Bijlage 2 - Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Bosch & van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht 030 – 677 6466
Auteurs Drs. W.L. Verweij L.M. Derikx MSc
Zonnepark A5 Hoofddorp Ruimtelijke onderbouwing
Confidentiality: C2 - Internal
Opdrachtgever Vattenfall Duurzame Energie N.V.
Zonnepark A5 Hoofddorp
Ruimtelijke onderbouwing
Datum 15 maart 2023
Versie 5.1
Bosch & Van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht Tel: Mail: Web:
030-677 6466 info@boschenvanrijn.nl www.boschenvanrijn.nl
© Bosch & Van Rijn 2023 Behoudens hetgeen met de opdrachtgever is overeengekomen, mag in dit rapport vervatte informatie niet aan derden worden bekendgemaakt. Bosch & Van Rijn BV is niet aansprakelijk voor schade door het gebruik van deze informatie
Zonnepark A5 Hoofddorp Ruimtelijke onderbouwing
Inhoudsopgave H OOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
H OOFDSTUK 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
H OOFDSTUK 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
H OOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
H OOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3
BIJLAGE A BIJLAGE B BIJLAGE C BIJLAGE D BIJLAGE E BIJLAGE F BIJLAGE G BIJLAGE H BIJLAGE I BIJLAGE J
INLEIDING
3
Aanleiding Ligging projectgebied Vigerend bestemmingsplan Omgevingsvergunning voor afwijken van bestemmingsplan Conclusie Leeswijzer
3 4 5 8 9 9
PROJECTBESCHRIJVING
10
Projectgebied Toelichting project Ruimtelijke en landschappelijke inpassing Opstelling en hekwerk Biodiversiteit en soortenvariatie Proces- en financiële participatie Visualisaties
10 11 12 14 18 20 21
BELEIDSKADER
22
Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Noord-Holland Gemeentelijk beleid Haarlemmermeer Conclusie beleidskader
22 22 24 26 30
SECTORALE ONDERZOEKEN
32
Cultuurhistorie en archeologie Bodem en Water Ecologie Verkeer en parkeren Bedrijven en milieuzonering Luchtvaartveiligheid Wegverkeerslawaai en grondgeluid luchtverkeer Luchtkwaliteit Kabels en leidingen Milieueffectrapportage Energieproductie en Emissiereductie Conclusie sectorale toetsen
32 35 39 41 42 42 44 45 45 50 50 50
UITVOERBAARHEID
51
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Conclusie uitvoerbaarheid
51 51 52
ECOLOGISCH EN RECREATIEF INRICHTINGS- EN BEHEERPLAN ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK PARTICIPATIEPLAN HISTORISCH BODEMONDERZOEK ECOLOGISCH ONDERZOEK WATERBALANS OPBARSTBEREKENING AERIUS-BEREKENINGEN AKOESTISCH ONDERZOEK REFLECTIE WEGVERKEERSLAWAAI A5 MONITORINGSPROTOCOL BODEMKWALITEIT
53 54 55 56 57 58 59 60 61 62
Inleiding 2
Zonnepark A5 Hoofddorp Ruimtelijke onderbouwing
BIJLAGE K
AANVULLEND ONDERZOEK KLEINE MARTERACHTIGEN
63
Inleiding 3
Zonnepark A5 Hoofddorp Ruimtelijke onderbouwing
2
Hoofdstuk 1 Inleiding
1.1
Aanleiding Duurzame energie is een belangrijk agendapunt voor het rijk, de provincies en gemeenten. Nederland heeft de noodzakelijke transitie ingezet naar duurzame, hernieuwbare energiebronnen en de reductie van CO2, NOX en SO2 emissies. Initiatiefnemer Vattenfall Duurzame Energie N.V. (hierna: Vattenfall) heeft de intentie bij te dragen aan deze transitie en is daarom voornemens om in de Gemeente Haarlemmermeer, op gronden ten westen van de A5 een zonnepark te realiseren. Het beoogde zonnepark bestaat uit drie delen met een gezamenlijke oppervlakte van circa 59 ha. Hiervan is circa 21 hectare in eigendom van de gemeente Haarlemmermeer. Het beoogde zonnepark sluit nauw aan op de ambities van gemeente, provincie en RES-regio Noord-Holland Zuid met betrekking tot duurzame energieopwek binnen het Zonnecarré en participatie bij duurzame energieprojecten. Teneinde het beoogde zonnepark juridisch planologisch mogelijk te maken is een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan vereist als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Voorliggende ruimtelijke onderbouwing is op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a, onder 3 Wabo opgesteld ten behoeve van de omgevingsvergunningaanvraag.
Overzicht initiatief Idee van Vattenfall. Ondersteuning proces door adviseurs Bosch & van Rijn. Projectgebied gelegen ten noordoosten van Hoofddorp, tussen de Kagertocht, de A5 en zonnepark De Groene Hoek. Bruto oppervlak projectgebied circa 59 hectare. Bruto oppervlak zonnepanelen circa 49 hectare. 10 hectare landschappelijke zone met recreatie en natuur. 60 MWp | 57.000.000 kWh per jaar | elektriciteit circa 17.000 huishoudens. Jaarlijkse emissiereductie van circa 28.785 ton CO2. 1 2
1
2
Confidentiality: C2 - Internal
CBS (2015) “Berekening van de CO2-emissies, het primair fossiel energiegebruik en het rendement van elektriciteit in Nederland” CE Delft (2015) “Emissiekentallen elektriciteit”
3
1.2
Ligging projectgebied Het beoogde projectgebied is gelegen ten westen van de A5 en ten oosten van Hoofddorp en heeft een totaal bruto oppervlak van 59 hectare inclusief landschappelijke inpassing (zie Figuur 1). Aan de noordoostzijde wordt het zonnepark begrensd door het kanaal Kagertocht. De zuidwestzijde van het park wordt begrensd door de Vijfhuizertocht. Ten zuidwesten van het projectgebied ligt zonnepark De Groene Hoek. Een deel van de gronden is in eigendom van de gemeente Haarlemmermeer (het middengebied).
Figuur 1
Ligging projectgebied
De percelen in het noordoosten en zuidwesten van het projectgebied zijn van lokale grondeigenaren. Het middengebied is in eigendom van de gemeente. Initiatiefnemer heeft met de grondeigenaren een overeenkomst gesloten voor gebruik van de gronden, eigenaren stemmen tevens in met bebouwing van deze gronden.
4
Confidentiality: C2 - Internal
1.3
Vigerend bestemmingsplan
1.3.1
Haarlemmermeer Buitengebied Noord (2013) De ontwikkeling van een zonnepark op de locatie past niet binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Haarlemmermeer Buitengebied Noord’ (2013) (. De gronden waar het projectgebied is gelegen, zijn ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Buitengebied Noord” bestemd als “Agrarisch” met dubbelbestemmingen “Leiding – Gas, specifieke vorm van leiding – 2” (zuidwesten) en “Leiding – Water” (noordwesten). Op de locatie zijn tevens de gebiedsaanduidingen “Vrijwaringszone – straalpad”, “Geluidzone – industrie” en “Luchtvaartverkeerzone – LIB” van toepassing. De gebiedsaanduidingen ‘Geluidzone’ en ‘Vrijwaringszone’ staan de ontwikkeling van een grondgebonden zonnepark op voorhand niet in de weg.
Figuur 2
Projectgebied gemarkeerd op bestemmingsplan Haarlemmermeer Buitengebied Noord 2013.
