CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Programma van Eisen Transformaties Cruquius

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 20 november 2025, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: (GEHEIME BIJLAGE) RV Vaststelling Programma van Eisen Transformaties Cruquius: Post van Krayenhoff & Werfkwartier (12570586)17.115 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

D2. Wonen in een groen buiten (deelgebied 5) De opzet van de open en groene ruimten is meer beeldbepalend dan de bouwmassa’s. Lucht en ruimte tussen de bouwwerken en een ontspannen opzet spelen hierin mee. - De woningbouw bestaat uit diverse type bouwwerken die variëren in vrijstaand, gekoppeld, carré en in goot- en nokhoogte. De bebouwing is overwegend één en twee lagen met een kap. Eén of twee bouwwerken kunnen groter van volume zijn (vier lagen met een kap met een hogere begane grondlaag). - Er zijn verschillende type kappen. De detaillering past bij de setting van een ‘buiten’. - Wat betreft hoogte-accent vormt deze plek geen concurrentie met het kraanplein. - Buitenruimten van appartementen in de vorm van een balkon die voor een deel (minimaal 0,8 meter) inpandig is. Loggia’s zijn ook passend. D3. Wonen in het dorp (Werfkwartier) - De bebouwing bestaat uit volumes die passen bij het dorpse karakter. Denk bijvoorbeeld aan traditionele rijtjeshuizen. De bebouwing bestaat overwegend uit twee lagen met een kap in een opzet waarbij lucht tussen de woningen is. Een ontspannen opzet waarbij paadjes tussendoor zijn te maken.

Programma van Eisen Transformaties Cruquius

Pagina 27 van 46

-

-

-

-

Een aantal bouwwerken heeft een grotere omvang. In deze bouwwerken kan het voormalige industriële karakter terugkomen. De bouwhoogtes sluiten aan op de grotere bouwwerken aan de Spaarneweg. Ook aan de kant van Post van Krayenhoff 1 - 4 kan in aansluiting daarop op de hoeken appartementenbebouwing van twee tot vier bouwlagen een plek krijgen. Op een bijzondere plek of een plek die voor de herkenbaarheid van een route in hoogte wat uit mag steken is een accent mogelijk van maximaal vier lagen met kap of vijf lagen met een dak met architectonische beëindiging, zodat het duidelijk is dat het gebouw af is. Bij hergebruik van het kantoorgebouw van Dura Vermeer zijn twee terugliggende extra bouwlagen mogelijk. Zij liggen drie meter terug van de huidige gevellijn. Het huidige bouwwerk heeft eigenlijk een te grote voetprint in relatie tot beoogde kleinere bouwvolumes (woningen), zoals nu bijvoorbeeld gezien vanaf het voorplein van het dorpshuis. De inzet is dat het stratenpatroon in Werfkwartier fijnmaziger wordt. Door de gevel van de bovenste twee extra lagen drie meter terug te plaatsen wordt de grote schaal van het gebouw minder beleefd. Buitenruimten van appartementen in de vorm van een balkon die deels (minimaal 0,5 meter) inpandig zijn.

E. Inrichtingsprincipes openbare ruimte Voor de openbare ruimte streven we naar een ontwikkeling waarin de nadruk ligt op gezondheid, vergroening en toekomstbestendigheid. De inrichting is zodanig dat deze een sociaal duurzame inrichting heeft met openbaar toegankelijke en veilige ontmoetingsruimtes en -routes. Denk hierbij aan verschillende type gebruikers en ook fauna (zie hiervoor ZETA; zichtbaarheid, eenduidigheid, toegankelijkheid en aantrekkelijkheid). Voor de inrichting van de openbare ruimte, speelruimte en het groen is de LIOR (Leidraad inrichting openbare ruimte) het uitgangspunt (zie hoofdstuk 5). E1. Wonen aan de dijk (deelgebied 1 – 4) Uitgangspunt is om hier een boulevardachtige ruimte van te maken. Daarnaast blijft dit stuk dijk onderdeel van het geheel van de ringdijk en wordt gebruikt als recreatieve fiets- en wandelroute. - De voorkanten van de woonbebouwing is naar het westen/noordwesten gericht; een fijne plek om in de namiddag en avond (in het goede seizoen) buiten voor het huis te zitten. - De ringdijk ligt hoger ten opzichte van het achterland. In de openbare ruimte moet dit hoogteverschil zichtbaar en beleefbaar zijn, met behoud van toegankelijkheid van minder mobielen. - Zitelementen en eventuele hekwerkjes passen bij een dorpse sfeer. - De ringdijk krijgt de inrichting van een fietsstraat. - Privéruimten voor de gevel van 1,5 tot 2 meter.

Hier geen ontworpen erfscheidingen toepassen. - Berm langs ringvaart; verblijfsplekken creëren conform Visie ringdijk en ringvaart. - Er mogen geen bomen geplant worden in het dijklichaam; zie voor groenmogelijkheden visie ringvaart en ringdijk (bijvoorbeeld enkele grote heesters). Hierdoor is het op de dijk niet mogelijk om te voldoen aan de benodigde schaduw vanuit klimaatbeleid. - Pleintjes op hoeken van straten zijn ook onderdeel van dijklichaam. Met pergola’s en klimplanten hier schaduwplekken met groen creëren. - Binnenhoven zijn onderdeel van wandelroutes. - Herkenbaarheid van doorgaande route voor autoverkeer duidelijk vormgeven. Zo min mogelijk toepassing van verkeersborden. - Parkeren vindt overwegend uit het zicht van de openbare ruimte plaats; zoveel mogelijk inpandig en in verschillende met groen omringde hoven, met bomen voor schaduwwerking. Pergola’s met groen (en eventueel zonnecellen) dragen hieraan bij. Groen is de basis voor de leefomgeving en daarin krijgt de auto een plek.

Programma van Eisen Transformaties Cruquius

Pagina 28 van 46

-

Goed zicht vanuit de entrees van de parkeergarages op voetgangers. Om die reden voor de uitgang vijf meter vlak houden. Wachtrijen binnen opvangen. Verder aanhouden van NEN-normen. Kan als stallingsgarage worden vormgegeven; privé. Bezoekers kunnen daar ook gebruik van maken.

E2. Wonen in een groen buiten (deelgebied 5) - Deelgebied 5 is herkenbaar door de groene omlijsting en een onbebouwde zone eromheen. - Inzet is een gemeenschap met een grote sociale cohesie. De inrichting van de openbare ruimte draagt hieraan bij. Delen krijgen de inrichting van een collectieve ruimte. Onderzocht moet worden in welke mate dit in eigendom, beheer en onderhoud aan de eigenaren/bewoners wordt gegeven. - Verlichting moet zo worden afgesteld dat de vleermuizen er geen last van hebben. - Het noordelijke waterleidingtracé maakt visueel deel uit van een parkzone. - Het zuidelijke tracé is grotendeels ingericht als groene parkeerruimte (auto’s uit het zicht). E3. Wonen in het dorp (Werfkwartier) - Werfkwartier is onderdeel van het omliggende netwerk van straten met een groene autovrije zone. - Bomen, sierbeplantingen, zitplekken en speelruimte zorgen voor prettige ontmoetingsruimten. Met name de omgeving van het dorpshart (nabij kantoor Dura Vermeer) is hiervoor geschikt. - Een autovrije zone parallel aan de Spaarneweg, midden in het plangebied. Rooilijnen verspringen hier en de ruimte is groen ingericht. Dit gebied is bestemd voor wandelaars en fietsers zijn te gast. - Bufferruimtes tussen openbaar gebied en woningen; zogenaamde Delftse stoepen (op privéterrein) waar bewoners hun planten en dergelijke kunnen neerzetten. Stoepen zijn tussen de 0,5 en 2 meter.

- Parkeren vindt voor een deel plaats in de woonstraten, zo min mogelijk grote aaneengesloten parkeerhoven. Voorkeur heeft een ontspannen inrichting aan beide zijden van de straat, met daartussen groen, om half parkeren op de stoep te voorkomen. Parkeren van de appartementen is inpandig. Inpandig parkeren is niet zichtbaar vanaf de straat; leefruimten op de begane grondlaag en de entree van de parkeergarage is vanaf de straat gezien geen zwart gat. - Het kantoor van Dura Vermeer ligt nu verhoogd ten opzichte van de straat. Bij behoud van het kantoor is het een ontwerpopgave om de plint aan te passen aan woonomgeving met wandelaars.

