CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 22 mei 2025, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Verklaring van geen bedenkingen voor de bouw van een distributiecentrum aan de Spaarnwouderweg 1119 te Vijfhuizen (11995873) - AANGENOMEN23.433 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing Project Status Projectnummer Kenmerk Datum Auteur Controle

Spaarnwouderweg 1119 te Vijfhuizen definitief 21427 KODU/21427.2.RO 1 mei 2024 K. A. van Duijn MSc T.J. de Baare BSc LL.B

Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628

COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 – 744 08 38 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Mees Ruimte & Milieu.

Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 2

INHOUDSOPGAVE 1 2

3

4

5

6

Inleiding Projectbeschrijving

4 5

Projectlocatie Projectplan Geldende bestemmingsplan

5 6 7

Ruimtelijk beleid

11

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

11 15 17 17

Omgevingsaspecten

26

Stedenbouwkundige motivering / Landschappelijke inpassing Motivering behoefte / Ladder voor duurzame verstedelijking Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Duurzaamheid Externe veiligheid Geluid Kabels en leidingen Luchthavenindelingsbesluit Schiphol (LIB) Luchtkwaliteit Natuur Niet gesprongen explosieven Verkeer en parkeren Water (Vormvrije) m.e.r-beoordeling

26 28 30 32 33 35 37 40 40 42 46 48 53 55 56 60

Beschrijving uitvoerbaarheid

62

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

62 62

Conclusie ruimtelijke en functionele inpasbaarheid

63

Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 3

1

INLEIDING In opdracht van VOF Vijfhuizen heeft Mees Ruimte & Milieu een ruimtelijke onderbouwing opgesteld voor de gewenste ontwikkeling van een distributiecentrum met kantoor ter plaatse van de Spaarnwouderweg 1119 te Vijfhuizen. De locatie maakt onderdeel uit van bedrijventerrein De Liede, gelegen in de oksel van de N205 / A9 onder de rook van Schiphol. Omdat de ontwikkeling niet mogelijk is op basis van het vigerende bestemmingsplan, dient een planologische procedure te worden doorlopen. De planologische procedure wordt doorlopen aan de hand van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘planologisch strijdig gebruik’. Onderdeel van deze omgevingsvergunning is de motivatie om af te wijken van het vigerende bestemmingsplan, de zogenoemde Goede Ruimtelijke Onderbouwing (GRO). Voorliggende rapportage betreft de GRO, waarin het project aan de hand van zowel ruimtelijke als milieutechnische aspecten wordt gemotiveerd.

Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 4

2

PROJECTBESCHRIJVING PROJECTLOCATIE De projectlocatie is gelegen aan de Spaarnwouderweg 1119 te Vijfhuizen. De projectlocatie is kadastraal bekend als Gemeente Haarlemmermeer, sectie AA Perceelnummer 1016. De locatie voor de voorgenomen ontwikkeling ligt aan de zuidzijde van Industrieterrein De Liede. Industrieterrein De Liede is een gebied in het noordwesten van de Haarlemmermeer, tussen Nieuwebrug en Zwanenburg, ten noordwesten van Schiphol (Polderbaan) in de driehoek tussen de Spaarnwouderweg, de Ringvaart en Rijksweg 9 ten noorden van het Rottepolderplein. Het terrein is ooit in het leven geroepen om de wildgroei van autosloperijen aan banden te leggen. Deze komen dan ook veelvuldig voor op het industrieterrein. Figuur 1. Projectlocatie (bron: eigen bewerking QGIS)

Het huidige bedrijventerrein De Liede heeft een laagwaardig karakter in opzet en beeldkwaliteit. Het terrein bestaat met name uit Romney-loodsen (boogloodsen), opslag en parkeren. Op het terrein bevinden zich vooral auto(sloop)bedrijven. Daarnaast is een aantal andere bedrijven gevestigd, waaronder een puinbreker, een betonfabriek en een caravanstallingbedrijf. Het laagwaardige bedrijventerrein wordt aan het zicht onttrokken door een robuuste groenzone. Aan de westzijde van het bedrijventerrein loopt de hoofdontsluitingsweg Spaarnwouderweg. Aan deze weg zijn naast bedrijven ook enkele bedrijfswoningen aanwezig. De projectlocatie bevat een braakliggend terrein met aan de randen oeverbegroeiing en ruigtes. Op de zuidwestelijke hoek van het terrein bevindt zich bebouwing. De bebouwing bestaat uit een woonhuis, garage en schuur met aanbouw. Het woonhuis en de garage hebben bakstenen wanden en een pannendak. De Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 5

losstaande schuur heeft bakstenen wanden en een dak van golfplaten. De aanbouw aan de schuur bestaat uit plaatmateriaal met isolatie. De projectlocatie wordt grotendeels omringd door een sloot met oever begroeiing (riet en verscheidene kruiden). Achter de sloot bevindt zich aan de oostzijde de A9 en aan de zuidzijde de N205. Ten noordwesten ligt industrieterrein ‘De Lieden’. Figuur 2. Huidige situatie bezien vanaf de A9 (bron: streetview, dec 2021)

PROJECTPLAN De locatie, gelegen nabij de diverse ontsluitingsroutes, is ideaal voor de invulling met een bedrijfsbestemming. Het betreft een zichtlocatie op de kruising tussen de A9 en N205. De ligging binnen LIB zones zorgt voor beperkingen ten aanzien van het type bedrijf en daarmee de terreininrichting. Gekozen is voor een opzet van een distributiecentrum met een totale oppervlakte van 29.616 m2, bestaande uit het magazijn, mezzanine en expeditie, en een kantoor van 1.072 m2 bvo aan de westzijde van het perceel één en ander ook weergegeven in onderstaand figuur 3. Figuur 3. Verkaveling en ligging LIB zones (Bron: Heembouw Architecten) .

Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 6

GELDENDE BESTEMMINGSPLAN Ter plaatse van de projectlocatie is het bestemmingsplan “De Liede” geldend. Dit plan is op 4 juli 2013 onherroepelijk vastgesteld door de gemeenteraad van Haarlemmermeer. De projectlocatie heeft de bestemming ‘Bedrijventerrein’ met de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 5.2’. Daarnaast geldt nog de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – geluidverdeling’. Er geldt een bouwvlak voor een deel van de projectlocatie, waarbinnen gebouwd mag worden met een bouwhoogte variërend van 12 meter en een maximum bebouwingspercentage van 50%. Tot slot zijn er ter plaatse van de projectlocatie drie gebiedsaanduidingen gelegen, te weten: ‘Geluidzone - industrie‘, ‘Luchtvaartverkeerzone – lib’ en ‘Milieuzone – geluidverdeling’ Figuur 4 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan. Vervolgens worden de relevante bepalingen uit de regels weergegeven, voor zover relevant voor de ontwikkeling en daarmee niet limitatief. Figuur 4. Uitsnede bestemmingsplankaart (bron: ruimtelijke plannen).

