CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- Toelichting

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 26 september 2024, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: HOORZITTING: 16.00-16.30 uur RV Vaststelling bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875 (11167734)14.004 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Hoofddorp Hoofdweg 875

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Doel en planvorm 1.4 Geldende bestemmingsplannen 1.5 Planproces 1.6 Leeswijzer

4 4 4 4 5 5 6

Hoofdstuk2 Beschrijving huidige situatie 2.1 Ligging in breder verband 2.2 Ruimtelijke structuur

7 7 7

Hoofdstuk3 Beleid en regelgeving 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal en regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Conclusie beleidskaders

9 9 9 10 13 19

Hoofdstuk4 Nieuwe situatie 4.1 Stedenbouwkundige opzet 4.2 Architectuur

20 20 20

Hoofdstuk5 Onderzoek en beperkingen 5.1 Algemeen 5.2 Bodem 5.3 Cultuurhistorie en archeologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Flora en fauna 5.6 Geluid 5.7 Lucht 5.8 Bedrijven en milieuzonering 5.9 Water 5.10 Verkeer en parkeren

22 22 22 22 23 24 26 28 29 31 34

Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid 6.1 Financiële uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

36 36 36

Hoofdstuk7 Juridische aspecten 7.1 Opzet regels en verbeelding 7.2 Inleidende regels 7.3 Bestemmingsregels 7.4 Algemene regels 7.5 Overgangs- en slotregels 7.6 Handhaafbaarheid

37 37 37 37 38 38 38

2

Inhoudsopgave (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875

Toelichting

Toelichting (ontwerp)

3

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

ROW Vastgoed heeft het voornemen 6 woningen te realiseren op het perceel Hoofdweg 875. Omdat deze ontwikkeling niet past binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan wordt het plan middels voorliggend bestemmingsplan mogelijk gemaakt.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

De locatie bevindt zich aan de zuidzijde van Hoofddorp. Het initiatief betreft de kadastrale percelen HLM03 AD 13470 en 13471, met een totaal oppervlak van 5739m². De percelen zijn ontsloten vanaf de Hoofdweg Westzijde en bevatten huisnummer 875.

Afbeelding 1.1: plangebied is rood omlijnd.

1.3

Doel en planvorm

De doelstelling van het bestemmingsplan is het bieden van een actueel juridisch-planologisch kader voor het plangebied om de voorgenomen herontwikkeling mogelijk te maken zoals beschreven in paragraaf 1.2. Daarbij worden in de regels en de verbeelding de hoofdopzet van het gebied vastgelegd. Gelet op de nieuwe invulling van het plangebied is er sprake van enige flexibiliteit om in te kunnen spelen op de woonwensen van de toekomstige bewoners.

4

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875

1.4

Geldende bestemmingsplannen

Ter plaatse van de projectlocatie geldt het bestemmingsplan 'Hoofddorp Nassaupark', vastgesteld op 19-03-2015. In dit bestemmingsplan zijn de gronden van het projectgebied aangewezen met de bestemming 'Wonen' en 'Tuin' op basis waarvan één woning is toegestaan binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak. De toegestane goot- en bouwhoogte betreffen respectievelijk 3 en 9 meter. Op de overige gronden binnen de bestemming Wonen is ruimte voor bijbehorende bouwwerken. Binnen de bestemming Tuin mag, met uitzondering van een erker, niet worden gebouwd. Over de voorzijde van het perceel is de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning' gelegen ten behoeve van het beschermen van de belangen van deze nutsvoorziening. Het voorgenomen bouwplan past niet binnen de gebruiksregels (er is maximaal één woning toegestaan) en niet binnen de bouwregels (alleen bouwen binnen het bouwvlak).

Afbeelding 1.2: uitsnede bestemmingsplan 'Hoofddorp Nassaupark' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl). Plangebied is rood omlijnd. Tevens gelden ter plaatse van het plangebied het bestemmingsplan 'Parapluplan parkeerregels' en het voorbereidingsbesluit 'Biomassacentrales Haarlemmermeer'. Het 'Parapluplan parkeerregels' geeft de algemene parkeerregels voor de gehele gemeente als vervanger voor de stedenbouwkundige regels uit de bouwverordening. Het voorbereidingsbesluit Biomassacentrales Haarlemmermeer' is niet relevant voor de ontwikkeling die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt.

1.5

Planproces

Een bestemmingsplan doorloopt de procedure zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het voorontwerp bestemmingsplan wordt ex art. 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voor advies voorgelegd aan Rijk, provincie en waterschap. Door de gemeente Haarlemmermeer wordt in dit stadium van planvorming ook de betreffende dorps- of wijkraad in de gelegenheid gesteld op het voorontwerp bestemmingsplan te reageren. Binnengekomen reacties uit het wettelijk vooroverleg worden verwerkt in het ontwerp bestemmingsplan.

Toelichting (ontwerp)

5

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875

1.6

Leeswijzer

Het tweede hoofdstuk van deze toelichting geeft een beeld van de bestaande situatie in het plangebied. Er wordt een beschrijving gegeven van de ruimtelijke en functionele structuur van het gebied. In het derde hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleid en de regelgeving en de invloed hiervan op het bestemmingsplan. Het vierde hoofdstuk gaat in op de nieuwe situatie met de te verwachten ontwikkelingen en de gewenste ruimtelijk-functionele structuur. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de onderzoeksgegevens en beperkingen. In het hoofdstuk zes komt de uitvoerbaarheid aan bod en in het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische aspecten van dit bestemmingsplan.

6

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving huidige situatie

Ligging in breder verband

Het plangebied ligt aan de zuidzijde van Hoofddorp in het gebied De Parken. De Parken bestaat uit vijf nieuwe woonwijken aan de zuidoostkant van Hoofddorp, waar in totaal zo'n 3.500 woningen komen. De gebieden Tudorpark en Nassaupark zijn al in aanbouw. Het plangebied grenst aan het plangebied Tudor Gardens.

2.2

Ruimtelijke structuur

Het initiatief betreft het kadastrale percelen HLM03 AD 13470 en 13471, met een totaal oppervlak van 5739m². De percelen zijn ontsloten vanaf de Hoofdweg Westzijde en bevatten huisnummer 875. De percelen grenzen aan linkerzijde aan de Tudor Gardens, een woningbouw project geheel in Tudor architectuur dat momenteel in aanbouw is. Aan de achterzijde grenzen de percelen aan Healtcity en aan de rechterzijde bevindt zich een agrarisch bedrijf. Op het perceel 13471 bevindt zich op ca. 20m van de straat een vrijstaande woning. Het perceel kenmerkt zich door de grote groene tuin voor en naast deze woning. De woning sluit dan ook aan bij het open karakter dat zich veelal langs de polderlinten zoals de Hoofdweg bevindt. De Hoofdweg kent daarmee een sterke stedenbouwkundige structuur. Binnen de percelen bevinden zich aan de noordoost kant van de woning en de tuin een stuk braakliggende grond. Achter de woning en de tuin bevindt zich een stuk grasland.

