CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2-14 Achtergrondrapport MER GroenBlauw

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 6 april 2023, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV (GEHEIME BIJLAGE) PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage (MER) (7225811)33.604 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21

projectnummer 0417636.109 definitief 10 december 2021

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21

projectnummer 0417636.109 definitief 10 december 2021

Auteurs S. van Dijk P. de Hoop C. Schellingen P.J. Verhoeven

datum vrijgave

beschrijving revisie definitief

gecontroleerd A.C. Oerlemans

vrijgave J.J. Verhoeven

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Plangebied Leeswijzer

1 1 1

2

Voorgenomen ontwikkeling

3

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Masterplan Algemene beschrijving voornemen Doelstellingen PARK21 Referentiesituatie Te onderzoeken varianten Verbeterd Droogmakerij Systeem

3 5 7 8 10 17

3

Ecologie en biodiversiteit

24

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Inleiding Referentiesituatie Effecten Biodiversiteit versterken Streefbeeld natuur voor het plangebied

24 24 34 41 42

4

Klimaatadaptatie en water

52

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Inleiding Onderzoeksmethodiek Referentiesituatie Effecten Conclusies, optimalisaties en aanbevelingen

52 52 57 72 89

Bijlage 1 Natuurtoets (los document) Bijlage 2 Beleidskader Blauw Bijlage 3 Monitorings- en toetsingsplan Uitvoeringsontwerp depot Meergrond Bijlage 4 Second opinion terreinophoging Meergrond

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Gemeente Haarlemmermeer werkt aan de ontwikkeling van PARK21: een park voor iedereen, met ruimte voor sport, recreatie, ontspanning, groen en landbouw. Het park met een omvang van 1.000 hectare ligt tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en wordt een groot en gevarieerd parklandschap, openbaar toegankelijk voor publiek. Er is ruimte voor activiteiten bij de boer, allerlei soorten sport en spel, cultuur, ontspanning, een recreatieplas, groen en weides, wandel- fiets- en skatepaden, horeca, evenementen en dagrecreatie. PARK21 wordt een park voor mensen uit Haarlemmermeer, de regio en verder. Een deel van PARK21 is al vastgelegd in een bestemmingsplan en gerealiseerd. Voor de verdere ontwikkeling van PARK21 is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Dat bestemmingsplan vormt de formele, juridisch-planologische vertaling om de ambities en kaders uit het Masterplan PARK21 mogelijk te maken. Vanwege de omvang van deze ontwikkeling heeft de gemeente Haarlemmermeer besloten de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r. met kleine letters) te doorlopen. Voor de m.e.r. worden diverse milieu- en gebiedsonderzoeken uitgevoerd. Dit rapport richt zich op de groenblauwe thema’s: natuur, water en klimaatadaptatie.

1.2

Plangebied Het plangebied voor PARK21 ligt tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep. Het gebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Noordelijke Randweg, aan de oostzijde door de A4, aan de noordzijde door de Bennebroekerweg en aan de westzijde door de Drie Merenweg. Het gebied is ten behoeve van de oriëntatie ingedeeld in zes zones, die op onderstaande figuur zijn aangeduid. Een gedeelte van zone 1 en 2 is reeds gerealiseerd. In hoofdstuk 2 wordt de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied nader toegelicht.

Figuur 1.1: Plangebied PARK21

1.3

Leeswijzer In dit rapport zijn de onderzoeksresultaten van de aan duurzaamheid gerelateerde thema’s weergegeven. Het rapport is als volgt opgebouwd: • In hoofdstuk 2 is de voorgenomen ontwikkeling (inclusief voorgeschiedenis en doelstellingen) beschreven; Blad 1 van 90

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

• • •

In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op ecologie en biodiversiteit In hoofdstuk 4 bevat een analyse over water en klimaatadaptatie in het plangebied Daarnaast zijn er vier bijlagen opgenomen: de natuurtoets (in een los document), het beleidskader ten aanzien van blauw en twee documenten waarin de effecten van de aanpassingen aan het Depot Meergrond nader beschouwd zijn.

Dit rapport vormt met de achtergrondrapportages Ondergrond, Duurzaamheid en Milieu & Gezondheid, het verkeersonderzoek en enkele andere gebiedsonderzoeken de inhoudelijke basis voor het milieueffectrapport PARK21.

Blad 2 van 90

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

2

Voorgenomen ontwikkeling

2.1

Masterplan PARK21 wordt al aan het eind van de vorige eeuw in beleidsstukken genoemd. In 2011 is een masterplan opgesteld, waarvan in 2016 de uitvoeringsstrategie herijkt is.

Figuur 2.1: Masterplan PARK21, beeld 2016

Masterplan In het Masterplan en de Herijking uitvoeringsstrategie PARK21 zijn de hoofdstructuren van de gebiedsontwikkeling beschreven en de kaders voor de ontwikkeling en de strategie voor de realisering opgenomen. PARK21 is een organische gebiedsontwikkeling, die ruimte geeft aan afzonderlijke initiatiefnemers waarbij het kan gaan om zowel tijdelijke als permanente vormen van gebruik en ontwikkeling. Er is sprake van een landschappelijke ‘stip op de horizon’ waarin de hoofdstructuren van de ontwikkeling zijn bepaald. Ontwikkeling vindt plaats per kavel op initiatief van de gebruiker, de eigenaar of andere private partijen. De initiatiefnemers ontwikkelen en creëren binnen de kaders van het Masterplan het uiteindelijke eindbeeld. De gemeente geeft haar visie, ambities, randvoorwaarden en kaders (ruimtelijk, functioneel en financieel) bij de planologische uitnodiging mee via het bestemmingsplan (uitnodigingsplanologie). Tevens zet de gemeente met de beschikbare en gereserveerde publieke middelen zich in op het realiseren van de basisstructuur. De basisstructuur bestaat uit de hoofdontsluiting(en), een deel van de waterplas, met aanliggend parkhart, en een retentiebekken als onderdeel van het duurzame watersysteem. Deze basisstructuur is een vliegwiel voor verdere investeringen uit de markt.

De ontsluiting maakt dat functies hier op kunnen aanhaken, laat zien dat de transformatie daadwerkelijk vorm krijgt en creëert een geconcentreerde stroom van gebruikers. Deze basisstructuur wordt de prioritaire structuur genoemd en zal minimaal 175-180 hectare omvatten als parklaag met parkkamers (bijvoorbeeld voor het Parkhart als icoonproject).

Blad 3 van 90

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Figuur 2.2: Prioritaire structuur (conform herijking Masterplan)

Botsproeven In het kader van de planvorming is een aantal “botsproeven” uitgevoerd in voorbereiding op het opstellen van het MER en het bestemmingsplan. In deze botsproeven is de haalbaarheid van het masterplan onderzocht door middel van globale berekeningen voor verschillende milieuthema’s. Hieruit kwam naar voren dat de initiële voorgenomen ontwikkeling tot grote (lastig oplosbare) knelpunten leidt. De botsproeven hebben aangetoond dat de voorgestane ontwikkeling verkeerstechnisch niet haalbaar was en de doorgang van andere gebiedsontwikkelingen in de gemeente onevenredig zou belemmeren. Naar aanleiding van deze botsproeven heeft in 2020 een ambtelijke verdieping plaatsgevonden op de initiële voorgenomen ontwikkelingen binnen de kaders voor de planvorming conform de herijking 2016. Enerzijds om een aantal knelpunten te voorkomen en anderzijds om het plan van andere accenten en een aangepaste transformatiestrategie te voorzien, die beter aansluiten bij de actuele ambities van de gemeente Haarlemmermeer. De grootschalige leisure waarvan in eerdere plannen sprake was en het totale programma voor PARK21 zijn daarbij afgeschaald.

