsterdam-Schiphol-Hoofddorp (ZWASH) ontwikkelt de strategie om het gebied te transformeren tot dé internationale entree van Nederland. Het neemt hierbij alle uitdagingen en toekomstige ontwikkelingen op het gebied van bereikbaarheid, verstedelijking, economie, leefbaarheid en duurzaamheid in ogenschouw.

Toetsing De ontwikkeling bestaat uit een grootschalige stedelijke ontwikkeling waarbij maximaal 1.800 woningen en voorzieningen worden gerealiseerd. Lincolnpark wordt een dynamische wijk waar wonen en werken naast elkaar kan plaatsvinden. Het gebied is goed bereikbaar door zijn ligging vlakbij de A4 en de buslijn die langs de wijk loopt. Het centraal station van Hoofddorp is op 10 minuten fietsen bereikbaar. Vanaf hier is een snelle verbinding naar Amsterdam en Schiphol. Een verlaagde parkeernorm zorgt voor meer ruimte in de openbare ruimte voor spelen, ontmoeten en groen. In de wijk komen in totaal 9 servicehubs op maximaal 250 meter van mensen hun woning. Hierdoor hoeven mensen niet met hun auto de woonerven op te rijden, wat zorgt voor meer veiligheid en leefbaarheid bij de woningen. Op deze manieren draagt de ontwikkeling van Lincolnpark Tweede Fase bij aan de ambities van ZWASH. 3.1.7 Beleidnota mainport en metropool Het Rijk heeft in samenwerking met de zogenaamde regiopartijen en de partijen uit de luchtvaartsector een beleidsnota (2016) opgesteld voor de Schipholregio. Deze beleidsnota is een uitwerking van het programma SMASH (Structuurvisie Mainport Amsterdam Schiphol Haarlemmermeer) en is erop gericht de mainport Schiphol en haar regio te versterken en helderheid te bieden wat betreft de mogelijkheden voor de verdere ruimtelijke en infrastructurele ontwikkeling.

De nota heeft de ambitie om de kracht en kwaliteiten van de regio verder uit te bouwen, de economische ontwikkeling van de regio en Schiphol te stimuleren en kansen en potenties in de regio beter te benutten. Daarnaast willen de partijen binnen de regio de verwachte woningbehoefte van 440.000 geschatte woningen accommoderen. De kracht en kwaliteit van de Schipholregio komt voort uit de compactheid ervan en haar diversiteit aan functies. De focus ligt hierbij op vier beleidsopgaven: 1. Het versterken van de ruimtelijk-economische structuur 2. Het ruimte bieden voor verstedelijking, kwaliteit van leefomgeving en leefbaarheid

23/183

3. Het ruimte bieden voor verdere ontwikkeling van een veilige, concurrerende en duurzame luchtvaart in combinatie met een optimale netwerk- en mainportkwaliteit 4. Meer en betere samenwerking tussen Rijk, regio, marktpartijen en luchtvaartsector Toetsing Mainport Schiphol en metropoolregio Amsterdam streven om in economisch opzicht tot de internationale top te blijven behoren. Economische groei is gediend bij een gebied met hoge woonkwaliteiten en leefbaarheid. De ontwikkeling van Lincolnpark Tweede Fase draagt bij aan duurzame, sociale en toekomstbestendige leefomgeving. Het voorziet in maximaal 1.800 woningen, wat aansluit bij de woningvraag. Hiermee sluit het initiatief aan bij de beleidsnota.

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 (2018) is het integrale provinciale beleidsplan voor de gehele provincie Noord-Holland. In deze visie staat beschreven hoe de provincie de ambities wil realiseren voor de belangrijkste ontwikkelingen die op ons afkomen:  Klimaatverandering  Overgang naar duurzame energie  Verdere verstedelijking  Bereikbaarheid  Gezonde leefomgeving  Economische transitie  Natuur en biodiversiteit De hoofdambitie van de provincie is het vinden van een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Met de sturingsfilosofie 'lokaal wat kan, regionaal wat moet' heeft de provincie de regionale ruimtelijke consequenties van deze ontwikkelingen grotendeels juridisch verankerd in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). Inmiddels is de PRV in verschillende ronden gewijzigd en opnieuw vastgesteld (zie paragraaf 3.2.2). Toetsing Binnen de hoofdambitie zijn enkele deelambities opgesteld, waaronder klimaatadaptatie. De provincie vindt het essentieel om zich zoveel mogelijk te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals wateroverlast en hittestress.