1.3.2
Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels (2022). Een klein deel van het projectgebied is gelegen binnen het bestemmingsplan Rozenburg Incheonweg (transformatorstation en kabels). In dit bestemmingsplan is een kabeltracé planologisch geregeld voor een ondergrondse 150kV-kabelverbinding naar een transformatorstation aan de Incheonweg in Haarlemmermeer. Figuur 3 laat zien waar de 150kV-leiding planologisch mogelijk is gemaakt. Het is verboden op of in de voor 'Leiding – Hoogspanningsverbinding 150 kV' aangewezen gronden 5
Confidentiality: C2 - Internal
zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: • Het aanbrengen van beplanting en bomen, waarbij de wortels dieper (gaan) reiken dan 0,80 meter beneden maaiveld; • Het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; • Het indrijven van voorwerpen in de bodem dieper dan 0,80 meter beneden maaiveld; • Het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,80 meter beneden maaiveld, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en ophogen; • Het aanleggen van drainage dieper dan 1,00 meter beneden maaiveld; • Het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; • Het permanent opslaan van goederen. Op grond van artikel 8.3 van het bestemmingsplan kan van het bouwverbod worden afgeweken, indien er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de betrokken hoogspanningsverbinding en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder (zie artikel 8.3). Vattenfall heeft contact gehad met TenneT (de leidingbeheerder) over het plan om een deel van het zonnepark te realiseren ter hoogte van de zones met dubbelbestemming ‘leiding’. Vanwege de aanlegdiepte van –30 meter t.o.v.
maaiveld van de (nog aan te leggen) leiding en de omstandigheid dat de leiding geboord wordt aangelegd (geen open ontgraving) heeft Tennet aangegeven geen belemmeringen te zien en een positief advies uit te brengen. Ook voor beheer van de leiding wordt geen belemmering gezien. De schriftelijke reactie van Tennet is als onderdeel van de vergunningaanvraag aangeleverd bij het bevoegd gezag, maar is geen bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing.
6
Confidentiality: C2 - Internal
Figuur 3
Projectgebied en bestemmingsplan Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels (vastgesteld 3 maart 2022).
1.3.3
Luchthavenindelingsbesluit (LIB) Voor het projectgebied en directe omgeving geldt een beperking voor de ontwikkeling van nieuwe bebouwing op grond van het Luchthavenindelingsbesluit (LIB) Schiphol. Ter plaatse van het projectgebied gelden bouwhoogtebeperkingen voor gebouwen, andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde en objecten. Deze bouwhoogtebeperkingen zijn weergegeven in Figuur 4. Hierover wordt meer toegelicht in paragraaf 3.2 Rijksbeleid onder ‘Luchthavenindelingbesluit’.
7
Confidentiality: C2 - Internal
Figuur 4
Maatgevende toetshoogtes Luchthavenindelingbesluit Schiphol 2018
Na aanmelding van het project bij de gemeente heeft een eerste ruimtelijke toets plaatsgevonden. Aandachtspunten uit die toetst zijn verwerkt in voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Gemeente Haarlemmermeer heeft te kennen gegeven dat zij in principe medewerking wil verlenen aan de beoogde ontwikkeling van het zonnepark waarvoor een zelfstandige ruimtelijke procedure moet worden doorlopen.
1.4
Omgevingsvergunning voor afwijken van bestemmingsplan Omdat het project niet past binnen de regels van het bestemmingsplan ‘Haarlemmermeer Buitengebied Noord’ heeft initiatiefnemer in overleg met gemeente gekozen voor het doorlopen van de zelfstandige projectprocedure en in dat verband een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘afwijken van het bestemmingsplan’ en voor de activiteit ‘bouwen’ (een constructie met zonnepanelen wordt aangemerkt als een bouwwerk geen gebouw zijnde) voorbereid en ingediend. Het gaat om activiteiten als bedoeld in art 2.1 lid 1 onder a en c Wabo. Op de vergunningaanvraag is de uitgebreide Wabo-procedure van toepassing. Het college van B&W van Gemeente Haarlemmermeer treedt op als bevoegd gezag. Omdat sprake is van een afwijking van het bestemmingsplan dient de gemeenteraad te worden geraadpleegd en dient zij in te stemmen met de ontwikkeling door middel van een zogeheten ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb).
8
Confidentiality: C2 - Internal
1.5
Conclusie In de ruimtelijke onderbouwing is de voorgenomen bouw en het gebruik van het zonnepark getoetst aan het ruimtelijk beleid en het beleid en de normstelling ten aanzien van relevante sectorale aspecten. Uit de toetsing blijkt het volgende: • • • • •
De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met het rijks-, provinciaal en gemeentelijk ruimtelijk beleid en draagt bij aan het behalen van rijks-, provinciale en gemeentelijke klimaatdoelstellingen; De beoogde ontwikkeling is zorgvuldig landschappelijk ingepast, heeft een positief effect op de biodiversiteit in het plangebied en versterkt de recreatieve mogelijkheden van het gebied; Bij de voorbereiding van de aanvraag is een uitgebreid participatieproces doorlopen. Zie voor details het participatieplan in Bijlage C. De diverse omgevingsaspecten staan de uitvoering van het project niet in de weg, ze worden juist versterkt; De uitvoerbaarheid van het project is zeker gesteld door middel van een overeenkomst tussen Vattenfall en grondeigenaren over het gebruik van de gronden voor het zonnepark.
Het verhaal van (plan)kosten en eventuele planschade wordt zeker gesteld door middel van een anterieure overeenkomst tussen bevoegd gezag en Vattenfall.
1.6
Leeswijzer Hoofdstuk 2 van voorliggende ruimtelijke onderbouwing bevat een beschrijving van het project. In Hoofdstuk 3 zijn de beleidskaders geschetst. De sectorale aspecten komen in Hoofdstuk 4 aan bod. Per aspect is een samenvatting van het toetsingskader opgenomen en zijn de resultaten van de toetsing van het project aan het betreffende kader weergegeven. Tot slot is in Hoofdstuk 5 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het project onderbouwd.
9
Confidentiality: C2 - Internal
Hoofdstuk 2 Projectbeschrijving
2.1
Projectgebied Het projectgebied maakt deel uit van Buitengebied Noord Haarlemmermeer en is gelegen in het Zonnecarré. Dit gebied is in het Beleidskader Zonneakkers van gemeente Haarlemmermeer aangewezen als zoekgebied voor grootschalige zonneakkers (zie Figuur 5). Het zonnecarré bestaat voornamelijk uit agrarisch landschap met polderlinten en tochten. Door het Zonnecarré en vlak langs het projectgebied loopt de snelweg A5. Ook ligt het zonnecarré rondom de Polder- en Zwanenburgbaan, behorende bij luchthaven Schiphol. Omwonenden hebben te maken met geluidsoverlast van de vliegtuigen. Door zonneparken dichtbij de landingsbanen van luchthaven Schiphol te plaatsen, kan de groene ruimte in de rest van de gemeente openblijven. De initiatiefnemer wil dit zonnepark qua materiaal en uitstraling laten aansluiten op de andere zonneparken in de omgeving.
Figuur 5
Ligging van het projectgebied (rood omkaderd) tussen de A5 en Hoofddorp.
Verder bestaan er veel groenstructuren nabij het projectgebied. Deze worden bepaald door het Groene Carré, een groene raamwerk als buffer rondom Schiphol en de polderbaan. Ook is er laan- en erfbeplanting langs de polderlinten. 10
Confidentiality: C2 - Internal
Fietsers en vliegtuigspotters maken veel recreatief gebruik van het gebied. Het Zonnecarré valt voor het grootste deel binnen het Bijzonder Provinciaal Landschap Haarlemmermeer-Noord (BPL). Het projectgebied is niet gelegen binnen het Bijzonder Provinciaal Landschap. Aan de zuidwestzijde van het projectgebied is een leidingstrook gelegen waarin enkele leidingen voor transport van hogedruk aardgas zijn gelegen. Het projectgebied reikt tot over de grenzen van de dubbelbestemming ‘leiding – gas’, maar ter plaatse van deze dubbelbestemming worden geen zonnepanelen gerealiseerd. De strook waarin de dubbelbestemming is gelegen, zal dienen als aansluiting op de Groene Carré waar mogelijkheid tot recreatie kan plaatsvinden. Om die reden kan een aanlegvergunning voor de zonnestroominstallatie achterwege blijven. De aan te houden afstand van de leidingstrook tot installaties van het beoogde zonnepark is nader toegelicht in paragraaf 4.9.
2.2
Toelichting project De bruto oppervlakte van het projectgebied bedraagt circa 59 hectare. Daarvan wordt ca. 10 hectare ingezet voor landschappelijke inpassing en recreatie (zie Figuur 6). De netto-oppervlakte waar plaatsing van panelen mogelijk is, is kleiner i.v.m. benodigde ruimte voor onderhoudspaden. Het voornemen is om zonnepanelen te plaatsen in een zuidwestoriëntatie met een gezamenlijk vermogen van circa 60 MWp. De omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor een bepaalde tijd, te weten een periode van ten hoogste van 25 jaar. Met het beoogde opgestelde vermogen zal naar eerste schatting circa 57.000 MWh per jaar worden opgewekt. Met deze omvang produceert het zonnepark op de beoogde locatie jaarlijks een hoeveelheid stroom die gelijk is aan het gemiddeld verbruik van ruim 17.000 huishoudens3.