Programma van Eisen Transformaties Cruquius

Pagina 29 van 46

4 Programma's deelgebieden en samenhang De aanpak van Werfkwartier, Post van Krayenhoff en het fort hangen nauw met elkaar samen. Het gaat onder andere om het aanpassen van de infrastructuur en de realisatie van de maatschappelijke voorzieningen. Ook moeten de plannen ruimtelijk op elkaar aansluiten. In dit hoofdstuk worden de programma’s van de verschillende gebieden beschreven, inclusief de vereiste ruimtelijke en functionele samenhang met naastgelegen gebieden. Post van Krayenhoff deelgebied 1 - 4 - Programma: circa 625 woningen. - Maatschappelijke voorzieningen: de zone langs de ringdijk wordt – in afstemming met het hoogheemraadschap van Rijnland – ingericht als een recreatieve zone voor Cruquius. - Groen: o Het buurtgroen wordt in het gebied gerealiseerd o Het wijkgroen wordt zoveel als mogelijk binnen het gebied gerealiseerd. Het overige deel komt bij het fort. - Infrastructuur: o Door dit deelgebied wordt - in aansluiting met Werfkwartier - een vervangende verbinding gerealiseerd tussen de Spaarneweg en de Bennebroekerdijk. Hierdoor kan het deel van de Spaarneweg gelegen tussen de Oude Spaarneweg en de Bennebroekerdijk worden verwijderd. Dit is noodzakelijk voor de realisatie van het fort bij Heemstede. Deze ruimte wordt betrokken bij de ontwikkeling van het dorpshart. o Voor het langzaam verkeer moet een logisch geheel ontstaan in aansluiting op de omgeving.

Dit betekent dat er voetpaden gerealiseerd worden die een geheel vormen naar de ringdijk, Werfkwartier en het herstelde fort bij Heemstede. o Er worden infrastructurele maatregelen gerealiseerd om de Bennebroekerdijk autoluw te maken; o Vanuit de oude kern Cruquius blijft Zwaanshoek via de Bennebroekerdijk bereikbaar. - Milieu: het huidige bedrijventerrein wordt volledig planologisch gedezoneerd. Dat betekent dat de milieuruimte voor de bedrijvigheid wordt aangepast naar het daadwerkelijke gebruik. Hiermee wordt woningbouw in zowel dit deelgebied als Werfkwartier mogelijk gemaakt. - Samenhang: bij de realisatie van dit deelgebied wordt rekening gehouden met de toekomstige ruimtelijke en functionele samenhang met Werfkwartier, het dorpshart, het herstel van het fort bij Heemstede. Het stedenbouwkundig plan moet in deze samenhang voorzien. Post van Krayenhoff deelgebied 5 − Programma: circa 75 woningen. − Groen: zowel het buurtgroen als het wijkgroen wordt in het gebied gerealiseerd. − Infrastructuur:  Er komt een voetgangersverbinding van het deelgebied naar het toekomstige deelgebied 1 - 4 van Post van Krayenhoff;  Bij de planvorming van deelgebied 5 wordt geanticipeerd op een toekomstig samenhangend netwerk voor wandelaars en fietsers in Cruquius - Zwaanshoek. Werfkwartier - Programma: circa 300 woningen.

- Maatschappelijke voorzieningen: kinderopvang, medisch centrum, basisschool met speelterrein, gymzaal en eventueel aangevuld met commerciële voorzieningen in en nabij dorpshart. - Groen: o Het buurtgroen wordt binnen het gebied gerealiseerd.

Programma van Eisen Transformaties Cruquius

Pagina 30 van 46

o

-

-

Het wijkgroen wordt zoveel als mogelijk binnen het gebied gerealiseerd. Het overige deel komt bij het fort. Infrastructuur: o Door dit deelgebied wordt – in aansluiting op Post van Krayenhoff 1 – 4 een vervangende verbinding gerealiseerd tussen de Spaarneweg en de Bennebroekerdijk. Hierdoor kan het deel van de Spaarneweg tussen de Oude Spaarneweg en de Bennebroekerdijk worden verwijderd. Dit is noodzakelijk voor de realisatie van het fort. o Voor het langzaam verkeer moet een geheel ontstaan in aansluiting op de omgeving. Dit betekent dat er voetpaden gerealiseerd worden die een logisch geheel vormen naar de ringdijk, de Oude Spaarneweg en via de Spaarneweg naar het Cruquiusplein en verder naar de Cruquiuszoom, de Oude Kruisweg en de Crommelinbaan; o Voor (brom-)fietsers komen verbindingen naar de ringdijk en de Oude Spaarneweg. o Voor het gemotoriseerde van de woonboulevard komt een keervoorziening ter hoogte van het kantoor van Dura Vermeer. Milieu: het huidige bedrijventerrein wordt volledig planologisch gedezoneerd. Dat betekent dat de milieuruimte voor de bedrijvigheid wordt aangepast naar het daadwerkelijke gebruik. Hiermee wordt woningbouw in zowel dit deelgebied als in Post van Krayenhoff 1 - 4 mogelijk gemaakt.

Samenhang: bij de realisatie van Werfkwartier wordt rekening gehouden met de ruimtelijke en functionele samenhang met Post van Krayenhoff deelgebied 1 – 4, het dorpshart en het herstel van het fort bij Heemstede en het weggehaalde deel van de Spaarneweg. Het stedenbouwkundig plan voor het Werfkwartier moet in deze samenhang voorzien.

Fort bij Heemstede - Programma: o Een bescheiden (woon)programma is mogelijk. De omvang bepalen we op basis van ontwerpend onderzoek. Het gaat hierbij zowel om het genereren van kostendragers voor het herstel van het fort als de zorg voor de cultuurhistorische waarde van het provinciale erfgoed. De gemeente zal te zijner tijd een besluit moeten nemen over de wenselijkheid van het eventueel toe te voegen programma; o Voor het fort is een aanvullend programma gewenst, zodat dit betekenis krijgt voor de inwoners van Cruquius. Denk aan natuur, ontmoetingsplek, moestuinen, etc. - Groen: o Het Fort bij Heemstede biedt ruimte voor realisatie van het wijkgroen voor Post van Krayenhoff en Werfkwartier zover dit niet binnen die gebieden aangelegd kan worden. - Infrastructuur: o De Spaarneweg tussen de Bennebroekerdijk en de Oude Spaarneweg wordt verwijderd en vervangen door een langzaam verkeersverbinding. o Zorg voor een goede aansluiting (wandel- en fietspaden) op de omgeving. Onderzoek hierbij de mogelijkheid tot een betere relatie met de ringvaart. - Samenhang: bij de realisatie van dit deelgebied wordt rekening gehouden met de toekomstige ruimtelijke en functionele samenhang met Post van Krayenhoff deelgebied 1 – 4, Werfkwartier en de omgeving van het dorpshuis. Het stedenbouwkundig plan voor het fort bij Heemstede moet in deze samenhang voorzien.

Aandachtspunten hierbij zijn: herstel van de cultuurhistorische waarden (oorspronkelijke structuur, inclusief frontwal, sloot en mogelijke resten van de toren en onderkomens). Maak het fort tot een onderdeel van het dorpshart. Dorpshart - Programma: o Benut de voorzieningen om een levendig dorpshart te krijgen. Richt de openbare ruimte in met mogelijkheden voor ontmoeting, verblijven en zicht op de omgeving.

Programma van Eisen Transformaties Cruquius

Pagina 31 van 46

o -

Het dorpshart bestaat uit één of meerdere kleine pleinen die een samenhang met elkaar vormen. Het (voormalige) kantoorgebouw van Dura Vermeer kan één van de pleinwanden vormen.

Groen: o Het wordt een groen dorpshart met vooral bomen van de eerste grootte. Infrastructuur: o Creëer een veilige en autoluwe zone in het dorpshart, zorg voor veilige verkeersbewegingen rondom de school.

