CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Concept Ontwikkelperspectief NZKG versie 21 september 2023

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 21 december 2023, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Zienswijze concept Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied (10192678) (21 november)25.204 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied Samen sturen op transities van nationaal belang Product van de NOVEX-aanpak NZKG, concept #3, versie 21 september 2023

Inhoudsopgave Bestuurlijke opdracht Korte versie van het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied

3

H1 Nieuw perspectief

11

1.1 Verschillende transities tegelijk 1.2 NOVEX-aanpak NZKG 1.3 Regionale samenwerking 1.4 Een gezamenlijke richting voor verdere ontwikkeling 1.5 Leeswijzer

4

12 14 16 18 19

H2 Haven- en industriegebieden

20

H3 Stedelijke omgeving

31

H4 Landschap en watersysteem

40

2.1 Economische waarden 2.2 Opgaven 2.3 Ambitie 2.4 Wat is er nodig voor deze ambitie?

3.1 Stedelijke omgeving 3.2 Opgaven 3.3 Ambitie 3.4 Wat is nodig voor deze ambitie?

4.1 Landschap en watersysteem 4.2 Opgaven 4.3 Ambitie

H5 Onze koers

49

H6 Samenwerking

79

Proces van totstandkoming Noten Colofon

81 83 85

5.1 Snelle economische transitie 5.2 Gezondere leefomgeving 5.3 Klimaatadaptieve landschappen 5.4 Eén koers, één gemeenschappelijk richting

50 59 63 71

21 21 22 24

32 32 35 37

41 43 47

2

Bestuurlijke opdracht

Dit Ontwikkelperspectief NZKG is opgesteld in het kader van de NOVEX-aanpak NZKG, onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het Bestuursplatform NZKG en het ministerie van EZK. Rijk en regio hebben de afgelopen jaren drie bestuurlijke opdrachten gegeven: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), deze werd nader uitgewerkt in het NOVEX-programma, en het Verstedelijkingsconcept MRA.

Nationaal: NOVI en NOVEX (2020-2022) In de Nationale Omgevingsvisie wees het kabinet het Noordzeekanaalgebied aan als ‘NOVI-gebied’. Het bevestigde hiermee het belang van het Noordzeekanaalgebied voor ‘grote en geïntegreerde (transitie)opgaven in de fysieke leefomgeving’, waarbij ‘nationale belangen onmiskenbaar’ zijn.1 De opgaven in deze NOVI-gebieden vragen om een gezamenlijke aanpak van overheden en andere partijen. In 2022 volgde het NOVEX-programma. Hierin legde het kabinet extra nadruk op versnellen van de uitvoering, het versterken van de ruimtelijke regierol van het Rijk en het vernieuwen van de samenwerking in de (uitvoerings)relatie met provincies én in gebieden.2 Het NOVI-gebied werd omgedoopt tot NOVEX-gebied. ‘In dit NOVEX-spoor werken Rijk en regio gezamenlijk aan een ontwikkelperspectief, uitvoeringsagenda en uitvoeringsafspraken per gebied’.3

economie en ecologie bij elkaar.4 Begin 2022 is het verstedelijkingsconcept onderschreven door de gemeenteraden, de twee Provinciale Staten en de waterschapsbesturen in de regio. Voor de complexe opgaven in het Noordzeekanaalgebied was een nadere integrale uitwerking nodig. Hiertoe hebben Rijk en regio bij de vaststelling van het verstedelijkingsconcept de bestuurlijke opdracht gegeven voor een gebiedsgerichte uitwerking voor het Noordzeekanaalgebied. Bij voldoende draagvlak en na regionale vaststelling wordt dit ontwikkelperspectief opgenomen in de Verstedelijkingsstrategie MRA en er onderdeel van gemaakt. Hoe gaan we verder? Na het vaststellen van dit ontwikkelperspectief, worden bijbehorende uitvoeringsagenda en regionale investeringsagenda uitgewerkt voor de zomer van 2025. Het ontwikkelperspectief zelf wordt herijkt in 2027, waarna het wordt verwerkt bij de actualisatie van de provinciale Omgevingsvisie in 2028. De partijen die betrokken zijn bij het maken van het Ontwikkelperspectief houden contact in het Bestuursplatform Noordzeekanaalgebied. Van partijen wordt verwacht dat zij hun acties en ingrepen in de ruimte conformeren aan het ontwikkelperspectief, zij kunnen elkaar daarop aanspreken.

Regionaal: Verstedelijkingsconcept MRA (2021) In 2021 bereikten het Rijk en de Metropoolregio Amsterdam overeenstemming over het Verstedelijkingsconcept MRA. Daarin komen keuzes op het gebied van leefkwaliteit, woningbouw, werklocaties, mobiliteit, landschap, energie, water, circulaire

3

Korte versie van het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied

150 jaar geleden is het Noordzeekanaal gegraven tussen Amsterdam en de Noordzee. Sindsdien is het Noordzeekanaal de economische drager van deze regio. Rond het Noordzeekanaal zijn grote haven- en industriegebieden gebied ontwikkeld met een sterke economie, zijn steden tot groei gekomen, en is een landschap gevormd met een watersysteem dat dit gebied verbindt. De regio bestaat uit drie deelgebieden met elk een eigen karakter: In de IJmond domineert de (offshore)industrie en visserij, in de Zaanstreek voedselindustrie, en de Amsterdamse haven is groot in import, opslag en vervoer van brandstoffen. De komende decennia is het Noordzeekanaalgebied van groot belang voor een aantal grote transities in Nederland: • Onze haven- en industriegebieden voeren een economische transitie naar groene brandstoffen, een snelle verduurzaming van onze industrie en circulaire economie; • In de regio is een grote behoefte aan woningbouw, in combinatie met een gezondere leefomgeving; • Klimaatverandering agendeert nieuwe uitdagingen voor de toekomst, zoals verzilting, en periodes met te veel of te weinig water. De regio moet zich daar op voorbereiden. Om al deze opgaven en ambities de komende decennia tegelijk en zo optimaal mogelijk in het Noordzeekanaalgebied te realiseren, werkt deze regio samen met het Rijk vanuit één integrale aanpak: het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied.

Dit is de richting die wij de komende jaren gaan uitwerken. Het ontwikkelperspectief begint bij de ontwikkeling van een nieuwe drager voor dit gebied; het Noordzeekanaalgebied wordt deel van de nieuwe energiehoofdstructuur van Nederland. Deze

nieuwe drager legt de basis voor de verduurzaming van onze industrie, de productie van groene brandstoffen en de ontwikkeling van een circulaire economie. Tegelijk draagt deze transitie bij aan een gezondere leefomgeving in de regio en helpt het om klimaatverandering tegen te gaan. Deze nieuwe drager begint vanuit de Noordzee waar grote windparken worden aangelegd, waarvan delen via zeekabels op het Noordzeekanaalgebied worden aangesloten. De eerste zeekabels worden nu al aangelegd en aangesloten op een nieuwe transformator van 23 hectare bij Wijk aan Zee, maar dat is slechts het begin. De komende jaren zijn grote ruimtelijke inpassingen nodig voor de ontwikkeling van deze nieuwe energiehoofdstructuur. Er volgen meer aansluitingen van zeekabels naar het Noordzeekanaalgebied en nieuwe grote transformatoren die nodig zijn om het elektriciteitsnetwerk te versterken. Dit vraagt om een zorgvuldige inpassing in het landschap. In onze havengebieden komen nieuwe importhavens voor waterstof, worden elektrolysers gebouwd voor de productie van waterstof, en worden de haven- en industriegebieden aangesloten op een nieuw ondergronds netwerk voor waterstof. De industrie in deze regio kan hiermee overschakelen van fossiele brandstoffen naar groene elektriciteit en waterstof. Zo wordt de omgeving in het Noordzeekanaalgebied schoner en gezonder.

