Bijlage 1 Toelichting
Tekst van het document
Zowel in het segment ‘laag’ als het segment ‘midden’ moet voldoende aanbod in nieuwbouwplannen komen. Daarom wordt voor alle ontwikkelingen met meer dan 30 woningen bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
52
een aandeel 50% betaalbaar gerealiseerd, samengesteld uit bijvoorbeeld 30% sociale huur en 20% middensegment huur- en/ of koopwoningen. In het niet gereguleerde dure prijssegment (50% markt) bepalen de ontwikkelaars welk type woning zij bouwen. Betekenis voor dit bestemmingsplan Het bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe woonbestemmingen. Het bovenstaande heeft geen directe werking op dit bestemmingsplan.
3.3.13 Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen 2.0 2017-2024 (2017) In het Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen (IHP) leggen de gemeente en de Haarlemmermeerse schoolbesturen hun strategische huisvestingsafspraken vast met daarbij afspraken over de kwaliteit, de investeringen, de bekostiging en de verdeling van verantwoordelijkheden op het gebied van onderwijshuisvesting. In het IHP wordt geanticipeerd op de ontwikkelingen in de leerlingenaantallen, wordt rekening gehouden met de verschillende (toekomstige) woningbouwplannen en worden in de aanpak en plannen duurzaamheidsambities verwerkt. Het IHP wordt elke twee jaar geactualiseerd. Voor het basisonderwijs wordt voor scholen rekening gehouden met krimp van het aantal leerlingen, maar wordt ook door middel van nieuwbouw en renovaties ingespeeld op combinaties van onderwijs, opvang en de school als onderdeel van de wijk in Integrale Kind Centra (IKC) en community scholen. Voor het voortgezet onderwijs is het doel om meer jongeren binnen de gemeente onderwijs te laten volgen (verminderen uitstroom Haarlemmermeerse kinderen naar scholen buiten de gemeente). Voor het speciaal onderwijs wordt ingezet op baanbrekende Integrale Onderwijs Centra (IOC), waarin schotten tussen verschillende typen speciaal onderwijs en het speciaal basisonderwijs worden doorbroken.
Het IHP Actualisatie 2019 geeft verdergaande afspraken aan met de schoolbesturen. Het doel blijft te zorgen voor optimale onderwijshuisvesting. Leerlingen én personeel in het primair onderwijs (PO), voortgezet onderwijs (VO) en speciaal onderwijs (SO) kunnen leren en werken in gebouwen die de leer- en werkprestaties stimuleren. Betekenis voor dit bestemmingsplan Zo mogelijk biedt het bestemmingsplan ruimte voor multifunctioneel gebruik en voor geringe uitbreiding van bestaande bebouwing.
3.3.14 Evaluatie/voortgang aanpak oneigenlijk gebruik gemeentegrond en erfafscheidingen 2017 Met het raadsbesluit ‘Evaluatie/voortgang aanpak oneigenlijk gebruik gemeentegrond en erfafscheidingen’ (2017) is de aanpak van oneigenlijk gebruik van gemeentegronden aangepast. De werkwijze zoals in 2015 was vastgesteld, waarbij straten actief en projectmatig worden aangepakt, bleek zeer arbeidsintensief en kostbaar. Hoofddoel van de aanpak van het oneigenlijk gebruik van gemeentegrond blijft om te voorkomen dat de kwaliteit van de leefomgeving verslechtert of de groenbeleving van bewoners wordt aangetast. Hierbij wordt een signaalgerichte aanpak gebruikt: verzoeken van bewoners om bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
53
gemeentegrond te mogen kopen, meldingen dat gemeentegrond zonder toestemming in gebruik is genomen en beroepen op verjaring. Bewoners kunnen gemeentegrond voor tuinuitbreiding kopen, tenzij de gemeente de grond nodig heeft voor haar taken of belangen. Dit laatste kan zijn vanwege: - aanwezigheid van kabels en leidingen; - (verkeers)veiligheid; - een evident gewenste inrichting en/of gebruik van een gebied, in het kader van onder andere bereikbaarheid, veiligheid of kwaliteit; - de inrichtings- en beeldkwaliteit die voor grootschalige groenvoorzieningen in wijken is afgesproken. Bij meerdere aankoopverzoeken of meldingen van oneigenlijk gebruik in een gebied worden incidenteel de verzoeken en/of meldingen in samenhang beoordeeld vanwege de gevolgen die verkoop kan hebben op de leefomgeving en groenbeleving van (andere) bewoners. Als het verkopen van gemeentegrond niet mogelijk is wordt het aankoopverzoek afgewezen en/of dient de in gebruik genomen gemeentegrond door bewoners te worden ontruimd. Voorkomen moet worden dat bewoners het gebruik van gemeentegrond om niet kunnen voortzetten, terwijl andere bewoners de gemeentegrond kopen. Betekenis voor dit bestemmingsplan De aanpak heeft geen directe betekenis voor dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
54
4 Nieuwe situatie 4.1 Visie op het plangebied Dit bestemmingsplan dient ter actualisatie van de bestaande bestemmingsplanregelingen in het plangebied. Dit betekent dat de bestaande situatie wordt geregeld. Waar gewenst en mogelijk bieden regelingen ruimte voor een geringe aanpassing van bebouwing of gebruik. In dit plan zijn geen grotere veranderingen of nieuwe ontwikkelingen opgenomen. In Boseilanden zijn nog vijftien percelen waar op onbebouwde gronden de bouw van een nieuwe woning mogelijk is, maar dit was in het geldende bestemmingsplan ook al voor wonen bestemd. De Deelstructuurvisie Hoofddorp 2030 kent enkele potentiële woningbouwlocaties die binnen dit bestemmingsplangebied vallen. Wanneer een locatie tot ontwikkeling komt, zullen op dat moment de effecten van de ontwikkeling moeten worden onderzocht en wanneer sprake is van een goede ruimtelijke ordening zal dit met een eigen planologische procedure mogelijk worden gemaakt. Ter bescherming van de leefomgevingskwaliteit worden voor het werelderfgoed (UNESCO) Stelling van Amsterdam en voor de aanwezige natuurwaarden (NNN) in het plangebied regelingen opgenomen ter bescherming van de aanwezige waarden. Daarbij is de inpassing van de NNN-verbinding bij Zwaanshoek en bij Boseilanden een logische uitwerking van de in de provinciale omgevingsverordening opgenomen ligging..
4.2 Ruimtelijke structuur Algemeen De in dit bestemmingsplan opgenomen bestemmingen en bijbehorende regels volgen de bestaande stedenbouwkundige structuur en bebouwingsvormen. In Hoofdstuk 2 is de bestaande structuur en ruimtelijke kwaliteit van de plandelen beschreven. Uitgangspunten ruimtelijke hoofdstructuur Hoofdstructuren van verkeer, water, groen en recreatie worden als zodanig bestemd. Daarbij worden elementen die in of naast de betreffende hoofdfunctie liggen, maar daaraan ondergeschikt zijn, meegenomen in die hoofdfunctie. Dat betekent dat wanneer naast een weg een berm ligt en/of een kleine waterloop en/of een fietspad, dit meegenomen wordt in de verkeersbestemming. Wanneer er in een grote groenstructuur een ondergeschikte watergang ligt, een speelvoorziening of fiets- en wandelpaden, wordt dat meegenomen in de groenbestemming. Binnen de woonbuurten worden de straten, het parkeren en aanliggend snippergroen bestemd voor verkeer. De ondergeschikte functies worden in de bestemmingsomschrijving van de hoofdfunctie als zodanig ook benoemd.
bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
55
Overeenkomstig de ‘Visie Ringdijk en Ringvaart’ is de bestaande voetsloot aan de achterkant van de dijkpercelen als water bestemd, omdat dit kenmerkend is voor het karakter van het betreffende gebied. Uitgangspunten bouwen Het bestaande stedenbouwkundig beeld is bepalend voor de bebouwingsmogelijkheden. Hoofdgebouwen van verschillende functies worden als bebouwbare gronden met een bouwvlak aangegeven. Er wordt een bouwvlak rondom de bestaande bebouwing opgenomen, dat wil zeggen een logische omhullende contour. Waar mogelijk ten aanzien van het stedenbouwkundig beeld en eventuele hinder voor de omgeving, biedt de betreffende regeling ruimte voor een geringe aanpassing van bebouwing. Er wordt alleen een ruimer bouwvlak opgenomen wanneer het oude geldende bestemmingsplan daar al in voorzag. Met een bebouwingspercentage kan aangegeven zijn of niet het gehele bouwvlak maar een deel van het bouwvlak mag worden bebouwd. In het bouwvlak worden altijd een maximum goot- en bouwhoogte aangeduid. De toegestane hoogten komen overeen met de beeldbepalende bouwhoogte van de bestaande bebouwing. Dat is immers wat stedenbouwkundig het beeld van de bebouwde omgeving bepaalt. Met name bij woningen kan in een bepaalde straat of buurt of bij een individuele woning sprake zijn van bijzondere bebouwingskenmerken.
