CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Algemeen beleidskader sociaal domein 'Meedoen mogelijk maken in Haarlemmermeer'

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 25 mei 2023, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Algemeen beleidskader sociaal domein (7532520)8.660 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Meedoen mogelijk maken in Haarlemmermeer Algemeen beleidskader sociaal domein

En zullen we vandaag, hier en nu, met elkaar kiezen voor één zelfgekozen regel over hoe te leven? En mag die regel dan de volgende zijn? We erkennen dat wij hier met elkaar meer handen hebben. Dan wie dan ook alleen. Met die handen kiezen we om jou te vangen als het nodig is, je te bemoedigen waar kan, en je los te laten wanneer jij zelf weer vol voor het leven kan kiezen. Want als jij dat doet. Kan ik het ook.

Peter Rombouts Hoofddorp, 7 november 2022

Colofon Tekst, vormgeving en drukwerk Gemeente Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG Hoofddorp Telefoon 0900 1852 E-mail info@haarlemmermeer.nl Internet www.haarlemmermeer.nl

Fotografie Shutterstock, Jur Engelchor (pagina 2 en 23)

maart 2023

2

Algemeen beleidskader sociaal domein

Inhoudsopgave Voorwoord ..................................................................................................................................................................4 Inleiding ......................................................................................................................................................................5 Leeswijzer ...................................................................................................................................................................... 5 1.

Trends en ontwikkelingen .................................................................................................................................6 Opbouw van de bevolking............................................................................................................................................. 6 Gebruik van techniek .................................................................................................................................................... 7 Digitalisering ................................................................................................................................................................. 7 Economie ...................................................................................................................................................................... 7 Sociaal-cultureel ............................................................................................................................................................ 8 Zorgkosten en bezuinigingen ........................................................................................................................................ 8

2.

Opgaven ...........................................................................................................................................................9 Bestaanszekerheid ........................................................................................................................................................ 9 Kansengelijkheid ......................................................................................................................................................... 10 Positieve gezondheid .................................................................................................................................................. 10 Menselijke maat .......................................................................................................................................................... 11

3.

Waar we voor staan in het sociaal domein ..................................................................................................... 12 Algemene voorzieningen ............................................................................................................................................ 12 Persoonlijke zorg en hulp bij werk en inkomen .......................................................................................................... 13 Haarlemmermeers model ........................................................................................................................................... 13

4.

Waar we voor gaan in het sociaal domein ...................................................................................................... 15 Meedoen voor zover ze kunnen ................................................................................................................................. 15 Minstens bestaanszekerheid hebben ......................................................................................................................... 16 Gelijke kansen krijgen ................................................................................................................................................. 16 Gezond leven .............................................................................................................................................................. 16 Samenhang in wat we willen bereiken, nu en in de toekomst ................................................................................... 17 Relatie met beleid in andere domeinen ...................................................................................................................... 17 Werken in gebieden .................................................................................................................................................... 18

5.

Hoe we dat willen bereiken ............................................................................................................................ 19 Uitvoeringsagenda ...................................................................................................................................................... 19 Meetsysteem .............................................................................................................................................................. 20 Voortgangsbespreking van dit beleidskader ............................................................................................................... 21 Leidende principes ...................................................................................................................................................... 22 Luisteren ................................................................................................................................................................ 22 Doen wat nodig is .................................................................................................................................................. 22 Samenwerken op basis van vertrouwen ...............................................................................................................

23 Ruimte geven aan de kracht in de samenleving .................................................................................................... 23

Geraadpleegde bronnen ............................................................................................................................................ 24 Bijlage 1: Toegang in het Haarlemmermeers model .................................................................................................. 25 Jeugdzorg .................................................................................................................................................................... 25 Maatschappelijke ondersteuning & werk en inkomen ............................................................................................... 25 Meer-team voor ingewikkelde (gezins)problemen ..................................................................................................... 25

3

Algemeen beleidskader sociaal domein

Voorwoord In 2022 hebben we vorm en inhoud gegeven aan het algemeen beleidskader sociaal domein, ‘Meedoen mogelijk maken in Haarlemmermeer’ (hierna: beleidskader). We hebben veel inbreng opgehaald. Dat deden we door het betrekken van inwoners, gemeenteraadsleden, leden van de Participatieraad, eigen medewerkers en samenwerkingspartners. En door het bekijken van belangrijke schriftelijke informatie, van onszelf en van anderen. Het sociaal domein gaat over inwoners van Haarlemmermeer. Over hoe zij invulling geven aan hun eigen leven en het samenleven met elkaar. We zijn er voor onze inwoners met algemene voorzieningen, zoals kinderopvang, onderwijs, sport enzovoort. Deze voorzieningen zijn voor al onze inwoners beschikbaar. Voor wie dat nodig heeft, zijn we er met persoonlijke zorg en hulp bij werk en inkomen. Haarlemmermeer is een relatief rijke gemeente. Het gemiddeld bruto jaarinkomen is met € 30.500 per inwoner relatief hoog. Ook heeft 67 procent van onze inwoners een koopwoning. De gemiddelde waarde1 hiervan stijgt de laatste jaren snel (+32 procent in de periode 2018-2022).

73,3 procent van onze inwoners heeft een middelbaar of hoog opleidingsniveau.2 Haarlemmermeer heeft dan ook een hoge sociaaleconomische statusscore; dit is een maat voor welvaart, opleidingsniveau en arbeidsmarktdeelname.3 We zien dat terug in een relatief klein aantal inwoners (25,9 per 1.000 inwoners tegenover landelijk 43,1) en huishoudens (1,3 procent tegenover landelijk 2,2 procent) met een bijstandsuitkering4 en huishoudens met een laag inkomen (hoofdstuk 1). Met de meeste inwoners gaat het dus goed. Zij hebben genoeg eigen mogelijkheden en ondersteuning uit de eigen omgeving om mee te kunnen doen en maken hier ook gebruik van. Inwoners zijn als eerste ook zelf verantwoordelijk voor deelname aan de samenleving en hun eigen leven. Een deel van onze inwoners lukt dit niet op eigen kracht. In de komende jaren willen we er daarom vooral zijn voor inwoners in een kwetsbare situatie. Dit doen we door ervoor te zorgen dat ze mee kunnen doen, gelijke kansen krijgen, de zekerheid te bieden dat ze te eten en te drinken, genoeg inkomen en een dak boven hun hoofd hebben (bestaanszekerheid) en door gezond leven makkelijker te maken. Hieraan gaan we werken in het sociaal domein.

Daarnaast willen we in de komende jaren blijven werken vanuit de bedoeling – meedoen mogelijk maken in Haarlemmermeer – waarbij de leefwereld van inwoners centraal staat en de systeemwereld daar ondersteunend aan is. Leidende principes helpen ons hierbij.

