CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit d.d. 19 juni 2024

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 11 juni 2026, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV De Nieuwe Kom: positief ruimtelijk advies project 'Mercator' te Nieuw-Vennep (13437142)23.251 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Project Mercator, Nieuw-Vennep Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit

projectnummer 0489717.100 revisie 04 19 juni 2024

www.anteagroup.nl

Project Mercator, Nieuw-Vennep Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit projectnummer 0489717.100 documentnummer 01 revisie 04 19 juni 2024

Opdrachtgever VOF Nieuw-Vennep Centrum Postbus 371 2400 AJ Alphen aan den Rijn

datum 19 juni 2024

beschrijving Motivering BOPA

vrijgave

datum 19 juni 2024 projectnummer 0489717.100 betreft Project Mercator, Nieuw-Vennep

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding en doel Ligging en begrenzing van het project Buitenplanse afwijking van het (tijdelijke) Omgevingsplan Leeswijzer

5 5 6 7

2.

Bestaande situatie

8

3.

Omschrijving project ‘Mercator’

10

4.

Motivering en participatie

13

4.1 4.2

Planologische en stedenbouwkundige onderbouwing Participatie

13 13

5.

Beleidskaders en programma’s

15

5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.4 5.4.1 5.4.2 5.4.3 5.5 5.5.1 5.5.2 5.5.3 5.5.4

Inleiding Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020 Instructieregels Rijk (AMvB’s) Ladder voor duurzame verstedelijking Luchthavenindelingsbesluit Schiphol (LIB) Provinciaal beleid Omgevingsvisie NH2050 Omgevingsverordening NH2022 Woonagenda 2020-2025 & Woonakkoord Amstelland-Meerlanden 2021-2025 Regionaal beleid Beleid waterschap Hoogheemraadschap van Rijnland Regionaal waterprogramma Noord-Holland Intentieovereenkomst Aardgasvrije Nieuwbouw Metropoolregio Amsterdam Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 Verdichtingsvisie Haarlemmermeer 2040 Programmatische aanpak energietransitie Haarlemmermeer Beeldkwaliteitsplan Nieuwe Kom, 2022

15 15 15 15 17 18 19 19 20 20 21 21 23 24 25 25 26 26 27

6.

Resultaten relevante onderzoeken milieu- en omgevingsaspecten

29

6.1 6.1.1 6.1.2 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9 6.10 6.11 6.12 6.13 6.14

Verkeer en parkeren Verkeer Parkeren Geluid Luchtkwaliteit Bodemkwaliteit Kabels en leidingen Omgevingsveiligheid Natuur Water en watersystemen Klimaatadaptatie Duurzaamheid Archeologie Cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw Ontplofbare Oorlogsresten (OO) Bedrijven en milieuzonering / milieubelastende activiteiten

29 29 30 31 34 35 36 37 39 40 43 44 44 46 47 49

datum 19 juni 2024 projectnummer 0489717.100 betreft Project Mercator, Nieuw-Vennep

6.15 6.16

Beschermen van de gezondheid Mer-beoordeling

51 52

7.

Economische uitvoerbaarheid

53

7.1

Financieel economische haalbaarheid

53

8.

Conclusie

54

blad 4 van 58

datum 19 juni 2024 projectnummer 0489717.100 betreft Project Mercator, Nieuw-Vennep

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel Het centrum van Nieuw-Vennep ontwikkelt zich de komende jaren tot een kloppend hart voor Nieuw-Vennep. Het gebied wordt onder de naam ‘Nieuwe Kom’ uitgebreid met een mix van woningen (koop en huur), winkels, horeca en maatschappelijke voorzieningen. Het doel van het project Nieuwe Kom is de herontwikkeling van de bestaande kom tot een levendig en functioneel centrumgebied. Onderdeel hiervan is het bouwplan ‘Mercator’. De locatie van dit bouwplan is gelegen in het centrum van Nieuw-Vennep, aan de Venneperstraat. Ter plaatse liggen gronden die in het verleden in gebruik waren ten behoeve van het centrum met winkels en woningen. Na sloop in 2021 liggen de gronden braak. Er is een plan opgesteld met gestapelde woningbouw, met op de begane grond een nieuwe supermarkt alsmede enkele overige commerciële ruimtes, passend binnen het centrum van Nieuw-Vennep. De beoogde activiteiten met wonen, winkels en een supermarkt passen binnen het vigerende tijdelijke omgevingsplan. Bouwkundig (activiteit bouwen) is het bouwplan op enkele onderdelen echter niet passend binnen de bouwregels uit het tijdelijke omgevingsplan. De ontwikkeling wordt wel wenselijk geacht en is passend binnen de plannen voor de Nieuwe Kom.

Om het initiatief duurzaam planologisch in te passen is de initiatiefnemer voornemens een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit (BOPA) aan te vragen, voor de strijdigheid met de activiteiten bouwen en parkeren. Deze omgevingsvergunning wordt aangevraagd op grond van artikel 8.0a lid 2 van het besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Hierin staat dat een omgevingsvergunning alleen wordt verleend voor een BOPA mits de ontwikkeling zorgt voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het doel van deze motivering is om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. Deze motivering dient ten behoeve van de voorgenoemde omgevingsvergunning. Voor het plan Mercator wordt gekozen voor een BOPA. In de motivering van een BOPA wordt onderbouwd dat er sprake is van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Net als bij de vroegere Wabo-procedure, wordt bij een BOPA in beginsel de planologische wijziging tegelijkertijd aangevraagd met de bouwaanvraag. Dit betekent dat op het moment van aanvragen het bouwplan (VO/DO) al gereed moet zijn. Voor het plan Mercator is dit (bijna) het geval. Dit rechtvaardigt een omgevingsvergunning voor een BOPA. Procedure De Omgevingswet gaat uit van snelle en eenvoudige procedures voor alle vergunningen die verleend moeten worden.

Dit betekent dat in principe voor alle plannen de korte (reguliere) procedure uitgangspunt is en daarmee hoofdregel van de omgevingswet. Hiermee is de kruimelregeling komen te vervallen. De beslistermijn voor de korte procedure is normaliter maximaal 8 weken (eventueel +6 weken bij verlenging van de beslistermijn). Daarna is er nog bezwaar en beroep mogelijk. Evenwichtige Toedeling Van Functies Aan Locaties Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) betekent dat er een balans bestaat tussen verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Het omgevingsplan bevat voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) (artikel 4.2 lid 1). In de voorliggende motivering is een verantwoording gegeven, waaruit blijkt dat er met de ontwikkeling ‘Mercator’ sprake is van een ETFAL.