De nadruk is komen te liggen op een groen-recreatieve basisinrichting waarin opgenomen, met daarin de wenselijke groenblauwe dooradering van het gebied en de recreatieve verbindingen voor langzaam verkeer tussen de kernen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en een recreatieve langzaam verkeer verbinding oost-west. Daarin hebben icoon onderdelen als het parkhart en recreatieplas, retentiebekken (ook polderuiterwaarden genoemd) en VDS een plaats. Daarnaast wordt ruimte geboden voor leisure voorzieningen die het park versterken zonder het verkeersnetwerk te overbelasten of voor een onevenredig grote milieu-impact zorgen. De aspecten van het herijkte masterplan - de drie lagen, de prioritaire structuur, de uitgangspunten met betrekking tot organische ontwikkeling en de brede doelstellingen - zijn overeind gebleven. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt het actuele planvoornemen beschreven, dat dient als uitgangspunt voor het MER en de bijbehorende onderzoeken. Dit planvoornemen bevat een grote mate van flexibiliteit, zodat er ruimte is voor optimalisatie gedurende de planvorming en realisatie van deelprojecten. Deze optimalisatie wordt gezocht door het MER strategisch in te zetten en nadrukkelijk te gebruiken om randvoorwaarden en spelregels te ontwikkelen voor de transformatie van het gebied.

Deze randvoorwaarden en spelregels zullen worden vertaald in een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte (hierna: bestemmingsplan), dat zowel de realisatie van een prioritaire structuur van 175-180 hectare op korte termijn als de verdere organische groei van PARK21 zal begeleiden.

Blad 4 van 90

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

2.2

Algemene beschrijving voornemen Met PARK21 maakt Haarlemmermeer een groot en gevarieerd landschap om te recreëren, te verblijven en te ondernemen, voor nu en in de toekomst. PARK21 is de nieuwe achtertuin voor bewoners, een bijzondere schakel in de regionale groenstructuur, een nieuw landschap, een manier om Haarlemmermeer en haar cultuurhistorie méér gezicht te geven. Realisatie gebeurt ten dele traditioneel door de gemeente en voor een belangrijk deel in samenwerking met initiatiefnemers. De overheid faciliteert, geeft kaders mee en nodigt initiatiefnemers uit om met concrete plannen te komen. Zo groeit het park organisch richting het indicatieve eindbeeld. Het park wordt opgebouwd uit drie lagen: de polderlaag, de parklaag en de leisurelaag. De lagen vullen elkaar aan, lopen in elkaar over, maar verschillen ook duidelijk. • De polderlaag houdt het bestaande open polderlandschap met zijn linten zichtbaar en herkenbaar, het verankert het park in de cultuurhistorie. Tevens biedt het ruimte voor transformatie naar kringlooplandbouw en verbrede stadslandbouw. • De parklaag is een toegankelijke recreatieve groenstructuur die zorgt voor samenhang en verbinding in PARK21.

Hier ligt het recreatieve netwerk van wandel-, fiets-, skate- en ruiterpaden en is ruimte voor sport, spel en voorzieningen, maar vormt ook de groen/blauwe verbinding die gelegd wordt tussen gebieden en draagt bij aan de biodiversiteit. • De leisurelaag biedt (commerciële) duurzame educatieve en/of recreatieve voorzieningen. Deze voorzieningen worden landschappelijk ingepast in de groene omgeving en versterken, verbreden en vergroten de parklaag. Drie sferen PARK21 bestaat uit drie sferen die van west naar oost verschillen. In het westelijk deel overheerst de parksfeer rondom de recreatieplas en het parkhart; in het middendeel rondom de Hoofdvaart bepaalt de landbouw de sfeer en in het oostelijk deel zijn de vrijetijdsvoorzieningen (de leisure) en polderlaag prominent aanwezig. Binnen het park verkleurt de verhouding tussen de drie lagen van west naar oost. In zone 1 en 2 ligt de nadruk op de parklaag met daarbinnen kleinere parkkamers en een centrumgebied rondom de recreatieplas en het parkhart. De nadruk ligt op (water)sport en ontspanning en recreatie met een lokaal/regionaal bezoekersprofiel. In zone 3 en 4 is de polderlaag omvangrijker en ligt in de leisurelaag de nadruk op innovatie, educatie, ontspanning en cultuur. Verder naar het oosten worden de parkkamers groter en vergroot het verzorgingsgebied steeds verder van lokaal naar nationaal.

In zone 5 is ook ruimte voor leisurefuncties met een groot nationaal verzorgingsgebied. Deze functies kunnen ook in deeltijd aanwezig zijn, zoals bij een evenementenlocatie. In zone 6 is met name landbouw in de polderlaag aanwezig.

Blad 5 van 90

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Figuur 2.3: Streven zonetypering PARK21

Prioritaire structuur PARK21 is als park een verbindende groenstructuur met de prioritaire structuur van minimaal 175180 hectare als groen/blauwe ruggengraat met een ambitie om door te groeien tot een parklaag van circa 360 hectare. De prioritaire structuur geeft invulling aan de minimale doelstellingen en ambities achter PARK21. Het realiseert de groenblauwe oost-west verbinding en een kwalitatief verblijfsgebied dat Nieuw Vennep en Hoofddorp verbindt. Het nodigt uit om vanuit de kernen het park en polderland te verkennen en biedt plaats aan een robuust toekomstbestendig watersysteem. Dit komt alleen tot wasdom als de prioritaire structuur als aaneengesloten gebied wordt gerealiseerd van voldoende kwaliteit. Door het inrichten van de prioritaire structuur wordt een vrij openbaar toegankelijke, recreatieve, parkomgeving gecreëerd met voldoende aantrekkingskracht en belevingswaarde. Er ontstaat dynamiek omdat mensen uit Haarlemmermeer er graag recreëren. De dynamiek vormt een potentieel voor nieuwe ondernemers (zowel profit als non-profit). Met de komst van de ondernemers ontstaat de basis voor een verdere versterking en groei van het park. De prioritaire structuur verbindt op deze wijze de parklaag met de leisurelaag. In de onderstaande figuren is de prioritaire structuur indicatief weergegeven.

Om deze in samenhang en aaneengesloten te kunnen ontwikkelen heeft de gemeente Haarlemmermeer diverse posities minnelijk verworven, namelijk: • zone 1 (reeds gerealiseerde deelgebied 1), • zone 3 (locatie Groot Vennep), • zone 5 (locatie MeerGrond) • zone 6 (locatie PARKlanden). Grote ontbrekende schakels zijn zones 2 en 4, waar nog noordelijke en zuidelijke opties mogelijk zijn. Afhankelijk van de invulling van deze schakels, zouden er nog kleinere verbindende schakels tussen de deelgebieden ontstaan die op dit moment nog onduidelijk zijn.

Blad 6 van 90

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Figuur 2.4: Indicatieve prioritaire structuur (boven), met opties voor zone 2 (links, boven optie 2A, onder optie 2B) en zone 4 (rechts, boven optie 4A, onder optie 4B)

2.3

Doelstellingen PARK21 Met PARK21 is het de ambitie om te voorzien in: • de lokale behoefte aan recreatiemogelijkheden, kwantitatief, maar ook kwalitatief. Het verbindt de kernen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en zorgt voor een krachtige, groene en recreatieve oost-west verbinding door de polder; • het samenbrengen van stad en platteland, burgers en boeren. Gebruikmakend van de ligging in een dichtbevolkt gebied en de recreatieve aantrekkingskracht van het park ontstaan zo nieuwe perspectieven voor de landbouw; • het tot ontwikkeling brengen van recreatieve en toeristische functies, voor inwoners uit Haarlemmermeer, maar ook voor regionale, nationale en wellicht internationale bezoekers; Blad 7 van 90

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

•

een voorbeeld project op gebied van duurzaamheid met o.a. als belangrijke inzet het streven naar verduurzaming van het watersysteem in het gebied om klimaatveranderingen, verzilting en voldoende zoetwater het hoofd te kunnen blijven bieden in de toekomst. De ambitie en de opgave om park-, polder-, en leisurelaag te realiseren zijn vertaald in nadere doelstellingen als richtkader voor onder andere het MER-onderzoek. De doelstellingen zijn in de volgende alinea’s verwoord, waarbij onderscheid is gemaakt in een hoofddoelstelling en nevendoelstellingen. De hoofddoelstelling voor PARK21 is: PARK21 realiseert een parklaag als grootschalige groenvoorziening tussen Hoofddorp en NieuwVennep, die bestaat uit minimaal 175-180 hectare prioritaire, openbaar vrij toegankelijke groenstructuur. Dit hoofddoel van PARK21 verbindt een tweetal nevendoelstellingen die randvoorwaardelijk zijn voor een evenwichtige, toekomstbestendige en volwaardige transformatie naar een multifunctioneel recreatief gebied. Deze nevendoelstellingen zijn: • De polderlaag biedt perspectief voor transitie van de landbouw zodat de landbouwsector in PARK21 ook op de lange termijn een belangrijke plek kan behouden. • De leisurelaag biedt een duurzame stimulans voor het doorgroeien van PARK21. De volledige doelstellingen zijn opgenomen in het hoofdrapport van het MER.

