CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Geanonimiseerde zienswijzen van de apellanten

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 4 juli 2024, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Vaststelling bestemmingsplan Vijfhuizen d'Yserinckweg 1 (10880748) - AANGENOMEN12.545 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeenteraad van Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG Hoofddorp Betreft zienswijze: bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1 Geachte raad, Vanaf 30 november 2023 tot en met 10 januari 2024 ligt het bestemmingsplan ‘Vijfhuizen d’Yserinckweg 1’ ter inzage gedurende deze periode heeft u een ieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze tegen dit bestemmingsplan in te dienen. Graag maak ik van deze gelegenheid gebruik. Participatie Het bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1 is in opdracht van Dos Hombres BV opgesteld. Blijkens de inschrijving in de kamer van koophandel is Dos Hombres BV een professionele ontwikkelaar. Het verbaast mij dan ook dat in aanloop tot de planvorming er geen enkel overleg is geweest met de direct omwonenden van het plan. Niet eerder dan met de ter inzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan hebben wij kennis kunnen nemen van het woningbouwplan. Dit terwijl mij bekend is dat uw gemeente met nadruk vraagt om een zorgvuldige participatie. Uit de stukken (bijlagen bij de toelichting) is te herleiden dat de planvorming reeds in januari 2022 is gestart. In mijn optiek is er dan ook meer dan genoeg tijd geweest voor de ontwikkelaar om in overleg te treden met de direct omwonenden.

Ik als buurtbewoner ben niet tegen een herontwikkeling op locatie en ook niet tegen woningbouw op locatie maar de schaal van het plan is dermate omvangrijk en massaal dat dit niet passend is. Hierover had ik graag in overleg gegaan met de ontwikkelaar en ik ben ervan overtuigd dat we in overleg tot een passend plan hadden kunnen komen. Maar deze mogelijkheid is mij en mijn overige buurtbewoners niet gegund en ontnomen. Dit terwijl participatie hoort bij planontwikkeling, temeer dit ook in de nieuwe Omgevingswet als wettelijk voorschrift is opgenomen. Als bewoner ben ik nu overvallen door dit plan en voel ik mij gedwongen in eerste instantie een zienswijze in te dienen en vervolgens in beroep te gaan bij de Raad van State. Met het doorlopen van een participatieprocedure had dit voorkomen kunnen worden. Stedenbouwkundig plan Het plan ziet op de realisatie van woningen. Helaas is de plantoelichting erg onzorgvuldig. In de aanleiding, paragraaf 1.1, wordt gesproken over de realisatie van 6 woningen. In paragraaf 3.1.3 wordt gesproken over de realisatie van 8 woningen waarvan 1 bestaande woning. In paragraaf 5.14.1 in wordt wederom gesproken over de realisatie van 8 woningen en in

paragraaf 5.17.1 over 1 grondgebonden woning en 7 appartementen. In paragraaf 5.18.2 wordt weer vermelding gemaakt van 6 woningen. In de planregels is het aantal woningen in zijn geheel niet geborgd. Ik kan niet anders dan concluderen dat het plan onzorgvuldig is opgesteld en de planregels het beoogde programma, welke dat dan ook mag zijn, niet juridisch borgt. Het lijkt me goed dat het beoogde programma in de planregels wordt geborgd. De verbeelding in combinatie met de planregels laat woongebouw toe met een goothoogte van 7 meter en nokhoogte van 10 meter en een woongebouw met een goothoogte van 8 meter en nokhoogte van 11 meter. Het woongebouw met een goothoogte van 8 meter en een nokhoogte van 11 meter staat op een afstand van slecht 2 meter tot de zijdelingse perceelsgrens en op 4,5 meter van de achterste perceelgrens. Gezien de toegepaste goot- en bouwhoogte is meer afstand tot de omliggende perceelgrenzen zeer wenselijk. De beoogde hoogte in combinatie met de zeer korte afstand tot de perceelgrenzen maken het gebouw zeer dominant. De oostelijk gelegen woning kent een goothoogte van 6 meter en een nokhoogte van 9 meter. De noordelijke achterliggende woningen kennen een bouwhoogte van maximaal 10 meter. Het oude bestemmingsplan laat detailhandel toe met een bouwhoogte van maximaal 4 meter. Deze bouwhoogte wordt verruimd naar 11 meter.

Daarmee wordt er maar liefst 7 meter hoger gebouwd dan nu toegestaan. In paragraaf 4.1.2 is een ‘onderbouwing’ opgenomen van het nieuwe woongebouw. Een stedenbouwkundige analyse wordt hier gemist. Ook wordt een onderbouwing gemist waarom zo’n fors gebouw of zulke korte afstanden van de perceelsgrens passend zou zijn in aansluiting op de omliggende lagere bebouwing. Vreemd is om te constateren dat nergens in de plantoelichting de juiste goot- en nokhoogte van het nieuwbouwplan wordt benoemd. Een afdoende stedenbouwkundige onderbouwing over de inpasbaarheid van dit massieve plan wordt dan ook gemist. Ik verneem graag waarom uw raad dit plan ruimtelijk acceptabel acht. De veronderstelde relatie met het graanpakhuis, de super en de kerk is een gezocht argument. Nu het nieuwe woongebouw juist niet op de hoek gesitueerd wordt, omdat de bestaande woning behouden blijft, komt de beoogde hoge bebouwing onlogisch en geforceerd over. Van een goede stedenbouwkundige inpassing is geen sprake. Nu het bestemmingsplan niet voorziet in een stedenbouwkundige motivatie die ook in gaat op de toegepaste bouwhoogten is hiermee het voorgenomen vaststellingsbesluit niet goed gemotiveerd. Uit de plantoelichting blijkt ook niet welke randvoorwaarden uw gemeente heeft meegegeven aan de ontwikkelaar.

Parkeren In de toelichting wordt vermeld dat het plan voorziet in 8 parkeerplaatsen op eigen terrein. Blijkens de toelichting geldt voor de appartementen een parkeernorm van 1,9 parkeerplaats per appartement en voor de bestaande vrijstaande woning is dat 2,3 parkeerplaats per. In totaal zouden er daarmee 16 parkeerplaatsen voor deze ontwikkeling nodig. Blijkens het Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer 2018 wordt Vijfhuizen aangemerkt als ‘weinig stedelijk’. In de toelichting is opgemerkt dat is uitgegaan van de parameters 'weinig stedelijk' en stedelijke zone 'rest bebouwde kom’. De afstand (hemelsbreed) tot een HOVhalte bedraagt circa 600 meter, waardoor de gemiddelde kencijfers/normen van toepassing zijn. De gehanteerde norm van 1,9 parkeerplaats per appartement sluit aan op een verkoopprijs van €183.843 tot € 300.000 per appartement. In het bestemmingsplan is de maximale verkoopprijs niet geborgd. Niet bekend is of in de anterieure overeenkomst deze maximale verkoopprijs is geborgd. Daarmee is ook niet bekend of uitgegaan wordt van de juiste parkeernorm. Ik wil uw raad dan ook vragen aan te geven of en waar de maximale verkoopprijs van € 300.000 per appartement is vastgelegd.

Wanneer deze verkoopprijs nog niet is vastgelegd wil ik uw raad vragen uw college op te dragen hiervoor alsnog zorg te dragen middels het opnemen van deze maximale verkoopprijs in de anterieure overeenkomst en mij hierover te informeren. Vaststaat dat voorzien moet worden in 16 parkeerplaatsen op eigen terrein. Hierin wordt niet voorzien. Er wordt slechts in 8 parkeerplaatsen voorzien. Hiervoor wordt als onderbouwing opgegeven dat ervoor gekozen is om slechts 8 parkeerplaatsen op eigen terrein aan te leggen om zoveel mogelijk het beeld van groene voortuinen omsloten door een haag te kunnen creëren. Hiervoor is vanuit kwalitatief oogpunt iets te zeggen. Echter de opgenomen bestemming dwingt deze groene inrichting niet af. Verzocht wordt dan ook een voorwaardelijke verplichting op te nemen, gekoppeld aan een inrichtingsplan, om deze groene inrichting ook te borgen. Het maken van slechts 8 parkeerplaatsen brengt met zich mee dat 8 parkeerplaatsen in de openbare ruimte gezocht moeten worden. Hiertoe is een parkeerdrukmeting uitgevoerd. Wat opvalt is dat uitgegaan is van een loopafstand van 200 meter. Daarmee is uitgegaan van de maximale afstand van wat mensen wensen te lopen blijkens het CROW. Een onderbouwing waarom uitgegaan is van deze maximale afstand en niet meer voor de hand liggende afstand van 100 meter, blijkens het CROW, wordt gemist.