De meest voorkomende vorm van een eengezinswoning is twee bouwlagen met een kap, waarvoor afhankelijk van de bestaande situatie een maximale goothoogte van 6 meter of 7 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter of 11 meter is vastgelegd. Wanneer de kap al na de eerste bouwlaag begint, geldt een maximale goothoogte van 4 meter. Er zijn ook woningen die niet drie volledige bouwlagen hebben. Dan is de bouwhoogte op maximaal 7 meter of 8 meter vastgelegd. Een specifieke kapvorm of een dakopbouw is meestal niet te regelen met een maximum goothoogte en maximum bouwhoogte. Wanneer hier een aparte regeling voor nodig is, wordt dit vastgelegd met een specifieke bouwaanduiding. Buiten een bouwvlak zijn geen hoofdgebouwen toegestaan. Bebouwing bij woningen Zonder vergunning is op basis van de wetgeving in het Besluit omgevingsrecht (Bor), wat vanaf 2024 is geregeld in de zogenaamde Bruidsschat in het omgevingsplan, in bepaalde mate bijbehorende bebouwing toegestaan achter en in sommige situaties naast de woning (wanneer de zijtuin niet grenst aan openbaar toegankelijk gebied). Aanvullend hierop is voor de grotere woonpercelen in het plangebied een verbijzondering opgenomen, die het mogelijk maakt om een groter oppervlak aan bijbehorende bouwwerken te realiseren dan vergunningvrij is toegestaan. De voortuin bij een woning heeft de bestemming ‘Tuin’.
Daarin is een kleine erker toegestaan. Alleen in specifieke situaties waar in het stedenbouwkundig beeld al een bijgebouw in de voortuin staat, staat het bestemmingsplan in de voortuin bijbehorende bebouwing toe. Daartoe is dan een specifieke bouwaanduiding opgenomen.
bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
56
Wanneer naast de woning ook bijbehorende gronden liggen, ligt de grens tussen ‘Wonen’ en ‘Tuin’ op één meter achter de voorgevel. In gevallen waar het ruimtelijk gezien gewenst is dat gronden naast een woning niet bebouwd kunnen worden, zijn ook deze als ‘Tuin’ bestemd. Dat kan met name aan de orde zijn wanneer de zijtuin grenst aan openbaar gebied. Specifieke gebiedskenmerken Enkele plandelen hebben specifieke gebiedskenmerken die in het bestemmingsplan worden vastgelegd. Bebouwing aan de Ringdijk In de ‘Visie Ringdijk en Ringvaart’ (2017) zijn uitgangspunten voor de ruimtelijke ordening aangegeven ten behoeve van het behoud van de karakteristieken van de dijk en de bebouwing langs de dijk. In lijn met deze visie zijn van elkaar verschillende woningen die op een rij staan niet in een grote bouwstrook met één en dezelfde rooilijn opgenomen. Ze zijn opgenomen als individuele woningen in een eigen bouwvlak waarbij wordt uitgegaan van de bestaande voorste rooilijn en de bestaande goot- en bouwhoogten. Voor erfbebouwing geldt wat is beschreven bij Bebouwing bij woningen. Bedrijven aan de dijk hebben geen uitbreidingsmogelijkheden gekregen, omdat nieuwe bedrijfsbebouwing meer verkeer aantrekt. Buitenkaag Het gemaal Leeghwater is een rijksmonument en de naastgelegen oude arbeiderswoningen (Leeghwaterhuisjes) zijn een gemeentelijk monument.
Het kerkcomplex Joannes Evangelist aan de Hoofdweg is ook een gemeentelijk monument. Ter bescherming van de monumentale waarden geeft het bestemmingsplan geen mogelijkheid voor uitbreiding van de bestaande bebouwing. Boseilanden Het plandeel Boseilanden kenmerkt zich door veel recreatiegebied in een open en divers landschap met groen en water, waarbinnen woningen ‘te gast’ gast zijn. Het is van belang dat de mogelijkheid voor bijbehorende bebouwing in grote tuinen bij woningen niet onevenredig ten koste gaat van de openheid van het gebied. Daarom is een aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – landschap’ opgenomen die erin voorziet dat bijbehorende bebouwing, ook wanneer deze vergunningvrij is, zoveel mogelijk achter en niet naast de woning wordt geplaatst. Specifiek voor de Waterkavels wordt beoogd dat aan de achterzijde van de kavels een moerasdeel blijft behouden. Een strook grond van Staatsbosbeheer achter de woonkavels, die is ingericht als rietmoeras, dient over een diepte van 20 meter op de woonkavels te worden voortgezet door 50% van dat kaveldeel als moeras te behouden. Daarom is een aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – stedelijke inpassing’ opgenomen. Houtwijkerveld Het plandeel Houtwijkerveld heeft een karakteristieke bebouwing waarbij veel woningen op zichzelf een wisselende goot- en bouwhoogte hebben.
Om de karakteristiek te beschermen zijn deze wisselende goot- en bouwhoogten ook in grote mate vastgelegd.
bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
57
Floriande-Zuid Santorini, Paros, Iraklia en Naxos zijn afzonderlijke eilandjes. De relatie met het water is terug te zien in de stedelijke inrichting. De achterste strook van de naar het water gekeerde achtertuinen is daarbij vrij gehouden van bijbehorende bebouwing, met uitzondering van enkele achtertuinen tussen de eilandjes in. Dit is in het bestemmingsplan vastgelegd door een gebiedsaanduiding ‘overige zone – stedelijke inpassing’ op te nemen die erin voorziet dat binnen die zone geen bijbehorende bebouwing is toegestaan, ook al is dat elders vergunningvrij. De woningen aan de westzijde van Iraklia hebben een specifieke situering met grote voortuinen die naar de binnenkant van het eilandje zijn gericht en kleinere achter-/zijtuinen die gericht zijn naar het water rondom Iraklia. Bij de stedelijke inpassing van de woningen zijn de achter-/zijtuinen geheel vrijgehouden van bijbehorende bebouwing en is juist in een deel van de voortuinen bijbehorende bebouwing voorzien. Dit is in het bestemmingsplan vastgelegd door op de achter/zijtuinen de gebiedsaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – stedelijke inpassing’ op te nemen, en op een brede strook van de voortuinen de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 25 m2’ op te nemen die erin voorziet dat daar bijbehorende bebouwing is toegestaan.
Aan De Muy is een gevellijn op de verbeelding aangegeven, om duidelijkheid te geven wat als voorgevel van de woning wordt beschouwd. Leidingen De bovengrondse 380 kV-verbinding is met een zogeheten dubbelbestemming (die geldt tegelijk met de bestemming voor de hoofdfunctie van de grond) opgenomen ter bescherming van de leiding. Ook de ondergrondse 150 kV-verbinding tussen het hoofdtracé ten westen van Floriande en het trafostation Leenderbos 95 is met een dubbelbestemming opgenomen. Hoofdleidingen voor water, riool, gas, CO2 of hoogspanning 50 kV liggen in een strook grond waarbinnen bescherming voor invloed van buitenaf nodig is. Die strook grond heeft steeds een dubbelbestemming. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de invloed dan wel het risico ten aanzien van leidingen voor gas, CO2 en hoogspanning 380 kV en 150 kV. Toekomstige veranderingen In dit bestemmingsplan zijn geen nieuwe ontwikkelingen geregeld, tenzij dit ruimtelijk juridisch al op zichzelf (onherroepelijk) is geregeld in een eerder bestemmingsplan of in een omgevingsvergunning voor afwijking van een bestemmingsplan. Buitenkaag en Zwaanshoek-Noord In de toekomst wordt in principe geen nieuwe bebouwing langs de dijk toegestaan, omdat dit een negatief effect heeft op de leefbaarheid en veiligheid. Immers, nieuwe bebouwing trekt nieuw (vracht)verkeer aan.