2.4

Referentiesituatie In het milieueffectrapport wordt de plansituatie (inclusief ontwikkeling) vergeleken met de referentiesituatie. De plansituatie is de situatie na uitvoering van de plannen in een vooraf bepaald referentiejaar. De referentiesituatie is de situatie zonder planontwikkeling, in dat jaar. Die wordt bepaald door de huidige situatie inclusief de trends en ontwikkelingen, die plaats zullen vinden gedurende de planperiode, zonder dat daarvoor nieuwe ruimtelijke besluiten noodzakelijk zijn. Door de plansituatie en referentiesituatie met elkaar te vergelijken ontstaat een duidelijk beeld van de effecten die ook daadwerkelijk het gevolg zijn van het plan. In deze paragraaf wordt de referentiesituatie samengevat, een uitgebreide toelichting is opgenomen in het hoofdrapport. De plansituatie wordt in twee scenario’s, te weten de basisvariant en de maximale variant onderzocht. Er is gekozen voor deze twee varianten omdat beide het uiterste beschrijven van de ontwikkelingsmogelijkheden binnen de gegeven doelstellingen en kaders. De twee varianten beschrijven daarmee de twee uitersten van de ontwikkeling van PARK21. Omvang transformatiegebied Een deel van PARK21 in zones 1 en 2 is al opgenomen in het bestemmingsplan “Nieuw-Vennep PARK21 deelgebied 1” (2012) en de beheersverordening “Haarlemmermeer 2014” (2014) . Dit deel van het park is ook al aangelegd en in gebruik genomen.

In het milieueffectrapport worden de effecten van de realisatie van het resterende deel van PARK21 onderzocht, omdat deelgebied 1 tot de autonome situatie behoort. De doelstellingen voor PARK21 en de beoogde verdeling tussen de park-, polder- en leisurelaag gelden echter voor het gehele gebied. De totale oppervlakte van het plangebied is 1019 hectare. Daarvan beslaat aanwezige infrastructuur (spoorwegen, wegen en vaarten) in totaal 57 hectare. De omvang van het reeds getransformeerde gedeelte is 84 hectare. Het plangebied waar het MER direct betrekking op heeft is de resterende 878 hectare.

Blad 8 van 90

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Figuur 2.5: Schets huidige situatie (noordelijk deel zone 1 en 2)

Planjaar De plantermijn van het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte dat voor PARK21 wordt opgesteld is 20 jaar. De ontwikkeling van de basisvariant (zie paragraaf 3.4 voor een nadere beschrijving van de te onderzoeken varianten) wordt echter voorzien voor 2030. Als planjaar voor de basisvariant wordt daarom 2030 gehanteerd. Voor de ontwikkeling van de maximale variant is in principe 2040 het planjaar. Vanwege de onzekerheid over (onder andere) maatschappelijke, technologische en klimatologische trends is het lastig om voor een dergelijke lange plantermijn concrete uitspraken over milieueffecten te willen doen. Bovendien speelt mee dat de exacte ontwikkeling van PARK21 nog onzeker is en daarmee ook de effecten. Het is goed denkbaar dat de transformatie van PARK21 eerder “afgerond” is dan het eindjaar 2040. Een dergelijk eindbeeld bevindt zich tussen de varianten in, ook qua milieueffecten. Voor het MER staat het op hoofdlijnen in beeld brengen van worst case effecten en het bepalen van noodzakelijke randvoorwaarden en spelregels centraal. Verkeersstructuur Haarlemmermeer is een dynamische gemeente met vele vraagstukken en opgaven die in samenhang gerealiseerd worden. Wonen, verkeer en recreëren moeten hand in hand oplopen, zonder elkaar daarbij te belemmeren.

Het is een opgave gebleken om in het bestaande verkeersnetwerk toekomstige woningbouwopgaven én PARK21 gezamenlijk inpasbaar te maken tot 2030 en tussen 2030 en 2040. Uit de in 2020 uitgevoerde verkeersonderzoeken is gebleken dat tot 2030, met een aantal autonome, kleinschalige verkeersnetwerkaanpassingen, voldoende verkeersruimte voor de start van PARK21 ontstaat, naast de beoogde woningbouw en bedrijventerreinenontwikkelingen. Na 2030 is een structurele uitbreiding van de infrastructuur noodzakelijk om de toename van verkeer in de toekomst te kunnen faciliteren. De autonome verkeersmaatregelen voor 2030 zijn zonder ruimtelijke procedures toe te passen. Voor de grote aanpassingen richting 2040 moeten nog wel besluiten worden genomen. Dit is een van de redenen dat in het MER een basisvariant wordt onderzocht, met planjaar 2030, en een maximale variant met planjaar 2040. Van deze maximale variant is op voorhand duidelijk dat de uitvoerbaarheid afhankelijkheid is van de infrastructurele maatregelen, die in feite een raakvlakproject vormen. Dit vraagt om een goede voorwaardelijke regeling in het bestemmingsplan verbrede reikwijdte PARK21. Dit sluit echter goed aan bij de voorgenomen organische ontwikkeling van PARK21, waarbij naast de initiatieven die zich aandienen, ook de ontwikkelruimte die op een gegeven moment beschikbaar is bepalend is voor de snelheid van transformatie.

Referentiesituatie 2030 Voor de autonome situatie 2030 wordt uitgegaan van de ontwikkeling van een deel van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in Haarlemmermeer. Om rekening te houden met een ontwikkelingen in verschillende planfasen, sommige zeker en sommige minder zeker, mee te Blad 9 van 90

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

wegen is ter indicatie een globaal programma opgenomen. Hoewel deze nog niet allen juridischplanologisch zijn vastgelegd, is er voor PARK21 voor gekozen om in alle gevallen rekening te houden met het doorgaan van deze ontwikkelingen. Op deze wijze wordt voorkomen dat PARK21 op voorhand de ontwikkeling van woningbouw en bedrijventerreinen beperkt. Referentiesituatie 2040 Voor de effectbeoordeling van de maximale variant wordt uitgegaan van de realisatie van een aantal infrastructurele maatregelen zoals hiervoor beschreven. Een tweede uitgangspunt is dat de ontwikkeling van de prioritaire structuur heeft plaatsgevonden voor 2030. Daarnaast wordt rekening gehouden met de realisatie van diverse ruimtelijke ontwikkelingen.

Raakvlakprojecten en relevante trends Naast de hiervoor genoemde projecten, die onderdeel uitmaken van de referentiesituatie voor 2030 respectievelijk 2040, zijn de volgende raakvlakprojecten voor PARK21 relevant: • Opwaardering van de Nieuwe Bennebroekerweg en andere infrastructurele ingrepen in gemeente Haarlemmermeer (zie ook 3.3.1); • Luchthavenindelingbesluit Schiphol / herverdeling luchtruim; • Mogelijkheid tot doortrekken van de Noord-Zuidlijn in de Haarlemmermeer; Belangrijke trends met impact op (de milieueffecten van) PARK21 zijn onder meer: • Klimaatverandering; • De energietransitie en het landelijke en regionale beleid dat daarvoor ontwikkeld is en wordt; • Demografische ontwikkelingen, zoals vergrijzing en veranderende huishoudensomvang; • De ontwikkelingen en mogelijke transitie in de landbouwsector; • De achteruitgang van biodiversiteit en ecologische waarden; • Technologische ontwikkelingen, met gevolgen voor emissies, grondstofgebruik en afvalproductie; • Mobiliteitsontwikkelingen (deelvoertuigen, zelfrijdende voertuigen etc.); • Verandering van de maatschappelijke behoefte aan (specifieke typen) recreatiegebieden, bijvoorbeeld de groei van het aantal evenementen en de behoefte aan meer sporten en bewegen in de buitenlucht; • De (maatschappelijke) impact van de Covid-19 pandemie.