Bovenwijkse infrastructuur De infrastructuurmaatregelen die buiten de plangebieden van Post van Krayenhoff, Werfkwartier en het fort bij Heemstede noodzakelijk zijn voor een goede verkeerskundige afwikkeling zijn: - Verlengen uitvoegstrook N201 naar de Spieringweg - Aanpassing kruispunt Spaarneweg met Spieringweg (inclusief extra rijstrook Spieringweg); - Aanpassing verkeersafwikkeling Cruquius Plaza; - Verwijderen Spaarneweg tussen oude Spaarneweg en Bennebroekerdijk. Bij de ontwikkeling van de eerste 500 woningen van Cruquius - Zwaanshoek moet onderzoek worden gedaan naar de realisatie van een (binnenplanse) gebiedsontsluiting tussen de Oude Kruisweg en de Spaarneweg. Hierdoor kan een alternatieve route ontstaan voor de weggebruikers van de Oude Kruisweg richting N201.

Programma van Eisen Transformaties Cruquius

Pagina 32 van 46

5 Publieke kaders en onderzoeksverplichtingen 5.1 Bestaande wet- en regelgeving en gemeentelijk beleid De plannen moeten voldoen aan de relevante wet- en regelgeving vanuit het Rijk, provincie, het hoogheemraadschap van Rijnland en het gemeentelijk vastgestelde beleid. De meest relevante gemeentelijke beleidskaders staan in dit hoofdstuk beschreven. Met betrekking tot een volledig overzicht van de actuele gemeentelijke beleidskaders wordt verwezen naar de bronnenlijst die is opgenomen in bijlage 1. Bij het opstellen van de stedenbouwkundige plannen voor de deelgebieden moet rekening worden gehouden met deze beleidskaders en eventuele actualisaties. Het stedenbouwkundig plan moet zijn gebaseerd op het vigerend beleid. Als in het nieuwe beleid staat dat oude afspraken worden gerespecteerd dan kan gebruik worden gemaakt van het voorgaande beleid.

5.2 Wonen Het woonbeleid gaat uit van eigenheid, verscheidenheid en doorstroming. Variatie in het woningaanbod zorgt voor gemengde dorpen en wijken, is toekomstbestendig en vergroot de mogelijkheden voor een wooncarrière binnen Haarlemmermeer. Bij transformatie binnen bestaand stedelijk gebied kiezen we voor een aanvullend woonmilieu. Dit is bepaald in het Woonbeleidsprogramma 2019-2025 ‘Het verschil maken’ (2019.0058049 en het raadsbesluit tot het verlengen daarvan (10994323)). Met het beleid streven we naar gemengde wijken wat betreft woningtype, inkomen en gezinssamenstelling. In elk bouwplan en in elk woonmilieu willen we daarom een gemengd bouwprogramma realiseren naar eigendomscategorie en prijsklasse. Het bouwprogramma wordt afgestemd op de behoefte vanuit het dorp. De nadere invulling van het programma sociale huurwoningen moet voldoen aan de richtlijnen die zijn meegegeven door de woningcorporaties waarmee de gemeente prestatieafspraken heeft gemaakt. De initiatiefnemers moeten het bouwprogramma in het midden- en dure segment onderbouwen in hun stedenbouwkundige plannen. Het Woonbeleidsprogramma schrijft voor dat wij de helft van de woningen betaalbaar bouwen, oftewel: in de prijssegmenten laag en midden. Wij zetten daarbij in op 30% sociale huurwoningen en 20% woningen in het middensegment (huur en/of koop).

Het programma voor de sociale huur wordt afgestemd met de betreffende corporatie. Voor Post van Krayenhoff is beoogd afnemer Eigen Haard, voor Werfkwartier is beoogd afnemer Ymere. Beide transformaties, Werfkwartier en Post van Krayenhoff deelgebied 1 – 5, moeten minimaal voldoen aan het aandeel sociaal- en middensegment. Voor Post van Krayenhoff kan dit betekenen dat het woonprogramma op deelgebied 5 een andere samenstelling heeft. Indien hier minder sociale huurwoningen en of woningen in het middensegment worden gerealiseerd, moet dit worden gecompenseerd in deelgebied 1 - 4 van Post van Krayenhoff. Het minimum aandeel betaalbaar in deelgebied 5 is 20%. De tijdelijke plekken voor opvang die zijn gerealiseerd in het gebouw Polderstaete aan de Bennebroekerdijk kunnen met een omrekenfactor (tijdelijk) meetellen als compensatie voor ontbrekende sociale huurwoningen, indien deelgebied 5 vooruitlopend op de andere deelgebieden wordt gerealiseerd. Als de opvang voor ten minste vijfentwintig jaar is gegarandeerd, dan tellen twee plekken als één sociale huurwoning. Bij een kortere gegarandeerde instandhouding wordt de omrekenfactor aangepast. Worden de plekken bijvoorbeeld vijf jaar in stand gehouden, dan gelden twee plekken als 5/25 woning. Hoogheemraadschap Rijnland moet als eigenaar van het blooteigendom van deelgebied 1 – 4 toestemming voor dit gebruik geven.

In het Coalitieakkoord 2022 - 2026 ‘Toekomstbestendig groeien’ is opgenomen dat de gemeente nog meer wil inspelen op de behoefte aan woningen voor starters, sociale huurwoningen en woningen voor mensen met een modaal inkomen. In de Woondeal MRA heeft de gemeente zich verbonden aan het

Programma van Eisen Transformaties Cruquius

Pagina 33 van 46

streven om via een reëel tijdpad toe te groeien naar minimaal 30% sociale huur in de bestaande voorraad en twee derde betaalbaar segment in de nieuwbouw. Aanvullend op de eisen in het Woonbeleidsprogramma gelden de eisen en voorwaarden in de eerste wijziging van de nota Betaalbaar Wonen in Haarlemmermeer, instrumenten en acties (11949723). Het woonbeleid wordt in 2025 geactualiseerd. Het Woonbeleidsprogramma en de nota Betaalbaar wonen worden vervangen door een hoofdstuk Wonen en volkshuisvesting in de Omgevingsvisie en door een Volkshuisvestingsprogramma. In het Volkshuisvestingsprogramma zal worden bepaald in welke projecten twee derde betaalbaar segment moet worden gerealiseerd en welke projecten blijven vallen onder de 50% betaalbaar uit het oude beleid. Zorgwoningen Daarnaast geldt de Nota huisvestingsopgave wonen met zorg (2022.0000403). Hierin is opgenomen dat 6% van het woningbouwprogramma moet bestaan uit woningen voor specifieke aandachtsgroepen, waarvan 4% geclusterd voor aandachtgroepen met een lichte zorgvraag (bedoeld voor huishoudens waarvan minimaal een persoon een fysieke, verstandelijke of geestelijke beperking heeft en zorg behoeft) en 2 % voor 24-uurszorg. De doelgroepen hierbij zijn: ouderen, verstandelijk beperkten, beschermd wonen en kwetsbare jongeren.

In het gebiedsprogramma Haarlemmermeer West staat dat men in Cruquius meer woningen voor ouderen (en starters) wenst. Voor ouderen en zorgbehoevenden is er een tekort aan voorzieningen en passende woningen wat het lastig maakt om zelfstandig te blijven wonen in Cruquius. Op basis van een woningbouwprogramma van 1.000 woningen moeten minimaal 40 zelfstandige woningen (voor doelgroepen met een lichte zorgvraag) en 20 woningen voor doelgroepen die 24uurszorg nodig hebben geclusterd gerealiseerd worden. In deelgebied 1 - 4 in Post van Krayenhoff worden 30 woningen geclusterd gerealiseerd en 30 woningen geclusterd in Werfkwartier. Van de 40 zelfstandige woningen worden 20 woningen gerealiseerd in het sociaal segment en 20 woningen in het middensegment (gelijkelijk verdeeld over beide gebieden). Voor de zorgwoningen kunnen afspraken worden gemaakt met institutionele beleggers. De woningen in het sociaal segment worden ondergebracht bij een corporatie. In het onderzoek naar de huisvestingsopgave Wonen met Zorg staan in de bijlage specifieke voorwaarden opgenomen waaraan de zorgwoningen moeten voldoen. Een van de aandachtspunten zijn levensloopbestendige - gelijkvloerse - woningen met een oppervlakte van > 70m2. Uit onderzoek blijkt dat de ouderenhuisvesting een grote opgave voor Cruquius is. Vanuit het Rijk zijn definities opgesteld voor ouderenhuisvesting.