De structuur van de wijk wordt zo ingericht dat overtollig water opgevangen kan worden in wadi's, gelegen tussen de eilanden. Bij extreme regenval kan dit water afgevoerd worden naar de grotere watergangen. In het ontwerp van de wijk wordt veel groen toegevoegd. Dit neemt niet alleen extra water op, maar zorgt ook voor een koele en schaduwrijke omgeving. Een andere ambitie is inspelen op de energietransitie. Lincolnpark wordt zoveel mogelijk energieneutraal ingericht. Daarbij wordt ingezet op circulariteit door de totale milieubelasting van de materialen te beperken. Een derde ambitie is om de dynamiek in balans houden binnen de Metropoolregio Amsterdam. De toekomstige wijk creëert niet alleen maximaal 1.800 woningen, waarmee het bijdraagt aan de woningbehoefte, maar zorgt ook voor een leefbare werk- en woonomgeving. Het station van Hoofddorp ligt op ongeveer 10 minuten fietsen. Hiermee zijn

24/183

ook Amsterdam en Schiphol goed bereikbaar. 3.2.2 Omgevingsverordening De Omgevingsverordening Noord-Holland vervangt de bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid is daarbij van belang. De ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Toetsing Voor de ontwikkeling zijn de volgende aspecten relevant: 1. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen; 2. Klimaatadaptatie. ad. 1 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen 1. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. De beoogde ontwikkeling zorgt voor het tegengaan van het woningtekort in Hoofddorp en de metropoolregio Amsterdam en draagt hiermee bij aan de Omgevingsverordening.

De gronden zijn nu in het bestemmingsplan aangemerkt als 'Bedrijven', maar worden gebruikt voor agrarische doeleinden. Met het oog op de toekomstige woningbouw is op 27 maart 2018 door de gemeente Haarlemmermeer de grens van de bebouwde kom verplaatst van het kruispunt Spoorlaan/Van Heuven Goedhartlaan naar het kruispunt Spoorlaan/Nieuwe Bennebroekerweg. Hiermee is de maximumsnelheid verlaagt van 80 km/uur naar 50 km/uur. Conform de Wet geluidhinder zijn gebieden buiten de bebouwde kom buitenstedelijke gebieden. Hiermee is het gebied aan te merken als een binnenstedelijke locatie en sluit het aan bij de ambities van de ladder voor duurzame verstedelijking om binnenstedelijk te ontwikkelen. Verdere toetsing aan de ladder vindt plaat in paragraaf 3.1.3. ad. 2 Klimaatadaptatie Artikel 6.62 Klimaatadaptatie 1. De toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s van klimaatverandering. 2. In de beschrijving wordt in ieder geval betrokken het risico op: a. wateroverlast; b. overstroming; c. hitte; en d. droogte.

25/183

3. De beschrijving omschrijft tevens de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de in het tweede lid omschreven risico’s te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 4. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het waterschap in wiens beheergebied de ontwikkeling plaatsvindt. Lincolnpark Tweede Fase houdt op meerdere manieren rekening met klimaatadapatie. Wateroverlast wordt tegengegaan door in het ontwerp rekening te houden met de wateropvang en afwatering. Extra groen in de wijk draagt verder bij aan het tegengaan van wateroverlast en tevens hittestress. Een uitgebreide beschrijving van de klimaatadaptieve werking van de ontwikkeling wordt gegeven in paragraaf 4.2. 3.2.3 Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (2018) is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. De Leidraad is een belangrijk instrument dat richting geeft aan één van de hoofdbelangen van de provincie: ruimtelijke kwaliteit. De Leidraad is bedoeld om inzichtelijk te maken welke landschappelijke en cultuurhistorische waarden van belang zijn.

Daarnaast geeft het inzicht in de landschappelijke karakteristiek en biedt het inspiratie voor een duurzame ruimtelijk kwalitatieve inrichting van het landschap. De doel en de werking van de Leidraad zijn vastgelegd in de PRV en verder is de Leidraad bedoeld als handreiking, welke onderscheid maakt in 'rekening houden met' en 'betrekken bij'. Toetsing Het plangebied valt binnen het stedelijk gebied en ligt nabij het landelijk gebied, namelijk 'Droogmakerijenlandschap met verkavelingsrichting' en 'Park21/gepland groen' (zie figuur 3.3). Binnen het gebied moeten ruimtelijke ontwikkelingen:  bijdragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek;  bijdragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en  helder positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. Voor de structuur en opzet van Lincolnpark Tweede Fase wordt de verkavelingsstructuur gevolgd van het poldergrid. De stedenbouwkundige structuur in het deel van het plangebied dat grenst aan de Hoofdvaart houdt rekening met de gewenste open structuur van losstaande gebouwen (erven) aan de Hoofdvaart. Daarbij wordt de verbinding gezocht met omliggende groengebieden, zoals Park21 om op deze manier de biodiversiteit te vergroten en de leefbaarheid in het gebied te bevorderen.

