CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Nota van zienswijzen Polderlinten, trotse dragers van het landschap

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 6 april 2023, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Hernieuwde vaststelling ‘Trotse dragers van het landschap, visie polderlinten Haarlemmermeer en beeldkwaliteitsplan voor de erven’ (7450714)10.205 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van zienswijzen Polderlinten, trotse dragers van het landschap behoort tot het raadsvoorstel tot vaststelling van de visie ‘Trotse dragers van het landschap, visie polderlinten Haarlemmermeer en beeldkwaliteitsplan voor de erven’. A. Procedure B. Beoordeling zienswijzen

A. Procedure De conceptvisie ‘Trotse dragers van het landschap, visie polderlinten Haarlemmermeer en beeldkwaliteitsplan voor de erven’ is op 12 oktober 2021 door het college vastgesteld. Zij is op 29 oktober 2021 officieel bekendgemaakt en heeft vanaf 3 november 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tot en met 13 december kon iedereen zienswijzen op de visie indienen bij de gemeenteraad. Er zijn zeventien zienswijzen binnengekomen. De raadsleden is een overzicht verstrekt met de nodige gegevens van de zienswijze-indieners (hierna: reclamanten). In deze nota van zienswijzen zijn de reclamanten met een nummer aangeduid dat correspondeert met de nummering in het overzicht. Van de natuurlijke personen zijn geen persoonsgegevens vermeld. Dat is gedaan om te voldoen aan de regelgeving over privacy. Wij zullen individueel de reclamanten meedelen welke onderstaande tekstonderdelen over hun eigen zienswijze gaan. De zienswijzen zijn alle binnen de termijn ingediend. Ze zijn daarom alle ontvankelijk. Overzicht ingediende zienswijzen. In verband met de wetgeving rondom privacy zijn namen van natuurlijke personen niet in de lijst opgenomen. Zienswijze nummer Zienswijze 1

Indiener

Ingediend op datum

Ingediend per:

Natuurlijke zaken

Ingediend op 9 november 2021

Zienswijze 2

Zienswijze 4

Schenk Vastgoed Management Ingediend op 16 november (SVGM) LTO Noord, afdeling Ingediend op 2 december 2021 Haarlemmermeer Ingediend op 10 december 2021

Zienswijze 5

Rotij Grondontwikkeling

Ingediend op 10 december 2021

Zienswijze 6

SADC

Ingediend op 10 december 2021

Zienswijze 7

Livingstone Welkom Thuis B.V. Ingediend op 10 december 2021

Zienswijze 8

Ingediend op 10 december 2021

Zienswijze 9

BPD: bouwfonds gebiedsontwikkeling Fauna Haarlemmermeer

Zienswijze 10

Dorpsraad Abbenes

Ingediend op 12 december 2021

Ingediend formulier Ingediend formulier Ingediend formulier Ingediend formulier Ingediend formulier Ingediend formulier Ingediend formulier Ingediend formulier Ingediend formulier Ingediend formulier Ingediend formulier Ingediend formulier Ingediend formulier Ingediend formulier

Zienswijze 3

Ingediend op 12 december 2021

Zienswijze 11

Ingediend op 12 december 2021

Zienswijze 12

Ingediend op 12 december 2021

Zienswijze 13 Zienswijze 14

Zienswijze 15

Vereniging Dorpsraad Badhoevedorp Dorpsvereniging Haarlemmerliede en Spaarnwoude Dorpsraad Nieuw-Vennep

Ingediend op 13 december 2021 Ingediend op 12 december 2021

via

digitaal

via

digitaal

via

digitaal

via

digitaal

via

digitaal

via

digitaal

via

digitaal

via

digitaal

via

digitaal

via

digitaal

via

digitaal

via

digitaal

via

digitaal

via

digitaal

Ingediend op 30 november 2021 Ingediend per e-mail

1

Zienswijze 16 Zienswijze 17

B.

Provincie Noord-Holland

Ingediend op 29 november 2021 Ingediend per e-mail Ingediend op 15 december 2021 Ingediend via digitaal formulier

Beoordeling zienswijzen

Algemeen: Een aantal reclamanten brengt naar voren dat ze geen verplichting willen om hun erf anders in te richten. Dit komt voort uit zorgen om agrarische bedrijfsvoering, veiligheid of praktische uitvoerbaarheid. Reactie: Visie Polderlinten is een inspiratiedocument De visie ‘Trotse dragers van het landschap’ is bedoeld als kader zodat we met elkaar werken aan een landschappelijk raamwerk dat ook in de toekomst herkenbaar en beleefbaar is voor iedereen. Daarbij geven we met ontwikkelprincipes aan hoe dat kan, afhankelijk van de context waar het polderlint zich bevindt. Deze ontwikkelprincipes zijn bedoeld ter inspiratie voor de initiatiefnemer van een ontwikkeling binnen de invloedszone van het polderlint. Welke ontwikkelprincipes worden toegepast is altijd maatwerk. In de gesprekken met de initiatiefnemer werken we dat samen uit. Het is dus geen verplichting, maar altijd maatwerk welke ontwikkelprincipes toegepast worden indachtig de visie: versterken en beleefbaar. Na de bekendmaking van de vastgestelde visie is het een geldend beleidsstuk, op aangewezen onderdelen geldt zij als beleidsregel en voor zover het een beeldkwaliteitsplan is, wordt dat onderdeel van toepassing op de welstandsbeoordeling van vergunningplichtige zaken in het betreffende gebied.

Wij zullen het volgende bij ‘Hoofdstuk 5 – Uitvoering’ toevoegen aan de visie: Deze visie is ons kader, daarmee geven wij richting aan de ontwikkeling van de polderlinten: wij willen de polderlinten als de oorspronkelijke structurerende lijnen van Haarlemmermeer zichtbaar en beleefbaar houden. Want zij vertellen ons de ontstaansgeschiedenis van Haarlemmermeer. Met de ontwikkelprincipes geven wij voorbeelden ter inspiratie hoe wij denken dat dit in de praktijk bereikt kan worden. De ontwerpprincipes zijn bedoeld als inspiratie om de hedendaagse opgaven aan te kunnen pakken, zoals het vergroten van de biodiversiteit, het zorgen voor een duurzaam watersysteem, het realiseren van een langzaam verkeersnetwerk en het zorgen voor een aantrekkelijke woon-en werkomgeving. De ontwikkelprincipes zijn bedoeld voor het gesprek met de initiatiefnemer. De ontwikkelprincipes zijn geen verplichting, maar het zal altijd maatwerk zijn op welke manier de plannen van de initiatiefnemer kunnen bijdragen aan de versterking en het beleefbaar houden van de polderlinten. Zienswijze Reclamant 1 1.1

Reactie en beantwoording Aandacht voor natuur Verplicht groen in woningen aan polderlinten Reclamant stelt dat het verplicht moet worden om groen aan te leggen in de tuin als men een woning langs het polderlint heeft of koopt. Dit met het oog op natuur en cultuur. Reactie: Het zou fijn zijn als de tuinen conform de visie een representatieve en groene uitstraling hebben. Wij kunnen dit echter niet verplichten. Alleen als er sprake is van initiatieven die niet voldoen aan het bestemmingsplan kunnen wij voorwaarden stellen om de ontwerpprincipes als uitgangspunt voor de inrichting van het erf mee te nemen. Dit is altijd in onderling overleg. Zie ook bij ‘Algemeen’.

1.2

Verlichting bruggen over de polderlinten Reclamant vraagt of we iets over (minimale) verlichting in de visie kunnen opnemen, met het oog op de nieuwe bruggen over de polderlinten. Reclamant vraagt of het echt nodig is om de al

2

aanwezige bruggen over de Hoofdvaart van zowel boven als onder te verlichten. Dit zorgt voor verstoring van de vluchtroutes van vleermuizen. Reactie: De Wet natuurbescherming vereist dat essentiële vliegroutes van vleermuizen in stand blijven. Hiertoe mag de lichtintensiteit doorgaans niet toenemen. Bij aanpassingen zal per locatie bezien moeten worden welke mogelijkheden er voor verlichting zijn. Afhankelijk van andere belangen - zoals veiligheid - kan er ook worden gestuurd op het beperken, vleermuisvriendelijk maken dan wel geheel ontbreken van verlichting. Daarin wordt niet op voorhand voorzien door de Visie Polderlinten, maar wordt per project gekeken. Conclusie

Zienswijze Reclamant 2 2.1

-

1.1. In de visie zal beter uitgelegd worden dat de visie is bedoeld als een inspiratiedocument. Het dient als basis voor discussie om gezamenlijk te komen tot de juiste keuzen voor de betreffende locatie. Zie ook bij ‘Algemeen’.