Hieraan moeten de verschillende typen ouderenhuisvesting minimaal voldoen. De woningen voor ouderen moeten in een geclusterde woonvorm worden gerealiseerd. Naast de specifieke eisen aan de woningen zijn ook de volgende voorwaarden hierbij van toepassing: − Een geclusterde woonvorm, zelfstandig wonen met mogelijke ondersteuning, heeft minimaal 12 woningen en is ingericht op het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel, waardoor eenzaamheid wordt tegengegaan en samenredzaamheid wordt bevorderd. Er moet een ontmoetingsruimte inpandig aanwezig zijn of op loopafstand (maximaal 100 m). Deze kan eventueel worden gecombineerd met een buurthuiskamer. De ruimte moet gericht zijn op ontmoeting van bewoners en eventueel buurtbewoners. − De woningen moeten gerealiseerd worden in het sociale- en middensegment. Een (klein) aandeel in het dure segment kan, als vanuit participatie met Cruquianen blijkt dat daar behoefte aan is. − De woonvorm/woningen moeten zo dicht mogelijk bij het nieuwe dorpshart gerealiseerd worden, zodat winkels/medische voorziening lopend bereikbaar zijn.

Programma van Eisen Transformaties Cruquius

Pagina 34 van 46

VEREISTEN − Voor Post van Krayenhoff deelgebied 1 tot en met 5 als Werfkwartier is voor het woonprogramma 50% betaalbaar een vereiste; waarvan de inzet is 30% sociaal en 20% middensegment. Deze percentages kunnen wijzigen bij de herijking van het woonbeleid. − De uitwerking van het sociale woningbouwprogramma is afgestemd met de corporatie: voor Post van Krayenhoff is beoogd afnemer Eigen Haard, voor Werfkwartier is beoogd afnemer Ymere. − Deelgebied 5 van Post van Krayenhoff bevat minimaal 20% betaalbare segment − Indien deelgebied 5 vooruitlopend op de andere deelgebieden van Post van Krayenhoff wordt gerealiseerd en minder dan 50% betaalbaar bevat, zullen afspraken worden gemaakt voor (tijdelijke) compensatie, zoals in bovenstaande paragraaf staat omschreven. − Het stedenbouwkundig plan toont aan dat het bouwprogramma voor het midden en vrije segment bijdraagt aan het vergroten van de diversiteit ten opzichte van de bestaande voorraad c.q. bijdraagt aan gemengde wijken wat betreft woningtype, inkomen en gezinssamenstelling.

− Indien voor een deelgebied wordt ingezet op subsidie van het Rijk, moet worden voldaan aan de betreffende subsidievereisten die kunnen afwijken van het gemeentelijk beleid; − In de stedenbouwkundige plannen voor Post van Krayenhoff deelgebied 1 - 4 en Werfkwartier moeten ieder 30 zorgwoningen (waarvan 10 woningen in het sociaal segment, 10 woningen in het middensegment en 10 woningen voor 24 uurs zorgwoningen) worden opgenomen. Deze woningen worden nabij het dorpshart in clusters gerealiseerd; − De zorgwoningen voldoen aan de vereisten van de Nota huisvestingsopgave wonen met zorg en de monitoringsdefinities ouderenhuisvesting van het Rijk.

5.3 Verkeer De noodzakelijke aanpassingen van de infrastructuur, net als de gewenste hoofdstructuur ten behoeve van de transformaties staan toegelicht in hoofdstuk 2. Hierbij is ook voorzien op de komst van de eerste 500 woningen in het gebied Cruquius – Zwaanshoek, waarvoor de planvorming mogelijk na 2027 wordt opgestart. De aanpassingen zijn gebaseerd op het STOMP-principe (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a Service (zoals deelauto’s), Privé-auto). Middels de maatregelen moet de bereikbaarheid van het gebied (blijven) voldoen aan de landelijke CROW-normen voor bereikbaarheid. Voor alle deelgebieden moet de bereikbaarheid voor het autoverkeer onderbouwd worden. Dit kan door het verkeersmodel van de gemeente Haarlemmermeer te gebruiken. Voor nieuwe onderzoeken moet het meest recente model gebruikt te worden. Dat is nu versie 3.3 van het verkeersmodel Noord-Holland-Zuid (2024). Hierin moeten de volgende randvoorwaarden worden opgenomen: - Onderbreking c.q.

knip Spaarneweg voor autoverkeer ter hoogte van het fort; - Kruispuntonderzoek Spaarneweg – Spieringweg indien de uitgangspunten afwijken ten opzichte van het uitgevoerde verkeersonderzoek ‘ontwikkeling Dura Vermeer Cruquius’ door Goudappel (2023); - Verkeersintensiteit van < 4.000 mvt/etmaal op de ringdijk; - Geen significante toename op de ringdijk richting Zwaanshoek; - Voldoende verkeersveilige oplossingen voor alle verkeersstromen; - Netwerk voor langzaam verkeer en bromfietsachtigen. Voor de inrichting van verkeersruimten gaan we uit van de nieuwste principes van Duurzaam Veilig, waarbij de voetgangers een eigen plek hebben en waarbij vrij liggende fietsvoorzieningen nodig zijn bij wegen met snelheden vanaf 50 km/uur. Daarnaast gaan we uit van een wegontwerp waarbij rekening

Programma van Eisen Transformaties Cruquius

Pagina 35 van 46

wordt gehouden met diverse weggebruikers waaronder ouderen, zogenaamd seniorproof wegontwerp (richtlijn CROW1), tenzij anders opgenomen in het gemeentelijk beleid. Parkeren Voor parkeren moeten de vigerende parkeernormen gehanteerd worden. Op dit moment zijn die opgenomen in het Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer 2018 (herziening 2025). De transformaties zullen ten tijde van het vaststellen van de planologische maatregel aan het dan vigerend beleidskader moeten voldoen. Laadvoorzieningen De gemeente streeft ernaar om voldoende laadvoorzieningen aan te bieden voor elektrisch vervoer. De initiatiefnemer moet bij het ontwerp van de openbare ruimte rekening houden met voldoende laadplekken. Hierover worden in nader overleg afspraken met de gemeente gemaakt. Voor het plaatsen van laadpalen in de openbare ruimte zijn afspraken met de MRA-e gemaakt. VEREISTEN - De infrastructurele maatregelen voor de deelgebieden moeten worden onderbouwd met een verkeerskundig onderzoek gebaseerd op het actuele verkeersmodel (versie 3.3.) van de gemeente Haarlemmermeer opdat de bereikbaarheid voldoet aan de landelijke CROW normen; − De stedenbouwkundige plannen voor de deelgebieden moeten voldoen aan de vigerende parkeernormen van de gemeente Haarlemmermeer; − In de stedenbouwkundige plannen staat een onderbouwing dat aan voldoende laadgelegenheden voor elektrisch vervoer wordt voldaan.

5.4 Maatschappelijke voorzieningen Voor nieuwe woonwijken is een aanvullend pakket aan maatschappelijke voorzieningen nodig in het belang van de leefbaarheid, de cohesie tussen de inwoners en het mogelijk maken dat iedereen mee kan doen in de samenleving. Daarvoor biedt de gemeente voorzieningen voor onderwijs, sport, recreatie, cultuur en gemakkelijk toegankelijke ontmoetingsplekken. Het benodigde voorzieningenprogramma voor de woningbouwontwikkelingen bij Cruquius tot 2035 is gebaseerd op het Integraal Huisvestingplan onderwijsvoorzieningen (IHP), op het Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen Integraal Accommodatieplan en op de sportprognoses van het Mulier Instituut. Het voorzieningenprogramma is onderdeel van de ontwikkelingen Post van Krayenhoff, Werfkwartier en voor de eerste 500 woningen van de gebiedsontwikkeling Cruquius-Zwaanshoek. Voor de berekening van benodigde maatschappelijke voorzieningen gaan we uit van de volgende woningbouwaantallen: − 350 woningen bestaande woningen in Cruquius − 850 woningen Wickevoort (in aanbouw) − 1.000 woningen Post van Krayenhoff en Werfkwartier − 500 woningen 1e fase Cruquius-Zwaanshoek (zoekgebied nabij Cruquius)

1

Landelijk kennisplatform dat adviseert en richtlijnen opstelt voor een veilige en duurzame fysieke leefomgeving, met focus op infrastructuur en mobiliteit.