2.5

Te onderzoeken varianten De doelstellingen, voorgeschiedenis, eigendomsverhoudingen en interne botsproeven met specialisten hebben invulling gegeven aan een uitwerking van het planvoornemen op hoofdlijnen. De totale omvang van PARK21, exclusief infrastructuur, is ca. 960 hectare. Op basis van de doelstellingen in paragraaf 3.2 is het streefeindbeeld een verdeling van 1/3 – 1/3 – 1/3, maar geldt dat dit voor de polderlaag en parklaag een minimum is en voor de leisurelaag een maximum. Er is dan ook een bandbreedte aan eindsituaties mogelijk, die voldoen aan dit streven. Er worden twee planvarianten onderscheiden die in het MER worden onderzocht: een basisvariant en een maximale variant. De basisvariant bestaat uit de prioritaire structuur inclusief ontwikkelruimte voor initiatieven. De realisatie van dit deel van het voornemen is voor 2030 voorzien en wordt in het bestemmingsplan direct mogelijk gemaakt (met flexibiliteit). Omdat de transformatie, los van de prioritaire structuur, nog onzeker is, zowel qua verloop als qua invulling, zijn er tal van eindbeelden mogelijk. Met de maximale variant wordt een indicatieve maximale invulling van PARK21 in 2040 onderzocht die aansluit bij de nu voorziene kaders voor PARK21, te denken valt bijvoorbeeld aan een zone-indeling voor functies, de doelstellingen per laag en de Blad 10 van 90

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

complete ontwikkeling volgens de verdeling 1/3 parklaag, 1/3 leisurelaag en 1/3 polderlaag. Met deze hypothetische invulling worden de worst case milieueffecten onderzocht. In de volgende paragrafen worden eerst de uitgangspunten beschreven die voor beide varianten gelden. Vervolgens worden de programmatische en ruimtelijke kaders per variant behandeld.

2.5.1

Algemene uitgangspunten De ontwikkelstrategie van PARK21 draait om samenwerking van partijen. De gemeente creëert condities, stimuleert en begeleidt. Publiek/private samenwerking is noodzakelijk voor het waarmaken van de recreatieve ambities. Speciale doelgroep hierbij zijn de huidige agrariërs die mogelijkheden krijgen geboden en gefaciliteerd worden door de gemeente om in de polderlaag te komen tot agrarische transformatie met kansen op verbreding in relatie tot de stad en de omringende parkontwikkelingen (productverkoop, bed&breakfast, zorg, etc). Een belangrijke voorwaarde voor het welslagen is dat de ontwikkeling niet alleen van buiten wordt geïnitieerd, maar ook door de sector zelf gedragen wordt. Wegens de focus op ontwikkeling op basis van private initiatieven vormt de kavelgewijze ontwikkeling het uitgangspunt (in plaats van een ontwikkelingsstrategie per deelgebied), waarbij het niet zeker is welke kavel op welk moment transformeert. Parkkamers Omsloten door de parklaag worden parkkamers gerealiseerd, waar ruimte is voor initiatieven die verenigbaar zijn met de doelen van PARK21. De invulling van een deel van deze parkkamers is al concreter uitgewerkt. Nabij de toekomstige HOV-halte op de Zuidtangent worden, in zone 2 een parkhart en een recreatieplas aangelegd.

Ten oosten van de Zuidtangent, in zone 3, wordt verwacht dat een educatieve proeftuin kan worden gerealiseerd en ten zuiden daarvan een polderuiterwaarde. In de overige zones worden eveneens parkkamers gerealiseerd, waar verschillende typen initiatieven een plek kunnen krijgen. Parkhart Het Parkhart is een drager van de recreatieontwikkeling, welke ontwikkeld kan worden tot een centrum voor buitenrecreatie en outdoor activiteiten, gecombineerd met horeca en indoor voorzieningen nabij de recreatieplas. Recreatieplas In PARK21 is een recreatieplas voorzien. De plas krijgt een recreatieve (zwemwater)functie. Over de randvoorwaarden en ontwerpuitgangspunten is overeenstemming tussen gemeente en hoogheemraadschap. De wijze waarop de plas wordt gevoed (regenwater, boezem of VDS) wordt op basis van de resultaten in het MER bepaald. De plas krijgt een eigen peil en mag onder reguliere omstandigheden 50 cm fluctueren (seizoensfluctuatie). Ontwikkelingen in de linten In PARK21 wordt in ontwikkelruimte in de linten voorzien als onderdeel van de polderlaag. De ontwikkelruimte is verspreid over de agrarische erven in het plangebied. De ontwikkelruimte gaat gepaard met de transformatie van het agrarisch gebied naar polderlaag conform de doelstellingen die voor deze laag gelden.

Op de erven wordt ruimte geboden voor verbreding van de agrarische bedrijven, met bijvoorbeeld een vergadercentrum, B&B of kleinschalige horeca en detailhandel. Verbeterd droogmakerij systeem Het VDS is een vorm van flexibel peilbeheer. Het gebied krijgt een waterpeil met een bandbreedte. De bovengrens van deze bandbreedte wordt gevormd door het peil van de polderboezem. De Blad 11 van 90

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

ondergrens ligt waarschijnlijk iets boven het oorspronkelijke zomerpeil van de vakbemaling.. Als het water boven het maximale peil komt stroomt het water het gebied uit, de polderboezem in. Uitgangspunt voor PARK21 is dat het VDS wordt toegepast in de park- en leisurelaag en op vrijwillige basis in de polderlaag. Meer informatie over het VDS is te vinden in paragraaf 2.6. Retentiebekken (polderuiterwaarde) In het plangebied van PARK21 bestaat de wens om ten behoeve van een robuust watersysteem dat water kan bergen ten tijde van piekbuien extra waterbergend oppervlak nodig. Deze extra compensatie kan gedeeltelijk worden gezocht in de toename van het wateroppervlak en het bewust aanleggen of gebruiken van reeds lage delen die door onderlopen bij een peilstijging een bijdrage levert aan de bergingscapaciteit. In zone 3 wordt hiervoor een polderuiterwaarde (retentiebekken) ingericht. Het retentiebekken is geprojecteerd in het zuiden van zone 3 op een deel met laag maaiveld op een actuele hoogte van ca NAP -5,67 m. Ophoging en inrichting Zowel de parklaag als de parkkamers worden gedeeltelijk opgehoogd. Voor de ophoging wordt uitgegaan van een ophoging ten opzichte van het bestaande maaiveld van gemiddeld 2 meter voor de parklaag en 0,25 meter voor de parkkamers. De parklaag varieert van 0 tot 4 meter in hoogte.

In het plangebied is een baggerslibdepot aanwezig (in zone 5), waar afgeweken zal worden van deze hoogtes. Aan deze locatie wordt een landschappelijke invulling gegeven met een landmark op een heuvel, waarmee tevens de verbinding over het spoor kan worden gemaakt. De verbindende parklaag heeft een variabele breedte van 65 tot 115 meter. Hieronder zijn principeprofielen opgenomen van de beoogde inrichting van de prioritaire structuur. Voor de parklaag is een concept beplantingsstrategie opgesteld, de ‘Leidraad groene bouwsteen’. Deze vormt een belangrijke leidraad bij de inrichting van de parklaag.