Afbeelding 2.1: Huidige terreinindeling

Toelichting (ontwerp)

7

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875

Afbeelding 2.2: Voorzijde van de percelen(vanaf links)

Afbeelding 2.3: Voorzijde van de percelen (vanaf rechts)

8

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875

Hoofdstuk 3 3.1

Beleid en regelgeving

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vormt het ruimtelijk beleid op rijksniveau. Hierin geeft het kabinet aan waar het naar streeft: Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Om dat te bereiken laat het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies ('decentraal, tenzij…'). Het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op nationale belangen. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De juridische borging van de nationale belangen vindt plaats in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Barro zijn onder andere regelingen met betrekking tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de Waddenzee en militaire terreinen opgenomen. Een aantal regelingen is 'getrapt' vastgelegd. Dit wil zeggen dat de provincies en gemeenten verplicht zijn dit beleid nader uit te werken. Betekenis voor het project De nationale belangen die in het Barro zijn vertaald, zijn niet van betekenis voor dit plangebied. Het relevante beleidskader wordt gevormd door het beleid van de provincie, regio en gemeente. 3.2.2

Besluit ruimtelijke ordening

In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden. Per 1 juli 2017 is het Bro op enkele onderdelen gewijzigd. Artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Betekenis voor het project Met de voorgenomen ontwikkeling worden maximaal 6 nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Op het perceel 13471 bevindt zich een reeds bestaande woning. Volgens jurisprudentie is er bij 11 woningen of minder geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Los van de wettelijke plicht is in dit bestemmingsplan aangetoond dat de ontwikkeling invulling geeft aan de aanwezige kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. Bij de beschrijving van het provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid is dit nader toegelicht. De ladder schrijft voor dat bekeken moet worden of in de behoefte kan worden voorzien binnen bestaand stedelijk gebied (BSG).

In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. In de Nota van Toelichting wordt opgemerkt dat de kwalificatie bestaand stedelijk gebied afhangt van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. In de jurisprudentie is het begrip

Toelichting (ontwerp)

9

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875 nader ingevuld. Rust op gronden een niet-agrarische bestemming dan is er sprake van bestaand stedelijk gebied ook al is de locatie nog onbebouwd, mits de locatie onderdeel is van het bestaand stedelijk samenstel van bebouwing. Op grond van de huidige bestemming en bebouwing in het plangebied wordt de locatie aangemerkt als bestaand stedelijk gebied. Het woningbouwplan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en is daarmee gebaseerd op zorgvuldig ruimtegebruik. 3.2.3

Visie Erfgoed en Ruimte

De Visie Erfgoed en Ruimte 'Kiezen voor Karakter' is de vervanging voor de in 2009 verlopen 'Nota Belverdère', waarin een visie is gegeven op de wijze waarop met de cultuurhistorische kwaliteiten van gebieden en objecten in de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling in Nederland kan worden omgegaan. De Visie Erfgoed en Ruimte (VER) 'Kiezen voor Karakter', is gericht op het verbinden van de zorg voor het cultureel erfgoed met andere ruimtelijke ontwikkelingsopgaven op het gebied van onder meer economie, veiligheid en duurzaamheid. De visie zet overheden, initiatiefnemers, eigenaren, ontwikkelaars en ruimtelijk ontwerpers er toe aan om de waarde van het cultureel erfgoed in te zetten bij de ontwikkeling van gebieden. De Visie Erfgoed en Ruimte 'Kiezen voor Karakter' is aanvullend aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, waarin het kabinet de unieke cultuurhistorische waarde van nationaal belang planologisch borgt. Daarnaast is in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangegeven dat in het bestemmingsplan een beschrijving moet worden opgenomen van de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden. Betekenis voor het project In paragraaf 5.3 wordt nader ingegaan op de archeologische en cultuurhistorische waarden in het plangebied.

3.3

Provinciaal en regionaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Noord-Holland 2050

Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kúnnen investeren in een prettige leefomgeving. Omdat het leefbaar houden van de provincie Noord-Holland ook vraagt om grote investeringen in bijvoorbeeld het landschap, natuurontwikkeling en de transitie naar een duurzame energiehuishouding. 5 bewegingen In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. Sterke kernen, sterke regio's, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie.

Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. De eerste stap in de uitwerking van de Omgevingsvisie wordt gezet in het opstellen van een Omgevingsverordening. Ook werkt de provincie Noord-Holland aan de borging van de Omgevingsvisie in programma's voor de kortere termijn.

10

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875

3.3.2

Omgevingsverordening NH2020

De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Op het plangebied zijn twee werkingsgebieden uit de verordening van toepassing: Bodemsanering en Peilbesluit. Bodemsanering Afdeling 4.3 van de Omgevingsverordening heeft betrekking op bodemsanering. Ingevolge artikel 4.44 maakt degene die bodemsanering feitelijk uitvoert melding van de voorgenomen sanering bij Gedeputeerde Staten. Voor voorliggend plan heeft dit geen consequenties. Peilbesluit Artikel 6.82 regelt dat waterschapsbesturen peilbesluiten moeten vaststellen voor de oppervlaktewaterlichamen in de gebieden binnen het werkingsgebied peilbesluit. Voor voorliggend plan heeft dit geen consequenties. 3.3.3

Provinciale woonvisie 'Goed Wonen in Noord-Holland 2010-2020'

In de provinciale woonvisie is het woonbeleid van de provincie neergelegd. De speerpunten van dit beleid zijn: 1. Verbeteren van de afstemming tussen vraag en aanbod voor alle consumenten, en specifiek voor doelgroepen die minder kansen hebben op het vinden van een geschikte woning. Verbeteren van de mate waarin voorzieningen in de woonomgeving aansluiten bij de vraag van bewoners. Verbeteren van de duurzaamheid van het woningaanbod en de woonomgeving. Samen met de regio's zijn vier Regionale afstemmingsprogramma's (RAP's) ontwikkeld met duidelijke afspraken over de regionale woningbouwprogramma's. 3.3.4

Samenwerkingsagenda wonen 2016-2020

De portefeuillehouders Wonen van de 15 gemeenten die tot en met 2016 de Stadsregio Amsterdam vormden, hebben opdracht gekregen een regionale woonvisie op te stellen. Daarbij zijn 10 opgaven voor regionale samenwerking geformuleerd: Bevorderen van de woningbouwproductie om tegemoet te komen aan de snelgroeiende Woningbehoefte en om de prijzen niet te snel te laten stijgen. Doel is om 20.000 woningen naar voren te halen in de periode 2016-2020. Zo veel mogelijk locaties versnellen, naar voren halen en te zorgen voor meer harde plancapaciteit. Aanvullend op de huidige locaties nieuwe plekken voor woningbouw zoeken, vooral in binnenstedelijk gebied. Transformatie en benutten van leegstand spelen hierin een belangrijke rol. Bevorderen van het aanbod middensegment huur. Er is behoefte aan minimaal 5.000 woningen in het middensegment huur tot prijsgrens €900. Werken aan een gezonde woningmarkt. Doel is een 'complete metropool', met aanbod in de verschillende woonmilieus, prijssegmenten en type woningen. Op basis van inzicht in de positie van de verschillende doelgroepen te sturen op de ontwikkelingen in het aanbod en de voorraad van 'betaalbare' woningen. Een belangrijk toetspunt hierbij is de spreiding van de sociale voorraad en de beschikbaarheid over de regio, naar deelregio.

