Bijlage 1 - Esthetisch Pakket van Eisen A44
Tekst van het document
DOCUMENT →
EPVE - A44 Esthetisch Programma van Eisen Vervangings- en renovatieopgave van de A44 Versie 1.3 - 1 december 2023
EPVE A44 01.12.2023
COLOFON OPDRACHTGEVER → RIJKSWATERSTAAT GROTE PROJECTEN EN ONDERHOUD Contactpersoon: Mart-jan Roos Griffioenlaan 2 3526 LA Utrecht T → 088-7972111 E → dienstenteam.gpo@rws.nl W → www.rijkswaterstaat.nl
ESTHETISCH PROGRAMMA VAN EISEN → NEXT ARCHITECTS Contactpersoon: Michel Schreinemachers Paul van Vlissingenstraat 2a 1096 BK Amsterdam T → 020-4630463 E → schrein@nextarchitects.com W → www.nextarchitects.com
TECHNISCH ONTWERP → ARCADIS Contactpersoon: Juda van Moolenbroek
INRICHTINGSPLAN LANDSCHAP → ARCADIS Contactpersoon: Sjaak Punt
Piet Mondriaanlaan 26 3812 GV Amersfoort T → +316 5073 6743
Piet Mondriaanlaan 26 3812 GV Amersfoort
W → www.arcadis.com
W → www.arcadis.com
E → juda.vanmoolenbroek@arcadis.com
T → +316-11514070
E → sjaak.punt@arcadis.com
3
EPVE A44 01.12.2023
INHOUDSOPGAVE COLOFON
3
INLEIDING
5
AANLEIDING
7
DOEL & STATUS
9
LEESWIJZER
10
1.
2.
ANALYSE
11
DE DERDE RIJKSWEG VAN NEDERLAND
13
CULTUURHISTORISCHE LANDSCHAPPEN
14
KUNSTWERKEN MET VERFIJNDE VORMGEVING
16
A44 EN DE TOEKOMST
18
DE OPGAVE
20
VERVANGING EN RENOVATIE
22
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING
24
3.
4.
5.
VISIE
25
A44 KLAAR VOOR DE TOEKOMST
27
3.1
LANDSCHAP
28
3.2
WEGBEELD
30
3.3
ARCHITECTUUR
32
3.4
LEEFBAARHEID
34
GENERIEKE VORMGEVINGSCRITERIA
36
4.1
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING
37
4.2
KUNSTWERKEN
41
SPECIFIEKE VORMGEVINGSCRITERIA
56
5.1
LISSERWEG
57
5.2
HOOFDVAART
65
5.3
KAAGBRUGGEN
74
5.4
SPOORWEGVIADUKT
85
BRONNEN
94
BRONNEN
95
4
HOOFDSTUK →
INLEIDING
EPVE A44 INLEIDING 01.12.2023
6
EPVE A44 INLEIDING 01.12.2023
AANLEIDING Aanleiding voor dit Esthetisch Programma van Eisen (EPvE) is de vervangings- en renovatieopgave van een aantal kunstwerken op de A44. Deze rijksweg loopt parallel aan de kustlijn door de provincies Noorden Zuid Holland. De autosnelweg tussen Haarlemmermeer en Wassenaar, aangelegd in de jaren ‘30 van de vorige eeuw, is één van de oudste snelwegen van Nederland. Het wegontwerp is sterk verouderd door het krappe dwarsprofiel en het plaatselijk ontbreken van vluchtstroken. Vier van de zeventien bruggen en viaducten zijn met urgentie aan vervanging toe. De overige der tien kunstwerken worden nog nader onderzocht. Aan de hand van de uitkomst van de onderzoeken wordt bepaald of en wanneer deze vernieuwd worden. Door de bruggen en de viaducten te vernieuwen, blijf t de A44 ook in de toekomst veilig en de regio bereikbaar.
↑ KUNSTWERK LISSERWEG
De opgave beperkt zich tot de vervangingsopgave van de bruggen en viaducten die nu kritisch zijn bevonden met een einde levensduur in 2024. Hieronder bevinden zich de Lisserweg, de Hoofdvaar t, de Kaagbruggen en het Spoorwegviadukt in het tracé tussen de aansluiting met de A4 bij Burgerveen en de aansluiting met de Rijnlandroute de N206 ter hoogte van Leiden. Doordat de wegas tussen de Kaagbruggen en de Hoofdvaar t wordt verlegd zal het kunstwerk de Nieuwerkerker tocht, een duiker en fietsbrug, ook worden meegenomen in deze vervangingsopgave.
↑ KUNSTWERK HOOFDVAART
Alhoewel de opgave nu niet de gehele A44 betref t dienen we ons daar wel toe te moeten verhouden. Hier toe heef t Rijkswaterstaat een Inpassingsvisie en een Beeldkwaliteitsplan van de rijksweg en de zeventien kunstwerken voor op laten stellen. Deze hebben wij geanalyseerd en geverifieerd en meegenomen in de doorver taling naar dit Esthetisch Programma van Eisen.
↑ KUNSTWERK KAAGBRUGGEN
↑ KUNSTWERK SPOORWEGVIADUKT
7
EPVE A44 INLEIDING 01.12.2023
SCHIPHOL
KUNSTWERKEN OP DE A44 1. Lisserweg (1935) 2. Hoofdvaar t (2x) (1937) 3. Nieuwerkerker tocht (1937) 4. Kaagbruggen (2x) (1937) 5. Sassenheimerbrug (1936) 6. Menneweg (1936) 7. Zandsloterbrug (1936) 8. Wasbekerviaduct (1936) 9. Dinsdagschebrug (1936) 10. Klinkenbergerviadukt (1936) 11. Spoorwegviadukt (1937) 12. Postviaduct (1933) 13. Postbrug (2x) (1932) 14. Oegstgeesterkanaal (1932) 15. Almondeviaduct (1932) 16. Rijnzichtviadukt (1933) 17. Wassenaarseweg (1966)
AMSTERDAM
HAARLEM
1. VOORHOUT
SASSENHEIM
4.
3.
2.
11.
ROTTERDAM OEGSTGEEST
LEIDEN
DEN HAAG DEN HAAG ↑ RIJKSWEG A44 MET DE TE VERVANGEN KUNSTWERKEN
8
EPVE A44 INLEIDING 01.12.2023
DOEL & STATUS Het Esthetisch Programma van Eisen (EPvE) heef t tot doel de projectambities met betrekking tot de ruimtelijke kwaliteit en vormgeving te ver talen in een kwaliteitskader met daaraan gekoppelde eisen. De opdrachtnemer dient op basis van dit EPvE een integraal ontwerp te maken en dit te realiseren waarbij alle onderdelen een samenhangend geheel vormen. Dit EPvE van een aantal kunstwerken op de A44; Lisserweg, Hoofdvaar t, de Kaagbruggen met daarbij inbegrepen de Nieuwerkerker tocht en het Spoorwegviadukt, is onderdeel van de uitvraag aan marktpar tijen. Het document dient als ontwerpkader voor de opdrachtnemer en als toetsingskader voor de opdrachtgever, betrokken stakeholders en vergunningverleners; het EPvE heef t een bindende status. De inhoud van dit document bestaat daarmee uit meer dan alleen eisen aan ‘esthetiek’. Ruimtelijke kwaliteit is in dit document opgevat als de samenhang tussen gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde.
Het EPvE borduur t voor t op de Inpassingsvisie van november 2021 en het Beeldkwaliteitsplan van de A44 van april 2022 en wordt, na bestuurlijke vaststelling, toegevoegd aan de contracten voor de realisatiefase. Vanuit de visie zijn ontwerpuitgangspunten en vormgevingscriteria ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit opgesteld. Dit document is opgesteld in samenspraak met betrokken omgevingspar tijen.
Het EpvE dient als contractstuk richting aanbesteding en als toetsingskader voor de verdere uitwerking. De beplanting en groenvoorzieningen worden nader uitgewerkt in een apar t inrichtingsplan.
Indien de opdrachtnemer, om welke reden dan ook, andere kunstwerken moet ontwerpen dan aangegeven in dit document, dan wel randvoorwaarden ontbreken, dan dienen deze in acht name van bepalingen in dit document en naar de geest van de inhoud daarvan te worden ontworpen en gerealiseerd.
9
EPVE A44 INLEIDING 01.12.2023
LEESWIJZER Op basis van het technisch ontwerp (VO), de Inpassingsvisie en het Beeldkwaliteitsplan van de kunstwerken op de A44 zijn er in dit EPvE eisen voor de landschappelijke inpassing en de vormgeving van de kunstwerken opgesteld. Het EPvE heef t een navolgbare verhaallijn volgens het denkmodel ‘The Golden Circle’ van Simon Sinek, of tewel het principe van ‘WHY-HOW-WHAT’. De WHY geef t aan wat de bedoeling is, de HOW de ontwerpprincipes en middelen en de WHAT de manier waarop deze zijn uitgewerkt. Deze wijze van kwaliteitseisen opstellen maakt het mogelijk om zowel de bedoeling achter de eis als de concrete eis vast te stellen. Deze benadering bevorder t dat in de contracteisen het doel en de achterliggende motieven zichtbaar blijven (why). Een hiërarchie in why-how-what stimuleer t ontwerpvrijheid en innovatie. Wanneer een andere technische invulling (een andere what) leidt tot een even goede of zelfs betere invulling van de vraag (why), dan is het project gebaat bij het faciliteren hiervan. In de ontwerpuitwerking wordt de opdrachtnemer verwacht dat deze met innovatieve, duurzame, creatieve en goed te onderhouden ontwerpoplossingen komt. Dit impliceer t dat de opdrachtnemer eventueel met betere of slimmere oplossingen komt dan de eisen toestaan. Het EPvE is een ruimtelijk en esthetisch kader en geen voorlopig ontwerp of bestek.
