Bijlage 2-10 Aanvulling MER
Tekst van het document
Blad 22 van 43
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21 projectnummer 0417636.105 6 oktober 2022 Gemeente Haarlemmermeer
3.4
Nevendoelstelling – leisurelaag De volgende nevendoelstelling (met randvoorwaarden) voor de leisurelaag is vastgesteld als “randvoorwaardelijk voor een evenwichtige, toekomstbestendige en volwaardige transformatie naar een multifunctioneel recreatief gebied”: De leisurelaag biedt een duurzame stimulans voor het doorgroeien van PARK21. Door: Het bieden van ruimte in de parklaag middels de zogenoemde parkkamers. De parkkamers dragen door invulling met vrijetijdsvoorzieningen bij aan de parkbeleving. Daarbij is sprake van een juiste balans tussen de groenbeleving en de voorzieningen. In de basisstructuur is minimaal 15 tot 20 hectare ingevuld door de leisurelaag. Het streefeindbeeld is, dat maximaal 1/3 van PARK21 als leisurelaag wordt ingevuld; Het bieden van ruimte voor duurzame, educatieve, innovatieve of recreatieve ondernemers: o mits zij per saldo bijdragen aan de hoofddoelstelling van PARK21; o mits zij de verbinding met PARK21 aangaan door de parklaag, en zijn gebruik, te verbreden, vergroten en te versterken; o mits zij van toegevoegde waarde zijn voor PARK21 als geheel; o mits zij een aantoonbare behoefte met voldoende (regionaal) draagvlak in het verzorgingsgebied kennen; o mits zij geen onevenredige overlast veroorzaken op gebied van verkeer, geluid, licht etc.
voor PARK21 en omliggende functies; o waarbij de voorkeur wordt gegeven aan aanvullende functies boven reeds bestaande functies ook regionaal), om zo te werken aan een divers aanbod aan recreatieve voorzieningen; o waarbij de voorkeur uitgaat naar participatie in beheer en onderhoud door de ondernemers; o waarbij een bijdrage wordt geleverd aan de sustainable development goals (belangrijkste afgeleiden daarvan behorende bij de gebiedsdoelstellingen) en waarop gemeente toetst aan een minimale ondergrens die middels het MER en navolgend bestemmingsplan wordt verdiept en verankerd. Zonder op welke manier ook afbreuk te doen aan de hoofddoelstelling van PARK21 of de doelstellingen van de omgevingsvisie Haarlemmermeer. Hieronder worden de randvoorwaarden (cursief opgenomen) één voor één beschouwd om vervolgens een conclusie te trekken over de mate waarin de hoofddoelstelling wordt behaald. 1. Ruimte voor vrijetijdsvoorzieningen die bijdragen aan de parkbeleving Het bieden van ruimte in de parklaag middels de zogenoemde Parkkamers. De parkkamers dragen door invulling met vrijetijdsvoorzieningen bij aan de parkbeleving. Daarbij is sprake van een juiste balans tussen de groenbeleving en de voorzieningen. In de basisstructuur is minimaal 15 tot 20 hectare ingevuld door de leisurelaag. Het streefeindbeeld is, dat maximaal 1/3 van PARK21 als leisurelaag wordt ingevuld.
In het bestemmingsplan wordt ruimte geboden voor in totaal 145 hectare parkkamers, waarvan tot 100 hectare in de prioritaire structuur. Dit aantal hectares biedt (op basis van de uitgevoerde onderzoeken en afwegingen) een optimale belevingswaarde voor PARK21. In de parkkamers is de verhouding tussen ontwikkelruimte voor vrijetijdsvoorzieningen en landschappelijke inpassing bepaald op 2/3-1/3, zodat er een goede balans is tussen de groenbeleving en de voorzieningen in geheel PARK21. Daarnaast is in het beeldkwaliteitsplan Leisurelaag om de parkkamer een minimale
Blad 23 van 43
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21 projectnummer 0417636.105 6 oktober 2022 Gemeente Haarlemmermeer
omzoming van park vastgelegd. Hierdoor ontstaat er een kwalitatieve doorgaande parkstructuur voor mens, flora en fauna.
Figuur 3.1: minimale omzoming parkkamers met openbaar park zoals vastgelegd in het BKP Leisurelaag
2. Ruimte voor ondernemerschap Het bieden van ruimte voor duurzame, educatieve, innovatieve of recreatieve ondernemers: o mits zij per saldo bijdragen aan de hoofddoelstelling van PARK21; o mits zij de verbinding met PARK21 aangaan door de parklaag, en zijn gebruik, te verbreden, vergroten en te versterken; o mits zij van toegevoegde waarde zijn voor PARK21 als geheel; o mits zij een aantoonbare behoefte met voldoende (regionaal) draagvlak in het verzorgingsgebied kennen; o mits zij geen onevenredige overlast veroorzaken op gebied van verkeer, geluid, licht etc. voor PARK21 en omliggende functies; o waarbij de voorkeur wordt gegeven aan aanvullende functies boven reeds bestaande functies ook regionaal), om zo te werken aan een divers aanbod aan recreatieve voorzieningen; o waarbij de voorkeur uitgaat naar participatie in beheer en onderhoud door de ondernemers; o waarbij een bijdrage wordt geleverd aan de sustainable development goals
Blad 24 van 43
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21 projectnummer 0417636.105 6 oktober 2022 Gemeente Haarlemmermeer
(belangrijkste afgeleiden daarvan behorende bij de gebiedsdoelstellingen) en waarop gemeente toetst aan een minimale ondergrens die middels het MER en navolgend bestemmingsplan wordt verdiept en verankerd. De (eerste drie en laatste drie) punten die ingaan op de relatie van ondernemers met de doelen van PARK21 zijn (waar mogelijk) vertaald in het bestemmingsplan en het Beeldkwaliteitsplan Leisure. Het vastleggen van voorkeuren is niet mogelijk, maar hier zijn wel hulpmiddelen voor ingeregeld. Bijvoorbeeld het vereisen van een evenredige verdeling van stikstofruimte, de Monitor Leisure en het hanteren van een meetlat Sustainable Development Goals. Er is voor het bestemmingsplan een behoefte-onderzoek uitgevoerd in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De regels van het bestemmingsplan borgen dat ontwikkelingen voorzien in een behoefte. Met het MER is onderzocht wat de effecten op de omgeving zijn en zijn spelregels bepaald om onevenredige overlast te voorkomen. Voor deze eisen geldt dat ze een (blijvend) handvat bieden voor de gemeente om te bepalen of medewerking wordt verleend aan ontwikkelingen die niet direct in het bestemmingsplan passen.
3. Geen afbreuk aan de hoofddoelstelling en doelstellingen van de omgevingsvisie Zonder op welke manier ook afbreuk te doen aan de hoofddoelstelling van PARK21 of de doelstellingen van de omgevingsvisie Haarlemmermeer. De kern van de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 is gevat in de infographic in paragraaf 3.1. PARK21 sluit aan bij de behoeften van het groeiende aantal inwoners en past als ontwikkeling binnen de gemeente, omdat (onder andere): Slim en zuinig wordt omgegaan met de beschikbare ruimte; Voldoende aandacht is voor het karakter van het landschap en de kernen; Een positieve bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteit van de leefomgeving van bewoners van de gemeente door het realiseren van een aantrekkelijk recreatiegebied; Perspectief wordt geboden voor de in het gebied aanwezige (agrarisch) ondernemers, waarmee de transitie van de landbouw wordt ondersteund; Leisurebedrijven worden aangetrokken die een aanvulling vormen op de lokale economie; en Door het stimuleren van andere vormen van landbouw, het realiseren van grote aaneengesloten en kwaliteitsvolle groenstructuren en van ontwikkelingen die bijdragen aan het per saldo terugbrengen van stikstofdepositie wordt een bijdrage geleverd aan de ecologische transitie. De wijze waarop gestuurd wordt op de parkkamers wordt als optimaal gezien om de doelstellingen met elkaar te verenigen.