26/183

Figuur 3.3: Overzichtskaart Haarlemmermeerpolder (bron: Leidraad Landschap en Cultuurhistorie, 2018) 3.2.4 Strategisch beleidskader Economie In het Strategisch Beleidskader Economie (2016) zijn de hoofdkeuzes gemaakt voor wat betreft de inzet van het provinciaal bestuur voor de regionale economie in Noord-Holland. De volgende missie voor het economisch beleid is geformuleerd: 'Wij maken ons sterk voor welvaart en welzijn in Noord-Holland door een duurzame, vernieuwende en ondernemende economie'. De begrippen 'duurzaam', 'vernieuwen' en 'ondernemend' zijn richtinggevende principes die worden toegepast op vijf economische thema's die vallen onder vestigingsklimaat (werklocaties, bereikbaarheid, arbeidsmarkt, innovatieklimaat en digitale infrastructuur) en op de agrosector en de internationale marketing en acquisitie van bedrijven. Deze vijf thema's zijn verder uitgewerkt in de Uitvoeringsagenda Economie (paragraaf 3.2.5). 3.2.5 Uitvoeringsagenda Economie 2016-2019 De Uitvoeringsagenda Economie (2016) is het uitvoeringsdeel van het Strategisch Beleidskader Economie. De Uitvoeringsagenda heeft de missie geformuleerd tot een doel, namelijk 'werken aan een aantrekkelijk, duurzaam en concurrerend vestigingsklimaat'.

De Uitvoeringsagenda wil dit doel en de missie voor het economisch beleid bereiken door te zorgen voor:  aantrekkelijke en duurzame werklocaties;  goede bereikbaarheid; een veerkrachtige arbeidsmarkt;  een sterk innovatieklimaat;  uitstekende digitale infrastructuur;  aantrekken van internationale bedrijven;  een sterke en duurzame agrosector. Toetsing Lincolnpark Tweede Fase is een stedelijk ontwikkelingsproject waar een levendige mix wordt neergezet van wonen en werken. In het gehele gebied worden verschillende functies toegestaan, zoals bedrijven, horeca, commerciële dienstverlening, kantoren en praktijkruimte. Het Centrumgebied vormt hiermee het zwaartepunt van alle voorzieningen. Hier worden ook twee supermarkten, scholen en een sporthal mogelijk gemaakt. De wijk is gelegen

27/183

op een aantrekkelijke locatie, dichtbij het station van Hoofddorp en de A4. Hiermee draagt de ontwikkeling bij aan aantrekkelijk en duurzame werklocaties en een goede bereikbaarheid. 3.2.6 Plabeka 3.0 - Ruimte voor werken in de MRA van morgen Onder het platform bedrijventerreinen en kantoren - Plabeka - vindt regionale afstemming plaats over de kwaliteit en kwantiteit van werklocaties. Plabeka heeft tot doel om voldoende ruimte én kwaliteit van werkmilieus in de MRA te creëren, om zo bij te dragen aan de internationale concurrentiepositie van de MRA. De derde Uitvoeringsstrategie Plabeka (2017) laat zien dat mede onder invloed van schaalverkleining in het bedrijfsleven, digitalisering en verduurzaming er een toenemende populariteit is van meer gemengde multifunctionele gebieden. De toenemende vraag naar multifunctionele gebieden vertaalt zich in de Uitvoeringsstrategie onder meer in een flinke transformatieopgave voor zowel kantoren als bedrijventerreinen. Toetsing Lincolnpark Tweede Fase is een multifunctioneel gebied waarin werken en wonen hand in hand gaan. Dit draagt bij aan de ambities in het Plabeka 3.0 door in te spelen op de toenemende vraag naar multifunctionele gebieden.

3.2.7 Detailhandelsbeleid 2015-2020 In het Detailhandelsbeleid (2015) wil provincie Noord-Holland ruimte bieden aan de verdere ontwikkeling van detailhandel, om ook op langere termijn een vitale, dynamische en concurrerende structuur te huisvesten. De missie van de provincie is 'het versterken van de detailhandelstructuur in Noord-Holland'. Daarbij behoren de volgende drie hoofddoelstellingen:  een detailhandelstructuur die uitgaat van duurzaam ruimtegebruik;  een detailhandelstructuur die bijdraagt aan een vitale regionale economie;  een detailhandelstructuur die bijdraagt aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving. De hoofddoelstellingen zijn vervolgens gespecificeerd in 6 beleidsdoelstellingen: 1. Prioriteit geven aan hoofdwinkelgebieden; 2. Voorkómen van extra leegstand; 3. Internet-afhaalpunten bij voorkeur situeren in bestaande winkelcentra; 4. Een vitale, dynamische en concurrerende detailhandelstructuur, ruimte geven aan kwaliteit; 5. Primaire detailhandel bereikbaar op een aanvaardbare afstand; 6. Detailhandel die bijdraagt aan aantrekkelijke binnensteden. Toetsing De beoogde ontwikkeling is een grootschalige stedelijk ontwikkelingsproject van circa 1.800 woningen in de Tweede Fase en 225 woningen in de Eerste Fase. In de wijk worden twee supermarkten en kleinschalige detailhandel mogelijk gemaakt. Dit draagt bij aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving.