Ook wordt een onderbouwing gemist of de toenemende parkeerdruk in relatie staat tot de ruimtelijke winst van een groen voorterrein. Flora en fauna Door Ecoresult is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Hierbij is door Ecoresult vastgesteld dat in het plangebied de huismus en gierzwaluw kan voorkomen. Ook de aanwezigheid van vleermuizen is niet uit te sluiten blijkens Ecoresult. Schadelijke effecten als gevolg van de werkzaamheden zijn op voorhand niet uit te sluiten blijkens de rapportage, zie o.a. paragraaf

6.1.3.3. Op pagina 27 is opgenomen dat er mogelijk negatieve effecten zijn voor de huismus en gierzwaluw. Dit kan voorkomen worden indien buiten het broedseizoen wordt gebouwd. Of dit gebeurd is in het bestemmingsplan niet geborgd. Ook is niet duidelijk of dit geborgd is in de anterieure overeenkomst dan wel dat het wordt geborgd in de nog af te geven Omgevingsvergunning. Verzocht wordt dan ook vast te leggen dat werkzaamheden uitsluitend buiten het broedseizoen mogen plaatsvinden. Stikstof Opgemerkt wordt dat het stikstof niet met de meeste recente AERIUS calculator is uitgevoerd. Daarnaast valt op dat het wegverkeer, als gevolg van de woningbouw, zeer kort is gemodelleerd. De Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2023 geeft aan dat gemodelleerd moet worden tot dat het verkeer, als gevolg van het plan, is opgenomen in het heersende verkeersbeeld en slechts nog enkele procenten hiervan uitmaakt. In de AERIUS berekening is dit niet inzichtelijk gemaakt. Uitsluitend is berekend over welke afstand de maximaal toegestane snelheid wordt bereikt, maar daarmee is nog niet inzichtelijk gemaakt of het verkeer dan nog enkele procenten uitmaakt van het heersende verkeersbeeld. Voor de bouwfase is uitgegaan van de kencijfers van het RIVM. Hierbij is er gerekend met een uitstoot van 3 kg NOx per woning. Het gebruik van dit kencijfer staat al enige tijd ter discussie.

Zoveel blijkt ook uit de, in opdracht van het ministerie van BKZ, opgestelde rapportage Open norm ‘stikstofemissie bouw- en sloopwerkzaamheden’. Om die reden heeft de VNG op 13 februari 2023 ook gepleit voor actualiseren van de notitie ‘Methode inschatting depositie woningbouwprojecten’ welke nu ten grondslag ligt aan het stikstof onderzoek. Aanvullend wordt opgemerkt dat in de gebruiksfase wordt uitgegaan van een uitstoot van 0,0 NOx per woning omdat de woningen gasloos zullen zijn. Niet inzichtelijk is of dit ook voor de bestaande woning geldt. Daarnaast wordt met een uitstoot van 0,0 NOx voorbijgegaan aan hetgeen de Raad van State heeft gesteld in haar uitspraak van 1 september 2021. Ook gasloze woningen kennen een NOx uitstoot, hetgeen ook is opgenomen in de rapportage van het RIVM welke voor het stikstof onderzoek is gebruikt. Het onderzoek maakt eveneens niet duidelijk hoe lang de bouwperiode is. Daarmee is ook niet duidelijk of en in hoeverre de aanlegfase aangevuld moet worden met de gebruiksfase. Resumerend kom ik tot de conclusie dat het stikstofonderzoek onvoldoende inzicht geeft op de eventuele negatieve effecten. Akoestisch onderzoek In het akoestisch onderzoek staat vermeld dat de bestaande woning wordt gesplitst in 2 woningen en er 6 appartementen worden gerealiseerd.

Niet duidelijk is of dit programma nu juist is en daarmee voor het onderzoek de juiste uitgangspunten zijn gehanteerd. Mocht dit

programma wel juist zijn dan is de tekst in de toelichting over parkeren niet juist en is er sprake van een groter parkeertekort dan veronderstelt. In paragraaf 5.7.2 van de plantoelichting is het navolgende opgenomen: Voor de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde zal een hogere waardenbesluit worden genomen. Dit ontwerpbesluit zal samen met het ontwerp van dit bestemmingsplan ter inzage worden gelegd. Het ontwerp hogere waarden besluit is niet bij de stukken aangetroffen en ook de kennisgeving van de ter inzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan geeft er geen blijk van dat dit ontwerpbesluit ter inzage ligt. Zoveel is in strijd met artikel 110 lid c van de Wet geluidhinder. Hiermee is er sprake van een procedurefout. Bezonningstudie De bezonningstudie lijkt opgesteld te zijn conform de TNO-norm. Maar een duidelijke conclusie ontbreekt. Zo is niet duidelijk of in de nieuwe situatie voldaan wordt aan de TNOnorm. Ook niet is inzichtelijk gemaakt wat de afname in bezonning is in minuten. Daarmee is er ook geen kwalitatief oordeel te vellen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In de plantoelichting beperkt een conclusie zich tot de woning Vijfhuizerweg , dit terwijl uit de studie blijkt dat meer woningen hinder ondervinden van het plan.

Verzocht wordt per woning in beeld te brengen of voldaan wordt aan de TNO-norm en wat de afname is aan bezonning in minuten. Uitsluitend dan kan een goede inschatting gemaakt worden van de afname in bezonning en kunnen alle betrokken belangen op een juiste wijze gewogen worden. Bijgebouwen De planregeling bepaald in artikel 3.2.1 onder b dat bergingen uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - bergingen' zijn toegestaan. Op de verbeelding is een maximale bouwhoogte van 3 meter opgenomen. Daarmee worden tot op de erfgrens 3 bijgebouwen toegestaan van 3 meter hoog. Vorenstaande heeft tot gevolg dat de woning aan d’Yserinckweg over nagenoeg de gehele perceellengte wordt geconfronteerd met bebouwing van 3 meter hoog. Tevens heeft deze opzet tot gevolg dat de achtertuin, behorende bij het appartementencomplex, voor meer dan 50% bebouwd is. Deze planopzet geeft geen blijk van ruimtelijke kwaliteit en acht ik in strijd met een goede ruimtelijke ordening.

1

In artikel 3.3.2 onder a is het navolgende opgenomen: bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitsluitend toegestaan voor zover de in artikel 2 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor), zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage genoemde situaties, dit toelaten;

Verwezen wordt naar een bijlage bij de regels die geen onderdeel uitmaakt van de stukken zoals gepubliceerd op ruimtelijke plannen. De ruimtelijke effecten van deze bepaling zijn dan ook voor mij niet in te schatten. Het ontbreken van dit stuk, tezamen met de andere onzorgvuldigheden, geven geen blijk van een goede ruimtelijke ordening of een kritische blik van uw college op het bestemmingsplan in het kader van de zorgvuldige voorbereiding van dit bestemmingsplan. Explosieven Ten aanzien van explosieven wordt het navolgende geconcludeerd: De huidige in het plangebied aanwezige bebouwing dateert van na de 2e wereldoorlog. De kans op niet gesprongen explosieven is ter plaatse dan ook nihil. Onderzoek is niet nodig. Deze redenering kan niet gevolgd worden. Immers de aan- of afwezigheid van bebouwing van latere datum zegt niet over het feit of op locatie ja/nee NGE’s aanwezig zijn. Verzocht wordt een deugdelijke motivering op te nemen. Gezondheid In paragraaf 5.9 wordt opgemerkt: Het onderhavige project voorziet hoofdzakelijk in de realisatie van nieuwe woningen Gezien alle onduidelijkheden over het beoogde programma doet deze zinsnede vermoeden dat naast woningen ook andere functies worden voorzien. Ik verneem graag van uw raad welke functies, behoudens wonen, worden voorzien. Privacy De beoogde appartementen komen in directe aansluiting op woonpercelen.