Programma van Eisen Transformaties Cruquius

Pagina 36 van 46

Basisonderwijs, gymzaal en kinderopvang Bij de ontwikkeling Post van Krayenhoff en Werfkwartier moet één basisschool voor 450 leerlingen gerealiseerd worden. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met een kinderopvang, liefst in de vorm van een Integraal Kind Centrum (IKC). Dit vereist de volgende ruimten: - 2.900 m² lesgebouw - 1.200 m² speelterrein - 200 m² kinderopvang De basisschool en het speelterrein worden in Werfkwartier grenzend aan het fort gerealiseerd. De kinderopvang moet een plek krijgen op de begane grond van het kantoorgebouw van Dura Vermeer of in de directe nabijheid in het nieuwe dorpscentrum. Een nieuwe basisschool brengt de wettelijke plicht tot bewegingsonderwijs met zich mee. Daarvoor is een gymzaal van 308 m² bruto vloeroppervlakte (bvo) nodig binnen één km van de school. Deze gymzaal, die gelijktijdig met de school moet worden gerealiseerd zal in nabijheid van de school in Werfkwartier komen. Bij de verdere uitbreiding van de woningbouw op termijn tussen Cruquius-Zwaanshoek zijn plannen voor de bouw van een sporthal. Als deze sporthal binnen één kilometer van de school gebouwd wordt kan het bewegingsonderwijs in de sporthal plaatsvinden. De gymzaal kan dan een andere functie krijgen. Medisch centrum Op dit moment is in Cruquius geen huisarts, tandarts en apotheek gevestigd. Er wordt fysiotherapie aangeboden in de tennishal.

Ook is ruimte gereserveerd voor één huisarts in Wickevoort. Op basis van de referentiecijfers voor eerstelijns zorg uit het IAP rekenen we met 0,419 m² bvo per woning voor een medisch centrum voor eerstelijnszorg (o.a. huisarts, tandarts, fysiotherapeut, apotheek, diëtist, logopedist, verloskundige, steunpunt mantelzorg etc.). Dit komt neer op circa 400 m² per 1.000 woningen. Op grond van deze norm is 1.080 m² bvo nodig voor een medisch centrum. Deze voorziening moet een centrale plek krijgen in het Werfkwartier. Dit is ook opgenomen in de nota ‘Huisvesting Eerstelijnszorg: inzicht, uitvoeringskader en oplossingen’. Sportvelden Cruquius grenst aan een commerciële golfbaan, heeft een manage en een tennishal (inclusief padelbaan en fitness). Op dit moment zijn in Cruquius geen buitensportverenigingen. Voor de gemeenschapsvorming en gezondheid is dit wel wenselijk. Het gaat dan om buitensport zoals voetbal en tennis. Op basis van de omvang van Cruquius in 2035 is een rekenkundige behoefte van circa 14.000 m² voor buitensporten. Vanwege het ruimtebeslag zijn deze niet in te passen in de kern en de transformaties van Cruquius. Bij de eventuele toekomstige gebiedsontwikkeling Cruquius - Zwaanshoek wordt het realiseren van voldoende ruimte voor buitensporten meegenomen. VEREISTEN − In Werfkwartier c.q.

dorpshart komen de volgende voorzieningen: kinderopvang (200 m² b.v.o.), medisch centrum (1.080 m² b.v.o.), basisschool (2.900 m² b.v.o.), speelterrein (1.200 m²) en gymzaal (308 m² b.v.o.).

5.5 Landschap, archeologie, cultuurhistorie en natuur Bij de transformaties wordt met betrekking tot landschap, archeologie, cultuurhistorie en natuur rekening gehouden met de volgende uitgangspunten. Landschap en natuur - Op basis van de groennorm Haarlemmermeer wordt minimaal 31 m² buurtgroen per woning gerealiseerd. Dit is als volgt onderverdeeld:

Programma van Eisen Transformaties Cruquius

Pagina 37 van 46

-

-

-

o Op het niveau van de straat/ het blok 2,5 m² per woning o Op het niveau van de buurt 15 m² per woning o Op het niveau van de wijk 13,5 m² per woning. Op bovenwijks niveau dient minimaal 33 m² wijkgroen per woning te worden gerealiseerd. Dit wijkgroen wordt – zover het niet gerealiseerd wordt in de plangebieden van de transformaties gerealiseerd op het fort bij Heemstede. De eisen voor spelen (zie LIOR-code SYSID-0356), voorkomen hittestress (gezondheidsklachten bij warm weer) (zie LIOR-code SYSID-0352) en koelteplekken (zie LIOR-code SYSID-0407) maken deel uit van de groennorm. Eisen voor wateropvang vallen hierbuiten. Uitvoeren van de noodzakelijke ecologische onderzoeken (soort- en gebiedsbescherming). Dit is inclusief het onderzoek naar de stikstofruimte; Op basis van ecologisch onderzoek wordt aangegeven hoe de stedenbouwkundig plannen bijdragen aan de biodiversiteit van het gebied. In de openbare ruimte wordt ruimte geboden aan verschillende planten en dieren. Er wordt ingezet op een netwerk van groene verbindingsstroken, die op een diervriendelijke manier met de mensgerichte infrastructuur kruisen. Voor de gewenste groenblauwe structuur wordt verwezen naar hoofdstuk 2.

Archeologie en cultuurhistorie - Er wordt een archeologisch onderzoek door een deskundig bureau (KNA gecertificeerd; Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie) uitgevoerd. Op basis hiervan wordt aangegeven hoe het stedenbouwkundig plan optimaal de archeologisch waardevolle plekken respecteert. Er wordt aanvullend inventariserend veldonderzoek verricht naar behoudenswaardige vindplaatsen als uit het bureauonderzoek blijkt dat dit nodig is. - Als behoudenswaardige vindplaatsen worden aangetroffen, worden die behouden en ingepast in het stedenbouwkundig plan. Ze worden herkenbaar en beleefbaar ingericht. De vindplaatsen krijgen een archeologische bestemming in het bestemmingsplan. Ze worden niet gebouwd, afgegraven of verhard. Andere vormen van bodemroering zijn alleen mogelijk met een omgevingsvergunning. - Voor het stedenbouwkundig plan wordt voor de bouwkundige en historisch-geografische waardenstelling een cultuurhistorische waardenkaart gemaakt door een bouwhistorisch onderzoeksbureau. Deze kaart geeft aan welke bestaande beschermde monumenten in het gebied aanwezig zijn (zoals de kraan aan de Bennebroekerdijk), welke onbeschermde potentieel waardevolle objecten of structuren in het gebied aanwezig zijn en welke (potentieel) waardevolle historisch-geografische objecten en structuren er aanwezig zijn.

- De stedenbouwkundige plannen sluiten aan op de orthogonale structuur; de rechte sloten en de historische elementen van de bedrijventerreinen die de huidige gebieden kenmerken. VEREISTEN − Per woning wordt minimaal 31 m² buurtgroen gerealiseerd. − Per woning wordt minimaal 33 m² wijkgroen gerealiseerd. − Zover het wijkgroen niet in het plangebied wordt gerealiseerd, wordt dit gerealiseerd bij het aan te helen fort bij Heemstede. − De stedenbouwkundige plannen tonen aan dat de aanwezige natuurwaarden en biodiversiteit, die uit verplichte ecologisch onderzoek blijkt, worden versterkt. − In de stedenbouwkundige plannen worden de archeologische en cultuurhistorische waarden, die uit het verplichte onderzoek blijken, geïntegreerd en beschermd.