3
Confidentiality: C2 - Internal
Uitgaande van stroomverbruik van een gemiddeld huishouden van 3.300 kWh/jaar en 900 vollasturen zonne-energie op jaarbasis.
11
Figuur 6
Situatietekening zonnepark (op schaal).
2.3
Ruimtelijke en landschappelijke inpassing Landschappelijke inpassing De belangrijkste uitgangspunten bij de inpassing van het zonnepark zijn de balans tussen inpassen van het zonneakker en behouden van de kernkwaliteiten van de Haarlemmermeerpolder. Hiervan zijn de openheid en de orthogonale verkavelingsstructuur de belangrijkste kwaliteiten. Het bestaande poldergrid met sloten vormt het raamwerk van het park. De situatietekening en ontwerpuitgangspunten voor de ruimtelijke inpassing zijn te vinden in Bijlage A. Het beoogde zonnepark ligt landschappelijk in lijn met de bestaande infrastructuur, van en behorend tot de rijksweg A5. Ten behoeve van het zonnepark worden twee bestaande watergangen verbreed aan de noord- en zuidzijde van het projectgebied. Oostzijde: Rijnlanderweg Aan de oostzijde van het zonnepark wordt 125 meter afstand gehouden tot het polderlint Rijnlanderweg. Voor de bewoners langs deze zone wordt een 2,40 meter hoog hekwerk voorzien van een landschappelijke haag van ca. 2 meter hoog en breed. De palen van het hekwerk zijn 2,40m hoog, het hekwerk tussen de palen is 2 meter hoog (zie tekening hekwerk). Tevens wordt gebruik gemaakt van gebiedseigen beplanting. Door een hoogteverschil van de Rijnlanderweg van ca. 60 centimeter ten opzichte van het zonnepark, kan vanaf de Rijnlanderweg over de panelen worden heen gekeken. 12
Confidentiality: C2 - Internal
Aanvullend is naar wens van de bewoners van de Rijnlanderweg 759 de ruimtereservering voor de bebouwing van het zonnepark (inkoopstation e.d.) zo ingepast zodat zij er geen zicht op hebben (zie Figuur 7). Figuur 7
Zichtlijn Rijnlanderweg 759 op bebouwing zonnepark (inkoopstation e.d.).
Zuidzijde: Vijfhuizertocht Aan de zuidzijde van de zonneakker is een zone van ca. 70 meter breed vrijgehouden van zonnepanelen. Op deze locatie wordt de verbinding gezocht met de Groene Carré zuid. Door het realiseren van een nieuwe brug over de Vijfhuizertocht is het mogelijk om een ommetje te maken in deze nieuwe parkzone. Men kan hier de hond uitlaten, een rondje hardlopen/wandelen of uitrusten op een van de ontmoetingsplekken. Met de beoogde recreatieve brug over de Vijfhuizertocht en de bestaande brug in de Rijnlanderweg, is het voor zowel omwonenden als vanuit de parkeervoorziening Groene Carré Zuid goed mogelijk om het ‘ommetje’ te lopen. De wijze waarop het wandelpad wordt aangesloten op de Rijnlanderweg en de fysieke maatregelen die in samenhang hiermee nodig zijn worden momenteel onderzocht door de gemeente. Indien dat op grond van het beleid van gemeente nodig is, wordt ten westen van de bestaande brug in de Rijnlanderweg een aparte voetgangersbrug gerealiseerd. De wandelpadenstructuur is in elk geval volgend aan de verkavelingsstructuur en benadrukt zo dit landschapstype. Er worden 2 ontmoetingsplekken aangelegd: een sport- en speelplaats en een informatie- en rustpunt. De parkzone wordt ingezaaid met een bloemrijk mengsel, rondom de ontmoetingsplekken worden plukjes struweel gerealiseerd om de recreant beschutting te geven.
Ook wordt aan de noordzijde een rietoever gerealiseerd. Deze rietoever heeft een beoogde breedte van maximaal 80 cm en voldoet daarmee aan het beleid van Hoogheemraadschap Rijnland. Verder wordt de parkzone is zo open mogelijk gehouden om zo aan te sluiten bij de kernkwaliteiten van de Haarlemmermeerpolder. Westzijde: Kagertocht Aan de westzijde van het zonnepark wordt 10 meter afstand gehouden tussen de panelen en de Kagertocht. De steile oever van de Kagertocht wordt flauwer gemaakt en voorzien van riet, maximaal 80 cm breed. De zone tussen de Kagertocht en het zonnepark wordt voorzien van bloemrijk grasland, takkenrillen en struweel. De takkenrillen vormen waardevolle elementen voor kleine insecten. Daarnaast
Confidentiality: C2 - Internal
13
bieden de takkenrillen ook nest- en schuilgelegenheid voor verschillende soorten fauna. De takkenrillen worden op een geordende manier geplaatst zodat deze niet zorgen voor een rommelig beeld.
2.4
Opstelling en hekwerk Opstelling De zonnepanelen staan in een zuidwest-gerichte opstelling waarbij de zonnepanelen niet bodem bedekkend worden geplaatst. Zo blijft voldoende ruimte tussen de bodem en de panelen zodat voldoende water en licht op de bodem terecht kunnen komen. Vanuit het Beeldkwaliteitsplan Zonnecarré is een eis vastgelegd dat tenminste 25% van het bruto panelenoppervlak wordt vrijgehouden van panelen. Dat wil zeggen dat er -van bovenaf gezien- 25% van het gebied waar ook echt de panelen komen, vrij wordt gehouden. De bouwhoogte van de panelen is 2 meter en tussen de rijen panelen wordt 3,5 meter afstand gehouden. Van bovenaf gezien hebben de tafels een breedte van 7,03 meter. Hiermee wordt ca. 33% van het bruto paneeloppervlak vrijgehouden van panelen, waarmee aan de eis uit het Beeldkwaliteitsplan Zonnecarré wordt voldaan (zie Figuur 8).
Figuur 8
Bedekkingsgraad panelen.
Tussen de panelen in de rij is 2 cm ruimte, zodat hemelwater ook tussen de panelen kan infiltreren in de bodem. In het provinciaal beleid is vastgelegd dat de zonnepanelen maximaal 1,5 meter hoog mogen zijn, gemeten vanaf de omliggende wegen. De omliggende wegen liggen ca. 0,60 m hoger dan het maaiveld van het zonnepark (akker), waardoor de maximale hoogte van 1,5 meter (zichtlijn) hiermee niet overschreden wordt. Voor een rustig totaalbeeld worden donkere zonnepanelen met zo min mogelijk aluminium randen toegepast. In de bijlagen bij de omgevingsvergunningaanvraag aanvraag is een referentiebeeld opgenomen van een pv paneel (zie 14
Confidentiality: C2 - Internal
datasheet), aan de hand waarvan de ruimtelijke uitstraling inzichtelijk is gemaakt. Het merk en type paneel zijn nog niet bekend maar de te plaatsen panelen komen met dit beeld overeen. Het geïnstalleerd vermogen per paneel is niet ruimtelijk relevant maar bedraagt naar verwachting circa 460 Wp. Hekwerk Enkel aan de zijde van de Rijnlanderweg is een hekwerk noodzakelijk in verband met (diefstal)beveiliging. Het hekwerk is 2,00 meter hoog. De overige grenzen van het zonnepark worden afgebakend met minimaal 4 meter brede sloten met rietoevers. Er wordt gebruik gemaakt van een gaashekwerk in een kleurstelling die past in een landelijke omgeving, aan de bovenzijde afgewerkt met prikkeldraad. Het hekwerk heeft een onderdoorgang van 10 cm. Hierdoor krijgen kleine zoogdieren de mogelijkheid te passeren. Voor het hekwerk wordt een landschappelijke haag geplaatst, zodat het hekwerk naar verloop van tijd niet meer zichtbaar is voor de bewoners aan de Rijnlanderweg. Paden en toegangswegen De onderhoudspaden tussen de panelen worden uitgevoerd in halfverharding en hebben een breedte van 3,5 meter. De concrete uitwerking voor het type halfverharding wordt in een later stadium uitgewerkt. De entree tot het zonnepark en de onderhoudsweg wordt aangelegd net onder de oostelijke punt van het projectgebied aan de Rijnlanderweg (zie Figuur 9).