Op een afstand van circa 4,5 meter van een bestaande achtertuin komt een woongebouw met een goothoogte van 8 meter en een bouwhoogte van 11 meter. Vanuit de appartementen ontstaat inzicht op de bestaande achtertuinen. Op dit aspect wordt in het plan niet ingegaan. De effecten voor de privacy en het woongenot blijven onbenoemd en daarmee ook ongewogen in het kader van een zorgvuldige belangenafweging. Financiële uitvoerbaarheid Het valt mij op dat paragraaf 6.1 en 6.1.1 feitelijk hetzelfde beschrijft. Ook hier is er sprake van een onzorgvuldig opgesteld plan. Daarnaast gaat deze paragraaf voorbij aan de relevante vraag. Uw raad heeft een beperkte onderzoeksplicht om te beoordelen of het plan realiseerbaar is. Het feit dat er voor uw gemeente aan de verwezenlijking van het plan geen kosten zijn verbonden ontslaat u niet van de verplichting om een globaal onderzoek in te

stellen naar de financiële uitvoerbaarheid van het plan. Temeer de planontwikkeling in deze woonomgeving leidt tot een planologische verslechtering voor de omliggende woningen die redelijkerwijs niet in zijn geheel voor eigen risico blijft en het feit dat de verkoopprijs van de appartementen, naar verwachting gezien de gehanteerde parkeernorm, zijn gemaximaliseerd is op voorhand niet inzichtelijk of het plan financieel uitvoerbaar is. Hierbij komt dat er nog geen actueel bodemonderzoek voorhanden is, daarmee kan ook niet voor de volle 100% de aanwezigheid van bodemvervuiling worden uitgesloten. Verkeerde voorstelling van zaken In paragraaf 7.3.1 van de plantoelichting wordt het navolgende opgemerkt: In de bestemming wonen zijn zowel gestapelde als grondgebonden woningen toegestaan. Hoofdgebouwen dienen binnen de bouwvlakken gebouwd te worden met een maximum gooten bouwhoogte van 6 respectievelijk 10 meter. De verbeelding en planregels geven echter een heel ander beeld, een goothoogte van 8 meter en een bouwhoogte van 11 meter wordt toegestaan. Omdat verbeelding en regels voor een gangbare burger minder begrijpelijk zijn is het kwalijk om vast te stellen dat de plantoelichting behorende bij het bestemmingsplan, al dan niet bewust, een verkeerde voorstelling van zaken geeft.

Verzocht wordt dan ook aan uw raad de goothoogte en bouwhoogte zoals opgenomen op de verbeelding in lijn te brengen met hetgeen in de plantoelichting hierover staat beschreven. Resumerend Nu er geen fatsoenlijk participatietraject doorlopen is, een plan ter inzage is gelegd die geen duidelijkheid geeft over het beoogde woonprogramma, een plan ter inzage is gelegd waar in de toelichting andere goot- en bouwhoogten beschreven worden dan in regels en verbeelding mogelijk worden gemaakt, een plan ter inzage is gelegd met de nodige onzorgvuldigheden wil ik uw raad verzoeken dit plan niet vast te stellen. Het plan ziet op een zeer massief gebouw op zeer korte afstanden van de zijdelingse perceelsgrenzen. Van een passende ontwikkeling die op een goede stedenbouwkundige wijze is ingepast is geen sprake. Zoals eerder gesteld ben ik niet tegen een herontwikkeling op locatie. Ik wil uw raad vragen dit plan niet vast te stellen en de ontwikkelaar op te roepen in overleg met de buurt tot een ander, meer passend, plan te komen. Dit nieuwe plan kan vervolgens via een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (een zogenaamde Bopa) mogelijk worden gemaakt waarmee het nieuwe, gezamenlijk gedragen, plan zelfs eerder gerealiseerd kan worden dan het plan zoals nu in procedure gebracht.

Zienswijze doorgeven gemeente Haarlemmermeer

Zaakinformatie Zaaknummer 10269386 Datum en tijd 07-01-2024 14:59:36 Uw gegevens Burgerservicenummer (BSN) **** Geboortedatum Aanhef Voorletter( s) Achternaam Straat Huisnummer Huisn ummerletter Postcode Plaats Telefoonnummer E-mailadres Uw reactie Waarop geeft u een reactie? Ontwerpbestemmingsplan Wat is de naam van het plan waar u een NL. IMRO. 0394. BPGvyfdyserinckwg1-B001 reactie op geeft?

Pagina 1 van 2 Heeft u nog vragen? Bel dan naar 0900 1852 of stuur een e-mail naar info@haarlemmermeer.nl. Geef uw zaaknummer door voor een sneller antwoord op uw vraag.

Geef aan wat u goed of niet goed vindt. En wat Geachte Raad, Bijgevoegd onze zienswijze misschien beter kan. behorende bij bovengenoemd plan. alle punten zijn relevant toch wil ik een tweetal punten benadrukken. Er zal een groot probleem ontstaan betreffende het parkeren omdat reeds nu al regelmatig in de avond/ nacht er problemen ontstaan. Zie foto's. Ook mbt de beschreven max verkoopprijs in de toelichting van Eur 300. 000 zijn er vraagtekens op. In de info die er op de inloopavond medio december was voor geïnteresseerden werd gerept over een richtprijs van 450. tot 500. 000,00. Dit wekt direct vraagtekens op tav de mogelijkheid voor starters om een dergelijk appartement te kopen. Enerzijds zal een appartement dan sowieso door twee startende werkenden gekocht moeten worden om aan de hypothecaire eisen te voldoen. Dit geeft dan ook direct weer druk op de parkeerplaatsen kwestie. Anderzijds lost het dus geenszins de woningnood onder starters op omdat alleenstaande starters door financiele plaatje niet in aanmerking zullen komen. Mvg Fam

-

Akkoord en versturen

Ja, ik ga akkoord met het verwerken van Ja mijn gegevens zoals beschreven staat in de privacyverklaring. Ontvangen bijlagen gemeenteraad van Haarlemmermeer. docx IMG_8282. jpg IMG_8287. jpg IMG_8288. jpg IMG_8292. jpg IMG_8324. jpg

07-01-2024 14:40 / 23,04 KB 07-01-2024 14:40 / 45,95 KB 07-01-2024 14:40 / 28,97 KB 07-01-2024 14:41 / 33,62 KB 07-01-2024 14:41 / 41,92 KB 07-01-2024 14:41 / 35,34 KB

Pagina 2 van 2 Heeft u nog vragen? Bel dan naar 0900 1852 of stuur een e-mail naar info@haarlemmermeer.nl. Geef uw zaaknummer door voor een sneller antwoord op uw vraag.

Betreft Zienswijze Ontwerpbestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1 met planidentificatie NL.IMRO.0394.BPGvyfdyserinckwg1-B001

Indiener:

Gemeenteraad van Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG Hoofddorp Betreft zienswijze: bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1 Geachte raad, Vanaf 30 november 2023 tot en met 10 januari 2024 ligt het bestemmingsplan ‘Vijfhuizen d’Yserinckweg 1’ ter inzage. Gedurende deze periode heeft u eenieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze tegen dit bestemmingsplan in te dienen. Graag maak ik van deze gelegenheid gebruik. Participatie Het bestemmingsplan Vijfhuizen d’Yserinckweg 1 is in opdracht van Dos Hombres BV opgesteld. Blijkens de inschrijving in de kamer van koophandel is Dos Hombres BV een professionele ontwikkelaar. Het verbaast mij dan ook dat in aanloop tot de planvorming er geen enkel overleg is geweest met de direct omwonenden van het plan. Niet eerder dan met de ter inzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan hebben wij kennis kunnen nemen van het woningbouwplan. Dit terwijl mij bekend is dat uw gemeente met nadruk vraagt om een zorgvuldige participatie. Uit de stukken (bijlagen bij de toelichting) is te herleiden dat de planvorming reeds in januari 2022 is gestart. In mijn optiek is er dan ook meer dan genoeg tijd geweest voor de ontwikkelaar om in overleg te treden met de direct omwonenden.