1

Het gaat hier om de waarde op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Gemeente Haarlemmermeer in cijfers en grafieken (update 2022!) | AlleCijfers.nl. 3 Statusscore per wijk en buurt o.b.v. welvaart, opleidingsniveau en arbeid (cbs.nl). 4 Dashboard - Werk en inkomen - Haarlemmermeer (waarstaatjegemeente.nl). 2

4

Algemeen beleidskader sociaal domein

Inleiding In dit beleidskader gaan we in op waar we in het sociaal domein voor staan (waar zijn we van, wat doen we), waar we voor gaan (wat willen we bereiken, gericht op de samenleving) en hoe we dat willen bereiken. Vertrekpunt hierbij is het beeld dat de gemeenteraad van een gemeentelijke kadernota heeft:

‘Gemeentelijke kadernota’s zijn bij uitstek de instrumenten waarmee de gemeenteraad de lijnen uit kan zetten waarlangs het college het beleid kan uitwerken en bepalen welke activiteiten het gaat uitvoeren. De gemeenteraad geeft zo sturing aan het beleid en gebruikt ze later als een meetlat om de uitvoering van het college langs te leggen.’5

Dit beleidskader is een algemeen beleidskader. Met ‘algemeen’ bedoelen we dat dit beleidskader gaat over alle beleidsterreinen in het sociaal domein. De ‘nauwe’ definitie van het sociaal domein beperkt zich meestal tot taken die gemeenten uitvoeren op het gebied van jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen en inburgering. Omdat juist ook in het leven van onze inwoners alles met elkaar te maken heeft, hanteren wij de ‘brede’ definitie van het sociaal domein. Naast eerdergenoemde beleidsterreinen vallen daar ook onder: woonbeleid, welzijn, onderwijs, preventief jeugdbeleid (opvoeden en opgroeien), sport, cultuur en recreatie en (publieke) gezondheid. Deze beleidsterreinen horen bij de begrotingsprogramma’s Maatschappelijke Ontwikkeling, Zorg en Werk en Wonen. Waar nodig leggen we de verbinding met beleidsterreinen in andere begrotingsprogramma’s. Met dit beleidskader brengen we voor heel het sociaal domein richting en focus aan. Het gaat erom dat we vanuit verschillende beleidsterreinen een bijdrage leveren aan het uitvoeren van dit beleidskader. Dit beleidskader geeft daarmee de hoofdlijn van ons beleid aan. Beleid op losse beleidsterreinen blijft leidend, maar ‘met de bril van dit beleidskader’ kijken we naar de verschillende beleidsterreinen.

Leeswijzer Eerst gaan we in op belangrijke trends en ontwikkelingen (hoofdstuk 1) en opgaven in het sociaal domein (hoofdstuk 2). Daarna vertellen we waar we voor staan in het sociaal domein (hoofdstuk 3). En tot slot waar we voor gaan in het sociaal domein (hoofdstuk 4) en hoe we dat willen bereiken (hoofdstuk 5).

5

5

Raad van advies voor het Openbaar Bestuur (2020), pagina 12.

Algemeen beleidskader sociaal domein

1. Trends en ontwikkelingen Het sociaal domein is altijd in beweging. Dat is bijvoorbeeld te zien in landelijk beleid dat van invloed is op taken die wij uitvoeren.6 En in nieuwe taken die onze kant op komen.7 Ook is er beweging door gebeurtenissen waar we als gemeente geen enkele invloed op hebben, die ons overkomen. Hier moeten we in het sociaal domein vaak snel op reageren. Meestal op verzoek van het rijk. Denk aan de coronacrisis, de toeslagenaffaire, de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis. Bij alles wat we van plan zijn te doen is het goed dat we dit in het achterhoofd houden. Ook belangrijk om rekening mee te houden zijn maatschappelijke en financiële trends en ontwikkelingen. Want ze hebben invloed op ons werk.

Opbouw van de bevolking Nederland ontgroent en vergrijst. Met vergrijzing bedoelen we dat er steeds meer ouderen zijn in verhouding tot jongeren. Dat zien we ook in Haarlemmermeer. Van de totale bevolking van 159.434 inwoners is op 1 januari 2022 20,8 procent jonger dan 18 jaar en 17,4 procent 65 jaar of ouder. In de afgelopen tientallen jaren nam het aantal huishoudens toe. Door vergrijzing van de bevolking en doordat mensen langer leven neemt de vraag naar zorg toe. Tegelijkertijd neemt het deel van de beroepsbevolking dat werkt toe. En is de leeftijd waarop we met pensioen gaan verhoogd. Dit zorgt ervoor dat er minder mensen zijn die tijd hebben om mantelzorger te worden. De noodzaak voor de gemeente om op tijd ondersteuning en verlichting te bieden wordt daarmee in de toekomst groter.8 Door in bepaalde perioden veel woningen te bouwen kent Haarlemmermeer wisselingen in de opbouw van de bevolking. Waar in nieuwe wijken eerst veel jongeren wonen, wonen er later vooral ouderen. Zorgvragen concentreren zich daarom in de tijd in bepaalde wijken. Jeugdzorg in nieuwere wijken. En ouderenzorg in de historische kernen en oudste nieuwbouwwijken. De plannen voor de bouw van nieuwe

Denk aan de Hervormingsagenda Jeugd, het Nationaal Programma Onderwijs, de herziening van de Participatiewet, de toekomstverkenning van de Wet maatschappelijke ondersteuning, het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, het Integraal Zorgakkoord, het Gezond en Actief Leven Akkoord, het Nationaal Actieplan Dakloosheid en de Wet aanpak meervoudige sociale problematiek sociaal domein (Wams). 7 Niet lang geleden bijvoorbeeld inburgering en per 1 januari 2024 beschermd wonen. 8 Team Onderzoek (2018), pagina 14. 6

6

Algemeen beleidskader sociaal domein

wijken en woningen in Haarlemmermeer (schaalsprong) moet een oplossing zijn voor het woningtekort. Tot 2040 gaat het om uitbreiding met 20.000 tot 40.000 woningen. Met toevoeging van deze woningen groeit het aantal inwoners naar 200.000. Een gevolg daarvan is ook dat er meer jeugd bij komt. In gebiedsontwikkelingen vraagt de verdere groei van de bevolking om genoeg aandacht voor voorzieningen zoals (buiten)sport, parken, hang- en ontmoetingsplekken, scholen, huisartsenzorg enzovoort.

Gebruik van techniek Het gebruik van technische middelen in huis (bijvoorbeeld alarmknoppen, videobellen, dwaaldetectie en observatie met camera’s) kan ondersteunend zijn in het verlenen van zorg en langer thuis wonen mogelijk maken. Deze middelen zijn hard nodig, omdat er een tekort aan personeel in de zorg is. Dit tekort zal in de toekomst verder toenemen.9 Er is nog weinig bekend over de vraag in welke mate en op welke gebieden technische middelen ook (op grote schaal) personeel kunnen vervangen. En ook over hoe snel die ontwikkelingen gaan. Zorg vraagt juist vaak ook om menselijk contact en persoonlijke aandacht.

Digitalisering Het digitaal maken van informatie en dienstverlening is een andere ontwikkeling, ook bij de overheid. Niet iedereen is digitaal vaardig. Dit kan leiden tot een digitale kloof: inwoners die minder digitaal zijn, hebben lastiger toegang tot informatie en dienstverlening. Zeker als informatie en dienstverlening in fysieke vorm minder of minder goed beschikbaar is. Dit kan zelfs leiden tot verschillen in zorg en hulp bij werk en inkomen. Dit risico onderschatten we niet. Bij de inzet van digitalisering is de ‘menselijke maat’ ons uitgangspunt.10 Tegelijk biedt digitalisering ook kansen voor het oplossen van complexe maatschappelijke problemen in het sociaal domein. Zoals de opgaven (hoofdstuk 2) in dit beleidskader. Een voorbeeld is het op tijd signaleren van problemen, door slim gebruik van digitale informatie. Ook biedt digitalisering kansen door ervoor te zorgen dat onze medewerkers zo min mogelijk bezig zijn met administratie en zo veel mogelijk tijd hebben voor inwoners. Dit maken we onderdeel van de uitvoeringsagenda (hoofdstuk 5).

