CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4-3 Beleidsregel beeldkwaliteitsplan Leisurelaag

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 6 april 2023, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV (GEHEIME BIJLAGE) PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage (MER) (7225811)14.713 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beeldkwaliteitsplan

Leisurelaag

colofon 4 februari 2022

Gemeente Haarlemmermeer Raadhuisplein 1 2132 TZ Hoofddorp Voor eventuele vragen over toepassingen en uitwerkingen van dit document kunt u contact opnemen met het projectteam Park21 via park21@haarlemmermeer.nl.

ZJA Pedro de Medinalaan 7 1086 XK Amsterdam

Vista Landschapsarchitecten Nieuwendammerkade 28C-10 1022 AB Amsterdam

Disclaimer: de samenstellers van dit boekwerk hebben hun uiterste best gedaan om alle rechthebbenden van de gebruikte beelden te benaderen of duidelijk de bron te vermelden. Mocht u onverhoopt toch menen de rechten te bezitten of de genoemde bron klopt niet, neem dan alstublieft contact met de Gemeente Haarlemmermeer. Foto omslag: Danny fotografie

Beeldkwaliteitsplan

Leisurelaag

4

Foto: Danny fotografie

Voorwoord PARK21 is een park inclusief ruimte voor landbouw en leisure. De lagen in PARK21: polder, park en leisure, krijgen ieder een beeldkwaliteitsplan. Eerder al zijn een Beeldkwaliteitsplan Openbare Ruimte (2013) opgesteld voor de parklaag en een Beeldkwaliteitsplan Polderlaag (2014) voor de polderlaag. Voor u ligt het Beeldkwaliteitsplan Leisurelaag. Het spreekt voor zichzelf dat er raakvlakken zijn tussen de verschillende beeldkwaliteitsplannen. Deze zullen waar nodig worden benoemd. In 2011 is het Masterplan PARK21 vastgesteld door de raad van gemeente Haarlemmermeer. Een belangrijk doel van het Masterplan is het realiseren van een groot en gevarieerd landschap om te recreëren, te verblijven en te ondernemen op het gebied van recreatie en leisure, voor nu en in de toekomst. Het Beeldkwaliteitsplan Leisurelaag is een verdere uitwerking van het Masterplan en geeft richtlijnen voor de verdere ontwikkeling van de leisurelaag binnen het park en binnen de parkkamers. Met de leisurelaag wordt het deel van het park bedoeld waar (commerciële) recreatieve voorzieningen ontwikkeld mogen worden. Het beeldkwaliteitsplan toont het ambitieniveau en bevat de formele regels waaraan ruimtelijke initiatieven in de leisurelaag van PARK21 moeten voldoen. Het beeldkwaliteitsplan Leisurelaag heeft twee gezichten. Het beeldkwaliteitsplan inspireert en geeft richting.

Dit doen we door veel referenties en voorbeelden te geven. Daarnaast zijn in het beeldkwaliteitsplan regels opgenomen hoe initiatieven

moeten worden ingepast. In die zin is het een toetsingskader dat nauw samenhangt met het bestemmingsplan en het daaraan gekoppelde milieueffectrapportage. Het beeldkwaliteitsplan bevat daartoe zo expliciet mogelijke uitgangspunten, eisen en regels. De regels uit het beeldkwaliteitsplan vormen samen met de regels uit het bestemmingsplan het formele kader waaraan ruimtelijke initiatieven getoetst zullen worden. De regels die in het beeldkwaliteitsplan zijn opgenomen zijn een specificatie van de Welstandsnota Gemeente Haarlemmermeer voor de leisurelaag in PARK21. Conform deze welstandsnota zullen de formele regels van het beeldkwaliteitsplan na vaststelling door de raad, onderdeel uitmaken van de Welstandsnota Haarlemmermeer (of diens vervanger). De eisen uit het beeldkwaliteitsplan gaan dan voor de algemene regels uit de welstandsnota. Naast regels geeft het beeldkwaliteitsplan inzicht in het ambitieniveau voor ruimtelijke en functionele kwaliteit in de leisurelaag. Het beeldkwaliteitsplan is in die zin ook te beschouwen en gebruiken als een document ter inspiratie met richtinggevende uitgangspunten voor het bereiken van ruimtelijke kwaliteit bij inrichtingsplannen van de buitenruimte in de parkkamers. Het beeldkwaliteitsplan zal een belangrijke rol spelen bij de begeleiding van initiatieven door het Q-team PARK21.

0

Index 1. INLEIDING

9

1.1 Historie 1.2 Park21 1.3 Park21 ruimtelijk concept 1.4 Leeswijzer

9 9 11 13

2. KADERS LEISURE

15

2.1 Leisure en identiteit Park21 2.2 Zes functionele zones 2.3 Inpassing parkkamers

15 16 18

3. BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

21

3.1 Topeisen (visie) 3.2 Aanvullende eisen 3.3 Specifieke eisen

23 33 45

4. BEELDKWALITEIT BEBOUWING

51

4.1 Topeisen (visie) 4.2 Specifieke eisen 4.3 Toelichting bij de eisen

53 54 61

5. DUURZAAMHEID

79

5.1 Biodiversiteit 5.2 Circulariteit 5.3 Hernieuwbare energie, CO2 en stikstof 5.4 Maatschappelijke meerwaarde 5.5 Lokale economie 5.6 De SDG-meetlat 5.7 Toetsing door gemeente

80 80 81 81 81 83 83

6. PROCES

85

INLEIDING

8

Foto: Danny fotografie

1.1 HISTORIE Eeuwenlang zijn Nederlanders al vernieuwers. Dit zit in hun DNA en heeft Holland gevormd. Belangrijke ontwikkelingen op het gebied van economie, wetenschap en technologie zijn uit Nederland gekomen. Nederlanders staan wereldwijd bekend om deze innovaties. De Haarlemmermeerpolder is een sprekend voorbeeld van hoe grote technologische innovaties inpoldering mogelijk maakte op een schaal die nog nooit eerder was gedaan. Halverwege de negentiende eeuw was het Haarlemmermeer uitgegroeid tot een van de grootste meren van Nederland en werd de stad Amsterdam bedreigd. In 1849 begon de inpoldering met de hand. In drie jaar tijd pompten drie voor die tijd unieke stoomgemalen het meer droog waardoor de Haarlemmermeerpolder ontstond. Er zijn weinig andere plaatsen in Nederland die het verhaal van de Hollandse polders beter illustreert dan Haarlemmermeer. De inpoldering zorgde voor de komst van de pioniers, die de polder als agrarisch gebied tot bloei brachten. Met die pioniersgeest kwam ook de diversiteit in architectuur, vanuit heel Nederland kwamen boeren in Haarlemmermeer terecht waardoor er architectuur uit verschillende regio's van Nederland in de polder terecht kwam. In de volgende fase van de ontwikkeling van de polder ontstond na de tweede wereldoorlog de snelle transformatie tot een economisch dynamische regio met

de luchthaven, moderne landbouw, bedrijven en woongebieden. Ondernemers en pioniersgeest zijn de drijvende krachten achter de ontwikkeling van de Haarlemmermeerpolder en diens transformatie op basis van de maatschappelijke behoeften. Het verhaal van de Haarlemmermeerpolder is daarmee het verhaal van de bewoners en hun pioniersgeest. Zij hebben het landschap naar de behoefte van de maatschappij ingericht. Sinds de drooglegging groeien de bewonersaantallen in Haarlemmermeer, met name na 1970. Hierdoor ontstonden nieuwe maatschappelijke eisen en wensen aan de polder waardoor het landschap transformeerde. 1.2 PARK21 PARK21 heeft als doel om de geschiedenis van de polder te laten herleven en om vooruit te kijken naar de toekomst. De basis van PARK21 is het polderland met de kenmerkende lange rechte polderlinten met bomenrijen en de boerenerven. PARK21 voegt een nieuwe laag toe aan het polderlandschap. De parklaag is ontworpen als tegenhanger van de rationele en geometrische polder met een golvend reliëf en vloeiende lijnen. Het vormt een verbindende schakel tussen de binnenduinrand met de Westeinderplassen in de vorm van een groen, waterrijk en recreatief park. Haarlemmermeer staat voor omvangrijke woningbouwopgaven en daarmee een verdere groei van haar

9 INLEIDING

1.