Detailhandel in de wijk zorgt ervoor dat mensen makkelijk dichtbij hun huis boodschappen kunnen doen. Tevens zorgt een concentratie van detailhandel in het Centrumgebied voor leefbare openbare ruimte waar meer kans ontstaat op spontane ontmoetingen.

28/183

3.2.8 Ontwikkelingsperspectief circulaire economie In het ontwikkelingsperspectief circulaire economie (2017) is beschreven hoe de provincie de transitie naar een circulaire economie wil versnellen. De provincie sluit hierin aan bij de ambitie van het Rijk: in 2030 de helft minder gebruik van primaire grondstoffen en in 2050 volledig over naar een circulaire economie. De kern van het ontwikkelingsperspectief bestaat uit 'creatiesporen'; participatietrajecten waarin iedereen die dat wenst via innovatieve en experimentele methoden wordt uitgenodigd om mee te werken aan een circulaire Noord-Hollandse economie. De provincie heeft per creatiespoor een aantal acties geformuleerd om dit proces zo goed mogelijk te ondersteunen en versnellen. Deze acties zijn uitgewerkt in de bijbehorende actieagenda. 3.2.9 Actieagenda circulaire economie De actieagenda circulaire economie (2017) werkt zes 'creatiesporen' uit, welke moeten bijdragen aan het doel om in 2050 circulair te zijn. Deze creatiesporen zijn: 1. Innovatie en ondernemerschap 2. Ketenvorming 3. Productie schone grondstoffen 4. Ruimte 5. Regelgeving 6. Circulaire organisatie Elk van deze 'creatiesporen' is uitgewerkt via een vaste structuur; (1) beleidsaanname, (2) acties, (3) rol en inzet, (4) partijen, (5) wat levert het op? En tot slot (6) de financiële inzet.

Onder acties wordt bijvoorbeeld verstaan:  Circulaire innovatieprogramma's organiseren  Experiment digitaal uitwisselingsplatform voor grondstoffen uitvoeren  Ruimtelijk plan voor toekomstige behoefte biomassa  Onderzoek naar circulair inkopen, bouwen en beheren  MKB loket inrichten voor knellende regels  Logistiek ruimtelijke consequenties van circulaire economie onderzoeken Toetsing Eén van de ambities van Lincolnpark Tweede Fase is: 'Lincolnpark is circulair'. Dit betekent dat Lincolnpark wordt gerealiseerd met een beperkte inzet van materialen. De waarde van deze materialen blijft behouden tijdens en na het gebruik. De totale milieubelasting van deze materialen wordt geminimaliseerd. Hiermee sluit de ontwikkeling aan bij de actieagenda en het ontwikkelperspectief.

29/183

3.2.10 Beleidsagenda Energietransitie 2016-2020 De Beleidsagenda Energietransitie (2016) is opgesteld met als uitgangspunt een bijdrage te leveren aan het behalen van de doelstellingen van het Rijk bij de Klimaattop in Parijs. Uiteindelijk is het doel voor de provincie een volledig duurzame energievoorziening in 2050. De beleidsagenda kent drie beleidslijnen: 1. Energie besparen 2. Duurzame energie opwekken 3. Warmte en koude Daarbij zijn er twee doorsnijdende thema's die in elk van de beleidslijnen een belangrijke rol spelen, namelijk: op weg naar een nieuw energiesysteem en innovatie. Tot slot geldt een aantal randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden om met het beleid successen te boeken. Dit zijn: Ruimtelijke impact, participatie en communicatie, financiering en monitoring. Toetsing Lincolnpark wordt energieneutraal ingericht, wat betekent dat evenveel energie wordt opgewekt als dat er wordt gebruikt. De materialen en grondstoffen die worden gebruikt in Lincolnpark, zijn circulair en hebben een zo laag mogelijke milieubelasting. Er worden zoveel mogelijk bio-based en/of hoogwaardige hergebruikte materialen gebruikt. In de buitenruimte is plaats voor ontmoeting, groen, speelplekken, water, car-sharing, gedeelde (moes)tuinen en energieopwekking.