1.2

Ligging en begrenzing van het project Onderhavig besluitgebied ligt in het centrum van Nieuw-Vennep, grenzend aan winkelcentrum De Symfonie. De locatie ligt globaal tussen de Venneperstraat, Gelevinkstraat, Poststraat en Schoolstraat en is kadastraal bekend als gemeente Haarlemmermeer, sectie F, perceelnummer 1932, 1933, 2076 (gedeeltelijk), 2529, 3669, 3633, 3635, 4070, 5091 (gedeeltelijk), 5237 en 5238. Daarnaast worden er parkeerplaatsen aangevraagd op perceel 1704.

blad 5 van 58

datum 19 juni 2024 projectnummer 0489717.100 betreft Project Mercator, Nieuw-Vennep

Figuur 1-1 Stratenplan ter hoogte van het centrumgebied van Nieuw-Vennep. Met de rode contour is het besluitgebied geduid. Bron: planviewer.nl

Ten noordwesten van het plangebied bevindt zich een parkeerterrein (zie figuur 1-1). Dit parkeerterrein wordt met 40 parkeerplaatsen uitgebreid. Zie paragraaf 6.1.2 voor meer informatie over parkeren.

1.3

Buitenplanse afwijking van het (tijdelijke) Omgevingsplan Toetsingskader Het vigerende ruimtelijke regime betreft het tijdelijke omgevingsplan. Dit omgevingsplan bestaat uit: (ruimtelijke) regels uit verschillende, per 1 januari 2024, vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen. In het geval van het plangebied betreft dit het bestemmingsplan “Nieuw-Vennep Centrum 2010” zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Haarlemmermeer op 10 juni 2010. Aan de gronden binnen het besluitgebied is de bestemming ‘Centrum - 1’ en ‘Verkeer’ toegekend. Voorts vigeert voor de locatie het bestemmingsplan ‘Parapluplan parkeerregels’ en het bestemmingsplan “Parapluplan wonen”.

Figuur 1-2 Uitsnede van verbeelding behorend bij het bestemmingsplan "Nieuw-Vennep Centrum 2010". Het besluitgebied is rood omkaderd.

Beoordeling Op de voor ‘Centrum - 1’ aangewezen gronden zijn activiteiten voor onder andere detailhandel, dienstverlening, horeca tot en met categorie 3 van de Staat van Horeca-activiteiten, wonen vanaf de eerste verdieping en (ondergronds) parkeren toegelaten. Binnen ‘Centrum-1’ is een bouwvlak opgenomen met toegestane bouwhoogtes variërend van 12 meter tot maximaal 15 meter. Binnen het bouwvlak is het toegestaan gebouwen ten behoeve van bovengenoemde functies te realiseren. Daarbij geldt ingevolge de regels dat de maximale omvang van dienstverlening ten hoogste 3.500 m² bedraagt en de maximale omvang van detailhandel ten hoogste 6.750 m².

blad 6 van 58

datum 19 juni 2024 projectnummer 0489717.100 betreft Project Mercator, Nieuw-Vennep

De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor onder andere wegen, woonstraten, fiets- en voetpaden, parkeren en groen. Het realiseren van gebouwen is binnen deze bestemming, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van speelvoorzieningen en verkeersvoorzieningen, niet toegestaan. De beoogde activiteiten passen binnen het vigerende tijdelijke omgevingsplan. Het bouwplan kent twee activiteiten die strijdig zijn met het tijdelijke omgevingsplan: • Activiteit bouwen: de maximale toegestane bouwhoogte wordt overschreden en er is een kleine overschrijding voor bouwen buiten het bouwvlak. • Activiteit verkeer: de voorziene verbindingsbrug voor de parkeergarage past niet in het tijdelijke omgevingsplan. Het “Parapluplan parkeerregels” strekt tot het van toepassing verklaren van de parkeernormen van de gemeente Haarlemmermeer in geval nieuwe ontwikkelingen worden gerealiseerd. Een parkeerbalans is opgenomen in voorliggende motivering. Het “Parapluplan wonen” introduceert nieuwe begrippen en regels om enkel het gebruik van woningen door één huishouden toe te staan. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de realisatie van het bouwplan niet passend is op basis van het tijdelijke omgevingsplan.

De beoogde buitenplanse omgevingsplanactiviteit voorziet in de motivering om een projectafwijkingsbesluit volgens de omgevingswet te nemen, aan de hand van het doorlopen van de reguliere procedure. Hierin worden de strijdige activiteiten bouwen en parkeren getoetst aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

1.4

Leeswijzer De Motivering ‘Mercator’ is opgebouwd uit 8 hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie van het besluitgebied beschreven. In hoofdstuk 3 wordt de toekomstige situatie en de ontwikkeling beschreven. Vervolgens wordt er in hoofdstuk 4 een stedenbouwkundige onderbouwing en participatie informatie gedeeld. In hoofdstuk 5 is het relevante beleidskader geschetst. Hier op volgend komen in hoofdstuk 6 de betreffende milieu hygiënische en planologische aspecten aan bod. In hoofdstuk 7 wordt de economische haalbaarheid beschreven. De conclusie word in hoofdstuk 8 beschreven.

blad 7 van 58

datum 19 juni 2024 projectnummer 0489717.100 betreft Project Mercator, Nieuw-Vennep

2.

Bestaande situatie Ruimtelijke structuur Nieuw-Vennep Nieuw-Vennep is na Hoofddorp in grootte de tweede kern van Haarlemmermeer. Nieuw-Vennep is bij de aanleg van de polder als zogenaamd kruisdorp gesticht op de kruising van de Hoofdvaart en de Vennepertocht. Aan beide zijden van de Hoofdvaart en de Vennepertocht werden wegen aangelegd. In het centrum van Nieuw-Vennep herinnert een brede groensingel (deels parkeerterrein) langs de Venneperweg nog aan de hier gedempte Vennepertocht. Het dorp bestond aanvankelijk uit vier kwadranten met een oppervlakte van ongeveer twee hectare rond dit kruispunt. In de eerste honderd jaar na de drooglegging bleef de bebouwing hier lange tijd geconcentreerd. De bevolking groeide van 1.589 inwoners in 1920 tot 2.408 inwoners in 1947. Na de tweede wereldoorlog stelde de gemeente een tweede uitbreidingsplan vast, waarin de Dreven het belangrijkste element vormen. Om de diepe kavels beter te kunnen benutten wordt er gebouwd achter de eerste ontwikkeling. Hier ontstaan erven met een gevarieerd karakter (1950). Tot in de jaren zestig werd het gebied binnen de Dreven langzaam opgevuld. Hier werden overwegend geschakelde of vrijstaande eengezinshuizen gebouwd. In iedere wijk zijn royale groen- en sportterreinen aanwezig. Langs de Venneperstraat en de Kerkstraat ontwikkelde zich een klein winkelcentrum. Nieuw-Vennep telde in 1960 bijna 5.000 inwoners.