Artikel 6: Bedrijventerrein 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor Bedrijventerrein aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in de bij deze planregels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten, waarbij geldt dat: 1. […] 2. ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 5.2’ bedrijfsactiviteiten behorende tot bedrijfscategorie 2, 3.1, 3.2, 4.1, 4.2, 5.1 of 5.2 zijn toegestaan, met dien verstande dat aan de in de Staat van Bedrijfsactiviteiten gestelde richtafstanden voor een gemengd gebied, voor zover het de aspecten stof en geur betreft, voldaan moet worden; 3. […]; 4. […]; 5. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘geluidzone – gezoneerd industrieterrein’ geluidzoneringsplichtige inrichtingen zijn toegestaan; b. één zelfstandige horeca-inrichting (horeca-categorie 1); c. wegen, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding ‘ontsluiting uitgesloten’ waar geen (ontsluitings)wegen zijn toegestaan; d. verhardingen, in- en uitritten; e. fiets- en voetpaden; f. parkeervoorzieningen;

Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 7

g. h. i.

groen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen;

met dien verstande dat: j. risicovolle inrichtingen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen en het Vuurwerkbesluit niet zijn toegestaan k. zelfstandige kantoren niet zijn toegestaan. 6.2 Bouwregels 6.2.1. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. […]; b. gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd, met dien verstande dat per bouwperceel buiten het bouwvlak gebouwen mogen worden geplaatst tot niet meer dan 20 m²; c. ter plaatse van de aanduiding ‘maximale bouwhoogte en maximum bebouwingspercentage’ zijn de aangegeven maximale bouwhoogte en het maximum bebouwingspercentage toegestaan; d. […]; e. van gebouwen buiten het bouwvlak mag de goothoogte niet meer zijn dan 3 meter en de bouwhoogte niet meer dan 4 meter; f. de oppervlakte van bijbehorende kantoren mag per bedrijf niet meer zijn dan 30% van de bedrijfsvloeroppervlakte, tot een maximum van 500 m²; g. het oppervlak van een horeca-inrichting als bedoeld in 6.1 sub b mag niet groter zijn dan 200 m². 6.2.2. Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 4 meter; b. de inhoud bedraagt ten hoogste 60 m³. 6.2.3. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2,5 meter; b.

erf- en terreinafscheidingen mogen voor de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan uitsluitend transparant zijn; c. […]; d. […]; e. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 10 meter. 6.3 Afwijken van de bouwregels 6.3.1. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van: a. […]; b. het bepaalde in 6.2.1 sub c en toestaan dat de bouwhoogte van een gebouw wordt vergroot met niet meer dan 1 meter; c. het bepaalde in 6.2.1 sub e en toestaan dat de bouwhoogte van een gebouw wordt vergroot tot niet meer dan 5 meter. 6.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van andere bedrijven dan de bedrijven die zijn aangeduid als toelaatbaar op grond van de Staat van bedrijfsactiviteiten, welke als bijlage bij deze regels is opgenomen; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel of horeca, anders dan de horeca als bedoeld in 6.1 onder b; c. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van zelfstandige kantoren; d. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen als zelfstandige woning; e. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting dan wel prostitutie.

6.5 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van de milieusituatie, bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in zowel 6.1 als 6.4 onder a voor het vestigen van bedrijfsactiviteiten die één categorie hoger zijn ingeschaald en voor bedrijfsactiviteiten die niet voorkomen op de bij dit plan behorende Staat van bedrijfsactiviteiten, mits: a. deze naar hun aard en invloed op de omgeving geacht kunnen worden te behoren tot de categorie die maximaal is toegestaan binnen de betreffende bestemming;

Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 8

b. het geen risicovolle inrichtingen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen en het Vuurwerkbesluit betreft.

Artikel 28: Geluidzone - industrie Ter plaatse van de aanduiding ‘geluidzone – industrie’ mogen geen nieuwe geluidsgevoelige gebouwen/functies worden opgericht. Artikel 27: Luchtvaartverkeerzone - lib 27.1 luchtvaartverkeerzone-LIB 2.2.1 Voor zover de gronden, met de aanduiding luchtvaartverkeerzone, zijn gelegen binnen de luchtvaartverkeerzoneLIB artikel 2.2.1, zoals aangegeven in bijlage 1, gelden de beperkingen met betrekking gevoelige bestemmingen. In het LIB zijn deze geclassificeerd als woningen, woonwagens, woonschepen, gebouwen met een gezondheidszorgfunctie en gebouwen met een onderwijsfunctie. 27.2 luchtvaartverkeerzone-LIB 2.2.2 27.2.1 Voor zover de gronden, met de aanduiding ‘Luchtvaartverkeerzone’, zijn gelegen binnen de luchtvaartverkeerzone-LIB artikel 2.2.2, zoals aangegeven in bijlage 2, gelden de beperkingen met betrekking tot de hoogte van gebouwen, andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde en objecten, gesteld in artikel 2.2.2 van het “Luchthavenindelingbesluit Schiphol”. 27.2.2 Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 27.2.1, in combinatie met het bepaalde in 4.2 en 6.2, en voor bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals silo’s, een hogere bouwhoogte toestaan, indien hiervoor een verklaring van geen bezwaar overeenkomstig artikel 8.9 van de Wet Luchtvaart is verleend door de verantwoordelijke minister.

Deze afwijking is enkel mogelijk in/voor het gebied van De Liede Noord. 27.3 luchtvaartverkeerzone-LIB 2.2.3 Voor zover de gronden, met de aanduiding ‘Luchtvaartverkeerzone’, zijn gelegen binnen de luchtvaartverkeerzoneLIB artikel 2.2.3, zoals aangegeven in bijlage 3, gelden beperkingen met betrekking tot de vogelaantrekkende werking gesteld in artikel 2.2.3 van het “Luchthavenindelingbesluit Schiphol”.

Artikel 29: Milieuzone - geluidverdeling 29.1 Aanduidingsdoelstelling Voor de met ‘Milieuzone - geluidverdeling’ aangeduide gronden gelden de volgende regels: a. de geluidemissie mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding ‘geluidruimte in dB(A)/m²’ aangegeven geluidemissie in dB(A)/m²; b. de geluidimmissie mag niet meer bedragen dan de immissievoorwaarde op de (zone)toetspunten die zijn aangegeven voor de betreffende akoestische gebiedseenheid op de van deze regels deel uitmakende “Geluidverdelingkaart en geluidemissie akoestische gebiedseenheden” (kaart en/of tabel), dan wel conform de berekeningsprocedure zoals bepaald in 2.4 van deze regels en met dien verstande dat geen toetsing van de geluidimmissie plaatsvindt indien geen immissievoorwaarde is opgenomen; c. in afwijking van het bepaalde in 29.1 sub a is een hogere emissie dan het emissie-kental toegestaan, indien dit geen effect heeft op de toepasselijke immissievoorwaarde zoals bedoeld in 29.1 sub b; d. een akoestische gebiedseenheid als bedoeld in 29.1 sub b, kan al dan niet op verzoek door het bevoegd gezag worden opgedeeld in één of meerdere kavels, waarbij de berekeningsprocedure dient te worden gevolgd zoals bepaald in 2.5. 29.2 Specifieke gebruiksregels Binnen de aanduiding ‘Milieuzone - geluidverdeling’ is het navolgende gebruik niet toegestaan: a.

het gebruik van de gronden door inrichtingen voor zover dit gebruik een grotere geluidemissie en/of geluidimmissie tot gevolg heeft dan is aangegeven in 29.1; b. het in gebruik hebben van een inrichting zonder te beschikken over een akoestische rapportage, tenzij het bevoegd gezag besluit dat het overleggen van een rapport van een akoestisch onderzoek niet is vereist, omdat aannemelijk is gemaakt dat voldaan wordt aan de waarden als bedoeld in 29.1.

Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 9

29.3 Wijzigingsbevoegdheid a. burgemeester en wethouders zijn bevoegd de immissievoorwaarde voor de (zone)toetspunten als bedoeld in 29.1 sub b te verhogen onder de volgende voorwaarde: 1. de bedrijfseconomische noodzaak voor verruiming van de geluidsruimte is aangetoond; 2. er vindt geen overschrijding van de geluidszone plaats; 3. de belangen van andere inrichtingen op het industrieterrein worden niet onevenredig aangetast; 4. de toepasselijke maximaal toelaatbare immissievoorwaarden voor de (zone)toetspunten van de kavel worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in 29.3 sub a onder 7; 5. het bedrijf past met zijn bedrijfsvoering binnen het ruimtelijk beleid voor het industrieterrein en/of de ruimtelijke visie van de gemeente; 6. met de wijziging een positieve bijdrage geleverd wordt aan onder meer het aspect duurzaamheid, de lokale werkgelegenheid en/of regionale economie, de oplossing van een milieu hygiënisch knelpunt elders; 7. uit akoestisch onderzoek is gebleken dat: - de geluidsbelasting op de toepasselijke (zone)toetspunten verruiming toelaat; - ondanks toepassing van de beste beschikbare technieken en een qua beperking van milieuhinder optimale terreinindeling, een grotere geluidimmissie noodzakelijk is ter optimalisering en/of uitbreiding van de bedrijfsvoering.

In het akoestisch onderzoek dient de gewenste geluidimmissie te worden aangegeven evenals een overzicht van de geluidbronnen, de toegepaste technieken en de bedrijfstijden; b. burgemeester en wethouders zijn bevoegd de akoestische gebiedseenheden te wijzigen, evenals de ‘geluidruimte in dB(A)/m²’, rekening houdend met de toepasselijke (zone)toetspunten en onder de volgende voorwaarden: 1. er vindt geen overschrijding van de geluidszone plaats; 2. met de wijziging wordt een positieve bijdrage geleverd aan de optimalisering van een effectief en doelmatig ruimtegebruik.

Toets aan bestemmingsplan De ontwikkeling van het distributiecentrum is op een aantal onderdelen in strijd met het vigerende bestemmingsplan. De strijdigheden zijn grofweg gelegen in: Het buiten het bouwvlak treden. Overschrijding van de maximale bouwhoogte. Het toestaan van een ondergeschikt kantoor als risicovolle activiteit in het kader van het Bevi. Daarbij moet rekening gehouden worden met - de LIB zones die van kracht zijn op de projectlocatie. Om de genoemde strijdigheden weg te nemen en het project planologisch mogelijk te maken, dient een procedure doorlopen te worden om af te kunnen wijken van het bestemmingsplan. Naast het bestemmingsplan ‘De Liede’ gelden ook de volgende bestemmingsplannen: Parapluplan datacenters; vastgesteld (2020-10-22). Parapluplan parkeerregels; vastgesteld 2018-10-04. En moet rekening gehouden worden met het ontwerpbestemmingsplan: Parapluplan wonen.

Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 10

3

RUIMTELIJK BELEID RIJKSBELEID Nationale Omgevingsvisie Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. Figuur 5. Afwegen met de NOVI. Bron: Nationale Omgevingsvisie

De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) het bereiken en in stand houden

Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 11

van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen 3.1.1.1 Relatie tot ontwikkeling Uit de uitwerking van prioriteit 3 (Sterke en gezonde steden en regio's) volgt onder andere dat sprake dient te zijn van een duurzame stedelijke ontwikkeling en dat het woningaanbod moet aansluiten bij de vraag. Daarnaast is één van de beleidskeuzes (beleidskeuze 3.3.) onder prioriteit 3 “Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio, toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op ruimte- en mobiliteitsefficiënte wijze ingepast. Voor onderhavige ontwikkeling is dit het geval. Van de 21 nationale belangen is er mogelijk één van toepassing op de ontwikkeling. 16.

Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. Op het gebied van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat geldt dat de locatie met een verruiming van het bouwvlak en de ontwikkelmogelijkheden aantrekkelijk wordt. Zeker gezien de nabijheid van Schiphol. De Rijksoverheid heeft in het geval van de voorgenomen ontwikkeling geen rol omdat een ontwikkeling als deze in provinciaal en gemeentelijk beleid wordt ondervangen. 3.1.1.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen een gebied waar reeds bedrijfspanden aanwezig zijn en als zodanig bestemd is. Met het plan wordt braakliggende ruimte opgevuld en wordt de wegenstructuur (door de aanleg van de nieuwe ontsluitingsweg) verbetert. Geen van de 21 nationale belangen worden geraakt met voorliggend project. Beleid voor deze specifieke locatie dan wel ontwikkeling wordt daarom overgelaten aan de provincie en de gemeente.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp (één onderwerp per titel) aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. De onderwerpen uit het Barro zijn nader uitgewerkt in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). De verschillende nationale belangen zijn hieronder weergegeven.    

Rijksvaarwegen Project Mainportontwikkeling Rotterdam Kustfundament Waddenzee en waddengebied

Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

 

Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen

 

Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament

 

Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang

 

IJsselmeergebied Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde

Pagina | 12

Grote rivieren

3.1.2.1 Relatie tot ontwikkeling Op basis van het Barro en Rarro (geconsolideerd 1 december 2020) bevindt het plangebied zich binnen een gebied waarbinnen defensie een onderwerp van nationaal belang vormt. Op basis van kaart 6 bij het Rarro, kan worden geconcludeerd dat het gaat om radarstations en bijbehorende beperkingengebieden ter voorkoming van verstoring. Het projectgebied is gelegen binnen meerdere radarverstoringsgebieden, namelijk:  radarverstoringsgebied maximale hoogte 90 meter t.o.v. NAP;  radarverstoringsgebied bouwwerken behorende bij radarstation Schiphol Centrum;  radarverstoringsgebied bouwwerken behorende bij radarstation Schiphol TAR West. De beoogde ontwikkeling maakt één vrijstaande woning mogelijk aan het lint, op een locatie waar in het verleden drie arbeiderswoningen aanwezig waren. Tot 2014 werd een gedeelte van een gebouw op het terrein als woning ingericht en als zodanig in gebruik genomen. De radars worden gelet op de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling niet verstoord. Belemmeringen worden dan ook niet verwacht, waardoor een nadere beoordeling op dit onderdeel niet noodzakelijk is. 3.1.2.2 Conclusie Het Barro legt geen restricties op voor de locatie waar de ontwikkeling wordt voorzien.

Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Onderwerpen zoals Ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp, aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 4, waarin de ruimtelijke en milieutechnische aspecten worden behandeld. 3.1.3.1 Relatie tot ontwikkeling Diverse onderwerpen worden in het kader van de ruimtelijke procedure beschouwd en waar nodig wordt een (milieu)technisch onderzoek uitgevoerd. De relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 4 van voorliggende rapportage, waarin de ruimtelijke en milieutechnische aspecten worden behandeld. In onderhavige paragraaf wordt wel ingegaan op de Ladder voor duurzame verstedelijking. De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro en dient doorlopen te worden indien sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

De 'behoefte' is de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar looptijd van een bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De Ladder bepaalt niet voor welke regio de behoefte in beeld moet worden gebracht. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt. Conform de huidige jurisprudentie (ABRvS 10 januari 2018; ECLI:NL:RVS:2018:52) kan de uitbreiding van een bedrijventerrein mogelijk als stedelijke ontwikkeling aangemerkt worden. Dit betreft echter situaties met betrekking tot uitbreiding op gronden waar planologisch nog geen bedrijventerrein toegestaan is. Ondanks dat het uitbreidingen van een bedrijventerrein opgenomen is in bijlage D van het Besluit m.e.r. onder D 11.2, is te beargumenteren dat onderhavige ontwikkeling qua aard en omvang geen stedelijke ontwikkeling in het kader van het Besluit m.e.r. betreft. De ontwikkeling van De Liede Zuid zorgt voor een toevoeging van 30.688 m² bvo. In de huidige situatie is bedrijvigheid reeds toegestaan, maar kunnen vanwege het kleine bouwvlak voornamelijk buitenactiviteiten plaatsvinden. In de voorziene ontwikkeling wordt er een binnen locatie beoogd. Effecten op de omgeving zullen daardoor minder groot zijn.

Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 13

De ontwikkeling sluit aan op bedrijventerrein De Liede. Voor het plan is reeds een geinteresseerde partij gevonden. Daarnaast is De Liede opgenomen als een noodzakelijke bedrijfslocatie in het kader van Plabeka (zie par 3.3.1). De ontwikkeling van het beoogde bedrijfspand draagt bij aan de gehele gebiedsontwikkeling van De Liede en levert dan ook geen strijdigheid op met de Bro. 3.1.3.2 Conclusie Het Bro is van toepassing op het project en er dient getoetst te worden aan de genoemde onderwerpen. De toets aan de ruimtelijke en milieutechnische aspecten vindt plaats in hoofdstuk 4. In onderhavige paragraaf is wel getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Hieruit volgt dat de Ladder gelet op de omvang van de voorgenomen ontwikkeling niet van toepassing is. Wel is in het kader van een goede ruimtelijke ordening de nut en noodzaak van het plan aangetoond.

Luchthavenindelingbesluit Schiphol De ruimtelijke consequenties van het rijksbeleid voor Schiphol zijn geformuleerd in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB). In dit besluit is een beperkingengebied opgenomen waarbinnen beperkingen worden gesteld ten aanzien van het gebruik en de bestemming van de grond voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op veiligheid en geluidsbelasting. 3.1.4.1 Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie ligt binnen zones 3, 4 en 5 van het LIB. In paragraaf 4.10 wordt nader ingegaan op de gevolgen van de aanwezigheid van Schiphol en de beperkingen van het LIB voor dit bestemmingsplan. De regels in het LIB hebben effect op de bouwhoogte. De maximale bouwhoogte bedraagt 12m t.o.v. het NAP. Op basis van de AHN hoogtekaart ligt het maaiveld op circa -4m NAP. Het distributiecentrum heeft een beoogde hoogte van maximaal 14,3 meter vanaf het maaiveld. Daarmee blijft de hoogte van de bebouwing onder het maximaal toegestane hoogte van het LIB (15m +NAP).

Visie voor de Schipholregio (SMASH) Het Rijk werkt sinds 2018 samen met de regionale partijen uit de MRA aan een programma “Samen bouwen aan bereikbaarheid” Het hoofddoel van het programma is: het versterken van de economie in de Metropoolregio Amsterdam door aanpak van urgente bereikbaarheidsopgaven:  met focus op deur-tot-deur bereikbaarheid van personen en goederen;  met prioriteit voor de economische toplocaties;  en in samenhang met de verstedelijkingsopgave. 3.1.5.1 Relatie tot ontwikkeling Invullingen van bedrijventerreinen zoals onderhavig plan dragen bij aan de werkgelegenheid in de regio, de concurrentiekracht van de luchthaven en daarmee impliciet tot economische ontwikkeling van de regio.

Beleidsnota mainport en metropool Het Rijk heeft in samenwerking met de zogenaamde regiopartijen en de partijen uit de luchtvaartsector een beleidsnota (2016) opgesteld voor de Schipholregio. Deze beleidsnota is een uitwerking van het programma SMASH (Structuurvisie Mainport Amsterdam Schiphol Haarlemmermeer) en is erop gericht de mainport Schiphol en haar regio te versterken en helderheid te bieden wat betreft de mogelijkheden voor de verdere ruimtelijke en infrastructurele ontwikkeling. De nota heeft de ambitie om de kracht en kwaliteiten van de regio verder uit te bouwen, de economische ontwikkeling van de regio en Schiphol te stimuleren en kansen en potenties in de regio beter te benutten. Daarnaast willen de partijen binnen de regio de verwachte woningbehoefte van ca. 440.000 woningen accommoderen. De kracht en kwaliteit van de Schipholregio komt voort uit de compactheid ervan en haar diversiteit aan functies. De focus ligt hierbij op vier beleidsopgaven: 1. het versterken van de ruimtelijk-economische structuur; 2. het ruimte bieden voor verstedelijking, kwaliteit van leefomgeving en leefbaarheid; Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 14

3. het ruimte bieden voor verdere ontwikkeling van een veilige, concurrerende en duurzame luchtvaart in combinatie met een optimale netwerk- en mainportkwaliteit; 4. meer en betere samenwerking tussen Rijk, regio, marktpartijen en luchtvaartsector. Er zijn drie actielijnen om de ruimtelijk-economische structuur van de regio te versterken:  samenhang versterken met behulp van de Kerncorridor Schiphol-Zuidas-Binnenstad Amsterdam;  samenhang versterken met behulp van de Logistieke West-as;  samenhang versterken met behulp van maatwerk in het mobiliteitssysteem. 3.1.6.1 Relatie tot ontwikkeling Ondanks dat de projectlocatie niet binnen één van de drie actielijnen gelegen is, ligt het gebied wel binnen de invloedssfeer van Schiphol. Invulling van Bedrijventerrein De Liede draagt bij aan de werkgelegenheid in de regio, de concurrentiekracht van de luchthaven en daarmee impliciet tot economische ontwikkeling van de regio. Daarnaast is de locatie, gezien de ligging binnen de LIB zones geen mogelijke locatie voor woningbouw waardoor met de ontwikkeling geen potentiële woningbouwlocatie verloren gaat.

PROVINCIAAL BELEID Omgevingsvisie NH2050 De Omgevingsvisie NH2050 is vastgesteld door de Provinciale Staten van Noord-Holland op 19 november 2018. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. De Omgevingsvisie richt zich op lange termijn ambities en –doelen, met oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig wil koesteren en die proberen in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. De visie spreekt zich dus uit over het ‘waarom’ en ten dele over het ‘wat’. Onder de hoofdambitie, ‘balans tussen economische groei en leefbaarheid’, zijn samenhangende ambities geformuleerd. De ambities zijn uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. In die bewegingen worden meerdere ontwikkelprincipes gehanteerd. Alle ontwikkelprincipes hangen met elkaar samen. De omgevingsvisie laat in algemene zin zien wat de ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema's gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving.