Daarbij ondersteunt Lincolnpark de transitie naar een circulaire economie door de toepassing van business- of financieringsmodellen die het bereiken van duurzame en circulaire doelstellingen bevorderen. 3.2.11 Programma Natuurontwikkeling 2019-2023 Het programma natuurontwikkeling (2018) is één van de uitvoeringsprogramma's onder de provinciale omgevingsvisie. In dit programma beschrijft de provincie de fysieke projecten die worden uitgevoerd om biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten en de natuur- en cultuurlandschappen beleefbaar te maken voor bewoners en bezoekers van de provincie. Voor de Haarlemmermeer zijn de volgende projecten van belang:  PARK21  Groene AS Bovenlanden  Groene AS Aalsmeer  Houtrakpolder  Groene Uitweg: Stelling van Amsterdam-Nieuwe Hollandse Waterlinie Toetsing Ecologie vormt een belangrijke basis voor de inrichting en leefbaarheid van Lincolnpark. Het vormt het karakter van de eilanden en verhoogt het woonplezier. Het Lincolnpark is onderdeel van een groter netwerk van groenblauwe ruimten met ecologische waarde. De inrichting en de beplanting van het Lincolnpark dient het netwerk te verbinden en verrijken. Hierin wordt verbinding gezocht met PARK21

30/183

Figuur 3.4: Lincolnpark als schakel naar andere ecologisch waardevolle gebieden (bron: Stedenbouwkundig plan op hoofdlijnen, juni 2021) 3.2.12 Provinciaal Meerjarenprogramma groen 2018-2022 Het Provinciaal Meerjarenprogramma Groen (PMG, 2017) bevat alle projecten die bijdragen aan doelstellingen van de Agenda Groen (vastgesteld door de Provinciale Staten, d.d. 11-03-2013):  Natuurnetwerk Nederland (NNN): gronden binnen de NNN die nog geen natuur zijn verwerven, inrichten als natuur en in beheer brengen;  Natura 2000 en Programmatische Aanpak Stikstof (PAS): het realiseren van instandhoudingsdoelen middels de daarvoor te nemen fysieke maatregelen;  Verbindend groen: het aanleggen van natuurbruggen en natuurverbindingen door de gehele provincie, zodat soorten zich makkelijker kunnen verplaatsen. Hiertoe behoort ook het koppelen van de aanleg van natuurverbindingen aan de realisatie van infrastructurele projecten;  Natuurcompensatie: compenseren van verlies van natuur- en landschapswaarden bij ruimtelijke ontwikkelingen;  Recreatieve verbindingen: het vergroten en verbeteren van de beleefbaarheid en recreatieve toegankelijkheid van de provinciale groenstructuur.

31/183

Het PMG staat een aantrekkelijke groene woon-, werk- en leefomgeving voor en geeft daar voor een groot deel uitvoering aan door natuur aan te leggen en te beschermen, natuur te beheren en mensen te betrekken bij de natuur. De combinatie van de groene en blauwe (water) structuur is daarbij een belangrijk aspect. Toetsing Groen-blauwe structuren vormen het fundament voor de inrichting van Lincolnpark. Een uitgebreide omschrijving daarvan is te vinden in paragraaf 4.2. 3.2.13 Provinciale Woonvisie 2010-2020 Voldoende woningen in 2020, afgestemd op de behoeften van de inwoners van Noord-Holland. Dat is de doelstelling van de provinciale woonvisie (2010). Er is gebrek aan betaalbare huur- en koopwoningen voor starters, jongeren, senioren en zorgvragers. De woonconsument van vandaag neemt geen genoegen meer met zomaar een woning. Doel van de visie is om te komen tot een betere afstemming tussen vraag en aanbod. Samen met de regio's zijn vier Regionale afstemmingsprogramma's (RAP's) ontwikkeld met duidelijke afspraken over de regionale woningbouwprogramma's. Toetsing De balans tussen vraag en aanbod van de woonvoorraad is getoetst in de ladder, zie paragraaf 3.1.3. 3.2.14 Samenwerkingsagenda wonen 2016-2020 De portefeuillehouders Wonen van de 15 gemeenten die tot en met 2016 de Stadsregio Amsterdam vormden, hebben opdracht gekregen een regionale woonvisie op te stellen.