Economie De vraag naar extra ondersteuning voor inwoners met een laag inkomen en de inzet die nodig is om inwoners weer aan het werk te helpen, hangt samen met veranderingen in de economie. De economie van Haarlemmermeer is gevoelig voor schommelingen. Daardoor neemt in tijden van crises de werkloosheid relatief snel toe. En wanneer het economisch goed gaat relatief snel af. Ook het personeelsbeleid van werkgevers is afhankelijk van veranderingen in de economie. Op dit moment is er een tekort aan personeel op de arbeidsmarkt. Ook in Haarlemmermeer zien we hiervan de gevolgen, zoals wachtlijsten in de zorg. De afgelopen jaren stijgt het aantal en aandeel huishoudens met een laag inkomen dat we in Haarlemmermeer in beeld hebben. In 2022 gaat het om 6,1 procent (4.229) van alle huishoudens. In gemeenten met meer dan 100.000 inwoners ligt dit percentage gemiddeld hoger. 74 procent van de huishoudens in Haarlemmermeer heeft langdurig een laag inkomen (3 jaar of langer). Het aantal kinderen dat we in beeld hebben en opgroeit in een huishouden met een laag inkomen nam toe van 2.267 in 2020 tot 2.609 in 2022 (7,9 procent van alle kinderen in Haarlemmermeer). Kinderen uit een eenoudergezin en ouders met een niet-westerse migratieachtergrond hebben meer kans om op te groeien in armoede.11 Het aantal aanmeldingen voor schuldhulpverlening daalt de laatste jaren.

We verwachten weer een stijging. 9

Op dit moment werkt in Nederland 1 op 6 werknemers in de zorg en zijn er veel vacatures. Om aan de toename in de vraag naar zorg te kunnen voldoen zou (bij onveranderd beleid) dit aantal moeten oplopen van 1 op de 5 in 2030 naar 1 op de 3 in 2060. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2021), pagina 105. 10 De gemeenteraad heeft in de bespreking van de ‘Visie op digitalisering’ op 31 maart 2022 haar zorgen geuit over het verliezen van de menselijke maat bij de inzet van digitalisering. 11 KWIZ (mei 2022), pagina 3-5. Met inwoners met een laag inkomen bedoelen we huishoudens met een inkomen tot 120 procent van het wettelijk sociaal minimum. Ongeveer 500 van deze huishoudens kennen we niet; zij ontvangen geen uitkering vanuit de Participatiewet en/of maken geen gebruik van extra inkomensondersteuning. 7

Algemeen beleidskader sociaal domein

Sociaal-cultureel De zorg voor mensen met beperkingen was lange tijd een taak voor familie en liefdadigheid. Sinds de introductie van de verzorgingsstaat is de verantwoordelijkheid hiervoor steeds meer verschoven naar de overheid. Inmiddels is er een beweging terug naar informele hulp (inzet van familie, vrienden en buren). In Haarlemmermeer vinden steeds meer inwoners de inzet van informele hulp normaal. In 2021 vindt 35 procent van de inwoners dit vooral een taak van familie, vrienden en buren. Dit was 25 procent in 2016. Het neemt niet weg dat het grootste deel van onze inwoners (65 procent) vindt dat informele hulp vooral een taak van de overheid is.12 14 procent van onze inwoners geeft veel of voor lange tijd mantelzorg. In het land is dit niet anders. 14 procent van de mantelzorgers voelt zich zwaar belast of overbelast.13 Lichamelijke en geestelijke gezondheid staan voor veel inwoners onder druk. Zo neemt eenzaamheid onder volwassenen en jongeren toe. In 2012 voelde 38 procent van de volwassenen zich eenzaam. In 2020 was dat 46 procent, waarvan 34 procent zich matig en 12 procent zich ernstig eenzaam voelt. De Corona Gezondheidsmonitor Jeugd (mei 2022) laat zien dat in Nederland 29,6 procent van de jongeren zich soms tot altijd eenzaam voelt. In Haarlemmermeer is dat 31,9 procent. 10,4 procent van de jongeren in Haarlemmermeer voelt zich vaak tot altijd eenzaam.

29 procent van onze scholieren heeft psychische klachten (cijfers 2021), 47 procent ervaart prestatiedruk (cijfers 2019) en 13 procent heeft overgewicht (cijfers 2017).14 Van onze volwassenen heeft 49 procent overgewicht, waarvan 14 procent ernstig.15

Zorgkosten en bezuinigingen De kosten voor zorg in ons land stijgen en zullen in de toekomst blijven stijgen. De trend is dat steeds meer mensen steeds eerder in aanraking komen met zorg.16 Dit roept ook de vraag op hoe houdbaar ons zorgstelsel is. In de afgelopen jaren zijn ook gemeenten geconfronteerd met stijgende zorgkosten (jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning). Dit veroorzaakt steeds meer druk op de begroting van gemeenten. Dat zien we ook in Haarlemmermeer. Landelijk stegen de kosten per inwoner voor het sociaal domein17 van € 1.391 in 2015 naar € 1.569 in 2021 (+12,8 procent). In Haarlemmermeer stegen de kosten per inwoner van € 798 naar € 995 (+24,7 procent).18 Daarmee stegen de kosten bij ons dus in verhouding harder, maar zijn de kosten per inwoner nog steeds lager dan het landelijk gemiddelde. De vraag naar zorg en de daarbij behorende kosten zijn en blijven lastig te voorspellen. Ook de middelen die we hiervoor van het rijk ontvangen zijn en blijven lastig te voorspellen. In de vorige collegeperiode zijn voor het sociaal domein bezuinigingen opgenomen. Die raken met ingang van 2025 subsidies op het gebied van welzijn, sport en cultuur.

12

Bevolkingsenquête Haarlemmermeer (2016 en 2021). GGD Kennemerland (2021). 14 https://gezondheidsatlaskennemerland.nl/ 15 GGD Kennemerland (2021). 16 Rijksinstituut voor Gezondheid en Milieu (2020), pagina 3. 17 Het gaat bij deze cijfers alleen om kosten die gemeenten maken voor jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning en werk en inkomen. 18 CBS-Gemeentelijke rekening (IV3), 2015-2021. 13

8

Algemeen beleidskader sociaal domein

2. Opgaven Investeren in bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezondheid. Het zijn belangrijke maatschappelijke opgaven, omdat ze de onderliggende oorzaken van problemen aanpakken. Dat staat in het voorstel van gemeenten aan het Kabinet-Rutte IV.19 In het sociaal domein en breder in de samenleving loont het om met deze opgaven aan de slag te gaan. Deze opgaven vragen in de komende jaren de volle aandacht. Het zijn opgaven die wij herkennen en die sterk met elkaar te maken hebben. En ze vragen om samenwerking van overheid en maatschappelijke partners in en rondom het sociaal domein. Wij gaan passend bij de lokale situatie (hoofdstuk 4) graag samen met deze opgaven aan de slag. Iets anders is de aandacht die er is voor een terugkeer van de menselijke maat. Ook daar gaan we graag samen mee aan de slag.

Bestaanszekerheid Bij bestaanszekerheid gaat het volgens het voorstel van gemeenten om het zorgen voor genoeg inkomen, een geschikte woning en een veilige (thuis)omgeving. Vanuit deze basis is meedoen mogelijk. Staat bestaanszekerheid onder druk, dan heeft dat ook gevolgen voor het samenleven in bredere zin, aldus de publicatie De Vragen van overmorgen in het sociaal domein (Verwey-Jonker Instituut, mei 2022):

‘Bestaanszekerheid biedt ruimte in het hoofd. Ruimte om open te staan voor andere dingen. Hoe kunnen we van mensen in een buurt verwachten dat zij naar elkaar omkijken als zij zich steeds zorgen moeten maken over hun eigen basale levensbehoeften?’

In onze eigen aanpak van ingewikkelde (gezins)problemen (Hestia) zien we dat schulden vaak leiden tot andere problemen. Dat zien we ook bij slachtoffers van de toeslagenaffaire in Haarlemmermeer. Omgekeerd geldt dat het oplossen van schulden vaak andere problemen kan verhelpen. Het voorkomen en oplossen van schulden vinden we daarom erg belangrijk. 19

9

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (maart 2021), pagina 5.