Daarbij geldt echter; aan why valt niet te tornen, aan how evenmin. Het beoogde resultaat is het creëren van een goede balans tussen het waarborgen van de gewenste ruimtelijke kwaliteit en voldoende ontwerpvrijheid.
Schetsen, tekeningen, referenties en visualisaties in het EPvE zijn bedoeld als toelichting en verbeelding van de eisen en hebben daarmee de status ‘indicatief’. Ook de landschappelijke verbeelding in de visualisaties zijn ‘indicatief’. Ten aanzien van de landschappelijke inrichting en beplanting is het Inrichtingsplan leidend. Het EPvE is onderverdeeld in 5 hoofdstukken. De omschrijving en functie van dit document is ondergebracht in het eerste hoofdstuk. Het bestaat uit een projectbeschrijving, een hoofdstuk waarin het doel en de status van het document wordt duidelijk gemaakt en deze leeswijzer. In hoofdstuk twee wordt een beknopte analyse gegeven van de A44, de omgeving van de rijksweg en de kunstwerken. Het derde hoofdstuk beschrijf t de opgave. Het is een verkenning van de ontwerpkaders van de vervangings- en renovatieopgave van de te vervangen bruggen en viaducten en aansluitend wegtracé.
zijn genummerd per hoofdthema met respectievelijk de ‘W’ en de ‘H’ van why en how verwerkt in de codering. Vervolgens worden de vormgevingscriteria (what-eisen) uitgewerkt in hoofdstuk vier en vijf. De criteria die gelden voor alle kunstwerken, de generieke eisen, worden uiteengezet in hoofdstuk vier bestaande uit twee delen; de landschappelijke inpassing en de kunstwerken. Uitgangspunten die enkel gelden voor specifieke kunstwerken worden verduidelijkt in hoofdstuk vijf in de volgorde van noord naar zuid; Lisserweg, Hoofdvaar t, De Kaagbruggen (incl. de Nieuwerkerker tocht) en het Spoorwegviadukt. De codering van de eisen is opgebouwd per hoofdstuk zodat er geen dubbelingen in codering ontstaan. Het EPvE wordt afgesloten met een bronnenlijst. Dit document is opgesteld in een formaat geschikt voor presentatie op beeldscherm.
Literatuur Inpassingsvisie A44 Beeldkwaliteitsplan A44 Bouwhistorische verkenning & waardestelling: Objecten in de A44 Technisch ontwerp weg- en kunstwerken (VO) ROK en ROA-2019 Programma Natuurnetwerk 20230| aanleg NNN-verbinding Overige bronnen van overheidsinstanties
Esthetisch Programma van Eisen (EPvE) Kwaliteitskader voor de markt Toestingskader Contractstuk richting aanbesteding Ter inspiratie
Inrichtingsplan landschap
projectoverkoepelende eisen WHY-eisen De bedoeling van de ontwerpregels.
De visie (why & how) komt in hoofdstuk vier aan bod. Aan de hand van vier hoofdthema’s wordt de visie uitgelegd; landschap, wegbeeld, architectuur en leefbaarheid (why-eisen). Aan elk hoofdthema worden ontwerpuitgangspunten (howeisen) verbonden. De why- en how-eisen
HOW-eisen Met welke middelen kunnen de bedoelingen worden bereikt?
eisen per objectgroep/kunstwerk WHAT-eisen Aanvullende concrete eisen
↑ THE GOLDEN CIRCLE VAN SIMON SINEK
↑ DIAGRAM LEESWIJZER
10
HOOFDSTUK →
1. ANALYSE In dit hoofdstuk wordt een beknopte analyse gegeven van de rijksweg, de omgeving en de kunstwerken op de A44.
EPVE A44 1. ANALYSE 01.12.2023
12
EPVE A44 1. ANALYSE 01.12.2023
DE DERDE RIJKSWEG VAN NEDERLAND De kunstwerken in dit EPvE zijn allen onderdeel van de A44. In dit hoofdstuk wordt kor t ingegaan op de ontwikkeling van de rijksweg. De A44 is een rijksweg die de A4 bij knooppunt Burgerveen verbindt met Den Haag. De weg loopt parallel aan de kustlijn door de provincies Noord- en Zuid-Holland. De rijksweg is één van de oudste snelwegen van Nederland. De weg, voorheen genaamd Rijksweg 4, stamt uit de jaren ‘30 van de vorige eeuw en is de derde autosnelweg die door Rijkswaterstaat werd aangelegd. Dit in die tijd nieuwe wegtype werd gekenmerkt door gescheiden rijbanen, ongelijkvloerse kruisingen, vaste bruggen (viaducten) en weinig aansluitingen met andere type wegen (bron: Rijkswaterstaat). Door middel van kunstwerken werden lokale (water)wegen overbrugd en werd het onderliggend wegennet ontsloten via compacte toe- en afritten. Lokale (water)wegen en groenstructuren werden met behoud van hun karakteristieke eigenschappen onder de weg doorgetrokken. De rijksweg kwam grotendeels boven het maaiveld te liggen en om het aanzicht te verzachten liet men de taluds begroeien met bomen en struikgewas. Desondanks ontstond er een dominante en markante lijn in het landschap.
Waar de A44 in zijn beginjaren voornamelijk door open landschappen voerde heef t de groei van Sassenheim, Rijnsburg en Oegstgeest in de jaren ‘70 rondom deze plaatsen voor een stedelijk landschap gezorgd.
Het basiswegprofiel van de A44 bestaat uit 2x2 rijstroken. Op deze oude weg ontbreekt de vluchtstrook op veel plekken. Het heef t een krap wegprofiel dat in deze tijd niet meer aan de veiligheidsnormen voldoet. Bovendien zijn een aantal viaducten niet berekend op het toegenomen gewicht van het hedendaagse verkeer. Een aantal kunstwerken op deze verouderde snelweg zijn dan ook aan vervanging toe.
↑ DE BOUW VAN VIADUCT LISSERWEG IN 1935
↑ DE TE VERVANGEN KUNSTWERKEN STAMMEN UIT 1938
13
EPVE A44 1. ANALYSE 01.12.2023
CULTUURHISTORISCHE LANDSCHAPPEN Vanaf de weg wordt de beleving gekenmerkt door een snelle afwisseling van open polderlandschappen en Randstedelijke karakteristieken. Vanaf knooppunt Burgerveen doorkruist de A44 de Haarlemmermeerpolder. Deze polder, een drooglegging die in 1852 gereed was, is een belangrijk cultuurhistorisch landschap. Langwerpige kavels, kaarsrechte watergangen en eindeloze bomenrijen geven de polder een or thogonaal karakter met groene vergezichten. De rijksweg loopt door tot aan de Kaagbruggen over de Ringvaar t. De Ringvaar t vormt de buitengrens van de Haarlemmermeerpolder wat samen valt met de grens tussen de provincies Noord- en Zuid-Holland. Dit deel van de ringvaar t is onderdeel van de westelijke staande mastroute, een belangrijk traject voor recreatie- en beroepsvaar t.
POLDERLINTEN De polderlinten vormen verbindende stelsels in het landschap van de gemeente Haarlemmermeer. Dat geldt zowel voor de polderlinten van het man-made landschap van de Haarlemmermeerpolder als de noordelijke veenweidepolders langs het Oer-IJ. In de Haarlemmermeerpolder vormen de polderlinten een strak rasterpatroon, in de veenweidepolders een organisch stelsel dat samenhangt met de inpolderingsgeschiedenis. De polderlinten dragen bij aan de ontsluiting en waterhuishouding. Ze geven maat en schaal aan het landschap, maken de seizoenswisselingen voelbaar en hebben een prachtige perspectiefwerking. De polderlinten in de Haarlemmermeerpolder als structurerende lijnen die houvast geven aan vier belangrijke opgaven van onze tijd: de ontwikkeling van een duurzaam watersysteem, meer biodiversiteit, een langzaam netwerk en een aantrekkelijke woon- en werkomgeving. De polderlinten worden opgedikt met extra zones met waterelementen, vegetaties, routes voor langzaam verkeer en bijzondere bouwclusters. Dat zorgt voor polderlinten die ruimtelijk meer in evenwicht zijn met de veranderde omgeving en daar nieuwe relaties mee aangaan. Bij de doorontwikkeling is altijd de karakteristieke lineaire opbouw uitgangspunt.
RINGDIJK EN RINGVAART Ten aanzien van de ringdijk en ringvaar t zijn een aantal uitgangspunten leidend. Dit gaat in op de Identiteit, historie en herkenbaarheid van ringdijk en ringvaar t, waarbij historische plekken meer aandacht krijgen en de continuïteit en herkenbaarheid worden versterkt. Verder wordt ingezet op het realiseren van bijzondere plekken en een duurzame dijk. Verdere wordt ingezet op het vergroten van de veiligheid en leefbaarheid op de dijk met ruimte voor recreatie en toerisme langs de oever. KAGERPLASSEN De route voer t verder langs Sassenheim met ten zuiden van de weg de Kagerplassen. Tussen Sassenheim en Warmond zijn de bollenvelden vanaf de weg waarneembaar. OEGSTGEEST EN RIJNSBURG Tussen Oegstgeest en Rijnsburg wordt de A44 voornamelijk omgeven door industrie en stedelijk gebied. Het Spoorwegviadukt bevindt zich hier met ten noorden van de snelweg het industriepark van Akzo Nobel met zijn markante fabrieksgebouwen en ten zuiden Teylingereind, een par ticuliere justitiële jeugdinrichting. Deze gebouwen vormen oriëntatiepunten langs de A44.