In de tweede helft van de zestiger jaren en in de zeventiger jaren van de twintigste eeuw heeft Nieuw-Vennep een bijzonder snelle groei doorgemaakt. In 1972 telde het dorp ruim 10.000 inwoners. Door de bouw van de woonwijk Linquenda (1970-1975) steeg de bevolking tot ruim 15.000 in 1980. Daarna blijft een kwart eeuw lang het inwonertal nagenoeg gelijk. Met de bouw van de VINEX-woonwijk Getsewoud (1997- 2008), goed voor nog eens 17.000 inwoners, komt aan de concentrische groei een einde. Aan de westkant van het oude dorp komt er een even groot dorp bij. Daar waar het centrum eerst centraal lag ten opzichte van het dorp, hemelsbreed circa één kilometer van het station Nieuw-Vennep en één kilometer van de Nieuwerkerkertocht, is het zwaartepunt van de bevolking in westelijke richting verschoven. Ruimtelijke en functionele structuur Centrumgebied Het besluitgebied bevindt zich binnen het centrumgebied van Nieuw-Vennep (westelijke kwadrant) en maakte daar tot voor kort ook functioneel onderdeel van uit. De gronden waren recent nog bebouwd en in gebruik ten behoeve van o.a. detailhandel, dienstverlening en wonen. Vooruitlopend op de beoogde herontwikkeling binnen het besluitgebied zijn de opstallen in 2021 gesloopt. Voorafgaand aan de sloop stonden de panden al enige tijd leeg. Wat resulteerde in een desolaat en sobere uitstraling richting de omgeving.

Figuur 2-1 Satellietfoto ter hoogte van de Venneperstraat (2022) besluitgebied (bron: Streetsmart)

blad 8 van 58

datum 19 juni 2024 projectnummer 0489717.100 betreft Project Mercator, Nieuw-Vennep

Figuur 2-2 Aanzicht vanuit de Venneperstraat op het besluitgebied (2023). Bron: Streetview 2022

Figuur 2-3 Aanzicht vanuit de Venneperstraat op het besluitgebied in de tijd dat deze nog bebouwd was (2020). Bron: Streetview 2022

blad 9 van 58

datum 19 juni 2024 projectnummer 0489717.100 betreft Project Mercator, Nieuw-Vennep

3.

Omschrijving project ‘Mercator’ Visie centrumgebied de Nieuwe Kom De gemeente beoogt het centrumgebied van Nieuw-Vennep te voorzien van een uitbreiding en kwaliteitsimpuls. Het beoogde beeld en de sfeer van de toekomstige ‘Nieuwe Kom’ betreft een functioneel en levendig centrum van een groot dorp waar gewoond, gewinkeld en gerecreëerd wordt en waar gebruik wordt gemaakt van culturele en maatschappelijke functies. Het Beeldkwaliteitplan Nieuwe Kom bevat de uitgangspunten voor het nieuwe centrumgebied: • Het creëren van een compleet en compact centrum waar gewinkeld en gerecreëerd kan worden en waar het verblijf niet uitsluitend aan winkelen is gekoppeld.

Een centrum met culturele en maatschappelijke functies, met ruimte voor verblijf en ontmoeten en een mix van woningen, groen, horeca, cultuur en commerciële en maatschappelijke voorzieningen; • Het creëren van een netwerk van openbare ruimtes passend bij een centrumgebied: grote en kleine winkelstraten, intieme verblijfsruimtes en een levendige centraal plein met verblijfskwaliteit en diverse functies zoals groen, en kleinschalige evenementen; • Het toevoegen van woonkwaliteit passend bij een centrumgebied met kenmerkende diverse openbare ruimtes, waar een balans wordt gevonden tussen de reuring van het openbare leven en de rust van het privédomein; • Toevoegen van groen, zoals bomen, groene daken en gevels, groene hoven en dergelijke; • Het creëren van duurzame klimaatadaptieve en hittebestendige bebouwing en openbare ruimte; • Een vastgestelde route voor de bevoorrading van winkels; • Er is hiërarchie aangebracht in de routing voor auto/fietser/voetganger waarbij de ontsluiting voor het parkeren integraal is afgewogen; • Het parkeren opnemen als integraal onderdeel van het stedenbouwkundig plan; • Locatie C1a, C1b en C2 doorontwikkelen in het stedenbouwkundige plan in de geest van het eind model van het stedenbouwkundig plan uit 2003: gesloten blokken rond een privé-hof.

Hierdoor komen er nieuwe straten in het plan met hun eigen sfeer en wordt het netwerk van openbare ruimtes rijker en diverser. In het Beeldkwaliteitsplan van 2010 werd Nieuwe Kom gezien als het centrum van een klein dorp waar door de ontwikkelingsstrategie van pandje voor pandje de dorpse sfeer van een historisch gegroeid centrum zou moeten worden bewerkstelligd. Sinds 2010 is het aantal inwoners in Nieuw-Vennep toegenomen. Door de geplande ontwikkelingen (Nieuw-Vennep West, de Pionier + Bolsterrein) zullen er vele duizenden inwoners bij komen waardoor Nieuw-Vennep binnen afzienbare tijd gaat veranderen van een klein dorp in een groot dorp. Binnen deze context is het doel een omgeving te maken met de sfeer van een groot dorp waarin recht wordt gedaan aan de geschiedenis van Nieuw-Vennep evenals aan aanstaande ontwikkelingen zoals de verdubbeling van het aantal inwoners in de komende jaren. Om een gemoderniseerd, levensvatbaar, groen en functierijk centrumgebied te realiseren is het wenselijk ruimte te bieden aan projectmatige aanpak waarbinnen (flexibele) commerciële ruimtes, maatschappelijke en culturele voorzieningen, wonen, verblijven en parkeren integraal worden ontworpen.

blad 10 van 58

datum 19 juni 2024 projectnummer 0489717.100 betreft Project Mercator, Nieuw-Vennep

Figuur 3-1 Plangebied Nieuwe Kom. Het onderhavig besluitgebied is gelegen binnen een gebied aangeduid als 'kop C2' en 'Kop C1'. Bron: Beeldkwaliteitsplan Nieuwe Kom, 2022

Het besluitgebied ligt binnen een gebied dat in het nieuwe beeldkwaliteitsplan uit 2022 is aangeduid als ‘kop C2’ en ‘kop C1’, gelegen aan de Venneperstraat. Beoogd beeld in deze gebieden is de concentratie van winkels gesitueerd in de Venneperstraat, alsmede in de complexen de Symfonie en het Venneperhof. Boven een deel van de winkels wordt gewoond. De bebouwing heeft een centrumkarakter met een hogere dichtheid dan gebruikelijk is in Nieuw-Vennep en voorzien van aaneengesloten gevelwanden. Besluitgebied Binnen de kader van de Nieuw Kom en het nieuwe Beeldkwaliteitplan is plan ‘Mercator’ ontwikkeld. Mercator bestaat uit twee bouwmassa’s met wisselende gevels, dakranden en plinten (begane grond), die in uitstraling wel ‘familie’ zijn van elkaar. Elk gebouw bestaat uit een begane grond met voorzieningen, een parkeerverdieping op de eerste bouwlaag en twee of drie woonlagen op de verdiepingen daarboven. De parkeerverdiepingen van beide gebouwen worden verbonden door twee transparante bruggen. Tussen de twee gebouwen blijft hiermee ruimte bestaan voor een doorgang naar het achterliggende gebied. De beoogde voorzieningen die zich vestigen binnen het besluitgebied bestaan uit een nieuwe supermarkt en commerciële ruimten (overige dagelijkse en nietdagelijkse detailhandelsvoorzieningen).