Vervanging van een bedrijf door woningen kan wel worden toegestaan, omdat er dan vrachtverkeer verdwijnt en de ruimtelijke situatie er in principe op vooruit gaat. Het bestemmingsplan maakt dit nog niet mogelijk. Wanneer zich een initiatief voordoet zal dat op dat bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
58
moment voor dat geval worden afgewogen. Bij ontwikkeling van nieuwe woningen dient te worden getoetst aan het beleid voor vliegverkeersgeluid (ten aanzien van Buitenkaag geeft dit beperkingen voor de mogelijkheid om woningen te bouwen, zie Hoofdstuk 5) en de Ladder voor duurzame verstedelijking (verantwoording van hoeveelheid en type woningen), en dienen omgevings- en milieueffecten te worden getoetst. Bedrijven die de recreatieve functie van de dijk en vaart versterken, zoals horeca en watersportbedrijven kunnen zich wel nieuw vestigen of uitbreiden, maar verkeer is daarbij een belangrijk punt van aandacht. Ook dit is in dit bestemmingsplan niet op voorhand opgenomen. Wanneer zich een initiatief voordoet zal dat op dat moment voor dat geval worden afgewogen. Hoofddorp Woningbouw In de Deelstructuurvisie Hoofddorp 2030 zijn enkele woningbouwlocaties voorzien. Twee locaties liggen in de wijk Toolenburg, beide aan het Assumburg. De omgevingsvergunningen voor beide locaties zijn verleend en de woningbouw is gerealiseerd. De nieuwe situatie is in dit bestemmingsplan opgenomen. Voor andere locaties geldt dat op dit moment nog geen sprake is van concrete bouwplannen en is de bestaande situatie bestemd. Wel is op hoofdlijnen bezien of er aspecten zijn waar bij de ontwikkeling rekening mee moet worden gehouden.
In de wijk Bornholm zijn enkele mogelijke woningbouwlocaties: - aan Sonderholm op de hoek met de Asserweg ter plaatse van een bestaand garagebedrijf met benzineverkooppunt; - nabij het winkelcentrum en scholenlocatie aan het Skagerrak. Voor de locatie aan het Bornholm nabij de hoek Van Heuven Goedhartlaan met de Kruisweg, is op het terrein van het oude verpleeghuis Bornholm een ontwikkeling van woningbouw in combinatie met een nieuw verpleeghuis voorzien. Deze locatie is buiten dit bestemmingsplangebied gelaten. In 2023 is voor deze locatie het bestemmingsplan Hoofddorp Bornholm 50 (7502306) onherroepelijk geworden. Dat plan is specifiek gericht op de ontwikkeling, met een wijze van bestemmen specifiek gericht op die locatie over bijvoorbeeld aantallen woningen, aantal zorgeenheden en stedenbouwkundige inpassing, waarbinnen de nadere uitwerking nog plaats vindt. Aan de noordzijde van de N201 bij het kruispunt met de Kruisweg is aan de Adrianahoeve een potentiële woningbouwlocatie ter plaatse van de brandweerkazerne, tenniscomplex en horeca. Bij nieuwe ontwikkelingen dienen de verschillende omgevingsaspecten van deze locaties nog nader te worden beschouwd. In Hoofdstuk 5 wordt hier bij de verschillende aspecten kort op ingegaan. Naast de in de deelstructuurvisie aangewezen locaties kunnen zich ook andere potentiële woningbouwlocaties aandienen.
bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
59
Er zijn nog vijftien percelen in Boseilanden waar op onbebouwde gronden de bouw van een nieuwe woning mogelijk is, maar dit was in het geldende bestemmingsplan ook al voor wonen bestemd. Dit bestemmingsplan voegt daar dus geen nieuwe ontwikkeling toe. Verkeer In het gemeentelijk verkeersbeleid is een nieuwe verkeersontsluiting opgenomen door het recreatie- en woongebied Boseilanden om toekomstige woongebieden in Haarlemmermeer West te kunnen ontsluiten op de N205 (zie Hoofdstuk 3). De nieuwe ontsluiting is onder andere indicatief aangegeven nabij de Natuurnetwerk Nederland (NNN) natuurverbinding tussen Boseilanden en Bennebroek en zal bij de aansluiting op de N205 de daarlangs liggende natuurverbinding doorkruizen. Bij de verdere uitwerking van de voorgenomen ontsluiting dient rekening gehouden te worden met de kenmerken en waarden van deze verbinding.
4.3 Functionele structuur Algemeen In dit bestemmingsplan zijn gronden bestemd uitgaande van de bestaande hoofdfunctie. Daar waar gewenst en aanvaardbaar kan rekening worden gehouden met een ander gebruik in de toekomst (flexibel bestemmen). Dit is niet altijd te voorzien. Wanneer in de toekomst een gebruik wordt verlangd dat afwijkt van de bestemming, zal op dat moment worden beoordeeld of in afwijking van de bestemming vergunning kan worden verleend. Wanneer dit slechts de wijziging van het gebruik en geen uitbreiding van de bebouwing betreft, kan dit met een korte procedure. Wanneer binnen de bestaande hoofdfunctie sprake is van een gebruik met specifieke kenmerken wordt dat gebruik apart aangeduid, zoals bijvoorbeeld een begraafplaats binnen de hoofdfunctie ‘maatschappelijk’. Hiernavolgend wordt ingegaan op de afzonderlijke functies die in het plangebied voorkomen. Bedrijven Om de zwaarte van bedrijfsfuncties te duiden worden bedrijfscategorieën gebruikt van 1 (licht) tot en met 6 (zeer zwaar). In woongebieden is in zijn algemeenheid categorie 2 aanvaardbaar en zijn vanaf categorie 3.1 alleen met de juiste afstand tot woningen of met maatregelen (via milieuregelgeving) aan het bedrijf de bedrijfsactiviteiten aanvaardbaar. In Hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op de aanwezige bedrijfsfuncties in het plangebied.
De milieucategorie die maximaal is toegestaan, is met een functieaanduiding op de verbeelding aangegeven. Als een bedrijfswoning is toegestaan, wordt dit apart aangeduid. Een bedrijfswoning heeft geen bescherming tegen de milieueffecten van de functie waar de woning bij hoort, dus hoeft hier geen afstand tot die functie aangehouden te worden. Wel heeft de bedrijfswoning bescherming tegen milieueffecten van een eventuele nabij gelegen andere bedrijfsfunctie. bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
60
Voor nutsvoorzieningen (zoals elektriciteitsgebouw, rioolgemaal) is een specifieke bestemming opgenomen. Voorzieningen kleiner dan 15 m2 worden echter niet bestemd, aangezien deze vergunningvrij zijn. Voor verkooppunten van motorbrandstoffen is ook een specifieke bestemming opgenomen. Horeca Om de zwaarte van een horecafunctie te duiden worden horecacategorieën gebruikt van 1 (licht) tot en met 3 (zwaar). In woongebieden is in zijn algemeenheid categorie 2 aanvaardbaar, waar een restaurant toe wordt gerekend. De categorie die maximaal is toegestaan is met een functieaanduiding op de verbeelding aangegeven. In het bestemmingsplangebied zijn twee hotels. Deze hebben een specifieke aanduiding. Maatschappelijk Verschillende maatschappelijke voorzieningen in onderwijs, religie, zorg en het sociaalmaatschappelijke veld zijn in de bestemming ‘Maatschappelijk’ opgenomen. Uitwisseling van functies is daarmee mogelijk. Zo kan bijvoorbeeld bij krimp van een school vrijkomende ruimte ook voor een andere maatschappelijke functie gebruikt worden. Wanneer ook andere soorten functies inpasbaar zijn, zoals sport, cultuur en ontspanning, wordt dit apart aangeduid. Wanneer zo’n andere functie een groot aandeel heeft in het totale gebruik en daarmee eigenlijk mede een hoofdfunctie is, is de bestemming Gemengd opgenomen.