Inleiding

INLEIDING

10

Afbeelding 1.1 Opbouw in lagen PARK21

PARK21 verbindt stad en platteland. PARK21 blijft voor een deel agrarisch. Akkerbouw, veehouderij en sierteelt kunnen samengaan met initiatieven. Initiatieven bijvoorbeeld op het het gebied van gastronomie, sport en educatie, zorg, verblijfrecreatie, natuurbeleving en recreatie en dit alles in een groene parkachtige omgeving. PARK21 stimuleert de landbouw te transformeren naar duurzame landbouw zoals kringlooplandbouw, strokenteelt en biologische landbouw. PARK21 is een plek waar: • het verhaal van de Hollandse polders wordt verteld en nieuwe hoofdstukken worden toegevoegd met het verbeterde droogmakerij systeem als watersysteem; • het landschap ruimte biedt voor maatschappelijke behoeftes, ook als deze door de tijd veranderen; • pioniers geëerd worden en nieuwe pioniers de ruimte krijgen. PARK21 vertelt het verhaal van het voortdurend veranderende polderlandschap en laat de verschillende tijdlagen zien. Het verhaal komt

tot stand met de nieuwe pioniers in PARK21. Zij brengen het polderlandschap tot leven. 1.3 PARK21 RUIMTELIJK CONCEPT Het concept voor PARK21 is gebaseerd op een ontwerp dat verschillende lagen combineert: een deel van de landbouw blijft behouden (polderlaag) waarmee de ontginningsstructuur van de polder herkenbaar blijft. Een parklaag functioneert als verbindend raamwerk en is volledig openbaar toegankelijk. Binnen de parklaag is ruimte voor eigentijdse leisure (leisurelaag). PARK21 wordt een integraal landschap met drie verschillende lagen: de polderlaag, de parklaag en de leisurelaag. Deze lagen vullen elkaar aan, zijn met elkaar verweven, maar verschillen ook duidelijk (zie afbeelding 1.1). De parklaag is een openbaar toegankelijke recreatieve groenstructuur en zorgt voor samenhang en verbinding in PARK21. Hier ligt het recreatieve netwerk van wandel-, fiets-, skate- en ruiterpaden dat aansluit op de wijdere omgeving. De parklaag nodigt uit om te recreëren, te ontspannen en stimuleert om meer te bewegen. De parklaag vormt ook de groen/blauwe verbinding die gelegd wordt tussen gebieden en draagt bij aan de biodiversiteit. De polderlaag houdt het bestaande open polderlandschap zichtbaar en herkenbaar, het verankert de cultuurhistorie, vooral te vinden langs de polderlinten en de verkaveling, in het park.

Ook biedt het ruimte voor transformatie naar kringlooplandbouw en verbrede stadslandbouw in het polderland en de agrarische erven in het Polderlint. De leisurelaag bestaat uit verschillende parkkamers waarin mogelijkheden worden geboden voor duurzame educatieve en/of recreatieve

11 INLEIDING

inwoners. Het nieuwe landschap werkt uitnodigend voor alle inwoners om te recreëren, ontspannen en stimuleert om meer te bewegen. Hiermee biedt het ook ruimte aan nieuwe pioniers, die de vrijetijdeconomie binnen PARK21 vorm willen geven. Het gebied volgt daarmee wederom de behoefte van de maatschappij. Zo krijgt het park in de park- en leisurelaag een vernieuwend watersysteem omdat het systeem uit de jaren 70 niet langer toekomstbestendig is. We gaan meer zoet water vasthouden en bergen door de invoering van het Verbeterd Droogmakerij Systeem (VDS). Zo kunnen we beter inspelen op het veranderende klimaat met hevige piekbuien, langere droogte en de voortschrijdende verzilting afremmen door het natuurlijke neerslag verloop te volgen met een flexibel peil.

Park 21 - Masterplan

INLEIDING

Bestaand water

N Nieuwe Bennebroekerweg Parkweg 500m 0m Buslijn Hoofdfietsroute Fiets/wandelpaden Nieuwe Bennebroekerweg Wandelpaden Parkweg Veldpaden Buslijn Vlonderpaden

Parkkamers

Agrarisch AfbeeldingLinten 1.2 Indicatief en erveneindbeeld PARK21 planjaar 2040 Randsloten agrarisch

R IJ N L A N D E R W E G

Parkhart

Laan Helling Erven

Legenda

12

SPOORLAAN

HOOFDWEG

IJ W E G

Agrarisch en erven LintenBestaande verharding Randsloten agrarisch

Parklaag met parkbos Parkkamers Helling Parkeervelden Water Parklaag met parkbos Waterberging

Bestaande verharding Bestaand water

Parkeervelden Water Waterberging

1000m

Hoofdfietsroute Fiets/wandelpaden Wandelpaden Veldpaden Vlonderpaden

Laan Erven

6ha

8.5ha

69ha

27.4ha 28ha

21ha 50ha

N

0m

500m

Totaal - 182ha

Afbeelding 1.3 Wensbeeld basisstructuur planjaar 2030 waarbij een waterrijke groene recreatieve verbinding tussen oost en west en hoofddorp en Nieuw Vennep ontstaat

De parklaag verbindt de leisurelaag en de polderlaag tot één integraal parklandschap. Het laat de drie lagen zien en hun verwevenheid. Het indicatieve eindbeeld van PARK21 is weergegeven in afbeelding 1.2. PARK21 is een organische gebiedsontwikkeling, die ruimte geeft aan afzonderlijke initiatiefnemers waarbij het kan gaan om zowel tijdelijke als permanente vormen van gebruik en ontwikkeling. Hiermee wordt bedoeld dat het park groeit in de loop van de tijd, niet op basis van een blauwdruk, maar mede op basis van initiatieven van ondernemers. Er is sprake van een landschappelijke ‘stip op de horizon’ waarin de hoofdstructuren van de ontwikkeling zijn bepaald. Ontwikkeling vindt plaats per kavel op initiatief van de gebruiker, de eigenaar of andere private partijen. De initiatiefnemers ontwikkelen en creëren binnen de kaders van het bestemmingsplan en de beeldkwaliteitsplannen het uiteindelijke eindbeeld. De gemeente geeft haar visie, ambities, randvoorwaarden en kaders (ruimtelijk, functioneel en financieel) bij de planologische uitnodiging mee via het bestemmingsplan (uitnodigingsplanologie). De gemeente zet zich in voor realisatie van de basisstructuur van PARK21, zoals indicatief weergegeven in afbeelding 1.3.

De basisstructuur bestaat uit de hoofdontsluiting(en), een deel van de waterplas, met aanliggend parkhart, en een retentiebekken als onderdeel van het duurzame watersysteem. Deze basisstructuur is het vliegwiel voor verdere doorgroei naar het eindbeeld. De hoofdontsluiting(en) maakt dat functies hier op kunnen aanhaken

en creëert een geconcentreerde stroom van gebruikers. De hoofdstructuur bestaat uit de parkwegen, fietspaden, voetpaden en ruiterpaden. 1.4 LEESWIJZER In de komende hoofdstukken is de beeldkwaliteit van de leisurelaag vastgelegd. In de wijze waarop de beeldkwaliteit is vastgelegd blijft ruimte voor interpretatie en in bepaalde mate afwijking. Het doel is initiatieven ruimtelijk mogelijk te maken, passend binnen het concept en de ontwikkeling van het park. De komende hoofdstukken verdiepen de leisurelaag. Ten eerste zal er aandacht zijn voor de leisurelaag op parkniveau in hoofdstuk 2. Hier worden de ruimtelijke kaders van de totale leisurelaag in PARK21 op hoofdlijn geschetst. Hoofdstuk 3 zal ingaan op de inpassing van de leisurelaag middels de parkkamers in PARK21. Het geeft op de kaders voor de inrichting van de parkkamer en hoofdstuk 4, zal ingaan op de bebouwingstypologie. Hoofdstuk 5 beschrijft de eisen en ambities op het gebied van duurzaamheid en zoomt in op de Sustainable Development Goals. Tot slot leest u in hoofdstuk 6 het proces om te komen tot passende initiatieven. Zo worden leisure initiatieven altijd besproken met het Q-team en Supervisor van PARK21.

13 INLEIDING

voorzieningen. Deze hebben een commercieel of semi-publiek karakter.De aard van de voorzieningen is afhankelijk van de afmetingen van e en parkkamer en het deelgebied waarin het is gelegen. De leisurelaag is landschappelijk ingepast in de groene parkachtige omgeving van de parklaag.