In de zuidpunt van het zonnepark wordt een calamiteitendoorgang gerealiseerd (zie Figuur 9). De toegangspoort en paden worden vanuit het oogpunt van het voorkomen van lichtvervuiling niet voorzien van permanent brandende verlichting.
15
Confidentiality: C2 - Internal
Figuur 9
Opstelling en onderhoudspaden.
Bijbehorende bouwwerken De met de panelen opgewekte stroom wordt omgevormd van gelijkspanning naar wisselspanning. Deze omvormers worden onder de panelen gemonteerd. Per string panelen en omvormers wordt een transformatorstation geplaatst, waar de stroom wordt getransformeerd naar de gewenste transportspanning. Transformatorstations hebben een maximale bouwhoogte van 3,5 meter en worden in een donkere kleur uitgevoerd die aansluit bij de kleur van de panelen. De kabels van de transformatorstations komen samen in het inkoopstation waar zicht de SCADA ruimte bevindt en waar overdracht van de stroom aan de netbeheerder plaatsvindt. Vanuit het inkoopstation verzorgt de netbeheerder de aansluiting op het elektriciteitsnet. De omvormers maken deel uit van de constructie met PV-panelen en zijn niet vergunningplichtig. Nabij het inkoopstation is tevens een communicatiegebouw en een opslagcontainer met reserveonderdelen voorzien. Het zonnepark zal worden aangesloten op onderstation Haarlemmermeer (Leenderbos 95 te Hoofddorp). Er is een tracéstudie hiervoor uitgevoerd en er wordt transportcapaciteit voor het zonnepark gereserveerd. De overlegreactie van Liander met betrekking tot de tracéstudie is als onderdeel van de vergunningaanvraag aangeleverd bij het bevoegd gezag, maar is geen bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing.
16
Confidentiality: C2 - Internal
Transformatorstations Voor de transformatorstations geldt dat aandacht is voor landschappelijke inpassing. De stations worden met een regelmatige afstand geplaatst tussen de panelen (is gewenst om de kabellengte te beperken, zoals weergegeven op de situatietekening. Voor de te plaatsen transformatorstations is een gevel, plattegrond en doorsnedetekening bij de omgevingsvergunningaanvraag gevoegd. De zones waarbinnen de transformatorstations worden geplaatst zijn weergegeven op de situatietekening (zie ook Figuur 10). Figuur 10
Zones transformatoren (blauw) en vlak met bijbehorende bouwwerken (opslagcontainer met reserveonderdelen, communicatiegebouw en inkoopstation).
Inkoopstation, communicatiegebouw en opslagcontainer met reserveonderdelen Op de situatietekening behorende bij de omgevingsvergunningaanvraag zijn bijbehorende bouwwerken weergegeven. Deze worden geclusterd geplaatst in de zuidoosthoek van het projectgebied. Het betreft het inkoopstation, een communicatiegebouw voor beveiliging en communicatie (digitaal toezicht, geen personeel aanwezig) en een opslagcontainer met reserveonderdelen voor het zonnepark. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de milieueffecten van activiteiten in relatie tot de bijbehorende bouwwerken (transformatorstations en inkoopstation). Camerabeveiliging Het zonnepark wordt uitgerust met een camerabeveiliging waarbij 5 camera’s worden geplaatst op masten met een maximale hoogte van 4 meter. De camera’s worden geplaatst nabij de toegangspoort, de zone met bijbehorende bouwwerken en op enkele overige punten rond het zonnepark. De locaties waar cameramasten zijn voorzien zijn weergegeven op Figuur 11 en in de technische tekening. 17
Confidentiality: C2 - Internal
Figuur 11
LIB- zones bouwhoogtebeperkingen, zones locatie cameramasten en max. bouwhoogte cameramast.
Het maaiveld ter plaatse is gelegen op circa -4,5 m NAP. In verband met eerdere hoogte van het hekwerk van max. 2,4 meter is er reeds een VVGB afgegeven door ILT voor een bouwhoogte van max. 2,4 meter vanaf maaiveld binnen de zone met max. bouwhoogte -4.0 NAP. Binnen deze zone wordt in nabijheid van de toegangspoort één camera geplaatst met een max. bouwhoogte van 2,4 meter. Binnen een zone met bouwhoogtebeperking boven -1,0 m NAP wordt ook één camera geplaatst met een maximale bouwhoogte van 3,5 meter. Hiermee komt de hoogte van de mast niet uit boven de maximale bouwhoogte ter plaatse. De overige drie masten hebben een maximale bouwhoogte van 4 meter en worden in zones geplaatst met een hoogtebeperking vanaf 0 m NAP. Ook hiermee wordt de maximaal toegestane bouwhoogte LIB ter plaaste niet overschreden. Tot slot is van belang dat een bouwvergunningaanvraag voor de brug en speeltoestellen later wordt aangevraagd. Voor de beoogde brug over de Vijfhuizertocht hoeft overigens geen vergunning voor afwijken van bestemmingsplan te worden aangevraagd; het geldende bestemmingsplan laat binnen de bestemming ‘Water’ bruggen voor langzaam verkeer toe met een hoogte van 6 meter. De brug zal een maximale hoogte hebben van 5 meter boven het gemiddeld waterpeil.
2.5
Biodiversiteit en soortenvariatie De randen worden ingepast met rietoevers en bloemrijke randen, op deze manier blijft de openheid van de polder gewaarborgd en wordt het zicht op de onderconstructie van de zonnepanelen weggenomen. Er wordt alleen gebruik gemaakt van inheemse en gebiedseigen beplantingen om zo de biodiversiteit te bevorderen. Hier wordt gericht op het aantrekken van doelsoorten die geen risico’s met zich
Confidentiality: C2 - Internal
18
meebrengen voor een locatie nabij een vliegveld. Dit betekent dat het gebied geen verhoogde aantrekkende werking mag hebben op met name grote vogels zoals ganzen en grote zoogdieren. Voor een insectaantrekkende werking van de ruige begroeiing is gekozen voor een samenstelling van wilde lijsterbes, hazelaar, sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, sleedoorn en meidoorn. Het struweel heeft daarbij een belangrijke functie voor de voortplanting van insecten. Het terrein zal daarnaast geschikt worden voor verschillende insecten waaronder bijen en vlinders (zoals de Koninginnenpage). Een insectaantrekkend gebied zal ook kleine zoogdieren met zich meebrengen, waardoor tevens kan worden ingezet op het aantrekken van de (in de provincie Noord-Holland beschermde) kleine marterachtigen: bunzing, hermelijn en wezel. De vrijkomende grond door de verbreding van de watergangen wordt op grondwallen van ca. 1 meter hoog gelegd verspreid over de parkzone, waardoor het gebied aantrekkelijker gemaakt voor o.a. kleine marterachtigen. Verspreid over het terrein worden ook takkenrillen aangelegd, dit zijn waardvolle elementen voor kleine insecten. De takkenrillen worden gevormd van snoeiafval.
In de ecologische quick scan wordt genoemd dat volgens verspreidingsgegeven in de omgeving van het projectgebied waarnemingen zijn gedaan van de boomvalk, buizerd, havik, ransuil, roek, sperwer, wespendief en kerkuil. Uit de quick scan blijkt dat er op en in de directe omgeving van het projectgebied echter dat er geen van deze soorten of nesten van deze soorten zijn aangetroffen. Ook is er in de huidige situatie geen hoge bebouwing aanwezig binnen het projectgebied. Verstoring ten aanzien van een potentieel jaarrond beschermd nest van één van deze soorten is daarom op voorhand uit te sluiten. Er is geen sprake van verlies van essentieel foerageergebied. Bomen of andere beplantingssoorten die geschikt zijn voor het vormen van een vaste rust- of voortplantingsplaats maken geen deel uit van de ecologische inrichting van het park. Er worden geen speciale kasten voor kerkuilen gerealiseerd en de bebouwing van het zonnepark heeft geen aantrekkende werking voor kerkuilen. Doelsoorten zijn geen maatlat om aan te monitoren, omdat deze in huidige situatie (nog) niet in de directe omgeving van het plangebied voorkomen. Om de ontwikkelingen op het gebied van biodiversiteit te monitoren, wordt gebruik gemaakt van indicatorgroepen. De meest effectieve indicatorgroepen zijn veelal de grondgebonden geleedpotigen, maar er zijn weinig specialisten welke deze monitoring kunnen uitvoeren.
