Bijlage 3 BP Regels PARK21
Tekst van het document
PARK21
bestemmingsplan PARK21
Inhoudsopgave
Regels
5
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Algemene bepalingen Begrippen Wijze van meten
6 6 17
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Doelen PARK21 Parklaag Leisurelaag Polderlaag
19 19 21 22 23
Hoofdstuk3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Parklaag Werkingsgebied Functies Bouwwerken
24 24 25 27
Hoofdstuk4 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Leisurelaag Werkingsgebied Functies Bouwwerken Groen - Park
28 28 29 36 37
Hoofdstuk5 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16
Monitoring Oppervlakte leisure Stikstofdepositie Verkeer
39 39 40 41
Hoofdstuk6 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27 Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30 Artikel 31 Artikel 32 Artikel 33 Artikel 34 Artikel 35 Artikel 36 Artikel 37 Artikel 38 Artikel 39 Artikel 40
Polderlaag - functies Stikstofbepaling functies polderlaag Agrarisch Agrarisch - Paardenfokkerij Agrarisch - Paardenhouderij Bedrijf Bestemmingsplanactiviteit transformatie agrarische bedrijven Cultuur en ontspanning - Evenemententerrein Groen Landgoedbedrijf Maatschappelijk - Crematorium Tuin Verkeer Verkeer - Hoogwaardig openbaar vervoer Verkeer - Railverkeer Water Wonen Wonen - Bedrijfswoning Wonen - Voormalig agrarisch bedrijf Leiding - Brandstof Leiding - CO2 Leiding - Gas Leiding - Riool Leiding - Water Waarde - Archeologie 6
42 42 43 48 52 56 59 62 64 65 67 69 70 71 72 73 74 76 78 80 81 83 85 87 89
2
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan PARK21 Artikel 41
Waarde - Cultuurhistorie
91
Hoofdstuk7 Artikel 42 Artikel 43 Artikel 44 Artikel 45 Artikel 46 Artikel 47 Artikel 48
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Luchtvaartverkeerzone (LIB) Veiligheidszone - bevi Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Parkeren
92 92 93 94 95 96 97 98
Hoofdstuk8 Artikel 49
Kostenverhaal Kostenverhaal
99 99
Hoofdstuk9 Artikel 50 Artikel 51
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
100 100 101
Inhoudsopgave (vastgesteld)
3
bestemmingsplan PARK21
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan PARK21
Regels
Regels (vastgesteld)
5
bestemmingsplan PARK21
Hoofdstuk 1 Artikel 1
1.1
Algemene bepalingen
Begrippen
plan
het bestemmingsplan PARK21 met identificatienummer NL.IMRO.0394.BPGlgbPARK21000000-C001 van de gemeente Haarlemmermeer; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
150 kV-inkoopstation
een niet-publieke voorziening niet in beheer van de netbeheerder waar elektrische wisselstroom kan worden omgezet van 150 kilovolt naar een ander voltage 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge deze regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
aangewezen bouwplan
een krachtens artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening aangewezen bouwplan; 1.7
aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsuitoefening:
het in of aan huis uitoefenen van (vrije) beroepen en/of het in of aan huis ontplooien van bedrijfsmatige activiteiten door de bewoner(s) van dat huis en maximaal één werknemer, die door de beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met overwegend behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; 1.8
afhankelijke woonruimte
een bijbehorend bouwwerk bij een woning op één bouwperceel, waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg is gehuisvest; 1.9
agrarisch bedrijf
een bedrijf gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of het houden van dieren, daaronder begrepen houtteelt, zaadveredeling en de teelt van watergebonden organismen als planten, algen, weekdieren, schelpdieren en vissen, waarbij opslag van de door het bedrijf ter plaatse voortgebrachte producten en het vergisten van bedrijfseigen mest en co-substraten is toegestaan; 1.10
agrarisch bedrijf, intensieve veehouderij
een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf voor het houden van vee en pluimvee, waarbij dit houden van vee en pluimvee geheel of nagenoeg plaatsvindt in gebouwen. Het houden van melkrundvee, schapen of paarden wordt niet aangemerkt als intensieve veehouderij; 1.11
agrarisch handelsbedrijf
een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op de toelevering ten behoeve van agrarische bedrijven, dan wel een bedrijf dat fungeert als tussenhandel van agrarische producten;
6
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan PARK21
1.12
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden; 1.13
attractiepark
een leisurevoorziening waar ter ontspanning en vermaak verscheidene attractie- en speeltoestellen zijn opgesteld; 1.14
attractietoestel
een bouwwerk dat bestemd is voor vermaak en ontspanning waarbij mensen kunnen worden voortbewogen en waarbij van de zwaartekracht, motorisch vermogen en/of de fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt; 1.15
bebouwing
één of meerdere gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.16
bebouwingspercentage
een percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwvlak van het bouwperceel dat maximaal mag worden bebouwd; 1.17
bed & breakfast
een aan de woonfunctie ondergeschikte verblijfsvoorziening, bestaande uit het tegen betaling aanbieden van toeristisch en kortdurend verblijf in de woning en/of bijbehorende gebouwen. Een bed & breakfast wordt gerund door de hoofdbewoner(s) van de woning. De kamers ten behoeve van een bed & breakfast functioneren niet als zelfstandige wooneenheid; 1.18
bedrijf
een onderneming die goederen vervaardigt, bewerkt, installeert, inzamelt en/of verhandelt, evenals diverse vormen van opslag en logistiek, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.19
bedrijfsgebouw
een gebouw dat blijkens aard en indeling bruikbaar en noodzakelijk is voor de uitoefening van een bedrijf, met uitzondering van (bedrijfs)woningen; 1.20
bedrijfswoning
een woning die gezien ligging en functie bedoeld is voor bewoning door één huishouden waarvan de aanwezigheid gelet op de bestemming van een gebouw of terrein noodzakelijk is; 1.21
bestaand bouwwerk
het op de dag van het in ontwerp ter inzage leggen van dit plan legaal bestaand bouwwerk, evenals een bouwwerk dat wordt of mag worden gebouwd krachtens een voorafgaand aan deze dag verleende of krachtens een voor deze dag aangevraagde, maar nog te verlenen omgevingsvergunning; 1.22
bestaand gebruik
het gebruik, zoals aanwezig op de dag van het in ontwerp ter inzage leggen van dit plan, conform de geldende gebruiksregels of een omgevingsvergunning; 1.23
bedrijfsmatige exploitatie
het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer/exploitatie, dat in de logiesverblijven daadwerkelijk recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden worden geboden;
Regels (vastgesteld)
7
bestemmingsplan PARK21
1.24
beperkt kwetsbaar object
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen dan wel het Besluit externe veiligheid buisleidingen een grenswaarde of richtwaarde voor het plaatsgebonden risico is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.25
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.26
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.27
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.28
bijgebouw
een op zich zelf staand, niet voor bewoning bestemd al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.29
bollenteelt
een agrarisch bedrijf dat hoofdzakelijk middels opengrondse tuinbouwactiviteiten gericht is op de teelt van bloembollen, bolbloemen en knolgewassen; 1.30
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.31
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.32