↑ DE HOOFDVAART IN DE HAARLEMMERMEER
↑ BOLLENVELDEN
14
EPVE A44 1. ANALYSE 01.12.2023
GROENSTRUCTUUR Daar waar de A44 op het talud ligt is deze met de aanplant van bomen en bosschages een markante structurerende lijn in het landschap. De kunstwerken zijn daarbij terughoudend in het groen ingepast en ondergeschikte elementen in het landschap. Er zijn maar een beperkt aantal doorgangen onder de A44 door. De openheid en het doorzicht van en onder deze kunstwerken zijn belangrijke kwaliteiten ten behoeve van de zichtlijnen en het weidse zicht onder de A44 door. In de Haarlemmermeer ligt de A44 schuin op de polderstructuur wat de orthogonale polderstructuur accentueer t.
Strandwallen
Doordat de A44 op het talud begeleid wordt door bomenrijen, de infrastructurele ingrepen in te passen in het groen en op maaiveld het zicht op de omgeving open te houden wordt de inpassing van de A44 gekenmerkt door een bijzonder beleving met coulissewerking, weidse uitzichten en een afwisselende ervaring op het landschap.
Droogmakerij
Droogmakerij
Veengrond
De grens tussen de zandgronden en de veengronden ligt tegen het gebied van Sassenheim aan, daar waar de A44 al op een talud licht met het “strakke poldergrid van de droogmakerij”. De ringvaar t en de Kaagbruggen vormen geen fysieke of geologische grens maar markeer t slechts alleen de grens tussen Provincie ZuidHolland en Provincie Noord-Holland. De overgang van het landschap langs de A44 bij de Kaagbruggen is nauwelijks merkbaar door de aanwezige boomgroepen. Pas wanneer de snelweg op maaiveld ligt is er weer zicht op de omgeving en is de polder herkenbaar.
De A44 doorkruist een reeks van kenmerkende cultuurhistorische landschappen met het strakke poldergrid van de doorgmakerijen, de lager gelegen veenweidegebieden met de Kagerplassen en schampt de strandwallen waar de bollenteelt floreer t. ↑ DROOGMAKERIJEN, VEEN EN STRANDWALLEN
15
EPVE A44 1. ANALYSE 01.12.2023
KUNSTWERKEN MET VERFIJNDE VORMGEVING In dit hoofdstuk gaan we kor t in op de vormgeving van de kunstwerken op de A44. De te vervangen kunstwerken zullen zich in zekere mate dienen te verhouden tot de reeks bestaande bruggen en viaducten op de rijksweg. We onderzoeken de overeenkomsten en verschillen. In de vormgeving van de zeventien kunstwerken is een tweedeling zichtbaar. De viaducten en bruggen van begin jaren ‘30 zijn op een verfijnde vormentaal; met ranke kolommen, slank dek, uitgewassen beton, bakstenen borstwering, opvallende scharnieropleggingen, naamgeving met keramische letters en stalen handregels. De kunstwerken sluiten aan op de menselijke maat door een verfijnde detaillering, een gelaagd gevelbeeld en het gebruik van metselwerk. Deze kunstwerken zijn van architectonische waarde en dragen bij aan de identiteit en herkenbaarheid van de rijksweg in zijn omgeving.
Een kenmerkende overeenkomst in de architectonische verschijningsvorm van de kunstwerken zijn de markante rolscharnieren waar het dek op ligt. De zichtbaarheid van de opleggingen tussen steunpunt en brugdek, vaak geschilderd in een donkere kleur, zorgt voor het optisch loskomen van het dek. Daarnaast is er veelal een gelaagdheid waarneembaar in het randdetail van het brugdek. Er is een duidelijke opbouw zichtbaar waarin gebruik wordt gemaakt van verschillende materialen en texturen van beton en baksteen.
in een verscheidenheid aan kunstwerken. Het overkoepelende thema is echter de innovatieve geest waarmee de A44, destijds rijksweg 4, is gebouwd. Dit thema van toekomstgericht bouwen zetten we voor t voor de te vervangen kunstwerken in dit EPvE. Waar innovatie in de jaren ‘30 nog werd gericht op constructie en bouwbaarheid zetten we nu in op actuele thema’s in de infrastructurele bouwwereld. Vandaag de dag willen we innoveren op onderwerpen als duurzaamheid, landschappelijke inpassing en natuurinclusief bouwen.
Wat opvalt is dat er ten tijde van de aanleg van de kunstwerken veel is geëxperimenteerd. Tijdens het bouwproces werden nieuwe inzichten over constructieve mogelijkheden of kostenbesparende maatregelen geïmplementeerd bij de nog te bouwen bruggen en viaducten. Dit heef t geresulteerd
↑ ZICHTBAAR ROLSCHANIER VAN HET SPOORWEGVIADUKT
Halverwege de jaren ‘30 is er een overgang in de vormgeving van de kunstwerken waarneembaar. Enkele bruggen worden nog met alle ver fijning gebouwd, maar er vindt ook versobering plaats. Er wordt gebouwd met grote betonnen kolommen, grote gladde betonoppervlakken en naamgeving en handregel ontbreken. Drie kunstwerken die in dit EPvE worden behandeld vallen onder de laatste categorie; de Lisserweg, de Hoofdvaar t en de Kaagbruggen.
↑ GROTE BETONOPPERVLAKKEN BIJ KUNSTWERK HOOFDVAART; HET DEK KOMT OPTISCH LOS VAN DE STEUNPUNTEN
↑ BETONNEN ONDERRAND, METSELWERK BORSTWERING EN STALEN HANDREGEL ZORGEN VOOR EEN GELAAGD GEVELBEELD
16
EPVE A44 1. ANALYSE 01.12.2023
Karakteristiek voor de A44 zijn de kunstwerken met een ver fijnde vormgeving. De aandacht voor detail en menselijke maat, kenmerkend voor de jaren ‘30, is terug te zien in de civiele bouwwerken met een verfijnde vormentaal; met ranke kolommen, slank dek, uitgewassen beton, bakstenen borstwering, opvallende scharnieropleggingen, naamgeving met keramische letters en stalen handregels.
1.
8.
12. 13.
11.
10.
7.
6.
5.
4.
3.
2.
9.
14. 15.
16.
17.
↑ KUNSTWERKEN MET EEN VERFIJNDE VORMGEVING
17
EPVE A44 1. ANALYSE 01.12.2023
A44 EN DE TOEKOMST Het onderhouden van het wegennet is belangrijk voor de veiligheid en doorstroming van verkeer. Infrastructuurprojecten, zoals het vervangen van kunstwerken, hebben echter een aanzienlijke impact op het milieu en de omringende ecosystemen. Daarnaast veroorzaken transpor t gerelateerde activiteiten luchtvervuiling en dragen ze bij aan de uitstoot van broeikasgassen. Om deze negatieve ef fecten te verminderen zet Rijkswaterstaat zich in door duurzame mobiliteit te bevorderen. Duurzame mobiliteit heef t betrekking op transpor tvormen die minder impact hebben op het milieu, zoals het inzetten op uitbreiding wandel- en fietsroutenetwerk, openbaar vervoerverbindingen en duurzame aandrijving van auto’s en vrachtauto’s. Het bevorderen van duurzame mobiliteit kan leiden tot minder uitstoot van schadelijke stof fen en een betere luchtkwaliteit, wat weer positieve gevolgen heef t voor de gezondheid van mens en dier. “Het mobiliteitssysteem draait allang niet meer alleen om bereikbaarheid over de weg. Slimme en schone mobiliteit is minstens zo belangrijk.” (bron: Rijkswaterstaat).
Het behoud van biodiversiteit is ook een belangrijke oplossingsrichting voor de negatieve impact van infrastructuur op het milieu. De aanleg van snelwegen heef t ervoor gezorgd dat landschappen en leefgebieden versnipperd raken. Door bij het ontwerp en de bouw van bruggen en viaducten rekening te houden met de aanwezige ecologie, kunnen kunstwerken dienen als corridors voor dieren en planten om zich te verplaatsen en leefgebieden te verbinden. Dit bevorder t de biodiversiteit en zorgt ervoor dat de natuurlijke habitat behouden blijven.
Door in dit EPvE eisen te stellen aan de kunstwerken op de A44 met betrekking tot duurzame mobiliteit en het behoud van biodiversiteit, kunnen we de negatieve impact op het milieu verminderen en bijdragen aan een duurzamere toekomst. Denk daarbij aan het behoud en realiseren van nieuwe gewenste natuurverbindingen waaronder de NNNverbinding. Op deze manier kunnen we ervoor zorgen dat deze vervangingsopgave niet alleen de mobiliteit verbeterd, maar ook bijdraagt aan het verminderen van CO2 uitstoot en het behoud en herstel van de biodiversiteit.
