Bijlage 2 Rapport PWE-raadpleging warmte Haarlemmermeer - Populytics
Tekst van het document
Resultaten van een inwonersraadpleging over de overstap naar aardgasvrij wonen en werken in gemeente Haarlemmermeer
November 2025
Colofon Deze PWE-raadpleging is uitgevoerd door Populytics (een spin-off van de TU Delft) in opdracht van de gemeente Haarlemmermeer. Auteurs
Wendel Scholma (wendel@populytics.nl) Michiel Tilstra (michiel@populytics.nl) Shira Hollanders (shira@populytics.nl)
Datum
24 november 2025
Versie
Eindrapport
Contact
Populytics b.v. Strawinskylaan 239 1077 XX Amsterdam info@populytics.nl www.populytics.nl Wikimedia Commons
Afbeelding via Wikimedia Commons 2
Samenvatting
1
Samenvatting
Aanleiding, opzet en respons
Een samenvatting van het onderzoek en de hoofdresultaten.
Aanleiding, opzet en respons
Wat was de aanleiding voor deze raadpleging? Hoe zag het onderzoek er uit? Wie hebben er meegedaan?
Houding tegenover de overstap naar duurzame warmte
Wat vinden inwoners van de plannen om over te stappen van aardgas naar duurzame warmte?
2 Houding tegenover de overstap naar duurzame warmte
3
Afweging tussen lage maatschappelijke kosten óf vrijheid om zelf te kiezen
Afweging tussen lage maatschappelijke kosten óf vrijheid om zelf te kiezen
4
Inhoudsopgave
Wat vinden inwoners belangrijk bij de overstap naar duurzame warmte?
Wat vinden inwoners belangrijk bij de overstap naar duurzame warmte?
5
Wat voor informatie willen inwoners ontvangen vanuit de gemeente? En willen zij meedenken met het maken van plannen?
Over de raadpleging
Hoe hebben deelnemers de raadpleging ervaren? Welk rapportcijfer geven zij?
Methodologie
Hoe is de raadpleging tot stand gekomen? Hoe zijn de data geanalyseerd?
Over de raadpleging
7
Methodologie
8 3
Waarmee vinden inwoners dat de gemeente rekening mee houden bij de overstap naar duurzame warmte? En waarom? En welke verschillende perspectieven zijn er?
Informatie- en participatiebehoefte
Informatie- en participatiebehoefte
6
Hebben inwoners een voorkeur voor lage kosten voor de samenleving of vrijheid om zelf te kiezen?
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
Samenvatting
4
1.646 inwoners van de gemeente Haarlemmermeer denken mee over de overstap naar duurzame warmte • Aanleiding & Doel van de raadpleging. Eind 2026 moeten alle gemeenten een warmteprogramma vaststellen. Hierin staat hoe de overstap van aardgas naar duurzame warmte stap voor stap wordt gemaakt. De gemeente Haarlemmermeer heeft al meerdere uitgangspunten opgesteld voor de overstap. Met deze raadpleging wil de gemeente achterhalen hoe inwoners en ondernemers deze uitgangspunten tegen elkaar afwegen, en welke waarden, voorkeuren en zorgen voor hen belangrijk zijn. De resultaten helpen de gemeente om prioriteiten te stellen in de uitgangspunten en het warmteprogramma beter aan te laten sluiten bij wat inwoners en ondernemers belangrijk vinden. De uitkomsten worden meegenomen in de nieuwe Kadernota Warmtetransitie 2.0. • Participatie. Om inwoners te betrekken, heeft Populytics een raadpleging uitgevoerd volgens de Participatieve Waarde Evaluatie (PWE)-methode; zie figuur 1.1. Het ontwerp van de PWE-raadpleging is op participatieve wijze tot stand gekomen, samen met de gemeente, stakeholders en bewoners met uiteenlopende perspectieven. • Onderzoeksvraag.
In de PWE-raadpleging stond één onderzoeksvraag centraal: waar moet de gemeente rekening mee houden bij de overstap naar duurzame warmte? Daarnaast kregen deelnemers diverse andere vragen voorgelegd, zoals vragen over de houding ten aanzien van de plannen, een vraag over de afweging tussen gemeentelijke regie en keuzevrijheid en diverse surveyvragen. • Looptijd & Respons: De PWE-raadpleging stond online van 29 september tot en met 20 oktober 2025. In totaal deden 1.223 inwoners op uitnodiging mee aan een gesloten versie en 423 inwoners aan een open versie. Op basis van het gesloten onderzoek kunnen we representatieve uitspraken doen over alle inwoners van Haarlemmermeer op de kenmerken leeftijd, gender, opleidingsniveau en woonsituatie (koop of huur). De open versie was bedoeld om de inclusiviteit te vergroten: alle inwoners van 16 jaar en ouder konden deelnemen. Beide versies waren inhoudelijk identiek. 5
Figuur 1.1. Over de methode PWE
• Wetenschappelijk gevalideerd: De Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) is een participatiemethode die Populytics vaak inzet om mensen te betrekken bij beslissingen die hen gaan raken. De methode is ontwikkeld en gevalideerd door wetenschappers, onder andere van de TU Delft.
• Op de stoel van: De essentie van een PWE-raadpleging is om deelnemers in een online omgeving 20 minuten op de stoel van een beleidsmaker of politicus te zetten. Deelnemers krijgen een zogeheten keuzetaak te zien. Deze keuzetaak modelleert de situatie van beleidsmakers die bezig zijn met het vormen en uitvoeren van beleid. Deelnemers zien realistische beleidsopties die de beleidsmakers overwegen en ze zien dat er beperkingen zijn. Zij ervaren zodoende dezelfde keuze. Wat adviseren ze vervolgens als zij in de schoenen van een beleidsmaker staan? Deelnemers kunnen hun advies motiveren.
• Begrip voor complexiteit: Door mee te doen aan een PWE-raadpleging begrijpen inwoners beter de complexiteit van de beleidskeuze. En de resultaten stellen beleidsmakers in staat om hun keuzes beter aan te laten sluiten op voorkeuren, waarden en zorgen van inwoners.
De meerderheid vindt het een goed idee dat de gemeente gaat stoppen met aardgas. Ook is de meerderheid het ermee eens dat hiervoor bestaande technieken worden gebruikt.
Figuur 1.2. Houding inwoners t.o.v. het stoppen met aardgas* Gesloten raadpleging (n=1.208)
Net als de rest van Nederland, gaat de gemeente Haarlemmermeer stoppen met aardgas. We gaan duurzame energie gebruiken voor koken, douchen en warmte. Bent u het daarmee eens?
• Inwoners kregen de vraag hoe ze aankijken tegen het plan van de gemeente om: 1) Te stoppen met aardgas en in plaats daarvan duurzame energie te gebruiken om te koken, douchen en verwarmen; 2) Enkel technieken te gebruiken die al bestaan om het doel te behalen.
40%
35% 30%
29%
• Een meerderheid (61%) vindt het een (heel) goed idee om te stoppen met aardgas voor verwarmen, warm water en koken. In figuur 1.2 is te zien dat ongeveer een vijfde van de mensen (21%) neutraal staat tegenover het doel om te stoppen met aardgas. 18% vindt het een (heel) slecht idee om te stoppen met aardgas voor verwarmen, warm water en koken.
31%
25%
• Een ruime meerderheid (72%) is het (helemaal) eens met het gebruik van bestaande technieken voor duurzame energie. Ongeveer een vijfde van de mensen (19%) staat neutraal tegenover het gebruik van bestaande technieken. 9% is het (helemaal) oneens met het gebruik van bestaande technieken voor duurzame energie (zie figuur 3.3). Deelnemers die het doel een (heel) slecht idee vinden, zijn het vaker (helemaal) oneens met het gebruik van bestaande technieken.
21% 20% 15% 10%
9%
9%
Nee, ik vind het een slecht idee
Nee, ik vind het een heel slecht idee
5% 0% Ja, ik vind het Ja, ik vind het een heel goed een goed idee idee 6
Neutraal
* Aantallen tellen niet altijd op tot 100%. Het resterende deel betreft ‘zeg ik liever niet’
• Inwoners die het niet eens zijn met het doel geven vaak wel hun mening. Mensen die aangaven het stoppen met aardgas een (heel) slecht idee te vinden, kregen een extra vraag of ze toch hun mening wilden geven. Meer dan 90% wilde zijn of haar mening over het onderwerp geven en heeft dat via het onderzoek gedaan.
