Bijlage 2 - Ruimtelijke onderbouwing Kaagweg Abbenes
Tekst van het document
Cumela Advies Nijverheidsstraat 13 3861 RJ NIJKERK Postbus 1156 3860 BD Nijkerk T (033) 247 49 40 E advies@cumela.nl I www.cumela.nl IBAN NL54 RABO 0364 2206 00 KvK 30147807 BTW NL 8066.22.404.B01
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Kaagweg / Lisserweg
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
Project
:
Verantwoording inzake afwijken van de (bouw- en gebruiks)regels van het vigerende bestemmingsplan (WABO-procedure) inzake het vergroten van de toelaatbare opslagcapaciteit van een voorziening voor de opslag van dierlijke meststoffen ter plaatse van de functieaanduiding specifieke vorm van agrarisch – mestbassin voor de locatie Kaagweg (ong.) te Abbenes.
Projectcode Datum
: :
ORI 33074 augustus 2022
Opdrachtgever/initiatiefnemer
:
Loonbedrijf J.M. van Vliet B.V
Gemeente
:
Haarlemmermeer
Uitvoering
:
Cumela Advies, Nijkerk
Status
:
definitief
Cumela Advies – Nijkerk
-3-
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
Cumela Advies – Nijkerk
-4-
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING ........................................................................................................................................... 7 1.1 Aanleiding ................................................................................................................................................ 7 1.2 Ligging locatie .......................................................................................................................................... 8 1.3 Leeswijzer ................................................................................................................................................. 9 2 Bestaande - / beoogde ontwikkeling .................................................................................................. 10 2.1 Bestaande situatie .................................................................................................................................10 2.2 Beoogde ontwikkeling ...........................................................................................................................11 3 BELEIDSKADER...................................................................................................................................
14 3.1 Rijksbeleid ..............................................................................................................................................14 3.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) ........................................................................................................14 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) .........................................................................14 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro), 2017 .........................................................15 3.1.4 Nationaal Water Programma..............................................................................................................15 3.2 Provinciaal beleid ..................................................................................................................................15 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 ..................................................................................................15 3.2.2 Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 (NH2020) .....................................................................16 3.3 Gemeentelijk beleid ...............................................................................................................................17 3.3.1 Bestemmingsplan Buitengebied Zuid
.................................................................................................17 3.4 Overig relevant (ruimtelijk) beleid ........................................................................................................18 3.4.1 Wet Milieubeheer / omgevingsvergunning milieu ..............................................................................18 4 PLANOLOGISCHE UITVOERINGSASPECTEN ......................................................................................... 19 4.1 Ruimtelijk ...............................................................................................................................................19 4.1.1 Beeldkwaliteit / stedenbouwkundig ....................................................................................................19 4.1.2 Landschappelijke inpassing .................................................................................................................19 4.2 Milieu .....................................................................................................................................................21 4.2.1 Bedrijven en milieuzonering ................................................................................................................21 4.2.2 Geur
.....................................................................................................................................................21 4.2.3 Bodem..................................................................................................................................................22 4.2.4 Geluid / Mobiliteit / Parkeren..............................................................................................................23 4.2.5 Wet Natuurbescherming .....................................................................................................................24 4.2.6 Luchtkwaliteit ......................................................................................................................................26 4.2.7 Water...................................................................................................................................................27
Cumela Advies – Nijkerk
-5-
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
4.2.8 Cultuurhistorie en archeologie ............................................................................................................27 4.2.9 Externe veiligheid ................................................................................................................................27 4.2.10 Milieu Effect Rapportage (MER) .......................................................................................................28 5 UITVOERBAARHEID EN CONCLUSIE .................................................................................................... 29 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .......................................................................................................29 5.2 Economische uitvoerbaarheid ...............................................................................................................29 5.3 Conclusie ................................................................................................................................................29 BIJLAGEN ............................................................................................................................................. 30
Cumela Advies – Nijkerk
-6-
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
1 INLEIDING In deze paragraaf is de aanleiding voor de ruimtelijke onderbouwing, de ligging van het plangebied, de vigerende bestemming en een nadere leeswijzer opgenomen.
1.1 Aanleiding Voorliggende ruimtelijke onderbouwing is bedoeld om het juridisch kader te bieden voor het kunnen uitvoeren van een ruimtelijk initiatief. Tevens wordt onderbouwd of het gewenste ruimtelijk initiatief inpasbaar is op de door initiatiefnemer gewenste locatie, in dit geval het oprichten van een betonnen silo ten behoeve van mestopslag (betonnen silo) met een inhoud van 3.900 m3, ter vervanging van een reeds bestaand mestbassin met een planologisch maximaal toelaatbare inhoud van 2.450 m3 gelegen aan de Kaagweg (ong.). Tevens wordt een bestaand mestbassin aan de Lisserweg (ong), kadastraal bekend als gemeente Haarlemmermeer, sectie AN, nummer 1232 (ged.) ter grootte van 2.450 m3 verwijderd. Initiatiefnemer is bedrijfsmatig gevestigd aan de Oostkanaaldijk 32 te Ter Aar en exploiteert een loon- en mestdistributiebedrijf. Onderdeel van deze activiteiten is het distribueren van dierlijke meststoffen vanaf mestproductielocaties (veehouders) naar afzetgebieden (akkerbouwers / grondgebruikers). Aangezien het toepassen / aanwenden van meststoffen slechts een gedeelte van het jaar mogelijk is op basis van wetgeving – tijdelijke – opslag in de nabijheid van de een vereiste.
Initiatiefnemer beschikt tot over een tweetal foliebassins voor de opslag van dierlijke meststoffen, beiden met een inhoud van 2.450 m3, repectievelijk aan de Lisserweg (ong.) en Kaageweg (ong.) te Abbenes op een onderlinge afstand van circa 1.100 meter. Tevens is recent een betonne opslagvoorziening (silo) opgericht ter grootte van 3.500 m3 nabij het mestbassin aan de Kaagweg (ong.) conform de verleende omgevingsvergunning van 26 oktober 2021 (zaaknummer 9623090). Dit initiatief voorziet in het saneren / verwijderen van de twee mestbassins (folie) met een opslagcapaciteit van in totaal 4.900 m3 en - ter vervanging – het oprichten / bouwen van een betonnen silo ter grootte van 3.900 m3. Het plangebied aan de Kaagweg (ong.) is gelegen binnen het bestemmingsplan Buitengebied Zuid c.q. reparatieplan Buitengebied Zuid (vastgesteld op 19 maart 2015). Op grond van dit plan is de bestemming Agrarisch met de nadere aanduiding ‘mestbassin’ van toepassing. In de bouwregels van het vigerende bestemmingsplan is opgenomen : ‘ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-mestbassin' zijn ten dienste van deze aanduiding bouwwerken toegestaan met een oppervlakte van totaal maximaal 850 m² en een inhoud van maximaal 2450 m3; Voorziet wordt in een betonnen silo met een oppervlakte van 806 m2 en een inhoud van maximaal 3.900 m3.