KADERS LEISURE

14

Foto: Danny fotografie

PARK21 functioneert als integraal landschap waarbij het openbare park (de parklaag) de leisurelaag en de polderlaag verbindt. De parklaag functioneert als raamwerk met daarbinnen ruimte voor leisurevoorzieningen. Deze leisurevoorzieningen vormen gezamenlijk de leisurelaag. In dit hoofdstuk gaan we in op de leisurelaag als verbindende schakel voor PARK21. Daarbij komt aan de orde wat we verstaan onder leisure, welk verhaal de voorzieningen in PARK21 gezamenklijk vertellen, hoeveel ruimte PARK21 aan leisure biedt en welke functionele zones worden onderscheiden. Ook gaan we in op hoe de leisure in PARK21 kan worden ingepast en kan groeien. 2.1 LEISURE EN IDENTITEIT PARK21 Wat verstaan we eigenlijk onder leisure in PARK21? Een publieksgerichte (commerciële) voorziening ten behoeve van cultuur en ontspanning, vrijetijdsbesteding, recreatie en sport. Daaronder vallen alle commerciële vrijetijdsvoorzieningen op het gebied van horeca, sport, entertainment, wellness, cultuur, evenementen en verblijfsaccomodaties in een groene parkachtige omgeving waarbij altijd een relatie bestaat tussen de leisure en de parkachtige omgeving. Kenmerkend voor leisure is dat de gebruiker (bijna) altijd betaalt voor toegang en/of gebruik. De aanwezigheid van leisure zorgt voor extra levendigheid, betekenissen

en gebruiksmogelijkheden in het park. Leisure functies zijn typerend voor een ‘metropolitaan park’. Binnen PARK21 is niet alleen de parklaag een verbindende factor. Ook de recreatieve voorzieningen zorgen door aan te sluiten bij de identiteit van PARK21, dat het park als een geheel gaat functioneren en wordt ervaren. PARK21 is een plek waar het verhaal van het voortdurend veranderende Haarlemmermeers polderlandschap wordt verteld en waar de verschillende tijdlagen zichtbaar worden: • Het verhaal van de Hollandse polders wordt verteld en nieuwe hoofdstukken worden toegevoegd met o.a. het Verbeterd Droogmakerij Systeem als watersysteem, maar ook door inzet van de polderlaag en polderlinten als herkenbaar element en drager binnen het park • Het landschap biedt ruimte voor maatschappelijke behoeftes, ook als deze door de tijd veranderen • Oude pioniers zijn herkenbaar met o.a. polderfiguren en nieuwe pioniers krijgen de ruimte om mee te bewegen met de maatschappelijke behoefte en daarop in te spelen Het verhaal komt tot stand met de nieuwe pioniers in PARK21. Nieuwe ondernemers op gebied van vrijetijd economie passend binnen deze identiteit.

15 KADERS LEISURE

2.

Kaders leisure

Binnen de leisurelaag is het voorwaardelijk dat de identiteit wordt versterkt door de voorzieningen. Alle afzonderlijke voorzieningen vertellen gezamenlijk het verhaal van het voortdurend veranderende Haarlemmermeers polderlandschap en maken daarbij de verschillende tijdlagen zichtbaar. 2.2 ZES FUNCTIONELE ZONES

KADERS LEISURE

16

PARK21 kent een dynamiek van landbouw, park en leisure functies. De leisurefuncties moeten het park versterken en niet domineren. Binnen PARK21 is een maximum oppervlak aan leisure functies mogelijk. Dit is maximaal 20% van het park. De parklaag en de polderlaag vullen ieder minimaal 40% van het park. Voorliggend beeldkwaliteitsplan Leisurelaag biedt verder ruimtelijke kaders om de leisurelaag binnen de parkkamers kwalitatief in te passen en bijvoorbeeld barrièrewerking van functies te voorkomen cq. reduceren. PARK21 is ingedeeld in zes zones. Per zone, van west naar oost, worden verschillende accenten gelegd. In het westelijk deel overheerst de parksfeer rondom de plas en het parkhart. In het middendeel aan weerszijden van de Hoofdvaart bepaalt de (stads)landbouw het karakter en in het oostelijk deel zijn de vrijetijdsvoorzieningen of leisure het meest prominent aanwezig. De zones sturen de inrichting van het park qua lagen en qua functies. Zone 1 Deze ligt tussen de Driemerenweg en IJweg. Hier is ruimte voor ontspanning en sport, te denken valt aan functies als wellness en buitensportaccomodaties. De verhouding tussen de lagen in deze zone bedraagt ca. 25% polderlaag, ca. 50% parklaag en maximaal 25% leisurelaag. Zone 1 kent een parksfeer zonder grote overheersende functies en een relatief groot gevarieerd aanbod aan sport en ontspanning.

Zone 2 Deze ligt tussen de IJweg en de R-net verbinding/ busbaan en wordt grotendeels gekenmerkt door water (onder meer een zwemplas van 25 hectare) en het parkhart. Het parkhart is de centrale plek om elkaar te ontmoeten en te flaneren. Hier kan je bijvoorbeeld het bezoekerscentrum, uitkijktoren, fietsverhuur en horeca vinden. De recreatieplas biedt ruimte voor voorzieningen als waterskiën, golfsurfen, zwemmen, kanovaren en dergelijke. De verhouding tussen de lagen bedraagt ca. 20% polder, 70% park en maximaal 10% leisure. De zone kent daarmee een waterrijke parksfeer. Zone 3 Deze ligt tussen de R-net verbinding/ busbaan en de Hoofdvaart westzijde en is gericht op (stads)landbouw, innovatie en educatie. Het park opent zich hier en omarmt het polderlandschap. Zo wordt het agrarische polderlandschap onderdeel van PARK21. Hier zijn voorzieningen denkbaar als (innovatieve) proeftuinen, kenniscentra, innovatieve landbouw bv middels strokenteelt etc. De verhouding tussen de lagen bedraagt ca. 50% polder, ca. 40% park en maximaal 10% leisure. In deze zone opent het park zich naar het agrarische gebied. Zone 4 Deze ligt tussen de Hoofdvaart Oostzijde en het spoor en is gericht op (stads)landbouw, innovatie en educatieve ontspanning. Zone 4 lijkt in uiterlijke beleving en sfeer op zone 3 met een centrale plaats voor de polderlaag. In deze zone bieden we ook ruimte voor een themapark.

Het gebied kan goed ontsloten worden via de Spoorlaan, die direct is ontsloten op de Nieuwe Bennebroekerweg (waarvan de capaciteit wordt vergroot). De verhouding tussen de lagen bedraagt ca. 50% polder, 35% park en maximaal 15% leisure.

Zone 5 Deze ligt tussen het spoor en de Rijnlanderweg. De zone leent zich voor (innovatieve) landbouw, ontspanning en vermaak. Ook deze zone kan goed ontsloten worden. Daarom bieden we hier ruimte voor een beperkt aantal grote functies als een themapark. Tevens bieden we hier ruimte voor tijdelijke evenementen. De verhouding tussen de lagen bedraagt ca. 10% polder, 60% park en maximaal 30% leisure. Zone 6 Deze ligt tussen de Rijnlanderweg en de A4. Het is een zone die vooral gericht is op (innovatieve) landbouw. Het park biedt hier lange zichtlijnen in het landschap en laat de openheid van de polder ervaren. De verhouding tussen de lagen bedraagt ca. 75% polder, 20% park en maximaal 5% leisure. De leisure manifesteert zich hier vooral gekoppeld aan agrarisch (hoofd)gebruik.

Afbeelding 2.1 - Zonering in functies van leisurevoorzieningen in PARK21

KADERS LEISURE

17

Afbeelding 2.2 - schematische verdeling tussen polder, park en leisurelaag over de zones.

2.3 INPASSING PARKKAMERS De leisurelaag biedt (commerciële en semipublieke) duurzame educatieve en/of recreatieve voorzieningen in een groene parkachtige omgeving. Deze vrijetijdsvoorzieningen worden landschappelijk ingepast in de groene omgeving en versterken, verbreden en vergroten de parklaag. Binnen PARK21 krijgt leisure een plek in groene parkkamers. Wat is een parkkamer? Een parkkamer is een open ruimte in het park die geheel wordt omsloten door openbaar parkgebied, de parklaag. De parkkamers behoren tot de leisurelaag. Dit zijn parkkamers waarin mogelijkheden voor (commerciële en semi-publieke) duurzame educatieve en/of recreatieve voorzieningen wordt geboden.

KADERS LEISURE

18

van vergunningaanvraag. Binnen PARK21 zien we hiervoor verschillende mogelijkheden: • Een parkeervoorziening binnen de eigen parkkamer • Binnen een aparte parkeerkamer die sec in parkeren voorziet De uiteindelijke parkeeroplossing is altijd afhankelijk van het geldende parkeerbeleid, de beoogde locatie en de te verwachten bezoekersaantallen. Het park groeit Het park ontwikkelt zich geleidelijk over meerdere jaren. Bij de ontwikkeling van PARK21 wordt voorrang gegeven aan de ontwikkeling van de basisstructuur.

Maximaal wordt 220 hectare aan parkkamers gerealiseerd, waarvan éénderde zal bestaan uit groen (groene tuinomgeving) en water en circa 145 hectare aan leisure (in totaal). Deze 145 hectare aan leisurefuncties geven invulling aan de maximaal 20% leisurelaag.

De basisstructuur bestaat uit de hoofdontsluiting(en) voor fietsers, voetgangers, ruiters en, in sommige delen van het park, auto’s, aangevuld met (een deel van) de waterplas met zijn parkhart, en een retentiebekken als onderdeel van het duurzame watersysteem. Deze basisstructuur is het vliegwiel voor verdere doorgroei naar het eindbeeld. Voor PARK21 is de basisstructuur de ruggengraat van de parklaag. Het verbindt de kernen Nieuw-Vennep en Hoofddorp en van west naar oost de duin- en bollenstreek met de Westeinderscheg en het Groene Hart. De basisstructuur zet een sterk concept neer met een krachtig programma en uitstekende verblijfskwaliteit. De transformatie richting PARK21 krijgt middels deze basisstructuur vorm en creëert een stroom van gebruikers, die weer uitnodigen tot verdere groei qua voorzieningen en park. Zo wordt het vliegwiel in beweging gebracht en groeien we door naar het eindbeeld van 2040.

