CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4.5 bij Toelichting - Ontplofbare oorlogsresten onderzoek

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 4 juli 2024, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Vaststelling bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634 - 640 (10901516)- AANGENOMEN15.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten

Rapportage Projectnummer:

GPR9383

Onderzoekslocatie: Hoofdweg 634 & 640 te Hoofddorp T&A Survey B.V. Dynamostraat 48 1014 BK Amsterdam 020-6651368 info@ta-survey.nl www.ta-survey.nl

Inhoudsopgave Managementsamenvatting ...................................................................................... 3 1 Inleiding ......................................................................................................... 6 1.1 Aanleiding ......................................................................................... 6 1.2 Projectdoel ........................................................................................ 7 1.3 Voorbereiding – onderzoeksopdracht en uitsluitingen .............................. 8 1.4 Identificatie toekomstig gebruik onderzoeksgebied Risicoanalyse ............10 1.5 Begrenzing onderzoeksgebied Risicoanalyse .........................................11 2 Analyse beschikbare gegevens .........................................................................12 2.1 Beschikbare gegevens opdrachtgever ..................................................12 2.2 Vaststellen soorten ontplofbare oorlogsresten .......................................13 2.3 Vaststellen locatiespecifieke omstandigheden .......................................16 2.4 Naoorlogse werkzaamheden ...............................................................17 2.5 Leemte in kennis ...............................................................................17 3 Risicoanalyse

..................................................................................................18 3.1 Identificatie van invloedsfactoren ........................................................18 3.2 Studie van gevaarsfactoren ................................................................19 3.3 Identificatie van uitwerkingsfactoren ...................................................20 3.4 Beoordeling van de risico’s .................................................................21 4 Conclusie en aanbevelingen .............................................................................24 4.1 Conclusie .........................................................................................24 4.2 Aanbevelingen ..................................................................................25 4.3 Toelichting opsporingsonderzoek .........................................................28 5

Betrouwbaarheid.............................................................................................31 Bijlage 1a Bijlage 1b Bijlage 2a Bijlage 2b Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

Overzichtskaart onderzoeksgebied Risicoanalyse ................................32 Overzichtskaart onderzoeksgebied met geplande werkzaamheden .......33 Bodembelastingkaart Vooronderzoek OO ...........................................34 Kaart risicogebieden .......................................................................35 Naoorlogse ontwikkeling onderzoeksgebied .......................................36 Kaart naoorlogse werkzaamheden ....................................................48 Algemene evaluatie risico’s explosieven ............................................49 Procedure risicoanalyse ...................................................................53 Advieskaart Risicoanalyse OO ..........................................................54 Uitvoerenden onderzoek..................................................................55 Distributielijst ................................................................................56

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

2 van 56

MANAGEMENTSAMENVATTING Ter plaatse van een planlocatie aan de Hoofdweg 634 & 640 te Hoofddorp zullen grondroerende werkzaamheden worden uitgevoerd. Eventueel aanwezige ontplofbare oorlogsresten (verder “explosieven” en “OO”) kunnen een risico vormen voor de uit te voeren werkzaamheden. In verband daarmee is een Vooronderzoek OO (verder “vooronderzoek”) uitgevoerd. De conclusie van deze bureaustudie luidt, dat het gebied op basis van de aangetroffen feiten deels verdacht is op de aanwezigheid van explosieven. In onderhavige Risicoanalyse OO (verder “Risicoanalyse”) zijn de risico’s van de in het onderzoeksgebied mogelijk aanwezige explosieven in relatie tot het toekomstige gebruik vastgesteld en beoordeeld.

Opzet van het onderzoek (leeswijzer) De Risicoanalyse is uitgevoerd conform de richtlijnen van het Certificatieschema “Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten” (verder “Certificatieschema VROO”), wat wil zeggen dat de meest recente inzichten ten tijde van de uitvoering van de Risicoanalyse in acht zijn genomen. De uitvoering van de Risicoanalyse bestaat uit twee fasen en conclusies en aanbevelingen. De eerste fase bestaat uit het verzamelen en analyseren van de beschikbare gegevens (hoofdstuk 1 en 2). In de tweede fase wordt de geïnventariseerde informatie nader geanalyseerd (hoofdstuk 3). Op de volgende plekken is specifieke informatie terug te vinden: Aanleiding en projectdoel van het onderzoek In hoofdstuk 1 zijn de aanleiding en het projectdoel van het onderzoek omschreven. Tevens staat de onderzoeksopdracht met uitsluitingen er vermeld. Toekomstig gebruik (geplande werkzaamheden) en onderzoekgebied Tevens in hoofdstuk 1 is in §1.4 is het toekomstig gebruik van het onderzoeksgebied in beeld gebracht en is geïnventariseerd middels welke (water)bodemroerende activiteiten en handelingen dat toekomst gebruikt mogelijk gemaakt zal worden. In §1.5 is de begrenzing van het onderzoeksgebied omschreven. Het onderzoeksgebied is in bijlage 1a in kaart weergegeven, terwijl de geplande werkzaamheden in bijlage 1b in kaart staan.

Analyse beschikbare gegevens In hoofdstuk 2 is onder §2.2 de beschikbare informatie met betrekking tot de mogelijk aanwezige explosieven vermeld en waar nodig aangevuld. In bijlage 2a zijn de (on)verdachte gebieden weergegeven in de Bodembelastingkaart OO. In §2.3 zijn de locatiespecifieke omstandigheden vastgesteld, waarvan de samenvatting van de resultaten van het onderzoek naar de naoorlogse grondroerende werkzaamheden in §2.4 gegeven zijn. De inventarisatie van deze naoorlogse werkzaamheden is uitgewerkt in bijlage 3 en in bijlage 4 zijn deze in kaart weergegeven.

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

3 van 56

Risicoanalyse In hoofdstuk 3 is de informatie van de beschikbare gegevens nader geanalyseerd. Hier zijn de invloedsfactoren geïdentificeerd (§3.1), de gevaarsfactoren bestudeerd (§3.2) en de uitwerkingsfactoren geïdentificeerd (§3.3). Op basis daarvan heeft de beoordeling van de risico’s plaatsgevonden in §3.4. In bijlage 2b zijn de Risicogebieden van de invloedsfactoren en uitwerkingsfactoren in kaart gebracht. Bijlagen 5 en 6 geven respectievelijk toelichting op risico’s m.b.t. explosieven en de procedure van de risicoanalyse. Conclusies en aanbevelingen Voorgaande resulteert in conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de geplande werkzaamheden in relatie tot de risico’s in verband met mogelijk aanwezige explosieven. Deze zijn omschreven in hoofdstuk 4 en inzichtelijk zijn gemaakt in kaartbijlage 7. Afsluitend wordt in bijlage 8 een overzicht gegeven met uitvoerenden van het onderzoek en is in bijlage 9 een distributielijst opgenomen.

Conclusies van het onderzoek en aanbevelingen Passende maatregelen noodzakelijk Op basis van de Risicoanalyse is geconcludeerd dat er vanwege de grondroerende activiteiten in het kader van het toekomstig gebruik wel uitwerking van de explosieven wordt verwacht, maar de uitwerkingsfactoren door het treffen van passende maatregelen beheersbaar zijn. Dit geldt voor de volgende geplande werkzaamheden waarbij de grond geroerd wordt: • • • • •

Zetten sonderingen voorafgaand aan sloopwerkzaamheden tot een diepte van 25 m-mv ; Zetten sonderingen na sloopwerkzaamheden tot een diepte van 25 m-mv; Ontgraven bouwkuip tot een diepte van ca. 3,3 m-mv. (In geval van) slaan damwand tot een diepte van ca. 9 á 10 m-mv; (In geval van) slaan van heipalen.

Om de bovengenoemde werkzaamheden veilig uit te voeren wordt aanbevolen om opsporing uit te laten voeren voorafgaand aan de werkzaamheden. Een nadere toelichting op opsporingsonderzoek is te lezen in §4.3. Voor het plaatsen van de damwanden/palen kan overwogen worden een trillingloze methode toe te passen. Dit zal resulteren in een reductie van het gebied waarbinnen opsporingsonderzoek noodzakelijk is en de kosten voor een dergelijk onderzoek verminderen. Een nadere toelichting over trillingen is te lezen in §4.3 onder “invloed van trillingen.”