Ik als buurtbewoner ben niet tegen een herontwikkeling op locatie en ook niet tegen woningbouw op locatie maar de schaal van het plan is dermate omvangrijk en massaal dat dit niet passend is. Hierover had ik graag in overleg gegaan met de ontwikkelaar en ik ben ervan overtuigd dat we in overleg tot een passend plan hadden kunnen komen. Maar deze mogelijkheid is mij en mijn overige buurtbewoners niet gegund en ontnomen. Dit terwijl participatie hoort bij planontwikkeling, temeer dit ook in de nieuwe Omgevingswet als wettelijk voorschrift is opgenomen. Als bewoner ben ik nu overvallen door dit plan en voel ik mij gedwongen in eerste instantie een zienswijze in te dienen en vervolgens in beroep te gaan bij de Raad van State. Met het doorlopen van een participatieprocedure had dit voorkomen kunnen worden. Stedenbouwkundig plan Het plan ziet op de realisatie van woningen. Helaas is de plantoelichting erg onzorgvuldig. In de aanleiding, paragraaf 1.1, wordt gesproken over de realisatie van 6 woningen. In paragraaf 3.1.3 wordt gesproken over de realisatie van 8 woningen waarvan 1 bestaande woning. In paragraaf

5.14.1 in wordt wederom gesproken over de realisatie van 8 woningen en in paragraaf 5.17.1 over 1 grondgebonden woning en 7 appartementen. In paragraaf 5.18.2 wordt weer vermelding gemaakt van 6 woningen. In de planregels is het aantal woningen in zijn geheel niet geborgd. Ik kan niet anders dan concluderen dat het plan onzorgvuldig is opgesteld en de planregels het beoogde programma, welke dat dan ook mag zijn, niet juridisch borgt. Het lijkt me goed dat het beoogde programma in de planregels wordt geborgd. De verbeelding in combinatie met de planregels laat woongebouw toe met een goothoogte van 7 meter en nokhoogte van 10 meter en een woongebouw met een goothoogte van 8 meter en nokhoogte van 11 meter. Het woongebouw met een goothoogte van 8 meter en een nokhoogte van 11 meter staat op een afstand van slecht 2 meter tot de zijdelingse perceelsgrens en op 4,5 meter van de achterste perceelgrens. Gezien de toegepaste goot- en bouwhoogte is meer afstand tot de omliggende perceelgrenzen zeer wenselijk. De beoogde hoogte in combinatie met de zeer korte afstand tot de perceelgrenzen maken het gebouw zeer dominant. De oostelijk gelegen woning kent een goothoogte van 6 meter en een nokhoogte van 9 meter. De noordelijke achterliggende woningen kennen een bouwhoogte van maximaal 10 meter. Het oude bestemmingsplan laat detailhandel toe met een bouwhoogte van maximaal 4 meter.

Deze bouwhoogte wordt verruimd naar 11 meter. Daarmee wordt er maar liefst 7 meter hoger gebouwd dan nu toegestaan. In paragraaf 4.1.2 is een ‘onderbouwing’ opgenomen van het nieuwe woongebouw. Een stedenbouwkundige analyse wordt hier gemist. Ook wordt een onderbouwing gemist waarom zo’n fors gebouw of zulke korte afstanden van de perceelsgrens passend zou zijn in aansluiting op de omliggende lagere bebouwing. Vreemd is om te constateren dat nergens in de plantoelichting de juiste goot- en nokhoogte van het nieuwbouwplan wordt benoemd. Een afdoende stedenbouwkundige onderbouwing over de inpasbaarheid van dit massieve plan wordt dan ook gemist. Ik verneem graag waarom uw raad dit plan ruimtelijk acceptabel acht. De veronderstelde relatie met het graanpakhuis, de super en de kerk is een gezocht argument. Nu het nieuwe woongebouw juist niet op de hoek gesitueerd wordt, omdat de bestaande woning behouden blijft, komt de beoogde hoge bebouwing onlogisch en geforceerd over. Van een goede stedenbouwkundige inpassing is geen sprake. Nu het bestemmingsplan niet voorziet in een stedenbouwkundige motivatie die ook ingaat op de toegepaste bouwhoogten is hiermee het voorgenomen vaststellingsbesluit niet goed

gemotiveerd. Uit de plantoelichting blijkt ook niet welke randvoorwaarden uw gemeente heeft meegegeven aan de ontwikkelaar. Parkeren In de toelichting wordt vermeld dat het plan voorziet in 8 parkeerplaatsen op eigen terrein. Blijkens de toelichting geldt voor de appartementen een parkeernorm van 1,9 parkeerplaats per appartement en voor de bestaande vrijstaande woning is dat 2,3 parkeerplaats. In totaal zouden er daarmee 16 parkeerplaatsen voor deze ontwikkeling nodig zijn. Blijkens het Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer 2018 wordt Vijfhuizen aangemerkt als ‘weinig stedelijk’. In de toelichting is opgemerkt dat is uitgegaan van de parameters 'weinig stedelijk' en stedelijke zone 'rest bebouwde kom’. De afstand (hemelsbreed) tot een HOV-halte bedraagt circa 600 meter, waardoor de gemiddelde kencijfers/normen van toepassing zijn. De gehanteerde norm van 1,9 parkeerplaats per appartement sluit aan op een verkoopprijs van €183.843 tot € 300.000 per appartement. In het bestemmingsplan is de maximale verkoopprijs niet geborgd. Niet bekend is of in de anterieure overeenkomst deze maximale verkoopprijs is geborgd. Daarmee is ook niet bekend of uitgegaan wordt van de juiste parkeernorm. Ik wil uw raad dan ook vragen aan te geven of en waar de maximale verkoopprijs van € 300.000 per appartement is vastgelegd.

Wanneer deze verkoopprijs nog niet is vastgelegd wil ik uw raad vragen uw college op te dragen hiervoor alsnog zorg te dragen middels het opnemen van deze maximale verkoopprijs in de anterieure overeenkomst en mij hierover te informeren. Vaststaat dat voorzien moet worden in 16 parkeerplaatsen op eigen terrein. Hierin wordt niet voorzien. Er wordt slechts in 8 parkeerplaatsen voorzien. Hiervoor wordt als onderbouwing opgegeven dat ervoor gekozen is om slechts 8 parkeerplaatsen op eigen terrein aan te leggen om zoveel mogelijk het beeld van groene voortuinen omsloten door een haag te kunnen creëren. Hiervoor is vanuit kwalitatief oogpunt iets te zeggen. Echter de opgenomen bestemming dwingt deze groene inrichting niet af. Verzocht wordt dan ook een voorwaardelijke verplichting op te nemen, gekoppeld aan een inrichtingsplan, om deze groene inrichting ook te borgen. Het maken van slechts 8 parkeerplaatsen brengt met zich mee dat 8 parkeerplaatsen in de openbare ruimte gezocht moeten worden. Hiertoe is een parkeerdrukmeting uitgevoerd. Wat opvalt is dat uitgegaan is van een loopafstand van 200 meter. Daarmee is uitgegaan van de maximale afstand van wat mensen wensen te lopen blijkens het CROW. Een onderbouwing waarom uitgegaan is van deze maximale afstand en niet de meer voor de hand liggende afstand van 100 meter, blijkens het CROW, wordt gemist.

Ook wordt een onderbouwing gemist of de toenemende parkeerdruk in relatie staat tot de ruimtelijke winst van een groen voorterrein.

Flora en fauna Door Ecoresult is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Hierbij is door Ecoresult vastgesteld dat in het plangebied de huismus en gierzwaluw kunnen voorkomen. Ook de aanwezigheid van vleermuizen is niet uit te sluiten blijkens Ecoresult. Schadelijke effecten als gevolg van de werkzaamheden zijn op voorhand niet uit te sluiten blijkens de rapportage, zie o.a. paragraaf 6.1.3.3. Op pagina 27 is opgenomen dat er mogelijk negatieve effecten zijn voor de huismus en gierzwaluw. Dit kan voorkomen worden indien buiten het broedseizoen wordt gebouwd. Of dit gebeurt is in het bestemmingsplan niet geborgd. Ook is niet duidelijk of dit geborgd is in de anterieure overeenkomst dan wel dat het wordt geborgd in de nog af te geven Omgevingsvergunning. Verzocht wordt dan ook vast te leggen dat werkzaamheden uitsluitend buiten het broedseizoen mogen plaatsvinden. Stikstof Opgemerkt wordt dat het stikstofonderzoek niet met de meeste recente AERIUS calculator is uitgevoerd. Daarnaast valt op dat het wegverkeer als gevolg van de woningbouw, zeer kort is gemodelleerd. De Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2023 geeft aan dat gemodelleerd moet worden totdat het verkeer als gevolg van het plan, is opgenomen in het heersende verkeersbeeld en slechts nog enkele procenten hiervan uitmaakt. In de AERIUS berekening is dit niet inzichtelijk gemaakt.

