Bijlage 1 - Trotse dragers van het landschap, visie polderlinten Haarlemmermeer en beeldkwaliteitsplan voor de erven
Tekst van het document
Trotse dragers van het landschap visie polderlinten Haarlemmermeer en beeldkwaliteitsplan voor de erven
2
Samenvatting visie De polderlinten vormen verbindende stelsels in het landschap van de gemeente Haarlemmermeer. Dat geldt zowel voor de polderlinten van het man-made landschap van de Haarlemmermeerpolder als de noordelijke veenweidepolders langs het Oer-IJ. In de Haarlemmermeerpolder vormen de polderlinten een strak rasterpatroon, in de veenweidepolders een organisch stelsel dat samenhangt met de inpolderingsgeschiedenis. Onder de polderlinten verstaan we de hele zone van weg, bermen, begeleidende beplantingen, waterlopen en erven. De breedte varieert, maar is voor noord-zuidlinten grofweg 250 meter en voor oost-west linten 100 meter. De polderlinten dragen bij aan de ontsluiting en waterhuishouding. Ze geven maat en schaal aan het landschap, maken de seizoenswisselingen voelbaar en hebben een prachtige perspectiefwerking. De erven binnen de linten zorgen voor bedrijvigheid en van oudsher liggen er belangrijke ontmoetingsruimten, zoals bij de kerken, scholen en in de dorpscentra. Oorspronkelijk hingen de polderlinten sterk samen met de agrarische omgeving. De ontsluiting, waterhuishouding, verkaveling en de positie van de erven waren onlosmakelijk met elkaar verbonden. De verstedelijkingsprocessen in de Haarlemmermeerpolder hebben die samenhang deels doorbroken. Delen van de polderlinten zijn gefragmenteerd of ‘losgezongen’ van hun context.
In de noordelijke veenweidepolders staat het beeld van een samenhangend veenweidelandschap nog steeds overeind .Weliswaar is de stedelijke druk hier voelbaar en hebben veel boerderijen een andere functie gekregen maar polderlinten en omgeving vormen nog steeds een hecht ruimtelijk geheel. Wij zien de polderlinten in de Haarlemmermeerpolder als structurerende lijnen die houvast geven aan vier belangrijke opgaven van onze tijd: de ontwikkeling van een duurzaam watersysteem, meer biodiversiteit, een langzaam netwerk en een aantrekkelijke woon- en werkomgeving. We bevriezen de polderlinten niet maar er is ruimte voor doorontwikkeling. De polderlinten worden opgedikt met extra zones met waterelementen, vegetaties, routes voor langzaam verkeer en bijzondere bouwclusters. Dat zorgt voor polderlinten die ruimtelijk meer in evenwicht zijn met de veranderde omgeving en daar nieuwe relaties mee aangaan. Voorbeelden zijn de polderlinten als onderdeel van ommetjes voor de bewoners van aangrenzende woonwijken en polderlinten die met extra waterelementen bijdragen aan een duurzaam watersysteem. Bij de doorontwikking is altijd de karakteristieke lineaire opbouw uitgangspunt. Steeds werken we met parallelle zones van weg, beplantingen, vegetaties en waterelementen die een soort ruimtelijke streepjescodes in de Haarlemmermeerpolder vormen.
In de noordelijke veenweidepolders ligt het accent meer op landschapsbehoud. Leidend is hier het beeld van een samenhangend veenweidegebied. Belangrijke aandachtspunten zijn het behoud van de karakteristieke dijkprofielen en de uitstraling van de bebouwing en erfbeplantingen. De IJdijk krijgt aan de zijde van het voormalige IJ een begeleidende zone van water- en moerasvegetaties. De uitgezette koers voor de polderlinten pakt in de verschillende delen van de gemeente anders uit. Elk deelgebied vraagt om specifieke aanpak. In de stedelijke gebieden gaat het om de ontwikkeling van brede parkachtige zones, in agrarische gebieden om smallere zones die dienstbaar zijn aan het landbouwkundige gebruik. De polderlinten en de veranderde omgeving beïnvloeden elkaar wederzijds en gaan een symbiose aan. De polderlinten geven de herkomst van de polder aan en zijn trotse dragers van het landschap. Zo werken we aan mooiere en sterkere polderlinten, de trotse dragers van het landschap.
3
Colofon Plantype: Polderlinten Haarlemmermeer (trotse dragers van het landschap) is:
• visie voor de polderlinten als geheel • beeldkwaliteitsplan voor de erven van de polderlinten (paragraaf 3.5)
Opdrachtgever: Gemeente Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG Hoofddorp Telefoon 0900 1852 E-mail info@haarlemmermeer.nl Internet www.haarlemmermeer.nl Januari 2022
Opdrachtnemer: Feddes/Olthof Landschapsarchitecten in samenwerking met stedenbouwkundige Teake Bouma Berdie Olthof - landschapsarchitect/projectleider Martijn Noordermeer - landschapsontwerper/ landschapshistoricus Isabella Hol -landschapsarchitect Teake Bouma - stedenbouwkundige
Gemeentelijke begeleidingsgroep: Marieke Adrichem – landschapsarchitect en projectleider Joop Slangen – polderarchitect Gerdien van de Beek – landschapsarchitect Petra Kort – Hoogeboom - strategisch adviseur Kathrin Vierveijzer – erfgoeddeskundige Adam Zuyderwijk – beleidsadviseur verkeer en vervoer Esther de Rijk – jr stedenbouwkundige Moniek van Leeuwen - polderecoloog Chris Mudde – Hoogheemraadschap Rijnland
architectuur/stedenbouw
Inhoudsopgave 1. Inleiding............................................................................................................................................................................ 6 1.1 Haarlemmermeerse polderlinten ..........................................................................................................................................................6 1.2 Waarom de polderlinten versterken? ................................................................................................................................................. 7
2. Analyse van de polderlinten .................................................................................................................................. 8 2.1 Inleiding ................................................................................................................................................................................................................8 2.2 Polderlinten als onderdeel van een agrarisch landschap......................................................................................................9 2.3 Polderlinten in verschillende (stedelijke) contexten. ................................................................................................................ 12 2.4 Polderlinten in de beleidscontext. ...................................................................................................................................................... 13
3. Visie - hulplijnen van de polder ........................................................................................................................... 16 3.1 Hulplijnen ........................................................................................................................................................................................................... 16 3.2 Hulplijnen voor een duurzaam watersysteem .............................................................................................................................17 3.3 Hulplijnen voor meer biodiversiteit ....................................................................................................................................................22 3.4 Hulplijnen voor een langzaam netwerk ......................................................................................................................................... 26 3.5 Hulplijnen voor aantrekkelijke woon- en werkmilieus ............................................................................................................ 30
4. Inspiratie voor gebieden ....................................................................................................................................... 40 4.1 Gebied specifieke uitwerkingen van de polderlinten .............................................................................................................40 4.2 Agrarische context - productie en pionieren .............................................................................................................................42 4.3 Park context - verbreden en verbinden ....................................................................................................................................... 48 4.4 Stedelijke context - bijzondere bouwclusters ........................................................................................................................... 54 4.5 Energie context - zonnecarre en lintzones ................................................................................................................................60 4.6 Veenweide context - dijken en drassig land.............................................................................................................................. 66
5 . Uitvoerbaarheid........................................................................................................................................................ 72
Bijlagen.........................................................74 Bijlage I: Boerderijtypes, inspiratie
voor de omgang met historische boerderijen...................................................................76
Bijlage II: Inspiratie voor de
Ontwikkelingsrichting “versterk de erfbeplantingen met gebiedseigen beplantingen”... .......................................................80
1 Inleiding 1.1 Haarlemmermeerse polderlinten
kavel binnen de invloedszone vallen hieronder. De invloedszone van de dijken is meer variabel. In
De polderlinten zijn de noord-zuidwegen
principe geldt dat de invloedszone tussen de beide
(langslinten) en oost-westwegen (dwarslinten) in
voetsloten ligt. Ook horen alle erven (soms op enige
de droogmakerij Haarlemmermeer en alle dijken in
afstand van de dijk) erbij, evenals de op-en afritten
de veenweidegebieden in de noordelijke polders.
naar de boerderijen en de langgerekte kavels die
Ook de wegen op het oude land dat binnen de
direct aan de dijk grenzen en de “braken”.