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

4 van 56

Geen passende maatregelen noodzakelijk Op basis van de Risicoanalyse is geconcludeerd dat er voor de onderstaande geplande werkzaamheden waarbij de grond geroerd wordt geldt, dat geen uitwerking van de explosieven verwacht wordt. De werkzaamheden zijn beperkt tot gebieden die in het vooronderzoek onverdacht waren verklaard en grondlagen waarvan op basis van onderhavig onderzoek gesteld kan worden dat deze naoorlogse dermate geroerd zijn, dat de aanwezigheid van explosieven in betreffende grond niet meer verwacht wordt: • • •

Amoveren bestaande situatie. Betreft de openbare ruimte en gebouwen (incl. funderingen). Bestaande heipalen blijven zitten of worden getrokken; Damwand bouwkuip blijft na uitvoeringswerkzaamheden staan of wordt getrokken.

Er hoeven voor bovengenoemde werkzaamheden geen passende maatregelen te worden genomen. Deze werkzaamheden binnen het onderzoeksgebied kunnen op reguliere wijze worden uitgevoerd. Opgemerkt dient te worden dat indien er tijdens de geplande werkzaamheden onverhoopt toch explosieven worden aangetroffen dit een contra indicatie betreft waardoor de uitgangspunten mogelijk lokaal dienen te worden bijgesteld.

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

5 van 56

1

INLEIDING

ARP Hoofdweg CV, hierna te noemen “opdrachtgever”, heeft T&A Survey BV, hierna te noemen “T&A”, gevraagd een Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (verder “Risicoanalyse”) uit te voeren. 1.1 AANLEIDING Opdrachtgever gaat grondverzetwerkzaamheden verrichten in verband met de ontwikkeling van zes appartementencomplexen. Geplande werkzaamheden onderzoeksgebied Risicoanalyse De bestaande situatie zal worden geamoveerd waarna zes appartementencomplexen worden gerealiseerd bovenop een parkeerkelder. Hiervoor zal een bouwkuip worden geplaatst.

Beschikbaar bureauonderzoek Door T&A Survey is een vooronderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (verder “vooronderzoek”) uit de Tweede Wereldoorlog (verder “WOII”). Dit onderzoek is gerapporteerd met het kenmerk: GPR5887, versie 9, d.d. 11-02-2021. De conclusie van deze bureaustudie luidt, dat het gebied op basis van de aangetroffen feiten deels verdacht is op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (verder “explosieven”). De resultaten van betreffende vooronderzoek explosieven zijn nader uitgewerkt en geanalyseerd in §2.2. De geplande uitvoering van grondverzetwerkzaamheden in verdacht gebied zijn aanleiding voor deze Risicoanalyse.

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

6 van 56

1.2 PROJECTDOEL De Risicoanalyse heeft tot doel om de risico’s van de in het onderzoeksgebied mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten in relatie tot het toekomstige gebruik vast te stellen en te beoordelen. Daartoe worden de risico’s op schade en letsel ten gevolge van een accidentele reactie van ontplofbare oorlogsresten geïnventariseerd en beoordeeld. In deze rapportage van de Risicoanalyse zijn de volgende onderdelen behandeld: 1. Voorbereiding ✓ Onderzoeksopdracht met eventuele uitsluitingen (zie §1.3); ✓ Nagaan reeds uitgevoerde Vooronderzoeken, Risicoanalyses en opsporingsonderzoeken bij relevante overheden en instanties (zie §1.3); 2. Identificatie van toekomstig gebruik (zie §1.4) en bepalen onderzoeksgebied Risicoanalyse (zie §1.5); 3. Vaststellen soorten ontplofbare oorlogsresten waarop Risicoanalyse betrekking heeft (zie §2.2); 4. Vaststellen locatiespecifieke omstandigheden (zie §2.3); 5. Identificatie van invloedsfactoren (zie §3.1); 6. Studie van gevaarsfactoren (zie §3.2); 7. Identificatie van uitwerkingsfactoren (zie §3.3); 8. Beoordeling van de risico’s (zie §3.4); 9. Rapportage.

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

7 van 56

1.3 VOORBEREIDING – ONDERZOEKSOPDRACHT EN UITSLUITINGEN Opdrachtgever wenst een rapportage van een Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten conform de richtlijnen van het Certificatieschema “Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten” (verder “Certificatieschema OO”) te ontvangen. Aanvullend dient onderzoek gedaan te worden naar de naoorlogse grondroering. Hiervoor is afgesproken dat de onderstaande bronnen daarvoor geraadpleegd zouden worden: • Door opdrachtgever geleverde informatie (zie §2.1) • Luchtfoto’s en kaarten vanaf WOII tot heden • Websites, zoals Nationaal Georegister en Algemene Hoogtekaart van Nederland; • Gemeentearchief. Samengevat dient een antwoord te komen op de volgende vragen: 1. Wat is de horizontale en verticale afbakening van de verdachte gebieden en welke soorten en hoeveelheden explosieven kunnen worden verwacht? (Zie §2.2.) 2. Zijn er binnen het onderzoeksgebied delen waar op basis van de aard van de geplande werkzaamheden en/of naoorlogse werkzaamheden gesteld kan worden dat er sprake is van een achtergrondrisico, of zelfs geen risico met betrekking tot explosieven? (Zie §2.4.) 3. Indien aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn, met welke omgevingsfactoren dient dan rekening gehouden te worden voor de keuze voor deze maatregelen? (Zie §2.3.) 4.

En tenslotte: Met welke maatregelen of aanvullend explosievenonderzoek kunnen de werkzaamheden verantwoord en efficiënt worden uitgevoerd? In het geval van detectie onderzoek zal ook een advies over de detectiemethode worden vermeld. (Zie §3.4 en H4.)

Uitsluitingen en beperkingen Conform het Certificatieschema OO kunnen onderdelen uitgesloten worden in overleg met en met akkoord van opdrachtgever. In overleg met en met akkoord van opdrachtgever, is er dan ook geen navraag gedaan bij alle relevante instanties en eventuele andere instanties - zoals bedoeld in §4.1 van het Certificatieschema OO - of er in het onderzoeksgebied in het verleden een Vooronderzoek, Risicoanalyse en/of Opsporing is uitgevoerd. In de tabel verderop in deze paragraaf staan de instanties die wel en niet geraadpleegd zijn. Er is daarbij uitsluitend navraag gedaan naar twee soorten onderzoeken, te weten: 1. Vooronderzoeken naar explosieven, die recenter zijn uitgevoerd dan de bij opdrachtbevestiging bekende/geleverde vooronderzoeken; 2. Uitgevoerde opsporingsonderzoeken.

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

8 van 56

Ten aanzien van het eerste punt geldt dat oudere vooronderzoeken in de regel niet uitgevoerd zijn conform de meest recente richtlijnen en inzichten. Tevens dienen ze reeds t.b.v. het meest recente vooronderzoek geraadpleegd te zijn en waar nodig zal relevante informatie uit oudere onderzoeken dan ook in het meest recente vooronderzoek verwerkt zijn. Indien uit de navraag een relevant vooronderzoek naar voren is gekomen, dan is met opdrachtgever afgestemd hoe hier mee om te gaan. Dit is – indien van toepassing – vermeld en beargumenteerd in §2.2.

Navraag reeds uitgevoerde explosievenonderzoeken In onderstaande tabel is aangegeven bij welke instanties wel of niet navraag gedaan is of er in het verleden reeds relevante Vooronderzoeken en/of Opsporingsonderzoeken uitgevoerd zijn. Opdrachtgever – Geen onderzoeken derden geleverd. Gemeente Haarlemmermeer T&A Survey, GPR5887, versie 9, d.d. 11-02-2021: gemeentebreed Vooronderzoek ProRail Geen infrastructuur van ProRail aanwezig. Rijkswaterstaat Geen infrastructuur van RWS aanwezig. Provincie Noord-Holland Geen infrastructuur van de provincie aanwezig. Waterschap Hoogheemraadschap van Rijnland Niet geraadpleegd* Via VEO Bommenkaart Het op de VEO Bommenkaart aangegeven vooronderzoek betreft hetzelfde vooronderzoek als het vooronderzoek van de gemeente Haarlemmermeer. Er zijn geen andere vooronderzoeken of opsporingsonderzoeken aangetroffen ter plaatse van het onderzoeksgebied. *In overleg en met akkoord van opdrachtgever is voor onderhavig onderzoek geen navraag gedaan naar reeds uitgevoerde explosievenonderzoeken bij deze instantie.

T&A heeft de genoemde rapportage(s) doorgenomen op relevante informatie. In §2.2 staat omschreven hoe is omgegaan met geleverde vooronderzoek(en) en op basis van welke conclusies en uitgangspunten onderhavige Risicoanalyse is uitgevoerd.