Bereikbaarheid en parkeren De leisurelaag trekt extra bezoekers naar PARK21. Een deel van de bezoekers komt met de auto en zal behoefte hebben aan een parkeervoorziening. In het bestemmingsplan is geborgd dat altijd het parkeerbeleid van toepassing is zoals dat geldt op het moment

Het aaneengesloten karakter van de basisstructuur voorkomt versnippering in het landschap: deelgebieden sluiten op elkaar aan en worden daardoor beleefd als één doorlopend geheel. Bij de verdere groei van leisure in PARK21 heeft het de voorkeur dat aangesloten wordt op het gerealiseerde park en zijn

Een parkkamer biedt ruimte aan de leisurefunctie maar verplicht tevens ook tot het aanleggen van een groene tuinomgeving al dan niet met water om de bebouwing van de feitelijke leisurefunctie in te leiden en een overgang te vormen van openbaar park naar de leisurefunctie en diens bebouwing. Deze groene tuinomgeving vormt geen onderdeel van de 20% leisurefuncties in de leisurelaag. De 20% leisurefuncties is bedoeld voor de ruimte welke ingevuld mag en kan worden met de feitelijke functie.

parkwegen. Of dat wordt aangesloten op de gebiedsontsluitingswegen, specifiek: de Noordelijke Randweg, Spoorlaan of Nieuwe Bennebroekerweg. De parkwegen die zijn voorzien volstaan om de beoogde parkkamers in de basisstructuur te ontsluiten, maar bieden ook perspectief bij de doorgroei. Naast deze parkwegen zijn aansluitingen op de Nieuwe Bennebroekerweg, Noordelijke Randweg en Spoorlaan nodig en mogelijk voor deelgebieden en de toekomstige doorgroei. De polderlinten IJweg, Hoofdweg West en Oost en Rijnlanderweg worden ontzien van aansluitingen. Het onderscheid tussen polderlinten (erftoegangswegen) en gebiedsontsluitingswegen is relevant: • De erftoegangswegen in de polderlinten ontsluiten de boerenerven in de polderlaag; • De parkweg en de gebiedsontsluitingswegen ontsluiten de parklaag en de meeste parkkamers, met name de grotere en in mindere mate de kleinere. De exacte ligging van parkkamers (leisure laag), parklaag en polderlaag, is nog flexibel en afhankelijk van de nadere uitwerking. Het is wel een principe dat de polderlaag zich meer rond de linten zal concentreren en de parklaag aan de “achterkant” van de kavels en langs de randen van Hoofddorp en Nieuw-Vennep. Tijdelijke fasen definitief afronden De parklaag, met daarin de leisurelaag, houdt zich niet aan de logica van de polderontginning en doorkruist daarom vaak de geometrische opbouw van het landschap.

Aankoop van gronden geschiedt kavelgewijs. Voorkomen moet worden dat de leisurelaag, ingevuld met parkkamers keurig binnen de lijntjes van de oorspronkelijke verkaveling verkleuren. Gelijktijdig moet ook voorkomen worden dat binnen de leisurelaag gedeelten van parkkamers worden gerealiseerd waar het zoet (de verdiencapaciteit) reeds gerealiseerd is, en

6ha

8.5ha

69ha

27.4ha 28ha

21ha 50ha

N

0m

Afbeelding 2.3 - indicatieve doorgroei voor parkfuncties vanuit de voorkeursvariant voor de basisstructuur

500m

Totaal - 182ha

het zuur (openbare routes en gebieden) nog gerealiseerd moet worden op het moment dat de aansluitende kavel transformeert. De oplossing wordt gevonden in principeregels voor de transformatie van de leisurelaag en zijn parkkamers: • Belangrijk is dat parkkamers een duidelijke identiteit hebben met een duidelijke hoofdinvulling (op gebied van programma, vorm en architectuur). Parkkamers met twee functies, die met de rug tegen elkaar gepositioneerd worden, zijn ongewenst. • Een parkkamer wordt in zijn geheel inclusief groene omzoom aangelegd, als dat niet direct mogelijk is, wordt een deel van de parkkamer tijdelijk gebruikt als parklaag met bijvoorbeeld recreatief gras conform de groene bouwsteen. • Als er meerdere aansluitende kavels gelijktijdig transformeren, is het een eis dat de rationele verkaveling in het nieuwe deelgebied in zowel de parklaag als

leisurelaag wordt doorbroken. Deze kans om de bestaande logica in de verkaveling structuur te doorbreken moet ten alle tijden verzilverd worden.

KADERS LEISURE

19

BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

20

Foto: Danny fotografie

De leisurelaag in PARK21 bestaat uit de zogenaamde parkkamers. Deze parkkamers kunnen een leisurefunctie opnemen. Deze is vrij toegankelijk voor publiek of toegankelijk na betalen van entreegeld. We onderscheiden drie verschillende afmetingen van parkkamers. De grootte van een parkkamer is medebepalend voor de invulling en het type leisure: • Kleine parkkamers of small (S): 0 tot 2 ha (dit zijn relatief kleinschalige voorzieningen. Bestaande voorbeelden in het park zijn Klimpark21 en het Electric Motorcross Park.

•

•

Middelgrote parkkamers of medium (M): 2 tot 5 ha (denk hierbij aan bijvoorbeeld het nog te ontwikkelen Parkhart, een speeltuin als het Woeste Westen Westerpark Amsterdam of bijvoorbeeld een belangrijke speel- en ligweide met horecapaviljoen (Grote weide Amsterdamse Bos). Grote parkkamers of large(L): 5 tot 20 ha (denk hierbij aan evenementen, wellness, sportparken, zoals de Hoofddorp Pioniers en themaparken).

Dit hoofdstuk beschrijft de beeldkwaliteit van de parkkamers waarin de verschillende leisurefuncties zijn geprojecteerd.

Tabel 3.1: principes voor inrichting van individuele parkkamers binnen de parklaag Parkkamer

Omvang (ha)

Footprint (maximaal)

Buitenruimte functie (maximaal)

Water en tuin (minimaal)

Parkrand* (minimaal)

Klein (S)

0-2

1000 m2

33,3%

overig

38,5 m.

Middel (M)

2-5

33,3%

33,3%

33,3%

53 m.

Groot (L)

vanaf 5

33,3%

33,3%

33,3%

70 m.

* De parkrand wordt gerekend vanaf de kavelgrens en bestaat uit de bosrand, de natuurvriendelijke oever en de watergang aan de openbare zijde (of gelijkwaardige landschappelijke invulling), zie doorsnedes blz. 28, 29 en 30 en eis P.3

21 BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

3.

Beeldkwaliteit parkkamers

Parkkamer 'Medium': 2 - 5 ha

Parkkamer 'Small': 0 - 2 ha

25 m

35

m

38 m Parkkamer 'Large': 5 - 20 ha

50

55 m

m

BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

22

70 m

25 m

Afbeelding 3.1 Principe van de overgang parkkamers naar de omgeving.

Eis P.1 - Inbedding parkkamers Parkkamers zijn ruimtelijke eenheden waarbinnen leisure ingepast wordt en manifesteren zich als open, groene ruimtes in de parklaag. De parkkamers worden altijd omzoomd door een parkrand (zie afbeelding 3.1). Inbedding van parkkamers met leisurefuncties in de parklaag is belangrijk. Uitgangspunt is dat de verschillende lagen van het park duidelijk van elkaar verschillen. Dit houdt in dat de parkkamer zowel ten opzichte van de parklaag als polderlaag een duidelijk herkenbare ruimte vormt met een sterke openbare rand van waaruit de zichtbaarheid van de parkkamer vanuit de parklaag is geborgd. Eis P.2 - Vorm parkkamers De vorm van de parkkamers is afhankelijk van de toekomstige functie en de specifieke ruimtelijke omstandigheden. De 'organische vormen' die in de schema's zijn gebruikt zijn niet dwingend. Eis P.3 - Parkrand parkkamers Parkkamers kennen een heldere, landschappelijke overgang naar de parklaag. Dit overgangsprofiel, de parkrand, bestaat uit een omzoming van opgaande boombeplanting of bos en een waterrand. Deze parkrand is altijd publiek toegankelijk. Naast het definiëren van de parkkamers als ruimtes in de parklaag staat de omzoming garant voor de doorwaardbaarheid van het park. De waterrand vormt een natuurlijke scheiding tussen de leisure functie en de openbare parklaag.