Door het creëren van levendigheid en beleving wordt de functie van PARK21 versterkt. Door in PARK21 agrarische, groenrecreatieve en leisure functies met elkaar te
Blad 25 van 43
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21 projectnummer 0417636.105 6 oktober 2022 Gemeente Haarlemmermeer
combineren wordt bijgedragen aan diverse doelen van de omgevingsvisie en daar geen afbreuk aan gedaan. Met het BKP Leisure wordt geborgd dat er ‘voldoende aandacht is’ voor het karakter van het landschap. In overeenstemming met de effectbeoordeling in het MER voor o.a. landschap (een negatieve score voor de basisvariant op landschap getuigt niet van “voldoende aandacht voor het karakter van het landschap en de kernen”) treedt doelbereik suboptimaal op bij de basisvariant. De maximale variant leidt tot nagenoeg volledig doelbereik.
Conclusie: nevendoelstelling leisurelaag De leisurelaag moet een duurzame stimulans voor het doorgroeien van PARK21 bieden door het bieden van ruimte voor parkkamers en ondernemerschap zonder afbreuk te doen aan de doelstellingen van de parklaag en de omgevingsvisie van de gemeente Haarlemmermeer. Beide varianten zijn hier in principe toe in staat. De basisvariant geeft in de prioritaire structuur invulling door middel van parkkamers, waar de maximale variant een compleet aanbod aan leisurefuncties, optimaal in balans met het landschap en de omgeving. De maximale variant leidt dus tot volledig doelbereik. De basisvariant slechts gedeeltelijk.
3.5
Conclusie hoofd- en nevendoelstellingen De op voorhand gestelde doelen worden alle bereikt. Wel kan geconcludeerd worden dat ook de basisvariant al in staat is om de vooraf gestelde doelen op hoofdlijnen te bereiken. In enkele gevallen is er enige onzekerheid wegens de onzekerheid over de wijze waarop en in welk tempo het park zich gaat ontwikkelen. Zo is niet geheel duidelijk op welke termijn de
Blad 26 van 43
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21 projectnummer 0417636.105 6 oktober 2022 Gemeente Haarlemmermeer
volledige 360 hectare park ontwikkeld gaat worden terwijl het doel daar wel van uit gaat. Die onzekerheid levert in dergelijke gevallen een wat beperkter doelbereik op. Een andere onzekerheid gaat over de nevendoelstelling – polderlaag. Hoewel de randvoorwaarden voor het behalen van de doelen op orde zijn, is het niet volledig zeker dat die doelen ook werkelijk bereikt gaan worden.
Blad 27 van 43
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21 projectnummer 0417636.105 6 oktober 2022 Gemeente Haarlemmermeer
4
Stikstofdepositie aanlegfase De Commissie adviseert om in aanvulling op het MER en voorafgaand aan de besluitvorming de stikstofeffecten uit de bouwfase te berekenen. Beschrijf ook de mogelijke mitigerende (bron)maatregelen.
4.1
Aanpak Hoewel in dit hoofdstuk diverse getallen tot twee cijfers achter de komma worden genoemd, is een belangrijke noot dat er geen volledige nauwkeurigheid wordt beoogd. Een afwijking van bijvoorbeeld 0,02 mol/ha/jaar is ecologisch (mogelijk) relevant. Vanwege de onzekerheid rondom de ontwikkeling van PARK21 is het niet mogelijk een gedetailleerde berekening uit te voeren van de stikstofdepositie in de aanlegfase. Daarom is op basis van onderbouwde aannames een beeld gevormd van de effecten. Dit is gedaan met een AERIUS-berekening voor de aanlegfase van de prioritaire structuur. Op basis van deze berekening kunnen ook conclusies worden getrokken over de aanleg van de maximale variant. De berekening is als bijlage bij dit rapport gevoegd (AERIUSkenmerk RwNExy64CXik) De aanpak is vertaald in een analyse van de juiste uitgangspunten voor de berekening. Met deze onderbouwde uitgangspunten is een berekening uitgevoerd van het stikstofdepositie-effect tijdens de aanlegfase. De resultaten worden gevolgd door mogelijke mitigerende maatregelen om de depositie verder te verlagen. Tot slot worden kwalitatief de effecten van het afkappen van effecten na 25 km door AERIUS beschouwd. Berekeningswijze Emissie grondwerkzaamheden Voor de stikstofdepositieberekening is gebruik gemaakt van aannames voor het deelproject Groot Vennep in zone 3 van PARK21.
Dit project is voldoende vergevorderd om aannames te doen over het voor de aanleg benodigde materieel. Voor het aantal hectares dat wordt ingericht is op basis van deze aannames een aantal draaiuren en verkeersbewegingen gemodelleerd, zoals opgenomen in onderstaande tabel: Tabel 4.1: Uitgangspunten grondwerkzaamheden landinrichting toelichting rupskraan ontgraven dumper intern vervoer rupskraan verwerken (asfalt)vrachtauto's shovel wals asfaltset kraan trekker met wagen trekker met bomenpaal boor trekker met waterwagen
250m3/uur 4 stuks 10m3 bij kranen 250m3/uur 2 vrachten per uur [profileren van banen] verdichten zand en korrel incl walsen etc mobiele kraan voor plantgaten lokale trekker met platte wagen voor bijrijden planten en palen lokale trekker met gatenboor (voor palen of plantgaten) 10x2 dagen watergeven na planten
Per hectare 22,44 89,78 23,32 6,18 0,48 0,88 0,48 9,77 9,77
uur uur uur uur uur uur uur uur uur
5,98 3,20
uur uur
Om de technologische ontwikkeling in materieel te reflecteren wordt gebruik gemaakt van kengetallen voor materieel van 2019 en jonger, dat voldoet aan de huidige eisen (Stage V). Dit relatief jonge materieel is gekozen omdat de looptijd van de realisatie tot 2030 duurt. In 2040 is
Blad 28 van 43
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21 projectnummer 0417636.105 6 oktober 2022 Gemeente Haarlemmermeer
materieel uit 2019 niet jong en representatief meer. Op basis van deze uitgangspunten ontstaat een emissie van 13,8 kg NOx en 0,56 kg NH3 per hectare grondwerkzaamheden. Indien materieel en transport elektrisch wordt aangedreven wordt de stikstofemissie zelfs verwaarloosbaar. Trends wijzen uit dat de bouwsector die kant op beweegt: er is inmiddels groot materieel voor groot grondwerk geëlektrificeerd. De verwachting is ook dat regelgeving ten aanzien van uitstoot aanzienlijke reducties gaat eisen om te kunnen voldoen aan de doelstellingen van 2030 ten aanzien van de stikstofemissie. Emissie bouwwerkzaamheden Op een vergelijkbare wijze is met behulp van kengetallen voor bouwen een emissie per hectare parkkamer en ontwikkelruimte in de linten bepaald. Er is aangesloten bij het kengetal voor de bouw van flats zonder parkeergarage, gebruik makend van werktuigen stage 4 (2014) en vrachtwagens Euro VI (2013). Het kengetal is daarmee 101 kg NOx en 0,2 kg NH3 per hectare ontwikkelruimte. Er is geen kengetal beschikbaar voor de specifieke bouwprojecten die in PARK21 zijn voorzien, of voor de bouw met schoner materieel. Bovendien zal naar verwachting niet alle ontwikkelruimte worden bebouwd. Deels omdat niet duidelijk is of de maximale ontwikkelruimte voor leisure wordt benut en deels omdat er niet altijd sprake zal zijn van bebouwing.
Een voorbeeld zijn de reeds in deelgebied 1 gerealiseerde functies als klimpark, rugby en e-motercross. Dit zijn functies met nauwelijks bebouwing en nauwelijks bouwtijd. Het gebruikte kengetal overschat dan ook de effecten van de in PARK21 verwachte bouwprojecten.
Figuur 4.1: Uit het BKP Leisure, als uitgangspunt gehanteerd voor de realisatie van een parkkamer. De 145 hectare leisurevoorzieningen bedraagt zowel de buitenruimte functie als het gebouw.
Werkverkeer aanlegfase Op basis van de aannames voor deelproject Groot Vennep wordt geconcludeerd dat 58,4 lichte en 12,4 zware verkeersbewegingen benodigd zijn per hectare grondwerkzaamheden. Deze aantallen worden overgenomen voor de bouwfase. Emissiereductie door beëindiging huidig gebruik Tegenover de toegenomen stikstofdepositie door de aanleg van PARK21, staat een reductie door het uit productie halen van landbouwgrond. Logischerwijs is minimaal eenzelfde omvang in hectares uit productie op het moment dat daar sprake is van werkzaamheden.