De bebouwing bestaat uit gesloten bouwblokken die aan de buitenzijde grenzen aan de openbare ruimtes van het centrum, en aan de binnenzijde aan een collectief (woon)hof. Programmatisch houdt het beoogde bouwplan het volgende in: Tabel 3-1 Programma ‘Mercator’ Programma

Bvo

Toelichting

Wonen

6.895 m2

81 koopappartementen

Supermarkt

2.333 m2

Commerciële ruimte

536 m2 *)

Overige dagelijkse detailhandel

Commerciële ruimte

1.095 m2

Niet-dagelijkse detailhandel

Totaal

10.859 m2

*) Inclusief verkeersruimte

blad 11 van 58

datum 19 juni 2024 projectnummer 0489717.100 betreft Project Mercator, Nieuw-Vennep

Bevoorrading van de supermarkt vindt plaats in de Doorgang. De Doorgang is te zien in figuur 3-3, de straat tussen de twee bouwblokken. Binnen het besluitgebied zijn hiertoe opstelplaatsen gereserveerd. De parkeervoorzieningen op de verdieping zijn via een hellingbaan aan de Poststraat te bereiken. Autoverkeer wordt daarmee uit het winkelgebied geweerd. Navolgend zijn twee impressies van het planvoornemen opgenomen.

Figuur 3-2 Impressie vanuit de Gelevinkstraat (bron: Stefanova Architecten BV)

Figuur 3-3 Beoogde nieuwe inrichting van het terrein (bron: Stefanova Architecten BV)

blad 12 van 58

datum 19 juni 2024 projectnummer 0489717.100 betreft Project Mercator, Nieuw-Vennep

4.

Motivering en participatie

4.1

Planologische en stedenbouwkundige onderbouwing Kader Om tot een conclusie te komen of de beoogde ontwikkeling van voorliggende motivering past op de aangewezen locatie wordt er in deze paragraaf gekeken naar de volgende aspecten: • Een planologische onderbouwing waarom de functie past op de locatie • Een stedenbouwkundige onderbouwing • Een onderbouwing waarom het project past binnen de huidige stedenbouwkundige structuur Beoordeling In paragraaf 1.3 in voorliggende motivering is het bouwplan getoetst aan het tijdelijke omgevingsplan. Hieruit zijn 2 kleine strijdigheden naar voren gekomen in de activiteiten bouwen en activiteit verkeer: • Activiteit bouwen: de maximale toegestane bouwhoogte wordt overschreden en er is een kleine overschrijding voor bouwen buiten het bouwvlak. • Activiteit verkeer: de voorziene verbindingsbrug voor de parkeergarage past niet over de gronden van activiteit verkeer. Het overige deel van het bouwplan is passend op de aangewezen locatie. Dit geldt ook voor details zoals de overstekken van de balkons, die afhankelijk van de straat 30-100 cm. uitsteken boven openbaar gebied met de bestemming Verkeer. Het bestemmingsplan stelt dat ten aanzien van het bouwen ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, schoorstenen, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing blijven, mits de overschrijding van de bouwgrenzen niet meer dan 1 m. bedraagt.

Het bouwplan Mercator is volledig in lijn met de uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan de Nieuwe Kom (zie hoofdstuk 3 voor de uitgangspunten). Zo zorgt de ontwikkeling voor een compleet en compact centrum waar gewinkeld, gerecreëerd en gewoond kan worden. Het voornemen zal leiden tot een mix van woningen en detailhandel (met daarbij een supermarkt). Met het realiseren van groene binnenpleinen voor de bewoners van Mercator zorgt het voornemen voor woonkwaliteit passend bij een centrumgebied. Het bouwplan is voorzien van alle nodige eisen voor zowel klimaatadaptatie als duurzaamheid. Daarnaast is er een parkeer en verkeer onderzoek uitgevoerd. Tot slot zijn de boogde overstekken van de balkons passend binnen het beeldkwaliteitsplan. Voor de Venneperstraat en Gelevinkstraat bedraagt deze 100 cm. naar buiten ten opzichte van het gevelvlak. Voor de Poststraat en De Doorgang bedraagt deze 30 cm. naar buiten ten opzichte van het gevelvlak. Het bouwplan Mercator past goed binnen het besluitgebied. In figuur 3-1 is te zien dat het besluitgebied zich bevindt in ‘kop C2’ en ‘kop C1’, gelegen aan de Venneperstraat. Beoogd beeld in deze gebieden is de concentratie van winkels gesitueerd in de Venneperstraat, alsmede in de complexen de Symfonie en het Venneperhof. Boven een deel van de winkel wordt ook gewoond. De bebouwing heeft een centrumkarakter.

Het bouwplan Mercator is in lijn met het beoogde beeld binnen de aanduidingen (C1 en C2). Conclusie De beoogde ontwikkeling van voorliggende motivering is in lijn met de uitgangspunten die gelden op de aangewezen locatie. Het bouwplan zorgt voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de kleine strijdigheid met betrekking tot de activiteiten bouwen (bouwhoogte en bouwen buiten het bouwvlak) en activiteit verkeer is deze motivering tot stand gekomen.

4.2

Participatie Informatiebijeenkomst Op 20 april 2022 heeft de initiatiefnemer van het bouwplan een informatiebijeenkomst georganiseerd. Deze bijeenkomst is bijgewoond door circa 20 omwonenden en ondernemers (bewoners en ondernemers met direct zicht op de locatie uit de Venneperstraat, Venneperhof, Schoolstraat en Elemastraat), vertegenwoordigers van

blad 13 van 58

datum 19 juni 2024 projectnummer 0489717.100 betreft Project Mercator, Nieuw-Vennep

de Dorpsraad Nieuw-Vennep, de gemeente Haarlemmermeer en BIZ. Tijdens de informatiebijeenkomst is het bouwplan gepresenteerd. De presentatie is na afloop met de deelnemers gedeeld. Na afloop van de presentatie is er ruimte geweest voor het stellen van vragen. Hiervan is verslag gedaan, bijgevoegd als bijlage 1 bij deze Ruimtelijke motivering. Informatiemarkt De afgelopen 2 jaar, op 8 juli 2023 en 11 juni 2022 was initiatiefnemer voor het project Mercator aanwezig bij de jaarlijkse informatiemarkt, georganiseerd door de gemeente, op het Harmonieplein in centrum van NieuwVennep. Het doel van de informatiemarkt was om bewoners van Nieuw-Vennep bij te praten over de diverse (ruimtelijke) ontwikkelingen. Mercator had een eigen kraampje waarin visualisaties van het project werden getoond. Tijden de informatiemarkt is gesproken met direct omwonenden rond het plangebied van Mercator, maar ook met andere mensen uit de omgeving. Waaronder geïnteresseerden die wel in Mercator zouden willen wonen. Informatiebijeenkomst februari 2024 Op 15 februari 2024 heeft initiatiefnemer een inloopavond georganiseerd in het ontmoetingscentrum aan het Harmonieplein in het centrum van Nieuw-Vennep om het geoptimaliseerde plan te presenteren. Voor de inloopavond is dezelfde groep omwonenden uitgenodigd als op de informatiebijeenkomst op 20 april 2022.