Reactie en beantwoording Ruimte voor nieuwe woningen Conclusie over nieuwe woningen (aan de Spieringweg) Reclamant is van mening dat de verkeerde conclusie wordt getrokken over ‘nieuwe woningen’. Reclamant verwijst naar de tekst over rijtjeswoningen. Dit moet los staan van de ontwikkeling van enkele woningen op leegstaande percelen. Toevoeging van een enkele woning op vrije kavels zal geen afbreuk doen aan het karakter van het landschap. Aan de Spieringweg in Zwaanshoek zijn nog leegstaande kavels te vinden die zich goed lenen voor de ontwikkeling van een enkele woning. Karakteristieke groene spaties kunnen blijven bestaan zonder het tegenhouden van de ontwikkeling van woningen, in het bijzonder aan de Spieringweg. Reclamant herkent de groene spaties eerder ter hoogte van PARK21. Ook stelt reclamant dat een enkele woning past in het landelijk gebied zoals beschreven in de Provinciale Omgevingsverordening. Reclamant wil graag ruimte laten voor nieuwe initiatieven voor woningbouw, in het bijzonder aan de Spieringweg. Reactie: De Spieringweg ter plaatse van Zwaanshoek is op pagina 12 aangegeven als transformatiegebied. Bij het realiseren van deze gebiedsontwikkeling zal de gebiedscontext wijzigen naar stedelijke context waarin kleinschalige verdichting mogelijk is. Uiteraard conform de geldende ruimtelijke ordeningsprocedures.

Op dit moment voldoet bouwen hier niet aan de provinciale verordening.

Conclusie Zienswijze Reclamant 3 3.1

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen van de visie. Reactie en beantwoording Aandacht voor agrarische bedrijfsvoering Het watersysteem Reclamant geeft aan dat er bij het watersysteem geen rekening wordt gehouden met agrarische activiteiten. Er worden al diverse overleggen gevoerd en er zijn pilots in de maak. De passage in W2 op pagina 20 doet hier volgens reclamant geen recht aan. Reactie: De reclamant wijst hier op de wijziging van het huidige doorspoelsysteem in Haarlemmermeer naar het Verbeterd Droogmakerij Systeem (VDS). Tot op heden is omschakelen naar het VDS niet van toepassing op het agrarisch gebied tenzij een initiatiefnemer hiertoe verzoekt. Het ontwikkelprincipe moet ook niet als eis gezien worden maar is ter inspiratie bedoeld, een manier om bij te dragen aan de verduurzaming van het watersysteem. Of dit ook in het agrarisch gebied mogelijk is, zal blijken uit de pilot die in PARK21 gaat plaatsvinden. In de visie zal bij W2 worden opgenomen dat aanpassing van waterpeilen altijd in afstemming met het hoogheemraadschap van Rijnland dient plaats te vinden.

3

3.2

Water- en moerasvegetaties rondom tochten Reclamant stelt dat we voorbij gaan aan het feit dat waterwegen onderhouden moeten worden en dus bereikbaar moeten zijn. Ook steekt het reclamant dat er gemakkelijk wordt omgegaan met de eigendommen van een ander. Reactie: Bij de inrichting van waterwegen vormen ook beheeraspecten een rol in de uiteindelijke ontwerpkeuzes. De verbeelding geeft suggesties hoe tochten ingericht zouden kunnen worden. Natuurlijke oevers zijn daarbij wel het streven waar dat kan, maar vereisen inderdaad een ander beheer. Zaken zoals bereikbaarheid, hoogteverschillen, bodemtype, gewenste vegetatie en beheersbaarheid vormen factoren in de te maken keuzes bij een eventuele (her)inrichting. Zie ook de Reactie over eigendom: 3.7.

3.3

3.4

Bosranden of zones met voedselbossen langs de polderlinten Reclamant geeft aan dat het verdienmodel en de inpassing in de huidige bedrijfsvoering van voedselbossen zeer complex is. Daarnaast worden de zichtlijnen in de polder door de voedselbossen beperkt. Reactie: Voedselbossen vragen inderdaad om kennis om ze goed te kunnen toepassen. Het kunnen ook verbrede erfbeplantingen zijn en daarmee de linten versterken. Het planten van “bos” dat de zichtlijnen beperkt willen we niet. We willen vooral agrarische ondernemers de kans geven hun bedrijfsvoering te verbreden. De langslinten Reclamant geeft aan dat de langslinten, zoals beschreven op pagina 28, erftoegangswegen zijn. Reclamant stelt dat leveren en afvoeren van producten goed mogelijk moet blijven. Dit is meer dan alleen landbouwverkeer. Reactie: De meeste langslinten zijn erftoegangswegen. De kwalificatie erftoegangsweg bepaalt de status binnen het ontsluitingsnetwerk, de inrichtingseisen en de verkeersintensiteit. Het aandeel vrachtverkeer is conform jurisprudentie maximaal 2 % van de voertuigen. Dit betekent dat de erftoegangswegen toegankelijk blijven voor alle soorten verkeer. We streven echter zo veel mogelijk naar lagere autoverkeersintensiteiten op de linten ten gunste van het langzaam verkeer. We zullen tekst toevoegen waaruit blijkt dat ook vrachtverkeer op de langslinten mogelijk is.

3.5

Tweede erftoegangsweg De visie staat het aanleggen van een tweede erftoegangsweg niet toe. Reclamant geeft aan dat dit het toekomstbestendig maken van een onderneming in de weg kan zitten. Bij nieuwe bebouwing kan het een betere keuze zijn om een nieuwe toegangsweg te creëren, waarbij de oude toegangsweg met zijn cultuurhistorische waarde intact kan blijven. Reactie: In principe gaan we uit van één toegang tot het erf. Echter er is altijd sprake van maatwerk. In de Visie zal een algemene tekst over maatwerk worden opgenomen. Zie ook onder ‘Algemeen’.

3.6

Niet toestaan verkeersaantrekkende werking Reclamant geeft aan dat het niet toestaan van functies met een verkeersaantrekkende werking haaks staat op de doelstellingen van PARK21. Het ontwikkelen van agrarische bedrijven richting lokaal verkopen, verbinden en verbreden wordt zo beperkt. Reclamant verzoekt ons de stelling dat er geen verkeersaantrekkende werking mag zijn te nuanceren en aan te passen. Reactie: PARK21 biedt ruimte aan een recreatieve langzaamverkeersroute voor fietsers, wandelaars en ruiters door het park. Daarnaast streven we naar een goede aansluiting op het (hoogwaardige)

4

openbaar vervoer. In het gebied zal de auto te gast zijn. Er worden geen nieuwe doorgaande wegen aangelegd. Wel maakt het bestemmingsplan het mogelijk om bij nieuwe recreatieve voorzieningen een eigen aansluiting te realiseren. Recreatieve voorzieningen in het park zullen niet ontsloten worden middels de bestaande linten Rijnlanderweg, Hoofdweg en IJweg, maar via de Parkweg, (nieuwe)Bennebroekerweg, Noordelijke Randweg en/ of Spoorlaan. Naast de recreatieve functies in het park is er in de modellen ook rekening gehouden met verbrede functies aan de genoemde linten. Prognoses van deze functies zijn modelmatig doorgerekend om een beeld van de totale verkeersontwikkeling te krijgen voor het jaar 2030 en 2040. Het park kan zich tot 2030 in de basisvariant ontwikkelen zonder dat er grote verkeersknelpunten ontstaan. Voor het verder ontwikkelen van PARK21 tot 2040 is de verbreding van de Nieuwe Bennebroekerweg voorwaardelijk. We zullen deze zin van pagina 50 verwijderen.: ‘Functies die hinder voor de omgeving veroorzaken, bijvoorbeeld door hun verkeersaantrekkende werking zijn niet toegestaan’ wordt geschrapt. 3.7

Bomen en verplichten inrichting Reclamant verzoekt ons rekening te houden met het feit dat bomen langs de weg het zicht verslechteren langs de op- en afritten van erven en dat dit kan leiden tot gevaarlijke situaties. Ook geeft reclamant aan dat veel bomen van erven zijn verdwenen omdat ze niet meer passen bij de voortschrijdende bedrijfsvoering. Reclamant verzoekt ons deze regel slechts te stimuleren, en agrarische ondernemers zelf te laten beslissen of het past binnen de bedrijfsvoering. Reclamant vindt het onwenselijk als dit wordt opgelegd. Reactie: Bomen langs de linten zijn van oudsher aanwezig en zijn zeer karakteristiek. Bij herplant in kader van groot onderhoud wordt waar mogelijk rekening gehouden met zichtlijnen. Wij vinden het erg jammer dat veel bomen vanwege bedrijfsvoering zijn verdwenen, het behouden en versterken van erfbeplantingen heeft onze voorkeur. Wij kunnen en zullen dit voor bestaande erven niet verplichten. Alleen als er sprake is van initiatieven (bv aanvraag extra schuur) die niet conform het bestemmingsplan zijn, kunnen wij aanvullende voorwaarden stellen voor het realiseren voor de inrichting van de erven. Ook dan is dat altijd in onderling overleg. In de visie spreken wij dan ook van ontwikkelprincipes en inspiratie voor gebieden. De ontwikkelprincipes voor de erven zoals opgenomen in paragraaf 3.5.

zullen als addendum bij de Welstandsnota worden opgenomen. In de visie zal beter uitgelegd worden dat de visie is bedoeld als een inspiratiedocument. Het dient als basis voor discussie om gezamenlijk te komen tot de juiste keuzes voor de betreffende locatie. Zie ook onder ‘Algemeen’.