Daarnaast schetst de provincie vijf samenhangende bewegingen, die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. Deze bewegingen zijn niet overkoepelend en zijn locatie- of onderwerp specifiek. Het gaat om de onderwerpen: Dynamisch Schiereiland, Metropool in ontwikkeling, Sterke kernen, sterke regio’s, Nieuwe energie en Natuurlijk en Vitaal landelijke omgeving. 3.2.1.1 Relatie tot ontwikkeling Binnen het onderwerp Metropool in ontwikkeling is opgenomen dat Wonen en werken worden zoveel mogelijk binnenstedelijk gerealiseerd en geconcentreerd wordt. Nieuwbouw zal kwalitatief en kwantitatief moeten aansluiten bij de vraag. De voorgenomen locatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied op een bestaand bedrijventerrein. De locatie is goed bereikbaar, betreft geen gebied met ecologische waarde 3.2.1.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de voornoemde ambitie van de provincie om bedrijvigheid vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden in te plannen. De projectlocatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied en er wordt voorzien in zowel een kwalitatieve als kwantitatieve behoefte, zoals ook zal blijken uit de beleidstoets in de navolgende paragrafen.

Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 15

Omgevingsverordening Noord-Holland De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie worden verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Deze heeft alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening vervangen. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Deze verordening is geldend vanaf 17 november 2020. De regels voor de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd in 1 verordening zodat duidelijk is welke regels waar gelden in NoordHolland en dit is middels een digitale viewer per locatie te bepalen. De provincie werkt aan de opvolger van de Omgevingsverordening NH2020; de Omgevingsverordening NH2022. Deze zal tegelijk in werking treden met de Omgevingswet op 1 juli 2022. Ook in de omgevingsverordening NH2022 zoekt de provincie naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid, zoals omschreven in de visie voor de ontwikkeling van Noord-Holland; de Omgevingsvisie NH2050. De regels en wetten die terugkomen in de Omgevingsverordening NH2022 komen grotendeels overeen met de Omgevingsverordening NH2020, maar zijn dan omgezet naar de nieuwe eisen die de Omgevingswet stelt.

3.2.2.1 Relatie tot ontwikkeling De genoemde onderwerpen zijn voor voorliggend project aan de orde: Kaart 5: Bodemsanering Indien de bodem gesaneerd moet worden, gelden de voorwaarden voor sanering op basis van artikel 28, 29, 38 en 39 van de Wet bodembescherming. Op het aspect bodem wordt nader ingegaan in paragraaf 4.5. Kaart 15: LIB5 zone schiphol Artikel 6.24 Woningen binnen de LIB 5 zone voorziet in de verplichting dat ingeval een ruimtelijk plan nieuwe woningen toestaat op gronden die liggen ter plaatse van het werkingsgebied LIB 5 zone, in de toelichting op dat plan rekenschap gegeven wordt van het feit dat op de betreffende locatie sprake is van geluid vanwege het luchtverkeer en worden de redenen vermeld die er toe hebben geleid om op de betreffende locatie nieuwe woningen te bestemmen. Dit artikel moet worden gelezen in samenhang met het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB), dat de ruimtelijke regels op rijksniveau bevat in verband met de aanwezigheid en het gebruik van luchthaven Schiphol. LIB 5 is een omhullende contour. De regels van LIB 5 gelden daarmee ook voor de zones 1, 2, 3 en 4 van het beperkingengebied. De beoogde ontwikkeling voorziet niet in woningbouw. Wel zal in paragraaf 4.10 nader ingegaan worden op de beperkingen vanuit het LIB.

Kaart 25: Peilbesluit In artikel 6.82 Peilbesluit is opgenomen dat het waterschapsbestuur een of meer peilbesluiten vaststelt voor de oppervlaktewaterlichamen in de gebieden binnen het werkingsgebied peilbesluit die actueel zijn. Op grond van artikel 5.2 van de Waterwet moeten bij of krachtens provinciale verordening de oppervlaktewaterlichamen worden aangewezen waarvoor de beheerder peilbesluiten dient vast te stellen. In dit artikel is daarin voorzien. In het peilbesluit worden op een voor de beheerder bindende wijze waterstanden opgenomen of bandbreedten waarbinnen de waterstanden onder reguliere omstandigheden kunnen variëren. Als gevolg hiervan zal in overleg getreden moeten worden met het Hoogheemraadschap Rijnland over de effecten van de ontwikkeling. In paragraaf 4.16 wordt nader ingegaan op water. Omgevingsverordening NH2022 Regelgeving op de relevante onderdelen zullen onder de NH2022, niet tot nauwelijks wijzigen ten opzichte van het geldend regime (NH2020).

Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 16

3.2.2.2 Conclusie Aan de regels zoals opgenomen in de PRV wordt, voor zover relevant in het kader van voorliggende ontwikkeling, voldaan.

REGIONAAL BELEID ‘Plabeka 3.0 – Ruimte voor werken in de MRA van morgen 2007-2017‘ Op 23 juni 2017 heeft het Platform Economie de Uitvoeringsstrategie 3.0 vastgesteld. Door de Metropoolregio Amsterdam (een samenwerking tussen de gemeenten en provincies in de noordvleugel van de Randstad) is onderkend dat voor het werken naar de toekomstige metropolitane strategie (strategie om de (noordelijke) Randstad op termijn concurrerend te maken met grootstedelijke gebieden als Parijs en Londen) Schiphol en de regio elkaar nodig hebben. Op regionale niveau vindt afstemming plaats over het kantoren- en bedrijvenaanbod. Binnen Plabeka verband (Platform Bedrijven en Kantoren) van de Metropool Regio Amsterdam (MRA) zijn afspraken gemaakt over de beperking van het planaanbod van nieuwe kantoren en bedrijven tot 2040. 3.3.1.1 Relatie tot ontwikkeling In Plabeka is bedrijventerein De Nieuwe Liede opgenomen. De Nieuwe Liede sluit aan de bestaande Liede. Het gebied is in Plabeka daarmee aangemerkt als gebied waar invulling met bedrijvigheid logisch is. Aangezien op De Nieuwe Liede bedrijven tot en met milieucategorie toegestaan zijn, blijkt dat in invulling van De Liede Zuid kwantitatief en kwalitatief aansluit bij de toekomstige marktvraag. 3.3.1.2 Conclusie De ontwikkeling van De Liede Zuid past binnen de kaders van Plabeka.

GEMEENTELIJK BELEID Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 In de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 (vastgesteld in oktober 2012) worden de toekomstige ontwikkelingen van de gemeente beschreven. De Structuurvisie gaat over belangrijke structurerende zaken met ontwerpprincipes voor duurzaamheid, een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem, energie, netwerk- en ketenmobiliteit, de synergie met Schiphol, ruimte voor attracties, en de cultuurhistorie en diversiteit als drager van de ontwikkelingen. In de toekomst wil Haarlemmermeer de bestaande diversiteit aan woon- en werkmilieus - haar zogeheten atypische stedelijkheid - versterken. Haarlemmermeer wil een gemeente zijn die verbonden is en verbindt, een samenleving met samenhang. Dat betekent ook dat er samenhang moet zijn tussen alle ontwikkelingen die plaats vinden, zowel de ruimtelijke als de sociale ontwikkelingen. Haarlemmermeer positioneert zich ook in de toekomst als een attractieve ontmoetings- en vestigingsplaats. Duurzaamheid en oog voor bestaande structuren zijn leidend bij de toekomstige ruimtelijke, economische en sociale ontwikkelingen De ambities voor Haarlemmermeer in 2030 zijn als volgt benoemd: sterk gevarieerd en de atypische stedelijkheid benuttend; duurzaam en klimaatbestendig; fysiek en sociaal verbonden met elkaar en met de omgeving; blijvend gepositioneerd als aantrekkelijke ontmoetingsplaats.