Algemeen beleidskader sociaal domein

Kansengelijkheid Bij kansengelijkheid gaat het volgens het voorstel van gemeenten om het kiezen voor die inwoners die ons het hardst nodig hebben. Bij zijn afscheid als directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) zegt Kim Putters in een interview in De Volkskrant (28 mei 2022):

‘Nu praat iedereen over kansenongelijkheid en worden er documentaires over gemaakt. Hartstikke goed, maar het rapport ‘Verschil in Nederland’ toonde het acht jaar geleden al. We hebben het onderzoek vorig jaar herhaald en het beeld is onveranderd, ondanks allerlei beleid dat de kloof had moeten dichten. Of het nu gaat om inkomen, opleiding, gezondheid of sociale contacten. Ze zijn structureel, hardnekkig en ze lijken niet kleiner te worden. Sterker nog, op onderdelen verdiepen ze zich.’

In een interview in Binnenlands Bestuur (1 juni 2022) voegt hij daaraan toe dat niet iedereen in Nederland gelijke kansen heeft. Dat blijkt uit onderzoek van het SCP.

‘Zo’n 21 procent van de mensen heeft te maken met een stapeling van problemen rond inkomen, werk, eenzaamheid, gezondheid en discriminatie.’

Sociale ongelijkheid en toenemende afstand tussen inwoners (in persoonlijke relaties en in wijken en buurten) vormen een rode draad in veel vraagstukken in het sociaal domein. Financiële ongelijkheid vertaalt zich ook in een groeiende fysieke kloof. Maarten van Ham, professor Urban Geography aan de Technische Universiteit Delft, zegt hierover: 20

‘Beleid moet niet gericht zijn op het uitbannen van achterstandswijken waarbij je alleen maar mensen verplaatst. Segregatie bestaat als gevolg van armoede.’

Dat sociale vraagstukken ruimtelijk niet gelijk zijn verdeeld zien we ook in Haarlemmermeer. Jeugdzorg concentreert zich in nieuwere wijken (bijvoorbeeld Getsewoud) en maatschappelijke ondersteuning in oudere wijken (bijvoorbeeld Overbos). Een kwart van onze inwoners met langdurig een laag inkomen en 24 procent van alle kinderen die opgroeien in een huishouden met een laag inkomen woont in HoofddorpNoord.21 Dit laatste heeft waarschijnlijk ook te maken met de aanwezigheid van veel sociale huurwoningen.

Positieve gezondheid Bij gezondheid gaat het volgens het voorstel van gemeenten om het werken over alle beleidsterreinen heen vanuit positieve gezondheid. Positieve gezondheid is een brede kijk op gezondheid, uitgewerkt in zes

20 21

10

Verwey-Jonker Instituut (mei 2022), pagina 8. KWIZ (mei 2022), pagina 4-5.

Algemeen beleidskader sociaal domein

dimensies.22 Persoonsgebonden kenmerken, leefstijl en gewoonten en leef-, woon- en werkomstandigheden zijn van invloed op gezondheid. Investeren in gezondheid vraagt niet alleen inzet in het sociaal domein maar ook in andere domeinen. In ons sportbeleid werken we al vanuit positieve gezondheid. En met de landelijke aanpak Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG), waar we in Haarlemmermeer aan meedoen, dragen we al bij aan een gezonde levensstijl van kinderen en jongeren.

Menselijke maat Er is steeds meer aandacht voor een terugkeer van de menselijke maat. Dit is een reactie op onder andere de toeslagenaffaire. En op een groeiend wantrouwen in de overheid in het algemeen. Dat vraagt om aandacht voor de specifieke situatie waarin inwoners zich bevinden. Van de overheid mag meer worden verwacht als inwoners minder in staat zijn om voor zichzelf te zorgen. De ervaring leert dat we in het sociaal domein, als geen ander, in staat zijn om recht te doen aan de menselijke maat. Juist ook als het gaat om de ondersteuning van inwoners met ingewikkelde hulpvragen. Dat gaat niet vanzelf. Als een inwoner of gezin verschillende problemen tegelijk heeft en de hulp vastloopt dan is er in Haarlemmermeer het Meer-team. In een leertraject met het Instituut voor Publieke Waarden hebben we een eigen maatwerkroute ontwikkeld. Deze maatwerkroute gebruiken we voor de aanpak van ingewikkelde (gezins)problemen. In de aanpak staan drie waarden centraal: -

rendement (met het geld dat we hebben moeten we verstandig omgaan); betrokkenheid (sluit het aan bij de behoefte van de inwoner); legitimiteit (mag het volgens wet- en regelgeving).

In de praktijk blijkt: het kan goedkoper en meer betrokken, ook binnen bestaande wetten en regels. In het sociaal domein werken we vooral op basis van doelmatigheid (het bereiken van een doel met zo weinig mogelijk middelen) en rechtmatigheid (gericht op het netjes toepassen van wetten en regels). Als het gaat om de menselijke maat is de vraag hoe we in ons beleid en de uitvoering daarvan meer aandacht kunnen hebben voor rechtvaardigheid en menselijkheid. Het gaat er daarbij om dat we gelijke gevallen gelijk en ongelijke gevallen ongelijk behandelen (zie ook artikel 1 van de Grondwet). In de leidende principes voor het sociaal domein (hoofdstuk 5) krijgt menselijkheid een plek. Recht doen aan de verschillen die er zijn tussen inwoners, de vragen die zij stellen en de oplossingen die in hun situatie passen, vraagt om een mensgerichte aanpak. Door echt aan te sluiten bij de vraag die er in de samenleving leeft en de persoonlijke omstandigheden van inwoners, komen we sneller tot oplossingen, zijn oplossingen duurzamer en uiteindelijk voordeliger. In een artikel in De Volkskrant (28 mei 2022) zegt Kim Putters dat beleidsmakers beter naar inwoners moeten luisteren. Ook moeten ze meer inzicht krijgen in de leefwereld van mensen.

In de publicatie Beledigende broccoli, Over de ervaringskennis van kwetsbare mensen (’s Jongers, 2022) zegt de auteur, die zelf opgroeide in armoede en onzekerheid:

‘Ervaringen [zijn] van groot belang voor het verbinden van wat we de systeemwereld noemen met de leefwereld van – met name – kwetsbare burgers.’

22

Het gaat niet om wat iemand niet meer kan, maar juist om wat iemand wel kan, belangrijk vindt en mogelijk wil veranderen. Bovendien gaat het niet alleen om de lichamelijke kanten van gezondheid, maar ook om het vermogen zich aan te passen, welbevinden, eigen regie, veerkracht, participatie en zingeving. 11

Algemeen beleidskader sociaal domein

3. Waar we voor staan in het sociaal domein Het sociaal domein gaat over inwoners van Haarlemmermeer. Over inwoners die, met hun mogelijkheden én beperkingen, invulling geven aan hun eigen leven en het samenleven met elkaar. We zijn er voor onze inwoners met woonbeleid en algemene voorzieningen op het gebied van welzijn, onderwijs, opvoeden en opgroeien, sport, cultuur en recreatie en (publieke) gezondheid. Voor inwoners die dat nodig hebben zijn we er met persoonlijke zorg en hulp bij werk en inkomen. Onze inwoners kunnen rekenen op: -

genoeg, toegankelijke en goede (algemene) voorzieningen. genoeg, toegankelijke en goede (persoonlijke) zorg en hulp bij werk en inkomen.