3.8

3.9

Energielandschappen Reclamant geeft aan dat recreatief gebruik van zonneakkers zeer lastig zal worden. Zonneakkers zullen in verband met de veiligheid vaak beveiligd worden door hekwerken. Daarnaast geeft reclamant aan dat de gewenste verharding van wandel- en fietspaden haaks staat op de wens de bodem als buffer voor regenwater te gebruiken. Reclamant verzoekt ons om bij de aanleg van paden rekening te houden met deze gewenste bufferfunctie. Reactie: De principes in deze visie sluiten aan op het Beeldkwaliteitsplan (BKP) Zonnecarré dat 10 juni 2021 door de raad is vastgesteld (2021.0000819). Wat betreft verharding: in zonneparken wordt juist geen verharding voorgesteld voor fiets-of wandelpaden. Op blz. 25 van het BKP Zonnecarré staat: De paden die worden toegepast sluiten aan bij het tijdelijke karakter van de zonneakker. Denk aan struinpaden en on- tot halfverharde fietspaden. Dit BKP Zonnecarré blijft van toepassing. Rekening houden met agrarische ondernemers Reclamant verzoekt ons om de wensen voor de inrichting van de polderlinten niet op te leggen aan agrarische ondernemers, maar slechts te stimuleren. Agrariërs hebben het gewaardeerde

5

landschap gevormd en zullen dit blijven onderhouden. Reclamant vindt dat juist in woonwijken of bedrijfsgebieden de huidige polderlinten het sterkst afwijken van de visie. Reclamant verzoekt ons om nu en in de toekomst de agrarische bedrijfsvoering als belangrijker uitgangspunt te hanteren bij het opstellen van visies.

Conclusie

Zienswijze Reclamant 4 4.1

4.2

Conclusie

Zienswijze Reclamant 5 5.1

Reactie: Zie de Reactie bij 3.7. 3.1. op pagina 20 bij W2 wordt opgenomen dat altijd afstemming van waterpeilen met Rijnland moet plaatsvinden. 3.4. de tekst over medegebruik van agrarisch verkeer op pagina 28 wordt aangepast tot medegebruik van bestemmingsverkeer. 3.5, 3.7 en 3.9. In de visie zal beter uitgelegd worden dat de visie is bedoeld als een inspiratiedocument. Het dient als basis voor discussie om gezamenlijk te komen tot de juiste keuzen voor de betreffende locatie. Zie ook onder ‘Algemeen’. 3.6. De zin op pagina 50: ‘Functies die hinder voor de omgeving veroorzaken, bijvoorbeeld door hun verkeersaantrekkende werking zijn niet toegestaan’ wordt geschrapt.

Reactie en beantwoording Aandacht voor agrarische bedrijfsvoering Tweede erftoegangsweg Reclamant geeft aan dat voor het eigen bedrijf meer uitritten nodig zijn om een goede op- en afrit te creëren. De stelling dat er geen tweede toegang mag komen kan goede bedrijfsvoering in de weg zitten. Reactie: Zie de Reactie bij 3.5 en onder ‘Algemeen’. Bomen op erf Reclamant acht het niet wenselijk om te verplichten om bosschages aan te planten langs bebouwing. Dit is voor agrarische bedrijven juist schadelijk, vanwege tripsen en luizen die in het gebouw schade kunnen veroorzaken. Reclamant geeft aan dat er weinig middelen zijn om dit te bestrijden. Reclamant roept op om de keuze voor beplanting aan de ondernemer te laten. Volgens reclamant wordt er makkelijk gedaan over andermans eigendommen. Reactie: Zie de Reactie bij 3.7, 3.9 en onder ‘Algemeen’. 4.1 en 4.2. In de visie zal beter uitgelegd worden dat de visie is bedoeld als een inspiratiedocument. Het dient als basis voor discussie om gezamenlijk te komen tot de juiste keuzen voor de betreffende locatie. Zie ook onder ‘Algemeen’. Reactie en beantwoording Ontwikkeling Nieuw-Vennep West Dynamisch document Reclamant onderschrijft de noodzaak om van de Visie Polderlinten een dynamisch document te maken dat in de tijd kan worden bijgesteld en aangepast. Reactie: Wij zijn het met reclamant eens dat dit belangrijk is.

In de uitwerkings-en uitvoeringsfase zal ook altijd sprake zijn van maatwerk. Dit zullen wij in de visie duidelijker verwoorden

5.2

Kavelmaat IJweg Reclamant verzoekt ons voor de toekomstige erven in Nieuw-Vennep West ten noordwesten van de IJweg een invloedszone van 100 meter op te nemen. Dit is gelijk aan de bestaande kavelmaat ten zuidoosten van de IJweg. Zo ontstaat een polderlint dat in maat en schaal aan elkaar verwant is.

6

Reactie: In de visie hebben we het in het geval van langslinten over invloedszones van 125 meter. In het BKP zonnecarré en BKP Polderlaag PARK21 zijn dit bindende maten bij de uitwerking. Bij gebiedsontwikkelingen zal per gebied worden gekeken wat voor de betreffende plek de beste maatvoering is. Er is altijd sprake van maatwerk. Op voorhand passen wij geen invloedszones aan. In de ontwerpfase van een gebiedsontwikkeling kan gemotiveerd worden dat een andere maat op die locatie beter passend is. 5.3

Definitieve kaart Reclamant verzoekt ons om duidelijker aan te geven dat de afbeelding op pagina 12 de definitieve kaart is en de afbeelding op pagina 30 de bestaande situatie is. Reactie: We zullen de beide kaarten op pagina 12 en 30 verduidelijken.

5.4

Arcering transformatiegebied Nieuw-Vennep West Reclamant geeft aan dat de arcering van het transformatiegebied Nieuw-Vennep West in de afbeelding op pagina 12 niet klopt. Dit is niet overeenkomstig de Intentieovereenkomst NieuwVennep West. Reclamant verzoekt ons dit aan te passen. Daarnaast vraagt reclamant hoe de stedelijke context van Nieuw-Vennep West kan en gaat werken als er in de gebiedsontwikkeling wordt gewerkt met een variatie aan dichtheden. Dit zou reclamant graag verduidelijkt zien. Reactie: Op pagina 12 zullen dezelfde begrenzingen worden gehanteerd als in de omgevingsvisie. In de legenda zal worden aangegeven dat de transformatiegebieden zowel kunnen komen te vallen onder de park- als in de stedelijke context. Uitwerking vindt plaats op gebiedsniveau.

5.5

5.6

Waterpeil Op pagina 20 onder W2 staat dat voor het waterpeil van de watergangen rondom de erven het huidige waterpeil geldt. Het Hoogheemraadschap van Rijnland ziet Nieuw-Vennep West als een transformatiegebied, waarbij wordt uitgegaan van het Verbeterd Droogmakerijsysteem. Reclamant vraagt hoe deze twee uitgangspunten zich tot elkaar verhouden. Reactie: Zie de Reactie bij 3.1. Verkeersprognose Reclamant vraagt naar welke verkeersprognose wordt verwezen op pagina 27. Reclamant zou deze graag ontvangen en vraagt ons de verwijzing in de visie te verduidelijken. Reactie: Voor de Visie Polderlinten is gebruik gemaakt van het verkeersmodel NHZ 3.0 met prognosejaar 2040. Deze is beschikbaar op kaart, echter is deze kaart buiten de visie gelaten, omdat deze onleesbaar bleek bij het verkleinen van de schaalgrootte van de kaart. Deze zullen wij reclamant toesturen.