Blad 29 van 43
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21 projectnummer 0417636.105 6 oktober 2022 Gemeente Haarlemmermeer
Op deze grond wordt uitgegaan van bemesting conform de stikstofgebruiksnormen van het Ministerie van LNV. Om bodemziekten te voorkomen en de bodemvruchtbaarheid en -structuur te verbeteren wordt in de akkerbouw vruchtwisseling toegepast. Op basis van de in het plangebied gehanteerde vruchtwisseling is een kengetal per hectare bepaald. Voor een goede vruchtwisseling wordt een vruchtwisselingsschema gebruikt, waarbij de gewassen in groepen worden ingedeeld, aangegeven wordt welke gewassen na elkaar komen en een bepaalde cyclus of rotatie wordt aangehouden. In een groep zitten de gewassen die vatbaar zijn voor dezelfde ziekten, zoals granen. De gangbare cyclus bestaat uit vier jaren teeltplan. Een veel gebruikte vruchtwisseling is 1 op 4, waarin aardappelen, granen, suikerbieten en overige teelten (bijvoorbeeld bollen, graszaad, wortels, uien of sla) elkaar vaak opvolgen. Representatieve stikstofgebruiksnormen zijn voor handen voor pootaardappelen, consumptieaardappelen wintertarwe, suikerbieten en uien. Deze kennen normen van respectievelijk 100, 225, 245, 150 en 120 kg N/hectare. Met een vruchtwisseling met wintertarwe (245 kg N/ha), suikerbieten (150 kg N/ha), pootaardappelen (100 kg N/ha) en uien (120 kg N/ha) komt de gemiddelde jaarlijkse stikstofgebruiksnorm op 153,75 kg N/ha.
Als consumptieaardappelen worden geteeld in plaats van pootaardappelen komt het gemiddelde op 185 kg N/ha/jaar. Uitgaande van 153,75 kg N/ha als conservatief uitgangspunt en 4,04 kg N per ton mest, komt dit neer op iets meer dan 38 ton mest per hectare per jaar. Dit heeft een emissie van 11,16 kg NH3/ha/jaar. Voor de grond die uit productie wordt genomen is voor de berekening de aanname gedaan dat 90% van de totale grond ook daadwerkelijk in gebruik is als landbouwgrond waarop mest kan worden uitgereden. Dit getal komt voort uit ambtelijke inzichten over het huidig gebruik, opgedaan op basis van verkenningen van deelprojecten. Het resulterende kengetal voor de stikstofreductie per hectare uit productie genomen landbouwgrond is 10,05 kg NH3/ha/jaar. In deze berekening is alleen rekening gehouden met de uitstoot door het toepassen van mest. Het gebruik van verbrandingsmotoren in tractoren en ander materieel dat past bij het akkerbouwbedrijf is niet betrokken in deze berekening. Voor agrarisch gebruik bij akkerbouw is de bandbreedte voor het aantal draaiuren tussen de 600 en 1250 uur. De 1250 draaiuren per jaar geldt loonwerkers en 600 draaiuren geldt voor een gemiddeld bedrijf. Een gemiddeld akkerbouwbedrijf is ongeveer 60 hectare groot. Daarmee ontstaan 10 draaiuren per jaar per hectare en ongeveer 1,7 kg NOx per jaar.
Gezien de onzekerheid van het aantal draaiuren bij de bedrijfsvoering van de huidige bedrijven en de wisselende aard in omvang is het aantal draaiuren buiten beschouwing gelaten in de berekening. Daarmee wordt een conservatief uitgangspunt gehanteerd. Duur van de aanlegperiode Binnen PARK21 wordt voor de realisatiefase een spoorboekje aangehouden, waarbij het eerste jaar (groeiseizoen) het (basis)grondwerk wordt uitgevoerd en ingezaaid met groenbemester. Het tweede jaar wordt het park afgebouwd en het groen, de wegen e.d. gerealiseerd (en waar nodig hoogte accenten verder versterkt worden). Er wordt in de basis vanuit gegaan dat het park na 3 jaar gebruikt kan worden als park. De leisurevoorzieningen kunnen naar verwachting na het tweede jaar (dus in het derde jaar) starten met bouwen, terwijl de laatste werkzaamheden aan het park verricht worden. Als (conservatief) uitgangspunt wordt gehanteerd dat een perceel dat wordt heringericht drie jaar uit productie is voor het in gebruik wordt genomen: een jaar voor het basisgrondwerk, een jaar voor inrichting en een jaar voor bouw en afronding van de leisurevoorzieningen.
Blad 30 van 43
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21 projectnummer 0417636.105 6 oktober 2022 Gemeente Haarlemmermeer
Tabel 4.2: Samenvatting uitgangspunten
Emissies grondwerkzaamheden landinrichting
Emissie bouwwerkzaamheden leisure
Huidige emissie door agrarisch gebruik
Onderbouwing
Duur
Emissie per hectare per jaar 6,9 kg NOx 0,28 kg NH3
Verkeersbewegingen per hectare (per jaar)
Gebaseerd op benodigde materieel voor Groot-Vennep, 13,8 kg NOx, 0,56 kg NH3 per hectare Gebaseerd op kengetal voor bouw van flats zonder parkeergarage, 101 kg NOx en 0,2 kg NH3 per hectare ontwikkelruimte 10,05 kg NH3/ha/jaar, gebaseerd op wisselteelt wintertarwe, suikerbieten, pootaardappelen en uien, 90% van de grond in gebruik als landbouwgrond.
Twee jaar
Eén jaar
101 kg NOx 0,2 kg NH3
58,4 licht 12,4 zwaar
Uit productie gedurende drie jaar
10,05 kg NH3
58,4 licht 12,4 zwaar
58,4 licht 12,4 zwaar
Berekening aanlegfase In AERIUS wordt stikstofdepositie berekend in mol/ha/jaar. De duur van de aanlegfase speelt daarom een rol bij de resultaten. Dit is niet op voorhand voor de gehele ontwikkeling exact te bepalen. De verwachte aanlegperiode voor de prioritaire structuur is 2023-2029, dus circa zeven jaar. Als uitgangspunt voor de berekening is gekozen voor een jaar waarin 1/5 van de totale werkzaamheden plaats vindt. Dat betekent dat van de 180 hectare prioritaire structuur 1/5 (36 hectare) in het eerste jaar van aanleg (basisgrondwerk) bevindt, 1/5 in het tweede jaar van aanleg (inrichting) en 1/5 in het derde jaar (bouw en afronding). Dat betekent dat in totaal 108 hectare uit agrarische productie is genomen in dat jaar. In het eerste en tweede jaar vinden grondwerkzaamheden plaats met de emissie zoals hierboven beschreven. Als rekenjaar is 2023 gekozen, dit is maatgevend. In het derde jaar vinden bouwwerkzaamheden plaats, maar enkel daar waar sprake is van ontwikkelruimte voor leisure. Deze ruimte is gelimiteerd op basis van de uitkomsten van het MER. De vastgestelde verhouding tussen de drie lagen is minimaal 40% voor de park- en polderlaag en
Blad 31 van 43
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21 projectnummer 0417636.105 6 oktober 2022 Gemeente Haarlemmermeer
maximaal 20% voor de leisurelaag. Met dit uitgangspunt kan de prioritaire structuur van 180 hectare onderverdeeld worden in minimaal 120 hectare parklaag en 60 hectare leisurelaag. De beoogde functie van de prioritaire structuur is zorgen voor een aantrekkelijk en dynamisch gebied met een aantal icoonprojecten en publiekstrekkers om de organische gebiedsontwikkeling voor de doorgroei aan te jagen. Het is daarmee denkbaar dat de prioritaire structuur een hogere dichtheid zal kennen in de leisurelaag dan het gemiddelde voor het gehele park, mede door een aantal grote leisurefuncties als een evenemententerrein als tijdelijke functie in het park. Als conservatief uitgangspunt wordt om die reden een maximale leisurelaag van 80 hectare in de berekening opgenomen. Dit is ruim meer dan de minimaal 45 hectare die in het bestemmingsplan is benoemd als noodzakelijke voorzieningen binnen de basisstructuur. Voor de basisvariant is tevens sprake van transformatie van agrarische bedrijven. Veelal leidt de basisstructuur tot een zeer grote reductie van het agrarische bedrijf, de parklaag beslaat vaak de gehele huiskavel. Om die reden wordt uitgegaan van 20 hectare transformatie op de agrarische erven. Naar verwachting een overschatting van de te verwachten transformatie en daarom een conservatief uitgangspunt in deze berekening.