Daarnaast zijn geïnteresseerden uitgenodigd die zijn ingeschreven op de projectenwebsite van Mercator. Circa 150 personen hebben de informatieavond bezocht. Op de inloopavond werden door initiatiefnemer visualisaties van het project getoond. Dit waren een situatietekening, plattegronden, aanzichten en 3D renderingen vanuit verschillende perspectieven. Op deze avond kwam voornamelijk naar voren dat men erg uitkijkt naar de ontwikkeling omdat een behoorlijk deel van het centrum al jaren leegstand en verloedering kent. Daarnaast wordt het hoge voorzieningenniveau in de directe omgeving gewaardeerd. Enkele direct omwonenden maken zich zorgen over de parkeervoorzieningen in het openbaar gebied. Zij hebben geen eigen parkeerplek en moeten (steeds) grotere afstanden afleggen tussen een parkeerplek en de voordeur van het appartementencomplex. Initiatiefnemer heeft aangegeven dat de ontwikkeling van Mercator voldoet aan de parkeerbalans en dat voor de verdere inrichting van het openbaar gebied de bewoners in gesprek moeten met de gemeente Haarlemmermeer. Directe buren Door de tijd heen zijn diverse gesprekken geweest met de eigenaren van de opstallen die direct grenzen aan het perceel waar Mercator wordt ontwikkeld, dit zijn Koophuis makelaardij en Parfumwebshop.nl.

Parfumwebshop.nl heeft voornamelijk zorgen over de omvang van Mercator en de impact die dit heeft ten opzichte van de huidige situatie. In de gesprekken is door initiatiefnemer aangegeven dat het plan wordt ontwikkeling binnen de planologische mogelijkheden van het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). Om enigszins tegemoet te komen zijn de bergingen van blok C2 wat van de erfgrens naar voren geschoven. De relatie tussen initiatiefnemers en de directe buren is goed en de gesprekken zullen ook na indiening van de omgevingsvergunning worden voorgezet Vooroverleg Artikel 16.55 van de omgevingswet luidt: ‘De gemeenteraad kan gevallen van activiteiten aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is, kan worden ingediend.’ Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Vóór het opstarten van de procedure wordt deze BOPA ter vooroverleg opgestuurd naar de diverse instanties.

Tervisielegging De resultaten van de tervisielegging zullen te zijner tijd worden verwerkt in onderhavige motivering.

blad 14 van 58

datum 19 juni 2024 projectnummer 0489717.100 betreft Project Mercator, Nieuw-Vennep

5.

Beleidskaders en programma’s

5.1

Inleiding De beleidscontext voor het besluitgebied wordt gevorm door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevantie beleid samengevat.

5.2

Rijksbeleid

5.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020 Kader Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie vervangt integraal de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Tegelijkertijd met het vervallen van de SVIR vervalt ook het Nationaal Milieubeleidsplan. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking.

Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Beoordeling De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk is. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is bovendien op een schaalniveau die het onderhavig plangebied overstijgt. Conclusie Het planvoornemen past binnen de Nationale Omgevingsvisie.

5.2.2

Instructieregels Rijk (AMvB’s) Kader Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in getreden. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is gewijzigd in de Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s). In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan de rijksinstructieregels. De hoofdonderwerpen van deze regels zijn: • Waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl); • Beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl); • Beschermen van de gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4 Bkl), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; • Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 5.129g Bkl);

blad 15 van 58

datum 19 juni 2024 projectnummer 0489717.100 betreft Project Mercator, Nieuw-Vennep

• •

•

Het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6 Bkl) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7 Bkl), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl).

Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: • De activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van de instructieregels; • De omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbreidingsbesluit); • De omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of rijk, belemmert. Beoordeling Voorliggend plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en het radarstation op Schiphol. Rondom deze radarstations mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. De maximale toegestane hoogte van bouwwerken in het radarverstoringsgebied van radarstation Schiphol bedraagt 19 meter boven N.A.P., oplopend met 0,25 graden tot een punt gelegen 15 kilometer vanaf de radarantenne. In het onderhavige plan wordt geen bebouwing mogelijk gemaakt boven de maximale toegestane hoogtes. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor radarstations.

Figuur 5-1 Ligging van het besluitgebied binnen het radarverstoringsgebied van Schiphol en radarstation Herwijnen. Met de rode aanwijzer wordt het besluitgebied aangeduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2022

Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige besluitgebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkeling in lijn is met de instructieregels uit het Bkl.

blad 16 van 58

datum 19 juni 2024 projectnummer 0489717.100 betreft Project Mercator, Nieuw-Vennep

5.2.3

Ladder voor duurzame verstedelijking Kader In paragraaf 5.1.5.4 artikel 5.129g van het Bkl staat de ladder voor duurzame verstedelijking. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Met de toevoeging van dit artikel in het Bkl is beoogd vanuit een oogpunt van ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. Er wordt daarom rekening gehouden met: • De behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en • Als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1 Bkl laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden.

Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uiteen worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. Beoordeling De Ladder is alleen van toepassing op een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe bestemmingsplan meer bebouwing mogelijk maakt, of dat er een functiewijziging van zodanige aard en omvang plaats vindt dat om die reden sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In het Bkl is geen ondergrens voor de minimale omvang van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Het gaat hierbij zowel om fysiek ruimtebeslag als de wijziging of toevoeging van functies. Onder de Omgevingswet blijft een toetsing van woningbouw en overige ontwikkelingen aan de ladder voor duurzame verstedelijking nodig (artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving).

Wonen Onderhavig tijdelijke omgevingsplan maakt de toevoeging van maximaal 81 woningen mogelijk. Ingevolge jurisprudentie is er vanaf de ontwikkeling van 12 woningen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die getoetst moet worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Detailhandel Daarnaast voorziet de ontwikkeling in 3.804 m2 bvo aan detailhandel, waarvan 2.333 m2 voor een supermarkt, 376 m2 voor overige dagelijkse detailhandel en 1.095 m2 voor niet dagelijkse detailhandel. In het vigerende bestemmingsplan ‘Nieuw-Vennep Centrum 2010’ geldt voor het plangebied de bestemming ‘Centrum 1’. Binnen deze bestemming is het mogelijk om detailhandel, dienstverlening, educatieve, sociale, culturele, medische en/of levensbeschouwelijke voorzieningen en/of voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, horeca, en wonen vanaf de eerste verdieping te realiseren. Daarbij is de omvang voor detailhandel gemaximaliseerd op 6.750 m2. In de toekomstige situatie wordt het totaal aantal m2 detailhandel ca. 3.804 m2 bvo. Er is geen sprake van een toevoeging van het aantal m2 detailhandel. De ontwikkeling van detailhandel betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling en hoeft daarom niet getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

Wel zal in het kader van ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ de behoefte aan detailhandel moeten worden onderbouwd. Deze onderbouwing is opgenomen in bijlage 2. Conclusie De beoogde ontwikkeling betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is doorlopen (bijlage 2). De ontwikkeling sluit aan op de ladder voor duurzame verstedelijking. Daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

blad 17 van 58

datum 19 juni 2024 projectnummer 0489717.100 betreft Project Mercator, Nieuw-Vennep

