CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bijlage BP_Toelichting_PARK21

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 6 april 2023, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV (GEHEIME BIJLAGE) PARK21 Bestemmingsplan en Milieueffectrapportage (MER) (7225811)43.256 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

PARK21

bestemmingsplan PARK21

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Begrenzing plangebied 1.3 Geldende plannen 1.4 Leeswijzer

4 4 5 6 6

Hoofdstuk2 Crisis- en herstelwet 2.1 Wat is een Chw bestemmingsplan 2.2 Verantwoording instrumentarium

8 8 8

Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Ambities en opbouw PARK21 3.2 Toekomstige ontwikkelingen PARK21

9 9 16

Hoofdstuk4 Beleid en regelgeving 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

22 22 26 36 38

Hoofdstuk5 Milieueffectrapportage 5.1 Algemeen 5.2 Samenvatting

52 52 52

Hoofdstuk6 Onderzoek en beperkingen 6.1 Algemeen 6.2 Bodem 6.3 Cultuurhistorie en archeologie 6.4 Externe veiligheid 6.5 Explosieven 6.6 Natuur 6.7 Geluid 6.8 Geur 6.9 Kabels, leidingen en telecommunicatie installaties 6.10 Luchtkwaliteit 6.11 Milieuzoneringen 6.12 Verkeer en parkeren 6.13 Water

56 56 56 57 62 68 69 74 76 76 77 78 79 87

Hoofdstuk7 Instrumentarium 7.1 Juridisch 7.2 Financieel 7.3 Communicatie

92 92 95 100

2

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan PARK21

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

3

bestemmingsplan PARK21

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De transformatie van het gebied PARK21 kent reeds een uitvoerige geschiedenis. Vanaf eind jaren negentig van de vorige eeuw duikt de ontwikkeling van het Park van de 21e eeuw op in diverse beleidsstukken, waaronder het 'Raamplan Haarlemmermeer Groen' en de 'Toekomstvisie Haarlemmermeer 2015'. In deze beleidsstukken gaat het nadrukkelijk om de realisatie van “groen als tegenwicht tegen de aanzienlijke verstedelijking van de noordvleugel van de Randstad”. Verder is er behoefte aan recreatiemogelijkheden dicht bij huis in een sterk verstedelijkte omgeving. Het 'Raamplan Haarlemmermeer Groen' uit 2000 gaat uit van de ontwikkeling van 2.000 hectare recreatie- en groengebied in Haarlemmermeer. In 2005 heeft de gemeenteraad het college verzocht om met concrete uitwerkingsvoorstellen te komen voor het Park van de 21e Eeuw, met de daarbij behorende financiële middelen. In het collegeprogramma 'Rood, Groen en Blauw: Meer in Balans; Collegeprogramma 2006-2010', (maart 2006) is opgenomen: "In deze raadsperiode wordt een besluit genomen over de inrichting en wordt gestart met de uitvoering van het Park van de 21e Eeuw.

Voor de financiering hiervan is een combinatie van groen met recreatieve functies noodzakelijk." In februari 2007 heeft het college ingestemd met de 'Startnotitie Masterplan Park van de 21e Eeuw', waarin de ontwikkelingsstrategie voor het opstellen van een Masterplan voor het Park van de 21e Eeuw is vastgelegd. De afronding van de eerste fase van deze ontwikkelingsstrategie heeft uiteindelijk geleid tot de nota 'Park van de 21e Eeuw; Plan van aanpak' van november 2007. De nota bevat de resultaten van de inventarisatiefase en maakt de stappen tot en met het opstellen van het Masterplan inzichtelijk. Het plan van aanpak gaat in op de resultaten van de inventarisatiefase en formuleert uiteindelijk hieruit de uitgangspunten voor de verdere ontwikkeling. In het plan van aanpak wordt Park van de 21e eeuw gedefinieerd als: "een grootschalig stadspark met voldoende ruimte voor (commerciële) recreatieve en leisure voorzieningen." Heel nadrukkelijk is het park bedoeld als tegenwicht tegen en aanvulling op de verstedelijking in Haarlemmermeer en daarmee op de verbetering van het woon- en leefklimaat. De inzet is een aantrekkelijk woon- en leefklimaat en het park heeft primair een lokale en regionale functie, waarbij een duidelijk accent ligt op het groene karakter. Het park vormt daarbij een schakel in de regionale groen/blauwe structuren.

Verder is er een dominant beeld van een stadspark als drager van verschillende functies, waarbij nadrukkelijke samenhang wordt nagestreefd. Het richtinggevende thema is avontuurlijke en sportieve recreatie. Een sterk beeld of spraakmakende functie geeft het park identiteit en het park is voor voetgangers en fietsers goed ontsloten. Het plan van aanpak is in december 2007 voorgelegd aan de gemeenteraad. In het raadsvoorstel is het concept voor PARK21 uiteengezet en is een stappenplan geformuleerd om te komen tot een uitwerking van het concept en het vervaardigen van een masterplan. In 2008 heeft een wedstrijd voor een ontwerpvisie voor het park plaatsgevonden, op basis waarvan een parkconcept is geselecteerd. Op 16 juni 2011 heeft de gemeenteraad het Masterplan PARK21 vastgesteld als kadernota voor de ontwikkeling van het natuur- en recreatiegebied tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep. Het Masterplan PARK21 gaat voor de inrichting van het park uit van drie lagen: de parklaag bestaande uit een golvend, groen parklandschap met hierin gelegen parkkamers met een divers programma aan vrije tijdsbesteding. de polderlaag, bestaande uit de structuur van het oorspronkelijke polderlandschap. Hierbinnen is ruimte voor o.a.

agrarische transformatie, verbrede (stads)landbouw, buitenplaats en moestuin voor Haarlemmermeer met ruimte voor activiteiten voor bezoekers; de leisurelaag die bestaat uit het regionaal georiënteerde parkhart naast de zwemplas met leisure-functies met hierin gebouwde functies op het gebied van horeca, ondersteuning van de natte leisure van de plas en overige leisurefuncties als klimmuur, evenemententerrein, museumpark etc. Tussen de hoofdvaart en het spoor is ruimte voor een grootschalige agrarische leisurefunctie en tussen het spoor en de A4 is ruimte voor grootschalige leisure (zowel gebouwd als buitenevenementen) met een (inter)nationale focus.

4

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan PARK21

Het is de ambitie van de gemeente om met de realisatie van PARK21 een grootschalig parklandschap te ontwikkelen, met voldoende ruimte voor recreatieve en (commerciële) leisurevoorzieningen, dat het recreatieve hart van Haarlemmermeer gaat vormen, vervlochten met het groene raamwerk en de recreatieve en ecologische verbindingen. PARK21 levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de verbetering van het woon- en leefklimaat in Haarlemmermeer en vormt de schakel tussen de dynamiek van de Metropoolregio Amsterdam en de rust en openheid van het Groene Hart. In 2016 is de uitvoeringsstrategie van het Masterplan herijkt. In deze herijking zijn de kaders voor de ontwikkeling en de strategie voor de realisering opgenomen. PARK21 is een organische gebiedsontwikkeling, die ruimte geeft aan afzonderlijke initiatiefnemers waarbij het kan gaan om zowel tijdelijke als permanente vormen van gebruik en ontwikkeling. Er is sprake van een landschappelijke 'stip op de horizon' waarin de hoofdstructuren van de ontwikkeling zijn bepaald. De initiatiefnemers ontwikkelen en creëren het uiteindelijke eindbeeld. De gemeente geeft haar visie, ambities, randvoorwaarden en kaders (ruimtelijk, functioneel en financieel) bij de planologische uitnodiging mee via het bestemmingsplan (uitnodigingsplanologie).