5.7

Verbeelding langslinten Volgens reclamant kloppen de verbeelding en de tekst onder N2 ‘langslinten’ niet. Een erftoegangsstraat met fietsstroken acht reclamant logisch bij deze functie, een fietsstraat niet. Reactie: Of er een fietsstraat gerealiseerd kan worden is afhankelijk van de verkeersintensiteit op de betreffende plek. Er moet altijd een afweging gemaakt worden of een fietsstraat passend is bij het aantal voertuigen dat gebruik maakt van het polderlint. Uiteraard moet de verkeerssituatie veilig zijn. Wanneer een fietsstraat om deze reden niet mogelijk is dan gaan wij uit van

7

fietsstroken. Wij zullen onder N1, N2 en N4 opnemen dat er altijd een afweging wordt gemaakt tussen het aantal voertuigen en de daarbij passende inrichting van de weg. 5.8

Kruisingen Getsewoud-IJweg Reclamant acht het niet werkbaar, onrealistisch en onhaalbaar om de nieuwe kruisingen vanuit Getsewoud met de IJweg ongelijkvloers aan te leggen. Reclamant verzoekt ons de eis om nieuwe kruispunten ongelijkvloers aan te leggen aan te passen of te verwijderen. Reactie: Uitgangspunt is dat polderlinten niet direct aansluiten op doorgaande wegen. Het ontwikkelprincipe N5 heeft als belangrijkste doel dat de lange lijn van het van oudsher aanwezige lint zichtbaar blijft. Wanneer de verkeersafwikkeling op maaiveld kan worden geregeld heeft dit de voorkeur. Wanneer het om verkeerstechnische redenen nodig is om een ongelijkvloerse aansluiting te maken, heeft het de voorkeur dat het polderlint op maaiveld doorgaat. Maar ook dan zal steeds een integrale afweging gemaakt worden tussen alle belangen, denk daarbij aan kosten, impact voor de omgeving en verkeersafwikkeling. We zullen de tekst in het rapport aanpassen zodat duidelijk wordt het niet alle kruisingen betreft maar alleen (nieuwe) ongelijkvloerse aansluitingen.

5.9

Teruggeven aan publieke ruimte Reclamant vindt de passage op pagina 31 onduidelijk: ‘De transformatie van de erven of de nieuwbouw geven iets terug aan de publieke ruimte van de polderlinten (“zijn genereus”), bijvoorbeeld door investeringen in groen en water of het fiets- en wandelnetwerk.’. Reclamant vraagt ons dit te verduidelijken. Reactie: We zullen de zin verwijderen.

5.10

Conclusie

Zienswijze Reclamant 6

Plangebied Nieuw-Vennep West Reclamant vraagt ons de afbeeldingen op pagina 43, 49 en 53 aan te passen, overeenkomstig de Intentieovereenkomst Nieuw-Vennep West. Op pagina 43 en 53 ontbreekt het plangebied, op pagina 49 is deze volgens reclamant niet correct opgenomen. Reactie: De genoemde kaarten geven de huidige situatie weer (zonder de transformatiegbieden die wel op pagina 12 zijn aangegeven) Deze kaarten zullen niet worden aangepast. (Kaart 12 wordt wel aangepast) 5.1. en 5.2. In de Visie zal worden aangegeven dat bij gebiedsontwikkeling altijd sprake is van maatwerk. Zie ook onder ‘Algemeen’. 5.3, 5.4 en 5.10. Op pagina 12 zullen wij dezelfde begrenzing hanteren als in de omgevingsvisie. In de legenda zullen wij aangeven dat de transformatiegebieden zowel kunnen komen te vallen onder de park – en in de stedelijke context. Uitwerking vindt plaats op gebiedsniveau. Bij de kaart op pagina 30 voegen we toe: bestaande gebiedscontexten, bij transformatie kan de gebiedscontext wijzigen. Zie hiervoor de kaart op pagina 12. 5.5. Op pagina 20 bij W2 wordt opgenomen dat altijd afstemming van waterpeilen met Rijnland moet plaatsvinden. 5.7. Onder N1, N2 en N4 zullen wij de volgende zin toevoegen: ''De inrichting van het lint is altijd afhankelijk van het aantal voertuigen dat er gebruik van maakt''. 5.8.

We zullen de tekst bij principe N5 in het rapport aanpassen zodat duidelijk wordt het niet alle kruisingen betreft maar alleen (nieuwe) ongelijkvloerse aansluitingen. 5.9. We verwijderen de zin: ‘De transformatie van de erven of de nieuwbouw geven iets terug aan de publieke ruimte van de polderlinten (“zijn genereus”), bijvoorbeeld door investeringen in groen en water of het fiets- en wandelnetwerk.’ op pagina 31. Reactie en beantwoording Schiphol Trade Park

8

6.1

Ontwikkeling Rijnlanderweg Reclamant onderschrijft de mogelijkheid van bescheiden verdichting van de Rijnlanderweg binnen Schiphol Trade Park (STP) en gaat hier graag over in gesprek. Daarnaast onderschrijft reclamant het belang van langzaam verkeersroutes. De Rijnlanderweg vormt zo een verbinding tussen Park20|20, STP en PARK21. Reclamant vraagt ons te waken voor het omleiden van doorgaand verkeer via de Rijnlanderweg naar aanleiding van de verbreding van de Tweede Bennebroekerweg. Reclamant ziet de zichtlijnen vooral in de dwarslinten, en minder tussen de erven. Reclamant denkt dat zichtlijnen recht op de grootschalige opstal juist de beleving van kleinschaligheid doorbreken. In nieuwbouw langs de Rijnlanderweg is rekening gehouden met zichtlijnen. Reactie: In het Inrichtingsplan van STP neemt de Rijnlanderweg een bijzondere positie in. Hier is sprake van inrichting passend bij het polderlint (kleinschalige bebouwing, groen, afwaardering naar bestemmings- en recreatief verkeer): de Rijnlanderladder. Daar zijn spelregels voor opgesteld. De nieuwe kavels langs de Rijnlanderweg kennen een ontsluiting aan de achterzijde van de kavels via een parallelstructuur. Ook de bestaande bedrijfskavels ontsluiten straks via de parallelstructuur en niet meer rechtstreeks via de Rijnlanderweg.

Voor de inrichting van STP is een plan opgesteld dat als uitgangspunt dient voor de verdere ontwikkeling. Het bestaande plan “Beeldkwaliteitsplan A4 Zone West, d.d. 13 maart 2014, (nummer 2014.0000999) blijft dienen als uitgangspunt. We zoeken in overleg graag waar de ontwikkelprincipes van de Visie Polderlinten nog meegenomen kunnen worden.

6.2

Biodiversiteit Reclamant geeft aan dat op STP hard wordt gewerkt aan een groene uitstraling met hoge biodiversiteit. Deelgebied Valley langs de Rijnlanderweg is één van de dragers van de ecologische ambities. Reactie: Het is heel prettig dat de ontwikkelprincipes uit de visie al worden toegepast.

Conclusie Zienswijze Reclamant 7 7.1

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de visie. Reactie en beantwoording Project langs polderlint in Zwaanshoek Toestaan bebouwing Spieringweg Reclamant vertegenwoordigt eigenaren van een perceel langs de Spieringweg. Deze willen hier graag een woning toevoegen. Wij hebben hier negatief op geadviseerd, omdat het niet past binnen de Provinciale Omgevingsverordening. Reclamant is van mening dat ter plaatse geen sprake is van landelijk gebied. Ook stelt Reclamant dat er ter plaatse geen sprake meer is van een groene spatie, omdat het perceel geheel wordt omsloten door bebouwing. Volgens reclamant is sprake van een stedelijke context en is kleinschalige verdichting mogelijk. Reclamant verzoekt ons aan te geven dat er geen sprake is van een groene spatie en gezamenlijk in overleg te treden met de provincie om ter plaatse een woning toe te staan. Reactie: Zie de Reactie bij 2.1.

Conclusie Zienswijze Reclamant 8 8.1

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de visie. Reactie en beantwoording Rol Visie bij bestaande gebiedsontwikkelingen Maten dwarslint en langslint Reclamant verzoekt ons de zones aan weerszijden van de linten van 50 meter voor dwarslinten en 125 meter voor langslinten aan te passen. Reclamant acht deze maten te ruim en vraagt

9

naar de onderbouwing voor de gekozen maten. De maten wijken af van de maten die in bijvoorbeeld de IJwegvisie zijn gehanteerd. Reclamant acht halvering opportuun. Reclamant vindt bovendien het ruimtebeslag van deze zones enorm. Dit zou uitkomen op meer dan 3.000 ha voor alle polderlinten. Reclamant vraagt wat het effect is op de beschikbaarheid van gronden voor de Schaalsprong Wonen en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Reactie: Zie de Reactie bij 5.2. 8.2

Betrokkenen bij invulling visie Reclamant vraagt om meer duidelijkheid over de betrokkenen bij de uitvoering van de visie. Reclamant vraagt onder welke categorie van initiatiefnemers zoals genoemd op pagina 72 (inwoners, eigenaren, ondernemers, publieke partijen, maatschappelijke organisaties) de samenwerkende grondeigenaren worden geschaard. Reactie: De samenwerkende grondeigenaren zien wij als eigenaren die een initiatief indienen. Bij de aanvraag van een nieuwe omgevingsvergunning houden we rekening met de ontwikkelprincipes uit de visie. Het toepassen van de principes uit de visie en het beeldkwaliteitsplan gebeurt altijd in goed overleg.