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond; 1.33
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.34
bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel; 1.35
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.36
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
8
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan PARK21
1.37
chalet
een bouwwerk, bestaande uit een lichte constructie en lichte materialen, niet zijnde een kampeermiddel of stacaravan, dat naar aard en inrichting bedoeld is voor recreatief dag- en/of nachtverblijf; 1.38
consumentenvuurwerk
vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik; 1.39
cultuur en ontspanning
voorzieningen ten behoeve van cultuur en ontspanning, waaronder: podiumkunsten/(openlucht)theater, toeristische attracties, creativiteitscentra; 1.40
cultuurhistorischewaarden
de fysieke overblijfselen van de historie, zowel bovengronds (gebouwde monumenten) en ondergronds (archeologie) als het cultuurlandschap met zijn historische landschapselementen als verbinding daartussen; 1.41
dagrecreatie
verblijf buiten de woning voor recreatieve doeleinden zonder dat er een overnachting elders mee gepaard gaat; 1.42
datacenter
een bedrijf dat zich in hoofdzaak richt op het digitaal opslaan en verwerken van informatie op computers (servers); 1.43
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.44
dienstverlening
Het verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van economische en/of maatschappelijke diensten aan derden, met uitzondering van garagebedrijven en seksinrichtingen. Deze zijn onder te verdelen in: 1. consumentverzorgendedienstverlening: een commerciële voorziening, waar persoonlijke verzorging van consumenten plaatsvindt, waaronder kapperszaken, schoonheidsinstituten en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen; 2. zakelijke dienstverlening; een commerciële voorziening waar diensten worden verleend en/of contacten worden gelegd of commerciële handelingen worden uitgevoerd, waarbij het publiek rechtstreeks te woord wordt gestaan, uitgezonderd detailhandel. Voorbeelden van zakelijke dienstverlening zijn: reisbureaus, notariskantoren, advocatenkantoren en financiële instellingen; 3. maatschappelijke dienstverlening. een voorziening waar diensten op het gebied van (medische) gezondheidszorg, kunst, (sociaal-)cultureel, welzijn, woonzorg (waarbinnen woonzorgcentrum), kinderopvang, onderwijs en educatie, sport, uitgezonderd fitness, religie, overheid en vergelijkbare gebieden worden verleend, waaronder mede ondergeschikte nevenfuncties ten behoeve van de diensten worden begrepen; 1.45
duurzaamheid
een evenwichtige balans tussen de drie algemeen gebruikte domeinen van duurzaamheid: economie, natuur & milieu en sociaal-cultureel;
Regels (vastgesteld)
9
bestemmingsplan PARK21
1.46
duurzame energieopwekking
energie, opgewekt in productie-installaties die uitsluitend gebruikmaken van hernieuwbare energiebronnen; 1.47
evenement
een georganiseerde gebeurtenis, (openlucht)manifestatie, themadag of -week gericht op het bereiken van publiek voor commerciële, informerende, educatieve, culturele, sportieve, levensbeschouwelijke of daarmee gelijk te stellen doeleinden. Evenementen worden onderverdeeld in meldingsplichtige- en vergunningsplichtige A-, B-, en C-evenementen, waarbij een C-evenement de zwaarste categorie is met het hoogste risicoprofiel. 1.48
evenement met geluid
een evenement waarbij sprake is van versterkt geluid, hetzij door live muziek hetzij door gebruik van een microfoon e.d.; 1.49
evenement zonder geluid
een evenement waar alleen sprake is van onversterkt geluid; 1.50
exploitatiegebied
gebied als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder a van de Wet ruimtelijke ordening juncto artikel 7c, elfde lid, onder c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet; 1.51
extensief recreatief medegebruik
een vorm van recreatief medegebruik die nauwelijks of geen invloed heeft op de in de bestemmingsomschrijving van de bestemmingen gegeven doeleinden zoals wandelen, fietsen en dergelijke, al dan niet aangelegde en aanwezige voorzieningen, waarbij de recreatie geen substantieel beslag legt op de ruimte, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen, speel- en zonneweides en strandjes; 1.52
garagebedrijf
een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor onderhoud en reparatie van motorvoertuigen al dan niet met verkoop van auto's; 1.53
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.54
gevoelige functie
gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt; 1.55
groepsaccommodatie
gebouwen en/of gronden die geheel of gedeeltelijk zijn ingericht om daarin respectievelijk daarop gelegenheid te geven tot recreatief nachtverblijf in groepen, waarbij gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben; 1.56
glastuinbouwbedrijf
een agrarisch bedrijf waarbij de teelt van gewassen in een kas plaatsvindt onder gecontroleerde omstandigheden;
10
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan PARK21
1.57
hoofdgebouw
één of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.58
hoofdverblijf
de plaats waar een persoon zijn vaste woon- of verblijfplaats heeft; 1.59
hoogwaardig openbaar vervoer
stads- en streekvervoer, zowel bus of rail, dat voldoet aan hoge eisen op het gebied van de doorstroming (hoge gemiddelde rijsnelheid); 1.60
horeca
een bedrijfsfunctie die is gericht op het verstrekken van logies en/of ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie. De horeca-categorieën worden onderscheiden in Bijlage 9 Staat van Horeca-activiteiten. 1.61
hospitaverhuur
de verhuur van kamers in een woning waar de eigenaar zelf zijn hoofdverblijf heeft; 1.62
hotel
een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies met als nevenactiviteiten het verstrekken van ter plaatse te nuttigen maaltijden en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie; 1.63
huishouden
een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren; 1.64
icoonproject
opvallend landschapselement in het park dat symbool staat voor PARK21 en in de basisstructuur is gelegen. De icoonprojecten veroorzaken dynamiek (trekken bezoekers naar het park) die, naast een mooie groene omgeving, nodig is om de interesse van de nieuwe ondernemers te wekken voor het organisch doorontwikkelen van PARK21. Icoonprojecten geven uitdrukking aan karakter en sfeer van het gebied. 1.65
kampeerterrein
een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen dan wel geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf; 1.66
kampeermiddel
a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; b. enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, bedoeld voor recreatief nachtverblijf; 1.67
kantoor
een (deel van een) gebouw waarin directie en/of administratie van een (dienstverlenend) bedrijf zijn gevestigd; 1.68
kleinschalig kamperen
kleinschalig recreatief nachtverblijf op gronden met een andere hoofdfunctie, met gebruikmaking kampeermiddelen tot een in de regels aangegeven maximum aantal kampeermiddelen;
Regels (vastgesteld)
11
bestemmingsplan PARK21
1.69
kosten van de grondexploitatie
de kosten als bedoeld in artikel 6.13, eerste lis, onder c, sub1 en 2 Wet ruimtelijke ordening, die worden verhaald binnen het exploitatiegebied; 1.70
kunstobject
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat strekt tot het tot uitdrukking brengen van een kunstzinnig idee, door het op creatieve wijze vormgeven aan materiaal of materialen; 1.71
kunstwerk
een civiel bouwwerk, waaronder zijn begrepen aquaducten, bruggen, sluizen, tunnels en viaducten, alsook daarmee gelijk te stellen bouwwerken; 1.72
kwetsbaar object