Aan de zijde van de parklaag heeft de sloot een natuurvriendelijke oever met een vegetatie van nat hooiland of overstromingsgrasland. De afwerking van de waterrand aan de kant van de functie is vrij. Echter de toepassing van een damwand is niet toegestaan. Desgewenst kan de waterrand verbreed worden tot een vijverpartij. Binnen PARK21 geldt dat bij het aanbrengen van water breder dan 5 m een berekening voor opbarsten dient te worden uitgevoerd. Indien

hieruit blijkt dat de aanleg van de sloot ter plekke niet haalbaar is dient deze vervangen te worden door een vergelijkbaar natuurlijk alternatief zoals bijvoorbeeld een droge waterberging. Toelichting bij eis P.3 De vereiste minimale breedte van de parkrand varieert met de grootte van de parkkamer. De parkrand heeft, gerekend vanaf de parkkamergrens op het midden van de sloot of waterrand, een minimale breedte. Dit is het verplichte principeprofiel voor een S (small) of kleine parkkamer, M (medium) of middelgrote parkkamer of voor een L (large) of grote parkkamer. Dit principeprofiel moet minimaal worden gerealiseerd. (Zie afbeelding 3.1). Parkranden van verschillende parkkamers overlappen elkaar niet en moeten naast elkaar gerealiseerd worden. Ten gunste van de doorwaadbaarheid van het park. Om de initiatiefnemer in het keuzeproces te ondersteunen, maar daarbij ook de samenhang van alle groene bouwstenen binnen PARK21 te borgen, is een Leidraad Groene Bouwstenen opgesteld. Voor het ontwerp en de realisatie van de parkrand wordt verwezen naar deze leidraad. Dit document is te downloaden op https://www.planviewer.nl/imro/files/ NL.IMRO.0394.BPGlgbPARK21000000A001/b_NL.IMRO.0394.

BPGlgbPARK21000000-A001_tb15.pdf Eis P.4 - Zichtrelatie park - parkkamer Naast de groene omzoming in de vorm van de parkrand rond de parkkamers wordt er gezocht naar een sterke wederzijdse visuele interactie tussen de lagen van het park. Het is een harde eis dat parkkamers een relatie aangaan met het park waarin ze zich vestigen. De leisure functies in de parkkamers zijn zichtbaar vanuit de parklaag en gedeeltelijk vanuit polder. Omgekeerd is dat ook zo. Dit houdt in dat de zichtbaarheid van de parkkamer vanuit de

parklaag geborgd moet worden. De parkkamers met leisurefuncties presenteren zich aan de parklaag en dragen op deze wijze bij aan het karakter en de sfeer van het park. Dit kan met een uitnodigende entree, inkijkjes of zichtlijnen of door het aanbrengen van vensters in de parkrand. In het geval van een grote of large parkkamer (L) moet minimaal één vista, venster of zichtlijn, gerealiseerd worden die polderlaag, parklaag en de leisurefunctie in de parkkamer visueel met elkaar verbindt. De interactie tussen de drie lagen van PARK21 is essentieel voor PARK21. Eis P.5 - Verhouding landschap-functie Binnen de grenzen van de parkkamer dient minimaal 1/3 van het oppervlak landschappelijk ingericht te worden met tuin en water. Maximaal 2/3 van het oppervlak van de parkkamer wordt ingericht met functie. Deze 2/3 kan bestaan uit bebouwing en inrichting ten behoeve van de functie. Dit heeft als doel om de leisurefunctie in te bedden in een groene setting die de parksfeer ondersteunt en aanvult. Deze groene setting kan bestaan uit beplanting, water en rietoevers of aarden wallen. Afhankelijk van de grootte van de parkkamers is maximaal 1000m2 of 1/3 van het oppervlak bebouwd. En is maximaal 1/3 van het oppervlak van de parkkamer voor de functie ingericht met bijvoorbeeld parkeren of een terras. Parkkamers kennen rondom een bebouwingsvrije zone tot de parkkamergrens (zie afbeeldingen op p.

28, 29 en 30). Ook hierdoor wordt de landschappelijke inbedding van de functie geborgd.

23 BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

3.1 TOPEISEN (VISIE)

Toelichting bij eis P.5 Bebouwing en buitenruimte van de parkkamer worden in samenhang ontworpen en bepalen samen het beeld en sfeer van de functie. Er is sprake van een samenspel tussen parklaag en parkkamer en tussen landschap en gebouw. Dit krijgt vorm door interactie tussen binnen en buiten, door positionering en geleding van gebouwen, toepassing van glas, aansluiten met grondwallen en te betreden groene vegetatiedaken. De parkkamer manifesteert zich daarbij als een open of gelede ruimte in de parklaag. Boomgroepen, hagen en andere beplanting kunnen worden ingezet om de ruimte te geleden en van diepte te voorzien.

BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

24

Eis P.6 - Entrees Parkkamers dienen (een) herkenbare entree(s) te krijgen. Deze entrees verschillen per type parkkamer. • De kleine parkkamers zijn toegankelijk via één of meerdere toegangsdammen of bruggen volgens de huisstijl van PARK21. De entrees hebben steeds een informatiebord over de parkkamer met beschrijving van de functie. Bij de entree zijn faciliteiten voor het parkeren van fietsen gewenst. • Bij middelgrote parkkamers bestaan de entrees uit toegangsdammen of bruggen volgens de huisstijl van PARK21. De entrees hebben steeds een informatiebord over de parkkamer met beschrijving van de functie. Bij de entree zijn faciliteiten voor het parkeren van fietsen gewenst. • De grote parkkamers dienen een sprekende of iconische entree te krijgen. Denk aan de Keukenhof of Madurodam. De entree moet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg en heeft een ‘landmark’ functie.

Afbeelding 3.2 Kleine parkkamers als open, groene ruimtes in de parklaag

P P

Afbeelding 3.3 Principe van middelgrote parkkamers op loopafstand van parkeerkamers

Eis P.7 - Bereikbaarheid Alle parkkamers zijn lopend of per fiets goed te bereiken. Ook voor minder-validen, in bijvoorbeeld een rolstoel of met een scootmobiel. Daarnaast zijn de parkkamers altijd bereikbaar voor nood- en hulpdiensten en beheervoertuigen. Leveranciers moeten de parkkamer kunnen bereiken om een kiosk of restaurant te bevoorraden. Waar geen directe aansluiting is op de auto-ontsluiting van het park kan dit via de ontsluiting voor fietsers en voetgangers. Eis P.8 - Parkeren Kleine en bij voorkeur ook middelgrote parkkamers kennen geen parkeervoorzieningen in de parkkamer. In PARK21 is het parkeren voor de kleine parkkamers voorzien in parkkeerkamers buiten de parkkamer gelegen (zie ook het beeldkwaliteitsplan openbare ruimte PARK21). Bij middelgrote parkeerkamers heeft dit ook de voorkeur. In de grote parkkamers moet parkeren op eigen terrein binnen de parkkamer worden gerealiseerd.

P 25 BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

Voor de gehanteerde parkeernormen wordt verwezen naar het vigerende parkeerbeleid van de gemeente Haarlemmermeer.

Afbeelding 3.4 Principe publiek toegankelijke grote parkkamer

min. 25 meter

min. 25 meter

2 hectare boskamer

1 bouwlaag maximaal 4 m. groen geïntegreerd

2 hectare boskamer

1 bouwlaag maximaal 4 m. groen geïntegreerd

0 - 2 hectare parkkamer (in de doorsnede weergeven als 2 ha) 2 hectare boskamer

1 bouwlaag maximaal 4 m. groen geïntegreerd 2 bouwlagen maximaal 8 m. groen geïntegreerd

5 hectare boskamer

min. 35 meter 2 bouwlagen maximaal 8 m. groen geïntegreerd 5 hectare boskamer

26 2 bouwlagen maximaal 8 m. geïntegreerd groen geïntegreerd 2 bouwlagen maximaal 8 m. groen

BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

5 hectare 20 hectare boskamer boskamer

2 - 5 hectare parkkamer (in de doorsnede weergeven als 5 ha) 2 bouwlagen maximaal 8 m. groen geïntegreerd 20 hectare boskamer

min. 50 meter 2 bouwlagen maximaal 8 m. groen geïntegreerd 20 hectare boskamer

Vanaf 5 hectare parkkamer (in de doorsnede weergeven als 20 ha)

Afbeelding 3.5 Principeprofiel van kleine, middelgrote en grote parkkamers met parkrand in overgang van parkkamer naar park

min. 35 meter

min. 50 meter

BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

27

25 m

13,5 m

Afbeelding 3.6 principe overgang kleine parkkamer naar het park

28

ectare boskamer BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

1 bouwlaag maxima

20 Niet bebouwde zone

-4,00

25

35 m

18 m

-4,70 -5,70

Park

Bebouwingsgrens

8

Parkkamergrens

13,5

1:3

1:12

1:3

1:3

Natuurvriendelijke oever

3

2

6

Parkkamer

5

6

12

Minimale rand, 0 - 2 hectare parkkamer - parklaag Afbeelding 3.7 detail principeprofiel van parkrand in overgang van kleine parkkamer naar het park

are boskamer

1 bouwlaag maximaal

20 Niet bebouwde zone

Bebouwingsgrens

8

Parkkamergrens

13,5

-4,00

35 m

-4,70 -5,70

Park

1:3

1:12

18 m

1:3

1:3

Natuurvriendelijke oever

Parkkamer

Afbeelding 3.8 principe overgang middelgrote parkkamer naar het park 25

3

2

6

5

6

12

BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

29

are boskamer 23 Niet bebouwde zone

Bebouwingsgrens

11

Parkkamergrens

18

-2,70

-4,70

-5,70

1:3

1:17

Park

Natuurvriendelijke oever

35

3

Minimale rand, 2 - 5 hectare parkkamer - parklaag

2

50 m

1:3

1:3

8

10

Parkkamer

6

20 m

Afbeelding 3.9 detail principeprofiel van parkrand in overgang van middelgrote parkkamer naar het park