Aangezien de inhoud groter is dan de planologisch toegestane inhoud is een procedure benodigd om af te wijken van het bestemmingsplan betreffende dit onderdeel. Het bestemmingsplan voorziet niet in een binnenplanse wijzigings- of afwijkingsbevoegdheid om de inhoud van de opslagvoorziening ter plaatse van de functieaanduiding ‘mestbassin’ te vergroten. Bouwtechnisch wordt voorzien in een ‘goothoogte’ van tenminste 3,5 meter en een hoogte van de kap van 8 meter. Het gebruik c.q. de toepassing van de dierlijke meststoffen is ten behoeve van landbouwkundig gebruik voor grondeigenaren / agrariërs in de Haarlemmermeer. Initiatiefnemer beschikt niet over eigen landbouwgronden voor het toepassen van meststoffen. In navolging van het bepaalde in artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kunnen burgemeester en wethouders afwijken (buitenplans) van het bepaalde in het vigerende bestemmingsplan.
Cumela Advies – Nijkerk
-7-
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
Via de aanvraag omgevingsvergunning (aanvraagnummer OLO 6836557) is het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer verzocht om medewerking te verlenen aan het realiseren van de beoogde ontwikkeling. Ter aanvulling op de aanvraag is door de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied verzocht om een ruimtelijke onderbouwing. In de voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt ingegaan op de betreffende voorwaarde omtrent het wijzigen van de inhoudsmaat (maximaal toelaatbare opslagcapaciteit) en het relevante beleid. Aangetoond wordt dat hieraan kan worden voldaan en dat derhalve de juridisch-planologische basis kan worden verkregen om de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied mogelijk te maken.
1.2 Ligging locatie Het initiatief heeft in beginsel betrekking op een tweetal bestaande locaties/percelen, te weten de locatie Lisserweg (ong.) te Abbenes waar een mestopslag van circa 2.450 m3 is gelegen. Zie figuur 1 ter nadere duiding. Het andere deel heeft betrekking op de opslaglocatie voor dierlijke meststoffen aan de Kaagweg (ong.) te Abbenes, zie figuur 2. Het mestbassin (folie) heeft een inhoud van circa 2.450 m3. De recent gerealiseerde opslagvoorzieningen (betonnen silo) conform verleende omgevingsvergunning d.d. 26 oktober 2021 heeft een inhoud van 3.500 m3. Beiden locaties zijn gelegen binnen de gemeente Haarlemmermeer. De onderlinge afstand bedraagt circa 1.100 meter. De planologische afwijking van de bouwregels c.q. inhoudsmaat heeft enkel betrekking op de nieuw te realiseren opslagvoorziening ter plaatse van de Kaagweg (ong.). Voorzien wordt in het opheffen van de locatie/voorziening aan de Lisserweg (ong.) middels het concreet verwijderen van het bassin alsmede de functieaanduiding ‘mestbassin’. Aan de Kaagweg blijft de reeds aanwezige aanduiding ‘mestbassin’ behouden, waarbij het foliebassin met een inhoudsmaat van maximaal 2.450 m3 wordt vervangen door een betonnen silo met een inhoudsmaat van 3.900 m3. In totaliteit omvat de locatie, na realisatie, een tweetal betonnen silo’s met een totale opslagcapaciteit van 7.400 m3.
In hoofdstuk 2 wordt een en ander nader toegelicht.
figuur 1: Verbeelding Lisserweg (ong.)
Cumela Advies – Nijkerk
figuur 2: Verbeelding Kaagweg (ong.)
-8-
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
1.3 Leeswijzer In deze ruimtelijke onderbouwing wordt de ruimtelijke inpasbaarheid c.q. goede ruimtelijke ordening gemotiveerd en verantwoord. Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving opgenomen van de activiteiten van het bestaande – en beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal, en gemeentelijk beleid – voor zover relevant – behandeld. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in de milieu- en omgevingsaspecten die van belang zijn voor de onderhavige bestemmingswijziging. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid en conclusie van dit plan.
Cumela Advies – Nijkerk
-9-
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
2 Bestaande - / beoogde ontwikkeling In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de bestaande situatie van de opslagvoorzieningen aan de Lisserweg (ong) en de Kaagweg (ong.) te Abbenes. Tevens wordt de beoogde ontwikkeling toegelicht.
2.1 Bestaande situatie - Lisserweg (ong.) De opslagvoorziening ligt aan de Lisserweg (ong.) op een agrarisch perceel, zie figuur 3, en foto-impressie c.q. bijlagen bij de aanvraag.
figuur 3: ligging opslag mestbassin aan de Lisserweg - Kaagweg Deze opslaglocatie ligt in het middelpunt tussen de dorpskernen Abbenes (ca. 2,5 km), Nieuw-Vennep (ca. 3,0 km), Leimuiden (ca. 2,5 km) en Oude/Nieuwe Wetering (ca. 2,5 km) en meer specifiek in de ‘oksel’ van de snijlijn tussen de rijksweg A44 en de Hogesnelheidslijn (zie figuur 2 en 4).
Cumela Advies – Nijkerk
- 10 -
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
figuur 4: Luchtfoto locatie Kaagweg Het terrein c.q. perceel omvat een bestaand mestbassin (inhoud circa 2.450 m3 / oppervlakte 860 m2) welke gesitueerd is op het voormalige opslag-/werkterrein ten behoeve van de hogesnelheidslijn/reconstructie rijksweg A4. Het bassin ligt op een afzonderlijke deel van het agrarisch gebied. Het terrein is via een eigen / afzonderlijke ontsluiting bereikbaar. In het voorjaar van 2022 is ten zuidoosten van het foliebassin een afzonderlijke betonnen silo gerealiseerd. Voor nadere details, foto’s en bijlagen wordt volstaan met een verwijzing naar de tekeningen en bijlagen behorend bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de diverse activiteiten van 25 maart 2022.
2.2 Beoogde ontwikkeling De beoogde ontwikkeling ziet op het saneren / ontmantelen van het bestaande mestbassin aan de Kaagweg (ong.) te Abbenes en het bassin aan de Lisserweg, welke beiden een afzonderlijke inhoud hebben van 2.450 m3 (gezamenlijk 4.900 m3). Ter vervanging wordt voorzien in het oprichten / bouwen van een betonnen silo aan de Kaagweg (ong.) met een inhoud van 3.900 m3. In het vigerende bestemmingsplan is opgenomen dat ter plaatse van de functieaanduiding mestbassin de maximale inhoud 2.450 m3 mag bedragen. Aangezien deze ontwikkeling voorziet in een opslagcapaciteit ter plaatse van deze aanduiding van 3.900 m3, is een afwijking van de bouwregels ex. artikel 3.2.1, onder a, benodigd. De aanvraag omgevingsvergunning is derhalve eveneens gericht op het afwijken van het bestemmingsplan Buitengebied Zuid c.q. ten aanzien van de maximale inhoud zoals genoemd in artikel 3.2.1, onder a. De planologische toegestane oppervlakte van 850 m2 is afdoende. De ontwikkeling leidt tot een afname van de benodigde oppervlakte voor de opslagvoorziening, namelijk 806 m2 (excl. oppervlakte van luchtwasinstallatie).