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen dan wel het Besluit externe veiligheid buisleidingen een grenswaarde of richtwaarde voor het plaatsgebonden risico is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.73
landgoedbedrijf
een bedrijf dat voorziet in het onderhoud en beheer van een landgoed, waaronder in ieder geval wordt begrepen een werkplaats, opslag, kantoor en kantine; 1.74
landschapshotel
het landschapshotel bestaat uit een hoofdgebouw met logies functie in stijlvolle appartementen die opgaan in het landgoed en gelijktijdig onderscheidend zijn in aard en vorm. In het hoofdgebouw zijn ondersteunende functies samengebracht als receptie, restaurant en dergelijke. Het restaurant verbind stad en platteland en werkt in de regionale keuken met regionale producten. Het landschapshotel biedt ruimte aan kunst en cultuur uit en voor de regio in en rond het hotel; 1.75
landwinkel
een winkel met verkoop van overwegend in het plangebied en de omgeving daarvan van vervaardigde agrarische en aanverwante producten; 1.76
lawaaisport
een sportactiviteit waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd dat zodanig is dat het omgevingslawaai wordt overschreden, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, motorsport, (model)vliegsport; de jachtsport wordt hier niet onder begrepen; 1.77
leisure
een publieksgerichte (commerciële) voorziening ten behoeve van cultuur en ontspanning, vrijetijdsbesteding, recreatie en sport; 1.78
ligplaats
plaats waar een boot geankerd of afgemeerd is of kan worden; 1.79
logiesfunctie
alle vormen van logies / verhuur voor kortdurend recreatief verblijf aan derden met commerciële doeleinden. Die personen hebben elders hun hoofdverblijf; 1.80
maaiveld
de bovenkant van het oorspronkelijke dan wel (verhoogd of verlaagd) aangelegd terrein waar een gebouw zal worden opgericht;
12
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan PARK21
1.81
maatschappelijke voorzieningen
educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen, jeugd- en kinderopvangvoorzieningen, zorgvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.82
manege
een bedrijf gericht op het geven, dan wel faciliteren van paardensportinstructie, alsmede het geven van gelegenheid tot het (recreatief) houden en/of berijden van paarden, al dan niet in combinatie met ondergeschikte horeca-activiteiten en/of andere (hippische) evenementen; 1.83
mantelzorg
de langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt aangeboden aan een aantoonbare hulpbehoevende (zoals op fysiek en/of psychisch en/of psycho-sociaal vlak) door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtsreeks voortvloeit uit de sociale relatie; 1.84
maximaal aansluitvermogen elektriciteit
het maximale vermogen dat een elektriciteitsaansluiting van een functie aan kan; 1.85
megavoltampère (MVA)
een eenheid die wordt gebruikt om het schijnbaar vermogen van een elektrisch wisselspanningcircuit aan te duiden; 1.86
nevenactiviteit
een activiteit die in ruimtelijke en/of functionele zin ondergeschikt is aan de hoofdfunctie; 1.87
normaal (agrarisch) gebruik
het reguliere gebruik, dat gelet op de (agrarische) bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goede agrarische bedrijfsvoering en het agrarische gebruik van de gronden waarbij grondbewerkingen mogen worden uitgevoerd tot een maximale diepte van 1,5 meter. Voorbeelden van normaal agrarisch gebruik zijn: maaien, beweiden en bemesten van grasland, verbeteren van het grasland door het scheuren van de grasmat en het direct opnieuw inzaaien, (diep)ploegen en cultiveren van bouwland, verbouwen van akkerbouwgewassen, zoals mais in wisselteelt, maaien en schonen van sloot en slootkant, vervangen van en onderhoud aan drainage, het aanleggen van wegen ter directe ontsluiting van een agrarisch bouwperceel; 1.88
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van openbaar nut, zoals gas-, water-, elektriciteits- en communicatievoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de inzameling van afval; 1.89
ondersteunende horeca / dienstverlening / detailhandel
activiteiten dienende ter functionele ondersteuning van de hoofdactiviteit op een perceel; 1.90
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.91
overnachtingseenheid
een overnachtingseenheid is bestemd, ingericht en in gebruik voor het overnachten en het verblijf van gasten (toeristen) al dan niet in kampeermiddelen. Het kan bestaan uit een kampeerplaats, bed & breakfastkamer, vakantiehuisje of hotelkamer en wordt als eenheid gehuurd en gebruikt.
Regels (vastgesteld)
13
bestemmingsplan PARK21
1.92
parkkamer
een parkkamer bestaat uit: 1. een leisurefunctie of 2. een clustering van leisurefuncties; die begrensd wordt door openbaar gebied bestaande uit parklaag; 1.93
plattelandswoning
een bedrijfswoning, behorend tot of voorheen behorende tot een landbouwinrichting, die bewoond mag worden door derden, wiens huisvesting daar gelet op de bedrijfsvoering niet noodzakelijk moet worden geacht; 1.94
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met anderen tegen vergoeding; 1.95
recreatief medegebruik
een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; 1.96
recreatiewoning
een permanent aanwezig gebouw, bestemd om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar bewoond te worden uitsluitend voor recreatieve doeleinden; 1.97
restaurant
een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie; 1.98
restruimte
de ruimte tussen de capaciteit en de intensiteit, welke kan worden opgevuld door extra verkeer zonder dat dit tot verkeersafwikkelingsproblemen leidt; 1.99
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte of locatie waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichtingen wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.100
short stay appartement
een permanent aanwezig appartement, bestemd om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar gebruikt te worden uitsluitend voor recreatieve doeleinden; 1.101
snackbar
een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van al dan niet voor consumptie ter plaatse bereide etenswaren, met als nevenactiviteit het verstrekken van zwak- en niet-alcoholische dranken; hieronder begrepen 'cafetaria';
14
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan PARK21
1.102
stacaravan
een caravan of soortgelijk onderkomen, dat mede gelet op de afmetingen, niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen; 1.103
steiger
een beloopbare constructie, aangebracht tussen palen die in (het water) langs de oever staan; 1.104
speeltoestellen
klim-, klauter- of balanceertoestellen; 1.105
stikstofemissie
de stikstofemissie afkomstig van motorvoertuigbewegingen die samenhangen met het bezoeken en bevoorraden van een functie, voor zover die motorvoertuigbewegingen plaatsvinden buiten het bouwperceel waar de functie wordt verricht. 1.106
stikstofemissievanwege bezoekende motorvoertuigen
de stikstofemissie afkomstig van motorvoertuigbewegingen die samenhangen met het bezoeken en bevoorraden van een functie, voor zover die motorvoertuigbewegingen plaatsvinden buiten het bouwperceel waar de functie wordt verricht; 1.107
stikstofemissievanwege een functie
de stikstofemissie afkomstig van gronden en bouwwerken die onderdeel zijn van een functie, daaronder begrepen de stikstofemissie afkomstig van motorvoertuigen voor zover die stikstofemissie van motorvoertuigen plaatsvindt binnen het bouwperceel waar de functie wordt verricht; 1.108
stikstofsaldo
het stikstofsaldo dat op grond van het Stikstofemissiemonitoring PARK21 beschikbaar is voor de stikfstofemissie vanwege nieuwe functies, zoals bepaald aan de hand van de Methodiek Stikstofemissiemonitoring PARK21. 1.109