5.2.4

Luchthavenindelingsbesluit Schiphol (LIB) Vanaf 20 februari 2003 is het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) van kracht, welke nadien enkele malen is gewijzigd. Dit besluit wijst rond het luchthavengebied een beperkingengebied aan. Binnen dat gebied gelden regels voor beperkingen van bestemming en gebruik van grond. Het gaat om beperkingen voor bebouwing, hoogte en het realiseren van vogelaantrekkende bestemmingen, vogelaantrekkend gebruik, windturbines en lasers. Deze paragraaf gaat in op deze beperkingen en eventuele gevolgen voor het planvoornemen. Bebouwing en gebruik Binnen het besluitgebied gelden geen beperkingen voor bebouwing en het gebruik daarvan als bedoeld in artikel 2.2.1 tot en met 2.2.1.e van het LIB voor het externe veiligheidsrisico en de geluidbelasting door het luchthavenverkeer. Het besluitgebied ligt namelijk niet in een aan- en uitvliegroute van het vliegverkeer en daarnaast op een grote afstand van de luchthaven. Hoogte Voor het hele besluitgebied gelden wel hoogtebeperkingen op basis van de artikelen 2.2.2 en 2.2.2a van het LIB. De hoogtebeperkingen zorgen ervoor dat vliegtuigen op een veilige manier van en naar de luchthaven Schiphol kunnen vliegen. De maximaal toegestane hoogte op grond van artikel 2.2.2 bedraagt 100+ meter NAP. Deze bouwhoogte wordt bij lange na niet overschreden.

Vogelaantrekkende bestemmingen en vogelaantrekkend gebruik In een gebied rondom Schiphol is het niet toegestaan om vogelaantrekkende bestemmingen en vogelaantrekkend gebruik mogelijk te maken volgens het LIB. Dit voorkomt concentraties vogels in de nabijheid van de luchthaven die hinderlijk kunnen zijn voor vliegtuigen. Onder vogelaantrekkende bestemmingen en vogelaantrekkend gebruik wordt verstaan: industrie in de voedselsector met extramurale opslag of overslag; viskwekerijen met extramurale bassins; opslag of verwerking van afvalstoffen met extramurale opslag of verwerking; natuurreservaten en vogelreservaten; moerasgebieden en oppervlaktewateren groter dan 3 hectare. Dit plan maakt geen vogelaantrekkende bestemmingen en vogelaantrekkend gebruik mogelijk en is evenmin gelegen binnen een beperkingsgebied. Windturbines en lasers Rondom de luchthaven Schiphol wijst het LIB een toetszone aan waarin extra beperkingen voor windturbines en vaste laserinstallaties gelden. Deze regels moeten hinder voor landend en startend vliegverkeer voorkomen en een goede werking van de luchtverkeersapparatuur waarborgen. Windturbines kunnen hierop namelijk van extra invloed zijn door onder andere hun hoogte en de aanwezigheid van bewegende delen.

Het gebruik van laserinstallaties met een bepaalde lichtintensiteit op de grond en in de directe omgeving van Schiphol kan de vliegveiligheid ook beïnvloeden. Voor nieuwe windturbines geldt een maximaal toegestane tiphoogte van 35 meter of bij plaatsing van een dakturbine op een gebouw een maximale tiphoogte van de turbine van 5 meter waarbij de hoogte van het gebouw inclusief de tiphoogte van de turbine de 35 meter niet mag overschrijden. Uiteraard blijven daarnaast de eerder genoemde hoogtebeperkingen gelden. Afwijking van één van de hoogtebeperkingen is niet toegestaan tenzij een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart is verkregen. Ook voor nieuwe laserinstallaties met een bepaalde lichtintensiteit binnen de toetszone is een dergelijke verklaring van geen bezwaar nodig. Voor dit ruimtelijk plan hebben de extra beperkingen geen gevolgen omdat de bouw- en gebruiksmogelijkheden die het plan biedt voldoen aan de gestelde beperkingen c.q. niet zien op windturbines/ lasers. Conclusie Het planvoornemen is in overeenstemming met het LIB. De maximale bouwhoogte van de nieuwbouw is gelegen onder de maximaal toegestane hoogte op grond van het LIB. Daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

blad 18 van 58

datum 19 juni 2024 projectnummer 0489717.100 betreft Project Mercator, Nieuw-Vennep

5.3

Provinciaal beleid

5.3.1

Omgevingsvisie NH2050 Kader De "Omgevingsvisie NH2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid" is op 19 november 2018 door Provinciale Staten van Noord-Holland vastgesteld. De Omgevingsvisie NH2050 betreft een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening. In de omgevingsvisie heeft de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vastgelegd en heeft zij tevens aangegeven hoe zij deze visie denkt te zullen realiseren. Het uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat Noord-Holland een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau heeft. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid, zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Dit is de hoofdambitie. In de omgevingsvisie worden ook subambities genoemd op het gebied van de leefomgeving, het gebruik van de leefomgeving en de energietransitie. De ambities ten aanzien van de leefomgeving luiden: • Klimaatverandering: Noord Holland moet voorbereid zijn op klimaatverandering en waterrobuust worden ingericht. • Gezondheid en veiligheid: de ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van bodem-, water- en lucht, externe veiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond.

Gestreefd wordt naar een gezonde leefomgeving, wat inhoudt: een woon-werkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico's en die een gezonde levensstijl ondersteunt. • Biodiversiteit en natuur: de ambitie is om de biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Dit betekent dat ontwikkelingen zoveel mogelijk natuurinclusief zullen zijn. De ambities ten aanzien van het gebruik van de leefomgeving luiden: • Economische transitie: de ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. Economische ontwikkelingen dienen qua aard, omvang en vorm aan te sluiten bij de regio of plek. • Wonen en werken: de ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. Daarbij moet woningbouw, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends, vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden worden gepland. • Mobiliteit: de ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Clustering van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe.

• Landschap: de ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. De ambities ten aanzien van de energietransitie is tot slot dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. Beoordeling Voor onderhavige locatie is met name het uitgangspunt uit de Omgevingsvisie van belang dat de woningbouwbehoefte (en andere stedelijke functies) vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden wordt gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Het besluitgebied ligt in het bestaande stedelijke gebied en voorziet in een behoefte aan woningen en voorzieningen in Nieuw-Vennep (zie tevens hoofdstuk 3). Het planvoornemen is daarmee in overeenstemming met het provinciale beleid zoals vervat in de Omgevingsvisie. Het planvoornemen neemt ook maatregelen op gebied van biodiversiteit en waterretentie. Biodiversiteit wordt bevorderd door de daktuinen en dak bergingen natuurinclusief in te richten met inheemse beplanting. Op deze

blad 19 van 58

datum 19 juni 2024 projectnummer 0489717.100 betreft Project Mercator, Nieuw-Vennep

daktuinen worden ook retentiekratten voor wateropvang gerealiseerd. Daarnaast wordt in de ontwikkeling aandacht gegeven aan gevelgroen en plaatsen van bomen. Conclusie De beoogde ontwikkeling is passend binnen de provinciale Omgevingsvisie NH2050.