Om de ontwikkeling van het plangebied door private partijen naar een recreatief park te stimuleren investeert de gemeente in de zogeheten basisstructuur of prioritaire structuur (hierna: basisstructuur). De gemeenteraad heeft begin 2022 besloten het Masterplan naar aanleiding van het onderhavige bestemmingsplan en de milieueffectrapportage te actualiseren. Hierbij zijn de volgende wijzigingen vastgesteld: a. de parklaag heeft een gemiddelde hoogte van 0,75 meter en maximaal 4 meter (in plaats van de eerder vastgestelde hoogten van minimaal 1 meter, gemiddeld 2 meter en maximaal 4 meter); b. de parklaag wordt opgebouwd uit grond met kwaliteitsklasse Achtergondwaarde of Wonen en niet meer uit industriegrond met een afdeklaag; c. er wordt een verhouding van 40 procent parklaag, 40 procent polderlaag en 20 procent leisurelaag toegepast (in plaats van de eerdere evenredige verhouding tussen de lagen van 33,3 procent); d. PARK21 wordt in 6 zones ingedeeld met ieder een eigen programmatische focus (in plaats van vijf zones zoals opgenomen in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau van het MER). Voorliggend bestemmingsplan biedt het planologisch juridisch kader, waarbinnen de ontwikkeling zijn weg kan vinden. Gekozen is voor een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte, een zogenaamd Crisisen herstelwet (Chw) bestemmingsplan.

Dit is een bestemmingsplan dat, vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet, een verbrede reikwijdte en een flexibel kostenverhaalsysteem kent. Dit sluit aan bij het faciliteren van de beoogde organische ontwikkeling. Op dit type bestemmingsplan wordt in Hoofdstuk 2 nader ingegaan.

1.2

Begrenzing plangebied

Het plangebied voor PARK21 is gelegen tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en heeft een omvang van circa 1.000 hectare. Het wordt globaal begrensd door de N205 in het noordwesten, de Nieuwe Bennebroekerweg in het noordoosten, de A4 in het zuidoosten en de Noordelijke Randweg in het zuidwesten. Deelgebied 1 van PARK21, circa 77 hectare groot, maakt geen onderdeel uit van het plangebied van dit bestemmingsplan. Dit deelplan is al gerealiseerd en hier geldt een afzonderlijk bestemmingsplan voor. Er is daarom geen noodzaak om deze gronden mee te nemen in dit bestemmingsplan. Op de navolgende afbeelding is de globale begrenzing van PARK 21 en deelplan 1 weergegeven. Op de overige afbeeldingen in deze toelichting is PARK21 als geheel weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied van dit bestemmingsplan wordt verwezen naar de verbeelding, horend bij dit bestemmingsplan.

Toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan PARK21

Globale begrenzing plangebied. De rood omlijnde gronden (deelgebied 1) maken onderdeel uit van PARK21 maar zijn geen onderdeel van het plangebied van dit bestemmingsplan

1.3

Geldende plannen

Voor het plangebied zijn (delen van) de volgende bestemmingsplannen geheel of gedeeltelijk van toepassing: Plannaam

Vastgesteld

Buitengebied Midden

4 juli 2013

Parapluplan parkeerregels

4 oktober 2018

Parapluplan datacenters

22 oktober 2020

Parapluplan wonen

10 maart 2022

Het bestemmingsplan PARK21 vervangt de genoemde bestemmingsplannen binnen de grenzen van het plangebied.

1.4

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. De toelichting is niet juridisch bindend, maar kan wel gebruikt worden als nadere uitleg bij de regels. De toelichting is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Crisis- en herstelwet Hoofdstuk 2 gaat in op de Crisis- en herstelwet. Op basis van deze wet wordt dit bestemmingsplan 6

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan PARK21 opgesteld. Planbeschrijving In Hoofdstuk 3 wordt het plan voor PARK21 beschreven. Het bestemmingsplan is opgebouwd uit drie 'lagen': de polderlaag, de parklaag en de leisurelaag. Deze indeling is ook gehanteerd bij de regels en wordt toegelicht in art. 3 tot en met 6. Een functie valt altijd of in de polderlaag of in de parklaag of in de leisurelaag. Dat is het uitgangspunt bij de regeling in het bestemmingsplan. In de polderlaag vormt het conserverende gedeelte de basis van het bestemmingsplan: de planologische regels uit het bestemmingsplan Buitengebied Midden nemen we over in art. 17 tot en met 20 en art. 22 tot en met 37 en art. 39. De polderlaag biedt ook transformatieruimte aan agrarische bedrijven naar kringlooplandbouw en verbrede stadslandbouw. Dit staat in art. 21 in de regels. Door transformatie van agrarische bedrijven ontstaat fysieke ruimte voor de realisatie van de parklaag. Het openbare park met de (hoofd)routes van het recreatieve netwerk vormen samen de parklaag. In de regels worden de planologische mogelijkheden in art. 7 tot en met 9 beschreven. De leisurelaag biedt ruimte aan recreatieve voorzieningen die ingepast worden in de parklaag. De planologische mogelijkheden worden beschreven in de regels in art. 10 tot en met 13. De leisurelaag kan met uiteenlopende functies ingevuld worden.

Om een herkenbare sfeer binnen de leisurelaag in het park te borgen, is er gekozen voor een thematische zones waarbij leisurefuncties rondom bepaalde thema's bij elkaar geplaatst worden. De organische ontwikkeling van PARK21 kent een tijdpad van 20 jaar. De gemeente start met de realisatie van een basisstructuur, een verbindende parklaag en leisurelaag. Dit wenst de gemeente te realiseren voor 2030. Vanuit deze basisstructuur kan het park doorgroeien richting een eindbeeld. De basisstructuur wordt beschreven in regel 4.2. Beleid en regelgeving In het vierde Hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleid en de regelgeving inclusief de invloed hiervan op het bestemmingsplan PARK21. Een aantal van de relevante aspecten worden in de regels geborgd in art. 40 tot en met 46. Deze gelden, in zijn algemeenheid, voor het integrale plan, dus alle lagen. Milieueffectrapportage Hoofdstuk 5 bevat een samenvatting van het milieueffectrapport (MER). Bij de afweging van de milieubelangen is zowel de basisvariant als het eindbeeld onderzocht op effecten. Het beschrijft ook op een aantal aspecten een monitoringsplicht. Deze monitoringsplichten staan in de regels onder art. 14 tot en met 16. Onderzoek en beperkingen Het zesde Hoofdstuk gaat in op de onderzoeksgegevens en beperkingen. Om de haalbaarheid van het bestemmingsplan aan te tonen, is voor de meeste aspecten onderzoek verricht.

Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van het milieueffectrapport (MER), zie hoofdstuk 5. Denk hierbij aan bodem, cultuurhistorie en archeologie, externe veiligheid, niet gesprongen explosieven, natuur, geluid, geur, kabels, leidingen en telecommunicatie installaties, luchtkwaliteit, milieuzoneringen, verkeer, parkeren en water. Instrumentarium De toelichting eindigt met een hoofdstuk over de juridische planbeschrijving, het financiële kader en de uitkomsten van de gevolgde procedure (Hoofdstuk 7).

Toelichting (vastgesteld)

7

bestemmingsplan PARK21

Hoofdstuk 2 2.1

Crisis- en herstelwet

Wat is een Chw bestemmingsplan

De Crisis- en herstelwet (Chw) bevat een grondslag voor het aanwijzen van plangebieden waarvoor een zogenaamd bestemmingsplan met verbrede reikwijdte kan worden vastgesteld. De daadwerkelijke aanwijzing van het plangebied gebeurt in het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet, meer specifiek in artikel 7c. Dit artikel geeft, vooruitlopend op de Omgevingswet die naar verwachting op 1 juli 2023 in werking treedt, de mogelijkheid om (op onderdelen) af te wijken van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In paragraaf 2.2 wordt een overzicht gegeven van de mogelijkheden die de Chw biedt en of en op welke wijze hiervan voor het plangebied van het bestemmingsplan PARK21 gebruik is gemaakt.