Cumela Advies – Nijkerk
- 11 -
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
Op grond van de vigerende bouwregels van artikel 3.2.1 onder c is een bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde tot 3,5 meter toegestaan. De nieuwe opslag heeft, vanwege een verdiepte plaatsing van circa 1,5 meter onder maaiveld, een goot/wandhoogte van circa 3,5 meter. De kaphoogte bedraagt circa 8 meter conform de recent verleende-/gebouwde silo. Aangezien de opslagvoorziening ‘verdiept’ wordt aangelegd zodat de bouwhoogte beperkt wordt, er reeds sprake is van een bestaande silo met een bouwhoogte van 8 meter en gezien de bouwregels voor silo’s op grond van artikel 6 van het bestemmingsplan Buitengebied Zuid, is in deze situatie een afwijkende bouwhoogte van 8,0 meter aanvaardbaar. In figuur 5 is een foto opgenomen van het huidige bassin en op de achtergrond de recent gerealiseerde opslagvoorziening. Het mestbassin wordt verwijderd en vervangen door een soortgelijke silo. De ontwikkeling voorziet in het oprichten van een betonnen silo voor de opslag van meststoffen (vloeibaar) met een inhoud van 3.900 m3. De opslag heeft een ‘goothoogte’ van circa 3,5 meter. De opslagvoorziening wordt verdiept geplaatst. De silo wordt uitgerust met een luchtwasinstallatie (lavafilter), zoals ook aanwezig op de recent gerealiseerde silo, ten behoeve van lucht-/geuremissies. In figuur 6 is een situatietekening opgenomen van de huidige- en beoogde inrichting van het plangebied.
figuur 5: Bestaande opslagvoorzieningen (Kaagweg / april 2022) Voor details wordt verwezen naar het onderdeel ‘bouw’ behorend bij de betreffende aanvraag. De bouw-/ gebruiksregels voorzien in het gebruik van de betreffende opslagen ten behoeve van opslag van dunne mest van / voor derden.
Cumela Advies – Nijkerk
- 12 -
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
figuur 6: Weergave bestaande- en beoogde inrichting c.q. opslagvoorzieningen
Cumela Advies – Nijkerk
- 13 -
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
3 BELEIDSKADER In dit hoofdstuk is het relevante ruimtelijk beleid opgenomen.
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet (inwerkingtreding voorzien per 1 januari 2023) en is vastgesteld op 11 september 2020. De NOVI geeft op nationaal niveau een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving. De NOVI beschrijft de manier waarop men op rijksniveau wil werken aan de volgende vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, duurzaam economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio's en als laatste toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Als uitgangspunt geldt dat Nederland mooier en sterker wordt gemaakt door voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is daarbij een kernbegrip en omvat zowel ruimtelijke kwaliteit als de milieukwaliteit. In de NOVI wordt uitgegaan van een integrale aanpak tussen overheden en maatschappelijke organisaties met meer regie vanuit het Rijk. In de NOVI geeft het Rijk de kaders en de richting aan voor zowel nationale als decentrale keuzes. Bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving zowel boven- als ondergronds voorop.
De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1) combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3) afwentelen wordt voorkomen. De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, die waar nodig jaarlijks wordt geactualiseerd, en waarin is aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. Tevens staat hierin een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op verschillende beleidsterreinen. De waarde van de natuur, het landschap en de toekomst van de landbouw staan onder druk, waarbij het verbeteren van de biodiversiteit niet alleen een ecologische maar ook economische uitdaging is. Voor de lange termijn wordt gewerkt aan een geleidelijke en zorgvuldige herindeling van het landelijk gebied, gericht op kringlooplandbouw in goed evenwicht met natuur en landschap. Op deze manier ontstaat een aantrekkelijk landelijk gebied waar het prettig wonen, werken en recreëren is. Anderzijds blijft op deze manier ook ruimte voor economisch vitale landbouw als belangrijkste drager van het platteland. De concrete uitwerking van deze ambities vindt op plan- en projectniveau plaats. De NOVI heeft een hoog abstractieniveau en bevat geen concrete uitspraken over het voorliggende project.
Conclusie Het aangevraagde project heeft geen aspecten die aangemerkt worden als nationaal belang waarmee rekening gehouden dient te worden. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk pro-actief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit.
Cumela Advies – Nijkerk
- 14 -
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
In een bestemmingsplan of wijzigingsplan voor het landelijk gebied dient met name rekening te worden gehouden met de door het Rijk geformuleerde belangen inzake natuur (Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000-gebieden) en de kust en kustbescherming. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling betreffen geen handelingen welke in strijd zijn met de regels van het Barro. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro), 2017 Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'ladder' voor duurzame verstedelijking op. Deze ‘ladder’ is per 1 juli 2017 gewijzigd in die zin dat het doel van de ladder is teruggebracht naar de essentie, te weten aan te geven dat de noodzaak van een voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte (plus motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd). Concreet betekent dit dat het onderzoek naar het 'actuele' en 'regionale' aspect van de behoefte en zogenaamde ‘trede 3’ van de ladder zijn komen te vervallen. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Doel van de ladder is en blijft een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder moet worden toegepast als er sprake is van een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling.
Met dit initiatiefnemer is geen sprake een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling c.q. wordt invulling gegeven aan het voorzien in herstructurering van reeds bestaande voorzieningen, welke geconcentreerd worden op één locatie, en waarbij de opslagcapaciteit enigszins toeneemt. Het verhogen van de toegestane inhoudsmaat (m3) voor een reeds planologisch toegestane opslagvoorziening voor dierlijke meststoffen betreft een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling. De opslagmogelijkheden voor dierlijke meststoffen is op grond van de Meststoffenwet alsmede ten behoeve van landbouwkundig doelmatig en verantwoord gebruik in / binnen de Haarlemmermeer verantwoord. Een nadere toetsing aan de Ladder is niet aan de orde. Conclusie De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is niet verder van toepassing op onderhavige ontwikkeling. 3.1.4 Nationaal Water Programma De minister van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) stelt het Nationaal Water Programma (NWP) op voor de periode 2022–2027. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid voor deze periode en geeft een doorkijk naar 2050.
Het Nationaal Water Programma bevat: • Een uitwerking van het te voeren beleid (inclusief het nationale ruimtelijke en ecologische beleid) voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer en de bescherming of het behoud van water; • Maatregelen vanwege nationale belangen en om wateropgaven te bereiken en daaraan te blijven voldoen. Het Nationaal Water Programma 2022–2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016- 2021. Met de samenvoeging van deze twee plannen wordt geanticipeerd op de Omgevingswet, waarin het programma als een van de instrumenten is opgenomen. Conclusie Voor de uitvoering van dit plan i.c. het onderdeel ‘water’ wordt verwezen naar paragraaf 4.2.6 van deze onderbouwing. Door rekening te houden met het aspect Water wordt voldaan aan het Nationaal Water programma.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Provinciale Staten van Noord-Holland hebben op 19 november 2018 de 'Omgevingsvisie Noord-Holland 2050’ vastgesteld. De visie op de fysieke leefomgeving is hierin beschreven.