Tata Steel heeft de ambitie om zo snel als mogelijk om te schakelen naar een nieuwe manier van staal maken. Daarmee verbetert de leefomgeving. Tegelijk is de ambitie voor een gezondere leefomgeving meer dan alleen een effect. Overheden hebben gezamenlijk de verantwoordelijkheid om zorg te dragen voor een gezonde leefomgeving voor omwonenden. Provincie en gemeenten zetten daarom optimaal in op hun verantwoordelijkheid als bevoegd gezag en spreken het

4

Rijk aan voor verbetering van wet- en regelgeving. Voor de aanleg van deze nieuwe energiehoofdstructuur is naar schatting 60 tot 350 hectare aan fysieke ruimte nodig. Wanneer we optimaal gebruik maken van de fysieke ruimte in de haven- en industriegebieden, is er voldoende ruimte in het Noordzeekanaalgebied. Na de transitie van Tata Steel komt in Westpoort in Amsterdam ruimte vrij, die nodig is voor onderdelen van de nieuwe hoofdstructuur. Dit kan alleen als deze ontwikkelingen zich goed verhouden tot de ambities voor een gezondere leefomgeving in de IJmond. Energietransitie-ontwikkelingen, zoals het werken met groene brandstoffen vragen om aandacht voor omgevingsveiligheid. In het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied wordt verruiming van de beschikbare risicoruimte geagendeerd in gebieden waar dat verantwoord kan. De beschikbare risico ruimte kan worden geborgd met de nieuwe vaststelling van een veiligheidscontour5. Daar waar deze veiligheidscontour eventueel gemeentegrenzen overschrijdt, is regionale samenwerking tussen gemeenten nodig. Daarnaast worden met de invoering van de Omgevingswet aandachtsgebieden geïntroduceerd. Deze aandachtsgebieden werken door in de ruimtelijke ordening van de gemeenten, wat een goede communicatie over de verantwoorde acceptatie van risico’s noodzakelijk maakt.

Door verruiming van risicoruimte kan het bestaande haven- en industriegebied ruimtelijk intensiever worden gebruikt en kan landschap in de toekomst worden gespaard. Voor woningbouw op en rond haven- en industriegebieden maakt deze regio afspraken voor de toekomst. Dat is nodig, omdat bij een te snelle transformatie van haven- en industriegebieden

(door verplaatsing van bedrijven) er onvoldoende ruimte blijft voor de inpassing van de energietransitie en circulaire economie. Voor woningbouw zetten wij in op de transformatieprojecten die al in gang zijn gezet of in voorbereiding genomen kunnen worden. Voor verdere ambities wordt om de vier jaar gezamenlijk afgestemd of verdere transformatie van de haven- en industriegebieden mogelijk is. Deze regio geeft extra prioriteit aan stedelijke vernieuwing van naoorlogse wijken, waar de leefbaarheid sociaal en fysiek om aandacht vraagt. Verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving vraagt om integrale investeringen in wijken, in combinatie met woningbouw en het versterken van nabijgelegen groene gebieden. Amsterdam en Zaanstad werken hier al aan met de stedelijke vernieuwing van Amsterdam Nieuw-West en plannen voor Zaandam Oost. Voor de IJmond ontbreekt een dergelijke aanpak nog. Deze integrale aanpak wordt de komende jaren gezamenlijk opgesteld door de gemeenten in de IJmond, met steun van de provincie en het Rijk. Hierbij kan mogelijk een koppeling gemaakt worden tussen de verduurzaming van de industrie en die van de stedelijke omgeving, door de vrijkomende industriewarmte bij de productie en verbranding van waterstof aan te sluiten op warmtenetten. De effecten van klimaatverandering hebben grote impact op de regio en het watersysteem staat onder druk.

Om het watersysteem te ontlasten werken we voor al onze opgaven vanuit het principe van water en bodem sturend. Dat betekent: anticiperen op zeespiegelstijging, verzilting voorkomen, rekening houdend met droge periodes met tekorten aan zoet water en met periodes met teveel water door hevige buien. Bij alle nieuwe opgaven moeten wij rekening houden met de gevolgen voor de waterkwaliteit, ons watergebruik verminderen en bij bouw van vitale

5

functies overstromingsrisico’s beperken. Ook moet er rond het Noordzeekanaal ruimte gemaakt worden in diepe polders om in de toekomst snel overtollig water te bergen. Ook het landelijk gebied gaat in transitie. Deze transitie is gericht op het versterken van het water- en bodemsysteem en natuurwaarden en het vergroten van de biodiversiteit. Bij noodzakelijke ruimtelijke inpassingen, zoals transformatoren voor het elektriciteitssysteem, houden we rekening met een goede landschappelijk inpassing, herstel van ecologische en recreatieve verbindingszones en het bijdragen aan ecologisch herstel. Rijk en regio zetten dit ontwikkelperspectief nadrukkelijk in om het groene landschap te versterken. Specifiek voor de Houtrakpolder, waar nog een ruimtelijke reservering ligt voor een mogelijk havenbekken in de toekomst, zet het ontwikkelperspectief een eerste stap in een andere richting waarin een nieuw havenbekken niet meer nodig is. De diepe, verzilte Houtrakpolder is mogelijk een strategische plek voor toekomstige waterberging in combinatie met ecologische versterking en, indien klimaatadaptief ontwikkeld, een 380 kV transformator die belangrijk is voor de verduurzaming van de industrie. De reservering voor een havenbekken kan pas worden opgegeven als onderdelen van dit Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied (bijna) zijn gerealiseerd.

De voorwaarden voor het definitief opgeven van deze reservering zijn: • Er is voldoende ruimte voor inpassing van de energietransitie, en cruciale delen daarvan zijn al in het landschap ingepast, waarbij versterking van het landschap wordt gerealiseerd; • Er is voldoende nautische en fysieke ruimte in de haven- en industriegebieden;

• •

Er is voldoende milieuruimte (met name risicoruimte) vrijgemaakt voor de energie- en circulaire transitie; De Energiehaven is gerealiseerd en de plus-ambitie voor later is een realistisch vervolg.

Met deze onderdelen gaat de regio aan de slag. In 2027 actualiseren wij Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied, omdat de dynamiek in het Noordzeekanaalgebied groot is en bijsturen nodig is in een snel veranderende wereld. Alleen door samenwerking en in samenhang kunnen ambities waargemaakt worden. Daarvoor is ook menskracht en kennis nodig. Overheden en bedrijfsleven werken daarom aan talentontwikkeling en innovatiemogelijkheden. Partijen zijn bereid om elkaar te helpen bij deze opgaven die een gemeenschappelijk belang dienen. Door deze samenwerken en coördinatie kan in het Noordzeekanaalgebied in de toekomst meer maatschappelijke waarde worden gerealiseerd. Zo blijft het Noordzeekanaalgebied een gebied van grote economische en maatschappelijke waarde voor de opgaven in Nederland. Daarvoor hebben Rijk en regio één gezamenlijk richting: het integraal Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied. Dat is onze koers voor de komende jaren.

6

Het Noordzeekanaalgebied in 1870, bron topotijdreis, bewerkt door gemeente Amsterdam

Het Noordzeekanaalgebied in 1920, bron topotijdreis, bewerkt door gemeente Amsterdam

Het Noordzeekanaalgebied in 1975, bron topotijdreis, bewerkt door gemeente Amsterdam

Het Noordzeekanaalgebied in 2022, bron topotijdreis, bewerkt door gemeente Amsterdam

H1 Nieuw perspectief

1.1 Verschillende transities tegelijk

Het Noordzeekanaalgebied is één van de vijf grote industriële clusters van Nederland. De aanwezige havens en industrie leveren jaarlijks miljarden aan toegevoegde waarde op voor de regionale en nationale economie, bieden werkgelegenheid en vormen een belangrijk nautisch en logistiek knooppunt in Nederland en Noordwest-Europa. Gezamenlijk vormen de havengebieden aan het Noordzeekanaal de tweede haven van Nederland en de vierde haven van Europa. Traditioneel groot in staal, voedselverwerking, agribulk, bouwgrondstoffen en fossiele brandstoffen. De opening van de grootste zeesluis ter wereld, de Zeesluis IJmuiden, maakte de havens van het Noordzeekanaalgebied klaar voor de toekomst. De afgelopen jaren zijn daar andere grote opgaven bijgekomen die vragen om een integrale aanpak van Rijk en regio samen. Een belangrijke opgave waar Rijk en regio al hard aan werken is de energietranstie. Hiervoor zijn grote investeringen en veel ruimtelijke inpassingen nodig: grote windparken in zee, aansluitingen van zeekabels naar dit gebied, forse transformatoren om het elektriciteitsnet te versterken, havens voor waterstof import, electrolysers voor waterstofproductie, en fabrieken voor groene circulaire brandstoffen. Naast deze verduurzaming naar groene brandstoffen maken bedrijven en industrie ook een ontwikkeling door naar een circulaire economie.