Er wordt daarom uitgegaan van in totaal 100 hectare ontwikkelruimte met bouwwerkzaamheden tot 2029, waarvan 1/5, 20 hectare, in het rekenjaar plaats vindt. De ontwikkelruimte is verdeeld over PARK21 op basis van de uitgangspunten van de basisvariant van het MER. Tabel 4.3: Gemodelleerde emissies
Eerste jaar aanlegfase (basisgrondwerk) Tweede jaar aanlegfase (inrichting) Derde jaar aanlegfase (bouw en afronding) Verkeersbewegingen
Toename stikstofemissie Emissie grondwerkzaamheden: 6,9 kg NOx en 0,28 kg NH3 per hectare, maal 36 hectare Emissie grondwerkzaamheden: 6,9 kg NOx en 0,28 kg NH3 per hectare, maal 36 hectare Emissie bouwwerkzaamheden: 101 kg NOx en 0,2 kg NH3, maal 20 hectare Benodigde verkeersbewegingen voor de aanleg van 108 hectare (totaal 6.306 licht, 1.335 zwaar)
Afname stikstofemissie Emissie huidige situatie: 10,05 kg NH3/ha/jaar, maal 36 hectare Emissie huidige situatie: 10,05 kg NH3/ha/jaar, maal 36 hectare Emissie huidige situatie: 10,05 kg NH3/ha/jaar, maal 36 hectare Niet gemodelleerd
Maximale variant Voor de maximale variant uit het MER, waarvoor de aanlegperiode tot 2040 is voorzien, is geen berekening uitgevoerd. Er is sprake van een grotere omvang van de landinrichting (circa 345 hectare in aanvulling op de prioritaire structuur), waardoor emissies door grond- en bouwwerkzaamheden toenemen. Daar staat een reductie van de emissie door technologische ontwikkeling en regelgeving tegenover. De emissie van het huidig agrarisch gebruik per hectare verandert niet, maar door de grotere omvang van de landinrichting stijgt wel de totale emissiereductie door het uit productie nemen van landbouwgrond. Al met al is het niet zinvol een berekening uit te voeren van de stikstofeffecten tijdens de aanlegperiode van de maximale variant. Op hoofdlijnen zijn de conclusies voor de basisvariant over te nemen.
Blad 32 van 43
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21 projectnummer 0417636.105 6 oktober 2022 Gemeente Haarlemmermeer
4.2
Resultaten Het zogenoemde situatieresultaat – enkel de gevolgen van de aanlegfase, zonder rekening te houden met uit productie nemen van landbouwgrond - is een bijdrage van stikstofdepositie in verschillende natuurgebieden. De grootst berekende bijdrage is op Kennemerland-Zuid en bedraagt 0,06 mol/ha/jaar. Het resultaat van de projectberekening – het verschil tussen de toekomstige en de huidige situatie - is een maximale bijdrage van 0,00 mol/ha/jaar. Er zijn afnames berekend tot 0,07 mol/ha/jaar. Naar verwachting zal een grotere afname van stikstofemissie plaatsvinden, omdat gebruik is gemaakt van conservatieve uitgangspunten. De exacte wijze van uitvoering, inclusief aanlegperiode, inrichtingsplan en materieelgebruik hebben hierop nog impact. Om te sturen op reductie van de stikstofdepositie voor de aanlegfase in PARK21 zijn nog diverse mitigerende maatregelen voorhanden: Voorschrijven van schoon materieel. Bijvoorbeeld door dit mee te wegen en/of te vereisen in aanbestedingen (als dit niet al wettelijk vastgelegd is in generiek beleid). Optimaliseren van de aanleg door de afstand waarover grondstoffen moeten worden vervoerd zoveel mogelijk te beperken. Met gronddepots en een goede meerjarenplanning van vrijkomende grond in de omgeving (Hoofddorp en Nieuw-Vennep) kunnen transportkilometers worden voorkomen.
PARK21 biedt ruimte voor het ontvangen van grond als bouwmateriaal. Dit is interessant als omliggende bouwprojecten een grondoverschot hebben. daarmee kan PARK21 de transport afstanden voor dit projecten aanzienlijk verkleinen en bijdragen aan de reductie van stikstofemissie op die projecten. Combineren van de aanleg van de parklaag met de realisatie van een functie in de parkkamer om te voorkomen dat twee maal grondverzet nodig is. Reduceren van de stikstofemissie tijdens de gebruiksfase van PARK21. Vereisen van hergebruik van materialen in de bouw, zodat minder stikstofemissie benodigd is voor de productie ervan.
4.3
Effecten op meer dan 25 kilometer afstand Eind 2021 is het rekenmodel AERIUS aangepast om een vaste afstandsgrens van 25 kilometer voor het berekenen van stikstofneerslag op te nemen voor alle bronnen. Ecologisch onderzoek of beperkende stikstofmaatregelen buiten deze zone, veelal gaat het om geringe uitstoot op grote afstand, zijn als gevolg van een kabinetsbesluit niet langer nodig. Voor milieueffecten kan deze afstandsgrens echter niet zomaar worden overgenomen. Een bijdrage buiten de 25 kilometergrens op een stikstofgevoelig habitat waar de kritische depositiewaarde wordt overschreden, is een negatief milieueffect. Het verdient daarom in principe de voorkeur om ook rekenkundig in beeld te brengen of er sprake is van een dergelijke bijdrage. Er is gekozen om deze berekeningen niet uit te voeren, om de volgende redenen: Uit eerdere berekeningen (met eerdere versies van AERIUS) voor de gebruiksfase van PARK21 is gebleken dat de effecten op grotere afstand niet maatgevend zijn voor de milieueffecten door stikstofemissie in PARK21. De resultaten van berekeningen binnen de 25 km-grens geven geen aanleiding om te verwachten dat daarbuiten significant andere resultaten optreden. In natuurgebieden in alle windrichtingen is er sprake van een saldering van de toekomstige emissies, met de huidige emissie.
Deze conclusie kan worden overgenomen voor verder weg gelegen natuurgebieden. Het rekenmodel AERIUS is hierop niet ingericht. Het model moet danig aangepast worden, om een beeld te schetsen van de effecten op grotere afstand. Deze werkzaamheden zijn niet kostenefficiënt en niet doelmatig. Het resultaat van de
Blad 33 van 43
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21 projectnummer 0417636.105 6 oktober 2022 Gemeente Haarlemmermeer
berekening blijft immers een zeer grove inschatting, met een hoge mate van onzekerheid en gebaseerd op een model dat niet voor dit soort berekeningen bedoeld is. Bovendien is het rekenmodel wettelijk voorgeschreven en kan het niet zonder meer worden aangepast door derden. Inden er sprake is van een toename van stikstofdepositie op grote afstand, is deze nihil of hoogstens zeer gering (maximaal één tot enkele honderdsten mol/ha/jaar).Er zijn weinig maatregelen beschikbaar om specifiek de deposities op deze afstand te beperken en het is derhalve niet doelmatig om dergelijke details – met aanzienlijke onzekerheden en rekenkundige bezwaren – te berekenen. In de bouwfase is er een afname van de totale stikstofemissie vanuit het plangebied berekend. In combinatie met de eerdere berekende effecten buiten de 25 km die niet maatgevend bleken, kan gesteld worden dat er geen effect buiten de 25 km te verwachten is. Er wordt daarom geconcludeerd dat een onderzoek naar effecten op meer dan 25 km afstand weinig zinvol is. Kwalitatief kan worden beredeneerd dat er op grotere afstand geen afwijkende resultaten worden verwacht. De resultaten van een berekening waarvoor het rekenprogramma moet worden aangepast kennen bovendien een hoge foutmarge, kunnen niet kostenefficiënt worden uitgevoerd en zullen geen invloed hebben op de planvorming voor PARK21.
Blad 34 van 43
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21 projectnummer 0417636.105 6 oktober 2022 Gemeente Haarlemmermeer
5
Verkeerseffecten evenementen De Commissie m.e.r. geeft in haar advies aan dat, in aanvulling op de reeds uitgevoerde onderzoeken, een aanvullend onderzoek benodigd is naar de verkeerssituatie bij grote evenementen. De Commissie adviseert een goed onderbouwde analyse waarmee de gevolgen van een groot evenement op de omgeving (met name parkeren) nodig is. Daartoe adviseert de Commissie dat voorafgaand aan de besluitvorming de afhandeling van verkeersstromen en het parkeergedrag van bezoekers te onderzoeken. Hier dient de impact op de parkeerbehoefte, het verkeerssysteem en de omgeving van PARK21 betrokken te worden. Tevens dient de rol van openbaar vervoer en fietsverkeer betrokken te worden.