Wonen, tuin Bij de hoofdfunctie wonen wordt beroep aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsuitoefening toegestaan. De regels hierbij zijn er op gericht dat dit ondergeschikt is aan de woonfunctie en het geen overlast geeft voor de woonomgeving. Het is mogelijk dat in de toekomst openbare gronden voor verkoop ten behoeve van uitbreiding van de tuin in aanmerking blijken te komen, die in dit bestemmingsplan niet de daartoe passende bestemming hebben. In de algemene afwijkingsregels is daarom een bevoegdheid opgenomen, waarmee gronden die na verkoop worden toegevoegd aan woonpercelen ook voor de functie wonen of tuin kunnen worden gebruikt. De regel biedt ook de mogelijkheid om, onder voorwaarden, een erfafscheiding toe te staan op de nieuwe erfgrens. Wanneer in het kader van zorg er begeleid wonen plaatsvindt zonder dat extra aanpassingen of voorzieningen nodig zijn, is dit als Wonen bestemd. Wanneer extra aanpassingen nodig zijn, zoals gemeenschappelijke ruimten ten behoeve van bewoning door meerdere zorgbehoevenden en/of begeleiding of specifieke ruimten voor zorg, en daarmee de zorgfunctie overheersend wordt, valt dit niet meer onder de functie wonen. De zorgfunctie zal dan specifiek moeten zijn aangeduid bij de woonbestemming of moeten zijn bestemd als ‘Maatschappelijk’. Verkeer, water, groen, recreatie
bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
61
In § 4.2 is al aangegeven dat binnen de hoofdfuncties verkeer, water, groen en recreatie, ondergeschikte andere functies die in of naast de betreffende hoofdfunctie liggen, worden meegenomen in die hoofdfunctie. Daarmee geven de regels in redelijke mate ruimte voor aanleg of aanpassing van voetpaden, fietspaden, watergangen, groenvoorzieningen en parkeren, zonder dat daarvoor steeds een planologische procedure dient te worden gevoerd om af te wijken van het bestemmingsplan. De ondergeschikte functies worden in de bestemmingsomschrijving van de hoofdfunctie als zodanig ook benoemd. Natuur Er zijn in het plangebied natuurverbindingen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) langs N205 in Boseilanden, langs de Bennebroekerweg, over de Geniedijk en een verbinding net boven Zwaanshoek tussen Boseilanden en Ringdijk en een deel van de Ringvaart in Buitenkaag. Het streefbeeld voor de verbindingen is zowel een droge als een natte ecologische verbindingszone: een netwerk van brede watergangen en oeverstroken met aanliggende moerassen en open water, welke veilig leefgebied en een veilige migratieroute vormt. In Hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op de aanwezige natuurwaarden en ecologische waarden van het plangebied.
Ter bescherming van de natuurwaarden is voor de NNN-verbindingen behalve de bestemming als groen, recreatie of water ook dubbelbestemming ‘Waarde – Natuur’ opgenomen met de aanduiding ‘natuur verbinding’. Ter compensatie van het verlies aan NNN-gebied buiten dit bestemmingsplangebied bij de De Groene Weelde, is bij Zwaanshoek ruim 1,5 ha. nieuw NNN-gebied bestemd. Dit grenst aan de NNN-verbinding. Hier is ter bescherming de dubbelbestemming ‘Waarde – Natuur’ opgenomen met de aanduiding ‘natuur gebied’. In Hoofdstuk 5 wordt hier nader op ingegaan. Menging van functies De naam van de bestemming geeft de hoofdfunctie van het gebruik aan. Soms kan in beperkte mate sprake zijn van ander gebruik. Dit wordt in de regels benoemd als dit eigenlijk altijd het geval is. Als het een uitzondering is op de normale situatie wordt dit apart aangeduid. Wanneer zo’n andere functie een groot aandeel heeft in het totale gebruik en daarmee eigenlijk mede een hoofdfunctie is, is een gemengde bestemming opgenomen. In het plangebied is een gemengde bestemming opgenomen voor wonen en commerciële functies (wonen, detailhandel, dienstverlening, kantoor, bedrijf) en voor functies die meer maatschappelijk gericht zijn (maatschappelijk, cultuur en ontspanning, binnensport).
Afhankelijk van de te bestemmen situatie kan hier met een functieaanduiding een functie van worden uitgesloten of een extra functie aan worden toegevoegd. Voor centrumgebieden wordt de gemengde bestemming ‘Centrum’ toegepast. Daarbinnen zijn de diverse functies van een winkelcentrum toegestaan, waarbij het niet uitmaakt waar precies welke functies binnen het gebied gevestigd zijn. Daar waar dat in een centrumgebied wel van belang is, wordt dat met een specifieke aanduiding geregeld. bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
62
Op grond van het beleid voor commerciële voorzieningen is de horeca binnen de bestemming ‘Centrum’ beperkt tot maximaal 25% van de oppervlakte van de centrumbebouwing. Deelgebieden Soms zijn nadere aspecten van belang bij het toekennen van bestemmingen. Onderstaand wordt daar per deelgebied op ingegaan. Buitenkaag De gehele locatie van de school en de kerk aan de Hoofdweg is als ‘Maatschappelijk’ bestemd, waarbinnen meerdere voorzieningen zijn toegestaan. De pastorie en de begraafplaats zijn apart aangeduid. Het ringdijkbeleid geeft aan dat het in principe wenselijk zijn om bedrijfsfuncties te vervangen door woonfuncties. In dit bestemmingsplan wordt hiervoor niet op voorhand de mogelijkheid gegeven. Het toevoegen van een woning of woningen dient in Buitenkaag mede getoetst te worden aan het beleid voor vliegverkeersgeluid en dat laat woningbouw niet zondermeer toe. Wanneer zich een initiatief voordoet zal dat op dat moment moeten worden afgewogen. Een aantal percelen langs de Ringdijk heeft een gemengde bestemming waarbinnen ook wonen is toegestaan. Daarbinnen mag de omvang van de woning groter worden. Het toevoegen van een woning is niet toegestaan. Het gemaal Leeghwater in Buitenkaag is een rijksmonument en de naastgelegen oude arbeiderswoningen (Leeghwaterhuisjes) zijn een gemeentelijk monument.
Het kerkcomplex Joannes Evangelist aan de Hoofdweg is ook een gemeentelijk monument. Dit is niet apart aangeduid binnen de bestemming, omdat de wettelijke bescherming hiervan niet via het bestemmingsplan loopt. Een gedeelte van de Ringvaart is onderdeel van de NNN-verbinding en als zodanig met de dubbelbestemming ‘Waarde – Natuur’ opgenomen. Het gebruik van de wal bij het kruispunt Lisserdijk/Hoofdweg westzijde, door met een pont vrachtwagens naar scheepswerf Royal van Lent Shipyard op Kaag eiland over te zetten, valt onder de bestemming Verkeer. Bij de vaststelling door de gemeenteraad in 2021 van de Visie Buitenkaag is aangegeven dat in de toekomst mogelijk een vervangende locatie om het vervoer per pont te laten plaatsvinden zou kunnen komen nabij het kassengebied. Daar ligt een kans wanneer de in de visie benoemde nieuwe ontsluitingsstructuur van het kassengebied kan worden gerealiseerd. Dat is op dit moment echter niet aan de orde. Zwaanshoek-Noord Door Zwaanshoek-Noord is een NNN-verbinding nodig naar de overzijde van de Ringvaart. Dit is met de dubbelbestemming ‘Waarde – Natuur’ opgenomen. De verbinding is daarbij bestemd in het recreatiegebied. Dat is een logische inpassing van de aangegeven lijn in de provinciale Omgevingsverordening. In Hoofdstuk 5 wordt hier nader op ingegaan. bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
63
Boseilanden Recreatie, landschap, natuur en wonen vinden hier naast elkaar plaats en gaan ook in elkaar over. De natuurwaarden en het landschap worden daarbij beschermd door gebiedsaanduidingen. Deze gelden naast de bestemmingen voor recreatie en wonen. De NNN-verbinding is met de dubbelbestemming ‘Waarde – Natuur’ opgenomen in het recreatiegebied. Dat is een logische inpassing van de aangegeven lijn in de provinciale Omgevingsverordening. In Hoofdstuk 5 wordt hier nader op ingegaan. Bornholm Op onderwijsgebied kunnen, gezien de daling van het aantal leerlingen in de toekomst, keuzes nodig zijn zoals fusie binnen een schoolbestuur of gedeeltelijk opheffen van de onderwijsfunctie. In Bornholm ligt een deel van de in de groenstructuur gelegen fietsverbinding die opgewaardeerd dient te worden, om de gewenste binnenstedelijke snelfietsroute van Hoofddorp Centrum naar Hoofddorp West/Floriande (zie Mobiliteitsvisie) te kunnen maken. Om dit te bereiken kan het nodig zijn dat de bestaande route op sommige locaties wordt verbreed. Dit is mogelijk binnen de bestemming ‘Groen’. Graan voor Visch Er is wellicht naast de Van Heuven Goedhartlaan tussen Spoorlaan en Hoofddorp Station extra ruimte nodig voor verbreding van de weg.