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

9 van 56

1.4 IDENTIFICATIE TOEKOMSTIG GEBRUIK ONDERZOEKSGEBIED RISICOANALYSE Op basis van de door opdrachtgever geleverde informatie (zie §2.2) is het toekomstig gebruik van het onderzoeksgebied in beeld gebracht en is geïnventariseerd middels welke (water)bodemroerende activiteiten en handelingen het toekomstig gebruik mogelijk gemaakt zal worden.

Toekomstig gebruik en handelingen om het gebruik mogelijk te maken De bestaande situatie zal worden geamoveerd waarna zes appartementencomplexen worden gerealiseerd bovenop een parkeerkelder. Hiervoor zal een bouwkuip worden geplaatst: damwanden worden geplaatst tot een diepte van ca. 9 á 10 m-mv en de kuip wordt ontgraven tot een diepte van ca. 3,30 m-mv. Voorafgaand en na de sloopwerkzaamheden worden sonderingen gezet tot een diepte van 25 m.

Handelingen om toekomstig gebruik mogelijk te maken Om het toekomstig gebruik mogelijk te maken, zullen de volgende grond beroerende werkzaamheden binnen het onderzoeksgebied worden uitgevoerd. • • • • • • •

Zetten sonderingen voorafgaand aan sloopwerkzaamheden tot een diepte van 25 m-mv; Amoveren bestaande situatie. Betreft de openbare ruimte en gebouwen (incl. funderingen). Bestaande heipalen blijven zitten of worden getrokken; Zetten sonderingen na sloopwerkzaamheden tot een diepte van 25 m-mv; Plaatsen damwand tot een diepte van ca. 9 á 10 m-mv; Ontgraven bouwkuip tot een diepte van ca. 3,3 m-mv; Slaan van heipalen; Damwand bouwkuip blijft na uitvoeringswerkzaamheden deels staan en wordt deels getrokken.

In bijlage 1 is een overzichtskaart opgenomen met het onderzoeksgebied (bijlage 1a) en de geplande werkzaamheden (bijlage 1b).

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

10 van 56

1.5 BEGRENZING ONDERZOEKSGEBIED RISICOANALYSE Het onderzoeksgebied Risicoanalyse (verder “onderzoeksgebied”) is bepaald aan de hand van het door opdrachtgever aangegeven gebied waarbinnen grondroerende werkzaamheden uitgevoerd gaan worden. Het onderzoeksgebied betreft dat werkgebied plus een buffer van 10 meter in verband met de invloed die de trillingen van de werkzaamheden op de mogelijk aanwezige afwerpmunitie kan hebben. Het onderzoeksgebied is gelegen aan de Hoofdweg 634 & 640 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer en is hieronder in kaart weergegeven middels een blauwe contour.

Overzichtskaart met onderzoeksgebied Risicoanalyse in blauwe contour aangegeven.

In bijlage 1 is een overzichtskaart opgenomen met het onderzoeksgebied (bijlage 1a) en kaarten met de geplande werkzaamheden (bijlage 1b).

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

11 van 56

2

ANALYSE BESCHIKBARE GEGEVENS

2.1 BESCHIKBARE GEGEVENS OPDRACHTGEVER Opdrachtgever heeft de volgende informatie aangeleverd: 1. Vooronderzoek zoals vermeld in §1.3. 2. Kaarten/tekeningen met voorgenomen werkzaamheden en grens onderzoeksgebied: o Kaart met kenmerk 3905-21044-01-2D-BRM-20001-v1.0 (bouwkuip) in PDF-format. Zie bijlage 1b voor een overzichtskaart van het onderzoeksgebied; o Kaart met kenmerk 3905-21044-01-2D-SON-20001-v1.0 (sonderingen) in PDF-format. Zie bijlage 1b voor een overzichtskaart van het onderzoeksgebied; o Tekening met kenmerk 3905-21044-01-XR-PGR-20001.dwg met werkgrens en huidige situatie; o Mail van 24-06-2021 met toelichting op de werkzaamheden. Zie §1.4 voor het overzicht van de geplande werkzaamheden en werkdieptes. 3. Informatie over de naoorlogse grondroering: o N.v.t. In bijlage 3 is de relevante informatie uit betreffende stukken verwerkt, in §2.4 staat een overzicht van de conclusies van betreffende informatie. 4. Informatie m.b.t de bodem(opbouw): o Op de kaart met kenmerk 3905-21044-01-2D-BRM-20001-v1.0 (bouwkuip) staat indicatieve bodeminformatie: sondeerinformatie van één sondering en de bodemopbouw van één grondboring. In §2.3 is de relevante informatie uit betreffende stukken verwerkt.

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

12 van 56

2.2

VASTSTELLEN SOORTEN ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN

Beschikbaar vooronderzoek Onderhavige Risicoanalyse is uitgevoerd op basis van de conclusies en afbakeningen zoals gerapporteerd in het door de gemeente geleverde vooronderzoek van T&A Survey, met kenmerk GPR5887, versie 9, d.d. 11-02-2021. In de VEO Bommenkaart zijn geen vooronderzoeken en opsporingsonderzoeken aangegeven die recenter zijn uitgevoerd en er is geen navraag gedaan bij andere instanties naar dergelijke onderzoeken. Voor het vaststellen van de soort(en) ontplofbare oorlogsresten waarop de Risicoanalyse betrekking heeft gelden de volgende uitgangspunten volgens het Certificatieschema VROO: 1. Er is een volledig Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten conform dit Certificatieschema beschikbaar: de Risicoanalyse heeft betrekking op de mogelijk aanwezige hoofdsoorten, subsoorten, verschijningsvorm en aantal ontplofbare oorlogsresten binnen het verdachte gebied; 2. Er is geen Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten conform dit Certificatieschema beschikbaar: de Risicoanalyse heeft bettrekking op alle mogelijke hoofdsoorten en subsoorten ontplofbare oorlogsresten; 3. Er is een Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten beschikbaar dat niet volledig conform dit Certificatieschema is: Vooronderzoek aanvullen volgens dit Certificatieschema of situatie 2 toepassen.

Opgemerkt wordt dat het College van Deskundige waarin opdrachtgevers en opdrachtnemers zitten, uitdrukkelijk heeft gesteld dat onderzoeken uitgevoerd conform WSCSOCE nog steeds als naar de laatste stand der techniek wordt gezien. Ook RWS en ProRail gebruiken deze rapportages. Op basis hiervan wordt gesteld dat het beschikbare vooronderzoek voldoet aan situatie 1: in het vooronderzoek komt weliswaar nog oude terminologie voor, het voldoet echter aan het Certificatieschema VROO. Het uitgevoerde vooronderzoek is daarmee leidend voor onderhavige Risicoanalyse OO. In het rapport zijn onderstaande punten echter niet (uitputtend) uitgevoerd: 1. Er is geen verticale afbakening gegeven. Dit wegens de afwezigheid van voldoende sondeerinformatie ten tijde van het opstellen van betreffend onderzoek. 2. Er is geen (uitvoerig) onderzoek gedaan naar naoorlogse grondroering. Dit aangezien het een Vooronderzoek OO conflictperiode betrof en niet een Vooronderzoek OO na-conflictperiode. In “aanvullend vooronderzoek” hieronder wordt uiteengezet of bovenstaande punten gevolgen hebben voor onderhavige Risicoanalyse en – indien daar sprake van is – welke gevolgen dat zijn.

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

13 van 56

Aanvullend vooronderzoek Zoals hierboven vermeld, zijn er afwijkingen geconstateerd in het vooronderzoek, die mogelijk aanvulling behoeven. Hieronder is punt voor punt omschreven of er aanvulling benodigd is, inclusief motivatie. Punt 1 – verticale afbakening: Op basis van door de opdrachtgever aangeleverde geotechnische sondering is een berekening conform het ontwerp voorschrift bepaling indringdiepte explosieven (maart 2015)1 uitgevoerd t.b.v. het bepalen van de verticale afbakening. De gebruikte data en resultaten staan in onderstaande tabel. Aanbevolen wordt om na het zetten van de geplande sonderingen een korte vergelijking te maken tussen de nieuwe sondeerinformatie en de gebruikte sondeerinformatie voor de berekening: de sondeerinformatie (1 sondering) uit de aangeleverde stukken is omschreven als “indicatieve gegevens ondergrond” zonder sondeernummer. Verwacht wordt echter wel dat deze representatief zal zijn. Sondering

RDX (m)

RDY (m)

Gewicht*

Onbekend

Onbekend

Onbekend

500 lbs

Afwerphoogte**

Indringing

12.000 feet / 8.1 m-mv / 3658 meter 12,28 m -NAP * Als worst case scenario is een 500 lbs GP bom gebruikt voor de diepteberekening. ** De afwerphoogte van het bombardement ’s ochtends tegen zessen op 29-09-1940 was 12.000 feet.