De structuurvisie beschrijft daarnaast de grondslagen en ontwerpprincipes die als uitgangspunt worden gehanteerd bij de verdere ontwikkeling van Haarlemmermeer. Deze zijn samengevat in zes kernpunten: 1. Een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem. 2. Energie als speerpunt.

Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 17

3. 4. 5. 6.

Netwerk (keten)mobiliteit: de knopen benut. Synergie met Schiphol. Ontmoeten en verbinden: ruimte voor attracties. Cultuurhistorie en diversiteit als drager.

3.4.1.1 Relatie tot ontwikkeling De ontwikkelingen in De Liede Zuid passen binnen de kaders van de structuurvisie. Er wordt nieuwe werkgelegenheid gecreëerd, er worden eisen aan de beeldkwaliteit gesteld, er wordt bijgedragen aan de concurrentiekracht van de regio en de milieucategorieën van de beoogde bedrijven passen binnen een omgeving waarin op relatief korte afstand ook wordt gewoond. 3.4.1.2 Conclusie De ontwikkelingen in De Liede Zuid passen binnen de kaders van de structuurvisie.

Ontwerp omgevingsvisie Haarlemmermeer De Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 is het samenhangende, strategische beleidskader voor de fysieke leefomgeving. De gemeente Haarlemmermeer gebruikt de omgevingsvisie als richtinggevend instrument om afwegingen en keuzes te maken, het helpt om de juiste afwegingen te maken en zuinig en zorgvuldig met de ruimte om te gaan. De visie wordt uitgewerkt in programma’s. In deze programma’s werkt de gemeente Haarlemmermeer uit wat ze willen uitvoeren, hoe ze het uitvoeren en hoe ze dit financieel dekken. Regels die nodig zijn voor het borgen van de visie worden in het omgevingsplan opgenomen. Haarlemmermeer Noord Verschillende delen van de gemeente kennen hun eigen opgaven. Relevante opgaven voor de toekomst van Haarlemmermeer Noord:  Ontwikkel de nieuwere werklocaties Polanenpark en De Liede voor bedrijven met een hoge milieucategorie. Blijf inzetten op de veiligheid en handhaving op bedrijventerrein De Weeren. Met betrekking tot het thema Economie wordt gesteld dat de gebieden rondom Schiphol interessante vestigingsplaatsen zijn voor bedrijven, zeker gezien de goede bereikbaarheid door middel van rijkswegen (A4, A5, A9, A44), provinciale wegen en het OV-netwerk met de hogesnelheidslijn. De gemeente wil toe naar een toekomstbestendige en veerkrachtige economie.

 waar mensen werk doen dat aansluit bij hun opleiding en ambitie in een veilige, gezonde en prettige werkomgeving;  waar ondernemers vanuit de dynamiek hun kansen pakken;  waar maatschappelijke verbondenheid een belangrijke waarde is van het ondernemerschap;  waar ruimte geboden wordt aan onderzoeken en experimenteren en innovatie wordt gestimuleerd;  waar een breed palet aan sectoren elkaar onderling versterkt en zorgt voor een weerbare en toekomstbestendige economische structuur en diversiteit;  waar de verbindingen en bereikbaarheid uitstekend zijn en  waar we functies mengen waar het kan.

Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 18

3.4.2.1 Relatie tot ontwikkeling In de opgave voor Haarlemmermeer Noord is De Liede aangewezen als bedrijventerrein voor bedrijven met een hoge milieucategorie. Met de ontwikkeling van De Liede Zuid wordt daar verdere invulling aan gegeven. In de algemene kaart bij de omgevingsvisie, maar ook in de economische kaart is de Liede Zuid opgenomen als ingevulde locatie voor industrie. Figuur 6. Uitsnede economische kaart omgevingsvisie Haarlemmermeer.

3.4.2.2 Conclusie De ontwikkelingen in De Liede Zuid passen binnen de kaders van de ontwerp omgevingsvisie Haarlemmermeer.

Handboek parkeernormen Haarlemmermeer (2018) Op 6 februari 2018 is in het college van burgemeester en wethouders de nota ‘Actualisatie beleidsregel Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer’ vastgesteld. De beleidsregel is een uitwerking van de eerder door de raad vastgestelde kaders 'Strategisch parkeerbeleid' (d.d. 16 maart 2017, nummer 2017.0005871). Met het handboek en bijbehorende berekeningsblad kan voor benoemde situaties de parkeernorm op eenduidige wijze worden vastgesteld. Door combinaties van de zes in te voeren variabelen functie, centrumligging, stedelijkheid, afstand tot HOV-halte of station, recht op OV-vergoeding en doelgroep met traditioneel lager autobezit, wordt de parkeernorm gericht uitgerekend. In de actualisatie van de parkeernormen zijn zeer kleine woningen (tot 40 m2 woonoppervlak) en goedkopere sociale huurwoningen als aparte categorieën toegevoegd in de parkeernormentabel. De gemeentelijke parkeernormen gelden voor nieuwe ontwikkelingen, nieuwe uitbreidingen of herinrichtingen. In bestaande situaties is uitgegaan van de normen die golden ten tijde van de realisering. Sindsdien is het autobezit en -gebruik echter toegenomen. In een aantal gevallen leidt dat tot knelpunten. De oplossing voor dit soort knelpunten wordt gezocht In maatwerk. Het is niet realistisch om die gevallen te vergelijken met huidige parkeernormen.

In plaats daarvan moeten er oplossingen komen, die gebaseerd zijn op onderzoek van de bestaande situatie. Gemiddeld elke drie tot vier jaar wordt de set parkeerkencijfers door het CROW geüpdatet. Wanneer de volgende update plaatsvindt, wordt dit handboek waar nodig herzien en de toepasbaarheid van de landelijke kencijfers in Haarlemmermeer getoetst. Er zullen in nieuwe plannen geen parkeernormen meer separaat vastgelegd worden. In plaats daarvan wordt verwezen naar dit handboek.

Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 19

3.4.3.1 Relatie tot ontwikkeling Voor de beoogde ontwikkeling zal parkeren op eigen terrein plaatsvinden, waarbij getoetst wordt aan de handboek. In paragraaf 4.15 wordt hier nader op ingegaan. 3.4.3.2 Conclusie Het handboek parkeernormen vormt een voorwaarde voor de voorgenomen ontwikkeling.