↑ DUURZAME MOBILITEIT
↑ “INVESTEREN IN NATUUR LOONT” (NATUURVISIE HLM 2040)
18
EPVE A44 1. ANALYSE 01.12.2023
be rg in g
NN
N
Langs de A44 loopt een veelgebruikte fietsroute. Door bij de vervangingsopgave aandacht te besteden aan het aantrekkelijk maken van het fietsroutenetwerk met de daarbij horende dwarsverbindingen, wordt duurzame mobiliteit gestimuleerd. Pi ek
De groene zones langs de A44 zijn plekken met een rijke biodiversiteit. Deze plekken, waar weinig mensen komen en dieren zich thuis voelen, zijn belangrijk om te behouden en in te investeren om bij te dragen aan de biodiversiteit.
↑ FIETSROUTENETWERK EN RIJKE BIODIVERSITEIT
19
HOOFDSTUK →
2. DE OPGAVE In dit hoofdstuk wordt de vervangingsopgave van de kunstwerken beschreven en worden de ruimtelijke en technische kaders uiteengezet.
EPVE A44 2. DE OPGAVE 01.12.2023
21
EPVE A44 2. DE OPGAVE 01.12.2023
VERVANGING EN RENOVATIE Het doel is om de bruggen en viaducten te vernieuwen zodat ze weer voldoen aan de huidige (veiligheids-)normen en bijdragen aan een verbeterde doorstroming van verkeer. Dit geldt voor zowel de A44 als de dwarsverbindingen.
Bij de kunstwerken is rekening gehouden met de mogelijkheid dat de rijksweg ooit in de toekomst verder aangepast dan wel verbreed zou kunnen worden. Bij deze vervangingsopgave houden we rekening met mogelijke toekomstscenario’s. Dit richt zich met name op de uitbreidbaarheid of aanpasbaarheid van de kunstwerken.
De huidige dimensionering van de weg ter hoogte van de kunstwerken is sterk verouderd. Door een krap dwarsprofiel en het plaatselijk ontbreken van vluchtstroken wijkt de rijksweg op punten af van de huidige voorgeschreven wegontwerprichtlijnen (ROA-2019). Voor deze opgave is binnen de ruimtelijke en planologische kaders gezocht naar een maximale optimalisatie van het wegontwerp.
NU
↑ BESTAAND WEGPROFIEL A44
Doordat het wegprofiel van de rijksweg op de te vervangen kunstwerken wordt verbreed en op een aantal locaties wordt verhoogd dan wel verlaagd, wordt het aansluitende wegtracé ook gedeeltelijk aangepast. De eigendomsgrens waarbinnen de aanpassing gerealiseerd dient te worden is echter beperkt. De ruimte tussen de hooggelegen rijksweg en het onderliggend wegennet op maaiveld wordt smaller, waardoor het realiseren van groene taluds zoals het geval is in de huidige situatie, de nodige uitdagingen met zich mee brengt. Zodoende leidt de wegverbreding er toe dat er bij een aantal kunstwerken lange afstanden grondkerende constructies aangebracht moeten worden en wellicht deels in het zicht komen. Daarmee maakt de vervangingsopgave een schaalsprong in het landschap. Niet alleen de vormgeving van de kunstwerken maar ook de vormgeving van de aansluitende delen wegtracé worden behandeld in dit EPvE.
STRAKS
LATER
↑ WEGVERBREDING BINNEN BEPERKTE RUIMTE
↑ MOGELIJK TOEKOMSTSCENARIO KUNSTWERK LISSERWEG
22
EPVE A44 2. DE OPGAVE 01.12.2023
Het vervangen en toekomst klaar maken van de kunstwerken betekent dat de weg op een aantal plekken wordt verbreed, verhoogd ofwel verlaagd om de verkeersveiligheid en doorstroming te verbeteren. Dat heef t tot gevolg dat aansluitende delen wegtracé moeten worden aangepast. De opgave is het landschappelijk inpassen van de nieuwe kunstwerken en de weg binnen de gronden van Rijkswaterstaat.
↑ VERVANGING VAN KUNSTWERKEN HEEFT INVLOED OP AANSLUITENDE DELEN WEGTRACÉ
23
EPVE A44 2. DE OPGAVE 01.12.2023
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING De aanpassing van het wegtracé binnen de gronden van Rijkswaterstaat leidt er toe dat er grondkerende constructies geplaatst moeten worden om het hoogteverschil tussen weg en maaiveld op te vangen. Deze keerwanden zullen zichtbaar worden in het aanzicht en grote impact hebben op de landschappelijke beleving gezien vanuit de omgeving. De landschappelijk inpassing van deze nieuwe elementen in het landschap vraagt hierdoor speciaal aandacht. De vervanging van de kunstwerken maakt zodoende een schaalsprong in het landschap. In dit EPvE stellen we dan ook eisen aan de vormgeving van deze lange keerwanden.
Bij het kunstwerk Lisserweg en het kunstwerk Hoofdvaar t is sprake van een Haarlemmermeeraansluiting; een compacte kruising met op- en afritten die in het verlengde liggen van de rijrichting van de snelweg. Er ontstaat bij dit type aansluiting een minimale hoeveelheid restruimte. Door de beperkte ruimte binnen de eigendomsgrenzen van het rijk krijgen we hierdoor bij het kunstwerk Hoofdvaar t te maken met een dubbele rij grondkerende constructies. Ook dit vraagt extra inpassing om dit goed in te passen in het landschap.
↑ BASISPROFIEL A44
↑ DE VERVANGINGSOPGAVE BINNEN DE BEPERKTE RUIMTE LEIDT TOT KEERWANDEN
eigendomsgrens bestaand wegprofiel nieuw wegprofiel
kunstwerk
↑ BESTAANDE SITUATIE MET GROENE TALUDS
eigendom bestaand nieuw w
keerwand ↑ NIEUWE SITUATIE MET KEERWANDEN IN HET ZICHT; ER TREEDT EEN SCHAALSPRONG OP IN HET LANDSCHAP
kunstwerk
keerwand
24
HOOFDSTUK →
3. VISIE Op basis van de analyse van de rijksweg en de vervangingsopgave van de kunstwerken is er voor dit EPvE een visie geformuleerd. Deze visie vormt het fundament dat onder alle vormgevingsgerichte generieke en locatie-specifieke eisen ten grondslag ligt. Voor een heldere opbouw van de visie (why) maken we gebruik van vier hoofdthema’s; landschap, wegbeeld, architectuur en leefbaarheid. Aan elk thema zijn uitgangspunten (how) verbonden. Deze uitgangspunten vormen de opmaat voor het volgende hoofdstuk waarin de eisen verder worden uitgewerkt in vormgevingscriteria (what) per objectgroep en per kunstwerk.
EPVE A44 3. VISIE 01.12.2023
26
EPVE A44 3. VISIE 01.12.2023
A44 KLAAR VOOR DE TOEKOMST Het doel is om de bruggen en viaducten te vernieuwen zodat ze weer voldoen aan de huidige (veiligheids-)normen en bijdragen aan een verbeterde doorstroming van het verkeer. Dit met behoud van de bestaande dwarsverbindingen in het onderliggend wegennet.
LANDSCHAP
WEGBEELD
ARCHITECTUUR
LEEFBAARHEID
↑ BEHOUD VAN KENMERKENDE LANDSCHAPSSTRUCTUREN
↑ RUSTIG WEGBEELD MET ZICHT OP OPEN LANDSCHAP
↑ VERFIJNDE VORMGEVING VAN KUNSTWERKEN
↑ AANTREKKELIJKE FIETSPADEN EN GROENE BERMEN
Doordat de kunstwerken moeten voldoen aan de huidige normen en richtlijnen komt er meer bij kijken dan puur en alleen vervangen. Om de nieuwe kunstwerken, met een levensduur van een grove 100 jaar, klaar te maken voor de toekomst, dienen we de ruimtelijke kwaliteit van het landschap en het kunstwerk goed op elkaar af te stemmen. We verlengen de technische levensduur én zorgen tegelijk voor een kwalitatieve ruimtelijke inpassing. We maken de A44 klaar voor de toekomst, uiteraard met alle beperkingen in ruimte, fasering, kosten en techniek. Met de renovatie wordt de kans aangegrepen om de beleving van het landschap te versterken, de (verkeers-)veiligheid te verbeteren door een rustig wegbeeld te creëren en nieuwe kunstwerken te realiseren met een herkenbare en ver fijnde architectuur die met grote aandacht voor leefbaarheid zijn ontworpen. Zowel het verkeer op de A44 zelf als in de omliggende gebieden moeten gaan profiteren van de vervangingsopgave. Gezien de kunstwerken allemaal onderdeel zijn van de A44 kiezen we voor een integrale aanpak en een samenhangende vormgeving. Aan de hand van vier hoofdthema’s zijn er uitgangspunten opgesteld die leidend zijn voor de vormgevingscriteria van de kunstwerken.
27
EPVE A44 3. VISIE 01.12.2023
3.1 LANDSCHAP De rijksweg heef t een autonome lijnvoering die een opeenvolging van kenmerkende landschappen doorkruist. In het noorden doorsnijdt de weg het or thogonale raster van polderlinten van de Haarlemmermeerpolder en de noordelijke veenweidepolders. Dit samenspel van de lijnvoering van de A44 en de wisseling van landschappen vormt de leidraad voor zowel de landschappelijke inpassing van de weg als ook de samenhang in de vormgeving van weg en kunstwerken. Die beleving geldt ook voor de hekenbaarheid van de kruising met de Ringdijk en de Ringvaar t en de passage langs de Kagerplassen en de overgang naar de bollenstreek afgewisseld met het meer industriële en stedelijke gebied bij het Spoorviadukt.