2.2

Verantwoording instrumentarium

2.2.1

Artikel 7c Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet

In artikel 7c van het Besluit Uitvoering Chw is voor een aantal initiatieven van verschillende gemeenten de mogelijkheid opgenomen om te experimenteren met een bredere reikwijdte van bestemmingsplannen. Daarmee krijgen deze bestemmingsplannen het karakter van een omgevingsplan. PARK21 is ook opgenomen als een dergelijk initiatief. In artikel 7c staan aanvullingen en afwijkingen ten opzichte van bestaande wetgeving. Zo bevat het artikel bepalingen die het mogelijk maken om de reikwijdte van het bestemmingsplan voor PARK21 te vergroten door ook aspecten te regelen die niet onder artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening vallen (een 'goede ruimtelijke ordening'), maar die wel onder de ruimere noemer van de fysieke leefomgeving (7c onder 1). Om dit te bewerkstelligen zijn in dit bestemmingsplan bepalingen opgenomen die het gebruik van gronden of bouwwerken voor een bepaalde activiteit (ten behoeve van de transformatie van het park) alleen mogelijk maken na verlening van omgevingsvergunningen voor een bestemmingsplanactiviteit (7c onder 14). In paragraaf 7.1 wordt nader op deze systematiek ingegaan. Ook kan de raad de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het bestemmingsplan delegeren aan burgemeester en wethouders (7c onder 13). De Wet ruimtelijke ordening bevat geen delegatiebevoegdheid.

De delegatiebevoegdheid is echter wel vergelijkbaar met de wijzigingsbevoegdheid zoals de Wet ruimtelijke ordening die kent.

8

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan PARK21

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1

Ambities en opbouw PARK21

3.1.1

Ambities

PARK21 heeft als doel om de geschiedenis van de polder te laten herleven en om vooruit te kijken naar de toekomst. De basis van PARK21 is het polderland met de kenmerkende lange rechte polderlinten met bomenrijen en de boerenerven. Sinds de drooglegging van het Haarlemmermeer in 1852 is de polder dé plek waar vernieuwers blijvend kunnen pionieren Ook in PARK21 is volop ruimte voor innovatie, het landschap groeit mee met de behoefte en ontwikkeling van de maatschappij zonder afbreuk te doen aan zijn geschiedenis en oorsprong. PARK21 voegt een nieuwe laag toe aan het polderlandschap. De parklaag is ontworpen als tegenhanger van de rationele en geometrische polder met een golvend reliëf en vloeiende lijnen. Het vormt een verbindende schakel tussen de binnenduinrand met de Westeinderplassen in de vorm van een groen, waterrijk en recreatief park. Haarlemmermeer staat voor omvangrijke woningbouwopgaven en daarmee een verdere groei van haar inwoners. Het nieuwe landschap werkt uitnodigend voor alle inwoners om te recreëren en ontspannen, en stimuleert om meer te bewegen. Hiermee biedt het ook ruimte aan nieuwe pioniers, die de vrijetijdeconomie binnen PARK21 vorm willen geven. Het gebied volgt daarmee wederom de behoefte van de maatschappij. Zo krijgt het park in de park- en leisurelaag een vernieuwend watersysteem omdat het systeem uit de jaren '70 niet langer toekomstbestendig is.

Er zal meer zoet water worden vastgehouden en geborgen door de invoering van het Verbeterd Droogmakerij Systeem (VDS). Zo kan beter worden ingespeeld op het veranderende klimaat met hevige piekbuien, langere droogte en kan de voortschrijdende verzilting worden afgeremd door het natuurlijke neerslagverloop te volgen met een flexibel peil. PARK21 verbindt stad en platteland. PARK21 blijft voor een deel agrarisch. Akkerbouw, veehouderij en sierteelt kunnen samengaan met initiatieven. Initiatieven bijvoorbeeld op het gebied van gastronomie, sport en educatie, zorg, verblijfrecreatie, natuurbeleving en recreatie, en dit alles in een groene parkachtige omgeving. PARK21 stimuleert de landbouw. PARK21 wil graag voorzien in: De lokale behoefte aan recreatiemogelijkheden, kwantitatief, maar ook kwalitatief. Het verbindt de kernen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en vormt een schakel tussen de binnenduinrand en de Westeinderplassen door middel van een krachtige, groene en recreatieve oost-west verbinding door de polder; Het samenbrengen van stad en platteland, burgers en boeren.

Gebruikmakend van de ligging in een dichtbevolkt gebied en de recreatieve aantrekkingskracht van het park ontstaan zo nieuwe perspectieven voor de landbouw; Het tot ontwikkeling brengen van recreatieve en toeristische functies, voor mensen uit de directe omgeving, maar ook voor regionale en (inter)nationale bezoekers; Een voorbeeldproject op gebied van duurzaamheid met o.a. als belangrijke inzet het streven naar verduurzaming van het watersysteem in het gebied. PARK21 is een organische gebiedsontwikkeling, die ruimte geeft aan afzonderlijke initiatiefnemers waarbij het kan gaan om zowel tijdelijke als permanente vormen van gebruik en ontwikkeling. Er is geen sprake van een eenduidig eindbeeld, maar wel van een landschappelijke 'stip op de horizon' waarin de hoofdstructuren van de ontwikkeling zijn bepaald. Binnen PARK21 worden verschillende sferen onderscheiden. In het westelijk deel overheerst de parksfeer rondom de recreatieplas en het parkhart (zones 1 en 2); in het middendeel rondom de Hoofdvaart bepaalt de (stads)landbouw de sfeer (zones 3 en 4) en in het oostelijk deel zijn de vrijetijdsvoorzieningen (de leisure) en landbouw prominent aanwezig (zones 5 en 6). De sferen moeten herkenbaar zijn binnen PARK21. De sferen zijn vertaald naar thema's per zone. Per zone is aangegeven wat het accent is voor de betreffende zone qua thema bij de functies.

Zo ontstaat een herkenbaar en per thema geclusterd park welke herkenbaar is en blijft voor zijn bezoekers.

Toelichting (vastgesteld)

9

bestemmingsplan PARK21

Indeling PARK21 in sferen/zones

Binnen de parklaag wordt de basisstructuur benoemd. Met de basisstructuur wordt minimaal invulling gegeven aan de doelstellingen achter PARK21. De basisstructuur vormt een uitnodigende basis voor een verdere doorgroei naar het eindbeeld met (private) initiatieven. Deze doorgroei kan ontstaan als de basisstructuur een aaneengesloten gebied is met voldoende kwaliteit, voorzieningen en gebruikers. Het inrichten van een basisstructuur met voldoende aantrekkingskracht en belevingswaarde heeft daarom prioriteit. Bezoekers moeten er willen en kunnen komen. Daarom kent de basisstructuur ook icoonprojecten. Icoonprojecten zijn voorzieningen die in de basisstructuur worden gerealiseerd. Zo zal in zone 2 een recreatieplas met parkhart, in zone 3 een retentiebekken (polderuiterwaarde) en in zone 5 een evenemententerrein worden gerealiseerd. De dynamiek die veroorzaakt wordt binnen de basisstructuur is nodig om de interesse van de ondernemers te wekken voor de doorgroei op basis van uitnodigingsplanologie. Vandaar dat voor PARK21 de prioriteit vanuit de gemeente ligt bij het realiseren van deze basisstructuur om daarmee het vliegwiel voor doorontwikkeling met derden te realiseren.