De haven- en industriegebieden in het Noordzeekanaalgebied zijn cruciaal voor het realiseren van de Nederlandse energietransitie en in de transitie richting een circulaire economie. Dit vraagt de komende jaren om voldoende fysieke ruimte en milieuruimte. Daarbij is er economisch een andere wind komen waaien. Tijden van grote economische groei en consumptie zijn voorbij en structurele tekorten op de arbeidsmarkt beperken onze economische

ontwikkeling. Dit maakt economische transitie niet eenvoudiger6, maar de havenfunctie is en blijft wel een unieke en bepalende factor van dit gebied. Door schaarste aan woningen is woningbouw een hoge prioriteit. Een deel van de havengebieden en bedrijventerreinen zijn in beeld als toekomstige bouwlocatie voor ongeveer de bouw van ongeveer 110.000 woningen in transformatiegebieden, zoals in Haven-Stad (Amsterdam), de Achtersluispolder en het Hembrugterrein (Zaandam) en de Spoorzone (Beverwijk). Tegelijkertijd herbergt het Noordzeekanaalgebied ook een aantal kwetsbare wijken waar een verouderde woningvoorraad samenvalt met sociaaleconomische problematiek. Klimaatverandering is een nieuwe urgente opgave in het Noordzeekanaalgebied. De grenzen van ons watersysteem zijn bereikt. Deze worden onder andere zichtbaar bij langdurige droge periodes, bij extreme regenbuien, in verwachtingen over zeespiegelstijging en in de toename van verzilting van bijvoorbeeld het Noordzeekanaal. Beschikbaarheid van zoet water is niet meer vanzelfsprekend, net als de toevoer van voldoende rivierwater naar deze regio. Het groene landschap in het Noordzeekanaalgebied kan een bijdrage leveren aan klimaatadaptatie, bijvoorbeeld door meer zoetwater vast te houden in de bodem. In het landelijke gebied is een transitie nodig. Systeemherstel is hier noodzakelijk.

Naast klimaatbestendigheid en sociaaleconomische vitaliteit gaat het om het versterken van het water- en bodemsysteem, versterken van natuurwaarden en vergroten van de biodiversiteit.

12

13

Terwijl meerdere transities tegelijk aandacht vragen in het Noordzeekanaalgebied, moeten ook grote stappen worden gezet om te komen tot een gezondere leefomgeving in deze regio. Hoge uitstoot van CO2 en schadelijke stoffen, zoals stikstof en fijnstof, moeten sterk verminderd worden. Op plaatsen waar industrie en inwoners elkaar raken, doen zich op het gebied van gezonde leefomgeving knelpunten voor. Dit speelt in meer gebieden in Nederland en de IJmond is daar een sprekend voorbeeld van. Door de stapeling van verschillende opgaven en uiteenlopende ambities is het Noordzeekanaalgebied de afgelopen jaren vast komen te zitten in een aantal dilemma’s. Het dilemma tussen woningbouwambities en de behoefte aan ontwikkelruimte voor de haven; het dilemma tussen de waarde en bescherming van het groene landschap met zijn natuurwaarden en recreatiegebieden, en de toekomstige behoefte aan ruimte voor waterberging en extra ruimte voor de energie- en circulaire economie; en het dilemma tussen een gezonde leefomgeving en economische ontwikkeling. Met de vele opgaven en transities die de komende decennia op het gebied afkomen, liggen er diverse grote opgaven die vragen om een integrale aanpak. Voor deze integrale aanpak van het Noordzeekanaalgebied zijn partijen de afgelopen periode met elkaar in gesprek gegaan en zijn ze tijdens het proces van de NOVEX-aanpak NZKG naar elkaar toegegroeid.

Het resultaat hiervan is het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied, als product van deze gebiedsgerichte aanpak. Het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied is een koersdocument dat richting geeft aan een gezamenlijke integrale aanpak van Rijk en regio7. Het Ontwikkelperspectief

Noordzeekanaalgebied start met een introductie van onze NOVEX-aanpak (paragraaf 1.2). Deze aanpak richt zich op de waarde van regionale samenwerking, met steun van het Rijk voor de komende decennia (paragraaf 1.3). De nadere uitwerking wordt beschreven in paragraaf 1.4.

1.2 NOVEX-aanpak NZKG

Verbreding van de scope De eerste stap van integrale aanpak van de NOVEXNoordzeekanaalgebied was een radicale scopeverbreding in de samenwerking binnen het Noordzeekanaalgebied. Om de bovengenoemde transitie-opgaven de komende jaren door te voeren is een integrale samenhangende aanpak nodig op tenminste de volgende zeven thema’s: Stedelijke leefomgeving 1. Gezonde leefomgeving 2. Woningbouw Haven- en industriegebieden 3. Energietransitie 4. Circulaire economie 5. Haven en industrie Landschap en watersysteem 6. Landschap en ecologie 7. Water en klimaatadaptatie De scope-verbreding past in een reeks van bestuurlijke stappen voor meer samenwerking in het Noordzeekanaalgebied. Het eerste Masterplan NZKG (1995) en later het geactualiseerde Masterplan (2001) agendeerden slechts één opgave: het benutten van de kracht van de haven- en industriegebieden voor

14

werkgelegenheidsgroei en het economisch verdienvermogen van Nederland. In de daaropvolgende Visie NZKG 2040 (2013) werd deze scope aangevuld met woningbouw, met name de transformatieplannen in de haven- en industriegebieden. Waar binnen het Bestuursplatform in het verleden de primaire focus lag op de havens en industrie in het gebied, is nu een bredere blik nodig die nadrukkelijk de relatie legt tussen de haven- en industriegebieden, de stedelijke omgeving en het landschap en watersysteem. De opgave mobiliteit & bereikbaarheid is ook van groot belang voor de Noordzeekanaalgebied. Ook hier is sprake van een transitie, voor zowel personen- als voor goederenvervoer in de MRA en daarbuiten. Samenhangende keuzes op het gebied van personenvervoer, infrastructuur, duurzame mobiliteit en verstedelijking worden in deze regio gemaakt op het grotere schaalniveau van de MRA, via de NOVEX-aanpak MRA (voorheen MRA Verstedelijkingsstrategie), het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) en de MIRT Goederenvervoercorridor Zuid. Essentiële opgaven op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid, zoals de verbinding tussen de A8 en de A9, de aanpak van de A22 en de aanleg van de HOV ZaanIJ, worden geagendeerd en in samenhang uitgewerkt in de NOVEX-aanpak MRA.

Het goederenvervoer wordt uitgewerkt in deze NOVEX-aanpak Noordzeekanaalgebied, vanwege het belang voor de havenactiviteiten en de interactie van gevaarlijke stoffenroutes met omliggende bebouwing. Multiplayer tetris game Een tweede stap van de NOVEX-aanpak NZKG is ons perspectief op het gebied. In de landelijke NOVEX-aanpak wordt vaak

gesproken over ‘het leggen van de puzzel’. Maar zo eenvoudig zijn de opgaven in het Noordzeekanaalgebied niet. Door de hoge dynamiek veranderen onze ‘puzzelstukjes’ van plannen, ambities en opgaven zeer snel van vorm. Zo is de ambitie voor waterstofproductie in het gebied in anderhalf jaar minimaal 10 en in het maximale scenario 25 maal groter geworden, zijn technieken voor waterstof nog in ontwikkeling en werken signalen van klimaatverandering als ruimtelijke gamechangers in het gebied. Door de hoge dynamiek in het gebied en een context van grote onzekerheid zal stapsgewijs en adaptief langs een aantal transitiepaden, zoals een afbouwstrategie, gewerkt moeten worden. Op deze manier wordt duidelijk wanneer welke besluiten mogelijk en nodig zijn om de beoogde doelen te halen. Dat begint met het uitzetten van deze gemeenschappelijke koers.