↑ TOEPASSEN VAN GROENE TALUDS
↑ BEHOUD LANDSCHAPSSTRUCTUREN
HOW-EISEN
H3.1.1 H3.1.2
Deze afwisseling van deze cultuurhistorische landschappen is waardevol. Voor een continu en leesbaar landschap dient de ingreep van de vervanging van de kunstwerken zich ondergeschikt op te stellen ten opzichte van zijn omgeving.
H3.1.3
H3.1.4 H3.1.5
WHY-EISEN
W3.1.1
W3.1.2
W3.1.3
Behoud de landschappelijke inpassing en het groene karakter van de A44. Behoud en versterk het samenspel tussen de weg en de kenmerkende landschappen van de Haarlemmermeer, de veenweidegebieden, Kagerplassen en de bollenstreek. Behoud de samenhang en continuïteit van de landschappelijke inpassing van de A44.
H3.1.6
H3.1.7
H3.1.8
↑ DE A44 DOORKRUIST HET ORTHOGONALE POLDERLANDSCHAP: VOORKOM VERDERE VERSNIPPERING
Zorg voor een groen aanzicht van de rijksweg, gezien vanaf het onderliggend wegennet en de omgeving, door het toepassen van groene taluds (gras/begroeid). De begroeide taluds reiken tot aan de kunstwerken door middel van het toepassen van (uitwaaierende) keerwanden. Daar waar het door ruimtegebrek niet mogelijk is om begroeide taluds toe te passen dienen de keerwanden te worden verzacht (niet proberen te verbergen) door middel van gelaagde beplanting: geïntegreerd in de wanden en beplanting vóór de keerwanden. Behoud en versterk bestaande landschapsstructuren zoals (oude) polderwatergangen, veenwateringen en markante groenstructuren zoals bomenrijen. Zorg voor een evidente, navolgbare vormgeving en inpassing waarbij taluds onderdeel zijn van het landschap en keerwanden die constructief noodzakelijk zijn qua vormgeving aansluiten bij weg en kunstwerken. Vanuit de navolgbaarheid dienen kunstwerken en aansluitende keerwanden als één constructie te worden beschouwd ze accentueren het vloeiende alignement van de A44; één doorgaande lijn. Keerwanden zijn géén resultante van een civieltechnische maatregel maar hebben een kwalitatief en hoogwaardige uitstraling in relatie tot de cultuurhistorie en het landschappelijke karakter van de rijksweg.
Voer de kenmerkende principes door ten aanzien van beplanting langs de A44 als geheel; de weg flankeren met bomen daar waar deze op een talud ligt, op maaiveld zicht behouden op de omgeving en daar waar ingrepen zijn met kunstwerken of de aansluitingen met andere wegen de infrastructuur omzomen met groen aan laten sluiten op de aangrenzende groenstructuur. 28
EPVE A44 3. VISIE 01.12.2023
29
EPVE A44 3. VISIE 01.12.2023
3.2 WEGBEELD Voor veilige verkeersroutes zijn overzicht, voorspelbaarheid en oriëntatie van belang. Door een rustig en continu wegbeeld te creëren op en onder de kunstwerken dragen we bij aan de verbetering van de verkeersveiligheid en doorstroomcapaciteit. We zetten in op rust, samenhang en overzicht in het wegbeeld. Dit heef t betrekking op zowel de rijksweg (inclusief toe- en afritten) als het onderliggend wegennet. Bij onderdoorgangen is doorzicht van belang. Het gaat daarbij niet alleen om de vormgeving van de kunstwerken, maar het samenspel van alle weggebonden objecten van geleiderail, lichtmasten, cameramasten en schakelkasten. Door dit als een intrgrale opgave op te pakken kunnen deze elementen worden uitgelijnd, gebundeld of gecombineerd worden voor een opgeruimd en rustig wegbeeld.
↑ DOORZICHT ONDER HUIDIG KUNSTWERK HOOFDVAART
Dit biedt ruimte voor een onbelemmerd zicht op de omgeving voor de weggebruiker en zorgt voor zo min mogelijk verstoring van het zicht vanuit de omgeving.
HOW-EISEN
H3.2.1 H3.2.2
WHY-EISEN
W3.2.1 W3.2.2 W3.2.3
Creëer een rustig, voorspelbaar, continu en overzichtelijk wegbeeld. Zorg voor overzicht en doorzicht op en onder de kunstwerken. Vanaf de rijksweg is er zoveel mogelijk zicht op de omliggende omgeving.
H3.2.3
H3.2.4
↑ RUSTIG OVERZICHTELIJK WEGBEELD
Versterk zichtlijnen door het zicht onder de kunstwerken door zo ongestoord mogelijk te laten. Vergroot de voorspelbaarheid en het overzicht bij de onderdoorgangen door uitwaaierende keerwanden te maken die het verkeer als het ware onder de kunstwerken door geleiden. Plaats wegmeubilair in samenhang met elkaar en in samenhang met het wegmeubilair van het aansluitende wegtracé. Zet het ritme en de locatie van inrichtingselementen zoals geleiderails en lichtmasten door. Het leuningwerk op de kunstwerken is een open, ver fijnde en transparante structuur bestaande uit ver ticale stijlen voor zicht op de omliggende omgeving vanaf de rijksweg. 30
EPVE A44 3. VISIE 01.12.2023
31
EPVE A44 3. VISIE 01.12.2023
3.3 ARCHITECTUUR Ten behoeve van de samenhang en de herkenbaarheid van de A44 als lijn in het landschap worden de kunstwerken vorm gegeven met één eenduidige signatuur. Details grijpen terug op de architectonische kwaliteiten van een reeks bestaande kunstwerken uit de jaren ‘30 van de vorige eeuw, zoals de Klinkenbergerbrug. Dit aangepast aan het sober en doelmatige karakter van nu. De details of bouwstenen komen in verschillende vormen terug bij de kunstwerken. Kenmerkend daarbij is het materiaalgebruik en de aandacht voor menselijke maat.
HOW-EISEN ↑ GELAAGDHEID IN RANDDETAIL
W3.3.2 W3.3.3
W3.3.4
W3.3.5
W3.3.6
H3.3.1
H3.3.2
WHY-EISEN
W3.3.1
↑ VERFIJNDE DETAILLERING
Maak kunstwerken met een consistente vormentaal, afwerking en uitstraling. Elk kunstwerk vormt één samenhangend integraal geheel. De kunstwerken zijn bescheiden en ondergeschikt aan het landschap en daarmee terughoudend in vorm, kleur- en materiaalgebruik. Vorm en materiaalgebruik is geïnspireerd op de architectuur van de jaren ‘30 architectuur zonder historiserend te werken. De kunstwerken hebben een ver fijnde detaillering en materialisering aansluitend bij de menselijke maat. Vanwege zicht en doorzicht zijn steunpunten en landhoofden zo slank mogelijk en qua positie afgestemd op maximale transparantie.
H3.3.3 H3.3.4
H3.3.5 H3.3.6 H3.3.7
H3.3.8 H3.3.9
↑ SLUIT AAN OP BESTAANDE ARCHITECTUUR A44
De vormgeving van de kunstwerken wordt samengesteld aan de hand van een reeks architectonische details, bouwstenen, die in verschillende samenstelling toegepast worden en specifieke oplossingen bieden per locatie. De vormgevingscriteria (what-eisen) van de keerwanden, de wandafwerking, de uitwaaierende keerwanden, het randdetail en het leuningwerk, de landhoofden en tussensteunpunten dienen als basis voor verdere uitwerking. Deze details zoals het randelement en leuningwerk dienen uniform te worden toegepast bij de verschillende kunstwerken. Het randelement is in materiaal, vorm en detail gelijksoor tig voor alle kunstwerken. Het draagt bij aan een eenduidig en herkenbaar aanzicht van de rijksweg in zijn omgeving. het brugdek dient optisch ‘los te komen’ van landhoofd en de tussensteunpunten door het randelement en de tussensteunpunten in contrasterend materiaal af te werken en de oplegblokken in het zicht te laten. Tevens versterkt dit de horizontale lijn in het landschap. Dit met als doel het doorbreken van de massaliteit van de keerwanden en het voorkomen van vlakwerking. De steunpunten en veldlengtes bij de Hoofdvaar t en het Spoorviadukt zijn symmetrisch uitgelijnd ten opzichte van de as van respectievelijk de Hoofdvaar t en het spoor. Werk randelementen en (uitwaaierende) keerwanden af met metselwerk in roodbruine kleur.
