Bijlage 1 - Trotse dragers van het landschap, visie polderlinten Haarlemmermeer en beeldkwaliteitsplan voor de erven
Tekst van het document
70
71
5 Uitvoerbaarheid De visie tot leven brengen kan langs verschillende
De gemeente kan helpen door:
Overige initiatiefnemers hebben een rol in invulling
wegen. Daar hebben verschillende initiatiefnemers
• de polderlinten, inclusief de invloedszones van
geven aan de Visie:
een rol in.
125 meter aan weerszijden van de langslinten
• door de ontwikkelprincipes toe te passen bij
en 50 meter aan weerszijden bij dwarslinten,
(grootschalige) ontwikkelingen, dit regelen
als landschapsstructuur te borgen in de
we in anterieure overeenkomsten en/of de
bestemmingsplannen (of in de toekomst het
vergunningseisen in het kader van de wabo en/of
omgevingsplan) en in de andere visies, zoals
de eisen van de welstand.
de toekomstige Nota Omgevingskwaliteit, de
Onder overige initiatiefnemers verstaan we:
toekomstige Verdichtingsvisie en de Leidraad
• inwoners, eigenaren;
duurzame Inrichting Haarlemmermeer (DIOR).
• dorps- en wijkraden
• de ontwikkelprincipes in paragraaf 3.5 over de bebouwing op de erven als addendum op de welstandsnota: ‘Nota uiterlijk van bouwwerken
• ondernemers zoals agrariërs en recreatieondernemers;
• publieke partijen zoals het Hoogheemraadschap
Haarlemmermeer 2020’ (in de toekomst de ‘Nota
van Rijnland, de Metropool Regio Amsterdam, de
Omgevingskwaliteit’) op te nemen.
provincie Noord-Holland, Rijkswaterstaat, Prorail
• de visie/ontwikkelprincipes te hanteren bij groot onderhoud aan de polderlinten;
of de Vervoerregio Amsterdam.
• maatschappelijke organisaties zoals
• de visie en de ontwikkelprincipes te hanteren bij
Meerwaarde, sportverenigingen
maatregelen die uitgevoerd worden in het kader
en terreinbeherende natuur- en
van andere uitvoeringsprogramma zoals het
recreatieorganisaties zoals Landschap Noord-
uitvoeringsprogramma mobiliteit.
Holland, Staasbosbeheer, Recreatieschap
• een uitvoeringsprogramma specifiek voor de polderlinten op te stellen.
• subsidie beschikbaar te stellen voor het toepassen van ontwikkelprincipes bij kleine ontwikkelingen langs de polderlinten door particuliere initiatiefnemers
Spaarnwoude Onder ruimtelijke ontwikkelingen verstaan we:
• het brede scala van het uitbreiden van een bestaande schuur, tot het transformeren van een compleet boerenerf, of het ontwikkelen van woon-werkgebieden langs een polderlint tot het realiseren van een viaduct over een polderlint.
72
Deze visie is ons kader, daarmee geven wij richting aan de ontwikkeling van de polderlinten: wij willen de polderlinten als de oorspronkelijke structurerende lijnen van Haarlemmermeer zichtbaar en beleefbaar houden. Want zij vertellen ons de ontstaansgeschiedenis van Haarlemmermeer. Met de ontwikkelprincipes geven wij voorbeelden ter inspiratie hoe wij denken dat dit in de praktijk bereikt kan worden. De ontwerpprincipes zijn bedoeld als inspiratie om de hedendaagse opgaven aan te kunnen pakken, zoals het vergroten van de biodiversiteit, het zorgen voor een duurzaam watersysteem, het realiseren van een langzaam verkeersnetwerk en het zorgen voor een aantrekkelijke woon-en werkomgeving. De ontwikkelprincipes zijn bedoeld voor het gesprek met de initiatiefnemer. De ontwikkelprincipes zijn geen verplichting, maar het zal altijd maatwerk zijn op welke manier de plannen van de initiatiefnemer kunnen bijdragen aan de versterking en het beleefbaar houden van de polderlinten. Wie doet er mee?