5.1
Aanpak Als aanvulling op het MER en het bestemmingsplan is een separate verkeersstudie uitgevoerd naar de effecten van evenementen op de omgeving (deze analyse in de vorm van een Indicatief verkeersplan evenementen PARK21 is als bijlage bij deze aanvulling gevoegd). Op basis van ervaringscijfers van andere meerdaagse festivals is bepaald welke verkeersgeneratie (met welke modal split) het festival genereert. In die ervaringscijfers is voorzien in een bandbreedte die de effecten van een groot evenement heeft. Met behulp van de modal split, het aantal bezoekers en de autobezetting is de verkeersgeneratie berekend. Het rapport geeft inzicht in de noodzakelijke en mogelijke ontvlechtingsroutes voor het verkeer. Daarnaast kijkt het door naar de noodzakelijke ruimte voor tijdelijke functies behorende bij een evenement, te denken valt aan parkeren, camping e.d.. Scenario’s bij de mogelijk gemaakte evenementen Voor meerdaagse festivals zijn vier scenario’s beschouwd, omdat deze op verschillende manieren een belasting op het gebied kunnen leggen. In de scenario’s is het bezoekersaantal gemaximaliseerd tot 80.000 bezoekers. Vanwege de uiteenlopende aantallen campingbezoekers en daggasten zijn in deze rapportage vier scenario’s onderzocht voor meerdaagse festivals. Voor een eendaags festival of concert is voor beide één optie uitgewerkt. Eendaagse festivals hebben meer daggasten (excl.
camping) op één dag ten opzichte van meerdaagse festivals, daardoor kunnen de verkeersstromen en de parkeerbalans verschillen. Dit is berekend in scenario 5. Concerten trekken naar verwachting minder bezoekers, maar kunnen in tegenstelling tot festivals ook op doordeweekse avonden plaatsvinden, waardoor de verkeersstromen in een ander druktebeeld plaatsvinden. Daarnaast is het aankomst en vertrekpatroon van concerten anders dan een festival. Daarom zijn deze (ondanks een lager bezoekersaantal) los onderzocht in scenario 6.
Figuur 5.1: Onderzochte scenario’s voor grote evenementen
Blad 35 van 43
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21 projectnummer 0417636.105 6 oktober 2022 Gemeente Haarlemmermeer
5.2
Conclusies van het onderzoek Op hoofdlijnen wordt in het onderzoek geconcludeerd dat PARK21 voldoende ruimte ter beschikking heeft voor een gezonde werking van het verkeerssysteem bij een groot (meerdaags) evenement. Binnen het bestaande verkeersnetwerk is voldoende ruimte om het verkeer via de ontvlechtingsroutes te regelen. De instroom is daarvoor maatgevend door een hoger medegebruik van ander verkeer op dat moment. Tevens volgt uit het onderzoek dat er voldoende ruimte beschikbaar is of komt binnen PARK21 om de parkeervraag en benodigde campings te faciliteren. In wat meer detail en uitgesplitst per thema gelden onderstaande conclusies: Instroom maatgevend voor verkeersbelasting Als hoofdconclusie uit de verkeersgeneratie blijkt dat de instroom van het verkeer maatgevend is voor de verkeersafwikkeling, terwijl de uitstroom hogere pieksituaties heeft. Dit komt omdat de instroom plaats vinden in de rand van de avondspits of tijdens het middaguur, wanneer relatief veel regulier verkeer aanwezig is. De uitstroom vindt in de avond/nachtelijke uren plaats wanneer ongeveer 10 tot 20% van het spitsverkeer aanwezig is, daarmee is er voldoende restruimte voor het uitstromende verkeer. Daarbij komt dat dit verkeer gedoseerd het netwerk belast vanaf de parkeerplaatsen. Eventuele wachtrijen en congesties vinden plaats op de parkeerterreinen.
Een meerdaags festival heeft de hoogste piek op vrijdag tussen 12:00-13:00 uur met 2.700 mvt/uur. Bij een eendaags festival ligt deze piek max. op 2.400 mvt/uur. En bij een concert in de rand van de avondspits ligt dit op 2.200 mvt/uur. In alle gevallen is er voldoende restruimte op ontvlechtingsroutes om dit verkeer op te vangen. Verkeersafwikkeling Kruispunten op de Bennebroekerweg hebben bij een centrale route naar het evenemententerrein onvoldoende ruimte om al het verkeer zowel in de avond als de weekenden te verwerken. Met het spreiden van het verkeer via alternatieve aanrijroutes (ontvlechtingsroutes) is het evenementenverkeer inpasbaar in combinatie met het reguliere verkeer waarbij het reguliere verkeer op het netwerk niet te veel wordt gehinderd. Met de ontvlechtingsroutes is er voldoende capaciteit op het wegennet beschikbaar voor het afhandelen van het evenementen verkeer. Aandachtspunt bij ontvlechting is de capaciteit van de kruispunten. Het is goed denkbaar dat knelpunten voorkomen moeten worden door maatregelen (zoals verkeerregelaars) toe te passen op de kruispunten. Dit is uiteindelijk mede afhankelijk hoe het evenement de ontvlechting regelt. Dit is onderdeel van de evenementenvergunning.
Het kruispunt vanaf de Nieuwe Bennebroekerweg met de toegangsweg naar het evenemententerrein zal met zijn huidige vormgeving tijdens evenementen altijd moeten worden geregeld met verkeersregelaars. Meerdaagse festivals maatgevend voor ruimtegebruik Voor wat betreft het ruimtegebruik blijken meerdaagse festivals (80.000 bezoekers) maatgevend. De voornaamste reden hiervoor is dat campingbezoekers van meerdaagse festivals vaker met de auto gaan door het meenemen van (camping)spullen. Op gemeentelijke posities in de omgeving van het festivalterrein is voldoende ruimte beschikbaar voor parkeren, camping en pendelbussen om het maatgevende worst case scenario (scenario 3 in de tabel uit paragraaf 5.1) op te kunnen vangen. In de komende jaren zal PARK21 ontwikkelen. Er zullen kavels in de bouwfase zijn die tijdelijk gebruikt kunnen worden, er zullen delen park zijn gerealiseerd die gedeeltelijk gebruikt kunnen worden en er zullen nieuwe locaties worden verworven om te kunnen blijven doorgroeien in PARK21. De situatie zal dynamisch zijn waardoor een overcapaciteit aan ruimte noodzakelijk is, die
Blad 36 van 43
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21 projectnummer 0417636.105 6 oktober 2022 Gemeente Haarlemmermeer
is binnen PARK21 aanwezig en zal gedurende de ontwikkeling aanwezig blijven. Daarnaast zijn er in de directe omgeving diverse locaties die niet betrokken zijn, maar waarbij het aannemelijk is dat deze ook kunnen worden benut bij evenementen (locaties van derden zoals ontwikkelaars, boeren e.d.). Een belangrijk aandachtspunt bij het uiteindelijke aanwijzen van locaties voor fiets/scooterparkeren en campingterrein is dat de loopafstanden naar het festivalterrein zo veel mogelijk wordt beperkt. Afwijkingsmogelijkheid artikel 13.6.1 Eendaagse evenementen en concerten kunnen in omvang (dat wil zeggen: bezoekersaantallen) toenemen tot maximaal 60.000 bezoekers voor een eendaags evenement en 30.000 bezoekers voor een concert. Het bestemmingsplan voorziet in een afwijkingsmogelijkheid. Uit de aanvraag omgevingvergunning dient dan wel te blijken dat de bereikbaarheid, verkeersveiligheid, veiligheid van bezoekers en omgeving is gewaarborgd. In de analyse is bekeken of eendaagse evenementen en concerten nog ‘kunnen groeien’.
Op basis van de intensiteit en capaciteit kan een eendaags evenement 25% (3000/2400) tot 67% (3000/1800) groeien. Voor een concert is dit afhankelijk van de start van de hoofdact. Met een restruimte van ongeveer 3.200 mvt (rand avondspits (18:00-19:00) doordeweeks) is ook deze verkeersstroom op te vangen en kan het evenement nog met 45% groeien. Wanneer de instroom vanaf 19:00 uur plaats vindt, ligt de restruimte rond de 3.750 mvt en kan het evenement nog ongeveer 70% groeien.