12

ectare boskamer 23 Niet bebouwde zone

11

Parkkamergrens

Bebouwingsgrens

18

-2,70

-4,70

-5,70

1:3

1:17

Park

Natuurvriendelijke oever

35

3

30

50 m

2

1:3

1:3

8

Parkkamer

10

6

12

20 m

BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

Afbeelding 3.10 principe overgang grote parkkamer naar het park

hectare boskamer 23 Niet bebouwde zone

-2,70

-4,70

-5,70

1:3

Park

50

1:21

Natuurvriendelijke oever

3

2

10

Minimale rand, 5 - 20 hectare parkkamer - parklaag Afbeelding 3.11 detail principeprofiel van parkrand in overgang van grote parkkamer naar het park

1:3

1:3

10

Bebouwingsgrens

11

Parkkamergrens

20

Parkkamer

6

12

Afbeelding 3.12 referentie droog Essen-iepenbos (min. 15 jaar na aanleg)

Afbeelding 3.13 referentie Abelen-iepenbos (min. 15 jaar na aanleg)

Afbeelding 3.14 referentie rietoevers

Afbeelding 3.16 referentie nat hooiland met grote ratelaar

Afbeelding 3.15 referentie vochtig hooiland met echte koekoeksbloem

BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

31

Bron: Breda City App, paviljoen John Körmeling

Afbeelding 3.17 Park Valkenberg Breda, 0,5 ha

Afbeelding 3.18 Ruimte in Park Valkenberg met speeltuin en paviljoen

vervangen door helden van kien BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

32

Bron: Het Groene Woud Foto: Martine de Vente

Afbeelding 3.19 Helden van Kien Sint Oedenrode, 2,5 ha

Afbeelding 3.20 De Helden van Kien Sint-Oedenrode

Bron: AT5

Afbeelding 3.21 Groot kinderbad Amsterdamse Bos, 1,5 ha

Afbeelding 3.22 Kinderbad in Amsterdamse Bos

resterend gebied

max. 33,3 % Parkkamer 'Small' Water 0 - 2 haen tuin resterend gebied

max. 1000 m2 Gebouw footprint max. 1000 m2

Buitenruimte functie max. 33,3 % Water en tuin resterend gebied Parkkamer 'Small' 0 - 2 ha Buitenruimte functie max. 33,3 %

S, Kleine parkkamer (0 - 2 ha) Voorbeelden zijn functies als een paviljoen, speeltuin, waterspeelplaats, kwekerij, pluktuin, klimpark, heemtuin, scouting, beeldentuin, kinderboerderij of hertenkamp. Eis P.9 - Ruimtelijkheid Om het gevoel van open ruimte in het parkbos te waarborgen kennen kleine parkkamers een maatvoering die is afgestemd op de opgaande beplanting die de kamers omzoomt. De maximale doorsnede van de parkkamer in de lengterichting staat met verhouding 1:1 tot 1:10 in relatie tot de verwachte hoogte van 20-25 m van de volwassen bomen in het bos eromheen. Dit betekent dat de lengte van een kleine parkkamer (tot 2 ha) niet groter mag zijn dan 250 meter. Eis P.10 - Bereikbaarheid Kleine kamers zijn lopend en per fiets te bereiken. De parkkamers blokkeren het parknetwerk niet; doorgaande wandel- en fietspaden lopen langs of mogelijk door de parkkamer.

Water en tuin resterend gebied

Gebouw footprint max. 1000 m2

Kamerindeling voorbeeld 1

Kamerindeling voorbeeld 1

Kamerindeling voorbeeld 1

Afbeelding 3.23 Schematische verdeling functies kleine parkkamers

Voorbeeld 1 Kamerindeling voorbeeld 2

Kamerindeling voorbeeld 1 Kamerindeling voorbeeld 2

Kamerindeling voorbeeld 2

33

Kamerindeling voorbeeld 2

Voorbeeld 2 Kamerindeling voorbeeld 3 Kamerindeling voorbeeld 3

Kamerindeling voorbeeld 3

Kamerindeling voorbeeld 3

Voorbeeld 3

Afbeelding 3.24 Schematische voorbeelden inrichting kleine parkkamers

BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

3.2 AANVULLENDE EISEN

Gebouw footprint max. 1000 m2

Bron: Stadskweektuin

Afbeelding 3.25 Haarlemmer Kweektuin, 4 ha

Afbeelding 3.26 Kassen in Haarlemmer Kweektuin

BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

34

Bron: Pinterest

Afbeelding 3.27 Naerum volkstuinen, Denemarken 3,5 ha

Afbeelding 3.28 Naerum volkstuinen, Denemarken

Bron: Facebook Kaardebol

Afbeelding 3.29 Duurzaamheidscentrum Kaardebol met Vlindertuin en jeugdtuinen, Zutphen, 2,5 ha

Afbeelding 3.30 Luchtfoto van terrein Kaardebol

Parkkamer 'Medium' 2 - 5 ha Kamerindeling voorbeeld 1 Buitenruimte functie max. 33,3 %

M, Middenschaal, (2 - 5 ha)

Eis P.11 - Ruimtelijkheid De parkkamers van middenschaal hebben een sterk ruimtelijk karakter. Het zijn gelede groene ruimtes waarin bebouwing, buitenruimte en tuin in onderlinge samenhang het beeld bepalen. Eis P.12 - Bereikbaarheid Middelgrote parkkamers zijn bij voorkeur ontsloten via parkeerkamers aan de Parkweg, Spoorlaan of nieuw aan te leggen infrastructuur in zone 5. Middelgrote parkkamers zijn bij voorkeur op de fiets of lopend vanuit de parklaag bereikbaar, waarbij de auto op afstand in een parkeerkamer kan worden geparkeerd. Indien parkeren binnen de parkkamer wordt ingepast gelden de voorwaarden zoals opgenomen bij de grote parkkamers.

Water en tuin min. 33,3 %

Gebouw footprint max. 33,3 %

Voorbeeld 1 Kamerindeling voorbeeld 2 Kamerindeling voorbeeld 1

Afbeelding 3.31 Schematische verdeling functies middelschaal parkkamers

Kamerindeling voorbeeld 2 Kamerindeling voorbeeld 2

35

Voorbeeld 2 Kamerindeling voorbeeld 2

Kamerindeling voorbeeld 3 Kamerindeling voorbeeld 3 Kamerindeling voorbeeld 3

Voorbeeld 3

Kamerindeling voorbeeld 3

Afbeelding 3.32 Schematische voorbeelden inrichting middelgrote parkkamers

BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

Mogelijke invullingen waaraan gedacht wordt zijn een grote speeltuin, pannenkoekenrestaurant, klein sportpark (bijvoorbeeld tennis), kleinschalig festivalterrein, wave garden (surfen op kunstmatige golven), minigolf of horeca cluster.

Kamerindeling voorbeeld 1 Kamerindeling voorbeeld 1

BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

36

Afbeelding 3.33 Grote ligweide Amsterdamse Bos, 5 ha

Bron: Vrienden Amsterdamse Bos

Afbeelding 3.34 Een sportdag op de grote ligweide Amsterdamse Bos, 5 ha

Foto: TC Elzenhagen

Afbeelding 3.35 Tennispark in Vliegenbos, Amsterdam 2,5 ha

Bron: Woeste Westen

Afbeelding 3.36 Avonturenspeeltuin Woeste Westen Amsterdam 3 ha

BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

37

Onderschrift

Onderschrift

BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

38

Afbeelding 3.37 Stadslandgoed De Kemphaan Almere, uitsnede 16 ha

Bron: Staatsbosbeheer

Bron: Staatsbosbeheer

Afbeelding 3.38 Stadslandgoed De Kemphaan Almere

Afbeelding 3.39 Stadslandgoed De Kemphaan Almere

Kamerindeling voorbeeld 2

L, Grote schaal, (vanaf 5 ha)

Kamerindeling voorbeeld 2

Voorbeelden zijn grote sportparken en themaparken. Eis P.13 - Ruimtelijkheid Initiatieven in parkkamers groter dan 5 ha zijn mogelijk. Voorwaarde bij parkkamers die groter zijn dan 20 ha is dat de functie wordt geleed in meerdere ruimtes. Eis P.14 - Bereikbaarheid De grote parkkamers worden ontsloten via toegangswegen vanaf de Parkweg, de Spoorlaan en nieuw aan te leggen infrastructuur in zone 5. Parkeren wordt geïntegreerd in de parkkamer. Het parkeren is daarbij collectief en wordt centraal geclusterd. Parkeerterreinen hebben een groene, landschappelijke setting en zijn ingepast in de parksfeer. De afstand tussen bebouwing en parkeren is daarbij minimaal 20 m.