Daarbij zijn 10 opgaven voor regionale samenwerking geformuleerd:  Bevorderen van de woningbouwproductie om tegemoet te komen aan de snelgroeiende Woningbehoefte en om de prijzen niet te snel te laten stijgen. Doel is om 20.000 woningen naar voren te halen in de periode 2016-2020.  Zo veel mogelijk locaties versnellen, naar voren halen en te zorgen voor meer harde plancapaciteit.  Aanvullend op de huidige locaties nieuwe plekken voor woningbouw zoeken, vooral in binnenstedelijk gebied. Transformatie en benutten van leegstand spelen hierin een belangrijke rol.  Bevorderen van het aanbod middensegment huur. Er is behoefte aan minimaal 5.000 woningen in het middensegment huur tot prijsgrens €900.  Werken aan een gezonde woningmarkt. Doel is een 'complete metropool', met aanbod in de verschillende woonmilieus, prijssegmenten en type woningen.  Op basis van inzicht in de positie van de verschillende doelgroepen te sturen op de ontwikkelingen in het aanbod en de voorraad van 'betaalbare' woningen. Een belangrijk toetspunt hierbij is de spreiding van de sociale voorraad en de beschikbaarheid over de regio, naar deelregio.  De sociale voorraad beter te benutten door doorstroming te stimuleren en te zorgen voor meer flexibiliteit.  Investeringen in duurzaamheid bevorderen.  Zorgen voor een toegankelijke, rechtvaardige en transparante verdeling van sociale huurwoningen.

Streven is woningzoekenden één etalage voor sociale huurwoningen te bieden.  Samen met de corporaties en marktpartijen te werken aan oplossingen om de grote Huisvestingsopgave van vergunninghouders te realiseren. Dit moet niet leiden tot verdringing van 'reguliere' woningzoekenden.

32/183

Om aan deze doelen te werken voeren de samenwerkende gemeenten de volgende activiteiten uit:  Het in beeld brengen van de vraag door woningmarktonderzoek, ook in kwalitatieve zin.  Het in beeld brengen van het aanbod. Met de jaarlijkse Monitor Plancapaciteit die de Stadsregio en Provincie Noord-Holland samen laten uitvoeren, wordt de geplande woningbouwlocaties en de voorgenomen programmering bijgehouden. Ook participeert de Stadsregio in de Monitor Woningproductie, die de nieuwbouwproductie voor de MRA en de gehele Noordvleugel monitort.  Het agenderen van de versnellingsopgave. Zo effectief mogelijk gebruik van binnenstedelijke locaties, in het bijzonder transformatielocaties, heeft nadrukkelijk de aandacht de komende jaren.  Het inzetten van marketing en communicatie over wonen en nieuwbouw.  Het stimuleren van de realisatie van middeldure huur.  Het opstellen van een Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) 2016-2020 in opdracht van de provincie Noord-Holland. Met deze regionale samenwerkingsagenda legt de Stadsregio de basis voor het RAP. Vanuit een gezamenlijke strategie wordt gestreefd naar creëren van een woningaanbod dat past bij de kwaliteiten van regio en gemeenten en aansluit op de vraag.

 Het organiseren van de regionale afstemming over nut en noodzaak van woningbouwplannen in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking en gemeenten hierin ondersteunen ten behoeve van woningbouw buiten bestaand stedelijk gebied om aan de vereisten te voldoen vanuit de ladder voor duurzame verstedelijking. Toetsing De balans tussen vraag en aanbod van de woonvoorraad is getoetst in de ladder, zie paragraaf 3.1.3. 3.2.15 Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 Eind 2016 heeft de voormalige Stadsregio Amsterdam het Regionaal Actieprogramma Stadsregio Amsterdam 2016-2020 (RAP, 2016) aangeboden aan de provincie Noord-Holland. Dit actieprogramma was geënt op het samenwerkingsprogramma van de gemeenten (Samenwerkingsagenda Regionale Woningmarkt 2016-2020) en gericht op nieuwbouw, betaalbare voorraad en woonruimteverdeling. In overeenstemming met de samenhang op de woningmarkt in deze regio is de volgende indeling in marktregio's gemaakt:  Plannen voor de deelregio Zaanstreek-Waterland worden getoetst aan de behoefte in de marktregio Zaanstreek-Waterland inclusief Amsterdam.  Voor plannen in Amstelland-Meerlanden is de marktregio het gebied Amstelland-Meerlanden inclusief Amsterdam.  Voor plannen in Amsterdam is de gehele stadsregio te beschouwen als marktregio.

In het RAP hebben de gemeenten hun gezamenlijke inzet beschreven voor de versnelling van de woningbouw en is een kwantitatieve en kwalitatieve prognose van de woningbehoefte opgenomen per marktgebied in drie scenario's. Dit ten behoeve van de beschrijving van de behoefte aan binnenstedelijke woningbouw. Ten behoeve van buitenstedelijke plannen is een handleiding ontwikkeld met daarin nadere analyses en bouwstenen, waarin is aangegeven in welke milieus en marktsegmenten de behoefte niet volledig binnenstedelijk kan worden opgevangen en hoe daarvoor een goede onderbouwing kan worden gemaakt. De Provincie Noord-Holland heeft hierover aangegeven explicieter in beeld te willen hebben wat de buitenstedelijke plannen voor de komende periode zijn en nogmaals goed te kijken wat de binnenstedelijke potentie is voor woningbouw. De gevraagde aanvullingen zowel ten aanzien van het regionale woningbouwprogramma als beleidsmatige onderwerpen op het gebied van wonen, zijn in de vorm van een oplegger bij de RAP 2016-2020 gevoegd.