Opzet van het onderzoek & deelnemerservaring • De hoofdmoot van het onderzoek was een PWE-keuzetaak. De PWE-keuzetaak heeft als doel inzicht te krijgen in de waarde die deelnemers toekennen aan zes opties waar de gemeente rekening mee kan houden bij de overstap naar duurzame warmte. Deelnemers verdeelden 30 punten over zes opties waar de gemeente meer of minder rekening mee kan houden. Elke deelnemer kreeg deze in willekeurige volgorde te zien. Onder de roze informatieknoppen konden deelnemers aanvullende informatie lezen over iedere optie. De zes opties zijn: • Inwoners met weinig geld helpen met de overstap naar duurzame warmte; • Zo snel mogelijk stoppen met aardgas; • Zo min mogelijk overlast veroorzaken tijdens de aanleg van duurzame warmte in de wijk; • Inwoners helpen die samen plannen maken voor duurzame warmte; • Kiezen voor duurzame warmte waarvoor weinig ruimte nodig is in en rond huizen en gebouwen; • De overstap naar duurzame warmte gebruiken om huizen en gebouwen beter te koelen, te ventileren en te isoleren.
Figuur 1.3. De keuzetaak met opties waar de gemeente rekening mee kan houden bij de overstap naar duurzame warmte
• Overige vragen. Naast het PWE-keuzeonderdeel kregen deelnemers enkele demografische vragen te zien, enkele surveyvragen over de houding ten opzichte van de plannen en participatie-behoefte, een keuzedilemma en tot slot enkele vragen over de onderzoekservaring. • Deelnameduur en waardering voor het onderzoek. Deelnemers waren gemiddeld 18 minuten* bezig met het onderzoek en waardeerden de raadpleging gemiddeld met een rapportcijfer 6,9. Dit cijfer is gemiddeld als we kijken naar andere raadplegingen over de warmtetransitie. Deelnemers die aangaven het aardgasvrij worden een (heel) slecht idee te vinden, ervoeren de raadpleging soms als sturend. Onder deelnemers zien we hiernaast dat ze benieuwd zijn wat er met de resultaten wordt gedaan. "Zou graag feedback krijgen over mijn punten. Of ergens lezen wat er met mijn "Hoop iets terug te zien van mijn bijdrage gedaan wordt." mening in het beleid." 7
* Soms zien we dat deelnemers het onderzoek pas meerdere uren nadat ze deze zijn begonnen afronden. We gaan ervanuit dat deze deelnemers halverwege pauzeren/stoppen en later pas weer verder gaan. Voor het berekenen van het gemiddelde kijken we alleen naar deelnemers die het onderzoek binnen 1 uur hebben afgerond.
Inwoners geven prioriteit aan opties die bijdragen aan resultaat en rechtvaardigheid. Opties die vooral het proces raken, krijgen gemiddeld minder prioriteit. • Geen grote uitschieters. Figuur 1.4 toont de gemiddelde punten per optie voor alle deelnemers aan de gesloten versie. Het valt op dat er geen opties zijn die relatief heel veel (>7,5) of heel weinig (<2,5) punten krijgen. Dat betekent dat er geen opties bij zijn die gemiddeld veel belangrijker zijn dan andere opties. En ook geen opties die juist veel minder belangrijk zijn dan andere opties. • De meeste prioriteit gaat naar maatregelen die bijdragen aan een efficiënt en rechtvaardig resultaat. Drie opties krijgen gemiddeld de meeste prioriteit: de overstap gebruiken om huizen en gebouwen beter te isoleren, te koelen en te ventileren; inwoners met een laag inkomen helpen bij de overstap; en kiezen voor duurzame warmte die weinig ruimte vraagt in en rond gebouwen. De eerste en derde optie gaan vooral over het resultaat van de warmtetransitie. Een belangrijke reden om deze opties prioriteit te geven, is dat energie en ruimte schaars zijn en er daarom efficiënt mee moet worden omgegaan. Het ondersteunen van inwoners met een laag inkomen wordt vooral belangrijk gevonden vanuit haalbaarheid en rechtvaardigheid: de overstap is kostbaar, en iedereen moet kunnen meedoen.
• Opties die vooral gaan over het proces krijgen gemiddeld minder prioriteit. De opties die gemiddeld minder prioriteit krijgen, hebben vooral betrekking op het proces van de overstap. Overlast bij de aanleg wordt vaak als onvermijdelijk gezien of iets dat met een goede planning kan worden beperkt. Aanvullende analyses laten zien dat inwoners die het een slecht idee vinden om te stoppen met aardgas, juist meer prioriteit geven aan het voorkomen van overlast (zie pagina 37). Zij willen geen overlast van iets waar ze het nut niet van in zien. Het ondersteunen van bewonersinitiatieven roept gemengde reacties op: sommigen denken dat dit de betrokkenheid en samenwerking vergroot, terwijl anderen aangeven dat het juist tot gedoe leidt en beter centraal geregeld kan worden. De optie om ‘zo snel mogelijk te stoppen met gas’ krijgt gemiddeld de laagste prioriteit. Het argument hierbij valt samen te vatten als ‘haastige spoed is zelden goed’, oftewel denk de plannen eerst goed uit. 8
Figuur 1.4. Prioritering opties – Gemiddeld Gesloten raadpleging (n=1.223)
Gesloten
De overstap naar duurzame warmte gebruiken om huizen en gebouwen beter te koelen, te ventileren en te isoleren
6,3
Inwoners met weinig geld helpen met de overstap naar duurzame warmte
6,2
Kiezen voor duurzame warmte waarvoor weinig ruimte nodig is in en rond huizen en gebouwen
5,7
Zo min mogelijk overlast veroorzaken tijdens de aanleg van duurzame warmte in de wijk
4,5
Inwoners helpen die samen plannen maken voor duurzame warmte
4,4
2,8
Zo snel mogelijk stoppen met aardgas
0 tot 2,5 punten
2,5 tot 5 punten
5 tot 7,5 punten
7,5 tot 10 punten
Meer dan 10 punten
Er zijn vier groepen inwoners met verschillende voorkeuren te onderscheiden. De grootste groep vormt het midden, naast kleinere groepen met meer uitgesproken keuzes.
Figuur 1.5. Vier groepen inwoners met verschillende voorkeuren Gesloten raadpleging (n= 1.223)
Groep
A
B
C
D
Groepsgrootte (% inwoners)
50%
31%
14%
5%
De overstap naar duurzame warmte gebruiken om huizen en gebouwen beter te koelen, te ventileren en te isoleren
6,0
7,7
7,0
0,3
6,5
Inwoners met weinig geld helpen met de overstap naar duurzame warmte
6,2
5,5
7,7
7,7
6,1
Kiezen voor duurzame warmte waarvoor weinig ruimte nodig is in en rond huizen en gebouwen
5,3
7,6
4,5
0,2
5,8
Zo min mogelijk overlast veroorzaken tijdens de aanleg van duurzame warmte in de wijk
4,4
4,5
0,2
16,3
4,5
Inwoners helpen die samen plannen maken voor duurzame warmte
4,3
4,7
3,6
5,3
4,2
Zo snel mogelijk stoppen met aardgas
3,8
0,0
6,9
0,2
2,9
0 tot 2,5 punten
9
2,5 tot 5 punten
5 tot 7,5 punten
7,5 tot 10 punten
Meer dan 10 punten
⍉
Wat zien we hier? Op de vorige pagina zagen we de gemiddelde puntenverdeling van inwoners over de zes opties. In deze verdiepende analyse zien we uit welke verschillende groepen inwoners het gemiddelde bestaat en hoe deze groepen de 30 punten over de opties hebben verdeeld. Inwoners met vergelijkbare prioriteiten zijn geclusterd in een groep. De groepen verschillen onderling sterk qua voorkeur. • Groepen zijn eensgezind over hulp aan inwoners. Alle groepen geven gemiddeld genomen veel prioriteit aan het helpen van mensen met weinig geld. Hierbij wordt benoemd dat dit belangrijk is voor de haalbaarheid van de transitie en dat dit hoort bij een eerlijk en rechtvaardig proces. Daarnaast geven alle groepen gemiddeld genomen geen hoge, maar ook geen lage prioriteit aan het helpen van inwoners die samen plannen maken.
• Er is breed draagvlak voor beleid dat zich richt op de resultaten van de overstap. Groepen A, B en C, die samen 95% van de inwoners vertegenwoordigen, geven gemiddeld genomen veel prioriteit aan het beter koelen, ventileren en isoleren van huizen en gebouwen. En groepen A en B, samen 81%, geven gemiddeld genomen veel prioriteit aan duurzame warmte waarvoor weinig ruimte nodig is in en rond huizen en gebouwen. • Meningen verschillen het meest over snelheid en overlast. Zo min mogelijk overlast wordt door groep D (5% van de inwoners) veruit het hoogst geprioriteerd. Terwijl groep C (14%) hier nauwelijks punten aan geeft. Dit beeld zien we ook bij de optie voor zo snel mogelijk stoppen met aardgas. Groepen B en D, samen 36%, geven hier bijna geen punten aan, terwijl groep C hier wel prioriteit aan geeft. • Houding ten opzichte van aardgasvrij is het belangrijkste onderscheidende kenmerk tussen groepen. Het grootste deel van groep D vindt het een (heel) slecht idee. Het merendeel van groep C vindt het een (heel) goed idee. Groep B is onderling verdeeld. En groep A volgt de gemiddelde verhouding.