8.3

Vertraging Planvorming Reclamant benadrukt dat planvorming niet vertraagd mag worden omdat er eerst getoetst moet worden aan de visie polderlinten. De partijen die reclamant vertegenwoordigt werken al lange tijd samen met de gemeente aan planvorming, waarbij al essentiekaarten en Programma’s van Eisen (P.v.E.) zijn opgesteld. Reactie: Vastgestelde plannen en beleidsstukken zijn primair bepalend. Indien mogelijk is het gewenst om de principes uit de Visie mee te nemen.

8.4

Kaart gebiedscontexten polderlinten Reclamant zet vraagtekens bij de verschillende milieus waaronder de polderlinten vallen. De IJweg bij Lisserbroek valt onder agrarische context, terwijl dit als transformatiegebied is benoemd en in de omgeving aan NNN- en boscompensatie wordt gedacht. De Spieringweg bij Cruquius en de IJweg bij Nieuw-Vennep vallen onder parkcontext, terwijl in het P.v.E. en de Intentieovereenkomst ingezet wordt boslandschap. Reactie: Zie de Reactie bij 5.3.

8.5

8.6

Definitieve en bestaande kaart Het lijkt reclamant alsof de kaarten op pagina 12 en 30 zijn verwisseld. Graag ziet reclamant hier meer duidelijkheid over. Reactie: Zie de Reactie bij 5.3. Verkeersafwikkeling IJweg Reclamant stelt dat de IJweg tussen Lisserbroek en de N207 een grotere rol kan hebben bij de verkeersafwikkeling, omdat hier weinig monumentale boerderijen staan. Zo ontstaat ruimte voor afwaardering van de Lisserweg tot Groenblauwe Ruggengraat. Meer verkeer over de IJweg betekent minder doorsnijdingen en meer ruimte voor NNN-gronden. Reactie: Uit verschillende verkeerstudies is gebleken dat dit deel van de IJweg alleen een belangrijke ontsluitende functie kan hebben als deze rechtstreeks op de N207 wordt ontsloten. Dit wordt op dit moment echter niet haalbaar geacht, waardoor de focus nu ligt op andere ontsluitingen

10

van de ontwikkelingen. Dit past daarmee ook binnen de visie om de IJweg in functie terug te brengen tot lokaal lint. 8.7

Conflict met bestaande gebiedsontwikkelingen Reclamant acht de Visie Polderlinten geen bruikbaar instrument om te sturen op al lopende gebiedsontwikkelingen. Reclamant verzoekt ons om de bepalingen en regels van de visie ondergeschikt te verklaren aan de bestaande ontwerpen en P.v.E.’s voor de grote schaalspronglocaties in de Westelijke Haarlemmermeer en de ontwerpteams te laten bepalen op welke wijze de linten hier in het plan worden opgenomen. Reactie: Zie de Reactie bij 8.3.

Conclusie

Zienswijze Reclamant 9 9.1

-

8.4 en 8.5. Op pagina 12 zullen wij dezelfde begrenzing hanteren als in de omgevingsvisie. In de legenda zullen wij aangeven dat de transformatiegebieden zowel kunnen komen te vallen onder de park – en in de stedelijke context. Uitwerking vindt plaats op gebiedsniveau. Bij de kaart op pagina 30 voegen we toe: bestaande gebiedscontexten, bij transformatie kan de gebiedscontext wijzigen. Zie hiervoor de kaart op pagina 12.

Reactie en beantwoording Aandacht voor natuur en behoud Rijnlanderweg Aandacht voor wilde dieren Reclamant valt op dat de wilde dieren niet worden genoemd in de Visie Polderlinten. Er wordt gesproken over flora, maar niet over het behoud van de biotoop van fauna, bijvoorbeeld door veilige faunapassages. Reclamant roept ons op om het belang van de wilde dieren mee te wegen in onze plannen. Reactie: Het belang van fauna is niet expliciet beschreven maar wel meegenomen in de ontwikkelprincipes voor meer biodiversiteit. Het behouden en herstellen van de laanbeplantingen, het versterken van erfbeplanting en kruidenrijke vegetaties langs de linten zijn erop gericht om meer kwalitatief biotoop te realiseren en goede verbindingen tussen gebieden. Het aanbrengen van specifieke voorzieningen zoals faunapassages is hier niet op voorhand in meegenomen. In lijn met de Natuurvisie is wel het streven om te komen tot een aaneengesloten netwerk van groenblauwe verbindingen, waar de Polderlinten een essentieel onderdeel van uitmaken. Dit betekent ook het oplossen van knelpunten. Dit wordt voor nu meegenomen bij ontwikkelingen en projecten (werk met werk maken). Een actieve inventarisatie van knelpunten en mogelijke oplossingen is een ambitie.

9.2

Conclusie Zienswijze Reclamant 10

Bescherming Rijnlanderweg tegen Schiphol Trade Park Reclamant roept ons op om de Rijnlanderweg nu al te beschermen tegen de ontwikkeling van het Schiphol Trade Park (STP). Reclamant roept op om de invloedzones van het polderlint van 125 meter aan weerszijden van de Rijnlanderweg te behouden nu het nog kan. Reactie: Zie de Reactie bij 6.1. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de visie. Reactie en beantwoording Weg langs Nieuwerkerkertocht Zorgen over geplande weg langs Nieuwerkerkertocht Reclamant maakt zich zorgen over de geplande weg langs de Nieuwerkerkertocht naar de A44. Reclamant acht de Nieuwerkerkertocht van groot belang voor het cultuurlandschap van de

11

Haarlemmermeerpolder. Het aanleggen van een vierbaansweg in de buurt van de Nieuwerkerkertocht past niet binnen de uitgangspunten van de visie. Reactie: De Nieuwerkerkertocht maakt geen deel uit van de Visie Polderlinten. De belangrijkste functie van de toekomstige weg langs de Nieuwerkerkertocht is het ontsluiten van de nieuwe ontwikkelingen, zodat de bestaande linten niet extra worden belast. Daarmee kan het een belangrijke bijdrage leveren om de leefbaarheid op de nabijgelegen polderlinten te verbeteren. Wij zien net als de reclamant wel het belang van de Nieuwerkerkertocht in het polderlandschap van Haarlemmermeer. Tevens betreft het een Natuurnetwerk Nederlandverbinding. Hier wordt rekening mee gehouden bij de landschappelijke inpassing van de weg.

Conclusie Zienswijze Reclamant 11 11.1

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de visie. Reactie en beantwoording Beplanting en erf Vervangen van populieren Reclamant pleit voor het vervangen van de populieren langs de polderlinten door bomen die minder hoog worden met een minder dikke stam, om de volgende redenen: De hoogte van de populieren neemt veel licht weg van de erven ten westen van de langslinten, wat bijvoorbeeld de opbrengst van zonnepanelen beperkt. De dikke stammen nemen het zicht weg bij het uitrijden vanaf de erven, wat leidt tot gevaarlijke situaties. Reclamant heeft zelf de voorkeur voor twee rijen kleinere bomen. Reactie: Op het moment dat er groot onderhoud aan de bomenrijen plaatsvindt, zullen keuzes voor de boomsoorten worden gemaakt. Waar mogelijk hebben dubbele rijen ook onze voorkeur, evenals hoogopgaande bomen. Juist de polderlinten zijn, in tegenstelling tot veel andere locaties in de gemeente, hier uitermate geschikt voor. Aangezien de bomen visueel een belangrijke rol spelen in het uiterlijk van de polderlinten vinden wij de aanplant van hoge bomen waar mogelijk belangrijk.