De verticale afbakening van het verdachte gebied is daarmee 12.2 m- NAP. Punt 2 – Naoorlogse grondroering: In het vooronderzoek is geen (uitvoerig) onderzoek gedaan naar de naoorlogse grondroering. Voor onderhavig onderzoek is aanvullend onderzoek gedaan naar de naoorlogse grondroering. In §2.4 zijn de resultaten samengevat, in bijlage 3 is een overzicht gegeven van naoorlogse bodemingrepen, inclusief bronvermelding.

Verticale afbakening afwerpmunitie In 2014 is door de VEO het initiatief genomen om te komen tot een branchebrede en wetenschappelijk onderbouwde methode. In dat kader is de VEO in contact getreden met de gemeente Katwijk, die voor Vliegkamp Valkenburg door Deltares hiernaar onderzoek heeft laten uitvoeren. Deltares is een onafhankelijk toegepast kennisinstituut op het gebied van water, ondergrond en infrastructuur. 1

De gemeente Katwijk is bereid gevonden om de in dit project ontwikkelde kennis beschikbaar te stellen voor de ontwikkeling van een rekenvoorschrift, onder de voorwaarde dat deze methode breed en vrij toegankelijk wordt. De VEO steunt dit uitgangspunt en heeft aan Deltares opdracht gegeven om de methode te optimaliseren en in een rekenvoorschrift te vertalen. Resultaat is het ontwerp Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Explosieven (maart 2015). Het voorschrift beoogt een realistische benadering te zijn en is bruikbaar voor de Nederlandse bodem. De methode levert informatie over de maximaal mogelijke indringdiepte en niet over de horizontale verplaatsing van een bom in de grond. Op basis van het Ontwerp Voorschrift Bepaling Indringdiepte Explosieven (maart 2015) wordt het benodigd aantal sonderingen omschreven onder paragraaf 2.3.5. De dichtheid van het grondonderzoek dient te worden afgestemd op de variatie in de bodemgesteldheid over het terrein. Op basis van de geldende norm voor grondonderzoek en terreinproeven zoals opgenomen in de NEN 6740, wordt uitgegaan van minimaal één sondering per 2.500 m2. Voor meer informatie zie: http://www.explosievenopsporing.nl/DOWNLOAD/

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

14 van 56

Soorten ontplofbare oorlogsresten binnen het onderzoeksgebied De conclusies van het vermelde vooronderzoek, inclusief de hierboven omschreven aanvulling voor de verticale afbakening, zijn als volgt samen te vatten: Horizontale afbakening Verdacht gebied GPR5887-08: Gebied binnen 150 meter van het getroffen huis, Hoofdweg 662 (huidige locatie).

Soort aan te treffen explosieven Afwerpmunitie: 500 lbs. (GP en MC), Geallieerd

Verschijningsvorm explosieven Afgeworpen

Van de vermoedelijk 4 x 500 lbs afgeworpen brisantbommen was er 1 bom uitgerust met een ontsteker zonder vertragingstijd en de overige met een vertragingstijd van 1 seconde.

Aantal Enkele

Verticale afbakening verdacht gebied Vanaf maaiveld tot 12.3 m- NAP. (hoogteligging maaiveld WOII vergelijkbaar met huidige maaiveld)

De Bodembelastingkaart OO is opgenomen in bijlage 2a.

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

15 van 56

2.3 VASTSTELLEN LOCATIESPECIFIEKE OMSTANDIGHEDEN Binnen het onderzoeksgebied en nabije omgeving zijn de volgende locatie specifieke omstandigheden aanwezig. Huidig gebruik:

De locatie is in gebruik als terrein met enkele kantoorgebouwen en een onderwijsinstelling. De locatie ligt langs een vaart, te midden van de kern van Hoofddorp.

Kwetsbare objecten/ plaatsen:

• Onderwijsinstelling • Woningen • Medisch centrum Hoofddorp • Kantoorgebouwen • Sportvoorzieningen • Lokale ondernemers

Aanwezigheid ondergrondse infrastructuur:

• Kabels, leidingen en riolen • Funderingspalen en funderingen van gebouwen • Water(berging) • Duiker/overstort

Aanwezigheid bovengrondse infrastructuur:

• Straatmeubilair, verlichting, hekken en bebording • Bomen en begroeiing

Grondwaterpeil:

Op het Dinoloket is op een afstand van 350 m een eerste grondwaterpeiling gevonden. Hieruit blijkt dat het grondwater aldaar op ca. 5 m -NAP ligt (ca. 0,8-0,9 m-mv). Daarnaast is op een archieftekening uit 1983 een grondwaterstand van 0,8 m-mv aangetroffen.

Bodemopbouw:

Uit de aangeleverde informatie van de opdrachtgever blijkt dat de bodemopbouw vanaf maaiveld (ca. 4,10 m -NAP) tot ca. 11,5 m -NAP bestaat uit kleilagen. Daaronder volgen zandlagen.

Waterdiepte:

De leggerdiepte van de vaart is 1,10 m. De leggerdiepte van de zijtak die op de vaart uitkomt is 0,75 m.

Naoorlogse grondroering:

Zie §2.4 voor een samenvatting van de naoorlogse grondroering en bijlage 3 voor een overzicht van de naoorlogse ingrepen.

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

16 van 56

2.4 NAOORLOGSE WERKZAAMHEDEN In bijlage 3 is een inventarisatie opgesteld van contra-indicaties in het onderzoeksgebied. Dit betreft de naoorlogs uitgevoerde, grondroerende werkzaamheden en – indien van toepassing – uitgevoerde opsporingswerkzaamheden. Op basis van die inventarisatie kan het volgende overzicht worden opgesteld. In bijlage 4 zijn de resultaten in kaart weergegeven voor het verdachte gebied: Uitgevoerde naoorlogse grondroering

Diepte van betreffende grondroering*

Uit het bronnenmateriaal (bijlage 3) wordt opgemaakt dat het onderzoeksgebied naoorlogs is geroerd. Het hele verdachte gebied binnen het onderzoeksgebied is naoorlogs gewijzigd en geroerd. Tijdens WOII bestond het gebied een weiland (Haarlemmermeerpolder). De oorspronkelijke hoogteligging van dit deel van de polder was 4,3 – 4,5 m -NAP. De oorspronkelijke boerderij (“Ebenhaezer”) is geamoveerd en er zijn kantoorpanden voor teruggekomen. Het huidige maaiveldniveau ligt rond 4,0 m – 4,3 m -NAP. Het maaiveldniveau is daarmee op vergelijkbare hoogte blijven liggen, er kan niet gesteld worden dat er sprake is geweest van ophoging, wel zal in het kader van de wijzigingen een leeflaag zijn afgegraven van ca. 0,3 m. Een overzicht van de naoorlogse grondroering kan als volgt worden opgemaakt: • • • •

Amoveren gebouwen Afgraven leeflaag Ontwikkelen kantoorpand Hoofdweg 634 Ontwikkelen kantoorpand Hoofdweg 640

Tot 1,0 m-mv Tot 0,3 m-mv Tot 1,0 m-mv Tot 1,0 en 1,5 m-mv (deel binnen verdachte gebied tot 1,0 m-mv) • Ontwikkelen overige panden Tot 1,0 m-mv • Inrichten met verhardingen Tot 0,5 m-mv • Inrichten met groen en paden Tot 0,3 m-mv • Afgraven zijtak vaart (en naoorlogs gebaggerd) Tot diepte waterbodem/talud (leggerdiepte 0,75 m) Er zijn kabels, leidingen en riolen in het onderzoeksgebied gelegd. Tot onderkant van betreffende kabels/leidingen/riolen. In de regel ligt dat op ca. 0,5 – 0,8 mmv bij kabels en leidingen en op ca. 1,5 m – 2,5 m-mv bij riolen. * Indien de exacte diepte niet bekend is, kan dit middels proefsleuven vastgesteld worden.

2.5 LEEMTE IN KENNIS Er zijn enkele leemten in kennis, namelijk: •

Leemten in kennis zoals verwoord in het vooronderzoek explosieven gelden ook voor onderhavige Risicoanalyse.