Voorbeeld 1

Buitenruimte functie max. 33,3 % Water en tuin min. 33,3 %

Kamerindeling voorbeeld 3 Gebouw footprint max. 33,3 % Kamerindeling voorbeeld 3

Voorbeeld 2 Afbeelding 3.40 Schematische verdeling functies grote parkkamers

Afbeelding 3.41 Schematische voorbeelden inrichting grote parkkamers

BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

39

'Large' Eis P.15Parkkamer - Toegankelijkheid 5 - 20 ha Parkeren binnen de parkkamer.

BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

40

Afbeelding 3.42 Speeltuin Oud Valkeveen, Naarden, 9 ha

Bron: Speelpark TripadvisorOud Valkeveen

Bron: Tripadvisor

Afbeelding 3.43 Speeltuin Oud Valkeveen Naarden, 9 ha

Afbeelding 3.44 Speeltuin Oud Valkeveen Naarden, 9 ha

BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

41

Bron:NH Gooi

Afbeelding 3.45 Speeltuin Oud Valkeveen Naarden, 9 ha

Bron: Cablepark Aquabest, foto: Peter Hermeling

Afbeelding 3.46 Aquabest als referentie voor invulling Parkhart

Afbeelding 3.47 Aquabest Best

BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

42

Bron: Cablepark Aquabest

Afbeelding 3.48 Beach club Aquabest Best

Afbeelding 3.49 Aquabest Best

Bron: IJzeren Man

Afbeelding 3.50 IJzeren Man Vught als referentie voor invulling Parkhart

Afbeelding 3.51 Strandpaviljoen IJzeren Man Vught

Het Parkhart is een parkkamer met enkele afwijkende regels. Eis. P.16 - Ruimtelijkheid Het Parkhart is belangrijke parkkamer voor PARK21 (circa 3 ha) die is gesitueerd aan de grote zwemplas in zone 2. Het Parkhart heeft een zeer sterke relatie met het strand en de plas. Het Parkhart wordt integraal opgehoogd tot het niveau van de kade rondom de ‘opgezette plas’. Dit versterkt de relatie tussen Parkhart en zwemplas. In tegenstelling tot de andere parkkamers wordt rondom het parkhart geen sloot aangelegd. Eis P.17 - Toegankelijkheid Het Parkhart is publiek toegankelijk en bevat horecapaviljoens en andere bij een recreatiestrand passende functies. Hierbij valt te denken aan speelvoorzieningen, kiosken, sanitaire voorzieningen, een uitzichtoren, een centraal plein voor kleine evenementen, etc. Bij het Parkhart is ook ruimte voor bijzondere watersporten: denk aan kabelski en golfsurfen op een speciale kunstmatige waterbaan. Eis P.18 - Bereikbaarheid Het Parkhart zal worden ontsloten via de Parkweg en een nieuwe HOV-halte aan de Zuidtangent. Bij het Parkhart zijn parkeerkamers voorzien van in totaal 2 ha. Nota bene: voor het Parkhart en de waterplassen in zone 2 is een separaat Regiedocument opgesteld (Regiedocument Deelgebied 2 IJweg e.o). Als gevolg van het geactualiseerde Masterplan PARK21 (2021) zal het Regiedocument Deelgebied 2 IJweg e.o. moeten worden herzien.

Het Parkhart betreft een unieke locatie in PARK21. In het regiedocument Deelgebied 2 IJ-weg en omgeving (november 2014) zijn de nadere kaders voor dit gebied opgenomen. Het Regiedocument voor dit gebied zal als gevolg van de Actualisatie van het Masterplan mogelijk nader worden herzien. Het betreft een bijzondere parkkamer, gelegen aan de recreatieplas. Hierdoor wordt de overgang tussen parklaag en parkhart/parkkamer anders vormgegeven.

43 BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

Parkhart (ZONE 2)

Zénith, Strasbourg (Frankrijk), Massimiliano & Doriana Fuksas

Afbeelding 3.52 Voorbeeld parkeerterrein met groene uitstraling

Afbeelding 3.53 Voorbeeld oprijlaan met open verharding

BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

44

Parkeerterrein Waterloopbos Marknesse

Afbeelding 3.54 Voorbeeld parkeerplaatsen met gewapend gras

Afbeelding 3.55 Voorbeeld parkeerplaatsen met open verharding

Kasteeltuinen Arcen (NL), Niek Roozen

Usine Thomson Guyancourt, Michel Desvigne Paysagiste

Afbeelding 3.56 Voorbeeld van parkeren onder bomen

Afbeelding 3.57 Voorbeeld parkeerterrein met ecologische inrichting

3.3 SPECIFIEKE EISEN

Eis P.20 - Parkeren Indien er sprake is van parkeren in de parkkamer dan is parkeren in een groene setting uitgangspunt. De groene aankleding bestaat uit een bomendak, groene wallen of hagen (minimale hoogte 1,20 m). Het is wenselijk loop- en fietsroutes over het parkeerterrein te begeleiden met bomen of beplanting hetgeen de aantrekkelijkheid van de parkeerplaats verhoogt. De parkeerplaats is deels onverhard (bijvoorbeeld uitgevoerd in gewapend gras) of open betontegels waarin water kan infiltreren en gras kan groeien. Dit zouden bijvoorbeeld minder intensief gebruikte plaatsen kunnen zijn op grotere afstand van de entree.

Afbeelding 3.58 Parkeerplaats met bomendak

45

Afbeelding 3.59 Parkeerplaats is deels onverhard (in gras) uitgevoerd

Parkeren ligt altijd los van de bebouwing (minimaal 20 m). Voor de te hanteren minimale maatvoering voor de parkeerplaatsen verwijzen we naar de Leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR) van de gemeente Haarlemmermeer.

Afbeelding 3.60 Parkeerplaats met bomen en hagen

BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

Eis P.19 - Inrichting parkkamers De leisure functies dragen in belangrijke mate bij aan de toekomstige identiteit van PARK21. Initiatiefnemers worden bij de realisatie van hun initiatief uitgedaagd het landschap als vertrekpunt te nemen. PARK21 en ondernemers kunnen zich onderscheiden door niet alleen aantrekkelijke functies te bieden maar ook te laten zien hoe invulling gegeven kan worden aan urgente maatschappelijke opgaven zoals klimaat, energietransitie en biodiversiteit. Dit kan bijvoorbeeld door toepassing groene daken, de aanleg van voldoende oppervlaktewater en natuurinclusieve oplossingen.

Foto: Vista

Bron: We Drive Solar

Afbeelding 3.63 Voorbeeld laadplein met zonnepanelen Triodos Bank

Afbeelding 3.64 Voorbeeld laadplein met zonnepanelen Triodos Bank

Solar carport Bloemendaal aan Zee: Rooftop Energy

Solar carport Bloemendaal aan Zee, Rooftop Energy

Afbeelding 3.65 Voorbeeld beschaduwing parkeerplaats met zonnedak

Afbeelding 3.66 Voorbeeld beschaduwing parkeerplaats met zonnedak

St. Pete Pier, Florida, Wannemacher Jensen Architects

St. Pete Pier, Florida, Wannemacher Jensen Architects

Afbeelding 3.61 Voorbeeld beschaduwing looproute met zonnedak

Afbeelding 3.62 Voorbeeld beschaduwing looproute met zonnedak

BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

46

Eis P.21 - Stellages met zonnepanelen Zonnepanelen gecombineerd met andere functies zijn duurzaam en een voorbeeld van slim ruimtegebruik. Stellingen met zonnepanelen boven parkeerplaatsen zijn onder voorwaarden gewenst. Naast energie leveren ze ook schaduw voor geparkeerde auto's of wandelaars. Met slimme, bidirectionele laders kunnen electrische auto's dienen als batterij om pieken in energieopwekking of energievraag op te vangen.

Op parkeerplaatsen mag maximaal 50% van de parkeerplaats bedekt zijn met zonnepanelen. De overige ruimte heeft dan het kenmerk ‘parkeren onder de bomen’. In een enkel geval zijn stellages boven looproutes denkbaar.

47 BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

De zonnedaken boven parkeerplaatsen kunnen functioneel worden vormgegeven of met iets meer luxe uitstraling (zie referentiebeeld Triodos). Uitgangspunt is dat er geen grote oppervlakten ontstaan maar dat het zonnedak geleed wordt. Bijvoorbeeld door een ritmiek van daken of door combinatie met een groen, waterbergend dak.