Algemene voorzieningen Algemene voorzieningen vinden we belangrijk. Ze zijn voor alle inwoners van Haarlemmermeer toegankelijk. En bieden hun de mogelijkheid om mee te kunnen doen in de samenleving (zie hoofdstuk 4). Algemene voorzieningen hebben een maatschappelijk belang. Volksgezondheid en huisvesting staan zelfs in de Grondwet. En onderwijs is de sleutel voor de ontwikkeling van een kind én de samenleving. Het recht op onderwijs wordt in ons land beschermd via de leerplicht. Met beleid op het gebied van opvoeden en opgroeien zorgen we dat onze jeugd gezond, veilig en kansrijk opgroeit. Cultuur zorgt voor levendigheid en leefbaarheid, voor samenhang, identiteit en zingeving. Cultuur is ook van groot economisch belang. Het zorgt voor een aantrekkelijke omgeving om in te wonen en te werken. En elke dag weer ervaren inwoners dat sport, bewegen en andere vrijetijdsbesteding veel opleveren. Het is goed voor lichaam en geest. Je krijgt er energie van. Het zorgt voor lol, levenslust en zingeving. Sport biedt ook sociale contacten. Het zorgt voor zelfvertrouwen en maakt dat inwoners beter met tegenslagen om kunnen gaan. En je bouwt er conditie en spierkracht mee op. Met onze wijk- en dorpshuizen bieden we mogelijkheden voor ontmoeting.

12

Algemeen beleidskader sociaal domein

Persoonlijke zorg en hulp bij werk en inkomen Naast algemene voorzieningen zijn we er met persoonlijke zorg en hulp bij werk en inkomen.23 Bijvoorbeeld voor inwoners die een scootmobiel, een aanpassing van hun woning of hulp bij het huishouden nodig hebben. In deze gevallen kijken we eerst wat de inwoner zelf of met hulp van buren of familie kan. Ook kijken we of er algemene voorzieningen zijn die de inwoner kunnen helpen. Zo niet, dan kijken we naar andere, meer speciale oplossingen.24 Ook zijn we er met jeugdzorg, bijvoorbeeld voor jongeren die door prestatiedruk en een wereld die steeds ingewikkelder wordt het even niet meer zien zitten. Of voor jongeren die in overleg met de gemandateerde professional extra ondersteuning nodig hebben. De ene keer komt die ondersteuning vanuit de jeugdzorg. De andere keer vanuit Passend Onderwijs. En soms een combinatie daarvan. Soms hebben inwoners niet genoeg inkomen. Als ze geen recht hebben op een andere regeling, kunnen ze een bijstandsuitkering krijgen. Naast een uitkering bieden we ook inkomensondersteunende voorzieningen aan. Bijvoorbeeld voor chronisch zieken of beperkten, inwoners die langdurig van een laag inkomen moeten leven of kinderen die ook graag willen deelnemen aan sport. Met de meeste van onze inwoners gaat het goed. Ze hebben een opleiding gevolgd en afgerond en hebben een fijne werkplek.

Ze hebben familie en vrienden en een dak boven hun hoofd. Ze zijn gezond, sporten, bewegen en gaan naar het theater. Ze voelen zich veilig in hun (huiselijke) omgeving. En hoeven geen beroep te doen op persoonlijke zorg of hulp bij werk en inkomen. Maar dat geldt niet voor iedereen. Vooral niet voor inwoners die zich in een kwetsbare situatie bevinden. Toen gemeenten in 2015 verantwoordelijk werden voor de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Participatiewet is volop ingezet op ‘eigen kracht’. Met als gedachte dat inwoners in eerste instantie zelf, of met hulp van hun eigen persoonlijk netwerk hun problemen oplossen. Hoewel er in de lokale samenleving veel kracht en redzaamheid is, beschikt niet iedereen hierover, vooral niet inwoners die zich in een kwetsbare situatie bevinden.25 Dat wat we bedacht hadden (wensbeeld) en wat we in de praktijk zien (de werkelijkheid) komt niet met elkaar overeen. Eigen onderzoek (Kijk op de wijk, Van solidariteit en eigen kracht, 2014) bevestigt dit: inwoners die zich in de meest kwetsbare situatie bevinden, kunnen zich het minst goed redden. En hebben de minste mogelijkheden om hun situatie te verbeteren. Voor deze inwoners willen we er in het bijzonder zijn.

Haarlemmermeers model Hoe hebben wij in Haarlemmeer de toegang tot persoonlijke zorg en hulp bij werk en inkomen geregeld? Wij werken tot nu toe niet met wijkteams maar met ‘professionals op de vindplaatsen’. Dit zijn plekken in een wijk of kern waar inwoners toch al naartoe gaan voor activiteiten of met hulpvragen, of waar vaak de eerste signalen van problemen zichtbaar worden. Het idee is dat professionals en vrijwilligers op die plekken makkelijk te benaderen zijn. Een voorbeeld van een dergelijke vindplaats zijn de scholen. Bijlage 1 beschrijft waar en bij wie in Haarlemmermeer de toegang ligt. We maken onderscheid tussen jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning en werk en inkomen.

23

Een persoonlijke voorziening is voor een persoon. Er zijn voorzieningen voor volwassenen (maatschappelijke ondersteuning) en voorzieningen voor jeugdigen (jeugdzorg). Ook zijn er inkomensvoorzieningen, zoals bijstand, bijzondere bijstand, extra inkomensondersteuning voor inwoners met een laag inkomen, inburgeringsvoorzieningen en schuldhulpverlening. 24 Inwoners betalen een (inkomensonafhankelijke) eigen bijdrage van maximaal € 19 per maand voor de volgende maatwerkvoorzieningen: alle hulpmiddelen (behalve rolstoelen), woningaanpassingen, vervoersvoorzieningen, hulp bij het huishouden, individuele begeleiding, dagbesteding en vervoer naar dagbesteding en kortdurend verblijf. Met ingang van 2025 zullen gemeenten weer een vorm van inkomensafhankelijke bijdrage kunnen vragen voor hulp bij het huishouden. Hiervoor zal de wet worden aangepast. 25 Sociaal en Cultureel Planbureau (maart 2022), pagina 12. 13

Algemeen beleidskader sociaal domein

Het Haarlemmermeers model

In haar rapport over Haarlemmermeer doet de visitatiecommissie financiële beheersbaarheid sociaal domein (VNG, oktober 2021) een aantal aanbevelingen over het Haarlemmermeers model. In de eerste plaats adviseert de commissie onderzoek te doen naar hoe inwoners ons kunnen bereiken. Zij ziet namelijk als risico dat we met onze vindplaatsen mogelijk vooral inwoners bereiken die de weg naar zorg en hulp bij werk en inkomen toch al weten te vinden, in plaats van degenen die dit het hardst nodig hebben. Onderzoek hiernaar wordt onderdeel van onze uitvoeringsagenda (zie hoofdstuk 5). De visitatiecommissie adviseert ook het netwerk van professionals beter te organiseren. De manier van organiseren in het sociaal domein in Haarlemmermeer lijkt namelijk op een netwerkorganisatie die niet klassiek is aan te sturen. In een netwerk(organisatie) is het belangrijk om elkaar op alle niveaus te blijven ontmoeten, aan kennisuitwisseling te doen en te leren vanuit een gezamenlijke bedoeling. Hier is veel behoefte aan bij professionals. In het verleden deden we dat voortdurend. Dat gaan we weer doen.

14

Algemeen beleidskader sociaal domein

4. Waar we voor gaan in het sociaal domein De meeste van onze inwoners hebben genoeg eigen mogelijkheden en ondersteuning uit de eigen omgeving om mee te doen. En maken hier ook gebruik van. Onze inwoners zijn als eerste ook zelf verantwoordelijk voor hun maatschappelijke deelname en het voorzien in hun eigen behoeften. Met algemene voorzieningen maken we dit mogelijk. Een deel van onze inwoners kan dit niet op eigen kracht en heeft meer nodig. Voor hen bieden we samen met onze partners een vangnet en zo mogelijk een opstap naar verbetering van hun situatie. Dat doen we met persoonlijke zorg en hulp bij werk en inkomen. Zorg en hulp bij werk en inkomen is eigenlijk tijdelijk, maar kan langere tijd nodig zijn. Als gemeente willen we bereiken dat onze inwoners: -

meedoen voor zover ze kunnen; minstens bestaanszekerheid hebben; gelijke kansen krijgen; gezond leven.