Uitsluitend is berekend over welke afstand de maximaal toegestane snelheid wordt bereikt, maar daarmee is nog niet inzichtelijk gemaakt of het verkeer dan nog enkele procenten uitmaakt van het heersende verkeersbeeld. Voor de bouwfase is uitgegaan van de kencijfers van het RIVM. Hierbij is er gerekend met een uitstoot van 3 kg NOx per woning. Het gebruik van dit kencijfer staat al enige tijd ter discussie. Zoveel blijkt ook uit de, in opdracht van het ministerie van BKZ, opgestelde rapportage Open norm ‘stikstofemissie bouw- en sloopwerkzaamheden’. Om die reden heeft de VNG op 13 februari 2023 ook gepleit voor actualiseren van de notitie ‘Methode inschatting depositie woningbouwprojecten’ welke nu ten grondslag ligt aan het stikstofonderzoek. Aanvullend wordt opgemerkt dat in de gebruiksfase wordt uitgegaan van een uitstoot van 0,0 NOx per woning omdat de woningen gasloos zullen zijn. Niet inzichtelijk is of dit ook voor de bestaande woning geldt. Daarnaast wordt met een uitstoot van 0,0 NOx voorbijgegaan aan hetgeen de Raad van State heeft gesteld in haar uitspraak van 1 september 2021. Ook gasloze woningen kennen een NOx uitstoot, hetgeen ook is opgenomen in de rapportage van het RIVM welke voor het stikstofonderzoek is gebruikt. Het onderzoek maakt eveneens niet duidelijk hoe lang de bouwperiode is.

Daarmee is ook niet duidelijk of en in hoeverre de aanlegfase aangevuld moet worden met de gebruiksfase.

Resumerend kom ik tot de conclusie dat het stikstofonderzoek onvoldoende inzicht geeft op de eventuele negatieve effecten. Akoestisch onderzoek In het akoestisch onderzoek staat vermeld dat de bestaande woning wordt gesplitst in 2 woningen en er 6 appartementen worden gerealiseerd. Niet duidelijk is of dit programma nu juist is en daarmee voor het onderzoek de juiste uitgangspunten zijn gehanteerd. Mocht dit programma wel juist zijn dan is de tekst in de toelichting over parkeren niet juist en is er sprake van een groter parkeertekort dan verondersteld. In paragraaf 5.7.2 van de plantoelichting is het navolgende opgenomen: Voor de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde zal een hogere waardenbesluit worden genomen. Dit ontwerpbesluit zal samen met het ontwerp van dit bestemmingsplan ter inzage worden gelegd. Het ontwerp hogere waarden besluit is niet bij de stukken aangetroffen en ook de kennisgeving van de ter inzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan geeft er geen blijk van dat dit ontwerpbesluit ter inzage ligt. Zoveel is in strijd met artikel 110 lid c van de Wet geluidhinder. Hiermee is er sprake van een procedurefout. Bezonningstudie De bezonningstudie lijkt opgesteld te zijn conform de TNO-norm. Maar een duidelijke conclusie ontbreekt. Zo is niet duidelijk of in de nieuwe situatie voldaan wordt aan de TNO-norm.

Ook niet is inzichtelijk gemaakt wat de afname in bezonning is in minuten. Daarmee is er ook geen kwalitatief oordeel te vellen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In de plantoelichting beperkt een conclusie zich tot de woning Vijfhuizerweg , terwijl uit de studie blijkt dat meer woningen hinder ondervinden van het plan. Verzocht wordt per woning in beeld te brengen of voldaan wordt aan de TNO-norm en wat de afname is aan bezonning in minuten. Uitsluitend dan kan een goede inschatting gemaakt worden van de afname in bezonning en kunnen alle betrokken belangen op een juiste wijze gewogen worden.

-

Bijgebouwen De planregeling bepaalt in artikel 3.2.1 onder b dat bergingen uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - bergingen' zijn toegestaan. Op de verbeelding is een maximale bouwhoogte van 3 meter opgenomen. Daarmee worden tot op de erfgrens 3 bijgebouwen toegestaan van 3 meter hoog. Vorenstaande heeft tot gevolg dat de woning aan d’Yserinckweg over nagenoeg de gehele perceellengte wordt geconfronteerd met bebouwing

van 3 meter hoog. Tevens heeft deze opzet tot gevolg dat de achtertuin behorende bij het appartementencomplex, voor meer dan 50% bebouwd is. Deze planopzet geeft geen blijk van ruimtelijke kwaliteit en acht ik in strijd met een goede ruimtelijke ordening. In artikel 3.3.2 onder a is het navolgende opgenomen: bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitsluitend toegestaan voor zover de in artikel 2 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor), zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage genoemde situaties, dit toelaten; Verwezen wordt naar een bijlage bij de regels die geen onderdeel uitmaakt van de stukken zoals gepubliceerd op ruimtelijke plannen. De ruimtelijke effecten van deze bepaling zijn dan ook voor mij niet in te schatten. Het ontbreken van dit stuk, tezamen met de andere onzorgvuldigheden, geven geen blijk van een goede ruimtelijke ordening of een kritische blik van uw college op het bestemmingsplan in het kader van de zorgvuldige voorbereiding van dit bestemmingsplan. Explosieven Ten aanzien van explosieven wordt het navolgende geconcludeerd: De huidige in het plangebied aanwezige bebouwing dateert van na de 2e wereldoorlog. De kans op niet gesprongen explosieven is ter plaatse dan ook nihil. Onderzoek is niet nodig. Deze redenering kan niet gevolgd worden.

Immers de aan- of afwezigheid van bebouwing van latere datum zegt niet over het feit of op locatie ja/nee NGE’s aanwezig zijn. Verzocht wordt een deugdelijke motivering op te nemen. Gezondheid In paragraaf 5.9 wordt opgemerkt: Het onderhavige project voorziet hoofdzakelijk in de realisatie van nieuwe woningen Gezien alle onduidelijkheden over het beoogde programma doet deze zinsnede vermoeden dat naast woningen ook andere functies worden voorzien. Ik verneem graag van uw raad welke functies, behoudens wonen, worden voorzien. Privacy De beoogde appartementen komen in directe aansluiting op woonpercelen. Op een afstand van circa 4,5 meter van een bestaande achtertuin komt een woongebouw met een goothoogte van 8

meter en een bouwhoogte van 11 meter. Vanuit de appartementen ontstaat inzicht op de bestaande achtertuinen. Op dit aspect wordt in het plan niet ingegaan. De effecten voor de privacy en het woongenot blijven onbenoemd en daarmee ook ongewogen in het kader van een zorgvuldige belangenafweging. Financiële uitvoerbaarheid Het valt mij op dat paragraaf 6.1 en 6.1.1 feitelijk hetzelfde beschrijven. Ook hier is er sprake van een onzorgvuldig opgesteld plan. Daarnaast gaat deze paragraaf voorbij aan de relevante vraag. Uw raad heeft een beperkte onderzoeksplicht om te beoordelen of het plan realiseerbaar is. Het feit dat er voor uw gemeente aan de verwezenlijking van het plan geen kosten zijn verbonden ontslaat u niet van de verplichting om een globaal onderzoek in te stellen naar de financiële uitvoerbaarheid van het plan. Temeer de planontwikkeling in deze woonomgeving leidt tot een planologische verslechtering voor de omliggende woningen die redelijkerwijs niet in zijn geheel voor eigen risico blijft en het feit dat de verkoopprijs van de appartementen, naar verwachting gezien de gehanteerde parkeernorm, zijn gemaximaliseerd is op voorhand niet inzichtelijk of het plan financieel uitvoerbaar is. Hierbij komt dat er nog geen actueel bodemonderzoek voorhanden is. Daarmee kan ook niet voor de volle 100% de aanwezigheid van bodemvervuiling worden uitgesloten.