Meningen zijn verdeeld over de keuze tussen lage maatschappelijke kosten en individuele keuzevrijheid • In een ander onderdeel van de raadpleging kregen deelnemers een keuze voorgelegd. Als ze moesten kiezen tussen lage maatschappelijke kosten (keuze 1) of individuele keuzevrijheid (keuze 2), welke keuze maken ze? Het doel van deze vraag was inzicht krijgen in hoe inwoners dit tegen elkaar afwegen. Van beide keuzes werd een voor- en een nadeel beschreven. Deelnemers konden aangeven of zij een sterke of lichte voorkeur hadden voor keuze 1 of keuze 2. Vervolgens konden ze hun keuze toelichten. • Verdeling van voorkeuren. Een kleine meerderheid van de inwoners (53%) heeft een voorkeur voor keuze 2: zelf kunnen kiezen is het belangrijkst. 41%* heeft een voorkeur voor keuze 1: zo weinig mogelijk kosten voor de samenleving is het belangrijkst. • Het hoofdargument dat inwoners aandragen voor lage maatschappelijke kosten is dat de overstap op duurzame warmte betaalbaar moet zijn voor iedereen. Zeker ook voor mensen die minder geld hebben. In de groep inwoners die kiest voor lage maatschappelijke kosten zitten relatief meer huurders. Huurders hebben over het algemeen niet direct keuze in het type duurzame warmte in hun woning, dat is de verantwoordelijkheid van de verhuurder, dus kiezen ze logischerwijs voor keuze 1.
Dit komt ook terug in de argumenten: ‘Ik kan niet zelf kiezen, want ik woon in een huurhuis of appartementencomplex’. • Bij de argumenten voor individuele keuzevrijheid komen drie argumenten het vaakst voor. Het eerste argument gaat over maatwerk; elk huis is volgens inwoners anders en heeft een eigen aanpak nodig. Het tweede argument gaat over de wens om zelf keuzes te maken. Hierbij komt vaak terug dat ze een eigen huis hebben, en daarmee ook de zeggenschap over welke techniek ze in huis halen. En het derde argument is een gebrek aan vertrouwen in de overheid. De oorzaak hiervan is verschillend; door eerdere eigen ervaringen, door verhalen over warmtenetten in andere steden of een algemene scepsis richting de gemeente en rijksoverheid. 10
* Aantallen tellen niet op tot 100%. Het resterende deel betreft ‘weet ik niet / zeg ik liever niet’
Figuur 1.6. Veelvoorkomende argumenten voor een van twee keuzes* Veel genoemde argumenten voor keuze 1 – lage maatschappelijke kosten
Frequentie
Het moet betaalbaar zijn voor iedereen, ook voor mensen met minder geld
★★★
De transitie moet collectief worden aangepakt
★★
Zolang mensen kunnen uitwijken (op eigen kosten)
★★
Dit leidt tot een snellere transitie naar duurzame warmte
★
Ik kan niet zelf kiezen, want ik woon in een huurhuis of appartementencomplex
★
Veel genoemde argumenten voor keuze 2 – individuele keuzevrijheid
Frequentie
Elk huis is anders; maatwerk is nodig
★★
Ik wil zelf keuzes maken (over mijn eigen huis)
★★
Geen vertrouwen in de overheid
★★
Keuzevrijheid is belangrijker
★
Ik gebruik al duurzame warmte
★
We moeten niet van het aardgas af
★
Goedkoop is duurkoop; de goedkoopste optie kan uiteindelijk duurder zijn
★
Ik wil geen warmtenet; slechte ervaringen
★
Legenda: ★ Tussen 5-10% van de motivaties gaat hierover | ★★ Tussen 10-20% van de motivaties gaat hierover | ★★★ meer dan 20% van de motivaties gaat hierover
Een meerderheid van alle deelnemers wil ook in het verdere proces meedenken bij plannen voor hun wijk • Alle deelnemers werd gevraagd of en hoe zij betrokken zouden willen worden bij het maken van plannen voor duurzame warmte in hun wijk. • Van alle 1.646 deelnemers wil 61% één keer of vaker meedenken bij plannen voor hun wijk. • 28% geeft aan niet mee te willen denken. • 11% geeft aan ‘weet ik niet/zeg ik liever niet’. • Deelnemers die aangaven mee te willen denken kregen twee vervolgvragen te zien. Hier werd gevraagd op welke manier en hoe zij het liefst willen meedenken. • Van de mensen die verder willen meedenken geeft 68% aan te willen meedenken door te reageren al er en plan ligt dat al bijna af is. • Bijna een derde van de deelnemers (30%) geeft aan (ook) mee te willen helpen met het schrijven van een plan. • 70% van de mensen geeft aan mee te willen denken via een onlineonderzoek; 37% in een groep met andere meedenkers; en 35% op een avond met bewoners.
11
Figuur 1.7. Over hoe deelnemers betrokken willen worden bij het maken van plannen per wijk
Wilt u meedenken met een plan om over te gaan op duurzame warmte in uw wijk? Gesloten en open raadpleging (n=1.646)
0%
20%
40%
17%
38%
60%
6%
80%
28%
100%
11%
61%
Wanneer wilt u meedenken?* Ik wil meehelpen om het plan op te schrijven Ik wil reageren als er een plan ligt dat al bijna af is
Hoe wilt u meedenken?* Via een onlineonderzoek In een groep met andere meedenkers Op een avond met bewoners
Ja, ik wil vaak meedenken Ja, ik wil af en toe meedenken Ja, ik wil één keer meedenken Nee, ik wil niet meedenken Weet ik niet/zeg ik liever niet
Deelnemers (n=826) 30% 68% Deelnemers (n=826) 70% 37% 35%
* Meerdere antwoordopties zijn mogelijk. Aantallen tellen niet altijd op tot 100%. Het resterende deel betreft ‘zeg ik liever niet’
Koppeling van de resultaten naar beleid De gemeente Haarlemmermeer heeft voor de overstap naar duurzame warmte een reeks uitgangspunten (kaders) opgesteld, geordend in vier thema’s binnen de Concept Kadernota Warmtetransitie 2.0. De gemeente werkt nu toe naar de Kadernota Warmtetransitie 2.0. Hierin neemt ze onder andere de resultaten van deze raadpleging mee in haar overwegingen. Hieronder beschrijven we per thema enkele inzichten die de raadpleging heeft opgeleverd.
Thema 1: Gemeentelijke regie
Thema 2: Samen aan de slag
Uitgangspunten Concept kadernota Warmtetransitie 2.0: gemeente voert regie; samenhang met andere maatschappelijke opgaven; versnellen door standaardisatie, met ruimte voor maatwerk.
Uitgangspunten Concept kadernota Warmtetransitie 2.0: draagvlak bouwen met participatie; lusten en lasten rechtvaardig verdelen; en initiatieven faciliteren.
Koppeling naar de resultaten: • In het dilemma tussen (i) lage maatschappelijke kosten en (ii) veel individuele keuzevrijheid, kiest een aanzienlijke groep voor de collectieve aanpak. • De snelheid van de transitie is voor velen geen doel op zich. Een zorgvuldig en goed plan is belangrijker.
Thema 3: Haalbaar en betaalbaar
Thema 4: Klaar voor de toekomst
Uitgangspunten Concept kadernota Warmtetransitie 2.0: betaalbaar voor maatschappij en gebruiker; haalbaar voor iedereen.
Uitgangspunten Concept kadernota Warmtetransitie 2.0: betrouwbare, uitvoerbare en duurzame technieken; doelmatig gebruik van warmtebronnen; rekening houden met de effecten op de leefomgeving.
Koppeling naar de resultaten: • Betaalbaarheid is een randvoorwaarde en om die reden niet uitgevraagd in het onderzoek. In diverse opmerkingen van deelnemers zien we de betaalbaarheid terugkomen als voorwaarde. • Het helpen van inwoners met weinig geld krijgt veel prioriteit en wordt gezien als essentieel voor een rechtvaardige en haalbare transitie.
12
Koppeling naar de resultaten: • De meeste inwoners staan positief tegenover de ambitie. • Velen willen (laagdrempelig) meedenken over plannen. En willen laagdrempelig geïnformeerd worden. • Daarnaast is er brede steun voor een eerlijke verdeling van lusten en lasten. • Het ondersteunen van inwoners die samen plannen maken kreeg gemiddeld geen hoge prioriteit. Volgens sommigen voegt dit waarde toe, maar anderen voorzien gedoe of scheve verhoudingen.