stille opslag
het voor langere tijd uitsluitend bewaren van goederen, zonder dat die opslag gepaard gaat met bedrijvigheid ter plaatse; 1.110
streekproducten
(agrarische) producten voor zover deze op het eigen bedrijf of andere bedrijven in de streek zijn voortgebracht en/of hooguit op ambachtelijke wijze op het eigen bedrijf zijn verwerkt of bewerkt; 1.111
themapark
een leisurevoorziening waar ter ontspanning en vermaak verscheidene attractie- en speeltoestellen zijn opgesteld met aankleding in de stijl van een bepaald thema. Een themapark heeft (in hoofdzaak) een educatief karakter en doel; 1.112
transformatie
permanent uit gebruik nemen van agrarische gronden en functiewijziging van deze gronden naar openbaar park al dan niet met leisurefuncties; 1.113
vaartuig
alle drijvende objecten, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, evenals woonschepen, glijboten en ponten;
Regels (vastgesteld)
15
bestemmingsplan PARK21
1.114
vakantiepark
een park met vakantiehuizen (recreatiewoningen, chalets en/of groepsaccommodaties) die verhuurd worden aan vakantiegangers en toeristen; 1.115
vakantieverhuur
het verhuren van een (zelfstandige) woning of gedeelte daarvan voor toeristische doeleinden, waarbij geen van de bewoners aanwezig is; 1.116
Verbeterd Droogmakerij Systeem (VDS)
een systeem voor het waterbeheer dat zich kenmerkt door een flexibel peil met een bandbreedte tussen het peil van de polderboezem en het oorspronkelijke zomerpeil van de vakbemaling: het verminderen van de aanvoer van zoetwater; het langer vasthouden van regenwater; het door hogere peilen tegengaan van de kwel; het verbinden van meerdere peilvakken met een stuw in plaats van een gemaal. Het Verbeterd Droogmakerij Systeem bestaat uit een samenstel van ringsloten en randsloten. 1.117
verblijfsrecreatie
het verblijf voor recreatieve doeleinden buiten de eerste woning, waarbij ten minste een nacht wordt doorgebracht, met uitzondering van overnachtingen bij familie en kennissen. Verbijfsrecreatie kan meerdere logiesvormen kennen. Verblijfsrecreatie is toegestaan in de vorm van een hotel, vakantiepark, bed & breakfast, kampeerterrein, camperplaatsen en groepsaccommodaties. Al deze logiesvormen kennen overnachtingseenheden. 1.118
volwaardig agrarisch bedrijf
een agrarisch bedrijf dat tenminste aan één volledige arbeidskracht een inkomen verschaft; 1.119
wellness
het aanbieden van diensten en behandelingen met het oogmerk het persoonlijke welbevinden van de klant te bevorderen; dit gebeurt middels behandelingen en activiteiten gericht op ontspanning, lichamelijke gesteldheid/ fitheid of uiterlijke verfraaiing (tijdelijk of permanent); uitgesloten zijn seksuele dienstverlening en behandelingen met een medische kwalificatie; 1.120
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.121
woonschip
elk vaar- of drijftuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie en/of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot hoofdbewoning geldend dag- en/of nachtverblijf; 1.122
zend-/ ontvangstinstallatie
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat direct met de grond is verbonden (vrijstaand) of indirect met de grond is verbonden (niet-vrijstaand), gericht op het gebruik voor (mobiele) telecommunicatie; 1.123
zorggerelateerde voorziening
dienstverlening die plaats vindt op commerciële basis en niet kan worden aangemerkt als maatschappelijke dienstverlening en niet of niet alle kenmerken heeft van beroep aan huis. Mantelzorg valt niet onder zorggerelateerde voorziening.
16
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan PARK21
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling, alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen wordt daar gemeten waar deze afstand het kleinste is; 2.2
bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3
dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4
goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; de goothoogte van dakkapellen, topgevels, trappenhuizen, liftkokers, schoorstenen en andere gelijksoortige ondergeschikte bouwdelen worden buiten beschouwing gelaten; 2.5
hoogte van steigers
vanaf de bovenzijde van het beloopbaar gedeelte tot aan het peil; 2.6
hoogte van een zend-/ontvangstinstallatie
de hoogte gemeten tussend e onderkant van de voet en het hoogste punt van de antenne-installatie (bliksemafleiders e.d. niet meegerekend); 2.7
inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8
lengte, breedte en horizontale diepte van een bouwwerk
tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidsmuren); 2.9
oppervlak van een leisurefunctie
het grondoppervlak van de bij de hoofdfunctie in gebruik zijnde gronden binnen een parkkamer, exclusief ruimte voor parkeren, de daarbij behorende infrastructuur en de landschappelijke inpassing; 2.10
peil
voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil; voor een bouwwerk op een viaduct of brug: de hoogte van de kruin van het viaduct of de brug ter plaatse van het bouwwerk; 2.11
verticale diepte
de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer tot het laagste punt van het gebouw, dan wel wanneer geen sprake is van een bovenliggende begane grondvloer, gemeten van het peil tot het laagste punt van het gebouw;
Regels (vastgesteld)
17
bestemmingsplan PARK21
2.12
ondergeschikte bouwdelen
bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons, dakterrasafscheidingen aan de achterzijde van dijkwoningen en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen c.q. bestemmingsgrenzen (dus niet goot- en bouwhoogten) niet meer dan 1 meter bedraagt.
18
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan PARK21
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Doelen
PARK21
Doel en betekenis
1. Dit bestemmingsplan is met het oog op duurzame ontwikkeling gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies. 2. De doelstelling van PARK21 is: a. om te voorzien in de lokale behoefte aan recreatiemogelijkheden, kwantitatief maar ook kwalitatief; b. om de kernen Hoofddorp en Nieuw-Vennep met elkaar te verbinden en te zorgen voor een krachtige, groene en recreatieve oost-west verbinding door de polder; c. om te voorzien in het samenbrengen van stad en platteland, burgers en boeren. d. om door gebruik te maken van de ligging in een dichtbevolkt gebied en de (recreatieve) aantrekkingskracht van het park, nieuwe perspectieven te creëren voor de landbouw; e. om recreatieve en toeristische functies te ontwikkelen voor mensen uit de directe omgeving van het plangebied, maar ook voor regionale en (inter)nationale bezoekers; f. om een voorbeeldproject te zijn op het gebied van duurzaamheid met als belangrijkste inzet het streven naar verduurzaming van het watersysteem in het plangebied. 3.2
De Lagen
PARK 21 bestaat uit drie 'lagen': 1. de parklaag; 2. de leisurelaag; 3. de polderlaag. De lagen in PARK21: polder, park en leisure, hebben ieder een beeldkwaliteitsplan waarin landschappelijke uitgangspunten voor de inrichting zijn vastgelegd. Voor de polderlaag is dit vastgelegd in het BKP Polderlaag (zie bijlage 1) Voor de parklaag is dit vastgelegd in het BKP Openbare Ruimte PARK21 (zie bijlage 2) en voor de leisurelaag is dit vastgelegd in het BKP Leisurelaag (zie bijlage 3). De regels uit het beeldkwaliteitsplan vormen samen met de regels uit het bestemmingsplan het formele kader waaraan ruimtelijke initiatieven getoetst zullen worden. De BKP's zijn beleidsregels bij dit bestemmingsplan en zijn opgenomen als een aanvulling op de welstandsnota van de gemeente Haarlemmermeer. PARK 21 is daarnaast verdeeld in 6 zones. De begrenzing is opgenomen in het BKP Leisurelaag (zie bijlage 3).