Ringvaart kwam te liggen na het droogleggen van het Haarlemmermeer behoren tot de polderlinten,
De totale lengte van de polderlinten bedraagt
zie kaart op deze pagina. De polderlinten
174 km en de dijken in de noordelijke polders 32
(bijvoorbeeld bij Schiphol) die nauwelijks meer
kilometer. Dat is vergelijkbaar met de afstand van
zichtbaar zijn, maken eveneens deel uit van het
Hoofddorp naar Groningen.
ruimtelijke raamwerk van polderlinten. De dijk en de weg langs de Ringvaart maken geen deel uit van de polderlinten. Hiervoor wordt verwezen naar het rapport ‘De verbindende ring, Beeldkwaliteitsplan ringvaart en ringdijk Haarlemmermeer’ (RV 2021.0000696). Elk polderlint bestaat uit het geheel van de polderweg, de bomenrijen, de boerderijen en langslopende waterlopen in de Haarlemmermeerpolder. De invloedszone bestaat daarom uit 125 meter aan weerszijde van de langslinten en 50 meter aan weerszijde van de weg van de dwarslinten. Ook kavels die net buiten deze zones liggen maar onderdeel zijn van de
kaart uit Analyse polderlinten (Gemeente Haarlemmermeer, 2020)
6
Haarlemmermeer ook in de toekomst voor zoveel
behoud van de kwaliteit. Voor ingrepen die weinig
mogelijk mensen goed zichtbaar, beleefbaar en
ruimtelijke impact hebben geldt een basisregie. Voor
toegankelijk blijft. De erfgoedvisie geeft aan dat er
ingrepen met beperkte tot grote ruimtelijke impact
De polderlinten zijn zeer kenmerkend voor
voor het beoordelen van nieuwe planvorming langs
geldt maatwerk regie. Daartoe stelt de NOK een
Haarlemmermeer. Het zijn van oudsher de
de polderlinten behoefte is aan een ruimtelijk kader
aantal basisregels. Deze Visie op de polderlinten is
ontsluitingswegen in de gemeente. Zij vertellen
in de vorm van ontwikkelprincipes.
daarop aanvullend.
1.2 Waarom de polderlinten versterken?
het verhaal van de ontstaanswijze van het gebied en zijn ook bepalend voor de ruimtelijke
In de concept Nota Omgevingskwaliteit
structuur van de gemeente Haarlemmermeer.
Haarlemmermeer (NOK) zijn de polderlinten
Maar voortgaande verstedelijkingsprocessen en
opgenomen als een ruimtelijk systeem en zijn de
langslinten (noord-zuid)
een hoge verkeersdruk zetten de kwaliteit van de
waarden en kwaliteitsdoelen van de polderlinten
dijken (veenpolderlandschap)
polderlinten steeds meer onder druk. Daarom zet de
beschreven. De NOK geeft vervolgens aan hoe
bijzondere plekken
Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 (opvolger
intensief de gemeente betrokken wil zijn bij ingrepen
van de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030) voor
binnen de invloedszones van de polderlinten ter
Polderlinten Hoofdweg
dwarslinten (oost-west)
invloedszone polderlinten
de polderlinten in op het herkenbaar en beleefbaar houden van de oorspronkelijke karakteristiek van het raamwerk als geheel en waar mogelijk de versterking daarvan. Deze Visie is een uitwerking van de omgevingsvisie. Met de polderlinten hebben wij goud in handen om te werken aan een samenhangend (stedelijk) landschap. Door het versterken van de polderlinten geven we ook concreet invulling aan de Erfgoedvisie gemeente Haarlemmermeer 2020-2030 - ‘Erfgoed omarmen en beleven’. Doelstelling van deze nota is ons erfgoed in stand te houden en waar nodig te beschermen zodat het verhaal van
7
kaart uit Nota Omgevingskwaliteit, invloedszone polderlinten (Gemeente Haarlemmermeer, 2020). De exacte begrenzing is te vinden in de Geoviewer van de gemeente Haarlemmermeer.
2 Analyse van de polderlinten 2.1 Inleiding
Enerzijds gaat het dan om de continuïteit van de
In de Analyse polderlinten (gemeente
linten begeleid door de vaarten, sloten, dijken,
Haarlemmermeer, 2020) zijn de kernkwaliteiten van
groene bermen en bomen. Anderzijds gaat het om
de polderlinten onderzocht.
de zichtlijnen over het landschap.
De polderlinten vertellen mede het verhaal van de
In het veenweidegebied noordelijk van de
ontstaanswijze van het gebied en zijn ook bepalend
droogmakerij is de samenhang tussen de
voor de ruimtelijke structuur van de gemeente
weidegebieden de dijken en de boerderijen met
Haarlemmermeer. De historische waarde wordt
erfbeplanting nog duidelijk aanwezig.
vooral bepaald door het van oudsher aanwezige relatief smalle en doorlopende wegprofiel,
Het gebruik van de wegen is in de loop van de tijd
bomenrijen, (monumentale) boerderijen met
veranderd. De wegen kunnen ingedeeld worden
boerenerven, de doorzichten, zowel tussen de
naar functie (stroomweg, gebiedsontsluiting en
erven als op de erven zelf en de tochten langs de
erftoegangswegen) die elk een eigen invloed
dwarslinten. De ruimtelijke beleving is van(af) een
hebben op het profiel van het lint. De functie van de
groot deel van de polderlinten nog sterk aanwezig.
wegen is sterk gerelateerd aan het gebruik van de
Impressie van het huidige profiel van de polderlinten in de Haarlemmermeerpolder met links de hoofdvaart en rechts de ringvaart
“ Wat moet je over de Hoofdvaart zeggen, het is gewoon een mooi ding.” Reinier Bronkhorst omgeving van het betreffende polderlint. Belangrijke kwaliteiten zijn het samenbindende karakter van de linten, de perspectiefwerking, de beleving van de seizoenen en het ondernemerschap. Ook de gehechtheid van bewoners en ondernemers is een belangrijke kwaliteit, zoals in de publicatie Polderlintportretten (podium van architectuur, 2020) naar voren komt.
8
2.2 Polderlinten als onderdeel van een agrarisch landschap
oude foto’s laten zien. Met name op de kruisingen van de polderwegen waren van oudsher bijzondere
Oorspronkelijk vormden de polderlinten de
gebouwen aanwezig, zoals een kerk of horeca. Het
ontginningsassen voor de polders. Ze ontsloten
poldergrid heeft, zeker in verhouding tot oudere
de polders, gaven ruimte voor de bouw van
droogmakerijen als de Beemster, een karige opzet
boerderijen en waren de basis voor de verkaveling
met steile taluds en eenzijdige beplanting.
en het waterpatroon. De polderlinten waren onlosmakkelijk verbonden met het agrarische
De polderlinten in het noorden maken deel uit van
landschap. In de Haarlemmermeerpolder hebben
het IJ-dijken en oer-IJ gebied en zijn de dijken om
zij een regelmatig patroon van langslinten en
de veenpolders. Op de dijken bevinden zich de
dwarslinten, in de noordelijke veenpolders vormen
ontsluitingswegen. Tot op de dag van vandaag is het
zij een grillig patroon in en om de veenpolders. In
een heel open en waterrijk landschap, met alleen
de Haarlemmermeerpolder hebben de langslinten
opgaande beplanting bij de erven en bij de recente
(noord-zuid) en de dwarslinten (zuid-west) een
bossen in de jonge IJpolders.
andere opbouw. De dwarslinten vallen samen met de dwarstochten en hebben een relatief waterrijk beeld, terwijl bij de langslinten de tochten tussen de polderwegen liggen. De bomen bevinden zich aan de westzijde van de wegen om geen schaduw op het land te krijgen, maar op de weg. De boerderijen liggen voornamelijk aan de langslinten. Omdat de boeren uit verschillende windstreken komen en ‘hun eigen boerderij meebrachten’ is er een grote variatie aan boerderijen. Ook hebben de polderlinten een belangrijke betekenis als ontmoetingsruimte, zoals
9
Kruisweg b/d Aalsmeerderwerg (Noord Hollands Archief- NL-HlmNHA_162_2512_049)
Ontwerp Haarlemmermeer 1867 (Noord Hollands Archief, NL-HlmNHA_560_000127_K)
HOOFDVAART
LANGSLINT
10
DWARSLINT
11
POLDERDIJKEN
5
2.3 De polderlinten in verschillende (stedelijke) contexten Cruciaal voor de toekomst van de polderlinten is het ontstaan van verschillende ruimtelijke contexten. Naast agrarische gebieden, ontstaan er stedelijke
4
gebieden en bos- en parkgebieden. Delen van de polderlinten komen in een geheel andere ruimtelijke context te liggen. We onderscheiden vijf contexten: agrarisch gebied (1), parklandschap (2), woon-en werkgebieden (3), gepland energielandschap (4) en het veenweidegebied (5).