De basisstructuur (als meest gewenste variant)

De basisstructuur is niet alleen het vliegwiel voor de doorgroei van PARK21 als totaal, maar moet dit ook nadrukkelijk zijn voor de gethematiseerde zones. De basisstructuur binnen de zone versterkt het thema en vormt nadrukkelijk de voeding en uitnodiging naar andere bedrijven die dat ook doen. De basisstructuur kent daarmee een sterke focus qua gewenste voorzieningen: ze moeten bijdragen aan de basisvoorzieningen die behoren tot een kwalitatief recreatief park maar ook zeer nadrukkelijk lading en voeding geven aan het thema van de zone. Binnen PARK21 is niet alleen de parklaag een verbindende factor. Ook de recreatieve voorzieningen zorgen door aan te sluiten bij de identiteit van PARK21, dat het park als een geheel gaat functioneren en wordt ervaren. PARK21 is een plek waar het verhaal van het voortdurend veranderende Haarlemmermeers polderlandschap wordt verteld en waar de verschillende tijdlagen zichtbaar worden: 1. Het verhaal van de Hollandse polders wordt verteld en nieuwe hoofdstukken worden toegevoegd met o.a. het Verbeterd Droogmakerij Systeem als watersysteem, maar ook door inzet van de polderlaag en polderlinten als herkenbaar element en drager binnen het park 2. Het landschap biedt ruimte voor maatschappelijke behoeftes, ook als deze door de tijd veranderen 3. Oude pioniers zijn herkenbaar met o.a.

polderfiguren en nieuwe pioniers krijgen de ruimte om mee te bewegen met de maatschappelijke behoefte en daarop in te spelen

10

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan PARK21

Leisurevoorzieningen sluiten aan bij deze identiteit en geven daar invulling aan. Naast de identiteit is er ook sprake van een thematisering door PARK21. De verdere thematisering per zone en de basisstructuur dragen zorg dat de hoofddoelstellingen binnen PARK21 gerealiseerd worden. Iedere zone en de daarbij behorende basisstructuur concretiseert en draagt bij aan één of meer van de hoofddoelstellingen.

Zones, basisstructuur en doelstellingen

Zone 1 richt zich op sport en ontspanning, de eerste functies in dat thema zijn reeds gerealiseerd in deelgebied 1 met het honkbalcomplex, de e-motorcross en andere functies. Deze zone ligt aansluitend aan woongebieden, toekomstige woongebieden en in de nabijheid van (bestaande) sportverenigingen. De zone richt zich op de lokale en regionale bezoeker. Het thema sport en ontspanning sluit daarbij aan. Hier is plaats voor (maatschappelijke) buitensport met een verzorgingsgebied op fietsafstand. Daarnaast is hier ook ruimte voor bijvoorbeeld ontspanning in de vorm van wellness met een regionaal verzorgingsgebied. Zo sluiten we aan bij de (veranderende) maatschappelijke behoeften en voorzien we daar in. Dit leidt tot een grote variatie aan kleinere voorzieningen met een enkele uitschieter naar middelgrote voorzieningen. Het thema past goed bij de beoogde parksfeer in dit gebied. De verhouding tussen de lagen is min. 50% parklaag, min 25% polderlaag en max. 25% leisurelaag. Zone 2 heeft zich nog niet ontwikkelt op het thema watersport en recreatie. In deze zone wordt, naast het realiseren van een groen blauwe ruggengraat, in de basisstructuur ingezet op het ontwikkelen van de recreatieplas en zijn parkhart. Het parkhart is de centrale plek om elkaar te ontmoeten en te flaneren. Hier kan je bijvoorbeeld het bezoekerscentrum, uitkijktoren en horeca vinden, geclusterd in het parkhart.

Hier voorzien we een concentratiegebied als een centrumfunctie voor PARK21 waarbij aansluiting wordt gezocht bij de grote te verwachten bezoekersstroom. Bij het parkhart voorzien we een cluster van horeca als centrumfunctie van het park bij de recreatieplas. Zo geven we invulling aan het beoogde thema, bestaande (lokale) behoeften aan recreatie(voorzieningen) en kan de basisstructuur als vliegwiel dienen voor de verdere vergroting en versterking van PARK21. De recreatieplas biedt ruimte aan nieuwe onderscheidende watersport voorzieningen, te denken valt aan mogelijkheden als waterskiën, golfsurfen, en dergelijke. Ook is er ruimte voor een kleinschalig recreatiepark (bungalowpark) aan het water als niche concept binnen de gemeente. Het thema past goed bij de beoogde parksfeer in dit gebied. Waar het park in zone 1 gedomineerd wordt door groen, gaat het park hier over in een waterrijkpark. Het gebied is goed ontsloten ook per fiets en openbaar vervoer. De verhouding tussen de lagen bedraagt ca. 20% polder, 70% park en maximaal 10% leisure. De zone kent daarmee een waterrijke parksfeer. In zone 3 staat het thema (stads)landbouw, innovatie en educatie centraal. Vanuit het park beleef je het agrarische (open) landschap en is dat sfeer bepalend. Zo wordt het agrarische polderlandschap onderdeel van PARK21. In het park is ook veel ruimte voor water.

Dit vertaalt zich in brede watergangen, maar ook in de polderuiterwaarde als icoonproject binnen PARK21 op het gebied van een

Toelichting (vastgesteld)

11

bestemmingsplan PARK21 klimaatadaptief watersysteem. In de basisstructuur zijn in de leisurelaag voorzieningen denkbaar die het thema dragen als (innovatieve) proeftuinen, kenniscentra e.d.. In de polderlaag voorzien we ontwikkeling naar innovatieve landbouw met bijvoorbeeld strokenteelt, teelt met VDS en verbreed agrarisch om zo de ontwikkeling van de (verbrede) landbouw met nieuwe pioniers te faciliteren. De verhouding tussen de lagen bedraagt min 50% polder, min. 40% park en maximaal 10% leisure. In zone 4 staat het thema (stads)landbouw, ontspanning en educatie centraal. Vanuit het park beleef je het agrarische (open) landschap. Zo wordt het agrarische polderlandschap onderdeel van PARK21. Toch wijkt deze zone af van zone 3. Zone 3 leent zich beter voor een grootschaligere voorziening door zijn goede ligging aan de spoorlaan en de Bennebroekerweg maar ook de relatief korte afstand naar de A4 en het station Hoofddorp. Een groter educatief themapark of museum (tussen 500.000 en 1.000.000 bezoekers) kan ingepast worden. Leisurevoorzieningen zijn minder in aantal maar groter in oppervlakte. De basisstructuur is hierop gericht. In de leisurelaag van de basisstructuur zijn voorzieningen denkbaar die het thema dragen en de identiteit van PARK21 versterken, zoals musea, landbouwtentoonstellingen, landbouwbelevingscentra e.d. waar ontspanning en educatie hand in hand gaan.

In de polderlaag, waar de stad en het platteland verbonden worden, richten we ons op duurzame, ontspannende en educatieve landbouw bv middels strokenteelt, teelt met VDS en verbreed agrarisch bv door managefuncties e.d. De parklaag is daarnaast een verbindende groenstructuur waar de spoorovergang een centrale plaats in neemt. De verhouding tussen de lagen bedraagt ca. 50% polder, 35% park en maximaal 15% leisure. Zone 5 biedt ruimte aan landbouw, ontspanning en vermaak. De zone leent zich voor (bestaande) landbouw al is hier na transformatie in het eindbeeld beperkt ruimte voor gereserveerd. De zone richt zich vooral op de parklaag en een leisurelaag gericht op ontspanning en vermaak. De basisstructuur richt zich vooral op de parklaag met overgang over het spoor en een leisurelaag gericht op ontspanning en vermaak, waarbij in de basisstructuur een evenemententerrein wordt gerealiseerd als icoonproject. Deze zone kan goed ontsloten worden met directe ontsluiting op de Bennebroekerweg (en daarmee op de A4) via de parkweg als onderdeel van de basisstructuur die parallel loopt aan het spoor. Daarom bieden we in deze zone ruimte voor een beperkt aantal grote functies als een themapark en evenemententerrein (als tijdelijk gebruik van het park). De verhouding tussen de lagen bedraagt ca. 10% polder, 60% park en maximaal 30% leisure.

In zone 6 staat (innovatieve) landbouw centraal in het park. De basisstructuur verbindt zone 5 richting de verzorgingsplaats bij de A4 en de langzaam verkeersroute die daar loopt. Het park biedt hier lange zichtlijnen in het landschap en laat de openheid van de polder ervaren. De verhouding tussen de lagen bedraagt ca. 75% polder, 20% park en maximaal 5% leisure. De leisure manifesteert zich hier vooral gekoppeld aan agrarisch (hoofd)gebruik. 3.1.2

Opbouw in lagen

PARK21 is opgebouwd uit drie lagen: de polderlaag, de parklaag en de leisurelaag. De lagen lopen elk dwars door het park, vullen elkaar aan, maar verschillen ook heel duidelijk. Polderlaag De polderlaag houdt het bestaande open polderlandschap met zijn linten zichtbaar en herkenbaar, het verankert het park in de cultuurhistorie. Tevens biedt het ruimte voor transformatie naar kringlooplandbouw en verbrede (stads)landbouw in het polderland en de agrarische erven in het Polderlint.