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

17 van 56

3

RISICOANALYSE

3.1 IDENTIFICATIE VAN INVLOEDSFACTOREN Voor onderhavige Risicoanalyse zijn de invloedsfactoren geïdentificeerd. Invloedsfactoren zijn factoren van buitenaf waardoor gevaarsfactoren van een explosief het explosief ongecontroleerd in werking kunnen laten treden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: • • • • • • • • •

Beweging Trillingen2 Slag op/stoot op de explosieven Brand/temperatuur (Lucht/water)druk Blootstellen aan de buitenlucht Statische elektriciteit Akoestische signalen Wijziging van de afwijking van het aardmagnetisch veld

Op basis van de geplande activiteiten/handelingen zoals vermeld in §1.4 is bepaald welke invloedsfactoren van toepassing zijn voor de werkzaamheden en het toekomstig gebruik. In de kaart in bijlage 2b is het Risicogebied invloedsfactoren weergegeven. Activiteit/handeling • Amoveren bestaande situatie. Betreft de openbare ruimte en gebouwen (incl. funderingen). • Bestaande heipalen blijven zitten of worden getrokken; • Damwand bouwkuip blijft na uitvoeringswerkzaamheden deels staan en wordt deels getrokken.

•

• • • •

Zetten sonderingen voorafgaand aan sloopwerkzaamheden tot een diepte van 25 m-mv ; Zetten sonderingen na sloopwerkzaamheden tot een diepte van 25 m-mv; Ontgraven bouwkuip tot een diepte van ca. 3,3 m-mv. Plaatsen damwand tot een diepte van ca. 9 á 10 m-mv; Slaan van heipalen.

Invloedsfactoren Deze werkzaamheden betreffen handelingen aan bovengrondse zaken, of naoorlogs aangebrachte funderingen. Hierbij wordt geen grond geroerd, waarin explosieven verwacht worden. Mogelijk in het onderzoeksgebied aanwezige explosieven kunnen daarbij dus niet geroerd worden, door slag of stoot getroffen, noch bloot worden gesteld aan buitenlucht. Tevens worden er geen hoge temperaturen, brand, statische elektriciteit of akoestische signalen gegenereerd, vinden er geen drukveranderingen plaats, waar een explosief niet eerder aan blootgesteld zal zijn en vinden er geen veranderingen in het aardmagnetisch veld plaats. Enige mogelijke invloedsfactor zijn trillingen. Echter, trillingen die bij genoemde werkzaamheden mogelijk plaatsvinden, zijn niet van dien aard dat ze als invloedsfactor beschouwd worden. Bij deze werkzaamheden wordt de grond geroerd. Hierbij kunnen de volgende invloedsfactoren een rol spelen: • • •

Bij deze werkzaamheden wordt de grond geroerd. Tevens veroorzaakt de werkwijze grote trillingen in de ondergrond (zie nadere toelichting in bijlage 5). De volgende invloedsfactoren zijn daarom van toepassing: • • • •

2

Beweging Slag op/stoot op de explosieven (Lucht/water)druk

Beweging Trillingen Slag op/stoot op de explosieven (Lucht/water)druk

Dit betreft grote trillingen, zoals veroorzaakt bij heiwerkzaamheden. Zie nadere toelichting in bijlage 5.

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

18 van 56

3.2 STUDIE VAN GEVAARSFACTOREN Voor onderhavige Risicoanalyse zijn de gevaarsfactoren van de te verwachten soorten explosieven (en gebruikte ontstekingsmiddelen) geïdentificeerd. Dit zijn factoren die betrekking hebben op de werking van het explosief zelf, die door een bepaalde invloedsfactor het explosief ongecontroleerd in werking kan doen treden. Hierbij worden onderscheiden: • • • • • • • •

Voorgespannen slagpinveer (Gevoeligheid van) explosieve stoffen Pyrotechnische of brandladingen Witte fosfor Veroudering Vertragingsinrichting Antistoringsinrichting (valstrik) Wapeningstoestand van de ontsteker

Op basis van de te verwachten explosieven en ontstekingsinrichtingen, zijn de volgende gevaarsfactoren relevant: Soorten explosieven (en ontstekingsinrichtingen) Afwerpmunitie, brisant, afgeworpen: • 500 lbs, GP en MC, geallieerd

Gevaarsfactoren • • • • •

Voorgespannen slagpinveer (Gevoeligheid van) explosieve stoffen Veroudering Vertragingsinrichting Wapeningstoestand van de ontsteker

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

19 van 56

3.3 IDENTIFICATIE VAN UITWERKINGSFACTOREN De uitwerkingsfactoren van de op basis van het vooronderzoek verwachte explosieven worden beschreven, gerelateerd aan de activiteiten / handelingen zoals omschreven onder paragraaf 1.4, 3.1 en op basis van de beschrijving van de uitwerkingsfactoren in het LAND-ENG-EODD-01 van het Ministerie van Defensie. Uitwerkingsfactoren betreffen effecten die optreden na het in werking treden van een explosief. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: • • • • • • • •

Scherfwerking Schokgolf Luchtdrukwerking Bubble jet Camouflet (gaszak) Kraterwerking Hitte/brand/rook Bijzondere risico’s (bv. witte fosfor, milieuverontreiniging en toxiciteit)

In de kaart in bijlage 2b is het Risicogebied uitwerkingsfactoren weergegeven. Hoofd/subsoort en kaliber/gewichtsklasse Afwerpmunitie, brisant, afgeworpen: • 500 lbs, GP en MC, geallieerd

Uitwerkingsfactoren • Scherfwerking • Schokgolf • Luchtdrukwerking • Kraterwerking • Hitte/brand/rook (secundair) • Bijzondere risico’s: o Milieuverontreiniging o Toxiciteit

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

20 van 56

3.4 BEOORDELING VAN DE RISICO’S Op basis de voorgaande stappen worden de risico’s beoordeeld, met onderscheid in: • •

De kans dat explosieven ongewenst tot uitwerking komen ten gevolge van activiteiten/handelingen in het kader van (de aanleg/realisatie) van het toekomstige gebruik; De uitwerkingsfactoren ten gevolge daarvan (onder- en bovengrondse explosies).

Risicoanalyse De risicoanalyse vindt in meerdere stappen plaats. Ten eerste wordt beoordeeld of ten gevolge van activiteiten/handelingen in het kader van het toekomstige gebruik uitwerking van de (vermoede) explosieven wordt verwacht. Indien daar geen sprake van is, is een verder risicobeoordeling niet nodig. Indien er wel sprake van is, dat uitwerking van de (vermoede) explosieven verwacht kan worden, is op basis van de achterhaalde informatie zoals omschreven in de vorige paragrafen en hoofdstukken, voor de geplande werkzaamheden een risicoanalyse uitgevoerd. De risicoanalyse opsporing is gebaseerd op het inschalen van de kans op de aanwezigheid van explosieven in het werkgebied (K), de kans op het ongecontroleerd in werking treden van een eventueel aanwezig explosief (B) en het effect van het ongeval (E). De K-waarde wordt bepaald aan hand van het vooronderzoek explosieven. De Bwaarde wordt bepaald aan hand van de gevaars- en invloedsfactoren. De E-waarde wordt bepaald aan hand van de uitwerkingsfactoren in relatie tot de locatiespecifieke omstandigheden. Aan hand hiervan is een risicowaarde bepaald (KxBxE), die het advies voor eventuele vervolgstappen bepaalt. Hierbij wordt rekening gehouden met lichamelijke en materiële schade. Zie bijlage 6 voor de procedure die gebruikt is bij het bepalen van de risicowaarde.

Op de volgende pagina zijn de resultaten van de risicoanalyse voor dit onderzoek verwerkt.

Mogelijke conclusies Op basis van de risicoanalyse is bepaald of maatregelen genomen kunnen worden om de uitwerkingsfactoren te voorkomen of te beperken. Op basis daarvan kan één of meerdere van de volgende conclusies getrokken worden: I.

II.

III.

Er wordt vanwege de grondroerende activiteit in het kader van het voorgenomen toekomstig gebruik geen uitwerking van de ontplofbare oorlogsresten verwacht. Er hoeven geen passende maatregelen te worden genomen. Er wordt vanwege de grondroerende activiteiten in het kader van het toekomstig gebruik wel uitwerking van de ontplofbare oorlogsresten verwacht, de uitwerkingsfactoren vormen geen gevaar voor mens en dier. Er hoeven geen passende maatregelen te worden genomen. Er wordt vanwege de grondroerende activiteiten in het kader van het toekomstig gebruik wel uitwerking van de ontplofbare oorlogsresten verwacht, maar de uitwerkingsfactoren zijn door het treffen van passende maatregelen beheersbaar.