Zone 1
Zone 2
Zone 3
Zone 4
Zone 5
Zone 6
Polderlaag (minimaal)
25%
20%
50%
50%
10%
75%
Parklaag (minimaal)
50%
70%
40%
35%
60%
20%
Regels (vastgesteld)
19
bestemmingsplan PARK21
Leisurelaag (maximaal)
25%
10%
10%
15%
30%
5%
Naast de BKP's is een leidraad voor de groene inrichtingselementen vastgelegd. Het groen draagt in belangrijke mate bij aan de herkenbaarheid van en samenhang tussen alle deelgebieden en ontwikkelingen in PARK21 en is bepalend voor de identiteit, zowel van de deelgebieden als van het park als geheel. Het groen is ook dé drager van de ecologische functie en van veel van de recreatieve mogelijkheden in PARK21. Om deze reden is het van groot belang dat alle onderdelen van de groene ruimte zorgvuldig worden ingepast, ontworpen, aangelegd én beheerd. De PARK21 Leidraad groene bouwstenen borgt de samenhang en herkenbaarheid van het groen in PARK21. Met kaders, regels, aanbevelingen en voorbeelden wordt richting gegeven aan ontwerp, aanleg en beheer van groene elementen die samen de groene ruimte van PARK21 zullen vormen. De leidraad vormt daarmee een uitwerking van het Masterplan en de beeldkwaliteitsplannen voor de openbare ruimte, voor de polderlaag en voor de leisurelaag van PARK21 en is als beleidsregel opgenomen in bijlage 4.
20
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan PARK21
Artikel 4 4.1
Parklaag
Doel en betekenis
De parklaag is een openbaar toegankelijke recreatieve groen/blauwestructuur die zorgt voor samenhang en verbinding in PARK21. Hier ligt een recreatief netwerk van wandel-, fiets-, skate- en ruiterpaden en er is ruimte voor sport, spel en voorzieningen. De parklaag heeft mede tot doel om de biodiversiteit te versterken passend binnen de biotoopkenmerken van de regio. De parklaag wordt klimaatadaptief ingericht, waarbij minimaal het Verbeterde Droogmakerij Systeem voor het watermanagement wordt ingericht om minimaal een toekomstbestendig watersysteem te realiseren. 4.2
Basisstructuur
Belangrijk onderdeel van de parklaag is de basisstructuur. De basisstructuur is de minimaal 175 hectare groen/blauwe ruggengraat in PARK21. Het is de grote drager, aanjager en verbindende schakel tussen gebieden, maar ook tussen functies in PARK21. Bij de ontwikkeling van PARK21 wordt voorrang gegeven aan de ontwikkeling van deze basisstructuur. Met de basisstructuur wordt invulling gegeven aan de doelstellingen achter PARK21. De basisstructuur vormt een aaneengesloten gebied met voldoende kwaliteit, voorzieningen en gebruikers. De basisstructuur is de minimaal 175 hectare groen/blauwe ruggengraat in PARK21. Het is de grote drager, aanjager en verbindende schakel tussen gebieden, maar ook tussen functies in PARK21. Bij de ontwikkeling van PARK21 wordt voorrang gegeven aan de ontwikkeling van deze basisstructuur. De basisstructuur huisvest ook icoonprojecten, dit zijn voorzieningen die we minimaal wensen te realiseren binnen PARK21 en die drager en aanjager zijn voor het gebruik van PARK21. Icoonprojecten bestaan uit een recreatieplas van minimaal 25 hectare in zone 2, een retentiebekken (polderuiterwaarde) van minimaal 6 hectare in zone 3 en het evenemententerrein in zone 5. Daarnaast biedt de basisstructuur ook ruimte voor andere leisurevoorzieningen binnen daarvoor te realiseren parkkamers. 4.3
Ruimtelijke invulling
De ruimtelijke invulling van de parklaag bestaat uit groenvoorzieningen en watervoorzieningen in een parkstructuur met ontsluitingswegen voor gemotoriseerd verkeer (parkweg) en langzaamverkeer (voet-, fiets- en ruiterpaden). 4.4
Functionele invulling
De functionele invulling van de parkstructuur bestaat uit groen- en watervoorzieningen samen met recreatieve voorzieningen als medegebruik zoals voet- en fietspaden. In de parklaag bevindt zich ook een ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer.
Regels (vastgesteld)
21
bestemmingsplan PARK21
Artikel 5 5.1
Leisurelaag
Doel en betekenis
De leisurelaag bestaat uit (commerciële) duurzame educatieve en/of recreatieve voorzieningen die zich vestigen in verschillende parkkamers. Deze voorzieningen worden landschappelijk ingepast in de groene omgeving en leveren een bijdrage aan het versterken, verbreden en vergroten van de parklaag. De parkkamers die ruimte bieden aan voorzieningen behorende bij de zogenaamde icoonprojecten als het parkhart, de recreatieplas en het evenemententerrein, zijn eveneens onderdeel van de basisstructuur van de parklaag. 5.2
Ruimtelijke invulling
De ruimtelijke invulling bestaat uit verschillende parkkamers met leisurefuncties en maatschappelijke voorzieningen die aansluiten op en versterking, verbreding en vergroting vormen van de parklaag. 5.3
Functionele invulling
De functionele invulling van de leisurelaag is divers. Er wordt ruimte geboden aan functies als (verblijfs)recreatie, cultuur en ontspanning, horeca, sport, evenemententerrein en maatschappelijke voorzieningen, niet zijnde sociaal-medische, levensbeschouwelijke, jeugd- en kinderopvangvoorzieningen, zorgvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening. De functionele invulling van de leisurelaag versterkt ook de identiteit en de thematisering per zone door PARK21. Functies sluiten aan bij deze identiteit en thematisering en vormen een logisch onderdeel van de voorziening. Hiermee dragen functies bij aan herkenbaarheid en duidelijkheid van de zones in PARK21.
22
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan PARK21
Artikel 6 6.1
Polderlaag
Doel en betekenis
De polderlaag houdt het bestaande open polderlandschap met zijn linten zichtbaar en herkenbaar en bestaat uit de bestaande, voornamelijk agrarische, functies. Doel is om de bestaande agrarische functies te ondersteunen bij de vrijwillige transformatie naar toekomstbestendige vormen van landbouw, passend binnen de nieuwe context. Hierbij kan worden gedacht aan een transformatie naar kringlooplandbouw / verbrede (stads)landbouw dan wel een verbreding met functies die bijdragen aan de doelen van PARK21 zoals beschreven in 3.1. 6.2
Ruimtelijke invulling
De ruimtelijke invulling van de polderlaag bestaat uit de bestaande ruimtelijke structuren. 6.3
Functionele invulling
De functionele invulling van de polderlaag bestaat uit de feitelijk bestaande en met name agrarische functies. Het bestemmingsplan biedt mogelijkheden voor transformatie van deze bestaande functies binnen bepaalde kaders en als dat een bijdrage levert aan de doelen van Park21 zoals beschreven in dit hoofdstuk.