De sociale voorraad beter te benutten door doorstroming te stimuleren en te zorgen voor meer flexibiliteit. Investeringen in duurzaamheid bevorderen. Zorgen voor een toegankelijke, rechtvaardige en transparante verdeling van sociale huurwoningen. Streven is woningzoekenden één etalage voor sociale huurwoningen te bieden. Samen met de corporaties en marktpartijen te werken aan oplossingen om de grote Huisvestingsopgave van vergunninghouders te realiseren. Dit moet niet leiden tot verdringing van 'reguliere' woningzoekenden. Om aan deze doelen te werken voeren de samenwerkende gemeenten de volgende activiteiten uit:

Toelichting (ontwerp)

11

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875 Het in beeld brengen van de vraag door woningmarktonderzoek, ook in kwalitatieve zin. Het in beeld brengen van het aanbod. Met de jaarlijkse Monitor Plancapaciteit die de Stadsregio en Provincie Noord-Holland samen laten uitvoeren, wordt de geplande woningbouwlocaties en de voorgenomen programmering bijgehouden. Ook participeert de Stadsregio in de Monitor Woningproductie, die de nieuwbouwproductie voor de MRA en de gehele Noordvleugel monitort. Het agenderen van de versnellingsopgave. Zo effectief mogelijk gebruik van binnenstedelijke locaties, in het bijzonder transformatielocaties, heeft nadrukkelijk de aandacht de komende jaren. Het inzetten van marketing en communicatie over wonen en nieuwbouw. Het stimuleren van de realisatie van middeldure huur. Het opstellen van een Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) 2016-2020 in opdracht van de provincie Noord-Holland. Met deze regionale samenwerkingsagenda legt de Stadsregio de basis voor het RAP. Vanuit een gezamenlijke strategie wordt gestreefd naar creëren van een woningaanbod dat past bij de kwaliteiten van regio en gemeenten en aansluit op de vraag.

Het organiseren van de regionale afstemming over nut en noodzaak van woningbouwplannen in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking en gemeenten hierin ondersteunen ten behoeve van woningbouw buiten bestaand stedelijk gebied om aan de vereisten te voldoen vanuit de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.3.5

Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020

Eind 2016 heeft de voormalige Stadsregio Amsterdam het Regionaal Actieprogramma Stadsregio Amsterdam 2016-2020 (RAP, 2016) aangeboden aan de provincie Noord-Holland. Dit actieprogramma was geënt op het samenwerkingsprogramma van de gemeenten (Samenwerkingsagenda Regionale Woningmarkt 2016-2020) en gericht op nieuwbouw, betaalbare voorraad en woonruimteverdeling. In overeenstemming met de samenhang op de woningmarkt in deze regio is de volgende indeling in marktregio's gemaakt: Plannen voor de deelregio Zaanstreek-Waterland worden getoetst aan de behoefte in de marktregio Zaanstreek-Waterland inclusief Amsterdam. Voor plannen in Amstelland-Meerlanden is de marktregio het gebied Amstelland-Meerlanden inclusief Amsterdam. Voor plannen in Amsterdam is de gehele stadsregio te beschouwen als marktregio. In het RAP hebben de gemeenten hun gezamenlijke inzet beschreven voor de versnelling van de woningbouw en is een kwantitatieve en kwalitatieve prognose van de woningbehoefte opgenomen per marktgebied in drie scenario's. Dit ten behoeve van de beschrijving van de behoefte aan binnenstedelijke woningbouw. De gevraagde aanvullingen zowel ten aanzien van het regionale woningbouwprogramma als beleidsmatige onderwerpen op het gebied van wonen, zijn in de vorm van een oplegger bij de RAP 2016-2020 gevoegd. 3.3.6

Monitor Woningbouw 2020

Het monitoren van de in de RAP's gemaakte afspraken over woningbouwproductie gebeurt in de jaarlijkse Monitor Woningbouw. Deze vormt input voor een jaarlijkse analyse van de match tussen vraag en aanbod. Het aanbod is opgetekend in de 'monitor plancapaciteit' die is opgenomen in de woningbouwmonitor. De meest recente is de Monitor Woningbouw 2020. Het aantal verleende bouwvergunningen tot en met het tweede kwartaal van 2020 vertoont per saldo voor Noord-Holland een dalende lijn vanaf eind 2018. Hierbij is het beeld per regio wel verschillend. In 2019 zijn er in totaal circa 7.800 vergunningen verleend. Dat is een afname ten opzichte van 2018, waarin circa 9.300 vergunningen werden verleend. Naar verwachting zal de nieuwbouwproductie de komende 2 jaar dan ook gaan dalen. Voor de periode 2025-2030 is voor het merendeel van de regio's van belang dat (een gedeelte van de) zachte plannen hard worden. Dit geldt niet voor de Kop van Noord-Holland, Regio Alkmaar en Amsterdam. Verder is het nodig dat de harde plancapaciteit op korte termijn daadwerkelijk naar stenen wordt omgezet, zodat de inhaalvraag met name in regio's met een woningtekort wordt ingelopen. Om de productie te halen is het noodzakelijk planuitval te beperken en zachte plannen, indien ze aansluiten op de kwalitatieve en kwantitatieve vraag, hard te maken.

12

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875

Tabel 3.1: Woningbehoefte versus plancapaciteit In de regio Amstelland-Meerlanden is er voldoende plancapaciteit om in de woningbehoefte te voorzien tot 2040. Het is echter van belang dat op korte termijn een aanzienlijk deel van de zachte plancapaciteit wordt omgezet in harde plannen, zodat voorzien kan worden in de behoefte tot 2025/2030. Het aantal verleende bouwvergunningen is in 2019 bijna gehalveerd ten opzichte van 2018. Dit is gezien de woningbehoefte geen gewenste ontwikkeling. De onderhavige ontwikkeling is klein van schaal maar sluit aan bij de behoefte aan harde plannen in de regio Amstelland-Meerlanden. De 6 woningen zijn nog niet opgenomen in de monitoringstool op www.plancapaciteit.nl

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie Haarlemmermeer 2030

De Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 is vastgesteld in 2012. Hierin wordt ingegaan op structurerende zaken met ontwerpprincipes voor duurzaamheid, een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem, energie, netwerk- en ketenmobiliteit, de synergie met Schiphol, ruimte voor attracties, en de cultuurhistorie en diversiteit als drager van de ontwikkelingen. Ook over de wijze waarop wordt ontwikkeld en het centraal stellen van de mens in dit ontwikkelproces worden belangrijke uitspraken gedaan. Het accent ligt hierbij op Sociale Duurzaamheid en Ruimtelijke Kwaliteit. De Structuurvisie is een ruimtelijk instrument. De keuze is gemaakt om het denken in structuren veel meer dan tot nu toe te laten leiden door de behoeften van mensen. Voor de bewoners van nu maar ook voor de inwoners van de toekomst. Duurzaamheid is hierbij eerder een wijze van denken en een ontwerpprincipe voor ontwikkelingen dan een programmatisch thema. Het doel van de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 is het bieden van een kader, waarmee Haarlemmermeer: de ruimtelijk bestaande situatie, de huidige ontwikkelingen en de gewenste toekomstige ontwikkelingen in hun onderlinge samenhang (voor de periode tot 2030) borgt; het toetsingskader voor het ruimtelijk beleid voor de periode 2010-2020 geeft; de kaders voor het maken van financiële afspraken met overheden en marktpartijen voor bovenplanse verevening biedt.