De volgende groepen worden gemonitord: • Vogels; • Vlinders; • Libellen; • Planten. Voorafgaand aan de aanleg van het zonnepark wordt een nulmeting uitgevoerd. Na aanleg wordt met monitoring gestart. Daarbij worden zoveel mogelijk verschillende soorten en aantallen per groep genoteerd. In de eerste vijf jaar na aanleg wordt jaarlijks gemonitord, daarna wordt de frequentie teruggebracht tot eenmaal per vijf jaar. De monitoringsresultaten worden vastgelegd in een rapportage, die aan de gemeente wordt voorgelegd. Bij een negatief resultaat kunnen aanvullende maatregelen met betrekking tot beheer worden geadviseerd.
19
Confidentiality: C2 - Internal
Naar verwachting is in de eerste 5 jaar geen tot slechts een geringe beïnvloeding van de bodemkwaliteit. In jaar 2-4 wordt daarom de helft van de proefvlakken onderzocht. Processen zoals oxidatie van organische stof, verdroging en vermindering bodemleven zijn trage processen, dus twee jaarlijks is op basis van advies van een bodemdeskundige van Antea Group in de beginjaren voldoende. Per vak monitoring om het jaar kan dan volstaan. Wel wordt tweejaarlijks de informatie per vak verzameld zodat een goede trendanalyse kan worden gemaakt. Mocht uit de bemonsterde vakken blijken dat de processen toch sneller verlopen dan gedacht, kan n.a.v. resultaten in overleg met gemeente en/of omgevingsdienst aanpassing van het protocol leiden tot jaarlijkse bemonstering van alle vakken. Ook tussen de panelen is ruimte voor ontwikkeling van een variatie aan gras en kruidensoorten. Tenminste 25% van het bruto oppervlak wordt immers niet bebouwd met panelen. Deze ruimten worden ingezaaid met een kruidenrijk zaadmengsel dat is afgestemd op de voorkomende grondsoort. Onder panelen worden een mengsel met schaduwminnende soorten flora toegepast. Een gedetailleerd beheersplan en de doelsoorteninventarisatie zijn te vinden in Bijlage A. Het monitoringsprotocol bodemkwaliteit is te vinden in Bijlage J.
2.6
Proces- en financiële participatie Procesparticipatie In het participatieplan (opgenomen in Bijlage C) heeft Vattenfall vastgelegd hoe inwoners en bedrijven kunnen meedenken en meedoen met zonnepark Hoofddorp A5. Vattenfall heeft de (directe) omgeving en lokale stakeholders vanaf het begin van het proces betrokken bij keuzes over ruimtelijke inpassing en lokaal eigenaarschap, zodat er zoveel mogelijk maatschappelijke meerwaarde wordt gecreëerd voor de omgeving. Hiervoor zijn diverse bijeenkomsten en keukentafelgesprekken georganiseerd, met onder andere direct omwonenden aan de Rijnlanderweg. Uit deze gesprekken is bijvoorbeeld de behoefte aan recreatie-, speel- en sport- en een wandelvoorzieningen naar voren gekomen en ook de behoefte en wijze van communicatie over het zonnepark. Ook zijn er wensen uitgesproken met betrekking tot landschappelijke en ecologische inpassing. Deze wensen zijn verwerkt in het ecologisch beheerplan. Zo is er onder andere naar wens van lokale imkervereniging een ‘lange bloeiboog’ aan het landschappelijk ontwerp toegevoegd. Het inrichtingsplan is tevens gecreëerd op basis van 1 op 1 gesprekken en inbreng tijdens een digitale bijeenkomst. Het betrekken en laten meebeslissen van de omgeving en stakeholders gebeurt zowel tijdens de ontwerpfase, als tijdens de bouwen de exploitatie van het zonnepark.
Vattenfall heeft een tevens een projectwebsite gestart, waar geïnteresseerden op elk moment van het proces zich kunnen inschrijven op de nieuwsbrief. Lokaal eigenaarschap en financiële participatie In het kader van het participatieproces is tevens onderzocht hoe en op welke wijze invulling kan worden gegeven aan het streven naar 50% lokaal eigendom en financiële participatie. Dit heeft geleid tot de volgende afspraken: •
Er komt een obligatieregeling van 1 miljoen euro waarbij inwoners van Hoofddorp (op basis van postcode) als eerste de mogelijkheid krijgen om deel te nemen, daarna volgen de inwoners van de gemeente Haarlemmermeer. De 20
Confidentiality: C2 - Internal
•
•
obligaties bedragen 250 euro per stuk, met een maximum van 10.000 euro per deelnemer. Deelname staat voor iedereen binnen de gemeente open, ook voor inwoners die geen klant zijn van Vattenfall. Er wordt een omgevingsfonds opgezet ter versterking van de biodiversiteit en duurzame opwek in het gebied. Vattenfall stort 50 eurocent per MWh per jaar in het omgevingsfonds. Op basis van schattingen zal dit neerkomen op een bedrag van zo’n 30.000 euro per jaar. Om aanspraak te maken op het fonds kunnen inwoners van Hoofddorp en de gemeente Haarlemmermeer jaarlijks projectvoorstellen indienen. De voorstellen worden getoetst en op basis van de criteria worden toegekend. Inwoners van de gemeente Haarlemmermeer krijgen vanuit het zonnepark korting bij het verduurzamen van hun woningen. Deelname staat voor iedereen open, ook voor inwoners die geen klant zijn van Vattenfall.
Met deze mix aan regelingen en fysieke ingrepen bovenop de geldende inpassingseisen (zoals aanleg brug, realisatie sporttoestellen en park) wordt een gelijkwaardige invulling gegeven aan lokaal eigenaarschap. Met het participatieproces zijn de mogelijkheden verkend om tot 50 procent lokaal eigendom te komen. Daarmee heeft Vattenfall invulling gegeven aan de inspanningsverplichting. Mocht met de geboden mogelijkheden van financiële deelneming onverhoopt de 50 procent niet gehaald worden, dan is de aanvullende rekenregel van toepassing. Vattenfall gaat er vooralsnog vanuit dat daar met de genoemde fysieke ingrepen en de hoogte van het omgevingsfonds aan kan worden voldaan. Een uitwerking van het participatieplan zijn opgenomen in Bijlage C. Daar zijn tevens alle stakeholders voor ruimtelijke inpassing in kaart gebracht.
2.7
Visualisaties In het kader van het landschappelijk inpassingsplan en in het kader van het participatieproces zijn tevens visualisaties gecreëerd vanuit verschillende kijkpunten. Deze kunnen hier bekeken worden. De kijkpunten van de visualisaties zijn in overleg met omwonenden bepaald. Daarbij zijn ook kijkpunten vanuit de woningen van omwonenden meegenomen. Voor de beleving van het zonnepark vanaf de Rijnlanderweg, de enige openbare weg langs het projectgebied, is van belang dat het zicht op een deel van het projectgebied wordt ontnomen door aanwezige bedrijfsbebouwing en bomen. Nadat de bedrijfs- en woonbebouwing is gepasseerd is er vrij zicht vanaf de Rijnlanderweg op het zonnepark. Voor de beleving is van belang dat het peil van de weg niet noemenswaardig verschilt van de maaiveldhoogte van het akkerland4.
4
Confidentiality: C2 - Internal
Bron: www.ahn.nl/ahn-viewer
21
Hoofdstuk 3 Beleidskader
3.1
Inleiding In dit hoofdstuk wordt het relevante planologische beleidskader beschreven vanuit het Rijk, de provincie Noord-Holland en de gemeente Haarlemmermeer. Het initiatief om een zonnepark te realiseren wordt in dit hoofdstuk aan het beleidskader getoetst. De resultaten van de toetsing staan in paragraaf 3.5.