11.2

Erfoverzicht Reclamant mist in het erfoverzicht het woningtype van de bungalow of het huis dat op de afscheiding van een boerenerf is gebouwd. Deze zijn vaak gebouwd voor een gepensioneerde agrariër. Reclamant vraagt naar onze visie op dit erftype. Reactie: In de uitwerking van de erven zijn we uitgegaan van veelvoorkomende typen erven. Daarnaast zijn er natuurlijk veel andere typen erven aanwezig, waaronder de door reclamant genoemde typen. De genoemde principes kunnen (deels) ook als inspiratie dienen voor deze typen erven. Denk bijvoorbeeld aan de principes voor het intact houden of herstellen van de watergangen en erfbeplantingen, of het realiseren van een groen en representatief voorerf. Dit zijn belangrijke principes die bij vele woningtypes kunnen dienen als inspiratie.

11.3

Langzaam verkeersnetwerk Reclamant ziet bij N5 bij de uitgangsprincipes dat nieuwe kruisingen met bruggen worden uitgevoerd. Voor een mogelijke verlegging van de Weg om de Noord naar het noorden vindt reclamant een brug over de IJweg onwenselijk voor zowel het landschap als de omwonenden. Reclamant ziet dit liever uitgevoerd met een tunnel. Reactie: Zie de Reactie bij 5.8.

12

Conclusie

Zienswijze Reclamant 12 12.1

-

11.3. We zullen de tekst bij principe N5 in het rapport aanpassen zodat duidelijk wordt het niet alle kruisingen betreft maar alleen (nieuwe) ongelijkvloerse aansluitingen.

Reactie en beantwoording Aandacht voor agrarische bedrijfsvoering Herstel van oorspronkelijk waterpatroon Op pagina 20 onder W2 staat het uitgangspunt van het herstellen van het oorspronkelijk waterpatroon langs de weg en het erf in de langslinten. Voor reclamant zou dit betekenen dat er een nieuwe sloot langs het perceel van indiener gegraven moet worden. Reclamant heeft juist een vergunning aangevraagd om de sloot te dempen en heeft hier een duiker aangelegd. Reclamant zou graag zien dat deze vergunning geldig blijft. Daarnaast acht reclamant het onwenselijk om meer water aan te leggen vanwege de aanwezigheid van jonge kinderen. Bovendien staan er al bomen die niet zomaar kunnen worden weggehaald voor een nieuwe sloot. Aan de andere kant ligt een fietspad met belangrijke (pijp)leidingen. Reclamant wil niet dat het fietspad hier verdwijnt. Reclamant vraagt hoe wij dit zien.

12.2

Reactie: Zie de Reactie bij 3.7. Verder blijft een eenmaal verleende vergunning intact en wordt door een later vastgesteld beleidssstuk niet ongedaan gemaakt. Extra bomenrijen/vegetatie Reclamant maakt zich grote zorgen over het toevoegen van bomenrijen. De bomen rondom het perceel van reclamant zijn al behoorlijk groot, waardoor reclamant nauwelijks tot niet op een veilige manier van de dam af kan komen. Het zicht is erg slecht.

12.3

Reactie: Zie de Reactie bij 3.7. Water- en moerasvegetaties langs tochten Reclamant geeft aan dat sloten bereikbaar moeten blijven voor machines die onderhoud verrichten.

12.4

Reactie: Zie de Reactie bij 3.2. Erfbeplantingen Reclamant acht het onwenselijk om agrariërs te verplichten om erfbeplanting toe te voegen. Daarnaast neemt reclamant aan dat de gemeente dit zelf toepast bij haar eigen boerderijen. Reactie: Zie de Reactie bij 3.7.

12.5

Ontwikkelprincipes langzaam verkeersnetwerk Voor langslinten staat in de visie het uitgangspunt om fietsstraten te ontwikkelen. Reclamant acht het onwenselijk om het bestaande fietspad op de IJweg tussen de Geniedijk en de Vijfhuizerweg te verwijderen en er een fietsstraat van te maken. Dit zorgt voor een onveilige situatie. Dit stuk IJweg is namelijk niet autoluw te maken door de vele geplande recreatiegebieden en de spottersplaats. Fietsers hebben bovendien wisselende snelheden, vaak sneller dan agrarisch verkeer. Daarnaast is er gedurende bepaalde periodes veel vrachtverkeer. Fietsers en vrachtwagens samen op de weg acht reclamant onwenselijk. Reactie: Zie de Reactie bij 5.7. Het ontwikkelprincipe N2 geeft aan dat het belangrijk is dat langzaam verkeer een goede plek krijgt op het polderlint. De fietsstraat is vaak een goed middel om langzaam verkeer te mengen met het overige verkeer. De fietsstraat is echter niet en overal toepasbaar. Per locatie zal steeds een integrale afweging gemaakt worden wat de beste oplossing is, verkeersveiligheid is daarbij in onze gemeente altijd een heel belangrijk criterium.

13

De tekst in het rapport zal worden genuanceerd 12.6

12.7

Conclusie

Zienswijze Reclamant 13 13.1

Energielandschap en recreatie Reclamant vindt het onwenselijk om aan een aan te leggen energielandschap langs de IJweg recreatie toe te voegen. Reclamant ervaart al veel overlast van recreatiegebieden, en geeft aan dat een verhard pad tot andere activiteiten uitnodigt dan wandelen en fietsen. Daarnaast wordt door het verharde pad minder hemelwater opgenomen en doet het pad afbreuk aan het agrarische landschap. Reactie: Zie de Reactie bij 3.8. Verplichting Reclamant benadrukt dat de visie geen verplichting naar de eigen inwoners en agrariërs mag worden. Borgen van de visie in het bestemmingsplan is alleen wenselijk bij eigen grond van de gemeente. Voor agrarische ondernemers is het niet haalbaar om zones van 125 meter in te richten. Reclamant verzoekt ons om in de toekomst rekening te houden met de agrarische bedrijfsvoering en de mensen die wonen op de erven bij het opstellen van visies. Reactie: Zie de Reactie bij 3.7. 12.1, 12.2, 12.4 en 12.7. In de visie zal beter uitgelegd worden dat de visie is bedoeld als een inspiratiedocument. Het dient als basis voor discussie om gezamenlijk te komen tot de juiste keuzen voor de betreffende locatie. Zie ook onder ‘Algemeen’. 12.5. Onder N1, N2 en N4 zullen wij de volgende zin toevoegen: ''De inrichting van het lint is altijd afhankelijk van het aantal voertuigen dat er gebruik van maakt''.

Reactie en beantwoording Uitvoering en samenhang Samenhang beleidsdocumenten Reclamant vraagt waarom in de visie niet wordt verhelderd hoe de verschillende beleidsdocumenten zich tot elkaar verhouden, en of we dit kunnen toelichten. Wat is bijvoorbeeld de relatie tot de ontwerp-Omgevingsvisie? Reactie: Dit document is een deeluitwerking van de omgevingsvisie, dit is aangegeven op pagina 7. De andere visies die een kader vormen voor de ontwikkeling van de polderlinten zijn op pagina 14 en 15 aangegeven.

13.2

Uitvoering visie Reclamant vindt het niet duidelijk hoe de visie landt in ander beleid en in de uitvoering. De randvoorwaarden van de visie staan bijvoorbeeld niet in de ontwerp-Omgevingsvisie. Reclamant vraagt wat de status van het document is en hoe de uitvoering gestalte krijgt. Ook vraagt reclamant wanneer over de uitvoering wordt besloten en door wie. Reactie: Hoofdstuk 5 van het document gaat over de uitvoerbaarheid.

13.3

Betrokkenheid inwoners Reclamant stelt dat bewoners zijn betrokken voor zover ze aan de polderlinten wonen en werken. In de filmpjes ziet reclamant vooral deskundigen en ambtenaren (reclamant vraagt zich trouwens af of de term ‘mooi’ passend is, en we niet beter over kwaliteit kunnen spreken). Reclamant vraagt of we het geen probleem achten dat bewoners zo beperkt betrokken zijn bij het opstellen van de visie. Reactie:

14

We vinden het jammer dat reclamant de indruk heeft dat inwoners beperkt betrokken zijn bij het opstellen van de visie. Het filmpje dat afgelopen november is verschenen heeft als doel de visie in hoofdlijnen uit te leggen. Voorafgaand aan de visie hebben we op verschillende momenten inwoners betrokken. In het raadsvoorstel bij de visie zullen we meer toelichting geven op de participatie. De visie is tot stand gekomen op basis van de Analyse Polderlinten. Deze hebben we voor een reactie toegestuurd naar onder andere de dorps- en wijkraden. In het rapport Polderlintportretten, in 2020 uitgevoerd door het Podium van Architectuur zijn 23 dialogen opgenomen met mensen die aan en rond de polderlinten wonen en werken. Deze portretten zijn te vinden op de website van het Podium van Architectuur. Verder hebben wij voor alle inwoners op 14 april 2021 een webinar gehouden waarbij we de visie en de ontwikkelprincipes hebben gepresenteerd. De deelnemers aan het webinar konden van tevoren en tijdens het webinar online vragen stellen of reageren op de visie en de principes. Ook kon men achteraf nog reageren via het e-mailadres. Daarnaast hebben we ook gebruik gemaakt van resultaten van participatie vanuit de Verdichtingsvisie. Hierbij is via de Swipocratie-enquête de mogelijkheid van verdichting van polderlinten aan inwoners voorgelegd.