5.3.2

Omgevingsverordening NH2022 Kader Bij de Omgevingsvisie hoort een Provinciale Omgevingsverordening. Op 11 januari 2024 is de omgevingsverordening NH2022 in werking gegaan en vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. In de Omgevingsverordening zijn de regels vastgelegd waaraan het Omgevingsloket in Noord-Holland moeten voldoen. De Omgevingsverordening stelt algemene regels aan (tijdelijke) omgevingsplannen met als doel het veiligstellen van de provinciale belangen. Beoordeling Het voorliggende plangebied is gelegen binnen Bestaand stedelijk gebied (BSG). De provincie geeft gemeenten binnen BSG veel beleidsvrijheid. De provincie stimuleert om ruimtelijke ontwikkelingen zoveel als mogelijk binnen het BSG te realiseren. Binnen het BSG is het wel van belang dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen regionaal worden afgestemd. Artikel 6.13 gaat hierover en luidt: 1. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid.

De provincie heeft in haar verordening geregeld dat een (tijdelijke) omgevingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakt schriftelijke afspraken (artikel 6.13 Omgevingsverordening). Uit paragraaf 5.2.3 en 5.3.3 blijkt dat de voorgestane ontwikkeling past binnen de regionaal gemaakte afspraken. Hiermee wordt voldaan aan artikel 6.13 van de Omgevingsverordening NH2022. Op grond van artikel 6.75 dient de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico's van klimaatverandering. Deze beschrijving dient in te gaan op het risico op wateroverlast, overstroming, hitte en droogte en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om deze risico's te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Ten behoeve van de beschrijving is overleg met in ieder geval het waterschap in wiens beheersgebied de ontwikkeling plaatsvindt noodzakelijk. In paragraaf 6.10 zijn onder andere uitgangspunten op het gebied van klimaatadaptatie beschreven. Er heeft overleg plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Daarnaast wordt het plan in het kader van het wettelijk vooroverleg voorgelegd aan de provincie Noord-Holland en het Hoogheemraadschap van Rijnland. Het onderhavige planvoornemen is passend binnen de regels zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsverordening NH2022. Conclusie De beoogde ontwikkeling is passend binnen de provinciale Omgevingsverordening NH2022.

5.3.3

Woonagenda 2020-2025 & Woonakkoord Amstelland-Meerlanden 2021-2025 Kader In de Woonagenda 2020 - 2025 heeft de provincie bepaald dat er voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen moeten komen. De woningbouwproductie moet omhoog, waarbij binnenstedelijk bouwen de voorkeur heeft. Buitenstedelijk zijn er ook mogelijkheden, maar dient er wel sprake te zijn van zorgvuldig ruimtegebruik. De afstemming binnen de regio gebeurt via op te stellen 'woonakkoorden' tussen provincie en gemeenten. Voor Haarlemmermeer betreft dit het Woonakkoord Amstelland-Meerlanden.

blad 20 van 58

datum 19 juni 2024 projectnummer 0489717.100 betreft Project Mercator, Nieuw-Vennep

Het Woonakkoord Amstelland-Meerlanden 2021-2025 (28 mei 2021) is een bestuurlijk akkoord tussen de provincie Noord-Holland en de zes gemeenten in de regio Amstelland-Meerlanden: gemeente Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Haarlemmermeer, Ouder-Amstel en Uithoorn. De provincie en AM-gemeenten stellen in het Woonakkoord de volgende prioriteiten: • We verbinden ons aan versnelling van de woningbouwrealisatie met een betaalbaar, aantrekkelijk en duurzaam woonaanbod voor verschillende doelgroepen; • We willen de bestaande betaalbare woningvoorraad beter benutten; • Als er knelpunten zijn in de samenwerking, dan maken we die zoveel mogelijk bespreekbaar – en werken we samen aan een oplossing; • Samen sterk in de regionale samenwerking: waar mogelijk trekken we als partners op – binnen AM en de MRA en naar het Rijk. Ieder vanuit eigen rol en verantwoordelijkheid. De behoefte aan extra woningen doet zich voor in alle prijsklassen, zowel huur als koop, maar betaalbare woningen zijn een belangrijk aandachtspunt. Voor Haarlemmermeer is afgesproken de woningbouw te versnellen. De geraamde extra woningbehoefte in de periode 2020 tot 2030 is voor de regio AM 18.580 woningen. Het huidige tekort is hierin niet meegerekend. Dit is dus te zien als de minimale behoefte. De plannen van de gemeenten in deze regio voorzien op dit moment in ongeveer 38.000 woningen tussen 2020 en 2030.

Dit zijn zowel plannen waarvan de planologische procedure is afgerond (harde plancapaciteit), als plannen die nog in voorbereiding zijn of genomen moeten worden (zachte plancapaciteit). Het aandeel van Haarlemmermeer is hierin ongeveer 14.500 woningen. Ook als een deel van de plannen afvalt of wordt uitgesteld, lijken er voldoende plannen te zijn om in de extra woningbehoefte te voorzien en wellicht nog wat extra te bouwen om de druk te verlichten. De opgave ligt dan ook vooral op het ‘hard’ maken van de zachte plannen en uiteindelijk het daadwerkelijk realiseren van de voorgenomen plannen. Doel is het versnellen van de woningbouwrealisatie met een betaalbaar, aantrekkelijk en duurzaam woonaanbod voor verschillende doelgroepen. Beoordeling en conclusie Om de regionale doelstelling te kunnen behalen is het belangrijk dat de gemeente Haarlemmermeer de zachte plancapaciteit omzet in harde plancapaciteit. Met het voorliggende planvoornemen worden 81 woningen toegevoegd aan de harde plancapaciteit. Daarmee sluit het plan aan bij de ambities uit het woonakkoord en de woonagenda.

5.4

Regionaal beleid

5.4.1

Beleid waterschap Hoogheemraadschap van Rijnland Op 6 oktober 2021 heeft het algemeen bestuur van Rijnland het waterbeheerplan (WBP6) vastgesteld. In het Waterbeheerplan (WBP) geeft het hoogheemraadschap aan wat haar ambities voor de komende planperiode zijn en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. Het nieuwe WBP legt meer dan voorheen accent op het meebewegen met water in plaats van het strijden tegen water. De vijf hoofddoelen zijn waterveiligheid, voldoende water, schoon en gezond water, waterketen en Rijnland duurzaam en circulair. Wat betreft veiligheid is cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn én blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijke toekomstige dijkverbeteringen. Wat betreft voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten, goed te beheren en goed te onderhouden. Daarbij wil Rijnland dat het watersysteem op orde en toekomst vast wordt gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Immers, de verandering van het klimaat leidt naar verwachting tot meer lokale en heviger buien, perioden van langdurige droogte en zeespiegelrijzing. Schoon en gezond water is gericht op het verbeteren van de ecologische en chemische waterkwaliteit voor inwoners, bedrijven en natuur.