Multiplayer Tetris Game

15

Om de dynamiek en het effecten van inpassingen in het Noordzeekanaalgebied te begrijpen, is ons perspectief op het Noordzeekanaalgebied dat van een spel met verschillende spelers. Rijk, regio en partners spelen in een Noordzeekanaalgebied een soort mega multiplayer tetris game, waarin de spelers op één en hetzelfde bord, het Noordzeekanaalgebied, de eigen opgaven en ambities proberen te realiseren. In deze metafoor zijn zes van de zeven thema’s ruimtevragende opgaven die boven het bord hangen. Deze dynamische opgaven veranderen in de tijd van omvang en concurreren met elkaar om de benodigde ruimte en milieuruimte voor inpassing. In de loop der tijd komt af en toe ruimte vrij voor nieuwe opgaven, onder andere door economische transities zoals de uitfasering van steenkoolvelden of doordat oude industrieën stoppen en niet meer herinvesteren8. De zevende opgave, een gezonde leefomgeving, creëert een context van eisen en verwachtingen voor alle nieuwe opgaven op het gebied van veiligheid, leefbaarheid en gezondheid en is daarmee randvoorwaardelijk voor de invulling van de andere zes opgaven. Het dus als het ware als een paraplu boven het spel. De metafoor van het Tetris-spel benadrukt de sterke onderlinge afhankelijkheden in het Noordzeekanaalgebied. De ambities van de ene partij kunnen contraproductieve effecten hebben op de handelingsmogelijkheden van andere partijen.

Een windmolen die past in de Regionale Energiestrategie kan woningbouw in een nabijgelegen gemeente beperken. Of de milieucontouren rond een nieuw transformatorstation kunnen de omringende gebiedsontwikkeling onmogelijk maken. Een te snelle transformatie van havengebieden voor woningbouw kan leiden tot een cascade van ongewenste effecten in het gebied, waardoor geen enkele transitie succesvol is. Door te snelle verplaatsing van bedrijven naar de resterende ruimte in havengebieden blijft er onvoldoende fysieke en milieuruimte over voor het inpassen van de energie- en circulaire transitie. Dit levert een conflict

op met de opgaven voor klimaatadaptatie, water en landschap en het beschermen van natuurwaarden en ruimte voor recreatie.

1.3 Regionale samenwerking

De economie van de speltheorie laat zien dat als partijen een spel met sterke onderlinge afhankelijkheden, zoals in het Noordzeekanaalgebied, spelen vanuit eigenbelang, de uitkomsten voor de maatschappij suboptimaal zijn. Als partijen elkaar vertrouwen en bereid zijn tot samenwerking ontstaan kansen voor een hoger maatschappelijk resultaat. Samenwerking voor een hoger maatschappelijk resultaat vraagt van partijen dat ze zich af en toe inhouden, zelfbindende afspraken maken en zich committeren aan gezamenlijke spelregels. Bestuurlijke samenwerking geeft partijen de kans om voor elkaar optimalere condities te creëren om in de toekomst meer maatschappelijke waarde in het Noordzeekanaalgebied te realiseren. Dit Ontwikkelperspectief voor het Noordzeekanaalgebied is hierin een eerste stap. In dit spel in het Noordzeekanaalgebied, met grote onderlinge afhankelijkheden, staan alle spelers voor de keuze. Spelen zij het spel tegen elkaar en kiezen zij voor eigenbelang? Of spelen zij met elkaar? Ons antwoord is kraakhelder: wij spelen het spel met elkaar en werken samen in deze regio.

Deze samenwerking wordt bestuurlijk zichtbaar in Bestuursplatform NZKG en richt zich de komende jaren op het succesvol doorvoeren van meerdere transities tegelijk in het gebied, conform onze missie: ‘We werken samen in het Noordzeekanaalgebied aan een snelle, ambitieuze transitie van omgeving en economie, met als doel een zo groot mogelijke maatschappelijke waarde toe te voegen aan onze regio en aan Nederland’.

16

Als partijen elkaar vertrouwen en bereid zijn tot samenwerking, dan ontstaan kansen voor een hoger maatschappelijk resultaat.

1.4 Een gezamenlijke richting voor verdere ontwikkeling

Het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied is een koersdocument. Hierin formuleren Rijk en regio een gezamenlijke integrale aanpak van omgeving en economie in het Noordzeekanaalgebied. Met deze gezamenlijke koers ontstaat focus en draagvlak van Rijk en regio om in te zetten op een aantal cruciale sleutelrichtingen en deze verder te verkennen en uit te werken. Deze sleutelrichtingen vormen een integraal pakket waarmee betekenisvolle stappen worden gezet in de transities. Daarnaast agendeert het Ontwikkelperspectief instrumentarium en ontwikkelprincipes om deze integrale aanpak vast te houden voor de langere termijn. Een koersdocument geeft richting, maar bevat nog geen definitieve besluiten. Afwijken is mogelijk, indien de dynamiek in dit gebied hier aanleiding voor geeft. Onderdelen van dit Ontwikkelperspectief worden de komende jaren nader uitgewerkt door partners, op basis van een uitvoeringsprogramma NOVEX-NZKG. Dit wordt ter besluitvorming voorgedragen aan raden, staten en de algemene besturen van waterschappen. Het Ontwikkelperspectief is daarmee een bouwsteen die gemeenteraden, Provinciale Staten en algemene besturen van waterschappen kunnen gebruiken als richting bij ruimtelijke planvorming en omgevingsvisies.

randvoorwaarden. Door iedere vier jaar de afspraken te actualiseren blijft het Ontwikkelperspectief actueel en biedt het een blijvende basis voor de beoogde geïntegreerde transitie van het Noordzeekanaalgebied. Het Bestuursplatform NZKG neemt het initiatief om het Ontwikkelperspectief in 2027 te actualiseren. Dit vormt een bouwsteen voor een geactualiseerde provinciale Omgevingsvisie in 2028. Zodra de samenhangende richtingen van dit Ontwikkelperspectief succesvol zijn uitgewerkt door Rijk en regio via het uitvoeringsprogramma NOVEX-NZKG (2024-2027), kunnen deze via de provinciale Omgevingsvisie worden bekrachtigd. Na vaststelling van dit ontwikkelperspectief worden een uitvoeringsagenda en een investeringsagenda uitgewerkt. In de uitvoeringsagenda wordt in kaart gebracht op welke ontwikkelingen en afbouwstrategieën in de periode 2024-2027 gestuurd moet worden en wie daarvoor op welk moment een besluit moet nemen. Ook de hierbij behorende tijdlijnen worden daarbij verkend, met relaties naar de NOVEX-MRA en de nieuwe Nota Ruimte. De investeringsagenda brengt in kaart welke financiële stromen kunnen worden aangesproken om het ontwikkelperspectief te realiseren.

Gezien de hoge dynamiek in het Noordzeekanaalgebied zijn Rijk en regio voornemens om periodiek, om de vier jaar, het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied te actualiseren en de ambitie telkens hoger te leggen. Op deze manier ontstaat een proces waarbij Rijk en regio elkaar kunnen aanspreken op afspraken over de volgorde van inpassingen en belangrijke

18

1.5 Leeswijzer

Het Ontwikkelperspectief is als volgt opgebouwd: In hoofdstukken 2, 3 en 4 worden opgaven en transities in het Noordzeekanaalgebied beschreven voor de drie delen waar het Noordzeekanaalgebied uit bestaat: de haven- en industriegebieden, de stedelijke omgeving daaromheen en het landschaps- en watersysteem dat deze gebieden verbindt. Per deel inventariseren wij de opgaven die er spelen en wordt een gezamenlijke ambitie geformuleerd voor de toekomst. De richting die Rijk en regio geven aan deze ambities volgt in hoofdstuk 5. In dit hoofdstuk worden drie ambities omgezet in acties. Dat is onze gezamenlijke koers voor de komende jaren. Hoofdstuk 6 beschrijft wat de komende jaren nodig is op het gebied van samenwerking binnen de regio, en hoe het Rijk hieraan kan bijdragen. Deze koers zal om de vier jaar geactualiseerd worden, omdat er in dit gebied zoveel speelt en kan veranderen. Of de ingezette koers moet worden verbeterd, bijgesteld, of zelfs herzien moet worden, blijkt in 2027 bij de eerste actualisatie van dit Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied.