3
Door de veranderingen in de omgeving zijn delen van de polderlinten gefragmenteerd of ‘losgezongen’ van hun context.
2
1
Vijf landschappelijke contexten in de Haarlemmermeerpolder: 1. Agrarische context 2. Park context 3. Stedelijke context 4. Energielandschap 5. Veenweidegebied Transformatiegebieden* kunnen zowel komen te vallen onder park- als stedelijke context. Uitwerking vindt plaats op gebiedsniveau.
* deze kaart is een schematische afbeelding van de gebiedsindeling, de exacte begrenzing is te vinden in de Geoviewer van de gemeente Haarlemmermeer. Aan deze kaart zijn geen rechten te ontlenen.
12
2.4 Polderlinten in de beleidscontext Bij het opstellen van deze Visie Polderlinten is rekening gehouden met de beleidsprincipes voor de polderlinten zoals destijds in de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 (2012.0033712) waren opgenomen en de provinciale Leidraad Landschap & cultuurhistorie (2018), de concept Verdichtingsvisie (2021.0002214), de Natuurvisie (2021.0000462), het Beeldkwaliteitsplan Zonnecarre (2021.0000819) en de Beeldkwaliteit Polderlaag PARK21 (2014.0057605). Daarnaast is deze visie ook gebaseerd op de ‘Analyse polderlinten 2020’ en de ‘Polderlintportetten, gesprekken over verleden, heden en toekomst’. Twee onderzoeken die voor het opstellen van de visie zijn uitgevoerd.
13
Structuurvisie Haarlemmermeer
Leidraad Landschap & Cultuurhistorie
Verdichtingsvisie Haarlemmermeer
Natuurvisie Haarlemmermeer 2040,
2030, 2012
provincie Noord-Holland, 2018
2040, 2021
2021
Dit rapport geeft de ontwikkeling aan voor de toekomstbestendige Haarlemmermeer met ontwerpprincipes voor onder andere een duurzaam watersysteem, ruimte voor wonen, werken en recreëren. De cultuurhistorie bepaald mede de ontwikkelingen. De oorspronkelijke structuur van vaarten, polderwegen, en boombeplantingen is nog steeds zichtbaar en wordt gekoesterd. De cultuurhistorische linten worden verkeersluw en geschikt gemaakt voor langzaam verkeer door het lokale autoverkeer deels te verplaatsen naar nieuwe ontsluitingsroutes. Het programma van de erven richt zich op verbreding van de agrarische sector en ruimte voor ‘polderwonen’, kleinschalige projecten die passen in de sfeer van de polder.
Dit rapport is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap. De Leidraad geeft gebiedsgerichte en ontwikkelingsgerichte beschrijvingen hoe ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Uitgangspunten voor de linten zijn onder andere een goede herkenbaarheid van het lint als lijnvormige structuur in het landschap, het behouden van doorzichten vanaf de weg naar het achterliggende landschap en een zorgvuldige overgang van de erven naar het landschap.
De Verdichtingvisie heeft als doel om het open landschap te behouden, de beschikbare ruimte slimmer en efficiënter te ontwikkelen en daarmee de aantrekkelijkheid van het gemeentelijk woon- en vestigingsmilieu te versterken. De beleving, het gebruik en de waardering van de gebruiker staan centraal. De polderlinten zijn één van de acht benoemde typische voorbeeldlocaties in deze visie, er wordt uitgegaan van kleinschalig verdichten langs de polderlinten in de meest stedelijke woonen werkzones.
Met de Natuurvisie wil de gemeente bereiken dat biodiversiteit beter zichtbaar en beleefbaar is. Daar waar zich mogelijkheden voordoen moeten de kansen voor het vergroten van de biodiversiteit worden aangegrepen. Het behouden en realiseren van biotopen en verbindingen tussen leefgebieden is belangrijk, Het streefbeeld voor de linten is een lommerrijk geheel met grote bomen, hagen, heggen, struiken en kruiden. De groen ingerichte erven met boomgaarden en heggen zijn biodiversiteitshotspots.
Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 Juli 2012
14
15
Beeldkwaliteitsplan Zonnecarré,
Beeldkwaliteit polderlaag PARK21,
Analyse polderlinten,
Polderlintportretten,
2021
2014
2020
2020
Het Beeldkwaliteitsplan Zonnecarré wordt ingezet als aanvulling op de beleidsregels uit het Beleidskader Zonneakkers Haarlemmermeer. Het plan bevat regels voor de inpassing van zonneakkers, waaronder de omvang en oriëntatie, het vrijhouden van kavelsloten en tochten, ritme creëren in het landschap en behoud van de openheid. Langs de weg wordt een zone van minimaal 125 m vrijgehouden van zonnepanelen.
PARK21 is opgebouwd uit drie sferen of lagen: de polderlaag, de parklaag en de leisurelaag. Het BKP Polderlaag geeft richtlijnen voor de verdere uitwerking van de polderlinten. Voorstellen zijn onder andere het zoveel mogelijk streven naar dubbelzijdige laanbeplantingen, de linten benutten als de entrees van het park, bij ontwikkelingen rekening houden met de historische kernwaarden van het boerenerf, het streven naar een robuuster watersysteem en het bieden van ruimere mogelijkheden voor verbreding van agrarische bedrijven om de erven een kwaliteitsimpuls te geven.
Dit rapport is een onderzoek naar de kernwaarden van de polderlinten in de gemeenteHaarlemmermeer. De polderlinten zijn de beeldbepalende structuurdragers die in grote mate bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van onze gemeente. De gemeente wil de polderlinten zichtbaar en beleefbaar houden, maar nieuwe ontwikkelingen niet tegenhouden. Alvorens een ontwikkelingsplan te maken zijn in dit rapport het ontstaan, de ontwikkeling en de waarden van de polderlinten in beeld gebracht. het Analyserapport bevat veel waardevolle informatie.
Ten behoeve van het analyserapport is gesproken met mensen die aan de polderlinten wonen of werken. De geïnterviewden geven aan dat polderlinten hen het verhaal vertellen van de polder, je ervaart er de contrasten in de polder en de overgangen in het landschap. De dijken in de noordelijke polders vertellen het verhaal van de bescherming tegen het water en je ervaart er de vergezichten en het slagenlandschap. (Podium van Architectuur, in opdracht van de gemeente Haarlemmermeer)
3 Visie - hulplijnen van de polder Om sturing te kunnen geven aan de ontwikkelingen
Richtinggevend is de lineaire structuur. Het
die in en om de linten spelen, hebben wij behoefte
streefbeeld is dat de polderlinten worden versterkt
aan een visie en ontwikkelprincipes die ervoor zorgt
met extra zones met waterelementen, vegetaties,
dat de polderlinten als geheel herkenbaar blijven
routes voor langzaam verkeer en diversiteit aan
en zich verder kunnen ontwikkelen in de tijd. In dit
woonvormen. Dat zorgt voor polderlinten die
hoofdstuk werken we de visie uit en geven we met
ruimtelijk meer in evenwicht zijn met de veranderde
ontwikkelprincipes ter inspiratie aan hoe we die visie
context en daar nieuwe relaties mee aangaan.
kunnen bereiken.
3.1 Hulplijnen In deze Visie worden de polderlinten in de
In de noordelijke veenweidepolders kiezen we voor behoudende principes. Hier is het beeld van het historische veenweidelandschap leidend.