Cumela Advies – Nijkerk
- 15 -
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
De Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 bevat het provinciaal ruimtelijk beleid. De provincie streeft naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn, en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. De provincie staat voor een gezonde en veilige leefomgeving, goed voor mens, plant en dier, en daarmee ook goed voor het economisch vestigingsklimaat binnen de provincie. Dit evenwicht staat ten dienste van duurzame ontwikkeling: toekomstige generaties moeten ook profiteren van de keuzes die gemaakt worden. Bij de aanpak om ambities waar te maken, geldt het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. Daarbij staat de opgave altijd centraal. Deze bepaalt het schaalniveau, de samenstelling van samenwerkende partijen en de tijdspanne. Vanuit een gedeelde visie op de (bestaande en toekomstige) kwaliteiten van een gebied. Om de doelen te bereiken worden alle beschikbare instrumenten benut. Vanuit een groot vertrouwen in initiatiefnemers en andere overheden is de provincie terughoudend met het opstellen van regels. Het initiatief betreft het wijzigen van de toelaatbare opslagcapaciteit (inhoud) van een reeds toegestane opslagvoorziening voor dierlijke meststoffen in het landelijk gebied. Provinciale belangen zijn niet in het geding.
Conclusie Dit initiatief waarmee een bijdrage wordt geleverd aan het ontwikkelen en in standhouden van een toekomstbestendige landbouw en het ontwikkeling van de kwaliteit van het gebied is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. 3.2.2 Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 (NH2020) De Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 (NH2020) is op 22 oktober 2020 vastgesteld door de Provinciale Staten van Noord-Holland. De NH2020 is op 16 november 2020 in werking getreden. In de NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De actuele geconsolideerde versie dateert van 22 juli 2022. In de NH2020 worden de eerste stappen gezet om de sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie NH2050 te vertalen in juridische regels. Deze sturingsfilosofie luidt als volgt: We gaan uit van het principe ‘Lokaal wat kan, regionaal wat moet’, gelet op de diversiteit aan regio’s, om ruimte te bieden aan maatwerk en om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Hierbij staat de opgave centraal. Dat bepaalt de wijze van sturing en samenwerking. De sturingsfilosofie van de Omgevingsvisie NH2050 (zie 3.2.1) betekent voor de Provincie Noord-Holland een andere, nieuwe manier van werken. En een nieuwe manier van regels stellen.
Regels die meer gericht zijn op het hoe (hoe kom je tot een goede fysieke leefomgeving) dan op het wat (verbodsbepalingen en uitzonderingen daarop). Regels die zich meer richten op het doel, dan op het middel. Kwalitatieve normen in plaats van kwantitatieve. In de Omgevingsverordening NH2020 zet de provincie hiervoor de eerste stappen, die vooral terug te vinden zijn in de instructieregels die zich richten op ruimtelijke plannen van de gemeenten. In deze regels wordt meer ruimte geboden voor maatwerk en bestuurlijke afwegingsruimte. In de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen die rechtstreeks werken voor activiteiten door burgers en bedrijven, oftewel bij ruimtelijke initiatieven dient hier aan voldaan te worden. Deze regels zijn in hoofdstuk 6 van de Omgevingsverordening ‘instructieregels voor bestemmingsplannen’ opgenomen. Voor dit plangebied / initiatief zijn de volgende regels het meest relevant. Op grond van de digitale kaart 14: Landelijk gebied is de locatie gelegen in ‘landelijk gebied’ (zie figuur 7). Voor solitaire opslaglocaties voor agrarische stoffen / mestopslag in het landelijk gebied zijn in de omgevingsverordening geen nadere eisen of regels opgenomen. Aangezien de opslaglocatie gebruikt wordt door en ingezet wordt ten behoeve van agrarische dienstverlening is een benadering gerelateerd aan ‘agrarisch aanverwant bedrijf’ legitiem.
Volledigheidshalve heeft een beoordeling plaatsgevonden van de van toepassing zijnde regels voor ‘agrarische aanverwante bedrijf’, ofwel artikel 6.33, lid 3 van de NH2020. Hierin is kortweg opgenomen dat ‘uitbreiding van een bestaand agrarisch aanverwant bedrijf’ is toegestaan.
Cumela Advies – Nijkerk
- 16 -
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
Feitelijk leidt de totale ontwikkeling niet tot een uitbreiding van de opslagcapaciteit, omdat nu reeds sprake is van twee afzonderlijke bassins met een totale capaciteit van 4.900 m3. De ontwikkeling voorziet in een opslagcapaciteit van de te realiseren silo van 3.900 m3. In relatie tot de vigerende planregels ter plaatse van de aanduiding ‘mestbassin’ aan de Kaagweg is sprake van een planologische uitbreiding van 2.450 m3 naar 3.900 m3. Gerelateerd aan het gestelde in artikel 6.33, lid 3 onder a, waarbij het toegestaan en toelaatbaar is om te voorzien in een uitbreiding van een bestaand agrarisch aanverwant bedrijf kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ruimtelijke provinciale regels. Aangezien geen sprake is van een nieuwe stedelijke- of ruimtelijke ontwikkeling is een nadere toetsing van bijvoorbeeld de ‘ruimtelijke kwaliteitseis’ niet aan de orde. Opgemerkt wordt de locatie reeds is en waar nodig wordt voorzien van een passende landschappelijke inpassing.
Figuur 7: Ligging locatie binnen Landelijk gebied (bron: Omgevingsverordening NH2020) Conclusie De provinciale ruimtelijke belangen zijn met deze ontwikkeling niet in het geding. Het opslaan van dierlijke meststoffen in een opslagvoorziening is reeds toegestaan. Het verhogen van de opslagcapaciteit ter plaatse van de Kaagweg (ong.), waarbij elders een bassin / voorziening wordt gesaneerd, is niet in strijd met provinciaal beleid.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Bestemmingsplan Buitengebied Zuid De locatie Kaagweg is gelegen binnen het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Zuid (vastgesteld op 4 juli 2013) alsmede het reperatieplan Buitengebied Zuid van 19 maart 2015. Laatstgenoemd plan voorziet specifiek in het planologisch vastleggen van de bestaande situatie / rechten middels de opname van de aanduiding ‘mestbassin’ met daarbij de nadere bouwregels aangaande maximaal toelaatbaar oppervlakte (850 m2) en inhoud (2.450 m3). Vanwege de ligging nabij luchthaven Schiphol geldt de gebiedsaanduiding ‘luchtvaartverkeerzone-lib’.
Cumela Advies – Nijkerk
- 17 -
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
Binnen de enkelbestemming Agrarisch, ex. artikel 3, is geen rechtstreekse bevoegdheid opgenomen om de bouwregels en/of inhoudsmaat (m3) in casu te voorzien in de beoogde ontwikkeling. Op 25 maart 2022 is een omgevingsvergunning ingediend om te voorzieni in de beoogde ontwikkeling. Via onderhavige onderbouwing is een verantwoording opgenomen, waarmee de ontwikkeling c.q. het aspect ‘afwijken van bouwregels’ wordt verantwoord. Conclusie Voor de afwijking van het bestemmingsplan wordt een ruimtelijke procedure gevolgd in samenhang met het onderdeel ‘bouwen’.