Toelichting (ontwerp)

13

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875

Afbeelding 3.1: Uitsnede plankaart structuurvisie Haarlemmermeer 2030. Plangebied is met geel aangeduid. Betekenis voor het plan De structuurvisie geeft als woningbouwopgave een programma van 15.000 woningen, waarvan minimaal 5.000 in de bestaande bebouwde omgeving. Het plangebied is in de structuurvisie aangewezen als gebied voor 'mogelijke ontwikkeling na 2020', gelegen tussen de bestaande bebouwing van Hoofddorp, de te ontwikkelen Zuidrand van Hoofddorp en het te ontwikkelen stedelijk gebied aan de oostzijde van de Hoofdvaart. 3.4.2

Deelstructuurvisie Hoofddorp 2030, Besl.nr.2013.0028472

Het doel van de Deelstructuurvisie Hoofddorp 2030 is het bieden van een actueel juridisch en planologisch kader voor de ruimtelijk bestaande situatie, de huidige ontwikkelingen en de gewenste toekomstige ontwikkelingen in hun onderlinge samenhang (voor de periode tot 2030).

Afbeelding 3.2: Uitsnede Deelstructuurvisie Hoofddorp 2030, plangebied is geel aabgeduid. Hoofddorp is de grootste kern van de gemeente Haarlemmermeer. Er gebeurt en verandert veel. Met het opstellen van een Ontwerp Deelstructuurvisie geeft de gemeente aan wat ze van belang acht voor de toekomstige ontwikkeling van Hoofddorp. Deze deelstructuurvisie gaat over de inrichting van de ruimte in

14

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875 Hoofddorp. Daarbij staat de mens centraal. Een goede ruimtelijke inrichting draagt immers bij aan de sfeer, de bereikbaarheid en de mogelijkheden voor onderling contact, en daarmee aan het welbevinden van mensen en het versterken van de economie. De deelstructuurvisie is, na vaststelling, het toetsingskader voor alle ruimtelijke plannen in Hoofddorp. Aan de hand van dit document geeft de gemeente de komende jaren – samen met inwoners, bedrijven, maatschappelijke groeperingen en andere overheden – invulling aan de ruimtelijke inrichting van Hoofddorp, op een manier die past bij de veranderingen die zich in de samenleving voltrekken.

Afbeelding 3.3: Huidige situatie Uitsnede Structuurvisie Haarlemmermeer 2030, plangebied is met geel aangeduid De visie op de toekomst van Hoofddorp kan nooit helemaal vast worden gelegd. Elke dag gebeuren er overal in de wereld dingen die niemand heeft kunnen voorspellen. Kijk naar de effecten van economische crisis. De visie moet daarom ook ruimte bieden voor onvoorspelbare ontwikkelingen. Om geen speelbal te worden van die ontwikkelingen, is het wel zaak om als gemeente duidelijk de richting aan te geven die we voor ogen hebben. Betekenis voor het plan In de deelvisie zijn de gronden direct aansluitend aan het projectgebied aangewezen als gebied voor mogelijke ontwikkelingen. Voor een deel zijn deze ontwikkelingen inmiddels gerealiseerd. Het bouwplan sluit in breder perspectief aan op de deelstructuurvisie. 3.4.3

Essentiekaart

Het doel van de essentiekaart is een ruimtelijk kader bieden voor de diverse projecten in Hoofddorp Zuidoost dat meerwaarde creëert voor de ontwikkeling van het totale gebied. Het ruimtelijk kader biedt in navolging van de structuurvisie een onderlegger voor de verdere planontwikkeling van de opgenomen gebieden. Door integraal en project overstijgend de samenhang en verbindingen tussen de verschillende deelgebieden in kaart te brengen, wordt voorkomen dat er 'postzegels' worden ontwikkeld en wordt een goede samenhang en kwaliteit in het gebied geborgd.

Toelichting (ontwerp)

15

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875

Afbeelding 3.4: Uitsnede essentiekaart. Plangebied is met rood aangeduid Het plangebied ligt centraal in de nieuwe woongebieden die ontwikkeld worden. Aansluitend aan de projectlocatie zijn Tudor Gardens en Nassaupark al in aanbouw. Tudorpark, het gebied ten westen is ook al in ontwikkeling gebracht. Betekenis voor het plan De ontwikkeling sluit wat betreft typologie, korrel en architectuur aan bij Tudorpark en Tudor Gardens. 3.4.4

Kaders klimaatbeleid 2008-2020

In deze nota zijn de kaders voor toekomstig klimaatbeleid vastgelegd. Algemene doelstelling van het klimaatbeleid is: (1) een reductie van de CO2-uitstoot in 2020 van 30 procent ten opzichte van 1990 en (2) de realisatie van 20 procent duurzame energie in 2020. Bij de ontwikkeling en uitvoering van het klimaatbeleid/ energiebeleid wordt de trias energetica aangehouden als leidend principe: 1. Beperking van de energievraag; 2. Opwekking noodzakelijke energie door gebruikmaking van duurzame energiebronnen; 3. Indien nodig dient de opwekking van de resterende noodzakelijke energie door middel van gebruikmaking van fossiele brandstoffen, zo efficiënt en zo schoon mogelijk te geschieden. Het klimaatbeleid is uitgewerkt in tien thema's. Per thema is aangegeven wat de beoogde CO2-reductie of beoogde realisatie van duurzame energie binnen dat thema is. De thema's zijn: Gemeentelijke gebouwen, bestaand en nieuwbouw; Bestaande woningen; Nieuwbouw woningen; Bestaande bedrijven; Agrarische bedrijven/ Glastuinbouw; Nieuwe bedrijven; Verkeer en vervoer; Windenergie; Overige duurzame energie; Interne milieuzorg. Daarnaast zijn twee randvoorwaarden benoemd voor het realiseren van de doelstellingen binnen de thema's. Zo zal de cultuur en de kennis binnen de gemeentelijke organisatie moeten zorgdragen voor voldoende draagvlak.

Verder zal het Natuur- en milieucentrum Haarlemmermeer als expertisecentrum

16

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875 fungeren en bijdragen aan klimaatbewustwording en actiebereidheid tot energiezuinig en op duurzaamheid gericht gedrag bij zowel burgers als bedrijven. De uitwerking van thema's en randvoorwaarden zal resulteren in een nog te schrijven gemeentelijk plan van aanpak. 3.4.5 Programma 'Duurzaam 2015-2018, Haarlemmermeer naar circulaire samenleving' Besl.nr. 2015.0008286 Dit programma is verder uitgewerkt in: Uitvoeringsprogramma 2016-2017 Samenwerkingsagenda Energie 2016-2018 Huishoudelijk Grondstoffenplan Haarlemmermeer 2016-2021 Strategische Samenwerkingsagenda Haarlemmermeer Rijnland 2015-2030 Monitor Duurzaamheid 2015 De economie is nu nog in hoge mate gebaseerd op een lineaire productie- en consumptiewijze. We kopen, gebruiken en gooien weer weg. Deze manier van handelen is schadelijk voor onze planeet, vooral bij een groeiende wereldbevolking die een aandeel wil hebben in welvaart en welzijn. Gevolgen zijn uitputting van grondstoffen, grootschalige milieuvervuiling, verschraling van biodiversiteit en klimaatverandering. Hierdoor worden de fundamenten van onze welvaart en ons welzijn bedreigd. We willen het bewustzijn hiervan vergroten. En het potentieel van onze omgeving benutten voor (economische) groei met behoud van natuurlijke hulpbronnen voor de toekomstige generaties.