12

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan PARK21

Polderlaag (indicatief)

Parklaag De parklaag is een openbaar toegankelijke recreatieve groen- en blauwstructuur die zorgt voor samenhang en verbinding in PARK21. Hier ligt het recreatieve netwerk van wandel-, fiets-, skate- en ruiterpaden en het vormt ook de groen/blauwe verbinding die gelegd wordt tussen gebieden en draagt bij aan de biodiversiteit. Het vormt de verbinding tussen de binnenduinrand en de Westeinderplassen.

Parklaag (indicatief)

Leisurelaag (parkkamers) De leisurelaag (bestaande uit parkkamers) biedt (commerciële en semi-publieke) duurzame educatieve en/of recreatieve voorzieningen. Deze voorzieningen worden landschappelijk ingepast in de groene omgeving en versterken, verbreden en vergroten de parklaag. Ze dragen gezamenlijk de identiteit van PARK21: PARK21 is een plek waar het verhaal van het voortdurend veranderende Haarlemmermeers polderlandschap wordt verteld en waar de verschillende tijdlagen zichtbaar worden . Voor de leisurelaag is een beeldkwaliteitsplan opgesteld (Bijlage 3) waarin het ambitieniveau is opgenomen evenals formele regels waaraan ruimtelijke initiatieven in deze laag van PARK21 moeten voldoen. 3.1.3

Basisstructuur

In het Masterplan en in de herijking van de uitvoeringsstrategie zijn de kaders voor de ontwikkeling en de strategie voor de realisering opgenomen. PARK21 is een organische gebiedsontwikkeling, die ruimte geeft aan afzonderlijke initiatiefnemers waarbij het kan gaan om zowel tijdelijke als permanente vormen van gebruik en ontwikkeling. Er is geen sprake van een eenduidig eindbeeld, maar wel van een landschappelijke 'stip op de horizon' waarin de hoofdstructuren van de ontwikkeling zijn bepaald.

Toelichting (vastgesteld)

13

bestemmingsplan PARK21

Herijkte Masterplan

De initiatiefnemers ontwikkelen en creëren het uiteindelijke eindbeeld. De gemeente geeft haar visie, ambities, randvoorwaarden en kaders (ruimtelijk, functioneel en financieel) bij de planologische uitnodiging mee via het bestemmingsplan (uitnodigingsplanologie). Om de ontwikkeling van het plangebied door private partijen naar een recreatief park te stimuleren investeert de gemeente in de zogeheten basisstructuur. De basisstructuur is de verbindende parklaag en heeft een variabele breedte van ca. 65 tot 115 meter om een voldoende verbindende structuur te vormen voor de doorgaande langzaam verkeersroute, het Verbeterd Droogmakerij Systeem (VDS) en de ecologische verbindingsroute ten behoeve van de vergroting van de biodiversiteit.

Principe oplossing voor dwarsdoorsnedes basisstructuur (parklaag)

Binnen de parklaag worden parkkamers voor leisure gerealiseerd waar ruimte is voor initiatieven van derden. Nabij de toekomstige HOV-halte op de Zuidtangent worden, in zone 2, een parkhart en een recreatieplas aangelegd als icoonprojecten. Ten oosten van de Zuidtangent, in zone 3, wordt verwacht

14

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan PARK21 dat een educatieve proeftuin kan worden gerealiseerd en ten zuiden daarvan een polderuiterwaarde als onderdeel van het VDS als icoonproject. In de overige zones worden eveneens parkkamers gerealiseerd, waar verschillende types initiatieven een plek kunnen krijgen, waaronder het evenemententerrein in zone 5 als icoonproject. De exacte invulling is nog niet bekend, wel is er een leidende typering per zone bepaald. In de navolgende afbeelding is een indicatieve uitwerking van de basisstructuur opgenomen.

Rol gemeente bij ontwikkeling basisstructuur Verbindingen en icoonprojecten zijn voor de ontwikkeling van het park van groot belang. Bij de ontsluiting gaat het, naast de voor een belangrijk deel al bestaande verbindingen met de kernen, met name om de hoofdroutes in het park (zie voorgaande afbeelding). Icoonprojecten zijn het parkhart, de recreatieplas, de polderuiterwaarde en het evenemententerrein. In de afspraken tussen de betrokken overheden is de introductie van een klimaatbestendig watersysteem (VDS) in het gebied eveneens gemarkeerd als een belangrijke opgave. Met de basisstructuur wordt invulling gegeven aan de doelstellingen achter PARK21. Het realiseert de groen-blauwe oost-west verbinding als schakel tussen de binnenduinrand en de Westeinderplassen. Het vormt een recreatief kwalitatief verblijfsgebied dat Hoofddorp en Nieuw-Vennep verbindt. Het nodigt uit om vanuit de kernen het park en polderlandschap te bezoeken. Het park vormt daarmee een

Toelichting (vastgesteld)

15

bestemmingsplan PARK21 uitnodigende basis voor een verdere versterking door private initiatieven. Zo worden de condities geschapen om het hele park tot ontwikkeling te brengen. Dit komt alleen tot wasdom als de basisstructuur als aaneengesloten gebied wordt gerealiseerd en deze van voldoende kwaliteit is. Daarom wordt gestart met het inrichten van een basisstructuur met voldoende aantrekkingskracht en belevingswaarde. Deze structuur wordt gevormd door elementen van bos, grasland (open ruimtes), landbouwgewassen en een wegen- en padenstructuur. De basisstructuur zal vooral ingericht worden voor de recreatiebehoefte van mensen uit de nabije omgeving. De dynamiek die veroorzaakt wordt is, naast een mooie groene omgeving, nodig om de interesse van de ondernemers te wekken. De inrichting van de basisstructuur biedt de voedingsbodem waarop initiatieven tot bloei kunnen komen. Het biedt houvast en vertrouwen voor ondernemers om in het gebied te willen investeren. Zo kunnen gezamenlijk ambitieuze doelen worden bereikt. En dragen de ondernemers bij aan het ontwikkelen van de basisstructuur tot het gewenste ambitieniveau. Door eerst de basisstructuur te realiseren ontstaat een aaneengesloten structuur die uitnodigend is en wordt versnippering van deelontwikkelingen met beperkte samenhang voorkomen. Deze structuur nodigt uit tot gebruik, en gebruik nodigt uit tot investeren door derden.

Vandaar dat voor PARK21 de prioriteit vanuit de gemeente ligt bij het realiseren van deze basisstructuur om daarmee het vliegwiel voor doorontwikkeling met derden te realiseren. Voor de realisatie van de basisstructuur als een goed bereikbaar, aaneengesloten gebied geldt dat de optie van onteigening als laatste redmiddel wordt opengehouden (zoals ook opgenomen in het Masterplan PARK21, blz 117), waarbij de gemeente in principe streeft naar realisatie op basis van vrijwillige transformatie (zie paragraaf 7.2.3). Om die reden worden op diverse deellocaties van de basisstructuur de opties voor de exacte locatie van de basisstructuur nog open gelaten.