Haarlemmermeerpolder gezien als structurende lijnen die houvast geven voor de opgaven van onze tijd. Zoals de linten vroeger een publiek raamwerk waren voor de ontsluiting, waterhuishouding, beplanting en ruimte voor boerderijen in een agrarisch landschap, zijn zij in onze tijd de ‘hulplijnen’ voor de ontwikkeling van een duurzaam watersysteem, meer biodiversiteit, langzaam netwerk en aantrekkelijke stedelijke milieus. De hoofdprincipes voor het stelsel van de polderlinten als geheel worden in dit hoofdstuk aan de hand van ambities en ontwikkelprincipes aangegeven. Per gebiedscontext is in hoofdstuk 4 een nadere uitwerking gegeven. In de Haarlemmermeerpolder bevriezen we de polderlinten niet maar is er ruimte voor initiatieven.
De vier hoofdopgaven voor de polderlinten
16
Visie op het raamwerk
Hoofdidee van de Visie; de polderlinten ontwikkelen zich tot robuuste polderlinten die zijn toegerust op de opgaven van onze tijd.
17
Voor de polderlinten in de Haarlemmermeerpolder geldt altijd de lineaire opbouw als uitgangspunt. Middels initiatieven worden de bestaande linten opgedikt met zones met extra water, gevarieerde vegetaties en langzaam verkeersroutes. In de polderlinten in het noordelijke veenweidegebied gaat het om het behoud van het historische landschapsbeeld en de karakteristieke openheid.
Duurzaam watersysteem
De positie van de polderlinten in een duurzaam watersysteem *bron: Water in de structuurvisie 2030 (vPxdG)
18
3.2 Hulplijnen voor een duurzaam watersysteem Gemeentelijke ambitie In het huidige watersysteem wordt water doorgespoeld om de verzilting van de bodem en het grondwater tegen te gaan. Dit systeem kost veel water en is niet erg duurzaam. In de Structuurvisie voor de Haarlemmermeerpolder is de ambitie opgenomen om het doorspoelsysteem om te vormen naar een duurzaam watersysteem. Onderdeel daarvan is het langer vasthouden van regenwater, waardoor het watersysteem van de polder beter is opgewassen tegen periodes van droogte of hevige buien. Naast vasthouden van regenwater is de verbetering van de waterkwaliteit een belangrijk onderdeel voor een duurzaam watersysteem. Maatregelen daarvoor zijn de beperking van zoute of voedselrijke kwel en de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Een groot risico bij aanpassingen van het watersysteem van de Haarlemmermeerpolder is de opbarsting van de bodem. Het afgraven van grond vermindert de tegendruk tegen zoute kwel waardoor de grond kan openbarsten en nauwelijks meer te dichten is. De volgende ontwikkelprincipes voor de polderlinten kunnen bijdragen aan een duurzaam watersysteem.
19
Water in de structuurvisie Haarlemmermeer 2030 (Van Paridon x de Groot landschapsarchtiecten, 2012)
Ontwikkelprincipes voor een duurzaam watersysteem
W1
W2
W3
Voeg extra water toe in de delen van de dwarslinten waar geen opbarstingsrisico is. Dit principe bouwt voort op de van oudsher belangrijke betekenis van de dwarslinten in het watersysteem.
Herstel in de langslinten het oorspronkelijke waterpatroon langs de weg en het erf. Dit bevordert de doorstroming en de waterkwaliteit. Aanpassingen van waterpeilen dienen altijd in afstemming met Rijnland plaats te vinden.
Houd de zoete kwel langs de westelijke Ringdijk vast. Samen met het vasthouden van regenwater vormt dat een bron van schoon water, bijvoorbeeld voor gebiedsontwikkeling.
zone met hoog opbarstrisico
20
Ontwikkelprincipes voor een duurzaam watersysteem
21
W4
W5
W6
Voorkom versmallingen in de Hoofdvaart en de tochten in verband met de afvoer van brak water. Werk aan de waterkwaliteit en biodiversiteit door natuurvriendelijke oevers (paragraaf 3.3).
Noordelijke polderdijken: ontwikkel een natte voet (waterrijke zones) aan de zijde van het IJ.
Ontwerp de civieltechnische kunstwerken van het watersysteem (zoals gemaaltjes, in- en uitlaten) met oog voor ruimtelijke kwaliteit en niet alleen puur technisch.
Vergroten biodiversiteit
Meer biodiversiteit langs de polderlinten
22
3.3 Hulplijnen voor meer biodiversiteit Gemeentelijke ambitie Wij hebben de ambitie voor een samenhangende ecologische structuur, die onder andere is vastgelegd in de Natuurvisie 2040. De polderlinten kunnen daarbij een rol vervullen voor de ecologische dooradering en als verbindingen tussen natuurterreinen. Dat vraagt om een beplantingsconcept met variatie in soorten. Dit concept zien we als een volgende stap in
zijn van een lineaire opzet en heldere trajecten die aansluiten op de grootschalige opbouw van de Haarlemmermeerpolder. Zowel in de Haarlemmermeerpolder als de noordelijke veenpolders kunnen de erfbeplantingen hotspots zijn voor biodiversiteit. De ambitie voor meer biodiversiteit werken we uit in de volgende ontwikkelprincipes voor de polderlinten.
de reeks van beplantingsconcepten van de Haarlemmermeerpolder. Op dit moment staan er in het buitengebied populieren en in de bebouwde kom essen. Dat is niet altijd zo geweest. Zo waren tot begin vorige eeuw de beplantingen in eigendom van particulieren die experimenteerden met verschillende boomsoorten en plantafstanden. Rijen van iepen, populieren, wilgen, eiken en essen wisselden elkaar af. Daarna was er een periode waarin veel iepen langs de dwarslinten en langslinten zijn geplant. Passend bij het tijdsbeeld van de 21ste eeuw kunnen de polderlinten aanjagers zijn voor biodiversiteit. Daarin doen ook natuurvriendelijke oevers langs erfsloten en tochten mee. De beplanting kan verschillen per lint, maar steeds zal er sprake moeten
23
Natuurvisie Haarlemmermeer 2040 (gemeente Haarlemmermeer, 2021)
Ontwikkelprincipes voor meer biodiversiteit
B1
B2
B3
Versterk de laanbeplanting door toevoeging van extra bomenrijen/vegetatie en meer variatie in soorten. Zorg voor lange rijen, passend bij de maat en schaal van de polder. Stem soortenkeuze af op smalle bermen, steile taluds en veel windvang. Hou rekening met de betekenis van bomenrijen voor de oriëntatie van vleermuizen.
Ontwikkel water- en moerasvegetaties langs de tochten, rekening houdend met het opbarstingsrisico.
Vorm de bosranden langs de polderlinten om naar gevarieerde bosranden of zones met voedselbossen. Zorg ervoor dat het polderlint als continue lijn zichtbaar blijft.
24
Ontwikkelprincipes voor meer biodiversiteit
25
B4
B5
B6
Versterk de erfbeplantingen met gebiedseigen beplantingen. Zie bijlage II voor inspiratie over gebiedseigen erfbeplanting.
Ontwikkel kruidenrijke zones in de linten.
Noordelijke dijken: ontwikkel gradiënten in de vegetaties op en langs de dijktaluds, van hoog naar laag en van droog naar nat.
Langzaam netwerk
De polderlinten als langzaam netwerk
26
3.4 Hulplijnen voor een langzaam netwerk Gemeentelijke ambitie De polderlinten vallen in diverse wegcategorieën.
Ook de polderlinten in de noordelijke
De meeste linten zijn een erftoegangsweg, wat
veenweidepolders spelen een belangrijke rol in
betekent dat zij vooral de erven ontsluiten. Verder
het (recreatieve) fietsverkeer. De verkeerskundige
is een groot deel gebiedsontsluitingsweg (zowel in
inrichting vraagt hier om maatwerk. Zo kan bij dijken
als buiten de bebouwde kom). Een klein deel is een
een in de verharding afwijkende middenstrook
stroomweg, de drukste categorie.
het slingerende verloop accentueren en kan
Als gemeente hebben we de ambitie om de
op de plattelandswegen een afwijkende tint
polderlinten zo veel mogelijk af te waarderen en hier
van de middenrijloper zorgen voor een visuele
meer ruimte te geven voor (recreatief) fietsverkeer.
versmalling. De ambitie voor de ontwikkeling van
Daarbij is er een verschil tussen de langslinten
een langzaam netwerk werken we uit in de volgende
en de dwarslinten. Uit de verkeersprognose
ontwikkelprincipes voor de polderlinten.