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

21 van 56

Indien conclusie III wordt getrokken, worden passende maatregelen gegeven in de aanbevelingen. Als er meerdere opties zijn waarmee uitwerking van een explosief voorkomen kan worden, of de uitwerkingsfactoren beheerst, dan zullen die opties vermeld worden. Passende maatregelen kunnen worden bestaan uit: •

Opsporing van explosieven conform het Certificatieschema OO.

•

Andere passende maatregelen, waaronder alle denkbare maatregelen worden verstaan, zowel binnen als buiten het onderzoeksgebied, waarmee het risico kan worden beperkt of voorkomen, bijvoorbeeld: o o o o o

Het aanpassen van het ontwerp, waardoor bepaalde grondroerende werkzaamheden niet hoeven te worden uitgevoerd. Het verplaatsen van (delen van) het ontwerp, waardoor bepaalde grondroerende werkzaamheden niet plaatsvinden in verdachte grond. Het plaatsen van effect beschermende maatregelen (bijv. scherfwerend materiaal). Het (tijdelijk) afsluiten van bepaalde gebieden. Het toepassen van een andere uitvoeringsmethode (bijv. boren i.p.v. heien).

Uitgangspunten Opgemerkt wordt, dat voor de bepaling van de invloedsfactoren, gevaarsfactoren en uitwerkingsfactoren de volgende uitgangspunten zijn gehanteerd. Wijziging van één of meer van deze factoren kan dus ook leiden tot andere conclusies en aanbeveling van onderhavige Risicoanalyse: • • •

De geplande werkzaamheden/het toekomstige gebruik zoals omschreven in §1.4. De informatie m.b.t. de mogelijk aanwezige explosieven zoals vermeld in het vooronderzoek explosieven waar in §2.2 naar verwezen wordt. De naoorlogse werkzaamheden zoals in §2.4 samengevat.

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

22 van 56

Soort aan te treffen explosieven

Verschijningsvorm

Verticale afbakening

K

B

E

RW

RN

Risico

Conclusie, eventuele toelichting

Risicoanalyse in verband met de volgende activiteiten/handelingen ter plaatse van het verdachte gebied en de 10m contour t.p.v. onverdacht gebied i.v.m. de invloedsfactor trillingen • Amoveren bestaande situatie. Betreft de openbare ruimte en gebouwen (incl. funderingen); • Bestaande heipalen blijven zitten of worden getrokken; • Damwand bouwkuip blijft na uitvoeringswerkzaamheden deels staan en wordt deels getrokken. Afwerpmunitie: 500 lbs, GP en MC, geallieerd

Afgeworpen

Vanaf maaiveld tot 8,1 m-mv/ Vanaf maaiveld (4,2 m -NAP) tot 12,3 m -NAP

0.2

0.5

40

4

I

Zeer licht risico

Waarbij voor de naoorlogs geroerde grondlagen een achtergrondrisico geldt*.

Conclusie I: Er wordt vanwege de grondroerende activiteit in het kader van het voorgenomen toekomstig gebruik geen uitwerking van de ontplofbare oorlogsresten verwacht. Er hoeven geen passende maatregelen te worden genomen. Toelichting: De locatie is naoorlogs geroerd, waardoor de geplande werkzaamheden allen in naoorlogs geroerde grond plaatsvinden. Hiervoor geldt een achtergrondrisico.* Enige mogelijke invloedsfactor zijn trillingen. Echter, trillingen die bij genoemde werkzaamheden mogelijk plaatsvinden, zijn niet van dien aard dat ze als invloedsfactor beschouwd worden.

Risicoanalyse in verband met de volgende activiteiten/handelingen ter plaatse van het verdachte gebied • Zetten sonderingen voorafgaand aan sloopwerkzaamheden tot een diepte van 25 m-mv; • Zetten sonderingen na sloopwerkzaamheden tot een diepte van 25 m-mv; • Ontgraven bouwkuip tot een diepte van ca. 3,3 m-mv. Afwerpmunitie: 500 lbs, GP en MC, geallieerd

Afgeworpen

Vanaf maaiveld tot 8,1 m-mv/ Vanaf maaiveld (4,2 m -NAP) tot 12,3 m -NAP

2

2

40

160

III

Wezenlijk risico

Waarbij voor de naoorlogs geroerde grondlagen een achtergrondrisico geldt*.

Conclusie III: Er wordt vanwege de grondroerende activiteiten in het kader van het toekomstig gebruik wel uitwerking van de ontplofbare oorlogsresten verwacht, maar de uitwerkingsfactoren zijn door het treffen van passende maatregelen beheersbaar. Toelichting: Zie §4.2 voor een nadere uiteenzetting voor passende maatregelen. De locatie is naoorlogs geroerd, waardoor de geplande werkzaamheden deels in naoorlogs geroerde grond plaatsvinden. Hier geldt een achtergrondrisico.*

Risicoanalyse in verband met de volgende activiteiten/handelingen ter plaatse van het verdachte gebied en binnen de 10m contour t.p.v. onverdacht gebied i.v.m. de invloedsfactor trillingen • Plaatsen damwand tot een diepte van ca. 9 á 10 m-mv; • Slaan van heipalen. Afwerpmunitie: 500 lbs, GP en MC, geallieerd

Afgeworpen

Vanaf maaiveld tot 8,1 m-mv/ Vanaf maaiveld (4,2 m -NAP) tot 12,3 m -NAP

2

2

40

160

III

Wezenlijk risico

Waarbij voor de naoorlogs geroerde grondlagen een achtergrondrisico geldt*.

Conclusie III: Er wordt vanwege de grondroerende activiteiten in het kader van het toekomstig gebruik wel uitwerking van de ontplofbare oorlogsresten verwacht, maar de uitwerkingsfactoren zijn door het treffen van passende maatregelen beheersbaar. Toelichting: Zie §4.2 voor een nadere uiteenzetting voor passende maatregelen. De locatie is naoorlogs geroerd, waardoor de geplande werkzaamheden deels in naoorlogs geroerde grond plaatsvinden. Hier geldt een achtergrondrisico.* Voor uitvoering van deze werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de invloedsfactor trillingen.

Risicoanalyse in verband met de volgende activiteiten/handelingen ter plaatse van het onverdachte gebied N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

-

-

-

-

-

-

Onverdacht, er hoeven geen passende maatregelen te worden genomen. N.B. Alleen indien in onverdacht gebied binnen 10 m van het verdachte gebied werkzaamheden worden uitgevoerd waarbij grote trillingen optreden (slaan damwand, slaan heipalen) ontstaat risico voor (een deel van) het verdachte gebied in verband met de invloedsfactor trillingen. Hiervoor dienen eventueel wel passende maatregelen getroffen te worden voor de beheersbaarheid van uitwerkingsfactoren. Zie risicoanalyse in de rij hierboven.

*

Voor een nadere toelichting op ‘achtergrondrisico’ zie §4.1.

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

23 van 56

4

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN

4.1 CONCLUSIE Op basis van het achterhaalde feitenmateriaal kan samenvattend het volgende worden geconcludeerd: Periode WOII

Gebeurtenis Oorlogshandelingen in de vorm van een bombardement.

Naoorlogse grondroering

Het hele verdachte gebied binnen het onderzoeksgebied is naoorlogs gewijzigd en geroerd. Tijdens WOII bestond het gebied een weiland (Haarlemmermeerpolder). Het maaiveldniveau is op vergelijkbare hoogte blijven liggen.