19

H2 Haven- en industriegebieden

2.1 Economische waarden

Het Noordzeekanaalgebied is één van de vijf grote industriële clusters in Nederland.9 De zeehavens in het gebied en het verbindende kanaal naar de zee en het achterland zijn de dragers voor een sterke industriële ontwikkeling. Activiteiten in de haven zijn kadegebonden en vragen om een hoge milieucategorie. Elke haven heeft een eigen onderscheidend economisch profiel: de voedingsmiddelen (agribulk, zoals cacao) in de oude havens aan de Zaan, de op- en overslag in het Amsterdamse havengebied met een significante brandstofhaven, en staal in de IJmond. Andere belangrijke economische activiteiten in de haven- en industriegebieden zijn de visserij, de cruisevaart, de offshore en de opkomende en toenemende aanleg van windparken op zee en de typische havenfuncties van transport, op- en overslag en logistiek.10 De haven- en industriegebieden in het Noordzeekanaalgebied zijn van internationaal belang. De Amsterdamse haven is de vierde haven van Europa, wat betreft overslagcapaciteit en speelt een belangrijk rol in zowel de nationale, Europees en internationale handel. Lading komt van over de gehele wereld binnen in de havens en wordt verder het Europese achterland in vervoerd middels het Amsterdam-Rijnkanaal en spoor- en wegverbindingen. De Europese Commissie beschouwt de Amsterdamse haven dan ook als zogenaamde ‘core network port’.

De Amsterdamse haven herbergt daarnaast een deel van de nationale strategische energievoorraad. Een functie die sinds de recente geopolitieke ontwikkelingen in Oekraïne verder aan belang is toegenomen. Het Noordzeekanaalgebied heeft naast een handelsfunctie ook een strategische functie op gebied van energie leveringszekerheid.

De haven- en industriegebieden vertegenwoordigen een grote economische waarde voor de directe omgeving, de regio en heel Nederland. Berekend is een toegevoegde waarde van 7,2 miljard euro en werkgelegenheid voor 73.000 werkzame personen, als ook indirecte economische effecten worden inbegrepen. De directe werkgelegenheid in de haven- en industriegebieden is al jaren stabiel tussen de 35.000 en 40.000 werknemers, die gezamenlijk een toegevoegde waarde realiseren tussen de 3,8 miljard en 4,6 miljard euro. Dat is ongeveer 2,5% van de werkgelegenheid en 3% van de toegevoegde waarde in de Metropoolregio Amsterdam.11 Westpoort is een uniek gebied waar zeevaart, binnenvaart en andere achterlandverbindingen bij elkaar komen. Het gebied heeft een unieke infrastructuur voor kabels en (buis)leidingen. De kavels zijn dusdanig ingericht dat maatschappelijk noodzakelijke bedrijfsactiviteiten met een hoge milieucategorie kunnen worden gefaciliteerd.

2.2 Opgaven

De strategische waarde van de haven- en industriegebieden is groter dan alleen de economische waarde. Maar er is ook een keerzijde van grote economische dynamiek: hoge CO2 uitstoot en het gebruik van grondstoffen gaan het ecologisch plafond te boven. Uitstoot van schadelijke stoffen (onder andere stikstof en fijnstof), geurhinder en geluidsoverlast tasten een gezonde leefomgeving aan en hebben negatieve gevolgen voor de biodiversiteit. De economie van haven- en industrie is nu nog gebaseerd op fossiele energiebronnen en dat vraagt een grote economische transitie van bedrijfsleven en industrie. Hier spelen vier opgaven die aansluiten bij nationaal geformuleerde doelstellingen:

21

a. Er zijn Europese afspraken gemaakt over het doorvoeren en versnellen van de energietransitie, waarbij de nationale doelstelling is om de uitstoot van CO2 in 2030 met 55% terug te dringen ten opzichte van 1990 en om in 2050 CO2-neutraal te zijn. b. Voor circulaire economie is de nationale ambitie, in navolging van Europese afspraken, dat het grondstoffengebruik voor onze productie en consumptie in 2050 is teruggebracht binnen de planetaire grenzen.12 c. Voor de havengebieden is de ambitie van het Rijk dat ‘overheid en de havens er samen voor zorgen dat de Nederlandse (zee)havens hun leidende en krachtige positie kunnen behouden in de economie van de toekomst die duurzaam, digitaal en verbonden is.’13 d. Het terugdringen van de schadelijke effecten van de havens en industrie op de directe leefomgeving. Deze opgave wordt ingegaan in hoofdstuk 3.

2.3 Ambitie

Deze (eerste) drie nationale opgaven leiden voor het Noordzeekanaalgebied tot de volgende ambitie: ‘Wij werken aan een snelle economische transitie, door onze haven- en industriegebieden door te ontwikkelen als drager van de energietransitie en internationaal logistiek knooppunt en door de ontwikkeling van een circulaire economie voor de behoefte van de Metropoolregio Amsterdam en het (internationale) achterland.’ Het Noordzeekanaalgebied heeft hiervoor uitstekende uitgangspunten. Het is één van de vijf aanlandingspunten in Nederland voor windenergie van zee. Het gebied vormt een vitale schakel

in het (inter)nationale logistieke- en energienetwerk. Het is het knooppunt voor duurzame energie in de Metropoolregio Amsterdam, vanwege de directe aansluiting op hoofdnetwerken voor energie, de aanwezigheid van grote energiegebruikers en een internationale (nu nog fossiele) brandstoffenhaven. De haven- en industriegebieden in het Noordzeekanaalgebied bieden een kans voor deze regio om een trekkersrol op zich te nemen in de economische transitie richting duurzame energie en circulariteit. De benodigde kennis, infrastructuur en netwerken zijn in het gebied aanwezig. De eerste stappen zijn al gezet, bijvoorbeeld in de vorm van windparken voor de kust, de bouw van een grote transformator in Beverwijk waar de groene windenergie aan land komt, de ontwikkeling van de Energiehaven in de IJmond die de bouw en exploitatie van die windparken faciliteert, het groeiende aantal circulair werkende bedrijven, en de keuze van de Port of Amsterdam om de steenkolenoverslag in de haven van Amsterdam te sluiten vanaf 2030. De afbouw van de steenkolenoverslag in de Amsterdamse haven is al ingezet. De eerste steenkolenterminal heeft een nieuwe bestemming gekregen, de tweede terminal is in transitie en de laatste terminal wordt uiterlijk rond 2030 gesloten.

Deze regio werkt al een aantal jaren hard aan de realisatie van deze nieuwe energiehoofdstructuur voor groene brandstoffen via de Cluster Energie Strategie NZKG (2022)14, het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie & Klimaat (MIEK), het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie & Klimaat (pMIEK) en de bijbehorende versnellingstafels en regionale roadmaps.15 Belangrijk onderdeel hiervan is het versterken van het elektriciteitsnet dat een basis legt aan de verduurzaming van de industrie, mobiliteit en stedelijke omgeving. Daarnaast zet deze regio in op de transitie richting waterstofeconomie,

22

Vijf aanlandingspunten voor windenergie op zee in Nederland in relatie tot de energiehoofdstructuur (voor elektriciteit, CO2 en waterstofmoleculen)

23

waarbij in de haven- en industriegebieden sprake is productie, transport en opslag van deze nieuwe energiedrager. In combinatie met andere stromen zoals warmte/stoom, ccs/ccu en industriële restwarmte vraagt dat om grote investeringen in netwerken, ondergronds en bovengronds. De nieuwe en versterkte netwerken voor elektriciteit en waterstof in deze regio bieden ook een basis voor verdere groei en opschaling van circulaire (industriële) bedrijvigheid. Steeds meer bedrijven maken de omslag richting een circulaire economie. Maar voor een echte omslag is meer nodig dan het scheiden van materialen en het produceren van groene (circulaire) brandstoffen. De bestaande infrastructuur voor fossiele brandstoffen wordt nu al gebruikt voor de op- en overslag van circulaire brandstoffen. Ook de import van waterstof onder andere vanuit zonrijke regio’s is van groot belang voor de regio. Dit zal de komende jaren verder toenemen. Ook de Zaanse voedingsmiddelenindustrie is onmisbaar als drager van de regionale economie. In samenwerking met de industriële vereniging Zaanstad Maakstad leidt dit tot een gezamenlijke aanpak van de omschakeling naar nieuwe en versterkte energienetwerken. Dit gaat tegelijk gepaard met terugdringing van de uitstoot en verder circulair maken van de voedingsmiddelenproductie.