Koppeling naar de resultaten: • Een meerderheid is het eens met het uitgangspunt om bestaande, betrouwbare technieken in te zetten, omdat deze zekerheid en voorspelbaarheid bieden. • Inwoners geven prioriteit aan het isoleren, ventileren en koelen van huizen en gebouwen, omdat energie schaars is en daarom efficiënt gebruikt moet worden • Het efficiënt gebruik maken van de schaarse ruimte is een veelgenoemde reden om prioriteit te geven aan kiezen voor duurzame warmte die weinig ruimte vraagt in en rond gebouwen. • Overlast bij de aanleg is voor velen een overkoombaar, want tijdelijk, effect.
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
• Wat was de aanleiding voor deze raadpleging?
Aanleiding, opzet en respons
• Hoe zag het onderzoek er globaal uit? • Wie hebben er meegedaan aan de raadpleging?
13
De gemeente Haarlemmermeer wil samen met inwoners nadenken over de overstap naar duurzame warmte • Aanleiding & Doel van de raadpleging. Eind 2026 moeten alle gemeenten een warmteprogramma vaststellen. Hierin staat hoe de overstap van aardgas naar duurzame warmte stap voor stap wordt gemaakt. De gemeente Haarlemmermeer heeft al meerdere uitgangspunten opgesteld voor de overstap. Met deze raadpleging wil de gemeente achterhalen hoe inwoners en ondernemers deze uitgangspunten tegen elkaar afwegen, en welke waarden, voorkeuren en zorgen voor hen belangrijk zijn. De resultaten helpen de gemeente om prioriteiten te stellen in de uitgangspunten en het warmteprogramma beter aan te laten sluiten bij wat inwoners en ondernemers belangrijk vinden. De uitkomsten worden meegenomen in de nieuwe Kadernota Warmtetransitie 2.0. • Participatie. Om inwoners te betrekken, heeft Populytics een raadpleging uitgevoerd volgens de Participatieve Waarde Evaluatie (PWE)-methode; zie figuur 2.1. Het ontwerp van de PWE-raadpleging is op participatieve wijze tot stand gekomen, samen met de gemeente, stakeholders en bewoners met uiteenlopende perspectieven. • Onderzoeksvraag.
In de PWE-raadpleging stond één onderzoeksvraag centraal: waar moet de gemeente rekening mee houden bij de overstap naar duurzame warmte? Daarnaast kregen deelnemers diverse andere vragen voorgelegd, zoals vragen over de houding ten aanzien van de plannen, een vraag over de afweging tussen gemeentelijke regie en keuzevrijheid en diverse surveyvragen. • Looptijd & Respons: De PWE-raadpleging stond online 29 september tot en met 20 oktober 2025. 1.223 inwoners deden op uitnodiging mee aan een gesloten versie. 423 inwoners deden mee aan een open versie waar alle inwoners ouder dan 16 aan konden meedoen. De versies waren inhoudelijk identiek.
14
Figuur 2.1. Over de methode PWE
• Wetenschappelijk gevalideerd: De Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) is een participatiemethode die Populytics vaak inzet om mensen te betrekken bij beslissingen die hen gaan raken. De methode is ontwikkeld en gevalideerd door wetenschappers, onder andere van de TU Delft.
• Op de stoel van: De essentie van een PWE-raadpleging is om deelnemers in een online omgeving 20 minuten op de stoel van een beleidsmaker of politicus te zetten. Deelnemers krijgen een zogeheten keuzetaak te zien. Deze keuzetaak modelleert de situatie van beleidsmakers die bezig zijn met het vormen en uitvoeren van beleid. Deelnemers zien realistische beleidsopties die de beleidsmakers overwegen en ze zien dat er beperkingen zijn. Zij ervaren zodoende dezelfde keuze. Wat adviseren ze vervolgens als zij in de schoenen van een beleidsmaker staan? Deelnemers kunnen hun advies motiveren.
• Begrip voor complexiteit: Door mee te doen aan een PWE-raadpleging begrijpen deelnemers beter de complexiteit van de beleidskeuze. En de resultaten stellen beleidsmakers in staat om hun keuzes beter aan te laten sluiten op voorkeuren, waarden en zorgen van deelnemers.
De raadpleging kende twee versies
Gesloten raadpleging Totaal: 1.223 deelnemers
Aanleiding en doel
Wijze van benaderen
• Als inwoners zelf het initiatief nemen om deel te nemen aan een onderzoek kan selectiebias optreden: een oververtegenwoordiging van inwoners met een uitgesproken mening over het onderwerp en/of een ondervertegenwoordiging van deelnemers met een minder uitgesproken mening of die aan zelfselectie doen.
• Een willekeurige steekproef van 15.000 huishoudens heeft een uitnodiging ontvangen per brief met een unieke code. De code kon één keer gebruikt worden.
• Het doel van een gesloten onderzoek is om een gebalanceerde steekproef te trekken door proactief een willekeurig geselecteerde groep inwoners te benaderen. Op basis van deze steekproef kunnen onder voorwaarden representatieve uitspraken worden gedaan.
• Door het proactief benaderen van een beperkte groep is een gesloten raadpleging per definitie exclusief. Het doel van de open raadpleging is daarom om de inclusiviteit te verhogen door alle inwoners de gelegenheid te geven mee te doen.
Open raadpleging Totaal: 423 deelnemers
15
• Naast de verhoogde inclusiviteit is een belangrijke positieve bijdrage van de open raadpleging dat deelnemers vaak veel uitgebreidere onderbouwingen bij hun keuzes geven. Dit geeft meer inzicht in de waarden die achter voorkeuren liggen.
• Zie het hoofdstuk Methodologie voor meer details.
• Alle inwoners van 16 jaar of ouder konden deelnemen aan de open raadpleging. Deze versie is via diverse kanalen onder de aandacht gebracht. • Zie het hoofdstuk Methodologie voor meer details.
In totaal hebben 1.646 inwoners deelgenomen. De uitkomsten van het gesloten onderzoek zijn door herweging representatief voor de hele gemeente. • Werving via brieven. 15.000 huishoudens van gemeente Haarlemmermeer hebben een brief gekregen met een unieke code. Elke code mocht maximaal 1 keer gebruikt worden. In totaal hebben 1.223 mensen die een brief hebben gekregen meegedaan aan het gesloten onderzoek. 82 deelnemers van de gesloten raadpleging hebben aangegeven ook ondernemer te zijn in de gemeente Haarlemmermeer • Werving via communicatie campagne. Alle inwoners van 16 jaar of ouder konden deelnemen aan het open onderzoek. Deze versie is via diverse kanalen onder de aandacht gebracht door de gemeente Haarlemmermeer zelf. In totaal zijn op deze manier 423 deelnemers geworven. 25 deelnemers van de open raadpleging hebben aangegeven ook ondernemer te zijn in de gemeente Haarlemmermeer • Representativiteit en herwegen. De deelnemers aan het gesloten onderzoek zijn wat betreft hun kenmerken niet representatief voor alle inwoners van Haarlemmermeer. Inwoners tot 35 jaar, vrouwen, huurders en inwoners met een basisonderwijs en onderbouw voortgezet onderwijs opleiding zijn ondervertegenwoordigd. Om ervoor te zorgen dat we op basis van het onderzoek representatieve uitspraken kunnen doen hebben we de data gewogen.
We hebben bijvoorbeeld meer waarde toegekend aan de antwoorden van de groepen die ondervertegenwoordigd waren. Zo kunnen we op basis van dit onderzoek representatieve uitspraken doen over alle inwoners van Haarlemmermeer op de kenmerken leeftijd, gender, opleidingsniveau en woonsituatie.
Figuur 2.2. Samenstelling van de deelnemers* Gesloten (n=1.223) en open raadpleging (n=423)
Gender
Aandeel gemeente**
Gesloten raadpleging
Open raadpleging
Vrouw
50,3%
29,6%
27,0%
Man
49,7%
69,1%
68,3%
16 tot en met 34 jaar
27,7%
9,1%
6,9%
35 tot en met 64 jaar
50,5%
49,6%
53,2%
65 jaar en ouder
21,8%
40,4%
37,1%
bo, vmbo, havo-, vwoonderbouw of mbo1
25,3%
8,3%
4,6%
havo, vwo, mbo2-4
42,5%
21,3%
16,2%
hbo, wo
32,2%
66,8%
75,4%
Koop
67,0%
85,4%
92,4%
Huur
33,0%
13,8%
6,6%
Leeftijd
Opleiding
Woonsituatie
16
* Aantallen tellen niet altijd op tot 100%. Het resterende deel betreft ‘zeg ik liever niet’
** Bron: CBS
Uit bijna alle gebieden deden mensen mee aan het onderzoek • Er hebben inwoners uit bijna alle steden, dorpen en kernen van de gemeente Haarlemmermeer meegedaan aan zowel de gesloten als de open versie van de raadpleging. De spreiding over de gebieden van deelnemers van beide versies volgt in grote lijnen de bevolking van de gemeente. We zien dat er relatief minder deelnemers zijn uit de grotere kernen zoals Hoofddorp en Nieuw Vennep, en relatief meer deelnemers uit de kleinere kernen zoals Lisserbroek en Zwaanshoek. Uit Schiphol, Schiphol Rijk hebben geen inwoners deelgenomen.