Verkeerde voorstelling van zaken In paragraaf 7.3.1 van de plantoelichting wordt het navolgende opgemerkt: In de bestemming wonen zijn zowel gestapelde als grondgebonden woningen toegestaan. Hoofdgebouwen dienen binnen de bouwvlakken gebouwd te worden met een maximum goot- en bouwhoogte van 6 respectievelijk 10 meter. De verbeelding en planregels geven echter een heel ander beeld: een goothoogte van 8 meter en een bouwhoogte van 11 meter wordt toegestaan. Omdat verbeelding en regels voor een gangbare burger minder begrijpelijk zijn is het kwalijk om vast te stellen dat de plantoelichting behorende bij het bestemmingsplan, al dan niet bewust, een verkeerde voorstelling van zaken geeft. Verzocht wordt dan ook aan uw raad de goothoogte en bouwhoogte zoals opgenomen op de verbeelding in lijn te brengen met hetgeen in de plantoelichting hierover staat beschreven. Resumerend Nu er geen fatsoenlijk participatietraject doorlopen is, een plan ter inzage is gelegd dat geen duidelijkheid geeft over het beoogde woonprogramma, een plan ter inzage is gelegd waar in de toelichting andere goot- en bouwhoogten beschreven worden dan in regels en verbeelding

mogelijk worden gemaakt, een plan ter inzage is gelegd met de nodige onzorgvuldigheden wil ik uw raad verzoeken dit plan niet vast te stellen. Het plan ziet op een zeer massief gebouw op zeer korte afstanden van de zijdelingse perceelsgrenzen. Van een passende ontwikkeling die op een goede stedenbouwkundige wijze is ingepast is geen sprake. Zoals eerder gesteld ben ik niet tegen een herontwikkeling op locatie. Ik wil uw raad vragen dit plan niet vast te stellen en de ontwikkelaar op te roepen in overleg met de buurt tot een ander, meer passend, plan te komen. Dit nieuwe plan kan vervolgens via een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (een zogenaamde Bopa) mogelijk worden gemaakt waarmee het nieuwe, gezamenlijk gedragen, plan zelfs eerder gerealiseerd kan worden dan het plan zoals nu in procedure gebracht. Verder wil ik u er op wijzen dat ik middels de WOO een verzoek ingediend heb voor de toezending van de anterieure overeenkomst. (WOO verzoek bijgesloten als addendum) Zaakinformatie Zaaknummer 10260559 Datum en tijd 03-01-2024 20:49:36 Het is mij op dit moment niet duidelijk of ik dit ontvang voor het verlopen van de inzageperiode voor het indienen van mijn zienswijze. Het lijkt mij dat daar wellicht informatie in staat die van belang kan zijn voor mijn zienswijze. Het is inherent aan de manier waarop de ontwikkelaar dit aanpakt.

Alles op het laatste moment doen zonder overleg en dan moet je als burger je weg zien te vinden in het woud van regelingen en instanties om weerwoord te kunnen geven. Wij zijn als direct omwonenden nooit benaderd door de ontwikkelaar om te overleggen over dit plan. We worden 2 voor 12 geconfronteerd met een ontwerp dat op 19 december 2023 gepresenteerd wordt in het dorpshuis. Ik verzoek u dan ook om deze anterieure overeenkomst integraal vrij te geven zodat dit meegewogen kan worden in de zienswijze ook na 10 Januari 2024 Ik heb die avond met en gesproken die mij meer uitleg hebben gegeven over het plan. Aardige heren alleen waren zijn nogal stellig dat dit plan rechtsom of linksom gerealiseerd gaat worden. Ik mag hopen dat wij als omwonenden door de gemeenteraad beschermd worden tegen onzorgvuldige en niet passende plannen. De omvang en de slagschaduw van dit beoogde ontwerp zijn niet passend in de omgeving en leveren een behoorlijke vermindering van het woongenot op voor de omwonenden. Verder kan geconstateerd worden dat het plan ter inzage is gelegd met de nodige onzorgvuldigheden en procedurele fouten zoals eerder betoogd in deze zienswijze. Door de onzorgvuldige samenstelling en moment van indienen kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat het ingediend is om

participatie wat hoort bij planontwikkeling( temeer dit ook in de nieuwe Omgevingswet als wettelijk voorschrift is opgenomen per 1-januari 2024) te ontlopen.

---

Op de informatieavond heb ik verder nog gesproken met en , de ontwikkelaars van Dos Hombres BV. De huidige eigenaar van het biervat (en bovenliggende woning D’yserinckweg 1) was ook aanwezig en is blijkbaar de opdrachtgever van dit plan of in ieder geval betrokken omdat hij zijn magazijn verkoopt en tegelijkertijd krijgt hij daar twee opgeknapte appartementen voor terug op de D’yserinckweg 1. De heren en wisten mij te vertellen dat zij dit plan gaan ontwikkelen samen met Bouwbedrijf Regiobouw Haarlemmermeer BV. Dit bedrijf heb ik opgezocht en de directeur van Bouwbedrijf Regiobouw Haarlemmermeer BV is eigenaar van de D’yserinckweg de woning waarvan de tuin direct grenst aan het huidige magazijn waar de woningen moeten verrijzen. (uittreksel van het kadaster heb ik bijgesloten). Aangezien de woning verhuurd wordt verwacht ik niet dat er een zienswijze vanaf dit adres zal worden ingediend aangezien het bedrijf een belang heeft bij de ontwikkeling en het verminderde woongenot van haar huurders blijkbaar niet belangrijk is.

•

Ik verwacht dat de gemeenteraad de belangen van de omwonenden van dit plan zal verdedigen en behartigen en zich niet zal leiden door financiële belangen van de betrokken partijen. Nu er geen fatsoenlijk participatietraject doorlopen is, een plan ter inzage is gelegd die geen duidelijkheid geeft over het beoogde woonprogramma, een plan ter inzage is gelegd waar in de toelichting andere goot- en bouwhoogten beschreven worden dan in regels en verbeelding mogelijk worden gemaakt, een plan ter inzage is gelegd met de nodige onzorgvuldigheden en gezien de eigendomsverhoudingen van de belanghebbenden bij dit project wil ik uw raad verzoeken dit plan niet vast te stellen.

Wet open overheid (Woo ): verzoek om informatie gemeente Haarlemmermeer

Zaakinformatie zaakJVJmmer 10260559 Datum en tijd 03-01 -2024 20:49:36 Uw gegevens Voor1etter(s) Tussenvoegsel(s) Achternaam Telefoonoommer E-mailadres We sturen de documenten die u aanvraagt graag naar uw e-mail of uw belichtenbox op mijnovemeid. nl. Dat is gratis. Wilt u de documenten liever op papier en per post ontvangen? Geef dat dan hieronder aan. Per pagina betaalt u tussen de€ 0,05 en € 0,40. We laten u vooraf weten wat de totale kosten zijn. Wilt u de documenten via e-mail, de E-mail berichtenlJox via mijnovemeid. nl of de post ontvangen? UW verzoek Beschrijf in maximaal 10 woorden waar uw verzoek om gaat. Beschrijf uw verzoek zo uitgebreid mogelijk. Zo kunnen wij u snel de juiste informatie sturen. Heeft u niet genoeg ruimte om uw verzoek uit te leggen? U kunt 1M verzoek hieronder als bijlage toeYOegen.

Verzoek toezending anterieure overeenkomst Als onderdeel van het ontwerpbestemmingsplan d'Yserinckweg 1 te Vijfhuizen (Nl. IMRO. 0394. BPGvyfdyserinckwg1-B001) is sprake van een anterieure overeenkomst (zie paragraaf 6. 1 van het plan). Aangezien de anterieure overeenkomst daarmee onderdeel is van het ter inzage liggende plan, ontvang ik deze overeenkomst graag zo spoedig mogelijk. Het is niet duidelijk van welke datum de anterieure overeenkomst is. Maar ik wil die graag ontvangen omdat ik mijn zienswijze aan het opstellen ben.

Pagina 1 van 2

Heeft u nog vragen? Bol dan naar 0000 1852 gl stuur een e-mal naar infoCt,aarlerrwnenneer.nl Geef uw

zaaknurrmer door voor een sneler antwoorrl op LM' vraag.

,~

ee, 83316

,~716306_~ 103-01-2024- 22:08

,~-2024-14.$ 11 -

1511168697201

.r ,

•

[03-01-2024 - 1A:sg

,

2

Eigendomsinformatie 0 ALGa.EEN Hailrlemmermeer B 3316

Kad..,,.

~ . . . . . . . . . . , . _m,nant.e,1 '0tQ)

crYserinckweg 21Al AA Vijfhuizen

"'° ...........~ .

---

d"fserinckweg 21Al AA Vijfhuizen

- - 348111"

Coini. . - loe676 - 484ffl Onudqw,g Wonen met bedfivi91>eid K..,.._. C 4II0.000

...__.....,....,......_

AANTEKENINGEN - - . . . . . . " - " " " .. E, zijngom bep!flángen bekend

• • -•w•......._

RECHTEN 1 Elgendc,m (recht v"")

Aandool 1/2

-..ag'"'.,.. Hyp4 _ _ _ __,_,,._ _ g __ _od '"'""' ,agd. ,..,..