De detaillering en textuur sluiten aan bij de menselijke maat. Maak randelementen en (uitwaaierende) keerwanden met een gelaagde. Randelementen hebben een betonnen muurafdekker, een invulling van metselwerk en een betonnen onderrand met afschuining. Keerwanden worden afgewerkt met metselwerk en hebben dezelfde muurafdekker als het randelement. De beëindiging van de (uitwaaierende) keerwanden is zorgvuldig vormgegeven. De lijnwerking van het ontwerp dient benadrukt te worden door aan beide kanten van de brug de vlakken van de keerwanden open te werken met lamellen met daar tussen ruimte voor begroeiing. 32
EPVE A44 3. VISIE 01.12.2023
33
EPVE A44 3. VISIE 01.12.2023
3.4 LEEFBAARHEID Gezien de huidige tendensen met betrekking tot klimaatverandering wordt bij de vervanging van de kunstwerken de kans aangegrepen om bij te dragen aan het vergroten van de aanwezige biodiversiteit en houdt rekening met aantrekkelijke verbindingen voor langzaam verkeer. Door aan te sluiten op het bestaande fietsroutenetwerk, aantrekkelijke fietspaden aan te leggen op en onder de kunstwerken en te zorgen voor sociale veiligheid stimuleren we het gebruik van duurzame manieren voor verplaatsing. ↑ SLUIT AAN OP FIETSROUTENETWERK
↑ REALISEER AANTREKKELIJKE FIETS- EN VOETPADEN
Om de biodiversiteit te vergroten wordt beplanting aangeplant waar diersoor ten goed in kunnen gedijen. Bij de indeling van de kunstwerken is rekening gehouden met mogelijke toekomstige aanpassingen in opbouw en maatvoering (adaptief).
HOW-EISEN
H3.4.1
H3.4.2 H3.4.3 WHY-EISEN
W3.4.1 W3.4.2
W3.4.3
Minimaliseer de barrièrewerking van de infrastructuur op het landschap. Houdt rekening met aantrekkelijke verbindingen voor langzaam verkeer met aandacht voor sociale veilgheid. Vergroot de biodiversiteit. Creëer ruimte voor flora en fauna.
H3.4.4 H3.4.5 H3.4.6
↑ VERGROOT BIODIVERSITEIT
Geef voldoende ruimte en voorrang aan de verschillende (langzaam)verkeersroutes door maatvoering, zichtbaarheid en dif ferentiatie in type bestrating voor fiets- en voetgangerspaden in contrast met de weg (in afstemming en aansluiting op bestaand). Zorg voor doorzicht bij onderdoorgangen, een nette uitstraling van de kunstwerken. Verhard het totale oppervlak onder het brugdek voor een opgeruimd uiterlijk, dus ook de ‘berm’ naast het onderliggend wegennet. Voorkom donkere hoeken en toepassen voldoende verlichting indien noodzakelijk ook waar nodig overdag in afstemming met de eisen vanuit ecologie. Gebruik materialen met een lange levensduur, die weinig onderhoud behoeven en mooi verouderen en voorkom of ontmoedig graf fiti. Laat taluds en maaiveld langs de rijksweg begroeien met gebiedseigen beplanting in de vorm van struweel. De beplanting heef t een hoge dichtheid ten behoeve van het bevorderen van de biodiversiteit. Zaai bloemrijke zaadmengsels langs bermen en taluds. 34
EPVE A44 3. VISIE 01.12.2023
35
HOOFDSTUK →
4. GENERIEKE VORMGEVINGSCRITERIA In dit hoofdstuk worden de vormgevingscriteria (what-eisen) omschreven. Voor een helder overzicht hebben we de eisen onderverdeeld in twee groepen. De eerste groep omschrijft eisen omtrent de landschappelijke inpassing van de rijksweg en de kunstwerken. De tweede groep gaat in op de vormgeving van de kunstwerken en de daarbij horende keerwanden.
EPVE A44 4. GENERIEKE VORMGEVINGSCRITERIA 01.12.2023
4.1 LANDSCHAPPELIJKE INPASSING De vormgevingscriteria in dit hoofdstuk gaan over de landschappelijke inpassing van de rijksweg en de inrichting van de weg en het landschap rondom de kunstwerken. Vanuit de visie streven we naar een zo groen mogelijk aanzicht van de rijksweg gezien vanaf het onderliggend wegennet en de omgeving. Voor een rustig en overzichtelijk wegbeeld dient wegmeubilair in samenhang met het aansluitende wegtracé geplaatst te worden. De eisen zijn genummerd en staan in volgorde van belangrijkheid. WEGPROFIEL 4.1.1 De weg dient vormgegeven te worden conform richtlijnen, de weefstroken zijn hier een onderdeel van. Het wegontwerp is leidend. 4.1.2 Kruisende lokale wegen dienen een doorgaande, logische lijn te volgen. TALUDS 4.1.3 Maak taluds met een helling van 1:3. 4.1.4 Waar door ruimtegebrek een helling van 1:3 niet mogelijk is dan een maximale helling van 1:2 toepassen. 4.1.5 Maak taluds tot aan hoogte rijksweg. 4.1.6 In het geval dat door ruimtegebrek er geen talud kan worden toegepast, maar een grondkerende constructie of keerwand, dient er op maaiveldniveau een grondtalud geplaatst te worden tegen de keerwand aan. Voor een zo groen mogelijk aanzicht van de wand wordt het talud en de restruimte vóór de keerwand beplant. De helling van het talud vlakt af op één meter vóór de keerwand.
Deze meter horizontaal maaiveld verbeterd de verankering van de beplanting. 4.1.7 Bij een restruimte van 3m of minder geen talud maken. In plaats daarvan beplanting aanbrengen op horizontaal maaiveld. 4.1.8 Overgangen tussen taluds met verschillende hellingshoeken vloeiend uitvoeren.
↑ MAAK TALUDS MET EEN HELLING VAN 1:3.
↑ VOOR EEN ZO GROEN MOGELIJK AANZICHT LAAG TALUD TOEPASSEN MET BEPLANTING. DE HELLING VAN HET TALUD VLAKT AF OP 1 METER VÓÓR DE KEERWAND.
BERMEN 4.1.9 De invulling van de berm dient te reageren op omgevingskenmerken ter plaatse. 4.1.10 Taluds en bermen inzaaien met gras en gebiedseigen bloemrijke zaaimengsels t.b.v. biodiversiteit.
↑ BIJ EEN RESTRUIMTE VAN 3 METER OF MINDER GEEN TALUD MAKEN. KEERWANDEN KRIJGEN EEN HOOGWAARDIGE AFWERKING.
37
EPVE A44 4. GENERIEKE VORMGEVINGSCRITERIA 01.12.2023
BEPLANTING Deze eisen zijn verder uitgewerkt in het inrichtingsplan maar hier aangehaald om de integraliteit te borgen van de vormgeving van weg en kunstwerken en de landschappelijke inpassing hiervan. 4.1.11 4.1.12 4.1.13 4.1.14 4.1.15
4.1.16 4.1.17
Pas gebiedseigen beplanting toe en handhaaf waar mogelijk bestaande beplanting. Breng struik- en struweelachtige beplanting aan op lage taluds en maaiveld vóór de keerwanden. De struik- en struweelachtige beplanting is gedif ferentieerd in breedte en hoogte voor een natuurlijk aanzicht. Verschillende soor ten planten worden naast elkaar aangeplant voor een afwisselend beeld in kleur en dichtheid. De maximale hoogte van de struik- en struweelachtige beplanting wordt bepaald door de hoogte van de weg-as van de rijksweg. Deze hoogte dient onderhouden te worden om het zicht vanaf de rijksweg niet te belemmeren. Over de lengte dekt de struik- en struweelachtige beplanting de keerwand voor circa 75% af. Over de lengte dekt de struik- en struweelachtige beplanting de keerwand voor circa 50% af in het geval er beplanting op horizontaal maaiveld wordt aangeplant.
WATERGANGEN EN OEVERS 4.1.18 Watergangen dienen een continu profiel te volgen en aan te sluiten op bestaand waternetwerk. 4.1.19 Oevers watergangen buiten kunstwerken vrijhouden van constructies en bezaaien met bloemrijke zaaimengsels t.b.v. biodiversiteit. 4.1.20 Maak waar mogelijk natuurvriendelijke oevers. 4.1.21 Oevers van watergangen onder kunstwerken bestraten met n.t.b. klinkers.
max. 1:2
↑ GROEN TALUD MET MAXIMALE HELLING 1:2
↑ AANZICHT GROEN TALUD: 100% GROEN AANZICHT
max 1:2
1m
1m
↑ BEPLANTING OP LAAG TALUD VÓÓR KEERWAND
↑ AANZICHT KEERWAND MET GEDIFFERENTIEERDE BEGROEIING EN LAAG GROEN TALUD: 75% GROEN AANZICHT
<3m
↑ BEPLANTING OP HORIZONTAAL MAAIVELD
↑ BLOEMRIJKE BERMEN
↑ AANZICHT KEERWAND MET GEDIFFERENTIEERDE BEGROEIING: 50% GROEN AANZICHT
↑ VOORBEELD TALUD MET BEPLANTING
↑ VOORBEELD GEBIEDSEIGEN BEPLANTING: MEIDOORNHAAG
38
EPVE A44 4. GENERIEKE VORMGEVINGSCRITERIA 01.12.2023
VERHARDINGEN 4.1.22 Plaats elementverharding zoals basalton onder het brugdek in de ‘berm’ van het onderliggend wegennet om moddervorming of zandophoping te voorkomen en ten behoeve van een verzorgd en opgeruimd beeld. Deze verharding onderscheidt zich van de verharding van de doorgaande (lokale) weg. 4.1.23 Zet de elementverharding tot 1m buiten het kunstwerk door, d.w.z. 1m buiten de rand van het brugdek, om het uitspoelen/wegspoelen van begroeid maaiveld/talud te voorkomen. 4.1.24 Verspringingen, hellingen of hoogteverschillen in het verharde maaiveld vloeiend uitvoeren.