Economisch Perspectief 2030 (2016) Het Economisch Perspectief 2030 geeft richting aan het versterken van de economische structuur van de gemeente Haarlemmermeer. De koers en ambitie in de interactie met belanghebbenden voor de komende jaren wordt aangegeven in de vorm van een strategisch denkkader. De samenhangende opgaven van Economisch Perspectief 2030 geeft aan hoe de gemeente Haarlemmermeer hierop inspeelt: • het vergroten van de weerbaarheid van de economie; • het verbeteren van het toekomstbestendig vermogen van de samenleving vanuit het principe van duurzame economische ontwikkeling; • het vergroten en benutten van de innovatiekracht; • het vergroten van de ondernemingskracht van inwoners, ondernemers, instellingen en bedrijven; • het benutten van de stedelijke dynamiek; • het bevorderen van sociale cohesie. 3.4.4.1 Relatie tot ontwikkeling Het plan voor De Liede Zuid sluit goed aan bij de ambitie om de concurrentiepositie van de Randstad op peil te houden. De locatie is efficiënt gelegen ten opzichte van ontsluitingsroutes en met verdere invulling van het bedrijventerrein wordt de werkgelegenheid vergroot. 3.4.4.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling sluit aan bij het Economisch Perspectief 2030.

Strategie werklocaties gemeente Haarlemmermeer 2019 (2019) Op basis van de huidige opgaven komen wij tot de volgende strategie voor de korte en middellange termijn (2030): 1. Aanpak veroudering bedrijventerreinen 2. Ruimte voor logistieke activiteiten in relatie tot Schiphol 3. Concentratie van datacenters in een beperkt aantal gebieden vanwege bundeling van energieaanvoer en warmteafvoer. Vestiging van datacenters beoordelen als onderdeel van de integrale ontwikkeling van de ICT-sector. Uitwerking van datacenter beleid volgt separaat. 4. Faciliteren vestiging hoge milieu categorieën op Polanenpark en De Liede in verband met accommoderen productieactiviteiten als onderdeel van de circulaire Westas 5. Integrale aanpak herprofilering bestaande kantoorlocaties Hoofddorp en ontwikkeling Schiphol Trade Park Campus en Beukenhorst Oost. Met de strategie zetten wij onze ambities om in concrete resultaten. Bij ontwerp en inrichting van werklandschappen en openbare ruimte (inclusief transformatie) kan ook rekening worden gehouden met het afwegingskader circulaire gronduitgifte uit het rapport Circulaire werklocaties: een afwegingskader voor gronduitgifte. 3.4.5.1 Relatie tot ontwikkeling De Liede is in de strategie opgenomen als locatie voor productieactiviteiten. Met de verdere invulling van De Liede Zuid, wordt dit mogelijk gemaakt.

Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 20

3.4.5.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met de Strategie werklocaties gemeente Haarlemmermeer.

Concept Klimaatadaptatiebeleid Met het Klimaatadaptatiebeleid wil de gemeente ervoor zorgen dat de omgeving van Haarlemmermeer in 2050 klimaatbestendig is. Om Haarlemmermeer zo goed mogelijk voor te bereiden op de klimaatverandering willen de gemeente de klimaatbestendigheid vergroten door de gevolgen en schade van droogte, hitte, wateroverlast en overstromingen te beperken voor nu en de toekomstige generaties. Daarbij zijn drie ambities geformuleerd: 1. een koele woon/werkomgeving; 2. droogtegevoeligheid verminderen; 3. een waterrobuuste leefomgeving. De ambities zijn concreet uitgewerkt in basisveiligheidsniveaus, dit zijn minimale normen om de leefomgeving klimaatbestendig in te richten. De basisveiligheidsniveaus zijn kaders voor nieuwe ontwikkelingen en onderhoudsmatige ingrepen.

Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 21

Figuur 7. Ambities klimaatadaptatiebeleid.

Bij nieuwbouwprojecten stelt de gemeente eisen aan de klimaatbestendigheid. Afhankelijk van de grootte van het nieuwbouwproject stellen we strengere eisen. Bij ontwikkelingen groter dan 5.000 m2 moet er voldaan worden aan alle basisveiligheidsniveaus. De initiatiefnemer moet dit aantonen door middel van onderzoek. Er kan alleen worden afgeweken van deze normen wanneer in het onderzoek is aangetoond dat een norm niet van toepassing is. Bij deze ontwikkelgebieden geldt wel een onderzoeksplicht (bijvoorbeeld naar bezonning, schaduw, grondwaterbalans en hemelwaterpercentages). 3.4.6.1 Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling is groter dan 5.000 m2 en moet zodoende aan alle basisveiligheidsniveaus voldoen die gelden voor nieuwbouw. Dat betekent dat op het gebied van een koele woon- en werkomgeving 50% van het totaal aan verticale en horizontale oppervlakken van het distributiecentrum warmtewerend ingericht is. Dit betekent dat het gebouw zo gebouwd wordt dat het er binnen minder warm wordt, bijvoorbeeld door isolatie, een groen dak, lichte kleur of zonnewering, -reflectie. Op het gebied van het verminderen van droogtegevoeligheid een nulmeting van het grondwater met bemalingsadvies voor de toekomstige inrichting gedaan. Het bemalingsadvies geeft inzicht in de (blijvende) Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 22

maatregelen die worden genomen om de oppervlaktewaterstand en daarmee de grondwaterstand te reguleren. Daarnaast moet het een waterneutrale ontwikkeling zijn die niet leidt tot extra aan- en afvoer van water. Dat betekent dat hemelwater zoveel mogelijk wordt vastgehouden, in de bodem gebracht of hergebruikt in het plangebied. De bergingscapaciteit van het gebied mag zo min mogelijk afnemen. Met betrekking tot de ambitie van een waterrobuuste leefomgeving is een gescheiden riolering verplicht en is er zoveel mogelijk natuurlijke en oppervlakkige afwatering aanwezig 3.4.6.2 Conclusie Met het Klimaatadaptatiebeleid worden voorwaarden meegegeven aan de beoogde ontwikkeling. Er van uitgaande dat het klimaatadaptatiebeleid van kracht is op het moment dat de omgevingsvergunning wordt aangevraagd, zal hier aan voldaan moeten worden. In paragraaf 4.6 wordt nader ingegaan op het aspect duurzaamheid in relatie met dit beleid.

Nota uiterlijk van bouwwerken Haarlemmermeer (2020.0002340) In de welstandsnota van de gemeente Haarlemmermeer is de visie van de gemeente op de ruimtelijke kwaliteit opgenomen. De welstandsnota baseert zich op het ruimtelijk raamwerk van de Haarlemmermeer. De welstandsnota werkt aanvullend op het bestemmingsplan, waarmee de gemeente op een hoger detailniveau redelijke eisen van welstand kan stellen aan het uiterlijk van bouwwerken. Het gaat hierbij om eisen op het gebied van materiaalgebruik, kleurgebruik, vormgeving en ontwerpdetails. Binnen de gemeente zijn verschillende welstandsregimes bepaald. Toetsing van het bouwplan aan de uitgangspunten zoals opgenomen in de Welstandsnota vindt plaats in het kader van de omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw. 3.4.7.1 Relatie tot ontwikkeling De voormalige gemeente Haarlemmermeer hanteert geen welstandsniveaugebieden maar regimes. Voor de projectlocatie geldt het regulier welstandsregime. Voor de locatie is vanuit de gemeente geen beeldkwaliteitsplan opgesteld. Bij het regulier welstandsregime wordt het gebouw niet alleen in haar omgeving maar ook als zelfstandig object getoetst, de architectonische benadering.