Conclusie Het onderzoeksgebied is deels verdacht op de aanwezigheid van explosieven. Ter plaatse van de naoorlogs geroerde grond geldt een achtergrondrisico.*

Een overzicht van de naoorlogse grondroering: • Amoveren gebouwen • Afgraven leeflaag • Ontwikkelen kantoorpand Hoofdweg 634 • Ontwikkelen kantoorpand Hoofdweg 640 • Ontwikkelen overige panden • Inrichten met verhardingen • Inrichten met groen en paden • Afgraven zijtak vaart

Achtergrondrisico Gebieden met een zogenaamd ‘achtergrondrisico’ zijn gebieden waar geen wezenlijk verhoogd risico op het aantreffen van explosieven aanwezig is (tenzij er sprake is van een contra indicatie), al spreekt men over een verdacht gebied. Het betreft de volgende gebieden: • Naoorlogs geroerde grond, waarbij het aannemelijk is dat aanwezige explosieven tijdens eerdere werkzaamheden zouden zijn ontdekt en waarbij aantoonbaar niet dieper wordt gewerkt. Dit geldt bijvoorbeeld voor: o de grond boven naoorlogs aangelegde kabels en leidingen; o naoorlogs gebaggerde waterbodem. • Naoorlogs aangebrachte ophooglagen. *

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

24 van 56

4.2 AANBEVELINGEN Op basis van het achterhaalde feitenmateriaal en de bovengenoemde conclusies, wordt het volgende aanbevolen. Zie ook de kaart in bijlage 7 waarin de opsporingsgebieden voor de geplande werkzaamheden staan, die in de tabel worden vermeld. Geplande werkzaamheden met werkdiepte

Opsporingsdiepte*

Aanbeveling met toelichting

Sonderingen voorafgaand aan sloopwerkzaamheden Zetten sonderingen voorafgaand aan sloopwerkzaamheden tot een diepte van 25 m-mv/29,2 m -NAP.

Vanaf onderzijde naoorlogse grondroering tot max. 12,3 m – NAP.

Aanbeveling: De boor/sondeerwerkzaamheden laten begeleiden door een explosievendeskundige. Voor nadere toelichting op dergelijke begeleidingswerkzaamheden, zie §4.3. Toelichting: De geplande boringen/sonderingen roeren grond waarin mogelijk explosieven aanwezig zijn.

Amoveren bestaande situatie Verwijderen verhardingen openbare ruimte en gebouwen inclusief fundering tot 1 m-mv. Bestaande heipalen blijven zitten of worden getrokken.

N.v.t.

Aanbeveling: Werkzaamheden regulier uitvoeren. Toelichting: De werkzaamheden vinden in een naoorlogs aangebrachte laag grond plaats, waardoor er geen risico is m.b.t. explosieven. (Enige mogelijke invloedsfactor zijn trillingen. Echter, trillingen die bij genoemde werkzaamheden mogelijk plaatsvinden, zijn niet van dien aard dat ze als invloedsfactor beschouwd worden.)

Sonderingen na sloopwerkzaamheden Zetten sonderingen na sloopwerkzaamheden tot een diepte van 25 m-mv /29,2 m -NAP.

Vanaf maaiveld na sloopwerkzaamheden tot max. 12,3 m – NAP.

Aanbeveling: De boor/sondeerwerkzaamheden laten begeleiden door een explosievendeskundige. Voor nadere toelichting op dergelijke begeleidingswerkzaamheden, zie §4.3. Toelichting: De geplande boringen/sonderingen roeren grond waarin mogelijk explosieven aanwezig zijn.

Plaatsen (tijdelijke) damwand Plaatsen damwand tot een diepte van ca. 9 á 10 m-mv.

Binnen werkgebied: Vanaf 3,8 mmv/8,0 m -NAP tot max. 8,1 mmv/12,3 m NAP

Buiten werkgebied bij 10m contour: Vanaf maaiveld tot max. 8,1 mmv/12,3 m NAP

Aanbeveling: Voor uitvoering van deze werkzaamheden wordt geadviseerd opsporingsonderzoek uit te voeren. Dit resulteert in opsporingsgebied 3. Zie bijlage 7 voor weergave op kaart. Geadviseerd wordt om damwanden trillingsarm in de grond te plaatsen. In dit geval kan opsporingsonderzoek beperkt blijven tot de damwandlocatie zelf. Geadviseerd wordt om opsporingsonderzoek uit te voeren middels nonrealtime dieptedetectie, eventueel gevolgd door benaderingswerkzaamheden. Zie nadere toelichting op opsporingsonderzoek in §4.3. Indien damwanden niet trillingsarm kunnen worden geplaatst, dienen opsporingswerkzaamheden uitgebreid te worden en uitgevoerd binnen een contour van 10 m uit de damwandlocaties (en alleen in verdacht gebied) in verband met de invloedsfactor trillingen. Toelichting: De damwandlocatie is bekend. Het palenplan is vooralsnog niet bekend zodat opsporingsgebied 2 indicatief is ingetekend in bijlage 7. De geadviseerde dieptedetectie voor opsporingsgebieden 2 en 3 kunnen in het geval van overlap gecombineerd worden.

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

25 van 56

Geplande werkzaamheden met werkdiepte

Opsporingsdiepte*

Aanbeveling met toelichting

Ontgraven bouwkuip en plaatsen heipalen Ontgraven bouwkuip tot een diepte van ca. 3,3 m-mv/7,5 m -NAP.

Aanbeveling: Voorafgaand aan de uitvoering van deze werkzaamheden wordt geadviseerd opsporingsonderzoek uit te voeren. Dit resulteert in opsporingsgebied 1 en mogelijk in opsporingsgebied 2. Zie bijlage 7 voor weergave op kaart.

Plaatsen van heipalen. NB: Uitvoering ontgraving vindt plaats na het plaatsen van damwanden.

Vanaf maaiveld na sloopwerkzaamheden tot 3,8 m-mv/8,0 m -NAP

Opsporingsgebied 1: Geadviseerd wordt om opsporingsonderzoek uit te voeren voorafgaand aan het ontgraven van de bouwkuip, middels non-realtime oppervlaktedetectie, eventueel gevolgd door benaderingswerkzaamheden. Zie nadere toelichting op opsporingsonderzoek in §4.3. Verwacht wordt dat de magnetometer-gradiometer techniek het meest efficiënt is voor de detectie. Toelichting: Het amoveren van bestaande verhardingen, gebouwen en funderingen zal een gunstig effect hebben op de meetresultaten; deze lagen zullen niet langer voor verstoringen in de meetresultaten zorgen. Het deel onder deze geamoveerde laag is niet naoorlogs geroerd, waardoor voor de werkzaamheden die dieper plaatsvinden wel een risico geldt t.a.v. mogelijk aanwezige explosieven. De bouwkuip zal pas ontgraven kunnen worden als de damwanden zijn aangebracht. In het kader van de uitvoerbaarheid van opsporingswerkzaamheden dient de bouwkuip onderzocht te worden voorafgaand aan het plaatsen van de damwanden.

Vanaf 3,8 mmv/8,0 m -NAP tot max. 8,1 mmv/12,3 m NAP

Opsporingsgebied 2: Geadviseerd wordt om opsporingsonderzoek uit te voeren. Dit dient gedaan te worden voorafgaand aan het ontgraven van de bouwkuip, middels non-realtime dieptedetectie, eventueel gevolgd door benaderingswerkzaamheden. Zie nadere toelichting op opsporingsonderzoek in §4.3. Geadviseerd wordt om heipalen trillingsarm in de grond te plaatsen. In dit geval kan opsporingsonderzoek beperkt blijven tot de heipaallocaties zelf. Indien heipalen niet trillingsarm kunnen worden geplaatst dienen bovenop de heipaallocaties opsporingswerkzaamheden te worden uitgevoerd binnen een contour van 10 m uit de heipaallocaties (en alleen in verdacht gebied) in verband met de invloedsfactor trillingen. Toelichting: In het kader van de uitvoerbaarheid van opsporingswerkzaamheden dienen de heipaallocaties onderzocht te worden voorafgaand aan het plaatsen van de damwanden. Het palenplan is vooralsnog niet bekend. Opsporingsgebied 2 is derhalve indicatief ingetekend op bijlage 7.

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

26 van 56

Geplande werkzaamheden met werkdiepte

Opsporingsdiepte*

Aanbeveling met toelichting

Verwijderen tijdelijke damwand Na de uitvoeringswerkzaamheden blijft deel damwand bouwkuip staan en deel wordt getrokken.

N.v.t.

Aanbeveling: Werkzaamheden regulier uitvoeren.

Toelichting: Voor het plaatsen van de damwand is geadviseerd de benodigde opsporingswerkzaamheden uit te voeren. Voor het eventueel verwijderen van de damwand zal geen risico m.b.t. explosieven meer zijn. * Zie nadere toelichting ‘maximale opsporingsdiepte’ in §4.3.

Opdrachtgever wordt dringende aanbevolen om voor het realiseren van de geplande werkzaamheden contact te leggen met de gemeente(n) binnen het Risicogebied uitwerkingsfactoren (zie kaart in bijlage 2b), als bevoegd gezag voor de openbare orde en veiligheid.