Regels (vastgesteld)
23
bestemmingsplan PARK21
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Parklaag
Werkingsgebied
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen de aanduiding 'wetgevingzone - parklaag'.
24
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan PARK21
Artikel 8 8.1
Functies
Algemeen
Binnen de aanduiding 'wetgevingzone - parklaag' zijn de volgende functies toegestaan: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l.
groen; water(huishoudkundige voorzieningen); een parkweg; ontsluiting; voet-, fiets- en ruiterpaden; recreatief medegebruik; sport- en spelvoorzieningen; cultuur- en ontspanning; openbaar toiletvoorzieningen; nutsvoorzieningen; straatmeubilair; parkeervoorzieningen.
8.2
Functiekaders
8.2.1
Parkweg
a. een parkweg is toegestaan en dient ter ontsluiting van de parkkamers in zone 1, 2 en 3, waarvan de begrenzing is vastgelegd in het BKP Leisurelaag zoals opgenomen in Bijlage 3 van deze regels, op het omliggende wegennet, zonder daarbij de bestaande linten te belasten; b. de parkweg sluit uitsluitend in het noordwesten aan bij de rotonde Nieuwe Bennebroekerweg Molenaarslaan, in het zuiden bij Nieuw-Vennep op de rotonde Noordelijke Randweg – Operaweg en krijgt een aansluiting bij de rotonde Nieuwe Bennebroekerweg - Toolenburg-Zuid. 8.2.2
Sport- en spelvoorzieningen
Sport- en spelvoorzieningen zijn alleen toegestaan in de vorm van kleinschalige en openbare (niet commerciële) voorzieningen. 8.2.3
Cultuur en ontspanning
Cultuur en ontspanning is alleen toegestaan in de vorm van voorstellingen in de open lucht. 8.2.4
Inrichting
Voor de inrichting moet worden voldaan aan de beleidsregel BKP Openbare ruimte zoals opgenomen in Bijlage 2 van deze regels en de beleidsregel PARK21 Leidraad groene bouwstenen zoals opgenomen in Bijlage 4 van deze regels, met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregel wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met de beleidsregel na de wijziging. 8.2.5
Afstand tot gevoelige functies
Voor de functies genoemd in 8.1 met uitzondering van sub a, b en j bedraagt de afstand tot gevoelige functies minimaal 50 meter. 8.3
Gebruik
a. Het gebruik van gronden en bouwwerken is alleen toegestaan indien dit in overeenstemming is met en ten dienste staat van de in 8.1 genoemde functies; b. Indien het gebruik van gronden en/of bouwwerken is gewijzigd ten opzichte van het ten tijde van de vaststelling van het plan aanwezige planologisch legale gebruik van deze gronden en/of bouwwerken en de afname van stikstofemissie die het gevolg is van deze gebruikswijziging overeenkomstig de Methodiek Stikstofemissiemonitoring PARK21, zoals opgenomen in Bijlage 6 van deze regels, is toegevoegd aan het Stikstofemissiemonitoring PARK21, is het vervolgens verboden om het gebruik van deze gronden en/of bouwwerken zodanig te wijzigen dat de stikstofemissie afkomstig van deze gronden en/of bouwwerken toeneemt ten opzichte van de stikstofemissie zoals vastgelegd in het
Regels (vastgesteld)
25
bestemmingsplan PARK21 Stikstofemissiemonitoring PARK21; c. Indien de inrichting van het park ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - parklaag' waarbij de aan- en afvoer van grond noodzakelijk is, langer duurt dan 3 maanden, is er een onderzoek naar het optreden van trillinghinder noodzakelijk. In het onderzoek wordt getoetst aan de streefwaarden van de SBR-richtlijn "Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen".
26
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan PARK21
Artikel 9 9.1
Bouwwerken
Algemeen
In de parklaag zijn alleen bouwwerken toegestaan die ten dienste staan van de in 8.1 genoemde functies. 9.2
Gebouwen
Voor gebouwen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt niet meer dan 4 meter. 9.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt niet meer dan 6 meter. b. in afwijking van het bepaalde onder a is een beeldend kunstobject toegestaan met een bouwhoogte van 25 m.
Regels (vastgesteld)
27
bestemmingsplan PARK21
Hoofdstuk 4 Artikel 10
Leisurelaag
Werkingsgebied
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen de aanduidingen 'wetgevingzone transformatielaag a tot en met categorie 2' , 'wetgevingzone - transformatielaag a tot en met categorie 3.2', 'wetgevingzone - transformatielaag b tot en met categorie 2' en 'wetgevingzone - transformatielaag b tot en met categorie 3.2'.
28
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan PARK21
Artikel 11 11.1
Functies
Gewenste functies
11.1.1 Functies leisure Na verlening van de vergunning als bedoeld in 11.4 zijn de volgende functies toegestaan: a. b. c. d. e. f. g.
cultuur en ontspanning; dagrecreatie; verblijfsrecreatie; detailhandel; horeca; maatschappelijke voorzieningen; sport;
met daarbij behorend(e): h. verhardingen, in- en uitritten; i. fiets- en voetpaden; j. groen; k. bermen en taluds; l. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; m. nutsvoorzieningen; n. parkeervoorzieningen. 11.1.2 Ondergeschikte functies Activiteiten die ondergeschikt zijn aan de in 11.1.1 genoemde functies, zoals ondersteunende teelten, horeca, evenementen, productieactiviteiten, dienstverlening, detailhandel, educatie, kantoren, het opwekken van duurzame energie en waterzuivering zijn ook toegestaan.
11.2
Functiekaders
11.2.1 Deelgebieden De leisurelaag is onderverdeeld in deelgebieden, de deelgebieden zijn aangeduid, hierbij geldt het volgende: a. 'wetgevingzone - transformatielaag a tot en met categorie 2' en 'wetgevingzone - transformatielaag b tot en met categorie 2': op de gronden met deze aanduidingen zijn de functies genoemd in 11.1.1 alleen toegestaan indien zij vallen in of vergelijkbaar zijn met de functies genoemd in de categorieen 1 en 2 van de Bijlage 8 Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. 'wetgevingzone - transformatielaag a tot en met categorie 3.2' en 'wetgevingzone - transformatielaag b tot en met categorie 3.2': op de gronden met deze aanduidingen zijn de functies genoemd in 11.1.1 alleen toegestaan indien zij vallen in of vergelijkbaar zijn met de functies genoemd in de categorieen 1 tot en met 3.2 van de Bijlage 8 Staat van Bedrijfsactiviteiten; 11.2.2 Parkkamers a. De functies van 11.1 zijn alleen toegestaan in parkkamers. b. Voor de inrichting binnen een parkkamer gelden de in onderstaande tabel opgenomen voorwaarden.