3.2

Toekomstige ontwikkelingen PARK21

3.2.1

Algemeen

Zoals aangegeven gaat PARK21 uit van een organische gebiedsontwikkeling. Om deze gebiedsontwikkeling een vliegende start te geven, is de strategie om eerst de basisstructuur te ontwikkelen. PARK21 zal kavelgewijs ontwikkelen door een vrijwillige transitie van het huidige landbouwgebied. PARK21 streeft naar een eindbeeld waarbinnen geheel PARK21 is getransformeerd. PARK21 bestaat uit een parklaag, een polderlaag en een leisurelaag. In totaal zal ca. 360 hectare aan recreatief groen worden gerealiseerd, inclusief de basisstructuur en deelgebied 1. Voor de parklaag is 40% het minimum. De polderlaag omvat eveneens minimaal 40% van het gebied, waar landbouw de hoofdfunctie blijft. Agrariërs kunnen binnen PARK21 bijvoorbeeld transformeren naar multifunctionele landbouw. Maximaal 20% wordt als leisurelaag met diverse recreatieve ontwikkelingen ingericht. De ontwikkeling van de leisurelaag is mede afhankelijk van de intensiteit van de functies in samenhang met de draagkracht van het milieu, vandaar dat wordt gesproken over een maximum van 20% van het gebied. In de volgende paragrafen wordt ingegaan op een aantal belangrijke elementen en icoonprojecten van PARK21. In paragraaf 7.1 wordt nader uiteengezet hoe deze elementen op planologische-juridische wijze in dit bestemmingsplan zijn vastgelegd. 3.2.2

Inrichting landschap

Voor de gronden in de polderlaag geldt dat het bestaande polderlandschap zichtbaar en herkenbaar blijft. De parklaag wordt een openbare structuur die ruimte biedt aan groen, natuur, en water. De initiatieven in de parkkamers worden landschappelijk ingepast in de groene omgeving. Voor zowel de polderlaag als de parklaag is een beeldkwaliteitsplan opgesteld (Bijlage 1 en Bijlage 2) waarin het ambitieniveau is opgenomen evenals formele regels waaraan ruimtelijke initiatieven in deze lagen van PARK21 moeten voldoen. Zowel bij de parklaag als de parkkamers worden de gronden, vanuit landschappelijk oogpunt, gedeeltelijk opgehoogd. De parklaag heeft een gemiddelde hoogte van 0,75 meter en maximaal 4 meter ten opzichte van het bestaande maaiveld. Hiermee wordt afgeweken van het Masterplan waarin gemiddeld 2 meter was opgenomen. Voor de ophoging van (met name) de parklaag is veel grond nodig.

16

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan PARK21 In het milieueffecrapport (MER) wordt geconcludeerd dat de uitvoering conform het Masterplan tot ongewenste gevolgen kan leiden en dat een heroverweging op zijn plaats is. De inrichting volgens het Masterplan leidt namelijk tot significant meer vrachtwagenkilometers met de bijbehorende emissies. Daarnaast kan de beoogde hoogte van de grondlichamen praktisch enkel bereikt worden door hergebruiksgrond tot en met industrieklasse toe te passen. Op grond hiervan is gekozen voor een gemiddelde hoogte van 0,75 meter waarbij de parklaag zal worden opgebouwd uit grond met kwaliteitsklasse Achtergondwaarde of Wonen. Voor de parklaag is een concept beplantingsstrategie opgesteld, de 'Leidraad groene bouwstenen' (Bijlage 4). Deze vormt een belangrijke leidraad voor de beplanting van de parklaag. In het plangebied is een baggerslibdepot (ter plaatse van het beoogde evenemententerrein) aanwezig, waar afgeweken zal worden van de bovenstaande hoogtes. Aan deze locatie wordt een landschappelijke, geluidreducerende invulling gegeven met een verbinding over het spoor. Ook voor overgangen van (spoor)wegen zal worden afgeweken van de hiervoor genoemde hoogtes. 3.2.3

Verbreding en transformatie agrarische sector

PARK21 is nu nog vooral een landbouwgebied, gekenmerkt door agrarische productie. De transformatie van dit gebied, met behoud van de openheid en cultuurhistorische waarden, is een belangrijke opgave bij de ontwikkeling van het park. Agrarische bedrijvigheid is in de gemeente lange tijd de belangrijkste economische basis geweest, maar heeft door de ligging van de internationale luchthaven Schiphol in Haarlemmermeer, deze positie verloren. Haarlemmermeer is de laatste dertig jaar snel verstedelijkt en het ruimtegebruik is geïntensiveerd. PARK21 zoekt niet de confrontatie met het agrarisch gebruik, maar de verbinding. In feite zijn de agrarische ondernemers de beheerders van een groot deel van het Haarlemmermeerse landschap. Zij zorgen daarmee voor de openheid van het landschap en het behoud van de cultuurhistorische waarde van de lintbebouwing in de polder. Doel is om de agrarische sector te ondersteunen bij de vrijwillige transformatie naar PARK21 met onder andere toekomstbestendige vormen van landbouw, passend binnen het nieuwe recreatielandschap PARK21. Gedacht wordt aan extra mogelijkheden voor neveninkomsten door multifunctionele landbouw (verbrede activiteiten), maar ook aan de transformatie naar een ontwikkeling richting kringlooplandbouw. Voor de milieueffectrapportage is onderzoek gedaan naar het landbouwperspectief binnen PARK21.

Conclusie is dat door de aanleg van de park- en leisurelaag van PARK21 de context van de agrarische bedrijven die in de polderlaag actief blijven verandert. De gemeente ziet graag dat de agrarische bedrijven middels hun bedrijfsstrategie meebewegen door te transformeren, om zo de recreatieve functie van de parklaag te versterken en zo tot een samenhangend PARK21 te komen. Dit vraagt flexibiliteit en ondernemersdrift van de zittende agrariërs, waarbij de gemeente ze wil faciliteren in het verlengde van de ontwikkeling van PARK21, door o.a. te ondersteunen met planologische mogelijkheden. Conclusie van dit onderzoek voor het MER was ook dat de agrariërs en de gemeente gezamenlijk de landbouwperspectieven verder moeten verkennen en deze op de juiste manier omarmen, zowel planologisch als beleidsmatig. In dit kader is onderzoek uitgevoerd naar de financieel economische impact van vrijwillige (gedeeltelijke) transformatie van agrarische bedrijven (zie Bijlage 5). De uitkomsten van het onderzoek zijn verwerkt in de regels van dit bestemmingsplan. PARK21 zal de transitie van het te behouden landbouwareaal van ca. 350 hectare ondersteunen, waarbij het platteland en de stad worden verbonden en de biodiversiteit wordt vergroot.

De bestaande agrarische bedrijven krijgen mogelijkheden om te transformeren naar kringlooplandbouw en verbrede (stads)landbouw, dan wel om uit te breiden met functies die bijdragen aan de doelen van PARK21. Bij verbreding van de agrarische bedrijven kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een vergadercentrum, een bed & breakfast of kleinschalige horeca en detailhandel. Zonneakkers kunnen onder voorwaarden worden toegestaan tot een maximum oppervlak van in totaal 20 hectare binnen delen van het plangebied (zie paragraaf 4.4.14).

Toelichting (vastgesteld)

17

bestemmingsplan PARK21

3.2.4

Infrastructuur

In de basisstructuur wordt infrastructuur gerealiseerd in de vorm van de parkweg en fiets-, wandel- en ruiterpaden. De parkweg ontsluit de parkkamers in het westelijk deel op het omliggende wegennet, zonder daarbij de bestaande linten te belasten. De parkweg is voorzien vanaf het honkbalstadion in zone 1 (waar het eerste deel van de weg al is gerealiseerd) en loopt door zone 1, 2 en 3 naar het oosten, aan de oostzijde van de Nieuwekerkertocht naar het zuiden en sluit ter hoogte van de Operaweg aan op de Noordelijke Randweg. Met deze weg ontstaat een ontsluitingsroute voor de parkkamers in de basisstructuur in zone 1, 2 en 3, zodat deze niet op de polderlinten (IJweg en Hoofdweg) hoeven te worden aangesloten. Met de bestaande ontsluitingsweg parallel aan het spoor in zone 5, wordt ook in die zone voorkomen dat regulier verkeer vanuit de parkkamers wordt afgewikkeld op het polderlint (Rijnlanderweg). In zone 4 is de mogelijkheid om te ontsluiten via de Nieuwe Bennebroekerweg, Spoorlaan en/of Noordelijke Randweg. De hoofdroute voor het langzaam verkeer slingert vanaf langzaamverkeersverbindingen over of onder de Drie Merenweg door de zes zones tot de verzorgingsplaats langs de A4, waar deze aansluit op de bestaande parallelstructuur langs de A4 naar het noordoosten. In deze route worden een wandelpad, fietspad en ruiterpad gebundeld.