Blad 37 van 43
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21 projectnummer 0417636.105 6 oktober 2022 Gemeente Haarlemmermeer
6
Overige adviezen Naast adviezen die de Commissie m.e.r. zodanig belangrijk acht dat aanvullend onderzoek nodig is om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over PARK21, doet de Commissie tevens aanbevelingen voor andere onderdelen van het MER. Ook die aanbevelingen zijn ter harte genomen en hebben een plek gekregen in dit hoofdstuk “Overige adviezen”.
6.1
Ambities en doelen met betrekking tot natuurverbetering Het advies van de commissie a. Uit het MER blijkt de ontwikkeling van PARK21 een positief effect op de natuur heeft. De Commissie is van oordeel dat de aanbevelingen uit paragraaf 21.3 van het MER (must have en nice to have) niet los gezien kunnen worden van het halen van de ambitie voor biodiversiteit. De Commissie vraagt verduidelijking of deze aanbevelingen bij de effectbepaling een rol hebben gespeeld. b. Daarnaast constateert de Commissie dat de ‘Leidraad Groene bouwstenen’ op gedegen wijze ingaat op de benodigde inrichting voor de gewenste natuurdoelen. De Commissie geeft tegelijkertijd aan dat de wijze waarop dit duurzaam beheerd gaat worden nog geen aandacht heeft. De Commissie beveelt aan om inzichtelijk te maken hoe het toekomstig beheer bij gaat dragen aan het bereiken van het doel voor biodiversiteit. a. Beoordeling natuur en aanbevelingen Ìn deel A van het MER is aangegeven wat de doelstellingen zijn en wat randvoorwaardelijk is voor het halen van die doelstellingen. Uit deel A komen ‘must haves’ naar voren die betrokken zijn in de weging van de effectscore. Met andere woorden: de ‘must haves’ zijn onderdeel van het planvoornemen. De effectbeoordeling in deel B van het MER heeft plaats gevonden zonder rekening te houden met de nice-to-have aanbevelingen die voortkomen uit deel C.
Deel B bevat een beoordeling van het effect van het planvoornemen zoals dat in het bestemmingsplan (en daarbij horende stukken) mogelijk gemaakt wordt. De nice to have-aanbevelingen uit het MER deel C zijn geen onderdeel van het beoordeelde planvoornemen in deel B. Hieronder wordt kort gereflecteerd op de effectscore van het planvoornemen zoals in deel B opgenomen. De beoordeling ‘natuur’ in deel B van het MER is getoetst aan de hand van drie criteria: Gevolgen voor beschermde soorten; Gevolgen voor beschermde gebieden (NNN en N2000); Gevolgen voor biodiversiteit. Gevolgen voor beschermde soorten De score voor beschermde soorten (maximale variant: +, basisvariant: 0/+) is overwegend positief. Aan de ene kant kan leefgebied van beschermde soorten verdwijnen, bijvoorbeeld door de kap van bomen of sloop van huizen of gebouwen. Eventuele aantastingen kunnen veelal gemitigeerd worden (bijvoorbeeld door niet in het broedseizoen te kappen of andere soortspecifieke maatregelen te treffen). Eventueel biotoopverlies kan voorkomen worden door maatwerk in de inrichting van het gebied.
Blad 38 van 43
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21 projectnummer 0417636.105 6 oktober 2022 Gemeente Haarlemmermeer
PARK21 levert een positieve bijdrage doordat de park- en polderlaag meer geschikte biotopen leveren. Dat is een positief effect. In de basisvariant is minder sprake van biotoopverlies, maar komt ook minder geschikt biotoop terug. Daarom is het effect enigszins beperkter (0/+) beoordeeld. De meerwaarde die middels de nice to have-aanbevelingen uit deel C van het MER gecreëerd kan worden is niet meegewogen in deze effectscore. Afhankelijk van de wijze waarop de gemeente Haarlemmermeer of andere initiatiefnemers invulling geven aan deze aanbevelingen wordt een ‘plus gezet’ op de reeds bestaande positieve effectscore. Bij nadere planvorming is al gebleken dat de gemeente de adviezen uit het MER aangewend heeft: -
De afwisseling van droge en natte natuur is opgenomen in de leidraad groene bouwstenen; Het wensbeeld natuurinclusief bouwen is vastgelegd in het BKP leisurelaag; Verstoring van parkkamers vastgelegd door omzoming vast te leggen in BKP leisure als harde voorwaarde om doorwaardbaarheid van park voor mens en dier te verzekeren.
Gevolgen voor Natura 2000 De enige relevante effecten voor Natura 2000-gebieden zijn vermesting en verzuring van omliggende Natura 2000-gebieden door stikstofdepositie. De transitie van agrarisch gebied naar parklandschap draagt bij aan het terugdringen van ammoniakemissies zoals wordt voorzien in de startnotitie van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Deze effecten hebben geen relatie met de gedane aanbevelingen uit deel C van het MER. Gevolgen voor Natuurnetwerk Nederland (NNN) Omdat door de aanleg van de parklaag als groenstructuur van oost naar west sprake is van een robuuste natuur wordt het effect positief (maximale variant: ++ en basisvariant: +) beoordeeld. Los van een formele status als NNN-verbinding werkt deze groene verbinding positief uit voor de kwaliteit van omliggende NNN-gebieden. Dit komt bijvoorbeeld tot uitdrukking doordat er een samenhangende recreatieve groene verbindingsroute voor doelsoorten komt, denk hierbij aan een brug over de Drie Merenweg. Zo worden grote barrières geslecht. Dit komt mede voort uit de ‘must have’-aanbeveling uit deel C van het MER. De aanbeveling ‘slecht barrières’ sluit hier nauw bij aan. De effectscore uit deel B kan dus positiever uitpakken als voldaan wordt aan de aanbeveling uit deel C.
Gevolgen voor biodiversiteit Gezien de beperkte actuele natuurwaarde van het plangebied zal de gevarieerde inrichting met een groter aantal biotopen (park, bos, water, agrarisch gebied) leiden tot een groter aantal aanwezige soorten. Dit gegeven leidt op zichzelf al tot een zeer positieve (++, maximale variant) tot positieve (+, basisvariant) beoordeling. De nice to have-aanbevelingen uit deel C van het MER kunnen binnen deze positieve beoordeling tot verdere optimalisaties leiden. Dit gaat meer over optimalisaties bij specifieke inrichtingsideeën (zoals de recreatieplas). Hiervoor geldt dus ook dat de effectscore uit deel B positiever uit kan pakken als voldaan wordt aan de aanbevelingen uit deel C. b. Duurzaam beheer van PARK21 In de Leidraad Groene Bouwstenen wordt nog niet ingegaan op het daadwerkelijke beheer. Dat heeft ermee te maken dat voor alle verschillende bouwstenen een verschillend beheer nodig is. Omdat het noodzakelijke beheer sterk afhankelijk is van het ontwerp en concrete inrichting, de
Blad 39 van 43
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21 projectnummer 0417636.105 6 oktober 2022 Gemeente Haarlemmermeer
locatie, de omvang en vooral van de specifieke biodiversiteitsdoelstellingen voor die plek, kan het beheer niet op voorhand al duidelijk worden beschreven. Dat maakt dat alleen in algemene termen kan worden verwoord, en ook dan geeft dat weinig garantie voor het behalen van de biodiversiteitsdoelstellingen. Om toch te borgen dat het beheer bijdraagt aan het behalen van de biodiversiteitsdoelstellingen wordt geadviseerd een protocol op te stellen over de wijze waarop het beheer in de planfase per project wordt vastgelegd. Daarin worden vaste stappen opgenomen in het planproces waarbij samen met een inrichtingsplan ook een beheerplan wordt ingediend. Onderdeel van een beheerplan zou zijn: Minimale voorwaarden beheerplan Verantwoordelijke partijen voor beheer Procedure voor toetsing van beheerplan (bijvoorbeeld altijd minimaal door ecoloog en beheerdeskundige van gemeente en desgewenst aanvullend onafhankelijke toetsing door externe partij) Monitoringsplan (wijze van monitoren biodiversiteitsdoelen, toetsingsmomenten (wanneer en door wie), wijze van bijsturing beheer indien noodzakelijk) Periodieke afstemming beheer(resultaten) met aanliggende terreineigenaren Hoe om te gaan met calamiteiten die bedreigend zijn voor o.a.
biodiversiteitsdoelen (maar ook landschappelijke, functionele en recreatieve doelen kunnen natuurlijk aan de orde komen) Op deze manier legt de gemeente procedureel vast dat een plan pas wordt goedgekeurd als de beheerparagraaf voldoende is uitgewerkt en goed is onderbouwd en dat daarin wordt getoetst en gestuurd op de biodiversiteitdoelstellingen (waarmee het plan dus gegarandeerd bijdraagt aan de doelen van PARK21).