VERLICHTING RIJKSWEG EN ONDERLIGGEND WEGENNET Onderscheid dient gemaakt te worden tussen de verlichting op de rijksweg en de verlichting van het onderliggend wegennet (de dwarsverbindingen). De verlichting van de onderdoorgangen van de kunstwerken wordt behandeld in hoofdstuk 4.2. 4.1.31 4.1.32 4.1.33
↑ VOORBEELD VAN ELEMENTVERHARDING.
VOERTUIGKERING 4.1.25 Geleiderails en barriers zijn gestandaardiseerd wegmeubilair dat volgens vaste regels wordt geplaatst. 4.1.26 Beëindigingen, overgangen en aansluitingen worden zorgvuldig en eenduidig vormgegeven. 4.1.27 Voor de overgang tussen barrier en geleiderail toepassen standaard overgangselementen. 4.1.28 Overgangen vloeiend uitvoeren. BEBORDING 4.1.29 Materialisering van bebording en bewegwijzering wordt netwerk overstijgend bepaald in aansluiting op standaard vakwerkpor talen die kenmerkend zijn voor het snelwegennetwerk. 4.1.30 Geen bewegwijzeringsborden aan kunstwerken plaatsen.
4.1.34
4.1.35 4.1.36
4.1.37
4.1.38
De rijksweg wordt verlicht middels lichtmasten (dus geen lijnverlichting). Plaats lichtmasten in de buitenberm in aansluiting op het aansluitende wegtracé. Lichtmasten dienen in een logisch en ritmisch patroon geplaatst te zijn en een rustig totaalbeeld op te leveren. Bij toe- en afritten worden lichtmasten in de buitenberm doorgezet in hetzelfde ritme als de rijksweg. Om bij te dragen aan samenhang en continuïteit dienen alle lichtmasten op de rijksweg uitgevoerd te zijn met een gelijkende mast en een gelijkend armatuur, kleurstelling van het licht, in vormgeving, kleur en conservering, als op het aansluitende wegverloop. Hoogte, positie, silhouet, kleur en ritmering van de lichtmasten dienen zorgvuldig en in samenhang ontworpen te worden. Dezelfde masthoogte dient consequent toegepast te zijn in een aaneengesloten reeks. Indien overgang naar een andere hoogtereeks noodzakelijk is, dan dient dit geleidelijk te gebeuren. Lichtmasten op kunstwerken dienen zo veel mogelijk voorkomen te worden en daar waar nodig dient positie afgestemd te worden op totaalontwerp kunstwerk, waarbij voorzieningen zoals consoles aan het dek géén afbreuk doen aan het ontwerp van het gehele kunstwerk. De verlichting van het onderliggend wegennet dient aan te sluiten bij de bestaande situatie van het onderliggend wegennet aldaar (o.a. type armatuur, lichtkleur en lichtmast).
39
15m a
PORTALEN 4.1.39 Plaats por talen in samenhang voor een rustig wegbeeld. 4.1.40 Daar waar mogelijk een doorgaand por taal over het gehele wegprofiel toepassen ten behoeve van beide rijrichtingen. 4.1.41 Wanneer twee por talen op kor te afstand van elkaar worden toegepast waarbij de ene boven de ene rijbaan staat en de andere boven de andere rijbaan moeten deze verspringend ten opzichte van elkaar worden geplaatst met een minimale afstand van 15 meter voor het por taal van de tegenovergestelde rijrichting.
a
EPVE A44 4. GENERIEKE VORMGEVINGSCRITERIA 01.12.2023
(ELEKTROTECHNISCHE) VOORZIENINGEN 4.1.42 Nieuw te plaatsen schakelkasten worden geclusterd en op één lijn geplaatst. De groep wordt geplaatst tussen de por taalpoten of indien het niet past naast het por taal met gelijke tussenafstanden van 60 cm. OVERIGE VOORZIENINGEN 4.1.43 De vormgeving en kleurstelling van alle masten (t.b.v. camera’s e.d.) is hetzelfde als de lichtmasten.
↑ PLAATS LICHTMASTEN IN BUITENBERM.
↑ DOORGAAND PORTAAL TOEPASSEN WAAR MOGELIJK.
↑ TWEE PORTALEN OP KORTE AFSTAND VAN ELKAAR.
15m
VOORZIENINGEN VAARWEG (SEINEN/BEBORDING) 4.1.44 Seinen en bebording dienen geïntegreerd opgenomen te worden en in combinatie met de geleidewerken.
40
EPVE A44 4. GENERIEKE VORMGEVINGSCRITERIA 01.12.2023
4.2 KUNSTWERKEN In dit hoofdstuk worden de vormgevingscriteria (what-eisen) uiteengezet die betrekking hebben op de vormgeving en afwerking van de kunstwerken. Zoals in de opgave is omschreven impliceer t de vervangings- en renovatieopgave van de kunstweken tevens het aanpassen van aansluitende delen wegtracé. Door een krappe berm komen veel keerwanden in het zicht. Deze keerwanden laten we aansluiten op de kunstwerken en worden op deze manier onderdeel van de bruggen en viaducten. De vormgeving en afwerking van de keerwanden wordt daarom in dit hoofdstuk behandeld. Voor de kunstwerken is een kleur- en materiaalstaat opgesteld als bijlage bij dit EPvE. Hierin zijn aanvullende detaileisen opgenomen voor het kleur en materiaalgebruik. Deze eisen vallen onder de WHAT eisen. KEERWANDEN 4.2.1 Keerwand en kunstwerk vormen één samenhangend geheel. 4.2.2 Keerwanden (damwanden of andere grondkerende constructies) worden afgewerkt met een hoogwaardige wandafwerking. De constructieve keerwand is niet zichtbaar. 4.2.3 De wanden dienen ontworpen en gerealiseerd te worden zonder zichtbare verspringingen, knikken en/of andere onregelmatigheden. Dit geldt voor zowel het horizontale als ver ticale alignement. 4.2.4 Keerwanden zijn ver ticale wanden.
4.2.5 De verschillende verschijningsvormen en (combinatie van) van functies van de keerwanden (grondkering, landhoofd, verkeersbegeleiding) gaan geleidelijk in elkaar over. 4.2.6 Het geveloppervlak van keerwand en randelement ligt in hetzelfde vlak zodat keerwand en brugdek op elkaar aansluiten en een samenhangend geheel vormen.
↑ RANDELEMENTEN EN (UITWAAIERENDE) KEERWANDEN WORDEN AFGEWERKT MET EEN HOOGWAARDIGE WANDAFWERKING OM RECHT TE DOEN AAN HET CULTUURHISTORISCHE LANDSCHAP WAARIN ZE ZICH BEVINDEN.
↑ KEERWANDEN ZIJN ONDERDEEL VAN EN SLUITEN AAN OP HET KUNSTWERK.
41
330
100
EPVE A44 4. GENERIEKE VORMGEVINGSCRITERIA 01.12.2023
<1000
500
1000
↑ KEERWAND EN KUNSTWERK VORMEN ÉÉN SAMENHANGEND GEHEEL
42
EPVE A44 4. GENERIEKE VORMGEVINGSCRITERIA 01.12.2023
4.2 KUNSTWERKEN
↑ REFERENTIE HOOGWAARDIGE AFWERKING KEERWAND
300 500
↑ REFERENTIE ZORGVULDIGE AANSLUITING DEK - LANDHOOFD
WANDAFWERKING 4.2.7 De keerwanden worden afgewerkt met voorzetwanden van hoogwaardig materiaal. Onder hoogwaardig materiaal wordt verstaan; een materiaal met textuur, reliëf en kleurschakeringen, opgebouwd uit elementen, zoals metselwerk. 4.2.8 De voorzetwand ligt in hetzelfde vlak als het randelement van het kunstwerk. Zodoende vormen brugdek en keerwand één geheel. 4.2.9 Het metselwerk heef t een hoge architectonische kwaliteit, t.a.v. type steen, voegen, textuur, patroon, verband. 4.2.10 Het metselwerk heef t een roodbruine kleur en een lichte voeg. 4.2.11 Baksteen is licht gemêleerd, niet bont. 4.2.12 Er is sprake van halfsteens of Vlaams verband. 4.2.13 Er wordt geen gebruik gemaakt van een strengperssteen en/of steenstrips. 4.2.14 De detaillering van het metselwerk is hedendaags / eigentijds, niet historiserend. 4.2.15 Onderbrekingen zoals (dilatatie)voegen zijn zorgvuldig ingepast. 4.2.16 De voorzetwanden hebben een rand aan de bovenzijde, een muurafdekker. 4.2.17 De muurafdekker heef t een dikte/hoogte van ca. 10cm. 4.2.18 De muurafdekker is in kleur en textuur contrasterend met het metselwerk. 4.2.19 De muurafdekker is gemaakt van beton of ander materiaal met een monoliete/massieve uitstraling c.q. steen. 4.2.20 Afwatering muurafdekker richting achterkant metselwerk min. 4% om af tekening van regen en vervuiling op metselwerk te voorkomen.