Een gezonde samenleving is een samenleving die deze bronnen niet uitput maar opnieuw gebruikt. Daarom is het belangrijk circulair te gaan denken en bestaande (ontwerp)principes te durven loslaten. In een circulaire samenleving wordt waarde vernietiging niet geaccepteerd. Centraal staan het zo krachtig mogelijk maken van de economie én het goed doen voor de aarde en mensen. Circulaire economie richt zich ook op nieuwe verdienmodellen en waardecreatie. Nieuwe ketens en samenwerkingsverbanden, zoals productservicesystemen (van bezit naar gebruik), bieden innovaties, werkgelegenheid en nieuwe kansen voor ondernemers. Met het programma Haarlemmermeer Duurzaam 2015-2018 zetten wij de lijn van het programma Ruimte voor Duurzaamheid (kenmerk 2010.0055103) voort. Wij werken samen met lokale, regionale en (inter)nationale partners om de weg naar een circulaire samenleving te realiseren. Op basis van de uitkomsten en de ervaringen uit het programma Ruimte voor Duurzaamheid weten wij welke activiteiten en projecten we kunnen voortzetten, waar we deze moeten uitbouwen of versterken en waar meer focus nodig is. Zo hebben wij ervaren dat de kracht van onderaf zeer belangrijk Is. Juist het lokale karakter is belangrijk voor dit Programma Duurzaamheid. Door op andere manieren inwoners, ondernemers en organisaties te stimuleren en te betrekken, verwachten we meer effect te bereiken.

De gemeente brengt focus aan op inspanningen die voor en vooral met inwoners, ondernemers, en organisaties tot stand komen. Hiervoor gelden 4 domeinen: wonen, werken, leren en leven. Binnen deze domeinen werkt de gemeente aan ambities voor de thema's water, energie en grondstoffen. 3.4.6 Kadernota Veiligheid, Toezicht en Handhaving Haarlemmermeer 2015-2018Besl.nr. 2014.0027001 Deze kadernota is verder uitgewerkt in: Uitvoeringsprogramma veiligheid, vergunningen, toezicht en handhaving 2017 Beleidsregels afwijking bestemmingsplannen 2015, 1e wijziging Beleidsregels bestuurlijke sancties gemeente Haarlemmermeer 2016 Deze kadernota geeft de lijnen aan waarbinnen de veiligheid binnen Haarlemmermeer verder vorm wordt gegeven. De visie in deze kadernota geeft aan hoe we met onze partners het gemeentelijk veiligheidsbeleid vorm willen geven de komende jaren. In de kadernota worden een aantal prioriteiten benoemd waar we de komende jaren extra op wil investeren en waar doelstellingen aan zijn gekoppeld. De kadernota is daarmee een strategisch document en wordt door de raad vastgesteld. Het college stelt jaarlijks een uitvoeringsprogramma veiligheid, toezicht en handhaving vast met daarin de stand van zaken van de uitvoering van de prioriteiten en een overzicht van wat het komend jaar concreet wordt gedaan op het gebied van veiligheid (prioriteiten en activiteiten).

Toelichting (ontwerp)

17

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875

Op basis van het profiel van onze gemeente hanteren we de volgende visie in ons veiligheidsbeleid: Integraal samen werken Burgerparticipatie Eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid Integrale ketenaanpak Dorps- en wijkgerichte aanpak 3.4.7

Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer (2018)

Op 6 februari 2018 is in het college van Burgemeester en wethouders de nota 'Actualisatie beleidsregel Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer' vastgesteld. De beleidsregel is een uitwerking van de eerder door de raad vastgestelde kaders 'Strategisch parkeerbeleid' (d.d. 16 maart 2017, nummer 2017.0005871). Met het handboek en bijbehorende berekeningsblad kan voor benoemde situaties de parkeernorm op eenduidige wijze worden vastgesteld. Door combinaties van de zes in te voeren variabelen functie, centrumligging, stedelijkheid, afstand tot HOV-halte of station, recht op OV-vergoeding en doelgroep met traditioneel lager autobezit, wordt de parkeernorm gericht uitgerekend. In de actualisatie van de parkeernormen zijn zeer kleine woningen (tot 40 m2 woonoppervlak) en goedkopere sociale huurwoningen als aparte categorieën toegevoegd in de parkeernormentabel. De gemeentelijke parkeernormen gelden voor nieuwe ontwikkelingen, nieuwe uitbreidingen of herinrichtingen. In bestaande situaties is uitgegaan van de normen die golden ten tijde van de realisering. Sindsdien is het autobezit en -gebruik echter toegenomen. In een aantal gevallen leidt dat tot knelpunten. De oplossing voor dit soort knelpunten wordt gezocht in maatwerk. Het is niet realistisch om die gevallen te vergelijken met huidige parkeernormen.

In plaats daarvan moeten er oplossingen komen, die gebaseerd zijn op onderzoek van de bestaande situatie. Gemiddeld elke drie tot vier jaar wordt de set parkeerkencijfers door het CROW geüpdatet. Wanneer de volgende update plaatsvindt, wordt dit handboek waar nodig herzien en de toepasbaarheid van de landelijke kencijfers in Haarlemmermeer getoetst. Er zullen in nieuwe (bestemmings)plannen geen parkeernormen meer separaat vastgelegd worden. In plaats daarvan wordt verwezen naar dit handboek. 3.4.8

Woonbeleidsprogramma 2019-2025Haarlemmermeer

Op 16 januari 2020 heeft de gemeenteraad het 'Woonbeleidsprogramma 2019-2025 Haarlemmermeer: Het verschil maken' vastgesteld met daarin de volgende speerpunten: divers aanbod door middel van nieuwbouw; vitale en kwalitatief goede woningvoorraad in wijken en kernen; beschikbaarheid van voldoende betaalbare woningen; goede huisvesting van doelgroepen. Bij een woningbouwontwikkeling van meer dan 30 woningen wordt er op ingezet dat 50% in het betaalbare segment wordt gerealiseerd. Van deze 50% wordt weer 60% in het sociale segment en 40% in het middensegment gerealiseerd. Dit komt neer op een feitelijke verhouding van alle nieuw te bouwen woningen bij meer dan 30 woningen dat minimaal 30% in het sociaal segment, 20% in het middensegment en 50% in het duurdere segment ontwikkeld moet worden. Voor de woningen in het sociaal segment dient, binnen wat redelijkerwijs mogelijk is, corporaties te worden gevraagd deze woningen af te nemen. Als sociale huurwoningen door een andere partij dan woningcorporaties worden beheerd, dienen deze sociale huurwoningen minimaal 25 jaar na oplevering in het sociale segment te blijven. Voor woningen die in het koopsegment uitgebracht worden onder de NHG-grens, zijn mogelijkheden om deze aan kopers met een starterslening te verstrekken in overleg met Wonen.