17
Figuur 2.3. Samenstelling van de deelnemers* Gesloten (n=1.223) en open raadpleging (n=423)
Aandeel gemeente**
Gesloten raadpleging
Open raadpleging
Hoofddorp
49,0%
32,8%
55,6%
Nieuw Vennep, t'Kabel
19,5%
15,1%
15,2%
Badhoevedorp, Lijnden, Nieuwe Meer
9,5%
5,7%
6,6%
Zwanenburg, Halfweg, Boesingheliede
6,7%
5,8%
8,9%
Vijfhuizen, De Liede, Nieuwebrug
3,0%
7,4%
3,3%
Rijsenhout
2,7%
4,3%
1,3%
Haarlemmerliede, Penningsveer, Spaarndam, Spaarnwoude
2,4%
10,4%
0,8%
Lisserbroek
2,0%
4,8%
3,6%
Zwaanshoek, Beinsdorp
2,0%
5,7%
1,0%
Cruquius
1,1%
3,4%
0,8%
Abbenes
0,8%
1,5%
1,0%
Burgerveen, Leimuiderbrug, Huigsloot, Vredeburg, Weteringbrug, Buitenkaag
0,8%
2,4%
1,3%
Oude Meer, Aalsmeerderbrug, Rozenburg
0,5%
0,6%
0,3%
Schiphol, Schiphol Rijk
0,2%
0,0%
0,0%
Gebied
* Aantallen tellen niet altijd op tot 100%. Het resterende deel betreft ‘zeg ik liever niet’
** Bron: CBS
Uit alle segmenten deden mensen mee aan de raadpleging
Figuur 2.4. Over deelnemers*
Gesloten (n=1.223) en open raadpleging (n=423)
Samenstelling huishouden Ik woon alleen Ik woon met één persoon samen, zonder kinderen We zijn een gezin met één ouder We zijn een gezin met twee ouders Iets anders, bijvoorbeeld een studentenwoning Financiële situatie (Zeer) makkelijk kunnen rondkomen Niet makkelijk, niet moeilijk kunnen rondkomen (Zeer) moeilijk kunnen rondkomen
18
Gesloten raadpleging 17,8%
Open raadpleging 15,7%
44,2% 4,8% 31,6% 0,5%
39,2% 2,3% 39,7% 0,0%
62,9% 30,9% 6,3%
64,5% 32,1% 3,4%
Woonsituatie Koopwoning Huurwoning, woningcorporatie Huurwoning, niet woningcorporatie
85,4% 11,8% 2,0%
92,4% 6,1% 0,5%
Zorgen over het klimaat Ja, heel erg Ja, een beetje Nee, niet echt Nee, helemaal niet
34,0% 43,0% 15,7% 7,2%
38,8% 30,0% 18,8% 12,4%
* Aantallen tellen niet altijd op tot 100%. Het resterende deel betreft ‘zeg ik liever niet’
• Samenstelling huishouden. De grootste groep deelnemers aan het gesloten onderzoek woont samen zonder kinderen (44,2%). Bijna een derde van de deelnemers (31,6%) is onderdeel van een gezin met twee ouders. En 17,8% geeft aan alleen te wonen. En een kleinere groep geeft aan onderdeel te zijn van een één-oudergezin (4,8%) of met huisgenoten te wonen (0,5%). • Financiële situatie. Een meerderheid van de deelnemers aan de gesloten raadpleging (62,9%) kan (zeer) makkelijk rondkomen. Een kleine groep (6,3%) geeft aan (zeer) moeilijk rond te kunnen komen. De rest (30,9%) kan niet makkelijk, niet moeilijk rondkomen. • Woonsituatie. Het merendeel van de deelnemers (85,4%) woont in een koopwoning. De rest huurt, waarvan het grootste deel via een woningcorporatie. • Zorgen over het klimaat. Een ruime meerderheid (77,1%) maakt zich een beetje of erg zorgen over het klimaat. Dit aandeel is gelijk aan het provinciaal gemiddelde wat eerder landelijk onderzoek naar klimaatzorgen heeft aangetoond**.
** Eerder landelijk onderzoek naar klimaatzorgen van het CBS in 2023 liet zien dat 77% van de inwoners uit de provincie Noord-Holland zich enige of veel zorgen maakt om het klimaat.
Er deden deelnemers mee met diverse soorten woningen en bedrijfsruimtes
Figuur 2.5. Over deelnemers Gesloten raadpleging (n=1.223)
In wat voor soort woning woont u?
85%
15%
0% 20% 40% 60% 80% Vrijstaand, twee-onder-een-kap- of eengezinswoning
100%
• Type verwarming. De meeste deelnemers (79%) verwarmen hun huis op dit moment met een cv-ketel. Nog eens 8% heeft een cv-ketel met hybride warmtepomp. Een kleine groep van 7% verwarmt met een all-electric warmtepomp en 1% geeft aan hun woning met een warmtenet of blokverwarming te verwarmen.
Appartement, flat, boven- of benedenwoning
Hoe verwarmt u nu uw woning? 0%
20%
Cv-ketel Cv-ketel en hybride warmtepomp Anders
Hoe wordt de bedrijfsruimte waar u onderneemt nu verwarmd? (n=62)
40%
Cv-ketel Cv-ketel en hybride warmtepomp
60%
80%
100%
All-electric warmtepomp Warmtenet of blokverwarming
53% 0%
19
6% 8% 1% 7%
79%
20%
10%7% 40%
60%
30% 80%
All-electric warmtepomp Anders
• Soort woning. Een ruime meerderheid (85%) van de deelnemers woont in een vrijstaand, twee-onder-een-kap- of eengezinswoning. En 15% woont in een appartement, flat, boven- of benedenwoning.
100%
• Ondernemers. 82 deelnemers van de gesloten raadpleging hebben aangegeven ook ondernemer te zijn in de gemeente Haarlemmermeer. 36% van hen geeft aan eigenaar te zijn van (een deel) van het gebouw waarin zij ondernemen en 32% heeft een bedrijfsruimte in eigen woning. De rest is geen eigenaar van hun bedrijfsruimte.
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
• Vinden inwoners het een goed idee dat de gemeente overstapt van aardgas naar duurzame warmte?
Houding tegenover de overstap naar duurzame warmte
20
• Wat vinden inwoners van het uitgangspunt om voor de overstap duurzame technieken te gebruiken die al bestaan? Zoals warmtenetten en warmtepompen.
De eerste vraag was of inwoners overstappen van aardgas naar duurzame warmte een goed idee vinden • De vraag. Deelnemers konden lezen wat het plan van de gemeente is. En welke uitgangpunten de gemeente hanteert. Toen konden ze aangeven in hoeverre ze het een goed idee vinden dat de gemeente stopt met aardgas. En ze kregen de vraag wat ze vinden van het uitgangspunt om enkel duurzame technieken te gebruiken die al bestaan. Vervolgens konden ze hun antwoorden toelichten. • Drie doelen. Deze vraag had drie doelen: 1. Inzicht krijgen in welke mate inwoners het een goed dan wel slecht idee vinden dat de gemeente overstapt van aardgas naar duurzame warmte. 2. Onderzoeken of en hoe de voorkeuren van inwoners afhangen van of inwoners het overstappen van aardgas naar duurzame warmte een goed of slecht idee vinden. 3. Inwoners die het overstappen van aardgas naar duurzame warmte een slecht idee vinden de kans geven om hun mening te geven. • Wel deelnemen? Als deelnemers aangaven dat ze het een (heel) slecht idee vonden, dan kregen ze de vraag of ze wel verder wilden en hun mening wilden geven. Deelnemers zagen hierbij de volgende uitleg: “Net als de rest van Nederland gaat gemeente Haarlemmermeer duurzame warmte gebruiken in plaats van aardgas. U vindt dit een slecht idee. De volgende vragen gaan over de overstap naar duurzame warmte. En over wat u belangrijk vindt.
We vragen u om toch uw mening te geven. Zelfs als u liever doorgaat met het gebruik van aardgas. De gemeente Haarlemmermeer wil de mening weten van alle inwoners van Haarlemmermeer.”