Meedoen voor zover ze kunnen Aan de eerdergenoemde opgaven (hoofdstuk 2) gaat wat ons betreft een algemeen doel vooraf, namelijk dat al onze inwoners meedoen voor zover ze kunnen. Meedoen gaat over mee mogen doen (emancipatie) en mee kunnen doen (participatie). Laaggeletterdheid bijvoorbeeld is een drempel voor participatie. Iedereen doet wat ons betreft mee. Zonder te letten op geslacht, leeftijd, huidskleur, financiële basis, geaardheid of beperking. Met onze jaarlijkse Lokale Inclusie Agenda geven we invulling aan iedereen mee laten doen. Meedoen vatten we breed op: van actief zijn in het (reguliere) arbeidsproces tot dagbesteding, van deelnemen aan een culturele activiteit tot lid zijn van een voetbalclub en voorkomen van eenzaamheid. Ons doel is dat al onze inwoners meedoen voor zover ze kunnen. We stellen hierbij de leefwereld van inwoners centraal – mensen hebben namelijk eigen behoeften, zoals anderen ontmoeten, voor anderen van betekenis zijn, financieel onafhankelijk zijn enzovoort. De systeemwereld is hieraan ondersteunend.

15

Algemeen beleidskader sociaal domein

Minstens bestaanszekerheid hebben De toeslagenaffaire, de coronacrisis, de Oekraïnecrisis en de energiecrisis leidden tot meer aandacht voor bestaanszekerheid. Deze term wordt vaak nog vertaald in inkomenszekerheid. Een veelgebruikte definitie is dan ook ‘de zekerheid dat men de beschikking heeft over de middelen om zijn levensonderhoud en levenspatroon te waarborgen volgens de geldende normen van welvaart en welzijn.’ Maar wat zijn die geldende normen? Tim ’S Jongers (2022) zegt daarover:

Thuis ging alle aandacht naar mijn broer, maar voor het eerst had ik een plekje: een paar vierkante meter achter een kartonnen plaat. Daar sloot ik mezelf op, met mijn schoolboeken. Mijn scores schoten omhoog. Een leraar gebruikte het woord ‘metamorfose’. Ik wist niet of dat goed of slecht was. Zo kwam ik in contact met mensen uit een ander milieu. Nu snapte ik dat mijn situatie helemaal niet normaal was. Ik kwam bij vriendjes thuis met stabiele gezinssituaties […]. Al die rare dingen gaven mij een gevoel van desoriëntatie. Je voelt je nergens thuis, omdat je nergens thuis bent. Je voldoet niet aan de norm, maar je wordt wel behandeld volgens de norm.’

Een inkomen is belangrijk. En schulden kunnen snel tot andere problemen leiden. Maar bestaanszekerheid is meer. Het gaat over het kunnen nadenken over de dag van morgen. En niet alleen bezig hoeven zijn met overleven. Over uit de schaduw treden, je niet hoeven schamen. Het gaat ook om rust, om uitzicht op verbetering van je situatie. Dat bestaanszekerheid meer is dan inkomenszekerheid komt ook terug in het advies van de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving Een eerlijke kans op gezond leven (2021). Gezondheidsachterstanden bijvoorbeeld hangen vaak samen met maatschappelijke problemen die langere tijd duren en elkaar versterken. Denk aan werkloosheid, een laag inkomen, schulden, een ongezonde leefomgeving en een gebrek aan persoonlijke contacten. Een combinatie daarvan kan leiden tot sociale uitsluiting. Ondersteuning is wat ons betreft altijd eerst gericht op (het realiseren van) basisbehoeften. Belangrijke vragen zijn: heeft iemand te eten en drinken, genoeg inkomen,26 geen schulden (en daardoor geen stress), een dak boven z’n hoofd en een veilige (thuis)omgeving?

Gelijke kansen krijgen Bij kansengelijkheid gaat het ons erom dat iedereen dezelfde kansen krijgt, ook al zijn er mogelijke achterstanden. Dat vraagt om aandacht juist voor inwoners in een kwetsbare situatie. Verschillen in kansen ontstaan al vroeg. Hier is veel onderzoek naar gedaan. De les die daaruit volgt is dat het uitmaakt waar je wieg staat, uit wat voor nest je komt, en of je in armoede en onzekerheid opgroeit of niet.27 De eerste 1.000 levensdagen zijn bovendien erg belangrijk voor een goede start en kansen op latere leeftijd.28 We zetten daarom in op een goede start, vooral als het gaat om gezinnen in een kwetsbare situatie.

Gezond leven Bij gezond leven (lichamelijk én geestelijk) zijn verschillende beleidsterreinen belangrijk. Ook in andere domeinen. Het gaat hier om het werken over alle beleidsterreinen heen vanuit positieve gezondheid, waarbij we gezondheid in de beleidsontwikkeling van de hele gemeente betrekken. Dit houdt in, investeren in een gezonde sociale en fysieke omgeving en stimuleren van gezond leven. En het bieden van ondersteuning op alle levensgebieden voor wie niet gezond is of wordt. 26

We zijn hierbij afhankelijk van landelijke normen. In zijn rapport ‘Sociale minima in de knel’ (17 oktober 2022) constateert de nationale ombudsman dat het wettelijk sociaal minimum niet genoeg is. 27 De Volkskrant (10 oktober 2020). 28 De Volkskrant (25 februari 2022). 16

Algemeen beleidskader sociaal domein

Samenhang in wat we willen bereiken, nu en in de toekomst Dat wat we willen bereiken heeft met elkaar te maken. En bekijken we daarom in samenhang. Meedoen wordt namelijk moeilijk als er geen bestaanszekerheid is. En bestaanszekerheid heeft invloed op gezondheid. Denk alleen al aan de stress die schulden kunnen veroorzaken. En een slechte startpositie beïnvloedt je kansen op latere leeftijd:

‘Als je met 10-0 achterstand begint, is hogerop komen in de maatschappij geen klim op een ladder, dat is bullshit. Het is een tunnel, waarin je gewoon moet blijven kruipen, zonder dat je weet waar je heen gaat.’29

Wat we willen bereiken vraagt om een lange adem. De auteurs van De vragen van overmorgen in het sociaal domein (Verwey-Jonker Instituut, mei 2022) doen dan ook een oproep:

‘Durf je (…) niet alleen te richten op doelen die binnen vier jaar te verwezenlijken zijn, maar juist ook op beoogde doelen die er echt toe doen maar verder in de toekomst liggen. Durf als raad daarin mee te gaan, en vraag niet alleen naar verantwoording over het hier en nu. Het is helpend om aan de voorkant bewuster samen (…) na te denken over, en expliciet te maken wat je vanuit je eigen rol wil betekenen voor de inwoner. Neem hier (…) de tijd voor. Aandacht voor een langetermijnperspectief is niet hetzelfde als grote problemen vooruitschuiven. Het gaat erom voortdurend te leren, te spiegelen, te volgen en waar nodig bij te sturen. Maar wel vanuit het besef dat het een langetermijnaanpak vraagt.’ Voor het uitvoeren van dit beleidskader kiezen we bewust voor een langetermijnaanpak.30

Relatie met beleid in andere domeinen Het sociaal domein staat niet op zichzelf. De eerdergenoemde opgaven verbinden we met beleid in andere domeinen. En willen we door ander beleid laten ondersteunen. We zien vooral relatie met: -

-

De Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 (2021.0003036), vooral als het gaat om het thema gezondheid, en concreet (de inrichting van) een gezonde leefomgeving. Woningbouwontwikkeling, voor het uitvoeren van ons woonbeleid. Denk aan het Woonbeleidsprogramma 2019-2025 (2019.0058049), onze Visie Wonen en Zorg (2017.0026227) en het manifest Samen leven, wonen en zorgen in Haarlemmermeer). Maar ook voor het bieden van bestaanszekerheid (een dak boven je hoofd). Onze dienstverleningsprincipes: makkelijk, betrouwbaar, menselijk en verbonden. De aanpak van (sociale) veiligheid.