Daarnaast kunnen er aanvullende kwaliteitseisen verlangd worden bij ontwikkeling van woningen in het sociale - of middensegment, bij ontwikkeling van meer dan 30 woningen. De ontwikkeling heeft betrekking op het realiseren van 6 woningen en blijft daarmee ruim onder de drempel van 30 woningen waar het woonbeleidsprogramma betrekking op heeft.

18

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875

3.4.9

Welstandsnota Haarlemmermeer 2013

In de welstandsnota van de gemeente Haarlemmermeer is de visie van de gemeente op de ruimtelijke kwaliteit opgenomen. De welstandsnota baseert zich op het ruimtelijk raamwerk van de Haarlemmermeer. De welstandsnota werkt aanvullend op het bestemmingsplan, waarmee de gemeente op een hoger detailniveau redelijke eisen van welstand kan stellen aan het uiterlijk van bouwwerken. Het gaat hierbij om eisen op het gebied van materiaalgebruik, kleurgebruik, vormgeving en ontwerpdetails. Binnen de gemeente zijn verschillende welstandsregimes bepaald. Toetsing van het bouwplan aan de uitgangspunten zoals opgenomen in de Welstandsnota vindt plaats in het kader van de omgevingsvergunning.

3.5

Conclusie beleidskaders

Op basis van voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de beleidskaders op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau.

Toelichting (ontwerp)

19

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875

Hoofdstuk 4 4.1

Nieuwe situatie

Stedenbouwkundige opzet

Bij de ontwikkeling wordt de bestaande stedenbouwkundige korrel en groenstructuur aan de Hoofdvaart als uitgangspunt genomen. De bestaande woning op het perceel 13471wordt gehandhaafd en daaromheen worden 6 woningen gerealiseerd. Het plan bestaat uit een ruime opzet van karakteristieke Tudorwoningen, aan een lusje rond de bestaande woning. Het gaat hierbij om 6 koopwoningen waarvan 4 vrijstaand en 2 twee-onder-één kap woningen. Het parkeren vindt plaats op het eigen terrein.

Afbeelding 4.1: Nieuwe situatie De kwaliteit van de plek wordt bepaald door de grote groene tuin van de bestaande woning. Deze blijft over een breedte van circa 55 meter behouden. het stuk grond naast de woning, met een breedte van een kleine 20 meter, ligt braak. Alleen daar wordt een nieuwe woning aan de Hoofdvaart toegevoegd, de overige woningen komen op het achterterrein. Door de toe te voegen woning naast de huidige woning wordt het beeld van de Tudorstijl van het achterliggende plan meer zichtbaar langs de Hoofdvaart. Dit vergroot de relatie van de Tudor woningen met de openbare ruimte. De weg door het plangebiedje zal, vanwege zijn private karakter, als mandeling / VVE gebied worden uitgegeven.

4.2

Architectuur

Op het perceel is een regulier welstandsregime van toepassing, waarbij de bebouwing niet alleen in haar omgeving, maar ook als zelfstandig object wordt getoetst. Een regulier welstandsregime neemt ook de volgende aspecten mee: Geleding van het bouwvolume: verschillende bouwhoogten, accenten (torens of grote openingen). Vormgeving van de gevel: verticale, horizontale, neutrale of onregelmatige geleding Keuze van de dakvorm: plat, hellend vlak of kap, zoals lessenaars-, zadel-, schilddak of

20

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875 mansardekap Gebruik van compositorische middelen: erkers, luifels, balkons, loggia's Gebruik van decoratieve middelen: (uitkragende) daklijsten, raamlijsten, gevelbanden. De toe te voegen woningen dienen het beeld van de Tudorstijl van het naastgelegen plan Tudor Gardens te volgen. De architect van Tudor Gardens werkt het plan verder uit. Deze uitwerking zal worden beoordeeld door Welstand.

Toelichting (ontwerp)

21

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875

Hoofdstuk 5 5.1

Onderzoek en beperkingen

Algemeen

Diverse milieuaspecten vormen belangrijke input bij de ontwikkeling van het plangebied. In dat verband dient bij de afweging van het al dan niet toelaten van bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen te worden onderzocht welke milieuaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. Tevens is het van belang milieubelastende functies ruimtelijk te scheiden van milieugevoelige functies.

5.2

Bodem

5.2.1

Wet- en regelgeving

In het kader van een ruimtelijke procedure waarin een nieuwe functie mogelijk wordt gemaakt dient de bodemgesteldheid in kaart te worden gebracht. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bouwplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. 5.2.2

Onderzoek

Door Sweco is verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Bijlage 1 Bodemonderzoek). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat zowel de bovengrond als ondergrond niet verontreinigd zijn. Ook het grondwater is niet verontreinigd. Uit de toetsingen blijkt dat de bovengrond maximaal licht verontreinigd is met PFOS en PFOA, hier dient bij het hergebruik van de grond rekening mee gehouden te worden. Er is geen aanleiding tot nader onderzoek. 5.2.3

Conclusie

Het aspect bodem levert geen belemmering op voor het project.

5.3

Cultuurhistorie en archeologie

5.3.1

Wet- en regelgeving

Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt zes wetten op het gebied van cultureel erfgoed en sorteert hiermee voor op de komende Omgevingswet. Door de wetten te bundelen en een aantal regels te vernieuwen is de wetgeving minder versnipperd. In de Erfgoedwet staat onder andere wat cultureel erfgoed is, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe Nederland daar toezicht op houdt. De Erfgoedwet gaat over de bescherming van het cultureel erfgoed. Er is ook erfgoed in ruimtelijke ordening (de leefruimte om ons heen). Hoe Nederland daarmee omgaat staat in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. In de gemeentelijke nota Erfgoed op de kaart (2011) ligt de nadruk op de gebieden van materieel erfgoed, waarvoor nog geen beleid bestaat, of waarvoor vanwege wettelijke verplichtingen aanpassingen noodzakelijk zijn. Het gaat hier om drie terreinen: cultuurlandschappen, archeologie en gebouwde monumenten. De gemeente had tot op heden alleen beleid op het gebied van gebouwde monumenten in de vorm van een monumenten- en subsidieverordening. Een beleidsnota op het gebied van monumentenzorg, cultuurlandschappen en archeologie ontbrak. In de nota wordt uiteengezet hoe de gemeente omgaat met de archeologische zorgplicht (bescherming van het bodemarchief) in ruimtelijke plannen en bij vergunningverlening.