21
Figuur 3.1. Afbeelding van de vragen die deelnemers te zien kregen
Figuur 3.2. Houding inwoners t.o.v. het stoppen met aardgas*
De meerderheid van de inwoners vindt het een (heel) goed idee om te stoppen met aardgas voor koken, douchen en warmte
Net als de rest van Nederland, gaat de gemeente Haarlemmermeer stoppen met aardgas. We gaan duurzame energie gebruiken voor koken, douchen en warmte. Bent u het daarmee eens?
• Een meerderheid (61%) vindt het een (heel) goed idee om te stoppen met aardgas voor verwarmen, warm water en koken.
Gesloten raadpleging (n=1.208)
50%
• Ongeveer een vijfde van de mensen (21%) staat neutraal tegenover het doel om te stoppen met aardgas.
45%
• 18% vindt het een (heel) slecht idee om te stoppen met aardgas voor verwarmen, warm water en koken.
40%
35% 30%
29%
• Aan het open onderzoek deden meer mensen mee met een negatieve houding ten opzichte van het doel om te stoppen met aardgas. 31% vindt het een (heel) slecht idee. 17% is neutraal ten opzichte van het doel. 52% vindt het een (heel) goed idee.
31%
25%
• Deze resultaten zijn in lijn met de uitkomsten van een eerder onderzoek** van Populytics naar de betaalbaarheid van de warmtetransitie in 16 gemeenten. Van die deelnemers, vindt 61% het een (heel) goed idee en 17% het een (heel) slecht idee.
21%
20% 15% 10%
9%
9%
Nee, ik vind het een slecht idee
Nee, ik vind het een heel slecht idee
5% 0% Ja, ik vind het Ja, ik vind het een heel goed een goed idee idee 22
Neutraal
* Aantallen tellen niet altijd op tot 100%. Het resterende deel betreft ‘zeg ik liever niet’
Mensen die aangaven het stoppen met aardgas een (heel) slecht idee te vinden, kregen een extra vraag of ze toch hun mening wilden geven. Meer dan 90% wilde zijn of haar mening over het onderwerp geven en heeft dat via het onderzoek gedaan. **MSG Sustainable Strategies & Populytics (2025), Betaalbare warmte is meer dan een rekensom. Inzichten uit een burgerraadpleging in zestien gemeenten.
De meerderheid van de deelnemers is het er (helemaal) mee eens dat de gemeente bestaande technieken gaat gebruiken voor duurzame energie
Figuur 3.3. Mening inwoners over het gebruik van bestaande technieken*
• Een ruime meerderheid (72%) is het (helemaal) eens met het gebruik van bestaande technieken voor duurzame energie.
De gemeente Haarlemmermeer wil voor duurzame energie technieken gebruiken die al bestaan. Bent u het daarmee eens?
Gesloten raadpleging (n=1.065)
• Ongeveer een vijfde van de mensen (19%) staat neutraal tegenover het gebruik van bestaande technieken.
60%
• 10% is het (helemaal) oneens met het gebruik van bestaande technieken voor duurzame energie.
50%
• Deelnemers die het doel een (heel) slecht idee vinden, zijn het vaker (helemaal) oneens met het gebruik van bestaande technieken. • Aan het open onderzoek deden iets meer mensen mee die het (helemaal) oneens waren met het gebruik van bestaande technieken voor duurzame energie. 17% is het er (helemaal) mee oneens. 20% is het niet eens/niet oneens. De rest (63%) is het (helemaal) eens.
49%
40%
30% 23% 19%
20%
10%
6%
4%
0% Helemaal eens
23
Eens
Niet eens/niet oneens
Oneens
Helemaal oneens
* Aantallen tellen niet altijd op tot 100%. Het resterende deel betreft ‘zeg ik liever niet’
Deelnemers benoemen diverse redenen voor hun houding ten aanzien van het doel en het gebruik van bestaande technieken • Na de vragen over de houding ten aanzien van het doel van de gemeente om aardgasvrij te worden en daarvoor bestaande technieken in te zetten, konden deelnemers hun keuzes toelichten. In figuur 3.4 staan enkele illustratieve quotes van deelnemers. • Houding ten aanzien van het aardgasvrij-doel. Deelnemers die het een (heel) goed idee vinden om te stoppen met aardgas, benoemen dat het logisch of noodzakelijk is met het oog op het klimaat en milieu. We zien dat deelnemers die neutraal staan tegenover de plannen soms voorwaarden of zorgen benoemen. De overstap moet bijvoorbeeld wel betaalbaar zijn of praktisch haalbaar (denk aan zorgen over netcongestie). Bij mensen die het een (heel) slecht idee vinden om te stoppen met aardgas, zien we geregeld twijfels over de noodzaak. • Het gebruik van bestaande technieken. Het gebruik van bestaande technieken wordt gesteund, omdat deze betrouwbaar zijn en zonder risico’s. Onder deelnemers die het niet eens/niet oneens zijn met het gebruik van bestaande technieken zien we diverse vragen, zorgen en voorwaarden genoemd worden. Men zegt er bijvoorbeeld weinig van af te weten of wil geen toekomstige technieken uitsluiten.
Mensen die het (helemaal) oneens zijn met het gebruik van bestaande technieken pleiten er soms ook voor om technieken zoals waterstof, kernenergie of opslag via batterijen niet uit te sluiten. Zij vinden het ook vaker een (heel) slecht idee om te stoppen met aardgas. 24
Figuur 3.4. Enkele illustratieve toelichtingen van deelnemers over de houding ten aanzien van het aardgasvrij-doel en het uitgangspunt om bestaande technieken te gebruiken "Ik ben vrij neutraal, ik laat het aan de VVE over van wat er gaat gebeuren"
"Kern energie ipv grote solarvelden en windmolens"
- Deelnemer die neutraal is over doel en niet eens/niet oneens over techniekgebruik
- Deelnemer die doel slecht idee vindt en oneens met techniekgebruik
"Nog geen idee wat er gaat gebeuren"
- Deelnemer die neutraal is over doel en eens over techniekgebruik
"hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden" - Deelnemer neutraal over doel en helemaal eens over techniekgebruik
"Wat bewezen goed werkt moet je gebruiken" - Deelnemer vind doel een heel goed idee en helemaal eens over techniekgebruik
"Volgens mij is aardgas nu nog relatief goedkoop en schoon ( dld gaat van kolen naar gas) en het netwerk is nog niet afgeschreven of verouderd. Kijk of dat opnieuw gebruikt kan worden voor een eventuele transitie. "
- Deelnemer vindt doel een heel slecht idee en is helemaal eens met techniekgebruik
"lijkt me goed om af te stappen van fossiele brandstoffen en omdat snelheid daarbij best belangrijk is bestaande technieken toepassen nodig" - Deelnemer vindt doel een goed idee en eens over techniekgebruik
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
Afweging tussen lage maatschappelijke kosten óf vrijheid om zelf te kiezen
25
• Als inwoners moeten kiezen tussen lage kosten voor de samenleving of keuzevrijheid, wat heeft dan hun voorkeur? En wat voor redenen geven ze hiervoor?
Vraag over maatschappelijke kosten en individuele keuzevrijheid • Doel. Inzicht krijgen in hoe inwoners maatschappelijke kosten en keuzevrijheid afwegen • Keuzesituatie. Deelnemers kregen een keuze voorgelegd. Welke keuze vinden zij beter? 1. Zo weinig mogelijk kosten voor de samenleving is het belangrijkst. 2. Zelf kunnen kiezen is het belangrijkst. Bijvoorbeeld voor de goedkoopste optie voor uzelf. • Voordelen van iedere keuze. Deelnemers konden van iedere keuze een voordeel en een nadeel lezen. • Antwoordopties. Deelnemers konden aangeven of zij een sterke of lichte voorkeur hadden voor keuze 1 of keuze 2. Zij konden ook aangeven: ‘weet ik niet / zeg ik liever niet’. • Motivatie. Vervolgens konden ze hun keuze toelichten. • Analyse. We analyseren hoe vaak deelnemers aangeven een (lichte of sterke) voorkeur te hebben voor keuze 1 of 2. En we analyseren de argumenten die deelnemers geven in de motivatie van hun voorkeur. Geanalyseerde argumenten komen uit zowel de gesloten als de open versie van de raadpleging.
26
Figuur 4.1. Afbeelding van de keuze die deelnemers te zien kregen
Inwoners zijn verdeeld over het keuze tussen lage maatschappelijke kosten en individuele keuzevrijheid
Figuur 4.2. Voorkeur voor een van twee keuzes Gesloten raadpleging (n=1.216)
Keuze 1: Zo weinig mogelijk kosten voor de samenleving is het belangrijkst • Een voordeel is dat dit voor de samenleving het goedkoopst is. Gemiddeld betalen mensen hiervoor het minst. • Een nadeel is dat niet iedereen zelf kan kiezen. Sommige mensen willen misschien liever een andere oplossing. De gemeente helpt ze daar dan minder bij.