Op de Zuidtangent, de bestaande HOV-baan tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep door PARK21, wordt ingezet op een nieuwe halte ter hoogte van het parkhart. 3.2.5

Parkhart

Het parkhart is een drager van de recreatieontwikkeling, dat ontwikkeld kan worden tot een centrum voor buitenrecreatie en outdoor-activiteiten, gecombineerd met horeca en indoorvoorzieningen nabij de recreatieplas. 3.2.6

Evenemententerrein

In zone 5, in het gebied tussen de spoorbaan en de Rijnlanderweg, is een evenementenlocatie voorzien waar meerdaagse festivals maar ook losse concerten plaats kunnen vinden. Het aantal bezoekers zal ten hoogste 80.000 per evenement zijn. 3.2.7

Verbeterd Droogmakerij Systeem

In de agrarische delen van de Haarlemmermeerpolder zijn door de realisatie van vakbemalingen vanaf de jaren '70 van de vorige eeuw waterpeilen ingesteld, zoals die destijds als optimum voor het agrarisch grondgebruik werden beschouwd. De waterpeilen in de deze vakbemalingen, die lager zijn dan het waterpeil van de polderboezem hebben echter ook de nodige nadelen. Door klimaatverandering neemt de kans op extreme neerslag toe, tegelijkertijd zullen er langere perioden van droogte zijn. Verder zal de verzilting vanuit de ondergrond toenemen en staat de beschikbaarheid van zoetwater om het watersysteem mee door te spoelen steeds meer onder druk. Het Verbeterd Droogmakerij Systeem (VDS) is een vorm van flexibel peilbeheer welke de nadelen van het huidige watersysteem moet tegengaan. Het VDS krijgt een waterpeil met een bandbreedte tussen het peil van de polderboezem en het oorspronkelijke zomerpeil van de vakbemaling. Als het water boven het maximale peil komt stroomt het water het gebied uit, de polderboezem in. Uitgangspunt voor PARK21 is dat het VDS wordt toegepast in de park- en leisurelaag en op vrijwillige basis in de polderlaag.

18

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan PARK21

3.2.8

Polderuiterwaarde

Door klimaatverandering neemt de kans op extreme neerslag toe en door de stedelijke verdichting is er binnen de gemeente Haarlemmermeer steeds meer verhard oppervlak. Bij hevige neerslag ontstaat er een snelle afstroming van water richting het boezemwater van Haarlemmermeer. Er kan bij deze extreme situatie een waterpeil in het boezemwater ontstaan die hoger is dan de normale hoogste waterstand. Tussen januari 2007 en april 2021 zijn er acht gebeurtenissen met een hoger peil dan normaal opgetreden, waarbij deze situatie de laatsten jaren frequenter optreedt. Juist in deze situatie biedt de polderuiterwaarde uitkomt. De polderuiterwaarde is een tijdelijke waterberging ten tijde van hevige wateroverlast in de gehele Haarlemmermeer. In deze extreme situatie stijgt de polderboezem boven zijn gangbare hoogste waterstand en op dat moment biedt de polderuiterwaarde extra bergend vermogen voor de polderboezem. In deze extreme situatie vangt de polderuiterwaarde water op boven de normale hoogste waterstand in de boezem. Naast de functie voor waterberging kan de polderuiterwaarde ook recreatief worden beleefd.

Tabel: kans op hogere waterstand op Polderboezem en polderuiterwaarde 3.2.9

Recreatieplas

In het Masterplan van PARK21 is als één van de belangrijke functies een recreatieplas voorzien. Deze recreatieplas moet mogelijkheden bieden om te zwemmen en biedt mogelijkheden voor voorzieningen voor surfen, varen, kanoën, waterskiën en wakeboarden. Rond en langs het water worden wandel-, fietsen skeelerpaden gemaakt. Ook komen er rustplekken en speelplaatsen. Bij de plas is er ruimte voor bijvoorbeeld een bezoekerscentrum, horeca met terrassen, ruimte voor exposities, aanlegplaatsen voor bootjes en een uitzichttoren. In 2016, tijdens de herijking van de uitvoeringsstrategie, is de nut en noodzaak van de recreatieplas nader beschouwd. Vanwege het tekort in de regio aan recreatieplaatsen voor oever- en waterrecreatie en gezien de verdere verwachte groei van het inwonertal in de gemeente, is in zone 2 een uitbreiding van zwem- en oeverrecreatiemogelijkheden in natuurlijk water nodig. Ook in het kader van de

Toelichting (vastgesteld)

19

bestemmingsplan PARK21 klimaatverandering (meer warme zomerdagen) is er een noodzaak aan meer zwemgelegenheden in oppervlaktewater vooral in de verstedelijkende gebieden (tegen 'hittestress'). De provincie Noord-Holland streeft er in haar waterbeleid ook naar om meer zwemgelegenheden tot stand te (doen) brengen. Mede door de schaalsprong met woningen de komende jaren zal de behoefte aan recreatiewater alleen maar verder toenemen. Er zullen delen zijn van de recreatieplas welke een relatief 'traditioneel' en breed publiek aansprekend karakter krijgen. Maar bovenal dienen de functies op en rond de waterplas(sen) een duidelijk onderscheidend en breder recreatieprogramma te bieden ten opzichte van omliggende waterplassen (zoals de Toolenburgerplas en de Haarlemmermeerse Bosplas) in de regio. Deze bredere recreatieve gebruiksmogelijkheden sluiten aan bij het vrijetijdsprofiel van een groot deel van de inwoners van Haarlemmermeer. Actieve recreatie, sport, vermaak/leisure: beoefenen, maar ook bekijken. Versnelling maar ook onthaasting. Gezelligheid, ontmoeten, groepsactiviteiten maar ook individueel het recreatielandschap beleven. De nieuwe recreatie- en watersportplas zal dus aan huidige en toekomstige Haarlemmermeerders nieuwe recreatiemogelijkheden bieden maar zal zeker ook voor de regionale bevolking en toeristen uit de omgeving, een trekpleister worden.

In PARK21 is een ondiepe plas, van circa 2 meter diep, voorzien. De ondiepe plas krijgt een recreatieve (zwemwater)functie. Over de randvoorwaarden en ontwerpuitgangspunten voert de gemeente overleg met het Hoogheemraadschap van Rijnland. De plas wordt gevoed met regenwater en krijgt een eigen peil die onder reguliere omstandigheden 50 cm mag fluctueren (seizoensfluctuatie).

Globale inrichtingsschets recreatieplas

3.2.10 Landgoedbedrijf De gemeente wil met PARK21 graag voorzien in de lokale behoefte aan recreatiemogelijkheden, kwantitatief, maar ook kwalitatief. Het samenbrengen van stad en platteland, burgers en boeren en het tot ontwikkeling brengen van recreatieve en toeristische functies, voor mensen uit de directe omgeving, maar ook voor regionale en (inter)nationale bezoekers. Binnen het plangebied van PARK21 ligt het landgoed Kleine Vennep. Kleine Vennep heeft al de status van landgoed op grond van de Natuurschoonwet 1928. Het landgoed is al gedeeltelijk openbaar en er

20

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan PARK21 zijn al wandel- en fietsverbindingen met de anderen gronden behorende tot PARK21. Op het landgoed staat de Rijksmonumentale boerderij Kleine Vennep. De kop-rompboerderij is van algemeen belang uit cultuur- en architectuurhistorisch oogpunt als qua exterieur merendeels gaaf bewaard gebleven en zeldzaam geworden voorbeeld van agrarische bouwkunst uit de late jaren '20 van de 20ste eeuw op het Noordhollandse platteland met een zeer grote landbouwschuur en opgetrokken in traditionele baksteenbouw. Daarnaast heeft de boerderij situationele waarde door de ligging in het open polderland van de Haarlemmermeerpolder. Het behoud en doorontwikkeling van dit landgoed past geheel in de plannen voor PARK21. Op dit moment worden er op het landgoed op basis van een tijdelijke ontheffing allerlei evenementen georganiseerd. Dit gebruik wordt met dit bestemmingsplan definitief planologisch verankerd. Ook zal het landgoed verder ontwikkeld worden. Naast dagrecreatie in vorm van bijvoorbeeld workshops, educatie en evenementen is het ook de bedoeling dat er op het landgoed een landschapshotel en maximaal 6 recreatiewoningen kunnen worden gerealiseerd. Hiermee wordt er ingespeeld op de toeristische functie van PARK21. Uitgangspunt is dat de 6 recreatiewoningen zullen worden gerealiseerd in een bestaande oude nissenhut, die hiervoor verplaatst zal worden.