De weg dient geschikt gemaakt te worden als ontsluiting om het verkeer naar complete ringwegen te leiden, zodat voorkomen wordt dat woonwijken worden belast met doorgaand verkeer. Ten behoeve van de woonomgeving wordt overwogen om het snelheidsregime op de weg Graan voor Visch tussen Hoofdweg en rotonde Nieuweweg te verlagen van 50 km/u naar 30 km/u. Om een hiertoe passend profiel te krijgen kunnen aanpassingen nodig zijn in het profiel van weg, parkeren, groen en fietspad. Dit is mogelijk binnen de bestemming ‘Verkeer’. Om de gewenste fietsverbinding van Hoofddorp Centrum naar Hoofddorp Zuid (Park 21) te realiseren zal vanuit Graan voor Visch de Van Heuven Goedhartlaan gekruist moeten worden. Toolenburg De bestaande gebouwencapaciteit voor de scholen als totaal is onvoldoende om in de vraag naar ruimte te voorzien. Voor de afzonderlijke scholen is dit echter wisselend. De bouwvlakken geven ruimte voor geringe uitbreiding van schoolgebouwen. De maatschappelijke bestemming biedt ruimte voor ander gebruik behalve onderwijs. Aan de R.P. Geerlingsdreef zijn op het deel wat het dichtst bij het centrumgebied is gelegen zogenaamde ‘transitwoningen’ gebouwd. Bij deze woningen is er bij de bouw rekening gehouden de gehele benedenverdieping voor beroep aan huis in te richten en de eerste en tweede verdieping als woonruimte in te richten.
Daarmee is de bedrijfsfunctie meer dan standaard voor bedrijf aan huis is toegestaan. De fietsroute op de Hoofdweg Westzijde dient opgewaardeerd te worden om de gewenste snelfietsroute vanuit Hoofddorp Centrum naar de Bennebroekerweg te realiseren. Bij de overgang bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
64
van de Hoofdweg Westzijde naar de Irene Vorrinkstraat en de aan/aftakking daar van het vrij liggende fietspad, is een aanpassing nodig. Dat is zowel binnen de bestemming ‘Verkeer’ als binnen de bestemming ‘Groen’ toegestaan. Vrijschot Noord Een eventuele nieuwe agrarische route parallel langs de N201 tussen de Drie Merenweg en IJweg, kan betekenen dat de aansluiting op de IJweg dient te worden aangepast. Dit zou net binnen dit bestemmingsplangebied kunnen vallen. Een eventuele aanpassing binnen dit bestemmingsplan past in de bestemming ‘Verkeer’. Houtwijkerveld Hier zijn geen bijzonderheden ten aanzien van het toekennen van functies aan de orde.
bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
65
5 Onderzoek en beperkingen 5.1 Water en klimaat 5.1.1 Wet- en regelgeving Europese Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water richt zich op de bescherming van water in alle wateren. Hiermee wordt beoogd vervuiling te voorkomen en te beperken, duurzaam gebruik van water te bevorderen, het aquatische milieu te beschermen en te verbeteren en de effecten van overstromingen en droogte in te perken. De algemene doelstelling is om een goede milieutoestand te bereiken voor alle wateren. Waterwet (Ww) De Ww regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Ook is via de Invoeringswet Ww de saneringsregeling voor waterbodems van de Wet bodembescherming overgebracht naar de Waterwet. Naast de Ww blijft de Waterschapswet als organieke wet voor de waterschappen bestaan. Met de Ww zijn Rijk, waterschappen, gemeenten en provincies beter uitgerust om wateroverlast, waterschaarste en waterverontreiniging tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Afhankelijk van de functie worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het watersysteem.
Waterbeheerprogramma 6 ‘water wijst de weg’ De waterschappen leggen elke zes jaar de aanpak van hun watertaken vast in een waterbeheerprogramma (WBP). Met het programma WBP6 maakt het Hoogheemraadschap van Rijnland (hierna: Rijnland) duidelijk hoe het, in samenwerking met de omgeving, invulling geeft aan zijn wettelijke taken en zijn eigen ambities voor de periode 2022 - 2028. In het WBP6 is water het leidende principe. Er komen grote (maatschappelijke) uitdagingen zoals klimaatverandering, hoge stikstofuitstoot, afnemende biodiversiteit en de omslag naar een circulaire economie op ons af. Goed waterbeheer speelt bij al deze uitdagingen een belangrijke rol. Water krijgt een meer sturende rol in de ruimtelijke inrichting. Hiermee streeft Rijnland naar een klimaatbestendige leefomgeving, waarin we ook over twintig, vijftig of honderd jaar nog veilig en gezond kunnen wonen, werken en genieten. Hiervoor heeft Rijnland vijf belangrijke kerntaken geformuleerd: 1. Waterveiligheid 2. Voldoende water 3. Schoon water 4. Efficiente en duurzame waterketen bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
66
5. Duurzaam en circulair werken De opgaven worden opgepakt in samenwerking met onder andere overheden, inwoners, bedrijven en natuurorganisaties. De gevolgen, kansen en oplossingen van klimaatverandering voor het beheergebied van het hoogheemraadschap van Rijnland zijn onderzocht. Het resultaat van dit onderzoek is het Rapport Blauwe Lens. De Blauwe Lens leert ons dat het gebied en het watersysteem veerkrachtiger en flexibeler moeten worden. Een belangrijk inzicht is dat we de problemen niet moeten afwentelen op onze omgeving, maar water juist moeten inzetten als ordenende kracht in ruimtelijke ontwikkeling. Met deze constatering bevestigt De Blauwe Lens de noodzaak om water leidend te maken. Riolering en afkoppelen Voor zover het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is het van belang dat er met Rijnland afstemming plaatsvindt over het omgaan met afval- en hemelwater. Overeenkomstig het rijksbeleid gaat Rijnland uit van een voorkeursvolgorde voor de omgang met deze waterstromen. Deze houdt in dat allereerst geprobeerd moet worden het ontstaan van (verontreinigd) afvalwater te voorkomen, bijvoorbeeld door het toepassen van niet uitlogende bouwmaterialen en het vermijden van vervuilende activiteiten op straat zoals auto’s wassen en chemische onkruidbestrijding.