3.4 Overig relevant (ruimtelijk) beleid Naast het provinciale - en het gemeentelijke beleid dient rekening gehouden te worden met de nationale - en Europese regelgeving betreffende het plangebied. Hierbij hebben de volgende wetten of richtlijnen een relatie met de projectlocatie: de Wet Natuurbeschermingswet, de Kaderrichtlijn Water, Wet-/besluit ruimtelijke ordening, Wet geluidhinder, Wet Milieubeheer en dergelijke. De relevante planologische gevolgen van de hiervoor genoemde regelgeving zijn in hoofdstuk 4 nader uitgewerkt. 3.4.1 Wet Milieubeheer / omgevingsvergunning milieu De totale opslagcapaciteit en de relevante handelingen alsmede de daaraan gerelateerde milieukundige aspecten aangaande het opslagterrein aan de Kaagweg (ong.) zijn middels de omgevingsvergunning milieu van 26 oktober 2021 vergund. Doordat de ontwikkeling voorziet in een toename van de opslagcapaciteit aan de Kaagweg naar in totaal 7.400 m3 (totaal is nu 6.000 m3) is een verandering van de vigerende omgevingsvergunning milieu een vereiste. Onderdeel van onderhavige aanvraag omgevingsvergunning betreft ook de activiteit ‘milieu’ om zodoende in de milieutechnische aspecten in relatie tot de bouwkundige wijzigingen en het vergroten van de capaciteit te voorzien.
Cumela Advies – Nijkerk
- 18 -
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
4 PLANOLOGISCHE UITVOERINGSASPECTEN Het afwijken van de planregels ex. Artikel 3.5.1, onder a, voor het vergroten van de opslagcapaciteit ter plaatse van de bestemming Agrarisch met de functieaanduiding ‘mestbassin’ aan de Kaagweg (ong.) te Abbenes heeft een directe relatie tot de ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de effecten van het beoogde plan nader aan de orde gesteld.
4.1 Ruimtelijk Vanuit planologisch oogpunt, rekening houdend met het provinciale en gemeentelijk beleid, én de toetsingscriteria aangaande een goede ruimtelijke onderbouwing is onderstaand een aantal van belang zijnde aspecten uitgewerkt. 4.1.1 Beeldkwaliteit / stedenbouwkundig De beleidsuitgangspunten betreffende beeldkwaliteit en kenmerken voor het gebied zijn in hoofdzaak omschreven in (de Toelichting) bij het bestemmingsplan / reparatieplan Buitengebied Zuid 2013. De verwijdering van het bassin / functie-aanduiding aan de Lisserweg (ong.) leidt per definitie tot een verbetering van de ruimtelijke-, landschappelijke en milieutechnische kwaliteit. Onderhavige aanvraag / initiatief voorziet onder andere in het verwijderen van het bestaande mestbassin aan de Kaagweg waarbij ter vervanging een betonnen opslagvoorziening wordt gerealiseerd. De oppervlakte van het bouwwerk, geen gebouw zijnde, neemt af van circa 850 m2 naar 806 m2. De totale opslagcapaciteit van de locatie neemt toe tot 7.400 m3. Ter plaatse van de bestemming Agrarisch met de functieaanduiding ‘mestbassin’ wordt afgeweken van de bouwregels, zodat een afwijking van het bestemmingsplan benodigd is. De bouw van de opslagvoorziening / silo vindt plaats ter plaatse van de huidige voorziening / foliebassin en ten westen van de aanwezige opslagsilo (bouwwerk, geen gebouw zijnde).
De nieuwe opslag wordt eveneens, verdiept (circa 1,5 meter onder maaiveld) aangelegd. De goot/wandhoogte bedraagt derhalve circa 3,5 meter. De kaphoogte bedraagt circa 8 meter. Bouwtechnisch is er, na realisatie, sprake van twee gelijkwaardig silo’s, hetgeen het ruimtelijk beeld ten gunste komt. Tevens zijn / wordt de opslagvoorziening gesitueerd in / tegen de achtergrond van de reeds verhoogde infrastructurele werken zoals de rijksweg A4 en de HSL. Van een onevenredige aantasting van stedenbouwkundige aspecten is derhalve geen sprake. Zie impressie van situatie in figuur 8 en 9. De bebouwing en gebruik van de gronden is primair bedoeld voor opslag van producten voor landbouwkundige-/ agrarische toepassing en passen c.q. behoren thuis in het gebied. Het plan voorziet in een meer doelmatig gebruik van opslag van dierlijke meststoffen op een locatie binnen en voor de Haarlemmermeer. Mede met in achtneming van de ontmanteling van het bassin aan de Lisserweg (ong.) is sprake van een verbetering i.c. bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit. Conclusie Van onevenredige aantasting van de beeldkwaliteit of kenmerken van het gebied is geen sprake (zie ook hoofdstuk 3). Aan het advies van de WRA van 16 juli 2022 wordt voldaan.
4.1.2 Landschappelijke inpassing Het terrein aan de Kaagweg is gelegen in een gebied met in hoofdzaak landbouwgronden en ligt ‘in de oksel’ van de nabij gelegen infrastructurele voorzieningen, welke door het landschap ‘snijden’. Deze voorzieningen ‘steken’ hoog boven het landschap uit (zie figuur 5 en 9). De nieuwe opslagvoorziening wordt gesitueerd naast de bestaande silo, zodat er sprake is van symmetrie, en het geheel vanuit westelijke richting ‘wegvalt’ ten opzichte van de HSL.
Cumela Advies – Nijkerk
- 19 -
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
figuur 8: Impressie bestaande situatie / mestbassin
figuur 9: Plangebied vanaf ‘zuidzijde’
Cumela Advies – Nijkerk
- 20 -
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
Door de ronde vorm van de silo’s ontstaat landschappelijk ook een ander / rustiger beeld. De huidige rechthoekig vorm van het foliebassin blokkeert de zichtlijnen naar het achterliggende landbouwgebied. Dit voorjaar is het perceel deels in relatie tot de recent vergunde (en thans gerealiseerde) mestsilo conform de vergunning 26 oktober 2021, maar tevens reeds rekening houdend met onderhavige aanvraag van maart 2022, voorzien van landschappelijke inpassing aan de grenzen van het perceel / opslagterrein. Langs de noord, noordoost en oostgrens van het perceel is een elzenhaag aangeplant. Rekening is gehouden met het open karakter / structuur van het gebied. Mede gezien de diverse verkeersroutes welke aan de noord en oostzijde van de voorzieningen plaatsvinden en de daarmee relevante zichtlijnen is een zeer dichte beplanting niet opportuun. De gerealiseerde landschappelijke inpassing sluit aan bij de openheid en structuur van het landschap. Conclusie In een passende landschappelijke inpassing is voorzien. Zie ook tekening / landschapsplan bij aanvraag. Aan het advies van de WRA van 16 juli 2022 wordt voldaan.