Figuur 2.6: Principe oplossing voor dwarsdoorsnedes prioritaire structuur (parklaag)

Infrastructuur In de prioritaire structuur wordt infrastructuur gerealiseerd in de vorm van de parkweg en fiets-, wandel- en ruiterpaden. De parkweg ontsluit de parkkamers in het westelijk deel op het Blad 12 van 90

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

omliggende wegennet. De parkweg is voorzien vanaf het honkbalstadion in zone 1 (waar het eerste stuk al is gerealiseerd) en loopt door zone 1 en 2 naar het oosten, aan de oostzijde van de Nieuwekerkertocht naar het zuiden en sluit ter hoogte van de Operaweg aan op de Noordelijke Randweg Nieuw-Vennep. Met deze weg ontstaat een ontsluitingsroute voor de parkkamers in de prioritaire structuur in zone 1, 2 en 3, zodat deze niet op de polderlinten (IJweg en Hoofdweg) hoeven te worden aangesloten. Met de bestaande ontsluitingsweg van het baggerdepot langs het spoor van noord naar zuid in zone 5 wordt ook in die zone voorkomen dat regulier verkeer vanuit de parkkamers wordt afgewikkeld op het polderlint (Rijnlanderweg). Deze bestaande parallelweg langs het spoor maakt in de toekomst in zone 5 ook een lus om het huidige baggerdepot heen, om als dienstweg te kunnen worden ingezet bij evenementen. De hoofdroute voor het langzaam verkeer slingert vanaf de Drie Merenweg door de zes zones tot de verzorgingsplaats langs de A4, waar deze aansluit op de bestaande parallelstructuur langs de A4 naar het noordoosten. In deze route worden een wandelpad, fietspad en ruiterpad gebundeld. Op de bestaande HOV-baan tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep door PARK21, wordt een nieuwe halte gerealiseerd ter hoogte van het parkhart.

2.5.2

Basisvariant De basisvariant bestaat uit circa 180 hectare prioritaire structuur in de vorm van parklaag met parkkamers, die in aanvulling op het reeds aangelegde deelgebied 1 als een verbinding tussen oost en west en tussen noord en zuid door PARK21 wordt gerealiseerd. Deze prioritaire structuur bestaat uit een parklaag die gedeeltelijk wordt opgehoogd en waarbinnen parkkamers worden gerealiseerd. Onderdeel van de basisvariant zijn een recreatieplas in zone 2 en een polderuiterwaarde in zone 3, alsmede de totale verbinding tussen oost (Westeinderplassen) en west (duingebied). Ook wordt binnen de prioritaire structuur het verbeterd droogmakerij systeem (VDS) toegepast. Voor de ontwikkeling van de basisvariant, zal ook een gedeeltelijke transitie van het huidige landbouwgebied kavelgewijs plaats vinden. Naast verandering van landbouw naar park en leisure (parkkamers) is er ook sprake van transitie van huidige landbouw naar multifunctionele landbouw. Als voorbeeld wordt de boerderij ‘Kleine Vennep’ genoemd die reeds transformeert naar een landgoed met verbrede mogelijkheden. In totaal, inclusief deelgebied 1 en de getransformeerde polderlaag, ontstaat een ontwikkeling van meer dan 300 hectare binnen PARK21 door het realiseren van de basisvariant.

In de onderstaande figuur is een indicatieve uitwerking van de prioritaire structuur opgenomen, waarbij zowel in zone 2 als zone 4 een zuidelijke optie is gekozen. Dit is de worst case invulling van de prioritaire structuur, doordat in de zuidelijke varianten landschappelijk meer ruimte mogelijk wordt geacht aan leisure activiteiten. Door rekening te houden met de maximale invulling van parkkamers met leisurevoorzieningen, wordt er rekening gehouden met de maximaal te verwachten milieueffecten.

Blad 13 van 90

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Figuur 2.6: Indicatieve prioritaire structuur (zuidelijke variant in zone 2 en 4)

Parkkamers Naast het parkhart en een mogelijke educatieve proeftuin kan er nog ca. 80 hectare aan parkkamer gecreëerd waar leisurevoorzieningen een plek kunnen krijgen. In totaal gaat het om maximaal 100 hectare als worst case voor de milieueffectbeoordeling. De invulling van de parkkamers moet passen bij en liefst bijdragen aan de doelstellingen van PARK21. De thematische typering per zone is een streven voor het eindbeeld. In de onderstaande tabel zijn de uitgangspunten voor de basisvariant per zone opgenomen. Met de uitgangspunten uit de tabel worden per gebiedsonderzoek (luchtkwaliteit, geluid, verkeer, etc.) worst case aannames gedaan over enerzijds de landinrichting (grondbalans en benodigde werkzaamheden) en anderzijds de emissies in de plansituatie, wanneer in alle parkkamers initiatieven zijn gerealiseerd. Er wordt bijvoorbeeld uitgegaan van de aanleg van minimaal 180 hectare prioritaire structuur, in plaats van 175 hectare, omdat nog niet zeker is hoe groot deze exact wordt. Voor de parkkamers wordt een maximaal oppervlak aan ontwikkelruimte aangehouden. Tabel 2.2: Uitgangspunten basisvariant (totale nieuwe ontwikkeling)

Zone 1

Zone 2

Zone 3

Zone 4

Zone 5

Zone 6

Typering zone

Sport en recreatie

Watersport en recreatie

20 ha

55 ha, inclusief ca. 25 ha recreatieplas

Landbouw, cultuur en educatie 25 ha

Landbouw en grootschalige recreatie 25 ha

Landbouw en park

Te realiseren prioritaire structuur

Landbouw, innovatie en educatie 50 ha

Blad 14 van 90

5 ha

Totaal

180 ha

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Ruimte voor functies Indicatie nieuwe functies

17 ha

37 ha

6 ha

20 ha

20 ha

-

Buitensportvoorzieninge n

Proeftuin met hotel, kenniscentrum

,(openlucht)museum.

Evenementenlocatie

-

Ontwikkel ruimte in de linten Indicatie nieuwe functies in de linten

1,5 ha

Watersport, vakantieresort, parkhart 3 ha

1,5 ha

1,5 ha

1,5 ha

3 ha

100 ha

12 ha

Verbrede agrarische activiteiten, zoals horeca, bed & breakfast, vergadercentra.

Wanneer een parkkamer niet of niet geheel wordt ontwikkeld, zal deze (gedeeltelijk) openbaar toegankelijk en daarmee onderdeel van de parklaag blijven. Wordt een parkkamer wel ontwikkeld, dan kan de parkkamer groter zijn dan sec de ontwikkelruimte, omdat bijvoorbeeld de landschappelijke afscheiding, ondersteunende voorzieningen en de infrastructuur om ruimte vragen. Circa 700 hectare van het plangebied (878 hectare minus 175-180 hectare prioritaire structuur) blijft in de basisvariant dezelfde functie behouden als dit nu heeft.

2.5.3

Maximale variant In de maximale variant wordt een indicatief eindbeeld van PARK21 gebruikt om de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te onderzoeken. In dit eindbeeld is geheel PARK21 getransformeerd, wat betekent dat het park bestaat uit een parklaag, een polderlaag en een leisurelaag in een 1/3-1/31/3 verhouding. In totaal is ca. 360 hectare aan recreatief groen gerealiseerd, inclusief de prioritaire structuur en deelgebied 1, dat tot de autonome situatie behoort. De polderlaag omvat minimaal 1/3 van het gebied, waar landbouw de hoofdfunctie blijft. Maximaal 1/3 wordt in parkkamers als leisurelaag met diverse recreatieve voorzieningen ingericht. De onderstaande tabel geeft de te onderzoeken variant weer voor de situatie zonder en met het reeds gerealiseerde gedeelte van PARK21. De omvang van de polderlaag en de parklaag is groter dan 1/3 per laag, van de leisurelaag is de omvang flink kleiner dan 1/3. De gehanteerde 175 hectare is het uitgangspunt voor de totale ontwikkelruimte voor functies in parkkamers. Wanneer een parkkamer niet of niet geheel wordt ontwikkeld, zal deze (gedeeltelijk) openbaar toegankelijk en daarmee onderdeel van de parklaag blijven.