3.2
Rijksbeleid Op rijksniveau zijn op ruimtelijk gebied de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de meest bepalende beleidsdocumenten. Deze documenten richten zich op een zodanig schaalniveau (en zijn als gevolg daarvan ook van een zeker (hoog) abstractieniveau) dat hieruit geen concrete beleidskaders voortkomen voor de ontwikkeling van het zonnepark. SER-energieakkoord Met de beoogde ontwikkeling van het zonnepark wordt invulling gegeven aan enkele doelstellingen die zijn opgenomen in het Nationaal Energieakkoord dat door tientallen partijen, waaronder Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), is ondertekend. Het gaat om de volgende doelstellingen: • Opschalen van hernieuwbare energieopwekking • Stimuleren van decentrale duurzame energie Luchthavenindelingbesluit Schiphol Zonneparken mogen op geen enkele wijze een risico vormen voor de veiligheid van luchthavenoperaties, bijvoorbeeld door hinderende reflectie of radarverstoring voor de luchthavenoperatie. In het Luchthavenindelingbesluit (LIB) Schiphol zijn hiervoor regels opgesteld. Het LIB is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die zijn grondslag vindt in artikel 8.4 van de Wet luchtvaart. In het LIB worden twee typen gebieden onderscheiden: het luchthavengebied en het Beperkingengebied.
Het projectgebied voor Zonnepark A5 Haarlemmermeer ligt binnen de beperkingengebieden zoals zijn begrensd in bijlage 3, 4, 4a en 5 van het LIB. LIB 5 zone Binnen zone 5 van het beperkingen gebied, zoals weergegeven in bijlage 3 van het LIB Schiphol, worden beperkingen gesteld ten aanzien van de bestemming of het gebruik van gronden uit het oogpunt van veiligheid en geluidbelasting. LIB-zone 5 is niet relevant omdat met de ontwikkeling van het zonnepark geen sprake is van een geluidgevoelige functie of een functie waar regelmatig personen verblijven.
22
Confidentiality: C2 - Internal
Op grond van het LIB moet tevens rekening worden gehouden met bouwhoogtebeperkingen boven een vastgestelde toetshoogte, zoals weergegeven in bijlage 4 bij het LIB. (zie Figuur 12). Uit deze figuur blijkt dat ter plaatse van het projectgebied gedeeltelijk bouwhoogtebeperkingen van respectievelijk –4 en –3 meter NAP gelden (rode en donkeroranje gebieden). Gelet op de gemiddelde maaiveldhoogte in het projectgebied van circa –4,6 meter NAP treedt als gevolg van de beoogde installatie met zonnepanelen met een bouwhoogte van 2 m ten opzichte van het maaiveld een lichte overschrijding van de toetshoogte op. Om die reden is toetsing en instemming van Inspectie Luchtvaart en Transport (ILenT) noodzakelijk. In gebieden met een bouwhoogte beperking tot –2,0 m en verder treedt gelet op de maaiveldhoogte en de bouwhoogte van het bouwwerk geen strijdigheid op. In verband met de ligging binnen LIB-zones heeft ILenT op verzoek van gemeente Haarlemmermeer een pre-toets uitgevoerd. De pre-toets is als onderdeel van de vergunningaanvraag aangeleverd bij het bevoegd gezag, maar is geen bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing. De uitkomst van de toets is positief, ILenT acht het project kansrijk in relatie tot de geboden en verboden voor bouwwerken die gelden op grond van het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol. Figuur 12
Locatie projectgebied en bouwhoogtebeperkingen bijlage 4 van LIB Schiphol.
Artikel 2.2.2 LIB gelezen in combinatie met artikel 8.9 van de Wet luchtvaart biedt de mogelijkheid aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (i.c. Inspectie Leefomgeving en Transport) om een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) af te geven voor objecten die de toetshoogtes uit het LIB overschrijden. Het plan is om die reden voor toetsing voorgelegd aan Inspectie Leefomgeving en Transport waarop de Minister een verklaring van geen bezwaar voor het plan heeft afgegeven5. 5
Confidentiality: C2 - Internal
Inspectie Leefomgeving en Transport, Verklaring van geen bezwaar art. 8.9 Wet luchtvaart Zonnepark A5, 583540, 10 juni 2022
23
In verband met luchtvaart mogen zonneparken nabij Schiphol tot slot geen vogelaantrekkende werking hebben. Aan dit onderwerp is aandacht besteed in het landschappelijk ontwerp en het inrichtings- en beheerplan van het zonnepark. Ook dit onderwerp is onderdeel van de toetsing door Inspectie Leefomgeving en Transport.
3.3
Provinciaal beleid Noord-Holland Omgevingsvisie NH2050 In de Omgevingsvisie NH2050 beschrijft Provincie Noord-Holland hoe en op welke manier de provincie met planologische ontwikkelingen en keuzes omgaat en schetst ze hoe de provincie er in 2050 moet komen uit te zien. Door de ruimtelijke ordening aan te passen waar nodig, kan met de veranderingen worden omgegaan. Daarnaast kan dit door de bestaande kwaliteiten verder te ontwikkelen. De omgevingsvisie richt zich op een balans tussen economische groei en leefbaarheid, energietransitie en gebruik van de leefomgeving. Provincie Noord-Holland ambieert als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal te zijn en wil daarom maximaal inzetten op het opwekken van hernieuwbare energie, waaronder zonne-energie. De provincie geeft in de omgevingsvisie aan ruimte te bieden aan de noodzakelijke energietransitie en daarvoor benodigde infrastructuur, daarbij rekening houdend met de ambities voor verstedelijking en landschap. Verdere ambities uit de Omgevingsvisie op het gebied van energietransitie worden verder uitgewerkt in onder andere het gemeentelijk beleid van Haarlemmermeer en de Regionale Energiestrategie (RES) van Energieregio Noord-Holland Zuid. RES Noord-Holland Zuid De RES 1.0 van Energieregio Noord-Holland Zuid wordt op 1 juli opgeleverd.
De gemeente Haarlemmermeer heeft in de RES 1.0 opgenomen dat initiatiefnemers voor zonneakkers hun plannen voor het gebied rond de landingsbanen van Schiphol kunnen indienen bij de gemeente. In de RES 1.0 staat dat de inzet van Haarlemmermeer zorgt voor 677 Gigawattuur (GWh) aan opgewekte energie. De hele regio NoordHolland-Zuid heeft de ambitie om in 2030 in de regio Noord-Holland Zuid 2,7 Terawattuur op te wekken. Omgevingsverordening NH2020 De provinciale doelstellingen ten aanzien van het ruimtelijk beleid zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening NH2020. De Omgevingsverordening bevat regels ten aanzien van duurzame economische structuur en het borgen van de kwaliteit van de leefomgeving in Noord-Holland. Dit vormt de basis voor de meeste plannen die de provincie de komende jaren wil maken. In de beweging Nieuwe energie staat dat de provincie in 2050 klimaatneutraal en volledig circulair wil zijn, gekoppeld aan het Klimaatakkoord om in 2030 49% CO2-reductie te behalen. De provincie Noord-Holland is voorstander van de toepassing van zonne-energie in de gebouwde omgeving en – onder voorwaarden – in landelijk gebied. Goede landschappelijke inpassing en de aansluiting op bestaande functies zijn een randvoorwaarde bij de realisatie van zonneparken in Noord-Holland.
De provincie beaamt dat de transitie naar duurzame energievoorziening het uiterlijk van woonwijken, industrieterreinen en landelijke gebieden zal veranderen. De provincie acht hierbij dat alle vormen van duurzame energie dienen te worden ingezet, waaronder grootschalige grondgebonden zonneparken. 24
Confidentiality: C2 - Internal
Artikel 6.30 van de Omgevingsverordening schrijft voor dat de omgevingsvergunning voor zonneparken geldt voor een bepaalde termijn, die maximaal 25 jaar bedraagt. Na het verstrijken van de termijn wordt de vóór de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld en wordt de opstelling voor zonneenergie verwijderd.