Uit de enquête kwam de voorkeur om beperkt te verdichten langs de polderlinten. Op pagina 14 van de visie polderlinten is deze conclusie aangegeven en meegenomen bij het opstellen van de visie. 13.4

Beplanting en beleving van geluid Reclamant stelt dat er geen aandacht wordt besteed aan de (beleving van) geluid. Een groene aanblik kan de beleving van geluid verkleinen. Bij het beleven van de seizoenen hoort echter ook een kale aanblik. Reclamant stelt dat naaldbomen hier veel verbetering zou kunnen bieden, en vindt het jammer dat vastgehouden wordt aan bomen die in de vorige eeuw zijn geïmporteerd. Reclamant noemt ook de mogelijkheid om bosachtige verdikkingen schuin of loodrecht op het historische raster te plaatsen. Reclamant vraagt waarom gezondheid niet meer betrokken wordt in de visie, en niet alleen door langzaam verkeersroutes toe te voegen. Ook vraagt reclamant waarom we vasthouden aan beplanting uit de vorige eeuw. Reclamant stelt dat er zo een veel minder prettig leefklimaat ontstaat dan mogelijk. Reclamant stelt dat de gemeente hinder door geluid zoveel mogelijk zou moeten verminderen. Reactie: Een groene aanblik kan het beleven van geluid inderdaad verzachten, hoe groener de linten zijn, hoe gunstiger. Voor de erven gaan wij inderdaad uit van gebiedseigen inheemse beplantingen. Dit hoeft een initiatiefnemer/eigenaar er niet van te weerhouden om ook naaldbomen aan te planten. Gezondheid is voor de gemeente een belangrijk onderwerp, het bevorderen van het langzaam verkeer op de polderlinten is hier een onderdeel van.

In de Omgevingsvisie (2021.0003036) is aangegeven dat we ernaar streven om met geluidsadaptief bouwen geluidsniveaus te verminderen of de perceptie van geluid te beïnvloeden, dit zal verder onderzocht worden.

13.5

Realisatie op sommige plekken onmogelijk Reclamant geeft aan dat het in Badhoevedorp niet mogelijk is om de Sloterweg te verdikken. Reclamant stelt dat Badhoevedorp in een keurslijf van polder en gebiedseigen beplanting wordt gedwongen, terwijl het een grootstedelijke problematiek kent ten aanzien van de leefomgeving. Reclamant vraagt of we het geen probleem vinden dat de visie op sommige plekken helemaal niet van toepassing is. Reclamant vindt dat de kaarten in de visie geen goed beeld van de werkelijkheid geven en vraagt wat de status hiervan is. Zijn er gebieden die vragen om andere inzichten? Reactie:

15

De Visie is een inspiratiedocument en geeft de gewenste ontwikkeling voor de linten aan. De uitvoering zal (op korte termijn) niet overal mogelijk zijn. Wij vinden het belangrijk dat er een kader is waarbinnen nieuwe ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. 13.6

Oud buitendijks gebied Reclamant vraagt waarom de oude structuren aan de rand van de polder geen plek kunnen krijgen in de visie. Reclamant vindt dit een gemiste kans. Door dit te benoemen kunnen oude buitendijkse gebieden ook hersteld worden. Reactie: Deze gebieden maken deel van de Visie Ringdijk- en Ringvaart (2017.0011195, 18 mei 2017) en het Beeldkwaliteitsplan De verbindende ring (2021.0000696, 10 juni 2021).

Conclusie Zienswijze Reclamant 14 14.1

14.2

De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de visie. Reactie en beantwoording Noordelijke polders Algemeen Reclamant vindt de visie erg algemeen van inhoud, en ziet van de details uit de Analyse Polderlinten weinig terug in de visie. Reactie: De Visie geeft de gewenste richting van ontwikkeling aan. In de visie zullen we expliciet opnemen dat bij uitwerkingen ook het analyserapport kan worden geraadpleegd omdat daar inderdaad veel waardevolle informatie in staat. Natte voet Reclamant heeft een aantal twijfels bij het plan voor een natte voet aan de noordkant van de voormalige IJ-dijken: Het is geen historische situatie. Oorspronkelijk lagen hier kleiakkers, die later bebost zijn. Het beperkt de toegankelijkheid voor mensen tot het recreatiegebied. Reactie: Het kunnen ervaren van de dijken vinden wij essentieel, een vochtige dijkvoet versterkt de dijkzone én levert een bijdrage aan het vergroten van de biodiversiteit, één van de hedendaagse opgaven. Bij herinrichting zal de toegankelijkheid altijd mee worden genomen.

14.3

Vegetatie langs dijktaluds Reclamant geeft aan dat vegetatie langs de bochtige wegen het zicht beperkt en gevaarlijk is voor het verkeer. Bij rechte wegen vindt reclamant het geen probleem. Reactie: Bij de inrichting van wegen en vegetatie wordt altijd gekeken naar de juiste afweging tussen veiligheid, landschap en ecologie.

14.4

Erf in het veenweidegebied Reclamant stelt voor om aan de opsomming van nieuwe functies op pagina 38 ‘recreatie’ toe te voegen (bijvoorbeeld een kampeerboerderij, boerengolf). Voordat tot een bestemmingswijziging kan worden overgegaan is het reguliere omgevingsvergunningtraject uiteraard noodzakelijk. Reactie: We zullen deze functies op pagina 38 toevoegen.

14.5

Parkcontext

16

Het hoofdstuk over de parkcontext (4.3) zegt niks over de polders ten noorden van de oude IJdijken, terwijl dit gebied wel gemarkeerd is op het kaartje op pagina 49. Reactie: Deze polders horen er wel degelijk bij en we zullen dat vermelden in de tekst. 14.6

Conclusie

Zienswijze Reclamant 15 15.1

Conclusie Zienswijze Reclamant 16 16.1

Initiatiefnemers Dorps- en wijkraden worden bij de initiatiefnemers op pagina 73 niet genoemd. Reclamant vraagt of er voor hen geen rol is weggelegd. Reactie: De dorps-en wijkraden zullen ook als initiatiefnemers op pagina 73 worden toegevoegd. 14.1. We zullen aangeven de het Analyserapport veel waardevolle informatie geeft. 14.4. We voegen op pagina 38 als extra functie ‘recreatie’ toe. 14.5. Op pagina 50 zullen we opnemen dat Spaarnwoudepark in noordelijk Haarlemmermeer ook onder ‘parkcontext’ valt. 14.6. We voegen op pagina 73 dorps- en wijkraden toe aan de initiatiefnemers. Reactie en beantwoording Poldercultuur Reclamant vindt de visie polderlinten een goed initiatief en een sterk argument om de poldercultuur te onderhouden en te behouden. Reclamant participeert in de toekomst graag mee. Reactie: Wij bedanken reclamant voor de reactie en de complimenten. We betrekken reclamant in de toekomst graag bij participatie. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen van de visie. Reactie en beantwoording Sferen Reclamant geeft aan dat door het groot aantal sferen en typen erven het geheel wat onoverzichtelijk wordt en de polderlinten in het gedrang komen bij de uitwerking. Reactie: De realiteit is dat we nu al veel typen erven hebben.

In de ontwerpprincipes zijn echter veel overeenkomsten om de erven toch een meer eenduidige inrichting mee te geven, hieronder vallen bijvoorbeeld een groene representatieve voorzijde, geen parkeerplaatsen op het voorerf, één oprit per erf, terugbrengen waterlopen en realiseren van erfbeplantingen.

16.2

Uitvoering Reclamant vindt het stuk duidelijk een visie, en vindt het onduidelijk hoe bijvoorbeeld het opdikken van de laanbeplanting gerealiseerd moet worden. Reactie: Opdikken is een term voor het geheel van het lint, dus ook het herkenbaar hebben van de zones in het landschap, het opdikken van laanbeplantingen is hier onderdeel van. Bij ontwikkelingen zullen wij dit waar mogelijk meegeven.

16.3

Wegen door de linten Reclamant zou graag voorbeeldsituaties zien van wegen die de polderlinten kruisen of er gebruik van maken. Zo kan de discussie hierover beter gevoerd worden. Reactie: Zie Reactie 5.8.