Sommige Zaanse bedrijven kiezen voor een nieuwe locatie in het Noordzeekanaalgebied (zoals Bunge) en krijgen daarmee een geheel nieuw bedrijf waar alle transities, state of the art, in de bedrijfsprocessen worden meegenomen. Andere bedrijven vernieuwen op de bestaande locatie. Realisatie van een nieuwe energiehoofdstructuur (voor elektriciteit, CO2 en waterstofmoleculen) is een randvoorwaarde voor een verdere transitie richting circulaire economie en opschaling en

groei van circulaire processen. In het Noordzeekanaalgebied liggen met name kansen voor: a. de productie van synthetische (groene) brandstoffen,16 b. scheiding van materialen die voor hergebruik beschikbaar komen, c. de productie van groen circulair staal.

2.4 Wat is er nodig voor deze ambitie?

Om de ambitie om onze haven- en industriegebieden door te ontwikkelen als drager van de energie- en circulaire transitie zijn de volgende condities nodig: 1. voldoende fysieke vestigingsruimte in de haven- en industriegebieden; 2. voldoende milieuruimte; 3. 1de havens moeten goed functioneren, met betrouwbare achterlandverbindingen. Deze drie cruciale vestigingsvoorwaarden voor het doorvoeren van de economische transitie worden hieronder nader beschreven. 2.4.1. Is er voldoende fysieke ruimte in de havengebieden? Diverse ruimtelijke onderzoeken17 geven aan dat zelfs bij hoge economische groei de komende twintig jaar voldoende ruimte beschikbaar is in de haven- en industriegebieden in het Noordzeekanaalgebied18, maar er zijn nog onzekerheden die van invloed zijn op de toekomstige ruimtebehoefte in de regio. Enerzijds komt er fysieke ruimte vrij als gevolg van de transitie van fossiele naar niet-fossiele energiedragers, anderzijds vragen ontwikkelingen op het gebied van energietransitie en circulaire economie om extra fysieke ruimte. Economische transitie betekent een periode van dubbel ruimtegebruik, waarbij fossiele en

24

hernieuwbare economie tijdens de transitieperiode naast elkaar zullen bestaan. Dit vergroot de druk op bestaand(e) ruimte(gebruik) en ruimtebehoefte. De haven- en industriegebieden zullen de komende twintig jaar naar verwachting door een periode met ruimtelijke én milieuruimtelijke spanning gaan. Op het terrein van Tata Steel zal sprake zijn van dubbel ruimtegebruik in de periode dat nieuwe installaties worden gerealiseerd. In Westpoort wordt dubbel ruimtegebruik beperkt doordat de haven steenkoolopslag uitfaseert, waardoor in het havengebied, na verwachting, tijdig ruimte vrijkomt voor nieuwe activiteiten. Vanuit de landelijke plannen is nog weinig duidelijkheid over het uitfaseren van fossiele stromen. Wel is duidelijk dat Europees en nationaal beleid / 21 Transitie naar een circulaire economie in het Noordzeekanaalgebied inzake gebruik van fossiele en niet-fossiele brandstoffen (bijv. bijmengverplichtingen) een doorslaggevende rol zullen spelen. Figuur 2.5

Grondstoffenstromen in het NZKG onderverdeeld per deelgebied

Bron: Materiaalstroomanalyse gebaseerd op data uit de Materiaalmonitor van het CBS, en geschaald naar het NZKG op basis

van LISA en BAG data. Grondstofstromen in het NZKG onderverdeeld per deelgebied, uit: Rapport ruimtelijke impact circulaire economie in het Noordzeekanaalgebied (p21), Ecorys en Metabolic 2023

Het eerste wat opvalt is de dominante rol van Tata Steel in het NZKG. De inkomende materiaalstromen van Tata Steel zijn meer dan twee keer zo groot als alle overige deelgebieden bij elkaar. De inkomende stromen in dit deelgebied bestaan voor meer dan de helft uit delfstoffen (ijzer) en fossiele energiedragers. Relatief kleinere inkomende stromen naar dit gebied bestaan uit afval & gerecyclede materialen (in dit geval vooral mineralen), cokes en aardolieproducten, chemische en farmaceutische producten en metaalproducten. In de andere deelgebieden maken vooral chemische en farmaceutische producten, fossiele energiedragers en cokes en aardolieproducten het grootste deel uit van de ingaande

Ruimte voor energietransitie De ruimtelijke beelden van bovengenoemde rapportages passen bij de nieuwste verwachtingen vanuit het nationale Programma Energie Hoofdstructuur (PEH). In het PEH19 wordt aangegeven dat voor de inpassing van de energiehoofdstructuur in het Noordzeekanaalgebied behoefte is aan minimaal 60 hectare en maximaal 350 hectare aan fysieke ruimte20, waarbij onderdelen voor het versterken van het elektriciteitsnet in het groene landschap om ruimte zullen vragen21. Naast Westpoort, waar ook ruimte moet worden gegeven aan circulaire bedrijven en verplaatsende havengebonden bedrijven, kan op termijn wellicht ook ruimte gevonden worden op het terrein van Tata Steel voor onderdelen van de energietransitie. Voor de omgeving is het belangrijk dat hierbij de milieubelasting wordt gereduceerd. Als deze transitie slaagt, komt op termijn fysieke en milieuruimte vrij op het terrein van Tata Steel die mogelijk ingezet kan worden voor de energietransitie. Ruimte voor circulaire economie Terwijl het doel van circulaire economie, reductie van het primaire grondstoffengebruik, helder is, leveren onze onderzoeken naar de ruimtelijke impact van circulaire economie nog geen duidelijk beeld op over de totale fysieke ruimte die in de toekomst nodig is22. Het onderzoek23 dat voor de NOVEX-NZKG is verricht suggereert dat de ruimtelijke impact beperkt zal zijn.

Wel kan er een faseringsvraagstuk ontstaan, waarbij er overlap is tussen de nieuwe economische structuur die infaseert en de oude structuur die moet uitfaseren. Ook leert het onderzoek dat het loont om in te zetten op circulaire bedrijven die in de keten de grootste toegevoegde waarde leveren. Immers, in de toekomst maakt ieder bedrijf deel uit van een circulaire economie, maar niet ieder (circulair) bedrijf past in het Noordzeekanaalgebied, of levert

25

hier een optimale toegevoegde waarde. Om de economische synergie te versterken en havengebonden kavels optimaal in te zetten, is in de toekomst een selectiecriterium voor circulaire bedrijven nodig. Duidelijk moet worden welke circulaire bedrijven qua benodigde fysieke- en milieuruimte beter passen op bedrijventerreinen elders in de Metropoolregio Amsterdam en andere haven- en industriegebieden in Nederland, en welke bedrijven de beste synergie ontwikkelen in het Noordzeekanaalgebied, en welke circulaire processen uitgevoerd worden door bedrijfsketens buiten het Noordzeekanaalgebied. Terwijl de nieuwe energienetwerken in ontwikkeling zijn, kunnen de komende jaren worden benut om het Noordzeekanaalgebied voor te bereiden op een groei en opschaling van circulaire bedrijvigheid en mogelijke nieuwe grondstofstromen. In kader van het uitvoeringsprogramma NOVEX-NZKG wordt hiervoor een circulaire strategie opgesteld, samen met partners, circulaire bedrijven en kennisinstellingen. Door de transitie naar een circulaire economie gaan er naar verwachting nieuwe ‘grondstofstromen’ lopen en dus nieuwe logistieke bewegingen. Inzet van het Rijk is transport over water voor omvangrijke grondstofstromen (de zogenaamde modal shift, de keuze voor een andere, duurzamere manier om goederen te transporteren).