Programma van Eisen Transformaties Cruquius

Pagina 38 van 46

5.6 Openbare ruimte Voor de inrichting van de openbare ruimte is de vigerende versie van de LIOR (Leidraad inrichting openbare ruimte) kaderstellend, inclusief de vereisten voor circulariteit en energie. Waar de LIOR geen handvatten biedt, moeten de richtlijnen van CROW worden gevolgd. Voor het afvalbeleid is de ‘Aanpak van afval- naar grondstofinzameling’ (2018.0030093) kaderstellend. Basiseisen zijn onder andere: Ondergrondse containers bij hoogbouw; Ondergrondse containers voor papier en glas en rolemmers bij laagbouw. Aanvullend op de LIOR is beleid voor klimaatadaptatie vastgesteld (2022.0000040). De gebiedsontwikkelingen moeten voldoen aan de hierin genoemde vereisten op basisniveau voor nieuwe ontwikkelingen. Momenteel wordt het beleid geëvalueerd. Als hieruit blijkt dat actualisatie nodig is, moet rekening worden gehouden met het nieuwe beleid. Technische haalbaarheid Post van Krayenhoff deelgebied 5 Een belangrijk punt voor de haalbaarheid van deelgebied 5 Post van Krayenhoff is de inpassing van de watertransportleidingen die onder het gebied doorlopen. Kritisch onderdeel betreft het toekomstig beheer. De gemeente is afhoudend om de openbare ruimte boven de leidingenstrook in beheer te nemen met het oog op de mogelijke gevoeligheid van belasting (druk door gewicht) en toekomstige onderhoudswerkzaamheden.

De initiatiefnemer moet aantonen dat de voorgestelde constructie en inrichting wordt geaccordeerd door Waternet en hiermee eventuele risico’s in de toekomst voor de gemeente worden uitgesloten. Pas als de gemeente van mening is dat er hierdoor geen sprake is van toekomstige risico's en overlast zal zij overgaan tot het in beheer en eigendom nemen van de openbare ruimte die boven de leidingenstrook ligt. Speel- en ontmoetingsplekken In de plannen moeten voldoende (buurt)speelplekken en (jongeren)ontmoetingsplekken opgenomen worden. Buurtspeelplekken zijn de centraal gelegen plekken waar de buurt bij elkaar komt om te bewegen, ontmoeten en spelen. Dit kan centraal zijn in een wijk, maar ook bijvoorbeeld aan het begin van een wijk. Voor een goede buurtspeelplek moet in de plannen minimaal 2.000 m² gereserveerd worden. Deze speelplek wordt gekoppeld aan de omgeving van het fort. Naast een buurtspeelplek zijn er kleine speelplekken, gericht op de doelgroep 0-6 jaar, als aanvulling op de grote buurtspeelplek. Vanaf elke woning is binnen 200 meter een kleine speelplek te vinden. Deze speelplek hoeft niet altijd uit voornamelijk speeltoestellen te bestaan. Spelen kan ook door middel van speelaanleidingen (natuurlijke objecten die kinderen uitdagen om ermee te spelen). Jongerenontmoetingsplekken (JOP) De oudere jeugd heeft ook behoefte aan plekken in een wijk om samen te komen.

Dat kan door een zogenaamde JOP (het groene hok) te plaatsen, ideaal in combinatie met bijvoorbeeld sport (voet/basketbal). Bij de ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met één JOP bij het fort met een oppervlakte van 100 m². VEREISTEN − De opzet van de openbare ruimte in de stedenbouwkundige plannen moet voldoen aan de kaders zoals opgenomen in de LIOR. Waar de LIOR niet in voorziet wordt verwezen naar de kaders van CROW; − De stedenbouwkundige plannen voldoen aan de kaders voor afvalbeleid en klimaatadaptatie;

Programma van Eisen Transformaties Cruquius

Pagina 39 van 46

−

In het stedenbouwkundig plan voor Post van Krayenhoff deelgebied 5 wordt de watertransportleiding ingepast. De manier van constructie en inpassing moet worden geaccordeerd door Waternet. Eventuele toekomstige risico’s als gevolg van de constructie om de watertransportleiding in te passen worden voor de gemeente uitgesloten.

5.7 Economie en bedrijvigheid Voor de commerciële voorzieningen in Haarlemmermeer zijn de vereisten vastgelegd in o.a. het beleid commerciële voorzieningen Haarlemmermeer, regels en ruimte (2019.0057889) en de Regionale detailhandelsvisie Amstelland-Meerlanden (2021.0001238). In de Omgevingsverordening NH 2022 zijn de algemene regels met betrekking tot detailhandel opgenomen. Detailhandel moet zoveel mogelijk geclusterd worden in winkelgebieden. Initiatieven moeten worden getoetst op behoefte en effecten op leegstand. Daarnaast moeten detailhandelsplannen van meer dan 500 m2 winkelvloeroppervlak buiten bestaand winkelgebied voor advies worden voorgelegd aan de Adviescommissie Detailhandel van de Provincie Noord-Holland en worden besproken met de gemeenten in de regio. In het gemeentelijk beleid commerciële voorzieningen is opgenomen dat de gemeente streeft naar concentratie van commerciële voorzieningen (o.a. detailhandel, horeca, en commerciële dienstverlening) binnen de bestaande centra en dat de gemeente terughoudend blijft ten aanzien van het toevoegen van nieuwe voorzieningen(centra). Een (beperkt) nieuw aanbod aan (commerciële) voorzieningen bij grootschalige woningbouwlocaties kan bijdragen aan de leefbaarheid in kernen. Dit vanuit de wens om mobiliteit te beperken, de leefbaarheid te vergroten en sociale cohesie in de nieuwe wijken en buurten te versterken.

Het toevoegen van voorzieningen buiten de bestaande huidige structuur is mogelijk, daar waar bestaande voorzieningencentra op meer dan twee autokilometers afstand liggen. In Cruquius is binnen de transformaties beperkt ruimte voor het realiseren van detailhandel. Onderzoek is nodig naar de haalbaarheid en wenselijkheid van het eventueel toevoegen van commerciële voorzieningen. Bij de haalbaarheid gaat het primair om de markt(on)mogelijkheden. Bij de wenselijkheid gaat het om de leefbaarheid van Cruquius, een optimale verzorging van de inwoners en om de effecten op de bestaande voorzieningenstructuur in de gemeente en daarbuiten. Voor de berekening van de marktruimte voor dagelijkse winkels wordt een distributieplanologisch onderzoek (DPO) uitgevoerd. Binnenkort wordt het gemeentelijk beleid voor commerciële voorzieningen geactualiseerd. Dit wordt het kader voor het eventueel toevoegen van commerciële voorzieningen in de transformaties van Cruquius. Bedrijvigheid Bij de ontwikkeling van Post van Krayenhoff en Werfkwartier moet worden voorkomen dat bestaande bedrijven die niet worden gesaneerd worden belemmerd in hun bedrijfsvoering verdergaand dan de wettelijke beperkingen (waaronder ook de landbouwbedrijven). Enkele bedrijven aan de randen van het gebied hebben bijvoorbeeld een hindercirkel. In delen van beide ontwikkelingen kunnen dus beperkingen aan de orde.

Bij de gebiedsontwikkeling moet hiermee rekening worden gehouden. Daarnaast is het optioneel om bij de ontwikkeling Post van Krayenhoff en Werfkwartier informele werklocaties te realiseren, voor onder andere zelfstandige professionals. Een mogelijk geschikte locatie hiervoor is de zone bebouwing van Werfkwartier die aansluit op de meubelboulevard. VEREISTEN − Dagelijkse detailhandel en overige commerciële voorzieningen kunnen worden opgenomen in de stedenbouwkundige plannen, als deze voldoet aan de vastgestelde beleidskaders en de

Programma van Eisen Transformaties Cruquius

Pagina 40 van 46

−

haalbaarheid. Dit is inclusief het effect op bestaand aanbod. De voorstellen worden onderbouwd met onderzoek (o.a. naar marktruimte). De gemeente maakt daarmee een afweging over de uiteindelijke wenselijkheid. De transformaties leiden niet tot belemmeringen voor de naastgelegen bedrijvigheid, tenzij hierover afspraken met de bedrijven over worden gemaakt.