29

Tim ’S Jongers (2022). Het essay Het geheim van de lange relatie (Movisie, mei 2022) noemt continuïteit ook als voorwaarde voor een effectief sociaal domein. 30

17

Algemeen beleidskader sociaal domein

Relatie met beleid in andere domeinen

Werken in gebieden Naast het leggen van verbinding met beleid in andere domeinen werken we in de uitvoering van dit beleidskader samen met onze gebiedsmanagers. Dat doen we als een gebiedsgerichte aanpak passend is (nader te bepalen). In de uitvoeringsagenda (zie hoofdstuk 5) krijgt dit een plek. Indeling Haarlemmermeer in gebieden

18

Algemeen beleidskader sociaal domein

5. Hoe we dat willen bereiken Zoals gezegd, niet al onze inwoners gaat het even goed en zijn in staat op eigen kracht hun situatie te verbeteren. We zetten de vier elementen van onze visie (hoofdstuk 4) graag om in actie. We kiezen er bewust voor om er in de komende jaren in het sociaal domein vooral te zijn voor inwoners die zich in een kwetsbare situatie bevinden. Met de volgende, aangescherpte doelen: -

meedoen stimuleren; bestaanszekerheid herstellen; kansengelijkheid vergroten; gezond leven makkelijker maken.

Uitvoeringsagenda We hebben de doelgroep bepaald en de doelen die we willen behalen. En daarmee focus en richting aangebracht. En dan begint het echte werk. De vraag is dan: Wat gaan we doen om de situatie van inwoners in een kwetsbare situatie te verbeteren? Met een uitvoeringsagenda willen we dit concreet maken. We kijken welke bijdrage beleidsterreinen in het sociaal domein en beleidsterreinen in andere domeinen hieraan kunnen leveren. Dat doen we door concrete activiteiten te benoemen. We stellen periodiek een uitvoeringsagenda op. Voor het eerst willen we dat doen voor de periode tot en met 2024. In 2025 kunnen we dan evalueren. Heel schematisch kan de uitvoeringsagenda er ongeveer zo uit komen te zien (zie volgende pagina). Een activiteit kan bijdragen aan één doel en één beleidsterrein. Maar ook aan meerdere doelen en meerdere beleidsterreinen. En alles wat daar tussenin zit. Waar dat passend is werken we gebiedsgericht.

19

Algemeen beleidskader sociaal domein

Uitvoeringsagenda

Meetsysteem Om te kunnen volgen of we stappen zetten in het behalen van onze doelen ontwikkelen we een meetsysteem. Van der Kolk (2021) geeft in zijn boek De meetmaatschappij aan dat ‘meten is weten’ uit het fysiek domein komt. In het sociaal domein zou de hoofdregel moeten zijn: meet met mate, niet alles wat ertoe doet is meetbaar en niet alles wat meetbaar is doet ertoe. Waarbij het vooral interessant is op zoek te gaan naar wat ertoe doet en wat meetbaar is (grijze gebied in onderstaande afbeelding). Niet alles wat ertoe doet is meetbaar, niet alles wat meetbaar is doet ertoe

20

Algemeen beleidskader sociaal domein

Kim Putters (De Volkskrant, 28 mei 2022) heeft het over de schijnwerkelijkheid van data en cijfers:

‘De focus op meetbaarheid heeft grote gevolgen op tal van vlakken in het sociaal domein. Door de uitdagingen van de meetbaarheid van wat je eigenlijk wil weten, hebben organisaties en overheden zich op veel vlakken neergelegd bij het meten van wat ze kunnen meten (maar wat ze niet per se willen weten). Relaties tussen overheid en zorg- en ondersteuningsorganisaties zijn hiermee vaak te veel gericht op verantwoording afleggen. Het monitoren en de systemen die hiervoor zijn ingericht zijn te veel gericht op wat ook wel ‘compliance’ (werken volgens de regels) wordt genoemd en te weinig op informatie waar de professional zelf iets aan heeft (ook in relatie tot hoe het met de inwoner gaat).’

Van der Kolk (2021) geeft zeven tips voor een gezonde meethouding: 1. Meet met mate: Wees terughoudend met kwantitatieve informatie (cijfers en percentages). Ze zeggen lang niet alles over de werkelijkheid. Maak zeker ook gebruik van kwalitatieve, beschrijvende informatie (ervaringen van inwoners, professionals enzovoort). 2. Houd rekening met de situatie waarin je werkt: Waar professionals steeds weer zelf moeten bepalen hoe ze omgaan met nieuwe uitdagingen en waar uitkomsten niet zonder problemen zijn te vangen in indicatoren (dit is zeker het geval in het sociaal domein) is een mensgerichte benadering aan te bevelen boven een prestatiegerichte. 3. Verlies het doel niet uit het oog: Richt je tijdens het ontwerp en gebruik van een meetsysteem op het einddoel, het ‘waarom’ van het meten. Hiermee voorkom je dat je het echte doel – inwoners helpen – uit het oog verliest. 4. Doe het samen: Van onderop in plaats van bovenaf. Professionals weten zelf vaak zeer goed wat belangrijke onderdelen zijn van hun werk. Dit is ook goed voor het draagvlak. 5. Stel verschil en balans voorop: indicatoren moeten niet alleen over de korte maar ook over de lange termijn gaan. Daarnaast is het goed je niet blind te staren op indicatoren van gevolgen, maar ook te kijken naar indicatoren van oorzaken. 6. Wees flexibel: Pas het meetsysteem aan als dat gewenst is. 7.

Zie cijfers als startpunt, niet als eindpunt van gesprek: Zie meetinformatie als startpunt (voor gesprekken, om iets te leren, voor ontwikkeling) in plaats van als eindpunt. Bij het ontwikkelen van een meetsysteem betrekken we deze tips. Naast een beperkte set van kwantitatieve indicatoren, gaan we in het sociaal domein meer werken met kwalitatieve informatie. Waaronder ervaringen en ervaringskennis van onze inwoners (menselijke maat!) en professionals. Met een nieuw meetsysteem komt de Transformeermonitor te vervallen.

Voortgangsbespreking van dit beleidskader Jaarlijks, voorafgaand aan het opstellen van de programmabegroting, gaan we in gesprek over de voortgang van dit beleidskader (terugblikken, stilstaan, vooruitblikken). Dat doen we op de dag van het sociaal domein. En dat doen we als college en gemeenteraad samen, met onze inwoners en samenwerkingspartners, de Participatieraad en onze ambtelijke organisatie.

21

Algemeen beleidskader sociaal domein

Leidende principes Naast het behalen van doelen willen we in de komende jaren in het sociaal domein met behulp van leidende principes werken vanuit de bedoeling – meedoen mogelijk maken in Haarlemmermeer. Hierbij staat de leefwereld van inwoners centraal en is de systeemwereld daar ondersteunend aan. Leidende principes zijn geen doel op zich. Ze geven invulling aan de vraag hoe we in de basis willen werken, met oog voor de menselijke maat. Leidende principes geven richting aan de manier waarop we werken.31 Ze helpen om 'het goede te doen', datgene dat 'de bedoeling' is. Ze bieden ook een gezamenlijk kompas en ‘taal’ voor het gesprek dat we intern en met onze inwoners en samenwerkingspartners voeren. Ze zijn er ook om elkaar aan te spreken als niet volgens deze principes gewerkt wordt. Leidende principes als gezamenlijke denkrichting

Op 7 november 2022 hebben we in gesprek met onze samenwerkingspartners de leidende principes tot leven gebracht. We zien dit als een mooi begin. En we vinden het belangrijk dat we er in de praktijk mee aan de slag gaan. Daar zijn we samen verantwoordelijk voor. Wie met ons samenwerkt, vragen we in overeenstemming met deze principes te handelen. Wat zijn de leidende principes? Luisteren We luisteren naar onze inwoners en nemen de tijd voor hen. We doen dat zonder mening vooraf. Naast dat we professional zijn, zijn we ook mens. We zijn nieuwsgierig naar de mens achter de inwoner. We hebben echt aandacht voor onze inwoners en staan open voor hun persoonlijke verhaal. We verplaatsen ons in onze inwoners. En gaan gelijkwaardig met hen om. Dit is onze houding naar de inwoner en naar elkaar. Doen wat nodig is De vraag die we aan onze inwoners stellen is: ‘Wat heb je nodig?’ Niet wat wij willen is leidend, maar de wensen en behoeften van inwoners. Voor inwoners in een kwetsbare situatie is dat vaak ook een verlangen naar een beter perspectief. We stellen de behoefte van onze inwoners voorop. En kijken hoe we hierin

31

22

Movisie (november 2020).