17

16.4

Watergang tussen erf en weg Reclamant ziet dat de aanbeveling voor behoud van de watergang tussen erf en weg ontbreekt bij niet-traditionele erven. Dit zou reclamant graag wel terug zien. Bij agrarische productieerven staat de wegsloot onder druk vanwege vrachtverkeer. Reactie: Wij zien dat er in de tekst niet bij elk erftype is opgenomen dat we de watergangen zoveel mogelijk willen behouden of terugbrengen. In de afbeeldingen zijn de watergangen wel overal opgenomen. Als verduidelijking dat wij deze ambitie bij elk erftype nastreven, zullen wij de tekst over het behoud en terugbrengen van de watergangen ook hier toevoegen.

16.5

Schuren haaks op het lint Reclamant adviseert schuren haaks op het lint te situeren. In de afbeelding op pagina 34 staan de schuren echter evenwijdig aan het lint. Reclamant verzoekt ons dit aan te passen. Reactie: Wij zijn het met de reclamant eens dat de openheid op het erf behouden moet blijven. Met de visie willen wij vooral inspiratie meegeven. We zullen op pagina 34 de schuren andersom intekenen.

16.6

Afstand tussen bebouwing en lint Reclamant vindt het onduidelijk hoe er voldoende afstand gemaakt kan worden tussen bebouwing en een lint met voortuinen, terwijl dit een bestaande situatie betreft (pagina 39). Reactie: Bij een bestaande woning kan er inderdaad niks worden aangepast aan de afstand tussen de bebouwing en het lint. Wat wel gebeurt langs het lint is bijvoorbeeld herbouw van (oude) woningen of kleinschalige ontwikkelingen van bijvoorbeeld enkele woningen. Op het moment dat dit gebeurt, willen wij graag deze uitgangspunten meegeven.

16.7

Parkgebieden Reclamant geeft aan dat er meer parkgebieden zijn dan die in PARK21, zoals de Boseilanden (zie pagina 50). Reactie: Wij zijn het met de reclamant eens dat de Boseilanden ook een parkgebied is. Dit parkgebied is ook opgenomen in de kaart met de zones op pagina 12, 30 en 49. Wij zien in de uitwerking van de parkcontext dat de focus met name ligt op PARK21, terwijl er inderdaad nog veel mooie andere parken zijn aan de polderlinten. Ook deze parken zijn uiteraard van belang. In hoofdstuk 4 (pagina 48-53) zullen we duidelijker omschrijven dat het hier om de grote parkgebieden langs de linten gaat, en niet enkel PARK21.

16.8

16.9

Open ruimten Reclamant vraagt bij pagina 59 wat de intentie is van de open ruimten aan het lint. Reactie: Juist de afwisseling tussen de besloten erven en groene, open ruimten bepalen het karakter van het lint. Sommige delen zijn meer verdicht dan andere. Per gebiedstraject zal in de uitwerking hier de juiste balans in moeten worden gevonden. Invulling 125 meter zone bij energiecontext Reclamant stelt dat de invulling van de 125 meter zone bij de energiecontext vraagt om helder beleid. Nu lijkt hier alles te mogen en ligt verrommeling op de loer. Reclamant vraagt of olifantsgras ook past binnen de energieteelten genoemd op pagina 64.

18

Reactie: Zie de Reactie bij 3.8. 16.10

Bloemrijke dijken Reclamant vraagt hoe doelstelling B6 bloemrijke dijken gerealiseerd kan worden terwijl daar nu nog veel schapen grazen. Reclamant vraagt hoe de omschakeling te maken. Reactie: Begrazing is een vorm van verschralingsbeheer en kan een prima beheervorm zijn voor de ontwikkeling van bloemrijke dijken. In hoeverre dit daadwerkelijk samengaat hangt samen met onder andere de begrazingsdruk. Bij het verlengen/aangaan van pachtcontracten kan in lijn met deze visie worden verkend of en in welke vorm begrazing gewenst is.

16.11

Nieuwe waterlopen Reclamant vraagt hoe nieuw gegraven waterlopen, zoals de Nieuwe Vijfhuizertocht, passen in het raamwerk op pagina 17. Reactie: De Visie polderlinten gaat over de oorspronkelijke polderwegen, niet over de later aangelegde tochten. De Visie doet geen uitspraken over de Nieuwe Vijfhuizertocht.

16.12

Kostenverhogende uitgangspunten Reclamant vraagt aandacht voor kostenverhogende uitgangspunten, zoals nieuw aan te leggen kruispunten ongelijkvloers maken. Reactie: Zie de Reactie bij 5.8.

Conclusie

-

Zienswijze Reclamant 17 17.1

16.3, 16.12. We zullen de tekst bij principe N5 in het rapport aanpassen zodat duidelijk wordt het niet alle kruisingen betreft maar alleen (nieuwe) ongelijkvloerse aansluitingen. 16.4. We zullen bij de beschrijving van elk erftype opnemen dat we behoud en terugbrengen van de watergangen nastreven. 16.5. In de afbeelding op pagina 34 zullen we de schuren andersom intekenen. 16.7. In hoofdstuk 4 (pagina 48-53) zal duidelijker omschreven worden dat het hier om de grote parkgebieden langs de linten gaat, en niet enkel PARK21.

Reactie en beantwoording Vrijheid om zelf in te richten Reclamant geeft aan dat het belangrijk is voor agrariërs om zelf te bepalen hoe zij hun erf mogen inrichten. Maximale verharding en het feit dat er geen tweede toegangsweg mag komen zijn grote beperkingen. Reclamant stelt dat agrariërs goed zelf weten hoe ze hun erf moeten onderhouden en vindt een visie hiervoor niet nodig. Reactie: Zie de Reactie bij punt 3.5 voor de tweede toegangsweg. Zie de Reactie bij punt 3.7 voor de inrichting van het erf.

17.2

Teruggave publieke ruimte Reclamant is het oneens met het idee dat bij uitbreiding of verandering van het erf publieke ruimte moet worden teruggegeven. In PARK21 schiet dit zijn doel voorbij, omdat boeren daar ook productie moeten kunnen draaien. Daarnaast staat dat lokale verkoop niet is toegestaan, terwijl dit in PARK21 juist iets is wat wordt aangeraden. Reactie: Zie de Reactie bij 5.9.

19

17.3

Voor wat betreft lokale verkoop in PARK21, zie de Reactie bij 3.6. Terugplaatsen bomen en sloten Reclamant vindt het terugplaatsen van bomen en opnieuw aanleggen van sloten levensgevaarlijk. Dit leidt onveilige situaties bij het uitrijden van een erf. Reactie: Zie de Reactie bij punt 3.5 en 3.7. Er zijn veel vragen en zorgen gekomen over het verplicht anders inrichten van de erven. Onder de kop B. beoordeling zienswijzen is een algemeen en uitgebreid antwoord geformuleerd.

17.4

Polderlinten van de Gemeente Haarlemmermeer Reclamant geeft aan dat de (delen van) polderlinten die eigendom zijn van de gemeenten minder mooi zijn, zoals de IJweg, de Rijnlanderweg in Hoofddorp, de Kruisweg, de Schipholweg en de Venneperweg. Reactie: Wij zijn het met de reclamant eens dat de kwaliteit van de polderlinten op sommige plekken in het gedrang is gekomen. Juist om deze reden, en omdat er nog veel ontwikkelingen op de polderlinten afkomen, is deze visie opgesteld. De visie biedt inspiratie en handvatten om met elkaar het gesprek aan te gaan. Het doel is om bij ontwikkelingen tegelijkertijd het karakter van de linten te versterken. Ten slotte zijn in de visie ook principes geformuleerd voor de delen van de polderlinten die in het bezit zijn van de gemeente, namelijk de wegen en de bermen.

17.5

Geen rapporten schrijven Reclamant roept ons tenslotte op om geen rapporten meer te schrijven. Deze hoeven dan ook niet worden opgeslagen in datacenters. Reactie: Wat jammer dat de reclamant oproept om geen rapporten meer te schrijven. Wij zijn van mening dat het opstellen van een visie voor de polderlinten erg belangrijk is, zoals ook omschreven bij punt 17.4. Er komen veel ontwikkelingen op de gemeente en de polderlinten af die ervoor kunnen zorgen dat de kwaliteit en het karakter aangetast wordt. De datacenters, zoals de reclamant benoemd, is een voorbeeld van een ontwikkeling die op de polder afkomt. Op het moment zijn er onvoldoende handvatten om sturing te kunnen geven. Het opstellen van deze visie is juist van belang om het karakter van onze polder en de polderlinten te kunnen behouden en versterken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=ddf5e849-6ccb-453d-bf3a-45f7ab996f88