5.8 Milieu Bij de ontwikkeling moet onderzoek plaats vinden naar alle relevante milieuaspecten. Het gaat o.a. om de aspecten: Bodem; Geluid; Lucht; Milieuhindercirkels, die potentieel van invloed zijn op de ontwikkeling; Gezondheid; En aanvullende milieuaspecten die van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling. Op basis van de inzichten uit de onderzoeken moet worden aangetoond hoe de ontwikkeling zich kan gaan verhouden tot de wet- en regelgeving. Onderdeel hiervan is het aangeven welke milieuhindercirkels gesaneerd moeten worden en welke milieuhinder moet worden beperkt om de ontwikkelingen te kunnen realiseren. Dit geldt zowel voor Werfkwartier als Post van Krayenhoff. In beide gebieden is sprake van een functie voor bedrijvigheid categorie 4.2. Deze bestemming is belemmerend voor de realisatie van woningen. Bij het maken van anterieure afspraken over de ontwikkeling van een deelgebied worden direct afspraken gemaakt over de dezonering, zodanig dat woningbouw mogelijk wordt. De initiatiefnemer dient hier zijn medewerking aan te verlenen. Milieu-effect-rapportage De ontwikkeling valt onder categorie D11.2 uit het Besluit m.e.r. (“De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.”). Het gebied is kleiner dan 100 ha en het aantal woningen is minder dan 2.000.

Dit betekent dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld moet worden, waaruit blijkt dat geen sprake is van een significant effect op het milieu, dat niet door te treffen maatregelen kan worden beperkt of tegengegaan. Gebruikelijk is dat deze beoordeling onderdeel uitmaakt van de toelichting van de wijziging van het omgevingsplan dat de bouw van de woningen mogelijk gaat maken. VEREISTEN − De stedenbouwkundig plannen bevatten de maatregelen opdat de ontwikkeling van het deelgebied zich verhoudt tot wet- en regelgeving met betrekking tot alle relevante milieuaspecten (waaronder stikstof). Dit wordt onderbouwd met onderzoeken. − De initiatiefnemers verlenen medewerking aan het dezoneren van milieuhinder op hun gebieden, zodat woningbouw conform dit PvE mogelijk wordt gemaakt. − De stedenbouwkundig plannen geven aan op welke wijze milieuhinder uit de omgeving die belemmerend is voor de realisatie van de woningbouw zal worden gesaneerd.

5.9 Water Bij de ontwikkelingen moet nader onderzoek plaatsvinden naar het aspect water. Het gaat hierbij om de volgende aspecten:

Programma van Eisen Transformaties Cruquius

Pagina 41 van 46

-

Omgang met opbarstrisico, te grote waterdruk vanuit de bodem (op gedetailleerd niveau); Gewenste drooglegging en te nemen maatregelen; Kwaliteitsverbetering water; Recreatief medegebruik van water; Een grondwatereffectrapportage (middels peilbuizen) waaruit blijkt dat in het te ontwikkelen gebied en omliggende bestaande wijken geen (extra) grondwateroverlast gaat voorkomen; Een stresstest waaruit blijkt hoe het gebied zich houdt bij het ondergaan van o.a. 120 mm hemelwater in 2 uur tijd; Een visie op het omgaan met afvalwater.

VEREISTEN - De stedenbouwkundige plannen bevatten een waterplan, dat met het Hoogheemraadschap Rijnland is afgestemd. Hierin wordt uiteengezet hoe bovenstaande aspecten zijn verwerkt.

5.10 Duurzaamheid Circulariteit Tijdens de bouw wordt het afval in minimaal zes stromen gescheiden. Er kan onder andere worden gekozen uit: houtafval, steenachtig, metaal, kunststof, glas, papier en karton, gips en isolatiemateriaal. Het wordt zoveel mogelijk voorkomen dat materialen worden gebruikt die staan vermeld op de onderstaande lijsten. Het gebruik dat niet voorkomen kan worden, wordt inzichtelijk gemaakt: − ‘Banned list of Chemical C2C Certified CM Product Standard 3.0’. − ‘De herziening van de lijst van voor de EU kritieke grondstoffen en de uitvoering van het grondstoffeninitiatief'. Voor wat betreft duurzaam bouwen en circulariteit wordt verwezen naar de voorwaarden uit de Woondeal MRA (zie bijlage 8 literatuurlijst). Tevens zijn in de woondeal MRA ambities vastgelegd voor houtbouw en industriële bouwen. De transformaties kunnen hieraan bijdragen Bodemenergieplan De initiatiefnemers stellen een bodemenergieplan op als gebruik wordt gemaakt van bodemenergie. Dit plan maakt de ruimtelijke consequenties, risico’s en beheersmaatregelen inzichtelijk. In dit bodemenergieplan moet minimaal worden ingegaan op: − Bodemgesteldheid. − Opbarstrisico (te grote waterdruk vanuit de bodem) en beheersing van dit risico. − Effecten locatie specifieke kweldruk op functionering bodemenergiesysteem. − Interferentie tussen bronnen. − Ondergrondse ordening.

− Effecten op bovengrondse ruimte. − Beheer en onderhoud van installatie. − Einde levensduur installatie en hoe veilig verwijderen/instandhouding. Op basis van het bodemenergieplan stelt de gemeenteraad het interferentiegebied vast. De bevoegdheid voor gesloten bodemsystemen ligt bij de gemeente. Voor open systemen ligt deze bij de provincie. Grondstromen/grondbalans Het streven is een gesloten grondbalans: Over de grenzen van een werk vindt zo min mogelijk aan- en of afvoerplaats van grond die geschikt is als secundaire bouwstof. De gemeente heeft niet de beschikking

Programma van Eisen Transformaties Cruquius

Pagina 42 van 46

over een gronddepot. Alle vrijkomende grond kan niet in de gemeente gestort worden. Het afvoeren moet door de initiatiefnemer bekostigd worden. Bij de verdere uitwerking van Post van Krayenhoff en Werfkwartier dient een uitwerking te worden gegeven aan de duurzaamheidsuitgangspunten. Deze bestaan uit een verantwoording hoe de wettelijke en gemeentelijke eisen met betrekking tot (bodem)energie, grondverwerking, circulariteit en afvalbeperking en – verwerking wordt voldaan. Klimaatadaptatie De ontwikkeling voldoet aan de kaders die gesteld worden in het gemeentelijk Klimaatadaptatiebeleid. VEREISTEN - De stedenbouwkundig plannen bevatten een duurzaamheidsplan, waarin de aspecten circulariteit, bodemenergie, grondstromen en klimaatadaptatie zijn uitgewerkt, zodanig dat deze minimaal voldoen aan de wet- en regelgeving.

Programma van Eisen Transformaties Cruquius

Pagina 43 van 46

6 Participatie en aandachtspunten omgeving In en rondom beide transformatielocaties wordt gewoond en gewerkt. De gemeente vindt het belangrijk dat de initiatiefnemers de inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden (bijvoorbeeld woningcorporatie) actief bij de planvorming betrekken. De initiatiefnemers zijn er verantwoordelijk voor dat de inzichten van de participatie worden verwerkt in de stedenbouwkundig plannen. Aandachtspunten omgeving Op diverse momenten is aan de bewoners en ondernemers in Cruquius gevraagd om aandachtspunten voor de planvorming in te brengen. Dit is bijvoorbeeld gebeurd bij het opstellen van het 80% PvE, het opstellen van het addendum voor Werfkwartier, en de reactie op het concept initiatiefplan voor deelgebied 5 Post van Krayenhoff. In het 80% PvE is hiervoor een apart hoofdstuk 6 opgenomen. De aandachtspunten richten zich op: - Het versterken van de kern Cruquius. - De bereikbaarheid: eerst bewegen, dan bouwen. Bij voorkeur niet de dijk afsluiten en een integrale visie op de ontsluiting voor de kern Cruquius. De transformaties mogen niet leiden tot een verslechtering van de bereikbaarheid voor de huidige bewoners en ondernemers. - Geen vestiging van grote nieuwe bedrijven. - De toegevoegde waarde voor bewoners van de kern, waaronder: o Gevarieerde bouw; o Voorzieningen (o.a.