22

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875

5.3.2

Betekenis voor het plan

Er zijn geen aardkundige monumenten en waarden, archeologische monumenten en waarden aanwezig. Het plangebied ligt in een gebied met een archeologische onderzoeksplicht bij plannen van 10.000 m² en groter. Aangezien de omvang van de bodemverstorende activiteit niet groter is dan 10.000 m² is er geen archeologisch onderzoek nodig. 5.3.3

Conclusie

Er is vanuit cultuurhistorie en archeologie geen belemmering voor de ontwikkeling van de woningbouw in het plangebied.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Wet- en regelgeving

Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid voor de omgeving van een inrichting met gevaarlijke stoffen en/of transport van gevaarlijke stoffen. Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wet ruimtelijke ordening getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en de oriëntatiewaarden voor het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is het risico (uitgedrukt in kans per jaar) dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof. Het groepsrisico is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen gedefinieerd als: "de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen vastgelegd. Denk hierbij aan risico's van onder andere tankstations met LPG, gevaarlijke stoffen -opslagplaatsen en ammoniakkoelinstallaties. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is gebaseerd op de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening.

Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het vervoer van gevaarlijke stoffen is geregeld via de “Wet Basisnet”, een stelsel van wetten en regels. Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Hierin wordt ingegaan op het plaatsgebonden risico, het groepsrisico en de verantwoordingsplicht. In de Regeling Basisnet staat waar risicoplafonds liggen langs de transportroutes, hoe hoog ze zijn en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkelingen. In de gemeente Haarlemmermeer zijn daarnaast routes voor het transport van gevaarlijke stoffen vastgesteld. In aanvulling op de landelijke wet- en regelgeving kent de gemeente Haarlemmermeer ook eigen externe veiligheidsbeleid. Specifiek gaat het om regels over de aanvaardbaarheid en verantwoording van het groepsrisico. Een belangrijke richtsnoer is onder andere dat objecten met niet- of met beperkt zelfredzame personen buiten het invloedsgebied van een risicobron worden geprojecteerd. Daarnaast biedt risicokaart.nl inzicht in risicosituaties in de leefomgeving.

Dit instrument kan gebruikt worden als informatievoorziening om te helpen bij het voorkomen, bestrijden en beperken van de gevolgen van rampen en zware ongevallen. 5.4.2

Betekenis voor het project

In het bestemmingsplangebied bevinden zich geen zogenaamde BEVI-inrichtingen. Ten noorden van de projectlocatie is een risicovolle inrichting aanwezig (chlooropslag bij Hoofdweg 871 Health City). De gescheiden opslagruimten voor het vanwege het zwembad aanwezige chloorbleekloog en zwavelzuur, bevinden zich in het midden van de buitengevel aan de kant van de Hoofdweg. In de Leidraad Risico Inventarisatie - Gevaarlijke Stoffen (LRIGS) zijn effectafstanden voor chloorbleekloog

Toelichting (ontwerp)

23

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875 opgenomen. Voor de opslag in dit geval van maximaal 300 liter geldt geen plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6 ). Voor de opslag van deze omvang geldt een effectafstand (1% letaliteit) van 40 meter. De contour die deze effectafstand oplevert valt alleen over het uiterste noordelijk deel van het plangebied. Bij het bouwen van de woningen dient de richtafstand van 40 meter in acht te worden genomen. De brandweer adviseert om de geprojecteerde woningen buiten de 1% letaliteitsafstaand (effectafstand van 40 meter vanaf de opslag te plaatsen. Ventilatiemogelijkheden dienen afsluitbaar te zijn en de mechanische ventilatie is af te sluiten. Het plan voldoet aan deze eisen. De woningen worden mechanisch geventileerd (met WTW-systeem). Deze ventilatie is af te schakelen. Overigens is er op het moment van het opstellen van dit bestemmingsplan geen zwembad aanwezig. De betreffende locatie is momenteel in gebruik als sportschool. Om bij een mogelijke calamiteit een goede inzet van de hulpdiensten mogelijk te maken is het belanrijk dat de bereikbaarheid van het plangebied en de bluswatervoorzieningen op orde zijn. Het plan dient te voldoen aan de eisen conform de handreiking “bluswater en bereikbaarheid” van brandweer Nederland. De bereikbaarheid van de woningen voldoet aan de handreiking “bluswater en bereikbaarheid”.

De doodlopende toegansweg heeft een minimale breedte van 5 meter en de lengte van de weg tot en met de laatste woning bedraagt minder dan 80m. Hiermee wordt voldaan aan situatie 3 van de handreiking (artikel 4.3.3). Binnen de Haarlemmermeer zijn weggedeelten aangewezen als verplichte route voor transport van gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 18 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. In en nabij het plangebied bevinden dergelijke routes zich niet. Vervoer van gevaarlijke stoffen ter bevoorrading van risicovolle inrichtingen vindt op beperkte schaal plaats over de Nieuwe Bennebroekerweg. Het aantal transportbewegingen is dermate klein dat geen sprake is van relevante risico's langs deze transportas. Het plangebied ligt niet in de invloedssfeer van een ondergrondse buisleiding met gevaarlijke stoffen. 5.4.3

Conclusie

Het plangebied ligt niet in de invloedssfeer van inrichtingen en / of een transportroute van gevaarlijke stoffen. Er is geen beperking voor de bouw van woningen vanwege externe veiligheid.

5.5

Flora en fauna

5.5.1

Wet- en regelgeving

Sinds 1 januari 2017 vervangt de Wet natuurbescherming de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Daarmee zijn gebiedsbescherming en soortbescherming bij elkaar gebracht in één Nederlandse wet. Deze wet beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren en hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen. Deze wet neemt de Europese regelgeving als uitgangspunt. Dat is niet alleen van belang vanwege het feit dat Nederland is gehouden tot nakoming van zijn internationale verplichtingen, maar ook, omdat de Europese regelgeving een hoog beschermingsniveau van de natuur verzekert, hoger dan de bescherming die vóór de totstandbrenging van de Europese kaders werd geboden door de nationale wetgeving. De taken en verantwoordelijkheden worden in het wetsvoorstel zoveel mogelijk bij de provincies neergelegd, overeenkomstig het uitgangspunt 'decentraal tenzij'. Eén van de verantwoordelijkheden van de provincie is Natuurnetwerk Nederland, een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Was het in de vorige wetgeving nog zo dat individuele exemplaren van zeldzame soorten werden beschermd, nu betreft het bescherming van de soort. Een belangrijk criterium in de wet is 'gunstige staat van instandhouding van een soort'.

Daarvan is sprake als: uit populatiedynamische gegevens blijkt dat de betrokken soort nog steeds een levensvatbare component is van de natuurlijke habitat waarin hij voorkomt, en dat vermoedelijk op lange termijn zal blijven, en het natuurlijke verspreidingsgebied van die soort niet kleiner wordt of binnen afzienbare tijd lijkt te zullen worden, en er een voldoende grote habitat bestaat en waarschijnlijk zal blijven bestaan om de populaties van die soort op lange termijn in stand te houden.