Wordt een parkkamer wel ontwikkeld, dan kan de parkkamer groter zijn dan sec de ontwikkelruimte, omdat bijvoorbeeld de landschappelijke inpassing, ringwater als afscheiding en compensatie, ondersteunende voorzieningen en de infrastructuur om ruimte vragen. Voor de worst case benadering wordt uitgegaan van de aangegeven of ingeschatte indicatieve ontwikkelruimte per functie. Tabel 2.3: Verdeling lagen in maximale variant

Maximale variant Parklaag Polderlaag Leisurelaag

350 350 175

Inclusief deelgebied 1 400 370 190

Blad 15 van 90

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Totaal

875

960

In de bovenstaande tabel zijn de uitgangspunten per zone voor de maximale variant beschreven. Hierin wordt in totaal rekening gehouden met 350 hectare nieuw te realiseren parklaag, bovenop de bestaande 51 hectare in deelgebied 1, die deel uit maakt van de referentiesituatie. Hiermee wordt ruim voldaan aan het streven om meer dan 1/3 parklaag te realiseren. Er wordt rekening gehouden met in totaal 175 hectare aan ontwikkelruimte voor leisure in de parkkamers, in aanvulling op de 15 hectare die tot de referentiesituatie behoort. De rest van de beschikbare ruimte voor de leisurelaag (max 1/3 van het totaal) kan worden benut voor de ontsluiting en landschappelijke inpassing en de afscheiding middels water op het snijvlak van de leisure- en parklaag. De polderlaag zal met deze uitgangspunten nog circa 370 hectare beslaan. Afhankelijk van het verloop van de transformatie kan de polderlaag echter kleiner zijn. Voor enkele thema’s en in het bijzonder voor de landbouwsector is het van belang om naar de effecten te kijken wanneer de omvang van het totale agrarische gebied (polderlaag en/of voortzetting van de bestaande agrarische activiteiten) wordt teruggebracht tot 320 hectare, 1/3 van de totale 960 hectare. In de polderlaag wordt in totaal 21,5 hectare aan ontwikkelruimte voorzien voor verbrede agrarische activiteiten. Tabel 2.4: Uitgangspunten maximale variant

Blad 16 van 90

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Uitgangspunt verdeling lagen, maximale variant 100% 80% 60% 40% 20% 0% zone 1

zone 2

zone 3 Parklaag

zone 4

zone 5

Leisurelaag

Polderlaag

zone 6

Totaal

Zone 1

Zone 2

Zone 3

Zone 4

Zone 5

Zone 6

Typering zone

Sport en recreatie

Watersport en recreatie

39,5 ha

49 ha

Landbouw, cultuur en educatie 25 ha

Landbouw en grootschalige recreatie 45 ha

Landbouw en park

Ruimte voor functies Indicatie nieuwe functies

Landbouw, innovatie en educatie 16,5 ha

Wellness, horeca, scouting

Watersport, vakantieresort

Themapark/ experience

Grootschalige leisure

-

Ontwikkelruimte in de linten Indicatie nieuwe functies in de linten

5,5 ha

3 ha

Proeftuin met hotel, kenniscentrum 1,5 ha

7 ha

1,5 ha

3 ha

• •

-

Totaal

175 ha

21,5 ha

Verbrede agrarische activiteiten, zoals horeca, bed & breakfast, vergadercentra. Paardenpension in zone 4

In totaal wordt 525 hectare ingericht als parklaag of leisurelaag, met veel groen, water in de vorm van watergangen, polderuiterwaarde en recreatieplas(sen). Als worst case benadering wordt aangehouden dat 350 hectare wordt ingericht als groene parklaag met een significante ophoging, 135 hectare als parkkamer met een beperkte ophoging en 40 hectare als recreatieplas. Hiervan wordt de eerste 180 hectare aangelegd conform de uitgangspunten voor de basisvariant/prioritaire structuur in de periode tot 2030. De overige ontwikkelingen hebben een looptijd tot 2040.

2.6

Verbeterd Droogmakerij Systeem Het Verbeterd Droogmakerij Systeem (VDS) wordt in de basivariant en maximale variant aangelegd. Het VDS is een stap richting een klimaatbestendiger watersysteem waarbij meer ruimte voor water wordt geschept door watergangen aan te leggen en te verbreden. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van een vorm van flexibel peilbeheer. Hierbij is een maximaal en minimaal peil aangesteld, waarbinnen het peil natuurlijk en vrij kan fluctueren. Als het waterpeil buiten de bandbreedte dreigt te komen wordt water het gebied in- of uitgelaten, via de polderboezem. Blad 17 van 90

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Figuur 2.7: Verbeterd Droogmakerij Systeem in zomer- en winterperiode

Bij wateroverlast kan er onder vrij verval uitwisseling van bergend vermogen plaatsvinden in PARK21. In deze situatie ontstaat er druk op de polderboezem omdat veel water in korte tijd van gebieden elders opgepompt wordt. Binnen PARK21 wordt de mogelijkheid geboden om middels een stuw de polderboezem te ontlasten door het retentiebekken en het VDS als bergend vermogen te gebruiken. Randvoorwaarde van een duurzaam watersysteem is dat voor die delen van PARK21 waar een functiewijziging plaatsvindt, wordt overgegaan op het VDS met gemiddeld hogere oppervlaktewaterpeilen en meer dynamiek. Voor de blijvend agrarische gebieden in de polderlaag hebben de gemeente en Rijnland ook de voorkeur voor invoering van het VDS, maar voor deze gebieden geldt dat het eventueel overstappen van agrariërs van traditionele zomer-/winterpeilen naar VDS-peilen slechts plaatsvindt op basis van vrijwilligheid. Het VDS ontmoet het polderlandschap. Het agrarisch gebied blijft op het peilbeheer van peilvak 7.1, met een waterpeil van -6,47 mNAP in de zomer en -6,72 mNAP in de winter. Beide peilsystemen dienen gescheiden te opereren. Dat houdt in dat het huidige watersysteem van de vakbemalingen en het nieuwe VDS elkaar ontmoeten op de grens tussen park- en leisurelaag en de polderlaag. Hier worden beide systemen beleefd en vind tevens een strikte scheiding van de systemen plaats.

De watergangen met akkerbouw moeten verbonden blijven met het systeem van bemalen door vakgemalen Nieuw-Vennep en Bennebroekerweg. De park- en leisurelaag zal uitsluitend via de passage bij de Hoofdvaart (en mogelijk ook op de Bennebroekertocht als nevenverbinding) met de polderboezem zijn verbonden.

2.6.1

Hoe ziet VDS er in de prioritaire structuur uit? De huidige situatie kent verschillende peilvakken en het plangebied wordt doorsneden door infrastructurele verbindingen en buisleidingen. Deze omstandigheden bemoeilijken het creëren van één samenhangend systeem. Hieronder wordt per zone aangegeven welke concrete maatregelen nodig zijn om het huidige systeem om te vormen naar een systeem waar (deels) het VDS kan worden ingesteld. Daarbij wordt ook gekeken naar hoe om te gaan met: • een kavelgewijze (door)ontwikkeling Blad 18 van 90

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

• •

voedingspunten van het VDS het scheiden van het VDS van het huidige watersysteem

De dimensionering van de watergangen is gelijk aan de dimensionering van de primaire watergangen. Het profiel van een primaire watergang bij het laagste van het vakgebied is 7,0 meter op waterlijn, een diepte van 1,0 meter en met taludlijnen van 1:3. Flauwer kan ook als daar vanuit natuurdoelen aanleiding voor is, mits dit kan in verband met opbarsten. Echter de ‘natte oppervlakte’ van het profiel mag niet verkleind worden. De duikers dienen te voldoen aan de richtlijnen van Rijnland voor opstuwing en onderhoud. Voor de meeste duikers in de primaire VDS structuur geldt: de minimale afmeting van 2,0 meter breedte met 1,0 meter hoogte boven waterpeil en 1,0 meter diepte voor varend onderhoud en rond 1,20 meter bij niet-varend onderhoud. Hiermee wordt een primaire basisstructuur gerealiseerd waarop kavelgewijze ontwikkelingen in de tijd aangesloten kunnen worden. Zo ontstaat vanuit deze primaire structuur een verdere vergroting van het VDS in tijd. De basisstructuur is mede daarop bepaald. Waar mogelijk verdient het de voorkeur om op meerdere punten aan te sluiten op de polderboezem om doorstroming en natuurdoelstellingen te realiseren. Daarbij ligt een aandachtspunt rondom de Bennebroekertocht. Voor ‘toestromen en berging’ vanuit deze tocht is de dimensionering van de Bennebroekertocht te beperkt. Daarom wordt het VDS primair gevoed vanuit de Hoofdvaart.