Ruimte voor offshore voor windparken In de Nederlandse energietransitie speelt de opwek van energie middels windparken op zee een belangrijke rol. Het Rijk streeft naar 21GW opgesteld vermogen in 2030, 50GW opgesteld vermogen in 2040 en uiteindelijk 70GW opgesteld vermogen in 2050. De eisen aan havens en kaden om deze parken aan te leggen worden steeds hoger, omdat de windturbines steeds groter en zwaarder worden. Er zijn daardoor minder havens geschikt.

Binnen Europa is een dermate groot gebrek aan geschikte havencapaciteit voor de assemblage van de windmolens, dat ook de Nederlandse Energietransitie dreigt te vertragen.24 De IJmond biedt voor de offshore, met name in de havengebieden ten westen van de Zeesluis, een uitstekende uitvalsbasis voor installatiehavens voor het bouwen en onderhouden van nieuwe windparken. Op dit moment vraagt de offshore veel meer ruimte in de Zeehaven IJmuiden dan beschikbaar is. Om in deze specifieke behoefte te voorzien wordt er door Rijk en regio gewerkt aan de transformatie van het slibdepot van de Averijhaven tot Energiehaven als installatiehaven voor de offshore wind op zee. Droge bedrijventerreinen Dat er op middellange termijn voldoende ruimte is voor havengerelateerde bedrijvigheid en industrie benodigd voor de energietransitie en circulaire economie, betekent niet dat het Noordzeekanaalgebied geschikt is voor alle bedrijven. Voor bedrijven die ruimte zoeken op droge bedrijventerreinen, omdat ze geen haven- of kadegebonden functies hebben, is beschikbare vestigingsruimte in de Metropoolregio Amsterdam. Het inzicht van schaarste in droge bedrijventerreinen leidde in 2023 in Zaanstad tot een gewijzigde beleidskeuze voor de transformatie van de Achtersluispolder.

De transformatie van de Achtersluispolder naar woningbouw is voorlopig omgezet in een transformatie van alleen het noordelijk deel van de Achtersluispolder. De rest van de Achtersluispolder blijft voorlopig, tenminste tot 2040, onderdeel van het haven- industrieel complex van het Noordzeekanaalgebied. Op het schaalniveau van de Metropoolregio Amsterdam werkt de NOVEX-MRA op dit moment aan een regionale bedrijvenstrategie, om richting te geven aan de opgave om binnen de hele regio voldoende ruimte te maken voor droge bedrijvigheid.

26

Uitgeefbare kavels

(LET OP: data verouderd) (LET OP: data verouderd)

27

2.4.2 Is er voldoende milieuruimte voor economische transitie? De rapportage van Generation Energy (2022)25 maakt weliswaar duidelijk dat er voldoende fysieke ruimte aanwezig is in het Noordzeekanaalgebied, maar dat milieuruimte in sommige deelgebieden te beperkt is en vraagt om uitbreiding voor beoogde transities. Voor het inpassen van de energietransitie naar niet-fossiele dragers (zoals waterstofgas) is het nodig om extra risicoruimte te scheppen op plekken waar dit verantwoordelijk mogelijk kan worden gemaakt. Daarnaast moet efficiënt worden omgegaan met de beschikbare geluidsruimte om nieuwe onderdelen van de energie- en circulaire transitie in te passen. De absolute omvang van de milieuruimte die nodig is voor economische transitie is echter nog niet bekend, omdat de exacte verschijningsvormen van de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie nog niet volledig zijn uitgekristalliseerd. Voor de haven- en industriegebieden Westpoort en in de IJmond gaan wij hier nader op in. Westpoort De wens tot vergaande intensivering én de wens tot versnelling van energietransitie vraagt om meer risicoruimte op plekken waar dat verantwoord is, om meer geluidsruimte aan de westkant van Westpoort en om flexibiliteit van bestaande milieucontouren. Hiervoor is een zorgvuldige afweging noodzakelijk.

Activiteiten die gepaard gaan met veiligheidsrisico’s dienen zodanig gesitueerd te worden dat de risicocontouren niet over kwetsbare objecten vallen. Daarnaast is de ruimte in de ondergrond (onder andere voor buisleidingen) van belang voor de inpassing van de energietransitie. In Westpoort is het de opgave om voldoende flexibiliteit te behouden voor toekomstige ontwikkelingen die extra milieuruimte vragen, terwijl er voldoende aandacht is voor een gezonde leefomgeving in de nabijheid van Westpoort. Om beide belangen te respecteren en

rust in de omgeving te creëren, is het belangrijk om een ruimtelijke verdeling te maken. Op dit moment werken provincie, gemeenten en havenbedrijf aan de actualisering van het omgevingsveiligheidsbeleid en is er sprake van een verdeling van geluidsruimte in het geluidverdeelplan Westpoort. Het westelijk deel van het Amsterdamse havengebied (rond de Afrikahaven en Amerikahaven) komt als meest geschikte gebied naar voren voor functies met grote risicocontouren, omdat hier relatief weinig kwetsbare objecten in de nabijheid gesitueerd zijn. Om die inpassingen aan de westkant mogelijk te maken is een verruiming nodig van de veiligheidscontour deels over de Houtrakpolder in de gemeente Haarlemmermeer en deels over het Zaanse bedrijventerrein Hoogtij. Ten aanzien van geluid is het van belang dat de geluidsruimte voor bedrijven in het hele havengebied geborgd blijft (conform het geluidverdeelplan). Dat betekent dat de beschikbare geluidsruimte in het havengebied wordt gebruikt voor haven- en industrie en niet voor andere functies. Tot slot moet bij de transformatie van het havengebied ten oosten van de A10 voldoende rekening worden gehouden met de geluidsruimte (conform het geluidverdeelplan) voor bedrijven die net buiten deze transformatiegebieden liggen, op de korte termijn bijvoorbeeld voor de Coen- en Vlothaven en op de langere termijn voor bedrijven ten westen van de A10.

IJmond In de IJmond is een snelle transitie van Tata Steel naar een productie via aardgas naar waterstof een cruciale stap om snel te komen tot een volgende stap in de emissiereductie. Door de bijbehorende reductie van CO2-emissies wordt bijgedragen aan het herstellen van de balans van het ecologische plafond. Om deze transitie snel

28

in te zetten zijn het Rijk en Tata Steel in overleg over de maatwerkafspraken. Zodra de plannen voor de waterstofroute van Tata Steel concreet genoeg zijn, kan het bevoegd gezag onderzoeken wat er precies nodig is op het gebied van milieuruimte en of dit past. Omdat de huidige beschikbare geluidsruimte nagenoeg vol is, is het niet uitgesloten dat er op dit vlak knelpunten ontstaan. Daarnaast is het de verwachting dat binnen het terrein van Tata Steel aanpassingen nodig zijn op het gebied van externe veiligheid (risicoruimte). Als dergelijke zaken zich voordoen treden de betrokken partijen met elkaar in overleg om hier tijdig een oplossing voor te formuleren.26 2.4.2 Vitale havenfuncties en betrouwbare achterlandverbindingen De ambitie om de haven- en industriegebieden drager te maken van de energie- en circulaire transitie betekent dat onze havens optimaal moeten kunnen functioneren. Het behouden van vitale havenfuncties, zoals een locatie voor het bunkeren van duurzame brandstoffen of een scheepsreparatiewerf, zijn van belang voor het toekomstig functioneren van het havencomplex. Om dergelijke bedrijven en vitale functies te behouden in het Noordzeekanaalgebied zijn gemeenschappelijke inspanningen van Rijk en regio nodig.