Omgevingsregeling NH2020 Artikel 2.22, 2.23 en 2.24 van de Omgevingsregeling stellen regels voor de toepassing van de opwek van zonne-energie in de provincie. De omgevingsregeling schrijft voor dat de locatie voor de opstelling voor zonne-energie aan minimaal één zijde aansluitend is op bestaand stedelijk gebied of een dorpslint. Wanneer de locatie daarnaast aan nog een andere zijde aansluit op bestaand stedelijk gebied of een dorpslint, een rijksweg, provinciale weg of spoorweg, dan mag het zonnepark maximaal 10 hectare bedragen. Wanneer het zonnepark een bruto oppervlak heeft van meer dan 25 ha is aanwijzing als stimuleringsgebied nodig. GS heeft de bevoegdheid om projecten, op verzoek gemeenten, aan te wijzen. Met die aanwijzing kan eveneens worden afgeweken van de standaard bouwhoogte 1,50 meter, gemeten vanaf het gemiddelde straatpeil van de omliggende openbare wegen. Afwijking is mogelijk wanneer hogere hoogte aantoonbaar bijdraagt aan ruimtelijke kwaliteit of anderszins substantiële meerwaarde oplevert voor fysieke leefomgeving. Omdat het project afwijkt van de maximaal toegestane oppervlakte is voor het project een verzoek om aanwijzing als stimuleringsgebied ingediend bij GS van Noord-Holland. Verder mag op grond van de Omgevingsregeling de bodem onder de opstelling niet worden verhard of verdicht.
Terreinafscherming en randen van de opstellingen dienen passend te zijn in de omgeving. De bodem, terreinafscherming en randen van opstellingen en worden zoveel mogelijk ecologisch ingericht en beheerd. Kwaliteitsimpuls zonneparken In de brochure Kwaliteitsimpuls zonneparken van de provincie Noord-Holland is vastgelegd hoe provinciale regelgeving t.a.v. zonneparken in de praktijk kan worden toegepast, zodat zonneparken met zoveel mogelijk ruimtelijke kwaliteit worden gerealiseerd. Zonneparken kunnen, indien goed ingepast, een toegevoegde waarde hebben voor andere opgaven in de fysieke leefomgeving, zoals op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, landbouw, klimaatadaptatie of ecologie. Hieronder worden de belangrijkste punten uit de Kwaliteitsimpuls zonneparken genoemd: - Inpassing van het zonnepark dient te worden afgestemd op de schaal van het landschap. Landschappelijke structuren en kavelvormen moeten zoveel mogelijk worden gevolgd worden. Ook moet rekening worden gehouden met cultuurhistorische elementen. - Landschappelijke structuren dienen tevens zichtbaar te blijven en ook de openheid van het landschap op ooghoogte (1,5m) moet behouden blijven. Bijkomende elementen van het zonnepark (hekwerk) dienen tevens niet boven het zonnepark uit te komen of moeten zoveel mogelijk aan de randen van het park worden geplaatst.
- Landschappelijke inpassing gebeurt met lokale randstructuren en gebiedseigen beplanting. Panelen dienen niet direct op de bodem te worden geplaatst zodat de bodem ademruimte heeft. Ook tussen de paneelrijen dient voldoende ruimte te blijven zodat zon de bodem kan bereiken. - Zorg voor extensieve vegetatie onder en rondom de panelen. Pas deze aan op de lokale doelsoorten en inheemse plantensoorten. Probeer uniformiteit te voorkomen, maar kies voor een kruiden of plantenmix. Stem maai- of begrazingsplan af op lokale doelsoorten en plantengroei. 25
Confidentiality: C2 - Internal
Combinaties van landschapsgebruik worden aangemoedigd, zoals het creëren van ruimte voor recreatie bij het zonnepark. Ook dient de omgeving bij de ontwikkeling betrokken te worden door proces- en financiële participatie. Ladder duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c in samenhang met artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo. Wanneer de ontwikkeling wordt getypeerd als verstedelijking buiten bestaand stedelijk gebied moet de vraag worden beantwoord of sprake is van verstedelijking in de zin van artikel 3.1.6 Bro lid 2 in samenhang met artikel 1.1.1 lid i. Een zonnepark zou dan moeten worden getypeerd als ‘andere stedelijke voorziening’. Dit begrip wordt in het Bro niet geoperationaliseerd. Uit jurisprudentie6 gevormd onder de (oude) Ladder blijkt dat zonneparken niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling worden beschouwd.
3.4
Gemeentelijk beleid Haarlemmermeer Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 De structuurvisie Haarlemmermeer 2030 (2012) beschrijft de pijlers voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente en het ruimtelijk beleid dat de gemeente wil voeren. De structuurvisie beschrijft dat de mogelijkheden van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zo volledig mogelijk benut dienen te worden om de gemeentelijke ambities mogelijk te maken. Haarlemmermeer streeft naar energieneutraliteit, waarvan duurzame energieopwekking en de reductie van de uitstoot van CO2 een belangrijke rol spelen. Zonneparken kunnen daar een bijdrage aan leveren. Beleidskader zonneakkers Haarlemmermeer Het beleidskader zonneakkers Haarlemmermeer beschrijft het beleid ten aanzien van de ontwikkeling van zonneakkers in de gemeente Haarlemmermeer. Om versnippering van het landschap te voorkomen, heeft de gemeente één zoekgebied voor zonneakkers vastgesteld: het Zonnecarré (zie Figuur 13). In dit zoekgebied is grootschalige opwekking van energie met zonnepanelen toegestaan.
6
Confidentiality: C2 - Internal
ECLI:NL:RVS:2019:178
26
Figuur 13
Locatie projectgebied in het Zonnecarré van gemeente Haarlemmermeer.
Aan de ontwikkeling van het Zonnecarré ligt een aantal ontwikkelprincipes ten grondslag. De belangrijkste principes die van toepassing zijn, worden hieronder genoemd: • Grootschalige zonneakkers liggen ten minste 125 m van de noord-zuid polderlinten (gemeten vanaf kavelgrens). • Daarnaast zijn zonneakkers tijdelijk toegestaan in planologisch vastgelegde ruimtelijke reserveringen binnen LIB 4, zijnde toekomstige kantoor- en bedrijventerrein en glastuinbouwconcentratiegebied (trede 3 ‘wachtlandschappen’). Er vindt geen permanente functieverandering plaats. • Het tijdelijk energielandschap wordt weer agrarisch (kern)gebied, tenzij toekomstige planologische beleidsafwegingen een ander inzicht geven. • Zonneakkers dragen bij aan de beleefbaarheid en toegankelijkheid van het landschap. Aangelegde groenstructuren voor de inpassing van zonneakkers zijn in principe altijd (deels) publiek toegankelijk zodat medegebruik mogelijk is. • Zonneakkers worden gecombineerd met recreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietsroutes, beplanting, water en natuurvriendelijke oevers, speelvoorzieningen, afhankelijk van de potentie.
27
Confidentiality: C2 - Internal
Figuur 14
Locatie projectgebied binnen ‘Beleidskader Zonneakkers’.
Verder schrijft het beleidskader Zonneakkers voor dat zonneakkers voorzien zijn van een met de gemeente en omgeving afgestemd inpassingsplan. Zonnepanelen mogen gebouwd zijn op tafels van maximaal 2 meter hoog vanaf maaiveld. In provinciaal beleid is een maximale hoogte van zonnepanelen bepaald van 1,50 meter vanaf omliggend straatpeil. In de praktijk van Haarlemmermeer komt dit over het algemeen op hetzelfde neer. Het gaat erom dat er vanaf omliggende wegen/straten over de zonnepanelen heen kan worden gekeken. De minimale afstand tussen de rijen met panelen is 3,5 meter. Daarnaast moet ter afscheiding van zonneakkers zoveel mogelijk met sloten en zo min mogelijk met hekwerken worden gewerkt. Hekwerken die gebruikt worden zijn transparant en uniform. De onaantrekkelijke (open) kant van de panelen en de technische installaties en het hekwerk worden aan het zicht onttrokken met beplanting. Verder schrijft het beleidskader Zonneakkers voor dat er rekening dient te worden gehouden met bestaande landschapskarakteristieken. De rijen panelen staan evenwijdig met de kavelstructuur (hier: zuidwest opstelling) met tussenruimtes voor (dwars)doorzicht en doorzichten over bestaande poldersloten blijven vrij. Uitzondering kan gemaakt worden bij infrastructuur. Verder dienen panelen een uniforme uitstraling te hebben.