6.2
Verduidelijk het VDS-effect Het advies van de commissie De commissie concludeert in haar advies dat de effecten van de aanleg van het Verbeterd Droogmakerij Systeem (VDS) navolgbaar in de effectbeoordeling van het MER omschreven zijn. Tegelijkertijd merkt de Commissie op dat in het MER de effecten alleen op hoofdlijnen en kwalitatief beschreven zijn. Daarbij zijn de volgende aandachtspunten geformuleerd: a. In het MER ontbreekt informatie over de invloed van de aanleg van het VDS op de wateraanvoer en -afvoer. b. Ook blijkt uit het MER dat nog geen onderzoek heeft plaatsgevonden naar de effecten van het VDS op de waterkwaliteit. c. De Commissie beveelt aan om bij de planuitwerking te anticiperen op de situatie na realisatie van het voornemen in 2040 en te beschrijven of er dan ook nog sprake is van voldoende waterberging in het watersysteem. d. De aanleg van het VDS en het daarmee verhogen van het (grond)waterpeil kan mogelijk (tijdelijke) negatieve effecten hebben op de waterkwaliteit als gevolg van het versneld uitspoelen van fosfaat in de bodem van (voormalige) landbouwpercelen. a. VDS-effecten op wateraanvoer en -afvoer De gemeente Haarlemmermeer heeft samen met Hoogheemraadschap van Rijnland een waterstructuurplan opgesteld voor de Haarlemmermeer.
Daarin is afgesproken dat bij verandering van functies (bijvoorbeeld agrarische gronden naar woningen, bedrijven of recreatiegebieden) het VDS wordt geïmplementeerd. De grondslag van die afspraak is dat VDS een positief effect heeft op
Blad 40 van 43
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21 projectnummer 0417636.105 6 oktober 2022 Gemeente Haarlemmermeer
de wateraanvoer en -afvoer. Dat is nog niet met een goed vergelijkbaar systeem in de praktijk gebracht, dus is het enige bronmateriaal een modelberekening. Uit recente interne modelberekeningen aan VDS in zone 3, deellocatie Groot Vennep blijkt dat het inlaten van water na aanleg van VDS naar verwachting in minder dan 20% van de jaren nodig zal zijn (waarbij één en ander nog afhankelijk is van de mate van klimaatverandering). Met het VDS wordt optimaal gebruik gemaakt van het neerslagoverschot dat Nederland nog altijd kenmerkt, waardoor de noodzaak water in te laten sterk wordt gereduceerd. In vergelijking met het huidige systeem, dat zich kenmerkt door een bijna continue watertoevoer, is dat een grote vooruitgang. De verwachting uit indicatieve berekeningen van zone 3, deellocatie Groot Vennep is dat in 10% tot 20% van de tijd water via open verbinding wordt afgevoerd naar de polderboezem of naar andere delen van het VDS gebied. Een vergelijking met de huidige afvoer toont dat de afvoer in de toekomstige situatie lager is dan in de huidige situatie. Daarbij is bij het VDS ook geen bemaling voor de afvoer meer noodzakelijk maar vind dat plaats onder vrijverval richting de polderboezem. Bij wateroverschotten zal het polderboezemgemaal het water uitmalen. b.
VDS-effecten op waterkwaliteit In het MER wordt aangegeven dat er nog geen praktijkbewijs is voor een gunstige uitwerking van VDS op de oppervlaktewaterkwaliteit5. Wel zijn in PARK21 op delen nulmetingen gedaan om straks het effect in de praktijk goed te kunnen monitoren (mede ingegeven vanuit de aanbeveling in het MER om een “vinger aan de pols te houden bij het VDS-effect”, hoofdstuk 16 en ook onder hoofdstuk 21). Dat betekent niet dat geen onderzoek verricht is naar de uitwerking van VDS op de oppervlaktewaterkwaliteit. In het MER is op basis van een theoretische beoordeling verondersteld dat het VDS een positief effect heeft op de oppervlaktewaterkwaliteit. Die effecten worden verwacht door: Afname van kwel bij een hoger peil; Betere waterkwaliteit van neerslag dan die van aangevoerd oppervlaktewater uit de polderboezem; Afname van bemesting in landbouwgebied doordat de agrarische cultuurgrond in oppervlakte verkleind wordt. De uiteindelijke uitwerking van het VDS-effect dient vastgesteld te worden op basis van monitoring. Dit advies is in het MER meegeven en is reeds gehonoreerd door Hoogheemraadschap van Rijnland. c. Voldoende waterberging (ook in 2040) Het toekomstige watersysteem bestaat uit een recreatieplas, het VDS en de retentiebekken. De aanwezigheid van de recreatieplas vergroot de robuustheid van het watersysteem door zijn bergend vermogen.
Met het invoeren van VDS met retentiebekken wordt het oppervlaktewater in het gehele gebied aanzienlijk vergroot en dat heeft ook een positief effect op de robuustheid. Seizoensberging is met VDS effectief omdat er veel uitwisseling met grondwater kan optreden. Er ontstaat meer bergend vermogen en een robuuster watersysteem.
5
Referentieprojecten in de directe nabijheid van PARK21 waarbij een flexibel peilbeheer onderzocht wordt, laten zien dat weliswaar een significante verbetering van de waterkwaliteit zal optreden, maar dat de nutriëntconcentraties nog wel hoog blijven.
Blad 41 van 43
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21 projectnummer 0417636.105 6 oktober 2022 Gemeente Haarlemmermeer
Wat betreft de normering wordt onderscheid gemaakt tussen bescherming tegen overstroming en wateroverlast. De waterkeringen zijn genormeerd op een t=100 gebeurtenis. Binnen PARK21 verandert hier niks aan. Overstromingsrisico is voor de aanleg van waterberging daardoor geen relevant aspect; de kwaliteit van de keringen is maatgevend voor het effect. Voor wateroverlast houdt Hoogheemraadschap Rijnland overal de wateroverlastnorm aan, ook in VDS-gebied. Grasland heeft t=10 (één keer per tien jaar een overschrijding is acceptabel), akkerbouw t=25 en bebouwing t=100. Uit recente berekeningen blijkt dat het overgrote deel van PARK21 een norm haalt van meer dan t=100, uitgezonderd het laagst gelegen deel waar het retentiebekken is gepland. Geconcludeerd kan worden dat het risico op wateroverlast klein is en de inrichting toekomstbestendig. Tabel 6.1: kans op hogere waterstand op Polderboezem en VDS gebied Park 21. Kans op voorkomen Waterstand (NAP) zomerpeil -5,87 m 1/5 jaar -5,70 m 1/10 jaar -5,65 m 1/40 jaar -5,40 m Ongeveer 50 cm boven zomerpeil. Kans op eerste kleinschalige wateroverlast in Park21 rondom polderuiterwaard. 1/100 jaar -5,25 m Veiligheidsnorm wateroverlast bebouwd gebied. 95% van Park21 ligt nu al hoger dan dit niveau (wordt nog opgehoogd). Kleiner dan 1/500 jaar -4,67 m Droogleggingseis gemeente voor bebouwing.
Het advies van de Commissie om ook bij de planuitwerking voldoende aandacht te hebben voor waterberging is onderdeel van de toetsing door Hoogheemraadschap van Rijnland bij het aan te vragen vergunningen. d. VDS, verhoging grondwaterstand en uitspoelen van fosfaat uit (voormalige) landbouwbodems Op (voormalige) agrarische percelen moet rekening worden gehouden met een verrijkte bovengrond. Bij de ontwikkeling van de parkstructuur, een glooiend parklandschap, dient in de lage delen de bovengrond afgegraven te worden en toegepast te worden (als bovengrond) in de heuvels. Zo ontstaat ruimte aan voedselarme bodemstructuren en wateroevers voor specifieke groene bouwstenen, maar tevens wordt versnelde uitloging door hogere grondwaterstanden van de nutriënten voorkomen en vormt deze toplaag de voedingsbodem voor het nieuwe te planten groen binnen PARK21.