Vervolgens is het streven vuil water te scheiden van schoon water, bijvoorbeeld door het afkoppelen van hemelwaterafvoeren van gemengde rioolstelsels. De laatste stap in de voorkeursvolgorde is het zuiveren van het afvalwater. De doelmatigheid daarvan wordt vergroot door het scheiden van de schone en de vuile stromen. De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP), waarin de uiteindelijke afweging wordt gemaakt en waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal staat. Keur Rijnland 2020 De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels voor waterkeringen, watergangen en andere waterstaatwerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen) en voor kwelgevoelige gebieden. Maar ook voor onttrekken en lozen van grondwater en het aanbrengen van verhard oppervlak. Het uitgangspunt van de Keur Rijnland 2020 is ‘ja, tenzij’: in beginsel zijn handelingen en/of werken in het watersysteem toegestaan, tenzij expliciet in deze Keur anders is bepaald. De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunningplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. Wie bijvoorbeeld op een waterkering wil bouwen, moet een watervergunning aanvragen bij Rijnland (én een omgevingsvergunning bij de gemeente).
In de Uitvoeringsregels die bij de Keur horen, is dit nader uitgewerkt. Strategische Samenwerkingsagenda Haarlemmermeer-Rijnland 2020-2035 (SSA) In de SSA komen de gezamenlijke doelen en ambities van de gemeente en Rijnland naar voren. Zo willen we een robuust, duurzaam en klimaatbestendig watersysteem realiseren. Deze ambitie is bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
67
uitgewerkt in twee doelen: 1. Het vergroten van klimaatadaptiviteit 2. Het verbeteren van de waterkwaliteit Door middel van deze twee doelen en acht samenwerkthema’s (uiteenlopend van beperken hittestress tot verhogen ecologische waarde) kunnen we gezamenlijk ons watersysteem voorbereiden op weersextremen door klimaatverandering en inzetten op een duurzaam en schoon watersysteem ten behoeve van verschillende functies. Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2023 De gemeente is op grond van de Wm verplicht periodiek een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vast te stellen om invulling te geven aan haar zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Het GRP bevat rioleringsbeleid en een overzicht van alle aanwezige rioleringsvoorzieningen, inclusief de actuele toestand ervan en de te verwachten vervangingsperioden. Ook geeft het plan inzicht in de wijze waarop de riolering wordt beheerd, welke effecten er zijn voor het milieu en hoe het beheer wordt gefinancierd. Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer 2050 Om goed voorbereid te zijn op de gevolgen van klimaatverandering hebben we het klimaatadaptatiebeleid opgesteld. Vanuit het Rijk hebben we de verplichting om de leefomgeving in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust in te richten, want door klimaatverandering krijgen we te maken met warmere zomers, hevigere buien en langere periodes van droogte.
Deze gevolgen hebben we in kaart gebracht en we lopen risico op hittestress in stedelijke kernen, op verzilting door droogte in het landelijk gebied en wateroverlast door hevige regen. Dit laatste zien we vooral in de oudere dorpskernen. We geven in het beleid minimale normen mee voor nieuwe ontwikkelingen en stellen ook kaders aan ons eigen onderhoud. Deze normen noemen we basisveiligheidsniveaus. Het zijn de minimale eisen om klimaatbestendig te zijn (zie afbeelding). De basisveiligheidsniveaus moeten onderbouwd opgenomen worden in aanvragen en gemeentelijke plannen (zie hiervoor de beslisboom in het beleid).
bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
68
Nieuwe gebieden richten we zo gelijk klimaatbestendig in en de gebouwde omgeving pakken we stap voor stap aan via onze onderhoudsplanning. We werken samen aan klimaatadaptatie met andere betrokkenen, zoals het Hoogheemraadschap van Rijnland en de Provincie Noord-Holland.
5.1.2 Onderzoek Algemeen De Haarlemmermeerpolder is een droogmakerij (drooggelegd binnenwater omsloten door een ringvaart en een ringdijk). Deze zijn als één geheel drooggemaakt en ingericht, vaak in een grootschalige en strakke verkaveling, en ligt diep ten opzichte van het omringende landschap. De Haarlemmermeerpolder ligt vier tot zes meter onder NAP en heeft een rechthoekige verkaveling. De Hoofdvaart en de Kruisvaart vormen het assenkruis, waarbinnen overige loodrecht op elkaar staande vaarten en tochten de structuur van de polder bepalen. Gronden naast het oorspronkelijke Haarlemmermeer die mee zijn ingepolderd vanwege een recht verloop van de ringvaart liggen wat hoger en hebben een eigen verkavelingsstructuur. In het zuidelijk deel van de polder is de structuur met een knik in de Hoofdvaart aangepast aan de randen van het voormalige Haarlemmermeer. bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
69
Het oppervlaktewatersysteem voert water af in tijden van wateroverschot en voert water aan in tijden van watertekort. Het watersysteem in Haarlemmermeer is opgebouwd rond een centraal peilvak, de polderboezem. De Hoofdvaart en ook de IJtocht ter hoogte van Floriande is onderdeel van de polderboezem. Andere peilvakken zijn (in)direct verbonden aan de polderboezem. De waterafvoer is geregeld met stuwen en gemalen. Voor lager gelegen peilvakken is er bemaling nodig om het overtollig water naar de polderboezem te voeren. Vanuit de polderboezem wordt overtollig water doorgezet naar de Ringvaart dat onderdeel uitmaakt van de boezem van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Het uitmalen van het water naar de Ringvaart gebeurt door gemaal Lijnden in Lijnden, gemaal Koning Willem I in Cruquius, gemaal Leeghwater in Buitenkaag en gemaal Bolstra in Oude Meer. Daarbij wordt de reguliere afvoer verzorgd door gemaal Lijnden. In perioden van neerslag worden de overige gemalen ingezet, waarbij gemaal Leeghwater alleen wordt ingezet bij een extra groot aanbod van overtollig water. De wateraanvoer uit de Ringvaart via inlaten is nodig voor de juiste waterstand in het gebied in tijden van watertekort en voor het doorspoelen van het watersysteem. Dat laatste is nodig voor de waterkwaliteit. Bij het gemaal Leeghwater is een relatief grote inlaat.
In de Ringdijk zijn ook diverse kleine inlaten aanwezig. Om binnen het regionale watersysteem in perioden van extreem veel overtollig water voldoende wateropvang te hebben, is in het zuidelijk deel van Haarlemmermeer (tussen LisserbroekAbbenes-Buitenkaag) een piekberging gerealiseerd. Deze dient naar verwachting één keer per vijftien jaar te worden ingezet. De Ringdijk en de Geniedijk hebben een waterkerende functie. De Ringdijk is in de Provinciale Omgevingsverordening aangewezen als een regionale waterkering. Het plangebied is (deels) aangemerkt als kwelgevoelig gebied. Kwel is (zout) grondwater dat door drukverschillen aan de oppervlakte uit de bodem komt. Kwel heeft vaak niet een al te beste waterkwaliteit. Hier ervaren de lokale planten en dieren de negatieve effecten van. Ook voor de waterveiligheid kan het problemen veroorzaken. Een klein beetje kwel kan zorgen voor uitspoeling van de bodem en daardoor ruimte bieden voor nog meer kwel. Wanneer er water gegraven wordt, wordt een deel van de tegendruk (lees: grond) weggegraven. Om zeker te zijn dat er door werkzaamheden geen kwel ontstaat, is het nodig dit bij ontwikkelingen tijden uit te onderzoeken. Peilvakken Bij het nieuwe peilbesluit van 2016 is behalve naar een juiste waterstand voor de verschillende delen van de polder, ook gekeken naar de zoutwaterproblematiek en naar knelpunten in drukverschillen.