73
74
Bijlagen Bijlage I - boerderijtypes, inspiratie voor de omgang met historische boerderijen
Bijlage II - erfbeplanting, inspiratie voor de ontwikkelingsrichting ‘Versterk de erfbeplanting met gebiedseigen beplantingen’
75
Bijlage I - boerderijtypes,
inspiratie voor de omgang met historische boerderijen
Kop-rompboerderij Klein Vennep (Kathrin Vierveijzer)
Waardevolle boerderijtypes In de gemeente Haarlemmermeer treffen we een grote variëteit van boerderijtypen uit verschillende streken aan. Mensen die in de Haarlemmermeerpolder gingen pionieren lieten hun boerderijen vaak bouwen naar het voorbeeld van boerderijen uit hun geboortestreek. Vaak werden wel aanpassingen gedaan zodat de hoeven beter geschikt waren voor de natte polder en veranderende bedrijfsvoering. In deze notitie zijn vier karakteristieke boerderijen uit de gemeente Haarlemmermeer uitgelicht. Het doel is om inzicht te geven in de mogelijkheden om, op basis van de historische kenmerken, een boerderij te transformeren waarbij nieuwe functies een plek kunnen krijgen. Benoemd wordt welk type ontwikkeling, gebaseerd op de kenmerken van de boerderij, passend zou kunnen zijn bij het boerderijtype. Bij transformatie zouden de typerende kenmerken van de boerderij zoveel mogelijk behouden moeten blijven of versterkt worden. Daarnaast is het gemeenschappelijk gebruik van de tuinen (moestuin, siertuin, fruitboomgaard) daarbij een voorwaarde. Deze functies mogen echter niet zomaar in het betreffende type boerderij gerealiseerd worden. Wat er mag is afhankelijk van het bestemmingsplan en de locatie, en er dient altijd een vergunning te worden afgegeven.
Kenmerken Stolp boerderij
bouw en de dakhelling. De stolp heeft vaak een uitsparing aan de gootlijn aan de representatieve voorgevel in de vorm van
De Noordhollandse Stolpen komen in Haarlemmermeer in
een koekoek. De stolp wordt daarnaast soms verlengd. De basis
Bijlage: Boerderijtypes
vele variaties voor. Het dak van een stolp is altijd met pannen
van de stolp is dan rechthoekig in plaats van vierkant. Het is
of riet bedekt. De vorm van dit piramidedak is op een prettige
van belang dat de korte gevel zich naar de weg oriënteert.
Inspiratie voor de omgang met historische
de boerderijen ligt namelijk op de kenmerkende vorm van het
boerderijen
door de dakvorm voldoende ‘lucht’ en zicht op achterliggende
wijze dominant in het landschap aanwezig, zonder dat het zeer volumineus of massaal overkomt. Stolpboerderijen worden ook wel de ‘Piramides van de polder’ genoemd, het accent van dak. Ook als stolpen in een dicht bebouwingslint staan, blijft gebieden aanwezig. De goothoogte van stolpen varieert, maar begint doorgaans na de eerste laag en is nooit hoger dan 3,5 m. De hoek van de daklijn ligt meestal tussen de 40 en 55 graden. De nokhoogte is altijd afhankelijk van de breedte van het geEen voorbeeld van een stolpboerderij met een koekoek in de voorgevel (Margot Oosterveen)
2
Gemeente Haarlemmermeer
76
Behoud van karakteristieke kenmerken De stolp is van oorsprong een gebouw met meerdere func-
Kenmerken Haarlemmermeerse boerderij
ties onder een dak. Nog steeds is de stolp erg geschikt voor het vestigen van verschillende functies en activiteiten. Denk
In de loop der tijd ontwikkelde zich het Haarlemmermeerse bo-
vooral aan functies waarbij het erf niet in aparte tuinen wordt
erderijtype. Deze boerderij is gebaseerd op de stijlkenmerken
opgedeeld, zoals een kinderdagverblijf, zorgvoorziening met
van de verschillende boerderijen in de polder, maar is speciaal
dagverblijf, dierenpensioen, woning met praktijk of kantoor aan
aangepast aan de hoge oogstopbrengsten en de grootschalige
huis. Het opsplitsen van een stolp in twee of meer wooneen-
erven in Haarlemmermeer. Dit Haarlemmermeerse boerderi-
heden versterkt de ruimtelijke kwaliteit niet altijd. Ook het
jtype ontwikkelde zich direct na de drooglegging en vernieu-
volume in de stolp zelf gaat snel verloren. Deze ruimte maakt
wingen bleven zich voortdoen tot ongeveer de tweede helft
de stolp juist interessant. In plaats van het splitsen van de stolp
van de 20e eeuw. De kop-romp boerderij, met woonhuis aan
om extra woningen te creëren kan er ook gedacht worden aan
Veel schuren die voor de 20e eeuw gebouwd werden, hebben
Om meer oogstruimte te krijgen werd het dak omhoog getild
één of meerdere ronde gietijzeren ramen in de voorgevel en
zodat er een tweede laag ontstond. Zo ontstond een grote
rechthoekige raampjes in de zijgevel.