Hiermee worden de oude bijzondere elementen van het landgoed behouden en op een nieuwe manier ingezet. In beperkte omvang wordt er ook ruimte geboden aan maatschappelijke voorzieningen (zoals educatieve, jeugd- en zorgvoorzieningen), detailhandel van streekeigen producten en kleinschalige agrarische bedrijfsactiviteiten. Ook wordt er ruimte geboden voor horeca. Het landgoed wordt echt een plek waar mensen samen komen en die mensen kan verbinden. Daarnaast blijft het de bedoeling om (in beperkte mate) agrarische activiteiten te blijven verrichten. Het veilig en duurzaam voedsel verbouwen vanuit een circulaire gedachte, op een bescheiden schaal, past geheel in de visie voor de toekomst van het landgoed. Met de bestemming landgoedbedrijf kan de gewenste ontwikkeling van het landgoed vormgegeven worden. In dit bestemmingsplan zijn de percelen waarop het landgoed Kleine Vennep is gevestigd bestemd als landgoedbedrijf. Met deze bestemming kan het landgoed worden uitgebouwd en zich ontwikkelen op een manier die passend is binnen de visie voor PARK21. Het landgoed verbindt de cultuurhistorie van een historische monumentale boerderij met hedendaags gebruik en beleving door evenementen, horecavoorzieningen en de beleving van het landschap. Het verbindt stad en platteland en verbindt het historisch gebruik met het getransformeerde landschap naar de moderne behoeften.

De monumentale boerderij neemt een centrale plaats in het recreatieve landschap en blijft zo behouden.

Toelichting (vastgesteld)

21

bestemmingsplan PARK21

Hoofdstuk 4

Beleid en regelgeving

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze samenleving' komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting vanaf 1 juli 2023 in werking treedt. Uitgangspunt is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo worden in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes gemaakt. Vier prioriteiten hierin zijn: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Binnen deze prioriteiten worden drie afwegingsprincipes gehanteerd, die helpen om beleidskeuzes te maken. Dit zijn: 5. Combinaties van functies hebben voorrang op enkelvoudige functies; 6. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 7. Afwentelen wordt voorkomen. Tot het moment dat de Omgevingswet in werking treedt (naar verwachting op 1 januari 2023) geldt de Nationale Omgevingsvisie als structuurvisie en zijn ruimtelijke belangen geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, zie paragraaf 4.1.2). In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het Rijksbelang opgenomen dat verstedelijking op duurzame wijze plaatsvindt. Wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt moet er getoetst worden aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' (zie paragraaf 4.1.3) Toetsing De ontwikkeling van PARK21 staat niet specifiek genoemd in de NOVI; toch past het park goed binnen de prioriteiten die gevolgen hebben voor het inrichten van de fysieke leefomgeving. Allereerst zal PARK21 ruimte maken voor de klimaatverandering en de energietransitie. De ambitie voor PARK21 is om in 2030 meer hernieuwbare energie te produceren dan wordt verbruikt (zie paragraaf 4.4.11. Hiermee wordt het park energieproductief. Daarnaast ziet het plan toe op klimaatadaptie met de toepassing van het VDS en de polderuiterwaarde.

Daarnaast zorgt PARK21 ervoor dat de steden en regio's rondom het park sterker en leefbaarder worden. PARK21 wordt de verbindende factor tussen de hoge dynamiek aan de noordoostzijde van de gemeente Haarlemmermeer en het meer ontspannen karakter aan de zuidwestkant. Het park zelf zal veel recreatieve mogelijkheden waarborgen. Inwoners kunnen ontspannen in het park en tijdelijk uit het stedelijke milieu wegtrekken. Het park zal uitnodigen tot bewegen wat bijdraagt aan de doelstelling van een gezonde leefomgeving. Ook wordt het landelijk gebied verder ontwikkeld en daarmee toekomstbestendig gemaakt (omschakeling en verbreding). De verschillende beoogde functies in het park zorgen voor een impuls in de regio. Rode draad door PARK21 is de combinatie van functies. Het gehele park zal een samenspel worden tussen bijvoorbeeld recreatie, ontspanning, energieopwekking, educatie, agrarische mogelijkheden, ecologie en nog vele andere functies. Maar ook de kenmerken en de identiteit van het gebied staan centraal. Het 'poldergevoel' moet nog steeds duidelijk naar voren komen in PARK21. Verschillende lagen van de ontwikkeling zorgen voor een goede afweging tussen het poldergevoel behouden en het creëren van nieuwe functies binnen het gebied. Hiermee is de ontwikkeling van PARK21 in overeenstemming met de NOVI.

22

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan PARK21

4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) staat een aantal onderwerpen waarvoor het Rijk uit het oogpunt van de nationale belangen in de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte regels stelt. Voor gemeente Haarlemmermeer is hierin onder meer van belang: Toekomstige uitbreiding van het hoofdwegennet en hoofdspoorwegennet; De ruimte reservering voor de parallelle Kaagbaan; Zones onder hoogspanningsverbindingen worden gevrijwaard; Aan de provincies is opgedragen om Natuurnetwerk Nederland (NNN) te beschermen; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament krijgen ruimtelijke bescherming; Nationale landschappen, zoals het erfgoed van de Stelling van Amsterdam, worden ruimtelijk beschermd. Toetsing Binnen het plangebied van dit bestemmingsplan is geen sprake van NNN-gebied. Dit is uitsluitend in deelgebied 1 aanwezig. Er loopt een hoogspanningsverbinding ten westen van het plangebied die enkele jaren geleden is gerealiseerd. Met het realiseren van deze verbinding kan de planologisch-juridische regeling voor de voormalige hoogspanningsverbinding die door het meest westelijke deel van het plangebied liep komen te vervallen. Met het initiatief zijn geen overige regels met betrekking tot nationale belangen gemoeid. 4.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, 2017) is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Met de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. De Ladder voor duurzame verstedelijking is geregeld in artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro en luidt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' De begrippen "bestaand stedelijk gebied" en "stedelijke ontwikkeling" zijn opgenomen in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder h en i van het Bro. Toetsing Een stedelijke ontwikkeling wordt in het Bro als volgt gedefinieerd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. De aanleg van het park zelf is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder i van het Bro en valt daarmee formeel-juridisch niet onder de toets van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Het bestemmingsplan biedt ook ruimte aan voorzieningen buiten bestaand stedelijk gebied die wel te kwalificeren zijn als nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Ladder vereist dat de behoefte aan de verschillende functies inzichtelijk wordt gemaakt, kwantitatief (in aantallen en meters) en kwalitatief (qua concept, programmering, doelgroep en locatie). Ook moet worden aangetoond dat er geen onaanvaardbare ruimtelijke effecten optreden. Door Bureau Stedelijke Planning is een ladderonderbouwing uitgevoerd. Deze ladderonderbouwing is als Bijlage 19 bijgevoegd. In de onderbouwing wordt geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling van PARK21 met horeca, sport, attracties, evenementen, verblijfsaccommodaties, wellness en cultuur voldoet aan de uitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De beoogde (leisure)functies voorzien kwantitatief en/of kwalitatief in een (toenemende) behoefte aan deze functies. De ontwikkeling past daarnaast binnen de beleidskaders en -ambities van gemeente, regio en provincie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=8ea12a75-6fb3-4007-9576-a20cd465bcbf