6.3
Monitoring Advies van de commissie In paragraaf 26.3 van het MER staat het belang van het monitoren van milieueffecten van PARK21 beschreven. De Commissie onderschrijft de noodzaak hiervan, te meer omdat nog veel toekomstige ontwikkelingen in PARK21 onzeker zijn. In aanvulling op het monitoren van de milieueffecten beveelt de Commissie aan om ook te monitoren of de gestelde doelen worden behaald. Beheersmaatregelen De vraag om monitoring op beleidsdoelstellingen is op cruciale onderdelen reeds vormgegeven met monitoringsplicht in het bestemmingsplan. Zo wordt de gebruiksruimte voor bijvoorbeeld verkeersgeneratie en stikstofemissie middels een monitoringsplan verdeeld. De monitoringsplicht
Blad 42 van 43
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21 projectnummer 0417636.105 6 oktober 2022 Gemeente Haarlemmermeer
is vastgelegd in het bestemmingsplan. Deze monitoring is voornamelijk relevant voor vergunningverlening. Een ander type monitoring (zoals beschreven in het MER) gaat over monitoring op milieueffecten. In het MER wordt een aanbeveling gedaan tot het opzetten van een evaluatie van in elk geval de prioritaire structuur. Op basis daarvan kan bijgestuurd worden op het bereiken van de ambities van PARK21. In het bestemmingsplan is geen concrete verplichting daartoe opgenomen. Wel wordt die monitoring (en specifiek de evaluatie van de prioritaire structuur) betrokken bij de jaarlijkse voortgangsrapportage die naar de gemeenteraad van de gemeente Haarlemmermeer gestuurd wordt. Daarmee wordt invulling gegeven aan de wens van de Commissie om ook de gestelde doelen periodiek te monitoren.
Blad 43 van 43
Aanvulling milieueffectrapportage PARK21 projectnummer 0417636.105 6 oktober 2022 Gemeente Haarlemmermeer
Bijlage 1 Indicatief verkeersplan evenementen PARK21 Globale analyse impact evenementenverkeer Park21
Indicatief verkeersplan evenementen PARK21 Globale analyse impact evenementenverkeer Park21 Aanvulling augustus 2022 t.b.v. addendum MER
Indicatief verkeersplan evenementen PARK21 - vrijdag 26 augustus 2022
1
C
Colofon Opdrachtgever(s) Gemeente Haarlemmermeer Titel rapport Indicatief verkeersplan evenementen PARK21 Kenmerk 012460.20220810.N1.06 Datum publicatie augustus 2022 Projectteam Haarlemmermeer Jeroen de Pijper en Ellen Delzenne
Projectteam Goudappel Coffeng Martijn Stevens, Quin de Maat, Tim Bunschoten en Arno de Koning Status Definitief Niets uit deze rapportage mag worden overgenomen zonder bronvermelding. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen © Copyright Goudappel rechten worden ontleend. Eventuele rechthebbenden op gebruikt beeldmateriaal dienen contact op te nemen met de uitgever.
Indicatief verkeersplan evenementen PARK21 - vrijdag 26 augustus 2022
2
Inhoudsopgave 1.
Uitgangspunten
2.
Verkeersgeneratie en routering
3.
Verkeerseffecten en maatregelen
4.
Benodigde ruimte
5.
Indicatief verkeersplan evenementen
6.
Conclusies
Indicatief verkeersplan evenementen PARK21 - vrijdag 26 augustus 2022
3
1. Uitgangspunten Voor verschillende type evenementen en vervoerswijzen
Indicatief verkeersplan evenementen PARK21 Analyse evenementen verkeer Park 21 - vrijdag 26 augustus 2022
4
Evenementenverkeer Park 21 In Park 21 wordt een evenemententerrein gerealiseerd. Op dit terrein zijn meerdaagse festivals, maar ook kleine concerten mogelijk. Het terrein komt te liggen in het gebied tussen de spoorbaan en de Rijnlanderweg. Grote delen van het jaar is het een regulier park, een beperkt aantal keer per jaar zijn evenementen mogelijk. In de verkeersgeneratie van het MER is het evenementenverkeer meegenomen in de berekeningen, daarbij is uitgegaan van een jaargemiddelde per dag. Oftewel alle jaarlijkse bezoekers van het terrein zijn uitgesmeerd over alle dagen van het jaar. Dit is de wettelijke aanpak voor MER berekeningen. Echter komt hiermee niet de piekbelasting in beeld wat rond een evenement plaatsvindt. Het effect hierin is in deze memo globaal in beeld gebracht. In deze rapportage worden zowel ervaringscijfers van meerdaags festival Mysteryland (via TrafficSupport) als Lowlands (via evenementenorganisator MOJO) gebruikt voor de berekening van de effecten van evenementen. De ervaringscijfers verschillen in de modal split en de bezetting per auto. De cijfers voor Mysteryland zijn over het algemeen iets lager en worden daarom gezien als ondergrens en Lowlands daarom als bovengrens. Daarnaast worden ook kengetallen van CROW (publicatie 305) gebruikt voor concerten. Indicatief verkeersplan evenementen PARK21 - vrijdag 26 augustus 2022
5
Evenementen Park 21 Welke evenementen precies op evenemententerrein plaats zullen vinden is nog onbekend. In het MER is een inschatting gemaakt van het type evenementen, de frequentie per jaar en de omvang aan bezoekers en de vervoersbeweging van leveranciers. Dit is uitgesplitst in naastgelegen tabel. Voor het in beeld brengen van de verkeerseffecten in de pieksituaties rondom de evenementen is onderscheid gemaakt tussen festivals en concerten. Allereerst omdat beide een ander aankomst en vertrek patroon van bezoekers hebben. Ten tweede, omdat festivals in de meeste gevallen verspreid over het weekend plaats vinden en concerten ook in de avonden op doordeweekse dagen mogelijk zijn. Ze hebben daarmee een verschillende impact op de verkeerssituatie.
Bezoekers evenementen
Meerdaagse festivals (met verblijfsfaciliteiten) Eendaagse festivals Concerten Kleine concerten Totaal
Aantal
Bezoekers/ Totaal Vervoersbewegingen evenement bezoekers leveranciers (totaal)
3
80.000
240.000
33.000
2
40.000
80.000
11.000
4
20.000
80.000
11.000
3
10.000
30.000
4.000
430.000
59.000
Indicatief verkeersplan evenementen PARK21 - vrijdag 26 augustus 2022
6
Evenementen Park 21 In deze rapportage zijn voor de meerdaagse festivals vier scenario’s beschouwd, omdat deze op verschillende manieren een belasting op het gebied kunnen leggen. In de scenario’s is bezoekersaantal gemaximaliseerd tot 80.000 bezoekers.
Voor een eendaags festival of concert is voor beide één optie uitgewerkt. Eendaagse festivals hebben meer daggasten (excl. camping) op één dag ten opzichte van meerdaagse festivals, daardoor kunnen de verkeersstromen en de parkeerbalans verschillen. Dit is berekend in scenario 5.
Voorbeelden van meerdaagse festivals zijn: Pinkpop, Best Kept Secret, Mysteryland en de Zwarte Cross. Deze festivals faciliteren een camping voor 25.000 tot 30.000 voor weekendtickets met camping en verkopen daarnaast nog dag- en weekendkaarten zonder camping. Daarnaast zijn er ook meerdaagse festivals met een camping voor 15.000 tot 20.000 bezoekers, zoals Bospop en Great Wide Open. Bij festivals met een nachtvergunning, zoals Lowlands en Down The Rabbit Hole, worden uitsluitend weekendtickets met camping verkocht. Vanwege de uiteenlopende aantallen campingbezoekers en daggasten zijn in deze rapportage vier scenario’s onderzocht voor meerdaagse festivals.
Concerten trekken naar verwachting minder bezoekers, maar kunnen in tegenstelling tot festivals ook op doordeweekse avonden plaatsvinden, waardoor de verkeersstromen in een ander druktebeeld plaatsvinden. Daarnaast is het aankomst en vertrekpatroon van concerten anders dan een festival. Daarom zijn deze (ondanks een lager bezoekersaantal) los onderzocht in scenario 6. Scenario 1 2 3 4