Voor het doel waterketen richt Rijnland zich erop de afvalwaterketen te optimaliseren en het afvalwater te zuiveren door minder energie en grondstoffen te gebruiken. Voor het laatste hoofddoel ‘Rijnland duurzaam en circulair’ werkt het hoogheemraadschap om de kringloop van grondstoffen, water en energie te sluiten, energie te besparen, en biodiversiteit te versteken. Het waterbeheerplan sorteert voor op deze ontwikkelingen.

blad 21 van 58

datum 19 juni 2024 projectnummer 0489717.100 betreft Project Mercator, Nieuw-Vennep

Rijnland is verantwoordelijk voor het waterbeheer, inclusief de Afvalwaterzuiveringsinstallatie (AWZI) en de waterstaatkundige veiligheid in het beheergebied. Om haar taak uit te kunnen oefenen maakt het hoogheemraadschap onder andere gebruik van de keur. In de keur staan regels ter bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken (zoals stuwen en gemalen). Zo is in de keur geregeld welke handelingen en activiteiten in en nabij watergangen, waterkeringen en waterbergingsgebieden niet zijn toegestaan zonder vergunning. Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft op 13 mei 2020 de meest recente Keur en de daarbij behorende uitvoeringsregels vastgesteld. Waterschapsverordening Sinds 1 januari 2024 heeft Rijnland een waterschapsverordening. Deze verordening vervangt de Keur. In de waterschapsverordening staan de regels voor bewoners en bedrijven die activiteiten doen bij oppervlaktewater, dijken en gemalen. Onderstaand staan de meest relevante artikelen voor de voorgenomen ontwikkeling. Dit is echter niet volledig en er dient gekeken te worden in de verordening. In Artikel 7.9 ‘Meer dan 5.000 m² hard oppervlak maken in andere gebieden’ is opgenomen dat een vergunning nodig is voor het maken van nieuwe bestrating, een nieuwe gesloten teeltvloer, een nieuwe weg of een nieuw pad, als: a.

de toename aan hard oppervlak van nieuwe de bestrating, gesloten teeltvloer, wegen, paden en bouwwerken bij elkaar groter is dan 5.000 m²; en b. dit is in een gebied zonder hoger gelegen zandgronden; en c. de grond nog geen hard oppervlak heeft. In Artikel 7.10 ‘Waterberging niet in oppervlaktewater’ is opgenomen dat een vergunning nodig is voor het maken van nieuwe bestrating, een nieuwe gesloten teeltvloer, een nieuwe weg of een nieuw pad als er op grond van artikel 41.3 of artikel 41.16 een verplichting is om waterberging te maken en deze waterberging niet plaatsvindt in oppervlaktewater. In Artikel 7.20 ‘Voorwaarden voor 500 m² tot en met 5.000 m² hard oppervlak in andere gebieden’ is opgenomen dat de voorwaarden uit afdeling 41.2 gelden bij het maken van nieuwe bestrating, een nieuwe gesloten teeltvloer, een nieuwe weg of een nieuw pad als: a. de toename aan hard oppervlak van nieuwe de bestrating, gesloten teeltvloer, wegen, paden en bouwwerken bij elkaar minimaal 500 m² is; en b. de toename aan hard oppervlak van nieuwe de bestrating, gesloten teeltvloer, wegen, paden en bouwwerken bij elkaar maximaal 5.000 m² is; en c. dit is in een gebied zonder hoger gelegen zandgrond, en d. de grond nog geen hard oppervlak heeft. In Artikel 21.1 ‘Lozen van afvloeiend hemelwater’ is opgenomen dat: 1.

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvloeiend hemelwater worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat hemelwater: a. niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening; b. geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en c. geen overig afvalwater van een kas als bedoeld in paragraaf 4.78 van dat besluit is. 2. In afwijking van het eerste lid wordt afvloeiend hemelwater afkomstig van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen, alleen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam geloosd als lozen op of in de bodem redelijkerwijs niet mogelijk is. 3. In afwijking van het eerste lid wordt afvloeiend hemelwater afkomstig van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen, alleen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam geloosd als lozen op of in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam of in een schoonwaterriool redelijkerwijs niet mogelijk is. In Artikel 22.1 ‘Lozen van huishoudelijk afvalwater’ is opgenomen dat: 1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam wordt huishoudelijk afvalwater alleen op een oppervlaktewaterlichaam geloosd als het lozen plaatsvindt buiten

blad 22 van 58

datum 19 juni 2024 projectnummer 0489717.100 betreft Project Mercator, Nieuw-Vennep

2.

3.

4.

een bebouwde kom of binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater wordt geloosd met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten meer bedraagt dan: a. 40 m bij niet meer dan 10 inwonerequivalenten; b. 100 m bij meer dan 10 maar minder dan 25 inwonerequivalenten; c. 600 m bij 25 of meer inwonerequivalenten maar minder dan 50 inwonerequivalenten; d. 1.500 m bij 50 of meer inwonerequivalenten maar minder dan 100 inwonerequivalenten; en e. 3.000 m bij 100 of meer inwonerequivalenten. De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het huishoudelijk afvalwater vrijkomt; en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd. In afwijking van het tweede lid, aanhef en onder a, wordt de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk bij voortzetting van het lozen van huishoudelijk afvalwater in het oppervlaktewaterlichaam dat voor 1 maart 1997 al plaatsvond, berekend vanaf het gedeelte van het gebouw dat zich het dichtst bij een vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk bevindt. In afwijking van het eerste lid kan huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd: a.

vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.

In Artikel 41.3 ‘Maken van waterberging’ is opgenomen dat: 1. De initiatiefnemer moet waterberging maken als het hard oppervlak 500 m 2 of groter is. 2. Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen afwijken van lid 1 als: a. de toename aan hard oppervlak maximaal 1 jaar aanwezig blijft en niet zorgt voor wateroverlast, en/of; b. het hard oppervlaklijnvormig is en neerslag niet versneld in het oppervlaktewater stroomt, en/of; c. het hard oppervlak zo wordt gemaakt dat de neerslag helemaal in de bodem zakt. In Artikel 41.16 ‘Maken van waterberging’ is opgenomen dat: 1. De initiatiefnemer maakt nieuw oppervlaktewater. 2. Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen met een maatwerkvoorschrift afwijken van lid 1 als: a. de toename aan hard oppervlak maximaal 1 jaar aanwezig blijft en niet zorgt voor wateroverlast, en/of; b. het hard oppervlaklijnvormig is en de neerslag niet versneld in het oppervlaktewater stroomt, en/of; c. het hard oppervlak zo wordt aangelegd dat de neerslag helemaal in de bodem zakt. In Artikel 41.12 ‘Grootte van de waterberging’ is opgenomen dat (samengevat): 1. Als neerslag in het oppervlaktewater kan komen, dan kan de waterberging minimaal 55 liter per m² toename hard oppervlak bergen. 2. De afvoer van de waterberging is 0,6 liter per uur per m² toename hard oppervlak . 3. De toename van hard oppervlak is het nieuwe hard oppervlak min het verwijderde hard oppervlak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=54fc816f-8cea-4da7-a33c-19a126c17556