Regels (vastgesteld)
29
bestemmingsplan PARK21
* De parkrand wordt gerekend vanaf de kavelgrens en bestaat uit de bosrand, de natuurvriendelijke oever en de watergang aan de openbare zijde (of gelijkwaardige landschappelijke invulling), zie doorsnedes blz. 28, 29 en 30 en eis P.3 van het BKP Leisurelaag (Bijlage 3).
c. De totale oppervlakte aan parkkamers binnen het plangebied bedraagt niet meer dan 220 hectare. d. De vergunning bedoeld in 11.4 wordt voor functies die niet zijn gelegen binnen de aanduiding 'wetgevingzone - basisstructuur', pas verleend nadat er een totaal van 45 ha aan parkkamers is vergund binnen de aanduiding 'wetgevingzone - basisstructuur'; e. In afwijking van lid d kan de vergunning bedoeld in 11.4 voor functies die niet zijn gelegen binnen de aanduiding 'wetgevingzone - basisstructuur', worden verleend voordat er een totaal van 45 ha aan parkkamers is vergund binnen de aanduiding 'wetgevingzone - basisstructuur', mits is aangetoond dat het de ontwikkeling van de basisstructuur niet belemmert; f. De eerste functie die in een parkkamer wordt toegestaan, is bepalend voor de aard, intensiteit en ruimtelijke uitstraling van de gehele parkkamer. Nieuwe functies die zich in de parkkamer willen vestigen moeten passend zijn bij deze aard, intensiteit en ruimtelijke uitstraling. Onder aard, intensiteit en ruimtelijke uitstraling worden onder andere verstaan: 1. verkeersaantrekkende werking van de functie, blijkend uit bezoekersaantallen en noodzakelijke bevoorrading; 2. milieu-uitstraling met name geluid en geur; 3. verhouding bebouwing versus groen; 4. omvang en hoogte van de bebouwing. 11.2.3 Cultuur en ontspanning Voor Cultuur en ontspanning geldt het volgende: a.
Cultuur en ontspanning is toegestaan in de vorm van voorzieningen gericht op cultuur, spel, vermaak en ontspanning, waaronder begrepen podiumkunsten, musea, muziekscholen en dansscholen, spel- en speelruimten, themamarkten en hobbymarkten, oefenruimten en creativiteitscentra en zalenverhuur; b. Cultuur en ontspanning is ook toegestaan in de vorm van wellness, met sauna's, thermen, zwembaden, whirlpool en andere baden, ligweides, buitenbaden, zonnestudio's, beauty-, health-, massage-, fysio-, sport- en fitnessvoorzieningen en daarmee vergelijkbare voorzieningen c. Cultuur en ontspanning in de vorm van bioscopen, casino's, speelautomatenhallen, seksinrichtingen en prostitutie zijn niet toegestaan. 11.2.4 Dagrecreatie a. Dagrecreatie in de vorm van themaparken is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - transformatielaag b tot en met categorie 3.2', met dien verstande dat het aantal themaparken binnen het plangebied niet meer dan 2 mag bedragen. b. Voor dagrecreatie in de vorm van een recreatieplas met bijbehorende (watersport)voorzieningen geldt het volgende: 1. deze vorm van dagrecreatie is alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone transformatielaag a tot en met categorie 3.2' en 'wetgevingzone - transformatielaag a tot en met categorie 2'. 2. deze vorm van dagrecreatie moet in overwegende mate een openbaar karakter krijgen. c.
Dagrecreatie in de vorm van een attractiepark is niet toegestaan. 11.2.5 Verblijfsrecreatie a. Verblijfsrecreatie is toegestaan in de vorm van een hotel, vakantiepark, bed & breakfast, kampeerterrein, camperplaatsen en groepsaccommodaties; b. Het aantal overnachtingseenheden mag, in combinatie met het bepaalde artikel 22.2.1 sub b en 25.1 sub c, niet meer bedragen dan 634, onder de voorwaarden dat: 1. verblijfsrecreatie alleen is toegestaan indien zij primair is gericht op het bieden van overnachtingsmogelijkheden aan bezoekers van de hoofd leisurefunctie waaraan de verblijfrecreatie ondergeschikt is; 2. met een (regionaal) marktonderzoek moet worden aangetoond dat er marktruimte is; 3. de omvang en aard van de overnachtingsfunctie in overeenstemming is met de hoofdfunctie, waarbij geldt dat bij een groot themapark één of twee hotels met maximaal 120 overnachtingseenheden per hotel zijn toegestaan; 4. maximaal 1 vakantiepark is toegestaan van maximaal 50 eenheden en in combinatie met
30
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan PARK21 waterrecreatie. Op dat vakantiepark zijn recreatiewoningen, chalets, groepsaccommodaties en kampeermiddelen toegestaan; c. In afwijking van de bepalingen in 11.2.5 sub a en b zijn kleinschalige nicheconcepten voor verblijfsrecreatie toegestaan, onder de voorwaarden dat: 1. de overnachtingseenheden niet ondergeschikt zijn aan een hoofd leisurefunctie maar ondersteunend zijn aan PARK21 en zijn functies; 2. het totaal aantal overnachtingseenheden niet meer mag bedragen dan 70; 3. het aantal overnachtingseenheden per concept niet meer mag bedragen dan 25. 11.2.6 Detailhandel Zelfstandige Ddetailhandel is uitsluitend toegestaan in de vorm van een landwinkel waarin streekgebonden en aanverwante producten worden verkocht tot een maximum brutovloeroppervlak van 350 m² en maximaal één landwinkel binnen het plangebied. 11.2.7 Zelfstandige horeca (exclusief verblijfsrecreatie) Zelfstandige horeca, exclusief verblijfsrecreatie, gericht op de recreant die het park bezoekt, is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone – basisstructuur' en dient te voldoen aanonder de volgende voorwaarden: a. er is sprake van horeca van categorie 1, 2 en 3 onder 1a van Bijlage 9 Staat van Horeca-activiteiten; b. er zijn maximaal 2 zelfstandige horecavoorzieningen toegestaan, waarbij de volgende voorwaarden gelden: 1.
één vestiging is toegestaan ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone – basisstructuur' van de Drie Merenweg tot de Zuidtangent; 2. één vestiging is toegestaan ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone – basisstructuur' van het spoor tot de Rijnlanderweg; 3. de bruto vloeroppervlakte bedraagt per vestiging maximaal 300m2; c. aanvullend op de zelfstandige horecavoorzieningen zoals benoemd in lid b. is ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'wetgevingzone - transformatielaag a tot en met categorie 3.2' en 'wetgevingzone - transformatielaag a tot en met categorie 2' rondom de recreatieplas, zoals benoemd in artikel 11.2.4 sub b, een cluster van horecavoorzieningen toegestaan met een totaal maximum bruto vloeroppervlak van 1.100 m2 BVO; d. het bruto vloeroppervlak aan nieuwe horecafuncties (exclusief verblijfsrecreatie en inclusief ondergeschikte horeca) bedraagt voor het hele plangebied niet meer dan 13.100 m². 11.2.8 Maatschappelijk Maatschappelijke voorzieningen zijn toegestaan in de vorm van educatieve, sociaal-culturele, sport- en recreatieve voorzieningen; 11.2.9 Sport a. Sport, niet zijnde een sportvoorziening als bedoeld in artikel 11.2.8, is alleen toegestaan in de vorm van inpandige en buitenpandige sport-, spel- en fitnessvoorzieningen met bijbehorende clubhuizen; b. Voor watersport gelden de kaders als gesteld in 11.2.4; c.