oogstschuur waar licht in de vorm van stroken onder het schil-
In de loop van de tijd zijn veel schuren van oorspronkelijk an-
ddak naar binnen kon schijnen. Aan beide kanten van de schuur
dere typen boerderijen vervangen door het grotere Haarlem-
werden zijbeuken toegevoegd met een laag aflopende kap. Het
mermeerse schuurtype.
gebruik van de zijbeuken varieert. Terwijl de westkant meestal werd gebruikt voor paarden- en veestallen konden aan de
Behoud van karakteristieke kenmerken
andere kant koetsen, tractoren en auto’s gestald worden. Soms
Authentieke boerderijen van het Haarlemmermeerse type
werd deze zijbeuk ook als woongelegenheid voor seizoenarbei-
kunnen door het geschakelde woonhuis goed getransformeerd
de voorkant en grote schuur in het verlengde, is de basis van
ders gebruikt of als uitbreiding van het woonhuis, bijvoorbeeld
worden naar wonen met werkplaats of kantoor aan huis. De
het realiseren van een woning in een bijgebouw.
het Haarlemmermeerse type. Het woonhuis kan asymmetrisch
als bijkeuken.
ruime en hoge schuren bieden veel plaats voor machines,
Via het Rijk en de provincie zijn er financiële mogelijkheden
aan de linker of aan de rechter kant van de schuur geposition-
Voor de hoeve werd meestal het materiaal gebruikt dat er
etalages of representatieve kantoren en vergaderzalen. Het
voor eigenaren van historische stolpen (zie ‘Kansen voor de
eerd zijn of in het midden. Verder kan het ook dwars voor het
voor handen was. Waar in het begin vooral baksteen werd
Haarlemmermeerse Boerderijtype leent zich bij uitsteek als
Stolp’, Mooi Noord-Holland 2015).
midden van de schuur staan. Het woonhuis heeft over het
Het woonhuis heeft over het algemeen een zadeldak, is sierlijk en heeft een representatieve voorgevel.
algemeen een zadeldak, is sierlijk en heeft een representatieve Meest typerende kenmerken:
voorgevel. Bij de woonhuizen die haaks op de schuur staan is
•
soms ook voor een mansarde kap gekozen.
De basis van de stolp is meestal vierkant maar kan ook rechthoekig zijn.
• •
De goothoogte varieert maar is nooit hoger dan 3,5 meter De hoek van de daklijn ligt meestal tussen de 40 en 55
Op�oneel wolfseinde
graden.
• •
Het dak is met riet of pannen bedekt Behouden van het ruime, open karakter in de stolp zelf.
gebruikt, werd er in de moeilijke tijden van het interbellum
Woonhuis Verhoging met lichtstroken Zijbeuken
Inmiddels neemt het gebruik van golfplaten toe. Traditioneel werden Hollandse dakpannen als dakbedekking gebruikt, maar
meter in het vierkant resulteert
m tot maximaal 15 meter. Bij een breedte van 24 meter resulteert dit in een nokhoogte van 18 meter.
in de twintigste eeuw werden er ook asbestplaten gebruikt.