33/183

Toetsing De balans tussen vraag en aanbod van de woonvoorraad is getoetst in de ladder, zie paragraaf 3.1.3. 3.2.16 Beleidsregel wonen en vliegen De beleidsregel wonen en vliegen 20 Ke-contour Schiphol (2017) stelt dat de toelichting van een bestemmingsplan dat woningbouw binnen een 20 Ke-contour mogelijk maakt, de volgende onderdelen bevat:  Een weergave en beschrijving van de exacte ligging van de woningbouwlocatie in het beperkingen gebied;  Een beschrijving van de huidige geluidssituatie op die woningbouwlocatie;  Een beschrijving van de verwachte toekomstige ontwikkelingen die kunnen zorgen voor een verandering van de huidige geluidssituatie op de woningbouwlocatie;  Een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de belangen die met de beoogde woningbouw zijn gemoeid, waaronder de actuele behoefte waarin de woningbouw voorziet;  Een slotconclusie over de bevindingen naar aanleiding van de onderwerpen bedoeld in de voorgaande punten. In aanvulling op het eerste lid, kan bij de te maken afweging de gecumuleerde geluidsbelasting van vliegtuiglawaai worden betrokken.

In aanvulling op de in het eerste en tweede lid genoemde beschrijvingen, wordt als uitgangspunt gehanteerd dat in het geval maatregelen worden getroffen om geluidsbelasting dan wel geluidhinder te verminderen, de toelichting een beschrijving van die maatregelen en de afweging die daaraan te grondslag ligt, bevat. Toetsing De onderbouwing van de woningbouwontwikkeling wordt gemotiveerd in paragraaf 5.11. 3.2.17 Watervisie 2021 De inzet van het provinciaal waterbeleid is om Noord-Holland nog mooier, bedrijviger en veiliger maken. Daarbij moet er een impuls uitgaan voor de leefomgevingskwaliteit en/of het vestigingsklimaat. Waterproblemen worden aangepakt wanneer er al gebiedsontwikkeling plaatsvindt. Voor gemeente Haarlemmermeer speelt met name het vinden van toekomstbestendige oplossingen voor de schoon- en zoetwaterproblematiek. Voor waterveiligheid wordt uitgegaan van: veilige dijken en duinen (laag 1 en ook de belangrijkste); een waterrobuuste ruimtelijke inrichting van overstromingsgevoelige gebieden (laag 2) en een op overstromingsrampen toegesneden calamiteitenorganisatie (laag 3). Deze meervoudige benadering van waterveiligheid wordt “meerlaagsveiligheid” genoemd. Op de kaart Overstromingsrisico Noord-Holland zijn de overstromingsgevoelige gebieden indicatief aangegeven.

De provincie maakt nog duidelijk welke gemeenten tot het overstromingsgevoelige gebied worden gerekend en in hun bestemmingsplannen duidelijk moeten maken hoe rekening wordt gehouden met het overstromingsrisico. In ieder geval wordt Schiphol als gevoelig gebied gekenmerkt. Daarbij is “waterrobuust inrichten” het uitgangspunt: het zodanig inrichten van overstromingsgevoelig gebied dat bij een overstroming de kans op slachtoffers klein is en de economische schade beperkt blijft. Er is nauwelijks overstromingsrisico vanuit de Noordzee, omdat deze kust voor het merendeel door brede duinen wordt beschermd. Toetsing In de inrichting van Lincolnpark wordt rekening gehouden met het creëren van een waterrobuuste omgeving. Hier wordt verder op ingegaan in paragraaf 4.2.2 en 5.1.