BEËINDIGING KEERWANDEN 4.2.21 Zodra het hoogteverschil tussen de bovenkant van de muurafdekker ten opzichte van het maaiveld minder is dan 50cm wordt de keerwand beëindigd, zie afbeelding op p.42. 4.2.22 De beëindiging heef t dezelfde visuele uitstraling als de muurafdekker; monoliet materiaal met een massieve uitstraling c.q. beton of steen en dezelfde kleur en textuur. 4.2.23 De beëindiging is ca. 90cm lang. 4.2.24 De beëindiging is ver ticaal en heef t een hoogte van 50cm. ↑ AANZICHT MET UITWAAIERENDE KEERWAND
↑ DOORSNEDE VAN HET LANDHOOFD
WANDAFWERKING LANDHOOFDEN 4.2.25 Het constructieve landhoofd onder het brugdek wordt afgewerkt met voorzetwanden. 4.2.26 De voorzetwanden onder het brugdek zijn hetzelfde in vormgeving en materialisering als de keerwanden en het randelement. Zodoende ontstaat er een samenhangend geheel. 4.2.27 In de voorzetwand van het landhoofd wordt middels verbijzondering in het metselwerk (door terugliggende stenen) een horizontale belijning aangebracht om in de massieve wand onder het kunstwerk gelaagdheid en geleding aan te brengen.
↑ HORIZONTALE BELIJNING IN ROODBRUIN METSELWERK
43
EPVE A44 4. GENERIEKE VORMGEVINGSCRITERIA 01.12.2023
1000
UITWAAIERENDE KEERWANDEN 4.2.28 Daar waar taluds kruisen met het onderliggend wegennet worden uitwaaierende keerwanden toegepast in aansluiting op de kunstwerken. Dit is het geval bij kunstwerk Lisserweg, de Kaagbruggen en het Spoorwegviadukt. De uitwaaierende keerwanden worden bij de kunstwerken Hoofdvaar t en de Nieuwerkerker tocht niet toegepast. Bij kunstwerk Hoofdvaar t is door ruimtegebrek nagenoeg geen plek voor taluds. In het geval van kunstwerk Nieuwerkerker tocht is er geen sprake van een onderliggend wegennet. 4.2.29 De uitwaaierende keerwanden star ten bij de onderzijde van het randelement van het brugdek en dalen geleidelijk af tot aan het maaiveld van het onderliggend wegennet. De keerwanden waaieren uit om het verkeer van het onderliggend wegennet onder het kunstwerk door te geleiden. 4.2.30 De radius van de uitwaaierende keerwand wordt bepaald door de beschikbare ruimte maar volgt altijd een vloeiende curve. 4.2.31 Zorg voor een symmetrisch aanzicht van de uitwaaierende keerwanden wanneer het onderliggend wegennet de rijksweg loodrecht kruist. In geval van ruimtegebrek aan één zijde is de radius en hoogte van deze zijde bepalend. Bij een paralellogram in de plattegrond, dus geen loodrechte kruising, wordt hiervan afgeweken. 4.2.32 De uitwaaierende keerwanden staan in verbinding met de voorzetwanden van het landhoofd onder het brugdek.
De overgang tussenbeide vloeiend uitvoeren door de raaklijn van de kromme van de uitwaaierende keerwand in het verlengde van de voorzetwand van het landhoofd te leggen en deze minstens 1m door te trekken voorbij het brugdek, zie afbeelding hiernaast. 4.2.33 De uitwaaierende keerwanden hebben in (boven)aanzicht een dikte van ca. 50cm. 4.2.34 De uitwaaierende keerwanden zijn afgewerkt met dezelfde materialen als de overige voorzetwanden, bestaande uit metselwerk en een betonnen muurafdekker. 4.2.35 De uitwaaierende keerwanden worden afgedekt met een muurafdekker welke de vloeiende lijn van de taludlijn volgt. 4.2.36 De beëindiging is gelijksoor tig als de overige keerwanden waarbij de minimale hoogte van de beëindiging neerkomt op 50cm, zie afbeelding.
500
500
100
1000
1000 ↑ PRINCIPE UITWAAIERENDE KEERWAND
44
WANDAFWERKING 4.2.37 Voor schaalverkleining van grote oppervlakken metselwerk en om mogelijk materiaal te besparen, wordt bij rechte stukken keerwand langer dan 30m worden lamellen toegepast in combinatie met klimplanten (rankers en hechters). 4.2.38 De ver ticale lamellen worden vóór de constructieve keerwand geplaatst. De constructieve keerwand wordt daardoor zichtbaar. Door het perspectief en de snelheid van de weggebruiker is deze niet of nauwelijks zichtbaar. 4.2.39 De hoogte van de lamellen wordt bepaald door het randelement van het nabijgelegen kunstwerk, zie afbeelding. 4.2.40 De afstand tussen het landhoofd van een kunstwerk en de lamellen is minimaal 4m. 4.2.41 De minimale hoogte van de lamellen is 1m. 4.2.42 De lamellen reiken tot aan de grond. 4.2.43 De lamellen hebben een diepte van tenminste 20cm met een onderlinge afstand van ca. 30cm. Klimhulp voor de klimplanten is niet opvallend en terugliggend ten opzichte van de voorkant van de lamellen. 4.2.44 Lamellen zijn afgewerkt in een vergelijkbare roodbruine kleur als het metselwerk.
1M
EPVE A44 4. GENERIEKE VORMGEVINGSCRITERIA 01.12.2023
> 30m min. 4m
↑ VOORZETWAND GAAT OVER IN LAMELLENSTRUCTUUR
↑ VOORBEELDUITWERKING KEERWAND MET LAMELLENSTRUCTUUR BIJ KUNSTWERK HOOFDVAART
45
EPVE A44 4. GENERIEKE VORMGEVINGSCRITERIA 01.12.2023
↑ VOORBEELDUITWERKING KUNSTWERK LISSERWEG MET UITWAAIERENDE KEERWANDEN EN GROENE TALUDS TOT AAN DE ONDERDOORGANG
46
EPVE A44 4. GENERIEKE VORMGEVINGSCRITERIA 01.12.2023
ANTI-GRAFFITI MAATREGELEN 4.2.45 Alle bereikbare oppervlakken van de kunstwerken worden voorzien van een anti-graf fiti coating. 4.2.46 Aanvullende verbijzondering van de wand ter ontmoediging van graf fiti is mogelijk middels lamellen (kleiner in schaal dan in de keerwanden parallel aan de weg), tegelwerk of een grafisch patroon/beeldende kunst. De wand van de onderdoorgang dient daarbij één geheel te vormen en het vlak moet de doorgaande lijn onder de A44 door accentueren. Dit kan bewerkstelligd worden door bijvoorbeeld de kleur van het metselwerk door te zetten in de alternatieve wandafwerking. ↑ DE WAND VAN DE ONDERDOORGANG VORMT ÉÉN GEHEEL
alternatieve wandafwerking
↑ VERBIJZONDERING WANDOPPERVLAK ONDER HET BRUGDEK
↑ LAMELLEN
↑ LAMELLEN
↑ TEGELS
↑ GRAFISCH KUNSTWERK
↑ TEGELWERK
↑ MAAK VERBIJZONDERING IN DEZELFDE KLEURSTELLING VOOR EEN SAMENHANGEND GEHEEL
↑ TEKENING
47
EPVE A44 4. GENERIEKE VORMGEVINGSCRITERIA 01.12.2023
BRUGDEK 4.2.47 In aanzicht is het brugdek een rechte horizontale lijn tussen de landhoofden. Zichtbare knikken of andere discontinuïteiten die dit beeld verstoren zijn niet toegestaan. 4.2.48 Togen en zegen van de liggers aan de onderzijde van het brugdek zijn niet zichtbaar in het aanzicht doordat het randelement aan de onderzijde ca. 2cm uitsteekt. 4.2.49 De onderkant van het brugdek is vlak, geen verspringing door bijvoorbeeld verschil in hoogte van betonliggers. 4.2.50 Indien betonnen liggers worden toegepast dienen deze parallel te liggen in lijn met de wegas. De liggers worden gelijkmatig verdeeld met voegen van gelijke grootte. Voegen zijn maximaal 50mm.
330
a
x
100
630
LISSERWEG
220
>a
↑ PRINCIPE VAN HET RANDDETAIL IN AANZICHT EN DOORSNEDE. MAATVOERING VAN RANDDETAIL IS INDICATIEF.
> 500
RANDDETAIL 4.2.51 De hoogte van het randelement is de som van de dikte van het dek en de hoogte van de schampkant. Het randelement dekt dek en schampkant af. 4.2.52 Het randelement is opgebouwd uit prefab elementen van beton welke gedeeltelijk zijn ingelegd met metselwerk. 4.2.53 Het randelement is opgebouwd uit prefab elementen van beton voorzien van metselwerk. 4.2.54 De lengte van een randelement is ca. 2 meter. 4.2.55 De prefab randelementen hebben per kunstwerk een vaste breedtemaat. Afhankelijk van de overspanning van het brugdek wordt een opdeling gemaakt zodat de randelementen, en zodoende de dilatatievoegen tussen de elementen, een consequent ritme volgen. Dit geef t een rustige uitstraling. Paselementen vanwege lengte brugdek en dilataties zijn mogelijk maar dienen in samenhang vormgegeven te worden en bij te dragen aan een rustig beeld. 4.2.56 De bovenrand van het randelement, of tewel de muurafdekker, is uitgevoerd in beton. De bovenrand heef t een dikte van circa 10cm. 4.2.57 De onderrand van het element is een ‘latei’ of drager van beton met een hoogte van circa 0,33m. Voor alle kunstwerken geldt deze vaste hoogte van de onderrand van het randelement. 4.2.58 Tussen muurafdekker en drager wordt het randelement afgewerkt in metselwerk. De hoogte is variabel en is afhankelijk van de hoogte van het brugdek. Dit verschilt dus per kunstwerk.