12500 mm 14250 mm 18000 mm
in een hoogte van minimaal 13
basisontwerp voor karakteristieke en landelijke nieuwe woningen. Het kenmerkende opgetilde dak zorgt voor licht en ruimte op de bovenverdiepingen, onderdelen die bij veel moderne woonhuizen achteraf moeten worden toegevoegd. Meest typerende kenmerken:
•
De kop-romp opbouw is kenmerkend voor dit type boerderij
•
Woonhuis aan de voorzijde en grote schuur in het verlengde
• •
Woonhuis heeft een sierlijke voorgevel De schuur heeft een omhoog getild dak waardoor er ruimte en licht ontstaat
ook voor goedkopere opties zoals lichte zandsteen gekozen.
Voorbeeld: Een stolp van 20
77
De schuur kenmerkt zich door het grote volume en de hoogte.
• •
Zijbeuken met laag aflopende kap Ronde gietijzeren ramen in de voorgevel en rechthoekige raampjes in de zijgevel.
12000 mm 20000 mm 24000 mm
Principeschets met voorbeeld van een stolpboerderij in Haarlemmermeer. Hier is sprake van een verlengde stolpboerderij waarbij de basis rechthoekig is. (Kathrin Vierveijzer)
Voorbeeld van het Haarlemmermeerse boerderijtype. Hier is het opgetilde dak, dat oorspronkelijk bedoeld was om meer ruimte en licht te creëren, goed te zien. (Kathrin Vierveijzer)
Principeschets met voorbeeld van een Haarlemmermeerse boerderij in Haarlemmermeer. Hier is het opgetilde dak van de schuur goed te zien. (Kathrin Vierveijzer) Gemeente Haarlemmermeer
3
4
Gemeente Haarlemmermeer
Schuur (de romp)
Woonhuis (de kop)
Voorbeeld van een Kop-romp boerderij in de gemeente Haarlemmermeer (Kathrin Vierveijzer)
Schematische weergave van de Kop-(hals)-romp boerderij
Kenmerken Kop-(hals-)romp boerderij
soms gecombineerd met het Haarlemmermeerse schuurtype,
Restaurant Den Burgh is gevestigd in een monumentale boerderij uit 1859 van het type langgevel. (Kathrin Vierveijzer)
zie hiervoor ‘Haarlemmermeerse boerderij’.
Kenmerken Langgevelboerderij
De boerderijen van het kop-hals-romp type, en variaties daar-
Het geheel doet vaag denken aan een liggende koe.
op, bestaan uit een woonhuis geschakeld aan een schuur. Van oorsprong komt dit boerderijtype uit Friesland en Groningen. Het woonhuisgedeelte is de kop, het middengedeelte de hals en de schuur de romp. Het geheel doet vaag denken aan een liggende koe. Door de veelzijdigheid van de kop-(hals)-romp boerderij was deze zowel geschikt voor veehouderijen als voor
De boerderijen van het langgeveltype ontstonden in het gehele midden van Nederland, van Groningen en Friesland tot Brabant en Noord-Limburg komen de Hallehuisboerderijen voor. Ze kenmerken zich door een lange, rechthoekige opzet met voorin het woongedeelte en achter een stenen brandmuur het bedrijfsgedeelte. De voorgevel is overwegend rijk versierd met makelaars, siermetselwerk of windvang. Ook al waren de stal, schuur en het woonhuis onder één dak gevestigd, bijgebouwen waren nog steeds nodig. Bijgebouwen liggen achter de voorgevelrooilijn parallel aan de boerderij. Schuren of bijgebouwen zouden niet dwars gebouwd moeten worden. Langgevelboerderijen hebben een zadeldak bedekt met dakpannen of riet. De regionale variaties van de
akkerbouw.Boerderijen met veeteelt zijn te herkennen aan de hogere voorhuizen met daaronder de melkkelder en de
Behoud van karakteristieke kenmerken
Langgevelboerderijen zijn té divers om op te noemen. In de Haarlemmermeerpolder zijn er velen toegepast. Het is belangrijk om
stalraampjes in de schuur. Een akkerbouwbedrijf heeft een ver-
Boerderijen van het kop-(hals)-romp type komen veel voor
deze verscheidenheid bij transformatie te versterken.
lengt voorhuis voor een grotere graanzolder en grotere ramen
en zijn uiterst veelzijdig. Door de geschakelde opbouw is het
aan de achterkant van de schuur, die als dorsruimte gebruikt
woonhuis van nature al gescheiden van de schuur, en zeer
werd.