(2021) blijkt dat de langslinten kansrijk zijn om af te waarderen voor autoverkeer (als de verkeersafwikkeling geborgd is), maar dat dit voor de dwarslinten lastiger is. In de ontwikkelprincipes onderscheiden we twee hoofdtype voor de Haarlemmermeerpolder: de ‘fietsstraat’ voor de langslinten en vrijliggende fietspaden langs de dwarslinten. Beide zijn zij belangrijke bouwstenen voor de ontwikkeling van een langzaam netwerk in de Haarlemmermeerpolder. De Hoofdvaart heeft aan twee zijden een weg, een rustige oostzijde en een drukkere westzijde, die geen deel uitmaakt van het recreatieve langzame netwerk.
27
Ontwikkelprincipes voor een langzaam netwerk
N1
N2
N3
Hoofdvaart; de herkenbaarheid van de Hoofdvaart als autonoom element behouden en vergroten, de Hoofdvaart niet versmallen. Wegen rechtdoor laten lopen, continue oevers, bermen, fietsstroken en bomenrijen. Bomen zoveel mogelijke door laten lopen tot aan bruggen en/of viaducten. De westzijde is de rustige zijde die deel uitmaakt van het langzame netwerk. De inrichting van het lint is altijd afhankelijk van het aantal voertuigen dat er gebruik van maakt.
Langslinten; ontwikkelen als fietsstraat, met medegebruik van bestemmingsverkeer. De inrichting van het lint is altijd afhankelijk van het aantal voertuigen dat er gebruik van maakt.
Dwarslinten; ontwikkelen als doorgaande wegen voor auto- en agrarisch verkeer met vrijliggende fietspaden en een haag of bomenrij tussen rijweg en vrijliggend fietspad.
28
Ontwikkelprincipes voor een langzaam netwerk
N4
N5
N6
Polderdijken; rijweg met aanliggende fietsstroken met rode tint op de dijk. De inrichting van het lint is altijd afhankelijk van het aantal voertuigen dat er gebruik van maakt.
Bij nieuwe ongelijkvloerse kruisingen blijven de polderlinten op maaiveld en gaan zij in hun geheel onder de kruisingen door. Sterke versmallingen moeten hierbij voorkomen worden.Het gaat niet alleen om de weg, maar ook om de waterlopen, de begeleidende beplantingen en langzaam verkeersroutes. De lange lijn van het oudsher aanwezige lint moet zichtbaar blijven. Nieuwe kruisende lijnen worden niet met bomen geaccentueerd en leuningen en stijlen van viaducten (en bruggen bij de Hoofdvaart) zijn ondergeschikt aan het lint en transparant in uitstraling. Wanneer de verkeersafwikkeling op maaiveld kan worden geregeld heeft dit de voorkeur.
Een erf mag alleen op een erfontsluitingsweg worden aangesloten. Elk erf heeft maar één toegang en de hoeveelheid verharding wordt zo veel mogelijk beperkt. Daar waar van oudsher twee toegangen zijn, kunnen dit er twee blijven.
N7 Belangrijke ontmoetingsruimtes kunnen aanleiding zijn voor een verbijzondering van de verharding en beplanting.
29
Aantrekkelijke woon- en werkmilieus
*
De polderlinten als drager van aantrekkelijke woon- en werkmilieus. De exacte begrenzing van de gebiedscontexten is te vinden in de Geoviewer van de gemeente Haarlemmermeer.
*Bestaande gebiedscontexten: bij transformatie kan de gebiedscontext wijzigen. Zie hiervoor de kaart op pagina 12.
30
3.5 Hulplijnen voor aantrekkelijke woon- en werkmilieus
betekent dat er voldoende lucht moet blijven in de
Deze algemene punten werken we in dit hoofdstuk
polderlinten. Net als een muziekpartituur met noten
uit in principes voor de verschillende typen erven. We
Gemeentelijke ambitie
en stilten gaat het om een ritmische afwisseling van
onderscheiden:
In de polderlinten komen verschillende typen
bebouwde erven en open kavels. Daarvoor geven
• traditioneel erf,
bebouwing voor. In de eerste plaats zijn er de
we de volgende algemene uitgangspunten mee.
• agrarisch productie-erf,
prachtige cultuurhistorische erven, waaraan in de
• In de toekomst staat de transformatie en
• erf met verbreding agrarische functies,
ontwikkeling van erven centraal en willen we
andere bebouwing zijn toegevoegd.
geen nieuwe rijtjeswoningen in de polderlinten.
zonder behoud van de bestaande boerderij), in
Rond de bebouwing in de polderlinten spelen vele
Open ruimtes tussen de erven moeten zorgen
stedelijke context,
ontwikkelingen en initiatieven, waar wij richting
voor doorzichten naar het achterland. Ook in de
aan wil geven. Bijlage 1; boerderijtypes, inspiratie
kernen zijn deze karakteristieke ‘groene spaties’
voor de omgang met historische boerderijen,
van belang.
• innovatief erf met nieuwe bebouwingscluster, in stedelijke context,
• erf veenweidegebied.
geeft houvast voor de omgang met verschillende
• De waterstructuur wordt hersteld of versterkt.
• woonbuurt langs het lint
typen boerderijen. Ook werken wij aan een
• De voorkanten van de erven hebben een
• centrum knoop
Verdichtingsvisie voor de Haarlemmermeerpolder
representatieve uitstraling en het parkeren wordt
Het onderscheid van acht typen erven en de
waarin de polderlinten worden aangemerkt als XS-
zoveel mogelijk geclusterd en een plek gegeven
daarbij horende principes onderschrijft dat de
stedelijk milieu. Dat betekent dat op de erven in een
achter de bebouwing.
transformatie of ontwikkeling van ieder erf een
stedelijke context (blz.30) in bescheiden mate ruimte
specifieke ontwerpopgave is. Bovendien kunnen
is voor verdichting.
de principes in de verschillende delen van de
Deze ontwikkelprincipes zijn te beschouwen als
polderlinten anders uitpakken, wat we in hoofdstuk 4
het beeldkwaliteitsplan voor de erven aan de
uitwerken.
polderlinten. Versterking van de opbouw van het bebouwingslint Randvoorwaarde voor de transformatie- en verdichtingsopgave is dat de opbouw van het polderlint wordt behouden of versterkt. Dat
31
• erf met nieuwe woon- en werkfuncties (met of
loop van de tijd (agrarische) productie-erven en
Polder Music. De transformatie- en verdichtingsopgave van de polderlinten is als een muziekcompositie. Net als een muziekpartituur met noten en stilten, gaat het om een ritmische afwisseling van bebouwde erven en open kavels.
32
Ontwikkelprincipes voor aantrekkelijke woon- en werkmilieus
Traditioneel erf De traditionele erven komen verspreid in de polderlinten voor. Ter inspiratie wordt ook verwezen
achter het hoofdgebouw (wanneer dit niet
naar Bijlage 1; boerderijtypes, inspiratie voor de
mogelijk is, beperk dan met beplanting het zicht
omgang met historische boerderijen. We geven de
op de auto’s).
volgende principes voor de omgang van deze erven.
• Doe geen afbreuk aan het karakter van waardevolle boerderijen.
• Zorg voor hiërarchie in de bebouwing; één hoofdgebouw met bijgebouwen die ondergeschikt zijn en een ingetogen vormgeving hebben.
• Zorg dat nieuwe functies van de bebouwing passen bij het landelijke karakter van het traditionele erf.
• Pas zonnepanelen bij voorkeur toe op daken van de bijgebouwen en niet op de daken van de authentieke boerderijen.
• Behoud of herstel (indien mogelijk) het oorspronkelijke waterpatroon met een watergang tussen het erf en de weg.
• Geef het erf aan de voorzijde een representatieve, groene uitstraling.