34/183

3.2.18 Woonakkoord Amstelland-Meerlanden 2021-2025 Het Woonakkoord Amstelland-Meerlanden 2021-2025 (28 mei 2021) is een bestuurlijk akkoord tussen de provincie Noord-Holland en de zes gemeenten in de regio Amstelland-Meerlanden (hierna: AM): gemeente Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Haarlemmermeer, Ouder-Amstel en Uithoorn. De ambities uit het woonakkoord passen binnen het gemeentelijk beleid zoals vastgelegd in het Woonbeleidsprogramma 2019-2025, en binnen het provinciale woonbeleid zoals vastgelegd in de Woonagenda 2020-2025 en de Omgevingsregeling NH2020. De provincie en AM-gemeenten stellen in het Woonakkoord de volgende prioriteiten:  We verbinden ons aan versnelling van de woningbouwrealisatie met een betaalbaar, aantrekkelijk en duurzaam woonaanbod voor verschillende doelgroepen;  We willen de bestaande betaalbare woningvoorraad beter benutten;  Als er knelpunten zijn in de samenwerking, dan maken we die zoveel mogelijk bespreekbaar – en werken we samen aan een oplossing;  Samen sterk in de regionale samenwerking: waar mogelijk trekken we als partners op – binnen AM en de MRA en naar het Rijk. Ieder vanuit eigen rol en verantwoordelijkheid. Bij het woonakkoord zijn twee kaarten en de lijst met nieuwbouwlocaties gevoegd, zoals door de gemeenten in Noord-Holland en de Metropool Regio Amsterdam aangegeven in de monitor plancapaciteit 2020.

In 2021 actualiseren alle gemeenten hun plancapaciteit. Ook twee onderzoeken van RIGO Research en Advies die een beschrijving geven van de woningmarkt en de woningbehoefte in de AM-gemeenten, zijn onderdeel van het Woonakkoord. De behoefte aan extra woningen doet zich voor in alle prijsklassen, zowel huur als koop. Maar betaalbare woningen zijn een belangrijk aandachtspunt. Voor Haarlemmermeer is afgesproken de woningbouw te versnellen. Het is daarbij essentieel dat de provincie mee investeert in de bereikbaarheid van Hoofddorp. Ook heeft de gemeente aan de provincie om ondersteuning gevraagd bij het project Lincolnpark in Hoofddorp bij onderzoek naar kansen om tot verdichting en een duurzame stadswijk te komen. De inmiddels uitgevoerde verdichtingstudie heeft aangetoond dat de bouw van maximaal 1.800 woningen in het plangebied Lincolnpark Tweede Fase mogelijk is. In net bestemmingsplan worden daarom maximaal 1.800 woningen mogelijk gemaakt. Woningbehoefte De geraamde extra woningbehoefte in de periode 2020 tot 2030 is voor de regio AM 18.580 woningen. Het huidige tekort is hierin niet meegerekend. Dit getal is dus te zien als de minimale behoefte. De plannen van de gemeenten in deze regio voorzien op dit moment in ongeveer 38.000 woningen tussen 2020 en 2030.

Dit zijn zowel plannen waarvan de planologische procedure is afgerond (harde plancapaciteit), als plannen die nog in voorbereiding zijn of genomen moeten worden (zachte plancapaciteit). Het aandeel van Haarlemmermeer is hierin ongeveer 14.500 woningen. Ook als een deel van de plannen afvalt of wordt uitgesteld, lijken er voldoende plannen te zijn om in de extra woningbehoefte te voorzien en wellicht nog wat extra te bouwen om de druk te verlichten. De opgave ligt dan ook vooral op het 'hard' maken van de zachte plannen en uiteindelijk het daadwerkelijk realiseren van de voorgenomen plannen. Doel is het versnellen van de woningbouwrealisatie met een betaalbaar, aantrekkelijk en duurzaam woonaanbod

35/183

voor verschillende doelgroepen. Onder 'betaalbare woningen' verstaan we sociale huurwoningen en middeldure woningen. In de plannen op dit moment voor de regio als geheel (zowel harde als zachte plannen) wordt voor de periode tussen 2020 en 2030 voorzien in bijna 10.000 sociale huurwoningen. Daarmee kan worden voorzien in de extra behoefte aan sociale huurwoningen bij een scenario met gunstige economische omstandigheden en bij een scenario met gemiddelde economische omstandigheden. Daarin is het aandeel sociale huurwoningen 3.100 woningen (ongeveer 15%) respectievelijk 4.500 woningen (ongeveer 20%) binnen de extra woningbehoefte. In ongunstige economische omstandigheden kan die behoefte oplopen tot bijna 8.000 sociale huurwoningen (ongeveer 35%). In alle scenario's betreft de extra behoefte aan middeldure koopwoningen (waarbij RIGO een bovengrens van €279.000,- hanteert) in de periode tussen 2020 en 2030 ongeveer 6.000 woningen. De behoefte aan het middeldure huurwoningen is in de drie economische scenario's beperkt, met 400 tot 1.200 woningen. Deze twee segmenten zijn uit oogpunt van woonlasten/betaalbaarheid op zekere hoogte uitwisselbaar. Het accent in de extra woningbehoefte ligt in vergelijking met de bestaande woningvoorraad meer op de kleinere woningen, met name in de huursector. Vooral in het ongunstig economisch scenario is dit het geval.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=e29373ad-69c1-4d05-8ce1-ae437ca96ab1