4.2 Milieu Naast de planologische aspecten dient eveneens rekening te worden gehouden met de milieuhygiënische aspecten. De meest relevante aspecten voor onderhavig project zijn uitgewerkt. 4.2.1 Bedrijven en milieuzonering Een belangrijke factor voor het behouden en verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving is een juiste afstemming tussen bedrijvigheid, wonen, recreëren en natuur. In de ruimtelijke ordening wordt daarom rekening gehouden met de milieuhinder van bedrijven/activiteiten ten opzichte van milieugevoelige functies. Op grond van de milieuwetgeving moet bij een mestbassin c.q. mestopslagen met een gezamenlijke oppervlakte groter dan 750 m2 een richtafstand van 200 meter aangehouden worden (VNG Brochure 2009). De afstand tot de dichtstbijzijnde gevoelige woning/object is een (bedrijfs-)woning aan de Lisserweg/Rijnlanderweg (andere zijde A44) welke gelegen is op een afstand van 200 meter. De afstand tot grotere woningconcentraties bedraagt tenminste 2,5 kilometer (zie paragraaf 2.1). De absolute afstand neemt vanwege de vorm en de emissiepunten feitelijk iets toe. Er is reeds sprake van opslagvoorzieningen voor dierlijke meststoffen. De meest kritische factor inzake het relevante milieuaspect betreft ‘geur’. Op basis van feitelijk onderzoek, zie paragraaf 4.2.2, blijkt dat qua geurnorm voldaan wordt aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Conclusie Op grond van het aspect ‘milieuzonering’ is er sprake van een bestaande situatie waarbij de feitelijke-/absolute afstand niet wijzigt (en zelfs iets groter wordt). De toename aan opslagcapaciteit heeft geen invloed op het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ danwel de aan te houden richtafstand. Uit onderzoek is gebleken (zie ook paragraaf 4.2.2) dat door onderhavig plan geen sprake is van een onevenredige aantasting van de (bestaande) goede ruimtelijke ordening of inbreuk op het woon- en leefklimaat (fysieke leefomgeving). 4.2.2 Geur Gezien de aard van de ontwikkeling en zoals hiervoor weergegeven in paragraaf 4.2.1 is een nadere toetsing op grond van geur in relatie tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat noodzakelijk.
Cumela Advies – Nijkerk
- 21 -
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
Voor de bestaande- / beoogde situatie aan de Kaagweg is een nieuw/aangepast geuronderzoek uitgevoerd door Buro Blauw te Wageningen. De bevindingen van het geuronderzoek zijn opgenomen in het rapport van 1 juni 2022, BL2022.10994.01-V01. Dit rapport maakt onderdeel uit van de aanvraag omgevingsvergunning. Uit het onderzoek komen de volgende conclusies naar voren:
Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat (fysieke leefomgeving) van gevoelige objecten in relatie tot het verhogen van de opslagcapaciteit c.q. de beoogde ontwikkeling. 4.2.3 Bodem Op grond van de Wet bodembescherming of ten gevolge van de vereisten op grond van de Wet Milieubeheer (voor bedrijfsactiviteiten) kan een onderzoek van de bodemgesteldheid een vereiste zijn. Uit het bodembeheerplan van de gemeente Haarlemmermeer blijkt dat de locatie valt in de zone Landelijk gebied. Op grond van de bodemfunctieklassenkaart is sprake van de klasse ‘landbouw/natuur’. De bodem/zone wordt in het bodembeheerplan gekwalificeerd als ‘schoon’. Voor het bestaande bassin is / wordt voldaan aan de vereisten op grond van het Activiteitenbesluit i.c. de (voormalige) richtlijn bouwtechnische eisen mestbassin. Het bassin wordt periodiek gekeurd door een daartoe erkende instantie (KIWA) op grond van de BRL 2344. Een recent afschrift van het keuringsbewijs maakt onderdeel uit van de aanvraag omgevingsvergunning. De op te richten voorziening ter plaatse van het huidige bassin zal eveneens voldoen aan de daartoe vereiste bodembeschermende voorzieningen, zodat redelijkerwijs voldaan wordt aan de gestelde eisen. Bij de bouw / aanleg is nader onderzoek gedaan in relatie tot de draagkracht van de bodem.
Met de uitwerking van de bouwtechnische aspecten is/wordt hier rekening mee gehouden. Er is geen sprake van het oprichten (of vervangen) van een woning of een object waar zich langdurig personen in (kunnen) verblijven.
Cumela Advies – Nijkerk
- 22 -
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
Het bestaande gebruik (opslag dierlijke meststoffen) wordt voortgezet, zodat een bodemonderzoek niet benodigd is. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering ter realisatie van dit plan. 4.2.4 Geluid / Mobiliteit / Parkeren De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een projectafwijkingsbesluit, indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Een eventueel akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Onderhavig plan maakt geen nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk. De aan- en afvoer van de meststoffen vindt plaats met vrachtwagens van ongeveer 30 kuub inhoud. De jaardoorzet voor de opslagen aan de Kaagweg (bassin en silo) bedraagt nu 9.000 m3.
Dit betekent circa 300 voertuigen voor het vullen van de betreffende opslagen, idem voor afvoer. De aanvoer vindt geleidelijk plaats en in hoofdzaak in de periode september tot en met circa februari. De afvoer vindt plaats indien dit op grond van de mestregelgeving is toegestaan en conform goed landbouwkundig gebruik. Gemiddeld is sprake van enkele bewegingen per etmaal. De jaardoorzet voor het bassin aan de Lisserweg (ong.) bedraagt ongeveer 5.000 m3, zijnde circa 165 voertuigen voor het vullen van het bassin, idem voor afvoer. De aanvoer vindt plaats via de afritten van de A44 en circa 1 kilometer via de Lisserweg. Aldaar ‘blokkeert’ de betreffende vrachtwagen de Lisserweg (en fietspad) tijdelijk om te kunnen opstellen bij het bassins voor laden en lossen. In de aangevraagde-/beoogde situatie betreft de totale doorzet circa 15.000 m3 voor de twee opslagen / silo’s aan de Kaagweg, hetgeen neerkomt op 500 voertuigen voor vullen en idem voor lossen. Bij een gelijkmatige verdeling over het jaar betreft dit circa drie voertuigen per dag. De opslagen liggen direct aan/nabij de op-/afritten van de A44, hetgeen logistiek een pré is. Indien sprake is van een meer ongelijkmatige verdeling van aanvoer (of afvoer) en er derhalve meer vrachtwagens gedurende een dag de opslaglocatie aandoen, is voorzien in afdoende opstel-/parkeerruimte op het terrein.