Het aantal peilvakken in de polder is daarbij teruggebracht van 63 naar 51. Het bestemmingsplangebied ligt in de volgende peilvakken: vak 140.00.0 (polderboezem) voor Boseilanden, Floriande zuid (gedeeltelijk) en Toolenburg (gedeeltelijk) en in de hellende zone (ringdijkzone)) voor Zwaanshoek Noord en Buitenkaag; vak 140.49 voor Floriande zuid (eilanden); vak 140.50 voor Floriande zuid (zuidoost); vak 140.51 voor Toolenburg (gedeeltelijk in zuidelijk bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
70
deel); vak 140.12 voor Bornholm, Toolenburg (grootste deel), Houtwijkerveld en Vrijschot Noord (samen met Overbos, Pax); vak 140.34 voor Graan voor Visch. Vanwege ecologische doeleinden is voor sommige vakken in Hoofddorp jaarrond een flexibel peil van toepassing. In grote delen van de hellende zone langs de Ringvaart ligt het maaiveld zo veel hoger dan in de rest van het peilvak, dat de hoogte van het peil feitelijk niet uitgevoerd kan worden omdat de drooglegging dan te groot zou zijn. Over het algemeen zijn de bestaande peilen in het nieuwe peilbesluit voortgezet. In vak 140.50 voor het zuidoostelijk deel van Floriande is de ondergrens met 15 cm verhoogd, omdat met het oude peil met het uitzakken van het peil flinke delen droog vielen.
peilvakken bestemmingsplangebied en omgeving Uit: Toelichting Peilbesluit Haarlemmermeerpolder
Voor de genoemde vakken gelden de volgende peilstanden: vak 140.00.0 140.00.0 140.49 140.50 140.51 140.12 140.34
Type zomer-winter peil hellende zone* Flexibel Flexibel Flexibel vast vast
peil zp -5,87 geen streefpeil og -5,77 og -5,62 og -5,52 vp -6,02 vp -5,72
wp -6,02 bg -5,47 bg -5,47 bg -5,22
Primaire watergangen Er zijn diverse watergangen in of nabij het plangebied die behalve een waterbergende functie een primaire functie hebben binnen het systeem van afwatering vanuit de Haarlemmermeerpolder naar de Ringvaart. Dat betreft in Buitenkaag de Hoofdvaart en de Ringvaart, in Zwaanshoek-Noord de Ringvaart en in Hoofddorp diverse watergangen. In Hoofddorp liggen in noord-zuid richting de IJtocht, de N205 Westtocht, de Nieuwerkerkertocht en de Hoofdvaart. In oost-west richting liggen de Graan voor Visch-tocht, de Kruisvaart en de Bennebroekertocht. Een deel van het Voorkanaal bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
71
van de Geniedijk (ter hoogte van Vrijschot-Noord en Houtwijkerveld) en een deel van het Achterkanaal van de Geniedijk (ter hoogte van Graan voor Visch) hebben ook een primaire functie. Verder ligt in Boseilanden een kleine watergang, Vink. Overige watergangen zijn met name van belang voor de waterbergende functie. In de ‘Legger oppervlaktewater’ van het Hoogheemraadschap van Rijnland zijn alle primaire watergangen aangegeven.
Uit: Legger 2018 (ontwerp) Hoogheemraadschap
Waterbewustzijn Om te zorgen dat ons gebied beter bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering is het noodzakelijk om de (gebouwde) omgeving hier op aan te passen middels technologische en praktisch maatregelen. Het betrekken van de (toekomstige) bewoners is net zo noodzakelijk. Ten eerste is het belangrijk dat bewoners zich er (meer) van bewust zijn dat ook zij in hun dagelijkse leven te maken kunnen krijgen met klimaatproblemen, zoals wateroverlast en droogte. Wanneer deze context wordt geschept, groeit het draagvlak en begrip voor deze maatregelen en zal ook de relevantie en noodzaak voor een klimaat adaptieve inrichting toenamen. Het waterbewustzijn neemt toe. bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
72
Watercompensatie Bij nieuwe ontwikkelingen dient voor de toename van verharding compensatie plaats te vinden door realisatie van nieuw oppervlaktewater. Daarbij dient het nieuw wateroppervlakte 15% te zijn van de toename van verharding. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Een onderzoek voor het opstellen van een watertoets is dus niet nodig.
5.1.3 Conclusie Vanwege het belang voor het afwateringssysteem worden de primaire watergangen bestemd als ‘Water’. De waterkerende functie van de Ringdijk en de Geniedijk wordt beschermd met de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Beschermingszone’.
5.2 Bodem 5.2.1 Wet- en regelgeving Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient in geval van ruimtelijke ontwikkelingen te worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Of de bodem een planontwikkeling in de weg staat, wordt middels een historisch onderzoek, eventueel aangevuld met een bodemonderzoek, bepaald. De resultaten van het historisch onderzoek, het bodemonderzoek en de conclusie met eventuele saneringsadviezen worden in het bestemmingsplan vermeld. Wet bodembescherming In de Wet bodembescherming zijn bepalingen opgenomen ter behoud en verbetering van de milieu hygiënische bodemkwaliteit. Bij bestemmingswijzigingen, verbouwingen of graafwerkzaamheden zal in veel gevallen een bodemonderzoek uitgevoerd moeten worden. De gemeente beoordeelt dat per geval. Met het bodemonderzoek kan bepaald worden of de bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor de beoogde functie. Besluit bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) geeft de lokale bevoegde gezagen de mogelijkheid om de bodemkwaliteit binnen hun gebied actief te gaan beheren binnen de gegeven kaders. Dit geeft onder andere ruimte voor nieuwe projecten op het gebied van natuur, wonen en industrie. Daarnaast worden de kwaliteit en de integriteit van belangrijke intermediairs bij bodemactiviteiten beter geborgd.
In het Bbk staan ook regels met betrekking tot het toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie. Uitgangspunt in de bijbehorende normstelling is de directe relatie tussen de chemische bodemkwaliteit en het gebruik van de bodem, gebaseerd op een risicobenadering. In situaties met een gering risico gelden daarom beperkte regels en minder strenge normen dan in situaties met meer risico's. bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
73
Nota Bodembeheer Haarlemmermeer probeert zoveel mogelijk een afweging te maken op basis van feitelijke risico's. De Nota Bodembeheer (2020) biedt een praktische richtlijn aan de gemeentemedewerkers, adviesbureaus, aannemers en andere bodemintermediairs hoe in Haarlemmermeer het beste met vrijkomende grond en baggerspecie kan worden omgesprongen, waarbij aan zaken als gezond verstand, kostenbesparing, milieuwinst en voldoen aan geldende wet- en regelgeving veel aandacht is besteed. Een instrument dat inzicht geeft in de bodem is de bodemkwaliteitskaart, waarin honderden bodemonderzoeken uit de periode 2014-2019 zijn ingevoerd, afkomstig van onverdachte locaties (niet-bron gerelateerde verontreinigingen) en is een berekening uitgevoerd van de bodemkwaliteit in de diverse bodemkwaliteitszones. Ondanks toegenomen bedrijvigheid in de polder voldoet de diffuse bodemkwaliteit in het grootste deel van het gebied wat betreft de stoffen uit het standaard stoffenpakket nog altijd aan de Achtergrondwaarde (schoon). Deze grond is in principe geschikt om - onder voorwaarden - overal zonder onderzoek te hergebruiken (zone 1). Een klein gedeelte van het gebied heeft een bodemkwaliteit die voldoet aan de kwaliteitsklasse wonen of industrie. In deze zones geldt in principe het generieke beleidskader.
In enkele deelgebieden voldoet het generieke kader niet en is gebiedsspecifiek beleid vastgesteld; dit zijn Schiphol Trade Park en Park21.