Behoud van karakteristieke kenmerken Een Langgevelboerderij is bijzonder geschikt voor transformatie in representatieve functies of horeca door de subtiele splitsing
geschikt voor bijvoorbeeld kantoorfuncties of ontvangstru-
van het woonhuis en de ruime schuur. Ook het splitsen van het langhuis in meerdere woningen kan een aantrekkelijke optie zijn.
imtes terwijl de schuur industrieel kan worden gebruikt of in De hals van een kop-hals-romp boerderij werd in de meeste
meerdere kamers kan worden opgesplitst. Het is van belang
gevallen als karnelokaal en waskeuken gebruikt. In de minder
om de kenmerken van de kop-romp boerderij te herstellen/
welvarende gebieden en in bedrijven met akkerbouw als over-
te bewaren, zoals de stalraampjes in de schuur of de kop-hals-
heersende bedrijfstak bleef de hals meestal geheel achterwe-
romp opbouw van de boerderij.
Gemeenschappelijk gebruik van de tuinen (moestuin, siertuin, fruitboomgaard) is daarbij een voorwaarde. Het langgeveltype in de Haarlemmermeerpolder heeft een grote variatie in volume, lengte en hoogte. Hierdoor is het van belang om de juiste functie bij de boerderij te vinden.
ge. Zo ontstond de kop-romp boerderij die kleiner en goedkoper in aanleg was.
Meest typerende kenmerken:
Meest typerende kenmerken:
• Het woonhuis, soms doelmatig en sober in uitstraling, kan ook
boerderij. Het woonhuis wordt meestal in het verlengde
erg sierlijk en representatief zijn. Veelal werden sierlijsten,
van de schuur gebouwd
makelaars en uilenborden aan het woonhuis geplaatst en sierli-
• •
rechts aan de korte gevel van de schuur georiënteerd. Soms is het woonhuis ook dwars aan de schuur geschakeld.
•
De voorgevel heeft een rijke versiering met siermetselwerk, makelaars en windvang.
Het woonhuis kan een representatieve en sierlijke uitstral-
•
De boerderijen hebben een zadeldak bedekt met dakpannen of riet.
Er werd gebruik gemaakt van sierlijsten, makelaars en
•
uilenborden aan het woonhuis.
van de korte gevel van de schuur, of asymmetrisch links of
Kenmerkend is de lange, rechthoekige opzet van het gebouw.
•
ing hebben
jke glas-in-lood ramen voor de schuur gekozen. De kop-(hals)-romp boerderij heeft het woonhuis in het midden
•
De kop (-hals)-romp opbouw is kenmerkend voor dit type
Bijgebouwen liggen achter de voorgevelrooilijn en hebben dezelfde oriëntatie als de boerderij.
De stalramen in de schuur zijn kenmerkend. De schuur had vaak sierlijke glas in lood ramen.
In de gemeente Haarlemmermeer is de kop-romp boerderij Voorgevel van boerderij Den Burgh (Kathrin Vierveijzer)
Gemeente Haarlemmermeer
5
6
Gemeente Haarlemmermeer
78
Cultuurhistorische waardering historische boerderijen In de geoviewer van de gemeente Haarlemmermeer is van elke historische boerderij in de gemeente een overzicht opgenomen met een uiterlijke beschrijving, het vermoedelijke jaar van stichting en bouw, en voor zover bekend de historie van het perceel. Een cultuurhistorische waardestelling is op een kaart aangegeven. Bij initiatieven voor een boerderij kan de erfgoeddeskundige van de gemeente om advies worden gevraagd. De Provincie en meerdere stichtingen hebben ook adviesorganen en kunnen ondersteunen bij plannen. De cultuurhistorische waardering heeft vier categorieën: Categorie 1: Zeer hoge waarde - De boerderij is in het verleden door de gemeente, provincie of het Rijk als monument bestemd. De boerderij mag niet gesloopt worden en voor wijzigingen is een vergunning nodig. Het advies is om de cultuurhistorische waarden te behouden en versterken. Categorie 2: Hoge waarde – De boerderij heeft veel waardevolle elementen, zoals bijvoorbeeld erfbebouwing uit de pionierstijd, een representatieve bouwstijl voor het specifieke boerderijtype en geen of nauwelijks bouwwijzigingen sinds de oplevering van de boerderij. Aanvullend onderzoek is aangeraden om de cultuurhistorische waarden uitgebreid in beeld te brengen. Het advies is om de cultuurhistorische waarden te behouden en versterken bij transformatie of herbestemming.