Door de brede entree / toegang vanaf de Kaagweg kunnen de voertuigen gemakkelijk het terrein op-/afrijden en is geen sprake van een belemmering of onevenredige verkeerssituatie voor overige weggebruikers. Genoemde aantallen, zijn zeker in relatie tot het gebruik van de Kaagweg, de rijksweg A44, en de nabijheid van de op-/afritten (in totaal vele duizenden voertuigbewegingen per etmaal (ter illustratie: de verkeersintensiteit op de Lisserweg bedraagt 5.600 mvt / etmaal) niet relevant. De verkeersbewegingen van en naar het bassin aan de Lisserweg (ong.), op ongeveer 1.000 meter vanaf de rijksweg A44, alsmede het – tijdelijk – blokkeren van de Lisserweg, komen (aan-/afvoer) redelijkerwijs te vervallen. De bereikbaarheid van dit bassin is reeds ‘lastiger’ aangezien meer gebruik gemaakt moet worden van lokale wegen. Van verkeersaantrekkende werking is geen sprake. De verkeersbewegingen zijn gerelateerd aan de bedrijfsactiviteiten van initiatiefnemer. Mogelijkheden om te parkeren op het terrein zijn (afdoende) aanwezig. Echter van feitelijk ‘parkeren’ van vrachtwagens, bedrijfs- of personenauto’s is geen sprake. Het betreft een op-/overslaglocatie c.q. onbemand werkterrein waarbij een voertuig (incl. chauffeur / uitvoerende) slechts kortstondig aanwezig is voor het laden / lossen.
Het betreft hooguit kortstondig wachten alvorens de handelingen van lossen respectievelijk laden kunnen plaatsvinden. In totaal zijn er vier laad-/lospunten c.q. opstelplaatsen (zie tekeningen bij aanvraag), zodat afdoende voorzieningen c.q. opstelplaatsen aanwezig zijn.
Cumela Advies – Nijkerk
- 23 -
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
De parkeer-/opstelplaatsen (gemaatvoerd) zijn op tekening opgenomen (zie tekeningen bij aanvraag). Het opnemen van twaalf (gemaatvoerde) parkeervoorzieningen (zie advies WRA d.d. 26 juli 2022) is niet opportuun. Er zijn geen verblijfsruimten aanwezig en dienaangaande geen werkplekken, bezoekers of derden. Het specifiek opnemen van parkeerplaatsen is derhalve niet relevant. Indien een medewerker of derden het terrein aandoet voor bijvoorbeeld onderhoud- of beheerswerkzaamheden (bijvoorbeeld controle van luchtwasser, onderhoud, orde / netheid of dergelijke) betreft dit slechts een enkel voertuig. Het buitenterrein biedt meer dan afdoende mogelijkheid om het voertuig te parkeren. Een toetsing aan het aspect ‘wegverkeerslawaai’ of ‘luchtverkeerslawaai’ is in beginsel gezien de ligging van het plangebied ten opzichte van de rijksweg A44 en luchthaven Schiphol relevant. Dit initiatief voorziet echter niet in de mogelijkheid of toevoeging van een (extra) geluidsgevoelig object of bestemming. Er is sprake van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, waarbij sprake is van afwijking van bouwregels. Het onderdeel ‘weg- / of luchtverkeerslawaai’ is derhalve niet relevant of van toepassing. Conclusie Het aspect geluid / mobiliteit geeft geen belemmering voor uitvoering van onderhavig plan.
4.2.5 Wet Natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt een groot aantal soorten (waaronder vrijwel alle gewervelde dieren en een aantal planten). Deze mogen onder meer niet gedood, verjaagd, gevangen of verontrust worden. De uitvoering van werkzaamheden kan leiden tot handelingen die in strijd zijn met deze verbodsbepalingen. De werkzaamheden kunnen immers leiden tot het verstoren of doden van dieren en het vernietigen van groeiplaatsen of beschermde planten. In veel gevallen kan het plan overigens zo uitgevoerd worden dat overtreding van de genoemde verbodsbepalingen niet aan de orde is. Wanneer dit niet mogelijk blijkt te zijn en de wet geen mogelijkheden biedt voor een vrijstelling, moet een ontheffing aangevraagd worden. Voor (toekomstige) ruimtelijke ontwikkelingen en daarmee wijzigingen van het grondgebruik bijvoorbeeld het slopen dan wel oprichten van nieuwe bebouwing en/of infrastructuur, dient een onderzoek naar beschermde soorten flora en fauna te worden uitgevoerd. De verantwoordelijkheid van het nagaan van de effecten op de flora en fauna ligt bij de initiatiefnemer. Onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op het verwijderen van een bestaand foliebassin aan de Kaagweg en het vervangen van het bouwwerk, geen gebouw zijnde, door een betonnen silo op dezelfde plaats.
Het foliebassin is vanwege de vorm en structuur niet geschikt voor een (vaste) broed- of verblijfplaats voor – een jaarrond – beschermde flora- en fauna. Op het folie is geen begroeiing mogelijk of kunnen zich geen verblijfsruimten of broedplaatsen vestigen. Een verkennend onderzoek op dit punt is niet aan de orde. - Stikstofdepositie Mede in navolging van het bepaalde in de Wet natuurbescherming en met in achtneming van de uitspraak van de Raad van State (mei 2019) is mede gezien de aangevraagde activiteiten mogelijk een toestemming op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) vereist in verband met de te verwachten stikstofdepositie. Een nadere toetsing ten aanzien van de N-veroorzakende activiteiten zoals de opslag van dierlijke meststoffen (ammoniak) en de inzet van mobiele bronnen binnen het terrein (dieselmotoren -> NOx-emissie) in relatie tot stikstof depositie op Natura 2000-gebied zoals Kennemerland Zuid of andere gebieden is relevant. Wanneer de ontwikkeling bijvoorbeeld gepaard gaat met extra verkeersbewegingen of zoals in dit geval de toename van de opslag van meststoffen op één locatie (en derhalve een toename van stikstofuitstoot (i.c. depositie)) op nabij gelegen Natura-2000 gebieden zal ter onderbouwing een passende beoordeling moeten worden uitgevoerd.
Tevens kan daarbij het verwijderen van het bestaande bassin (lees: stikstofdepositie) van belang zijn, voor zover een en ander aan te merken is als één project. Op voorhand kan gesteld worden dat de sanering van het bassin aan de Lisserweg (ong.) op circa 1.100 meter als één project c.q. als onlosmakelijk geheel kan worden beschouwd.
Cumela Advies – Nijkerk
- 24 -
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
Voor het uitvoeren van projecten of andere handelingen zonder Wnb-vergunning moet de stikstofdepositie van het projecteffect worden berekend (via het rekenprogramma Aerius). Indien er geen voorliggende toestemming op grond van de Wnb-vergunning is, dient de gehele beoogde situatie (referentiesituatie) beoordeeld te worden. Uit de berekening van het plan-/of projecteffect of de gehele beoogde situatie kunnen de volgende situaties blijken: voor een depositie die kleiner of gelijk is aan 0,00 mol/ha/jaar op alle Natura 2000-gebieden geldt geen vergunning- of meldingsplicht in het kader van de Wnb; een depositie boven de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar op de betreffende Natura 2000-gebieden is – in beginsel - vergunningplichtig. Voor het te verwijderen mestbassin aan de Lisserweg (ong.) is in het verleden geen toestemming op grond van de Wnb afgegeven c.q. verleend. Voor het bestaande bassin aan de Kaagweg alsmede de recent gerealiseerde betonnen silo is op 28 oktober 2020 een aanvraag vergunning op grond van de Wet natuurbescherming ingediend bij het bevoegd gezag. Deze aanvraag is bekend onder zaaknummer OD.326806 en in behandeling bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord. Een nadere beoordeling of besluit is nog niet beschikbaar.