• Een kleine meerderheid van de inwoners (53%) heeft een voorkeur voor keuze 2: zelf kunnen kiezen is het belangrijkst. 41% van de inwoners heeft een voorkeur voor keuze 1: zo weinig mogelijk kosten voor de samenleving is het belangrijkst. De groep met een sterke voorkeur voor keuze 2 ‘individuele keuzevrijheid’ (30%) is groter dan de groep met een sterke voorkeur voor keuze 1 ‘lage maatschappelijke kosten’ (18%). • Kenmerken. Inwoners die kiezen voor lage maatschappelijke kosten of individuele keuzevrijheid hebben gemiddeld iets andere kenmerken. Bij de houding ten opzichte van het doel om aardgasvrij te worden, zien we dat inwoners die aangeven het doel een (heel) goed te vinden iets vaker kiezen voor lage maatschappelijke kosten (51%). Inwoners die het doel een (heel) slecht idee vinden, kiezen andersom vaker voor individuele keuzevrijheid (77%). Hetzelfde patroon zien we tussen huurders en woningeigenaren. Huurders kiezen gemiddeld vaker voor lage maatschappelijke kosten (61%). Woningeigenaren kiezen gemiddeld vaker voor individuele keuzevrijheid (63%). • Open raadpleging. In de open raadpleging is 60% voor keuze 2, waarvan 40% een sterke voorkeur heeft. De rest (40%) kiest voor keuze 1, waarvan 20% een sterke voorkeur heeft.
50%
Keuze 1: Lage maatschappelijke kosten 41%
Keuze 2: Zelf kunnen kiezen is het belangrijkst. Bijvoorbeeld voor de goedkoopste optie voor uzelf. • Een voordeel is dat veel mensen zelf kunnen kiezen. Zij kunnen dan kiezen voor de oplossing die voor henzelf het goedkoopst is. • Een nadeel is dat dit de samenleving meer geld kost. Gemiddeld betaalt iedereen dan meer.
Keuze 2: Individuele keuzevrijheid 53%
40% 30%
20% 10% 0%
27
18%
22%
Sterke voorkeur
Lichte voorkeur
23%
30%
6%
Lichte voorkeur Sterke voorkeur Weet ik niet / zeg ik liever niet
Inwoners die kiezen voor lage maatschappelijke kosten benoemen het vaakst de betaalbaarheid, specifiek voor mensen met minder geld • Het hoofdargument dat inwoners aandragen voor lage maatschappelijke kosten is dat de overstap op duurzame warmte betaalbaar moet zijn voor iedereen. Zeker ook voor mensen die minder geld hebben. In de groep inwoners die kiest voor lage maatschappelijke kosten zitten relatief meer huurders. Huurders hebben over het algemeen niet direct keuze voor het type duurzame warmte in hun woning, dat is de verantwoordelijkheid van de verhuurder, dus kiezen ze logischerwijs voor keuze 1. Dit komt ook terug in de argumentencategorie: ‘Ik kan niet zelf kiezen, want ik woon in een huurhuis of appartementencomplex’. "Om het proces te versnellen is het beter dat de gemeente de keuze maakt en deze dan snel uitrolt ipv iedereen individueel te laten kiezen en een traag proces te volgen"
"Dat maakt dat iedereen kan overstappen en niet alleen de rijke mensen"
"Ik hoor verhalen over situaties waarin bewoners in bepaalde wijken zijn overgestapt op stadsverwarming en dat zijn nu torenhoge prijzen (Energie + net + aansluiting) betalen. Ik wil niet in zo'n peperdure klem terechtkomen." "Ik vind het belangrijk dat de kosten zo laag mogelijk blijft. Maar heb ook zelf geen idee waar te beginnen. Dus hulp vanuit de gemeente kan daarin heel belangrijk zijn. Het leven is al duur genoeg" 28
"Het moet voor de sociale huurders ook betaalbaar zijn."
Figuur 4.3. Argumenten voor keuze 1: lage maatschappelijke kosten
Veel genoemde argumenten
Frequentie
Het moet betaalbaar zijn voor iedereen, ook voor mensen met minder geld
★★★
De transitie moet collectief worden aangepakt
★★
Zolang mensen kunnen uitwijken (op eigen kosten)
★★
Dit leidt tot een snellere transitie naar duurzame warmte
★
Ik kan niet zelf kiezen, want ik woon in een huurhuis of appartementencomplex.
★
"Als iedereen profiteert, profiteren we allemaal. Solidariteit is nodig"
"Ik woon in een appartementen complex dus zelf kiezen zit er voor mij waarschijnlijk uberhaubt niet in. Bovendien zijn de energiekosten vandaag de dag al torenhoog, dus zadel ons niet op met nog veel meer kosten."
Legenda: ★ Tussen 5-10% van de motivaties gaat hierover | ★★ Tussen 10-20% van de motivaties gaat hierover | ★★★ meer dan 20% van de motivaties gaat hierover
Inwoners kiezen voornamelijk voor individuele keuzevrijheid vanuit een maatwerkgedachte, zelf willen kiezen en een gebrek aan vertrouwen • Bij de argumenten voor individuele keuzevrijheid komt niet één hoofdargument naar voren. Drie verschillende argumenten komen relatief vaak voor. Het eerste betreft maatwerk. Elk huis is anders en heeft een eigen aanpak nodig. De tweede categorie gaat over de keuzevrijheid zelf. Deze deelnemers geven aan dat ze zelf keuzes willen maken. Hierbij komt ook vaak terug dat ze een eigen huis hebben, en daarmee ook de zeggenschap over welke techniek ze in huis halen. Het derde veelvoorkomende argument is een gebrek aan vertrouwen in de overheid. De oorzaak hiervan is verschillend; door eerdere eigen ervaringen, door verhalen over warmtenetten in andere steden of een algemene scepsis richting de gemeente en rijksoverheid. "Elk huis en situatie is anders, zeker in bepaalde wijken"
"Ik wil zelf kiezen welke optie ik neem. Wil niet iets naar me toe geschoven krijgen wat ik niet zou willen."
"Ieder huis in onze oude dorpskern is anders. Maatwerk voor ieder huishouden. Een grondgebonden warmtepomp met meerdere bewoners zou een mooie oplossing kunnen zijn. Of individueel een eigen apparaat. Smart grid om energiebehoefte te spreiden. Een warmtenet geloof ik niet in en zal ik ook nooit aan deelnemen."
"Net als met de zonnepanelen en de saldering die nu weg valt vind ik het nu belangrijk voor mijn eigen portemonnee te kiezen omdat ik hiervoor moet opdraaien niet een ander." 29
"De gasvoorraden in Nederland zijn groot, gas is de goedkoopste bron van energie en de infrastructuur is er"
"Ben geen voorstander van een warmtenet. Als bewoner heb je daar geen invloed meer op als het net is aangelegd. Risico dat het niet naar tevredenheid functioneert. Vandaar mijn voorkeur voor keuze twee."
Figuur 4.4. Argumenten voor keuze 2: individuele keuzevrijheid
Veel genoemde argumenten
Frequentie
Elk huis is anders; maatwerk is nodig
★★
Ik wil zelf keuzes maken (over mijn eigen huis)
★★
Geen vertrouwen in de overheid
★★
Keuzevrijheid is belangrijker
★
Ik gebruik al duurzame warmte
★
We moeten niet van het aardgas af
★
Goedkoop is duurkoop; de goedkoopste optie kan uiteindelijk duurder zijn
★
Ik wil geen warmtenet; slechte ervaringen
★
Legenda: ★ Tussen 5-10% van de motivaties gaat hierover | ★★ Tussen 10-20% van de motivaties gaat hierover | ★★★ meer dan 20% van de motivaties gaat hierover
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
Algemene uitkomsten
Algemene uitkomsten
5A
Wat vinden inwoners belangrijk bij de overstap naar duurzame warmte?
Profielen van 4 groepen
Profielen van 4 groepen
5B
Motivatie-analyse
5C
30
Motivatie-analyse
Vooraf: Hoe de resultaten in hoofdstuk 5 te lezen?
De oorspronkelijke raadpleging is nog steeds vindbaar op de website haarlemmermeer-demo.raadpleging.net. De raadpleging is ook nog in te vullen, maar antwoorden worden niet meer geregistreerd. 31
•
Wat was de centrale onderzoeksvraag?