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

27 van 56

4.3 TOELICHTING OPSPORINGSONDERZOEK In verband met veiligheid t.a.v. mogelijk aanwezige explosieven tijdens geplande werkzaamheden en het toekomstig gebruik van een locatie, hoeven alleen maatregelen getroffen te worden waar een onderzoeksgebied – of de invloedssfeer ervan - overlapt met het verdachte gebied. Een eerste stap kan een Risicoanalyse, zoals onderhavige, zijn. Indien na uitvoering van aanvullende onderzoek naar naoorlogse grondroering uit de risicoanalyse blijkt dat er risico’s t.a.v. explosieven zijn, dienen er aanvullende maatregelen genomen te worden. Dergelijke maatregelen kunnen uiteenlopen van beschermende maatregelen, waarom de uitwerkingsfactoren beheersbaar zijn tot het opsporen van explosieven (zie ook §3.4 voor de verschillende scenario’s). In de regel blijkt dat het aanpassen/verplaatsen van de werkzaamheden of het uitvoeren van opsporingsonderzoek de reële, veilige oplossingen zijn. De overlappende zone van het verdachte gebied met het onderzoeksgebied waar grondroerende werkzaamheden uitgevoerd gaan worden, wordt opsporingsgebied genoemd.

Opsporingsonderzoek – grondroerende werkzaamheden in verdachte gebieden Geadviseerd wordt voor aanvang van, of tijdens, de reguliere werkzaamheden in verdacht gebied opsporingsonderzoek te laten uitvoeren. Zie de tabel in §4.2 voor een nadere uiteenzetting van welke gebieden onderzocht dienen te worden. In bijlage 7 is een kaart opgenomen met daarin aangegeven waar onderzoek wordt aanbevolen. Fasering opsporingswerkzaamheden: 1. Projectplan non-realtime detectie dat ter kennisgeving aan het bevoegd gezag aangeleverd dient te worden. Werkzaamheden mogen direct worden uitgevoerd; 2. Oppervlakte en dieptedetectie; • Betreft het vlakdekkend inmeten van werkgebieden binnen verdachte gebieden (opsporingsgebieden); o Eventueel uitgebreid indien hei-/damwandwerkzaamheden zijn gepland waarbij niet trillingsvrij wordt gewerkt (zie toelichting in “invloed trillingen op explosieven” verderop); • Oppervlaktedetectie is, afhankelijk van projectspecifieke (verstorende) factoren, in de regel mogelijk tot circa 4.0 m-mv; • Afhankelijk van de verticale afbakening aangevuld met dieptedetectie o Mede afhankelijk van de aard van werkzaamheden en wensen opdrachtgever (zie opsporingsdiepte);

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

28 van 56

3. Proces-verbaal van oplevering: • Onderzoeksresultaten detectie resulteert in een bodembelastingkaart met verdachte objecten en beperkt of niet interpreteerbare gebieden; • Advies aanvullende opsporingswerkzaamheden (benadering); 4. Projectplan realtime detectie en benadering dat ter goedkeuring aan het bevoegd gezag aangeleverd dient te worden. Werkzaamheden kunnen pas starten na actieve goedkeuring; 5. Realtime detectie en benadering; 6. Verdachte objecten, beperkt vrijgegeven gebieden en verstoorde gebieden worden nader onderzocht: • Inzet benaderteam en beveiligde graafkraan (indien noodzakelijk) • Laagsgewijs ontgraven, identificeren en tijdelijk veiligstellen van aangetroffen explosieven; • Overdracht aangetroffen explosieven aan de EOD en ruiming hiervan; 7. Proces verbaal van oplevering – verklaring vrij van explosieven. Onderzoeksresultaten benadering resulteren in een bodembelastingkaart met (beperkt) vrij van explosieven verklaarde gebieden.

Detectieverstorende factoren en keuze detectietechniek Voor het uitvoeren van een constructief en representatief opsporingsonderzoek is het van belang een duidelijk beeld te hebben van de locatiespecifieke omstandigheden. Deze kunnen namelijk bepalend zijn voor de mogelijkheden en onmogelijkheden van het opsporingsproces. De inzetbaarheid en het detectiebereik van detectietechnieken kan negatief worden beïnvloed door verstorende factoren als damwanden, hekwerk, kabels en leidingen, hoogspanningsmasten, bruggen, bovenleiding van het spoor en stelconplaten. In §2.3 zijn de locatiespecifieke factoren voor onderhavig onderzoeksgebied vermeld. Op basis daarvan worden de volgende beperkingen verwacht: • De grondradartechniek zal niet bruikbaar zijn, gezien de bodemopbouw. In de tabel in §4.2 is met deze factoren rekening gehouden.

Begaanbaarheid van het opsporingsgebied Tevens is de begaanbaarheid van een opsporingsgebied van groot belang. Er moet rekening mee gehouden worden dat men met detectieapparatuur ter plaatse moet kunnen komen om te kunnen detecteren. Ter plaatse van bovengrondse obstakels is het in de regel niet mogelijk om opsporingswerkzaamheden uit te voeren. Ook geldt dat hoe moeilijker het terrein begaanbaar is, hoe langer het duurt om de detectiewerkzaamheden uit te voeren en hoe groter de kans dat de meetdata minder nauwkeurig is. Een goed, begaanbaar terrein bevat geen bovengrondse obstakels en is uitgevlakt.

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

29 van 56

Maximale opsporingsdiepte Afhankelijk van de aard van de werkzaamheden en wensen van de opdrachtgever wordt de opsporingsdiepte bepaald. De opsporingsdiepte hangt af van verschillende factoren: • Diepte verdacht gebied: de maximale diepte tot waarop de explosieven aanwezig kunnen zijn; • Werkdiepte geplande werkzaamheden; • Eventuele wens van opdrachtgever om gehele onderzoeksgebied vrij van explosieven op te leveren, ongeacht noodzaak in verband met geplande werkzaamheden. In de regel vindt opsporingsonderzoek plaats tot de werkdiepte met een veiligheidsmarge van 0.5 meter, tenzij de maximale diepte tot waarop explosieven aanwezig kunnen zijn, minder diep is. In dat geval wordt de maximale opsporingsdiepte beperkt tot die diepte. In de tabel in §4.2 zijn op basis van deze factoren de opsporingsdieptes aangegeven.

Invloed trillingen op explosieven In een gebied dat verdacht is op de aanwezigheid van afwerpmunitie (vliegtuigbommen) dient er rekening gehouden te worden met het feit dat grote trillingen in de ondergrond een aanwezig explosief kunnen laten detoneren (ontploffen). Dit is een risico dat aanwezig is naast het risico bij direct contact met een explosief. Grote trillingen worden bijvoorbeeld veroorzaakt door heiwerkzaamheden en hoogfrequent trillen. Op basis van een onderzoeksrapport hanteert de EOD de richtlijn dat het risico op een ongewenste detonatie van een vliegtuigbom reëel is bij trillingen met een versnelling van 1 m/s2 of meer. In de regel kunnen bovengenoemde werkzaamheden tot een afstand van 10 meter een dergelijke versnelling veroorzaken. Binnen deze straal is explosievenonderzoek dan ook noodzakelijk, tenzij kan worden aangetoond dat de trillingen die worden veroorzaakt kleiner zijn dan 1 m/s2 of dat een gebied reeds is blootgesteld aan trillingen met een versnelling van meer dan 1 m/s2. In dat geval kan (in overleg met bevoegd gezag) op basis van een kwantitatieve risico analyse in een aantal gevallen worden aangetoond dat het achterwege laten van een veiligheidszone geen risico oplevert dat hoger is het achtergrondrisico. Zie ook nadere toelichting in bijlage 5.

Risicoanalyse Explosieven Hoofdweg 634 & 640 Hoofddorp

30 van 56

5

BETROUWBAARHEID

Het onderzoek behandeld in deze rapportage is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het Certificatieschema “Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten” en volgens algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Middels een ISO-9001 en VCA** gecertificeerd kwaliteitssysteem waarborgt T&A de kwaliteit en veiligheid van haar onderzoeken. Explosievenonderzoek wordt uitgevoerd conform de wettelijk verplicht gestelde CertificatieSchema “Opsporen Conventionele Explosieven” (CS-OOO). T&A vindt het belangrijk om de CO2 emissie van haar activiteiten te monitoren en te reduceren. T&A streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Een probleeminventarisatie is echter gebaseerd op een (relatief) beperkt archiefonderzoek. Zodoende blijft het mogelijk dat relevante informatie niet wordt achterhaald. T&A acht zich niet aansprakelijk voor de schade die mogelijk voortvloeit uit het gebruik van haar onderzoeksresultaten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=89a4f8a1-55f8-4b9c-8b08-071f9479c882