24

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875

5.5.2

Onderzoek

Ten behoe van dit bestemmingsplan is door Bureau Aandacht Natuur een Quikscan Wet natuurbescherming opgesteld waarin ook ook de resultaten van de stikstofberekening zijn verwerkt. Gebiedsbescherming Gezien de ligging van de projectlocatie aan de oostzijde van Hoofddorp, de aard van de plannen en de minimale afstand van circa 6,7 kilometer tot het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied Kennemerland-Zuid, zijn er met uitzondering van een stikstofdepositie geen negatieve effecten te verwachten op het Natura 2000 gebieden. Ten behoeve van de realisatie van het beschreven planvoornemen is dan ook een stikstofdepositie-analyse uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de stikstofemissie voor de uitvoeringsfase op de projectlocatie door het planvoornemen toeneemt met 104,4 kg NOx en 1,0 kg NH3 voor het betreffende bouwjaar. Voor de gebruiksfase neemt extra stikstofemissie toe met 19,4 kg NOx en 1,3 kg NH3 per jaar. Middels het programma Aerius is de nieuwe situatie ingevoerd en doorgerekend. Hieruit blijkt dat het nabij gelegen Natura 2000 gebied Kennemerland-Zuid geen overschrijding verkrijgt door de (extra) stikstofdepositie van de beoogde werkzaamheden en de gebruiksfase. Aan de hand van de gehanteerde inzet, zijn er binnen Natura 2000 gebieden geen rekenresultaten hoger van de 0,00 mol/ha/j.

Het plan heeft dan ook geen negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van natuurlijke habitats en soorten. Voor deze activiteit is daarom geen vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming nodig. De beoogde plannen vinden verder niet plaats in terreinen die zijn aangewezen als (onderdeel van) Bijzonder Provinciaal Landschap, de NNN of een natuurverbinding. Een nadere of uitgebreide toetsing ten aanzien van de overige aspecten van de gebiedsbescherming in het kader van de Wet Natuurbescherming is hiermee niet aan de orde. Soortenbescherming Flora Met betrekking tot de aanwezige flora zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen in of aan de planlocatie. Aan de hand van huidige terreintypen en de groeiplaatsomstandigheden van beschermde plantensoorten, is het voorkomen van binnen de Wet Natuurbescherming beschermde plantensoorten op de planlocatie niet te verwachten. Een nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet Natuurbescherming, in verband met het (mogelijk) voorkomen van beschermde plantensoorten, is dan niet aan de orde. Vogels Op en rond het plangebied zijn uitsluitend enkele algemeen voorkomende broedvogels aangetroffen en te verwachten. Voor alle beschermde inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet Natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren.

In de praktijk betekent dit dat storende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen3 uitgevoerd mogen worden. Handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels (categorie 1 t/m 4) verstoren zijn eveneens niet toegestaan. Nestlocaties van boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw worden gezien als een jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaats. Voor de verstoring van deze verblijfplaatsen en belangrijk leef- of foerageergebied is ook buiten het broedseizoen een ontheffing noodzakelijk. Mogelijke jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels of sporen die wijzen op hun aanwezigheid zijn niet aangetroffen binnen of rond het plangebied. Aan de hand van de uiterlijke kenmerken van het plangebied en het ontbreken van mogelijk geschikte nestlocaties in omringende beplantingen en erven, wordt niet verwacht dat vogelsoorten met een jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaats een nestlocatie hebben op of in de directe omgeving van het plangebied. Een nader onderzoek of een ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming, in verband met het (mogelijk) voorkomen van jaarrond beschermde vogelsoorten, is dan ook niet noodzakelijk. Zoogdieren

Toelichting (ontwerp)

25

bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 875

Op de projectlocatie kunnen enkele beschermde zoogdieren worden verwacht. In verband met de plannen heeft de voorgenomen nieuwbouw voornamelijk betrekking op de soortgroep van vleermuizen. Verder worden hoofdzakelijk algemeen voorkomende beschermde soorten verwacht in of rond de projectlocatie, waarvoor een vrijstelling geldt met betrekking tot een ruimtelijke ingreep of bestendig beheer. Op basis van de ligging en de uiterlijke kenmerken van het plangebied heeft de projectlocatie naar verwachting geen functie als leefgebied van (kleine) marterachtigen zoals wezel, hermelijn, bunzing of steenmarter. Met betrekking tot genoemde soorten zijn geen aanwijzingen gevonden die wijzen de aanwezigheid van één van deze soorten (uitwerpselen of prooiresten). Ook in de aanliggende singel zijn er geen mogelijkeverblijfplaatsen van marterachtigen aangetroffen. Met de voorgenomen herinrichting van het plangebied is een nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag ten aanzien van marterachtigen niet noodzakelijk. Gezien de ligging van het plangebied en de aanwezige terreintypen wordt niet verwacht dat andere, zwaar beschermde (grondgebonden) zoogdiersoorten voorkomen op de projectlocatie. Met betrekking tot andere zwaar beschermde (grondgebonden) zoogdieren is een nader onderzoek of ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet Natuurbescherming niet aan de orde.

Gezien de situering van de projectlocatie en de aanwezige terreintypen, kan worden verwacht dat het projectgebied van beperkt belang zal zijn voor vleermuizen. Binnen het plangebied en de omliggende groenstructuren zijn geen potentieel geschikte vaste rusten verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig. De aanliggende windsingel vormt een lijnvormige groenstructuur. In de oude situatie, voorafgaand aan de nieuwbouw, is uit onderzoek (Bureau Aandacht Natuur, 17 aug. 2018) gebleken dat de singel niet van belang was als vliegroute of belangrijk foerageergebied. Gezien de huidige inrichting van de directe omgeving met o.a. straat- en sportveldverlichting, wordt dan ook niet verwacht dat de singel in 2023 wel van belang is als vliegroute of foerageergebied voor vleermuizen. Voor de voorgestane herinrichting van het plangebied is een aanvullend onderzoek naar vleermuizen of een ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming niet noodzakelijk. Overige beschermde soorten Met uitzondering van enkele algemeen voorkomende amfibieën, worden overige (zwaar) beschermde soorten niet verwacht binnen de projectlocatie. Een nader onderzoek naar het voorkomen van overige beschermde soorten is dan ook niet noodzakelijk. Echter kunnen veranderingen in de situatie binnen het plangebied of in de planvorming altijd leiden tot andere inzichten en daarmee tot wijziging van deze conclusies.

Mogelijk kunnen gedurende het planproces of de werkzaamheden zich nieuwe soorten gaan vestigen. Bij constatering van een beschermde soort tijdens de voorgenomen activiteiten blijft het alsnog noodzaak om maatregelen te nemen en/of ontheffing aan te vragen voor deze soort(en). 5.5.3

Conclusie

Er zijn geen ontheffingen, noch nader onderzoek nodig. Het onderdeel natuur vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

5.6

Geluid

5.6.1

Wet- en regelgeving

Wegverkeer In de Wet geluidhinder is bepaald dat het bevoegd gezag bij vaststelling van een bestemmingsplan de wettelijke grenswaarden in acht moet nemen. Toetsing aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van de Wet geluidhinder vindt plaats per weg. Het geluidsniveau ten gevolge van het wegverkeer dient op de gevels van nieuwe (of te wijzigen) woningen in de geluidszone van een weg te voldoen aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting . Deze bedraagt 48 dB. Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden kan de gemeente een hogere grenswaarde toestaan, de zogenaamde "Hogere waarde". De Hogere waarde mag enkel worden verleend indien uit akoestisch onderzoek is gebleken dat bron-, overdrachts- of gevelmaatregelen om het geluidsniveau terug of onder de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting te brengen niet mogelijk is. Aan de Hogere waarde is een maximum verbonden. Voor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=619a87ce-34a0-4ae3-b1df-1521e5f4dd05