In relatie tot onderhavige ontwikkeling én vanwege wijzigingen in de meest recente versie van het rekenprogramma Aerius (versie Aerius 2021.1.1 / januari 2022) is een nieuwe berekening uitgevoerd. Voor de nieuwe berekening zijn de uitgangspunten van de nieuwe beoogde situatie gehanteerd, waaronder: - opslag dierlijke meststoffen in twee silo’s ter plaatse van de Kaagweg; - opslagcapaciteit 7.400 m3 (diverse soorten meststoffen); - jaardoorzet in totaal 15.000 m3; - transporten gerelateerd aan aan-/afvoer van meststoffen; - handelingen op het terrein i.r.t. gebruik / beheer silo’s (zoals mixen) door mobiele werktuigen; - toepassing van luchtbehandelingssystemen (luchtwasser / lavafilters) t.a.v. ammoniak -/ geurreductie. Op basis van voormelde uitgangspunten blijkt dat er geen sprake is van een stikstofdepositie boven de grenswaarde van 0,00 mol / ha / jaar op (nabijgelegen) Natura 2000-gebieden. Een vergunningplicht op grond van de Wnb is niet aan de orde. De Aerius-berekening inclusief toelichting is toegevoegd aan de in behandeling zijnde aanvraag vergunning Wet natuurbescherming (zaaknummer OD.326806) waarbij verzocht is om te voorzien in een positieve weigering.
Volledigheidshalve zij opgemerkt dat de afzonderlijke reductie van N-veroorzakende emissies gerelateerd aan het te verwijderen mestbassin aan de Lisserweg (ong.) niet is meegenomen of nader is betrokken bij voormelde berekening. Dit geldt ook ten aanzien van het reeds verwijderde bassin aan de Hoofdweg Westzijde (zie aanvraag omgevingsvergunning d.d. 26 oktober 2021 c.q. aanvraag vergunning Wnb, zaaknummer OD.326806). Conclusie Voor de ontwikkellocatie (Kaagweg) is in relatie tot de aanvraag omgevingsvergunning, zaaknummer 9623090 d.d. 26 oktober 2021, een zogenaamde Quick-scan ter beoordeling van de aanwezige flora- en fauna uitgevoerd. Hierbij zijn geen bijzonderheden of specifiek te beschermen waarden naar voren gekomen. Aangezien thans sec sprake is van een afwijking van de bouwregels voor een planologisch toelaatbare opslagvoorziening is enerzijds geen specifieke quickscan benodigd, anderzijds kan redelijkerwijs de aanwezigheid van (vaste) broed- en verblijfplaatsen uitgesloten worden omdat het foliebassin qua vorm, materiaal, e.d. geen geschikt object is voor te beschermen flora- en fauna. In relatie tot het onderdeel ‘stikstofdepositie’ is sprake van een afzonderlijke aanvraag vergunning Wet Natuurbeschermingswet welke in behandeling is bij Omgevingsdienst Noord-Holland Noord.
Op grond van hernieuwde berekening (Aerius) leidt de ontwikkeling niet tot stikstofdepositie boven de grenswaarde van 0.00 mol/ha/jaar op Natura 2000-gebieden.
Cumela Advies – Nijkerk
- 25 -
augustus 2022
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
4.2.6 Luchtkwaliteit Op basis van de EU- richtlijn 1999/30/EG van de Raad van de Europese Unie betreffende grenswaarden voor zwaveldioxide (SO2), stikstofdioxide (NO2) en stikstofoxiden (NOx), zwevende deeltjes (PM10) en lood (Pb) in de lucht (Pb EG L163) dient Nederland de wettelijke luchtkwaliteitsnormen voor bovengenoemde stoffen en tevens voor koolmonoxide (CO) en benzeen (C6H6) vast te leggen. Het vorige Besluit Luchtkwaliteit 2005 is na de inwerkingtreding van de “Wet Luchtkwaliteit (Wlk)” vervallen. Sinds 15 november 2007 zijn de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen opgenomen in hoofdstuk 5 Wet Milieubeheer (zie Staatsblad 2007, nr. 414, d.d. 30 oktober 2007). In artikel 5.16 Wm (lid 1) is opgenomen onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden mogen uitoefenen. Wanneer aan één van de voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid. De voorwaarden zijn: a) er is geen sprake van een feitelijke en dreigende overschrijding van een grenswaarde; b) de concentratie van de betreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft tenminste gelijk; c) een project draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging; d) een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of binnen een regionaal programma van maatregelen.
Projecten die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in het NSL in de provincies c.q. regio’s waar overschrijdingen plaatsvinden. In het Besluit Niet In Betekenende Mate (NIBM) en bijbehorende Regeling is opgenomen wanneer ‘projecten’ geen aantoonbare gevolgen hebben voor de luchtkwaliteit. Voor ontwikkelingen die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven. Het afwijken van het bestemmingsplan ten aanzien van bouwregels voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, waarbij de maximale opslagcapaciteit wordt vergroot, kan op voorhand worden aangemerkt als een ontwikkeling die ‘niet in betekende mate’ bijdraagt. De toename van de opslag-/doorzetcapaciteit leidt ten aanzien van het aspect ‘luchtkwaliteit’ tot een wijziging van de verkeersbewegingen. In paragraaf 4.2.4 zijn de wijzigingen ten aanzien van de verkeersbewegingen weergegeven. In de huidige situatie is sprake van circa 465 bewegingen. In de beoogde situatie is sprake van circa 500 bewegingen per jaar, ofwel een toename van circa 35 bewegingen / jaar.
Voor het berekenen van effecten ten aanzien van luchtkwaliteit kan als ‘worst-case’ berekening bij kleinere ruimtelijke ontwikkelingen en/of verkeersplannen gebruik gemaakt worden van de zogenaamd NIBM-tool (zie Infomil). Hiermee is op een eenvoudige en snelle manier te bepalen of een plan niet in betekenende mate bijdraagt (NIBM) aan de concentratie van een stof in de buitenlucht. Aan de hand van de NIBM-tool is bezien of er met de beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen wordt voldaan aan de hiervoor geldende norm. Op basis van deze tool wordt bij een toename van 100 voertuigbewegingen (99% vrachtverkeer) per dag nog steeds voldaan aan het criteria van NIBM. Bij dit initiatief is sprake van een toename van circa 35 bewegingen per jaar. Kortom: De blootstelling aan luchtverontreiniging is verwaarloosbaar en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. De uitbreiding / wijziging van de opslaglocatie c.q. het vergroten van de opslagcapaciteit aan de Kaagweg draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.