•
Uitleg van de grafieken
De hoofdvraag van deze PWE-keuzekaart was waar de gemeente rekening mee moet houden bij de overstap naar duurzame warmte • Doel. De PWE-keuzetaak in figuur 5.1 heeft als doel inzicht te krijgen in de waarde die deelnemers toekennen aan zes opties waar de gemeente rekening mee kan houden bij de overstap naar duurzame warmte. • Keuzesituatie. Deelnemers verdeelden 30 punten over zes opties waar de gemeente meer of minder rekening mee kan houden. Elke deelnemer kreeg deze in willekeurige volgorde te zien. In figuur 5.1 van links naar rechts, van boven naar beneden: • Inwoners met weinig geld helpen met de overstap naar duurzame warmte • Zo snel mogelijk stoppen met aardgas • Zo min mogelijk overlast veroorzaken tijdens de aanleg van duurzame warmte in de wijk • Inwoners helpen die samen plannen maken voor duurzame warmte • Kiezen voor duurzame warmte waarvoor weinig ruimte nodig is in en rond huizen en gebouwen • De overstap naar duurzame warmte gebruiken om huizen en gebouwen beter te koelen, te ventileren en te isoleren • Extra informatie. Onder de roze informatieknoppen konden deelnemers aanvullende informatie lezen over iedere optie.
32
Figuur 5.1. De keuzetaak met opties waar de gemeente rekening mee kan houden in de overstap naar duurzame warmte
Figuur 5.2. Voorbeeld uitkomsten met uitleg - Gemiddelden
Gemiddelden voor alle inwoners
• We presenteren eerst de resultaten voor alle deelnemers die hun mening hebben gegeven: de gemiddelde punten per optie. We laten de twee varianten zien: de gesloten en de open raadpleging. • Voor de verdere resultaten laten we met name de representatieve uitkomsten zien die voortkomen uit de gesloten raadpleging. Deze zeggen het meest over alle inwoners van Haarlemmermeer. Als resultaten uit de open raadpleging komen, dan markeren we dat expliciet. Citaten van deelnemers kunnen uit beide versies komen.
Over hekjes en betrouwbaarheidsintervallen
• De resultaten van de gesloten raadpleging zijn door herweging representatief voor de inwoners van de gemeente Haarlemmermeer op de kenmerken leeftijd, gender, opleiding en woonsituatie. Maar er is altijd onzekerheid. De grijze hekjes in de kolom ‘Gesloten’ laten zien wat de gemiddelde puntenverdeling zou zijn als alle inwoners uit Haarlemmermeer zouden meedoen aan de raadpleging. • In statistische termen heten de hekjes een ‘betrouwbaarheidsinterval’. Als alle inwoners mee zouden doen, dan bevinden de uitkomsten zich met 95% zekerheid binnen dit interval. • Als de intervallen van twee opties niet overlappen, dan is het verschil tussen deze opties significant. Ter illustratie, in deze uitkomsten verschillen de bovenste drie opties niet significant van elkaar. Maar deze drie opties verschillen wel significant van de opties daaronder. De volgorde van de eerste drie opties zou ook anders kunnen zijn.
33
Figuur 5.3. Voorbeeld uitkomsten met uitleg – Uitsplitsingen
Voorspellend kenmerk: houding ten opzichte van het doel om aardgas vrij te worden
• Een kenmerk van deelnemers laten verschillen zien in de uitkomsten: hun houding tegenover het doel om aardgasvrij te worden. We laten een uitsplitsing zien op basis van dit kenmerk. • De overige kenmerken van deelnemers – zoals leeftijd, gender, opleidingsniveau en woonsituatie – leverden geen substantiële verschillen op in de prioritering van de opties. Deze staan in de bijlage.
Legenda: hoge en lage prioriteit
• Als deelnemers aan alle opties evenveel punten toekennen (alles evenveel prioriteit geven), dan zou elke optie vijf punten krijgen (30 gedeeld door 6). • Als een optie meer dan vijf punten krijgt, dan krijgt die optie prioriteit van (een groep) deelnemers. • Als een optie meer dan 7,5 punten krijgt, dan heeft het hoge prioriteit. • Minder dan 2,5 punten is lage prioriteit. • Meer dan 10 punten wijst op een principekwestie of een hoge urgentie.
34
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
• Prioriteiten van de ‘gemiddelde’ inwoner van Haarlemmermeer
5A
35
Algemene uitkomsten
• Verschillen en overeenkomsten in prioriteiten tussen het gesloten en open onderzoek
Drie opties krijgen de veel prioriteit en één optie krijgt het minst prioriteit. Deelnemers aan het open onderzoek prioriteren die opties niet substantieel anders dan deelnemers aan het gesloten onderzoek. • Meeste prioriteit. Gemiddeld genomen wordt de meeste prioriteit gegeven aan: • De overstap naar duurzame warmte gebruiken om huizen en gebouwen beter te koelen, te ventileren en te isoleren (6,3 punten) • Inwoners met weinig geld helpen met de overstap naar duurzame warmte (6,2 punten) • Kiezen voor duurzame warmte waarvoor weinig ruimte nodig is in en rond huizen en gebouwen (5,7 punten) • Minste prioriteit. Gemiddeld genomen wordt het minst prioriteit gegeven aan de optie dat er zo snel mogelijk gestopt moet worden met aardgas (2,8 punten). • Geen grote uitschieters. Het valt op dat er in het gesloten onderzoek geen opties zijn die relatief heel veel (>7,5) of heel weinig (<2,5) punten krijgen. Dat betekent dat er geen opties bij zijn die veel belangrijker zijn dan andere opties. En ook geen opties die juist veel minder belangrijk zijn dan andere opties.
• Open onderzoek. Het open onderzoek laat op hoofdlijnen hetzelfde beeld zien: de volgorde is nagenoeg gelijk. Zoals we vaker zien, is de puntenverdeling net anders dan bij de groep met uitgenodigde deelnemers. • Bijlage. Zie de bijlagen voor een overzicht van de spreiding van de punten per optie en voor uitsplitsingen naar leeftijdsgroepen, gender, opleidingsniveau en woonsituatie.
Figuur 5.4. Prioritering opties – Gemiddeld Gesloten (n=1.223) en open raadpleging (n=423)
Gesloten
Open
De overstap naar duurzame warmte gebruiken om huizen en gebouwen beter te koelen, te ventileren en te isoleren
6,3
6,9
Inwoners met weinig geld helpen met de overstap naar duurzame warmte
6,2
5,2
Kiezen voor duurzame warmte waarvoor weinig ruimte nodig is in en rond huizen en gebouwen
5,7
6,1
Zo min mogelijk overlast veroorzaken tijdens de aanleg van duurzame warmte in de wijk
4,5
4,7
Inwoners helpen die samen plannen maken voor duurzame warmte
4,4
4,7
0 tot 2,5 punten
36
2,8
Zo snel mogelijk stoppen met aardgas
2,5 tot 5 punten
5 tot 7,5 punten
7,5 tot 10 punten
2,4
Meer dan 10 punten
Inwoners stellen soortgelijke prioriteiten voor drie opties ongeacht hun houding. Verschillen op twee andere opties.
Figuur 5.5. Prioritering opties – Naar houding t.o.v. het doel om aardgasvrij te worden Gesloten raadpleging
• Overeenkomsten. De drie opties die gemiddeld de hoogte prioriteit krijgen, krijgen van alle drie de groepen ook veel prioriteit. Tussen de 5 en 7,5 punten. • Verschillen. De verschillen tussen de groepen worden duidelijk bij de opties ‘Zo min mogelijk overlast veroorzaken tijdens de aanleg van duurzame warmte in de wijk’ en ‘Zo snel mogelijk stoppen met aardgas’. • De inwoners die het doel om aardgasvrij te worden een (heel) goed idee vinden geven relatief meer prioriteit aan de optie om zo snel mogelijk te stoppen met aardgas. De andere twee groepen geven hier nauwelijks punten aan. • Inwoners die het doel om aardgasvrij te worden een (heel) slecht idee vinden geven het meeste prioriteit aan de optie voor zo min mogelijk overlast veroorzaken tijdens de aanleg van duurzame warmte in de wijk. • Conclusie. De houding van inwoners ten opzichte van het doel om aardgasvrij te worden lijkt bepalend voor hun keuzes. Inwoners die het een slecht idee vinden willen zo min mogelijk overlast. Inwoners die het een goed idee vinden willen vaker zo snel mogelijk stoppen met gas. Er zijn ook overeenkomsten. De bovenste drie opties krijgen van alle groepen prioriteit. 37
(heel) goed idee (n=745)
Neutraal (n=231)
(heel) slecht idee (n=227)
De overstap naar duurzame warmte gebruiken om huizen en gebouwen beter te koelen, te ventileren en te isoleren
6,7
Inwoners met weinig geld helpen met de overstap naar duurzame warmte
6,2
6,7
5,6
Kiezen voor duurzame warmte waarvoor weinig ruimte nodig is in en rond huizen en gebouwen
5,6
6,4
5,1
Zo min mogelijk overlast veroorzaken tijdens de aanleg van duurzame warmte in de wijk