Sloop is niet wenselijk en alleen in uitzonderlijke gevallen aanvaardbaar. Dit moet dan goed onderbouwd worden. Categorie 3: Gemiddelde waarde – De boerderij heeft een standaard opzet en de bouw dateert niet uit de pionierstijd. De boerderij heeft een beperkte hoeveelheid stijlkenmerken en heeft mogelijk meerdere bouwwijzigingen of zelfs sloop/nieuwbouw ondergaan sinds de oplevering. Aanvullend onderzoek is aangeraden om de cultuurhistorische waarden uitgebreid in beeld te brengen. Het advies is om het profiel en boerderijtype van de (oorspronkelijke) boerderij als uitgangspunt te nemen bij transformatie, herontwikkeling of sloop-nieuwbouw. Categorie 4: Lage waarde – De boerderij heeft weinig cultuurhistorisch waardevolle elementen. De boerderij dateert niet uit de pionierstijd en is door bouwingrepen of sloop zo veranderd dat het oorspronkelijke profiel of boerderijtype niet herkenbaar is. Het advies is om aanwezige landschappelijke elementen van de boerderijfunctie en erfidentiteit bij sloop-nieuwbouw terug te brengen conform de inrichtingsprincipes van het beeldkwaliteitsplan. De geplande bebouwing van het erf kan refereren aan een vroegere bebouwingsfase of een boerderijtype. De cultuurhistorische waardestelling is alleen op de cultuurhistorische waarden gebaseerd, los van de bouwtechnische toestand, gebruikers- of overheidsbelangen, of andere aspecten.
79
Boerderij de Schie met bijzondere klokgevel. (Kathrin Vierveijzer)
Gemeente Haarlemmermeer
7
8
Gemeente Haarlemmermeer
Bijlage II - Inspiratie voor de Ontwikkelingsrichting
“versterk de erfbeplantingen met gebiedseigen beplantingen” Afkomstig uit: “Erven en landschappelijke beplanting in de gemeente Haarlemmermeer” Een studie naar de kernwaarden van de erven en de historische wegbeplantingen en landschapsbeplanting (Landschap Noord-Holland, 2013)
Op de erven in de Haarlemmermeer staan rond 1900 verschillende soorten beplanting. Het type beplanting is afhankelijk van het erftype en vaak ook van de streek waar de eerste bewoners van afkomstig waren.
Het woonerf
ze ook bijzondere natuurwaarde als leefgebied
De woonerven hadden beplanting op de erfranden
voor insecten, zangvogels, muizen, hermelijntjes,
en daarnaast was er weinig beplanting op het erf.
kikkers, salamanders en allerlei bijzondere planten.
Meestal was er een moestuin en stonden er wat
Trekvogels en vleermuizen gebruiken deze bosjes ter
fruitbomen. Ook stond er wel eens een solitaire
oriëntatie en als rustpunt.
boom voor de woning. Enkele woonerven waren wat
Op dit moment zie je vaak bomen langs de zij- en
rijker beplant met inheemse bomen en struiken.