.._...._ op 28-02-2020 om 13;01

O;erdrachl (eógendom en/of bepef1ct recht)

•

Op afspraak on1vangen wij u graag op één van onze vestigingen Een afspraak met teeldbellen hoort echter ook to1de mogelijkheden

1 0 JAN 2024

AANTEKENEN Gemeente Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG HOOFDDORP

Dossiernummer: 2GD.4.23.148671

Telefoon :

Behandeld door:

E-mail: dossiergroep@das.nl Fax: 020-6914737 vermeld ons dossiernummer in de onderwerpregel

Betreft: zienswijze

1

Datum: 10 januari 2024

ontwerpbestemmingsplan "V ijfhuizen d'Yserinckweg 1"

Geachte dames en heren, . wonende aan Vijfhuizerweg (2141 CS) in Vijfhuizen , Namens cliënt de heer wordt hierbij een ziens~ nd gericht tegen het ontwerp5estemmingsplan "Vijfhuizen d'Yserinckweg 1" (hierna: ontwerp, kenmerk: NL.IMRO.0394.BPG-vyfdyserinckwg 1-B001 ). Zienswijze De zienswijze luidt als volgt. Algemeen Cliënt meent in zijn algemeenheid en specifiek vanwege het navolgende dat de raad onvoldoende kenbaar feiten en belangen heeft onderzocht, vastgesteld , betrokken en afgewogen bij het ontwerp , waardoor het ontwerp en vaststelling daarvan in strij d met het zorgvuldigheids-, evenredigheids- en motiveringsbeginsel en de goede ruimtelijke ordening is en zal worden vastgesteld . Visie Polderlinten Haarlemmermeer Cliënt merkt op dat de raad niet kenbaar de Visie Polderlinten Haarlemmermeer heeft betrokken in het ontwerp. Uit de publicatie van de gemeente over de visie blijkt dat het oorspronkelijk bebouwingsbeeld zoveel mogel ijk bewaard dient te worden . Uit de visie blijkt in zijn algemeenheid dat nieuwe rijtjeswoningen niet zijn toegestaan en dat groene spatie bewaard dient te worden tussen woningen. De in het ontwerp betrokken gronden kunnen worden aangemerkt als "Erf met collectieve woonclusters in stedelijke context".

Daarbij moet veel aandacht besteed worden aan een groene inrichting, samenhang tussen architectuur en groen, waarbij het parkeren uit het zicht dient plaats te vinden. Nu het ontwerp toeziet op het begin van een polderlint, meent cliënt dat de visie volledig en onvoorwaardelijk dient te worden opgevolgd. DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V. Amsterdam

De Entree 203 t/m 225 Posrodres Post bus 23000 1100 D M Amsterdam

T 020 6 517 5J7 F 020 6 914 737 wwwdosnl

IBAN NL07 ABNA 0243 1333 59 (premie) IBAN NL46 ABNA 0243 1604 96 (overig) B IC ABNA Nl2A

KvK 33110764

Pagina 2 Dossiernr 2G0.4.23 148671

Parapluplan "Wonen" Vaststelling van het ontwerp heeft tot gevolg dat het parapluplan 'Wonen" komt te vervallen . Cliënt vraagt de raad om in de planregels op te nemen dat kamerverhuur niet is toegelaten , bovenop het reeds bepaalde in het parapluplan "Wonen" dat een huishouden een woning mag bewonen. Hiermee maakt de raad nog meer duidelijk dat andere manieren van wonen ter plaatse niet zijn toegelaten. Bovendien sluiten kamerverhuur en de bewoning door een huishouden elkaar niet uit. Kleinschalig, individueel en dorps wonen In paragraaf 2.1 .2 van de toelichting op het ontwerp wordt de bebouwing in de oude kern omschreven als "overwegend kleinschalig en individueel". Het ontwerp maakt daar een grote inbreuk op. Dat komt in ieder geval door de wijziging van bouwhoogte van 4 naar 11 meter en door te kiezen voor de voorgevelrooilijn van de bestaande winkelbebouwing . Dat heeft niet alleen effect op de onderzochte schaduwwerking van het ontwerp, maar ook op het straat- en bebouwingsbeeld, wat verdicht wordt door verhoogde bebouwing (iets dat niet in lijn is met de Visie Polderlinten Haarlemmermeer). In dit kader merkt cliënt ook op dat de omschrijving van de woonbebouwing als "twee volledige woonlagen en een woonlaag in de kap" misleidend is. Er is gewoon sprake van drie volledige woonlagen .

Daarmee wordt het gebouw hoger en omvangrijker dan in de rest van het oude dorp gebruikelijk is (zie onder Woonbeleidsprogramma) en dan wat wordt gehandhaafd in de Visie Polderlinten Haarlemmermeer. Uit de bestemmingsplannen blijkt ook niet dat omliggende woonbebouwing van 11 meter planologisch is toegelaten. In de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 wordt duidelijk gemaakt dat de in het ontwerp betrokken gronden bestemd zijn voor 'dorps wonen'. Volgens paragraaf 3.3.1 van de toelichting op het ontwerp kwalificeert het ontwerp als 'dorps wonen'. Cliënt merkt op dat 'dorps wonen' niet is toegelicht in de Omgevingsvisie. Het begrip komt enkel voor op een legenda van een kaart bij de Omgevingsvisie. Een omgevingsvisie (structuurvisie) dient echter in onderlinge samenhang te worden uitgelegd . De raad had de paragraaf over Wonen in de Omgevingsvisie dienen te raadplegen (zie p. 115 t/m 118). Uit de toelichting van het ontwerp blijkt niet dat de raad hieraan getoetst heeft. Hierdoor handelt de raad in strijd met diens beleid (art. 4:84 Awb). Uit de paragraaf over Wonen in de Omgevingsvisie blijkt dat transformatie van bestaande gebouwen voor woningen vooropgesteld wordt, ook in dorpen. Dat heeft tot doel dat het centrum-dorpse woonmilieu wordt versterkt, waarbij ook diverse woningtypes worden toegevoegd.

Niet kenbaar is overwogen hoe met de nieuwbouw en woonruimteverdeling rekening is gehouden met plaatselijke verschillen om de leefbaarheid en de lokaal gewenste sociale samenhang in stand te houden (p. 117, zie ook Woonbeleidsprogramma) , hoe met het weg bestemmen van de detailhandel rekening is gehouden nu levendigheid in de woonwijk verdwijnt nu sprake is van minder niet-woonfuncties (p. 118) en hoe rekening is gehouden met een zorgvuldige inbedding in polderlandschap (p. 117, zie ook Visie Polderlinten Haarlemmermeer). Woon beleidsprogramma In paragraaf 3.3.2 van de toelichting op het ontwerp wordt over het Woonbeleidsprogramma opgemerkt: "Met nieuwbouw in en bij de kernen langs de Ringvaart doen we het anders. Daar willen we met de nieuwbouw de lokale identiteit, de vitaliteit en het dorpse karakter versterken. Nieuwe plannen sluiten daarom aan bij het centrum-dorpse woonmilieu. ( ... ). We programmeren in een centrum-dorps (... ) kleinschalig woonmilieu ." De raad heeft hiermee onvoldoende het Woonbeleidsprogramma betrokken. De raad heeft enkel het uitgangspunt van het Woonbeleidsprogramma om meer woningen in landelijke, centrum-dorpse en centrum-stedelijke woonmilieus te realiseren betrokken. Voor nieuwbouw in en bij kernen langs de Ringvaart geldt echter de uitzondering dat de nieuwbouw de lokale identiteit, de vitaliteit en het dorpse karakter moet versterken .

Deze plannen moeten aansluiten op een centrum-dorps woonmilieu, wat een menging van wonen, werken en voorzieningen met een gematigde woningdichtheid heeft.

Pag ina 3

Dossiernr 2GD.4.23.148571

De in het ontwerp betrokken gronden zien toe op een kern langs de Ringvaart . Dit heeft de raad niet betrokken . Vervolgens blijkt uit het Woonbeleidsprogramma ook dat Vijfhuizen een oud-dorp met ruimtelijk gescheiden aangroei van nieuwbouw is. Het bestaat uit twee sterk van elkaar verschillende componenten : enerzijds oude dorpsgedeelten ontstaan langs doorgaande polderwegen en langs de Ringdijk, anderzijds moderne wijken met meer compacte bebouwing . Het bouwprogramma dient op de kern specifieke behoefte te worden afgestemd. Er wordt rekening gehouden met verschillen tussen dorpen en wijken. Woningbouw en woonruimteverdeling kunnen een positieve invloed hebben op de vitaliteit. In de meeste kernen is in de toekomst geen verdere grootschalige uitbreiding aanstaande. Een deel van woningzoekenden zal moeten uitwijken naar andere kernen, maar er wordt wel oog gehouden voor leefbaarheid. Een kwart van vrijkomende woningen wordt bestemd voor woningzoekenden met een binding aan de kern . Bij contrastdorpen wordt de bestaande identiteit versterkt bij een bouwmogelijkheid . Er wordt gekeken naar de effecten op de vitaliteit en de lokale woningbehoefte en doorstroming worden als uitgangspunt genomen. Er wordt geprogrammeerd in een centrum-dorps gemengd en kleinschalig woonmilieu .