Algemeen beleidskader sociaal domein

kunnen voorzien. Voor zover we met wetten en regels te maken hebben, kijken we wat er wel kan of mag (insluiting legitimeren) in plaats van wat er niet kan of mag (uitsluiting verklaren). Samenwerken op basis van vertrouwen Vertrouwen is de sleutel tot een goede samenwerking. Vertrouwen geven is vertrouwen krijgen. De basis voor vertrouwen is dat we elkaar kennen, serieus nemen en afspraken nakomen. Inwoners kunnen erop rekenen dat samenwerking gericht is op hun belang. En dat ons eigen (organisatie)belang minder belangrijk is. Mensen vertrouwen mensen en geen organisaties: we zorgen dat we altijd betrouwbaar zijn. Ruimte geven aan de kracht in de samenleving Het geven van ruimte gaat samen met het geven van vertrouwen. We vertrouwen op de kracht van individuele inwoners. En op de kracht van groepen inwoners en organisaties. We staan open voor oplossingen die we niet direct zelf zouden bedenken. We laten los, lossen niet alles op, kijken, luisteren en leren. Als het gaat om de eigen kracht van inwoners in een kwetsbare situatie, kijken we naar wat haalbaar is: we hebben aandacht voor hun mogelijkheden maar ook voor wat niet mogelijk is. In gesprek over leidende principes

23

Algemeen beleidskader sociaal domein

Geraadpleegde bronnen Berg, Jurgen van den en Haro Kraak (28 mei 2022) SCP-directeur Kim Putters zwaait af: ‘Politici zoeken houvast in cijfers en modellen, maar die vertellen niet alles’. Artikel in De Volkskrant. GGD’en Rijksinstituut voor Gezondheid en Milieu (mei 2022) Corona Gezondheidsmonitor Jeugd 2021. GGD Kennemerland (2021) Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020. Resultaten van een onderzoek naar gezondheid, welbevinden en leefstijl van volwassenen en ouderen. Rapport Gemeente Haarlemmermeer. Jonge, Adriaan de (1 juni 2022) Putters: ‘Om vertrouwd te worden, moet je betrouwbaar zijn’, Onrealistische mensbeelden zorgen voor falend beleid, waarschuwt afzwaaiend SCP-directeur Kim Putters. Artikel in Binnenlands Bestuur. Kolk, van der (2021) De meetmaatschappij. Waarom we alles meten en wat dat met ons doet. Amsterdam: Business Contact. KWIZ (mei 2022) Duidingsrapportage dashboard minima gemeente Haarlemmermeer, Groningen: KWIZ. Movisie (november 2020) Leidende principes geven richting aan het sociaal domein. Utrecht: Movisie, kennis en aanpak van sociale vraagstukken. Movisie (mei 2022) Het geheim van de lange relatie. Continuïteit als voorwaarde voor een effectief sociaal domein. Utrecht: Movisie, kennis en aanpak van sociale vraagstukken. Raad van advies voor het Openbaar Bestuur (2020) Decentrale taak is politieke zaak.

Naar een sturende rol van de gemeenteraad in het sociaal domein. Den Haag: ROB. Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2021) Een eerlijke kans op gezond leven. Den Haag: RVS. Rensen, Frank (25 februari 2022). Wat er in de eerste 1000 dagen van een kind gebeurt, heeft gevolgen voor de rest van het leven. Artikel in De Volkskrant. Rijksinstituut voor Gezondheid en Milieu (2020) Toekomstverkenning zorguitgaven 2015-2060. Kwantitatief vooronderzoek in opdracht van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Deel 1: toekomstprojecties. Utrecht: RIVM. RIVM-rapport 2020-0059. Sociaal en Cultureel Planbureau (maart 2022) Uitdagingen in het sociaal domein. Nieuwe gemeentebesturen aan zet. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. ’S Jongers, Tim (2022) Beledigende broccoli. Over de ervaringskennis van kwetsbare mensen. Amsterdam: Van Gennep. Team Onderzoek (2014) Kijk op de wijk. Van solidariteit en eigen kracht. Hoofddorp: Gemeente Haarlemmermeer. Team Onderzoek (2018) Uit liefde belast. Onderzoek naar ervaringen van mantelzorgers in Haarlemmermeer. Hoofddorp: Gemeente Haarlemmermeer. Pagina 14. Team Onderzoek (2019) Haarlemmermeers jeugdonderzoek 2019. Een nieuwe eeuw in de kinderschoenen. Hoofddorp: Gemeente Haarlemmermeer. Tieleman, Joris (10 oktober 2020) Ongelijkheid in Nederland. Eens een dubbeltje, altijd een dubbeltje? Artikel in De Volkskrant.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (maart 2021) De winst van het sociaal domein. Een slimme investering in bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezondheid. Een propositie van gemeenten aan het nieuwe Kabinet. Utrecht: VNG. Vereniging van Nederlandse Gemeenten (oktober 2021) Visitatiecommissie financiële beheersbaarheid sociaal domein. Gemeente Haarlemmermeer. Utrecht: VNG. Verwey-Jonker Instituut (mei 2022) De vragen van overmorgen in het sociaal domein. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut. Voedselbank Haarlemmermeer (2022) Jaarverslag 2021. Hoofddorp: Voedselbank. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2021) Kiezen voor houdbare zorg. Mensen, middelen en maatschappelijk draagvlak. WRR-Rapport 104, Den Haag: WRR.

24

Algemeen beleidskader sociaal domein

Bijlage 1: Toegang in het Haarlemmermeers model Jeugdzorg Jeugdzorg (waaronder jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering) is zorg waarvoor een verwijzing nodig is. Op en rond scholen mogen schoolcoaches, jeugdverpleegkundigen, Stichting Kinderopvang Haarlemmermeer en leerplichtambtenaren (namens het college van burgemeester en wethouders) verwijzen naar alle vormen van jeugdhulp. Huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten, rechters, jeugdreclasseerders en jeugdbeschermers mogen op grond van de Jeugdwet verwijzen. In Haarlemmermeer ondersteunen wij samen met de zorgverzekeraar huisartsen in de vorm van praktijkondersteuners jeugd. Huisartsen zien en spreken namelijk veel jeugdigen. Praktijkondersteuners lossen zelf, waar mogelijk, lichte psychische problemen in de huisartsenpraktijk op en verwijzen jongeren naar specialistische jeugdzorg afgestemd op hun persoonlijke situatie en mogelijkheden. In Haarlemmermeer kunnen praktijkondersteuners jeugd voor ondersteuning terecht bij de kinderpsychiater. Wij hebben zelf ook jeugdprofessionals in het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Zij geven jeugdigen en hun ouders informatie en advies, begeleiding en verwijzen indien nodig door naar specialistische zorg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=86cb8bcd-b454-4fef-bfcf-04ebd9c49aab