• Pas in de inrichting van het erf inheemse beplanting toe en houd daarbij het zicht op de historische boerderij vrij (zie Bijlage 2; Inspiratie voor de Ontwikkelingsrichting “versterk de erfbeplantingen met gebiedseigen beplantingen”)
33
• Plaats parkeergelegenheden zoveel mogelijk
• Plant langs de randen van het erf opgaande beplantingen zoals singels en bomenrijen.
• Realiseer een zichtlijn over het erf naar achteren. • Behoud en terugbrengen van watergangen wordt nagestreefd.
Ontwikkelprincipes voor aantrekkelijke woon- en werkmilieus
Agrarisch productie-erf Dit erftype komt met name in de agrarische context voor (blz. 30). We geven de volgende principes voor de omgang met deze erven.
• Maak 1 oprit naar het erf en minimaliseer de verharding.
• Behoud en versterk in het polderlint de continuïteit van de begeleidende beplanting en het water langs de weg.
• Zorg voor een representatieve uitstraling van het erf aan de voorkant, met aan de achterkant ruimte voor productieprocessen.
• Zorg voor erfinrichting met inheemse beplanting die bijdraagt aan biodiversiteit en een stapsteen is in de ecologische structuur.
• Plaatsing van windmolen (ashoogte niet hoger dan 15 m) aan de achterkant van het erf.
• Ruimte voor zonnepanelen op de daken. • Behoud en terugbrengen van watergangen wordt nagestreefd.
34
Ontwikkelprincipes voor aantrekkelijke woon- en werkmilieus
Erf met verbreding agrarische functies Dit erftype komt voor in de parkcontext, energiecontext en veenweidecontext (blz.30). De verbreding van de agrarische functie kan het recreatieve karakter van het polderlint versterken. We geven de volgende principes voor de omgang met deze erven.
• De nieuwe bouwvolumes voegen zich in de opbouw van het erf.
• Zorg voor hiërarchie in de bebouwing; één hoofdgebouw met ondergeschikte bijgebouwen.
• Nieuwe functies in de bestaande en nieuwe gebouwen (woning, kantoor, horeca, e.d.) doen geen afbreuk aan het landelijke karakter en hebben geen verkeersaantrekkende werking.
• Plaats parkeergelegenheden zoveel mogelijk achter het hoofdgebouw (wanneer dit niet mogelijk is, beperk dan met beplanting het zicht op de auto’s).
• Erven zijn een schakel in het fiets- en wandelnetwerk, door een aansluiting vanaf de polderweg over het erf (veldpad) of route op de kavelgrens (onderhoudspad).
• Erfbeplanting is inheems en heeft betekenis als stapsteen in de ecologische structuur.
• Behoud en terugbrengen van watergangen wordt nagestreefd.
35
Ontwikkelprincipes voor aantrekkelijke woon- en werkmilieus
Erf met nieuwe woon- en werkfuncties Dit erftype is relevant voor de stedelijke context
openbaar in. Het percentage privé buitenruimte
(blz.30). Ter inspiratie wordt verwezen naar Bijlage
is laag, waardoor het open karakter van het erf
1; boerderijtypes, inspiratie voor de omgang
geborgd blijft.
met historische boerderijen. We geven naast de
• Geef het terrein een landschappelijke inrichting
algemene principes zoals aangegeven op pagina
door karakteristieke erfbeplanting, windsingels
31 de volgende principes voor de omgang met deze
en sloten.
erven.
• Hou de randen van het plan zo veel mogelijk
• Zie Bijlage 1;
openbaar, bijvoorbeeld door het toepassen van
• Refereer aan de karakteristieke indeling van een
een windsingel.
erf met een hiërarchie tussen het hoofdgebouw en de bijgebouwen.
• Behoud en terugbrengen van watergangen wordt nagestreefd.
• Plaats het hoofdgebouw aan de voorzijde en maak de bijgebouwen ondergeschikt in maat, kleur en materiaal.
• De breedte van de erven varieert tussen de 50 en 200 meter. Tussen de erven bevinden zich open ruimtes (‘groene spaties).
• Het erf heeft een vrije voorzone van minimaal 20 meter.
• Laat in nieuwbouw of herbouw het landelijke karakter terugkomen in de architectuur.
• Geef de voorgevel van het hoofdgebouw een representatieve uitstraling.
• Plaats parkeergelegenheden zoveel mogelijk achter het hoofdgebouw (wanneer dit niet mogelijk is, beperk dan met beplanting het zicht op de auto’s).
• Richt het onbebouwde gebied collectief of 36
Ontwikkelprincipes voor aantrekkelijke woon- en werkmilieus
Erf met collectieve woonclusters in stedelijke context Dit erftype is relevant voor de stedelijke context waar van oudsher geen boerderijen aanwezig waren (blz.30). In dit type is er ruimte voor een eigentijdse vertaling van een klassiek erf in de polderlinten. We geven de volgende principes voor de omgang met deze erven.
• Geef een eigentijdse vertaling van een klassiek erf in de polderlinten.
• Zorg voor een eigentijdse architectuur van het bouwcluster.
• Besteed veel aandacht aan een groene inrichting van het erf en de samenhang tussen architectuur en groen.
• Geef het erf een representatieve uitstraling naar het polderlint toe en plaats de parkeerplekken uit het zicht.
• Behoud en terugbrengen van watergangen wordt nagestreefd.
37
Ontwikkelprincipes voor aantrekkelijke woon- en werkmilieus
Erf in het veenweidegebied Dit erftype is relevant voor de context van het veenweidegebied (blz.30). We geven de volgende principes voor de omgang met deze erven.
• Geef het erf een verzorgde uitstraling aan alle zijden, rekening houdend met de alzijdige zichtbaarheid.
• Geef de bouwvolumes een losse plaatsing op het erf, met verschillende richtingen.
• De erven kunnen nieuwe functies krijgen die samenhangen met de ecologische of de recreatieve betekenis van de veenweidepolders (natuureducatie, verkoop lokale producten, kampeerboerderij, boerengolf e.d.).
• Behoud en terugbrengen van watergangen wordt nagestreefd.
38
Ontwikkelprincipes voor aantrekkelijke woon- en werkmilieus
Woonbuurt langs het lint bestaande situatie
Centrum knoop
• Herstel de bomenrij aan het lint, maak het lint
• Kruising hoofdvaart en dwarslint
continu.
• Maak voldoende afstand tussen bebouwing en lint met voortuinen.
• Geen bouwkundige erfafscheidingen (schuttingen) maar landschappelijke (hagen).
• Bouw bescheiden en niet te hoog aan het lint (max. 2 lagen + kap).
• Minimaliseer parkeren aan het lint en stimuleer parkeren op eigen terrein.
39
• Brug over de Hoofdvaart is belangrijke publieke ruimte (plein).
• Bebouwing en programma zijn georiënteerd naar de Hoofdvaart en het dwarslint.
• Hoofdvaart en dwarslint hebben een continue opbouw tot het knooppunt.
• Bomenrijen zo continu mogelijk voor het beeld en ondersteuning vleermuisroute.
4 Inspiratie voor de gebieden 4.1 Gebied specifieke uitwerkingen van de polderlinten
In de Haarlemmermeerpolder zorgt de lineaire opbouw voor eenheid. Altijd is er sprake van
In dit hoofdstuk geven we voor de vijf contexten
parallelle stroken die de karakteristieke lineaire
die we in hoofdstuk 2 hebben onderscheiden
opbouw van de linten versterken. In dwarsrichting
gebiedsspecifieke uitwerkingen. De vijf uitwerkingen
zijn er altijd zichtlijnen die de schaal en openheid van
van de polderlinten zijn:
de polders beleefbaar maken. De lineaire opbouw
• productie en pionieren, de polderlinten in een
van weg, beplanting, water, vegetaties en routes
agrarische context
• verbreden en verbinden, de polderlinten in een park-context
• bijzonder bebouwclusters, de polderlinten in een stedelijke context
• zonnecarré en zones, de polderlinten in een energielandschap
• dijken en drassig land, de polderlinten in de veenweidepolders
voor langzaam verkeer maken van de polderlinten een soort ruimtelijke streepjescode. De polderlinten in de noordelijke veenweidepolders zijn een ander verhaal. Deze linten zijn hier in de loop van de tijd gegroeid, samenhangend met de inpolderingsgeschiedenis. Soms zijn de polderlinten voormalige waterkerende dijken die boven het landschap liggen, soms zijn het ontsluitingswegen dwars door de polders. De zuidelijke IJdijk langs de rand van het voormalige IJ heeft een asymmetrisch
Afhankelijk van de context krijgen de polderlinten
profiel met aan de binnenzijde veenweidegebied
een andere vorm. In het stedelijk gebied vormen de
en aan de buitenzijde waterrijke bos- en
linten brede parkzones, in het agrarische gebied zijn
natuurgebieden.
ze smaller.