5.2.2 Onderzoek De algemeen te verwachten bodemkwaliteit in Hoofddorp en Zwaanshoek is ‘wonen’ met voor de woongebieden in dit bestemmingsplangebied de voor de bodemlagen te verwachten kwaliteit ‘achtergrondwaarde’. Voor de wegen is de bodemkwaliteit ‘industrie’ met voor de bodemlagen te verwachten kwaliteit ‘infrastructuur’ of ‘achtergrondwaarde’. Voor het gebied Boseilanden en ten noorden van Zwaanshoek is de te verwachten bodemkwaliteit ‘landbouw’ met voor de bodemlagen te verwachten kwaliteit ‘achtergrondwaarde’. De algemeen te verwachten bodemkwaliteit in Buitenkaag is ‘wonen’, met voor het maaiveld de verwachte kwaliteit ‘niet gezoneerd’ en de overige bodemlagen ‘wonen’. Voor de Hoofdweg en de ringdijk is de bodemkwaliteit ‘industrie’ met voor de bodemlagen te verwachten kwaliteit ‘infrastructuur’. Een klein stukje in het bestemmingsplangebied bij Buitenkaag heeft de te verwachten bodemkwaliteit ‘landbouw’ met voor de bodemlagen te verwachten kwaliteit ‘achtergrondwaarde’. https://gisviewer.odnzkg.nl/?@Bodemkwaliteitskaart
bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
74
Toekomstige ontwikkelingen Het bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen. Een onderzoek voor dit bestemmingsplan is dan ook niet nodig. Wel wordt onderstaand kort ingegaan op de in de Deelstructuurvisie Hoofddorp 2030 aangegeven potentiele locaties voor woningbouw. Voor deze locaties wordt aangegeven of er bijzonderheden zijn. 1. N201 bij Vrijschot-Noord (brandweerkazerne c.s.) Hier is in 1996 en 2007 onderzoek gedaan. Er zijn geen verontreinigingen bekend die ontwikkelingen beperken. De locatie is wel verdacht op verontreiniging met PFOS, mede in verband met aantreffen PFOS in slib in de omringende waterpartij. PFOS kan een probleem worden bij ontwikkeling omdat saneren niet eenvoudig en kostbaar is. 2. Kruisweg / Van Heuven Goedhartlaan (locatie verpleeghuis Bornholm) Er zijn in het verleden verschillende bodemonderzoeken uitgevoerd. Er zijn geen verontreinigingen bekend die ontwikkelingen beperken. 3. nabij Skagerrak (winkelcentrum/groengebied) In het verleden heeft in beperkte mate onderzoek plaatsgevonden, waarbij geen verontreinigingen bekend zijn die ontwikkelingen beperken. 4. Sonderholm / Altenburg (locatie garage/tankstation) Er zijn in het verleden verschillende bodemonderzoeken uitgevoerd. Er zijn geen verontreinigingen bekend die ontwikkelingen beperken. Overig Graan voor Visch Bij het winkelcentrum is verontreiniging met VOCl in grondwater bekend.
Door de provincie is diverse keren nader onderzoek gevraagd (laatste keer in 2012). Verontreinigingen met VOCl zijn lastig te saneren. Dit kan een beperking zijn bij eventuele ontwikkelingen.
bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
75
Toolenburg Bij Assumburg 1 (Het Spectrum) zijn bij de renovatie van de sporthal onverwacht verontreinigingen aangetroffen, veroorzaakt door fundatiemateriaal. Het is niet uit te sluiten dat elders ook door fundatie veroorzaakte verontreinigingen aangetroffen kunnen worden. Menggranulaat dat is toegepast t/m 2004 kan asbest bevatten. Dit geldt nog voor (een deel van) Floriande.
5.2.3 Conclusie Het aspect bodem geeft geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. In geval van nieuwe ontwikkelingen dient het aspect ‘bodem’ ten aanzien van de specifieke locatie nader beschouwd te worden.
5.3 Flora en fauna 5.3.1 Wet- en regelgeving Vogel- en Habitatrichtlijn De natuurbescherming is onderverdeeld in gebiedsbescherming en soortbescherming. De gebiedsbescherming vindt plaats via de Vogel- en Habitatrichtlijn, richtlijnen voor Natura 2000. Deze richtlijnen zijn uitgewerkt in nationale wetgeving en dus niet rechtstreeks van toepassing. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) (2017) neemt de Europese regelgeving als uitgangspunt. Dat geeft een hoog beschermingsniveau van de natuur, hoger dan de bescherming die vóór de totstandbrenging van de Europese kaders werd geboden door de nationale wetgeving. De kern en reikwijdte van de Europese voorschriften zijn in de Wnb op herkenbare wijze op formeel wetsniveau geregeld. Waar dat noodzakelijk is voor een adequate bescherming van natuurwaarden waarvoor geen specifieke bescherming is voorzien in Europese regelgeving, zijn aanvullende, als zodanig kenbare, 'nationale' beschermingsvoorschriften verankerd. De verschillende onderdelen van de wettelijke regeling (te weten de bescherming van gebieden, van soorten en van houtopstanden) zijn afgestemd op elkaar en op de voornemens ten aanzien van het omgevingsrecht. Dat laatste onder meer op het punt van procedurele integratie van plannen en besluiten inzake gebiedsontwikkeling.
De normen en maatregelen in deze wet strekken tot de bescherming van de kernnatuurwaarden en de houtopstanden. Zij maken deel uit van een veel groter maatregelenpakket gericht op de bescherming van natuurwaarden en het tegengaan van biodiversiteitsverlies. De taken en verantwoordelijkheden worden zoveel mogelijk bij de provincies neergelegd, overeenkomstig het uitgangspunt 'decentraal tenzij'. Eén van verantwoordelijkheden van de provincie is Natuurnetwerk Nederland; een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Een belangrijk criterium in de wet is ‘gunstige staat van instandhouding van een soort’. Daarvan is sprake als: bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
76
•
• •
uit populatie dynamische gegevens blijkt dat de betrokken soort nog steeds een levensvatbare component is van de natuurlijke habitat waarin hij voorkomt, en dat vermoedelijk op lange termijn zal blijven, en het natuurlijke verspreidingsgebied van die soort niet kleiner wordt of binnen afzienbare tijd lijkt te zullen worden, en er een voldoende grote habitat bestaat en waarschijnlijk zal blijven bestaan om de populaties van die soort op lange termijn in stand te houden.
Natura 2000-gebieden zijn landelijk aangewezen om de achteruitgang van de biodiversiteit in Europa te stoppen. Deze gebieden zijn in Nederland beschermd op grond van de Wnb. Omgevingsverordening NH 2022 In de Omgevingsverordening NH 2022 is de ligging van de ecologische verbindingen en natuurkerngebieden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) opgenomen. De verordening schrijft voor dat het bestemmingsplan regels moet stellen in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden. Er mogen geen nieuwe activiteiten mogelijk worden gemaakt die de wezenlijke kenmerken en waarden de NNN aantasten of leiden tot een vermindering van de oppervlakte of van de samenhang tussen gebieden. Hier kan alleen van worden afgeweken als er sprake is van een groot openbaar belang. De wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden zijn opgenomen in bijlage 6 van de verordening.
5.3.2 Onderzoek Natura 2000 Nederland telt ruim 160 Natura 2000-gebieden. Er mogen in beginsel geen activiteiten plaatsvinden die de Natura 2000-doelen voor het gebied in gevaar brengen. Ook activiteiten buiten de begrenzing van het gebied kunnen een effect hebben op deze doelen (externe werking). De doelen heeft het Rijk vastgesteld in een aanwijzingsbesluit. Ze zijn geformuleerd in zogenoemde instandhoudingsdoelstellingen voor habitattypen en voor (leefgebieden van) diersoorten. Voor dit bestemmingsplangebied zijn de twee meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden Kennemerland-Zuid (het duingebied en delen van de binnenduinrand tussen IJmuiden en Noordwijk) en Coepelduynen (het duingebied tussen Noordwijk en Katwijk). De meeste habitattypen van deze duingebieden zijn gevoelig voor stikstof. Nieuwe activiteiten buiten dit gebied kunnen een negatief effect hebben als ze leiden tot een toename van stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitattypen en -soorten. Het plandeel Zwaanshoek-Noord ligt op de kortste afstand tot Natura 2000. Het ligt op iets minder dan 2 km van de rand van Kennemerland-Zuid en op ruim 3 km van het grote duingebied van Kennemerland-Zuid. Het plandeel Boseilanden waar de geldende bestemmingsplanregeling nog bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag
77
woningbouw toelaat, ligt op ongeveer 2,7 km van de rand van Kennemerland-Zuid en op ongeveer 4,4 km van het grote duingebied van Kennemerland-Zuid. Ten opzichte van Coepelduynen ligt het plandeel Buitenkaag het dichtstbij op een afstand van bijna 9 km. Toekomstige ontwikkelingen Het bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen. Wel kan worden geconstateerd dat de bestaande al mogelijk gemaakte ontwikkeling van woningen in het plandeel Boseilanden niet geheel is ingevuld. Er is planologisch nog ruimte voor vijftien woningen. Met het opnieuw opnemen van de mogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan, wordt de nieuwbouw van die woningen herhaald planologisch geregeld. Daarbij dient beschouwd te worden wat het effect is van de bouw en het gebruik van de woningen wat betreft stikstofdepositie op de Natura 2000.