Vertaald naar de zones 1 t/m 6 betekent dit concreet voor PARK21: Zone 1 (westelijke IJweg): Deze zone wordt gekoppeld aan deelgebied 1 met een primaire VDS structuur die door de prioritaire structuur loopt. In verloop van tijd zou deelgebied 1 met deelgebied 2 gekoppeld kunnen worden via een duiker van eerder gemelde afmeting. Het huidige bestaande deelgebied van PARK21 is op boezempeil gerealiseerd (maar is ook voorbereid op het VDS). De bestaande afvoerende sloot aan de westzijde richting het gemaal blijft zeer waarschijnlijk behouden. Dit met het oog op waterafvoer vanuit de polderlaag en effect op de gezondheid van bestaande bomen/ groen. Zone 2 en 3 (oostelijke IJweg en westelijk van Hoofdvaart): wordt gekoppeld onder de busbaan door met een duiker rond 1,2 meter of indien dit niet mogelijk blijkt, meerdere kleine duikers met gelijk nat profiel. Als het niet mogelijk blijkt zone 2 en 3 onder de busbaan te koppelen, dan kan teruggevallen worden op een koppeling van gebied 1 en 2 of van gebied 2 met de Bennebroekertocht. In zone 3 loopt van de Hoofdvaart tot het retentiebekken een watergang met een grotere afmeting dan een primaire watergang. Het et kunstwerk tussen Hoofdvaart en de watergang heeft ook een andere afmeting. Dit om het bergend vermogen van het retentiebekken optimaal in te kunnen zetten (zie bijlage VDS in Groot Vennep).

Aandachtspunten zijn de leidingen (gas, olie) die langs de oostzijde van de busbaan en de westzijde van de Nieuwkerkertocht lopen. Aandachtspunt zijn ook de beide watergangen parallel aan de busbaan (oostelijk en westelijk). Deze zullen gehandhaafd blijven in het huidige peil om problemen met drooglegging van de busbaan, de stabiliteit van de taluds van de busbaan en eventuele ongunstige effecten voor het opdrijven van de leidingen te voorkomen.

Blad 19 van 90

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

Zone 4 (oostelijk van Hoofdvaart): wordt gekoppeld aan de Hoofdvaart met een primaire sloot en bijbehorend kunstwerk. Zeker als de zijkavel tegen de Noordelijke Randweg als eerste wordt ingevuld, ontstaan een makkelijk te hanteren polder en VDS naast elkaar. Zone 5 en 6 (oostelijk en westelijk van de Rijnlanderweg): de omvang van het parkgebied is te beperkt en ligt te hoog om nu kansrijk VDS in te voeren. Daarnaast levert het VDS hier beperkt extra bergingsruimte op, omdat dit deel van de polder in de huidige situatie al een hoger peil kent. Ook zijn kosten om hier het VDS te koppelen aan deelgebied 4 aanzienlijk door de barrière van het spoor. Een alternatieve koppeling in dit deelgebied is niet voorhanden. Als het park ook aan de oostzijde van het spoor serieus groeit kan dit heroverwogen worden. Dan zou de brug onder het spoor die nabij in Nieuw-Vennep ligt gebruikt kunnen worden (mits maatregelen getroffen worden om ook het agrarische peil te ontwateren). Welke maatregelen moeten getroffen worden om VDS aan te leggen? De uitgangspunten van het VDS worden in de volgende paragrafen toegelicht.

Figuur 2.8: Locaties van de inlaten

Bij nummer 1 op de kaart is de aansluiting voorzien van het watersysteem van PARK21 aan de polderboezem direct aan de Hoofdvaart. Deze verbinding sluit aan op de rondlopende watergang op de begrenzing tussen PARK21 en het deel waar de agrarische functie aanwezig is. De eerste ontwikkeling van PARK21 gaat mee op het peil van de polderboezem, maar moet bij verdere inrichting gaan functioneren met het VDS. Bij nummer 2 loopt een watergang dood. Dat is nu, in de situatie dat het hele vak op peilvakniveau functioneert en is straks ook wanneer het beheer met het VDS gebeurt. Dat geldt voor alle perceelsloten langs de akkerbouwpercelen (rode cirkels in bovenstaande figuur). In beginsel zal de watergang gelijke functie behouden, agrarisch met drainage, dus zijn ook geen problemen met waterkwaliteit te verwachten. Een separate inlaat op deze watergang lijkt daarom niet nodig. De capaciteit van de verbinding moet geschikt zijn om de aanvoer naar het retentiebekken te verwerken. Daarvoor is bepaald dat een aanvoer van 2 m³ per seconde moet kunnen passeren. Om dat te kunnen laten passeren dient de doorgang een breedte te hebben van minimaal 4 meter bij een waterdiepte van 1 meter (rechthoek). Te overwegen is om niet één kunstwerk te realiseren, maar meerdere kunstwerken met stuwen (daarmee is een inlaat beter te sturen qua instroomcapaciteit.).

Het retentiebekken is geprojecteerd op een deel met laag maaiveld op een actuele hoogte van ca. NAP -5,67 m. Dat houdt in dat de capaciteit nodig is bij een peilstijging van Blad 20 van 90

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

0,2 meter in de polderboezem. Daarmee komt de eis voor de bodemhoogte binnen onderkant kunstwerk op NAP -6,67 m. Wanneer de ontwikkeling op het VDS gaat draaien, dient een slimme stuw te worden geplaatst in deze aanvoerbak. Het is dus van groot belang dat het kunstwerk nu bij aanleg voorbereid is om straks deze stuw in te plaatsen. Dan wordt het tevens belangrijk dat een inlaat aanwezig is om in het geval van bereiken van de ondergrens van het VDS, water te kunnen inlaten. Deze inlaat dient voor peilbeheer binnen PARK21 en niet voor vulling van het retentiebekken (daarvoor wordt de stuw gestreken) en kan veel kleiner blijven (orde van grootte 0,3 m). Om de toevoer naar het retentiebekken te verzorgen, dient de aanvoerende watergang tussen aanvoer uit de Hoofdvaart tot het retentiebekken 2 m³ per seconde te verwerken, zonder dat het een wildwaterbaan wordt. De stroomsnelheid moet beperkt blijven. Wanneer uitgegaan wordt van de aanwezige grondslag (zware grond) is deze minder erosiegevoelig en is een stroomsnelheid van 0,3 m/s acceptabel. Tevens is enig verhang nodig om de stroming te onderhouden. Bij het volgende profiel wordt daarin voorzien (maaiveldhoogte op NAP -5,03 m).