40
Uitgangspunt voor de polderlinten in de Haarlemmermeerpolder is een lineaire opbouw. De bestaande linten worden opgedikt met stroken met extra water, gevarieerde vegetaties en langzaam-verkeersroutes. Samen zorgen zij voor een ruimtelijke ‘streepjescode’ in de Haarlemmermeerpolder.
41
Agrarische context produceren en pionieren
42
43
4.2 Agrarische context productie en pionieren Typering context Het zuidelijke deel van de Haarlemmermeerpolder is een kerngebied voor de landbouw. Dit deel van de gemeente biedt alle ruimte voor agrarisch ondernemerschap. De uitdagingen van onze tijd op
W4 -voorkom versmallingen in de Hoofdvaart en werk aan de waterkwaliteit N1 - ontwikkel de rustige westzijde van de Hoofdvaart als fietsstraat
B1 - versterk lint karakteristieke laanbeplanting
W1 -maak meer wateroppervlak
het vlak van kringlooplandbouw en het tegengaan van verzilting vragen opnieuw om pionierszin. Dat kan heel verschillende vormen aannemen; van grootschalige biologische stroken- of pixellandbouw tot de teelt van zilte gewassen. Als agrariërs langs de linten initiatief nemen tot wijzigingen op hun erven dan is dat een kans voor de ontwikkeling van de polderlinten. Wij denken daarbij aan de hieronder genoemde ontwikkelprincipes. Welke principes gelden is afhankelijk van het initiatief, het is altijd maatwerk.
44
W2 -herstel oorspronkelijk waterpatroon langs weg en erf
B4 - zorg voor gebiedseigen erfbeplanting
B5 - ontwikkel bloemrijke akkerranden
45
N2 - ontwikkel langslinten als fietsstraat
B2 - ontwikkel water- en moerasvegetatie langs tochten
Beeld van de ontwikkelprincipes voor een duurzaam watersysteem, meer biodiversiteit, langzaam netwerk en bouwclusters in een agrarische context.
Gebiedsuitwerking Agrarische context De uitwerking laat zien hoe de principes voor de polderlinten vorm kunnen krijgen in het agrarische gebied. Er ontstaan ‘opgedikte’ polderlinten met meer ruimte voor waterberging en nieuwe oevervegetaties die bijdragen aan een betere waterkwaliteit. Extra zones met kruidenrijke akkerranden en gevarieerde erfbeplantingen zorgen voor meer biodiversiteit. De vegetaties en de daarbij horende insecten zijn ook gunstig voor het
Toekomstig erf met kleine windmolen van EAZ Wind (Changeinc.)
tegengaan van ziekten en plagen in de landbouw. Voor de bebouwing zijn met name de principes voor een ‘agrarisch productie-erf’ en een ‘traditioneel erf’ relevant (3.5). Naar de weg presenteert de bebouwing zich met representatieve gevels en tuinen. Aan de achterzijde is voldoende ruimte voor de agrarische productieprocessen en ruimte voor de plaatsing van een kleine windturbines (tot 15 meter). De linten zijn geschikt voor het agrarische verkeer en fietsverkeer. Op termijn streven we ernaar dit profiel voor de langslinten overal te realiseren.
Bloemrijke akkerlanden Haarlemmermeer (Greenbase)
46
47
De ‘opgedikte’ polderlinten in het agrarische landschap met meer ruimte voor water en natuurlijke vegetaties. Tussen de bebouwingsclusters liggen open delen met ruime doorzichten naar het achterliggende polderland.
Park context verbreden en verbinden
48
49
4.3 Parkcontext verbreden en verbinden Typering context
In de gemeente Haarlemmermeer worden diverse zones met bos- en natuurgebieden ontwikkeld, zoals tussen Hoofddorp en Nieuw Vennep (PARK21) en in de Westflank. Ook de noordelijke veenweidegebieden van Recreatiepark
B1 - versterk lint karakteristieke laanbeplanting
Spaarnwoude en de andere grotere groengebieden vallen hieronder. De uitwerking laat zien hoe de principes uit hoofdstuk 3 vorm kunnen krijgen in de polderlinten in een parkcontext. De parkzones moeten tegenwicht bieden aan de stedelijke ontwikkelingen in de Haarlemmermeerpolder, bewoners ademruimte geven, meer variatie brengen in het landschap en een eigentijds recreatie-programma faciliteren. In en aansluitend op de parkzones blijft de landbouw een belangrijke speler, waarbij er goede mogelijkheden zijn voor verbreding van de bedrijfsvoering, bijvoorbeeld met zorgfuncties of verkoop van lokale produkten.
nieuwe recreatieroutes over het water, en parallel aan de linten (veldpad PARK21)
50
B4 - zorg voor gebiedseigen erfbeplanting
B5 - realiseer bloemrijke akkerranden
W2 - herstel weg- en erfsloten (verbeterd droogmakerij systeem)
N2 - ontwikkel langslinten als fietsstraat
B2 - ontwikkel water- en moerasvegetatie langs tochten
creëer ommetjes vanaf het erf door het parklandschap
51
Beeld van de ontwikkelprincipes voor een duurzaam watersysteem, meer biodiversiteit, langzaam netwerk en bouwclusters in een park context.
Gebiedsuitwerking parkcontext
kansen voor de parkontwikkeling ‘van onderop’.
De uitwerking laat zien hoe de polderlinten bij
IN PARK21 horen de linten tot de polderlaag van
kunnen dragen aan de ontwikkeling van de diverse
het parkontwerp. Hier zijn de principes zoals
parkzones in de Haarlemmermeerpolder.
opgenomen in Het Beeldkwaliteitsplan Polderlaag
In de parkzones streven we naar polderlinten
PARK21 leidend.
met een monumentaal beeld met extra laanbeplantingen, stroken met kruidenrijke vegetaties, boomgaarden, meer ruimte voor het water en langsgelegen fietsstroken. De erven zorgen voor bijzondere accenten in de linten en de gebiedseigen erfbeplantingen versterken
Recreatief gebied Haarlemmermeerse Bos - Kees van der Veer
de biodiversiteit. Voor de erven zijn met name de principes voor een ‘erf met verbreding van agrarische functies’ en een ‘traditioneel erf’ relevant (3.5). De waterlopen rondom de erven worden zo veel mogelijk hersteld en langs een deel van de waterlopen komen brede natuurvriendelijke oevers. Ook nieuwe landschappelijke tuinen bij andere functies in de polderlinten, zoals het crematorium, dragen bij aan de parkontwikkeling. Vanaf de polderlinten zijn er verbindingen naar het achterliggend recreatieve fiets- en wandelnetwerk. Voor wandelaars bestaat dit netwerk uit onderhoudspaden langs de grenzen van kavels en uit veldpaden over de landbouwgronden. De veldpaden sluiten aan op een deel van de erven. Samen met verbrede landbouw geeft dat goede Verbreding op de boerderij - rondleiding bij boer Rus (fotogalerie PARK21)
52
53
De polderlinten als aanjager voor diverse parkontwikkelingen in Haarlemmermeer, zoals PARK21. Een deel van de erven dient als entree naar het achterliggende fiets- en wandelnetwerk. In combinatie met verbreed landbouwkundig gebruik stimuleren zij de parkontwikkeling van onderop.