Een regulier welstandsregime neemt ook de volgende aspecten mee:  de geleding van het bouwvolume: verschillende bouwhoogten, accenten zoals torens of grote openingen  de vormgeving van de gevel: verticale, horizontale, neutrale of onregelmatige geleding  de keuze van de dakvorm: plat, hellend vlak of kap, zoals lessenaars-, zadel-, schilddak of mansardekap  het gebruik van compositorische middelen: erkers, luifels, balkons, loggia's  het gebruik van decoratieve middelen: (uitkragende) daklijsten, raamlijsten, gevelbanden 3.4.7.2 Conclusie Het welstandsbeleid vormt een voorwaarde voor de ontwikkeling. Het ontwerp zal goedgekeurd moeten worden door welstand.

Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030 Met het ‘Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030’ is beleid opgesteld voor het ondergrondse erfgoed. In dit beleid is een verwachtingskaart en een beleidskaart opgenomen. Op de verwachtingskaart is te zien wat de verwachting is op archeologische vondsten naar aanleiding van onderzoek van historische kaarten en eerdere vondsten. Als er nieuwe vondsten zijn gedaan wordt de kaart daarop bijgewerkt. De beleidskaart geeft aan wanneer er verder onderzoek gedaan moet worden als de bodem verstoord wordt. Naar aanleiding van de verwachtingen zijn zes regimes ingevoerd. De grootte van het plangebied en de diepte van de grondverstoring bepalen of er onderzoek gepleegd moet worden.

Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 23

Figuur 8. Regimes archeologische verwachting (bron: Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030).

• • • • • •

Waarde Archeologie 1 betreft een provinciaal monument, waarvoor de provincie Noord-Holland het bevoegd gezag is. Waarde Archeologie 2 betreft reeds vastgestelde archeologische vindplaatsen. Daarom is het van belang dat elke bodemingreep hier hetzij wordt voorkomen, hetzij wordt uitgevoerd in combinatie met archeologisch onderzoek. Waarde Archeologie 3 betreft gebieden waar een hoge archeologische verwachting geldt. Waarde Archeologie 4 en 5 betreffen gebieden waar een middelhoge archeologische verwachting geldt. Waarde Archeologie 6 betreft gebieden met een lage verwachting op archeologie. Hier hoeft alleen onderzoek te worden verricht als de bodemingreep van flinke omvang is (> 10.000 m2), omdat de trefkans beperkt is en de kosten van het onderzoek dan niet in verhouding zijn. In de gebieden zonder archeologische verwachting is de archeologie reeds opgegraven of de bodem reeds verstoord en dus geen archeologische trefkans. Daarom hoeft ook hier geen onderzoek te worden uitgevoerd.

Archeologisch onderzoek wordt gefaseerd uitgevoerd volgens een vaste methodiek, zoals beschreven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA 4.1). Het volgen van deze onderzoekscyclus is verplicht bij de voorbereiding van bodemverstoringen in gebieden waar een archeologische waarde aan is toegekend (zie beleidskaart). Die verplichting is gekoppeld aan bestemmingsplannen (toekomstige omgevingsplannen) en omgevingsvergunningen. De kosten van het archeologisch onderzoek zijn voor de initiatiefnemer van de bodemverstoring. Vanzelfsprekend volgt het nieuwe archeologiebeleid alle uitgangspunten zoals verwoord in de KNA 4.1. Op basis van een archeologisch bureauonderzoek wordt een gespecificeerde archeologische verwachting gegeven en een advies over al dan geen vooronderzoek. Vooronderzoek kan bestaan uit een proefsleuvenonderzoek en/of booronderzoek. Na dit vooronderzoek vindt een inhoudelijke waardering plaats met weer een advies voor het vervolg. Hier adviseert de archeoloog op basis van een inhoudelijke waardering wat er moet gebeuren met de aangetroffen archeologie. Er zijn drie mogelijke uitkomsten: • • •

behoud in situ (in de grond laten) en maatregelen voor bescherming verder onderzoek en als laatste stap definitief opgraven geen vervolg, het gebied wordt vrijgegeven

Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 24

Het besluit over elke volgende stap wordt genomen door de gemeente (bevoegd gezag).Bij ontgrondingen of provinciale projecten zoals wegaanleg en waterwerken ligt de beslissing over het wel of niet behouden van de archeologische waarden bij de provincie. Het Rijk neemt de besluiten voor rijksprojecten. 3.4.8.1 Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie is gelegen op gronden met de waardering Archeologie 6. Bij bodemingrepen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 40 cm is archeologisch onderzoek nodig. Ten behoeve van deze ontwikkeling is een archeologische bureauonderzoek uitgevoerd door IDDS, OM-nummer 5508270100, d.d. 23-02-2024. Het volledige onderzoek is opgenomen in de bijlagen bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. In het rapport schrijft IDDS in haar samenvatting “Op basis van het bureauonderzoek kunnen er diverse niveaus voorkomen in het plangebied. Deze niveaus hebben alleemaal een lage tot zeer lage verwachting. IDDS Archeologie adviseert om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen civieltechnische werkzaamheden. Voor de beoogde ontwikkeling worden de volgende werkzaamheden verricht:  Voor de fundering, de poeren en de sprinklertank 1.530 m2 repac en grond ontgraven tot een diepte van 90 cm vanaf het maaiveld.  Voor de laadkuil wordt 240 m2 repac en grond ontgraven tot een diepte van 140 cm vanaf het maaiveld.

In paragraaf 4.3 wordt nog nader ingegaan op het aspect archeologie.

Mees Ruimte & Milieu | 21427.01.RO

Pagina | 25

4

OMGEVINGSASPECTEN STEDENBOUWKUNDIGE MOTIVERING / LANDSCHAPPELIJKE INPASSING Indeling van het terrein Bouwvlak – bebouwingspercentage Na aftrek van de hoofdstructuren voor infrastructuur en groen, blijft er buiten het LIB 2 – gebied een zone over waar bedrijfsbebouwing mogelijk is. Dit maximale bouwvlak mag – conform bestemmingsplan - voor maximaal 50 procent worden ingevuld met bebouwing. De beschikbare grond wordt “flexibel” uitgegeven; m.a.w. de kavels worden zo groot gemaakt als nodig is. De footprint van de is bepaald. Uitgangspunt daarbij is de oriëntatie van de bebouwing aan de ringweg geweest. Het gedeelte van het terrein dat niet wordt verhard wordt zoveel mogelijk groen ingericht Bouwhoogte De maximale bouwhoogte op De Liede Zuid bedraagt 12 m, gemeten vanaf peil. Met een verhoging van 1 meter en een 10% afwijking bedraagt de maximale bouwhoogte 14,3 m, maar is daarmee wel gelegen binnen de maximaal toegestane hoogte op grond van het LIB, namelijk 15 meter + NAP. Kavelgrenzen en rooilijnen De rooilijn van de gebouwen aan het polderlint komt niet dichter op de Spaarnwouderweg dan de achterkant van de bestaande bebouwing hierlangs. Voor de bebouwing langs de ringweg geldt een maximale rooilijn van 1 meter van de erfgrens. Dat betekent dat gebouwen op minimaal 1 meter afstand van het begroeide hek staan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=792d4d2d-a684-4fd4-864f-72c202a86bd7