Edgelandhouse, Austin (U.S.A.), Bercy Chen Studio

Edgelandhouse, Austin (U.S.A., Bercy Chen Studio

Afbeelding 3.67 Voorbeeld grasdak

Afbeelding 3.68 Voorbeeld grasdak

Sengkang Riverside Park Childcare Centre (Singapore), Freight Architects

Thammasat University, Bangkok, Thailand (Landprocess, Kotchakorn Voraakhom)

Afbeelding 3.69 Voorbeeld groene wand

Afbeelding 3.70 Voorbeeld toegankelijk groen dak

Plane-Tree-Cube, Nagold (DE) Baubotanik, Ferdinand Ludwig

Plane-Tree-Cube, Nagold (DE) Baubotanik, Ferdinand Ludwig

Afbeelding 3.71 Voorbeeld groene wand

Afbeelding 3.72 Voorbeeld groene wand

BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

48

Vegetatiedaken hebben een gronddekking van minimaal 25 tot 50 cm. Deze zijn ingezaaid met inheemse kruidenmengsels op zandige, kleiige of veenachtige substraten. Op deze wijze gaan de groene daken ook echt ecosystemen vormen en water bufferen. Bomen, struiken en waterpartijen kunnen ook onderdeel van vegetatiedaken zijn. Een deel van de vegetatiedaken kan worden uitgevoerd als gazon. Denk aan de groene helling op de bibliotheek van de TU Delft (afbeelding 4.37). Gazon moet dan ook een expliciet onderdeel zijn van het ontwerpconcept van het gebouw. In PARK21 worden de zogenaamde sedumdaken niet beschouwd als vegetatiedak. Hierin worden veel exoten gebruikt en de gronddekking is minimaal. Groene wanden, of zogenaamde verticale tuinen, zijn ook zeer gewenst. Verticale tuinen kunnen een spectaculaire toevoeging vormen aan de architectuur van bebouwing en dragen ook bij aan de natuurwaarden in het park, mits inheems plantmateriaal wordt toegepast. Eis P.23 - Water compensatie Bebouwd/verhard oppervlak (ook stellages met zonnepanelen) in parkkamers moeten gecompenseerd worden met open water. Binnen het oppervlakte van de parkkamer (dus binnen de grens van de parkkamer) dient voldoende water te worden gecompenseerd. Voor de geldende eisen hiervoor verwijzen we de Keur van het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Eis P.24 - Materialen PARK21 kent een eigen huisstijl van meubilair, verlichting en bebording die bijdraagt aan de herkenbaarheid van het park als geheel. Bij

publiek toegankelijke parkkamers of openbare delen van parkkamers is deze huisstijl uitgangspunt. Bij afsluitbare parkkamer is dit anders. Zodra je een kaartje koopt kom je in een andere entourage. Hier zijn verbijzonderingen en toevoegingen aan het standaardpalet van de openbare ruimte van PARK21 mogelijk. Waar mogelijk vragen we om gebruik te maken van materialen met een natuurlijke uitstraling. Voor een goede waterhuishouding en een parkachtige sfeer bestaan verhardingen zoveel mogelijk uit geperforeerde verhardingen, elementenverharding of half-verharding. Asfalt of grote betonplaten zijn ongewenst. Paden kunnen ook in het gras ‘uit’ gemaaid worden. Het vormprincipe is vrij. Eis P.25 - Hekwerken Fysieke afsluiting dient zoveel mogelijk op een natuurlijke en landschappelijke manier te worden vormgegeven, bijvoorbeeld met water. De waterpartijen rondom de parkkamers zijn zo bedoeld en maakt hekwerken rondom overbodig. Hekwerken zijn alleen toegestaan als zij opgenomen worden in hagen en beplantingssingels. Bij de entree is een toegangshekwerk wel toegestaan.

49 BEELDKWALITEIT PARKKAMERS

Eis P.22 - Vegetatiedaken/wanden Het is gewenst om in PARK21 zoveel mogelijk groene daken aan te leggen. Dat past ook bij de Sustainable Development Goals en het streven om de leisure in het park maximaal natuur inclusief vorm te geven.

BEELDKWALITEITPARKCONCEPT BEBOUWING

50

Foto: Danny fotografie

In dit hoofdstuk behandelen we de algemene eisen en wensen aan de beeldkwaliteit van de hoofdbebouwing en gebouwaanhorigheden. in de parkkamers. Park21 is een stedelijk park, waarin de initiatieven in het park een integraal onderdeel van de parkbeleving vormen. De bebouwing die benodigd is om deze initiatieven te herbergen vormt daarmee een integraal onderdeel van het park. De initiatieven met al hun bijkomstigheden zoals hoofdbebouwing, installaties, opslag, parkeren, sportvelden of tuinen zijn gevestigd in de parkkamers. Een parkkamer vormt daarmee een eenheid die integraal ontworpen en aangelegd dient te worden. De bebouwing maakt integraal onderdeel van deze eenheid uit. De uitstraling van de parkkamers is groen, de uitstraling voor de gebouwen in de parkkamer is 'gebouwen in het groen'. Denk hierbij aan luchtige paviljoens in een groene omgeving, of bijvoorbeeld gebouwen met een verwijzing naar de Nederlandse (glas)tuinbouw zoals kassen.

Naast eisen aan de beeldkwaliteit streeft de gemeente Haarlemmermeer naar maximale integratie van de Sustainable Development Goals (SDG) in de gebouwen in de leisure laag. Voor Park21 zijn dat de volgende hoofddoelen: 1. 2. 3. 4. 5.

Circulair bouwen en leven Genereren hernieuwbare energie en reduceren van CO2 uitstoot Biodiversiteit stimuleren Lokale economie stimuleren Creëren van maatschappelijke meerwaarde

51 BEELDKWALITEIT BEBOUWING

4.

Beeldkwaliteit bebouwing

Brandweerkazerne van Surhuisterveen - JOUS Architecten

Afbeelding 4.1 - Circulair bouwen

Afbeelding 4.2 - Integratie duurzame energie en CO2 neutraal bouwen

Bron: Jochem Kühnen

Mercatorbad Amsterdam - VenhoevenCS

Afbeelding 4.3 - Biodiversiteit, natuurinclusief bouwen

Afbeelding 4.4 - Biodiversiteit, natuurinclusief bouwen

Bron: Jur Engelchor fotografie

Bron: Vista

Afbeelding 4.5 - Lokale economie stimuleren

Afbeelding 4.6 - Maatschappelijke meerwaarde

BEELDKWALITEIT BEBOUWING

52

Eis B.1 - Initiatieven in de parkkamer Alle bebouwing voor functies/initiatieven staat in een parkkamer. Eis B.2 - Randen van de parkkamer Bebouwing in de parkkamer geeft ruimte aan de kavelrand van de parkkamer. Toelichting bij eis B.2 Bebouwing in de parkkamer staat terug ten opzichte van de kavelrand, zodat deze vanuit het park benaderd ruimte maakt en niet de parkbezoeker confronteert. Eis B.3 - Gebouwen in de parkkamer De uitstraling en invulling van de parkkamer is groen/landschappelijk, gebouwen voegen zich naar het landschap. Toelichting bij eis B.3 Er zijn beperkingen aan de footprint en het bouwvolume gesteld per formaat parkkamer (S,M,L) om het landschappelijke karakter te garanderen. Eis B.4 - Thema bebouwing in de parkkamer Het thema van de gebouwen in de parkkamer is 'gebouwen in het groen'. Toelichting bij eis B.4 De SDG voor Park21 bestaan uit 5 hoofddoelen vertaald naar bebouwing: 1. 2. 3. 4. 5.

Inzetten op Circulair bouwen en leven; sluiten van materiaalkringlopen Inzetten op genereren hernieuwbare energie en reduceren CO2 productie Inzetten op integratie van biodiversiteit; natuurinclusief bouwen Inzetten op stimuleren lokale economie Inzetten op creëren van maatschappelijke meerwaarde met de initiatieven

Eis B.5 - Sustainable Development Goals De 5 SDG (Sustainable Development Goals) dienen aantoonbaar geïntegreerd te worden in de bebouwing van de parkkamer. Eis B.6 - Samenhang landschap en bebouwing De bebouwing en de inrichting van de parkkamer zijn per parkkamer in samenhang ontworpen. Eis B.7 - Bebouwingshoogte Het gros van de gebouwen in de parkkamers blijven onder de hoogte van de bomen in de parklaag, die circa ca. 20m. hoog worden. Incidentele hoogteaccenten zijn toegestaan en wenselijk binnen Park21 als geheel (zie eis B.17). Eis B.8 - Alzijdigheid gebouwen Gebouwen in de parkkamer zijn alzijdig, 'achterkanten' worden vermeden of zorgvuldig in het landschap van de parkkamer opgenomen. Eis B.9 - Verrommeling parkkamer Verrommeling van de parkkamer dient vermeden te worden: nevengebouwen en gebouwaanhorigheden zoals technische installaties, opslag of vuilopslag zijn geïntegreerd in de hoofdbebouwing (zie toelichting op p. 73). Eis B.10 - Naamgeving en reclame op gebouwen Reclame-uittingen of naamgeving op of aan een gebouw blijven sterk ondergeschikt aan het gebouw (zie toelichting verderop). Eis B.11 - Bebouwingsverlichting Gebouwverlichting van de gebouwen in de parkkamers overschreeuwt zijn omgeving niet. Gebouwen in de parkkamers dienen te "gloeien", niet te "stralen" of "schitteren" (zie toelichting op p. 75).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=1edcaebc-553c-4244-9e26-28d8714c307b