Stedelijke context bijzondere bouwclusters
54
55
4.4 Stedelijk context bijzondere bouwclusters Typering context Aansluitend op de bestaande woon-en
W2 -herstel oorspronkelijk waterpatroon langs weg en erf
werkgebieden leent een deel van de polderlinten zich voor verdere verdichting. In de concept-
B4 - zorg voor gebiedseigen erfbeplanting
verdichtingsvisie is aangegeven dat de polderlinten
B5 - ontwikkel een breder profiel door het toevoegen van bloemrijke bermbeplanting
liggend in een ‘stedelijke context’ op een kleinschalige manier (XS) kunnen worden verdicht.
breng lucht en ruimte tussen de erven
56
N2 - ontwikkel langslinten als fietsstraat B1 - versterk lint karakteristieke laanbeplanting
N7 - koppel ontmoetingsruimtes aan bijzondere plekken langs het lint
creëer lunch-ommetjes
57
Beeld van de ontwikkelprincipes voor een duurzaam watersysteem, meer biodiversiteit, langzaam netwerk en bouwclusters in een stedelijke context.
Gebiedsuitwerking stedelijke context
.
De gebiedsuitwerking laat zien hoe de principes uit hoofdstuk 3 vorm kunnen krijgen in de polderlinten in een stedelijke context. Uitgangspunt is dat bestaande en nieuwe bouwclusters bijdragen aan een lineair park te midden van de stedelijke gebieden. De polderlinten gaan nieuwe relaties aan met hun veranderde omgeving, onder andere als onderdeel van ommetjes door de woon-en werkgebieden,. Voor de erven zijn met name de principes van een ‘traditioneel erf’, ‘erf met nieuwe woon- en werkfuncties’ en ‘erf met nieuwe bebouwingscluster’
Referentiebeeld van modulair opgebouwde woningen die samen een groot volume vormen. (OAK Bosrijk Eindhoven, FAAMarchitects)
relevant (3.5). De architectuur van de nieuwe erven is gevarieerd, soms met een knipoog naar oude schuurvolumes in diverse groottes, soms met een modulaire opbouw van woningen die samen een groot volume vormen. De erven dragen bij aan de ontwikkeling van het polderlint als lineair park, bijvoorbeeld als schakel in het routenetwerk of als stapsteen in de ecologische structuur. Ook hebben de erven een groot aandeel collectieve ruimte. Tussen de erven liggen open ruimtes (‘groene spaties’) met doorzichten naar het achterland.
Referentiebeeld van een nieuw erf met een knipoog naar schuurvolumes in diverse groottes. (Erve Oostermaet, Ziegler Branderhorst)
58
59
De polderlinten in een stedelijke context vormen een lineair park met een afwisseling van bestaande en nieuwe erven . Daartussen liggen open ruimtes met zichtlijnen naar de achterliggende gebieden. Onder andere met ommetjes van uit de nieuwe woon- en werkgebieden worden nieuwe relaties gelegd tussen het polderlint en het achterliggende gebied.
Energie context zonnecarré en lintzones
60
61
4.5 Energiecontext zonnecarré en lintzones (125m) Typering context Rondom Schiphol is een zoekgebied aangewezen voor grootschalige zonne-energie: het zonnecarré. De regels voor de ruimtelijke inpassing van de zonneakkers zijn vastgelegd in het Beeldkwaliteitsplan Zonnecarré. Doel is om tot een samenhangend
B1 - versterk lint karakteristieke laanbeplanting
N2 - ontwikkel langslinten als fietsstraat B4 - zorg voor gebiedseigen erfbeplanting
W2 - herstel oorspronkelijk waterpatroon langs de weg en erf
geheel te komen, dat zich voegt in het landschap van de Haarlemmermeerpolder en een rustig ruimtelijk beeld geeft. Relevant voor de ontwikkeling van de polderlinten is het behoud van een vrije zone tot de weg van minimaal 125m. Kijkend vanuit het lint is het behoud van de lange zichtlijnen over de polder een belangrijke regel. Bij de mogelijkheden voor grootschalige zonneenergie gaat het om een tijdelijke fase in de energietransitie. De gronden behouden de agrarische bestemming.
ontwikkel energie- en innovatieve gewassen in de 125m zone
125 meter zone
62
B2 - ontwikkel water- en moerasvegetatie langs tochten
realiseer bloemrijk grasland en vernatting onder de panelen
63
linten worden afgewaardeerd en er komt ruimte voor nieuwe recreatieroutes langs tochten
Beeld van de ontwikkelprincipes voor een duurzaam watersysteem, meer biodiversiteit, langzaam netwerk en bouwclusters in een energie context.
Gebiedsuitwerking zonnecarré In het energielandschap vormen de polderlinten royale landschapszones. In de vrij te houden 125 meter zone langs de linten komen gronden beschikbaar die nu nog agrarisch gebruikt worden. Alternatieve functies voor deze gronden zijn het houden van schapen, paarden, telen van bloemen, planten, hooiland, kleinschalige recreatieve functies, fruitboomgaard. Ook energieteelten zijn een passende bestemming voor de gronden in het lint. Met name de principes voor een ‘traditioneel erf’ en
Impressie - energielandschap langs de tocht -
‘erf met verbreding agrarische functies’ zijn relevant (3.5). De erven in het polderlint kunnen een betekenis krijgen voor verbrede landbouw, als wooncluster of als andere functie (zorg). De linten worden zoveel mogelijk verkeerskundig afgewaardeerd. Vanaf het lint zijn er nieuwe recreatieve paden langs de akkers die aansluiten op de recreatieve routes langs de zonneakkers. De aanwezige waterlopen worden zoveel mogelijk voorzien van stroken met watervegetaties.
Impressie - energielandschap langs het lint (125m zone met olifantsgras) -
64
65
Veenweide context dijken en drassig land
66
67
4.6 Veenweidecontext dijken en drassig land Typering context In het noorden liggen de veenpolders van Spaarnwoude. Aan de westzijde gaan de polders over in het landschap van Kennemerland, aan de oostzijde liggen de havens van Amsterdam. Het maakt deel uit van bijzonder provinciaal
B6 - realiseer vegetatie gradiënten; rietvegetaties
W5 - ontwikkel waterrijke zones aan IJ-zijde (natte voet)
N4 - rijweg met aanliggende fietsstroken met rode tint op de dijk B6 - realiseer bloemrijke dijken
landschap ‘Spaarnwoude en omgeving’ tussen de stedelijke gebieden van Haarlem en van Amsterdam. Ook is het gebied onderdeel van Parklandschap Spaarnwoude, recreatief gebied, terrein voor dagrecreatie, bossen, landgoederen en weidevogelgebieden. Het is wonderlijk dat zo dicht bij de stedelijke gebieden, het beeld van een samenhangend veenweidegebied overeind is gebleven. In het open landschap zijn de polderdijken de ruimtelijke dragers: driedimensionale structuren die het beeld bepalen en begrenzen.
68
B4 - zorg voor gebiedseigen beplanting B6 - realiseer vegetatie gradiënten; veenlaagtes
zorg voor een alzijdige oriëntatie van bebouwing
69
Beeld van de ontwikkelprincipes voor een duurzaam watersysteem, meer biodiversiteit, langzaam netwerk en bouwclusters in de context van het veenweidegebied.
Gebiedsuitwerking veenweidecontext De uitwerking toont het beeld van scherp begrensde dijken met teensloten aan weerszijden. De zuidelijke IJdijk wordt aan de zijde van het voormalige IJ begeleid door een brede waterrijke zone met moerasvegetaties. Kruidenrijke vegetaties op de taluds van de dijken en de bermen van de polderwegen dragen bij aan de biodiversiteit, evenals de gebiedseigen erfbeplantingen die als groene eilanden in het open landschap liggen. De polderlinten zijn een belangrijke onderdeel van het langzaam verkeersnetwerk tussen Amsterdam en Haarlem. Om nog meer ruimte te geven aan wandelaars en fietsers is per polderlint maatwerk nodig. Een afwijkende kleur middenstrook kan bij de polderwegen een visueel versmallend effect geven en bij de dijkjes het slingerende verloop versterken. Afritten en aansluitingen worden bij voorkeur binnen het scherp begrenzende dijklichaam opgelost (geen amorfe uitstulpingen). De bebouwingsclusters in de veenweidepolders hebben een losse opzet met bouwvolumes die vaak gedraaid ten opzichte van elkaar liggen. Aan alle zijden is een aantrekkelijke erfbeplanting wenselijk, juist omdat de bouwclusters van alle kanten zichtbaar zijn.