Anders gekleurde rasters, verschillende type panelen en reclame-uitingen zijn esthetisch niet wenselijk. Beeldkwaliteitsplan Zonnecarré Het beeldkwaliteitsplan Zonnecarré wordt ingezet als uitwerking van en aanvulling op de beleidsregels uit het Beleidskader Zonneakkers Haarlemmermeer. De gemeente wil met dit beeldkwaliteitsplan richting geven aan te ontwikkelen zonneakkers binnen het zonnecarré, de ruimtelijke kwaliteit van het gebied behouden en versterken, en samenhang tussen initiatieven borgen. 28
Confidentiality: C2 - Internal
Binnen het zonnecarré zijn gebieden aangewezen die vrij moeten blijven van zonnepanelen, zoals zones met andere reserveringen of functies in het gebied. Die reserveringen en functies zijn leidend, maar er zijn mogelijkheden denkbaar waar zonnepanelen een (tijdelijke) invulling zijn van deze zones. Het gaat dan bijvoorbeeld om de reservering de uitbreiding van het Groene Carré en een verbinding tussen de N205 en A5 (zie Figuur 15). Hier kan van worden afgeweken wanneer het gebied in samenspraak met de gemeente wordt aangewezen als stimuleringsgebied voor zonne-energie. Figuur 15
Beperkingenzones en aandachtsgebieden Zonnecarré (Beeldkwaliteitsplan Zonnecarré).
Ook wijst het beeldkwaliteitsplan op geluidshinder door luchthaven Schiphol in het zuidwestelijk deel van het Zonnecarré. Het beeldkwaliteitsplan stelt dat er een combinatie van zonnepanelen en geluidsribbels kan plaatsvinden ter plaatse van het projectgebied (zie Figuur 15). Het zonnepark wordt ingericht binnen de kaders van het Beeldkwaliteitsplan Zonnecarré. Zo wordt aangegeven dat zonneakkers zo dienen te worden ingepast dat ze de karakteristieke verkaveling volgen en benadrukken. Waar mogelijk worden meerdere aaneengesloten kavels gelijktijdig ontwikkeld. Ook dienen zonneakkers strakke vormen te hebben met zo min mogelijk rafelranden. Poldersloten en bijbehorende doorzichten dienen vrij te blijven van zonnepanelen. Bij tochten dient minimaal 5 meter afstand te worden gehouden tussen tocht en panelen. Sloten 29
Confidentiality: C2 - Internal
worden vrijgehouden van panelen, hekwerken en technische installaties en vrijgehouden zones worden ingericht met bloem- of kruidenrijk grasland. Voor een rustig totaalbeeld worden donkere zonnepanelen met zo min mogelijk aluminium randen toegepast. Beleidskader lokaal eigenaarschap in wind- en zonprojecten In het beleidskader ‘Lokaal eigenaarschap in zon- en windprojecten’ beschrijft de gemeente de regels en stappen met betrekking tot (financiële) participatie die gevolgd moeten worden door gemeente en initiatiefnemer. Daarbij is een goede samenwerking tussen lokale partijen van belang. Zo vindt de gemeente het belangrijk dat er een helder proces wordt geboden voor omwonenden en belanghebbenden, waarbij de initiatiefnemer zorgt voor een goed participatieplan en in samenspraak met de omgeving invulling geeft aan lokaal eigenaarschap. De gemeente vindt het daarbij belangrijk om de omgeving de mogelijkheid te bieden om mee te investeren en daarmee de omgeving deels eigenaar te laten zijn van het project. De directe omgeving (omwonenden binnen minimaal een straal van 800m) dienen goed betrokken te worden bij het participatieproces, omdat zij het meeste kans op mogelijke hinder kunnen hebben. Ook de lokale omgeving (omwonenden binnen minimaal een straal van 2000m) dient goed geïnformeerd te worden. Het beleidskader geeft tevens richtlijnen voor het participatieproces.
Daarin moet onder andere in opgenomen zijn: - Hoe de omgeving betrokken is geweest bij het opstellen van het participatieplan en welke vormen van communicatie plaatsvinden. - Op welke wijze de ruimtelijke inpassing en lokaal eigenaarschap in overleg met de omgeving wordt uitgewerkt. - Hoe de belangen van alle partijen worden vertegenwoordigd. - Hoe financiële participatie en lokaal eigenaarschap wordt georganiseerd (bijvoorbeeld lokaal eigendom, collectief voordeel of individueel voordeel). Daarnaast is het van belang dat de gemaakte afspraken voor iedereen duidelijk en goed worden vastgelegd in de omgevingsvergunning en de omgevingsovereenkomst. Ook is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor een goede informatievoorziening, zodat het voor omwonenden duidelijk is wát er wanneer gaat gebeuren en waar ze terecht kunnen met vragen, zorgen of klachten, ook na realisatie.
3.5
Conclusie beleidskader De voorgenomen ontwikkeling van een zonnepark in het Zonnecarré past binnen het ruimtelijk beleid van de gemeente Haarlemmermeer. De keuze voor de ontwikkeling van een zonnepark in het buitengebied, op deze door infrastructuur omringde locatie binnen het Zonnecarré sluit aan bij de uitgangspunten voor het gemeentelijke beleid voor zonneparken. Er is geen sprake van verdringen van overige functies. Evenmin is sprake van de aantasting van waardevol open landschap, omdat het projectgebied niet binnen het Bijzonder Provinciaal Landschap van NoordHolland valt. Het project is door gemeente Haarlemmermeer voorgedragen voor aanwijzing als stimuleringsgebied voor zonne-energie als bedoeld in de Omgevingsregeling Noord-Holland 2020. Daarnaast is een verklaring van geen bedenkingen nodig voor het afwijken van de bouwhoogtebeperkingen op grond van het LIB. Concluderend 30
Confidentiality: C2 - Internal
levert het initiatief een bijdrage aan de provinciale en gemeentelijk doelstelling ten aanzien van de lokale opwek van duurzame energie op de korte en langere termijn welke nog lang niet zijn bereikt.
31
Confidentiality: C2 - Internal
Hoofdstuk 4 Sectorale onderzoeken Dit hoofdstuk gaat in op de sectorale aspecten die relevant zijn voor de ontwikkeling van het zonnepark. Per aspect zijn de resultaten van de toetsing van het project aan het betreffende beleidskader weergegeven.
4.1
Cultuurhistorie en archeologie Beleid en regelgeving Het in 1992 door Nederland ondertekende Verdrag van Malta regelt archeologisch erfgoed op Europees niveau, met als belangrijkste doel het behoud van dit erfgoed in situ. De bodem biedt namelijk de beste garantie voor een goede conservering van archeologische waarden. Deze verordening is de basis voor regionaal beleid voor archeologie. De provincie Noord-Holland heeft in 2012 een Leidraad Landschap en Cultuurhistorie vastgesteld en hernieuwd in 2018. Hiermee wil de provincie ruimte bieden aan toekomstige ontwikkelingen waarbij tegelijk rekening gehouden wordt met voor de provincie van belang zijnde archeologie en cultuurhistorie. Een omgevingsvergunning die een opstelling voor zonne-energie mogelijk maakt, moet voldoen aan de uitgangspunten zoals vermeld in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Zo moeten ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek, het versterken van (de beleving van) openheid en dient de ontwikkeling helder gepositioneerd te zijn ten opzichte van ruimtelijke dragers. De landschappelijke karakteristiek wordt hier bepaald door de lange polderlinten, dwarswegen, vaarten en tochten die samen het poldergrid vormen.
De zuidwestelijke opstelling van het zonnepark en de landschappelijke inpassing sluiten hierbij aan, omdat er dwarsdoorzichten door sloten worden gecreëerd. Daarnaast versterkt het verbreden van de watergang aan de zuidwestzijde en noordoostzijde bij aan zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek. In januari 2021 heeft de Gemeente Haarlemmermeer archeologisch beleid geactualiseerd met als titel ’Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2023’7. Figuur 16 bevat een uitsnede van de Archeologische beleidskaart die is opgenomen in bijlage 2 van dat actuele beleidskader van de gemeente Haarlemmermeer. Uit deze figuur blijkt dat het projectgebied is gelegen in een gebied met WaardeArcheologie 6. Op grond van het beleidskader is binnen deze gebieden archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 40 cm. Uit bijlage 3 van het beleidskader volgt dat voor het projectgebied een lage archeologische verwachtingswaarde geldt. Uit het beleidskader volgt dat binnen gebieden met Waarde Archeologie 6 de trefkans beperkt is.