Een manege is niet toegestaan; d. Lawaaisporten zijn niet toegestaan. 11.2.10 Maximum oppervlak leisurefuncties Het grondoppervlak ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone – transformatielaag a tot en met categorie 2' dat in gebruik is voor de functies genoemd in artikel 11.2.3 tot en met 11.2.7 en artikel 11.2.9 bedraagt niet meer dan 19 hectare. 11.2.11 Ondergeschikte activiteiten Ondergeschikte activiteiten gericht op horeca, detailhandel of commerciële dienstverlening dienende ter functionele ondersteuning van de hoofdactiviteit op een perceel zijn toegestaan, met dien verstande dat: a. het maximum bruto vloeroppervlak per activiteit niet meer bedraagt dan: 1. bij een leisurefunctie met een grondoppervlak van 0 tot 1.000 m²: 150 m2; 2. bij een leisurefunctie met een grondoppervlak van 1.000 tot 5.000 m2: 300 m2; 3. bij een leisurefunctie met een grondoppervlak van meer dan 5.000 m2: 10% van dit
Regels (vastgesteld)
31
bestemmingsplan PARK21 grondoppervlak met een maximum van 1.500 m2. b. de openingstijden vallen binnen die van de hoofdactiviteit; c. de toegang uitsluitend plaatsvindt via de hoofdingang van de hoofdactiviteit. 11.3
Gebruik
11.3
Gebruik
a. Het gebruik van gronden en bouwwerken is alleen toegestaan indien dit in overeenstemming is met en ten dienste staat van de in 11.1 genoemde functies en nadat de vergunning is verleend als bedoeld in 11.4. b. Het gebruik van een terras voor gasten van horeca in de nachtperiode (23:00 - 07:00 uur) is niet toegestaan. c. Het laten horen van versterkt en onversterkt muziekgeluid in de buitenruimte is in de nachtperiode (23.00 uur - 07.00 uur) niet toegestaan. d. De emissie van licht mag niet naar boven zijn gericht. e. Ruimte voor het parkeren, stallen, laden en/of lossen van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte krachtens de parkeerregels als opgenomen in 11.5.1 onder e is geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik. f. Het uitvoeren van graafwerkzaamheden zonder dat onderzoek is gedaan naar de aanwezigheid van niet geëxplodeerde explosieven en zonder dat geconstateerd is dat er op de locatie(s) waar de graafwerkzaamheden worden verricht geen niet geëxplodeerde explosieven aanwezig zijn, is niet toegestaan; g. Het gebruik van gronden en bouwwerken voor de functies genoemd in 11.1 is niet eerder toegestaan dan nadat een maatregel is getroffen op de kruising Nieuwe Bennebroekerweg - Rijnlanderweg waarmee een goede verkeerskundige afwikkeling is geborgd. 11.4
Omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit
11.4.1 Vergunningplicht Met een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit kunnen burgemeester en wethouders afwijken van de geldende bestemming(en) en één of meer leisurefuncties mogelijk maken. 11.4.2 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt verleend indien in de aanvraag naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate wordt aangetoond dat met de activiteit: a. b. c. d.
wordt bijgedragen aan de doelen zoals beschreven in Hoofdstuk 2; voldaan wordt aan de functiekaders zoals opgenomen in 11.2; voldaan wordt aan de voorwaarden zoals opgenomen in 11.5; voldaan wordt aan de regels over kostenverhaal zoals opgenomen in Hoofdstuk 8 Kostenverhaal.
11.4.3 Voorschriften omgevingsvergunning Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden, gericht op het bereiken en borgen van de in 11.4.2 genoemde beoordelingsregels. 11.4.4 Afwijking functiekaders Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning als bedoeld in 11.4, afwijken van het bepaalde in 11.2 en een functie toestaan die in 11.2 niet is genoemd, mits deze functie bijdraagt aan de doelen zoals opgenomen in Hoofdstuk 2 en het belang van de bescherming van het milieu niet aan de verlening van de vergunning in de weg staan. 11.5
Randvoorwaarden
11.5.1 Algemeen Voor een nieuwe functie als bedoeld in 11.1 gelden de volgende randvoorwaarden: a. uit (een onderzoek bij) de aanvraag om omgevingsvergunning volgt dat het gebruik van de gronden voor een nieuwe functie niet leidt tot hinderlijk geluid, geur, trillingen, stof of toename van
32
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan PARK21
b.
c.
d.
e.
f.
g.
h.
i.
j.
k.
(verkeers)veiligheidsrisico's voor bestaande functies in de omgeving van de locatie waarop de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft; uit (een onderzoek bij) de aanvraag om omgevingsvergunning volgt dat het gebruik van de gronden voor een nieuwe functie niet leidt tot een aantasting van de bedrijfsvoering van op het moment van vergunningverlening bestaande functies; het gestelde onder a en b betekent in ieder geval dat: 1. binnen een afstand van 100 meter van het spoor bij de aanvraag om vergunning een quickscan trillingen wordt gevoegd; 2. binnen 50 meter van het bouwvlak van een agrarisch bedrijf geen gevoelige bestemmingen zijn toegestaan; 3. bij de realisatie van de recreatieplas wordt rekening gehouden met de geluidhinder ten gevolge van met name watersportactiviteiten op gevoelige functies; aan het gestelde onder a en b wordt in ieder geval voldaan voor de aspecten zoals benoemd in Bijlage 8 Staat van Bedrijfsactiviteiten indien de afstand tussen een nieuwe functie en een bestaande functie voldoet aan de bij die nieuwe functie behorende richtafstand zoals opgenomen in die bijlage; voor parkeren geldt het volgende: 1.
op eigen terrein moet in voldoende mate ruimte zijn gereserveerd en ingericht en in stand worden gehouden voor het parkeren, stallen, laden en/of lossen van voertuigen met inachtneming van de parkeernormen zoals deze zijn opgenomen in het geldende parkeerbeleid van Haarlemmermeer. 2. Het bevoegd gezag past de onder 1 genoemde regels toe met inachtneming van de beleidsregels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 3. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 1 indien: op basis van gegronde redenen aangetoond kan worden dat het voldoen aan deze bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, en bovendien op andere wijze in de nodige ruimte voor het parkeren, stallen laden en/of lossen van voertuigen blijvend wordt voorzien; uit (een onderzoek bij) de aanvraag om omgevingsvergunning volgt dat de stikstofdepositie op voor stikstofgevoelige habitats in een Natura 2000-gebied ten gevolge van het gebruik van gronden en bouwwerken na verlening van de vergunning bedoeld in 11.4.1, niet groter is dan de stikstofdepositie van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige planologische toegestane gebruik van gronden en bouwwerken; in afwijking van het bepaalde in sub f geldt dat indien het gebruik van gronden en/of bouwwerken op grond van één of meerdere