Volgens de bijlage 3 bij het Woonbeleidsprogramma is een van de voorwaarden van een centrum-dorps milieu dat er 22 woningen per hectare (14% vrijstaand) moeten zijn . De raad heeft geen rekenschap gegeven van het voorgaande , terwijl daaruit volgt dat de identiteit van de dorpen behouden moet worden , waarbij de identiteit versterkt moet worden . Er is dus sprake van een contrast in het dorp: enerzijds hoogbouw en nieuwe woonwijk (andere kant grasveldje van in ontwerp betrokken gronden), anderzijds oude dorpsgedeelte (in ontwerp betrokken gronden). Dat wil niet zeggen dat in het oude dorpsgedeelte geen ontwikkelingsmogelijkheden bestaan. De lokale woonbehoefte (nog daargelaten of er lokale woonbehoefte is) en doorstroming zijn echter niet als uitgangspunt genomen. En ook is niet toegelicht hoe dit de lokale identiteit versterkt. Ook is niet toegelicht hoe dit past in kleinschalig , dan wel past in het dorp. Noch is toegelicht hoe een kwart vrijkomende woningen wordt bestemd voor woningzoekenden met een binding aan de kern. Hierover dient de raad dus wel een afweging te maken. Volgens cliënt voldoet het plan hier niet aan . Cliént merkt in dit kader ook nog op dat het aantal woningen in de planregels niet is geborgd. In de toelichting op het ontwerp wordt ook aangegeven dat ofwel 6, 7 of 8 woningen gerealiseerd worden .

Daardoor meen ik dat het plan onzorgvuldig is opgesteld en dat de planregels het beoogde (Woonbeleids)programma , welke dat dan ook mag zijn, niet juridisch borgt. Het lijkt cliënt zorgvuldig en in lijn met de goede ruimtelijke ordening om het beoogde programma in de planregels te borgen .

Concentratie van commerciële voorzieningen In paragraaf 3.3.4 op de toelichting van het ontwerp wordt opgemerkt dat "Dit bestemmingsplan voorziet met het wegnemen van de detailhandelsbestemming in het uitgangspunt om concentratie van commerciële voorzieningen in toekomstbestendige centra te bevorderen en om verhuizingen uit centra naar andere locaties te voorkomen ." Cliënt meent dat het ontwerp juist tot gevolg heeft dat een commerciële voorziening (de bijbehorende bestemming) uit het centrum van het dorp wordt verwijderd . De voorziening ligt immers in de directe nabijheid van dokterspraktijk, fysio , kapper, Hoogvliet en Graanpakhuis. De raad heeft niet kenbaar overwogen dat de huidige voorziening niet ligt in de gewenste, toekomstbestendige winkelstructuur. Ook heeft de raad niet toegelicht waaruit de gewenste, toekomstbestendige winkelstructuur blijkt. Bovendien heeft de raad niet conform diens Beleid voor commerciële voorzieningen toegelicht of het bedrijf dat ter plaatse actief is beëindigd of verplaatst wordt en of een gesprek heeft plaatsgevonden over de achterblijvende locatie.

Pagina 4

Oossiernr 2G0.4 23.148671

Gebouw in straatbeeld In paragraaf 4.1.2 van de toelichting op het ontwerp wordt de in het ontwerp voorziene woonbebouwing op basis van een vergelijking met het Graanpakhuis, de Hoogvliet en de kerk als passend in de omgeving gekwalificeerd. Cliënt merkt hierover op dat woonbebouwing vergeleken dient te worden met aansluitende en omliggende woonbebouwing om te kunnen beoordelen of deze als passend in de omgeving kan worden gekwalificeerd. De nu betrokken bebouwing is niet vergelijkbaar en is niet de aansluitende en omliggende bebouwing. Bovendien zijn de genoemde gebouwen hoekbebouwing. Nu de bestaande woning behouden blijft, wordt het nieuwe woongebouw niet op de hoek gesitueerd, zodat niet vergeleken dient te worden met hoekbebouwing . De beoogde hoge bebouwing lijkt daardoor onlogisch en geforceerd. Cliént merkt op dat in de rest van het polderlint geen enkel bouwwerk van deze omvang is te vinden . Er wordt een te groot gebouw neergezet. Van een goede stedenbouwkundige inpassing is geen sprake. Hierbij dient de raad rekening te houden met het feit dat Vijfhuizen kwal ificeert als contrastdorp . De hoge woongebouwen aan de andere kant van het dorpspark/ het grasveld kunnen in de vraag of de geplande woonbebouwing past dus niet betrokken worden , omdat die hoge woongebouwen niet het beeld van het oud dorp bepalen .

Dat heeft dus ook te gelden voor de hogere won ingen aan de Stellinghof. Bovendien wordt de open structuur van het dorpspark door het ontwerp van drie kanten aangevallen . Het verstoort op grove wijze het aanzicht van het dorp en het doorzicht juist vanuit het dorpspark en de nieuwbouw van Pracht. Dat betekent dat heel veel omwonenden hinder zullen ondervinden in hun uitzicht en het aanzicht van hun leefomgeving. Een woonbestemming op de voorziene gronden is passend volgens cliënt, maar dan kleinschaliger. Uit de toelichting op het ontwerp en bijbehorende stukken blijkt niet dat er stedenbouwkundig advies is gevraagd, noch is dit stuk bij het ontwerp als bijlage gevoegd. Cliënt meent dat u onvoldoende heeft onderzocht en verantwoord dat de voorziene woonbebouwing passend is in de stedenbouwkundige structuur. Cliënt snapt in dit kader niet waarom uit is gegaan van de bestaande rooilijn van de winkelbebouwing . De te realiseren woningen (ruimte opslagplaats) zullen immers aan de Vijfhuizerweg liggen en aldaar hun voorgevel krijgen. Daardoor lijkt het meer vanzelfsprekend om de voorgevelrooilijn van de woningen aan de Vijfhuizerweg te volgen . Daarmee moet wel worden voorkomen dat het gehele gebouw naar achteren schuift, omdat de hoogbouw dan meer in het zicht komt via de ramen in de achtergevel van de woning van cliënt en vanuit de achtertuin.

Bergingen en bouwwerken, geen gebouw zijnde Volgens de planregeling zijn bergingen uitsluitend toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - bergingen'. Volgens de verbeelding kunnen 3 bergingen worden gerealiseerd. Op de verbeelding is een maximale bouwhoogte van 3 meter opgenomen . Dit heeft tot gevolg dat de achtertuin , behorende bij het nieuw te realiseren appartementencomplex, voor meer dan 50% kan worden bebouwd . Deze planopzet geeft geen blijk van ruimtelijke kwaliteit en acht cliënt in strijd met een goede ruimtelijke ordening. C liënt merkt verder op dat in de planregels enkel regels zijn opgenomen voor bergingen en bouwwerken , geen gebouw zijnde. Cliënt merkt op dat u in het bestemmingsplan geen definitie hebt opgenomen van het begrip "berging". Cliënt vraagt zich af waarom u niet het begrip "bijgebouw" of "bijbehorend bouwwerk" hebt gebruikt, al dan niet in combinatie met het begrip "vrijstaand" of "aangebouwd". De planregel is door het gebruik van het woord "berging" rechtsonzeker, omdat het gebruik van dit begrip niet uitsluit dat ook andere bijgebouwen die niet kwalificeren als "berging" in de achtertuin gerealiseerd kunnen worden (terwijl het bestemm ingsplan hier dan geen regels voor geeft en dergelijke gebouwen dus zij n toegelaten , vergelijk ECLl:NL:RBNHO:2023:8744, r.o. 5.3.1).

In dit kader merkt cliënt ook op dat onduidelijk is wanneer bouwwerken , geen gebouw zijnde , wel of niet zijn toegelaten. De planregel is rechtsonzeker nu verwezen wordt naar "situaties" die genoemd worden in "de bij deze regels behorende bijlage". Onduidelijk is op welke bijlage gedoeld wordt en op welke situaties gedoeld worden .

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=70a35f21-1757-4c0f-b94d-fc41a223bbdc