Betrouwbare achterlandverbindingen zijn cruciaal voor de ambities om de haven- en industriegebieden door te ontwikkelen als drager van de energietransitie en voor de ontwikkeling van een circulaire economie voor de Metropoolregio Amsterdam én het (internationale) achterland. Maritieme toegang en betrouwbare multimodale achterlandverbindingen blijven essentieel om de functie van onze havens als nautisch en logistiek knooppunt waar te maken.27 De maritieme toegang is recent sterk verbeterd door de opening van de Zeesluis IJmuiden. Een daaraan verbonden opgave is het

beheersen van de toevoer van zout water via het sluizencomplex naar het Noordzeekanaal. Het behouden van betrouwbare achterlandverbindingen over de weg, het spoor, het water en in de toekomst door buisleidingen is een belangrijke randvoorwaarde voor het functioneren van havenen industriegebieden. Het transport van de brandstoffen voor en door de energietransitie vraagt daarbij om een robuust Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Er moet ruimte zijn om gevaarlijke stoffen te vervoeren door transport over water, weg, spoor en via buisleidingen. Dit vraagt om een zorgvuldige afstemming van ontwikkelingen in de nabijheid van transportroutes enerzijds, en de groei van gevaarlijke stoffen anderzijds. In de planvorming voor verstedelijking moet dit worden meegenomen. Bebouwing nabij routes voor gevaarlijke stoffen, of eroverheen, kan ongewenste beperkingen met zich meebrengen. Locatiekeuzes voor activiteiten met gevaarlijke stoffen en routeringen (inclusief het Basisnet) voor gevaarlijke stoffen zijn belangrijke factoren om in samenhang én gezamenlijk met betrokken partners af te stemmen. Een robuust basisnet vraagt om actualisatie, waarbij Zuidasdok en A5 worden meegenomen en waarin ook onderzocht wordt wat de toename van vervoer van gevaarlijke stoffen betekent voor de bestaande stad.

Vanuit het Multimodaal Toekomstbeeld van de MRA wordt een Multimodaal Netwerk Goederenvervoer opgesteld. Hierin wordt de bereikbaarheid van de haven- en industriegebieden gewaarborgd en wordt ook rekening gehouden met de verkeersstromen (met gevaarlijke stoffen) die buiten het Noordzeekanaalgebied plaatsvinden. Daarbij wordt de relatie gelegd met het transport van goederen in het Knooppunt NZKG.

29

H3 Stedelijke omgeving

3.1 Stedelijke omgeving

De haven- en industriegebieden van het Noordzeekanaalgebied liggen in de nabijheid van de drukbevolkte stedelijke omgeving van de IJmond en delen van de gemeenten Zaanstad en Amsterdam. In de zes gemeenten uit het gebied (zie onder) wonen in totaal bijna 1,4 miljoen inwoners en staan bijna 700.000 woningen. Een groot deel van de woningen bevindt zich in Amsterdam en de Haarlemmermeer en valt niet direct in de invloedsfeer van de haven- en industriegebieden in het Noordzeekanaalgebied. Maar honderdduizenden inwoners in het gebied wonen in de directe nabijheid, op hooguit enkele kilometers afstand, van onze havens en industrie. Gemeente

Huidig aantal Aantal inwoners woningen (CBS (CBS eind 2022) eindstand 2022)

Beverwijk

19.906

42.711

Heemskerk

17.882

39.431

Velsen

31.823

68.790

Haarlemmermeer

66.659

162.300

Amsterdam

474.866

918.117

Zaanstad

70.210

159.618

Totaal

681.346

1.390.967

In oudere havengebieden langs de Zaan zijn woonbuurten sterk verweven met de industrie. Fabriekspanden met erfgoedwaarde dragen bij aan de identiteit van de leefomgeving. De ontwikkeling en groei van de IJmond komt grotendeels voort uit de bouw van het Noordzeekanaal en de groei van haven- en industriële activiteiten daarna. Door de jaren heen groeiden steden in de richting

van de haven- en industriegebieden en zijn de Amsterdamse havens verplaatst naar de westkant van Amsterdam. De nabijheid tussen industrie en stedelijke omgeving vraagt om wederzijdse afstemming om zowel de leefbaarheid als economisch functioneren te waarborgen.

3.2 Opgaven

De kwaliteit van de stedelijk omgeving van het Noordzeekanaalgebied staat onder druk. Ook in deze regio is er een grote schaarste aan woningen. Eén van de opgaven is om in een korte periode veel nieuwe woningen te bouwen. Ook de kwaliteit van de leefomgeving staat onder druk. Er zijn wijken waar de achterblijvende sociale en fysieke kwaliteit verbeterd moet worden en in andere wijken is verbetering van de gezondheid van de inwoners en de luchtkwaliteit nodig. Wij willen de komende jaren vooruitgang boeken voor deze drie opgaven in de stedelijke omgeving van het Noordzeekanaalgebied. 3.2.1 Woningbouw Om het woningtekort terug te dringen tot een gezonder evenwicht, wordt met het Programma Woningbouw nationaal ingezet op de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030. Rijk en regio hebben in het Verstedelijkingsconcept MRA gezamenlijk uitgewerkt dat de woningbouwopgave onderdeel is van de integrale verstedelijkingsopgave. Inzet van dit Verstedelijkingsconcept is het bouwen van 175.000 woningen in de MRA in de periode 2020 tot en met 2029, met aandacht voor de sociaal-maatschappelijke en economische ontwikkeling in de kernen van de MRA en voor duurzame, toekomstbestendige steden en samenlevingen. Het gaat niet alleen om het bouwen van woningen, maar ook om de kwaliteit daarvan en om het versterken van de samenleving,

32

Leefbaarheid in het NZKG

(LET OP: update beschikbaar)

33

rekening houdend met opgaven op het gebied van klimaat, werkgelegenheid, kansengelijkheid, bereikbaarheid, energie, natuurinclusiviteit en voorzieningen. Kwantitatief is de woningbouwopgave in het Noordzeekanaalgebied, conform de woondeal MRA (maart 2023), als volgt verdeeld over de gemeenten: Gemeente

Totale bouwopgave tot 2030 (provinciaal bod)28

Beverwijk

2.800

Heemskerk

950

Velsen

3.000

Haarlemmermeer

13.400

Amsterdam

67.500

Zaanstad

9.000

Totaal

93.850

Om de genoemde woningbouwopgave tijdig, tot en met 2030, te kunnen realiseren dient een aantal knelpunten te worden opgelost en de juiste randvoorwaarden worden gecreëerd, zoals: stikstof, geluid, energie-infrastructuur, betaalbaarheid, mobiliteit, toekomstbestendigheid (inclusief klimaat(adaptatie), water, bodem en duurzaamheid) en uitvoeringscapaciteit. De randvoorwaarden van deze Woondeal zijn onderdeel van de bestuurlijke woningbouwafspraken tussen Rijk en provincies. 3.2.2 Kwaliteit van de Leefomgeving In het Noordzeekanaalgebied is er niet alleen maar een kwantitatieve opgave om meer woningen te bouwen. Het RIVM-onderzoek ‘Blik op leefomgeving en gezondheid Verstedelijkingsstrategie

MRA’ (2021)29 toont grote verschillen aan in leefbaarheid binnen de Metropoolregio Amsterdam. Het onderzoek agendeert dat in sommige wijken een ongezonde omgeving, sociaal-economische kansenongelijkheid en een relatief kwetsbare bevolking samen komen. In de IJmond, Zaanstad en Amsterdam geldt dit met name in buurten uit de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog. Er zijn toen in een korte periode veel kleine woningen gebouwd van relatief slechte kwaliteit, met weinig aandacht voor de inrichting van de openbare ruimte. Deze wijken zijn verouderd en vragen om verbetering en verduurzaming. De inwoners van deze wijken zijn relatief kwetsbaar, zowel in sociaal-economische positie als gezondheid. In deze wijken is sprake van stapeling van sociaal-maatschappelijke achterstanden, een lage kwaliteit van de leefomgeving en een gebrek aan economische functies en kansen. De wijken in het Noordzeekanaalgebied waar deze problemen spelen worden zichtbaar op de kaart van de Leefbaarometer30 van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Deze kaart toont in geel en oranje dat met name in de naoorlogse wijken de leefbaarheid onder druk staat, zoals in Geuzenveld-Slotermeer (Amsterdam Nieuw-West), Poelenburg (Zaandam Oost), en in de naoorlogse wijken in de IJmond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=5cb569d0-12b9-4d02-a009-1b37d4a1f799