achtererfranden. Omdat veel van de erfsloten gedempt zijn, vormt de houtige beplanting vaak de
Boerenerf Het boerenerf in 1900 had een brede variatie aan beplanting, waaronder bomenrijen, hoogstamfruitboomgaarden, geschoren hagen, solitaire bomen, windsingels, (hakhout)bosjes met rondom sloten, leibomen, laanbomen en struikgewas. Als je vanuit de winderige polder het boerenerf op kwam, stond je meteen in de luwte. Het erf was omgeven met een robuuste bomenrij en op de windkant was vaak een windsingel aanwezig. Op een perceel naast de boerderij stond veelal de hoogstamfruitboomgaard, die begrensd werd door een smalle sloot met daarlangs een hakhoutsingel van zwarte els. Alleen de voortuin (het gedeelte van het voorerf tussen de voorgevel van de woning en de weg) bleef open. Vaak werd er rond de voortuin stond een geschoren haag geplant. Als deze beplantingen nu nog aanwezig zijn hebben
begrenzing van het erf met het akkerland. Boomsoorten De Hollandse iep was in het verleden de meest prominente boomsoort. Iepziekte heeft in de 20e eeuw veel bomen het leven gekost. De iep is daardoor vaak vervangen door populier, linde, es en els. In 1900 kwamen hoogstamfruitboomgaarden frequent voor op de boerenerven in Haarlemmermeer. Indertijd werden boomgaarden aangelegd op een apart, met sloten omringd, perceel op het zijerf. De hoogstamfruitboomgaard had vaak ook een windsingel of bomensingel er om heen. Tegenwoordig zijn veel hoogstamfruitboomgaarden verdwenen of ernstig in verval geraakt. Ook hebben halfhoog- en struikfruitboomgaarden hun entree gemaakt in de polder. In de randbeplanting van de boomgaard is
80
veel uitval en de restanten van de oude singels om
Afkomstig uit: Beeldkwaliteit Polderlaag
de boomgaard zijn vaak niet goed onderhouden.
PARK21 (Gemeente Haarlemmermeer, Vista 2014)
Lanen met laanbomen waren in 1900 beperkt aanwezig, ze kwamen voor op maar 6% van de
In het BKP Polderlaag voor PARK21 zijn
erven. Wel zijn de lanen soms van bijzondere
beplantingssoorten opgenomen die kunnen worden
kwaliteit. Waar nog aanwezig zijn de lanen
gebruikt om de bestaande erfbeplantingen van de
waardevol omdat ze de boerderij op bijzondere wijze
boerderijen langs de linten ter plaatse van PARK21
met de weg verbinden.
te herstellen. Deze soorten kunnen ook als richtlijn
Geschoren hagen, vaak van Liguster of Taxus,
worden gehanteerd voor de erfbeplantingen in de
werden gebruikt om verschillende erfdelen van
droogmakerij. Gezien de kleibodem zijn soorten die
elkaar te scheiden. Ze vormden de wanden van
horen bij de Potentiële Natuurlijke Vegetatie van het
verschillende “kamers” op het erf. Tegenwoordig zijn
Elzenrijk Esssen-iepenbos het meest voor de hand
hagen ook geplant langs het voorerf om de grens
liggend.
tussen de voortuin en de weg aan te duiden, veel
Bij dit vegetatietype horen de volgende soorten
sloot die als grens functioneerde is vaak gedempt.
bomen en struiken:
Ook rond de moestuin werden vaak hagen geplant.
Boomsoorten: iepen, zwarte els, in mindere mate
Tegenwoordig is beplanting ook gebruikt om de
zomereik, beuk en haagbeuk
functionele erfdelen van elkaar af te scheiden,
Struikenlaag: veldesdoorn, rode kornoelje, gewone
zoals speelveldje, camping, boerderijwinkel, opvang
vlier, hondsroos, wilde kardinaalsmuts
zorgcliënten, enzovoorts.
81
Vaak heeft het boerenerf een of meer solitaire
Als aanplantmaat en plantafstand is in dit BKP het
bomen, geplant op het voorerf, als poortwachter bij
volgende opgenomen:
de entree naast het erfpad en/of in een hoek van
Plantmateriaal boomvormers: veren maat 150-175
het voorerf. Es, beuk, esdoorn, (treur)wilg, kastanje,
Plantmateriaal struiken: bosplantsoen maat 50-100
linde, eik en sierkers zijn hiervoor gebruikt.
Plantafstand:1.50 x 1.50 m in driehoeksverband
Trotse dragers van het landschap visie polderlinten Haarlemmermeer en beeldkwaliteitsplan voor de erven 82