supermarkt, huisarts, ...); o Groene wijk en groenblauwe dooradering; o Gevarieerde woningen voor starters, ouderen en Cruquianen; o Speelvoorzieningen; o Aandacht voor de historie van het gebied (fort, werf, ...). - De zorg voor een integraal - samenhangend – plan voor beide transformaties, zodanig dat dit een geheel gaat vormen met de oude kern en de meubelboulevard. Hier ligt een taak voor de gemeente (o.a. afstemming Wickevoort, Landje van Draaier, Cruquius - Zwaanhoek, Cruquiusmuseum). - De zorg voor kleinschaligheid met oog op behoud van de huidige sociale cohesie in Cruquius. - Een intensieve betrokkenheid van de klankbordgroep bij de planvorming. De initiatiefnemers moeten de omgeving betrekken bij hun plannen. Ook moeten de stedenbouwkundige plannen – in afstemming met de gemeente - worden besproken met de betrokken overheden: Heemstede, Hoogheemraadschap Rijnland, provincie Noord-Holland en de Vervoersregio Amsterdam. VEREISTEN - De initiatiefnemer moet zorgen dat de betrokkenen in Cruquius kunnen participeren in de planvorming van de deelgebieden. Bij het indienen van de plannen moet de initiatiefnemer aangeven op welke wijze de inbreng van de betrokken is verwerkt in de plannen.

Programma van Eisen Transformaties Cruquius

Pagina 44 van 46

Bijlage 1: Bronnenlijst Aanpassing Aanpak van afval- naar grondstofinzameling (VANG) 2020 (2020.0000853) september 2020 Activiteitenbesluit (internetmodule) Actualisatie Beleidsregel PFOS en PFOA gemeente Haarlemmermeer 2020 (2018.0014073), maart 2018 Actualisatie Gemeentelijke Prestatie Richtlijn duurzaam bouwen (GPR) (2018.0003833), januari 2018 Beleid monumentale en waardevolle bomen Haarlemmermeer, (2020.0002903), december 2020 Beleid commerciële voorzieningen Haarlemmermeer; regels en ruimte (2019.0057889), december 2019 Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen Integraal Accommodatieplan (2021.0000253), april 2021 Coalitieakkoord 2022-2026, Toekomstbestendig groeien, juni 2022 Eerste wijziging nota Betaalbaar Wonen Haarlemmermeer, instrumenten en acties (11949723), maart 2025 Erfgoedvisie gemeente Haarlemmermeer 2020-2030: (2020.0000051), maart 2020 Gemeentebrief Post van Krayenhoff 2021 (x.2020.06828) Handreiking bedrijven en milieuzonering (VNG), 2009 Integraal Huisvestingsplan onderwijsvoorzieningen (HIP) (2022.0001788), november 2022 Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer (2022.0000040), juli 2022 Leidraad Inrichting Openbare Ruimte Haarlemmermeer (10258517), december 2023 Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 (Provincie Noord-Holland), april 2018 Manifest - Samen leven, wonen en zorgen in Haarlemmermeer (2022.0000403), maart 2022 Mobiliteitsvisie

Haarlemmermeer ‘Vrijheid van bewegen’ (2018.0065348), december 2018 Natuurvisie Haarlemmermeer 2040 (2021.0000462), december 2021 Nota Archeologiebeleid gemeente Haarlemmermeer 2020-2030 (2020.0000060), maart 2021 Nota bodembeheer gemeente Haarlemmermeer, beleidskader voor grond- en baggerverzet (2018.0014079), 2022 Nota Huisvestingsopgave wonen met zorg (2022.0000403), maart 2022 Nota Netwerkstudie Haarlemmermeer 2040, juni 2021 Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040, (2021.0003036), maart 2022 Programma Betaalbaar Wonen, Ministerie BZK, mei 2022 Rapport Bereikbaarheid Cruquius en gebiedsontwikkeling (2019.0058446) Informatie over Rapport Bereikbaarheid Cruquius en gebiedsontwikkeling (2019.0058446) Speelruimte in de gemeente Haarlemmermeer (2021.0000721), juli 2021 Sport- en beweegvisie 2019 – 2029 (2019.00036310), november 2019 Strategische Samenwerkingsagenda Haarlemmermeer-Rijnland 2015-2030, inclusief het Waterplan Haarlemmermeer 2015-2030 (2015.0008009), april 2015 Uitvoeringsplan Haarlemmermeer-West, Parels aan de Ringvaart (2014.0010031), juni 2015 Verdichtingsvisie (2022.0000047), juni 2022 Versnelling woningbouwproductie in Haarlemmermeer (2017.0037218), juli 2017 Visie Landschap en Recreatie Haarlemmermeer 2040, (2021.0002744), januari 2022 Visie polderlinten Haarlemmermeer, (2022.0000056), juni 2022 Visie Ringdijk en Ringvaart (2017.0011195) Wonen met zorg 2030

(2017.0026227), juni 2017 Woonakkoord Amstelland-Meerlanden 2021-2025, maart 2021 Woonbeleidsprogramma Haarlemmermeer 2019-2025: Het verschil maken (2019.0058049), januari 2020 Woondeal MRA (7398129) maart 2023

Programma van Eisen Transformaties Cruquius

Pagina 45 van 46

Bijlage 2: bijdrage corporaties wensen sociale huur Ymere (t.b.v. ontwikkeling Werfkwartier) - 65% appartementen, waarvan: o Circa 1/3 tweekamerwoningen: oppervlakte minimaal 50m2 o Circa 2/3 driekamerwoningen: oppervlakte minimaal 65m2. − 35% eengezinswoningen: compacte 4 kamer woning: oppervlakte circa 75 a 80m2. Eigen Haard (t.b.v. ontwikkeling Post van Krayenhoff) Sociale huur < aftoppingsgrens Doelgroep

1 persoon

1 persoon

≤ 2 personen

≤ 2 personen

≥ 3 personen

Leeftijd

18-23 jaar

23-28 jaar

23-65 jaar

> 65 jaar

23-65 jaar

30m2

45m2

60m2

60m2

75m2

Kamers

1

2

2

3

4

Huurprijs

€ 454,47

€ 650,43

€ 650,43

€ 650,43

€ 697,07

Percentage

5%

5%

30%

10%

10%

Oppervlakte

Voor jongeren tot 28 jaar is in het woningbouwprogramma 10% opgenomen. De helft daar-van voor jongeren tot 23 jaar. Om huurtoeslag te kunnen krijgen moet hier de huurprijs vallen onder de kwaliteitskortingsgrens van € 454,47. Het merendeel van het programma tot de huurtoe-slaggrens is voor één- en tweepersoonshuishoudens. 10% wordt gerealiseerd voor drie- en meerpersoonshuishoudens. Sociale huur < liberalisatiegrens Doelgroep

≤ 2 personen

≤ 2 personen

≥ 3 personen

Leeftijd

23-65 jaar

> 65 jaar

23-65 jaar

60m2

60m2

75m2

Kamers

3

3

4

Huurprijs

€ 879,66

€ 879,66

€ 879,66

Percentage

10%

10%

10%

Oppervlakte

Boven de huurtoeslaggrens wordt uitgegaan van 30%, waarvan tweederde voor de categorie één- en tweepersoonshuishoudens. Ook hier deels voor senioren. De woningen voor drie- en meer persoons huishoudens zijn qua oppervlakte wat groter en hebben minimaal 4 kamers. Middensegment Doelgroep

≤ 2 personen

≥ 3 personen

Leeftijd

> 65 jaar

23-65 jaar

Oppervlakte

75m2

90m2

Kamers

3

4

Huurprijs

€ 1.000

€ 1.150

Percentage

5%

5%

Om de doorstroming te bevorderen is de wens om de helft van het middensegment te realiseren als seniorenwoning en de andere helft als een woning voor drie- en meerpersoonshuishoudens. Dit zijn de twee doelgroepen die in de knel komen in een sociale huurwoning als de huishoudenssituatie verandert.

Programma van Eisen Transformaties Cruquius

Pagina 46 van 46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=f211f1d9-fe9b-411a-b86c-e859421294b4