13,6 m 0,6

10 m NAP -5,87 m 1 4m Nat oppervlak: 7 Oppervlak Totaal oppervlak:

Figuur 2.9: Minimaal profiel aanvoerende watergang (Hoofdvaart – retentiebekken)

Dit profiel geldt bij aanvoer naar een centraal bekken. Wanneer dat verdeeld wordt naar meerdere bekkens zal het profiel per bekken (vanuit de ringvormige watergang) beperkter kunnen zijn op basis van een maatwerkberekening. Zolang PARK21 op polderpeil functioneert zijn geen extra kunstwerken nodig voor regulering van het peil. De Nieuwkerkertocht blijft functioneren op peilvakniveau waar ook de agrarische functie aan is gekoppeld. Een overstort vanuit PARK21 naar dit systeem zal bij neerslag toenemen. En dan zal ook in dit vak afvoer gewenst zijn; PARK21 zal in dat geval de agrariërs extra belasten. Vanuit waterkwaliteit is een overstort eveneens niet nodig. Juist door het beginsel dat inlaat en afvoer is samengebracht op één locatie bij de Hoofdvaart, zal achter in het gebied de gebiedseigenheid van het water groter zijn, waardoor naar verwachting de kwaliteit beter is. Slootprofielen Het systeem is nu middels de parkkamers verbonden als een rondlopend systeem. In het rondlopend systeem zal (in droge periodes) weinig doorstroming zijn en dus min of meer stilstaand Blad 21 van 90

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

water voorkomen. Het is echter de vraag of dit een probleem is. De inrichting zal zodanig moeten zijn dat de waterkwaliteit ook in deze situatie voldoende is. Met de voorziene inrichting is hiervoor voldoende borging aanwezig. Het idee is dat de ondergrens van het VDS op een peil van NAP -6,37 meter ligt. Daarbij past dat in het watersysteem een minimale diepte aanwezig is van 0,5 meter (bodemhoogte op NAP -6,87 meter). Bij elk peil boven deze ondergrens is de waterkolom groter en zal de breedte op waterlijn toenemen en daarmee het volume. De minimale afmeting van watergangen is onder andere vanuit de waarborging van waterklimaatstabiliteit. Bij het minimaal volume in dit ontwerp is gevoeligheid voor fluctuatie van temperatuur en zuurstofgehalte al minder groot. Daarnaast is met deze dimensionering ruimte voor windwerking waarmee waterbeweging wordt bewerkstelligd. Wanneer watergangen een functie hebben in de aanvoer naar het retentiebekken zijn randvoorwaarden voor stroomsnelheid ook aan de orde. Zie eerder in dit stuk voor de afmetingen. Bij overige watergangen dient de minimale afmeting aanwezig te zijn wanneer het peil op het laagste punt van het VDS is. Dat is bij een peil van NAP -6,37 meter. Bij dit peil dient de diepte van de waterloop minimaal 0,5 meter te zijn, met een bodembreedte van 1 meter en een talud van 1 : 3. Dan is de breedte op waterlijn 4 meter.

In de figuur hieronder is dit profiel weergegeven, bij een maaiveldhoogte op NAP -5,03 meter.

Figuur 2.10: Minimaal profiel rondlopend systeem

Wanneer opbarstrisico een rol speelt, komen ook profielen met vormen van getrapte of geknipte taludhelling aan de orde. Streven blijft om het minimaal nat profiel van 1,25 m² bij laagste peil aan te houden. Hierboven is het voorkeursprofiel aangegeven. Wanneer opbarstrisico aanwezig is, zal een ander profiel, steiler, een mogelijkheid worden of vormen van geknipt of getrapt talud. De inrichting van het gebied zou mede ingegeven moeten zijn vanuit deze beperking; minder watergangen in opbarstgevoelig gebied, en juist meer gelokaliseerd in de gebieden waar dat minder beperkingen geeft. Retentiebekken (polderuiterwaarde) In het masterplan is een retentiebekken aangegeven op de locatie waar het maaiveld laag ligt. Het is, gebruik makend van de beperkte maaiveldhoogte op NAP -5,65 m, logisch om hier een Blad 22 van 90

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

retentiebekken te lokaliseren van omvang is altijd bedacht tussen de 6,5 en 8ha. Voor de werking van het retentiebekken maakt het niet uit of er voor één of meerdere locaties wordt gekozen, zolang de capaciteit van de watergangen voldoende is om de berging goed te kunnen benutten en het maaiveld dusdanig laag is, dat de berging gaat functioneren bij grote neerslaggebeurtenissen. Een goede doorstroomverbinding met de Hoofdvaart is van belang voor het goed functioneren. Omdat het retentiebekken aangesloten is op VDS is het mogelijk dat er water vanuit het retentiebekken door gaat stromen in het regionale watersysteem. Voorkomen dient te worden dat dit ongewenste effecten heeft op de park- en leisurelaag, doordat het retentiebekken tot 0,5 meter boven het maximale peil vol kan lopen (en het VDS-systeem daardoor ook).

2.6.2

Nadere uitwerking watergangen PARK21 wordt ingericht op het flexibel peil volgens de uitgangspunten van het VDS. Bij de aanleg van elke watergang is het van belang na te gaan of de aanleg mogelijk is in relatie tot het opbarstrisico. In grote lijnen zijn er twee principes bij het inrichten van het dwarsprofiel mogelijk, namelijk de aanleg met flauwe oevers (mogelijkheid 1) of de inrichting met plasbermen (mogelijkheid 2). Het inrichtingsprincipe met flauwe oevers heeft om een aantal redenen de voorkeur: • Doordat er meer variatie in diepte is bij een flauwe oever (niet steiler dan 1:3), is de diversiteit in vegetatie groter dan in een plasberm. • Bij het droogvallen van een plasberm kan ook slib droogvallen. Er zijn situaties bekend waarbij dit stankoverlast geeft. • Bij aanleg met flauwe oevers is de ontgraving kleiner, waardoor grotere breedtes op de waterlijn haalbaar zijn i.r.t. het opbarstrisco. • Het onderhoud van een flauwe is oever eenvoudiger en kan ook vanaf het water worden gedaan. Natuurvriendelijke oevers met een plasberm met een bepaalde breedte zijn varend niet te bereiken en moeten daarom vanaf de kant worden onderhouden. Als deze toch varend worden onderhouden is de kans op beschadiging groot. Bij de aanleg van natuurvriendelijke oevers zijn daarnaast de volgende aspecten van belang: • de oriëntatie ten opzichte van de windrichting in verband met golfaanval.

Dit is vooral van belang bij de fase direct na de aanleg, waarbij de oever nog onbegroeid en daardoor onbeschermd is. • de noodzaak tot het opstellen van een onderhoudsplan. Voor de keuze van de vegetatie is het aan te raden de mogelijkheid te onderzoeken om gebiedseigen soorten te verplaatsen (”transplanteren”) naar de aan te leggen oevers. Dat kan eenvoudig door soorten die voldoende in de omgeving aanwezig zijn (riet, lisdodde, gele lis), op locatie uit te dunnen en dan te verplaatsen naar de aangelegde oevers. De kans op (snel) aanslaan is dan het grootst. Een ander voordeel van deze methode zijn de lage kosten.

Blad 23 van 90

Achtergrondrapport Groenblauw MER PARK21 projectnummer 0417636.109 10 december 2021 Gemeente Haarlemmermeer

3

Ecologie en biodiversiteit

3.1

Inleiding In het kader van het MER en bestemmingsplan is een Natuurtoets uitgevoerd om inzichtelijk te maken wat de huidige en toekomstige natuurwaarden van het plangebied zijn. Het doel van deze Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van het voorgenomen plan met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN)) en het bepalen of het plan uitvoerbaar is. De Natuurtoets volgt een gestandaardiseerde opzet met een bureaustudie en een veldbezoek. Hierin worden te verwachten en daadwerkelijk aangetroffen natuurwaarden onderzocht en gewaardeerd. De volgende onderzoeksvragen zijn leidend bij een natuurtoets: -

-

Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van het plan? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling die mogelijk gemaakt worden door het plan effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het plan uitvoerbaar en zijn, zo nodig, aanvullende voorwaarden in het plan aan de orde? Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden (NNN en/of Natura 2000) voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een compensatieplan opgesteld te worden of zijn andere vervolgstappen aan de orde?

De natuurtoets is opgenomen als bijlage bij dit rapport. In het achtergrondrapport zelf zijn de belangrijkste bevindingen gepresenteerd die meegenomen dienen te worden in het MER. Meer informatie over de methodiek, het wettelijk kader en de afwegingen ten aanzien van dier- en plantensoorten die niet in het plangebied voorkomen, is vindbaar in de bijlage van dit achtergrondrapport (separate bijlage).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=d2068c81-6c08-4923-ba91-0c382473217d